2. Monitor in beeld Top600 2020.pdf
Tekst van het document
Top600 in beeld Ontwikkelingen en resultaten van de Aanpak Top600 2020
Met bijdragen van: • Politie Eenheid Amsterdam • Het Arrondissementsparket Amsterdam (OM) • Reclassering Nederland (RN), het Leger des Heils (LdH) en Inforsa • Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam (GGD) • Werk, Participatie en Inkomen (WPI) • Openbare Orde en Veiligheid (OOV) • Onderwijs Jeugd en Zorg (PIT en Bureau Leerplicht Plus) • Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) • William Schrikker Stichting (WSS) • Stadsdelen Amsterdam • Raad voor de Kinderbescherming • Amstelland-gemeenten 1
Inhoud Samenvatting en conclusie ......................................................................................... 3 Inleiding .................................................................................................................... 6 1 Achtergrondkenmerken Top600 ............................................................................... 8 1.1 Huidige Top600 ........................................................................................................................ 9 1.2 Achtergrondkenmerken DG-instroom .....................................................................................10 2 Vermindering van criminaliteit (kwantitatief) .......................................................... 11 2.1 Recidive vermindering gedagvaarde zaken .............................................................................. 11 Top600 uitstroom ......................................................................................................................... 13 Totale aanpak ...............................................................................................................................14 2.2 Recidive aan de voorkant: politieregistraties van incidenten....................................................
17 2.2.1 Algemene aantallen .............................................................................................................. 17 2.2.2 Type delicten ........................................................................................................................19 2.2.3 Pleeglocaties ........................................................................................................................21 3 Kwalitatief onderdeel: interviews regisseurs ............................................................ 22 Bijlage 1: Achtergrondkenmerken Top600 ................................................................. 28 Bijlage 2: Methodologische verantwoording recidivecijfers .......................................... 32 Bijlage 3: Recidivecijfers ........................................................................................... 35 Bijlage 4: Politieregistraties ...................................................................................... 39
2
Samenvatting en conclusie
Hieronder volgt een samenvattende conclusie van de belangrijkste punten uit de rapportage. •
Kenmerken doelgroep1 o Sinds de start van de aanpak in 2011 hebben 1.650 personen op de Top600-lijst gestaan. Per augustus 2021 zitten er 501 personen in de aanpak en zijn er in totaal 1.149 personen uitgestroomd. o De gemiddelde leeftijd van de personen in de aanpak is door de jaren heen licht gestegen van 25 jaar (april 2012) naar 28 jaar (april 2019). Na de invoering van de DG-criteria – gericht op een jongere doelgroep tot 30 jaar - is het gemiddelde weer gedaald en is deze na de laatste lijst van april 2021 27 jaar. Ongeveer driekwart is jonger dan 30 jaar en een klein deel minderjarig (6%). o Doorgaans staan er enkele vrouwen op de lijst (momenteel 2) en zit ongeveer een derde van de Top600 in detentie (voor lange of korte tijd). 22 Top600-personen zitten in een geprioriteerde jeugdgroep. o Van de huidige Top600 (dus de personen die nog op de lijst staan) voldoen 372 personen aan de HIC-criteria, 112 aan de Drugs- en Geweld (DG)-criteria en 17 personen aan beide sets criteria. De overlap tussen beiden doelgroepen is dus minimaal, hetgeen betekent dat we met de DG-criteria een nieuwe doelgroep in beeld krijgen. Van juli 2019 tot en met april 2021 zijn er in totaal 131 personen onder de DG-criteria in de aanpak gestroomd en 6 personen onder zowel de HIC- als de DG-criteria. o Gemiddeld zaten personen bij uitstroom 2,8 jaar in de aanpak.
•
Doelstelling 1 o Resultaten recidive-analyses: gedagvaarde zaken Net als voorgaande jaren is er ook over 2020 een vermindering van de recidive te zien. ▪
▪
▪
Voor de huidige Top600 is een totale recidivevermindering (daling van het aantal dagvaardingen) van 48% zichtbaar en 52% voor de HIC-delicten. Deze percentages zijn vergelijkbaar met voorgaande jaren. De recidivevermindering voor de DG-delicten te weten 37%, is vergelijkbaar met 2019 (36%)2. Bij de drugsdelicten en de geweldsdelicten zien we voor beiden een daling van 44%. Bij de wapendelicten is de recidivevermindering minder groot, nl. 25%. Met de Aanpak Wapens (onderdeel van het programma Weerbare Mensen, Weerbare Wijken) wordt de komende tijd ingezet op een verdere daling van de recidive. Ook de drugsdelicten blijven een aandachtspunt. Voor de uitgestroomde Top600 neemt de totale recidive sinds start regie af met 60%. De recidivedaling voor de uitstroomde Top600-personen ligt hoger
1
Peildatum van deze data betreft 1 augustus 2021.
2
In de analyses van 2018 was er nog geen uitsplitsing naar DG-delicten, omdat de eerste Top600 DG-instroom in juli 2019
plaats vond.
3
dan bij de huidige Top600, met name voor de HIC-delicten (82% vs. 52%). Dit is logisch, aangezien een vermindering in recidive tijdens regie de reden is dat deze personen konden uitstromen. Deze cijfers zijn vergelijkbaar met voorgaande jaren. ▪ De recidivevermindering van de uitstromers voor de DG-delicten is voor de drugsdelicten 36%, voor de wapen- en geweldsdelicten is de vermindering respectievelijk 63% en 81%. ▪ Eén op de vijf personen op de lijst (21%) wordt sinds start regie helemaal niet meer gedagvaard. Dit geldt voor zowel de huidige Top600 als de uitstromers. ▪ Als we specifiek kijken naar de DG-instromers zien we dat de recidivedaling voor de DG-groep iets hoger ligt dan voor de gehele huidige Top600, namelijk 59% vs. 48%. Dit komt met name doordat het gemiddeld aantal dagvaardingen sinds start regie iets lager ligt. Dit betekent dat de DG- instromers sinds start regie iets minder gedagvaard zijn dan de HIC-instromers . ▪ Er staan per augustus 2021 41 hardnekkigen (groep van eerste 600) op de lijst. Het gaat hierbij met name om personen met zeer complexe psychiatrische en/of verslavingsproblematiek. Ze zijn in 2020 met name geregistreerd voor mishandeling, overlast, drugs/drankoverlast en winkeldiefstal. Ook bij deze groep is een recidivedaling te zien, echter is deze lager dan bij de niethardnekkigen (38% vs. 50%).
Met de partners wordt nog nader ingezoomd op deze groep waarbij o.a. wordt gekeken naar het effect dat wordt bereikt in relatie tot de gepleegde inspanningen. o Politieregistraties in 2020 ▪ Het gemiddeld aantal politieregistraties per persoon is in 2020 iets gestegen ten opzichte van 2019 (5,5 vs. 5,2), maar lager dan in 2018 (6,1). Het gaat vooral om een toename van overlastregistraties, voornamelijk overlast door jeugd, en in mindere mate overlast door daklozen of verwarde personen. Overlastincidenten lijken vooral vanaf april 2020 te zijn toegenomen, mogelijk vanwege de coronamaatregelen die sinds half maart gelden, waardoor er meer aandacht is voor personen die bij elkaar op straat staan. ▪ Het aantal registraties wisselt sterk per persoon. 20% van de huidige Top600lijst is in 2020 niet geregistreerd. De meerderheid van de Top600 (64%) is nul tot vijf incidenten geregistreerd. Verder valt op dat 83 personen (17%) verantwoordelijk zijn voor bijna de helft van alle registraties (49%). Met de partners wordt nog besproken of dit noopt tot extra maatregelen op deze groep. ▪ Registraties diefstal/inbraak woning zijn weliswaar gedaald, maar hierbij gaat het om een heel klein verschil (15 incidenten minder), terwijl hier een effect te verwachten was van het gegeven dat sinds half maart 2020 veel mensen thuiswerken. ▪ De Top600 is in 2020 41 keer geregistreerd voor wapenhandel.
Dit is vergelijkbaar met 2019 (39 registraties). Onder Top600-personen die onder de DG-criteria op de lijst staan, is wel een opvallende stijging te zien: in 2019 was deze groep slechts 1 keer geregistreerd voor wapenhandel, in 2020 betrof het 14 registraties. Wapendelicten zijn daarom ook een aandachtspunt voor de komende tijd.
•
Interviews regisseurs over doelstellingen aanpak
4
o
o
Uit de interviews van 21 verschillende regisseurs3 van 10 verschillende kernpartners komt een beeld naar voren waarbij de aanpak op tal van fronten haar meerwaarde betoont. Als factoren die kunnen bijdragen aan het wel of niet slagen van de drie doelstellingen van de aanpak worden genoemd: ▪ De aanpak leidt tot langdurige aandacht voor de regiepersonen. Dankzij de structurele samenwerking tussen verschillende organisaties vindt belangrijke informatie-uitwisseling plaats. Hierdoor worden maatregelen genomen die er toe leiden dat crimineel gedrag vermindert en het toekomstperspectief, ook voor de lange termijn, verbetert. ▪ De intensieve betrokkenheid van de regisseur helpt de persoon om beweging te brengen in zijn of haar vaak uiterst complexe situatie. De motivatie van de persoon is daarin een essentiële voorwaarde. ▪ Een belangrijke oorzaak van het succes van de aanpak is dat dankzij de structurele samenwerking tussen partijen, de sturing daarop door de regisseur en het maatwerk dat zij leveren tegelijkertijd en in onderlinge afstemming kan worden gewerkt aan alle drie de doelstellingen. ▪ Korte lijntjes met belangrijke partners als OM en politie leiden tot consequent en gericht straffen waarbij tegelijkertijd wordt ingezet op verbetering van de problematische leefgebieden van de regiepersoon.
Als belangrijke aanbevelingen zijn door de regisseurs benoemd: Heb aandacht voor de tekorten op de gebieden wonen en zorg, de capaciteit bij politie, de terugkoppeling tussen regisseurs en hulpverleners zoals PIT en goede informatieuitwisseling tussen casemanager van de PI en regisseur en vice versa. Met de partners wordt nog besproken op welke manier de aanbevelingen van de regisseurs de komende tijd worden meegenomen in de Aanpak Top600 en Aanpak Top400.
3 Van de in totaal circa 100 regisseurs.
5
Inleiding
De Aanpak Top600 is de integrale persoonsgerichte aanpak van de circa 600 meest actieve veelplegers van ‘High Impact Crime’ (HIC) en van drugsgerelateerde (gewelds)criminaliteit in de regio Amsterdam-Amstelland. Onder HIC verstaan we overvallen, straatroven, woninginbraken, zware mishandeling, openlijke geweldpleging en moord/doodslag. Bij drugsgerelateerde (gewelds)criminaliteit gaat het om delicten als de handel in of productie van harddrugs, bezit van een (vuur)wapen en geweldsdelicten. In de Aanpak Top600 werken onder regie van het AcVZ meer dan 40 verschillende partnerorganisaties uit het veiligheidsdomein, zorgdomein en sociaal domein samen. Ieder persoon op de Top600-lijst krijgt een eigen regisseur. Deze regisseur is ‘de smeerolie’ tussen alle organisaties, maakt een plan van aanpak en stuurt op doorbraken voor de persoon die hij of zij in regie heeft. De Aanpak Top600 is onder gebracht bij het Actiecentrum Veiligheid en Zorg van de regio Amsterdam-Amstelland. De drie doelstellingen van de aanpak zijn: 2
1 Het verminderen van (high impact) criminaliteit
3 Het verbeteren van het perspectief
Het verminderen en voorkomen van in- en doorstroom van de broertjes en zusjes
In deze monitor wordt met name gerapporteerd over de voortgang op de eerste doelstelling. Anders dan voorgaande jaren wordt in deze monitor niet gerapporteerd over de inzet van de verschillende kernpartners, ook op de overige twee doelstellingen van de aanpak, om de monitor in omvang te beperken en leesbaar te houden. Vanuit de Top600 wordt ook ingezet op de zorg en begeleiding van personen in de aanpak gericht op de verbetering van het perspectief. Zo worden Top600-personen gescreend om inzicht te krijgen in hun problematiek en om daarop aansluitend passende hulpverlening of begeleiding in te kunnen zetten. Daarnaast wordt actief ingezet op het verkrijgen van een startkwalificatie dan wel toeleiding naar een opleiding, een geschikte dagbesteding en/of werk. Ook wordt hulp geboden bij de aanpak van schulden. Waar mogelijk wordt gestuurd op het opleggen van bijzondere voorwaarden omdat deze een belangrijke stok achter de deur vormen voor het plan van aanpak, bijvoorbeeld waar het gaat om het starten van behandeling of begeleiding. Ook tijdens detentie wordt de persoon ondersteund om de kans op een succesvolle terugkeer zo groot mogelijk te maken. Gedurende het hele traject is er aandacht voor het vergroten van de motivatie van personen tot gedragsverandering.
Ten slotte wordt hulp geboden aan het gezin om te voorkomen dat minderjarige broertjes, zusjes en kinderen zelf afglijden in de criminaliteit.
Actuele ontwikkelingen De focus van de Top600 is in 2019 verbreed naar drugsgerelateerde (gewelds)criminaliteit. Dit als één van de maatregelen in het programma Weerbare Mensen, Weerbare Wijken (WMWW). De reden hiervoor was de toenemende impact van deze delicten op het leven van de inwoners van de regio Amsterdam-Amstelland, vanwege het excessieve geweld in de openbare ruimte en de aantrekkingskracht van het snelle drugsgeld op jongeren. Daarnaast zagen (en zien) we onder de personen in de Top600 een aanzienlijke groep die betrokken is bij drugscriminaliteit en (excessief) geweld. 6
Inmiddels zijn van juli 2019 tot en met april 2021 131 personen o.b.v. de DG-criteria in de aanpak gestroomd en 6 personen o.b.v. zowel de HIC- als de DG-criteria. De beperkte overlap tussen de beide groepen instromers duidt erop dat we een nieuwe doelgroep in beeld hebben gekregen met de uitbreiding van de criteria. Uit analyse is gebleken dat de DG-instromers goed aansluiten bij het opgestelde profiel van de beoogde doelgroep en dat er grote overlap is in achtergrond en problematiek met de HIC-instromers. In deze monitor wordt specifiek gekeken naar de omvang van de DG-delicten en naar de recidive op de nieuwe DG-groep. Ook op de DG-delicten en binnen de nieuwe DG-groep van instromers zien we een recidivevermindering. Dit betekent dat het gelukt is om de methodiek van de Top600 aan te passen aan de actuele veiligheidsproblematiek rondom drugs en geweld. In 2020 heeft een pilot gelopen waarbij is ingezoomd op wat (anders of extra) nodig is om regie te kunnen voeren op de specifieke problematiek van drugscriminaliteit en geweld. Dit vanwege de veelal onzichtbare vorm van deze delicten en de ongrijpbaarheid van een deel van de groep. Met het programma WMWW wordt gewerkt aan het ontwikkelen en uitproberen van nieuwe interventies, in dat kader wordt hierover wordt dan ook gerapporteerd.
Gelet op de verbreding van de doelgroep en de risico’s die het drugsmilieu met zich mee brengen, is de veiligheid van de professionals die werken voor de Top600&Top400 een belangrijk aandachtspunt. Hier wordt vanuit de Aanpak Top600 en Top400 dan ook veel aandacht aan besteed. Ook is in de Aanpak Top600 veel aandacht voor de toenemende wapenproblematiek onder de doelgroep. Op verschillende manieren wordt gewerkt aan maatregelen om de Top600/Top400 ook op het gebied van de wapenproblematiek te versterken en haar expertise op dit vlak met andere aanpakken te delen. Daarmee gaan we ook volgend jaar verder. Hierin wordt nauw samengewerkt met de Aanpak Wapens, onderdeel van WMWW. Ten slotte zien we dat een klein deel van de Top600-personen zich bezig houdt met drillrap. In sommige gevallen zijn zij betrokken bij zorgwekkende geweldsincidenten die daarmee samenhangen. Er is een eerste analyse uitgevoerd die inzicht heeft gegeven in dit fenomeen binnen de Top600. Daarnaast worden regisseurs getraind in het duiden van en omgaan met dit fenomeen. Ook wordt gekeken hoe er vanuit het plan van aanpak op een goede manier de verbinding gemaakt kan worden met de straatcultuur waar drillrap onderdeel van is. Leeswijzer De rapportage bestaat uit 3 hoofdstukken en begint met een overzicht van de achtergrondkenmerken van de huidige Top600.
Hoofdstuk 2 is kwantitatief van aard en gericht op doelstelling 1: verminderen van criminaliteit. Hier wordt gekeken naar de recidivecijfers en politieaanhoudingen in 2020. Daarna volgt er in Hoofdstuk 3 een kwalitatieve rapportage gericht op alle drie de doelstellingen van de aanpak. Door middel van interviews met regisseurs is nagegaan welke resultaten zij zien op de doelstellingen, wat succesfactoren hierin zijn en welke elementen volgens hen aandacht vragen voor de toekomst. In de bijlage zijn nog verdiepende analyses en cijfers opgenomen en door de tekst heen zijn stukjes opgenomen ter illustratie van de Top600-casuïstiek.
7
1 Achtergrondkenmerken Top600
Dit hoofdstuk gaat in op de achtergrondkenmerken van de huidige Top600 en enkele kerncijfers met betrekking tot in- en uitstroom. Dit om inzichtelijk te maken hoe de groep personen in de Top600 eruitziet. Sinds de start van de aanpak in 2011 hebben 1.650 personen op de Top600-lijst gestaan4. Ieder half jaar (in april en oktober) wordt getoetst wie er aan de Top600-criteria voldoen. In figuur 1.1 is te zien hoeveel personen er op de lijst stonden vanaf oktober 2012. Vanaf 2015 is een daling te zien tot april 2019. Iedereen die aan de Top600-criteria voldoet stroomt in principe in de aanpak, dus aannemelijk is dat deze daling samen hangt met de dalende trend van het aantal HIC-delicten in de stad en de rest van Nederland het afgelopen decennium5. Vanaf juli 2019 is het aantal personen in de aanpak gestabiliseerd. Dit komt o.a. door de invoering van de Drugs- en Geweld-criteria (DG-criteria). In 2020 en 2021 zijn er wel minder personen in de aanpak gestroomd, vermoedelijk als gevolg van de corona-maatregelen waardoor er in algemene zin minder personen zijn aangehouden en veroordeeld voor HIC- en DG-delicten⁵. April 2021 zijn er voor het laatst 53 personen in de aanpak gestroomd en 52 personen uit de aanpak. Daarmee staan er nu 501 personen op de Top600-lijst. In bijlage 1 zijn alle in- en uitstroomcijfers van voorgaande jaren opgenomen.
Figuur 1.1 Aantal personen op de Top600-lijst en het aantal in- uitstromers, vanaf oktober 20126 578 562
553
140 525
503 500 501
501 449 439
466 461
120 100 80
53 52 60
aantal personen
596 603 600 604 608 598 586
40 20 0 okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. jul. okt. apr. okt. apr. 2013
2014
2015
2016
instroom
2017 uitstroom
2018
2019
2020
2021
totaal op de lijst
4 Waarvan 69 personen die wel op de lijst hebben gestaan, maar nooit in regie zijn genomen. 5
Bron: VNG/Politie (politiecijfers gepresenteerd op www.waarstaatjegemeente.nl, download juli 2021). Zie bijlage 1.
6 Oktober 2018 was geen instroom. Juli 2019 betrof een extra instroommoment van de eerste personen op basis van DG-
criteria.
8
Door de jaren heen is een lichte toename te zien van de gemiddelde leeftijd van de personen in de aanpak tot april 2019 (zie figuur 1.2). Daarna volgt een daling en stijgt het percentage minderjarigen licht. Deze verschuiving is grotendeels toe te schrijven aan de invoering van de DG-criteria in 2019 die gericht is op een jongere doelgroep (tot 30 jaar). Kijkend naar de leeftijd op moment van instroom zien we dat er in de huidige Top600 relatief meer jongeren zitten dan in de groep personen die eerder in de aanpak heeft gezeten en is uitgestroomd (zie bijlage 1, B1.6). Figuur 1.2 Gemiddelde leeftijd Top600-personen en het aandeel minderjarigen7 30 28,2
28
26,7
leeftid in jaren
26 24
25,1
22 20
8% 8% 8%
18
8% 8% 7%
9% 7% 5% 5% 5%
16
7% 6% 6% 7%
6%
14
4%
5% 5% 3%
12 10 apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. jul. okt. apr. okt. apr. 2012
2013
2014
2015
2016
% minderjarigen
2017
2018
2019
2020
2021
totaal
1.1 Huidige Top600 Op de peildatum van 1 augustus 2021 staan er 501 personen op de Top600-lijst, waarvan twee vrouwen. Van de eerste 600 personen die in 2011 en 2012 zijn ingestroomd, staan 41 personen nu nog op de lijst. In deze rapportage wordt deze groep aangeduid als de ‘hardnekkigen’. In hoofdstuk 2 is een analyse van de recidive onder deze groep te vinden. De personen op de huidige Top600-lijst zitten gemiddeld 2,5 jaar in de aanpak. De totale groep Top600-personen die uit de aanpak zijn gestroomd (omdat ze niet meer aan de criteria voldoen), bestaat momenteel uit 1.053 personen. Gemiddeld zaten zij 2,8 jaar in de aanpak. De gemiddelde leeftijd van een Top600-persoon is op dit moment 27 jaar, variërend van 15 tot en met 71 jaar. Qua leeftijdsopbouw is 6% jonger dan 18 jaar, 39% is tussen de 18 en 23 jaar, 30% is tussen de 24 en 30 jaar en 27% is ouder dan 30 jaar. In totaal hebben 248 personen een verblijfadres in Amsterdam, waarvan er 30 in een instelling wonen. Daarnaast staan 53 personen ingeschreven op een briefadres in Amsterdam, waarvan een aanzienlijk deel in stadsdeel Oost. Van de overige personen hebben 9 een adres in een Amstellandgemeente en 44 buiten de regio. 58 personen staan ingeschreven op hun detentielocatie en van 89 personen is geen adres bekend in het systeem (maar bijvoorbeeld wel bij de regisseur)8.
Voor zover bekend zitten 22 Top600-personen in een geprioriteerde jeugdgroep (4%). 7
In oktober 2014, april 2015 en oktober 2018 was er geen instroom/is deze onbekend.
8 In de bijlage 1 is een tabel opgenomen van de woonplaats van Top600-personen en het aantal dat woont in een instelling
of een postadres heeft.
9
Figuur 1.3 Statistieken Top600-lijst, augustus 2021
1.2 Achtergrondkenmerken DG-instroom Van de 501 personen op de huidige Top600-lijst, voldoen er 372 alleen aan de HIC-criteria. 129 personen voldoen aan de criteria voor Drugs en Geweld, waarvan er 17 ook voldoen aan de HICcriteria. Alle 129 personen die aan de DG-criteria voldoen zijn man. De gemiddelde leeftijd van deze personen is 24 jaar, variërend van 17 tot en met 32 jaar. Qua leeftijdsopbouw is 3% jonger dan 18 jaar, 49% is tussen de 18 en 23 jaar, 38% is tussen de 24 en 30 jaar en 10% is ouder dan 30 jaar. De meerderheid (63%) heeft een verblijfadres in Amsterdam. In Bijlage 1 is een tabel opgenomen met de verdeling naar woonplaats/stadsdeel van de personen die voldoen aan de DG-criteria. Figuur 1.4 Aandeel DG-personen in de Top600 en instroom sinds juli 2019 DG
6
HIC/DG
131 3 28
29
2 38
16
1 20
1-jul-19 1-okt-19 1-apr-20 1-okt-20 1-apr-21 Totaal
De regisseur krijgt een melding van de politie dat Mike, al eerder veroordeeld voor drugs- en geweldsdelicten, en met een zorgelijk crimineel netwerk, is aangehouden voor een steekpartij. De politie geeft tegelijkertijd aan dat er sprake is van een ernstige dreiging van een groep jongeren richting Mike en dat hij voorlopig niet in Amsterdam moet verblijven. Mike kan vanwege een verstandelijke beperking zelf niet goed de risico’s overzien en heeft zelf geen alternatieven buiten Amsterdam. De regisseur zoekt daarop met spoed naar een veilige woonplek buiten Amsterdam. Via een tijdelijke locatie wordt Mike in een woonvoorziening ver buiten Amsterdam geplaatst. Hierdoor zijn de risico’s voor hem en zijn directe woonomgeving afgewend. Daarnaast heeft hij in zijn nieuwe, rustige omgeving kunnen werken aan zijn schulden, heeft hij dagbesteding en is hij gemotiveerd om weer naar school te gaan.
10
2 Vermindering van criminaliteit (kwantitatief)
Doelstelling 1 van de Aanpak Top600 is het voorkomen en verminderen van criminaliteit. Om kwantitatief de resultaten op deze doelstelling in kaart te brengen, wordt er in het eerste deel van dit hoofdstuk gekeken naar recidiverend gedrag van de doelgroep. Omdat niet alle criminaliteit eindigt in een dagvaarding wordt er in het tweede deel van dit hoofdstuk gekeken naar de recidive aan de voorkant: de politie registraties van incidenten voor de huidige Top600 in 2020.
2.1 Recidive vermindering gedagvaarde zaken Jaarlijks wordt de recidive onder personen die in regie zijn (geweest) van de Top600 onderzocht. We maken gebruik van gedagvaarde zaken afkomstig van het OM waarbij het gaat om strafzaken met een ‘geldige’ afdoening. We sluiten hiermee aan bij de definitie van de recidivemonitor van het WODC. Werken met geregistreerde misdrijven betekent dat het alleen de criminaliteit in kaart brengt die onder aandacht komt van het OM. Dit wordt wel 'strafrechtelijke' recidive genoemd. Zie bijlage 2 voor een overzicht van de afdoeningen en eindvonnissen die hierbij niet worden meegenomen (zoals een sepot). Ook is in bijlage 2 een specificatie van de HIC- en DG-delicten te vinden die worden meegenomen in de recidivemeting. Doel en methode In de analyse wordt er een vergelijking gemaakt tussen het gemiddeld aantal gedagvaarde zaken in de twee jaar voor regie (voormeting) en het gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per jaar sinds start regie (nameting). Doel van deze methode is inzicht te geven in de geregistreerde recidive; het is geen wetenschappelijke effectmeting. Zie bijlage 1 voor meer gedetailleerde informatie over de methode. In de analyse zijn alleen personen meegenomen die op de peildatum (1 januari 2021) minimaal 1 jaar in regie zijn.
Daarbij wordt uitgesplitst naar personen die op de peildatum nog in regie waren (huidige Top600) en personen die al zijn uitgestroomd (Top600 uitstroom). De resultaten zijn ook uiteen gezet voor de twee belangrijkste delictgroepen: High Impact Crime (afgekort: HIC)9 en Drugs- en Geweldsdelicten (DG)10.
Huidige Top600 Op de peildatum (1 januari 2021) staan er 500 personen op de Top600-lijst. Van hen waren 375 personen minstens een jaar in regie en daarmee de onderzoeksgroep voor deze analyse. Vanaf het moment dat de regie van start gaat, neemt de totale recidive (dus voor alle delicten) af van gemiddeld 2,21 delicten naar gemiddeld 1,15 delicten per persoon per jaar. Dit is een afname van 48% (zie figuur 2.1). In absolute aantallen gaat dit in de twee jaar voor regie om een totaal van 1.656 dagvaardingen. In de negen jaren die de nameting inmiddels beslaat, gaat dit om een totaal van 1.760 dagvaardingen.
9 Hieronder wordt verstaan: woninginbraak, straatroof, overval, zware mishandeling, openlijk geweld en doodslag/moord. 10 Hieronder wordt verstaan: drugs-, wapen- en ernstige geweldsdelicten. Dit is een iets bredere selectie dan voor
instroom o.b.v. de DG-criteria wordt gehanteerd. Dan wordt voor de drugsdelicten gekeken naar artikel 2 Opiumwet excl. artikel 2C: aanwezig hebben zonder dealerindicatie. Voor deze analyse was deze extra selectie technisch niet mogelijk.
11
In 2019 was deze afname 45% en in 2018 41%, dus de afname van 48% is vergelijkbaar met afgelopen jaren, en lijkt zelfs een beetje toegenomen. Verklaringen hiervoor zijn lastig te geven, omdat subtiele verschillen in de gemiddelden relatief grote percentuele verschuivingen kunnen veroorzaken. Zo varieert het gemiddeld aantal zaken in de twee jaar voor regie van 2,12 (2018) tot 2,28 (2019) en het gemiddeld aantal zaken vanaf start regie van 1,15 (2020) tot 1,26 (2018). De recidivevermindering voor HIC (52%) is erg vergelijkbaar met voorgaande jaren (2019 en 2018: 50%), evenals de recidivevermindering voor de DG-delicten te weten 37%, in 2019 was dit 36%11. Figuur 2.1 Gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon per jaar, huidige Top600 (n=375) voormeting (2 jaar voorafgaande start regie)
nameting (sinds start regie tot peildatum) 2,21
-47% 1,31
-37% 0,28
0,17
DG
-48% 1,15
-52% 0,73
0,70 0,35
HIC
overige
totaal
Hieronder staan de belangrijkste resultaten uit deel-analyses beschreven. Zie bijlage 3 voor de ruwe aantallen en de vergelijkingen met cijfers uit 2019 t/m 2017. Ook is er een analyse opgenomen waarin te zien is dat de recidivevermindering direct zichtbaar is na de start van de aanpak. Eén op de vijf sinds start regie niet meer gedagvaard. Eén op de vijf personen op de Top600-lijst is sinds de start van de regie niet meer gedagvaard (21%). Het gaat hierbij om 78 van de 375 personen. Dit aandeel is iets groter dan in de Top600 in 2019 en 2018 (10% en 13%). Daarnaast is dit jaar 31% niet (meer) gedagvaard voor een HIC-delict (116 personen), 51% niet (meer) voor een DG-delict (192 personen) en 35% niet meer voor een overig delict (130 personen). HIC-delicten: recidivevermindering varieert van 72% tot 20%. De recidivevermindering van de HICdelicten varieert van 72% (straatroof) tot 20% (overval). Waarbij het bij straatroof om 207 delicten gaat in de 2 jaar voor regie en 116 in de 9 jaar die de nameting beslaat. Bij overvallen12 gaat het om 32 in de voormeting en 52 delicten in de nameting13. De 52 overvallen in de nameting van deze recidive-analyse zijn door 43 personen gepleegd en met name in hun eerste tot derde regiejaar (eerste regiejaar= 21 overvallen, tweede regiejaar= 7 overvallen, derde regiejaar = 11 overvallen).
De delicten zijn met name in 2017 t/m 2019 gepleegd (respectievelijk: 18, 15 en 13 overvallen). DG-delicten: recidivevermindering varieert van 44% tot 25%. Voor wat betreft de DG-delicten zien we bij de drugsdelicten en bij de geweldsdelicten voor beiden een daling van 44%. Bij de wapendelicten is de recidivevermindering minder groot, nl. 25%. Het gaat hierbij wel om kleine 11
In de analyses van 2018 was er nog geen uitsplitsing naar DG-delicten, de eerste Top600 DG-instroom betrof juli 2019..
12 Kijkend naar landelijke trends zien we dat het gemiddeld aantal geregistreerde overvallen per 10.000 inwoners in
Amsterdam hoger ligt dan het landelijke gemiddelde (1,7 vs. 0,5 overvallen) en het hoogst is binnen de G4-gemeenten. Er is ook een lichte stijging in Amsterdam te zien vanaf 2016 (2,1) tot 2019 (2,5). 13
Belangrijke kanttekening hierbij is dat het soms om kleine aantallen gaat. Een kleine verschuiving binnen een kleine
groep is van sterkere invloed op een percentuele stijging of daling dan een kleine verschuiving in een grote groep.
12
aantallen: 34 delicten in de voormeting en 55 sinds start regie. Bij de 55 wapendelicten gaat het met name om delicten gepleegd in het eerste tot derde regiejaar (eerste regiejaar= 16 delicten, tweede = 13 delicten en derde = 8 delicten) en met name in 2017 en 2019 gepleegd (respectievelijk 14 en 15 delicten). In de bijlage wordt gekeken naar de landelijke trends voor de G4 voor wat betreft wapenhandel en drugshandel.
Top600 uitstroom De groep Top600-personen die inmiddels uit de aanpak is gestroomd, bestaat op 1 januari 2021 uit 1.006 personen. Voor 979 personen14 is de recidive in kaart gebracht t/m vijf jaar na uitstroom15. De groep uitstromers wordt steeds groter, omdat er elk half jaar weer nieuwe personen uitstromen. Abdel is 24 jaar en werd in 2018 opgenomen in de Top600. Hij had schulden en dacht die met het delictgedrag snel af te kunnen betalen. Tijdens de aanpak is Abdel door de Top600-regisseur in contact gebracht met WPI en Schuldhulpverlening. Zij konden helpen met een betalingsregeling bij het CJIB, een tijdelijke uitkering en toeleiding naar werk. Het Preventief Interventie Team wordt ingezet, omdat Abdel bij zijn moeder woont en er minderjarige kinderen in het gezin zijn. De houding van Abdel wordt steeds serieuzer en hij ervaart meer perspectief om zijn toekomst in te vullen zonder criminaliteit. In het najaar van 2020 voldoet hij niet langer aan de Top600-criteria en ontvangt de uitstroombrief van de burgemeester.
Vanaf het moment dat de regie van start gaat, neemt de totale recidive af met 60%: van gemiddeld 1,41 delicten naar 0,56 delicten per jaar per persoon (zie figuur 2.2) In absolute aantallen gaat het in totaal om 2.765 dagvaardingen in de twee jaar voor regie (voormeting) en 3.577 dagvaardingen in de negen jaar nameting. De recidivedaling voor de uitstroomde Top600-personen ligt hoger dan bij de huidige Top600, met name voor de HIC-delicten (82% vs. 52%). Dit is logisch, aangezien een vermindering in recidive tijdens regie de reden is dat deze personen konden uitstromen. Deze cijfers zijn vergelijkbaar met voorgaande jaren. In 2019 was er een totale recidivedaling van 59%. Voor de HIC- en DG-delicten is een recidivedaling van respectievelijk 81% en 54% te zien en voor de overige delicten 47%. Ter vergelijking: in 2018 was de totale recidivedaling 57% en voor de HIC-delicten 82%16. Figuur 2.2 Gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon per jaar, Top600 uitstroom (n=979) voormeting (2 jaar voorafgaande start regie)
nameting (sinds start regie tot peildatum) 1,41 -50%
-60%
0,84 -82%
-57% 0,17
0,08
DG
0,56
0,48
0,42 0,09
HIC
overige
totaal
14 De analyse is excl. 21 personen die zijn overleden en 6 personen die korter dan een jaar in de aanpak hebben gezeten. 15 Vijf jaar na uitstroom worden alle persoonsgegevens verwijderd en wordt recidive alleen nog anoniem meegenomen in
d analyses. 16 In de analyses van 2018 was er nog geen uitsplitsing naar DG-delicten, de eerste Top600 DG-instroom betrof juli 2019.
13
Regisseur: ‘Bij Top600-zaken op zitting is er altijd een reclasseringsadvies geweest waarbij ik als regisseur ook input kon geven. Er liepen al een aantal interventies en we wilden dat die door zouden lopen. Justitie heef enorm meegedacht. Straf die is geëist en uiteindelijk is opgelegd door de rechter hield hier rekening mee.’
Hieronder zijn de belangrijkste resultaten uit de deelanalyses te lezen. Ook voor de uitstromers is in bijlage 2 een tabel opgenomen met ruwe aantallen en een vergelijkingen met 2019 t/m 2017. Met daarbij een analyse waarin te zien is dat de recidivevermindering direct zichtbaar is na de start van de aanpak.
21% van de uitstromers sinds start regie niet meer gedagvaard. Net als bij de huidige Top600 is 21% van de uitstromers sinds de start van regie niet meer gedagvaard. Het gaat hierbij om 778 van de 979 personen. 64% is niet (meer) gedagvaard voor een HIC-delict (627 personen), 66% niet (meer) voor een DG-delict (650 personen) en 29% niet meer voor een overig delict (201 personen). Dit aandeel is vergelijkbaar met alle uitstromers uit 2019 en 2018 (22% en 23%). Recidivevermindering per type delict varieert van 88% tot 36%. De recidivevermindering van de uitstromers per type delict varieert van 88% (straatroof) tot 36% (drugsdelicten). De recidivevermindering voor wapen- en geweldsdelicten is respectievelijk 63% en 81%. Bij de drugsdelicten gaat om het 101 gedagvaarde zaken in de twee jaar voor regie en 239 zaken sinds start regie. De delicten tijdens of na regie zijn gepleegd door 155 personen met name in het eerste tot en met vijfde regiejaar (184 delicten, 77%) en met name gepleegd in 2015 (46 delicten), 2016 (31 delicten) en 2019 (35 delicten).
Totale aanpak In 2020 is de totale recidive afgenomen met 59%. Bij de HIC-delicten gaat dit zelfs om 75%. Dit totaalcijfer moet gelezen worden als een gemiddelde van een (in omvang grote) positieve groep uitgestroomde personen en een (in omvang beperkte) groep van personen die op dit moment nog op de Top600-lijst staan (en dus nog aan de Top600-criteria voldoet). In figuur B3.5 in bijlage 3 is de recidivevermindering weergegeven voor de gehele aanpak, bestaande uit personen in de huidige Top600 én de uitgestroomde personen. Met dit totaalcijfer kan een beeld worden geschetst over de ontwikkeling van de recidivevermindering sinds de eerste recidivemeting in 2012. Recidivedaling voor personen die aan de Drugs- en Geweldcriteria voldoen Met de verbreding van de focus van de Top600 naar druggerelateerde (gewelds)criminaliteit beogen we een afname van deze delicten te bereiken voor de personen in de aanpak. In juli 2019 zijn de eerste personen in de Aanpak Top600 gestroomd onder de DG-criteria. In totaal zitten er op 1 januari 2021 115 personen in de aanpak die aan de DG-criteria voldoen (23% van de totaal 500 Top600-personen op de lijst)17. Van hen zitten 54 personen al langer dan een jaar in regie waardoor ze nu voor het eerst meegenomen kunnen worden in de recidive-analyse. De recidivedaling voor de DG-groep ligt iets hoger dan voor de gehele huidige Top600, namelijk 59% vs.
48%. Dit komt met name doordat het gemiddeld aantal dagvaardingen sinds start regie iets lager ligt. Voor de DG-delicten is een recidivevermindering te zien van 56% (van gemiddeld 0,64 dagvaardingen in de voormeting naar 0,28 in de nameting).
17 Tot 1 januari 2021 zijn er 116 personen in de aanpak gestroomd en 15 personen weer uitgestroomd onder de DG-criteria of
HIC/DG-criteria. Daarnaast zijn er ook enkele Top600-personen die al in de aanpak zaten onder de HIC-criteria, maar die (ook) aan de DG-criteria zijn gaan voldoen omdat ze in de tussentijd zijn veroordeeld voor een DG-delict.
14
Figuur 2.3 Recidivedaling voor Top600 op de lijst o.b.v. de HIC-criteria vs. (HIC/)DG-criteria 2,5
2,22
2,0
2,12 -48%
-47%
-59% -58%
1,5 1,15
-54%
-56%
1,0
0,64 -27%
0,5
0,86 -68%
0,28
0,0 DG
HIC
overige
totaal
DG
HIC
overige
totaal
HIC (n=321)
DG of HIC/DG(n=54)
voormeting (2 jaar voorafgaande start regie)
nameting (sinds start regie tot peildatum)
Vaakst gedagvaard voor drugsdelicten Kijkend naar de DG-delicten is de grootste afname te zien onder de drugsdelicten. In de twee jaar voor regie zijn de 54 Top600-personen uit de analysegroep 51 keer gedagvaard voor een drugsdelict. Sinds de start van regie gaat het om 28 keer. Deze aantallen vertalen zich naar gemiddeld 0,47 keer per persoon per jaar in de voormeting en 0,20 keer per persoon per regiejaar in de nameting (daling van 58%). Figuur 2.4 recidivedaling voor Top600 op de lijst o.b.v. de HIC-criteria vs. (HIC/)DG-criteria) Voormeting
Sinds start regie
51 13
28 7
drugsdelicten geweldsdelicten
4
wapendelicten
5 69 dagvaardingen | 44 pers.
39 dagvaardigen | 21 pers.
Hardnekkigen De hardnekkigen zijn de eerste 600 personen die in 2011 en 2012 in regie zijn gekomen, nooit zijn uitgestroomd en nu nog steeds op de Top600-lijst staan. Het aantal hardnekkigen is de afgelopen jaren gedaald (zie figuur 2.5) en eind 2020 staan er nog 44 hardnekkigen op de lijst18. Het gaat hierbij met name om personen met zeer complexe psychiatrische en/of verslavingsproblematiek. In april 2021 zijn er 3 hardnekkigen uitgestroomd. Alle hardnekkigen staan op de lijst o.b.v. de HIC-criteria.
18 Naast deze 44 zijn er nog 22 personen die op een later moment opnieuw in de aanpak zijn gestroomd omdat ze weer
aangehouden en veroordeeld zijn voor delicten. In totaal staan er op 1 januari 2021 65 Top600-personen op de lijst die in 2011 en 2012 voor het eerst zijn ingestroomd. Per 1 augustus staan 41 hardnekkigen op de lijst.
15
Figuur 2.5 Aantal hardnekkigen op de Top600-lijst 92
Dylan zit sinds 2012 in de Top600 en heeft psychiatrische problemen. Hij komt veelvuldig in beeld bij de politie. Meestal betreft dit agressie incidenten, zoals het belagen en bedreigen van politie, hulpverleners of willekeurige omstanders. Aan de psychische ontregeling gaat vaak middelenmisbruik vooraf. Vanwege dit gedrag is hij moeilijk te handhaven binnen woonvoorzieningen. Wanneer hij niet gebruikt en zijn medicatie neemt, zijn er ook periodes waarin hij stabiel is. Er is al veel geprobeerd maar het lukt Dylan niet om zijn verslaving onder controle te krijgen. De inzet van de Top600-regisseur en de partners is erop gericht om hem in een klinische of forensische setting te houden en de situatie te stabiliseren. De regisseur zet alles in op het verkrijgen van een zorgmachtiging en in nauwe samenwerking met zijn behandelaar wordt deze uiteindelijk afgegeven. Het gaat snel wat beter met Dylan. Hij neemt medicatie, houdt zich aan afspraken, krijgt een kamer bij begeleid wonen en heeft een dagbesteding. De politie ziet hem niet langer in overlastgevende situaties op straat, maar de situatie blijft kwetsbaar.
70 50
44
41
dec. 2017 dec. 2018 dec. 2019 dec. 2020 aug. 2021
Van de 43 hardnekkigen19 zijn 27 personen (63%) in 2020 ten minste één keer geregistreerd door de politie. Met name voor mishandeling, overlast, drugs/drankoverlast en winkeldiefstal. Kijkend naar de recidive valt op dat de hardnekkigen voor regie niet vaker gedagvaard zijn dan de niethardnekkigen. Wel blijven ze plegen, waardoor ze niet uitstromen. Ook bij deze groep is een recidivedaling te zien, echter ligt deze daling lager dan bij de niethardnekkigen (38% vs. 50%). Elk regiejaar is ook een verdere daling van de recidive te zien. Met de partners wordt nog nader ingezoomd op deze groep waarbij o.a. wordt gekeken naar het effect dat wordt bereikt in relatie tot de gepleegde inspanningen. Figuur 2.6 Links het gemiddeld aantal dagvaardigen voor regie en
sinds start regie. Rechts de recidivedaling voor de hardnekkigen per regiejaar (n=44) voormeting (2 jaar voorafgaande start regie) nameting (sinds start regie tot peildatum)
2,3 2,1 1,8
-50%
-38%
1,7 1,5
1,6
1,3
2,2
2,2
1,1
1,3 1,0
1,3
hardnekkig (n=44)
0,8
1,1
niet hardnekkig (n=331)
-2
-1
voor regie
1
2
3
4
5
6
7
8
9*
vanaf start regie
* het 9e regiejaar betreft 24 personen ipv 44
19 Deze analyse is uitgevoerd op één persoon minder waardoor dit aantal op 43 hardnekkigen uit komt in plaats van 44.
16
2.2 Recidive aan de voorkant: politieregistraties van incidenten In het tweede deel van dit hoofdstuk wordt er een algemeen beeld geschetst van de criminaliteit waar Top600-personen bij betrokken zijn en met de politie in aanraking komen. Hiervoor is gekeken naar de geregistreerde incidenten voor Top600-personen die op 1 januari 2021 op de Top600-lijst stonden (500 personen). Het gaat om een selectie van alle incidenten (inclusief pogingen) met een pleegdatum in 2020 waarbij Top600-personen geregistreerd zijn als verdachte, betrokkene of slachtoffer.20
2.2.1 Algemene aantallen Meer registraties dan in 2019 In 2020 zijn er in totaal 2766 registraties van Top600-personen als verdachte, betrokkene of slachtoffer. Dit is meer dan in 2019, toen er in totaal 2385 registraties waren. Ook rekening houdend met het aantal personen op de lijst is er sprake van een (lichte) toename: het gemiddeld aantal registraties per persoon in 2020 is 5,5, in 2019 waren er gemiddeld 5,2 registraties per persoon. Overigens ligt het aantal registraties in 2020 nog altijd lager dan in 2018 (gemiddeld 6,1 registraties per persoon). Vooral toename registraties in rol betrokkene Top600-personen zijn in 2020 ongeveer even vaak geregistreerd in de rol van verdachte als in de rol van betrokkene. Ten opzichte van 2019 is vooral het aantal registraties in de rol van betrokkene toegenomen. Hierdoor maken deze incidenten ook een groter aandeel van de registraties uit (49% t.o.v. 43% in 2019). Zoals vanaf pagina 18 beschreven, gaat het vooral om een toename van overlastregistraties en andere type registraties die vermoedelijk gerelateerd zijn aan de coronamaatregelen. Het aantal incidenten in de rol van verdachte bleef ongeveer gelijk.21 Het aandeel registraties in de rol van slachtoffer is zeer klein (2%) en gelijk t.o.v. eerdere jaren. In 2020 zijn 46 Top600-personen bij één of meer incidenten als slachtoffer geregistreerd.
De meeste van hen – zes personen uitgezonderd – zijn ook bij één of meer incidenten als verdachte of betrokkene geregistreerd. Angelo veroorzaakt al jarenlang overlast in de binnenstad. Hij is dakloos en niet te handhaven binnen voorzieningen vanwege zijn psychiatrische problematiek. Bij instroom in de aanpak zet de regisseur alle partners om tafel om een creatieve oplossing te bedenken. Uiteindelijk wordt er een gedoogplek voor hem gevonden buiten het centrum en in de natuur. Hier komt Angelo tot rust en hij wordt niet meer gesignaleerd in het centrum. Op het moment van uitstroom komt hij niet meer in aanraking met de politie.
20 Top600-personen zijn in 2020 ook in andere rollen geregistreerd, zoals ‘signalering’, ‘getuige’ of ‘aangever’. De selectie op de
rollen verdachte, betrokkene en slachtoffer omvat 87% van de registraties in 2020 (3195 in totaal). 21 Zie tabel B4.1 in de bijlage4 voor een overzicht van de geregistreerde incidenten per jaar.
17
Toename registraties in april In april 2020 is er een piek te zien in het aantal registraties. Dit geldt zowel voor registraties in de rol van betrokkene als in de rol van verdachte. Vanaf het najaar nemen de registraties juist geleidelijk af (zie figuur 2.7). Dit is vergelijkbaar met het beeld van 2019. Figuur 2.7 Aantal politieregistraties Top600 personen per maand in 2020 350 300 250 200 150
100 50 0 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Aantal registraties wisselt sterk per persoon De registraties betreffen 401 unieke Top600-personen: 20% van de huidige Top600-lijst is in 2020 dus niet bij incidenten geregistreerd door de politie. Het aantal registraties verschilt bovendien sterk per persoon: van nul tot maar liefst 39 incidenten. De meerderheid van de Top600 (64%) is bij nul tot vijf incidenten geregistreerd, zie figuur 2.8. Verder valt op dat 83 personen (17% van de lijst) samen verantwoordelijk zijn voor bijna de helft van alle registraties (49%).22 Oftewel, het gemiddeld aantal registraties (5,5 per persoon) wordt sterk omhoog getrokken door een kleine groep van personen die vaker dan 10 keer geregistreerd zijn (zie ook tabel B4.2 en B4.3 in de bijlage). Met de partners wordt nog besproken of dit noopt tot nadere maatregelen op deze groep. In de bijlage zijn de kenmerken van deze groep van 83 personen verder in beeld gebracht. Figuur 2.8 Percentage Top600-personen naar aantal registraties in 2020
17% van de lijst is verantwoordelijk voor 49% van de registraties
44%
29% 22%
20%
23%
20%
16% 10% 3%
0% 0 incidenten
10%
1-5 incidenten
6-10 incidenten
%van hele Top600
11-15 incidenten 16-20 incidenten
3% meer dan 20 incidenten
verantwoordelijk voor % van registraties
22 Waarvan 50% in de rol van verdachte en 48% in de rol van betrokkene, een vergelijkbare verdeling als in de gehele groep.
18
2.2.2 Type delicten Top 10 meest voorkomende registraties In de top-10 registraties is er voor gekozen om alleen de misdrijven en de voor deze doelgroep relevante APV-overtreding voor nepdope te laten zien (bij elkaar 1365 registraties). Ruim de helft (51%) van de registraties betreft echter een ander type incidenten: voornamelijk registraties in de categorie maatschappelijke integriteit overig (vaak een ‘verdachte situatie’), verkeersovertredingen en APV-overtredingen.23 Mishandeling en overlast komen – evenals in 2019 – het vaakst voor. Zie figuur 2.9 waarin de tien vaakst voorkomende delict-categorieën, waarbij Top600-personen in 2020 zijn geregistreerd zijn weergegeven, onderverdeeld naar de rol waarin personen zijn geregistreerd. Drugs- en drankoverlast heeft ten opzichte van 2019 van plek gewisseld met overige vermogensdelicten. Daarnaast is in de figuur te zien dat het bij registraties van mishandeling en overlast vaak gaat om de rol van betrokkene en niet de rol van verdachte. Hierbij moet de kanttekening worden gemaakt dat bij de registraties voor mishandeling de rollen ten tijde van de eerste registratie vaak nog niet duidelijk zijn. Wapenhandel staat niet in de top-10, maar het aantal registraties is wel vergelijkbaar met 2019.
In 2020 is wapenhandel 41 keer door de politie geregistreerd (allen in de rol van verdachte), in 2019 ging het om 39 keer (beiden gemiddeld 0,08 registraties per persoon). Figuur 2.9 Top-10 meest voorkomende registraties naar delictscategorie, selectie misdrijven (n=1365) 1.4.5 Mishandeling
175
2.7.1 Overlast
240
2.1.1 Drugs/drankoverlast
122
1.6.2 Overige vermogensdelicten 4
98
1.4.4 Bedreiging 53
79
1.1.1 Diefstal/inbraak woning 3
255 240
102 87 71
3.1.1 Drugshandel
67
67
2.5.2 Winkeldiefstal
57
57
8
44
52
1.4.6 Straatroof 6
42
48
BETROKKENE
70
5 127
68
NEPDOPE (APV ASD)
10
SLACHTOFFER
VERDACHTE
TOTAAL
Incidenten als verdachte De meest voorkomende registratie voor misdrijven in de rol van verdachte betreft overige vermogensdelicten (98 incidenten). In 2019 was dit ook de vaakst voorkomende categorie. Het gaat dan voornamelijk om registraties voor heling (58%) en overige (eenvoudige) diefstal (25%). Daarnaast zijn Top600-personen in 2020 vaak als verdachte geregistreerd voor ‘bedreiging’ (79 incidenten) en ‘mishandeling’ (70 incidenten). ‘Diefstal/inbraak woning’ en ‘drugshandel’ – de
23 In bijlage 4 is een tabel te vinden van alle registraties naar delict-categorie, onderverdeeld naar de rollen waarin Top600-personen
zijn geregistreerd.
19
categorieën die vorig jaar na overige vermogensdelicten het vaakst voorkwamen in de rol van verdachte – volgen pas hierna, met respectievelijk 68 en 67 incidenten. Bij bijna een kwart van de geregistreerde incidenten (24%) is de Top600-persoon aangehouden. Toename registraties van overlast, mishandeling en ‘niet-misdrijven’ Er lijkt sprake te zijn van een toename in registraties van overlast en mishandeling ten opzichte van 2019. In 2020 zijn er 104 incidenten meer van overlast en 72 incidenten meer van mishandeling.24 Zoals gezegd gaat het bij deze typen delicten vaak om registraties als betrokkene. De toename in deze typen registraties is dus in lijn met de bevinding dat vooral incidenten waarbij personen als betrokkene zijn geregistreerd zijn toegenomen. Overlastincidenten zijn voornamelijk registraties van ‘overlast door jeugd’, en in mindere mate registraties van overlast door daklozen of verwarde personen. Overlastincidenten lijken daarnaast vooral vanaf april te zijn toegenomen. Een mogelijke verklaring voor deze toename zijn de coronamaatregelen die sinds half maart gelden, waardoor er meer aandacht is voor personen die bij elkaar op straat staan.25 Bij mishandeling gaat het vooral om registraties van ‘ruzie/twist (zonder vervolg)’.
Verder valt op dat er in 2020 een toename is in registraties in de categorieën maatschappelijke ‘integriteit overig’ (126 meer) en ‘weg overig’ (97 meer). Ook bij dit type incidenten wordt de rol van betrokkene vaak gebruikt, al komt ook verdachte vaak voor. Bij registraties in de categorieën ‘maatschappelijke integriteit overig’, ‘weg overig’ en ‘leefbaarheid overig’ lijkt een piek te zijn in het aantal incidenten te zijn in de maand april. Vermoedelijk betreffen dit Maatschappelijke Klassecategorieën26 die gebruikt zijn om overtredingen en andere observaties vanwege de coronamaatregelen te registreren. Daarnaast zijn er in 2020 iets meer registraties van Regisseur: ‘Ik heb iemand in drugs/drankoverlast (40 incidenten meer) en winkeldiefstal (29 regie die al enige tijd in de incidenten meer), maar juist minder incidenten van nepdope (25 aanpak zit en veel in beeld minder) en straatroof (19 minder) dan in 2019. Hierbij gaat het kwam bij politie voor echter om kleine verschillen. vermogens- en geweldsdelicten. Momenteel komt hij amper in beeld wat positief lijkt, maar ook zorgwekkend kan zijn. Maar we hebben wel het idee dat hij de positieve weg heeft gekozen.’
Interessant is verder dat diefstal/inbraak woning weliswaar is gedaald, maar dat het gaat om een heel klein verschil (15 incidenten minder), terwijl hier een effect te verwachten was van het gegeven dat sinds half maart veel mensen thuiswerken. Wel is te zien dat het aantal incidenten in de maanden april, mei en vanaf oktober relatief laag is (en in januari, juli en september juist relatief hoog). Gezien de kleine aantallen binnen deze categorie is echter geen goede vergelijking te maken.
24 Dit geldt ook als we rekening houden met het hogere aantal personen op de lijst: overlast is toegenomen van 0,3 naar 0,48
registraties per persoon, mishandeling van 0,4 naar 0,51 per persoon. 25 Bron: CBS Dashboard overlast in de buurt 2020. Melding overlast Jeugd. Geraadpleegd op 1 september 2021. Ook in het
trendbeeld 2020 van de Politie Amsterdam-Amstelland wordt gesproken over een toename van het aantal (jeugd-) overlastmeldingen in 2020. 26
Delictscategorieën die de politie hanteert bij het registreren van incidenten in het registratiesysteem BVH, ook wel MK-
categorieën genoemd.
20
In 2020 waren er 201 registraties van HIC-delicten en 290 registraties van DG-delicten.27 Bij de HICdelicten gaat het voornamelijk om diefstal/inbraak woning (71 registraties), gevolgd door straatroof (48 registraties). Bij de DG-delicten gaat het voornamelijk om geweldsdelicten, drugshandel werd 30 keer geregistreerd, wapenbezit 41 keer. In bijlage 4 is een nadere verdieping te vinden op de HICen DG-registraties.
2.2.3 Pleeglocaties Voornamelijk registraties in Amsterdam-Amstelland In totaal zijn er 1360 incidenten waarbij Top600-personen als verdachte zijn geregistreerd.28 Het merendeel hiervan (1132 registraties, 83%) heeft een pleeglocatie binnen Amsterdam of één van de Amstellandgemeenten. In 2019 was dit 88%. De overige incidenten (17%) hebben een pleeglocatie buiten Amsterdam. Het betreft veelal gemeenten in de nabije omgeving van Amsterdam, zoals Zaanstad (26 registraties), Almere (14 registraties), Haarlemmermeer (12 registraties), Stichtse Vecht en Teylingen (beide 9 registraties). Binnen de regio Amsterdam-Amstelland zijn de meeste registraties in stadsdeel Centrum en Oost. Bekeken wordt nog of op een later moment een nadere analyse kan worden uitgevoerd op het aantal registraties in Oost en Diemen. Figuur 2.10 pleeglocatie incidenten als verdachte binnen de Amstellandregio 29 22 gebieden gemeente Amsterdam stadsdeel n % Noord
42
4%
Oost
121
11%
Zuid
70
6%
West
91
8%
Nieuw-West
105
9%
Centrum
224
20%
Westpoort
1
0%
Zuidoost
110
10%
Amsterdam, postcode onbekend
320
28%
Totaal Amsterdam
1084
96%
Amstellandgemeente
n
%
Diemen
20
2%
Ouder-Amstel
10
1%
Amstelveen
17
2%
Uithoorn
1
0%
Aalsmeer
0
0%
Totaal Amstellandgemeenten
48
4%
1132
100%
Totaal Amstellandregio
27 Hierbij is alleen gekeken naar de MK-codes die binnen de Top600-criteria worden meegenomen bij HIC- of DG-delicten. In de
rest van dit stuk zijn de delict-categorieën van CBS gehanteerd. Hierin zijn meer MK-codes geïncludeerd, bijvoorbeeld in de categorieën mishandeling of drugshandel. 28 In deze analyse zijn alleen de registraties als verdachte meegenomen; analyse inclusief de registraties als betrokkene en
slachtoffer laten een vergelijkbaar beeld zien. 29 Kaart is obv postcode. Voor 318 van de 1084 registraties als verdachte binnen de gemeente Amsterdam is geen postcode
bekend en daarmee niet meegenomen.
21
3 Kwalitatief onderdeel: interviews regisseurs
Om inzicht te krijgen in de kwalitatieve resultaten van de Aanpak Top600 en Top400 zijn 20 regisseurs vanuit tien verschillende organisaties geïnterviewd. Het doel van deze interviews was om inzichten over de aanpak, maar ook aandachtspunten en verbeterpunten op te halen. Vanwege hun belangrijke positie door hun persoonlijk contact met personen in de aanpak en hun centrale rol te midden van alle betrokken organisaties, hebben regisseurs hier goed zicht op. Het betreft interviews met 21 Top600/Top400-regisseurs (van de in totaal circa 100 regisseurs) die zich vrijwillig hebben aangemeld. Het gaat dus om de mening van een deel van de regisseurs, waaruit we desalniettemin waardevolle inzichten, aandachtspunten en verbeterpunten voor de toekomst halen. Achtereenvolgens geven we inzicht in wat de regisseurs in de interviews hebben aangegeven ten aanzien van de drie doelstellingen van de aanpak, hun ervaringen met de penitentiaire inrichtingen (PI’s) en het belang van de aanpak voor hun eigen organisaties. We zetten de conclusies uit de interviews met regisseurs op een rijtje en ronden af met een blik op de toekomst en de aanbevelingen. Verminderen crimineel gedrag Nauwe samenwerking, langdurige aandacht en sturing door de regisseur Doelstelling 1 van de Aanpak Top600/Top400 is het voorkomen en verminderen van criminaliteit.
Uit de interviews komen hierover de volgende punten naar voren. De regisseurs geven aan dat de nauwe samenwerking tussen verschillende partners leidt tot intensievere aandacht voor de persoon in de aanpak en een betere uitwisseling van informatie. Uit de interviews komt voorts het beeld naar voren dat personen in de aanpak juist door deze nauwe samenwerking en continue aandacht van hun regisseur en de partners meer het gevoel hebben in de gaten te worden gehouden. Dit leidt ertoe dat zij minder ruimte voelen om delicten te plegen. De regisseur is hierin belangrijk als verbindende figuur tussen de partners en als stabiele, langdurige factor in het leven van de persoon. Juist het hebben van een zogenoemde lange adem is van belang, vooral als Regisseur: ‘Iemand uit mijn er sprake is van een vrijwillig kader. De regisseur heeft een belangrijke rol caseload heeft meerdere in het uitdagen van partijen om tot out-of-the-box maatregelen te komen. kinderen bij meerdere Niet alleen is de eindverantwoordelijkheid van de aanpak voor alle vrouwen. Veilig Thuis en partners op deze manier duidelijk belegd bij de regisseur, hij of zij zorgt er politie waren betrokken. Dan ook voor dat de aandacht niet verslapt en afspraken worden nagekomen.
heeft de regisseur een mooie Dit leidt vaak tot maatwerkoplossingen die beter aansluiten op de taak als spil hierin, als specifieke en vaak uiterst complexe situatie van de persoon. Door de korte coördinator tussen partijen. lijnen tussen de partners kan hierin ook worden doorgepakt en snel De samenwerking verliep worden gehandeld. Een goede regisseur maakt dat de Aanpak goed. Als er geen regisseur Top600/Top400 op deze wijze daadwerkelijk meer is dan slechts de som was, dan zou er niemand zijn der afzonderlijke delen. Uit de interviews komt het beeld naar voren dat die partijen op de hoogte juiste deze integraliteit en aansturing een belangrijke bijdrage kan leveren houdt van de stand van aan het verminderen van crimineel gedrag bij personen die in de aanpak zaken.’ zitten.
22
Omstandigheden rondom de persoon Omstandigheden rondom de persoon zelf, bepalen eveneens voor een belangrijk deel of het criminele gedrag vermindert. Niet alleen is het vertrouwen dat de persoon in de regisseur heeft van belang, de mate waarin hij of zij zich gehoord voelt door hulpverleners, zich gesteund voelt door familie en persoonlijk gemotiveerd is om niet te recidiveren zijn eveneens belangrijke factoren. Uit de interviews rijst het beeld dat afzonderlijke onderdelen juist in combinatie met elkaar tot resultaten kunnen leiden. Zo kunnen korte lijntjes met het OM en goede informatie-uitwisseling met politie leiden tot snelle en consequente straffen die van grote invloed kunnen zijn op vermindering van het crimineel gedrag. Daar waar dit gecombineerd wordt met maatwerkoplossingen binnen de zorg en persoonlijke leefomgeving van de persoon wordt, aldus verschillende regisseurs, de kans op recidivevermindering vergroot. Regisseurs beschouwen de politie als een van de belangrijkste partners, wiens professionaliteit en expertise mede het succes van de aanpak bepalen. Het op peil houden van de capaciteit is daarom punt van aandacht, ook om te voorkomen dat er minder onderzoeken worden opgestart en de doelstelling lik-op-stuk in de knel komt.
Daarnaast geldt dat veel personeelswisselingen, binnen alle partners, de informatie-uitwisseling maar ook de continuïteit van de aanpak (waarvoor langdurige betrokkenheid nodig is) kunnen bemoeilijken. Verbeteren toekomstperspectief Motivatie, verstandelijke beperking, omgeving van personen De interviews geven ook inzicht in de verschillende factoren die kunnen bijdragen aan het wel of niet slagen van de tweede doelstelling; het toekomstperspectief van de persoon in de aanpak te verbeteren. De persoonlijke motivatie van de persoon wordt veelvuldig genoemd als essentiële voorwaarde. Onder andere worden genoemd de persoonlijke wil om het anders te willen doen in het leven, motivatie om een opleiding af te ronden en karaktereigenschappen als doorzettingsvermogen en discipline wanneer het even tegenzit. De regisseurs schetsen een beeld dat het hier factoren betreft die niet altijd even makkelijk positief zijn te beïnvloeden, ondanks alle pogingen daartoe. Dit geldt evenzeer voor andere, meer verstandelijke, psychische en/ of systemische factoren. De (licht) verstandelijke beperking (lvb) bij veel personen in de aanpak (meer dan de helft) wordt door verschillende regisseurs genoemd als factor die het verbeteren van het toekomstperspectief in de weg kan staan.
Niet alleen kan sprake zijn van een beperkt zelfinzicht en beperkt vermogen de lange termijn gevolgen van hun keuzes in te zien, ook kan lvb problematiek het afronden van een opleiding en/of het vinden van een geschikte baan bemoeilijken. Dit schetst een beeld van een, ook door regisseurs, moeilijk te doorbreken vicieuze cirkel: het criminele pad behoudt een sterke aantrekkingskracht door het ‘grote geld’ dat het voor hen in het vooruitzicht heeft. Lvb en andere persoonlijke problematiek kan ervoor zorgen dat personen geen lange termijn inzicht krijgen in de gevolgen van hun daden en in alternatieve mogelijkheden die ze door de regisseur en andere hulpverleners worden aangereikt. Daarnaast bieden de thuissituatie en vrienden van de persoon vaak niet de positieve en stabiele omgeving die voor deze doelgroep juist zo van belang is. Regisseur: ‘Motivatie is een belangrijke succesfactor. Om mensen te motiveren is het als regisseur belangrijk om te vragen wat de persoon in kwestie zelf wil. Het is ook belangrijk dat andere zorgverleners dit ook doen. Hulp aanbieden vanuit de persoon.’