CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. OD NZKG Jaarrekening 2024.pdf

RAAD 11 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Geen zienswijze indienen op de financiële stukken van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (VN2025-005789)27.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De pdf-rapportages die trends en afwijkingen in luchtuitstoot presenteren zijn, samen met het bijbehorende dashboard, in 2024 geïmplementeerd in de werkprocessen. Voor de e-MJV module rondom energiegebruik is in 2024 ook een interactief dashboard gemaakt. Nieuwe data in de energie-module leidt sinds dit jaar automatisch tot een pdf-rapportage met daarin de grootste aandachtspunten. Bij diverse bedrijven zijn in 2024 afwijkingen geconstateerd, nadat de e-MJV Analysetool fouten opmerkte (bijvoorbeeld kWh

Jaarstukken 2024

25

en MWh verwisseld). Om module lucht, module energie en andere milieuthema's samen te brengen is een overzichtsdashboard ingericht. Op deze manier wordt per bedrijf meteen duidelijk welke milieuaspecten de grootste aandacht verdienen. In de laatste maanden van 2024 is begonnen aan de nieuwe module ZZS, aangezien dit thema sterk is gerelateerd aan het strategische doel om te focussen op milieugerelateerde gezondheid. In 2025 wordt verder gewerkt aan de overige modules waarover de industriële bedrijven rapporteren, zoals ZZS, water en afval. Tata Steel Het afgelopen jaar heeft het team Informatieanalyse een belangrijke bijdrage geleverd aan een aantal grootschalige onderzoeken bij Tata Steel. Er zijn verschillende statistische analyses uitgevoerd om te kijken welke aspecten invloed hebben op het aantal ongewone voorvallen bij de fabrieken, wat heeft bijgedragen aan het begrijpen van de problemen bij de installaties van de kooksgasfabrieken. Ook zijn toezichthouders ondersteund met analyses ter bevestiging van geconstateerde ­signalen of klachten onder andere door trends uit grote databestanden te halen. Ook worden zogenaamde basisbeelden gemaakt over de werkeenheden van Tata Steel. Tijdens deze sessies wordt een risicomatrix ingevuld op basis van informatie van alle betrokken medewerkers.

De opgestelde risicomatrix geeft informatie over de thema’s waarop we meer gericht toezicht moeten houden. Geurradar Tata Steel Omwonenden rond Tata Steel ervaren regelmatig geuroverlast. Dit willen we beter in kaart brengen door aan de hand van eNose sensordata de ervaring van geuroverlast van Tata Steel te voorspellen. Hierdoor kunnen we het probleem beter leren begrijpen en potentieel de omwonenden tijdig alarmeren wanneer er een geurwolk onderweg is. Zodoende hopen wij de impact van Tata Steel te verminderen op het gebied van geuroverlast. In 2024 hebben we op basis van de data die we momenteel binnenkrijgen van zo’n 30 eNoses in de omtrek van het Tata-terrein, in combinatie met KNMI wind-data en openbare sensordata zoals het luchtmeetnet, gewerkt aan een model waarmee voldoende nauwkeurige voorspellingen kunnen worden gedaan over geuroverlast. Daarnaast is ook gelabelde data nodig (geuroverlast meldingen op locatie) zodat er een patroon uit de data kan worden gedestilleerd om betrouwbare voorspellingen te maken. De basis voor dit model is gerealiseerd. Dit moet nu verder worden aangevuld met data dichter bij potentiële bronnen en de betrouwbaarheid moet worden getoetst. Het doel is om dit complexe en innovatieve project in 2025 door te ontwikkelen tot een bruikbaar product.

Bezwaar en beroep De steeds mondigere inwoners, de toenemende aandacht van de pers en de toenemende juridisering bij procedures zorgt al jaren voor een toename van het aantal complexe bezwaar- en beroepzaken dat de OD NZKG behandelt. Voor 2024 was weer een forse stijging van het aantal bezwaar- en beroepszaken begroot van 10%, met name voor de provincie Noord-Holland voor Tata. Dit betrof o.a. de handhaving staalslakken, maar ook de procedures m.b.t. het realiseren van een PSAF-reinigingsinstallatie. Voor Haarlemmermeer speelde de PFAS-zaak Schiphol die begin maart bij de RvS dient. Echter, over de gehele linie zijn er minder uren besteed aan bezwaar en beroep dan bij de halfjaarsrapportage is begroot,

26

met uitzondering van de gemeente Amsterdam. Dit komt vooral door verhoogde inzet op het ADM-terrein. WOO en actieve openbaarmaking In 2023 is de OD NZKG gestart met het project om informatie actiever te gaan openbaren en is een projectleider gestart om een inventarisatie te maken van alle lopende projecten en is in samenhang daarmee toegewerkt naar de actieve openbaarmaking van documenten. Deze projectleider heeft zich in 2024 aangesloten bij verschillende landelijke werkgroepen om de inhoud af te stemmen met andere overheidsorganen en een gezamenlijk beleid te ontwikkelen. In 2024 zijn nieuwe categorieën verplicht openbaar geworden en de OD NZKG voldoet aan alle huidige vereisten van de Wet Open Overheid (Woo). Meer informatie over de actieve openbaarmaking is opgenomen in de aparte paragraaf actieve openbaarmaking. Er is in 2024 hard gewerkt aan de digitalisering van processen inzake de handelingen ter afhandeling van de Woo-verzoeken. In 2024 zijn er 82 Wooverzoeken binnengekomen bij de OD NZKG. Meer dan voorgaande jaren. De laatste jaren zijn de Woo-verzoeken ook steeds omvangrijker geworden. Uitvoering van taken in het kader van de wet Bibob Door de OD NZKG wordt de wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen Openbaar Bestuur (Bibob) toegepast op aanvragen voor omgevingsvergunningen voor de activiteiten Bouw en Milieu.

De Bibob helpt voorkomen dat de overheid voor het verlenen van vergunningen criminele organisaties faciliteert. Er wordt ingegrepen wanneer blijkt dat een vergunning structureel wordt misbruikt voor het plegen van strafbare feiten. In 2024 is wederom een stijging van het aantal Bibob-adviezen zichtbaar ten opzichte van het voorgaande jaar. Met de halfjaarsrapportage is de begroting nog fors naar boven bijgesteld. Door krapte op de arbeidsmarkt hebben we personeel later kunnen inzetten waardoor het aantal uren lager is uitgekomen dan bij het halfjaar is begroot. Informatie en Meldingen De behandeling van overlastmeldingen heeft voortdurend onze aandacht. De opmerkingen hierover in het rapport van de Randstedelijke Rekenkamer, de opdracht van het Bestuurlijk overleg Industrie en Gezondheid en onze ambitie om meer samenlevingsgericht te werken zijn hiervoor belangrijke prikkels. Het hier speciaal voor opgerichte team Toezicht en Handhaving Informatie en Meldingen (TH I&M) dat naar buiten is gericht, zorgt voor een efficiëntieslag door het combineren van frontoffice en backoffice. Het snel kunnen acteren op meldingen door snelle intern afstemming zorgt voor een sneller contact met de melders. Daarnaast in het kader van samenwerking in de regio wordt steeds meer gebiedsgericht gewerkt bij meldingen van overlast. Onder andere door bewoners meer en sneller erbij te betrekken.

Het team is verantwoordelijk voor de intake en afhandeling van overlastmeldingen en ongewone voorvallen. Ten opzichte van 2023 waar 5.239 overlast meldingen binnenkwamen, is er een grote toename van meldingen in 2024. In totaal 1.280 meldingen meer zodat het aantal overlastmeldingen op 6.519 meldingen kwam in 2024. Deze 20% toename is het gevolg van meer bekendheid van het TH I&M,

Jaarstukken 2024

27

de meldingentool en de expliciete groei van meldingen over een aantal bedrijven. Ook weten groepen mensen zich meer te formeren en met elkaar een melding in te dienen. We zien een aantal van de melders veelvuldig terugkomen. Voor de ongewone voorvallen werden in 2023 net geen 2.400 meldingen gedaan en in 2024 waren dit er 2.704. Een toename van ruim 11%. Wanneer wordt gekeken naar de aard van de overlastmeldingen, dan zorgt geur voor de meeste overlast, gevolgd door geluid. Consignatiedienst De consignatiedienst staat het gehele jaar 24/7 klaar om onze expertise in te brengen bij incidenten, calamiteiten en crisis voor de opdrachtgevers in ons werkgebied. Wij hebben dit jaar actief bijgedragen aan het regionale risicoprofiel (2025-2028) voor de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VRAA). De geconsigneerden zijn opgeleid en volgen jaarlijks de trainingen om goed voorbereid te zijn op de samenwerking met andere hulporganisaties binnen een crisis. Er is getraind in samenwerking met Tata Steel, OD IJmond en Veiligheidsregio Kennemerland (VRK). Er zijn bouw gerelateerde onderwerpen getraind, waarbij er meer aandacht zal komen voor het effect van explosies. De samenwerking met andere veiligheidsregio’s in ons werkgebied krijgt meer aandacht, zo is er meer contact met de Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland (VRZW) waarbij van elkaar leren door omgaan met data-analyse elkaar helpt.

Overlastmeldingen De consignatiedienst behandelt (overlast)meldingen buiten kantoortijden en burgers weten ons hiervoor steeds beter en vaker te vinden. Ons meldingssysteem is ingericht om hier adequaat op te kunnen reageren. Het aantal incidenten en ongewone voorvallen nemen jaar op jaar toe en dit zorgt ervoor de we meer uren maken dan begroot. Omgevingswet (Ow) en Wet kwaliteitsborging (Wkb) Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden en is de organisatie ook daadwerkelijk gaan werken met nieuwe processen, nieuwe systemen en soms ook nieuwe producten. Hierop is door de OD NZKG tijdig geanticipeerd door middel van het opleiden en trainen van onze medewerkers, het verbeteren van het DSO en het adviseren van onze opdrachtgevers en stakeholders. Hiervoor is ook extra budget ter beschikking gesteld om de overgang van het oude naar het nieuwe systeem zo soepel mogelijk te laten verlopen. Deze tijdelijke post voor extra werkzaamheden onder de Omgevingswet bleek ook nodig te zijn, alleen niet in die mate als vooraf ingeschat. Het gaat hierbij om uren die zijn gemaakt voor vragen en problemen over de Omgevingswet en Wet kwaliteitsboring voor het bouwen (Wkb). Denk hierbij aan algemene vragen over de juridische regels in de wet en het overgangsrecht, maar ook aan ICT-vragen over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Ook zijn werkprocessen aangepast en zijn er technische aanpassingen gedaan in het zaaksysteem. Milieubelastende activiteiten (MBA's) Met de Omgevingswet wijzigde de grondslag van de milieuregulering van het begrip 'inrichting' naar het begrip 'milieubelastende activiteit (mba)'. De omzetting van de inrichtingen naar de mba’s wordt projectmatig opgepakt in de periode 2023 t/m 2025. Op basis van de ODNL-handreiking werd in 2023 een werkwijze

28

ontworpen, in pilots getest en waar nodig bijgesteld. Het betreft het toevoegen van hoofdstuk 3 bal mba’s aan het bedrijven bestand. Vanaf de zomer 2023 werd de aanpak breed uitgezet in de organisatie. In 2024 is de tweede fase van het project gestart waarbij de automatisch omgezette mba’s worden gecontroleerd tijdens de toezichtcontroles, behandeling van klachten, behandeling van meldingen en informatieplichten of vergunningaanvragen. Het project verloopt volgens planning en zal eind 2025 gereed zijn. In fase 2 van het project worden de automatisch toegekende mba's gecontroleerd op juistheid tijdens bijvoorbeeld de integrale controles. Deze fase is op 1 januari 2024 gestart toen de Omgevingswet van kracht werd. In 2024 zijn de mba’s van 1.821 bedrijven gecontroleerd en de wijzigingen zijn doorgevoerd in het bedrijvenbestand. In 2024 zijn totaal 2.731 uur besteed aan het project en een bedrag van € 168K is als onttrekking opgenomen uit de bestemmingsreserve Omgevingswet. Financiële verantwoording Het programma Randvoorwaardelijk heeft een nadeel van € 1,0M ten opzichte van de begroting. Een voordeel van € 42K op de lasten en een nadeel van € 1,1M op de baten. Aan de batenkant is een nadeel ontstaan van € 1,1M. Dit wordt veroorzaakt door minder capaciteit bij het verwerken van Woo-verzoeken gedurende het jaar (1.893 uur minder ad € 220K).

Het grootste verschil (7.349 uur ad € 855K) wordt veroorzaakt door een daling van het aantal uren in de tweede helft van het jaar dat aan de invoering van de Omgevingswet is besteed. Er is minder inzet van tijdelijk extra personeel nodig is geweest. Dit is vooral terug te zien in minder omzet Omgevingswet extra werkzaamheden.

11.099

lasten

11.057 11.826

baten

saldo

10.760 727 -298

-1000

0

1000 2000 3000 4000 5000 6000 7000 8000 9000 10000 x 1.000

gewijzigde begroting

realisatie

Programma Randvoorwaardelijk: gewijzigde begroting vs. realisatie (x € 1.000) Lasten zijn exclusief lasten voor bedrijfsvoering. Deze zijn opgenomen in het programma Bedrijfsvoering.

Programma Randvoorwaardelijk (bedragen x € 1.000)

gewijzigde begroting

verschil begrotingrealisatie

realisatie

lasten

11.099

11.057

-42

baten

-11.826

-10.760

1.067

saldo

-727

298

1.025

(-/- = voordeel, + = nadeel)

Jaarstukken 2024

29

2.5

Programma Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering ondersteunt en adviseert de organisatie op het gebied van personeelszaken, informatievoorziening, financiële administratie, communicatie, huisvesting, facility management, sturing, coaching en planning en control. Naast deze personele en materiële bedrijfsvoeringkosten worden de personele overheadkosten van het management van de gehele organisatie op dit programma verantwoord. Terugblik en ontwikkelingen Communicatiestrategie Als omgevingsdienst zijn we er voor de bewoners en bedrijven in ons werkgebied. Hierbij positioneren we de OD NZKG als een deskundige en onafhankelijke omgevingsdienst. Met gerichte communicatie brengen we ons werk dichter bij de inwoners en bedrijven door (tijdig) te informeren, luisteren, de interactie en de dialoog aan te gaan. Hierbij hanteren we een aantal uitgangspunten. Zo staat in onze communicatie de beleving van inwoners centraal. Dus niet regels of waarden, maar hoe inwoners het ervaren. Daarnaast is al onze communicatie verbonden met de uitdagingen van deze tijd, zoals klimaat, gezondheid en de transformatie van gebieden. Als omgevingsdienst vergroten we de zichtbaarheid daar waar het nodig is. We gaan hierbij voor de grootste impact. En dat doen we op verschillende manieren. In contact met bewoners Afgelopen jaar hebben we bij diverse overlast gevende bedrijven veelvuldig contact gehad met bewoners.

Per overlast gevend bedrijf maken we een communicatieaanpak op maat. Soms is een eenmalige bijeenkomst voldoende om alle vragen rondom een nieuwe vergunning of overlastmeldingen te beantwoorden. Voor een aantal bedrijven hebben we een gerichte communicatieaanpak met een jaarplanning. Hierbij zijn er regelmatig gesprekken met bewonersgroepen, organiseren we bijeenkomsten en versturen we maandelijkse nieuwsbrieven. We zien dat deze nieuwsbrieven goed gelezen worden door bewoners, ketenpartners en bestuurders. Afgelopen jaar hebben we geïnvesteerd in een regionale omgevingsdialoog in de IJmond. Publieksjaarverslag Voor de derde maal hebben we een publieksjaarverslag gepubliceerd. In dit verslag laten we op een laagdrempelige manier zien wie we zijn, wat we doen en welke speerpunten we belangrijk vinden. Naast enkele kerncijfers van onze organisatie die interessant zijn voor bewoners, profileren we ons werk en het positieve effect daarvan op de leefomgeving door middel van enkele korte artikelen waarin collega’s en soms inwoners aan het woord komen. Het publieksjaarverslag is breed uitgezet. Media Ieder jaar zien we het aantal mediavragen gestaag toenemen. Zo ook in 2024. Hierbij valt op dat deze vragen meer over de breedte van ons werk gaan.

Naast vragen over toezicht en vergunning bij Tata Steel zien we een toename aan vragen over bijvoorbeeld Pfas, staalslakken, geuroverlast, water en bodem en vuurwerk. Innovatie In 2024 heeft de OD NZKG aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van AI-tools, met name op het gebied van cameratoezicht, documentbegrip en eigen chatbots. Door de implementatie van dergelijke AI-tools zoekt de organisatie succesvol naar efficiëntie en effectiviteit binnen het eigen werk.

30

Cameratoezicht: er wordt gewerkt aan een AI-tool om rookdetectie te ondersteunen en mogelijke overtredingen te signaleren. Het systeem werkt altijd onder menselijke controle om de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid te waarborgen. Dit helpt bij het vroegtijdig identificeren van milieuschendingen en het nemen van passende maatregelen. Documentbegrip: NLP-technieken worden ontwikkeld voor het automatisch omzetten van spraak naar tekst en het samenvatten van reguliere gesprekken. Door deze technologie kunnen gesprekken efficiënt worden gedocumenteerd en geanalyseerd. Dit zou bijvoorbeeld het notuleren van overleggen verder kunnen verbeteren. Chatbots: Chatbots hebben een belangrijke rol gespeeld in het ondersteunen van zowel de Omgevingswet als het HR-beleid. De Copilot Omgevingswet biedt een ingang voor interne en externe vragen, waarbij antwoorden worden voorbereid met behulp van een beveiligd platform en onder menselijke controle worden aangevuld. Voor HR-beleid is een vergelijkbare chatbot ontwikkeld om vragen van medewerkers efficiënt af te handelen en hen te voorzien van relevante informatie en een doorverwijzing naar het achterliggende beleidsdocument. AI-zoekmachines: AI-zoekmachines worden onderzocht en ontwikkeld om documenten beter doorzoekbaar te maken en snel relevante informatie te vinden voor de lijn.

Dit verbetert de toegankelijkheid van informatie en dan met name documenten die niet in een DMS zitten en daarmee geen structuur hebben. Een voorbeeld hiervan is het zoeken naar juridische documenten in onze digitale archieven. Agile werken: Agile werken is ook een belangrijk speerpunt geweest in 2024. Door de adoptie van agile methodologieën hebben de ontwikkelteams van de dienst flexibeler en responsiever kunnen opereren, wat heeft geleid tot snellere doorlooptijden in onze productontwikkeling en een verbeterde samenwerking tussen teams. Deze aanpak heeft niet alleen de interne processen verbeterd, maar heeft ook bijgedragen aan een cultuur van continue verbetering en innovatie binnen de organisatie. Implementatie PowerBrowser In 2024 zijn we vol aan de slag gegaan met de implementatie van het nieuwe VTHsysteem PowerBrowser. In de eerste helft van 2025 gaan we deze implementatie afronden en PowerBrowser in gebruik nemen. Dat betekent, vooral in het eerste kwartaal, dat er veel aandacht en inspanning van de organisatie nodig is voor een succesvolle implementatie. Datagedreven werken Het jaar 2024 stond voor het programma Datagedreven Werken (DGW) geheel in het teken van het scheppen van de noodzakelijke voorwaarden en het stellen van de juiste kaders om DGW vanaf 2025 geheel te kunnen integreren in de organisatie.

Zo zijn op strategisch- en beleidsniveau een aantal richtinggevende stukken opgeleverd en vastgesteld, waaronder de ‘Datastrategie 2025-2027. Meer effect voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving’ en het ‘Beleidskader Data Governance 2025-2027. Meer waardevolle data, meer waarde uit data’. Deze eerste stelt de organisatie in staat om gedurende de looptijd te bepalen welke ontwikkelingen onze organisatie nodig heeft om daadwerkelijk gebruik te maken van data en zodanig waarde te creëren. Deze laatste beschrijft hoe wij eigenaarschap van data definiëren, wat dit eigenaarschap omhelst en welke rollen benodigd zijn om de kwaliteit van onze waardevolle data te bewaken. Naast bovenstaande prestaties heeft het programma DGW in 2024 veel activiteiten ontplooid. Er is doorlopend geëxperimenteerd en geoefend met (nieuwe) vormen

Jaarstukken 2024

31

van datakwaliteitsbeheer, er zijn trainingen en overige educatiematerialen ontworpen, gegeven en beschikbaar gesteld. Arbeidsmarkt & Werving en selectie De arbeidsmarkt was ook in 2024 onverminderd krap voor de ervaren specialistische medewerkers die de OD NZKG nodig heeft. Het team Werving en Selectie heeft verder vorm gekregen en richt zich naast ‘kennis’ steeds meer op gewenste competenties voor de functie. Er zijn in 2024 een aantal grootschalige wervingsacties uitgevoerd. In de eerste helft van 2024 is er een grote wervingscampagne geweest voor de start van de 8e traineepool (Technisch Traineeship, TTS). Circa 80 belangstellenden hebben de informatiemiddag bezocht en waarna we op 1 september zijn gestart met een selectie van 20 trainees met een afgeronde HBO- of WO-opleiding. We constateren met enige trots dat de OD NZKG in trek is als werkgever bij trainees. Daarnaast startte in 2024 een grote wervingscampagne, specifiek gericht op Tata Steel en het project Groen Staal project. In december 2024 zijn de voorbereiding getroffen voor een nieuwe wervingscampagne voor Tata Groen Staal in 2025. Deze campagne richt zich in het bijzonder op de zzp’er die, vanwege de opheffing van het handhavingsmoratorium in het kader van de wet DBA, mogelijk eerder open staat voor een vaste aanstelling. De OD NZKG is actief geweest met haar profiel en zichtbaarheid op de arbeidsmarkt.

Zo is er deelgenomen aan de landelijke wervingscampagne van de ODNL en hebben we diverse beurzen en stagemarkten van hogescholen en universiteiten bezocht. De diverse activiteiten op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie en werving en selectie hebben geleid tot een instroom van 124 nieuwe medewerkers in 2024. Leiderschapsontwikkeling Vanuit de Visie op Leiderschap van de OD NZKG en de strategische agenda 2022-2024 is in 2022 het Leiderschapstraject 'Bezielde Zakelijkheid' van start gegaan. De doelstelling van het programma is om directie en teammanagement te ondersteunen in een beweging naar een meer coachende en resultaatgerichte stijl van leidinggeven. Het programma begeleidt de ontwikkeling van persoonlijke leiderschap en teamleiderschap, waarbij tools en vaardigheden worden aangereikt om de rollen van manager, coach en leider meer effectief in te kunnen vullen. Het aanbod wordt individueel, in cross-disciplinaire groepen, in MT’s en in plenaire bijeenkomsten toegepast. Opleiden en ontwikkelen De OD NZKG is een aantrekkelijke werkgever en weet medewerkers te 'binden en te boeien'. Wij vragen van medewerkers om zich te blijven ontwikkelen en hun kennis en vaardigheden steeds actueel te houden. In 2024 is 3% van de loonsom beschikbaar gesteld voor opleidingen.

Ons aanbod aan trainingen en opleidingen krijgt vorm op aanwijzing van een stuurgroep met teammanagers uit de verschillende directies en een directeur als voorzitter. De vraag naar inhoud en vormgeving van het aanbod staat meermaals per jaar op de agenda en wordt op deze wijze ook in onze MT’s besproken. We bieden wettelijk verplichte en vakinhoudelijke trainingen aan, net zoals trainingen die we met het oog op de ontwikkeling van de organisatie en onze omgeving belangrijk vinden.

32

Het Nieuwe Werken – hybride werken In 2024 wordt het Nieuwe Werken gekenmerkt door een hybride werkomgeving met flexibiliteit en autonomie voor medewerkers. Ter ondersteuning hiervan is het Programma Ebbehuis gestart, gericht op de herinrichting van het kantoorgebouw om beter aan te sluiten op de wensen van medewerkers en de afgelopen groei van de organisatie. De nadruk ligt op samenwerking. Het programma biedt meer flexibiliteit in werkplekkeuze en bevordert samenwerking door open en toegankelijke ruimtes. De aanpassingen omvatten verschillende werkplektypologieën, zoals traditionele werkplekken voor langdurig gebruik, werkplekken voor kortere tijd, en moderne vergaderruimtes met geavanceerde faciliteiten. Deze diversiteit aan werkplekken draagt bij aan een efficiëntere en productievere werkomgeving. Aanbestedingen en Inkoop In 2024 zijn een aantal (grote) aanbestedingen afgerond, zoals de aanbesteding van NS Business Cards, energiecontroles en inhuur personeel. Vooral de aanbesteding van inhuur personeel heeft grote gevolgen voor de bedrijfsvoering van de organisatie. OD NZKG is overgestapt van een raamcontractant naar een broker voor externe inhuur. Met deze broker heeft OD NZKG een groter bereik voor het inhuren van specialistische functies. Er is in 2024 wederom gebruik gemaakt van externe expertise voor het uitvoeren van aanbestedingen.

Om inkoopvolume en kennis te bundelen zijn er aanbestedingen uitgevoerd met andere overheidsorganisaties, zoals de aanbesteding van IT-hardware. Interne klachtenregeling In 2024 zijn er 12 klachten ingediend. Van deze 12 klachten zijn 8 klachten afgehandeld volgens de interne klachtenregeling binnen de wettelijke termijn. De overige 4 klachten zijn geen klachten over ongewenst gedrag van medewerkers van de OD NZKG en zijn derhalve niet als klacht in behandeling genomen. Financiële verantwoording Het programma Bedrijfsvoering komt uit op een positief resultaat van € 3,0M. Dit heeft verscheidene oorzaken. Door latere instoom van medewerkers is er € 600K minder loonkosten uitgegeven dan begroot. Door een vertraging van de implementatie van het nieuwe VTH-systeem ontstaat er een voordeel in 2024 van € 525K. Tevens was voor 2024 een budget van € 500K beschikbaar voor groot onderhoud en aanloopkosten voor de verbouwing van het pand om deze aan te passen aan het nieuwe werken. Deze kosten zijn in 2024 niet gemaakt en schuiven door naar 2025. Per saldo was de dotatie aan de voorziening gekocht verlof € 394K lager doordat meer verlof is gekocht dan opgenomen. Mede als gevolg van de invoering van de Omgevingswet, zijn er minder kosten (voor opleidingen) voor PBDI gemaakt dan begroot (€ 556K).

Door dalende energielasten in 2024 ten opzichte van 2023 bleek het voorschotbedrag van de gemeente Zaanstad te hoog en is deze in de loop van het jaar naar beneden bijgesteld. Dit leidde tot een voordeel van € 225K. De dotatie aan de reserve is € 57K hoger dan voorzien. De lasten zijn € 136K hoger als gevolg van een hoger bedrag wat gereserveerd moet worden voor niet opgenomen PBDI-gelden. De baten zijn € 79K hoger, voornamelijk als gevolg van de aankoop van verlofuren door medewerkers van 60 jaar en ouder.

Jaarstukken 2024

33

28.191

lasten

25.030 1.580 1.471

baten 175 232

mutatie reserves

26.436

saldo

23.326 0

5000

10000

15000

20000

25000 x 1.000

gewijzigde begroting

realisatie

Programma Bedrijfsvoering: gewijzigde begroting vs. realisatie (x € 1.000) Lasten zijn exclusief lasten voor bedrijfsvoering. Deze zijn opgenomen in het programma Bedrijfsvoering.

Programma Bedrijfsvoering (bedragen x € 1.000)

verschil begrotingrealisatie

realisatie

lasten

28.191

25.030

-3.161

baten

-1.580

-1.471

109

175

232

57

26.786

23.790

-2.995

mutatie reserves saldo (-/- = voordeel, + = nadeel)

34

gewijzigde begroting

3 Paragrafen 3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding De paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing is een door het Besluit Begroting en Verantwoording voor gemeenten en provincies (BBV) voorgeschreven paragraaf. De beleidskaders vanuit de OD NZKG zijn vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. De paragraaf bestaat uit de volgende onderdelen: • Ontwikkelingen in 2024 • Weerstandsvermogen, bestaande uit: – Inventarisatie risico’s – Inventarisatie weerstandscapaciteit – Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen • Financiële kengetallen Ontwikkelingen 2024 In 2024 is de zekerheid over invoering van de Omgevingswet een feit geworden. Er zijn afspraken gemaakt met bestuur en opdrachtgevers over de eerste 2 implementatiejaren van de Omgevingswet. Dit is van invloed op het risico. Het risico is voor 2025 wel gedaald maar nog aanwezig. Door de afreken afspraken is het PGFrisico als verwaarloosbaar beschouwd in 2025. Het is nog onzeker of we in 2026 met nieuwe kengetallen kunnen gaan werken. Zolang er geen bestuurlijk besluit is, blijft vanaf 2026 gewerkt worden onder de PGF-systematiek. De andere mogelijkheid is een overstap naar een landelijke financieringssystematiek. De risico’s opgenomen voor Tata Steel zijn afgewogen naar de situatie eind 2024. Tata Steel heeft de concept MER eind 2024 ingediend.

Er wordt zowel aan de kant van Tata Steel als bij OD NZKG met volle kracht verder gewerkt aan het project Groen Staal. De risico’s zijn opgenomen vanaf 2026. In 2025 is de overgang van het zaaksysteem van Mozard naar PowerBrowser een feit. Het opgenomen risico is ingeschaald als zeer groot en opnieuw berekend. Het risico van informatiebeveiliging is hoger ingeschat. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio van de noodzakelijke weerstandscapaciteit ten opzichte van de beschikbare weerstandscapaciteit. In de tabel op volgende bladzijde volgt een overzicht van de risico’s. Van alle risico’s is het financieel effect (gevolg) ingeschat. Afhankelijk van de kans dat een risico zich voordoet, wordt een percentage van het financieel effect meegenomen in de berekening van de noodzakelijke weerstandscapaciteit.

Jaarstukken 2024

35

Overzicht risico’s

risico’s (bedragen x € 1.000)

totaal geschat financieel effect

risicobedrag 2024

risicobedrag 2025

risicobedrag 2026

risicobedrag 2027

risicobedrag 2028

risicobedrag 2029

wet- en regelgeving

5.412

757

513

574

574

574

574

omzetfluctuatie, conjunctuur en arbeidsmarkt

5.302

326

455

908

608

608

608

bedrijfsvoering

1.675

570

1.096

579

579

579

579

prestatiegericht financieren

5.060

401

0

770

814

862

862

17.449

2.055

2.064

2.830

2.574

2.622

2.622

In bijlage 4 is een tabel opgenomen met een toelichting op de kans dat deze risico’s zich voordoen en de meerjarige effecten hiervan.

Toelichting risico’s Wet- en regelgeving (totaal geschat financieel effect € 5,4M) Omgevingswet De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) hebben per 1 januari 2024 de juridische kaders van de taken en werkprocessen van de OD NZKG ingrijpend gewijzigd. De invoering en uitwerking ervan vormen aanzienlijke risico’s. • Het aangrijpingspunt van het milieurecht wijzigt van ‘inrichting’ naar ‘milieubelastende activiteit’, wat veel uitzoekwerk vraagt en onverwachte effecten heeft op de bevoegdheidsverdeling. • Veel taken en het basistakenpakket zijn veranderd van inhoud en soms ook van bevoegd gezag/opdrachtgever. • Zelfs nu de wet al in werking is getreden, zijn veel effecten nog onduidelijk, zoals rond de overgang van bodembevoegdheden van de provincies naar gemeenten, het nieuwe geluidsstelsel en de Wkb. • Voor de werkprocessen is het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) cruciaal. Dit systeem zou zowel de maatschappij als de overheid grote voordelen opleveren, door alle regels per locatie met een muisklik zichtbaar te maken en indieners via overzichtelijke vragenbomen soepel te leiden door de administratieve processen. Dit zou onjuiste en onvolledige (en dus tijdrovende) aanvragen en meldingen voorkomen. Het inmiddels uitgeklede DSO maakt deze verwachtingen lang niet waar.

Het werkt nu wel maar kan minder dan het vroegere Omgevingsloket en heeft allerlei kinderziektes. Deze laatste worden landelijk opgepakt maar verdere ontwikkeling is een kwestie van jaren. Hoe goed we ons ook hebben voorbereid, de nieuwe regels, het op het laatste moment nog veranderde overgangsrecht en het vooralsnog ontbreken van jurisprudentie maken ons werk ingewikkelder. Onze besluiten zullen vaker juridisch worden aangevochten. • We ontvingen een hausse aan aanvragen vlak voor de inwerkingtreding. Dit heeft, in combinatie met een ingewikkeld overgangsrecht, veel druk op de VTHprocessen gelegd. CEBEON heeft landelijk de financiële effecten van de Omgevingswet onderzocht. De veel voorkomende eenvoudige VTH-taken kunnen goedkoper worden en de gemeenten en provincies kunnen milieuleges gaan heffen, maar bij de complexere

36

taken die de omgevingsdiensten veelal uitvoeren, zijn geen financiële voordelen te verwachten. Daarentegen zijn de invoeringskosten met ieder uitstel gestegen. De terugverdientijd ervan bij de gemeenten is in het geactualiseerde Integrale financiële beeld Omgevingswet 2023 geraamd op 35 jaar, waar 10 jaar het bestuurlijk afgesproken maximum was. Het Rijk geeft (al vanuit het vorige regeerakkoord) enige financiële compensatie aan de gemeenten, maar (nog) niet rechtstreeks aan de omgevingsdiensten. De financiële effecten op de lagere overheden worden inmiddels landelijk gemonitord, maar dit is een ingewikkelde en langdurige operatie met een ongewis effect op de financiering. Door de nieuwe definiëring van de taken kan de OD NZKG meer of minder werk krijgen. Daarvoor zijn nog geen kengetallen in de financieringssystematiek (PGF). De vele wijzigingen in de werkprocessen en de regelgeving geven in elk geval tijdelijk risico’s voor het niveau van dienstverlening, nu het Digitaal Stelsel Omgevingswet nog niet optimaal functioneert. Dit type problemen doet zich landelijk voor, wat de beschikbaarheid van de voor de oplossing benodigde expertise verder doet afnemen. De omvang van deze effecten is niet goed in te schatten. De gevolgen raken primair de kwaliteit van de dienstverlening en uitvoering en zijn niet specifiek voor de OD NZKG.

Tijdens de overgangsperiode zal de productie lager zijn, omdat het meer tijd kost om de nieuwe werkwijze uit te voeren. Beheersmaatregelen: • Het programma Omgevingswet heeft de taken overgebracht naar de lijnorganisatie; • De medewerkers van de OD NZKG zijn opgeleid over de Omgevingswet door collega’s die zich daardoor hebben ontwikkeld tot een aanzienlijke groep specialisten. Dit verstevigt onze positie in onze taakuitoefening, in ons werkgebied en landelijk; • We hebben enige invloed op beleid, regelgeving en financiering via onze inbreng in diverse regionale en landelijke gremia, zoals over de bodemtaken, de milieuleges, het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de financiële gevolgen van de Omgevingswet op de decentrale overheden en hun uitvoeringsdiensten; • In de meerjarenbegroting en de UVO’s zijn de kosten geraamd van de extra benodigde inzet vanaf de inwerkingtreding, zoals voor het handmatig oplossen van de kinderziektes van het DSO en voor de beantwoording van de vele interne en externe vragen over de gevolgen van de nieuwe regelgeving. De kans op dit risico is gedaald van groot naar gemiddeld. Het risicobedrag is € 635K voor 2024 en € 306K voor 2025. Vanaf 2026 daalt het risico naar € 61K. Algemene Verordening Gegevensbescherming Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden.

Door het toenemende gebruik van data, waarbij ook sprake is van privacybescherming, blijft er een continu risico voor het optreden van datalekken. Niet naleven van de AVG kan leiden tot boetes en persoonlijke aansprakelijkheid. De boete kan 4% van de jaaromzet bedragen. Beheersmaatregelen: Er zijn enkele functionarissen aangesteld waaronder een functionaris gegevensverwerking en privacyfunctionaris. Zij zorgen voor de borging, het beleid en het ontwikkelen van bewustzijn binnen de organisatie. De kans op dit risico is zeer klein. Het risicobedrag is € 41K vanaf 2024. Klimaatadaptatie en Circulair Programma Rondom klimaat - en circulaire programma's ontstaan strategisch gezien in toenemende mate wetten die impact hebben op ons werk en op de bedrijven en burgers in onze leefomgeving. Voor de bedrijven kunnen

Jaarstukken 2024

37

de wetgevingsinstrumenten zoals bijvoorbeeld een CO2-heffing grote gevolgen hebben voor hun bedrijfsvoering. Meer kosten, investeringen, nieuwe vergunning aanvragen. Voor de OD NZKG ontstaat een grotere inspanningsverplichting. De veranderende wetgeving heeft impact op het bedrijvenbestand. Er ontstaan zowel nieuwe bedrijven als faillissementen in kapitaalintensieve industrie die de veranderende omstandigheden niet kunnen bolwerken. Daarnaast kan het toetsingskader voor de VTH-processen niet toereikend of meer passend zijn. Het financiële risico is dat de toenemende inzet en expertise die gevraagd wordt, moeilijker leverbaar en financierbaar blijkt. Beheersmaatregelen: De OD NZKG biedt aan opdrachtgevers en bedrijven haar expertise aan om te voorkomen dat wet- en regelgeving een belemmering wordt voor de uitvoeringspraktijk. De kansen worden zo ook gesignaleerd. De OD NZKG blijft inzetten op passende contracten voor haar taken bij de huidige opdrachtgevers in de gemeenschappelijke regeling. Daarnaast is de verwachting dat de inzet in de komende jaren ook via het Rijk ontvangen kan worden. Anticiperen gaat zowel organisatorisch als door actieve deelname in de Rijksprogramma's. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag neemt toe van € 83K in 2025 tot € 165K in 2026 en verder.

Terugdringen Milieubelasting Het terugdringen van de milieubelasting om de milieu gerelateerde gezondheid te verbeteren zal de komende jaren steeds belangrijker worden. Er lopen vanuit het Rijk vele programma's die uiteindelijk gaan leiden tot strengere wetgeving. Enkele voorbeelden zijn de stikstof situatie (PAS), het schoon lucht programma, het oppervlaktewater en de Zeer Zorgwekkende Stoffen. De verwachting is dat in de komende 5 jaar de inventariserende programma's zullen leiden tot daadwerkelijke wetgeving in 2027. Er ontstaan dan in hoofdlijn twee grote effecten. De OD NZKG zal meer en andere werk ontvangen en kan zich voor een groter vergunning potentieel en meer toezicht zien staan. Aan de andere kant ontstaat er voor bedrijven economisch gezien een sterke verhoging van kosten voor een productieproces en hun beheersing van de milieueffecten. Faillissementen en bedrijfsverplaatsingen kunnen ontstaan. Het financiële risico is dat de veranderingen sneller gaan dan de financiering via contracten met de opdrachtgevers. Ofwel, dat de kosten voor de baten uitgaan. Beheersmaatregelen: diverse opdrachtgevers, zoals PNH, Zaanstad en Amsterdam, hebben de OD NZKG gevraagd mee te denken bij het duiden van de opgave en het meedenken bij een regionale en lokale aanpak op basis van de wetgeving. De kans op dit risico is gemiddeld.

Het risicobedrag neemt toe van € 83K in 2025 tot € 161K in 2026 en verder. Wijziging beleid rijk of provincie voor Tata Steel Het risico dat, ten gevolge van gewijzigde politieke omstandigheden, het beleid ten aanzien van Tata Steel impactvol verandert. Met de toezegging van PNH voor 2025 en verder lijkt er een zekerheid van budgettering te zijn voor het VTH-werk dat de OD NZKG uitvoert bij Tata Steel voor de aankomende jaren. Ook het Rijk heeft aangekondigd de PNH de komende jaren te ondersteunen. Hoe de financiering vorm gaat krijgen is nog niet formeel bekend. Het risico wordt nu gezien over de langere termijn. De gevolgen zijn afnemende werkzaamheden door andere beleidsprioriteiten. Minder taken op het vlak van toezicht en handhaving.

38

Beheersmaatregelen: Bij afnemende taken en werkzaamheden moeten medewerkers op andere plekken in de organisatie worden ingezet. De kans op dit risico is klein. Het risicobedrag is € 140K vanaf 2026. Conjuncturele ontwikkelingen, arbeidsmarkt, Groen Staal en Tata Steel (totaal geschat financieel effect € 5,3M) Omzetfluctuatie, Economische en conjuncturele ontwikkelingen Na jaren van stabiele financiering zien we bij alle gemeentelijke opdrachtgevers een daling op het gemeentefonds en toenemende lasten gezien de enorme prijsstijgingen van de afgelopen jaren. Dit betekent met name in 2026, ook wel ravijnjaar genoemd, een bezuiniging op de begroting. Diverse opdrachtgevers hebben aangegeven dat de bedragen naar beneden worden bijgesteld dan wel zij overwegen om bepaalde (plus) taken niet meer door de OD NZKG te laten uitvoeren. We lopen hiermee een risico op frictiekosten. Het risico is dat de organisatie niet tijdig kan anticiperen op de omzetfluctuaties. Er kunnen tekorten ontstaan bij omzetdalingen als de lasten van lopende contracten niet tijdig kunnen worden bijgesteld. Andersom kan het zijn dat de dat de economie snel weer aantrekt en dat er een sterke stijging is van initiatieven. Dit betekent ongepland werk voor de gehele VTH-keten. Met betrekking tot het bedrijvenbestand lopen dan de kosten voor de baat uit.

Beheersmaatregelen: De gevolgen voor de uitvoering worden afgestemd met de opdrachtgevers en als het nodig is samen met hen geprioriteerd. Het risico van omzetverlies wordt in eerste instantie zoveel als mogelijk opgevangen door de afbouw van de flexibele schil. De arbeidsmarkt is echter zo weerbarstig dat een volledige flexibiliteit in contractering ook niet altijd mogelijk is. De kans op dit risico is klein. Het risicobedrag is € 207K vanaf 2025. In 2026 eenmalig € 414K. Arbeidsmarkt en inhuur De krapte op de arbeidsmarkt en voor sommige functies beperkte beschikbaarheid van inhuurkrachten, kunnen gevolgen hebben voor het realiseren van de productieen kwaliteitsafspraken. Dit wordt nog eens versterkt door de extra capaciteit en de specifieke expertise die nodig zijn voor onder andere de implementatie van de Omgevingswet en de uitvoering van het Klimaatakkoord. Per 1 januari 2025 vervalt in het kader van de wet DBA en de voorgenomen wet VBAR het moratorium op de handhaving van schijnzelfstandigheid. Op dit moment bestaat er nog veel onduidelijkheid rondom de criteria van de wet DBA. Het leidt regelmatig tot nieuwe inzichten, publicaties en handreikingen over de toepassing van de wet. De OD NZKG blijft urgentie voelen om contracten met externe medewerkers die niet voldoen aan de wet DBA, te beëindigen. Het niet realiseren van productieafspraken leidt tot lagere inkomsten.

Dat kan gevolgen hebben voor de dekkingsbijdrage van de overheadkosten. Het beëindigen van contracten met zzp'ers leidt, zeker wanneer posities niet of niet volledig ingevuld worden door medewerkers met een vast contract, tot een risico op productieverlies. Beheersmaatregelen: De OD NZKG werkt met een flexibele schil van personeel. We hebben onze wervingscapaciteit vergroot, zetten in op arbeidsmarktcommunicatie en werken samen met wervingsbureaus. Innovatie op het vlak van digitalisering en data-analyse wordt ingezet om zo efficiënt mogelijk te werven. Daarnaast worden medewerkers opgeleid waaronder trainees, opleidingstrajecten voor zij instromers en training on-the-job constructies.

Jaarstukken 2024

39

We bewegen voor wat betreft de wet DBA en de voorgenomen wet VBAR mee met steeds veranderende inzichten. We maken het mogelijk om contracten met externe medewerkers met een gelimiteerde tijd van 6 maanden te verlengen, tot uiterlijk 1 juli 2025. Voor de zzp'ers die, met de kennis van nu, niet voldoen aan de criteria van de wet DBA, maken een ‘plan per contract’. In dit plan omschrijven we de risico’s in het geval een contract beëindigd zou worden en welke oplossingen denkbaar zijn. De kans op dit risico is gestegen van klein naar gemiddeld. Het risicobedrag is € 248K vanaf 2025. Afbreukrisico Groen Staal Tata Steel heeft op 20 december 2024 de concept MER (3.000 A4) ingediend. Hiermee is een volgende stap gezet in de ambities voor de transitie voor naar Groen Staal. Binnen TATA wordt met 200 mensen volop doorgegaan met het project. Binnen de OD NZKG zijn 30 tot 35 adviseurs beschikbaar om in 2025 de verwachte definitieve vergunning aanvragen in Q2 en verder te gaan verwerken. Het risico dat deze plannen geen doorgang vinden is nog aanwezig. Zeker wanneer de Nederlandse of Europese overheid geen subsidie verleent aan het bedrijf Tata Steel zelf voor deze investering. Er bestaat voor de langere termijn toch een kans dat Tata Steel beslist om van Groen Staat af te zien. De VTH-A werkzaamheden komen dan te vervallen.

De medewerkers die op Groen Staal zijn ingezet, komen daarmee zonder werk te zitten. De medewerkers die op Groen Staal werkzaam zijn, moeten op andere projecten/ procedures worden ingezet. Beheersmaatregelen: Een groot deel van de medewerkers werken deeltijd op het project en houden binding met hun eigen team. Hiermee kan het wegvallen van het werk voor Groen Staal makkelijk worden opgevangen. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is in 2026 € 93K. Tata Steel vertrekt uit Nederland – risico vanaf 2026 Tata Steel zou kunnen besluiten uit Nederland te vertrekken. Dit zou kunnen vanwege tegenvallende financiële resultaten en/of vanwege geen of onvoldoende subsidie vanuit Nederland of Europa voor de transitie en het investeringsprogramma Groen Staal. De Europese Staalmarkt is onderhevig aan grote concurrentie vanuit China en VS. De geopolitieke situatie met o.a. ook de oorlogen in Oekraïne en Midden-Oosten maken de marktsituatie erg onvoorspelbaar. Tata Steel levert mondiaal het meest hoogwaardige staal. Voor de OD NZKG zal een vertrek betekenen dat er, wanneer het staalproces wordt stopgezet, er – afhankelijk van hoe snel het bedrijf vertrekt – een groot aantal medewerkers beschikbaar komt. Wanneer er door Tata Steel wordt ingezet op een snel vertrek, dan kan de situatie ontstaan dat er voor collega’s van Milieu een daling van werkzaamheden zal zijn.

Voor collega’s van Bouw (sloop) en Bodem (sanering) zal dan een enorme toename aan werkzaamheden ontstaan. De werkveld gebieden zijn voor de medewerkers op expertise niet uitwisselbaar. De kans op dit risico is klein. Het risicobedrag is vanaf 2026 € 153K. Bedrijfsvoering (totaal geschat financieel effect € 1,7M) Nieuw zaaksysteem In 2025 vindt de implementatie van het nieuwe VTH-systeem PowerBrowser. De conversie naar een nieuw pakket brengt implementatie- en uitvoeringsrisico's met zich mee, zeker in combinatie met volle projectkalender voor de organisatie. De adoptie van het nieuwe VTH-systeem heeft tijd nodig voor de gebruikersorganisatie. Het gevolg kan zijn problemen in de uitvoering waardoor er onvoldoende productie geleverd kan worden en wettelijke termijnen niet worden gehaald.

40

Beheersmaatregelen: 1. De aanbesteding is zorgvuldig voorbereid en opgezet. Leerpunten van andere omgevingsdiensten zijn hierin nadrukkelijk meegenomen; 2. Sterke betrokkenheid van de gebruikersorganisatie bij aanbesteding en implementatie, waarborgt de aansluiting op het werkveld; 3. Projectorganisatie voor implementatie is vastgesteld door stuurgroep en directieraad; 4. Financiering van implementatiefase is geborgd met een directie besluit; 5. Opleidingsprogramma voor het gebruik van het nieuwe VTH-systeem worden uitgewerkt binnen het project; 6. Uitgangspunten voor in gebruik name van het nieuwe VTH-systeem i.r.t. de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn vastgesteld door de directieraad. De kans op dit risico is zeer groot. Het risicobedrag is in 2025 € 517K. Informatiebeveiliging De dreiging tot informatiebeveiligingsincidenten blijft toe nemen. Het risico van een informatiebeveiligingsincident is dat de dienstverlening en bedrijfsvoering volledig kan stil komen te liggen. Daarnaast kunnen informatiebeveiligingsincidenten leiden tot fouten in de dienstverlening en kan vertrouwelijke informatie in verkeerde handen komen te vallen. De informatiebeveiligingsdienst (IBD) ziet op moment twee soorten dreiging meer ransomware en steeds meer en ernstige kwetsbaarheden en gevaren in software.

Vanaf 17 oktober 2024 is de NIS2 richtlijn (Network and Information Security Directive) in werking. Dit is een Europese richtlijn waarbij essentiële organisaties in Europa wettelijk verplicht worden om zichzelf te beschermen tegen cybercriminaliteit. De kosten zijn terug te voeren op het herstel van de systemen, onderzoek naar de aanval, alsmede het betalen van losgeld bij een ransomeware-aanval. Het verschilt per aanval welke kosten gemoeid zijn. Nadat NIS2 in 2025 vertaald zal zijn in Nederlandse wetgeving, kunnen ook boetes opgelegd gaan worden aan organisaties die zich niet houden aan deze wet. De boetes kunnen oplopen van 1,4 tot 2% van de omzet. Ook kunnen directieleden persoonlijk aansprakelijk worden gesteld bij nalatigheid. Beheersmaatregelen: Om de toename aan cybercriminaliteit het hoofd te bieden is een Chief Information Security Officer (CISO) aangesteld. De implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) loopt. Voor het bewustzijn van de medewerkers worden er awareness-trainingen gevolgd. Er is extra technische software aangeschaft als bescherming tegen hacken. Voor de NIS2 richtlijn zal software worden aangeschaft om de interne en externe audits en rapportageverplichtingen te kunnen registreren.

Interne pre-audit: Dit is een interne beoordeling die organisaties helpt om hun huidige nalevingsstatus te begrijpen en eventuele tekortkomingen te identificeren voordat een externe audit plaatsvindt. Externe audit: Deze audits worden uitgevoerd door erkende auditorganisaties en gespecialiseerde cyberbeveiligingsauditors. Ze beoordelen of de noodzakelijke beveiligingsmaatregelen aanwezig zijn en effectief functioneren. Doorlopende supervisie: Voor essentiële entiteiten omvat dit regelmatige inspecties ter plaatse, off-site toezicht en beveiligingsscans. Belangrijke entiteiten kunnen ook audits ondergaan als er aanwijzingen zijn dat ze mogelijk niet voldoen aan de richtlijn. Rapportage en aanbevelingen: Na de audit levert de auditor een gedetailleerd rapport met bevindingen, tekortkomingen in de naleving en verbeterpunten. Dit rapport bevat praktische aanbevelingen om geïdentificeerde problemen aan te pakken en de cyberbeveiligingshouding van de organisatie te verbeteren. De kans op dit risico is toegenomen van gemiddeld naar groot. Het risicobedrag is € 579K vanaf 2025.

Jaarstukken 2024

41

Groen Staal niet volledig kunnen leveren Om het Groen Staal traject goed uit te lopen, is € 5 miljoen subsidie per jaar bij het Rijk gevraagd (2023 - 2030). Bij de OD NZKG leidt dit tot een inspanningsverplichting wanneer alle aanvragen gaan binnenlopen. Er kan schade ontstaan op het vlak van imago (herstel) en schadeclaims van Tata Steel bij onvoldoende tijdige vergunning levering. De OD NZKG kan aansprakelijk gesteld worden voor vertraging schade in de voortgang van het project. Het is in deze fase van het project moeilijk om het gevolg van het risico realistisch te kwantificeren. Beheersmaatregelen: Vooruitlopend op het vrijkomen van het geld, zijn de werving, inhuur en opleidingen van medewerkers in voorbereiding. De aansprakelijkheid is beoordeeld in relatie met de bedrijfsaansprakelijkheid verzekering. Daarnaast is de communicatie met Tata Steel over de project voortgang en afstemming is essentieel voor zowel OD NZKG als Tata Steel. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risico vanaf 2023 als PM opgenomen. Prestatiegericht financieren (totaal geschat financieel effect € 5,1M) Afwijking ten opzichte van vastgesteld kengetal Per 2019 zijn de kengetallen en daaraan gekoppelde (vaste) volumes voor een periode van 4 jaar ingevoerd.

Hierbij is bestuurlijk afgesproken om na deze periode te evalueren en noodzakelijke wijzigingen per 2023 in te voeren, ervan uit gaande dat de Omgevingswet zou zijn ingevoerd. Vanaf 2024 werken we onder de Omgevingswet. Dit heeft grote impact op ons werk en heeft geresulteerd in een sterk gewijzigde product diensten catalogus (PDC) en daaraan gekoppelde kengetallen en financiering. Het evalueren van kengetallen kan pas plaatsvinden als ervaring is opgedaan met werken onder de Omgevingswet. Tot die tijd werkt OD NZKG met de kengetallen uit 2019. Update 2024: Risico kan komen te vervallen. Huidige afrekening is niet op basis van kengetal. Nieuw risico: OD NZKG staat voor de vraag wat de meest geschikte financieringssystematiek is voor de toekomst. Dit betreft: • Landelijke financieringssystematiek • Actualisatie van de PGF-systematiek Op dit moment wordt onderzocht wat de complexiteit van de systematiek, consequenties en verschillen zijn ten aanzien van deze 2 varianten. Beide varianten gaan uit van een systematiek op basis van kengetallen. Een nieuwe systematiek kan resulteren in herverdelingseffecten van de deelnemersbijdragen. Het risico is aanwezig dat de kengetallen die worden opgesteld niet robuust blijken te zijn om alle taken uit te voeren.

Bij grote herverdeeleffecten tussen de opdrachtgevers kan er discussie ontstaan over de hoogte van de kengetallen en de hoogte van de bijdrage. Beheersmaatregelen: De afwijking op de kengetallen wordt jaarlijks gemonitord. Voor 2025 is bestuurlijk afgesproken dat afwijkingen boven de 5% worden verrekend met onze opdrachtgevers. Dit is het laatste jaar van deze tijdelijke afspraak voortvloeiend uit de implementatie van de Omgevingswet. Praktijkervaringen zullen worden gebruikt om te komen tot nieuwe kengetallen. Voordat wordt overgegaan op een (nog nader te bepalen) systematiek zal een validatietraject worden ingeregeld. Op basis hiervan kunnen kengetallen worden herijkt. De kans op dit risico is klein. Het risicobedrag is € 440K vanaf 2026

42

Risico onderhandwerk Bouw en Bodem Op basis van de PGF-systematiek wordt een deel van het toezicht en de handhaving voor Bouw en Bodem als outputproduct gefinancierd (op basis van vergunningaanvragen). Omdat toezicht en handhaving niet altijd in het lopende jaar plaatsvindt, is er een risico dat er geen dekking is voor onderhandenwerk als het aantal vergunningen in een jaar drastisch afneemt. Door de tijdelijke afrekenafspraak op uren basis nog in 2025 is dit een eenmalig jaar waarin geen risico bestaat. Beheersmaatregelen: We maken jaarlijks een inschatting van de verwachte aanvragen en maken op basis daarvan UVO/Vthup-afspraken met de opdrachtgevers. Als een drastische daling wordt verwacht en er een dekkingstekort is voor het onderhandenwerk wordt dit bij de halfjaarrapportage en meerjarenbegroting gemeld. De kans op dit risico is groot. Het risicobedrag is € 330K vanaf 2026. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden van een organisatie om niet-begrote kosten die onverwacht en substantieel zijn te dekken. Het gaat dus om buffers in het eigen vermogen of middelen die in de exploitatie kunnen worden vrijgemaakt zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande beleid en de uitvoering van taken. Meerjarig beschikbare weerstandscapaciteit 2024

2025

2026

2027

2028

2029

reserve weerstandsvermogen

1.224

3.082

3.082

3.082

3.082

3.082

dotatie bij jaarrekening 2023

1.858

beschikbare weerstandscapaciteit

3.082

3.082

3.082

3.082

3.082

3.082

(bedragen x € 1.000)

Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit en de noodzakelijke weerstandscapaciteit worden tegen elkaar afgezet met de ratio weerstandsvermogen1. Het Algemeen Bestuur heeft in 2017 een ratio van 1 tot 1,5 vastgesteld. Deze ratio is voor het jaar 2025 en verder toereikend op basis van de beschikbare weerstandcapaciteit per 31-12-2024. Uit onderstaand overzicht blijkt dat meerjarig de verhouding tussen noodzakelijke en beschikbare weerstandscapaciteit voldoet aan de ratio weerstandsvermogen (1 tot 1,5). Meerjarige ratio voor het weerstandsvermogen (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Beschikbare weerstandscapaciteit

3.082

3.082

3.082

3.082

3.082

3.082

Noodzakelijke weerstandscapaciteit

2.055

2.064

2.830

2.574

2.622

2.622

1,5

1,5

1,1

1,2

1,2

1,2

Ratio weerstandsvermogen

1 De normeringsystematiek is ontwikkeld door het Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de universiteit Twente.

Jaarstukken 2024

43

Legenda ratio

waardering

> 2,0

uitstekend

1,5– 2,0

ruim voldoende

1,0– 1,5

voldoende

0,8– 1,0

matig

0,6– 0,8

onvoldoende

< 0,6

ruim onvoldoende

Financiële kengetallen In de volgende tabel staan de drie financiële kengetallen die van toepassing zijn op de OD NZKG. Voor de ratio’s zijn normen opgesteld op basis van input van de VNG en op eigen inzichten. De onderstaande beschrijving van de ratio’s bevat een verdere toelichting en beoordeling. Financiële kengetallen norm

rekening 2022

rekening 2023

begroting 2024

rekening 2024

netto schuldquote

≤0%

-6%

-11%

-5%

-14%

solvabiliteitsratio

≥20%

18%

36%

30%

34%

structurele exploitatieruimte

≥0%

-1%

6%

4%

7%

Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De schuldpositie van de OD NZKG bestaat voornamelijk uit kortlopende verplichtingen. Daarom hanteren we een norm van 0% of lager. Om aan de norm te voldoen moeten de eigen middelen hoger zijn dan de schuldpositie. In afwijkende gevallen, bijvoorbeeld een grote investering waarvoor we geld wordt aangetrokken, zal het kengetal boven de 0% stijgen. Voor 2024 is het kengetal -/- 14%. Het voldoet daarmee ruim aan de gestelde norm. Solvabiliteit Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Het betreft het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De VNG geeft aan dat bij een ratio lager dan 20% de organisatie zich op glad ijs bevindt. De norm voor de OD NZKG is daarom minimaal 20%. Het kengetal valt vrij laag uit omdat we met voorschotten van de opdrachtgevers werken.

De voorschotten hebben een negatief effect op de ratio maar zorgen niet voor een slechte financiële weerbaarheid. Het kengetal is gecorrigeerd met de voorschotten 1e kwartaal 2025, afrekeningen UVO 2024 en komt daarmee uit op 34%. De ratio is in 2024 gestegen door een positief rekeningresultaat van € 4,5M. De ratio is in 2024 voldoende.

44

Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt om te beoordelen welke structurele ruimte de OD NZKG heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Is dit cijfer negatief dan biedt het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte om de lasten te blijven dragen. De norm voor de OD NZKG is 0% of hoger. Als gevolg van het positieve jaarrekening resultaat is dit percentage in 2024 7%. Algeheel oordeel Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) schrijft voor een beoordeling te geven van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Drie kengetallen geven een goed beeld en voldoen aan de norm. Er is sprake van een financieel gezonde positie. In bijlage 3 is de berekening van de kengetallen toegelicht.

3.2

Onderhoud kapitaalgoederen

De kapitaalgoederen die de OD NZKG in bezit heeft, bestaan uit apparatuur, automatisering, meubilair en de verbouwing van het gehuurde pand Ebbehout in Zaandam. Als afschrijvingstermijn wordt de economische levensduur als uitgangspunt genomen (conform de financiële verordening). In 2024 zijn door OD NZKG geen nieuwe investeringen gedaan in de materiële vaste activa.

3.3

Financiering

In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de OD NZKG. Dit zijn onder andere het risicobeheer (vooral rente- en kredietrisico) en de financieringspositie. Voor uitvoering van de financieringsfunctie gelden de kaders uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de bijhorende ministeriële regelingen. In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. Er zijn voorschriften voor een verplicht financieringsstatuut (treasury-statuut) en een financieringsparagraaf in begroting en jaarrekening. De OD NZKG werkt volgens het treasury statuut dat is vastgesteld op 9 december 2015. Een van de doelstellingen van dit statuut is het beschermen van vermogensen renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals genoemd binnen de Wet Fido: renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s. Financierings- en schuldpositie De OD NZKG gaat uitsluitend leningen aan in de Europese geldeenheid (de euro). In 2013 is bij BNG Bank een lening afgesloten van € 1,1M met een looptijd van vijf jaar en een rente van 1,45%. De lening is per 31-12-2018 volledig afgelost. Kasbeheer De OD NZKG beperkt interne liquiditeitsrisico’s door treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning.

Doordat we overtollige liquide middelen moeten aanhouden in de schatkist (op een rekeningcourant bij het agentschap van het ministerie van Financiën) zijn er geen kredietrisico’s. Om het renterisico te beperken, is vastgelegd dat de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet worden overschreden. We stemmen nieuwe leningen en uitzettingen af op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. De rentetypische

Jaarstukken 2024

45

looptijd en het renteniveau van de lening of uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. Binnen deze kaders streven we naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen.

3.4

Bedrijfsvoering

Verplichte beleidsindicatoren Vanuit het BBV is het verplicht te verantwoorden op ongeveer veertig beleidsindicatoren. De indicatoren zijn vooral voor gemeenten opgesteld en daarom grotendeels niet van toepassing op de OD NZKG. De indicatoren die wel van toepassing zijn, passen allemaal binnen het programma Bedrijfsvoering. Formatie en bezetting De formatie voor 2024 is vastgesteld op 590,4 fte op basis van een omzet van € 87,4M. De bezetting op 31-12-2024 was in totaal 552,8 fte. Een tekort van 37,6 fte. Aan het begin van het jaar was de bezetting echter nog maar 478,6 fte en in de maand mei 507,6 fte. Pas later in het jaar heeft er een forse stijging in fte's plaatsgevonden. Zo zijn er in de maand september 25 medewerkers in dienst gekomen. Hoewel er volop is geworven, zijn veel medewerkers dus pas later in het jaar ingestroomd. Omdat de groei voor een groot deel later in het jaar heeft plaatsgevonden, bleven ook de gemaakte uren en omzet achter bij de begroting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15626971/1