CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Nieuwe economie Amsterdam 2025 SEO OS

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de Nieuwe Economie Index 2025 (NEx) (VN2026-006454)11.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderzoek & Statistiek Gemeente Amsterdam

Auteurs ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Toekomstbestendige Economie Amsterdam Nieuwe Economie Index (NEx) 2025

Stef Konijn (SEO) Eline Helder (SEO) Daan Schrage (SEO) Mersiha Tepić (O&S) Geert Buis (O&S)

April 2026

Nieuwe economie & brede welvaart ◼

◼ ◼

◼

◼

◼

Amsterdam wil een duurzame en economisch stevige toekomst waarin maatschappelijke waarden (sociaal en ecologisch) structureel mee worden gewogen. Deze nieuwe economie sluit aan op de focus op brede welvaart. Brede welvaart is een principe die verder gaat dan alleen economische groei (BBP). Het omvat alles wat mensen van waarde vinden, zoals gezondheid, veiligheid, onderwijs, sociale cohesie, vrije tijd, behoud van natuur en hulpbronnen, impact van consumptie op andere landen. Het structureel meewegen van maatschappelijke waarde of het financieel belonen ervan is essentieel voor een toekomstbestendige en weerbare economie (nieuwe economie). In het kader van weerbaarheid wordt steeds duidelijker dat schaarste aan grondstoffen en middelen een structureel vraagstuk vormt. Circulaire diensten en producten verlengen juist de levensduur van materialen, verminderen afhankelijkheden en dragen bij aan een duurzamer gebruik van schaarse middelen. Tegelijkertijd brengt de digitalisering nieuwe kwetsbaarheden met zich mee. De dominantie van Big Tech-bedrijven gaat gepaard met risico’s rondom datagebruik, afhankelijkheid en beperkte zeggenschap over digitale infrastructuur. Impact-gedreven modellen bieden een alternatief door maatschappelijke doelen, transparantie en publieke belangen centraal te stellen.

Zo dragen ze bij aan een economie die niet alleen efficiënt, maar ook rechtvaardig en toekomstbestendig is. ‘Maatschappelijke waarden-economie’ is geen aparte economie, maar juist een noodzakelijke doorontwikkeling van de economie als geheel - één die de brede welvaart van de samenleving als uitgangspunt neemt.

O&S

De voortgang van het Amsterdamse bedrijfsleven naar een toekomstbestendige economie wordt samengevat in een aantal thema’s ◼

O&S

Deze rapportage is samengesteld door Onderzoek en Statistiek (O&S) van de Gemeente Amsterdam. Het is het resultaat van een samenwerking tussen Sociaal Economisch Onderzoek (SEO) en O&S. De NEx indicatoren van SEO vormen het uitgangspunt voor deze rapportage. De NEx thema’s en indicatoren worden door SEO ook in andere gemeentes gemeten. Dit maakt vergelijkingen tussen Amsterdam en andere gemeenten mogelijk.

◼

O&S kijk ook specifiek naar de Amsterdamse context en biedt een verdiepende analyse op de NEx indicatoren van SEO. Dit overzicht geeft de thema’s die aan bod komen weer. O&S heeft de SEO en O&S indicatoren samengebracht onder een aantal thema’s waarmee de NEx indicatoren en de O&S verdieping als een geheel te lezen zijn.

Energie

Milieu

Materiaalgebruik

Eerlijk

Energie

Milieu

Circulaire economie & materiaalgebruik

Echte prijzen en transparante ketens

Circulaire economie

Echte prijzen

Groene energie

◼

◼

Biodiversiteit

N.B. De verslagjaren van de gepresenteerde indicatoren verschillen per indicator, afhankelijk van de beschikbaarheid van data.

Transparante ketens

Eerlijk

Inclusief ondernemen

Menselijk kapitaal

Innovatie & diversiteit

Nieuwe rijkdom en menselijk kapitaal

Innovatie & diversiteit

Nieuwe rijkdom

Energie

Thema energie Samenvatting Energie is een belangrijke thema binnen nieuwe economie met een grote invloed van bedrijven. Hun activiteiten vragen vaak veel energie, wat kan leiden tot een hogere CO₂-uitstoot. Tegelijkertijd hebben bedrijven de mogelijkheid om hun impact te verkleinen door over te stappen op hernieuwbare energie en efficiënter met energie om te gaan. Ook keuzes rondom mobiliteit, zoals transport en woonwerkverkeer, kunnen het totale energieverbruik van een bedrijf beïnvloeden. Door energie uit hernieuwbare bronnen (zoals zon of wind) te gebruiken in plaats van uit fossiele bronnen wordt er minder CO2 uitgestoten. Om schoner/milieuvriendelijker te kunnen produceren en diensten te leveren is opwek van hernieuwbare energie essentieel. De eigen opwek van hernieuwbare energie leidt tot lagere kosten op de langere termijn, minder afhankelijkheid van leveranciers van fossiele brandstoffen, en nieuwe banen en werkgelegenheid in de duurzame energiesector. In een nieuwe economie wordt zo min mogelijk uitstoot veroorzaakt. Daarbinnen past het zo min mogelijk gebruiken van fossiele brandstoffen om een werkplek te bereiken. Daarom is het relevant om te kijken hoe werkenden in Amsterdam naar hun werk reizen.

-28%

daling CO2-uitstoot door bedrijven tussen 2019 en 2023

-11%

daling in het energieverbruik van commerciële dienstverlening tussen 2019 en 2024

18%

van geschikte kantoordaken heeft zonnepanelen in 2025

67%

van werkenden in Amsterdam ging in 2023 te voet, te fiets of met het OV naar werk

Energieverbruik in de commerciële dienstverlening en industrie daalt met zo’n 10% Energieverbruik ▪ In Amsterdam is het energieverbruik in de commerciële dienstverlening gedaald met 11% tussen 2019 en 2024. In de industrie is de daling 10% in energieverbruik. Ter vergelijking: in de publieke dienstverlening is het energieverbruik harder gedaald met 24% in die periode. ▪ Naast de energiebesparing wordt er ook steeds meer hernieuwbare energie opgewekt en gebruikt. Naast de besparing is dat ook een belangrijke ontwikkeling voor milieueffecten zoals de CO2 uitstoot en daarmee de nieuwe economie. Meer over energieverbruik en opwek is te vinden in de Monitor Energie.

Energieverbruik diensten en industrie in TJ, naar sector Commerciële dienstverlening

Industrie, Energie, Afval, Water

16.000 14.000 12.000 10.000

▪ In de nieuwe economie wordt een ontkoppeling tussen economische groei en energieverbruik verwacht. Lagere energie-input per euro BBP betekent: lagere kosten, minder CO₂-uitstoot en hogere veerkracht.

8.000 6.000

▪ In de periode 2019-2024 is de toegevoegde waarde van industrie en de commerciële dienstverlening met 23-24% gestegen. Dus er wordt minder energie verbruikt terwijl de toegevoegde waarde blijft stijgen. ▪ De commerciële sector levert met 6,5 mln de meeste toegevoegde waarde per TJ aan energie, gevolgd door de publieke dienstverlening met 3,8 mln euro per TJ en de industrie met 0,8 mln euro per TJ.

4.000

2.000 0 2019

2020

2021

2022

2023

2024

Bron: Klimaatmonitor

O&S

Utiliteitsgebouwen zijn gemiddeld steeds energiezuiniger Energielabels Energielabels Amsterdamse utiliteitsgebouwen ▪ Het aandeel Amsterdamse utiliteitsgebouwen met een energielabel C of beter is de afgelopen jaren gestegen: van 70% in 2020 naar 79% in 2025. Daarnaast is het aantal utiliteitsgebouwen met een geldig label toegenomen: van circa 11.000 gebouwen in 2020 naar ruim 20.000 in 2025.

100%

75%

▪ In Amsterdam is het aandeel gebouwen met een C of hoger minder dan in Utrecht (87%) of landelijk (82%). Het ligt wel een fractie boven de rest van de G4 (Den Haag 78%, Rotterdam 77%). Ook in andere regio’s is tussen 2024 en 2025 (vrijwel) geen verbetering.

12% 50%

13% 9%

9%

12%

9%

12% 9%

11%

11%

9%

9%

G

F E D C

25%

48%

51%

55%

57%

59%

59%

B A t/m A++++

0% * in 2025 zijn er in de gemeente Amsterdam 20.170 utiliteitsgebouwen met een geldig energielabel. Dit omvat niet alle utiliteitsgebouwen omdat niet alle panden een label hoeven te hebben. Utiliteitsgebouwen zijn pas labelplichtig bij een transactie (verkoop, verhuur of oplevering) en er gelden ook uitzonderingen (monumenten, industriële objecten en losstaande gebouwen met minder dan 50 m 2 gebruiksoppervlakte). Op het moment van deze studie is het voor de onderzoekers niet bekend hoeveel utiliteitsgebouwen er in de gemeente Amsterdam mogelijk labelplichtig zouden worden bij een transactie.

2020 (11.090)

2021 (14.485)

2022 (16.550)

2023 (18.130)

2024 (19.740)

2025 (20.170)

Bron: SEO o.b.v. RVO

NEx-thema: groene energie

Een stijgend aandeel grootverbruikers neemt verplichte maatregelen om energie te besparen Energiecontroles Energiecontroles bij (zeer) grote gebruikers ▪ Steeds meer Amsterdamse grootverbruikers voldoen aan de besparingsplicht of boeken daarin voldoende voortgang. Dit is gestegen van 52% in 2023 naar 68% in 2025. Het aandeel dat nog niet voldoet aan de verplichtingen is gedaald van 38% naar nu 18%. ▪ De omgevingsdienst controleert iedere 4 jaar op maatregelen die binnen 5 jaar terugverdiend worden. Het aantal bedrijven dat hieronder valt is gestegen van circa 2.800 naar 3.400. In 2025 zijn daarvan 220 bedrijven aangemerkt als ‘zeer grote verbruikers’. Deze groep loopt relatief achter: 60% voldoet reeds of boekt voldoende voortgang, terwijl 32% nog niet voldoet.

100% 10%

75%

12%

14%

26%

18% Voldoet nog niet

38%

27%

50%

Nog onbekend

28%

Voldoende voortgang

19% 7% 25%

9%

23%

Deelnemers Klimaatroute of Portefeuilleaanpak

7%

27%

34% Maatregelen gerealiseerd

0% 2023 (2.818) * gebaseerd op rapportages van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied per 31-12 van het desbetreffende jaar. Verplicht zijn bedrijven met een verbruik boven de 50.000 kWh of 25.000 m3 per jaar. Voor ‘zeer groot gebruikers’ is dat 10.000.000 kWh of 170.000 m3 en daarbij gelden additionele verplichtingen. De Klimaatroute en Portefeuilleaanpak zijn een speciaal traject waarna bedrijven “naar verwachting volledig voldoen”.

2024 (3.157)

2025 (3.397)

Bron: SEO o.b.v. ODNZKG

NEx-thema: groene energie

De hoeveelheid zonnestroom stijgt sterk, terwijl elektriciteit van windturbines en afvalverbranding vrijwel gelijk blijft Hernieuwbare elektriciteit Hernieuwbare stroomopwekking Amsterdamse bedrijven in TJ, naar technologie

▪ Het totale stroomverbruik door bedrijven is al jaren relatief stabiel rond de 13.000 TJ. Exclusief afvalverbranding verbruikten bedrijven in 2014 nog 21 keer de hoeveelheid opgewekte hernieuwbare stroom, terwijl dit tot 2023 is gedaald tot 9. In Utrecht is het in die periode gedaald van 57 naar 6 keer op een totaal verbruik 3.700 TJ.

3.000

2.000

nog geen data

▪ In 2023 is door Amsterdamse bedrijven 3.000 TJ aan elektriciteit opgewekt, met name uit afvalverbranding en zonnestroom. Het vermogen aan zonnepanelen is sterk gestegen van bijna 5.300 kWp in 2014 naar bijna 184.000 in 2024. Dat is bijna 58% van het totale opgestelde vermogen; het restant ligt op woningen.

Biogas Bio-WKK

Afvalverbranding Wind op land

1.000

Zonnestroom

-

Bron: SEO o.b.v. Klimaatmonitor

NEx-thema: groene energie

Er wordt steeds meer zonne kantoorgebouwen

-energie opgewekt; vooral op industrie

- en

Opwek zonne -energie Geïnstalleerd vermogen zonnepanelen in MW

% van geschikte daken benut, naar gebruiksfunctie commercieel pand

Overig geinstalleerd vermogen

35

Geinstalleerd vermogen utiliteit (exclusief energiebedrijven)

30

350

logiesfunctie 25

300 250

166

200

141

60

100

0

20

winkelfunctie

12 7 2015

11 2016

22 15 2017

30 26

51

2018

2019

10

83

44 15

kantoorfunctie

15

116

150

50

industriefunctie

104

126

76

87

2020

2021

2022

2023

152

5

2024

0 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025

Bron: Klimaatmonitor

▪ Bedrijven wekken zelf schone energie op met zonnepanelen die op daken worden geïnstalleerd. In 2024 was 48% van de het geïnstalleerde vermogen aan zonne-energie van bedrijven. ▪ 56% van alle daken is qua oriëntatie geschikt voor zonnepanelen.

gemengd zonder woonfunctie

Bron: READAR dakenscan

▪ Van alle geschikte daken van kantoor- en industriepanden was in 2025 respectievelijk 18% en 16% benut voor zonne-energie. ▪ De installatie van zonnepanelen vertraagt; dit komt waarschijnlijk doordat zonnepanelen financieel minder aantrekkelijk zijn geworden. Netcongestie vormt op dit moment geen probleem voor zonnepanelen in Amsterdam.

O&S

Amsterdam biedt werk voor Amsterdammers en de regio; ruim de helft werkenden reist naar Amsterdam voor werk met auto/ov Modaliteiten reizen naar werk Verplaatsingen van werkenden in Amsterdam om naar werk te reizen

▪ Een kleine derde van werkenden in Amsterdam reist met de auto naar het werk. Dat is minder geworden, van 32% in 2022 naar 28% in 2023. Meer werkenden zijn met de trein gaan reizen om in Amsterdam te werken, van 14% in 2022 naar 17% in 2023. ▪ Ruim de helft van alle werkenden in Amsterdam forenst naar Amsterdam. De meesten komen uit Noord-Holland, gevolgd door Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland. 7% van de werkenden komt van verder weg dan de omliggende provincies. ▪ Het is onbekend hoe vaak de forenzen thuiswerken. Het is aannemelijk dat dit toe is genomen sinds de corona crisis. Van de werkenden die ook in Amsterdam wonen werkt ruim 60% soms tot altijd thuis. In Nederland gemiddeld is dit met zo’n 50% lager.

100

90

6 5

5 5

33

34

80 70

overig te voet

60 50

11

40

14

11

17

fiets overig OV trein personenauto

30 20 32

28

2022

2023

10 0

Bron: CBS Onderweg in Nederland * overig: bestelauto, vrachtwagen, brom-/snorfietsen en motors

O&S

De bedrijfsmatige uitstoot is tussen 2019 en 2023 met 28% gedaald CO 2 -uitstoot CO ₂-uitstoot Amsterdams bedrijfsleven ten opzichte van totale uitstoot Amsterdam, in kton ▪ De CO₂-uitstoot van het Amsterdamse bedrijfsleven bedroeg de afgelopen jaren zo’n 55% van de totale gemeentelijke uitstoot. Dat aandeel is vergelijkbaar met Utrecht, hoger dan in Den Haag (vanwege de sterke aanwezigheid van de publieke sector) en lager dan in Rotterdam (vanwege de haven).

Totaal

waarvan bedrijfsleven

5.000

4.086

4.000

▪ In 2023 is de uitstoot met 9% fors gedaald. Over de afgelopen 5 jaar is het met 28% gedaald: van 2.269 kton CO₂ in 2019 naar 1.629 kton CO₂ in 2023. In Utrecht daalde de bedrijfsmatige uitstoot met 24%. De totale uitstoot in Amsterdam daalde met 27%.

3.560

3.484

3.299 2.996

3.000 2.269 1.839

2.000

1.863

1.784

1.629

1.000

-

2019

2020

2021

2022

Bron: SEO o.b.v. Klimaatmonitor * uitstoot Amsterdamse industrie in 2021 geschat op basis van de ontwikkeling van de totale uitstoot in de gemeente en industriële uitstoot in de omliggende jaren.

NEx-thema: groene energie

2023

Sterkere daling in CO2 uitstoot en ontkoppeling met toegevoegde waarde onder commerciële dienstverlening dan in de industrie CO 2 uitstoot Ontwikkeling CO2 -uitstoot (als gevolg van energieverbruik) en toegevoegde waarde ▪ CO2 weerspiegelt de verduurzaming in energieverbruik in de economie. Producten of diensten binnen bepaalde sectoren kunnen redelijk veel energie kosten, maar als het schone/hernieuwbare energie betreft dan betekent dat wel dat er minder CO2 uitstoot bij vrijkomt en een positieve ontwikkeling richting de nieuwe economie gaande is.

▪ Ontkoppeling tussen CO2 uitstoot en toegevoegde waarde van bedrijven is een belangrijke indicator over de ontwikkeling naar een nieuwe, schonere economie. De ontkoppeling is sterker onder commerciële dienstverlening dan onder industrie bedrijven. Terwijl de TW gestegen/nagenoeg gelijk is gebleven in de commerciële dienstverlening, is de CO2 uitstoot met 40% gedaald sinds 2019. ▪ In Amsterdam zorgt de commerciële dienstverlening voor een groot deel (60%) van de CO2 uitstoot door bedrijven. Tegelijkertijd voegt de commerciële dienstverlening ook meer waarde toe aan de Amsterdamse economie. De industrie stoot 5 keer zoveel CO2 uit ten opzichte van de commerciële dienstverlening voor elke euro die het toevoegt aan de economie.

Commerciële dienstverlening TW

Commerciële dienstverlening CO2

Industrie, afval en energie TW

Industrie, afval en energie CO2

120

100

80

60

40

20

0 2019

2020

2021

2022

2023

Bron: Klimaatmonitor en EVMRA, bewerking O&S

O&S

Milieu

Thema milieu Samenvatting Een van de manieren waarop bedrijven negatieve invloed uitoefenen op het milieu is de verontreiniging die ze veroorzaken door hun activiteiten. Bijvoorbeeld door de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht of in afvalwater. Bedrijven kunnen ook positief het milieu beïnvloeden door juist groen toe te voegen of andere manieren van reiniging van bijvoorbeeld lucht of water toe te passen. Luchtverontreinigende stoffen komen vrij bij allerlei bedrijfsactiviteiten. Met name door verbranding maar ook door verdamping en verwerkingsprocessen. Deze stoffen hebben een negatief effect op de gezondheid en verhogen het risico op long-, hart- en vaatziekten. Ook zorgen deze stoffen door de verzuring van de grond voor schade aan ecosystemen en biodiversiteit. In Amsterdam is de uitstoot van schadelijke stoffen door bedrijven ongeveer gelijk gebleven. Alleen de sluiting van de kolencentrale had een grote positieve impact. In de stad is een groot deel van de oppervlakte versteend. Dat betekent dat er tegels, beton of asfalt over de aarde heen liggen. Dit heeft negatieve gevolgen voor de afwatering en voor de gevoelstemperatuur op hete dagen. Ook is er bijna geen leven mogelijk op (of onder) versteend oppervlak. Door te vergroenen komt er ruimte voor planten en dieren.

Natuur kan belangrijke bijdragen leveren aan het milieu door regenwater op te vangen, door schadelijke stoffen in de lucht, het water en in de bodem af te breken, en door plagen te beheersen. De hoeveelheid biodiversiteit is hierbij belangrijk.

23%

van grondoppervlak rondom bedrijven is groen

27%

van de bedrijven neemt maatregelen om de biodiversiteit te bevorderen of behouden

-35%

afname in uitstoot van stikstofoxiden (NO2) door vestigingen in de stad tussen 2019 en 2023

-2%

afname in uitstoot van fijnstof (PM10 en PM2.5) door vestigingen in de stad tussen 2019 en 2023

Groot deel van oppervlakte rondom bedrijven nog versteend Groenoppervlak bij bedrijven ▪ Bedrijven maken gebruik van versteend terrein voor het vervoer van goederen en het aanbieden van diensten. Toch is er vaak meer versteende grond in de stad dan nodig. Door te vergroenen kunnen bedrijven bijdragen aan klimaatbestendigheid en biodiversiteit. ▪ De grond in Amsterdam is wettelijk opgedeeld in kadastrale objecten. In het kadaster staat per kadastraal object aangegeven wat voor type cultuur bij dat object hoort. Dat kan bijvoorbeeld gaan om wegen, wonen, of bedrijvigheid. In deze analyse zijn objecten met verschillende soorten bedrijvigheid geanalyseerd. Op basis van satellietbeelden uit 2023 is bepaald of en wat voor soort groen er is op het onbebouwde oppervlak.

Aandeel van onbebouwde oppervlakte bedekt met groen, naar verschillende typen bedrijvigheid* (2023) 6 2

4 3

11

14

9

3 16

17 5 18

boomkronen struiken

▪ In de grafiek is te zijn dat objecten met een Horeca aanduiding het groenst zijn, met 40% van de oppervlakte. Het meest voorkomend type groen is ‘maaiveld’, dat betekent dat het groen laag bij de grond is, zoals bij een grasveld. Daarna zijn boomkronen het meest voorkomend type groen. Struiken vormen slechts een klein percentage van het aandeel groen, al kan dit ook komen doordat struiken vaak onder bomen staan en dus niet worden meegeteld. ▪ Hoewel meer groen in veel gevallen positief is, maakt het type groen veel uit. Een biodiverse mix met veel verschillende soorten groen heeft meer milieuvoordelen dan een strak gazon met slechts één soort gras. Aan de andere kant is een grasveld aantrekkelijker voor mensen om te recreëren.

81

79

maaiveld 72

grijs 60

Industrie (2.0 km2)

Detailhandel (0.2 km2)

Kantoor (1.3 km2)

Horeca (0.1 km2)

Bron: Kadaster, O&S *type bedrijvigheid is op basis van soort cultuur van kadastrale objecten. Deze categorisering is foutgevoelig.

O&S

Bijna 3 op de 10 bedrijven neemt maatregelen voor de biodiversiteit Biodiversiteit Maatregelen genomen om biodiversiteit te behouden of te verbeteren ▪ Amsterdamse bedrijven zetten zich in om biodiversiteit te behouden of te verbeteren. Van de Amsterdamse organisaties neemt 27% maatregelen, met name gericht op planten. Dit is hoger dan in andere gemeenten (NEx 2025: Utrecht 25%; NEx 2024: Amersfoort 25%, Den Haag 23% en Den Bosch 16%). ▪ Daarnaast stelt 17% van de Amsterdamse bedrijven specifieke doelen op en overweegt 20% de betrokkenheid te vergroten. Ook hierin lopen Amsterdamse bedrijven voor op andere gemeenten.

Bron: SEO, enquête

* gebaseerd op 225 waarnemingen voor de NEx 2025. De resultaten zijn gewogen naar bedrijfsomvang en sector. De weging wordt uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor het Amsterdamse bedrijfsleven, voor wat betreft deze kenmerken.

NEx-thema: biodiversiteit

Luchtvervuiling door bedrijven in Amsterdam is de afgelopen 5 jaar stabiel gebleven Emissies van luchtverontreinigende stoffen Uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door vestigingen* in Amsterdam, naar stof, in kton

Uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door vestigingen* in Amsterdam, naar bron, in kton 2500

3500

Afvalverwijdering

Ammoniak

3000

Fijnstof (PM10)

2500

Fijnstof (PM2,5)

2000

1500 1000

Bouw

2000

Industrie

NMVOS

1500

Energiesector

Stikstofoxiden (als NO2) Zwaveloxiden (als SO2)

1000

Handel, Diensten en Overheid (HDO) Landbouw

500 500 0 2019

2020

2021

2022

2023

0 2019

2020

2021

2022

2023

Bron: Emissieregistratie (* incl. overheid, excl. uitstoot door vervoer)

▪ In de emissieregistratie van het RIVM wordt op basis van door bedrijven aangeleverde data berekend hoeveel van deze stoffen wordt uitgestoten. ▪ In de grafieken is te zien dat tussen 2019 en 2020 de uitstoot van de energiesector sterk afnam, dit komt door de sluiting van de kolencentrale aan de Hemweg. Hierdoor daalde de uitstoot van stikstof- en zwaveloxiden.

▪ De uitstoot van de overige stoffen is stabiel in de afgelopen jaren; de uitstoot van niet-methaan volatiele organische stoffen (NMVOS) neemt licht toe, met name door de industrie.

O&S

Bedrijven in Amsterdam dragen met name bij aan uitstoot van fijnstof Emissies en concentratie van luchtverontreinigende stoffen Aandeel van uitstoot luchtverontreinigende stoffen in Amsterdam, 2023, naar bron (%) 100%

Daggemiddelde concentratie luchtverontreinigende stoffen op meetlocaties in Amsterdam, in μg/m 3 30

Verkeer en vervoer

90%

25

80%

Consumenten

20

70% Afval, energie en water

60% 50%

Landbouw

40%

15 10 5

Bouw

30%

0

20%

Industrie

2019

10% 0% Fijnstof (PM10)

Fijnstof (PM2,5)

Stikstofoxiden (als NO2)

Handel, Diensten en Overheid (HDO)

2020

2021

2022

2023

NO2

PM10

PM2.5

WHO-advieswaarde NO2

WHO-advieswaarde PM10

WHO-advieswaarde PM2.5

2024

Bron: Emissieregistratie

Bron: Luchtmeetnet

▪ Hoewel bedrijfsvestigingen in Amsterdam wel stikstofoxiden (zoals NO2) uitstoten, is hun aandeel van de uitstoot relatief klein ten opzichte van andere bronnen. Meer dan driekwart van de uitstoot van stikstofoxiden komt door verkeer en vervoer. ▪ Vestigingen in Amsterdam hebben wel een groot aandeel in de uitstoot van fijnstof, namelijk een derde van de uitstoot van PM2.5 fijnstof en meer dan de helft van de uitstoot van PM10 fijnstof, en spelen dus een significante rol in de verbetering van de luchtkwaliteit.*

▪ Amsterdam voldoet nog niet aan de WHO advieswaardes voor de concentratie van luchtverontreinigende stoffen (NO2, PM10, en PM2.5). Het daggemiddelde voor PM10 is in 2024 wel gedaald tot 15 μg/m3, maar er blijven op bepaalde locaties en momenten van de dag overschrijdingen bestaan. * Van de concentratie van fijnstof in de lucht in Amsterdam wordt ongeveer een derde veroorzaakt door bronnen buiten de stad (Coelho et al., 2022)

O&S

Circulaire economie & materiaalgebruik

Thema materiaalgebruik Samenvatting Sectoren verschillen in materiaalintensiteit. Binnen sommige sectoren worden veel grondstoffen gebruikt. In de nieuwe economie is er specifieke aandacht voor vermindering in gebruik van primaire grondstoffen en nadruk op hergebruik van materialen en grondstoffen. Groei in circulaire economie ondernemingen is een indicator voor positieve ontwikkeling richting de nieuwe economie. Het geeft aan dat meer bedrijfsactiviteiten in de economie draait om recycling, reparatie en secundair gebruik van materialen. In de nieuwe economie wordt er gestreefd naar minder, langer en (her)gebruik van grondstoffen. Sommige delen van de economie zijn materiaal intensiever dan andere. Industrie en bouw gebruiken 20 tot meer dan 100 keer zoveel materiaal dan de financiële sector of IT. Toch neemt grondstoffengebruik ook in de industrie en bouw sinds 2015 af. Ontkoppeling van welvaart en grondstoffengebruik een indicatie van voortgang richting de nieuwe economie. Het belang van de ontkoppeling heeft te maken met minder CO2 uitstoot en biodiversiteitsverlies, maar ook minder afhankelijkheid van import en kleinere geopolitieke risico’s. In de bouw, IT en specialistische zakelijke diensten is een duidelijkere ontkoppeling tussen grondstoffengebruik en toegevoegde waarde te zien dan in de industrie en financiële sector.

+3%

aandeel circulaire vestigingen in totaal nog maar klein

-20%

gemiddelde afname in grondstofgebruik in verschillende sectoren tussen 2015 en 2023

26%

van de bedrijven heeft circulariteit als vast onderdeel of volledig geïntegreerd in de bedrijfsvoering

Materiaalgebruik: industrie, bouw en energie meest materiaalintensief, zakelijke diensten minst Materiaalgebruik sectoren Amsterdam Benadering van grondstoffen/materiaalgebruik in sectoren ▪ In de nieuwe economie wordt er gestreefd naar minder, langer en (her)gebruik van grondstoffen. In lijn met het gebruik van energie is ontkoppeling van welvaart en grondstoffengebruik een indicatie van voortgang richting de nieuwe economie. Een van de redenen voor ontkoppeling is milieu- en klimaatimpact: minder CO2 uitstoot en minder biodiversiteitsverlies. Andere redenen relateren aan schaarste en geopolitiek: minder afhankelijkheid van import en kleinere geopolitieke risico’s. ▪ Industrie, bouw, energie en (afval)waterbeheer zijn het meest materiaalintensief. Ook in de sector vervoer en opslag gaat er veel materiaal om. ▪ Er zijn ook sectoren waar veel minder materialen en grondstoffen in omgaan. Dat zijn sectoren zoals financiële dienstverlening, informatie en communicatie en allerlei andere zakelijke diensten. ▪ Materiaalintensiteit. Voor elke euro aan toegevoegde waarde dat in de industrie, bouw of energie en (afval)waterbeheer wordt toegevoegd is veel meer materiaal nodig dan in de dienstensectoren.

C Industrie

9.573

F Bouwnijverheid

1.949

H Vervoer en opslag

1.633

D&E Energie en water

936

A Landbouw

752

G Handel B Delfstoffenwinning I Horeca N Verhuur/overige zakelijke diensten

393

2015

346

2019

307

2023

251

M Specialistische zakelijke diensten

167

L Verhuur en handel onroerend goed

163

J Informatie en communicatie

92

K Financiële dienstverlening

68

0

5.000

10.000

Bron: CBS materiaalstromendata, bewerking O&S CE monitor

15.000

kton

O&S

Ontkoppeling grondstofgebruik en toegevoegde waarde in de bouw, IT en specialistische zakelijke diensten Materiaalgebruik sectoren Amsterdam Ontkoppeling grondstoffengebruik sectoren en toegevoegde waarde

Ontkoppeling grondstoffengebruik sectoren en toegevoegde waarde

C Industrie

Materiaalgebruik in kton

J Informatie en communicatie kton

Materiaalgebruik in kton

F Bouwnijverheid

Toegevoegde waarde

K Financiële dienstverlening kton

Toegevoegde waarde

M Specialistische zakelijke diensten kton 160 200 140 120

150

100 80

100

60 40

50

20 0 2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Bron: CBS, bewerking O&S CE monitor en EVMRA toegevoegde waarde

▪ In de bouw, IT en specialistische zakelijke diensten is een duidelijkere ontkoppeling tussen grondstoffengebruik en toegevoegde waarde te zien dan in de industrie en financiële sector.

0 2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

▪ Voor elke euro aan toegevoegde waarde dat in de industrie, bouw of energie en (afval)waterbeheer wordt toegevoegd is veel meer materiaal nodig dan in de dienstensectoren.

O&S

1,5 keer zoveel circulaire economie vestigingen in 10 jaar tijd, maar het aandeel in totale economie is gedaald Aantal vestigingen circulaire economie ▪ Groei in circulaire economie ondernemingen is een indicator voor positieve ontwikkeling richting de nieuwe economie. Het betekent dat er een groeiende sub-sector in de economie is die draait om recycling, reparatie en secundair gebruik van materialen. Het geeft aan dat bedrijven meer kansen zien in circulaire bedrijfsmodellen en dat er meer vraag is naar circulaire goederen/diensten. ▪ Hoewel circulaire economie groeit, is de impact op het totale BBP of de economie nog relatief beperkt en vooral zichtbaar in specifieke activiteiten. ▪ Er zijn 1,5 keer zoveel vestigingen in 10 jaar tijd. Dit is in lijn met ontwikkeling in bedrijvigheid in de stad in het algemeen, maar het aandeel in totaal is klein, minder dan 6.000 vestigingen t.o.v. 200.000 in totaal in 2024. ▪ Er is vooral een toename in repair en recycling activiteiten. ▪ Het aandeel vestigingen in het totaal aantal vestigingen in de stad schommelt rond 3% (incl. zzp’ers) en rond 6% (excl. zzp’ers). ▪ De groei in het aantal banen is zeer beperkt geweest; in 2015 waren er 22.400 banen in de circulaire sectoren en in 2024 23.260. Het aandeel in de totale economie is dus gedaald. ▪ 80% van de banen bevinden zich in de categorie repair.

Aantal vestigingen naar circulaire strategie Recycle

Repair

Reuse

Refuse en rethink 1

6.000

290 4

5.000

349 7 4.000

412

3.000

5.199 4.280

2.000

3.484

1.000

0

139 2015

231 2020

294 2024

Bron: Lisa, bewerking O&S

O&S

26% van de bedrijven heeft circulariteit als vast onderdeel of volledig geïntegreerd in de bedrijfsvoering Circulaire bedrijfsvoering Voortgang op het gebied van circulariteit ▪ Van de Amsterdamse bedrijven past 46% nog geen circulaire principes toe. Exclusief zelfstandigen slinkt dat naar 33%. Dit beeld is vergelijkbaar met andere gemeenten. ▪ Bedrijven die dat wel doen bevinden zich in verschillende fases. Zo vormt 26% een groep koplopers: 6% heeft circulariteit volledig omarmt en nog eens 19% heeft het opgenomen in hun activiteiten. Meer in de beginfase verkent 8% de mogelijkheden en nog eens 20% heeft al enkele circulaire stappen gezet.

▪ In Utrecht valt 23% van de bedrijven onder de koplopers (NEx 2025). In de andere gemeenten ligt dit lager (NEx 2024: Den Haag 23%, Den Bosch 22%, Amersfoort 19%).

Bron: SEO Bron: SEO, enquête

* gebaseerd op 225 waarnemingen voor de NEx 2025. De resultaten zijn gewogen naar bedrijfsomvang en sector. De weging wordt uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor het Amsterdamse bedrijfsleven, voor wat betreft deze kenmerken.

NEx-thema: circulaire economie

Echte prijzen en transparante ketens

Echte prijzen en transparante ketens Samenvatting

Echte prijzen en transparante ketens zijn cruciaal voor de nieuwe economie omdat ze de manier waarop we produceren, consumeren en waarde toekennen fundamenteel veranderen. Bedrijfskeuzes in de productieketen bepalen of prijzen de werkelijke kosten weerspiegelen. Zonder aandacht hiervoor kunnen uitbuiting en verborgen kosten ontstaan. Bedrijven kunnen dit verbeteren door transparantie en eerlijke prijzen. Echte prijzen houden rekening met alle kosten van een product, inclusief milieu-impact, sociale kosten en toekomstige schade. Als vervuiling of uitbuiting in de prijs wordt meegerekend, worden duurzame keuzes financieel aantrekkelijker. Mensen kunnen bewustere keuzes maken en bedrijven die schone technologieën en eerlijke arbeidsomstandigheden hanteren, worden competitief beloond.

Met transparante ketens wordt zichtbaar waar, hoe en door wie producten worden gemaakt. Consumenten kunnen controleren of claims zoals “fair trade” of “biologisch” kloppen. Bij bedrijven kan verantwoordelijkheid worden afgedwongen om te monitoren, ethisch te handelen en slechte praktijken te voorkomen. De transparantie zorgt er ook voor dat makkelijker zichtbaar wordt hoe processen kunnen worden verbeterd of bijvoorbeeld verspilling verminderd kan worden.

31%

van geënquêteerde Amsterdamse bedrijven bezig met meten van impact op klimaat

16%

van de geënquêteerde bedrijven rekent echte prijzen

48% 5%

van geënquêteerde Amsterdamse bedrijven werkt (deels) met leveranciers met keurmerk van Amsterdamse bedrijven deelt informatie over toeleveringsketen op hun website

Bijna 1 op de 3 geënquêteerde bedrijven geeft aan bezig te zijn met het meten van hun impact op het klimaat Fase meten impact Bezig met het meten van de impact op het klimaat ▪ Van de Amsterdamse bedrijven is 31% bezig met het meten van hun impact op het klimaat. Zonder zelfstandigen ligt dit op 36%; van de zzp’ers meet 29% de impact. De meeste Amsterdamse organisaties zitten in de verkennende fase of formuleren doelen. ▪ In Utrecht meet ook 31% van de bedrijven de impact op het klimaat. In Den Haag en Amersfoort lag dit vorig jaar een fractie hoger (33%) en in Den Bosch iets lager (30%). Zonder zelfstandigen ligt dit aandeel ook in deze gemeenten hoger (Utrecht 47%, Den Haag en Amersfoort 48%, en Den Bosch 42%).

Bron: SEO, enquête

* gebaseerd op 225 waarnemingen voor de NEx 2025. De resultaten zijn gewogen naar bedrijfsomvang en sector. De weging wordt uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor het Amsterdamse bedrijfsleven, voor wat betreft deze kenmerken.

NEx-thema: echte prijzen

16% van de geënquêteerde bedrijven zegt echte prijzen te rekenen en nog eens 21% overweegt het Monetariseren en beprijzen Voortgang op het gebied van rekenen van echte prijzen ▪ Van de organisaties die invloed hebben op hun prijsstelling heeft 63% nooit overwogen om echte prijzen te hanteren. De overige 37% heeft dit wel overwogen of rekent op dit moment echte prijzen voor (een deel van) hun producten of diensten. De echte prijs houdt rekening met alle bedrijfseffecten op mens en klimaat. ▪ Vergeleken met andere gemeenten rekent een kleiner deel van de Amsterdamse bedrijven echte prijzen (NEx 2025: Utrecht 22%; NEx 2024: Den Haag 19%, Amersfoort 17%, Den Bosch 13%). Ook het aandeel bedrijven dat nooit heeft overwogen echte prijzen te rekenen is relatief hoog in Amsterdam (NEx 2025: Utrecht 55%; NEx 2024: Den Haag 59%, Amersfoort 61%, Den Bosch 67%). Bron: SEO, enquête

* gebaseerd op 152 waarnemingen voor de NEx 2025. De resultaten zijn gewogen naar bedrijfsomvang en sector. De weging wordt uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor het Amsterdamse bedrijfsleven, voor wat betreft deze kenmerken.

NEx-thema: echte prijzen

Bijna de helft van de geënquêteerde bedrijven met toeleverings keten zegt (deels) met leveranciers met keurmerk te werken Keurmerk toeleveranciers Keurmerken ▪ Van de Amsterdamse bedrijven met toeleveringsketen beschikt 6% zelf over een keurmerk gericht op de toeleveringsketen. Dit is lager dan in Utrecht (2025: 10%) en Den Bosch (2024: 18%) en vergelijkbaar met Den Haag (2024: 6%) en Amersfoort (2024: 5%). ▪ Bedrijven hebben weliswaar zelf niet altijd een keurmerk, maar werken wel samen met toeleveranciers die hierover beschikken. Van de Amsterdamse bedrijven werkt 12% volledig met dergelijke leveranciers; inclusief bedrijven die dit gedeeltelijk doen is dit 48%. Een groot deel van de bedrijven weet niet of leveranciers een keurmerk hebben.

Bron: SEO, enquête

* gebaseerd op 77 waarnemingen. De onderzoeksresultaten zijn gewogen naar bedrijfsomvang en sector. De weging wordt uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor het Amsterdamse bedrijfsleven, voor wat betreft deze kenmerken.

NEx-thema: transparante ketens

-

Amsterdamse bedrijven hebben nog maar beperkt inzicht in toeleveringsketens Aandeel bedrijven dat onderzoek doet naar ketens Nulmeting % bedrijven die ketenonderzoek doen per sector, 2025 ▪ Door goederen en diensten te importeren vanuit het buitenland zijn Amsterdamse bedrijven mede verantwoordelijk voor de sociale en ecologische kosten die in het buitenland worden gemaakt. Bijvoorbeeld door uitstoot, vervuiling of uitbuiting tijdens de productie. ▪ O&S schat dat deze verborgen kosten ongeveer even groot zijn als de kosten voor de goederen zelf (Monitor Circulaire Economie 2022). ▪ Op basis van een analyse van bedrijfswebsites is bepaald of bedrijven in Amsterdam hun eigen toeleveringsketen onderzoeken. Er is gezocht naar trefwoorden die te maken hebben met eerlijke en transparantie handel. ▪ Sectoren in groen zijn sectoren die zelf een significante toeleveringsketen hebben. Daarvan stelt 1 tot 5% zelf bezig te zijn met ketenonderzoek. Voor de overige sectoren is de toeleveringsketen minder belangrijk; wel leveren zij soms ondersteunende diensten voor ketenonderzoek.

Groothandel (n=97)

5

Financiële instellingen (n=57)

5

Advisering, onderzoek en overige specialistische…

4

Verhuur van en handel in onroerend goed (n=82)

3

Informatie en communicatie (n=365)

3

Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke…

3

Detailhandel (n=412)

3

Bouwnijverheid (n=112)

3

Industrie (n=110)

2

Vervoer en opslag (n=76)

2

Cultuur, sport en recreatie (n=251)

1

Logies-, maaltijd- en drankverstrekking (n=350)

1

Overige dienstverlening (n=176)

0

Onderwijs (n=225) 0 Gezondheids- en welzijnszorg (n=338)

0

Bron: O&S, communicatieanalyse websites

O&S

37% van de geënquêteerde bedrijven zegt informatie toeleveringsketen te delen, met name mondeling of digitaal Wijze van communicatie Openbaar informatie gedeeld over de toeleveringsketen ▪ De meerderheid van de bedrijven met een toeleveringsketen deelt geen informatie over hun toeleveringsketen. Het afgelopen jaar heeft 37% dit wel gedaan. Amsterdamse bedrijven delen minder vaak informatie dan Utrechtse bedrijven (46%). Vergeleken met andere gemeenten die deelnemen aan de NEx wordt in Amsterdam vaker informatie gedeeld (NEx 2024: Den Haag 35%, Amersfoort 33%, Den Bosch 31%). ▪ Deze bedrijven geven aan dat ze dit meestal doen via mondeling contact of door informatie te delen via hun website of sociale media. Dit ligt in lijn met andere gemeenten.

Bron: SEO, enquête

* gebaseerd op 77 waarnemingen voor de NEx 2025. De resultaten zijn gewogen naar bedrijfsomvang en sector. De weging wordt uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor het Amsterdamse bedrijfsleven, voor wat betreft deze kenmerken.

NEx-thema: transparante ketens

Eerlijk

Thema eerlijk Samenvatting De nieuwe economie draait niet alleen om winst, maar ook om maatschappelijke waarde. In de nieuwe economie wordt meer aandacht geschonken aan gelijkheid, eerlijke lonen en inclusiviteit. Door bewuste keuzes kunnen bedrijven bijdragen aan gelijke kansen en een rechtvaardigere verdeling van welvaart. Voorbeelden hiervan zijn inclusieve werving of sociale ondernemingen.

+77%

van de Amsterdammers tussen de 15 en 75 jaar heeft werk of is op zoek

Precaire banen (combinatie onzeker contract en laag uurloon) passen niet bij een duurzame en inclusieve economie, vanwege gebrek aan rechtvaardigheid, ontwikkeling werknemers t.b.v. innovatie en gebrek aan (financiële) stabiliteit.

+19%

van alle banen in Amsterdam betreft precaire banen

+15%

loonkloof tussen mannen en vrouwen in Amsterdam in 2023; nader onderzoek nodig naar verklaring

+22%

van vacatureteksten gebruikt inclusieve taal in 2024; toename van 16% in 2021

500+

sociale ondernemingen in Amsterdam in 2025

Het verkleinen van de loonkloof is van belang in de nieuwe economie vanwege inclusiviteit en gelijkheid. Dit heeft positieve effecten op het aantrekken van talent en diversiteit, benutten van talent, maar ook koopkrachtstijging voor groepen. Om discriminatie bij werving te voorkomen kunnen bedrijven aandacht besteden aan de wervingsprocedure door te voldoen aan richtlijnen voor goede vacaturetekst om inclusiviteit en diversiteit te bevorderen. Bij sociale ondernemingen is het maken van financiële winst geen hoofddoel, maar een middel om bij te dragen aan een sociale, inclusieve en groene wereld. Bevorderen van toename van deze ondernemingen in de stad past bij de nieuwe economie.

Met 77% ligt de Amsterdamse arbeidsparticipatie boven het landelijk gemiddelde Arbeidsparticipatie Bruto arbeidsparticipatie ▪ De bruto arbeidsparticipatie ligt in de gemeente Amsterdam iets boven het nationale gemiddelde. Een hoge bruto arbeidsparticipatie betekent dat veel mensen uit de beroepsgeschikte bevolking (15-75 jaar) daadwerkelijk werken of op zoek zijn. Net als andere gemeenten stijgt het de afgelopen jaren. In Utrecht ligt de deelname het hoogst, terwijl het in Rotterdam en Den Haag onder het gemiddelde ligt. ▪ Er zijn in Amsterdam verschillen uitgesplitst naar opleiding (+30 procentpunt bij hoog- t.o.v. laagopgeleiden), leeftijd (jongeren +14 procentpunt t.o.v. ouderen) en geslacht (mannen +7 procentpunt t.o.v. vrouwen). Deze patronen zijn redelijk vergelijkbaar met de G4, maar wijken landelijk af met grotere verschillen naar opleiding (voor heel Nederland +24 procentpunt) en kleinere naar leeftijd (+19 procentpunt).

85%

Utrecht 81%

80%

Amsterdam 77%

Nederland 76% Rotterdam 73%

75%

Den Haag 72%

70%

65%

Bron: SEO o.b.v. CBS

NEx-thema: inclusief ondernemen

Een op de vijf banen is een precaire baan Aandeel precaire banen Aandeel precaire banen van totaal aantal banen in Amsterdam

▪ Steeds meer flexibele arbeidscontracten en hoog aandeel tijdelijk en deeltijd werk zijn verklaringen voor meer precair werk over tijd. ▪ In bepaalde sectoren is het aandeel precaire banen veel lager dan gemiddeld, bijvoorbeeld de financiële sector of overheid

▪ In een aantal sectoren is het aandeel precaire banen aan het toenemen. Lichtelijk in de zorg en handel. In de sectoren cultuur, sport en recreatie en horeca neemt het aandeel precaire banen sterk toe.

financiële instellingen overheid

informatie en communicatie industrie

2023 18 19

3 3 5 6

10 8

22 15

33

landbouw, bosbouw en visserij

zorg

toenemend

▪ Bij een aantal sectoren is het aandeel precaire banen aan het dalen, zoals in de landbouw, industrie en de informatie en communicatie sectoren

2022

totaal

laag

▪ Ongeveer 1/5 van de banen betreft precaire banen; in 2021 waren er ca. 120.000 precaire banen en in 2023 is dit iets gestegen naar 135.000 banen.

2021

afnemend

▪ Precair werk is de combinatie van een onzeker contract en een laag uurloon (PBL, 2025). Dit betreft niet het inkomen van een huishouden, maar het uurloon per baan. Precaire banen passen niet bij een duurzame en inclusieve economie, vanwege gebrek aan rechtvaardigheid, ontwikkeling werknemers t.b.v. innovatie en gebrek aan (financiële) stabiliteit.

handel cultuur, sport en recreatie

26 16 18 19 22 23

verhuur en overige zakelijke diensten horeca

Bron: CBS, bewerking O&S * lage n bij de sector landbouw, bosbouw, visserij (30-50)

28

35 37 35 41

O&S

In het bedrijfsleven is de loonkloof groter dan in de (semi -)overheidssector Loonkloof man/vrouw ▪ De loonkloof betekent dat de ene groep gemiddeld meer verdient dan de andere. Het verkleinen van de loonkloof is van belang vanwege inclusiviteit en gelijkheid. ▪ CBS laat zien dat landelijk de ongecorrigeerde loonkloof 12% was in 2023 en 10,5% in 2024. De loonkloof tussen mannen en vrouwen in Amsterdam lijkt iets te stijgen, 15% in 2023 t.o.v. 13% in 2022. Net zoals landelijk, lijkt de loonkloof in het bedrijfsleven groter dan in de nietcommerciële sector.

▪ Voor een deel is dit verschil in uurlonen het gevolg van een andere samenstelling van de groepen werkende mannen en vrouwen voor wat betreft leeftijd, opleiding, het soort werk en dergelijke. Voor deze verschillen is hier niet gecorrigeerd. Een mogelijke verklaring voor stijging in de loonkloof is bijvoorbeeld meer deelname aan de arbeidsmarkt door groepen die vaak kleine banen hebben. Dit is een kenmerk dat samenhangt met lager loon. ▪ Uit de CBS cijfers blijkt ook dat de loonkloof veel groter is dan gemiddeld in bepaalde sectoren zoals de financiële sector, handel en zakelijke dienstverlening. In Amsterdam zijn dit juist de grotere sectoren. ▪ Meerdere peilmomenten en verdiepend onderzoek zijn nodig om te zien of stijging werkelijk gaande is en waardoor het specifiek te verklaren is.

Feitelijke/ongecorrigeerde loonkloof man/vrouw, werknemers werkzaam in Amsterdam (bruto uurloon, 15 -66 jarigen)

13

totaal

15

2022 2023 16

bedrijfsleven

19

5

overheid, onderwijs en zorg

8 0

5

10

15

20

Bron: EBB, gewogen en bewerkt door O&S

O&S

Bij grootste werkgevers aandeel vrouwelijke bestuurders nog niet representatief, terwijl bij RvC en RvT al bijna de helft Vrouwen in de top

▪ Bij de 50 grootste Amsterdamse werkgevers vertegenwoordigen vrouwen 28% van de bestuurders (RvB) en 45% van de leden van de raden van commissarissen (RvC) of toezichthouders (RvT). In Utrecht is 41% van de bestuurders vrouw en is 46% van de commissarissen en toezichthouders. ▪ Het lage aandeel vrouwelijke bestuurders in Amsterdam kan deels worden verklaard door het type bedrijven dat er gevestigd is: veel financiële instellingen, zakelijke dienstverlening (advocatuur, consultancy) en technologiebedrijven. Deze sectoren worden traditioneel door mannen gedomineerd, wat zich vertaalt in een lagere vertegenwoordiging van vrouwen in bestuursfuncties.

Bestuurders (RvB)

Man 72%

Commissarissen ( RvC ) & toezichthouders (RvT)

Man 55%

Bevolking: 50,5% vrouw

Vrouw 28%

Vrouw 45%

Bron: SEO

NEx-thema: inclusief ondernemen

Inclusieve werving neemt langzaam toe Inclusiviteit en diversiteit in vacatureteksten ▪ Om discriminatie bij werving te voorkomen kunnen bedrijven aandacht besteden aan de wervingsprocedure. Instellingen zoals de Sociaal Economische Raad en het College voor de Rechten van de Mens geven advies voor het opstellen van een goede vacaturetekst om inclusiviteit en diversiteit te bevorderen. ▪ Op basis van deze adviezen is een analyse gedaan van vacatures voor banen in Amsterdam tussen 2021 en 2024. Een vacature scoort slechter als deze expliciet verwijst naar leeftijd, geslacht, of nationaliteit. Een vacature scoort beter als er aandacht wordt besteed aan toegankelijkheid, inclusiviteit en ondersteuning, en als de focus van de vacatures ligt op vaardigheden in plaats van persoonlijke eigenschappen.

% vacatures in Amsterdam dat positief scoort op diversiteit en inclusie per sector (aantal bekeken vacatures tussen haakjes) Financiële instellingen (43.183) Energie (4.120) Informatie en communicatie (55.339) Advisering, onderzoek en overige specialistische zakelijke dienstverlening (130.956) Cultuur, sport en recreatie (18.715) Logies-, maaltijd- en drankverstrekking (37.211) Overige dienstverlening (9.199)

2021 Groothandel (18.169)

2022 Verhuur van en handel in onroerend goed (8.117)

▪ Over het algemeen neemt het gebruik van inclusieve taal in vacatures toe, van 16% in 2021 naar 22% in 2024. Met name bij financiële instellingen en ICT bedrijven is er een sterke positieve trend zichtbaar. Bij de sectoren industrie en detailhandel is de afgelopen jaren juist een daling zichtbaar.

2023 2024

Detailhandel (41.687) Bouwnijverheid (5.702) Vervoer en opslag (10.574) Water en afval (2.254)

▪ In de Emancipatiemonitor 2025: Werk en inkomen dat recent gepubliceerd is door O&S is meer te lezen over discriminatie bij sollicitaties en op het werk.

Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening (195.999) Industrie (5.567) Alle sectoren (586.949)

0

Bron: O&S, analyse vacatureteksten

10

20

30

40

50

60

70

O&S

Het aantal sociale ondernemingen neemt gestaag toe Aantal sociale / maatschappelijk gedreven ondernemingen Aantal geregistreerde sociale

ondernemingen * per jaar, Amsterdam

Aantal geregistreerde sociale ondernemingen per label, 2025, Amsterdam

500

B-corporation

170

400 Social Enterprise NL

157

300 Sociale Zaken / Sociale Firmas 200

Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO)

100 0 2019

118 38

Steward-owned

2020

2021

Startdatum onbekend

2022

2023

2024

2025

Aantal sociale ondernemingen

31

Code Sociale Ondernemingen

23 0

20

40

60

80 100 120 140 160 180

Bron: aanlevering labelorganisaties, LISA, analyse O&S

▪ Bij sociale ondernemingen is het maken van financiële winst geen hoofddoel, maar een middel om bij te dragen aan een sociale, inclusieve en groene wereld. Voor deze indicator kijken we naar de labels (en lidmaatschappen) van bedrijven die iets zeggen over de toegevoegde maatschappelijke waarde. ▪ Eind 2025 waren er 471 sociale ondernemingen met minimaal 1 van de 6 bekeken labels. 50 ondernemingen hebben zelfs meerdere labels. ▪ Voor de labels van B-corporation en Code Sociale Ondernemingen worden

bedrijven getoetst op onderwerpen zoals impact, monitoring en transparantie. Social Enterprise NL is een netwerkorganisatie waar ondernemingen lid van kunnen worden. De labels van Sociale Zaken / Firmas en van de Prestatieladder Socialer Ondernemen focussen op inclusieve werkplekken en arbeidsparticipatie. Bij Steward-owned ondernemingen ontvangt het bestuur geen winst maar waarborgen zij de maatschappelijke waarde van de onderneming.

*Door het ontbreken van duidelijke definities is de totale omvang lastig vast te stellen, waardoor deze organisaties ten onrechte als niche kunnen worden gezien. Hun impact is echter groter dan de cijfers suggereren, mede door invloed op andere bedrijven. We verkennen daarom manieren om tellingen uit te breiden, aansluitend op bestaande data zoals Innovatiespotter.

O&S

Nieuwe rijkdom & menselijk kapitaal

Thema menselijk kapitaal Samenvatting In lijn met brede welvaart belicht het thema menselijk kapitaal de mensgerichte kant van de sociale dimensie van de nieuwe economie. “Menselijk kapitaal gaat over de kennis en vaardigheden die mensen tijdens hun leven opbouwen en de gezondheid waarin ze verkeren, waardoor ze in staat zijn hun mogelijkheden zo goed mogelijk te gebruiken en verder te ontwikkelen, goed te functioneren in de maatschappij en regie te houden over hun eigen leven” (CBS, 2025). Gezondheid van medewerkers sluit aan bij de verschuiving naar de focus op levenskwaliteit, participatie en duurzaamheid. Economieën die zorgen voor gezonde werkenden, zijn veerkrachtiger, innovatiever en aantrekkelijker voor talent. In de nieuwe economie waar niet alleen materiële welvaart (inkomen), maar ook welzijn en ontwikkeling centraal staan is tevredenheid met werk een fundamentele pijler. Tevreden werknemers zijn productiever en ervaren een hogere levenskwaliteit en maatschappelijke stabiliteit.

Kennis en vaardigheden (dat internationale kenniswerkers mee kunnen brengen) van cruciaal belang voor creativiteit en innovatie in de nieuwe economie. Tegelijkertijd staat ontwikkeling en leven lang leren ook centraal vanwege waarde creatie voor de economie maar ook voor de werkenden in de maatschappij. Ontwikkeling en participatie zijn deel van zingeving en kwaliteit van leven.

+4,5%

van werknemers in Amsterdam internationale kenniswerker in 2023

+46%

werkenden volgde in 2025 een werk gerelateerde cursus/training/opleiding

+26%

van de Amsterdammers ervaart burn-outklachten door het werk

85%

van werkenden in Amsterdam heeft goede ervaren gezondheid

-78%

van werknemers in Amsterdam tevreden met hun werk in 2025; kleine daling t.o.v. 80% in 2019

Het aantal internationale werknemers met een topsalaris stijgt over tijd Aantal internationale (kennis)werkers Aantal topverdieners (20% hoogste inkomens) 1ste generatie migrant, wonend en werkend in Amsterdam ▪ Voor de nieuwe economie is creativiteit en innovatie een belangrijke factor. Internationale (kennis)werkers brengen vaak specifieke, hooggespecialiseerde kennis mee. Ze zijn vaak actief in gebieden zoals IT, AI, life sciences en engineering.

28.450 24.790 22.120

▪ Het aantal werknemers met een 1ste generatie migratieachtergrond met een topinkomen stijgt over tijd in Amsterdam. Sinds 2015 is het aantal 3 keer zo groot geworden. De 28.500 internationale topverdieners hebben een aandeel van zo’n 4,5% in het totaal aantal werknemers van bijna 640.000 in Amsterdam in 2023. ▪ Uit een CBS onderzoek uit 2020 bleek dat ca. 4,2% van de beroepsbevolking internationale kenniswerkers betrof.

19.620 16.790 14.600

12.690 8.870

2013

9.700

2014

10.420

2015

11.490

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Bron: Migratiemonitor O&S o.b.v. CBS Microdata

O&S

Relatief hoog (40%) aandeel werkenden dat een werk gerelateerde training/opleiding volgt Leven lang leren

▪ Net zoals internationale kennis relevant kan zijn voor de innovatie en ontwikkeling van de nieuwe economie, geldt dat ook voor de huidige werkenden/beroepsbevolking in de Nederlandse economie.

Aandeel werkenden dat afgelopen 12 maanden een werk gerelateerde training of cursus/interne bedrijfsopleiding heeft gevolgd, woonachtig en werkzaam als werknemer in de gemeente Amsterdam

▪ In de Amsterdamse Regionale Beroepsenquête wordt aan werkenden gevraagd of ze in de afgelopen 12 maanden een werk gerelateerde training/opleiding hebben gedaan. Het aandeel dat aangeeft dit te doen schommelt over de tijd, maar zit telkens in de buurt van zo’n 40%. ▪ Volgens CBS (2025) volgt bijna 30% van de werkzame beroepsbevolking een vorm van leven lang leren. ▪ Het is helaas onbekend in welke richtingen bijscholing/training plaatsvindt. De redenen om trainingen/cursussen te volgen zijn o.a. om beter het huidige werk te kunnen doen maar ook om (beter) om kunnen gaan met veranderingen van taken / eisen huidige baan; kansen op werk in de toekomst vergroten. Er vindt meer bijscholing plaats in sectoren die bij niet-commerciële dienstverlening horen, zoals overheid, onderwijs en zorg, dan in de commerciële sector of industrie.

50

46 41 36

2019

2020

33

2021

2022

Bron: Regionale Beroepsenquête (REB) O&S

37

2023

40

2024

2025

O&S

Amsterdamse medewerkers hebben relatief vaak burn outklachten

-

Gezondheid medewerkers Burn-out klachten

Ziekteverzuimdagen Rotterdam

30%

12 Den Haag

Amsterdam 26%

Nederland 8,4 dagen

Den Haag Utrecht

20%

Arbeidsongevallen 4% Rotterdam Utrecht 3%

Den Haag

Rotterdam

8

Nederland 2,4%

Utrecht

Nederland 20%

Amsterdam 6,9 dagen

Amsterdam 2,3%

2%

4

10%

1%

0%

2022

2023

2024

0 2022

0% 2023

2024

2022

2023

2024

Bron: SEO o.b.v. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden

▪ Klachten gerelateerd aan burn-outs liggen in Amsterdam structureel boven het landelijk gemiddelde. Het was eerder ook het hoogst van de G4, maar dat is nu in Rotterdam.

▪ Het gemiddeld aantal dagen ziekteverzuim ligt in Amsterdam onder het landelijk gemiddelde en inmiddels ook onder de andere G4gemeenten.

▪ Na een stijging in 2023 zijn er in Amsterdam ongeveer evenveel arbeidsongevallen als landelijk. Vergeleken met G4 ligt het nu lager.

NEx-thema: nieuwe rijkdom

85% van werkenden in Amsterdam heeft goede ervaren gezondheid Gezondheid medewerkers ▪ De gezondheid van medewerkers reflecteert de kwaliteit van arbeidsomstandigheden en sociale investeringen. Economieën die zorgen voor gezonde werkenden, zijn veerkrachtiger, innovatiever en aantrekkelijker voor talent. ▪ 85% van de werkenden in Amsterdam geeft aan een (zeer) goede gezondheid te hebben. Dit is in lijn met de landelijke cijfers. RIVM (2023) geeft aan dat ruim 80% van de werkenden zijn eigen gezondheid goed of uitstekend vindt. ▪ Tegelijkertijd daalt het percentage dat (zeer) goede gezondheid zegt te hebben, licht. RIVM geeft aan dat er wel groepen zijn waarbij de gezondheid minder goed is, zoals de grotere groep werkende ouderen en meer gezondheidsklachten op het psychische vlak. In de periode 20132023 steeg het ziekteverzuimpercentage door psychische klachten. Psychische klachten (w.o. burn-out klachten) zijn met 40 procent de voornaamste oorzaak van langdurig verzuim in 2023. ▪ Over het algemeen geven meer werknemers in het bedrijfsleven goede gezondheid te ervaren dan in de sectoren overheid, onderwijs en zorg. Maar er zijn ook bedrijfssectoren waar minder goede gezondheid wordt ervaren, zoals in de sector detailhandel. Dit zou te maken kunnen hebben met loon, werkdruk of onregelmatige werktijden.

Werknemers ouder dan 45 jaar, met maximaal mbo 1 opleidingsniveau en vrouwen geven aan iets minder vaak goede gezondheid te ervaren.

Aandeel werknemers dat aangeeft een (zeer) goede gezondheid te hebben, werkzaam in Amsterdam (15 -74 jarigen) totaal 2025 totaal 2024 totaal 2023 totaal 2022

85 84 86 86

overheid, onderwijs en zorg bedrijsleven

83 86

45-74 jaar 27-44 jaar 15-26 jaar

81 88 85

hbo/wo havo/vwo/mbo2-4 max. mbo1

88 81 76

vrouw man

83 87 70

75

80

85

90

Bron: Enquête Beroepsenquête (EBB), bewerking O&S

16-4-2026 | 46

Drie kwart werkenden in Amsterdam tevreden met hun werk Tevredenheid met werk Aandeel werknemers dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn met hun werk, woonachtig en werkzaam als werknemer in Amsterdam ▪ Tevredenheid met werk zorgt dat medewerkers productief, creatief en loyaal blijven, waardoor bedrijven in de nieuwe economie wendbaar en innovatief kunnen blijven.

▪ 76% van de werkenden in Amsterdam geeft aan een (zeer) tevreden te zijn met het werk dat ze doen. Dit is iets lager dan landelijk gemiddeld. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van het CBS en TNO (2024) blijkt dat 79% van alle werknemers van 15 tot 75 jaar (zeer) tevreden zijn met hun werk.

80

81

2019

2020

79

77

78

76

78

2021

2022

2023

2024

2025

▪ Het aandeel dat tevreden is met het werk schommelt iets in Amsterdam, terwijl het gemiddeld genomen in Nederland lichtelijk stijgt. Over het algemeen is tevredenheid met werk het hoogst onder werkenden bij de overheidssector. Tevredenheid is wat lager onder werkenden in de detailhandel en de sector overige zakelijke diensten waar uitzendbureaus onder vallen. Dit zijn vaak ook lager betaalde en flexibele banen. Dat kan een verklaring zijn voor lagere tevredenheid.

Bron: Regionale Beroepsenquête (REB) O&S

O&S

Relatief vaak missen of verwaarlozen Amsterdamse medewerkers door het werk hun familie - of gezinsactiviteiten Perspectief werknemers Werk -privé disbalans

Op zoek naar ander werk

10%

Amsterdam 9%

8%

Den Haag Rotterdam

6%

Utrecht Nederland 6%

40%

Amsterdam 34% Utrecht

30%

Rotterdam Den Haag Nederland 26%

20%

4% 10%

2%

0%

0% 2022

2023

2024

2022

2023

2024

Bron: SEO o.b.v. Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden

▪ Meer werknemers in Amsterdam zeggen familie- of gezinsactiviteiten te missen of verwaarlozen dan gemiddeld in Nederland. Ook vergeleken met de rest van de G4 ligt dit aandeel hoger.

▪ Werknemers in Utrecht of Amsterdam zoeken relatief vaak naar ander werk vergeleken met Rotterdam, Den Haag en de rest van Nederland. Dit volgt enigszins de lokale leeftijdsopbouw: mogelijk zijn jongeren vaker op zoek.

NEx-thema: nieuwe rijkdom

Veel werkgevers bieden welzijnsvoorzieningen op werk, zoals flexibele werktijden/locaties en opleidingsmogelijkheden Voorzieningen op het werk ▪ Veel Amsterdamse bedrijven bieden hun werknemers gezondheids- en welzijnsvoorzieningen. Het vaakst beschikbaar gesteld zijn flexibele werktijden (70%), werken op afstand (58%) of opleidingsmogelijkheden (57%). Minder vaak voorkomend in Amsterdam zijn financiële welzijnsprogramma’s (14%), sport- en bewegingsfaciliteiten (22%) of gezondheidsprogramma’s (22%). ▪ Vergeleken met Utrecht komen flexibele werktijden of werklocaties iets vaker voor, al geeft in Amsterdam ook een groter deel aan dat dit überhaupt relevant kan zijn. Voor opleidingsmogelijkheden is de situatie juist omgekeerd.

Bron: SEO, enquête * gebaseerd op 105 waarnemingen voor de NEx 2025. De resultaten zijn gewogen naar bedrijfsomvang en sector. De weging wordt uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor het Amsterdamse bedrijfsleven, voor wat betreft deze kenmerken.

NEx-thema: nieuwe rijkdom

Ruim 6 op de 10 Amsterdammers die een beschutte werkplek nodig hebben vinden ook werk in de regio Afstand tot de arbeidsmarkt ▪ Beschut werk is voor personen die alleen in een ‘beschutte’ omgeving onder aangepaste omstandigheden kunnen werken. Deze werkplekken zijn voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking.

▪ UWV-cijfers tonen dat in de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam steeds meer personen in aanmerking komen voor zo’n beschutte werkplek. Het aantal (werkzame) personen met een geldige indicatie is sinds 2019 verdubbeld. Structureel vindt zo’n 60% van deze personen een passende baan met salaris. In de regio Midden-Utrecht ligt dit op ruim 70%.

Beschut werk in de regio Groot -Amsterdam, aantal en aandeel personen 1000

80%

63% 750

60%

500

40%

250

20%

0

0%

Geldige indicaties Werkzame personen met geldige indicatie Aandeel personen met geldige indicatie met beschut werk Bron: SEO o.b.v. UWV

NEx-thema: nieuwe rijkdom

2 op de 3 Amsterdamse bedrijven steunt een vereniging of goed doel, met name lokale en landelijke organisaties Goede doelen Een doel of vereniging gesteund ▪ In Amsterdam steunt 66% van de bedrijven een vereniging of goed doel, met name lokale en landelijke organisaties. Dat gebeurt meestal door geld te geven; het aanbieden van goederen of diensten komt minder vaak voor. Het aandeel bedrijven dat een goed doel of vereniging steunt is vergelijkbaar met Den Haag (NEx 2024: 67%) en hoger dan andere gemeenten (NEx 2025: Utrecht 58%; NEx 2024: Den Bosch 64% en Amersfoort 62%). ▪ Amsterdamse bedrijven steunen vaak iets op het vlak van welzijn en cultuur (49%), gezondheid (38%) of natuur, milieu en dieren (37%). Steun voor internationale samenwerking gebeurt minder (27%).

Bron: SEO, enquête

* gebaseerd op 225 waarnemingen voor de NEx 2025. De resultaten zijn gewogen naar bedrijfsomvang en sector. De weging wordt uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor het Amsterdamse bedrijfsleven, voor wat betreft deze kenmerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17051909/1