CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Monitor in beeld Top600 2020.pdf

Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs 8 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Meerjarige resultaten Top600 en Top400 (ZD2021-014141)17.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

23

Systemische factoren Meer systemische factoren die genoemd worden door de regisseurs bij het al dan niet slagen van het verbeteren van het perspectief zijn de vaak lange wachttijden voor GGZ trajecten die de personen hierbij zouden moeten ondersteunen of de omstandigheid dat benodigde interventies niet zijn ingekocht door de gemeente. Regisseurs geven daarnaast aan dat het vaak lastig is een passende werkplek, dagbesteding of ander geschikt traject voor deze vaak complexe doelgroep te vinden. Het vinden van een passende en stabiele woonomgeving is meestal een vurige wens van betrokkene en wordt dikwijls beschouwd als een belangrijke voorwaarde voor perspectiefverbetering. Ook dit is echter vaak een knelpunt door de grote wachtlijsten die hier voor bestaan. Regisseur: ‘Een jongen met een strafrechtelijke maatregel werd opgelegd dat hij mee moest werken aan een behandeling in combinatie met praktische begeleiding in de vorm van een IFAcoach. Als regisseur heb ik gespard met de jeugdbeschermer. Aangegeven dat er eerst ingestoken moest worden op het praktische (ging niet naar school, thuis ging het niet goed). IFA is er bij betrokken en ze hebben ervoor gezorgd dat hij wel naar school ging. Dus eerst gezorgd dat de situatie van de jongen stabieler is geworden voordat er gestart werd met behandeling.’

Zorg en dagbesteding/werk Toch rijst uit de interviews een beeld op waarin juist de nauwe samenwerking tussen alle partners en het snel een compleet beeld van een persoon krijgen, er toe kan leiden belangrijke zaken in beweging te krijgen. Ook kan de regisseur echt een bijdrage leveren aan het creëren van de juiste randvoorwaarden om die beweging, zoals de zoektocht naar een baan, de juiste kant op te begeleiden. Meerdere regisseurs geven aan veel te hebben aan de samenwerking met de kernpartners WPI en GGD. De screening wordt gezien als een belangrijk onderdeel om te komen tot een juiste inschatting van de problematiek en de GGD denkt vaak proactief mee om personen naar de juiste (zorg)instanties door te verwijzen. Ook helpen korte lijntjes met WPI om de mogelijkheden op het gebied van het aanvragen van een uitkering, het zoeken van werk of het Regisseur: ‘Man van rond de veertig verslaafd en al 5 anderszins inzetten van jaar in regie. Na een lange tijd bleek hij ook te kampen participatietrajecten te onderzoeken. met trauma’s uit het verleden. Hij heeft toen EMDR Regisseurs beschouwen dit als belangrijke gevolgd. In eerste instantie klinische factoren die kunnen helpen het perspectief verslavingsbehandeling, daarna een zorgboerderij voor te verbeteren. behandeling van zijn trauma. Vervolgens is het gelukt om hem in een dagbestedingstraject te krijgen.’

Voorkomen van instroom broertjes en zusjes De (minderjarige) broers en zussen van Top600/Top400-personen lopen een hoger risico zelf met de politie in aanraking te komen. Uit de interviews met regisseurs komt het beeld naar voren dat er meestal sprake is van een goede samenwerking met de partners om het gezin van de persoon in de aanpak te ondersteunen en te voorkomen dat broertjes en zusjes van persoon eveneens afglijden in de criminaliteit. Het preventief interventieteam (PIT) en GGD worden voor deze doelstelling als de twee belangrijkste partners beschouwd. Regisseurs geven aan dat genoemde partijen, maar ook politie, JBRA/WSS, vaak al nauw betrokken zijn bij de zorg en ondersteuning in het gezin. Waar nodig nodigt de regisseur partijen uit om deel te nemen aan overleggen rondom de persoon en zijn gezin. Er wordt opgemerkt dat er niet altijd een goede informatie-uitwisseling is tussen regisseur

24

en PIT. Soms is sprake van een zeer problematische thuissituatie waar hulpverlening dan al langer tevergeefs binnen probeert te komen, maar hulp wordt afgehouden. Dit soort complexe situaties maakt het, logischerwijs, voor de regisseur uiterst moeilijk tezamen met partners aan deze doelstelling te werken. Samenwerking met de penitentiaire inrichtingen (PI) Uit de interviews komt een wisselend beeld naar voren ten aanzien van de samenwerking tussen de regisseurs en de PI’s en de gevolgen hiervan voor de persoon in de aanpak. Aan de ene kant wordt benadrukt dat het ‘zitten’ de persoon een kans kan bieden om te reflecteren op zijn eigen gedrag, meer structuur in zijn leven in te bouwen, meer te wennen aan een gezond dag/nachtritme en open te staan voor behandeling. Ook kan detentie voor de persoon aanknopingspunten bieden gezonder te gaan leven en te werken aan zijn of haar verslavingsproblematiek. Nauwe afstemming tussen regisseur en casemanager kan bijdragen aan het beter op maat inzetten van hulpverlening of maatregelen tijdens de tijd in detentie, de ervaringen van de aanpak hierin meenemend. Ook kan detentie ertoe leiden dat de regisseur makkelijker in contact komt met de persoon: de persoon is altijd op dezelfde plek en kent meer regelmaat in zijn of haar leven.

In samenwerking tussen de regisseur en de PI Regisseur: ‘Het maakt uit waar iemand kunnen goede afspraken gemaakt worden voor de geplaatst wordt na detentie. Amsterdam periode na detentie, bijvoorbeeld ten aanzien van werk kent veel verleidingen. Sommige (WPI) of behandeling (GGD). Nauwe betrokkenheid van personen willen graag buiten Amsterdam regisseur en casemanager kan ertoe leiden dat worden geplaatst maar vanwege gebrek maatregelen en interventies voor de periode na aan regiobinding lukt het niet altijd om detentie, al tijdens detentie goed kunnen worden iemand buiten de regio te plaatsen. Bij voorbereid. Op deze manier kan er vanuit detentie een deze persoon was verandering van bijdrage worden geleverd aan het toekomstperspectief omgeving een belangrijke factor.’ van de persoon in de aanpak. Ook worden aandachtspunten benoemd. Wanneer jongeren met lvb problematiek binnen de PI in aanraking komen met jongeren met vergelijkbare problematiek kan dit negatieve gevolgen hebben voor zijn of haar ontwikkeling. Sommige personen zijn enorm beïnvloedbaar voor de heftige straatmentaliteit van medegedetineerden. Dit kan leiden tot verharding en het maken van keuzes die niet bijdragen aan het plan van aanpak voor terugkeer in de samenleving.

Goede contacten binnen de verschillende PI’s zijn voor de regisseurs van groot belang om nauw betrokken te blijven bij de voortgang van persoon in detentie. Regisseurs benoemen dat vaste aanspreekpunten en goede informatie-uitwisseling bijdragen aan de betrokkenheid tijdens detentie en het tot stand komen van hulp- en ondersteuningsaanbod voor de gedetineerde. Doordat regisseurs hun persoon goed kennen, kunnen zij belangrijke informatie over wat wel en niet werkt delen met de PI. Regisseurs geven echter aan dat dit niet altijd vanzelfsprekend is. De situatie rond COVID-19 is hierbij van invloed geweest, Regisseur: ‘Detentie kan een crises bijvoorbeeld voor wat betreft de bezetting en daarmee zijn maar ook een nieuwe kans.’ bereikbaarheid van personeel van de PI.

Belang van de aanpak voor de eigen organisatie

25

De aanpak leidt ertoe dat organisaties verder leren kijken dan alleen het belang van korte termijn recidivevermindering; de nauwe samenwerking stimuleert dat partners in gezamenlijkheid gaan nadenken over het bereiken van meerdere gewenste doelen, zowel voor de korte als voor de lange termijn. Men wordt gestimuleerd naar meerdere probleemgebieden tegelijkertijd te kijken, die van invloed kunnen zijn op het leven van de regiepersoon en zijn of haar gezin. Organisaties zoeken elkaar hierdoor meer op en worden uitgedaagd om juist in gezamenlijkheid te onderzoeken wat de beste maatregelen zouden zijn. Uit de interviews rijst het beeld op dat organisaties kunnen leren van de volhardende en nauw betrokken werkwijze van de regisseurs die out-of-the-box denken als belangrijk onderdeel van hun werk beschouwen. Ook worden organisaties hierdoor gevoed met belangrijke nieuwe informatie op het gebied van vakontwikkeling en interventies. Regisseurs spreken van een AcVZ-werkwijze, waarbij de persoon langdurig wordt gevolgd met organisatieoverschrijdende inzet. Organisaties kunnen dankzij de aanpak gebruik maken van een nog groter netwerk waarbij verschillende regisseurs benadrukken de goede informatie-uitwisseling met de politie echt als een meerwaarde te beschouwen.

Regisseur: ‘Soms is het lastig bepalen wanneer en bij wie je door gaat met het aanbieden van hulp en bij wie niet? Bij wie is ‘though love’ van belang en bij wie moet je er naast gaan staan? Hier helpt de aanpak want je kunt het bespreken met de andere partners. Voors en tegens bespreken en hierdoor krijg je andere invalshoeken. Je ondersteunt niet alleen die persoon maar je ondersteunt ook elkaar. Soms moet je bij wijze van spreken iemand 100 keer iets aanbieden (om bijv. naar een verslavingskliniek te gaan) en wordt de 101ste keer je hulp pas aangenomen.’

Conclusies en aanbevelingen Uit de interviews komt een beeld naar voren waarbij de aanpak op tal van fronten haar meerwaarde betoont. De interviews geven inzicht in de verschillende factoren die kunnen bijdragen aan het wel of niet slagen van de drie doelstellingen van de aanpak: Verminderen crimineel gedrag, Verbeteren toekomstperspectief en Voorkomen van instroom broertjes en zusjes. •

•

•

•

De aanpak leidt tot langdurige aandacht voor de regiepersonen. Dankzij de structurele samenwerking tussen verschillende organisaties vindt belangrijke informatie-uitwisseling plaats. Hierdoor worden maatregelen genomen die er toe leiden dat crimineel gedrag vermindert en het toekomstperspectief, ook voor de lange termijn, verbetert. De regisseur als centrale figuur tussen alle partners zorgt voor een langdurige relatie met de regiepersoon. Deze persoonlijke aandacht is een belangrijke voorwaarde voor alle drie de doelstellingen van de aanpak. Juist deze betrokkenheid helpt de persoon om beweging te brengen in zijn of haar vaak uiterst complexe situatie. Een belangrijke oorzaak van het succes van de aanpak is dat dankzij de structurele samenwerking tussen partijen en het maatwerk dat zij leveren tegelijkertijd en in onderlinge afstemming kan worden gewerkt aan alle drie de doelstellingen. Korte lijntjes met belangrijke partners als OM en politie leiden tot consequent en gericht straffen waarbij tegelijkertijd wordt ingezet op verbetering van de problematische leefgebieden van de regiepersoon.

Daarnaast doen regisseurs in de interviews enkele belangrijke aanbevelingen.

26

•

•

•

•

Het verhelpen van de tekorten op de gebieden van wonen en Regisseur: ‘Woonruimte is erg zorg zou ertoe leiden dat meer vooruitgang zou kunnen worden lastig, vooral als er geen indicatie behaald op essentiële leefgebieden van de regiepersoon. Dit is voor een begeleid/ beschermd zijn grote aandachtpunten die door vrijwel alle regisseurs zijn wonen traject of er geen benoemd en tegelijkertijd zijn dit grote knelpunten in de regio. beschikking (MO-, BW Daarnaast wordt door de regisseurs aanbevolen oog te houden beschikking) is. Met name voor voldoende capaciteit bij IPGA (politie). Hun jongeren vallen dan tussen wal professionaliteit en expertise is van groot belang voor het en schip. Zonder woning is er behalen van de doelstellingen van de aanpak. Het is tevens van geen stabiliteit. Men is aan het belang aandacht te hebben voor de soms vele overleven op straat, zit in een personeelswisselingen binnen alle organisaties, omdat dit de overlevingsstand.’ informatie-uitwisseling maar ook langdurige betrokkenheid bij de regiepersoon kan belemmeren. Een goede terugkoppeling naar de regisseur door hulpverleners zoals PIT is van belang.

Hulp aan het gezin is een integraal onderdeel van het plan van aanpak en een belangrijke voorwaarde voor de doelstelling voorkomen instroom broertjes en zusjes Wanneer een regiepersoon in detentie komt te zitten, is goede informatie-uitwisseling tussen casemanager en regisseur essentieel. Te meer wanneer sprake is van lvb problematiek kunnen regiepersonen extra gevoelig zijn voor negatieve invloeden. Er is winst te behalen in verbetering van de informatie-uitwisseling tussen regisseurs en casemanagers/ PIW-ers en vice versa, bij regiepersonen in detentie.

Met de partners wordt nog besproken op welke manier de aanbevelingen van de regisseurs de komende tijd worden meegenomen in de Aanpak Top600 en Top400. De aanbevelingen die betrekking hebben op detentie worden meegenomen door het programma Detentie en Terugkeer van het AcVZ, dat doorlopend inzet op de verbetering van de samenwerking met de PI’s. Regisseur: ‘ … de kracht is de nabijheid en de benadering van de persoon in regie, gekoppeld aan dat iedereen in zijn professionele rol zit, iedereen zit bij elkaar in een uitvoerdersoverleg. Dan ontstaat er een vertrouwensband, en met de tijd had de jongen steeds meer succesverhalen om te vertellen..’

27

Bijlage 1: Achtergrondkenmerken Top600

Figuur B1.1 Totale daling geregistreerd aantal misdrijven per 10.000 inwoners in Nederland en in de G4 30 1400 1200 1000 Amsterdam 800

Den Haag Nederland

600

Rotterdam 400

Utrecht

200

0 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Figuur B1.2 Daling geregistreerd aantal HIC-misdrijven per 10.000 inwoners in Amsterdam

140

120

moord, doodslag

100

mishandeling bedreiging

80

overval

straattroof

60

winkeldiefstal zakkenrollerij

40

20

0 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

30 Bron: VNG/Politie (politiecijfers gepresenteerd op www.waarstaatjegemeente.nl, download juli 2021).

28

Figuur B1.3 Daling geregistreerd aantal misdrijven wapen- en drugshandel per 10.000 inwoners in Amsterdam 25,0

20,0

17,0

19,5

18,2

19,1 15,7

14,9

15,5

16,3

15,0 wapenhandel

10,9

10,0

drugshandel

10,0 6,4

5,7

6,3

6,7

2014

2015

2016

5,6

6,0

6,4

2017

2018

2019

5,4

5,0

0,0 2012

2013

2020

G4 trends voor wapenhandel en drugshandel Per 10.000 inwoners zijn er in 2020 5,4 misdrijven geregistreerd in Amsterdam¹¹. Minder dan in Rotterdam (7,8), maar meer dan het landelijk gemiddelde (3,8). Landelijk zijn er per 10.000 inwoners 7,3 delicten geregistreerd betreffende handel harddrugs31. Het gemiddelde van de gemeente Amsterdam ligt daarboven (10,9) net als Rotterdam (12,3). Het aantal misdrijven in Utrecht en Den Haag ligt meer rond of onder het gemiddelde (5,6 en 7,8). In figuur B1.4. is de trend van de afgelopen jaren opgenomen.

Figuur B1.4 Aantal geregistreerde misdrijven drugs- en wapenhandel per 10.000 inwoners, 2015 t/m 2020¹¹ Drugshandel

Wapenhandel 10

25

8

20

6

15

4

10

2

5 0

0 2015

2016

Amsterdam

2017

2018

2019

Rotterdam

2020

NL

2015

2016

Amsterdam

2017

2018

2019

Rotterdam

2020 NL

31 Bron: VNG/Politie (politiecijfers gepresenteerd op www.waarstaatjegemeente.nl, download juli 2021)

29

Tabel B1.5 Het totaal aantal personen in de Top600 en het aandeel minderjarigen, sinds oktober 2012* gem. % totaal aantal aantal gem. % Lijst leeftijd minderjarigen aantal minder- ingestroomde leeftijd minderjarigen moment instromer van de personen jaren minderjarigen totaal op de lijst s instromers okt-12 596 50 13 25,8 27,0 8% 17% apr-13

603

51

17

26,4

25,8

8%

24%

okt-13

600

43

16

26,5

22,5

7%

23%

apr-14

604

50

22

26,1

25,5

8%

23%

okt-14

607

47

26,2

apr-15

597

56

25,8

okt-15

586

42

8

26,3

26,5

7%

11%

apr-16

578

30

10

26,6

25,0

5%

16%

okt-16

562

27

9

27,0

25,6

5%

16%

apr-17

553

27

16

27,2

25,1

5%

33%

okt-17

525

30

8

27,5

24,1

6%

20%

apr-18

501

20

16

27,7

23,9

4%

41%

okt-18

449

14

apr-19

438

20

13

28,2

25,8

5%

25%

jul-19

466

21

2

23,4

22,9

5%

7%

okt-19

461

28

18

23,7

21,2

6%

32%

apr-20

502

33

10

26,9

22,9

7%

13%

okt-20

500

34

9

26,8

23,3

7%

20%

apr-21

501

32

16

26,7

21,5

6%

30%

28,3

3%

*Aantallen kunnen door kleine correcties minimaal afwijken van het daadwerkelijk ingestroomd aantal personen per historische lijst. De instroom van oktober 2014 en april 2015 is niet goed terug te halen. In oktober 2018 was er geen instroom. Tabel B1.5 Leeftijd van de huidige en uitgestroomde Top600 op moment van instroom in de Top600 (= datum toewijzen dossier)* Huidige Top600 (n=375)

Top600 uitstroom (n=979)

44; 12%

107; 11% 83; 22%

150; 15%

1818 t/m 22

102; 27% 146; 39%

316; 32%

406; 42%

23 t/m 34 35+

*Het gaat hier om personen die minstens één jaar in regie zijn en in de recidive-analyse zijn meegenomen.

30

Tabel B1.6 Woonplaats Top600-personen op huidige lijst stadsdeel totaal ingeschreven waarvan instelling waarvan postadres Amsterdam totaal

301

30

53

Noord

38

0

0

Oost

76

5

45

Zuid

14

0

0

West

33

0

8

Nieuw-West

54

10

0

Centrum

18

5

0

Westpoort

4

3

0

Zuidoost

64

7

0

regio Amstelland

totaal ingeschreven waarvan instelling waarvan postadres

totaal Amstellandgemeente

9

0

0

Diemen

3

0

0

Ouder-Amstel

1

0

0

Amstelveen

4

0

0

Uithoorn

1

0

0

Aalsmeer

0

0

0

totaal buiten de regio

191

18

0

buiten de regio

44

18

0

gedetineerd

45

0

0

gedetineerd JJI

8

0

0

gedetineerd TBS

5

0

0

adres onbekend in systeem

89

0

0

Tabel B1.7 Woonplaats personen die voldoen aan de DG- of DG- én HIC-criteria Totaal DG + woonplaats DG DG/HIC HIC/DG Amsterdam 70 12 82

219

Totaal Top600 301

HIC

Noord

12

6

18

20

38

Oost*

16

1

17

59

76

Zuid

4

2

6

8

14

West**

16

0

16

17

33

Nieuw-West

10

0

10

44

54

Centrum

4

0

4

14

18

Westpoort

1

0

1

3

4

Zuidoost

7

3

10

54

64

Amstellandgemeente

3

1

4

9

9

buiten de regio

39

4

43

4

191

buiten de regio ingeschreven in detentielocatie adres onbekend in systeem

17

1

18

1

44

8

0

8

0

58

14

3

17

3

89

* Van de 17 (HIC/)DG personen betreft het om 9 postadressen. ** Van de 16 (HIC/)DG personen betreft het om 6 postadressen.

31

Bijlage 2: Methodologische verantwoording recidivecijfers

Methode In de analyse worden alleen personen meegenomen die op de peildatum minimaal 1 jaar in regie zijn (geweest). Eerst is het gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon per regiejaar berekend. Vervolgens is er een vergelijking gemaakt tussen het gemiddeld aantal gedagvaarde zaken in de twee jaar voor regie en de periode sinds start regie. De twee jaar voor regie wordt de voormeting genoemd en de periode sinds start regie de nameting. In de voormeting wordt iedereen uit de doelgroep meegenomen. In de nameting wordt er een gewogen gemiddelde berekend afhankelijk van het aantal jaar dat iemand in regie is (geweest). Detail hierbij is dat alleen de regiejaren die een persoon volledig heeft afgerond, worden meegenomen in de analyse. Voorbeeld: van iemand die 3,5 jaar in regie is, worden alleen de eerste 3 jaren meegenomen. Dit heeft als bijeffect dat een eventuele recidive in het nog niet afgeronde jaar niet wordt meegerekend, maar daarnaast heeft het ook als effect dat het geen onderschatting is van het jaargemiddelde wanneer de persoon in kwestie later in het jaar nog gedagvaard zou worden. Wijziging in methodiek sinds 2017 In 2017 is een aanpassing van de methode doorgevoerd. In de tabel hieronder worden de belangrijkste wijzigingen beschreven. Tabel B2.1 Vergelijking methode tot 2016 met nieuwe methode methode tot 2016 meeteenheid

Absoluut aantal op totaalniveau

voormeting

De observatieperiode van de voormeting verschilt per persoon. De duur van de voormeting is gebaseerd op de lengte van de nameting en dus op de lengte van de regie. De voormeting is een optelsom van het totaal aantal zaken in dit tijdsbestek.

nameting

De observatieperiode van de nameting verschilt per persoon. De duur is gebaseerd op de duur dat iemand in regie is. De nameting is een optelsom van het totaal aantal zaken in dit tijdsbestek.

berekening recidivevermindering

Verschil tussen totaal aantal voor- en nameting.

methode vanaf 2017 Gemiddelde per persoon per jaar De observatieperiode van de voormeting is voor iedere persoon gelijk, namelijk twee jaar. De voormeting is een optelsom van het gemiddelde van het eerste jaar voor regie en het tweede jaar voor regie. De observatieperiode van de nameting verschilt per persoon. De nameting is het gewogen gemiddelde van alle gemiddelden per jaar, rekening houdend met de variatie in het aantal personen per regiejaar Verschil tussen (gewogen) gemiddelden voor- en nameting

Selectie strafzaken Voor de recidivemeting baseren we ons op strafzaken met een ‘geldige’ afdoening: door het OM gedagvaarde zaken. We sluiten hiermee aan bij de definities van de landelijke recidivemonitor van het WODC. Dit houdt in dat we de volgende strafzaken niet meenemen: • Strafzaken met onderstaande afdoening door het Openbaar Ministerie: o administratief beëindigd o onvoorwaardelijk sepot 32

•

o voorwaardelijk sepot o overdracht o politiestrafbeschikking Strafzaken met onderstaand eindvonnis, uitgesproken door een rechter: o dagvaarding nietig o OM niet ontvankelijk o ontslag van rechtsvervolging o vrijspraak o rechter niet bevoegd

Selectie HIC-delicten Voor de recidivemeting zijn de volgende zaken geselecteerd: • doodslag/moord: Wetboek van Strafrecht (Sr) artikel 287; artikel 289 Sr. • geweld: artikel 302 Sr; artikel 303 Sr; artikel 141 Sr. • overval: maatschatschappelijke classificaties: Overvallen geldinstellingen; Overvallen (op) woningen, Overvallen overige objecten; Overvallen (op) winkel; Overvallen (op) bedrijf; Overval overig. • straatroof: maatschatschappelijke classificaties: Straatroof (waaronder tasjesroof); Straatroof. • woninginbraak: maatschatschappelijke classificaties: Inbraak in woning, Diefstal in woning, Woninginbraak. Bij de politieregistraties zijn de volgende Maatschappelijke klassen geselecteerd: • doodslag/moord: F540 doodslag/moord; F542 overige misdrijven tegen het leven. • geweld: F551 zware mishandeling; E10 (schietpartij zonder gevolg); E15 (steekpartij zonder gevolg). F12 openlijke geweldpleging tegen personen. • overval: B72 overval in woning; B73 overval op overige objecten; B74 overal op gelden waardetransport. • straatroof: B70 straatroof;B40 zakkenrollerij/tassenrollerij met geweld. • woninginbraak: A20 gekwalificeerde diefstal in/uit woning; A30 diefstal in/uit woning (niet gekwalificeerd); B20 gekwalificeerde diefstal met geweld in/uit woning; B30 diefstal met geweld in/uit woning (niet gekwalificeerd).

Selectie DG-delicten Voor de recidivemeting zijn de volgende strafzaken geselecteerd: • drugsdelicten: Artikel 2 Opiumwet • Geweldsdelicten: Artikel 302 Sr zware mishandeling of artikel 287 Sr doodslag of artikel 289 Sr moord, inclusief pogingen. • Wapendelicten: Wet Wapens en Munitie (WWM 13 en WWM 26). Bij de politieregistraties zijn de volgende Maatschappelijke klassen geselecteerd: • handel harddrugs: klasse F42 handel in harddrugs. • Geweldsdelicten: F12 openlijke geweldpleging tegen personen F530 bedreiging; F540 doodslag/moord; F551 zware mishandeling en alle maatschappelijke klassen beginnend met een B (vermogensdelicten met geweld). • Wapenbezit: F70 bezit vuurwapens; F72 bezit overige wapens.

33

Mogelijkheden gebruik van controlegroep De enige zuiver wetenschappelijke methode die onomstotelijk het effect van de aanpak kan aantonen is een vergelijking tussen de recidivecijfers van de Top600 met de recidivecijfers van een groep die volledig vergelijkbaar is met de Top600, maar niet vanuit (of vergelijkbaar zoals) de Top600-aanpak is begeleid. Samen met analisten van diverse netwerkpartners (waaronder het WODC) wordt op dit moment gezocht naar een potentiële alternatieve controlegroep die hier het dichtst bij in de buurt komt. Mogelijkheden gebruik detentiecorrectie In de huidige recidiveberekeningen is nog geen rekening gehouden met de periode in detentie. De detentieperiode is een fase waarin de kans kleiner is dat iemand recidiveert. Iets meer dan een derde (37%) zat eind 2020 in detentie. Het is vooralsnog niet gelukt om de beschikking te krijgen over betrouwbare informatie over detenties over alle perioden waarin de recidive wordt gemeten (dus voor zowel de voor- als nameting) en voor alle personen waarover de recidive wordt berekend (dus voor zowel de huidige Top600 als de groep personen die inmiddels is uitgestroomd).

34

Bijlage 3: Recidivecijfers

Tabel B3.1 Gedagvaarde zaken huidige Top600, uitgesplitst naar type HIC- en DG-delict (n=375)32 absolute aantallen gem. per persoon per regiejaar

%

voor regie

sinds start regie

voor regie

sinds start regie

totaal

1656

1760

2,21

1,15

-48%

HIC-delicten

550

534

0,73

0,35

-52%

doodslag/moord

37

50

0,05

0,03

-34%

geweld

101

75

0,13

0,05

-64%

overval

32

52

0,04

0,03

-20%

straatroof

207

116

0,28

0,08

-72%

woninginbraak

173

241

0,23

0,16

-32%

DG-delicten

207

264

0,28

0,17

-37%

drugs

86

108

0,11

0,06

-44%

geweld

87

101

0,12

0,06

-44%

wapens

34

55

0,05

0,03

-25%

overige delicten

986

1063

1,31

0,7

-47%

Tabel B3.2 Gedagvaarde zaken Top600 uitstroom, uitgesplitst naar type HIC- en DG-delict (n=979)³¹ absolute aantallen gem. per persoon per regiejaar voor regie sinds start regie

voor regie

%

sinds start regie

totaal

2765

3577

1,41 0,56

-60%

HIC-delicten

940

548

0,48 0,09

-82%

doodslag/moord

61

60

0,03

0,01

-70%

geweld

175

106

0,09

0,02

-81%

overval

70

44

0,04

0,01

-81%

straatroof

323

108

0,16

0,02

-90%

woninginbraak

311

230

0,16 0,04

-77%

DG-delicten

342

481

0,17 0,08

-57%

drugs

101

239

0,05

0,03

-36%

geweld

158

123

0,08

0,02

-81%

wapens

83

119

0,04

0,02

-63%

1641

2671

0,84 0,42

-50%

overige delicten

32

Voor regie betreft de 2 jaar voordat persoon in de aanpak stroomt (voormeting). De periode sinds start regie (nameting) gaat

over 9 jaar.

35

Tabel B3.3 Gedetailleerd overzicht recidive-cijfers n vergelijking met 2018 en 2017 gem. aantal gedagvaarde zaken per persoon DG

HIC

overige

totaal

0,20

0,55

0,97

1,63

Alle personen ooit in de Top600 2020

2019

2018

2017

gewogen gemiddelde voor gewogen gemiddelde na

0,09

0,14

0,47

0,68

verschil in %

-53%

-75%

-51%

-59%

gewogen gemiddelde voor

0,19

0,54

0,96

1,6

gewogen gemiddelde na

0,09

0,15

0,5

0,7

verschil in %

-50%

-73%

-49%

-56%

gewogen gemiddelde voor

0,35

1,25

gewogen gemiddelde na

0,11

0,66

verschil in %

-67%

-47%

gewogen gemiddelde voor

0,47

1,5

gewogen gemiddelde na

0,15

0,77

verschil in %

-68%

-49%

Huidige Top600-personen 2020 (n= 375) gewogen gemiddelde voor

2019 (n=329)

0,28

0,73

1,31

2,21

gewogen gemiddelde na

0,17

0,35

0,7

1,15

verschil in %

-37%

-52%

-47%

-48%

gewogen gemiddelde voor

0,25

0,74

1,41

2,28

gewogen gemiddelde na

0,16

0,37

0,8

1,3

verschil in %

-36%

-50%

-45%

-45%

2018 (n= 408) gewogen gemiddelde voor

2017 (n=450)

0,65

2,12

gewogen gemiddelde na

0,32

1,26

verschil in %

-50%

-41%

gewogen gemiddelde voor

0,63

1,95

gewogen gemiddelde na

0,34

1,26

verschil in %

-47%

-35%

Uitgestroomde Top600-personen 0,17

0,48

0,84

1,41

gewogen gemiddelde na

0,08

0,09

0,42

0,56

verschil in %

-57%

-82%

-50%

-60%

2019 (n=899) gewogen gemiddelde voor

0,16

0,47

0,79

1,35

2020 (n= 979) gewogen gemiddelde voor

2018 (n=807)

gewogen gemiddelde na

0,07

0,09

0,42

0,56

verschil in %

-54%

-81%

-47%

-59%

gewogen gemiddelde voor

0,41

1,29

gewogen gemiddelde na

0,07

0,56

verschil in %

-82%

-57%

2017 (n=716) gewogen gemiddelde voor

0,39

1,26

gewogen gemiddelde na

0,07

0,56

verschil in %

-82%

-56%

36

Verdiepende analyse: gedagvaarde zaken per regiejaar In figuur B3.4. is het gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon per regiejaar uiteengezet voor de huidige Top600 en voor de Top600 uitstroom33. De daling in het aantal gedagvaarde zaken is het sterkst in het eerste jaar na start van de regie. Dit geldt voor alle delicttypen. Figuur B3.4 Gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon per regiejaar Huidige Top600 2,3

DG

HIC

overig

Totaal

2,1

1,4

1,2

1,3

1,3 1,1

0,7

0,6

0,8 0,3

0,7 0,2

0,5 0,163

-2 (n= 375 pers.)

0,8

-1 1 (n= 375pers.) (n=375pers.)

0,226 0,4 2 (n= 274 pers.)

0,198 0,4 3 (n= 248 pers.)

1,1

1,1

0,7

0,7

0,3 0,149

4 (n= 248 pers.)

voor regie

1,0 0,6

1,0 0,8

0,7

0,5

0,2 0,132

0,3 0,137

0,192 0,2

5 (n= 201 pers.)

6 (n= 152 pers.)

7 (n= 117 pers.)

0,2 0,123

0,8 0,6 0,167 0,1

8 9 (n= 78 pers.) (n= 57 pers.)

vanaf start regie

Top600 uitstroom DG

1,5

HIC

overig

Totaal

1,4

0,8

0,9 0,8

0,5 0,2

-2 (n= 979 pers.)

0,5 0,2

-1 (n= 979 pers.)

voor regie

0,6 0,5

0,6 0,5

0,6 0,5

0,1 0,2

0,1

0,1

0,1

0,1 0,1

0,1

1 (n= 979 pers.)

2 (n= 937 pers.)

0,1 3 (n= 924pers.)

4 (n= 886 pers.)

5 (n=804 pers.)

0,5

0,5 0,4

0,4 0,3

0,5 0,3

0,1 0,0

0,1

0,1

0,2 0,2 0,0

6 (n= 696 pers.)

7 (n=561 pers.)

8 (n=420 pers.)

9 (n= 157 pers.)

0,4 0,4

vanaf start regie

33 De gemiddelden zijn als volgt berekend. Totaal aantal aanhoudingen in een betreffend jaar (bijv. jaar 1, het eerste

regiejaar) gedeeld door het aantal personen dat 1 regiejaar volledig heeft afgerond (in jaar 1 zijn dit 376 personen). De gemiddelden in jaar 2 zijn als volgt berekend: het totaal aantal aanhoudingen in het tweede regiejaar gedeeld door de groep personen die 2 volledige regiejaren hebben afgerond (274 personen), etc.

37

Recidive analyse totale aanpak sinds 2012 In figuur B3.5. is de recidivevermindering weergegeven voor de gehele aanpak, bestaande uit personen in de huidige Top600 én de uitgestroomde personen. Met dit totaalcijfer kan een beeld worden geschetst over de ontwikkeling van de recidivevermindering sinds de eerste recidivemeting in 2012. In 2020 is de totale recidive afgenomen met 59%. Bij de HIC-delicten gaat dit zelfs om 75%. Dit totaalcijfer moet gelezen worden als een gemiddelde van een (in omvang grote) positieve groep uitgestroomde personen en een (in omvang beperkte) groep van personen die op dit moment nog op de Top600-lijst staan (en dus nog aan de Top600-criteria voldoet). Figuur B3.5 Ontwikkeling recidivevermindering totale aanpak, 2012-2020

HIC

niet-HIC

DG

overige

75%

totaal 73%

64% 60%

61%

68%

67%

57% 53%

52%

49%

49% 43%

49%

48%

41%

2014

47%

50%

53% 51%

49% 43%

43%

41%

37% 2013

49%

45%

46%

2012

59% 56%

2015

2016

2017

39% 2017

37% 2018

2019

2020

In vergelijking met de beginjaren van de aanpak lijkt er sprake te zijn van een positieve ontwikkeling: de recidivevermindering lijkt ieder jaar toe te nemen. Bij deze vergelijking zijn echter een paar belangrijke kanttekeningen te plaatsen: - Doordat de groep personen die uitstroomt ook ieder jaar in omvang toeneemt, heeft dit een positief effect op de totaalcijfers. Om deze reden geven de cijfers per subgroep een beter beeld van de ontwikkeling van het effect van de aanpak. - Mogelijk is de percentuele stijging ook deels te verklaren door het toegenomen gemiddelde in de twee jaar voor regie (en niet een daling in het gemiddelde na regie). Oftewel: als de groep die nieuw instroomt vóór instroom meer delicten pleegt, lijkt het effect (de recidivevermindering) sterker. - De cijfers van 2017 tot nu zijn niet één-op-één naast de cijfers van 2012-2016 te leggen vanwege een aanpassing in de methode. In 2017 zijn er verbeteringen doorgevoerd in de berekening van de recidivevermindering, waardoor niet kan worden uitgesloten dat dit een deel van het verschil verklaart. In bijlage 2 zijn de details van de aanpassingen beschreven. Om deze reden is een vergelijking met 2017 t/m 2020 het meest zuiver. - Sinds vorig jaar is er nu ook een uitsplitsing naar DG-delicten gemaakt. Voorgaande jaren waren deze delicten onderdeel van de groep 'overige delicten'.

De uitsplitsing 'overige delicten' van dit jaar is in dit figuur dus niet te vergelijken met voorgaande jaren.

38

Bijlage 4: Politieregistraties

Kenmerken vaak geregistreerde groep Van de groep van 83 personen die vaker dan tien keer zijn geregistreerd zijn er 10 hardnekkigen (van in totaal 44) en 17 doorstromers vanuit de Top400 (van in totaal 107). Deze verhoudingen zijn in lijn met de verhouding in de hele Top600. Ook de verhouding HIC-instromers (17%) en DG-instromers (13%) wijken niet opvallend af van de verhouding in de hele Top600. Wel zijn er relatief veel personen in de vaak geregistreerde groep die aan de HIC- én aan de DG-criteria voldoen (6 van de 18). Verder zijn de 83 vaak geregistreerde personen gemiddeld iets ouder (29 jaar) dan de 318 personen die 1 t/m 10 keer zijn geregistreerd (25 jaar). Wat betreft het instroomjaar zijn er geen opvallende punten te zien bij de vaak geregistreerde personen. Tabel B4.1 Incidenten per jaar, naar rol Betrokkene 2020 2019 2018

slachtoffer

verdachte

totaal

1348

58

1360

2766

49%

2%

49%

1026

39

1320

43%

2%

55%

1131

53

1696

39%

2%

59%

2385 2880

Tabel B4.2 Verdeling registraties per persoon Aantal personen %van hele Top600 verantwoordelijk voor N incidenten

in %

1-5 incidenten

219

44%

618

22%

6-10 incidenten

99

20%

793

29%

11-15 incidenten

52

10%

646

23%

16-20 incidenten

16

3%

276

10%

meer dan 20 incidenten

15

3%

433

16%

Totaal

401

80%

2766

100%

Tabel B4.3 Registraties per persoon Aantal registraties per persoon minimum

maximum

gemiddelde

Als verdachte

0

32

3,4

Als betrokkene

0

24

3,4

Als slachtoffer

0

4

0,1

39

Tabel B4.4 Registraties naar delict-categorie en naar rol, met onderscheid wel/niet misdrijf aangegeven (wel = grijze arcering, niet = geen arcering) totaal

betrokkene

slachtoffer

verdachte

3.7.3 Maatschappelijke integriteit overig

462

301

0

161

3.5.5 Weg overig

371

155

0

216

1.4.5 Mishandeling

255

175

10

70

2.7.1 Overlast

240

240

0

0

2.1.1 Drugs/drankoverlast

127

122

0

5

APV-overtredingen (excl. nepdope)

106

29

0

77

2.7.3 Leefbaarheid overig

103

102

0

1

1.6.2 Overige vermogensdelicten

102

0

4

98

1.4.4 Bedreiging

87

5

3

79

1.1.1 Diefstal/inbraak woning

71

0

3

68

3.1.1 Drugshandel

67

0

0

67

4.5.2 Hulpverlening aan instanties

63

63

0

0

2.5.2 Winkeldiefstal

57

0

0

57

2.6.6 Geluid

55

54

0

1

NEPDOPE (APV ASD)

52

8

0

44

3.6.4 Aantasting openbare orde

50

0

0

50

1.4.6 Straatroof

48

0

6

42

2.2.1 Vernieling cq. zaakbeschadiging

47

0

2

45

1.3.1 Ongevallen (weg)

42

28

2

12

3.1.3 Wapenhandel 2.5.1 Diefstal/inbraak bedrijven en instellingen 2.4.1 Burengerucht (relatieproblemen)

41

0

0

41

40

0

1

39

34

34

0

0

3.5.2 Onder invloed (weg)

32

5

0

27

1.4.2 Moord, doodslag

26

0

9

17

1.2.3 Diefstal van brom-, snor-, fietsen

24

0

8

16

1.2.1 Diefstal uit/vanaf motorvoertuigen

21

0

1

20

1.4.7 Overval

21

0

2

19

4.5.1 Hulpverlening aan personen

17

17

0

0

1.4.3 Openlijk geweld (persoon)

14

0

1

13

3.5.1 Snelheid (weg)

13

0

0

13

1.2.2 Diefstal van motorvoertuigen

12

0

1

11

3.9.1 Horizontale fraude

11

0

2

9

2.4.2 Huisvredebreuk

9

0

0

9

4.6.1 Dienstverlening goederen

8

4

1

3

2.7.2 Bijzondere wetten 1.2.5 Diefstal af/uit/van overige voertuigen 1.4.1 Zedenmisdrijf

7

0

0

7

5

0

1

4

4

0

0

4

1.6.1 Brand/ontploffing 1.1.2 Diefstal/inbraak box/garage/schuur/tuinhuis 1.2.4 Zakkenrollerij

4

0

1

3

2

0

0

2

2

0

0

2

2.3.1 Verkeersoverlast

2

2

0

0

40

Tabel B4.4 Registraties naar delict-categorie en naar rol, met onderscheid wel/niet misdrijf aangegeven (wel = grijze arcering, niet = geen arcering) (vervolg) totaal 2

betrokkene 1

slachtoffer 0

verdachte 1

3.9.3 Overige fraude

2

0

0

2

4.2.2 Preventiecontrole

2

2

0

0

1.6.3 Veiligheid overig

1

0

0

1

2.6.2 Bodem

1

0

0

1

2.6.8 Transport gevaarlijke stoffen

1

0

0

1

2.6.9 Vuurwerk

1

0

0

1

3.9.2 Verticale fraude

1

0

0

1

4.6.3 Maatregelen

1

1

0

0

2766

1348

58

1360

3.7.2 Vreemdelingenzorg

Totaal

Tabel B4.5 Registraties naar delict-categorie en naar rol, met onderscheid wel/niet misdrijf aangegeven, uitgesplitst voor HIC/DG groepen (B=Betrokkene, S=Slachtoffer, V= Verdachte, T= Totaal) DG B

S

V

3.7.3 Maatschappelijke integriteit overig

64

0

3.5.5 Weg overig

38

0

1.4.5 Mishandeling

37

2.7.1 Overlast

HIC

T

B

S

V

29

93

224

0

51

89

108

0

2

7

46

130

36

0

0

36

2.1.1 Drugs/drankoverlast

22

0

0

APV-overtredingen (excl. nepdope)

6

0

5

2.7.3 Leefbaarheid overig

15

0

1.6.2 Overige vermogensdelicten

0

1.4.4 Bedreiging 1.1.1 Diefstal/inbraak woning

HICDG

T

B

S

V

T

120

344

13

0

12

25

155

263

9

0

10

19

8

51

189

8

0

12

20

203

0

0

203

1

0

0

1

22

80

0

5

85 20

0

0

20

11

19

0

65

84

4

0

7

11

1

16

86

0

0

86

1

0

0

1

2

22

24

0

2

68

70

0

0

8

8

0

1

12

13

5

2

62

69

0

0

5

5

0

1

4

5

0

2

64

66

0

0

0

0

3.1.1 Drugshandel

0

0

24

24

0

0

31

31

0

0

12

12

4.5.2 Hulpverlening aan instanties

8

0

0

8

51

0

0

51

4

0

0

4

2.5.2 Winkeldiefstal

0

0

4

4

0

0

52

52

0

0

1

1

2.6.6 Geluid

15

0

1

16

38

0

0

38

1

0

0

1

NEPDOPE (APV ASD)

4

0

8

12

2

0

25

27

2

0

11

13

3.6.4 Aantasting openbare orde

0

0

12

12

0

0

35

35

0

0

3

3

1.4.6 Straatroof

0

2

5

7

0

2

36

38

0

2

1

3

2.2.1 Vernieling cq. zaakbeschadiging

0

0

6

6

0

2

36

38

0

0

3

3

1.3.1 Ongevallen (weg)

8

1

3

12

18

1

9

28

2

0

0

2

3.1.3 Wapenhandel 2.5.1 Diefstal/inbraak bedrijven en instellingen 2.4.1 Burengerucht (relatieproblemen)

0

0

14

14

0

0

27

27

0

0

0

0

0

0

9

9

0

1

29

30

0

0

1

1

13

0

0

13

21

0

0

21

0

0

0

0

3.5.2 Onder invloed (weg)

1

0

7

8

4

0

20

24

0

0

0

0

1.4.2 Moord, doodslag

0

3

2

5

0

5

14

19

0

1

1

2

1.2.3 Diefstal van brom-, snor-, fietsen

0

2

3

5

0

6

13

19

0

0

0

0

1.2.1 Diefstal uit/vanaf motorvoertuigen

0

0

3

3

0

1

14

15

0

0

3

3

1.4.7 Overval

0

0

1

1

0

2

18

20

0

0

0

0

4.5.1 Hulpverlening aan personen

2

0

0

2

15

0

0

15

0

0

0

0

41

Tabel B4.5 Registraties naar delict-categorie en naar rol, met onderscheid wel/niet misdrijf aangegeven, uitgesplitst voor HIC/DG groepen (B=Betrokkene, S=Slachtoffer, V= Verdachte, T= Totaal) (vervolg) DG

HIC

HICDG

B

S

V

T

B

S

V

T

B

S

V

T

1.4.3 Openlijk geweld (persoon)

0

0

1

1

0

1

12

13

0

0

0

0

3.5.1 Snelheid (weg)

0

0

7

7

0

0

6

6

0

0

0

0

1.2.2 Diefstal van motorvoertuigen

0

1

2

3

0

0

9

9

0

0

0

0

3.9.1 Horizontale fraude

0

1

4

5

0

1

5

6

0

0

0

0

2.4.2 Huisvredebreuk

0

0

0

0

0

0

9

9

0

0

0

0

4.6.1 Dienstverlening goederen

0

0

0

0

4

1

3

8

0

0

0

0

2.7.2 Bijzondere wetten 1.2.5 Diefstal af/uit/van overige voertuigen 1.4.1 Zedenmisdrijf

0

0

2

2

0

0

4

4

0

0

1

1

0

0

0

0

0

1

4

5

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4

4

0

0

0

0

1.6.1 Brand/ontploffing 1.1.2 Diefstal/inbraak box/garage/schuur/tuinhuis 1.2.4 Zakkenrollerij

0

1

0

1

0

0

2

2

0

0

1

1

0

0

0

0

0

0

2

2

0

0

0

0

0

0

1

1

0

0

1

1

0

0

0

0

2.3.1 Verkeersoverlast

0

0

0

0

2

0

0

2

0

0

0

0

3.7.2 Vreemdelingenzorg

0

0

0

0

1

0

1

2

0

0

0

0

3.9.3 Overige fraude

0

0

0

0

0

0

2

2

0

0

0

0

4.2.2 Preventiecontrole

0

0

0

0

2

0

0

2

0

0

0

0

1.6.3 Veiligheid overig

0

0

0

0

0

0

1

1

0

0

0

0

2.6.2 Bodem

0

0

1

1

0

0

0

0

0

0

0

0

2.6.8 Transport gevaarlijke stoffen

0

0

0

0

0

0

1

1

0

0

0

0

2.6.9 Vuurwerk

0

0

1

1

0

0

0

0

0

0

0

0

3.9.2 Verticale fraude

0

0

1

1

0

0

0

0

0

0

0

0

4.6.3 Maatregelen

1

0

0

1

0

0

0

0

0

17

253

540

0 101 5

0

270

0 101 3

2066 65

3

92

160

Totaal

38

Verdieping HIC- en DG-delicten In 2020 waren er 201 registraties van HIC-delicten en 290 registraties van DG-delicten.34 Bij de HICdelicten gaat het voornamelijk om diefstal/inbraak woning en straatroof. Bij de DG-delicten gaat het voornamelijk om geweldsdelicten. Tabel B4.6 Aantal registraties van HIC- en DG-delicten in 2020 Registraties HIC-delicten n Registraties DG-delicten

n

Woninginbraak

71

Handel harddrugs

30

Straatroof

48

Wapenbezit

41

Overval

21

Geweldsdelicten

219

Zware mishandeling

21

Openlijk geweld

14

Doodslag/moord

26

34 Hierbij is alleen gekeken naar de MK-codes die binnen de Top600-criteria worden meegenomen bij HIC- of DG-delicten. In de

rest van dit stuk zijn de delict-categorieën van CBS gehanteerd. Hierin zijn meer MK-codes geïncludeerd, bijvoorbeeld in de categorieën mishandeling of drugshandel.

42

Totaal

201

Totaal

290

Verschil personen HIC/DG De 18 personen die voldoen aan zowel de HIC- als de DG-criteria worden relatief vaak geregistreerd (zie onderstaande tabel). Personen in deze groep hebben bovendien gemiddeld meer registraties per persoon dan personen die alleen aan HIC- of alleen aan DG-criteria voldoen. Tabel B4.7 Verschil politie-registraties voor Top600-personen onder de HIC, DG of HIC/DG criteria op de lijst Totaal op de Geregistreerd in Aandeel met Aantal Gemiddeld aantal lijst 2020 registraties registraties registraties per persoon HIC 385 302 78% 2066 6,8 DG

97

82

85%

540

6,6

HIC/DG

18

17

94%

160

9,4

Totaal

500

401

80%

2766

6,9

Kijkend naar alleen de misdrijven, is te zien dat personen die voldoen aan de HIC-criteria het vaakst als verdachte zijn geregistreerd bij overige vermogensdelicten, diefstal/inbraak woning en bedreiging. Dit is hetzelfde als vorig jaar. Eveneens alleen kijkend naar de misdrijven, blijkt dat personen die voldoen aan de DG-criteria het vaakst als verdachte zijn geregistreerd bij drugshandel, overige vermogensdelicten en wapenhandel. Dit is een andere top-3 dan vorig jaar, toen ging het naast drugshandel om nepdope en bedreiging. Deze type delicten komen wel nog steeds relatief vaak voor, ook gaat het om kleine aantallen waardoor dit verschil goed door toeval kan komen. Van de totaal 41 registraties wapenhandel staan 14 op de naam van Top600-personen onder de DGcriteria (de andere 27 registraties betrof HIC-personen). Dit is wel opvallend, want vorig jaar ging het slechts om 1 registratie. Kijkend naar de groepsgroottes gaat het dit jaar om gemiddeld 0,14 registratie persoon (er staan 97 personen in de aanpak onder de DG-criteria) en vorig jaar om 0,02 registraties per persoon (er stonden toen 55 personen op de lijst onder de DG-criteria). Samengevat is het aantal registraties onder de gehele Top600 niet gestegen in 2020 ten opzichte van 2019, maar wel onder de DG-personen op de lijst.

Bij zowel de HIC- als DG-instromers komen mishandeling en overlast het vaakst voor van de verschillende type misdrijven, maar dan meestal in de rol van betrokkene.35

35 In de bijlage is een overzicht te vinden van de type delicten uitgesplitst voor HIC, DG en HIC/DG.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10832542/1