2. Nota v beantwoording AAV.pdf
Tekst van het document
Voor sommige kwetsbare groepen biedt alleen een huurcontract voor onbepaalde tijd uitkomst. Het college is van mening dat andere groe-
beperken. Reactie college Het college bedankt de inspreker voor zijn analyse en herkent een deel van het geschetste beeld: niet alle dak- en thuislozen hebben dezelfde vraag en behoefte aan hetzelfde aanbod. Er wordt in de aanpak van dakloosheid een onderscheid gemaakt in de woon- en ondersteuningsbehoeften en we houden daarbij ook rekening met het in staat zijn om (direct) zelfstandig te kunnen wonen en de binding met de stad. Het college herkent ook de opmerking over doorstroming. We hebben in de Amsterdamse Huisvestingsverordening het aantal vierkante meters gekoppeld aan de grootte van een huishouden en specifieke woonbehoeften, zoals bij rolstoelgeschikte woningen. We proberen er alles aan te doen om huishoudens, die bijvoorbeeld ooit begonnen als groot gezin en waarvan de kinderen inmiddels zijn uitgevlogen, aan te moedigen om naar een kleinere beter passende woning te verhuizen. Het college vindt het nooit acceptabel dat mensen op straat belanden, omdat hun huidige woning te groot voor ze is. Het college heeft weinig invloed op persoonlijke keuzes die mensen maken, daar waar we die keuzes kunnen beïnvloeden proberen wij dit zorgvuldig te doen. Het PHKG huisvest statushouders, mensen met een sociale of medische urgentie en mensen die uitstromen uit de Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen (MOBW). Deze laatste groep bestaat o.a.
uit mensen die perspectief hebben op zelfstandig wonen, maar eerst nog wonen met begeleiding op maat in een woning met een huurcontract op naam van de zorginstelling. De zorgaanbieder stelt vooraf en samen met de cliënt een woonbehoefteprofiel op. De corporatie probeert bij het aanbieden van een woning zoveel mogelijk aan te sluiten bij dit profiel, het herstel op de woning is daarbij gebaat. De huisvesting van deze groepen wordt zoveel mogelijk verdeeld over de stad in reguliere sociale corporatiewoningen. Dit kan dus op alle plekken in de stad zijn. Net als de inspreker vinden wij het belangrijk dat ook reguliere woningzoekenden met een laag inkomen kans blijven maken op een sociale huurwoning. Wij willen daarom vasthouden aan de huidige verdeelsleutel. 30% van de vrijkomende sociale huurwoningen wordt gereserveerd voor mensen uit het PHKG. Hier vallen ook de statushouders onder die vanuit het Rijk verdeeld worden over het land. 15% voor stadsvernieuwingsurgenten en 5% voor de maatwerkruimte van corporaties. De resterende 50% is beschikbaar voor reguliere woningzoekenden. Wij gaan graag het gesprek aan met de corporaties over het aantal van 2.100 verhuringen voor kwetsbare groepen als dit
41
pen wel gebaat kunnen zijn bij een tijdelijke woning. Vanwege het grote tekort aan huisvesting is het onmogelijk om alle kwetsbare Amsterdammers een woning voor onbepaalde tijd aan te bieden. De wachttijden voor urgenten lopen al langere tijd op, omdat de groep sterker groeit dan het aantal beschikbare woningen. Alleen door ook te zoeken naar alternatieve en tijdelijke oplossingen kan de wachttijd voor kwetsbaren beperkt worden. Het college heeft in de AAV het voornemen opgenomen om de urgentiecriteria in Amsterdam te herzien. In de AAV is nadrukkelijk niet opgenomen om het aantal urgenten in Amsterdam terug te brengen, zoals stichting !WOON aangeeft in haar reactie. Wel denkt het college dat de urgentieregeling zoals Amsterdam deze nu kent op bepaalde punten verbeterd kan worden. Zij hoopt op die manier meer ruimte voor maatwerk te scheppen en wil graag dat er minder nadruk op de weigeringsgronden (en meer op de situatie van de aanvrager) komt te liggen. Tegelijkertijd heeft het college in de AAV ook duidelijk gemaakt dat ze niet voornemens is om nieuwe groepen toe te voegen aan de bestaande urgente groepen. Met de huidige vraag is er al een groot tekort aan woningen voor kwetsbare groepen.
Het doel van het herzien van de criteria voor urgentie is dus niet het terugbrengen van de vraag, maar om ervoor te zorgen dat de beschikbare woningen ook daadwerkelijk terecht komen bij degenen die deze het dringendst nodig hebben. Daarnaast zet het college ook in op het creëren van meer woonplekken. We breiden de huidige groep kwetsbare bewoners niet uit met uitzondering van Amsterdammers met een Openbare Orde en Veiligheidsachtergrond en de meest kwetsbare groep economisch daklozen. Dit doen we omdat deze groepen naast een huisvestingsprobleem te maken hebben met andere (psychische) problematiek die, zonder duurzame woonplek, een zwaar risico geeft tot verdere verslechtering van hun situatie en hulpvraag. Na twee jaar wordt de toevoeging van deze twee groepen geëvalueerd. Daarnaast blijft het streven om te stoppen met het introduceren van nieuwe voorrangsregels en worden de huidige regels, als de eerste effecten van de nieuwe woonruimteverdeling duidelijk zijn, geëvalueerd.
overlast en vervuiling. En is van mening dat sommigen wellicht beter buiten de stad op een zorglocatie gehuisvest kunnen worden. De inspreker lijkt het goed als er keuze mogelijk is, zodat mensen gehuisvest kunnen worden in uiteenlopende woonvormen. Pas dan kan er maatwerk worden geleverd, gelet op de nare incidenten die zich met kwetsbaren in de stad hebben voorgedaan. Ook trekt de inspreker de doorzettingsmacht van de Meldpunten Zorg en Woonoverlast in twijfel. Volgens de inspreker stellen zij zich terughoudend op vanwege privacyregels. Mensen die de ogen en oren van de hulpverlening willen zijn worden niet serieus genomen en haken daarom af. Het is eenrichtingsverkeer: omwonenden mogen melden, maar worden niet gezien als een waardevolle partner bij de oplossing. Overlastsituaties kunnen op deze wijze jarenlang aanhouden, waardoor het draagvlak in buurten verdwijnt. De inspreker omschrijft zichzelf als buurvrouw van een overlastgevende buurman en is woonbegeleider bij een Amsterdamse zorgaanbieder. Na drie jaar van vele meldingen door verschillende buren is aan de overlastgevende buurman een andere huurwoning aangeboden. Reactie college Het college betreurt de persoonlijke situatie van de inspreker en de situatie voor zowel de omwonenden als de bewoner zelf die niet op de juiste plek of met de juiste begeleiding gehuisvest is geweest.
Het college erkent dat het niet altijd goed gaat. Dit kan met verschillende factoren te maken hebben. Wij zijn het met de inspreker eens dat het hele proces van huisvesting van kwetsbare bewoners valt of staat bij heldere afspraken, ruimte voor maatwerk en een goed werkend overlastprotocol. Wij hebben ons proces samen met de corporaties en de zorgaanbieders geregeld binnen de Tien Werkafspraken ‘Thuis in de Wijk’: passend wonen met zorg op maat. Om op alle punten van de inspreker in te gaan, willen wij deels verwijzen naar deze afspraken. Een aantal licht het college toe, maar zij kan niet ingaan op de casus zelf. Een belangrijk uitgangspunt van wonen met begeleiding is dat er gekeken wordt naar de behoefte en mogelijkheden van de cliënt. Daar hoort bij dat iemand beter zou kunnen herstellen in een prikkelarme omgeving dichtbij de natuur. In een vroeg stadium wordt een inschatting gemaakt van de zelfstandigheid en de zelfredzaamheid van de individuele cliënt. Hierbij kan het voorkomen dat er een verkeerde inschatting gemaakt wordt, maar dan zijn er tal van mogelijkheden om hierop terug te komen. Er zijn ook cliënten uit de MOBW voor wie zelfstandig wonen nu en op termijn geen optie is. In alle gevallen wordt de woonsituatie afgestemd op het perspectief van de cliënt. In de werkafspraken houden de partners (corporaties,
3.5.3 Vereisten van wonen met begeleiding Eén inspreker maakt zich zorgen over de groep mensen die uitstroomt via het PHKG en gaat wonen via het “Housing First” principe. De inspreker geeft mee dat soms onderschat wordt welke vaardigheden minimaal vereist zijn voor het zelfstandig wonen en is van mening dat een deel van de doelgroep de vereiste vaardigheden onvoldoende leert. Zoals financieel beheer, zelfzorg, sociale vaardigheden en zelfinzicht. De inspreker vreest dat problematisch woongedrag zal leiden tot huurschulden, (geluids)
42
zorgaanbieders, gemeente) nadrukkelijk rekening met het recht van álle Amsterdammers op een prettige woonomgeving. De werkafspraken zijn aangevuld met een gezamenlijk overlastprotocol. In een convenant is geregeld dat corporaties overlastklachten direct bij de zorgaanbieder kunnen melden. Bij overlast wordt zo snel mogelijk gehandeld en het moet duidelijk merkbaar zijn, ook voor de melders, dat wordt gewerkt aan vermindering van de overlast. Regelmatig contact met de buren is daar onderdeel van. Vanaf de start van het zelfstandig wonen is het voorkomen van ongewenst gedrag op de woning, waaronder het veroorzaken van overlast, onderwerp van gesprek tussen de zorgaanbieder en de bewoner. De zorgaanbieder maakt vooraf een analyse van de kansen op succesvol (begeleid) zelfstandig wonen en het risico op overlast. De volgende criteria zijn leidend: de bewoner betaalt de huur en andere vaste lasten, de bewoner is een goede buur en veroorzaakt geen overlast en de bewoner accepteert begeleiding en doet de deur open voor de woonbegeleider. Ook heeft de bewoner gepersonaliseerde doelen waaraan hij actief moet werken en de voortgang wordt continue bewaakt. Deze doelen raken aan de vereisten waar de inspreker aan refereert: de bewoner functioneert sociaal stabiel, psychisch stabiel en financieel stabiel.
De bewoner krijgt het huurcontract pas op eigen naam als aan deze woondoelen voldaan is. Er is een onafhankelijke derde die deze toets ook uitvoert en zowel de corporatie als de zorgaanbieder als de cliënt moeten het eens zijn dat de bewoner helemaal zelfstandig kan gaan wonen.
pelijke ondersteuning (Wmo). Daarnaast worden voor economisch daklozen, waarbij de huisvestingsvraag voorop staat, steeds meer (tijdelijke) woonoplossingen ontwikkeld. Voor de Huisvestingsverordening 2024 wordt voorgesteld om een urgentiecategorie voor de meest kwetsbare economisch daklozen te hanteren. Helaas is het niet mogelijk, met het oog op huisvestingsmogelijkheden en financiën, om voor iedereen opvang of structurele huisvesting in Amsterdam te realiseren. Er wordt daarom altijd door professionals gekeken naar waar iemands perspectief ligt.
3.5.5 Voorkomen dakloosheid De FAH wil vastleggen dat bij huurachterstand geen huisuitzettingen en afsluitingen van gas, elektra en water plaatsvinden. De AFWC heeft gevraagd de tekst in de AAV aan te passen naar “zo min mogelijk dakloosheid door huisuitzettingen veroorzaakt door financiële problemen.” Reactie college Wij ondersteunen de inbreng van de FAH. Het wordt ook dankzij landelijke wetgeving steeds belangrijker gevonden om huisuitzettingen en daarmee dakloosheid te voorkomen. Sinds 1 januari 2021 is de WGs gewijzigd. Een belangrijk doel van de nieuwe wetgeving is het voorkomen van huisuitzettingen. Daarom zijn alle verhuurders vanaf 1 januari 2021 verplicht om huurachterstanden bij de gemeente te melden. Zodra een huurder twee maanden achterloopt met betalen, stuurt de corporatie en in toenemende mate ook de particuliere verhuurder een melding naar het team Geregelde Betaling. Huurders met betalingsproblemen worden dan ondersteund met budgetadvies en inkomensreparatie en, als er sprake is van een bijstandsuitkering, wordt iemand geholpen bij het betalen van de vaste lasten. Op deze manier worden oplopende schulden en mogelijke dakloosheid voorkomen. Er zijn in 2022 32 Amsterdamse corporatiewoningen ontruimd vanwege huurschulden. Dit zijn er 32 te veel, maar de aantallen dalen nog ieder jaar. Bij de 32 ontruimingen waren geen gezinnen met minderjarige kinderen betrokken.
Vooraf, tijdens de kennismaking en bij evaluatiemomenten wordt besproken op welke manier de bewoner zich gaat verhouden tot de buren en de buurt. De zorgaanbieder en woningcorporaties onderhouden korte lijntjes bij een bewoner met een hoog risico op overlastgevend gedrag. Het Meldpunt Zorg en Woonoverlast heeft een belangrijke regiefunctie. Tussen het PHKG en alle meldpunten in de stad is er op korte termijn een bijeenkomst om uit te wisselen welke zaken anders of beter kunnen. Het signaal van de inspreker zal dan ook besproken worden, omdat zaken die in theorie goed afgesproken lijken, spijtig genoeg in de praktijk anders kunnen uitpakken.
Amsterdam kent daarnaast een pakket van maatwerkinterventies op het gebied van werk, wonen, inkomen en schulden. Met de Buurtteams heeft Amsterdam voor burgers een laagdrempelig netwerk in de wijk. Hier kunnen mensen terecht om de mogelijkheden voor ondersteuning te bespreken, ook voor vragen rondom de energierekening en bijzondere bijstand. Er kan dan ook een breder gesprek gevoerd worden over eventuele andere schulden of problemen. De AFWC heeft ons gevraagd de tekst in de AAV aan te passen naar “zo min mogelijk dakloosheid door huisuitzettingen veroorzaakt door financiële proble-
3.5.4 Opvang Eén inspreker geeft mee dat mensen die op straat komen te staan, om welke reden dan ook, opgevangen moeten worden. Reactie college Ook het college wil niet dat mensen op straat terecht komen, daar wordt op veel manieren aan gewerkt. Wanneer iemand toch dakloos raakt, is er voor de meest kwetsbare mensen opvang vanuit de Wet maatschap-
43
men.” Zij geven aan dat sommige huisuitzettingen door huurschulden niet voorkomen kunnen worden. Bijvoorbeeld als mensen op geen enkele manier willen meewerken. Het college is het eens met de AFWC dat er ondanks maximale inspanningen en geboden ondersteuning soms situaties niet voorkomen kunnen worden. Deze nuance staat in de AAV. Geen dakloosheid door huisuitzettingen blijft echter wel het doel.
sociale huur beschikbaar stelt voor aandachtsgroepen. De MRA is koploperregio in het landelijk programma “Een thuis voor iedereen”. Dit loopt vooruit op de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting en de Regionale Aanpak huisvesting van aandachtsgroepen in de MRA en zorgt ervoor zorgen dat wij tot regionale en landelijke afspraken komen op basis van fair share. Net als Wooncafé 020 beseft het college dat de wooncrisis een landelijk probleem is en er zal dan ook over meer gepraat moeten worden met andere gemeenten dan wachtlijsten en vierkante meters. Ook de (sociale) voorzieningen, typen huisvesting en financiële middelen zijn onderwerp van de regionale en landelijke lobby.
3.5.6 Harde regionale afspraken en landelijke afspraken op basis van fair share Eén inspreker geeft aan dat de gemeente Amsterdam specifiek zou moeten bouwen voor dak- en thuislozen zodat zij een basis hebben voor de toekomst. En vraagt het college tegelijkertijd een vuist te maken bij de Rijksoverheid en omliggende gemeenten om ook woningen voor deze groepen te bouwen.
3.5.7 Ongedeelde stad Het HNA vraagt hoe de gemeente voorkomt dat er op termijn getto’s van arm en zwak ontstaan, met name in complexen buiten de ring? Het HNA pleit voor meer woningen voor hen die deze het hardst nodig hebben, maar niet geconcentreerd in complexen met sociale woningen.
Wooncafé 020 vindt dat de opvang van kwetsbare groepen een maatschappelijke taak is, die niet alleen door corporaties maar stadsbreed moet worden gedragen. Vroeger moesten huiseigenaren, particuliere verhuurders en projectontwikkelaars ook hun bijdrage leveren. Wooncafé 020 acht de MRA als oplossing in de regio voor het doorstromen en het eerlijker verdelen van mensen in een kwetsbare positie (fair share) als moeilijk haalbaar vanwege het kabinetsbeleid. Het zoeken naar een gemeenschappelijke oplossing is in de praktijk geen sinecure, omdat door de decentralisatie van de zorg de opvang van kwetsbare burgers drukt op de gemeentelijke begroting. Wooncafé 020 denkt dat Amsterdam vergeet dat de andere gemeenten in de MRA ook kampen met lange wachtlijsten, zowel voor de kwetsbare groepen als reguliere woningzoekenden. De AFWC geeft aan blij te zijn met de inzet van de gemeente om de uitstroom uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen beter over de regio te verdelen.
Reactie college In Amsterdam is de voorraad sociale huurwoningen niet gelijkmatig verdeeld over de stad. Bewoners die relatief laag scoren op het gebied van inkomen, opleidingsniveau, werk en gezondheid wonen relatief vaak in wijken met veel sociale huurwoningen. Ook de mensen die gehuisvest worden via het PHKG komen hier vaak terecht, omdat zij vanwege een laag inkomen op een goedkope woning zijn aangewezen. De corporaties en zorgaanbieders gaan bij de toewijzing zorgvuldig te werk: zij houden zowel rekening met de stapeling van kwetsbaarheid in wooncomplexen en buurten als met de invloed van de omgeving op het herstel van de kwetsbare bewoner. In sommige kwetsbare complexen of straten bieden zij géén woningen aan deze huishoudens aan. Ook proberen de corporaties in sterkere buurten (in Zuid, Centrum en West) juist meer woningen aan te bieden aan huishoudens met begeleiding. Dit is terug te zien in de cijfers, in Centrum en Zuid en in sterkere wijken in West en Noord zien we dat de woningen relatief vaak naar huurders met begeleiding gaan. In deze buurten komen echter ook weinig corporatiewoningen vrij voor verhuur. Er is, met andere woorden, weinig ruimte om te sturen.
Het college neemt dit signaal van het HNA serieus maar de opgave van het PHKG is onverminderd groot en ook de komende jaren blijft het nodig om tenminste 30% van de vrijkomende sociale huurwoningen te reserveren. Deze woningen komen nu eenmaal vaker beschikbaar in wijken die relatief kwetsbaar zijn.
Reactie college Hoewel de gemeente Amsterdam soms bouwt voor specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld voor senioren of rolstoelgebruikers, hebben dakloze Amsterdammers niet per definitie een bepaald type woning nodig. Het college kiest ervoor om vast te houden aan de staande ambitie dat er elk jaar 7.500 woningen worden gerealiseerd in de nieuwbouw. Ook dak- en thuislozen komen in aanmerking voor dit nieuwbouwaanbod. Het college is het met de inspreker eens dat er een evenwichtigere verdeling van sociale huurwoningen, ook voor kwetsbare groepen, in Nederland moet komen. In verschillende overleggen en gremia wordt gelobbyd voor de verplichting voor elke gemeente om minimaal 30% sociale huur te realiseren in hun woningvoorraad. Daarnaast zet het college er in het lobbytraject op in dat elke gemeente 30% van de
3.5.8 Reactie POA Platform Opvang Amsterdam (POA) spreekt waardering
44
Het succes van de AAV staat of valt met samenwerking. In hoofdstuk 7 ‘Hoe gaan we aan de slag’ staat beschreven welke verwachtingen de gemeente hierbij heeft ten op zichtte van zorgpartijen.
uit over de totstandkoming en de inhoudelijke doelen van de AAV, maar mist een aantal essentiële zaken: ›
›
›
›
›
›
›
›
De op hoofdlijnen beschreven AAV biedt veel kansen, maar laat nog veel ruimte aan hoe de gemeente met de partijen invulling gaan geven aan die kansen. POA vraagt om de rol van de gemeente explicieter uit te werken in de AAV, inclusief een uitwerking van de implementatie en de beschikbare middelen. POA is bereid een bijdrage te leveren en ziet de uitnodiging tegemoet. De AAV richt zich té veel op ouderen, maar schenkt te weinig aandacht aan de woonvragen van Amsterdammers met een fysieke, verstandelijke en/of psychische beperking. POA merkt op dat financieringsvorm van zorg bepalend is voor het gemeentelijke huisvestingsbeleid. In de AAV worden woonconcepten genoemd. POA mist echter de gemengd wonen concepten. POA adviseert om de genoemde concepten op hoofdlijnen uit te werken om te voorkomen dat mensen hieraan een eigen invulling zullen geven. POA initieert om in de AAV een beeld én samenhang te schetsen van wonen voor Amsterdammers met een zorgvraag. POA spreekt waardering uit dat de economisch daklozen in de AAV een plek hebben gekregen, maar mist concrete acties om meer tijdelijke woonplekken te realiseren in leegstand. POA mist een gebiedsgerichte uitwerking van de opgave en wil samen met de gemeente buurtgerichte systemen en ideeën bij elkaar brengen naar voorbeeld van het project ‘Stadeiland 2030 Niemand is een eiland’.
De wens is om onderdelen uit de AAV met elkaar vorm te geven. POA wenst een verdiepingsslag van de woonzorgvisie die nu gemaakt is in samenwerking met Companen, omdat ze een visie mist op de consequenties van de analyse. Ook wil POA dit samen met de corporaties doen. Ze vragen expliciet om een verbetering van de kwaliteit van data en een voorstel daartoe. POA mist samenhang in de AAV met het landelijk beleid (Nationaal Actieplan Dakloosheid) en de samenhang met gemeentelijk beleid. POA mist visie op het thema ontmoeten; Amsterdammers in een kwetsbare positie hebben veel baat bij laagdrempelige ontmoetingsplekken en juist hierop is bezuinigd. POA ziet dit graag terug in de AAV.
Het college bedankt het POA hartelijk voor hun betrokkenheid bij de totstandkoming en het delen van hun zienswijze op het concept van de AAV. We hebben bij het schrijven van de AAV een aantal doelen nagestreefd. Eén daarvan is om de AAV beknopt en leesbaar voor iedereen te maken. We hebben er ook voor willen waken niet te veel in de uitwerking van doelen te schieten, zodat er naar uw mening wellicht te weinig concrete acties in staan. Uiteraard komt er na vaststelling van de AAV een uitvoeringsprogramma waarbij we het POA alvast willen bedanken voor het aanbod om een bijdrage daaraan te leveren. De AAV is op hoofdlijnen geschreven en we hebben zoveel mogelijk doelgroepen benoemd waar dat nodig was. Economisch daklozen worden bijvoorbeeld genoemd, daaronder vallen ook weer subgroepen (b.v. gezinnen, jongeren, etc.) waarvoor een andere benadering zal gelden. Wat wij beoogd hebben door deze groep aandacht te geven in de AAV, is de redelijk nieuwe koers die de gemeente hiermee inslaat. We gaan meer voor deze groep in haar algemeenheid doen. Ouderen en kwetsbare groepen hebben altijd al een plek gehad in onze aanpak. U mist specifieke aandacht voor mensen met een fysieke, verstandelijke en/of psychische beperking. Deze mensen behoren ook in onze opvatting en in onze beleidsterreinen tot een groep die een plek verdient in de stad.
Afhankelijk van de woon- en zorgbehoefte die het best bij deze mensen past, zal er een geschikte woonvorm gevonden moeten worden. Als deze niet bestaat, dan zal er nagedacht moeten worden samen met POA over wat er precies mist en wat mogelijk is. Het college staat altijd open voor deze gesprekken. Het klopt dat de wijze van financiering deels bepalend is voor de zeggenschap en de doorzettingsmacht die de gemeente heeft, maar dat ontslaat ons niet om een rol aan te nemen die bij onze verantwoordelijkheid past. Intensieve zorg wordt geleverd vanuit Wet langdurige zorg (Wlz) ofwel Zorverzekeringswet (Zvw) en persoonsgebonden budget (pgb). Vanuit de Wmo of de Jeugdwet wordt weer andersoortige ondersteuning geleverd. Er is een speciale aanpak voor rolstoelwoningen en binnen het PHKG worden ook mensen met een fysieke, verstandelijke en/of psychische beperking gehuisvest, mits er perspectief is op zelfstandig wonen. Als dit niet aan de orde is, dan gaat het programma Maatschappelijke Voorzieningen in samenwerking met Vastgoed over andere woonvormen. Zoals in het voorstel voor de AAV al genoemd is zijn er verschillende woonconcepten die nog ontwikkeld moeten worden.
Reactie college Het college is blij om te horen dat het POA wil meedenken bij de uitwerking en implementatie van de AAV.
45
Alle meedenkkracht juichen we van harte toe.
het gaat om het verbeteren van data en onderzoek.
Als het gaat om het huisvesten en ontwikkelen van woonvoorzieningen heeft de gemeente een rol, maar dat is alleen de vastgoedkant en het fysiek inpassen van dergelijke locaties.
Het college onderschrijft het belang van het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Veel punten uit het Nationaal Actieplan Dakloosheid komen ook terug in de AAV onder doel 3 Meer woningen voor hen die ze het hardst nodig hebben.
Met betrekking tot het missen van gemengde woonconcepten. Zoals hierboven al gezegd heeft de AAV als doel om aan te geven dat we vanuit de gemeente deze verschillende woonconcepten graag willen uitwerken met de bijbehorende stakeholders, zoals: cliënten, cliëntondersteuning, belangenbehartigers, zorgaanbieders en corporaties. Eigen beelden helpen in het creatieproces. Wij geven er de voorkeur aan om deze nog niet vastomlijnde concepten nog niet verder uit te werken.
De AAV besteedt, verdeeld over meerdere doelstellingen, aandacht aan het behoud van bestaanszekerheid. Financiële bestaanszekerheid en vroeg signalering van schulden vormen een belangrijk onderdeel van huisvesting en het scheiden van wonen en zorg. Het is een voorwaarde om te werken aan preventie van dakloosheid. Meer betaalbare woningen dragen bij aan het oplossen en voorkomen van dakloosheid. Aankomende jaren worden er in Amsterdam veel nieuwe woningen gebouwd en wordt de bestaande voorraad beschermd. Omslagwoningen bevorderen doorstroom van de MOBW-doelgroepen. Ook geeft de AAV voorbeelden van tijdelijke woonoplossingen en informeert over de nieuwe woonruimteverdeling. Kortom, veel elementen van het Amsterdamse beleid vinden we terug in het Nationaal Actieplan Dakloosheid.
Er is afgesproken dat in het PHKG één centrale plek ingericht wordt waar mogelijkheden om bijvoorbeeld leegstand te benutten getoetst kan worden. Hierbij kan ook gekeken worden naar economisch daklozen. Ook willen we de mogelijkheid bieden voor partijen die tot het POA behoren om initiatieven in te brengen. Wij willen adviseren om externe partijen uit te nodigen om locaties of panden aan te kunnen dragen. Een model voor het aandragen van locaties en panden wordt op dit moment uitgewerkt met Gemeentelijk Vastgoed en Directie G&O van Gemeente Amsterdam. Gewenste oplossing zou wat ons betreft zijn om de krachten bundelen en korte lijnen te ontwerpen zodat initiatieven beter tot resultaten kunnen leiden.
Het college is zich bewust van het belang van ontmoeten, voor zowel kwetsbare mensen als ouderen die vaker en langer thuis zullen blijven wonen. In de AAV staat benoemd dat nieuwe woonzorgconcepten vragen om betere afstemming, efficiëntere inzet van personeel en nieuwe financieringsarrangementen vanuit de verschillende welzijns- en zorgdomeinen. Daarbij gaat het ook om het financieren van investerings- en exploitatiekosten van ontmoetingsplekken. Bij de landelijke overheid pleiten we voor meer ruimte voor domein overstijgende financiering. Bij de gebiedsgerichte uitwerking van de AAV zullen we samen partners werken aan het realiseren van meer zelfstandige geclusterde woningen met ontmoetingsruimten als ook woonzorgcirkels, waar ontmoeting een belangrijk onderdeel van is.
Met de AAV stelt het college een stedelijk kader vast. Tegelijkertijd realiseren wij ons dat de onderdelen verschillend zullen uitpakken in de zeven stadsdelen en in het stadsgebied Weesp. Waar nodig werken we gebiedsgericht. Het vaststellen van de AAV vormt de start voor de uitvoering van de in de aanpak genoemde inspanningen en doelen waarvan een deel nog inhoudelijk dient te worden uitgewerkt. De gebiedsgerichte uitwerking van de AAV zal later in 2023 vorm krijgen. Ons voornemen is om ook woonzorg opgave hierin mee te nemen.
3.6 Woonwagens
Het college is het met het POA eens dat we continu moeten blijven leren en verbeteren om met hoogwaardige data te kunnen werken en het begrijpt de vraag om een verdiepingsslag van de woonzorganalyse. De analyse van Companen geeft een basis, maar leidde ook tot het inzicht dat niet voor alle onderzochte doelgroepen van de woonzorganalyse de juiste data beschikbaar waren. Er is bijvoorbeeld gebleken dat de doelgroep economisch daklozen lastig in beeld is te brengen is, Daarom zal het college de komende tijd met de corporaties en het POA in gesprek blijven als
Er zijn twee inspraakreacties ontvangen over de aparte toewijzingssystematiek voor woonwagenbewoners, een van het HNA en één van de AFWC. Het HNA vraagt zich af in hoeverre er bij de verdeling van standplaatsen beperkingen zijn ten aanzien van de lokale binding, zoals bij de reguliere woonruimteverdeling het geval is. Daarnaast geeft de AFWC in zijn inspraakreactie aan geen meerwaarde te zien in het overdragen van het beheer van de woonwagenstandplaatsen van de gemeente naar de corporaties.
46
Reactie college De voorrangregels voor lokale en regionale binding gelden voor woningen én standplaatsen. De toewijzing van standplaatsen aan woonwagenbewoners valt ook onder de lokale ruimte, omdat voorrang wordt gegeven aan bewoners die al een woonwagenstandplaats huren in Amsterdam. Deze groep telt dus mee voor de totale lokale ruimte van de gemeente Amsterdam die wettelijk is gelimiteerd. Net als bij de lokale ruimte voor reguliere woningen, blijft het college ook hier alert op de maximale percentages die gelden voor lokale en regionale voorrang. Wel benadrukt het college dat de wettelijke grenzen nog niet zijn bereikt: er is nog ruimte over. Ten aanzien van het overdragen van het beheer aan de corporaties, ziet het college hier wel meerwaarde in. In juni 2018 heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken bij een kadernota van toenmalig minister Ollongren het belang van de overdracht van het beheer van woonwagenstandplaatsen naar woningcorporaties onderstreept. De meerwaarde voor zowel gemeenten als woningcorporaties is dat beide partijen in een natuurlijke rol tegenover de woonwagenbewoners komen te staan. De corporaties als verhuurder en beheerder van de standplaatsen, de gemeente als beheerder van de openbare ruimte en toezichthouder op de publiekrechtelijke regelgeving. Het college behoudt dan ook de ambitie om het beheer op termijn over te dragen.
47
Doel 4 Passender wonen 4.1 Passender wonen en door stroming algemeen
Reactie college Het college onderschrijft dat de woningschaarste onder alle doelgroepen voelbaar en urgent is. Met het inzetten op het realiseren van aanbod voor grote gezinnen en ouderen creëren we de langste verhuisketens en daarmee de meeste doorstroom in de bestaande voorraad. Bij een verhuizing van grote gezinnen en ouderen komen bovendien woningen vrij voor alleenstaanden, starters en andere kleine, startende gezinnen. De mogelijkheden om door middel van nieuwbouw doorstroming te stimuleren zijn per gebied en project verschillend. Het realiseren van grote betaalbare woningen in de nieuwbouw is maar beperkt mogelijk. Dit komt hieronder aan bod.
Op het voornemen om via het stimuleren van doorstroming in de woningvoorraad bij te dragen aan een betere passende woonsituatie voor Amsterdammers wordt positief gereageerd. De AFWC, FAH, stichting !WOON, Huurdersvereniging Arcade, d’Oude Stadt en een vijftal individuele insprekers spreken zich uit voor het inzetten op doorstroming. Reactie college Het college is verheugd over de positieve reacties op het voornemen om in te zetten op doorstroming. Doorstroming is één van de speerpunten in de AAV. Doorstroming vraagt om meer beschikbare woningen voor ouderen en gezinnen in het sociale en middeldure segment en, zowel in bestaande voorraad als in nieuwbouw, en om persoonlijke begeleiding en stimulering van met name ouderen, daarop zetten we dan ook in.
4.4 Nieuwbouw voor doorstroom Nieuwbouw wordt door de meeste insprekers op dit thema als een deel van de oplossing gezien. Over het type woningen dat gerealiseerd zou moeten worden verschillen de opvattingen. Zes individuele insprekers vinden dat er nu te kleine woningen worden gebouwd en pleiten voor nieuwbouw van voldoende oppervlakte. De AFWC vindt het bouwen van veel grote (betaalbare) gezinswoningen niet realistisch en is van mening dat voor deze doelgroep vooral in de bestaande voorraad de oplossing gezocht moet worden. De FAH is geen voorstander om bij nieuwbouw de nadruk te leggen op specifieke doelgroepen. En wil dat gebouwd wordt voor alle doelgroepen, omdat er voor alle doelgroepen grote tekorten en lange wachttijden zijn. De NEPROM ziet een behoefte bij Amsterdammers aan middeldure koopwoningen en verwacht dat het bouwen in dit segment bijdraagt aan de doorstroming in de bestaande voorraad. Wel is de NEPROM niet voorstaande om dit in de huur te realiseren. Zij vraagt dan ook om meer inzet in de middeldure koop. Eén inspreker vraagt aandacht voor de bouw van meer rolstoelwoningen. Een ander bepleit om vooral te bouwen in het sociale en middensegment.
4.2 Aanbod grote woningen Het beeld dat er meer aanbod aan grote woningen moet komen wordt door vier individuele insprekers onderschreven. Reactie college Het college ziet zich bevestigd in de keuze om in te zetten op een beter passend wonen voor (grote) gezinnen.
4.3 Focus op ouderen en gezinnen om verhuisstromen op gang te krijgen De FAH, Red Amsterdam Noord en twee individuele insprekers reageren kritisch op de keuze om de inspanningen wat betreft meer aanbod te richten op ouderen en gezinnen en pleiten ervoor om de inspanningen te richten op alle doelgroepen met een urgente woningbehoefte en op maatwerk. Wooncafé 020, Housing Anywhere en acht individuele insprekers vinden dat jongeren tenminste evenveel of meer aandacht verdienen dan gezinnen.
Reactie college Het college is blij met de brede consensus over de noodzaak om via nieuwbouw bij te dragen aan het verminderen van de woningnood onder Amsterdammers. Met het oog op doorstroming zien we hier een functie voor het bouwen voor ouderen en grote gezinnen. Zo blijkt uit het onderzoek ‘Verhuisketens van de nieuwbouw’ in 2020 (Hester Booi, januari 2022), dat bij nieuwbouw voor gezinnen het aantal langere verhuisketens gemiddeld drie keer zo groot is als bij nieuwbouw
48
4.5 Ouderenhuisvesting
die wordt betrokken door alleenwonenden. Ook blijkt dat hoe groter een nieuwbouwwoning is, hoe vaker een lange verhuisketen ontstaat. Zo blijkt uit het onderzoek dat bij nieuwbouw groter dan 90 m2 het aantal lange verhuisketens circa 25% was, terwijl bij woningen kleiner dan 60 m2 in 7% van de gevallen een langere verhuisketen tot stand komt. Met name in de vrije sector koop worden nog grote woningen gebouwd.
4.5.1 Persoonlijke situatie Diverse oudere insprekers geven in een persoonlijk verhaal weer waar de woningmarkt voor hen knelt: de woning is alleen bereikbaar per trap; er kunnen geen scootmobiels geparkeerd worden; de huren in de vrije sector stijgen snel en veel waardoor ouderen gedwongen moeten verhuizen, maar waarnaartoe? Daarnaast willen veel ouderen niet verhuizen, ook niet naar verzorgingsplekken.
Opgaven, mogelijkheden en kansen om dit te realiseren verschillen echter per nieuwbouwlocatie. Met een gebiedsgerichte benadering voor nieuwbouw zal een afweging gemaakt worden over welk woningaanbod (zowel qua oppervlakte, prijssegment als eigendom) en voor welke doelgroepen zal worden gebouwd. Kanttekening is wel dat de behoefte vaak groter is dan wat we de komende tijd kunnen bijbouwen. Daarom zullen we keuzes moeten maken.
Reactie college Het college herkent de problematiek die diverse insprekers over hun persoonlijke situatie hebben aangegeven en beseft dat ‘de’ oudere niet bestaat. Wel zien we overeenkomsten tussen ouderen, waaruit wij opmaken dat een grote groep ouderen bereid is te verhuizen naar een woning waar ze geen trappen meer hoeven te lopen, hun scootmobiel bij huis kunnen parkeren, de woning betaalbaar is en voorzieningen op loopafstand zijn, zoals een supermarkt en een huisarts als ook een OV opstappunt.
Het college deelt de constatering van de FAH dat er bij alle groepen woningschaarste is. Het college vindt het gezien de toenemende vergrijzing echter van belang om extra aandacht te besteden aan ouderenhuisvesting. Geclusterde ouderenwoningen is een woonvorm die voorziet in een behoefte bij ouderen (sociale contacten, minder eenzaamheid) en maakt het bovendien mogelijk om zorg beter te organiseren. Niet alle ouderen hebben een voorkeur voor geclusterd wonen. Uiteraard kunnen ouderen ook in een reguliere nieuwbouwwoning wonen. Positief is dat in Amsterdam 90% van de sociale nieuwbouwwoningen aanpasbaar aan zorg worden gebouwd en een groot deel van de nieuwbouw een ‘nultredenwoning’ is en hiermee geschikt voor ouderen. Het doorverhuizen van ouderen naar nieuwbouw draagt bij aan de doorstroming in de bestaande voorraad. Overigens zal de woonvraag van ouderen bij lange na niet opgelost kunnen worden door het toevoegen van nieuwbouw, en zullen ook oplossingen in de bestaande voorraad gezocht worden. Op oplossingen in de bestaande voorraad zet het college dan ook fors in. Dit wordt behandeld hieronder in het onderdeel ouderenhuisvesting.
4.5.2 Meer woningen voor ouderen Er zijn veel reacties binnengekomen met het verzoek om meer woningen voor ouderen te bouwen, de doorstroom te bevorderen, te zorgen dat ouderen in geschikte woningen met lift kunnen wonen en niet vereenzamen. Dit moeten vooral sociale huurwoningen zijn, het mag kleiner en het liefst in de eigen buurt. De geclusterde nieuwbouwwoningen mogen ook koopwoningen zijn. De nieuwbouw moet overal in Amsterdam gebouwd worden, zodat ouderen kunnen doorstromen in de eigen buurt en de achtergelaten woning naar een te krap wonend gezin kan gaan. Vereniging Vastgoed Belang geeft aan te willen bouwen voor ouderen. Reactie college De komende jaren wordt volop gebouwd voor ouderen. Dit zal echter niet voldoende zijn om aan de toenemende vraag te voldoen, bovendien hangt daadwerkelijke realisatie ook af van meestal niet of weinig door de gemeente te beïnvloeden externe factoren (denk bijvoorbeeld aan stijgende bouwkosten, rente, tekorten arbeidsmarkt). Ook zullen veel ouderen helemaal niet willen verhuizen en/of vertrekken uit hun eigen buurt. Om toch te zorgen voor meer geschikte woningen, wordt ook gekeken naar aanpassingen in de bestaande bouw. In de nieuwe Samenwerkingsafspraken zullen hierover afspraken gemaakt worden. We zetten in op verlenging van de Intentieverklaring zelfstandig geclusterd wonen voor ouderen in Amsterdam.
In de huidige intentieverklaring staat het streven om binnen vijf jaar 2000 geclusterde woningen voor ouderen in aanbouw te nemen.
Het college steunt de reactie van de NEPROM dat koop kan bijdragen aan de doorstroming. Vooral in het duurdere segment wordt nog relatief groot gebouwd. De sociale koop (tot € 355.000) is in Amsterdam zowel in aantal als qua woninggrootte relatief klein en zet daarom in beperkte mate aan tot doorstroom. Door de woninggrootte zijn sociale koopwoningen op dit moment niet geschikt voor de doorstroom van gezinnen. Het college heeft het mogelijk gemaakt om maximaal 25% van het middensegment in te zetten op sociale koopwoningen. Het college onderzoekt de mogelijkheden om grotere sociale koopwoningen te realiseren.
49
Of deze ambitie gehaald kan worden is afhankelijk van meerdere factoren. De gemeente bouwt immers niet zelf. Wel maken wij hierover afspraken met partijen (markt en corporaties) en stellen wij hiervoor locaties beschikbaar (via tenders). In het Woningbouwplan 2022-2028 staat de ambitie om 7.500 woningen per jaar te bouwen, geclusterde ouderenwoningen zijn hier onderdeel van.
woonconcept wordt opgenomen, dan zonder extra financiële belasting van de bewoners. Ook vraagt men aandacht voor meergeneratie-concepten om, zoals een 50-plus inspreker het treffend aangaf, het gevoel van wonen bij je oudere ooms en tantes te voorkomen. In de reacties wordt ook positief gereageerd op het verder uitwerken van de concepten Wooncirkels, meer geclusterde woonvormen en de Lang Leven Thuisflat die ook gezien wordt als een goed concept voor migrantenouderen.
Zelfs al zou de helft van de bouwopgave voor de komende vijf jaar ingezet worden voor geclusterde ouderenwoningen, dan nog wordt er een tekort van duizenden woningen voorzien. Er is veel meer vraag dan aanbod, dit geldt overigens niet alleen voor geclusterde ouderenwoningen maar ook voor bijvoorbeeld studenten, jongeren en gezinnen. Deze tekorten kunnen niet in de nieuwbouw worden opgelost. Het college gaat een nieuwe werkwijze uitwerken, waarbij voor doelgroepen gebiedsgericht geprogrammeerd wordt, gericht op doorstroming en verhuisbewegingen. Prioritering tussen de doelgroepen jongeren- en studentenhuisvesting, geclusterde ouderenhuisvesting, wooncoöperaties en zelfbouw is hierbij nodig en zal op gebiedsniveau plaatsvinden.
Overleg 50+ Woongroepen Amsterdam is vooral positief over de aandacht voor geclusterd wonen. Wat zij missen en waar zij aandacht voor vragen is het feit dat er niet wordt gesproken over de vele, al lang bestaande woongroepen van ouderen en nog nieuw op te richten woongroepen van, nu nog meestal, vitale ouderen. Het onderhouden van bestaande woongroepen van ouderen en het realiseren van nieuwe woongroepen van ouderen gaat niet vanzelf. Er is daarom behoefte aan actieve promotie, ondersteuning, en andere mogelijkheden om deze vorm van wonen te faciliteren met onder meer een matchmaking point zoals men in Den Haag heeft ontwikkeld.
Niet alle ouderen hebben een voorkeur voor geclusterd wonen. Positief is dat in Amsterdam een groot deel van de nieuwbouw aanpasbaar wordt gebouwd en daarmee een ‘nultredenwoning’ is en hiermee geschikt voor ouderen. Dit komt simpelweg omdat er relatief weinig eengezinswoningen worden gebouwd en relatief veel gelijkvloerse (met de lift bereikbare) appartementen. Met de corporaties is in de Samenwerkingsafspraken afgesproken dat tenminste 90% van de sociale nieuwbouwwoningen aanpasbaar wordt gebouwd.
De FAH is van mening dat in het kader van woonvormen voor ouderen te veel van bovenaf is bedacht en niet wordt geluisterd naar de ouderen zelf. Diverse insprekers geven ideeën mee, zoals het optuigen van een vergunningenstelsel voor koop en verhuur waarbij de gezinssamenstelling leidend moet zijn. Er wordt verwezen naar goede praktijkvoorbeelden waarin bewoners van diverse leeftijden in een enkel complex kunnen doorschuiven (Purmerend), mogelijkheden voor de bewoners van Geerdinkhof (Zuidoost) om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen met zorg aan huis, met elkaar en in de buurt. Ook het al langer bestaande voorbeeld van een Knarrenhof wordt genoemd.
Op dit moment bestaan de bouwplannen voor ouderen vooral uit huurwoningen. Het aanbod van geclusterde nieuwbouw is divers, in sommige complexen kunnen meerdere doelgroepen wonen en er worden kansen geboden voor nieuwe woonconcepten. Ook wordt gedacht aan kleine ‘nultredenwoningen’ in de koopsector. Deze zouden aantrekkelijk kunnen zijn voor ouderen die nu in een te ruime koopwoning wonen. Ook deze nieuwbouw draagt bij aan doorstroomkansen voor gezinnen.
In het algemeen vindt men het belangrijk goed te kijken naar de gelijke behoeften en daar gemeenschappelijk op te ondersteunen. Er wordt opgeroepen tot het stoppen met wegsaneren van samenwoonvormen voor ouderen en geen woningen meer te verkopen. Het liefst ziet een aantal insprekers het concept bejaardenhuis (of kleinere behuizing met voorzieningen) weer terugkomen, waar sommige van deze insprekers, direct naar door zouden willen en kunnen stromen en hun woning achterlaten voor jongeren of gezinnen.
4.5.3 Woonconcepten voor ouderen De meeste insprekers geven mee positief te staan tegenover het realiseren van meer woongroepen in de stad. Men geeft aan dit een goede samenwoonvorm te vinden voor ouderen, omdat mensen wel degelijk behoefte hebben aan hulp van elkaar en dingen samen doen. Men vraagt wel op te letten op specifieke zaken zoals het niet kunnen meebetalen aan een gemeenschappelijke ruimte. Als deze standaard in een
Reactie college Het college zet met de AAV in op passend wonen voor
50
de doelgroep ouderen en de opgave om hen in de toekomst goed te huisvesten, inclusief gepaste zorg en voorzieningen in de woonomgeving. We zetten met bewoners en de woon- en zorgpartners verder in op het ontwikkelen van nieuwe woonconcepten in specifieke gebieden.
ouderen en dan met name in het sociale en middeldure segment. Dat wil niet zeggen dat er geen aandacht is voor kopers. We gebruiken bijvoorbeeld de voorlichting- en bewustwordingscampagnes die opgezet gaan worden om ouderen te laten nadenken over hun (toekomstige) woonbehoefte als er meer gebreken ontstaan.
De afgelopen jaren hebben we coöptatie mogelijk gemaakt in de Huisvestingsverordening, zo dat woongemeenschappen bij een vrijkomende sociale corporatie huurwoning zelf een nieuwe huurder kunnen voordragen. We subsidiëren stichting !WOON bij wooninitiatieven en het opzetten van wooncoöperaties. Samen met o.a. de landelijke Vereniging Gemeenschappelijk Wonen voor Ouderen heeft de gemeente een werksessie georganiseerd over gemeenschappelijk wonen met als uitkomst het signaal dat er een zogenoemde ‘matchmaker’ nodig is die vraag en aanbod samenbrengt van nieuwe woongroepen/-gemeenschappen en beschikbare locaties in de stad. Meer gerichte acties zullen we hierover meenemen in de uitvoering.
De beperkende regelgeving voor o.a. hospitaverhuur wordt erkend. Zie doel 1 Meer woningen, voor een uitgebreidere reactie op hospitaverhuur en inwoning. We zetten samen met onze maatschappelijke partners in op een toereikende sociale infrastructuur in alle wijken en buurten. Denk daarbij aan een dokter, een winkel of een buurtkamer. Met de woonzorganalyse is een inschatting gemaakt van de opgave voor ouderenhuisvesting in de stad. Daarbij is gekeken naar het aantal voor ouderen geschikte woningen per stadsdeel en het aantal ouderen dat er al woont, plus de toenemende vergrijzing. Per stadsdeel is de behoefte berekend aan woonvormen voor ouderen, uitgaande van de veronderstelling dat de meeste ouderen in hun eigen stadsdeel willen blijven wonen. Deze cijfers zullen ook gebruikt worden bij de nieuwbouw. Waar we met een nieuwe gebiedsgerichte werkwijze per gebied de meest kansrijke doelgroepen benoemen, met als doel om verschillende woningen toe te voegen en de doorstroming te stimuleren passend bij de huishoudenssamenstelling en levensfase van huishoudens. Dit geldt ook voor mensen uit koopwoningen. Op deze manier wordt gebiedsgericht gewerkt aan het verbeteren van de woonsituatie voor ouderen. Ook hierbij geldt dat nieuwbouw niet kan voorzien in de behoeftes van alle doelgroepen.
Bij de woningbouwprogrammering zal dus altijd een afweging tussen verschillende doelgroepen gemaakt moeten worden. Ook bij de prioritering per gebied zal de afweging tussen meerdere doelgroepen gemaakt moeten worden.
Ouderen participeren in diverse overleggen met de gemeente. Zo is er in samenwerking met stichting !WOON een werkgroep migrantenouderen, een lerend netwerk ouderenhuisvesting, het overleg met OWA50+ en zijn belangorganisaties als Cliëntenbelang en stichting !WOON betrokken bij de planvorming voor nieuwbouw.
4.5.4 Geen passend aanbod voor ouderen Insprekers geven aan best te willen verhuizen uit hun grote woning, maar zien geen geschikt aanbod in de eigen buurt. Er is bij het bevorderen van doorstroming te weinig aandacht voor ouderen die in een koopwoning wonen. Het aanbod van kleine woningen is geen goed alternatief. Het idee om de koopwoning geschikt te maken voor hospitaverhuur spreekt aan, maar de huidige regelgeving laat het niet toe. Een ander vindt het voorstel om verkamering weer mogelijk te maken een volstrekt verkeerd voorstel. Het verkameren van woonhuizen is niet voor niks een paar jaar geleden beperkt wegens overlast voor buren en vanwege huisjesmelkers, die per kamer een hele hoge huur vroegen. Het HNA mist in de AAV gebiedsgericht ouderenbeleid. Met zo’n beleid kan je gericht inzetten op het tegengaan van de verkoop van voor ouderen geschikte woningen of verhuur aan anderen dan ouderen. Woningruil zou in zo’n gebied gefaciliteerd kunnen worden.
4.5.5 Geschikte woningen bestaande voorraad bestemmen voor ouderen Insprekers geven aan dat talrijke appartementencomplexen zijn verkocht en verdwenen uit de sociale huur. Begane grondwoningen en woningen op de eerste verdieping van corporaties moeten niet verkocht worden, deze zijn heel geschikt voor ouderen. Veel ouderen willen verhuizen naar zo’n begane grond woning. Als huurders aangeven binnen een complex te willen verhuizen naar een meer passende woning dan moet een corporatie verplicht worden de huurder ter wille te zijn. Vaak wonen er geen ouderen op de begane grond, hoe kan dat?
Reactie college Het college deelt de analyse dat ouderen bij voorkeur in de eigen buurt doorstromen. Daarom zet het college met de AAV in op meer passende woningen voor
51
4.5.6 Aanpassen bestaande woningen van ouderen De inspraakreacties betreffen hoofdzakelijk voorbeelden van bewoners die graag in de eigen buurt ouder willen worden. Men ziet in de buurten veel woningen die geschikt zijn, of geschikt te maken zijn voor ouderen op de begane grond en 1-hoog. Of men woont op 4-hoog en zou geholpen zijn met het plaatsen van een lift, maar waar een corporatie niet aan mee kan of wil werken om dit uit te voeren. Een inspreker verwijst naar het voorbeeld van de geplaatste lift aan het Pentagoncomplex om aan te geven dat het lastig maar niet onmogelijk is.
Het inkomen is soms te gering om voor een duurdere sociale huurwoning in aanmerking te komen. Zorg dus voor betaalbare woningen voor ouderen. Ouderen missen geschikt aanbod in de buurt. Er wonen veel ouderen in een te grote woning met te steile trappen en die willen in de buurt blijven wonen, anders gaan ze niet weg. Er zou een overzicht gemaakt moeten worden van woningen die geschikt (te maken) zijn voor senioren. Dus flats met een lift, woningen met een traplift, etc. Kan de gemeente geen bestaande flatgebouwen met lift bestemmen voor ouderen? Woningen waar al een traplift in zit, zouden bestemd moeten blijven voor senioren. Nu wordt de traplift elke keer weggehaald als de oudere bewoner vertrokken is. Koester de eerder opgezette woonzorgcirkels in bestaande buurten. Investeer daarin en hef buurthuizen niet op.
Een specifieke casus betreft een locatie in het centrum waar al jarenlang door de Vereniging Wonen voor ouderen in de Nieuwmarkt en Groot Waterloo en gemeente wordt geprobeerd nieuwe seniorenwoningen te ontwikkelen. De vereniging geeft in haar uitgebreide reactie het verloop van dit traject weer met als resultaat dat de woningen nog steeds niet gerealiseerd zijn en men graag doorgaat. De inzet van de gemeente is nodig om in hun buurt ouder te kunnen worden en te blijven wonen.
Reactie college Het college wil met de corporaties afspraken maken over het labelen van geschikte woningen voor ouderen in de bestaande voorraad. Dat er ook anderen dan ouderen wonen op de begane grond kan komen doordat op deze woning het voorrangslabel medische urgentie/Wmo-verhuisindicatie/65-plussers zit. Eerst komen dan de medisch-urgenten aan bod, dan mensen met een verhuisindicatie en daarna pas 65-plussers.
Een inspreker geeft aan dat op dit moment 60% van de ouderen niet passend woont in verband met mobiliteitsbeperkingen en verzoekt het college met de komende dubbele vergrijzing zich ook te buigen over ideeën zoals ‘trap eruit-lift erin’.
Het college weet dat ouderen het liefst in hun eigen buurt willen blijven wonen. Daar zetten we ook vol op in bij nieuwbouw en bij projecten als de Lang Leven Thuisflats of de extra seniorenlabels in de bestaande voorraad van corporaties. Maar niet in alle gebieden zijn nieuwbouwprojecten aanwezig en niet alle woningen zijn tegen aanvaardbare kosten geschikt te maken voor ouderen. Dat betekent dat een deel van de ouderen zal moeten verhuizen vanwege een ongeschikte woning of een ongeschikte buurt als bepaalde voorzieningen ver weg liggen. Door nieuwbouw van geclusterde woningen, waarin ouderen een woongemeenschap vormen, kan opnieuw saamhorigheid ontstaan wat het verlies van de oude buurt wellicht een beetje compenseert.
Een andere inspreker doet het verzoek om de voorstellen over het ontwikkelen van wooncirkels nu wél met de juiste keuzes, voor iedereen in de omgeving, door te zetten en te waken voor een herhaling van de periode 2007-2010 waarbij de destijds zo gewenste Woonservicewijken niet goed heeft kunnen opzetten. Kortom, men geeft mee goed na te denken over hoe de stad er in 2040 uit moet zien en dit integraal te realiseren. Reactie college Met betrekking tot het aangedragen voorbeeld van de geplaatste Pentagonlift aan de buitenkant van het complex geeft het college mee dat dit destijds gelukt is, maar zeer kostbaar en capaciteit rovend bleek te zijn. Men heeft hiervan geleerd. Als blijkt dat een verzoek voor het aanleggen van een lift niet mogelijk is, dan is daar volgens de procedure wel een haalbaarheidsonderzoek door de gemeente en corporatie aan voorafgegaan. Dit onderzoek gaat o.a. over de financiële haalbaarheid, het verdelen van de kosten en de effecten daarvan op bijvoorbeeld de servicekosten voor de bewoners. Waar mogelijk blijft de gemeente, zoals in de AAV aangegeven, zo goed mogelijk omgaan met aanvragen om mensen langer zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Waarbij de inzet is om een idee
Met corporaties is al bepaald welke woningen geschikt zijn voor ouderen, samen wordt bekeken welke complexen ontsloten zouden kunnen worden met een lift. Het weghalen van (trap)liften bij mutatie is onwenselijk en moet waar mogelijk worden voorkomen. Een tiental jaar geleden hadden we in Amsterdam de woonservicewijken. Hieraan lag een concept ten grondslag dat te veel eisen stelde aan de wijk, zodat de uitrol hiervan niet realistisch bleek. Het concept van de woonzorgcirkel die wij nu voorstaan, zal waar mogelijk aansluiten op bestaande woonservicewijken voor zover deze een toereikend aanbod van voorzieningen hebben.
52
goed te onderzoeken en bij haalbaarheid tot uitvoering te brengen.
keuze bij afname van diensten van welzijnsorganisaties. Een zienswijze gaat over het bevorderen van doorstroming door ouderen die in Spanje, Portugal, Frankrijk een oude dag doorbrengen een riante verhuisvergoeding te geven.
De ingebrachte reactie en situatie over de jarenlange inzet van de Vereniging Wonen voor ouderen in de Nieuwmarkt en Groot Waterloo om in het Uilenburgcomplex seniorenwoningen te realiseren is bekend bij het college. Het college is de bewoners erkentelijk voor hun jarenlange inzet om in hun buurt, in dit complex oud te kunnen worden. De knelpunten zijn in de inspraakreactie goed weer gegeven. Het college kan in deze Nota van beantwoording niet te diep op deze casus ingaan, behalve aan te geven dat het zicht blijf inzetten voor het openhouden van de gesprekken met alle partijen, met als doel ouderenhuisvesting te realiseren op deze locatie. De inventarisaties van woningcomplexen die geschikt zijn voor ouderen in deze buurt worden meegenomen naar de Uitvoeringsagenda.
Reactie college Het college is blij dat veel zienswijzen de ambitie ondersteunen om de doorstroming op de woningmarkt te vergroten. Wij delen de zorg over de financiële belemmeringen. Wij hebben met de corporaties afspraken gemaakt over de huurprijzen. Die afspraken willen wij voortzetten. Corporaties kunnen via hun eigen huurbeleid de woonlasten betaalbaar houden voor verschillende sociale doelgroepen. We willen met hen afspreken dat het aanbod sociale huurwoningen onder de aftoppingsgrens niet lager is dan 70% van alle aangeboden sociale huurwoningen van corporaties. Hierdoor zal ook een huishouden met een inkomen voor sociale huur, maar boven de huurtoeslaggrens kans blijven maken op een sociale huurwoning van een corporatie. Bij de verhuisregelingen Van Groot naar Beter en Van Hoog naar Laag geldt dat huurders die verhuizen met één van die regelingen hun oude huur mogen meenemen. Dat geldt echter alleen voor huurders van sociale huurwoningen van de corporaties. Verder heeft de gemeente met de woningcorporaties afspraken gemaakt over het Woonlastenakkoord, waarbij van huishoudens met een inkomen tot 120% van het minimum de huur wordt aangepast. Corporaties verlagen de huur tot de voor de huurder geldende aftoppingsgrens. Huurstijgingen worden landelijk bepaald.
Het college zal daarbij samen met andere gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in gesprek blijven met de minister over betaalbaarheidsmaatregelen.
In de AAV wordt in de speerpunten en prioriteiten voor ouderenhuisvesting aangegeven dat meer aandacht wordt gericht op de doelgroep en opgave ouderen om hen in de toekomst goed te huisvesten met gepaste zorg en voorzieningen om hen heen. Nu en in de komende jaren wordt daar verder op ingezet en worden nieuwe woonconcepten gebiedsgericht en zoveel mogelijk met bewoners en woon- en zorgpartners ontwikkeld. De woonzorgcircel is één van die nieuwe concepten waarbij de lessen van de vroegere woonservicewijken op het netvlies staan.
4.5.7 Financiële belemmeringen bij verhuizen van ouderen/ doorstroming De meeste reacties zijn positief over het bevorderen van de doorstroming onder ouderen. Daarbij komt ook nadrukkelijk naar voren dat het als financieel onaantrekkelijk wordt ervaren om de verhuisstap te maken. De huur is bijna altijd hoger, terwijl men er in oppervlak op achteruit gaat. Daarnaast worden financiële onzekerheden benoemd: kan ik een hogere huur nog opbrengen als ik stop met werken of als een partner overlijdt?
Het college is zich ook bewust van de belemmeringen in de zogenoemde verhuisketen en dat de doorstroming niet zomaar vanzelf op gang komt. De aangedragen ideeën van de insprekers om de doorstroming beter op gang te krijgen neemt het college dan ook mee in de gesprekken met de corporaties en andere partijen. De verhuiskostenvergoeding voor ouderen is een Amsterdamse regeling, opgesteld door de gemeente Amsterdam met lokale stakeholders. Het voorstel om gepensioneerden een verhuisvergoeding te geven zal de Rijksoverheid moeten doen. De gemeente voert daar geen actieve lobby op en ligt wat ons betreft bij de landelijk actieve ouderenbonden.
In de reacties wordt erop aangedrongen dat de huidige huur niet stijgt als je als oudere uit een grote woning verhuist. Ook zijn er in de vrije sector ouderen die voorheen een inkomen hadden die bij deze sector paste, maar waar na pensionering het inkomen flink daalt. De FHCS adviseert om duurzame betaalbaarheid een essentieel onderdeel van gemeentelijk beleid voor levensloopbestendige huurwoningen te maken. De FHCS adviseert de gemeente streng te kijken naar de plannen van private ontwikkelaars en investeringsmaatschappijen evenals naar het woonconcept en bijbehorende servicekosten en de mogelijkheid tot
4.5.8 Voorwaarden verhuisregelingen Onder de insprekers wordt de betekenis van de verhuisregelingen om doorstroming te stimuleren in het algemeen onderkend. Tegelijk wordt gesignaleerd dat de regelingen maar beperkt worden gebruikt. En dat
53
dit komt omdat de huidige voorwaarden te knellend zijn, waardoor huurders die wel zouden willen verhuizen niet in aanmerking komen/afgewezen worden. Dit signaleert ook stichting !WOON. Het HNA vindt dat de ouderen actief betrokken moeten worden bij de evaluatie van de huidige doorstroomregelingen. Daarbij dient te worden ingezet op diversiteit in het aanbod voor ouderen die willen doorstromen én voor ouderen die dat niet willen. Knelpunten die in de reacties naar voren komen zijn: te hoge minimale oppervlakte-eis van 70m2 bij Van Groot naar Beter; de uitbetaling van de verhuiskostensubsidie van de gemeente is traag; er is in de Aanpak weinig aandacht voor Van Hoog naar Laag; de regelingen en WoningNet zijn te ingewikkeld voor ouderen. Met name speelt dit bij de ouderen met een migratieachtergrond. Wooncafé 020 geeft aan dat zelf aanmelden voor de regeling bij de corporatie en zelf reageren via WoningNet niet werkt.
Als het aan de FAH ligt worden de via doorstromingsregelingen vrijkomende woningen niet verkocht of geliberaliseerd. In het nieuwe woningzoeksysteem moet men zich actief aanmelden om gebruik te maken van de genoemde regelingen. Ouderen die op die ene specifieke woning wachten, worden in het nieuwe systeem op achterstand gezet. Zij reageren immers weinig. Reactie college Het college deelt de reacties over de ervaren knelpunten. De voorstellen die worden gedaan voor het verbeteren van de verhuisregelingen sluiten aan bij de aanpak die wij formuleren in onze AAV. Wij evalueren de verhuisregelingen en betrekken de door de insprekers ingebrachte knelpunten en suggesties bij de afspraken die wij maken met de corporaties en de huurdersorganisaties. We bekijken met de huurders en corporaties hoe de begeleiding voor ouderen die dat echt nodig hebben vormgegeven kan worden. En we nemen het verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid van WoningNet onder de loep.