2. Monitoringsrapportage MLK 2024.pdf
Tekst van het document
Daarmee valt het resultaat voor 2023 binnen de gestelde validatievoorwaarden voor PM10-totaal.
Conclusie De in de Omgevingsregeling beschreven Standaard Rekenmethoden 1 en 2 voor luchtkwaliteit en bijbehorende gegevens zijn, voldoende correct geïmplementeerd in AERIUS Lucht, versie 2024.
Pagina 60 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
Bijlage 3 Verklaring van verschillen in resultaten ten opzichte van voorgaande monitoringsronden
De monitoring Luchtkwaliteit is een jaarlijkse cyclus, dat wordt voortgezet onder de Omgevingswet. De monitoring sluit hierbij grotendeels aan bij de monitoring onder het NSL. De resultaten kunnen van jaar tot jaar verschillen, onder meer door wijzigingen in de (reken)methodiek, locaties en het aantal toetspunten, en de generieke invoergegevens als grootschalige concentraties en emissiefactoren. Het RIVM heeft op hoofdlijnen geanalyseerd door welke wijzigingen van deze generieke invoergegevens de verschillen in monitoringsresultaten ten opzichte van de afgelopen monitoringsronde worden verklaard. In deze bijlage staan de analyseresultaten. De rekenresultaten van de monitoringstool bestaan in grote lijnen uit de grootschalige achtergrondconcentraties plus de lokale bijdragen. Het effect van veranderingen in beide deelconcentraties wordt hieronder toegelicht. Nieuw instrument CIMLK voor uitwisseling invoergegevens Voor de actualisatie van gegevens in de monitoringsronde voor de uitwisseling van invoergegevens voor wegverkeer en veehouderijen door de bevoegde gezagen sinds 2023 gebruikgemaakt van het nieuwe Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Dat leidde in de Monitoringsronde tot een aantal onvolkomenheden.
Ook dit jaar zijn voor een aantal bevoegde gezagen onvolkomenheden geconstateerd, die een aanzienlijke invloed hadden op de resultaten voor de betreffende bevoegde gezagen 60. De omvang was echter kleiner dan vorig jaar. Het CIMLK dient ook de komende jaren voor de uitwisseling van gegevens. Het instrumentarium wordt momenteel verder ontwikkeld om het aantal onvolkomenheden verder te verkleinen. De grootschalige achtergrondconcentraties (GCN) Deze paragraaf beschrijft in welke mate de achtergrondconcentraties zijn veranderd ten opzichte van vorige monitoringsronde. Het gaat hier om de zogenoemde Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN, gepubliceerde versie van juni 2024), die het RIVM heeft opgesteld. De belangrijkste verschillen tussen de achtergrondconcentraties van de GCN-rapportage in 2024 (Hoogerbrugge et al., 2024) ten opzichte van 2023 (Hoogerbrugge et al., 2023) zijn: • Stikstofdioxide o 2024 • De GCN-kaart van NO2 voor het jaar 2023 is gemiddeld over Nederland lager dan in 2022 (~2 μg/m3, ruim 23 procent). Dit komt hoofdzakelijk door de weersomstandigheden in 2023 en in beperkte mate door 60
Zie paragraaf 3.3.3 Pagina 61 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
lagere emissies in 2023 dan in 2022. Het jaar 2023 kenmerkte zich door veel meer neerslag dan in afgelopen jaren. Daarnaast lag de windsnelheid hoger dan in afgelopen jaren. Beide meteorologische condities zorgen voor lagere gemeten en berekende concentraties dan in 2022. o 2030 • De achtergrondkaarten voor 2025 en 2030 hebben een tweejaarlijkse cyclus. De kaarten zijn hierbij gelijk met de voorgaande monitoringsronde 2023. De verwachting is dat de gemiddelde berekende Nederlandse concentratie in 2030 bij vastgesteld beleid ongeveer 3 µg/m3 (ongeveer 26 procent) lager zal zijn dan de concentratie in 2021 (allebei zijn ze bepaald met langjarig gemiddelde meteorologie). Dit betekent dat de concentraties vergeleken met het jaar 2022 een lichte daling laten zien. •
Fijnstof o 2022 • De fijnstofconcentraties, PM10 en PM2,5, waren in 2023 fors lager dan in 2022 (respectievelijk 1,8 en 1,0 µg/m3, ongeveer 13 procent respectievelijk 15 procent). Ook deze resultaten komen hoofdzakelijk door de weersomstandigheden in 2023 en in beperkte mate door lagere emissies in 2023 dan in 2022 o 2030 • De achtergrondkaarten voor 2025 en 2030 hebben een tweejaarlijkse cyclus. De kaarten zijn hierbij gelijk met de voorgaande monitoringsronde 2023. De verwachte gemiddelde concentraties in 2030 bij vastgesteld beleid zijn voor PM10 en PM2,5 respectievelijk 1,2 en 1,1 μg/m3 (respectievelijk ongeveer 9% en 15%) lager dan de concentraties in 2021 (allebei bepaald met langjarig gemiddelde meteorologie). Deze daling komt slechts voor een klein deel door de daling van de bijdrage van primair fijnstof. Het grootste deel (ruim 80%) komt door de daling van secundair fijnstof, dat in de lucht wordt gevormd uit gasvormige luchtverontreiniging, zoals NOx, NH3 (ammoniak) en SO2 (zwaveldioxide). De grote bijdrage van het secundaire deel aan fijnstof neemt dus in de toekomst af. Deze prognose voor fijnstof is marginaal lager dan de prognose van vorig jaar. Vooral de lagere geraamde emissies van NH3 en SO2 in de KEV2022 zijn hiervoor verantwoordelijk.
Elk jaar worden hierin diverse invoergegevens geactualiseerd op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten en beschikbare gegevens. De meteostatistiek voor het afgelopen jaar (gepasseerde jaar) wordt standaard toegevoegd. Dit jaar zijn daarnaast bijvoorbeeld ook de chemische omzettingssnelheden afkomstig uit het EMEP-model (Europees chemisch transportmodel) vernieuwd door wetenschappelijke ontwikkelingen in dat model. De berekende waarden zijn vergeleken met de meest recente meetgegevens over het jaar 2023. Pagina 62 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
Nieuwe auto’s stoten relatief veel stikstofoxiden (NOx) uit bij een koude start. In eerdere jaren werden deze emissies verdeeld over wegen, exclusief snelwegen. Dit jaar is de koude start specifieker toegekend aan plaatsen waar voertuigen worden gestart. Dit zijn voornamelijk woonwijken en parkeerplaatsen. Voor de Nederlandse emissies zijn de totale emissies per sector en de ruimtelijke verdelingen per sector geactualiseerd. Deze gegevens zijn gebaseerd op de meest actuele cijfers (jaar 2022) uit de Emissieregistratie. Van de buitenlandse emissies zijn alleen de totale emissies per sector geactualiseerd. Om een robuust resultaat te krijgen, wordt voor de prognosejaren (2025 en 2030) een gemiddelde kalibratie over vijf jaar gebruikt. Het weer in de toekomstige jaren is nog niet bekend. Daarom wordt voor de prognoseberekeningen gerekend met de gemiddelde meteostatistiek voor een periode van tien jaar (de jaren 2005-2014). Lokale correcties op concentraties In de monitoring is voor een aantal locaties gebruikgemaakt van lokale correcties op de berekende totale concentratie. Dit kunnen correcties op de achtergrondconcentratie of op de lokale bijdrage zijn. Voor het gebied rondom Schiphol en de regio IJmond zijn aparte berekeningen van de achtergrondconcentraties uitgevoerd op een hogere resolutie dan voor de rest van Nederland wordt gebruikt.
De Schipholcorrectie voor 2030 is ongewijzigd gebleven ten opzichte van Monitoringsronde 2022 en 2023. De verfijning voor de regio IJmond is dit jaar wederom geactualiseerd, en als correctieveld opgenomen in de monitoringstool. Bevoegde gezagen moeten correctievelden die op windtunnelonderzoek zijn gebaseerd actief invoeren. In Monitoringsronde 2023 hebben Den Haag en Leiden gebruikgemaakt van correctievelden die op windtunnelonderzoek zijn gebaseerd. Emissiefactoren wegverkeer Elk jaar maakt het ministerie van IenW nieuwe emissiefactoren voor verkeer bekend. Net als in eerdere jaren traden dit jaar veranderingen op ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit jaar is de koude start uit de emissiefactoren gehaald. Dat is vooral terug te zien in de factoren voor licht verkeer in stedelijk gebied. De emissies voor wegverkeer is in deze categorieën voor het gepasseerde jaar 2023 en de zichtjaren 2025 en 2030 flink gedaald. De koude start is opgenomen in de achtergrond. Voor zwaar en middelzwaar vrachtverkeer is dit jaar veroudering meegenomen in de emissiefactoren voor NOx. Dit is goed te zien in de zichtjaren, waar de emissiefactoren voor deze categorieën over het algemeen (maar niet voor alle factoren) een stijging laat zien. 61 Emissiefactoren voor tussenliggende prognosejaren (2024 en 2025 t/m 2029) zijn bepaald via interpolatie.
Het is moeilijk om voor de emissiefactoren een netto algemeen effect van de veranderingen te bepalen. Dat komt doordat de emissies voor de verschillende typen verkeer en stoffen niet uniform toe- of afnemen. Het netto-effect hangt De onderbouwing van de emissiefactoren is te vinden in https://publications.tno.nl/publication/34642685/NeSvgNye/TNO-2024-R11049.pdf.
61
Pagina 63 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
in de praktijk af van de samenstelling en leeftijd van het wagenpark, de verkeerssamenstelling en de gereden snelheden. In de Monitoringsronde 2023 heeft het ministerie van IenW weer generieke emissiefactoren voor binnenstedelijke milieuzones gegeven (‘schalingsfactoren’). In het monitoringinstrument CIMLK is het mogelijk naar eigen inzicht emissiefactoren voor milieuzones in te voeren. Als een bevoegd gezag hiervan geen gebruikt heeft gemaakt, is het mogelijk dat er sprake is van een overschatting van concentraties in binnenstedelijke milieuzones. Emissiefactoren stalsystemen Voor stalsystemen, ook wel huisvestingssystemen van stallen 62 genoemd, heeft het ministerie van IenW op 15 maart 2023 nieuwe emissiefactoren bekendgemaakt 63. In deze monitoringsronde gebruiken we nog deze emissiefactoren. Ruwheidskaart ongewijzigd In deze monitoringsronde is dezelfde landgebruikskaart Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland 2020 (LGN2020) en de daarmee samenhangende ruwheidskaart 64, gepubliceerd door het ministerie IenW in maart 2024, gebruikt als in vorige ronde.
https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/dierenverblijven/huisvestingssystemen-stal/ Invoergegevens luchtkwaliteit 2023 | Publicatie | Rijksoverheid.nl 64 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/luchtkwaliteit/vraag-en-antwoord/hoe-kan-ik-luchtvervuilingberekenen 62 63
Pagina 64 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
Bijlage 4 Onzekerheden in aantallen NO2-overschrijdingen langs wegen
Inleiding De wettelijk voorgeschreven toetsing van luchtkwaliteit aan wettelijke grenswaarden is zwart-wit: er is wel of niet sprake van een officiële overschrijding; er is geen tussenweg. Deze wijze van toetsing, die volgens de EU-richtlijn is, doet geen recht aan het feit dat de concentraties die worden getoetst allerlei waarden kunnen hebben, ver onder of juist ruim boven de grenswaarde, of wellicht juist net erboven of net eronder. In alle gevallen is ook nog sprake van aanzienlijke onzekerheden in de concentraties. In eerdere rapportages (onder het NSL) is uitgebreid beschreven hoe voor de resultaten van de monitoring kan worden berekend wat het verwachte aantal overschrijdingen is als de onzekerheden en nuances in resultaten in rekening worden gebracht (Bijlage 4 van Rutledge-Jonker et al., 2017; Bijlage 5B van Van Zanten et al., 2013). Ten opzichte van de NSL-rapportage van 2020 zijn er in de huidige aanpak geen methodologische veranderingen. De effecten-analyse van onzekerheden op de resultaten is gelijk aan de afgelopen jaren onder het NSL. De huidige rapportage volstaat daarom met een korte samenvatting en de resultaten van de analyse voor deze monitoringsronde. Effecten van de onzekerheden Elke berekende concentratie heeft een kans van 50 procent om in de praktijk hoger te liggen dan berekend is en ook 50 procent kans om lager te liggen.
Toetsing aan een specifieke grenswaarde komt er in feite op neer dat alle concentraties met een kans van 50 procent op een concentratie gelijk aan of hoger dan de grenswaarde als overschrijding worden bestempeld, en alle concentraties met een kans kleiner dan 50 procent niet. Een berekende overschrijding in de monitoring komt er dan ook op neer dat de kans voor die locatie om écht een overschrijding te zijn, groter is dan 50 procent. Er is dus geen zekerheid dat er sprake is van een overschrijding. Rond de wettelijke grenswaarde betekent de onzekerheid dat punten met berekende concentraties van enkele microgrammen boven de grenswaarde in werkelijkheid geen overschrijdingen hoeven te zijn, terwijl punten met berekende concentraties van enkele microgrammen onder de grenswaarde in werkelijkheid juist wel overschrijdingen kunnen zijn. Op elke toetspunt is er dus een berekenbare kans dat er op die locatie sprake is van een overschrijding. Om het verwachte aantal overschrijdingen te bepalen, worden de overschrijdingskansen op alle toetspunten bij elkaar opgeteld. Dit statistisch verwachte aantal overschrijdingen is dus geen worstcase-aantal, maar het is het aantal overschrijdingen dat wordt verwacht als de concentratie op elke rekenlocatie exact kan worden gemeten.
Strikt genomen moeten verschillende nuances in de berekening van het verwachte aantal overschrijdingen worden betrokken. Zie hiervoor de eerdere NSL-rapportages. De berekende aantallen statistisch te verwachten overschrijdingen voor 2023, 2025 en 2030 zijn gerapporteerd in paragraaf 4.4. Pagina 65 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
Bijlage 5 Ruimtelijke verdeling van kans op overschrijding NO2-grenswaarde in 2023, 2025 en 2030
Per gemeente is de hoogste kans bepaald dat op een van de MLKtoetspunten in 2023, 2025 en 2030 een overschrijding voor NO2 wordt verwacht. Aan de hand van officiële voor 2023, 2025 en 2030 berekende concentraties, is voor elke gemeente de hoogste kans op een overschrijding bepaald, gebaseerd op de hoogst berekende concentratie in die gemeente en de onzekerheden in de berekeningen. De manier waarop deze kaarten zijn gemaakt, is identiek aan de eerder gebruikte werkwijze; door uit te gaan van een onzekerheidsmarge in de berekende concentraties van 4 µg/m3 (zie Van Zanten et al., 2016 en Bijlage 4 voor de werkwijze). De geactualiseerde kaart voor 2023, 2025 en 2030 (Figuur B5.1) illustreert de kans op overschrijding van de norm voor stikstofdioxide. De berekende kansen op overschrijding, worden als volgt geïnterpreteerd: Kleur in de kaart Donkergroen Groen Oranje
Kans overschrijding norm: als percentage < 2% 2 – < 32% 32 – 68%
Rood
> 68%
met betekenis Onwaarschijnlijk Niet/minder waarschijnlijk Even onwaarschijnlijk als waarschijnlijk Waarschijnlijk
De berekeningen zijn gebaseerd op de gegevens, zoals die door de wegbeheerders in het monitoringsinstrument CIMLK zijn ingevoerd. Deze gegevens, en daarmee ook de rekenresultaten voor de desbetreffende locaties, kunnen onvolkomenheden bevatten. Zie Bijlage 6 voor de door wegbeheerders aangeleverde toelichtingen op de invoergegevens. De kaart voor 2023 (Figuur B5.1, linksboven) laat zien dat de kans op overschrijding in het overgrote deel van Nederland nauwelijks aanwezig is (kleiner is dan 2%; donkergroen). Verder is de kans op overschrijding relatief klein, namelijk tussen de 2 en 32 procent (lichtgroen), in de gemeenten De Ronde Venen, Vijfheerenlanden, Houten, Rotterdam, Zuidplas, Midden-Delfland, Drimmelen, Vught en Maastricht. Een kanttekening bij de kanskaarten is dat de toetspunten die door het bevoegd gezag als ‘onterecht’ zouden worden aangemerkt, integraal zijn meegenomen. Dit is van invloed op het kaartbeeld. Voor 2025 (Figuur B5.1, rechtsboven) zijn ook voor bijna alle gemeenten zeer lage kansen (kleiner dan 2%; donkergroen) op overschrijdingen berekend. Een aantal gemeenten met overschrijdingskansen hoger dan 2 procent in 2023, laat in 2025 kansen op overschrijding zien die afwijken van die in 2023. Zo verkleurt de gemeente Vijfheerenlanden van lichtgroen in 2023 naar oranje in 2025, en verkleuren Rotterdam en Pagina 66 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
Maastricht van donkergroen in 2023 naar lichtgroen in 2025. Ook hier geldt dat de door veelal dezelfde bevoegde gezagen als ‘onterecht’ aangemerkte toetspunten met overschrijdingen en bijna-overschrijdingen zijn meegenomen, en deze het kaartbeeld beïnvloeden. Als deze punten niet zouden worden meegeteld, dan zou het kaartbeeld naar verwachting geen oranje gemeenten en minder lichtgroene gemeenten tonen. Voor 2030 (Figuur B5.1, onder) kleurt alleen Deventer oranje (32-68%). Dit is mede het resultaat van de bijna-overschrijding in Deventer (paragraaf 4.2). Voor Zuidplas is er een relatief kleine kans op overschrijding; tussen de 2 en 32 procent (lichtgroen). Disclaimer Bij het maken van de kaart zijn aannamen gedaan, voor een deel expliciet en deels impliciet. Het eindresultaat is dan ook indicatief van karakter. Als onderliggende aannamen veranderen, zal de kaart ook veranderen.
Pagina 67 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
Figuur B5.1 Hoogste kans in procenten per gemeente op een overschrijding van de NO2-grenswaarde in 2023 (linksboven), 2025 (rechtsboven) en 2030 (onder), gebaseerd op de hoogste berekende concentratie per gemeente: berekende kans op overschrijding kleiner dan 2% (donkergroen), ofwel ‘onwaarschijnlijk’; kans op overschrijding tussen de 2% en 32% (groen), ofwel ‘niet/minder waarschijnlijk’; kans op overschrijding tussen 32% en 68% (oranje), ofwel ‘even onwaarschijnlijk als waarschijnlijk’; kans op overschrijding groter dan 68% (rood), ofwel ‘waarschijnlijk’.
Pagina 68 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
Bijlage 6 Kwaliteit lokale invoer
Bevoegde gezagen kunnen nog steeds opmerkingen laten opnemen over hun eigen lokale invoer voor verkeer en veehouderijen. Dit kan zijn naar aanleiding van de rekenresultaten. De nummering uit vorige rapportages van Bijlage 6 blijft gehandhaafd voor eenvoudige onderlinge vergelijking en vindbaarheid met voorliggende rapportage. Bijlage 6A Toelichtingen overheden op lokale invoer In deze bijlage hebben overheden de mogelijkheid om opmerkingen te laten opnemen over hun eigen lokale invoer voor verkeer en veehouderijen. In een aantal gevallen dienen aangeleverde opmerkingen als toelichting op invoergegevens en/of rekenresultaten. Andere opmerkingen gaan over fouten of onvolkomenheden in de invoergegevens. Dit kunnen typefouten zijn, of opgegeven toetspunten, waarvan het bevoegd gezag achteraf stelt dat de luchtkwaliteit daar niet beoordeeld hoeft te worden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn omdat het publiek er formeel geen toegang toe heeft, omdat de duur van de periode dat iemand daar gemiddeld verblijft niet significant is 65, of omdat op die locatie de Arboregeling van kracht is. Van een deel van de berekende en gerapporteerde overschrijdingen kan het bevoegd gezag achteraf aangeven dat deze onterecht zijn. Het RIVM controleert deze opmerkingen niet, en voert geen additionele berekeningen uit op basis van de correcte invoerdata.
De desbetreffende overschrijdingen worden in dergelijk gevallen in de rapportage aangeduid als ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’. Eventuele onvolkomenheden in de invoerdata kunnen tijdens de actualisatiefase van de volgende monitoringsronde, in dit geval die van 2025 onder de Omgevingswet, door de bevoegde gezagen worden gecorrigeerd in het monitoringsinstrument CIMLK. Dit geldt voor zowel het wegverkeer als de veehouderijen. Verkeer De volgende zaken zijn door de wegbeheerders aangegeven zonder verdere verificatie door het RIVM: Reactie op overschrijding PM10 op toetspunt 50115634_135054 van: Gemeente Velsen voor de monitoringsrapportage 2024. ‘In de IJmond staat de gezondheid en luchtkwaliteit onder druk, voornamelijk als gevolg van industriële emissies. Aan de openbaar toegankelijke Noordersluisweg zijn de concentraties hoog, voornamelijk ten gevolge van industriële emissies. De berekende verhoogde concentraties doen zich voor bij het sluizencomplex, direct bij de begrenzing van het Industrieterrein Tata Steel te Velsen. De gemeente beoordeelt ondertussen dat dit toetspunt, op basis van het blootstellingscriterium, de komende jaren niet meer gehandhaafd hoeft te worden gezien de beperkt verblijftijd op de locatie. Toch benadrukken wij dat het behalen van de wettelijk grenswaarden niet per definitie een 65
Zie voor uitleg Bijlage 1 Begrippenkader: Toepasbaarheidsbeginsel en blootstellingscriterium. Pagina 69 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
gezonde leefomgeving garandeert. De gemeente Velsen blijft onverminderd inzetten op het verbeteren van de leefomgeving. Het gemeentebestuur werkt samen met het Rijk en Provincie Noord-Holland, met als doel samen een gezondere en veilige leefomgeving te realiseren. Hiernaast heeft gemeente Velsen het Schone Lucht Akkoord ondertekend en wordt het Programma Gezondheid en Luchtkwaliteit IJmond uitgevoerd om verdere verbetering te bewerkstelligen.’ Gemeente Amsterdam voor de monitoringsrapportage 2024. De gemeente Amsterdam heeft het gebied binnen de ring A10 als een milieuzone ingericht. Het effect van de milieuzone op de luchtkwaliteit wordt in het CIMLK gemodelleerd met maatregelgebieden. Met de maatregelgebieden worden de generieke emissiefactoren van het wegverkeer met correctiefactoren bijgesteld, zodat het CIMLK kan rekenen met de emissiefactoren voor een milieuzone. De correctiefactoren milieuzones zijn door het ministerie gepubliceerd. In de monitoringsronde 2024 heeft de gemeente onbedoeld in het zichtjaar 2023 een correctiefactor voor het personenautoverkeer van 0.00 ingevoerd. Deze correctiefactor zou 1.00 moeten zijn. Het gevolg van de onjuiste correctiefactor is dat het CIMLK een onderschatting toont van de werkelijke luchtkwaliteit in 2023 in Amsterdam.
De werkelijke onderschatting is per toetspunt verschillend, want afhankelijk van de hoeveelheid personenautoverkeer en de overige kenmerken. De grootste onderschatting van de concentratie stikstofdioxide NO2 is 8,50 µg/m3, van fijnstof PM10 1,77 µg/m3, en van fijnstof PM2,5 0,65 µg/m3. Gemiddeld is de onderschatting van de concentratie stikstofdioxide NO2 1,28 µg/m3, van fijnstof PM10 0,23 µg/m3, en van fijnstof PM2,5 0,09 µg/m3. De gemeente Amsterdam heeft voor de Monitoring schone lucht nieuwe berekeningen gemaakt met de juiste correctiefactoren. Daaruit blijkt dat de werkelijke concentraties in de milieuzone voor alle drie de stoffen ruim onder de grenswaarde liggen. Veehouderijen De volgende zaken zijn door de gemeentes aangegeven zonder verdere verificatie door het RIVM: Gemeente Duiven voor de monitoringsrapportage 2024. Met betrekking tot de pluimveehouderij aan Loostraat 18 merken wij het volgende op. De berekende overschrijdingen komen hoogstwaarschijnlijk, doordat een reductiefactor van een emissiereducerende techniek van fijnstof niet in de berekening is meegenomen en door een verkeerde positionering van een stal in het CIMLK. Waarschijnlijk is er geen sprake meer van overschrijding als de volgende gegevens worden gecorrigeerd. - Bij de stal met 36.000 kippen (stal 3) met stalsysteem E2.11.2.1 hoort nog een aanvullende techniek namelijk E7.18 met reductiefactor 31%.
Deze techniek kon vorige keer niet worden bijgevoegd in het systeem. Daar maakten we melding van in ‘kolom opmerking’. De reductiefactor hebben wij overigens wel Pagina 70 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
-
-
kunnen invullen, maar deze is niet verwerkt in de berekening. Met reductie is de emissie bij stal 3 niet 2.340 kg/j, maar 1.614,6 kg/j. Een verschil dus van 725,4 kg. Het totaal van de stallen komt dan op 2.852,9 kg/j. Een andere oorzaak van de overschrijding zal zijn de verkeerde positionering van het (rode) stalvlak. Dit zal komen door het verkeerd invullen van de coördinaten van de stal. Deze verkeerde positionering zorgt ervoor dat het stalvlak zo’n 36 meter naar het zuiden verschuift. Hierdoor komt dit vlak veel dichter bij de woningen te liggen. Dit corrigeren we in de volgende monitoringsronde. In de uitdraai van de gegevens staat een emissie van 14.313 kg/j genoemd. Uit nader onderzoek van het RIVM blijkt dat niet met dit getal gerekend is en dat dit in de volgende monitoringsronde wordt aangepast.
Naar onze mening is het niet waarschijnlijk dat er sprake is van een overschrijding.
Pagina 71 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
Bijlage 7 Onvolkomenheid in preprocessing wegverkeer
Op 11 maart heeft het RIVM een onvolkomenheid herstelt in een script dat brongegevens omzet om een wegverkeerberekening te kunnen uitvoeren. De onvolkomenheid zat al een aantal jaar in het script, maar de consequenties waren voornamelijk zichtbaar in de NSLmonitoringsronde van 2023. Na analyses ging het RIVM ervan uit dat de concentraties op receptoren voor de monitoringsronden MR2022 en MR2023 na het repareren van de programma fout over het algemeen zouden dalen. Nadere analyses leverden een genuanceerder beeld op. We zien in de berekeningen met Rekentool 2023 ook forse toenames. Analyse Het gaat primair om MR2023. Het RIVM heeft het monitoringsjaar 2022 voor de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht opnieuw berekend na de reparatie van de onvolkomenheid in de rekentrein, en vergeleken met berekeningen van vóór de reparatie. We zien toenames tot 10 microgram per kubieke meter. De grootste toenames (van 5-10 microgram per kubieke meter) zien we op rekenpunten bij segmenten met een hoogte van meer dan 12 meter boven het maaiveld en met het talud ‘zeer vlakke zijkant’ (zvz) van het rijkswegennet. De impact van het oplossen van de onvolkomenheid in de rekentrein is op deze receptoren groot. Op rekenpunten die verder van deze wegdelen liggen, is het effect logischerwijs minder groot.
Het RIVM heeft gekeken of er op toetspunten nieuwe overschrijdingen van de grenswaarden voor NO2 en PM10 zijn ontstaan voor MR2023. Dat was het geval bij de van Brienenoordbrug in Rotterdam en bij de Martinus Nijhoffbrug bij Zaltbommel. Verklaring voor de verandering in rekenresultaten Zoals eerder gezegd, zat er een onvolkomenheid in de rekentrein. Deze onvolkomenheid had te maken met weghoogte en de hoogte van het linker scherm samen met de taludsoorten ‘zeer vlakke zijkanten’ (zvz) en ‘vlakke zijkanten’ (vz). De volgende regels gelden voor zvz en zv: a. de effectieve weghoogte bij een taludsoort zvz is 0; b. de effectieve weghoogte bij een taludsoort vz is weghoogte/2. Deze berekening van de effectieve weghoogte werd uitgevoerd, maar het resultaat werd niet goed verwerkt. Hierdoor gebeurden er verschillende dingen: 1. Als er een linker scherm in het bestand was opgenomen, verving de waarde van de effectieve weghoogte bij zvz de hoogte van het scherm en werd dus 0. 2. Bij vz werd de hoogte van het linker scherm vervangen door de weghoogte. Hierdoor kan de schermhoogte veranderen, of kan er een scherm ontstaan op de plaats waar geen scherm zou moeten staan. Pagina 72 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
3. De weghoogte bleef vrijwel ongewijzigd in het bestand staan, maar werd wel afgekapt op maximaal 12 meter hoogte (maximale rekenhoogte in het model). Er werd gerekend met de weghoogte in plaats van de effectieve weghoogte. In eerste instantie heeft het RIVM alleen naar het effect van het punt 1 gekeken. Na het herstel van de fout leidt dit inderdaad tot daling van het resultaat. De schermen hebben weer een hoogte. Dit leidt tot een hogere initiële verticale dispersie en dus een lagere concentratie op rekenpunten. Bij punt 2 kan het herstel van de fout zowel een stijgend, als een dalend effect in de concentratie van een nabij gelegen rekenpunten hebben. Dat hangt af of de gewijzigde gegevens de initiële verticale dispersie verhogen, of verlagen. Punt 3 geeft een tegenovergesteld effect ten opzichte van het effect van punt 1. De weghoogte heeft ook invloed op de initiële dispersie. Na het herstel van de fout kregen we lagere effectieve weghoogten. Dit zorgt voor een lagere initiële verticale dispersie en dus een hogere concentratie op rekenpunten. Nauwelijks effecten voor MR2022 De fout was ook aanwezig in MR2022. We zien daar echter veel minder grote effecten. De reden hiervoor is de update van de rijkswegen dataset en in mindere mate de update van de provinciale wegen. In MR2023 zijn er veel meer situaties met de combinatie weghoogte en het taludsoort zvz.
De fout in de rekentrein heeft hierdoor in MR2023 een groter effect gekregen dan in MR2022. Overschrijdingsanalyse M2023 Het RIVM heeft gekeken of er op toetspunten nieuwe overschrijdingen van de grenswaarden voor NO2 en PM10 zijn ontstaan voor MR2023. Hierbij is de gehele dataset gebruikt. We hebben voor het monitoringsjaar 2022 en 2030 opnieuw een overschrijdingsanalyse gedaan. Hieruit volgde dat voor het monitoringsjaar 2022 langs twee trajecten 1,7 km NO2-overschrijdingen per kilometer rijrichting aan extra overschrijdingen werden berekend. Het betrof hier de rijkswegen langs de Van Brienenoordbrug in Rotterdam en de Martinus Nijhoffbrug bij Zaltbommel. Het is overigens aannemelijk dat de bronhouder ook deze overschrijdingen als ‘onterecht’ zou hebben bestempeld. De ligging van de wegdelen liggen namelijk verhoogd ten opzichte van het maaiveld, maar er is met de huidige invoergegevens doorgerekend zonder weghoogte. Op toetspunten langs een weg met een verhoogde ligging zijn de concentraties lager, dan als de weghoogte op de hoogte van het maaiveld ligt. Een verhoogde wegligging zorgt voor extra verticale uitwisseling en dus langs de weg voor lagere concentraties.
Pagina 73 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
Bijlage 8 Ruimtelijke verdeling van concentraties op toetspunten met een overschrijding van de nieuwe Europese richtlijn in 2030
NO2
PM10
PM2,5
Figuur B8.1 Concentraties voor 2030 van NO2 (linksboven), PM10 (rechtsboven) en PM2,5 (onder) op toetspunten met een overschrijding van de nieuwe vastgestelde Europese richtlijn.
Pagina 74 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
Tabel B8.2 Overzichtstabel van het totaal aantal kilometer NO2-overschrijdingen per rijrichting van de herziene Europese grenswaarde van 20 µg/m3 op toetspunten in het zichtjaar 2030, per gemeente en uitgesplitst naar het verantwoordelijke bevoegd gezag.
Naam gemeente Alblasserdam Albrandswaard 66 Alkmaar Almelo Almere Alphen aan den Rijn Altena Amersfoort Amstelveen Amsterdam Arnhem Asten Barendrecht Barneveld Bergen op Zoom Bernheze Best Beuningen Beverwijk BodegravenReeuwijk Breda Bunnik Buren Capelle aan den IJssel Culemborg De Bilt De Ronde Venen Delft Deurne Deventer Diemen Dordrecht Drimmelen Druten Duiven Echt-Susteren Eersel 66
Totaal Rijk Provincie Gemeente km km km km 0.9 1.9 1.6 0.2 0.1 0.1 3.7 1.8 3 41.7 10.9 1.8 5.1 2.3 0.9 13.2 1.3 4.4 0.4 8.2
0.3 1.5 0.1 0.1 3.7 0.4 2.9 18.6 4.3 1 4.3 2.3 1.3 1.8 5.4
0.3 5 0.2 12.2 2.6 0.1
0.6 1.6 0.2 1.4 0.1 23.1 1.6 0.6 0.8 0.9 1 0.4 2.7
4.8 0.1 0.1 1
3.8 0.1 -
-
1 0.1 1
0.5 0.6 4.4 1.5 1.7 2.4 3.2 14.2 3.7 9 0.4 2.7 1
0.6 3.1 0.3 1.7 1.4 1.9 6.6 3.3 0.4 2.7 1
0.1 0.1 9 -
0.5 1.2 1.2 1 1.3 7.5 0.4 -
Eén overschrijding is van waterschap Hollandse Delta. Pagina 75 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
Naam gemeente Eindhoven Etten-Leur Geertruidenberg Geldrop-Mierlo Gilze en Rijen Goeree-Overflakkee Gooise Meren Gorinchem Gouda Haarlem Haarlemmermeer HardinxveldGiessendam Hattem Heemstede Heerlen Heeze-Leende Heiloo Helmond Hendrik-IdoAmbacht Heumen Hoeksche Waard Houten Kaag en Braassem Katwijk Krimpen aan den IJssel Laarbeek Land van Cuijk Landsmeer Lansingerland Leiden Leiderdorp LeidschendamVoorburg Leusden Maasdriel Maashorst Maassluis Maastricht Meierijstad Midden-Delfland Moerdijk Pagina 76 van 78
Totaal Rijk Provincie Gemeente km km km km 26 4 22 0.5 0.5 1.6 1 0.6 1.3 1.3 1.7 1.1 0.6 0.2 0.2 1.2 0.2 1 3.6 3.5 0.1 1.5 1.5 0.9 0.9 11.1 10.5 0.1 0.5 0.3 0.3 1.7 0.2 0.2 0.3 0.1 5.1 1.9
1.7 0.3 0.1 1.7
-
0.2 0.2 5.1 0.2
1.1 3.4 1.4 0.7 0.2 0.6
1.1 3.4 0.7 0.5 -
0.1
0.7 0.2 0.2 0.5
0.9 3.6 0.7 4 8 0.3 1.6
3.5 0.6 0.9 1.8 0.2 1.5
0.9 0.1 2.5 0.2 -
0.1 0.6 6 0.1 0.1
0.2 4.4 2 0.1 1 14.1 2 10
4.4 1.5 0.3 1.1 10
0.3 8.3 -
0.2 0.2 0.1 1 5.5 0.9 -
RIVM-rapport 2024- 0133
Naam gemeente Molenlanden Montferland Montfoort Neder-Betuwe Nieuwegein Nijmegen Oirschot Oisterwijk Oosterhout Oostzaan Oss Ouder-Amstel Overbetuwe Papendrecht Peel en Maas Pijnacker-Nootdorp Purmerend Renkum Rheden Ridderkerk Rijswijk Roermond Roosendaal Rotterdam Schiedam 's-Gravenhage 's-Hertogenbosch Sint-Michielsgestel Sittard-Geleen Sliedrecht Someren Stichtse Vecht Tiel Tilburg Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Veldhoven Venlo Venray Vijfheerenlanden Vlaardingen Vlissingen
Totaal Rijk Provincie Gemeente km km km km 1.8 1 0.8 0.5 0.5 0.1 0.1 1.2 1.2 6.6 3.4 3.2 5.3 0.1 5.2 0.9 0.9 0.3 0.3 3.2 0.4 0.2 2.6 0.3 0.3 1.9 1.9 5.9 5 0.9 8.4 6.2 2.1 0.1 1.5 1.5 1.6 1.5 0.1 0.4 0.3 0.1 0.2 0.2 0.4 0.4 0.8 0.8 5.4 2.9 2.5 3.4 1.6 1.8 0.5 0.3 0.2 0.2 0.2 126.2 39.6 86.6 9.3 4 5.3 10.2 3.8 6.4 10.2 2.6 3.2 4.4 7.7 0.1 7.5 0.1 7.7 2.9 4.7 0.1 0.8 0.3 0.5 1 0.4 0.5 0.1 5.5 5.2 0.1 0.2 2.2 2.2 9 0.1 0.1 8.8 17.6 5.5 12.1 0.1 0.1 1.1 1.1 4 2 2 3.4 2.7 0.1 0.6 0.1 0.1 18.1 11.3 6.8 10 2 8 0.5 0.5 Pagina 77 van 78
RIVM-rapport 2024- 0133
Naam gemeente Voorne aan Zee Voorst Vught Waalre Waalwijk Waddinxveen Wassenaar West Betuwe West Maas en Waal Westervoort Westland Wierden Wijchen Woensdrecht Woerden Zaanstad Zaltbommel Zeist Zevenaar Zoetermeer Zoeterwoude Zuidplas Zwijndrecht Zwolle Nederland
Totaal Rijk Provincie Gemeente km km km km 0.1 0.1 1 1 0.3 0.2 0.1 0.8 0.8 0.7 0.7 2.6 1.2 0.1 1.3 0.3 0.2 0.1 10.5 10.5 1 1 0.2 0.2 0.9 0.6 0.3 0.6 0.6 2.1 2 0.1 2.5 2.5 8.7 8.2 0.5 0.4 0.4 1.6 1.1 0.5 0.3 0.1 0.2 0.1 0.1 6.1 0.4 5.7 0.8 0.7 0.1 5 3.6 1.4 7.1 1 6.1 1 0.8 0.2 624.7
282.9
64.3
277.4
Tabel B8.3 Overzichtstabel van het totaal aantal kilometer PM10-overschrijdingen per rijrichting van de herziene Europese grenswaarde van 20 µg/m3 op toetspunten in het zichtjaar 2030, per gemeente en uitgesplitst naar het verantwoordelijke bevoegd gezag.
Naam gemeente Alblasserdam Amsterdam Nederweert Rotterdam Velsen Venray Zaanstad Nederland
Pagina 78 van 78
Totaal Rijk Provincie Gemeente km km km km 2.4 2.3 0.1 2.8 2.8 3.6 2 1.6 2.2 2.2 3.4 3.4 1.9 1.9 9.4 3.1 6.3 25.7 4.5 7 14.2
J.P.J. Berkhout | S.Zuidberg | R. Rebel | A. Couvreur
Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven www.rivm.nl december 2024
015982
De zorg voor morgen begint vandaag