2. Monitor Dak- en Thuisloosheid van Bureau Onderzoek & Statistiek.pdf
Tekst van het document
Volgens hen zijn er tijdens de coronaperiode, toen gezinnen ook terecht konden in hotels, successen geboekt, omdat de juiste hulp toen kon worden ingezet. Jongeren die niet zelfredzaam worden geacht, kunnen terecht bij perMens, maar professionals van De Regenboog Groep zien dat hulpverlening ontbreekt voor jongeren die wel als zelfredzaam worden beoordeeld. Een trend onder deze groep is remigratie; jongvolwassenen die een Nederlands paspoort hebben en op bijvoorbeeld hun achttiende terugkomen naar Nederland en dakloos raken. Ook zien zij jongeren vanuit de jeugd- en pleegzorg, bij wie vanaf hun achttiende zorg wegvalt en die ook door de gemeente zelfredzaam worden geacht. Ook noemen zij dat een oplossing vinden voor jongvolwassen lastig is omdat de prijzen op de woningmarkt tegenwoordig voor hen niet betaalbaar zijn omdat zij een lager minimumloon en bijstand hebben.
29
Verder werd vanuit de Regenboog Groep benoemd dat er veel dakloze EU-burgers in Amsterdam zijn. Dit kwam ook naar voren uit het interview met de Straatalliantie. De Regenboog Groep stelt dat er voor deze groep eigenlijk geen voorzieningen zijn en dat daar nog veel te winnen valt. Op basis van rechtmatig verblijf hebben EU-burgers recht op gelijke behandeling als Nederlanders, wat betekent dat zij ook gebruik mogen maken van het hulpaanbod. De Regenboog Groep wil benadrukken dat dit recht nageleefd moet worden en dat dezelfde toegang tot hulp geregeld moet worden voor EU-burgers wanneer zij hier recht op hebben. Tegelijkertijd zien zij ook dat dit meer druk zet op de keten. Het aanbod moet volgens hen vergroot worden, omdat er een grotere groep is die hier gebruik van mag maken. Waardering voor Gemeente Amsterdam, maar er kan nog meer worden gedaan Professionals van De Regenboog Groep spraken hun waardering uit voor de gemeente Amsterdam en de pogingen die worden gedaan om te helpen en het probleem op te lossen. Zo was een initiatief waarbij economisch dakloze personen tijdelijk in de Stopera mochten huisvesten erg succesvol. Toch heeft dit geen vervolg gekregen. Ze vragen de gemeente dan ook om te kijken naar gemeentelijk vastgoed dat tijdelijk niet gebruikt wordt.
Ze erkennen ook dat de gemeente een ingewikkelde positie heeft, onder andere door de instroom in Amsterdam van economisch dakloze personen uit het buitenland zonder binding met de stad. Ze moedigen de gemeente ook aan om sommige problemen in Den Haag aan te kaarten. Dit doet de gemeente ook al best goed, volgens hen. Echter stellen zij dat leegstand wel iets is wat lokaal aangepakt kan worden. Verder zou het hen helpen als de gemeente het realiseren van opvangplekken en tijdelijke woonplekken makkelijker zou maken. De gemeente wil oplossingen faciliteren, maar ze komen bij De Regenboog Groep bij het realiseren hiervan veel horden op de weg tegen. Een centraal aanspreekpunt bij de gemeente hiervoor zou volgens hen helpen.
2.4.2 Tijd tot uitstroom naar duurzame woonplekken Tijd tot uitstroom verdubbeld, schaarste op de woningmarkt bemoeilijkt uitstroom De ambitie binnen de actielijn is binnen 9 maanden met een maximale uitlooptijd van 12 maanden iemand toe te helpen naar duurzame uitstroom, dat wil zeggen een vaste woonplek, binnen of buiten Amsterdam. Deze termijn van 9 tot 12 maanden wordt door de professionals niet als realistisch gezien. Het is eerder de uitzondering dan de regel dat iemand binnen dit termijn uitstroomt. Volgens de professionals gaat het om 1,5 tot 2 jaar voordat iemand duurzaam uitstroomt en dat blijkt ook wel uit de cijfers. HVO-Querido probeert hun team ook bij te brengen dat het doel niet altijd duurzame uitstroom hoeft te zijn, maar ook verder afglijden voorkomen. De ambitie is toewerken naar duurzame huisvesting, maar als dit het doel van het verblijf wordt leidt dit in hun ervaring vaak tot teleurstelling. Zowel professionals van HVO-Querido als De Regenboog Groep noemen ook dat De Buitenhof geen wondermiddel is voor uitstroom naar duurzame huisvesting. Dit heeft volgens hen te maken met de schaarste op de woningmarkt: de woningen zijn er simpelweg niet. “Ik denk ook dat het probleem vooral is dat het hele systeem verstopt zit. Je kan er op een gegeven moment wel in, maar als je er niet uit kan is ook de voordeur verstopt.
Dus ook daar is uiteindelijk de bottomline het gebrek aan betaalbare huisvesting het grote probleem. En daar loopt alles op vast. Echt alles.”
30
Een professional van de Straatalliantie benoemt ook het belang van intensieve begeleiding tijdens de tijdelijke opvang, zodat alle kansen worden benut om iemand uit te laten stromen naar een structurele oplossing. Maatwerk bij perspectief Economisch dakloze personen moeten vaak een langere periode overbruggen tot zij duurzaam kunnen uitstromen. Bij HVO-Querido vangen ze dit op doordat economisch dakloze personen op verschillende locaties kunnen verblijven. Ze noemen dit een gefaseerd product. Bij De Regenboog Groep verrichten professionals ook maatwerk om te voorkomen dat mensen weer op straat komen te staan en afglijden. Tijdelijke woningen zijn meestal voor een termijn van een jaar, waarna een tweede tijdelijk wonen traject niet mogelijk is. Ook hier kijken professionals bij perspectief op een woning naar andere overbruggingsmogelijkheden. Daarbij zien zij dat het soms voorkomt dat het voor personen na een jaar onderdak te hebben gehad en bij perspectief op een vaste plek het weer makkelijker is om een beroep te kunnen doen op hun netwerk.
2.4.3 Gerealiseerde uitstroom naar duurzame woonplekken Uitstroom binnen Amsterdam vooral onder voorrangsgroepen HVO-Querido professionals zien dat van de mensen die uitstromen, redelijk veel binnen Amsterdam en omstreken uitstromen. Dat zijn bijvoorbeeld mensen die onder een voorrangsgroep vallen, zoals Amsterdammers van 65 jaar en ouder of jongeren die een jongerenwoning kunnen krijgen. Ook is er bijvoorbeeld sinds dit jaar een speciale urgentiecategorie waarbij personen die hulpverlening nodig hebben en al wat hulp krijgen maar waarbij de behandeling nog niet kan worden gestart in Amsterdam kunnen blijven, zodat de hulpverlening kan worden doorgepakt. Echter noemen zij ook dat deze oplossingen voor specifieke groepen het ook ingewikkeld kunnen maken, omdat de groep economisch dakloze personen heel breed is. Volgens hen is de lijn tussen de groep die de MO, met name de omslagwoningen, ingaat en de groep die bij hen binnenkomt erg dun. Zoals eerder genoemd, zijn de mensen die bij HVO-Querido komen ook vaak ook personen die op meerdere leefgebieden ondersteuning nodig hebben. Ook merkt een professional dat er verdeeldheid bestaat onder economisch dakloze personen en dat er veel wordt vergeleken. Bijvoorbeeld wanneer vluchtelingen huisvesting aangeboden krijgen maar zij niet, of wanneer iemand anders uit een community die zij kennen dit krijgt.
Ook zien zij mensen die boos zijn op het systeem omdat zij niet als kwetsbaar worden gescreend en daardoor niet in Amsterdam kunnen blijven maar moeten reageren op woningen buiten Amsterdam. Het voelt dan alsof het te goed met hen gaat en dat zij daardoor naar de andere kant van het land moeten. Dit kan volgens hen als gevolg hebben dat mensen zich ‘zielig’ voor gaan doen. Liever binnen dan buiten Amsterdam De gemeente heeft het initiatief Wonen buiten Amsterdam opgezet, waarbij wordt gekeken of er woonoplossingen zijn te vinden buiten de stad. Bij zowel De Regenboog Groep als HVO-Querido merken ze dat de meeste economisch dakloze personen de voorkeur geven aan niet uit Amsterdam vertrekken en al helemaal niet naar een ‘dorpje’ te moeten verhuizen. Mensen hebben hun leven, werk en netwerk in Amsterdam. Bij HVO-Querido zien ze dat mensen liever verhuizen naar de andere grote steden, als Amsterdam echt niet lukt. Echter is huisvesting vinden daar ook lastig, waardoor dit geen realistisch perspectief biedt. Ook kan het accepteren dat Amsterdam of andere steden in de buurt geen optie zijn een
31
langdurig proces zijn. Daarnaast noemen ze het moeten reageren op woningen via verschillende websites een dagtaak. Vooral als dit gecombineerd moet worden met een baan of het opvoeden van kinderen of andere taken. Daarbij is niet iedereen digitaal vaardig of is er sprake van een taalbarrière wat dit proces bemoeilijkt. Wanneer iemand dan toch zo ver is om te verhuizen naar een andere plek, hebben zowel De Regenboog Groep als HVO-Querido ervaring met gemeenten die de dakloze Amsterdammers weigeren, bijvoorbeeld op basis van gebrek aan binding of het hebben van een postadres. Er wordt nu stedelijk gewerkt, maar de Regenboog Groep vraagt zich af of dit misschien niet landelijk hoort. Waarbij er meer samen wordt opgetrokken en men elkaar beter kan leren kennen. Een professional bij De Regenboog Groep noemt hierbij als verbeterpunt dat hier ook een werk component bij moet komen, die wordt gekoppeld aan de woonplek. De professional vraagt zich af waarom mensen niet hun werk kunnen meenemen naar een andere gemeente waar ze gaan wonen en stelt voor om afspraken te maken met grote ketens die dat kunnen faciliteren.
2.4.4 Overige bevindingen van professionals Problemen rondom briefadressen Bij de Regenbooggroep lopen zij tegen problemen aan rondom briefadressen. Zij zien dat het veel mensen in de praktijk niet lukt om een briefadres te krijgen. Ook met hun ondersteuning komt het soms niet van de grond. De doorlooptijd van de aanvraag kan lang zijn. Zij noemen situaties waarbij maanden gewacht moet worden. Zij zien dat in de tussentijd, wanneer er nog geen briefadres is, problemen zich opstapelen. Er kan geen uitkering worden uitgevraagd en schulden bouwen zich op omdat er bijvoorbeeld geen zorgverzekering kan worden afgesloten. Ook moet bij de aanvraag worden opgegeven waar iemand buiten verblijft. Dit wordt gecheckt door handhaving maar kan voor problemen zorgen wanneer iemand op een opgegeven plek wordt weggestuurd door een andere handhaver. Ook uit het interview met de Straatalliantie kwamen problemen met het aanvragen van briefadressen naar voren. Een professional legde uit dat het proces altijd al rommelig is geweest en dat het voor mensen onduidelijk was waar ze moesten zijn voor een briefadres. De nieuwe procedure is volgens hen nog steeds onduidelijk en zij zien ook onduidelijkheid bij de gemeente hierover. Ook geven zij aan dat er veel moet worden aangetoond voordat je een briefadres krijgt.
Waar zij voorheen binnen een aantal weken een briefadres konden regelen voor iemand, doen zij daar nu soms maanden over. Mensen moeten acht weken wachten op de uitslag van hun aanvraag. Dit terwijl iemand die zich meldt bij de Jan van Galenstraat en een aanvraag doet voor een briefadres én een uitkering volgens hen vrijwel meteen de uitslag hoort en er met geluk binnen één á twee weken een postvak is geopend. Dit lange proces en ook de vragen die zij hierover krijgen vanuit buurteams levert hun een hoop werk op. Burgers worden soms verkeerd geïnformeerd bij het buurtteam Een professional bij HVO-Querido heeft gemerkt dat hulpverleners, bijvoorbeeld bij de buurtteams, denken dat HVO-Querido een huis kan regelen voor economisch dakloze personen. HVO-Querido breed kunnen zij ook ‘huizen regelen’, maar niet voor de doelgroep economisch dakloze personen, aldus de professional. Toch wordt dit gecommuniceerd naar
32
de cliënt, die vervolgens te horen moet krijgen dat dit niet geregeld kan worden. Dat werkt demotiverend, zien zij. Een professional van de Straatalliantie merkt op dat de buurtteams burgers niet altijd goed adviseren als het over dakloosheid gaat. Volgens deze professional worden buurtteams geacht om antwoord te kunnen geven op alle vragen van burgers, maar is dakloosheid zo specifiek dat er niet van buurteams gevraagd kan worden dat zij daar ook alles vanaf weten. Hierdoor ziet de professional dat burgers verkeerd geadviseerd worden en er nog grotere problemen ontstaan. Ondanks samenwerking buurtteam toename aanmeldingen bij De Regenboog Groep Als toelichting op hun cijfers geeft een professional van De Regenboog Groep aan dat ze een toename zien in het aantal aanmeldingen, terwijl ze een afname zouden verwachten omdat ze steeds meer met de buurtteams samenwerken en het grootste deel door hen geholpen zou moeten worden. Zorgprobleem is woonprobleem De professionals van De Regenboog Groep stellen dat zij mensen begeleiden die in essentie niet perse begeleiding nodig hebben. Zij stellen dat we een zorgprobleem creëren dat eigenlijk een woonprobleem is. Doorstroom naar passantenpensions verbeterpunt HVO-Querido Als verbeterpunt voor henzelf noemt een professional bij HVO-Querido de doorstroming naar de pensions vanuit Boerhave.
De afgelopen tijd heeft HVO-Querido snel achter elkaar lege plekken in pensions gehad en nieuwe locaties geopend. Wanneer de situatie van een cliënt bij de Boerhave snel duidelijk is en er snel kan worden ingeschat of iemand er klaar voor is om naar een pension door te stromen, kunnen zij sneller lege plekken in deze pensions vullen.
2.5 Dak- en thuisloze Amsterdammers over aanbod woonoplossingen Meetellen heeft gesproken met Amsterdammers die vanwege verscheidene redenen in een dak- op thuisloze situatie terecht zijn gekomen. De onderstaande bevindingen gaan niet alleen over economisch dakloze personen. Wel benoemt Meetellen dat economische factoren bijna altijd een rol spelen bij dakloosheid.
2.5.1 Aantal (tijdelijke) woonplekken voor economisch dakloze personen Ontoereikende capaciteit aan voorzieningen, wel tevreden over hulpverleners Uit interviews die Meetellen in 2023 heeft gehouden met dak- en thuisloze personen blijkt dat zij gebruik maken van verschillende woonoplossingen en opvangvoorzieningen. De capaciteit van deze voorzieningen is echter niet toereikend, waardoor zij niet ergens terecht kunnen of dat het lang duurt voordat er plek is. Dit hoorde Meetellen ook terug in interviews uit de tweede tranche in 2023. In interviews uit de derde tranche in 2024 komt naar voren dat respondenten die als zelfredzaam worden beschouwd vaak nergens terecht kunnen en het gevoel hebben overal weggestuurd te worden. Zij ervaren een gebrek aan mogelijkheden en perspectief.
33
Respondenten die ondersteuning ontvingen vanuit De Regenboog Groep in het project Tijdelijk Onderdak zijn hier over het algemeen tevreden over. Ze hebben een goede verstandhouding met hun begeleider en vinden het fijn dat er rekening wordt gehouden met wensen die zij hebben. Zij geven echter ook aan dat het soms lang kan duren voordat ze bij vragen antwoord krijgen vanuit De Regenboog Groep en dat zij hen niet kunnen helpen bij technische mankementen aan de woning (Meetellen, 2022). 2.5.2 Uitstroom naar duurzame woonplekken Geen vooruitzicht op duurzame woonplek, opvang gaat soms gepaard met gevoel van onveiligheid In zowel 2023 als 2024 heeft Meetellen mensen gesproken die een tijdelijke woning van De Regenboog Groep of een passantenhotel moesten verlaten, zonder dat er een andere oplossing gevonden was. Sommigen kwamen hierdoor opnieuw op straat terecht of op andere tijdelijke (en onzekere) woonplekken, zoals anti-kraak of een tijdelijk huurcontract. Anderen moesten opnieuw een beroep doen op het eigen netwerk. De ondersteuning vanuit Tijdelijk Onderdak of een passantenhotel stopte meestal ook. Mensen verliezen zo soms alle hoop, waardoor ook lichamelijke en/of mentale gezondheid van deze respondenten achteruit gaat.
Sommigen respondenten geven ook aan zich onveilig te voelen in opvanglocaties. Zij vinden dat medewerkers niet altijd voldoende aandacht hebben voor de veiligheid of niet voldoende zijn toegerust op het omgaan met de problematiek van de mensen in de opvang. Op opvanglocaties komen respondenten in aanraking met geweld, agressie, alcohol- en drugsgebruik. Soms moeten zij een kamer delen met iemand die zware psychiatrische problemen heeft. Ook geven sommige respondenten aan hoe ze in de opvang in een neerwaartse spiraal zijn gekomen, gepaard met drugsgebruik of depressie. Plekken die vaker worden genoemd als plekken waar mensen zich onveilig voelen zijn de Transformatorweg, het Stoelenproject en verschillende 24-uurs opvanglocaties. Over het algemeen worden de opvanglocaties speciaal voor gezinnen en jongeren wel als veilige plekken ervaren.
Willen liever niet buiten Amsterdam Uit de tweede tranche van het onderzoek van Meetellen in 2023 blijkt dat hulpverleners steeds vaker dak- en thuisloze personen aanbieden te helpen met het zoeken naar een woning buiten Amsterdam. Zij zien dit vaak niet als een optie omdat ze zich thuis voelen in Amsterdam en er binding mee hebben. Zij wonen bijvoorbeeld al jaren in Amsterdam, hebben een baan of (jonge) kinderen bij een ex-partner of familie die hier wonen. Het ‘aandringen’ op zoeken naar een huis buiten Amsterdam geeft sommigen het gevoel dat zij niet welkom zijn in Amsterdam of dat ze als Amsterdammer onderaan de hiërarchie staan. Er zijn ook personen voor wie verhuizen uit Amsterdam wel een optie is. Dit betekent echter niet dat dit in de praktijk ook snel te realiseren is. Een geïnterviewde in 2024 geeft aan dat de bureaucratie rondom het aanvragen van een uitkering in de nieuwe woonplaats tot gevolg had dat deze persoon tijdelijk zonder inkomen kwam te zitten, met financiële problemen als gevolg.
34
3 Goede ondersteuning op maat
Deze programmalijn heeft betrekking op het bieden van ondersteuning op maat aan personen die beperkt zelfredzaam zijn en niet zelfstandig kunnen wonen en aan personen die vanwege hun meervoudige complexe problematiek begeleiding nodig hebben. In dit onderzoek gaan we in op onderstaande vormen van ondersteuning:
Te monitoren ambitie bij deze programmalijn: Goede dynamiek, snelle in – en uitstroom (doorstroom binnen de keten beschermd verblijf en begeleiding thuis) en duurzame uitstroom. Indicatoren: Instroom: wachtlijst beschermd verblijf en begeleiding thuis (BVBT), aantal en duur op de wachtlijst. Instroom: aantal cliënten BVBT. Doorstroom: verblijfs-/zorgduur (gemiddeld aantal maanden). Duurzame uitstroom: hoeveelheid heraanmelders BVBT. Dat wil zeggen als diegene minimaal 3 en maximaal 24 maanden na (positieve) afsluiting van de BVBTvoorziening weer terugkomt op de wachtlijst voor een BVBT-voorziening. Bij deze indicatoren kijken we naar de ontwikkelingen en vergelijken de situatie op de peildatum, in het geval van Trajectus 1-7-2024, met 12 maanden terug (1-7-2023). Hierover zijn niet altijd cijfers beschikbaar en dan wordt er gekeken naar 3 maanden terug, namelijk de situatie op 1-4-2024. Beschermd verblijf (BV) is bedoeld voor mensen (en hun eventuele kinderen) die beperkt zelfredzaam zijn en niet in staat zijn om zelfstandig te wonen. Zij krijgen (tijdelijk) de zorg en bescherming van een 24-uurs voorziening. Het gaat om mensen met complexe problematiek op 1 of meer gebieden. De begeleiding is onder andere gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en het toewerken naar een mogelijke volgende stap van zelfstandiger wonen.
De toegang tot beschermd verblijf verloopt via de Centrale Toegang van de GGD. Begeleid thuis (BT) is bedoeld voor mensen die zelfstandig kunnen wonen met begeleiding. Zij krijgen begeleiding die plaatsvindt in hun eigen huis of op een andere, stabiele woonplek
35
waar zij enige tijd verblijven. Er is daarbij sprake van meervoudige complexe problematiek op meerdere gebieden. Cliënten krijgen begeleiding op diverse levensgebieden waaronder werk, het voeren van een huishouden en geestelijke en lichamelijke gezondheid. Toegang tot begeleid thuis loopt via Buurtteam Amsterdam. Toegang tot begeleid thuis met wooncomponent loopt via de Centrale Toegang van de GGD. Zie: Beschermd verblijf en begeleid thuis - Sociaal Domein
3.1 Wachtlijsten, wachttijden en wachtlijstbegeleiding Langere wachtlijst voor beschermd verblijf, met uitzondering voor gezinnen Het aantal personen op de wachtlijst voor beschermd verblijf (BV) is in vergelijking met 12 maanden terug gestegen: van 610 begin juli 2023 naar 840 begin juli 2024 (+38%). Dat geldt in ongeveer gelijke mate voor (jong)volwassenen, maar niet voor gezinnen (zie figuur 3.1). Voor gezinnen nam de wachtlijst de afgelopen 12 maanden iets af (van 37 naar 34, -8%). In vergelijking met drie maanden terug is er niet veel veranderd in de aantallen op de wachtlijst, alleen nam het aantal overige volwassenen op de wachtlijst iets toe (+26, +4%). Figuur 3.1 Aantallen op de wachtlijst voor beschermd verblijf naar doelgroep 900 800
33
700
140
600 500
34 140
Gezinnen Jongvolwassenen
37 97
Volwassenen
400 300 200
641
667
1-4-2024
1-7-2024
476
100 0
1-7-2023
bron: Trajectus, bewerking O&S
Wachtduur beschermd verblijf iets afgenomen, maar niet voor gezinnen en jongvolwassenen De gemiddelde duur op de wachtlijst voor beschermd verblijf bedraagt op 1 juli 2024 11,7 maanden en is iets afgenomen ten opzichte van 12 maanden terug (was toen 13 maanden, zie figuur 3.2). De gemiddelde wachtduur voor gezinnen en jongvolwassenen is weliswaar korter dan voor overige volwassenen, maar is niet afgenomen.
36
Figuur 3.2 Gemiddelde wachttijd op de wachtlijst beschermd verblijf per doelgroep (in maanden) 16 1-7-2023 14 12
15 13 12
10
1-4-2024
13 12
1-7-2024
11
8
8 7
6
7
6 6
4 2 0
0 Totaal
Volwassenen
Jongvolwassenen
Gezinnen
N.B. De gemiddelde duur op de wachtlijst van gezinnen is niet bekend voor 12 maanden terug voor de peildatum, alleen voor 3 maanden ervoor. bron: Trajectus, bewerking O&S
Minder gezinnen op wachtlijsten voor begeleid thuis, maar voor ‘groep’ toegenomen Het aantal mensen op de wachtlijst voor begeleid thuis (BT) is het grootst voor BT wonen, namelijk 741 (op 1 juli 2024), en is in vergelijking met 12 maanden terug ongeveer gelijk gebleven. Voor BT omslag staan 346 mensen op de wachtlijst en is het aantal in die periode met 11 procent afgenomen. Bij BT individueel zien we een ongeveer even grote afname (9%) en staan 155 mensen op de wachtlijst. De wachtlijst voor BT groep is juist toegenomen: van 199 naar 258 (+30%). Voor BT zonder wooncomponent is geen informatie over de wachtlijst beschikbaar. Zoomen we in op de verschillende groepen, dan valt op dat het aantal gezinnen op de wachtlijsten het sterkst is afgenomen.
37
Figuur 3.3 Aantallen op de wachtlijst voor begeleid thuis naar soort en doelgroep 800 700
74
600
117
31 Gezinnen
119
Jongvolwassenen 500 Volwassenen 400 300
33 23 553
10 32
591
200 100 0
1-7-2023
1-7-2024
Met wonen
23 29
13 12
118
130
1-7-2023
1-7-2024
Individueel
332
304
10 75
20 66
173
113 1-7-2023
1-7-2024
Omslag
1-7-2023
1-7-2024
Groep
bron: Trajectus, bewerking O&S
Wachtduur begeleid thuis toegenomen, behalve bij ‘individueel’, vooral voor gezinnen De gemiddelde tijd dat iemand op de wachtlijst staat voor begeleid thuis (BT) verschilt per type begeleiding en varieert van gemiddeld afgerond 8 maanden (omslag) tot gemiddeld afgerond 13 maanden (individueel). Voor BT zonder wooncomponent is geen informatie over de duur van de wachttijd beschikbaar. Bij BT wonen nam de wachttijd de afgelopen 3 maanden toe, evenals bij BT groep (de afgelopen 12 maanden), en BT omslag (zie figuur 3.4). Bij BT individueel bleef de gemiddelde wachttijd ongeveer gelijk (rond 13 maanden). Bij al deze vormen van BT zien we vooral een toename in de wachttijd voor gezinnen, bij BT omslag en bij BT wonen het sterkst. Bij BT omslag valt naast de sterke toename voor gezinnen ook de toename in wachttijd voor jongvolwassenen op.
38
Figuur 3.4 Gemiddelde wachtduur op de wachtlijst begeleid thuis per doelgroep (in maanden) 16 Totaal 14 14 13
12
12 11 10
10 8 6
10 9
9
Volwassenen
14
13 13
13
Jongvolwassenen
12 1111
11
9
8 7
7 6
Gezinnen
10 8
8
88
7
7
7
8
5
4
4
2 0
1-4-2024 1-7-2024 1-4-2024 1-7-2024 1-4-2024 1-7-2024 1-7-2023 1-7-2024 Met wonen*
Individueel*
* Er zijn geen cijfers bekend over 1-7-2023
Omslag*
Groep
bron: Trajectus, bewerking O&S
Wachtlijstbegeleiding; rond 350 trajecten maar ook lange wachtlijst Degene die een beschikking bij de Centrale Toegang voor BVBT hebben gekregen komen in aanmerking voor wachtlijstbegeleiding. Het aantal trajecten wachtlijstbegeleiding schommelt per maand (zie figuur 3.5). In september 2024 ging het om 351 trajecten. Bij de wachtlijstbegeleiding gaat het in 6 op 10 gevallen om Reguliere begeleiding en 4 op de 10 gevallen om Vinger aan de Pols trajecten. Er is een wachtlijst voor de wachtlijstbegeleiding: in september 2024 staan er 504 mensen op deze wachtlijst. Dat is een sterke toename ten opzichte van de eerder maanden in 2024 waar het aantal wachtenden schommelde tussen de 351 en 381 (zie figuur 3.5). Bij de wachtlijst gaat het in ongeveer 9 op de 10 wachtenden om Regulier en Complex en 1 op de 10 om Vinger aan de Pols begeleiding.
39
Figuur 3.5 Wachtlijstbegeleiding en wachtlijst daarvoor in 2024 (t/m september**) 600 506
in begeleiding Regulier & Complex
500
381
400 351 340
337
361 334
300 332
328
326
218 200 188
201
374 350 343
177
376 338 330
193
365 350 343
in begeleiding Vinger aan de Pols
379 351 319
343
311
177
200
207
totaal aantal trajecten*
cliënten op wachtlijst voor wachtlijstbegeleiding
100
0 januari
februari
maart
april
mei
juni
aug. september
*Het aantal trajecten is geen optelling van twee genoemde begeleidingsvormen. Dat komt omdat er in een traject meerdere vinger-aan-de-pols trajecten plaats kunnen vinden. **Gegevens over de maand juli zijn niet beschikbaar. bron: Trajectus, bewerking O&S
3.2 Aantal plekken en verblijfsduur Ruim 900 plekken beschermd verblijf en gemiddeld verblijf van ruim 2,5 jaar Het aantal plekken bij beschermd verblijf (BV) is in vergelijking met de afgelopen drie maanden nauwelijks veranderd, van 914 naar 924. Dat geldt ook voor de afzonderlijke groepen. Cijfers over de afgelopen 12 maanden zijn niet beschikbaar.
40
Figuur 3.6 Aantal plekken beschermd verblijf per doelgroep 1.000
Gezinnen
900
56
56
Jongvolwassenen
800
100
103
Volwassenen
758
766
1-4-2024
1-7-2024
700 600 500 400 300 200 100 0
bron: Trajectus, bewerking O&S
De gemiddelde duur van de zorg bij beschermd verblijf is in vergelijking met drie maanden terug iets toegenomen (+0,8 maand) en bedraag nu 31,6 maanden, dat komt neer op ruim 2,5 jaar. De verblijfsduur van jongvolwassenen is met gemiddeld 12,3 maanden aanmerkelijk korter dan die onder overige volwassenen en gezinnen (beide 35,3 maanden). Figuur 3.7 Gemiddelde duur zorg beschermd verblijf per doelgroep (in maanden) 40 35
35 31
35
35
35
1-4-2024
32
30 1-7-2024 25 20 15 11
12
10 5 0
Totaal
Volwassenen
Jongvolwassenen
Gezinnen
41
bron: Trajectus, bewerking O&S
Aantal cliënten begeleid thuis iets gedaald Het totaal aantal cliënten begeleid thuis is in juli 2024 ten opzichte van juli 2023 gedaald: van 3.762 naar 3.613 (-4%). De vorm van begeleid thuis met wonen kent de meeste cliënten: 2.437 in juli 2024 (zie figuur 3.8). Het aantal cliënten is voor alle type begeleiding gedaald, met uitzondering van begeleiding voor groepen waar het ongeveer gelijk bleef en voor begeleiding zonder wooncomponent nam het toe (+27%). In de verhouding tussen de groepen (gezinnen, jongvolwassenen en overige volwassenen) is daarbinnen weinig veranderd. Figuur 3.8 Aantal plekken begeleid thuis per doelgroep 3.000 366 2.500
187
Gezinnen
293 168
2.000
Jongvolwassenen 249 36
1.500
1.000
2.280 1.976 89 48
500
590 0
Volwassenen
194 40
1.451 73 27
1.370 30 104 241
413
27 104 213
929
1.176
1-7-'23 1-7-'24 1-7-'23 1-7-'24 1-7-'23 1-7-'24 1-7-'23 1-7-'24 1-7-'23 1-7-'24 Met wonen
Individueel
Omslag
Groep
Zonder wooncomponent*
*voor BT zonder wooncomponent zijn geen gegevens over de subgroepen beschikbaar, het betreft hier het totaal aantal bron: Trajectus, bewerking O&S
De gemiddelde duur van de zorg bij begeleid thuis is sterk afhankelijk van het type begeleiding en varieert op 1 juli 2024 van tussen de 1 tot 2 jaar (15 maanden bij zonder wooncomponent en 23 bij groepsbegeleiding) tot tussen de 3 en 4 jaar (47 maanden bij omslag, 42 bij wonen en 39 bij individueel, zie figuur 3.9). In het algemeen is de duur van de trajecten BT gemiddeld het kortst bij jongvolwassenen. Er is in vergelijking met drie maanden geleden weinig veranderd in de gemiddelde duur van de trajecten, ook niet voor de verschillende subgroepen. Cijfers over 12 maanden geleden zijn niet beschikbaar.
42
Figuur 3.9 Gemiddelde duur zorg begeleid thuis per doelgroep (in maanden) 60
50 45 42
45 41
45 41 39
41
40 33
38
Jongvolwassenen
18
19
30
30
27
18
Volwassenen 39
35
30
20
Totaal
49 47
47 45
21
23
Gezinnen
28
25
23
22 16 14
1616
1-42024
1-72024
13
15
10
0
1-42024
1-72024
Met wonen
1-42024
1-72024
Individueel
1-42024
1-72024
Omslag
1-42024
1-72024
Groep Zonder wooncomponent*
*Er zijn geen cijfers beschikbaar voor de afzonderlijke doelgroepen voor BT zonder wooncomponent N.B. Wanneer de omslagwoning op naam van de cliënt komt te staan, de zogenoemde omklap, eindigt meestal ook het traject Zorg met verblijf. De zorgaanbieder informeert de veldregisseur van de GGD zodat deze het traject in Trajectus kan afsluiten. Soms blijft de zorgaanbieder de cliënt nog enige tijd lichte ondersteuning bieden. In dat geval volgt de uitstroom uit Zorg met verblijf pas na het einde van deze periode. Zie: Omslagroute - Homepage bron: Trajectus, bewerking O&S
3.3 Duurzame uitstroom Duurzame uitstroom is een van de doelstellingen van de Aanpak Dakloosheid. Het streven daarbij is dat er geen heraanmelders zijn na uitstroom uit de BVBT-keten. Iemand is gedefinieerd als een heraanmelder in de BVBT-keten als diegene minimaal 3 en maximaal 24 maanden na (positieve) afsluiting van de BVBT-voorziening weer terugkomt op de wachtlijst voor een BVBT-voorziening. Aantal heraanmelders toegenomen Het aantal unieke heraanmelders voor de gehele BVBT-keten is 136 in 2024. Dit is een stijging ten opzichte van 2023 waar het om 72 unieke heraanmelders ging. Deze stijging is deels te verklaren door twee verschillen in de analysemethode ten opzichte van 2023. In de analyse over 2023 is destijds het product Begeleid Thuis zonder wooncomponent niet meegenomen en dit jaar wel. Als je deze groep wederom niet meeneemt, gaat het om 100 heraanmelders in 2024 versus 72 in 2023, wat eveneens neerkomt op een stijging. Daarnaast is in de analyse voor 2023 de tijd tussen de datum van het einde van de zorg en de start van de zorg gebruikt. In de analyse over 2024 is de tijd tussen het einde van de zorg en het afgeven van een beschikking genomen. Daarmee houd je rekening met de lange wachttijd voordat een cliënt instroomt, en neem je ook mensen mee die zich in die tijd opnieuw hebben aangemeld.
43
3.4 Professionals over goede ondersteuning op maat 3.4.1 Wachtlijsten en wachtlijstbegeleiding Veel frustratie over lange wachttijden De geïnterviewde professionals bij De Regenboog Groep zien als grootste probleem bij BVBT dat je er niet in komt of dat het heel lang duurt eer je een plek hebt. De capaciteit is totaal niet toereikend en er is heel veel vraag. Zij zouden meer hulp willen bieden, maar de aanbieders zitten echt volledig aan hun taks. Ook bij de Straatalliantie komen ze veel kwetsbare mensen tegen die lang moeten wachten op een opvangplek en buiten moeten slapen. In de tussentijd kan iemand nog wel eens terecht in de dag- en nachtopvang maar daar is ook een wachtlijst voor. Wel is het positief dat er vanaf december winteropvang is en de winterkouderegeling. Maar de Straatalliantie pleit voor dit soort opvang het hele jaar door. De frustratie bij cliënten zit soms hoog omdat de wachtlijsten na de beschikking zo lang zijn, aldus een medewerker van de wachtlijstbegeleiding. Na gemiddeld 9 maanden (bij HVOQuerido) wordt een cliënt pas gebeld en dan moet het contact echt hersteld worden, het vertrouwen moet worden teruggewonnen. Anderhalf jaar geleden was die wachtlijst nog niet zo lang. Soms lopen beschikkingen af tijdens het wachten en moet een herbeschikking bij de Centrale Toegang worden aangevraagd.
Nu worden er wel voor langere tijd beschikkingen bij de Centrale Toegang gemaakt. Wachtlijstbegeleiding belangrijk, maar helaas lang niet voor iedereen beschikbaar Door verschillende geïnterviewde professionals is genoemd dat het goed is dat er wachtlijstbegeleiding is maar dat het een groot probleem is dat mensen geen begeleiding krijgen omdat er een wachtlijst voor de wachtlijstbegeleiding is. De begeleiding komt daardoor vaak te laat en juiste begeleiding is voor iemand belangrijk om het herstel in gang te zetten. Het gaat immers om kwetsbare mensen. Een medewerker van de wachtlijstbegeleiding gaf aan dat er een capaciteitsprobleem is, er is onvoldoende geld beschikbaar en er is meer vraag dan aanbod. Zij hoort wel via begeleiders dat cliënten blij zijn met de begeleiding en dat ze beter voorbereid zijn door de wachtlijstbegeleiding. Er wordt ook maatwerk geleverd, de begeleiding is gemiddeld 3 uur maar ligt naar behoefte lager of hoger. 3.4.2 Aantal cliënten en verblijfsduur Ervaringen Centrale Toegang; toename in oneigenlijke aanvragen en te weinig aanbod voor kwetsbare gezinnen Bij de Centrale Toegang (CT) van de GGD voor jongvolwassenen en gezinnen zien ze een toename in oneigenlijke aanvragen voor BVBT die binnenkomen via de buurtteams en huisartsen. Het gaat daarbij om mensen die primair een woonprobleem hebben en waarvoor maatschappelijke opvang niet bedoeld is.
Zij horen ook regelmatig terug van buurtteams dat zij geen tijd en capaciteit hebben om goed uit te vragen waardoor het ook soms onterecht alleen een woonprobleem lijkt. Er is niet bij iedereen in de buurtteams evenveel kennis aanwezig hierover. Het contact verloopt ook wisselend per medewerker. Doordat de criteria voor noodopvang voor gezinnen zijn veranderd (van 2 naar 4 jaar inschrijving Amsterdam) gaan mensen ook eerder naar het buurtteam. De Centrale Toegang loopt er ook tegenaan
44
dat er te weinig aanbod is voor kwetsbare gezinnen waarbij sprake is van een verstandelijke beperking. Verder kwam in het interview naar voren dat het registratiesysteem Trajectus als lastig en log wordt ervaren. Je kunt bijvoorbeeld niet een aanmelding doorgeven aan een collega (het staat op naam van een medewerker) en het systeem wordt ook niet altijd goed bijgehouden. Als intern verbeterpunt vanuit CT is genoemd dat ze hun cliënten beter willen betrekken in het proces en hen betere terugkoppeling willen geven. Betere samenwerking gemeentelijke instanties nodig Vanuit de Straatalliantie kwam naar voren dat de GGD (Centrale Toegang) en WPI, beide gemeentelijke instanties, volgens hen langs elkaar heen bewegen. “Bijvoorbeeld, iemand heeft wel een beschikking voor maatschappelijke opvang, maar dan wordt de uitkering afgewezen omdat ze je niet hebben kunnen vinden. Dus dan ga je dat hele traject in, maar dan kan je dus ook niet gebruik maken van je opvangbeschikking ….. Terwijl je een indicatie hebt en wel overduidelijk dakloos bent.
… Wij pleiten er gewoon voor: eerst de uitkering toekennen en laat daarna komen met de bewijslast.” Volgens hen is het ook erg afhankelijk van welke medewerker een cliënt bij een gemeentelijke instantie treft; “de een levert heel veel maatwerk, zet zich enorm in, en de ander niet.“ Continue begeleiding belangrijk en meer capaciteit nodig De gesproken professionals van De Regenboog Groep benadrukken dat een goed contact en goede continue begeleiding tijdens de opvang belangrijk is. Dan is de kans groter dat je iemand succesvol naar een volgende stap of duurzame uitstroom kan begeleiden. De discussie moet volgens hen niet zozeer gaan over hoe de BVBT te verbeteren, maar vooral over hoe de capaciteit te vergroten. Bijvoorbeeld; “Je kan het hebben over of iedereen een individuele kamer moet maar is dat zo als er drieduizend mensen voor de deur staan te wachten, moet je dan niet zoveel mogelijk mensen binnen hebben.” De professionals van De Regenboog Groep maken zich ook zorgen om de landelijke politiek die veelal bezuinigd op voorzieningen. Medewerkers van de Straatalliantie zien soms mensen die in een traject zitten en een probleem hebben met hun begeleider of dat iemand zou willen uitstromen en dat niet lukt. Dan komen ze bij hen om daarin te bemiddelen.
3.4.3 Duurzame uitstroom Begeleiding na uitstroom belangrijk De gesproken professionals van De Regenboog Groep benadrukken dat na uitstroom begeleiding door buurtteams heel belangrijk is om (weer) uitglijden te voorkomen. Volgens hen hebben de buurtteams niet zoveel tijd om dat proactief in de gaten te houden. De gesproken medewerker van Buurtteam Amsterdam ziet vaak ‘uitgestroomde’ mensen weer terugkomen bij het buurtteam. Deze mensen komen dan met nieuwe vragen of ze komen terug met dezelfde hulpvraag omdat ze elders niet of niet goed geholpen worden. Niet de mogelijkheid om uit te stromen door tekort aan woningen Door professionals wordt gesignaleerd dat iemand soms al lang klaar is om uit te stromen uit de maatschappelijke opvang maar daar jaren blijft wonen omdat er geen woning beschikbaar is. Zo houdt iemand onnodig een dure plek in de opvang bezet en kan iemand aan de voorkant niet instromen. Professionals van De Regenboog Groep pleiten voor een meer divers aanbod aan uitstroomvoorzieningen. Bij hen gaat het nu alleen om de
45
omslagwoningen terwijl zij ook mogelijkheden zien voor groepswoningen of plekken aan de rand van de stad voor mensen die de samenleving heel ingewikkeld vinden.
3.5 Dak- en thuisloze Amsterdammers over ondersteuning Vriendelijke hulpverleners maar strenge criteria voor hulp en complex systeem De dak- en thuisloze personen die Meetellen gesproken heeft vinden dat zij door verschillende hulpverleners vriendelijk te woord worden gestaan. Vooral de Straatalliantie, Veldwerk en De Regenboog Groep worden daarbij genoemd. Het merendeel van de respondenten in 2024 heeft positieve ervaringen met het Buurtteam. Ze zijn tevreden over het contact met de buurteammedewerker en over dat er door de buurtteammedewerker actie ondernomen werd om zaken te regelen. Over contactpersonen bij WPI zijn een aantal minder tevreden. Zij missen de connectie met die begeleiders die soms afstandelijk lijken te zijn en vinden regelmatig contact en emotionele ondersteuning belangrijk. Negatieve ervaringen met ondersteuning hebben voor respondenten vaak te maken met slechte communicatie, wantrouwen, van het kastje naar de muur gestuurd worden en met dat de aangeboden ondersteuning niet aansluit bij hun behoefte. Of iemand passende ondersteuning krijgt heeft volgens hen vaak ook te maken met welke persoon zij toevallig treffen. De respondenten begrijpen dat hulpverleners niet altijd de mogelijkheid hebben hen te helpen, dat zij beperkte middelen hebben om iets te veranderen.
Respondenten krijgen regelmatig te horen dat zij niet passen binnen de criteria die nodig zijn om ondersteuning te krijgen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de strikte toegangsvoorwaarden voor de urgentieverklaring op Woningnet en de GGZ-indicatie voor slaapplaatsen. Sommigen gaven aan zich in bochten te wringen om als ‘niet zelfredzaam’ bestempeld te worden. Het systeem van regels wordt als zeer complex ervaren en zij zijn afhankelijk van hun ondersteuner om toegang te krijgen tot woonvoorzieningen en andere hulp. De geïnterviewden noemden dat er te weinig doorstroommogelijkheden zijn in de BVBTketen. Mensen die op de wachtlijst staan voor begeleid wonen ervaren problemen, omdat zij vaak jaren in een opvangplek verblijven die bedoeld is voor kort verblijf (maximaal een paar maanden). Dit leidt tot veel frustratie, die zich soms uit in agressie en geweld. Uit de gesprekken blijkt ook dat veel respondenten negatieve gevoelens ervaren door de uitzichtloosheid van hun situatie. In hun ogen krijgen andere groepen die ook onderdak nodig hebben eerder hulp dan zij, bijvoorbeeld Oekraïners en mensen die vanwege verslavingsproblematiek of psychiatrische problemen een GGZ-indicatie krijgen versus economisch dakloze mensen. De respondenten uit het onderzoek van Meetellen hebben vooral behoefte aan duidelijkheid over de te verwachten opvang en ondersteuning, maar die is er vaak niet.
Zij die wachtlijstbegeleiding krijgen, hebben vaak weinig contact met hun wachtlijstbegeleider maar hebben hier ook niet altijd behoefte aan omdat er ook al andere begeleiding is. Eén respondent vertelde dat in zijn geval de wachtlijst voor wachtlijstbegeleiding langer was dan de wachtlijst voor een woning. Duurzame uitstroom; alleen een huis is niet voldoende, zorgen om herhaling Respondenten in het onderzoek van Meetellen gaven aan dat alleen een huis voor hen vaak niet voldoende is. Diegenen die een woning kregen zijn daar heel blij mee maar hebben behoefte aan meer ondersteuning, bijvoorbeeld bij het op orde houden van de financiën,
46
andere administratie en de toegang tot hulpverlening. Respondenten maken zich ook zorgen over de toekomst; krijgen zij nog wel begeleiding wanneer zij een vaste woonplek hebben? Ze zijn bang om hun woning weer kwijt te raken en bij een aantal respondenten die een tijdelijke woning hadden gevonden is dat ook gebeurd. Het vinden van een woning is voor hen niet per definitie een duurzame oplossing.
47
Onderzoek en Statistiek
Postbus 658 1000 AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl