CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Monitoringsrapportage MLK 2024.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 17 april 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief Luchtkwaliteit in Amsterdam waarin de resultaten uit de Monitoringsrapportage MLK 2024 (bijlage 2) en de Monitor Actieplan Schone Lucht 2024 (bijlage 3) worden toegelicht. (VN2025-004372)23.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Monitoringsrapportage MLK 2024 Stand van zaken luchtkwaliteit Nederland RIVM-rapport 2024-0133

Monitoringrapportage MLK 2024 Stand van zaken luchtkwaliteit Nederland RIVM-rapport 2024-0133

RIVM-rapport 2024- 0133

Colofon

© RIVM 2024 Delen uit deze publicatie mogen worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. DOI 10.21945/RIVM-2024-00133 J.P.J. Berkhout (auteur), RIVM S. Zuidberg (auteur), RIVM R. Rebel (auteur), RIVM A. Couvreur (auteur), RIVM Contact: J.P.J. Berkhout Centrum voor Milieukwaliteit Hans.berkhout@rivm.nl Dit onderzoek werd verricht in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in het kader van ‘Monitoring luchtkwaliteit’

Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven Nederland www.rivm.nl

Pagina 2 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Publiekssamenvatting

Monitoringsrapportage MLK 2024 Stand van zaken luchtkwaliteit Nederland Het RIVM toetst elk jaar of de concentraties van stikstofdioxide en fijnstof in Nederland voldoen aan de Europese normen voor luchtkwaliteit. Het gaat om concentraties van deze stoffen langs wegen en de concentraties van fijnstof vlakbij veehouderijen. De resultaten laten overheden zien of de Europese grenswaarden worden gehaald. Overheden kunnen dan, waar nodig, extra maatregelen nemen. In deze rapportages kijkt het RIVM terug naar het jaar 2023 en blikt het vooruit. In 2023 voldeed Nederland voor wegverkeer bijna aan de Europese grenswaarden voor fijnstof. Alleen een klein stuk weg van 100 meter bij Velsen lag boven de grenswaarde. Voor stikstofdioxide voldeed Nederland voor wegverkeer aan de Europese grenswaarden. De grenswaarde van fijnstof is in gebieden met intensieve veehouderij bij zes woningen overschreden. Dat zijn er dertien minder dan in 2022. De concentraties stikstofdioxiden en fijnstof waren in 2023 veel lager dan in 2022. Dit komt voor een groot deel door de grote hoeveelheid regen en de hogere windsnelheid in 2023. Hierdoor ‘verdunnen’ de concentraties van deze stoffen. Daarnaast hebben overheden bijvoorbeeld gegevens van (ver)nieuw(d)e vergunningen over veehouderijen aangeleverd. De komende jaren ziet het ernaar uit dat de luchtkwaliteit verder verbetert.

Verkeer, industrie en veehouderijen zullen naar verwachting minder stikstofdioxide en fijnstof uitstoten. Dat komt bijvoorbeeld doordat elk jaar oudere auto’s worden vervangen door nieuwe auto’s die schoner zijn. Deze auto’s stoten minder of zelfs geen stikstofoxiden uit. Toch zullen de grenswaarden in de toekomst naar verwachting vaker worden overschreden. Dat komt doordat er vanaf 2030 nieuwe, strengere Europese normen voor fijnstof en stikstofdioxide gaan gelden. Dat blijkt uit een toets met deze nieuwe grenswaarden. In de volgende rapportage gaat het RIVM daar verder naar kijken. De Monitoring Luchtkwaliteit volgt de monitoring op van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), dat met ingang van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is afgerond. Kernwoorden: luchtkwaliteit, NSL, monitoring, fijnstof, PM10, stikstofdioxide, NO2

Pagina 3 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Pagina 4 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Synopsis

Monitoring report MLK 2024 Current status of the air quality in the Netherlands Each year, the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) monitors whether the concentrations of nitrogen dioxide and particulate matter in the Netherlands meet the European air quality standards. The concentrations of both substances are measured along roads. The concentration of particulate matter is also measured in the vicinity of livestock farms. The results indicate to the authorities whether they are on track to comply with the European limit values and make it possible for the authorities to take additional measures where necessary. In this report, RIVM looks back on the year 2023 and looks ahead. In 2023, the Netherlands almost complied with the European particulate matter limit values for road traffic. The limit values were only exceeded along a small, 100-metre stretch of road near Velsen. The Netherlands complied with the European nitrogen dioxide limit values for road traffic. In areas with intensive livestock farming, the limit values for particulate matter were exceeded at 6 residential locations – 13 fewer than in 2022. The concentrations of nitrogen dioxide and particulate matter were much lower in 2023 than in 2022. For a large part, this was due to the considerable rainfall and higher wind speeds in 2023.

These factors have the effect of ‘diluting’ the concentrations of these substances. In addition, the authorities supplied additional data, for example on new or renewed permits for livestock farming. Air quality is expected to improve further in the coming years as traffic, industry and livestock farming are expected to emit less nitrogen dioxide and particulate matter. One reason for this is that older cars are replaced every year with newer, cleaner cars, which emit less or even zero nitrogen oxides. Nevertheless, the limit values are expected to be exceeded more often in future due to the coming into force of new, stricter European limit values for particulate matter and nitrogen dioxide in 2030. This expectation is based on a test using these new limit values. RIVM will examine this further in its next report. Air Quality Monitoring succeeds the monitoring that took place within the framework of the National Air Quality Cooperation Programme (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, NSL), which ended with the introduction of the Environment and Planning Act on 1 January 2024. Keywords: air quality, NSL, monitoring, particulate matter, PM10, nitrogen dioxide, NO2

Pagina 5 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Pagina 6 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Inhoudsopgave

Samenvatting — 9 1

Inleiding — 13

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Luchtkwaliteit en monitoring onder de Omgevingswet — 15 Europese richtlijn voor luchtkwaliteit — 15 Monitoring luchtkwaliteit onder de Omgevingswet — 16 Veranderingen in de Omgevingswet versus wet Milieubeheer — 17 Aanscherping Europese richtlijn voor luchtkwaliteit — 18

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6 3.3.7 3.3.8 3.4

Opzet monitoring luchtkwaliteit — 19 Betrokken partijen — 19 Uitvoering Monitoring Luchtkwaliteit — 20 Belangrijkste afspraken voor monitoringronde 2024 — 20 Jaarlijkse cyclus en controles — 20 Aandachtspunten en bijzonderheden van MR2024 — 22 Koudestartemissies in GCN-achtergrond — 22 Onvolkomenheid in omzetting brongegevens naar berekeningen — 22 Tweede openstelling monitoringsronde na onvolkomenheden — 22 Veehouderijen: RAV-codes versus OW-codes — 23 Veehouderijen: aanlevering één set voor alle monitoringsjaren — 23 Blootstellingsberekeningen in een aparte notitie — 23 Geen effect verwacht van coronamaatregelen. — 24 Indicatieve berekening voor 2030 aan de nieuwe richtlijn — 24 Resultaten in CIMLK — 24

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Resultaten luchtkwaliteit langs wegen — 27 Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2023 — 27 Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2025 en 2030 — 29 Vergelijking resultaten MR2024 met voorgaande ronden — 30 Onzekerheden en statistisch verwachte overschrijdingen NO2 langs wegen — 32 Aangenomen herziene Europese richtlijn — 33

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen — 35 Criteria voor invoer van veehouderijen — 35 Werkwijze luchtkwaliteit nabij veehouderijen — 35 Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen voor 2023 — 37 Vergelijking Monitoringsronde 2023 met voorgaande ronden — 39 Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen voor 2025 en 2030 — 41 Invoer en onzekerheden — 43 Aangenomen nieuwe Europese richtlijn en veehouderijen — 43

6 6.1 6.2 6.3

Kwaliteit lokale invoergegevens — 45 Validaties met CIMLK en controles — 45 Onderbouwen en accorderen invoergegevens — 45 Beperkte controle voor invoergegevens van veehouderijen — 47 Referenties — 49 Pagina 7 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Bijlage 1 Begrippenkader — 53 Bijlage 2 Validatieresultaten rekenhart AERIUS Lucht — 57 Bijlage 3 Verklaring van verschillen in resultaten ten opzichte van voorgaande monitoringsronden — 61 Bijlage 4 Onzekerheden in aantallen NO2-overschrijdingen langs wegen — 65 Bijlage 5 Ruimtelijke verdeling van kans op overschrijding NO2grenswaarde in 2023, 2025 en 2030 — 66 Bijlage 6 Kwaliteit lokale invoer — 69 Bijlage 7 Onvolkomenheid in preprocessing wegverkeer — 72 Bijlage 8 Ruimtelijke verdeling van concentraties op toetspunten met een overschrijding van de nieuwe Europese richtlijn in 2030 — 74

Pagina 8 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Samenvatting

Het RIVM toetst in dit rapport de concentraties van stikstofdioxide en fijnstof in Nederland langs wegen en de concentraties van fijnstof nabij veehouderijen aan de huidige Europese richtlijn voor luchtkwaliteit. De monitoring geeft voor overheden inzicht in de vraag of doelen (Europese grenswaarden) worden behaald. Waar nodig kunnen zij de plannen bijstellen of uitbreiden. Deze monitoring sluit grotendeels aan bij de monitoring van het inmiddels afgesloten programma Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De monitoring valt vanaf 1 januari 2024 onder de Omgevingswet 1. Berekening van de concentraties De concentraties in de lucht worden berekend met wettelijk voorgeschreven modellen. De input voor de modellen zijn geactualiseerde gegevens over onder meer meteorologie, emissiefactoren van wegverkeer en veehouderijen, grootschalige concentraties en ruwheidskaarten voor het gepasseerde jaar 2023. De lokale bronbijdrage van verkeer en veehouderijen zijn bepaald op basis van aangeleverde gegevens door overheden. De overheden zijn zelf verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid ervan. Toetsing aan geldende normen uit de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit De resultaten worden vergeleken met de grenswaarden uit de huidige Europese richtlijn 2.

In de huidige richtlijn zijn hierbij de jaargemiddelde norm van 40 microgram per kubieke meter voor stikstofdioxide en de etmaalgemiddelde norm van 50 microgram per kubieke meter voor fijnstof (PM10), die 35 maal per jaar mag worden overschreden, de strengste normen. De beoordeling vindt plaats op door bevoegde gezagen bepaalde en aangegeven locaties (toetspunten 3). Resultaten wegverkeer Hieruit volgt dat er langs wegen een overschrijding van 0,1 kilometer weglengte is gevonden voor fijnstof in Velsen. Hiervan geeft het bevoegd gezag aan dat het toetspunt vanwege het blootstellingscriterium niet gehandhaafd hoeft te worden. In 2022 ging het nog om twee toetspunten. Voor stikstofdioxide zijn geen overschrijdingen gevonden. In 2022 werden er nog 21 overschrijdingen gevonden, waarvan er 20 door het bevoegd gezag werden aangegeven als ‘onterecht’. Hiermee voldoet Nederland langs wegen vrijwel op alle toetspunten aan de huidige normen. Er zijn geen concentraties berekend op toetspunten in de bandbreedte (vanaf 38 microgram per kubieke meter) onder de grenswaarden.

Omgevingswet (https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&z=2024-01-01&g=2024-01-01) Richtlijn 2008/50/EG 3 Zie Bijlage 1 Begrippenkader: Toetspunten en rekenpunten wegverkeer en Toetspunten en rekenpunten Veehouderijen. 1 2

Pagina 9 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

De concentraties van stikstofdioxide en fijnstof liggen op diverse locaties binnen enkele μg/m3 van de grenswaarden. Hierdoor is het aantal overschrijdingen gevoelig voor onzekerheden in de berekeningen, en kunnen geringe stijgingen van de concentraties het aantal overschrijdingen sterk beïnvloeden. De invoergegevens (zowel lokaal als generiek) hebben een onzekerheidsmarge. Uit vergelijkingen tussen metingen en berekeningen blijkt dat de onzekerheid in de berekende concentratie voor individuele locaties enkele microgrammen per kubieke meter (μg/m3) bedraagt. Net als in voorgaande monitoringsronden is een extra analyse voor stikstofdioxide uitgevoerd, en is het statistisch verwachte aantal overschrijdingen langs verkeerswegen berekend. Bij deze analyse wordt rekening gehouden met de combinatie van het aantal locaties met stikstofdioxideconcentraties in de buurt van de grenswaarde en met een kansverdeling voor lagere of hogere concentraties dan berekend. Dit statistisch verwachte aantal overschrijdingen is het aantal overschrijdingen dat wordt verwacht als de concentratie op elke rekenlocatie exact zou kunnen worden gemeten. Voor 2023 zijn er dan nog drie wegvakken (overeenkomend met 0,3 km weg per rijrichting) met een kans op een overschrijding. In 2022 ging het nog om 116 wegvakken. De kans op overschrijdingen van de geldende normen is hiermee klein.

De resultaten voor de zichtjaren 2025 en 2030 laten een vergelijkbaar beeld zien voor wegverkeer voor de berekeningen en de analyses. Een overschrijding van 0,1 kilometer weglengte is gevonden voor fijnstof in Velsen. Dit is hetzelfde wegsegment dat gevonden is in het gepasseerde jaar 2023. Hiervan geeft het bevoegd gezag aan dat het toetspunt vanwege het blootstellingscriterium niet gehandhaafd hoeft te worden. Resultaten veehouderijen De berekeningen nabij veehouderijen zijn uitgevoerd op basis van vergunde emissies van de veehouderijen, zoals opgenomen in de monitoringsronde 2024. Dezelfde gegevens zijn gebruikt voor de zichtjaren 2025 en 2030. Voor veehouderijen zijn er voor het gepasseerde jaar 2024 in drie gemeenten in totaal zes overschrijdingen van fijnstof. Het gaat hierbij om een overschrijding door een veehouderij in Nederweert, vier overschrijdingen door twee veehouderijen in Asten en een overschrijding door een veehouderij in Duiven. In de gemeenten Nederweert en Asten zijn in voorgaande ronden ook overschrijdingen gevonden. De overschrijding in Duiven is nieuw. De emissies zijn volgens de geactualiseerde vergunningsgegevens in Duiven gestegen. Dat kan mogelijk geleid hebben tot een overschrijding van het aantal overschrijdingsdagen, ondanks de daling in achtergrondconcentraties. De overschrijding in Duiven is ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’.

De reactie van de gemeente Duiven staat in Bijlage 6A. In 2022 waren er nog negentien overschrijdingen door dertien veehouderijen. De daling is voor een groot deel te verklaren door de lagere achtergrondconcentraties door veel neerslag en hogere Pagina 10 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

windsnelheden in het gepasseerde jaar. Daarnaast zijn er ook geactualiseerde invoergegevens aangeleverd. In 2025 en 2030 zijn voor de gemeenten Nederweert en Asten dezelfde overschrijdingen gevonden. De overschrijding in de gemeente Duiven is niet meer aanwezig. Bronbijdragen en achtergrondconcentraties zijn ook vergelijkbaar met het gepasseerde jaar. Het aantal overschrijdingen in 2030 is lager dan het aantal berekende overschrijdingen voor 2030 in monitoringsronde 2023. Dit komt voornamelijk door de geactualiseerde gegevens over de vergunde veehouderijen door de bevoegde gezagen. De resultaten voor de zichtjaren 2025 en 2030 moeten als ‘indicatief’ worden beschouwd, aangezien lokale veehouderijgegevens in de komende jaren flink kunnen veranderen. Inschatting aantal overschrijdingen nieuwe aangenomen wetgeving Sinds 14 oktober 2024 is er een nieuwe Europese luchtkwaliteitsrichtlijn van kracht. Binnen twee jaar zal dit geïmplementeerd zijn in de Nederlandse wetgeving. In 2030 moet Nederland voldoen aan aangescherpte grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide.

Op basis van de geactualiseerde gegevens voor wegverkeer in monitoringsronde 2024 zijn de berekende concentraties van 2030 ook aan de nieuwe jaargemiddelde grenswaarden (20 microgram per kubieke meter voor stikstofdioxide en fijnstof (PM10) en 10 microgram per kubieke meter voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5)) beoordeeld. Bij veehouderijen is vergeleken met de grenswaarde voor fijnstof. Hiermee beoogt het RIVM een indicatieve schatting te geven van de nieuwe opgave. In 2030 stijgt voor stikstofdioxide het landelijk aantal overschrijdingen ten opzichte van de bestaande richtlijn, naar 6247, oftewel 624,7 km rijrichting. Nederland telt in 2030 25,7 en 43,8 km rijrichting aan overschrijdingen voor respectievelijk PM10 en PM2,5. Deze cijfers liggen iets hoger dan eerder gerapporteerd in Maas et al (2023). De reden is een onvolkomenheid in een CIMLK-script dat brongegevens omzet voor wegverkeerberekeningen. Na het herstel van de onvolkomenheid zijn op verschillende plaatsen langs rijkswegen hogere concentraties gevonden. Ook kan het toevoegen van de veroudering van vrachtverkeer in de emissiefactoren in de laatst beschikbare cijfers een rol hebben gespeeld. Op toetspunten nabij veehouderijen zijn zeventien overschrijdingen van de herziene Europese grenswaarde voor fijnstof gevonden in zeven gemeenten voor het jaar 2030.

Blootstellingsberekeningen in aparte notitie Vanwege onvoorziene omstandigheden hebben de blootstellingsberekeningen voor het gepasseerde jaar 2023 vertraging opgelopen. Deze berekeningen worden in een aparte notitie opgeleverd en zullen geen deel uitmaken van dit rapport.

Pagina 11 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Pagina 12 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

1

Inleiding

Het RIVM beschrijft in dit rapport de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in Nederland langs wegen en bij veehouderijen. Het sluit hierbij grotendeels aan bij de monitoring van het inmiddels afgesloten programma Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De monitoring valt vanaf 1 januari 2024 onder de Omgevingswet 4, die toen in werking is getreden. Dit is het eerste rapport onder de nieuwe wet. Luchtverontreiniging heeft een negatief effect op de gezondheid 5. Het terugdringen van luchtverontreinigingen levert dan ook gezondheidswinst. Om dit te bereiken, zijn er in binnen Europa doelen vastgesteld in wetgeving. De geldende grenswaarden waaraan lidstaten in Europa moeten voldoen, zijn momenteel opgenomen in richtlijn 2008/50/EG 6. Ook de Nederlandse overheden willen zorgen voor een betere leefomgeving en tegelijkertijd ruimte bieden aan ruimtelijke projecten. In de Omgevingswet zijn enkele regels hierover gewijzigd ten opzichte van de wetgeving tot 1 januari 2024. Paragraaf 2.3 staat daar kort bij stil. Hoewel het programma NSL 7 formeel is afgesloten, heeft het bevoegd gezag vaak een uitvoeringsagenda, beleidsnota of een programma (bijvoorbeeld het Schone Lucht Akkoord) waarmee naar een schonere en gezondere luchtkwaliteit en leefomgeving wordt gestreefd.

Daarnaast kunnen ook klimaatmaatregelen en de aanpak van stikstofdepositie een effect hebben op de luchtkwaliteit. De monitoring wordt dan ook voortgezet onder de Omgevingswet onder de naam Monitoring Luchtkwaliteit (MLK) en is wettelijk vastgelegd in het Omgevingsbesluit 8. De monitoring geeft overheden inzicht of doelen (behalen Europese grenswaarden) worden behaald en kunnen, waar nodig, de plannen bijstellen of uitbreiden. Ook is de luchtkwaliteitswetgeving in beweging. In april 2024 hebben de EU-raad en het EU-parlement ingestemd met een nieuwe richtlijn. De regels in de richtlijn zijn aangescherpt. Op 14 oktober 2024 is de richtlijn bekrachtigd 9. De nieuwe regelgeving uit Europa zal binnen twee jaar zijn doorgevoerd in de Nederlandse wetgeving. In dit rapport zijn voor het jaar 2030 de berekende concentraties ook vergeleken met de nieuwe normen.

Omgevingswet Gezondheidswinst door schonere lucht | Advies | Gezondheidsraad 6 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:32008L0050 7 Het NSL is in 2009 gestart en is enkele malen verlengd tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 8 Artikel 10.29 lid 3 Omgevingsbesluit 9 https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2024/10/14/air-quality-council-gives-final-greenlight-to-strengthen-standards-in-the-eu/ 4 5

Pagina 13 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Omwille van de leesbaarheid wordt sinds de Monitoringsrapportage NSL 2014 achtergrondinformatie ontsloten door verwijzingen naar andere bronnen, waaronder voorgaande rapportages van het NSL. In Bijlage 1 staat een begrippenkader waarin belangrijke termen zijn uitgelegd. Het rapport is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 behandelt de relevante wetgeving, die belangrijk is voor de uitgangspunten van de monitoring. Hoofdstuk 3 behandelt de opzet van de monitoring en de betrokken partijen. In hoofdstuk 4 staan de resultaten van de berekening van wegverkeer en in hoofdstuk 5 komen de resultaten van veehouderijen aan bod. Tot slot behandelt hoofdstuk 6 de kwaliteit van de lokale invoer.

Pagina 14 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

2

Luchtkwaliteit en monitoring onder de Omgevingswet

De Europese Commissie heeft in 1998 doelen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit opgesteld waaraan alle lidstaten moeten voldoen. De huidige grenswaarden zijn opgenomen in EU-richtlijn 2008/50/EG 10. Lidstaten zijn verplicht deze wetgeving over te nemen in de nationale wetgeving. Tot 1 januari 2024 was dit ondergebracht in de Wet Milieubeheer 11, waarbij de basis voor de berekeningen voor de monitoring waren opgenomen in de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 12. Vanaf 1 januari 2024 is de wetgeving ondergebracht onder de Omgevingswet 13. Onder de Omgevingswet vallen ook enkele besluiten (Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL), Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Omgevingsbesluit) en regelingen (Omgevingsregeling), waarin de wetgeving verder is gespecificeerd. De wet bevat veel thema’s die belangrijk zijn voor de leefomgeving. Dit hoofdstuk gaat in op de belangrijkste punten uit de wetgeving voor de monitoring van de luchtkwaliteit. We bespreken de belangrijkste punten uit de Europese wetgeving en de implementatie daarvan in de Nederlandse wet, die belangrijk zijn voor de monitoring. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de regels iets gewijzigd. Ook daar gaat dit hoofdstuk op in. Er is nieuwe Europese luchtkwaliteitswetgeving aangenomen.

In april 2024 hebben de EU-raad en het EU-parlement ingestemd met een nieuwe richtlijn. De grenswaarden in de richtlijn zijn aangescherpt. Op 14 oktober 2024 is de richtlijn bekrachtigd. Ook daar staat dit hoofdstuk bij stil. 2.1

Europese richtlijn voor luchtkwaliteit In richtlijn 2008/50/EG staan wettelijk verplichte doelstellingen voor de luchtkwaliteit om de kwaliteit van de menselijke gezondheid en het milieu te verbeteren. De doelen zijn daarbij gebaseerd op de streefwaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie, maar er wordt ook gekeken naar de haalbaarheid van deze doelen. Dit levert grenswaarden op voor verschillende stoffen. Voor veel luchtverontreinigende stoffen voldoet Nederland aan de grenswaarden die in Europa zijn gesteld, maar het is lastiger om de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof overal te halen. Vandaar dat de monitoring zich richt op deze stoffen. In Europa staan de grenswaarden voor deze stoffen weergegeven in Tabel 2.1.

10 Richtlijn - 2008/50 - NL - EUR-Lex (europa.eu)

11 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&z=2023-12-06&g=2023-12-06 12 13

wetten.nl - Regeling - Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 - BWBR0022817 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&z=2024-01-01&g=2024-01-01 Pagina 15 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Tabel 2.1 Grenswaarden van stikstofdioxide en fijnstof in Europese richtlijn 2008/50/EG

Verontreinigende stof Stikstofdioxide (NO2) Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2.5)

Grenswaarde (µg/m3)

Middelingstijd

200; mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden 40 50; mag niet vaker dan 35 keer per kalenderjaar worden overschreden 40 25

Uur Kalenderjaar Dag Kalenderjaar Kalenderjaar

De luchtkwaliteit moet volgens de richtlijn overal beoordeeld worden. Er zijn echter uitzonderingen, waar geen beoordeling hoeft plaats te vinden: a) locaties die zich bevinden in gebieden waartoe leden van het publiek geen toegang hebben en waar geen vaste bewoning is; b) op bedrijfsterreinen of terreinen van industriële inrichtingen, waarop alle relevante bepalingen over gezondheid en veiligheid op het werk gelden; c) op de rijbaan van wegen; en op de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben. De vergelijking met een grenswaarde vindt plaats na afronding van de gemeten of berekende waarde. Hierbij wordt voor de afronding de commerciële afrondingsregels toegepast. De grenswaarden zijn in hele microgrammen per kubieke meter (µg/m3). De vergelijking is dan ook in hele microgrammen per kubieke meter 14. Als de luchtkwaliteit langs een weg wordt beoordeeld via een meting, moet een meetpunt minimaal 25 meter van de rand van grote kruispunten liggen, en niet meer dan 10 meter van de wegrand verwijderd zijn. De meting kan ook met een berekening worden gedaan. Natuurlijke bronnen kunnen ook overschrijdingen veroorzaken van grenswaarden. Het is vanuit de richtlijn mogelijk deze overschrijdingen niet als overschrijding mee te tellen. 2.2

Monitoring luchtkwaliteit onder de Omgevingswet Europese richtlijnen worden geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Daarnaast worden de regels uit de richtlijn verder naar de Nederlandse situatie gespecificeerd. De huidige wetgeving die ook de monitoring van de luchtkwaliteit beschrijft, is de Omgevingswet. De gehanteerde grenswaarden voor luchtkwaliteit in de Omgevingswet zijn gelijk aan de Europese richtlijn (opgenomen in de BKL 15). Alleen heten de grenswaarden onder de Omgevingswet Rijksomgevingswaarden.

14 15

Zie ook pagina 15 van IPR guidance_2.0.1_final.pdf (europa.eu) Besluit kwaliteit leefomgeving

Pagina 16 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

De uitzonderingen waar de luchtkwaliteit niet beoordeeld hoeft te worden aan de grenswaarde/omgevingswaarde, zijn overgenomen in het BKL. Dit rapport spreekt over het toepasbaarheidsbeginsel en het blootstellingscriterium. In Bijlage 1 staat een uitgebreide definitie van deze termen. Een verdere specificering van waar en hoe de luchtkwaliteit berekend moet worden, is beschreven in de Omgevingsregeling 16. Hierin zijn ook de afstanden tot de wegrand en tot grote kruispunten meegenomen. De bevoegde gezagen zijn hierbij verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de plaatsen die moeten worden getoetst (toetspunten 17) en welke wegen en veehouderijen er moeten worden doorgerekend. De concentraties voor stikstofdioxide en fijnstof worden doorgerekend met de wettelijk voorgeschreven standaard rekenmethode 1 (SRM1) en standaardrekenmethode 2 (SRM2) voor wegverkeer. Beschrijvingen van deze rekenmethoden zijn te vinden in Velze en Wesseling (2015) 18, Wesseling en Velze (2015) 19 en Visser en Wesseling (2020) 20. De berekeningen van fijnstof voor veehouderijen wordt uitgevoerd met de wettelijk voorgeschreven standaardrekenmethode 3. Het RIVM maakt hierbij gebruik van Geomilieu ISL3a 21. In Nederland kan de bijdrage van zeezout mede de reden zijn van overschrijdingen. In de Omgevingsregeling is opgenomen wat de zeezoutaftrek mag zijn.

De grondslag voor deze aftrek is RIVM-rapport 680704014 22. De monitoring luchtkwaliteit sluit aan bij deze wettelijke eisen en volgt dezelfde rekenregels als beschreven in de wet. Een verdere beschrijving van de inhoud van de Omgevingswet is te vinden op de website 23 van het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). 2.3

Veranderingen in de Omgevingswet versus wet Milieubeheer De wetgeving op het gebied van luchtkwaliteit en luchtkwaliteitsberekeningen is na de invoering van de Omgevingswet nauwelijks gewijzigd. Vanuit de wet hoeven alleen nog plannen te worden getoetst in zogenaamde aandachtsgebieden 24 en enkele speciale activiteiten buiten deze gebieden (aanleg en wijzigingen aan wegtunnels en de aanleg van autowegen en autosnelswegen). Dit gebied is kleiner dan de omvang van het voormalige NSL. De bronhouders binnen aandachtsgebieden en bronhouders van autowegen en autosnelwegen verzamelen gegevens van hun wegen voor de monitoring. Buiten de aandachtsgebieden is deze wettelijke verplichting er niet.

Omgevingsregeling Zie voor het begrip toetspunt Bijlage 1 Technische beschrijving van standaardrekenmethode 1 (SRM1) (rivm.nl) 19 Technische beschrijving van standaardrekenmethode 2 (SRM-2) voor luchtkwaliteitsberekeningen (rivm.nl) 20 Actualisering en addenda SRM-1 en SRM-2 (rivm.nl) 21 Rekenmodel luchtkwaliteit ISL3a | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) 22 Assessment of the level of sea salt in PM10 in the Netherlands (rivm.nl) 23 Inhoud Omgevingswet | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) 24 Artikel 5.51 Besluit kwaliteit leefomgeving 16 17 18

Pagina 17 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Daarnaast zullen deelnemers van het Schone Lucht Akkoord (SLA) tweejaarlijks wegverkeergegevens via het Centraal Instrument Monitor LuchtKwaliteit (CIMLK) 25 aanleveren. De geactualiseerde gegevens worden gebruikt in de monitoring. Zoals eerder gemeld, is het NSL afgerond. Hiermee eindigt ook de monitoring van voortgang op projecten en maatregelen van het NSL. Dat hoofdstuk keert niet meer terug in dit rapport. Meer informatie over de wijzigingen voor lucht in de Omgevingswet staat op de website 26 van IPLO. 2.4

Aanscherping Europese richtlijn voor luchtkwaliteit Op 26 oktober 2022 stelde de Europese Commissie voor om de Europese luchtkwaliteitsrichtlijn 2008/50/EC uit 2008 aan te passen. Doel was om de luchtkwaliteitsrichtlijn meer te laten aansluiten op de nieuwe, strengere advieswaarden voor de luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2021. In april 2024 hebben de EU-raad en het EU-parlement ingestemd met een nieuwe richtlijn. Op 14 oktober 2024 is de richtlijn bekrachtigd. In de herziene EU-richtlijn zijn de grenswaarden strenger. De voorgestelde luchtkwaliteitseisen gaan minder ver dan de WHO-advieswaarden. Tabel 2.2 toont de verandering van de grenswaarden van de huidige naar de nieuwe EU-richtlijn en de WHO-advieswaarden voor PM2.5, PM10 en NO2. Nederland moet in 2030 aan de nieuwe grenswaarden voldoen. Tabel 2.2 Huidige EU-grenswaarden, de grenswaarden in de nieuwe richtlijn en de WHO-advieswaarden (van 2021). in microgram per kubieke meter (µg/m3). Een streepje betekent dat er geen grens- of advieswaarde is bij de middelingstijd bij de verontreiniging.

Stof

Middelingstijd

PM2.5

Kalenderjaar Daggemiddelde Kalenderjaar Daggemiddelde Kalenderjaar Daggemiddelde Uur

PM10 NO2

Huidige grenswaard Nieuwe 2008/50/EG richtlijn 25 10 25** 40 20 50* 45** 40 20 50** ** 200 200***

mag niet vaker dan 35 keer per kalenderjaar worden overschreden; mag niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar worden overschreden; *** mag niet vaker dan 1 keer per kalenderjaar worden overschreden; **** 3 à 4 overschrijdingen per kalenderjaar. *

WHOadvieswaarde 5 15**** 15 45**** 10 25**** -

**

In het RIVM-briefrapport 2023-0167 27 heeft het RIVM voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) berekend of de nieuwe grenswaarden haalbaar zijn. In deze monitoringsronde wordt deze berekening herhaald met de laatste geactualiseerde gegevens voor wegverkeer en veehouderijen om zo een volgende inschatting te kunnen geven. Deze inschatting is indicatief. Zie ook paragraaf 3.2.2 of de website https://www.cimlk.nl. https://iplo.nl/thema/lucht/lucht-verandert/ 27 Gevolgen van de voorgestelde Europese luchtkwaliteitsrichtlijn voor Nederland (rivm.nl) 25 26

Pagina 18 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

3

Opzet monitoring luchtkwaliteit

Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van het monitoringsproces en de betrokken partijen. Ook bespreken we enkele bijzonderheden die gelden voor deze monitoringsronde. 3.1

Betrokken partijen De uitvoering van de monitoring is neergelegd bij Bureau Monitoring. Bureau Monitoring werkt in opdracht van het ministerie van IenW. Binnen Bureau Monitoring werken het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Informatiepunt Leefomgeving (onderdeel van Rijkswaterstaat Leefomgeving) samen. Bureau Monitoring levert jaarlijks een monitoringsrapportage, met daarin de resultaten van de monitoring. De invulling van de monitoring en de werkzaamheden van Bureau Monitoring worden afgestemd met de Overleggroep Monitoring Luchtkwaliteit. De overleggroep bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende verkeerpartners (gemeenten, provincies, Rijkswaterstaat en het ministerie van IenW). In de overleggroep is afgesproken dat naast het doorrekenen van de luchtkwaliteit in het afgelopen jaar ook een doorkijk wordt gemaakt naar de toekomst aan de hand van zichtjaren. Ook is er afstemming over de jaarlijkse procesafspraken van een monitoringsronde met deze partners. Daarnaast zijn er verwante overleggen en werkgroepen, zoals het GCN/GDN/Stikstof overleg en de Werkgroep LuchtkwaliteitsModellen (WLM), die de monitoring kunnen raken. Ook is er het verwante programma Schone Lucht Akkoord (SLA). Bij monitoring Luchtkwaliteit kijken we primair naar het halen van de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof.

Het SLA kijkt eens in de twee jaar naar een reductie van de blootstelling van de bevolking aan luchtvervuiling, waarvoor een doel van 50 procent gezondheidswinst is gesteld voor 2030 ten opzichte van het jaar 2016. Bij de monitoringsrapportage is ook aandacht voor de blootstelling, maar dan voor het gepasseerde jaar en wordt alleen het gemiddelde niveau waaraan de bevolking wordt blootgesteld weergegeven. De blootstellingsberekeningen worden overigens in een aparte notitie opgeleverd en zullen geen deel uitmaken van dit rapport 28. Tot slot worden er in het begin van het jaar webinars over de invoer van data via de applicatie CIMLK 29 gehouden. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld om bronhouders en overige geïnteresseerden bij te praten over hoe zij voor de volgende monitoringsronde geactualiseerde gegevens kunnen aanleveren.

28 29

Zie paragraaf 3.3.6 Home | CIMLK Pagina 19 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

3.2

Uitvoering Monitoring Luchtkwaliteit De monitoring kent een jaarlijkse cyclus van stappen, die de diverse betrokken partijen uitvoeren. Afspraken hierover en de planning van de jaarlijkse cyclus zijn vastgesteld in een document met de procesafspraken: ‘Uitvoering Luchtkwaliteit Monitoring’, versie 2024.

3.2.1

Belangrijkste afspraken voor monitoringronde 2024 Hieronder volgen de belangrijkste afspraken over deze monitoringsronden. • De monitoringsjaren zijn 2023, 2025 en 2030. • De toetspunten worden getoetst op de rijksomgevingswaarden uit de Omgevingswet. • De generieke gegevens van het gepasseerde jaar 2023 zijn geüpdatet (achtergrondkaarten, meteorologische gegevens en emissiefactoren voor wegverkeer). De generieke gegevens voor de prognose jaren 2025 en 2030 hebben geen update gehad. De update van prognose jaren vindt eens in de twee jaar plaats. • Koudestartemissies zitten in de achtergrondkaarten GCN en zijn geen deel meer van de emissiefactoren voor wegverkeer (zie verder paragraaf 3.3.2). • Er worden blootstellingsberekeningen voor het gepasseerde jaar 2023 uitgevoerd (zie verder paragraaf 3.3.6).

3.2.2

Jaarlijkse cyclus en controles De cyclus start met de aanlevering of actualisatie van invoergegevens voor de monitoring door bronhouders (bevoegde gezagen) gedurende een vastgestelde periode in het voorjaar. Het is de verantwoordelijkheid van de betrokken overheden zelf dat alle aangeleverde informatie correct en volledig is. Vrijwel tegelijkertijd actualiseert het RIVM de benodigde generieke gegevens, zoals de gemeentelijke herindeling, achtergrondkaarten, ruwheidskaarten, meteorologische gegevens en emissiefactoren voor wegverkeer en veehouderijen. Het RIVM maakt hierbij gebruik van de gegevens die beschikbaar zijn gesteld op de website van de Rijksoverheid 30. (1) Naast interne controles op de generieke gegevens, voert het RIVM ter ondersteuning aan de bronhouders ook controles uit op de gegevens van de bronhouders. De eerste controles worden uitgevoerd als bronhouders gegevens aanleveren via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) 31. Per 1 januari 2023 is CIMLK de vervanger van de website van de NSLmonitoring. Het CIMLK voldoet aan actuele veiligheidseisen en is gebaseerd op recente technische ontwikkelingen.

Het CIMLK is bedoeld om de komende jaren te voorzien in de monitoring van luchtkwaliteit onder de Omgevingswet; (2) de monitoring voor het Schone Lucht Akkoord én; (3) het doorrekenen van effecten op de luchtkwaliteit van een verkeersproject of -maatregel. Het Informatiemodel Luchtkwaliteit is met de introductie van het CIMLK aangepast, evenals het dataformaat van de uitwisselbestanden 30 31

Invoergegevens luchtkwaliteit 2023 | Publicatie | Rijksoverheid.nl Home | CIMLK

Pagina 20 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

(www.cimlk.nl/documentatie). Het CIMLK kijkt of de aangeleverde gegevens voldoen aan dit informatiemodel. De aangeleverde gegevens worden afgekeurd als ze niet voldoen aan het informatiemodel. De gebruiker krijgt feedback over de fouten in de vorm van een foutenbestand. Op grond van het foutenbestand kan de bronhouder de gegevens aanpassen. Het is voor gebruikers ook mogelijk om voor extra ondersteuning contact op te nemen met de Helpdesk Monitoring Luchtkwaliteit bij IPLO 32. Na de dataleveringen van de bronhouders voor wegverkeer en veehouderijen volgen de berekeningen en zijn er opnieuw datacontroles door het RIVM. De berekeningen voor wegverkeer en veehouderijen volgen een ander traject. De landsdekkende berekeningen voor wegverkeer worden uitgevoerd met het rekenhart AERIUS Lucht 2024.1 in het monitoringsinstrument CIMLK. Dit rekenhart is door het RIVM gevalideerd; de verslaglegging van de validatie is in detail te vinden Wesseling et al.(2020). Bijlage 2 bevat de validatieresultaten voor de Monitoringsronde 2024. De datacontroles voor wegverkeer die achteraf plaatsvinden, kunnen nieuwe onregelmatigheden aan het licht brengen. Als de impact geen grote gevolgen heeft voor resultaten van de berekeningen, worden deze onvolkomenheden voor een volgende monitoringsronde teruggekoppeld.

Bij een grotere impact kan in overleg een andere oplossing worden gezocht en wordt daarvan melding gemaakt in paragraaf 3.3 van dit rapport. Berekeningen met de gegevens van de veehouderijen zijn uitgevoerd met Geomilieu ISL3a versie 2024.1. Tijdens de berekeningen vinden ook hier controles plaats, die net als bij wegverkeer voorafgaand aan de volgende monitoringsronde worden teruggekoppeld aan de gebruikers. Het RIVM stelt de rekenresultaten na afloop beschikbaar voor de bevoegde gezagen. Zij kunnen achteraf aangeven of de berekende en gerapporteerde overschrijdingen terecht of onterecht zijn. Dit kan voorkomen door onvolkomenheden in de invoerdata voor de berekening van de lokale bijdrage, of wanneer overschrijdingen zijn berekend op ingevoerde locaties, waarvan het bevoegd gezag achteraf stelt dat het de luchtkwaliteit daar niet hoeft te toetsen. Dat is bijvoorbeeld zo als een locatie als rekenpunt, in plaats van als toetspunt ingevoerd had moeten zijn. Het RIVM kan na sluiting van de monitoringstool en validatie van de berekeningen geen aanvullende berekeningen uitvoeren op basis van gecorrigeerde invoerdata. De desbetreffende overschrijdingen worden in deze rapportage daarom benoemd als ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’ (Bijlage 6A).

Bij het openbaar maken van dit rapport komen de geactualiseerde invoergegevens en resultaten in de monitoringstool publiekelijk beschikbaar via de website www.cimlk.nl/. Vervolgens starten de voorbereidingen op de volgende monitoringsronde. 32

Vraag het onze experts | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) Pagina 21 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

3.3

Aandachtspunten en bijzonderheden van MR2024 Deze paragraaf beschrijft de aandachtpunten en bijzonderheden die voor deze ronde van toepassing zijn.

3.3.1

Koudestartemissies in GCN-achtergrond TNO doet onderzoek naar emissies van wegverkeer. Koudestartemissies treden op in de eerste tientallen seconden na de start van een koude motor en concentreren zich op en nabij parkeerplaatsen in stedelijke gebieden. Bij moderne auto’s zijn de koudestartemissies een stuk hoger dan de emissies van een warme motor, omdat emissiereductiesystemen bij een koude motor nog niet optimaal functioneren. De koudestartemissie is een steeds groter aandeel in de totale emissie van een voertuig. Vanaf MR2024 worden de emissies van de koude start apart gerapporteerd en maken dan ook geen deel meer uit van de emissiefactoren voor SRM-1-wegtypen. Door de splitsing zou dat ook een beter beeld geven van de verdeling van de emissies over Nederland 33. Voor de monitoring betekent dit dat de koude start onderdeel is van de achtergrondconcentratie en dus niet meer in de emissies van de detailberekeningen van de wegverkeersberekeningen zit.

3.3.2

Onvolkomenheid in omzetting brongegevens naar berekeningen Op 11 maart heeft het RIVM een onvolkomenheid hersteld in een script dat brongegevens omzet om een wegverkeersberekening te kunnen uitvoeren. De onvolkomenheid zat al een aantal jaar in het script, maar de consequenties waren voornamelijk zichtbaar in de NSLmonitoringsronde van 2023. Het ging specifiek om de combinatie (SRM2) weghoogte met schermen langs de weg. De grootste effecten zijn dan ook zichtbaar langs deze SRM2-wegdelen met enige uitstraling iets verder langs deze wegen. Bijlage 7 bevat een verdere toelichting. We hebben voor het monitoringsjaar 2022 en 2030 van monitoringsronde 2023 opnieuw een overschrijdingsanalyse gedaan. Hieruit volgde voor het monitoringsjaar 2022 17 extra NO2overschrijdingen op toetspunten. Dat komt overeen met 1,7 kmoverschrijdingen per rijrichting. Het betrof hier twee trajecten op de rijkswegen langs de Van Brienenoordbrug in Rotterdam en de Martinus Nijhoffbrug bij Zaltbommel. Het is overigens aannemelijk dat de bronhouder ook deze overschrijdingen als ‘onterecht’ zou hebben bestempeld, gezien de ligging van de toetspunten. De resultaten uit het verleden zijn niet aangepast en de gepresenteerde berekeningen op de kaart van CIMLK van monitoringsronde 2023 zijn dus nog steeds inclusief de onvolkomenheid, zodat de cijfers overeenkomen met de bijbehorende NSL-Monitoringsrapportage 2023.

3.3.3

Tweede openstelling monitoringsronde na onvolkomenheden Na de officiële sluiting van de actualisatieperiode voor wegverkeer en veehouderijen is nadat een aantal onvolkomenheden waren ontdekt in de dataset het CIMLK voor een aantal bronhouders opnieuw opengezet voor een nieuwe gegevenslevering door bronhouders. De gegevens 33

https://publications.tno.nl/publication/34642685/NeSvgNye/TNO-2024-R11049.pdf

Pagina 22 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

hadden een behoorlijke impact op de berekende concentraties. Dit kan leiden tot een verkeerde voorstelling van zaken voor de luchtkwaliteit. Het ging om de volgende onvolkomenheden. • Er waren onjuiste of geen koppelingen van SRM1-wegen aan receptoren. Het gevolg was nauwelijks of geen bijdrage van de emissies van een SRM1-weg aan de berekende concentraties. • Alle toetspunten van de bronhouder waren omgezet naar rekenpunten. Het gevolg was dat nergens in de gemeente werd getoetst aan de Europese grenswaarden. • Het wegsegment werd onterecht aangeduid als ‘tunnel’. Het gevolg is dat het wegdeel geen emissie naar de directe omgeving heeft en dus geen bijdrage geeft aan de concentraties. 3.3.4

Veehouderijen: RAV-codes versus OW-codes Veehouderijen kennen verschillende huisvestingsystemen, die allemaal een eigen emissiefactor voor geur, ammoniak en fijnstof hebben. Daarnaast kunnen veehouders aanvullende technieken op deze huisvestingssystemen hebben aangebracht om emissies uit de stal te verminderen. In de Omgevingswet zijn deze huisvestingssystemen en aanvullende technieken bekend in OW-codes, met daaraan gekoppeld de genoemde emissiefactoren. In de huidige monitoringsronde gebruiken we echter nog de systematiek uit de voorgaande wetgeving. In dit geval is dat de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav). De dataset bevat dus RAV-codes met de daaraan gekoppelde emissiefactoren. De emissies van veehouderijenbronnen die berekend worden met RAV geven dezelfde emissies als onder de OW van 1 januari 2024. Deze keuze heeft dus geen invloed op de resultaten.

3.3.5

Veehouderijen: aanlevering één set voor alle monitoringsjaren In de NSL-monitoringsronde 2023 zijn bronhouders gevraagd om naast de geactualiseerde invoergegevens voor het gepasseerde jaar ook voor de prognosejaren gegevens in CIMLK in te voeren, zoals zij het veehouderijvergunningen in de toekomstige jaren voorzien. Dit verzoek is dit jaar weer teruggedraaid. Dat betekent dat bronhouders van veehouderijengegevens alleen een actualisatie van de invoerdata voor het gepasseerde jaar hoeven aan te leveren, zoals dat voorheen ook gebeurde. Het kostte bronhouders veel extra middelen, terwijl het geen nieuwe inzichten opleverde. Het RIVM rekent de jaren 2023, 2025 en 2030 door met dezelfde invoergegevens voor veehouderijen. De bijbehorende generieke gegevens (meteorologie en achtergrondkaarten 34) zijn wel afhankelijk van het monitoringsjaar.

3.3.6

Blootstellingsberekeningen in een aparte notitie Vanwege onvoorziene omstandigheden liepen de blootstellingsberekeningen voor het gepasseerde jaar 2023 vertraging op. Deze berekeningen worden in een aparte notitie opgeleverd en zullen geen deel uitmaken van dit rapport.

34

De gebruikte emissiefactoren voor veehouderijen zijn voor alle monitoringsjaren gelijk. Pagina 23 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

3.3.7

Geen effect verwacht van coronamaatregelen. Op 10 maart 2023 zijn de laatste corona-adviezen komen te vervallen 35, maar in 2022 waren de meeste maatregelen al afgebouwd. De verwachting is dat er geen effecten waarneembaar zijn in de berekeningen voor de monitoringsjaren 2023, 2025 en 2030.

3.3.8

Indicatieve berekening voor 2030 aan de nieuwe richtlijn Op 14 oktober 2024 is een nieuwe Europese richtlijn vastgesteld met aangescherpte grenswaarden (zie ook paragraaf 2.4). In dit rapport zijn voor het jaar 2030 (dan moet Nederland aan de nieuwe grenswaarden voldoen) de berekende concentraties voor wegverkeer beoordeeld tegen de nieuwe aangescherpte jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2.5. Daarnaast zijn de veehouderijberekeningen voor 2030 beoordeeld tegen de aangescherpte jaargemiddelde grenswaarden voor PM10. Er zijn ook grenswaarden voor daggemiddelden en uurgemiddelde concentratie. De verwachting is dat de nieuwe jaargemiddelde normen het strengst zijn, maar het is niet uitgesloten dat in bepaalde gevallen de grenswaarden op daggemiddelden strenger zijn. We beperken ons voorlopig tot de jaargemiddelde normen Het gaat hier om een inschatting op basis van de huidige geactualiseerde dataset voor monitoringsjaar 2030 uit MR2024. Overschrijdingen kunnen nu ook gebeuren op plaatsen waar tot nu toe veel lagere concentraties zijn bepaald. De invoergegevens zouden op deze plaatsen nog eens goed moeten worden gecontroleerd. Het is na het RIVM-briefrapport 2023-0167 (zie paragraaf 2.4) een tweede inschatting van het aantal overschrijdingen vergeleken met de aangescherpte grenswaarden.

3.4

Resultaten in CIMLK Bij het uitkomen van dit rapport worden ook alle resultaten in het CIMLK 36 gepresenteerd. Alle gegevens voor verkeer en veehouderijen van de MLK-monitoringsronde 2024 en van NSL-monitoringsronden 2021, 2022 en 2023 zijn in het CIMLK beschikbaar in het nieuwe datauitwisselformaat, via downloadopties en een interactieve kaartviewer. Aan de legenda van de kaartviewer is voor de jaargemiddelden NO2, PM10 en PM2,5 een nieuwe indeling toegevoegd. Deze indeling geeft meer inzicht voor gebruikers wanneer de meetwaarden worden vergeleken met de aanscherpte grenswaarden uit de nieuwe EU-richtlijn en de WHO-advieswaarden. Invoergegevens en rekenresultaten voor wegverkeer en veehouderijen van monitoringsrondes voorafgaand aan de introductie van het CIMLK met het vernieuwde dataformaat, blijven in het oude dataformaat beschikbaar via www.cimlk.nl/documentatie, in de rubriek ‘Download NSL monitoringsronden’. Het CIMLK kan voor wegverkeer met de laatste twee versies van AERIUS Lucht-rekentool rekenen. Het gaat dan om de versies 2024 en 2023. De versie van 2022 is op aanvraag te activeren. Laatste specifieke corona-adviezen vervallen, maar gebruik je gezonde verstand bij luchtwegklachten | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl. 36 https://www.cimlk.nl/ 35

Pagina 24 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

CIMLK is nog steeds in ontwikkeling. Dit betekent dat nieuwe functionaliteiten worden toegevoegd. Enkele ontwikkelingen die op de rol staan, zijn: • het toevoegen van validatie en waarschuwingen op de aangeleverde gegevens voor berekeningen en de monitoring; • het inzichtelijk maken van een berekening op de kaartviewer; • rekenresultaten van een berekening door een gebruiker in CIMLK-format.

Pagina 25 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Pagina 26 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

4

Resultaten luchtkwaliteit langs wegen

Dit hoofdstuk presenteert de resultaten van de monitoring van luchtkwaliteit op toetspunten nabij wegen voor de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (zowel PM10 als de fijnere fractie fijnstof PM2,5). De vergelijking van de resultaten van de berekeningen 37 op toetspunten met grenswaarden voor het gepasseerde jaar 2023 is te vinden in paragraaf 4.1 Voor de zichtjaren 2025 en 2030 is dat paragraaf 4.2. De resultaten op alle rekenpunten langs verkeerswegen zijn te bekijken op https://www.cimlk.nl/. Paragraaf 4.3 geeft een beknopte duiding van de verschillen met de vorige monitoringsronde. Bijlage 3 geeft een overzicht van de veranderingen in de generieke invoergegevens, ter verklaring van verschillen met de vorige monitoringsronden. In paragraaf 4.4 zijn de onzekerheden en het statistisch verwachte aantal overschrijdingen beschreven. Tot slot is een indicatieve beoordeling gemaakt van het aantal overschrijdingen aan de aangescherpte grenswaarden uit de herziene Europese richtlijn voor luchtkwaliteit (zie paragraaf 4.5). De resultaten in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de gegevens, zoals die door de wegbeheerders in het CIMLK zijn ingevoerd. Deze gegevens – en daarmee ook de rekenresultaten voor de desbetreffende locaties – bevatten onvolkomenheden.

Van enkele berekende en gerapporteerde overschrijdingen geeft het bevoegd gezag soms achteraf aan dat deze volgens hen onterecht zijn. De desbetreffende overschrijdingen zijn in deze rapportage in dat geval benoemd als ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’. Zie Bijlage 6 voor de door wegbeheerders aangeleverde toelichtingen op de invoergegevens en berekende overschrijdingen. 4.1

Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2023 Deze paragraaf toont de resultaten van de NO2-, PM10- en PM2,5concentraties voor het gepasseerde jaar 2023. Geen NO2 overschrijdingen Voor 2023 zijn geen overschrijdingen van de grenswaarde voor NO2 berekend. In de vorige monitoringsronde is er 2,1 km aan overschrijding van de grenswaarde van NO2 gerapporteerd. Dit staat gelijk aan éénentwintig overschrijdingen. De bevoegde gezagen stelden echter dat twintig van deze toetspunten onterechte overschrijdingen van de grenswaarden zijn. De bevoegde gezagen hebben in deze monitoringsronde de invoergegevens geactualiseerd door: • toetspunten te beoordelen op grond van het toepasbaarheidsbeginsel en/of blootstellingscriterium (Bijlage 1) of • door invoergegevens van wegsegmenten en rekenpunten te actualiseren, zodat het beter aansluit bij de werkelijke situatie. 37 De invoergegevens voor de berekeningen voor het gepasseerde jaar zijn zoveel mogelijk gebaseerd op metingen, bijvoorbeeld de actuele meteorologische gegevens, en het gebruik van praktijkemissies voor de bepaling van de emissiefactoren. De invoergegevens voor prognosejaren maken mede gebruik van meetgegevens, maar moeten daarnaast ook gebruikmaken van verwachtingen, bijvoorbeeld over de ontwikkeling van het wagenpark. Voor de meteorologische gegevens is gebruikgemaakt van een langjarig gemiddelde weersituatie.

Pagina 27 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Doordat de concentraties in 2023 zijn gedaald en de koude start is gescheiden van het rijdend wegverkeer, is ook de concentratie NO2 op het laatste toetspunt met een overschrijding (Rotterdam) in 2022 onder de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 gedaald. Zie ook paragraaf 4.3 voor de verdere duiding van de resultaten. Nog één fijnstofoverschrijding (PM10 en PM2,5) Voor PM10 komt in de huidige berekeningen één overschrijding van de etmaalnorm voor. Deze overschrijding vindt plaats in de gemeente Velsen, waar de achtergrondconcentratie hoog is door industriële emissies. In totaal gaat het om 0,1 km weg (per rijrichting). Het betreft een wegvak 38 van de Noordersluisweg in Velsen, waar ook in eerdere jaren overschrijdingen van de grenswaarden werden berekend. Voor dit wegvak wordt met ongeveer 37 μg/m3 voor 2023 geen overschrijding van de jaarnorm (40,5 μg/m3) berekend. Dit toetspunt is door de gemeente Velsen aangemerkt als ‘onterecht’. De gemeente heeft zich voorgenomen om dit toetspunt in de volgende monitoringronde aan te passen naar een rekenpunt op basis van het blootstellingscriterium. De reactie van gemeente Velsen op deze overschrijding is te lezen in Bijlage 6. Er zijn ook berekeningen uitgevoerd voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5). Hierbij zijn, net als in de voorgaande jaren, geen overschrijdingen van de jaargrenswaarde van 25 μg/m3 gevonden.

Bijna-overschrijdingen De berekeningen kennen een aanzienlijke onzekerheid. Om een idee te geven van wat het aantal overschrijdingen zou zijn als gemaakte aannamen tegenvallen, toont Tabel 4.1 het resultaat van het toetsen met toepassing van een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2 ten opzichte van de wettelijke grenswaarde 39. Tabel 4.1 Overschrijdingen NO2 en PM10 in kilometers rijrichting voor 2023, getoetst aan de wettelijke grenswaarde en met een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2 en 5 overschrijdingsdagen (zonder zeezoutaftrek) voor PM10.

Grenswaarde > 40,5 μg/m3 0

Bandbreedte > 38 μg/m3 0

PM10

> 35 dagen

km met overschrijding

0,1

> 30 dagen (zonder zeezoutaftrek) 0,1

NO2 km met overschrijding

Als we voor NO2 aan 38,0 μg/m3 toetsen in plaats van aan de Nederlandse implementatie van de Europese grenswaarde van 40,5 μg/m3, levert dat geen extra wegsegmenten boven deze waarde op. In 2022 waren er nog 22 extra wegsegmenten. De reden is een

Zie voor meer uitleg over ‘wegvak’ Bijlage 1 Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting). 39 Meer informatie over de toetsing met toepassing van een bandbreedte is te vinden in Bijlage 1. 38

Pagina 28 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

combinatie van factoren, zoals beschreven in paragraaf 4.1 op pagina 25. Als we PM10-concentraties toetsen aan de grens van maximaal dertig overschrijdingsdagen (zonder toepassing van de zeezoutaftrek) in plaats van het Europees toegestane maximum van 35 overschrijdingsdagen, dan wordt er ook geen éxtra locatie boven deze waarde gevonden. In totaal worden langs dezelfde 0,1 km weg (per rijrichting) ook meer dan dertig overschrijdingsdagen bepaald. Voor het toetspunt is in voorgaande jaren ook een overschrijding berekend. 4.2

Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2025 en 2030 Deze paragraaf toont de resultaten van de berekeningen voor de zichtjaren 2025 en 2030. Voor zowel 2025 als voor 2030 zijn geen overschrijdingen van de NO2grenswaarde berekend. Dit is in lijn met de berekeningen voor het jaar 2023. Toetspunten met NO2-overschrijdingen voor de prognosejaren die in de vorige monitoringsrapportage staan beschreven, zijn door de gemeente Den Haag en RWS als ‘onterecht’ aangemerkt. Voor PM10 is er voor 2025 en 2030 in Velsen nog een toetspunt met een concentratie boven de Europese etmaalnorm. Daarmee is langs 0,1 km weg per rijrichting voor PM10 een overschrijding berekend. Het betreft het wegvak 40 in Velsen waarvoor voor 2023 ook een overschrijding is berekend. In vorige monitoringsronden werd voor dit wegvak eveneens een overschrijding voor alle zichtjaren berekend. Dit toetspunt is door de gemeente Velsen aangemerkt als ‘onterecht’. Naast het toetspunt met een overschrijding voor PM10 van de etmaalnorm in 2023, 2025 en 2030, is er voor 2025 en 2030 geen extra overschrijding van de jaarnorm van PM10 berekend. Voor PM2,5 zijn in 2025 en 2030 geen overschrijdingen van de norm berekend. Toetsen met een bandbreedte (Tabel 4.2) levert in 2025 en 2030 voor NO2 één extra wegvak op met een NO2-concentratie groter dan 38,0 μg/m3.

Voor 2025 betreft dit een wegvak in de gemeente Vijfheerenlanden, en voor 2030 is er een overschrijding aanwezig in Deventer. Voor PM10 levert het toetsen aan de bandbreedte van vijf dagen in zowel 2025 als 2030 in Velsen geen extra wegvakken op.

40 Zie voor meer uitleg over ‘wegvak’ Bijlage X Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting).

Pagina 29 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

Tabel 4.2 Overschrijdingen NO2 en PM10 in kilometers rijrichting voor 2025 en 2030, getoetst aan de wettelijke grenswaarde inclusief een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2 en 5 overschrijdingsdagen (zonder zeezoutaftrek) voor PM10.

Km. met overschrijding NO2 2025 2030 PM10 2025 2030 4.3

Grenswaarde

Bandbreedte

> 40,5 μg/m3 0 0 > 35 dagen 0,1 0,1

> 38 μg/m3 0,1 0,1 > 30 dagen (zonder zeezoutaftrek) 0,1 0,1

Vergelijking resultaten MR2024 met voorgaande ronden In Figuur 4.1 is het aantal overschrijdingen langs wegen (in kilometer rijrichting) voor NO2 en PM10 te zien voor de gepasseerde jaren 2012 tot en met 2023. In de figuur zijn de toetspunten meegenomen, waarvoor het RIVM een overschrijding berekende, en die door het bevoegd gezag vervolgens als ‘onterechte overschrijdingen’ zijn aangemerkt. De figuur laat voor NO2 zien dat de daling die is opgetreden in het aantal berekende overschrijdingen in het gepasseerde jaar 2023 op het niveau is van 2020-2022. Het effect van de coronamaatregelen in 2020 en 2021 droeg bij aan het lage aantal in die jaren. Dat effect is in 2022 en 2023 niet meer aanwezig. Hiermee lijken er geen structurele overschrijdingen meer te zijn van de huidige grenswaarde voor NO2. Het jaar 2023 was een zeer nat jaar. Dat had een gunstig effect op de concentraties. Hierdoor kan niet worden uitgesloten dat onder extreme omstandigheden nog overschrijdingen gaan plaatsvinden. Voor PM10 is het aantal overschrijdingen sinds 2019 gelijk, met tussen de 0,1 en 0,2 km per rijrichting. Het betreft voor al deze jaren steeds dezelfde locatie met overschrijdingen; de Noordersluisweg in de gemeente Velsen. Dit toetspunt is door de gemeente Velsen aangemerkt als ‘onterecht’.

De rekenresultaten van de prognose voor 2025 en 2030 geven een nagenoeg gelijk beeld voor de overschrijdingen als in de vorige monitoringsronde. Zowel voor NO2 als voor PM10 zijn de resultaten nagenoeg gelijk (binnen 0,2 kilometer verschil) aan die van de drie voorgaande monitoringsronden. Voor PM10 is ook de locatie gelijk aan die van de vorige twee ronden. Resultaten kunnen van jaar tot jaar verschillen, door wijzigingen in onder meer de (reken)methodiek, locaties en aantal toetspunten, lokale invoergegevens en generieke invoergegevens, zoals grootschalige concentraties en emissiefactoren.

Pagina 30 van 78

RIVM-rapport 2024- 0133

200 187.9

150

Aantal overschrijdingen 100 NO2 grenswaarde (Km rijrichting)

50

42.6 29.8

10 0

7.2

6.2

2.9

0.8

0

0.3

2.1

0

2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 (MR'13) (MR'14) (MR'15) (MR'16) (MR'17) (MR'18) (MR'19) (MR'20) (MR'21) (MR'22) (MR'23) (MR'24)

Jaar

8

6.6

6

Aantal overschrijdingen 4 PM10 grenswaarde (Km rijrichting)

5.7

3.9

2.5

2.3

2

0.5

0.5 0.2

0

0.1

0.2

0.2

0.1

2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 (MR'13) (MR'14) (MR'15) (MR'16) (MR'17) (MR'18) (MR'19) (MR'20) (MR'21) (MR'22) (MR'23) (MR'24)

Jaar

Figuur 4.1 Het aantal overschrijdingen langs wegen voor NO2 (boven) en PM10 (onder) in kilometer rijrichting, zoals berekend door de monitoringstool voor de gepasseerde jaren uit de verschillende monitoringsronden vanaf 2012 (MR2013). Van overschrijding grenswaarde is sprake als de jaargemiddelde concentratie NO2 > 40,5 µg/m3 en PM10 > 31,2 µg/m3 41 is. Let op: dit overzicht bevat alle berekende overschrijdingen, ook die waarvan het bevoegd gezag heeft

41 Een jaargemiddelde PM10 van 31,2 µg/m3 is equivalent aan 35 overschrijdingsdagen PM10 van de daggemiddelde norm van 50 µg/m3.

Pagina 31 van 78

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15371562/1