2. Monitor Dak- en Thuisloosheid van Bureau Onderzoek & Statistiek.pdf
Tekst van het document
Monitor dak- en thuisloosheid Onderzoek en Statistiek
In opdracht van: Aanpak Dak- en Thuisloosheid Projectnummer:230885 Auteurs: Ellen Lindeman, Eva Karaçay Emailadres: e.lindeman@amsterdam.nl; e.karacay@amsterdam.nl Bezoekadres: President Kennedylaan 923 Telefoon: 020 251 0333 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl Amsterdam, juni 2025 Foto voorzijde: Kansfonds
2
Inhoud
Samenvatting en conclusies
4
Inleiding
11
1 Vroegsignalering en vroeginterventie
14
1.1 Meldingen en bereik bij Crisisaanpak Eropaf 1.2 Aantal woningontruimingen bij woningcorporaties 1.3 Hulpvragen (dreigende) dakloosheid bij Buurtteam Amsterdam 1.4 Onafhankelijke cliëntondersteuning door Straatalliantie 1.5 Professionals over vroegsignalering en vroeginterventie 1.5.1 Aantal meldingen en bereik Crisisaanpak Eropaf 1.5.2 Huisuitzettingen 1.5.3 Overige bevindingen 1.6 Dak- en thuisloze Amsterdammers over ‘er op tijd bij zijn’
2 Vergroten aanbod woonoplossingen 2.1 Jaarlijks aantal (tijdelijke) woonplekken voor economisch dakloze personen 2.2 Uitstroom naar duurzame woonplekken 2.3 Tijd tot uitstroom vanuit tijdelijke opvang 2.4 Professionals over aanbod woonoplossingen 2.4.1 Aantal (tijdelijke) woonplekken voor economisch dakloze personen 2.4.2 Tijd tot uitstroom naar duurzame woonplekken 2.4.3 Gerealiseerde uitstroom naar duurzame woonplekken 2.4.4 Overige bevindingen van professionals 2.5 Dak- en thuisloze Amsterdammers over aanbod woonoplossingen 2.5.1 Aantal (tijdelijke) woonplekken voor economisch dakloze personen 2.5.2 Uitstroom naar duurzame woonplekken
3 Goede ondersteuning op maat 3.1 Wachtlijsten, wachttijden en wachtlijstbegeleiding 3.2 Aantal plekken en verblijfsduur 3.3 Duurzame uitstroom 3.4 Professionals over goede ondersteuning op maat 3.4.1 Wachtlijsten en wachtlijstbegeleiding 3.4.2 Aantal cliënten en verblijfsduur 3.4.3 Duurzame uitstroom 3.5 Dak- en thuisloze Amsterdammers over ondersteuning
15 16 16 17 18 18 19 20 21
23 23 26 27 28 28 30 31 32 33 33 34
35 36 40 43 44 44 44 45 46
3
Samenvatting en conclusies
In het eerste kwartaal van 2024 waren er naar schatting 15.731 personen in AmsterdamAmstelland die dak- of thuisloos waren of dat dreigden te worden (zie: Dak- en thuisloosheid in beeld Q1 2024 | Website Onderzoek en Statistiek). Daarnaast zitten 3.543 personen in de langdurige opvang. Daaronder vallen beschermd verblijf en begeleid thuis (BVBT). De vraag naar woningen is in Amsterdam veel groter dan het aanbod en de vraag neemt verder toe (Wonen in de Metropoolregio 2023 | Website Onderzoek en Statistiek). Het beperkte aanbod en de hoge prijzen maken het voor veel mensen moeilijk om een woning te vinden. Dit vergroot het risico om dakloos te worden. Als iemand snel een nieuwe woning nodig heeft dan leidt dat eerder dan vroeger tot dakloosheid. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn na de afloop van een tijdelijk (studenten)huurcontract, bij een scheiding of als thuiswonen bij de ouders echt niet meer gaat. O&S heeft onderzocht hoe het ervoor staat met een deel van de ambities uit de gemeentelijke Aanpak Dakloosheid (zie: Beleidsprogramma 'Een nieuwe start' aanpak dakloosheid (2021-2025) - openresearch.amsterdam). Die aanpak biedt ondersteuning aan kwetsbare inwoners uit de regio Amsterdam-Amstelland. Hierbij gaat het om inwoners die dak- of thuisloos zijn of dreigen te worden, maar ook om inwoners die vanuit beschermd wonen een vorm van opvang of ondersteuning nodig hebben.
Voor dit onderzoek zijn cijfers verzameld over de stand van zaken en ontwikkeling op verschillende indicatoren. Aan de hand van de indicatoren is gemeten hoe het ervoor staat met de ambities. Daarnaast zijn interviews gehouden met professionals die te maken hebben met (dreigende) dakloosheid. Ook is gekeken naar een kwalitatief onderzoek van bureau Meetellen. Dat onderzoek richt zich op ervaringsverhalen en de algemene beleving van de ondersteuning die (dreigend) dakloze personen ontvingen. Hieronder volgt een samenvatting van de resultaten. Ook trekken we conclusies over de ambities die in de Aanpak Dakloosheid staan.
Speerpunt 1: vroegsignalering en vroegpreventie Voor dit speerpunt is onderzocht hoe het gaat met de volgende ambitie: Mensen met schulden die dakloos dreigen te raken, worden zodanig door de gemeente geholpen op het gebied van werk, inkomen en schulden dat zij hun woning kunnen behouden. Resultaten voor de indicatoren: Er waren in 2024 meer meldingen van dreigende huisuitzettingen bij de Crisisaanpak Eropaf dan in 2023 (zie figuur S.1). Crisisaanpak Eropaf kon 77 procent van de aangemelde huurders bereiken in 2023. Dit is afgenomen tot 69 procent in 2024 (zie figuur S.1). Het aantal woningontruimingen bij woningcorporaties (m.u.v. DUWO) vanwege een huurschuld is tussen 2018 en 2019 gehalveerd. Tussen 2019 en 2020 halveerde dit opnieuw. Sinds 2020 is het aantal woningontruimingen vrij stabiel. Er waren 35 ontruimingen in 2023.
4
Figuur S.1 Aantal huurders over wie een crisismelding is gedaan en die Crisisaanpak Eropaf wel en niet kon bereiken, jan. t/m okt. 2023 en zelfde periode 2024 900 800 700 600
250 159
500 400 300
545
557
200 100 0
jan. t/m okt. 2023 aantal bereikt
jan.t/m okt. 2024 aantal niet bereikt
bron: Crisisaanpak Eropaf, bewerking O&S
Er komen ook veel vragen over (dreigende) dakloosheid bij de buurtteams binnen. In de periode medio 2023 tot en met medio 2024 startten die teams 1.799 trajecten rondom dat thema. De Straatalliantie ziet een sterke toename in hulpvragen, vooral van vrouwen en gezinnen die dak- of thuisloos zijn of dat dreigen te worden. Uit het eerdergenoemde onderzoek van Meetellen blijkt dat vroegsignalering en preventie in de meeste situaties erg ingewikkeld is. Ook vinden (dreigend) dakloze personen het systeem ingewikkeld. Zij weten niet goed waar ze terecht kunnen en hebben behoefte aan duidelijkheid over wat ze kunnen verwachten aan hulp en ondersteuning. Conclusie: Toenemend aantal mensen dat hulp bij dreigende dakloosheid ontvangt, maar niet bekend hoeveel woninguitzettingen daarmee zijn voorkomen Met deze beschikbare cijfers kunnen we niet met zekerheid zeggen of de gemeente de ambitie van speerpunt 1 haalt. Weliswaar is er in veel gevallen contact en hulp geweest bij een dreigende ontruiming, maar het is niet bekend in hoeveel gevallen een ontruiming (daardoor) uiteindelijk kon worden voorkomen. Wel is het aantal ontruimingen van woningcorporatie-woningen vanwege een huurschuld ten opzichte van het aantal meldingen bij Crisisaanpak Eropaf klein. Ook zijn er een stuk minder ontruimingen dan in 2018 en 2019.
Professionals van de Crisisaanpak Eropaf zeggen dat zij veel bereiken met deze aanpak. Zoals dat er vaak een betalingsregeling getroffen kan worden waardoor een ontruiming kan worden voorkomen. Volgens de professionals is het aantal daadwerkelijke ontruimingen dan ook klein. Doordat er nu een meldingsplicht is voor deurwaarders en er ook meldingen vanuit particuliere verhuurders komen, kunnen zij de aanpak effectief inzetten. Er zijn ook andere maatregelen die eerder ingezet worden om ernstige schulden en huisuitzettingen te voorkomen. Zo is er geregelde betaling voor mensen met een bijstandsuitkering en de aanpak Vroeg Eropaf bij betalingsachterstanden. Volgens de professionals hebben ook die
5
aanpakken effect op de afname van het aantal ontruimingen. Maar die zijn in deze monitor niet onderzocht.
Speerpunt 2: vergroten aanbod woonoplossingen In dit onderzoek is gekeken naar de volgende ambitie: In vergelijking met het jaar ervoor een toename in (tijdelijke) woon- of opvangplekken voor economisch dakloze personen met passende ondersteuning om zo snel mogelijk (binnen 9 maanden met een maximale uitlooptijd van 12 maanden) een duurzame woonplek binnen of buiten Amsterdam te creëren. Resultaten voor de indicatoren: Aantal (tijdelijke) woonplekken voor economisch dakloze personen en in vergelijking met jaar ervoor: Het aantal tijdelijke woon- en opvangplekken voor economisch dakloze personen is in de eerste twee kwartalen van 2024 609. In diezelfde periode in 2023 waren dat er 425. Het aantal plekken is zowel bij opvanglocaties van HVO-Querido als De Regenboog Groep toegenomen. Zie figuur S.2. Figuur S.2 Aantal tijdelijke plekken voor economisch dakloze personen en uitstroom, eerste twee kwartalen van 2023 en van 2024 400
350 348 300
250
261 234
200 191 150
151 120
100
50
0
70 52 24
55
53 22
HVO passantenhotels/pensions
DRG Tijdelijk Wonen
'23 Q1+Q2 plekken
HVO passantenhotels/pensions
DRG Tijdelijk Wonen
'24 Q1+Q2 uitstroom totaal
uitstroom vaste woonplek
bron: HVO-Querido en De Regenboog Groep, bewerking O&S
Er waren in 2024 meer economisch dakloze gezinnen dan in 2023: 301 versus 148 gezinnen. De wachtlijst voor begeleiding bij het gezinnenteam van De Regenboog Groep is toegenomen van 15 naar 52 tot 60 gezinnen. Ook de wachttijd is in die periode verdubbeld van 1 naar 2 maanden. In 2022 was er nog geen wachtlijst. Het
6
aantal gezinnen dat begeleiding krijgt, is vergeleken met 2023 ongeveer verdubbeld. Ook is het aantal contactmomenten meer dan drie keer zoveel. Uitstroom naar duurzame woonplekken: De uitstroom vanuit Tijdelijk Wonen van De Regenboog Groep en vanuit de passantenhotels/-pensions van HVO-Querido naar een duurzame woonplek, d.w.z. een vaste woonplek, is ongeveer gelijk aan dezelfde periode vorig jaar. De totale uitstroom, waarbij dus ook uitstroom naar niet-duurzame woonplekken is meegenomen, is bij beide afgenomen. Programma Wonen buiten Amsterdam: o Het aantal aanmeldingen is tussen het derde kwartaal van 2023 en het derde kwartaal van 2024 gestegen tot 371. Tot en met Q3 van 2024 heeft 69 procent van de aanmeldingen een woonplek buiten Amsterdam gevonden, 257 huishoudens. o Er zijn meer gezinnen die nog geen opvang ontvangen voor het programma aangemeld. Ook het aantal aangemelde gezinnen dat uitstroomt naar de noodopvang is toegenomen. Tijd tot uitstroom naar duurzame woonplekken: De ambitie is dat iedereen binnen negen tot twaalf maanden een duurzame woonplek heeft. o In de eerste twee kwartalen van 2023 en 2024 was de gemiddelde verblijfstijd bij de passantenhotels/-pensions van HVO-Querido 28 maanden. In principe zijn deze opvanglocatie bedoeld voor zes maanden met mogelijkheid tot verlenging.
De periode die mensen verblijven tot zij een duurzame woonplek vinden is langer, gemiddeld 38 maanden. o In de eerste twee kwartalen van 2023 en 2024 was de gemiddelde verblijfstijd tot uitstroom bij Tijdelijk Wonen van De Regenboog Groep 10 maanden. Tijdelijk wonen is in principe bedoeld voor een jaar. Ook hier is de tijd tot duurzame uitstroom langer, gemiddeld 13 maanden. Conclusie: Tijdelijke woon- en opvangplekken voor economisch dakloze personen toegenomen, maar duurzame uitstroom binnen gestelde termijn vaak niet haalbaar Er is een toename in het aantal tijdelijke woon- en opvangplekken voor economisch dakloze personen. Wat dat betreft is de ambitie behaald. Wel is er nog een lange wachtlijst voor passantenhotels/-pensions. Maar die lijst is kortgeleden wel minder lang geworden door nieuw beschikbare opvangplekken. Ook zijn er meer economisch dakloze gezinnen bijgekomen. Maar weinig mensen in de tijdelijke opvang stromen door naar een duurzame woonplek in Amsterdam. Dit neemt ook niet toe. Wel is een groter aandeel van de aanmeldingen voor Wonen buiten Amsterdam geholpen aan duurzame huisvesting in een andere gemeente. Het lukt niet om mensen binnen 9 tot 12 maanden een duurzame woonplek te bieden. Bij economisch dakloze personen die in passantenhotels of -pensions zitten, duurt dit gemiddeld 38 maanden.
Dat is meer dan drie keer zo lang dan de ambitie van uiterlijk 12 maanden. Bij Tijdelijk Wonen van De Regenboog Groep duurt het gemiddeld 13 maanden langer dan gewenst voordat mensen kunnen uitstromen. Dat komt wel meer in de buurt van de ambitie. De gesproken professionals geven aan dat het aanbod aan (tijdelijke) woonoplossingen is toegenomen, maar dat dit nog niet voldoende is. Zij zijn positief over de opening van opvanglocatie De Buitenhof. Volgens de professionals neemt het aantal economisch dakloze
7
vrouwen, jongvolwassenen en gezinnen toe. Professionals van De Regenboog Groep maken zich zorgen over rechthebbende dakloze EU-burgers, die ook een beroep mogen doen op de Nederlandse hulpvoorzieningen. De professionals denken niet dat het realistisch is om mensen in de tijdelijke opvang binnen negen tot twaalf maanden duurzaam te laten uitstromen De schaarste op de woningmarkt speelt daarbij een rol. Er is een gebrek aan (betaalbare) huisvesting. Volgens de professionals duurt het in de praktijk dan ook 1,5 tot 2 jaar tot iemand een vaste woonplek krijgt. Dat betekent dat economisch dakloze personen vaak een langere periode moeten overbruggen in de tijdelijke woon- en opvangplekken. De Regenboog Groep en HVOQuerido proberen dit te faciliteren waar mogelijk, Verder zien de professionals dat economisch dakloze personen het liefst in Amsterdam blijven. Toch is dit vaak niet mogelijk. Het zijn vooral de voorrangsgroepen, zoals Amsterdammers van 65 jaar en ouder of jongeren, die wel binnen Amsterdam kunnen blijven wonen.
Speerpunt 3 en 4: goede ondersteuning op maat en duurzaam maatschappelijk herstel Voor deze speerpunten onderzochten we de volgende ambitie: Goede dynamiek, snelle in – en uitstroom (doorstroom binnen de keten beschermd verblijf en begeleid thuis (BVBT)) en duurzame uitstroom. Hieronder staan de resultaten voor de indicatoren. De cijfers gaan over 1 juli 2024 ten opzichte van 1 juli 2023, tenzij anders vermeld. Beschermd verblijf (BV): Er zijn langere wachtlijsten voor BV. Op 1 juli 2024 stonden op die lijst 840 personen, 38 procent meer dan een jaar eerder. De wachtlijst voor gezinnen bleef gelijk (34 gezinnen). De gemiddelde wachtduur voor BV is ruim een maand afgenomen en is op 1 juli 2024 13 maanden. Er zijn 924 plekken voor BV en gemiddeld verblijven mensen daar ruim 2,5 jaar. De verblijfsduur van jongvolwassenen is korter (gemiddeld 12 maanden). Begeleid thuis (BT): De wachtlijst voor BT-groep is toegenomen. Die voor BT-omslag en voor BTindividueel zijn afgenomen. De lijst voor BT-wonen bleef ongeveer even lang. De wachtduur voor BT is toegenomen vooral voor gezinnen, . alleen die voor individuele BT nam af. De gemiddelde wachttijd varieert van 8 maanden (omslag) tot 13 maanden (individueel). Het aantal cliënten BT met wooncomponenten is gedaald, alleen BT zonder wooncomponent nam toe (+27%).
De gemiddelde duur voor BT is sterk afhankelijk van het soort begeleiding en varieert van gemiddeld een tot vier jaar.
8
Figuur S.3 Aantal cliënten op de wachtlijst voor beschermd verblijf (BV) en voor vormen van begeleid thuis (BT), 1 juli 2023 en 1 juli 2024 900
Totaal BV 840
800 744
700 600
BT met wonen BT individueel BT omslag
741
610
500 400 388 346
300
258
200 100 0
170
1 juli 2023
199 155
1 juli 2024
*Voor totaal BT en BT zonder wooncomponent is geen informatie over de wachtlijst beschikbaar. bron: Trajectus, bewerking O&S
Wachtlijstbegeleiding: Er lopen rond de 350 trajecten wachtlijstbegeleiding. In september 2024 stonden er 504 mensen op de wachtlijst voor die begeleiding. Dit aantal schommelde in de maanden ervoor tussen de 351 en 381. Duurzame uitstroom: In 2023 waren er 72 heraanmelders. Rekenen wee evenals in 2023 BT zonder wooncomponent niet mee, dan gaat het in 2024 om 100 heraanmelders. Inclusief BT zonder wooncomponent komt dat neer op 136 heraanmeldingen in 2024. Conclusie: Lange wachtlijsten voor beschermd wonen en begeleid thuis en tekort aan wachtlijstbegeleiding Gezien de lange wachtlijsten, de lange wachtduur voor de instroom en de lange verblijfduur in de BVBT-keten is er geen snelle in- en uitstroom. Wel is vergeleken met een jaar geleden de wachttijd voor beschermd verblijf korter. Maar er zijn hiervoor ook meer wachtenden. Er staan minder mensen op de wachtlijsten voor begeleid thuis, maar de wachtduur is toegenomen. Veel mensen krijgen wachtlijstbegeleiding, maar voor die begeleiding staan er nog meer mensen op de wachtlijst. Ook is er sprake van meer mensen die zich opnieuw aanmelden voor BVBT. De gesproken professionals hebben zorgen over de lange wachtlijsten voor BVBT en het gebrek aan (nood)opvang. Zij vinden wachtlijstbegeleiding heel belangrijk, maar deze is helaas lang niet voor iedereen beschikbaar. De professionals zien ook problemen in de doorstroom.
Iemand is soms al lang klaar om weg te gaan uit de maatschappelijke opvang maar blijft daar jaren wonen omdat er geen woning beschikbaar is. Zo blijft onnodig een dure plek in de opvang bezet en kan iemand anders niet worden opgevangen.
9
Ook geven de professionals aan dat het belangrijk is dat iemand begeleiding blijft krijgen na de opvang. Zo kan worden voorkomen dat dezelfde problemen opnieuw optreden of dat iemand opnieuw aangemeld moet worden voor BVBT. Ook cliënten zelf geven in de interviews van Meetellen aan dat ze daar behoefte aan hebben en bang zijn om anders weer af te glijden.
10
Inleiding
Gemeente Amsterdam richt zich in het beleidsprogramma Aanpak Dakloosheid op het versterken van de bestaande voorzieningen en diensten voor inwoners die dak- of thuisloos zijn of dreigen te worden en voor inwoners die vanuit beschermd verblijf of begeleid thuis (BVBT) opvang of ondersteuning nodig hebben. Hierbij wordt de zelfredzaamheid en participatie van kwetsbare personen ondersteund en wordt opvang geboden aan dakloze personen. Zie: Beleidsprogramma 'Een nieuwe start' aanpak dakloosheid (2021-2025) openresearch.amsterdam. De ambitie in het beleidsprogramma luidt als volgt: Iedereen die in de regio Amsterdam-Amstelland dakloos wordt of dreigt te worden ontvangt herstelondersteunende begeleiding. Op deze manier kunnen zij makkelijker aan maatschappelijk en economisch herstel werken. De Aanpak Dakloosheid valt uiteen in vier speerpunten: 1. Vroegsignalering en vroeginterventie. 2. Vergroten aanbod woonoplossingen. 3. Goede ondersteuning op maat. 4. Duurzaam maatschappelijk herstel. Het Aansturend Programmateam Aanpak Dakloosheid, bestaande uit de samenwerkende beleidsafdelingen Zorg, WPI en Wonen, is verantwoordelijk voor de monitoring van het beleid. Dit team heeft behoefte aan een beknopt integraal beeld van de voortgang op ambities van de verschillende speerpunten. Deze rapportage doet verslag van ons onderzoek daarnaar.
Achtergrond: Woningnood in Amsterdam De krapte op de woningmarkt is groot. De vraag naar woningen is veel groter dan het aanbod en de vraag neemt verder toe (O&S, 2024). Dit geldt zowel voor huur- als voor koopwoningen. Maar de krapte knelt het meeste in de sociale huur. In 2023 waren er 122.500 mensen actief op zoek naar een sociale huurwoning in Amsterdam. In totaal werden er dat jaar slechts 7.615 reguliere sociale huurwoningen aangeboden (AFWC, 2024). De prijzen voor vrije sector huur- en koopwoningen liggen hoog en stijgen sterk. Het kost in 2023 gemiddeld €1500,- per maand om een woning te huren in de particuliere vrije sector in de Metropoolregio Amsterdam (O&S, 2024). Een woning kost in Amsterdam gemiddeld €568.000 in 2023 (CBS/Statline, 2024). Huishoudens met een laag- en middeninkomen kunnen de prijzen op de vrije markt niet betalen. Zij zijn dus aangewezen op het schaarse aanbod van sociale- en middeldure huurwoningen (O&S, 2024). Het beperkte aanbod en de hoge prijzen maken het moeilijk om een woning te vinden. Dit vergroot het risico om dakloos te worden. Als iemand snel een nieuwe woning nodig heeft dan leidt dat eerder dan vroeger tot dakloosheid. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn na de afloop van een tijdelijk (studenten)huurcontract, bij een scheiding of als thuis wonen bij de ouders echt niet meer gaat.
Bronnen: O&S (2024) Wonen in de Metropoolregio 2023 | Website Onderzoek en Statistiek AFWC (2024). Jaarberichten - AFWC CBS/statline (2024). StatLine - Bestaande koopwoningen; gemiddelde verkoopprijzen, regio
11
Deze rapportage is gericht op de evaluatie van de deelambities van het beleidsprogramma. Naast deze rapportage is een factsheet ontwikkeld die ingaat op de aantallen aantal dak- en thuisloze personen in de gemeente (zie: Dak- en thuisloosheid in beeld Q1 2024 | Website Onderzoek en Statistiek). Hieruit blijkt dat er in Amsterdam-Amstelland in het eerste kwartaal van 2024 naar schatting 15.731 personen dak- of thuisloos of dreigend dakloos zijn volgens de definities van de ETHOS-light-telling (zie Veelgestelde vragen over de ETHOS telling Kansfonds). Daarnaast zitten 3.543 personen in de langdurige opvang. Langdurige opvang omvat beschermd verblijf en begeleid wonen. Het werkelijke aantal dak- en thuisloze mensen is hoger, omdat niet iedereen in beeld is (zie volgende figuur). In 2025 zullen in Amsterdam ETHOS-light-tellingen plaatsvinden die een preciezer beeld van het aantal (unieke) dak- en thuisloze personen opleveren.
bron: Gemeente Amsterdam, Factsheet Dak- en thuisloosheid in beeld Q1 2024
Dit onderzoek naar de Aanpak Dakloosheid richt zich op de opvang en begeleiding van de meeste van bovenstaande groepen. Dak- en thuisloze EU-burgers hebben onder bepaalde omstandigheden recht op ondersteuning vanuit de Wmo, waaronder maatschappelijke
12
opvang. Deze groep vormt echter geen aparte doelgroep in dit onderzoek. Recent maakte de gemeente een factsheet over dak- en thuisloze EU-burgers (zie: Rapport Dak- en thuisloze EU-burgers). Onderzoeksvragen Het onderzoek heeft de volgende onderzoeksvragen: Wat is de voortgang op de ambities van de speerpunten van de Aanpak Dakloosheid? Wat zijn volgens professionals die werken met (dreigend) dak- en thuisloze personen belangrijke factoren die bovenstaande ontwikkelingen beïnvloeden? Hoe ervaren dak- en thuisloze personen de Aanpak Dakloosheid? In het onderzoek is gekeken naar de ambities die de aanstuurders van de speerpunten geëvalueerd willen hebben en daarvoor zijn indicatoren vastgesteld. Deze komen aan bod in de nu volgende hoofdstukken. Methode Om de ambities te evalueren is een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve methoden gebruikt. Zo hebben we voor de verschillende ambities cijfermatig in beeld gebracht van hoe het ervoor staat op een aantal indicatoren. Deze cijfers komen uit het registratiesysteem Trajectus (t.a.v. BVBT) en vanuit registraties, jaarverslagen en andere rapportages van de ketenpartners zelf. O&S heeft deze data (zo nodig) bewerkt en geïnterpreteerd en in tabellen en figuren weergegeven.
Het kwalitatieve deel bestaat enerzijds uit interviews met professionals die werken met daken thuisloze personen en anderzijds uit interviews met dak- en thuisloze personen zelf. In de periode augustus tot en met november 2024 hield O&S interviews met in totaal 13 professionals van de volgende organisaties: Buurtteam Amsterdam Crisisaanpak Eropaf Straatalliantie HVO-Querido (passantenhotels/- pensions) De Regenboog Groep Centrale Toegang (GGD, voor gezinnen en jongvolwassenen) Wachtlijstbegeleiding (vanuit HVO-Querido). De professionals is gevraagd hoe het er volgens hen voorstaat met de ambities van de Aanpak Dakloosheid. Het ging daarbij om hoe de instroom, doorstroom en uitstroom van cliënten verloopt, de samenwerking binnen de organisatie en met andere organisaties, of de betreffende ambitie behaald wordt en de plus- en verbeterpunten. Ook is het perspectief van dak- en thuisloze personen meegenomen in deze evaluatie. Daarbij is gebruik gemaakt van informatie uit kwalitatief onderzoek van onderzoeksbureau Meetellen Amsterdam. Dat onderzoek richt zich op ervaringsverhalen en de algemene beleving van de ondersteuning die (dreigend) dakloze personen ontvingen. Meetellen houdt vanaf 2022 jaarlijks circa 30 interviews met dak- en thuisloze personen. Zie: Onderzoeken | Amsterdam Meetellen! | Meetellen.
13
1 Vroegsignalering en vroeginterventie
Deze programmalijn heeft betrekking op het tegengaan van dakloosheid door vroegsignalering en vroeginterventie. In dit onderzoek gaan we in op het volgende onderdeel van het overzicht van (dreigend) dak- en thuisloze mensen:
Te monitoren ambitie van de programmalijn: Mensen met schulden die dakloos dreigen te raken, worden zodanig door de gemeente geholpen op het gebied van werk, inkomen en schulden dat zij hun woning kunnen behouden. Indicatoren: Jaarlijks aantal meldingen Crisisaanpak Eropaf. - Waarvan verhuurders (corporaties en particulier). Jaarlijks bereik (aantal gesprekken) crisisaanpak Eropaf. - Waarvan verhuurders (corporaties en particulier). Aantal jaarlijkse huisuitzettingen. Met vroegsignalering en vroeginterventie probeert de gemeente Amsterdam inwoners al bij beginnende geldproblemen in beeld te krijgen en te helpen. De uitvoering van schuldhulpverlening ligt bij Buurtteam Amsterdam. De aanpak kent verschillende manieren, waaronder Vroeg Eropaf dat begint bij het signaleren van betalingsachterstanden. De Crisisaanpak Eropaf wordt ingezet wanneer er sprake is van een acuut dreigende woningontruiming. Deurwaarders zijn verplicht om aanzeggingen voor woningontruimingen te melden aan de gemeente. Gespecialiseerde medewerkers gaan in een dergelijke crisissituatie snel aan de slag. Er wordt contact gezocht met de huurder om afspraken te maken met betrekking tot een betalingsregeling zodat de woningontruiming voorkomen kan worden. Zie: Vroegsignalering schuldhulpverlening - Sociaal Domein.
In deze monitor is gekozen om te focussen op de Crisisaanpak Eropaf en wordt niet gekeken naar de overige aanpakken. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de rol van Buurtteam Amsterdam en op de hulpverlening door de Straatalliantie.
14
1.1 Meldingen en bereik bij Crisisaanpak Eropaf Toename in aantal crisismeldingen In 2023 zijn er 865 crisisaanmeldingen, dat wil zeggen meldingen van aangezegde ontruimingen, via deurwaarders binnengekomen. Tot en met oktober 2024 gaat het om 807 meldingen. Er lijkt dus sprake van een stijgende lijn, want in dezelfde periode in 2023 (tot en met oktober) ging het om 704 meldingen. Welk aandeel van de meldingen verhuur via corporaties of particuliere verhuur betreft is onbekend. Het aantal binnengekomen meldingen fluctueerde de afgelopen twee jaar sterk per maand, van 48 tot 112 (zie figuur 1.1). Jaarlijks bij ongeveer driekwart van meldingen contact gelegd met huurder Bij meldingen wordt geprobeerd de huurder te bereiken. Bij het bereik gaat het om het totale aandeel van de meldingen waarbij er contact is geweest en er een plan van aanpak is opgesteld, informatie en budgetadvies is gegeven, er wel contact is geweest maar geen hulp is geboden (bijvoorbeeld omdat men het zelf oplost), er een betalingsregeling met de melder is getroffen en om nog lopende dossiers. Het percentage meldingen dat maandelijks bereikt werd fluctueerde sterk, van 57 procent tot 86 procent (zie figuur 1.1). In 2023 was in totaal sprake van 77 procent bereik en in 2024 tot en met oktober van 69 procent.
Figuur 1.1 Maandelijks aantal crisisaanmeldingen (linker as) en percentage huurders bereikt (rechter as), 2023 en 2024 t/m oktober (stand van zaken medio november 2024) 120
100
100 84
84 75 21
80
75 75 76 15 16 15
9
0
70 18 19
17
60
20
75
71 12
40
63
11 16
49
47 46 34
53
23 19
57
65 64 68
70 64
60 57
21
40
21 55 60
40
43
28
jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt 2023 aantal bereikt
50
30 50
36
60
40
24
88 67
70
74
27
17 64
80
72
80
14
79
70
72 24 79
79
79
23
90
86
81
20 10 0
2024 aantal niet bereikt
% bereik o.b.v. de totaal aantal meldingen
bron: Crisisaanpak Eropaf, bewerking O&S
15
1.2 Aantal woningontruimingen bij woningcorporaties Aantal woningontruimingen bij woningcorporaties op basis van huurschuld sterk gedaald Er zijn uitsluitend cijfers beschikbaar over ontruimingen van woningen in het bezit van woningcorporaties (uitgezonderd DUWO/studentenhuisvesting) waarbij sprake is van een huurschuld. Cijfers vanuit particuliere verhuurders zijn niet bekend. Er is sprake van een sterke daling van deze ontruimingen, een halvering, van 2018 op 2019 en eveneens een halvering van 2019 op 2020. Vanaf 2020 tot en met 2023 bleef het aantal van deze ontruimingen ongeveer gelijk, namelijk rond de 35 (zie figuur 1.2). Figuur 1.2 Jaarlijks aantal woningontruimingen bij woningcorporaties om financiële redenen, 20182023 160 140
151
120
Aantal woningontruimingen bij woningcorporaties (om financiële redenen)
100 80 78 60 40 35
33
32
2020
2021
2022
20 0
2018
2019
35
2023
bron: Monitor Schuldhulpverlening, bewerking O&S
1.3 Hulpvragen (dreigende) dakloosheid bij Buurtteam Amsterdam Per 1 april 2021 is Buurtteam Amsterdam gestart. Het buurtteam is een plek in de buurt waar Amsterdammers terecht kunnen met hun vragen op het gebied van wonen, zorg, welzijn, werk, geldzaken, ontmoeten en veiligheid. Het buurtteam kan helpen bij problemen rondom (dreigende) dakloosheid en ook bijdragen aan preventie en vroegsignalering van woonproblemen. Uit een enquête van O&S onder inwoners van Amsterdam, in de zomer van 2024, kwam naar voren dat 35 procent weet dat je bij een buurtteam (ook) terecht kan voor informatie en advies rondom het thema (dreigende) dakloosheid. 62 procent van de respondenten is sowieso bekend met Buurtteam Amsterdam (zie: Amsterdammer weet buurtteam te vinden - Buurtteams). Afgelopen 12 maanden bijna 1.800 trajecten rondom (dreigende) dakloosheid De afgelopen jaren is gewerkt aan het versterken van de expertise van de buurtteams voor de doelgroep van mensen met (dreigende) dakloosheid. In de periode medio 2023 tot en
16
met medio 2024 zijn bij de buurtteams 1.799 trajecten rondom (dreigende) dakloosheid gestart. Dat komt neer op 8 procent van het totale aantal trajecten. Er zijn geen gegevens beschikbaar over een eerdere periode. Bij de trajecten rondom (dreigende) dakloosheid gaat het het vaakst om instabiele (31%), ontoereikende (25%) en binnenkort eindigende huisvesting (24%), daarna dakloosheid (12%) en thuisloosheid (9%). Het aantal en aandeel trajecten rondom (dreigende) dakloosheid bij de buurtteams verschilt sterk per stadsdeel (zie figuur 1.3). In de stadsdelen Oost en West gaat het om de hoogste aantallen, rond de 400, en in Centrum en Zuid om de kleinste aantallen, ruim 100. In West en Noord is het aandeel trajecten dat om (dreigende) dakloosheid gaat relatief groot en in Oost juist klein. Naast deze trajecten kwamen er in de betreffende periode 3.366 verzoeken om informatie en advies rondom (dreigende) dakloosheid binnen, waarvan de meeste in NieuwWest (1.102). Figuur 1.3 Aantal en aandeel trajecten over (dreigende) dakloosheid bij Buurtteam Amsterdam, per stadsdeel, periode Q3+Q4 2023 t/m Q1+Q2 2024 450 400
34
350 103 300 250
Thuisloosheid: tijdelijke huisvesting (voorziening hulpverlening)
58 51
89
200
18 88
116
100
0
14 39 57
112 62
41
Ontoereikende huisvesting: huisvesting ongeschikt voor langdurige bewoning
90
125
50
18
78
150
Stabiele huisvesting: maar eindigt zeer binnenkort en nog geen alternatief
83 35
75 22
27 84 17
7 24
11 28
41
35
45
37
16
19
Instabiele huisvesting: bij familie of vrienden /geen standaard huurcontract / dreiging huiselijk geweld Dakloosheid: op straat slapen of gebruik maken van laagdrempelige nachtopvang
bron: Buurtteam Amsterdam, opgave stadsdelen, bewerking O&S
1.4 Onafhankelijke cliëntondersteuning door Straatalliantie Toename in aantal cliënten, vooral vrouwen en gezinnen, en complexere hulpvragen Voor (dreigend) dakloze personen bestaat de mogelijkheid om onafhankelijke cliëntondersteuning te ontvangen via stichting Straatalliantie met onder andere het Daklozenkantoor. De openingstijden van het Daklozenkantoor zijn in 2024 verruimd en het aantal bezoeken is toegenomen. In 2023 was sprake van 814 bezoeken van 392 unieke bezoekers. In de eerste acht maanden van 2024 ging het al om 1.282 bezoeken van 486 unieke bezoekers (zie tabel 1.4). Zet de huidige trend van 2024 voort, dan komt dat over heel 2024 neer op 1.923 bezoeken van 729 unieke bezoekers. Medewerkers van de Straatalliantie lichtten in een interview in oktober 2024 toe dat zij onder hun cliënten een toename van vrouwen en gezinnen met kinderen zien. Ook zien zij
17
veel mensen die kwetsbaar zijn, ook wel verwarde mensen, en veel mensen uit andere EUlanden en ongedocumenteerden. Cliënten komen binnen via onderlinge mond-tot-mond reclame of vanuit instanties, veelal de buurtteams, soms De Regenboog Groep en andere organisaties die zich bezighouden met dakloosheid. De bezoekers komen in vergelijking met 2023 vaker terug naar het Daklozenkantoor. Het aantal acties per bezoeker neemt sterk toe: van gemiddelde 3,5 acties per bezoeker naar 5,9. De geïnterviewde medewerkers van de Straatalliantie menen dat een hulpvraag tegenwoordig vaker om meer acties vraagt omdat het systeem ingewikkelder is geworden. Het is volgens hen lastiger geworden om iemand op de plek te krijgen voor de juiste hulp. Ook het aanvragen van een briefadres is volgens de geïnterviewde medewerkers van de Straatalliantie ingewikkelder geworden. Tabel 1.4 Aantallen bezoeken en bezoekers Daklozenkantoor, 2023 en 2024 2023 (2,5 dagen 2024 tot 31 per week open) augustus (5 dagen per week open)
schatting 2024 (extrapolatie naar 12 maanden, 5 dagen per week open)* 1.923 729 4.277 5,9
aantal bezoeken 814 1.282 aantal unieke bezoekers 392 486 aantal acties 1.354 2.851 gemiddeld aantal acties per 3,5 5,9 bezoeker * Bij vergelijking tussen 2023 en 2024 moet de kanttekening worden geplaatst dat het daklozenkantoor in Q1 2024 voor een goed deel gesloten was vanwege verbouwing en verhuizing. We mogen dus aannemen dat de cijfers voor 2024 bij volledige opening op basis van 5 dagen per week (nog) wat hoger zouden kunnen uitvallen. bron: de Straatalliantie
1.5 Professionals over vroegsignalering en vroeginterventie 1.5.1 Aantal meldingen en bereik Crisisaanpak Eropaf Toename in aantal meldingen, geen goed beeld van particuliere verhuurders Professionals van de Crisisaanpak Eropaf krijgen signalen binnen dat het aantal meldingen van aanzeggingen voor woningontruimingen begint te stijgen. Een deel daarvan is volgens hen een inhaalslag omdat er tijdelijk geen of weinig ontruimingen waren vanwege politiestakingen dit jaar. Het is voor de professionals niet duidelijk wat de verklaring is voor deze stijging in vergelijking met vorig jaar. Ze geven hierbij aan dat ze niet goed zicht hebben op de rol van particuliere verhuurders hierin. Ze hopen begin 2025 daar een beter beeld van te hebben. Sinds de meldingsplicht komen er meer meldingen binnen vanuit particulier verhuurders. Ze zien nu veel meldingen van particuliere verhuurders die niet goed op de hoogte zijn van welke weg ze moeten bewandelen wanneer de huurder structureel niet betaalt. Door de meldingsplicht zien ze in vergelijking met vroeger ook meer meldingen vanuit studentenhuisvesting. Verder zien ze meer meldingen van ontruimingen van statushouders en een kleine stijging in zaken waarbij geen sprake is van een huurschuld maar andere zaken zoals illegale onderhuur en overlast.
18
Bijtijdse melding belangrijk en extra meldmoment gewenst Bijtijdse melding van een komende ontruiming is volgens de gesproken professionals heel belangrijk en gebeurt niet altijd. Het gaat immers vaak om een lastige doelgroep om te bereiken en je kunt vaak niet met 1 belletje of huisbezoek af. Ook kost het tijd om tot een goed beeld van de situatie te komen en met een plan te komen. Er wordt nu gewerkt aan het instellen van een extra meldmoment vanuit de verhuurder tussen het moment dat iemand is aangemeld voor vroegsignalering en een crisismelding, namelijk op het moment dat ze een huurder willen dagvaarden. Zo krijgen de buurtteams en de gemeente nog een (eerdere) kans om iemand te bereiken, omdat er vaak veel tijd verloren gaat tussen vroegsignalering en aangezegde ontruiming. Soms wel een half tot een jaar. Overigens is de Crisisaanpak Eropaf een van de onderdelen van de aanpak om uiteindelijk ontruimingen te voorkomen, er gaat vaak een traject aan vooraf zoals geregelde betaling voor mensen met een bijstandsuitkering en Vroeg Eropaf. Niet bereikte huurders hebben vaak zelf een onderkomen gevonden Niet iedereen wordt bereikt door de professionals van de crisisaanpak. Het vaakst gaat het om huurders die inmiddels de woning verlaten hebben. Huurders zijn bijvoorbeeld naar het buitenland vertrokken, bij hun ouders gaan wonen of bij een partner ingetrokken.
Het aantal huurders dat uiteindelijk nog wel in de woning woont en die niet bereikt kunnen worden is volgens de gesproken professionals een stuk lager. Het gaat daarbij vaak om zorgmijders die de hulp niet aannemen. “Dat zijn de echte meest schrijnende gevallen. Die zitten daar nog echt met hun hele hebben en houwen, op een of andere manier is het niet gelukt, dat is het grootste drama.” 1.5.2 Huisuitzettingen Weinig huisuitzettingen, relatief veel alleenstaande mannen Het aantal mensen dat niet bereikt kon worden en dat ook ontruimd wordt is volgens de gesproken professionals van de crisisaanpak minimaal. In de meeste gevallen wordt de huurder wel bereikt en kan er een overeenkomst worden gesloten zoals een betalingsregeling of een spoedaanvraag voor beschermingsbewind. Bij de ontruimingen valt hen op dat het relatief vaak gaat om alleenstaande mannen, meestal tussen de 40 en 50 jaar. Voor deze groep is geen speciaal beleid: zij zijn geen doelgroep waar prioriteit aan wordt gegeven, zoals gezinnen met minderjarige kinderen. Ook gaat het bij een belangrijk deel van ontruimingen om combidossiers, hierbij speelt naast de huurproblematiek nog iets anders zoals overlast of woonfraude. Dan is de rol die de buurtteams kunnen spelen beperkt. De daling in het aantal ontruimingen komt volgens de professionals waarschijnlijk door de meldingsplicht die is ingesteld voor deurwaarders.
Wanneer de melding niet in een vroeg stadium is gedaan, dan gaat de rechtbank niet akkoord met de ontruiming. De meldingsplicht is volgens de professionals heel belangrijk geweest voor medewerking van particuliere verhuurders. Met woningcorporaties wordt al tien jaar intensief samengewerkt en zij deden ook al meldingen, maar door de plicht zijn zij ook huurachterstanden en dreigende ontruimingen bij studenten gaan melden. Dit werd voorheen vaak niet gedaan. De aanpak is volgens de gesproken professionals steeds beter geworden, ook door investering in contact met verhuurders. “Ontruimingen op basis van puur huurachterstand verwacht ik alleen maar lager te zien worden. Daar zijn die aanpakken gewoon heel effectief
19
voor.” Daarbij gaat het volgens hen niet alleen om de Crisisaanpak Eropaf maar ook om de aanpakken die daaraan vooraf gaan zoals Vroeg Eropaf en Geregelde Betaling. Er is echter nu nog geen 1 op 1 zicht op of een crisismelding uiteindelijk al dan niet gevolgd is door een ontruiming. De crisisaanpak hoopt daar begin 2025 een beter beeld van te hebben. De gesproken professionals gaven aan dat het nogal kan verschillen per stadsdeel. Particuliere verhuurders werken niet altijd mee aan een oplossing De particuliere verhuurders houden zich wel aan de meldingsplicht maar de gesproken professionals van de crisisaanpak merken dat ze niet altijd even goed meebewegen om een ontruiming te voorkomen. Dergelijke verhuurders zitten niet op slecht betalende huurders te wachten en willen hen liever uit de woning hebben. Het contact met particuliere verhuurders is voor hen ook wat lastiger dan bij corporaties omdat ze niet verenigd zijn in een overkoepelende organisatie. Er is behoefte aan meer zicht op hoe vaak een particuliere verhuurder achter een ontruiming zit. Particuliere verhuurders vormen immers een groot deel van de woningaanbieders in Amsterdam. Rol huurders soms te verblijvend De professionals van de crisisaanpak noemen als verbeterpunt om de vrijblijvendheid bij huurders wat te beperken.
Sommige huurders zijn na een voorkomen ontruiming opgelucht (“het brandje is geblust”) en vermijden verdere hulp waardoor ze weer in de problemen kunnen komen. Dat kan een tijd goed gaan maar leidt soms ook weer tot een nieuwe aanzegging tot ontruiming. In die gevallen is een strakker regiem nodig. Daarin zit in de hele keten een verbeterpunt, aldus de professionals. 1.5.3 Overige bevindingen Meer hulpvragen van gezinnen Volgens een professional van een buurtteam weet men het buurtteam steeds beter te vinden, zowel burgers als instanties. De professional ziet met name een toename van hulpvragen bij zijn buurtteam van zwangeren en van mensen die vanuit detentie komen. De professional signaleert dat er te weinig opvang is voor gezinnen, er wordt te veel uitgegaan dat zij wel in hun netwerk terecht kunnen, en ook dat de bindingsregels voor gezinnen te streng zijn. Zijn buurtteam probeert ook altijd betrokken te blijven bij mensen die naar de noodopvang gaan omdat daar volgens hem geen begeleiding is. Ook is er niet altijd een goede overdracht of vindt die pas later plaats. Een medewerker van de Centrale Toegang merkte in het interview op dat gezinnen nu eerder naar het buurtteam gaan doordat de criteria voor noodopvang voor gezinnen zijn veranderd (van 2 naar 4 jaar inschrijving Amsterdam).
Bij de Straatalliantie zien ze onder hun cliënten ook een toename van vrouwen en vrouwen met kinderen en ervaren ook de moeilijkheid om voor hen opvang te krijgen. “Er is zelfs een wachtlijst voor de noodopvang.” Preventie belangrijk maar er is niet altijd voldoende specifieke kennis Het generalistische karakter van de buurtteams maakt dat de medewerkers niet alles (kunnen) weten over (dreigende) dakloosheid. Wel hebben buurtteams vaak iemand die gespecialiseerd is in (dreigende) dakloosheid en daarbij is het belangrijk dat de professional een netwerk heeft. “Je moet weten waar, bij wie, je welke hulp kunt vinden.” De Straatalliantie heeft twee jaar geleden presentaties gehouden bij buurtteams om kenbaar te maken welke expertise zij hebben en wat zij doen en hebben daardoor veel aanloop vanuit de buurtteams gekregen. Ook draagt de Straatalliantie weer cliënten over aan de
20
buurtteams. Professionals van Straatalliantie signaleren dat het per buurtteam heel verschillend is hoeveel kennis er is over dakloosheid. Daardoor gaat het volgens hen nogal eens fout: “Mensen worden echt verkeerd geadviseerd waardoor er nog grotere problemen ontstaan en wij krijgen heel veel vragen dus vanuit de buurtteams.” Ook is er soms sprake van verkeerde verwachtingen over de rol van buurtteams bij (dreigende) dakloosheid, bij zowel inwoners als instanties. “Ik had vorige week een meneer die vanuit de huisarts werd doorverwezen, buurtteam regelt een urgentie voor je. Maar dat kunnen wij niet”, aldus een medewerker van een buurtteam. De professional merkte verder op dat de buurtteams veel werk aan registratie in Trajectus hebben, mede omdat ketenpartners daarin niet altijd (goed) registreren. Een professional bij het buurtteam benadrukt dat preventie heel belangrijk is omdat mensen vaak bij een buurtteam komen als de situatie al heel nijpend is. Bijvoorbeeld: “Op het moment dat je weet dat iemand bij anderen inwoont, dan moeten wij daar iets mee, ongevraagd. In ieder geval adviseren: heeft iemand een woningnet inschrijving, is iemand al actief op zoek, is ie gebonden aan Amsterdam?” De professional pleit voor een preventiespreekuur, samen met andere instanties zoals De Regenboog Groep en Woningnet.
Professionals van de Straatalliantie zien veel mensen die echt al op straat staan, waar sprake is van noodsituaties, voor wie het eigenlijk al te laat is. Ze zouden meer mensen willen zien die dreigend dakloos zijn zodat ze iets meer op de preventie kunnen gaan zitten.
1.6 Dak- en thuisloze Amsterdammers over ‘er op tijd bij zijn’ Vroegsignalering vaak lastig en complex, geen duidelijk keerpunt en pas laat hulp gevraagd Bureau Meetellen heeft in 2023 in hun onderzoek aan dak- en thuisloze respondenten gevraagd wat hen had geholpen om te voorkomen dat zij dakloos raakten. Respondenten vertelden over de oorzaak van hun dakloosheid en daaruit blijkt dat vroegsignalering en preventie in de meeste situaties erg ingewikkeld is. Er was niet altijd sprake van een duidelijk ‘keerpunt’. Sommigen vroegen pas hulp op het moment dat de situatie al geëscaleerd was en de meeste mogelijkheden voor preventieve hulpverlening niet meer relevant waren. Hun dakloosheid kwam plotseling en was daardoor nauwelijks te voorkomen. Bijvoorbeeld wanneer een relatie plotseling verbroken wordt of wanneer de woning gekoppeld is aan werk en dat dit werk ophoudt. Een andere situatie was iemand die op straat kwam te staan na een verblijf in een penitentiaire inrichting en geen ondersteuning kreeg bij het vinden van een (duurzame) woonplek. Uit de interviews van Meetellen in 2024 blijkt ook dat respondenten meestal pas op zoek gaan naar ondersteuning wanneer zij hun woning al kwijt zijn. Soms hadden zij van tevoren al aan zien komen dat ze hun woning zouden kwijtraken, maar vaak ook niet. Meerdere respondenten zijn dakloos geraakt na het overlijden van hun ouders.
Zij woonden bij hun ouders, maar mochten niet in de woning blijven nadat deze overleden. Zelden raakten respondenten hun woning kwijt enkel door een huurachterstand. Een deel was al in contact met hulpverlenende instanties voor andere problemen. Bij jongeren die dak- of thuisloos raakten was vaak sprake van een onveilige thuissituatie of waren er problemen in de relatie met ouders. Voor (dreigend) dakloze personen is het niet altijd duidelijk op welke hulp zij recht hebben en bij wie ze daarvoor terecht kunnen, het wordt gezien als een complex systeem. Een opmerking van een medewerker van de Straatalliantie sluit hierop aan: “Als het systeem goed zou werken, dan zouden wij als partij niet nodig zouden zijn. Maar we zien helaas dat we steeds meer nodig zijn.” Een aantal respondenten in het onderzoek van Meetellen in
21
2024 die dreigend dakloos waren, omdat zij een anti-kraakwoning moesten verlaten of bij familieleden verbleven wat niet langer houdbaar was, klopte aan bij gemeente, GGD of het buurtteam. Maar deze instanties zeiden niets voor hen te kunnen doen zolang ze nog een dak boven hun hoofd hadden of nog een baan hadden. Ervaringen met de buurtteams Uit een eerdere monitor van Meetellen bleek dat dak- en thuisloze personen in 2022 niet of nauwelijks de buurtteams wisten te vinden. In hun onderzoek van 2023 spraken zij meerdere respondenten die aangeven bij het buurtteam voor ondersteuning te hebben aangeklopt. Het gaat hierbij vooral om respondenten die economisch dakloos zijn. Een respondent was al langer dakloos en gaf aan dat het buurtteam geen informatie had die hij nog niet wist. Respondenten vertelden dat de medewerkers van het buurtteam vriendelijk zijn, maar hen niet zelf kunnen helpen. Ze worden bijvoorbeeld doorverwezen naar de Jan van Galenstraat (Centrale Toegang GGD) of soms het passantenhotel. Meetellen signaleert in de interviews dat mensen vaak pas bij een buurtteam komen als de situatie heel nijpend is en dat de hoeveelheid kennis over dakloosheid bij de buurtteams heel verschillend is.
22
2 Vergroten aanbod woonoplossingen
Deze programmalijn heeft betrekking op het bieden van (tijdelijke) woonoplossingen aan economisch dakloze personen. Economisch dakloze personen zijn personen die dak- of thuisloos zijn, maar waarbij op het moment geen verslavingsproblemen, zeer ernstige schulden of psychiatrische kwetsbaarheid speelt. In dit onderzoek gaan we in op de onderstaande onderdelen van het overzicht van (dreigend) dak- en thuisloze mensen (exclusief de winterkouderegeling en kwetsbare EU-burgers). Daarnaast gaat het in dit onderzoek ook over het project Wonen Buiten Amsterdam.
Te monitoren ambitie van deze programmalijn: In vergelijking met het jaar ervoor een toename in (tijdelijke) woon- of opvangplekken voor economisch dakloze personen met passende ondersteuning om zo snel mogelijk (binnen 9 maanden met een maximale uitlooptijd van 12 maanden) een duurzame woonplek binnen of buiten Amsterdam te creëren. Indicatoren: Aantal (tijdelijke) woonplekken voor economisch dakloze personen, in vergelijking met jaar ervoor. Uitstroom naar duurzame woonplekken. Tijd tot uitstroom naar duurzame woonplekken.
2.1 Jaarlijks aantal (tijdelijke) woonplekken voor economisch dakloze personen Toename in tijdelijke woon- en opvangplekken voor economisch dakloze personen Het aantal tijdelijke woon- en opvangplekken voor economisch dakloze personen in Q1 en Q2 is vergeleken met 2023 toegenomen. Zowel bij HVO-Querido als De Regenboog Groep zien we een toename in het aantal plekken dat zij beschikbaar hebben.
23
Figuur 2.1 Aantal tijdelijke plekken ten behoeve van economisch dakloze personen en uitstroom, eerste twee kwartalen van 2023 en van 2024 400 350
348
300 250 200
261 234 191
150
151 120
100 50 0
70
52
24
55
22
53
HVO passantenhotels/- DRG Tijdelijk Wonen HVO passantenhotels/- DRG Tijdelijk Wonen pensions pensions '23 Q1+Q2 plekken
'24 Q1+Q2
uitstroom totaal
uitstroom vaste woonplek
bron: De Regenboog Groep en HVO-Querido, bewerking O&S
Lange wachtlijst voor passantenhotels/-pensions HVO-Querido, maar recent afgenomen In het tweede kwartaal van 2024 stonden er 260 mensen op de wachtlijst voor een plek in een passantenhotel of -pension van HVO-Querido. In vergelijking met 2022 is de wachtlijst toegenomen, terwijl het aantal plekken tot het eerste kwartaal van 2024 gelijk bleef. Daarna zien we een toename in het aantal plekken en een afname in het aantal mensen op de wachtlijst (zie figuur 2.2). Het aantal mensen op de wachtlijst is sinds de opening van een extra locatie ‘De Buitenhof’, met instroom vanaf begin mei 2024, gedaald.
24
Figuur 2.2 Aantal plekken, wachtlijst en uitstroom passantenhotels/-pensions, 1e kwartaal 2022 t/m 2e kwartaal 2024 400 348
350 301
300 250 234 200
317
305
278
272
234
234
234
234
234
40
37
20
11
35 11
35 13
35 11
27 12
2022 Q2
2022 Q3
2022 Q4
2023 Q1
2023 Q2
2023 Q3
247 234
266
327 312
260
31
24
11
11
2024 Q1
2024 Q2
234
215
150 100 50 30 12 0 2022 Q1
wachtlijst
plekken
uitstroom totaal
14 5 2023 Q4
uitstroom naar vaste huisvesting
Noot: Professionals van HVO-Querido gaven aan dat zij in Q4, met name december, geen personen uitzetten omdat dit een gevoelige maand kan zijn. In de wintermaanden hebben mensen de mogelijkheid om gebruik te maken van de winteropvang. Dit kan terug te zien zijn in de uitstroom cijfers. Geen uitzettingen in december, betekent minder uitstroom in Q4. bron: HVO-Querido, bewerking O&S
Toename economisch dakloze gezinnen In 2024 had het gezinnenteam van de Regenboog Groep (STED, Stedelijk Team Economisch Daklozen) 301 economisch dakloze gezinnen in begeleiding. Ten opzichte van 2023 is in 2024 de wachtlijst voor begeleiding sterk toegenomen: van 15 naar 52 tot 60 gezinnen (zie tabel 2.3). Ook de wachttijd verdubbelde in die tijd; van 1 naar 2 maanden. In 2022 was er nog geen sprake van een wachtlijst. Het aantal gezinnen in begeleiding is ongeveer verdubbeld van 148 in 2023 naar 301 gezinnen in 2024, en het aantal contactmomenten werd in deze periode meer dan drie keer zoveel. Er is hierbij een toename te zien in het aantal Chavezgezinnen (dat wil zeggen: gezinnen waarbij de ouder/verzorger verblijf aanvraagt in Nederland op basis van de Nederlandse nationaliteit van een minderjarig kind) en remigrantengezinnen. Remigrantengezinnen zijn in het bezit (geweest) van de Nederlandse nationaliteit. Deze gezinnen vormen nu een groot deel van de caseload. Deze gezinnen zijn voornamelijk afkomstig uit Suriname, Ghana en Marokko en hebben geen binding met (een gemeente) in Nederland of zijn al meer dan 4 jaar niet meer verbonden aan (een gemeente) in Nederland. Het is soms zoeken op welke voorzieningen deze gezinnen aanspraak kunnen maken.
Bij de aanpak Wonen buiten Amsterdam merken ze dat gezinnen die gemotiveerd zijn elders in het land op woningen te reageren daar niet altijd welkom zijn. Er wordt dan getwijfeld aan hun zelfredzaamheid en de mogelijkheden om goed te integreren in de samenleving buiten Amsterdam. Gezinnen voelen zich niet altijd welkom op die manier, wat hen minder motiveert om die stap te zetten.
25
Tabel 2.3 Ontwikkelingen in economisch dakloze gezinnen bij het Stedelijk Team Economisch Daklozen (STED) 2022 2023 2024 Aantal gezinnen op wachtlijst 0 15 52 (piek op 60) Gemiddelde wachtduur n.v.t 1 maand 2 maanden Aantal gezinnen in begeleiding 63 148 301 Contactmomenten 486 768 2781 bronnen: verslag overleg Werkgroep economisch daklozen en De Regenboog Groep
2.2 Uitstroom naar duurzame woonplekken Beperkte en niet toenemende uitstroom naar duurzame woonplekken De uitstroom vanuit Tijdelijk Wonen en vanuit passentenhotels/-pensions naar duurzame woonplekken, dat wil zeggen naar vaste woonplekken, is beperkt en is ook voor beide ongeveer gelijk gebleven in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar (zie figuur 2.1). De totale uitstroom nam in die periode af. In tegenstelling tot de toegenomen instroom in tijdelijke woon- en opvangplekken, nam de uitstroom naar duurzame woonplekken dus niet toe. Toename plaatsingen Wonen buiten Amsterdam Het aantal aanmeldingen voor het programma Wonen buiten Amsterdam is de afgelopen vier kwartalen (t/m derde kwartaal 2024) gestegen en ligt nu op 371 (zie figuur 2.4). De aanleiding van de dakloosheid is bij de aanmeldingen voor Wonen buiten Amsterdam het vaakst vanuit een relatiebreuk of dat men uit het buitenland komt (elk in 24% van de gevallen in 2024). Er is tot met het derde kwartaal van 2024 sprake van 257 gerealiseerde huisvestingen in een andere gemeente, wat neerkomt op 69 procent van de aanmeldingen. Dit aandeel is eveneens toegenomen want het was 64 procent tot en met het laatste kwartaal van 2023. Er is een toename van het aantal gezinnen dat aangemeld wordt zonder dat het gezin opvang ontvangt.
Zij worden veelal begeleid door het buurtteam of door het gezinnenteam van DRG STED (De Regenboog Groep, Stedelijk Team Economisch Daklozen). Ook het aantal aangemelde gezinnen dat uitstroomt naar de noodopvang is gestegen.
26
Figuur 2.4 Aanmeldingen en uitkomsten van project Wonen buiten Amsterdam (cumulatief) 400
t/m 4e kwartaal 2023
371
350
336
t/m 1e kwartaal 2024
313 300
285
t/m 2e kwartaal 2024
257 250
t/m 3e kwartaal 2024
226 204 183
200 150 100
78 85
86 90
75
83 90
92
50 0
aanmeldingen
advies zonder woningaanbod
gehuisvest in andere gemeente
uitstroom gezinnen noodopvang
bron: project Wonen Buiten Amsterdam, bewerking O&S
2.3 Tijd tot uitstroom vanuit tijdelijke opvang Lange tijd tot uitstroom naar (duurzame) woonplekken De beperkte doorstroom vanuit tijdelijke woonplekken zien we ook terug in de duur tot uitstroom (zie figuur 2.5). Vergelijken we het aantal plekken en de uitstroom van de vier kwartalen (in de periode 2023 Q1+Q2 en Q1+Q2 2024) dan zien we dat de verblijfstijd tot uitstroom bij de passantenhotels/-pensions van HVO-Querido gemiddeld 28 maanden bedraagt, dat wil zeggen 2 jaar en 4 maanden. Dit terwijl het in principe bedoeld is voor 6 maanden, met een mogelijkheid tot verlenging. Wanneer we kijken naar de uitstroom naar een vaste woonplek dan is die in de betreffende periode 38 maanden, dat wil zeggen ruim 3 jaar. De ambitie van de aanpak om zo snel mogelijk, namelijk binnen 9 maanden met een maximale uitlooptijd van 12 maanden, door te stromen naar duurzame huisvesting lukt dus niet. Bij Tijdelijk Wonen van De Regenboog Groep is sprake van gemiddeld 10 maanden tot uitstroom (in de periode 2023 Q1+Q2 en Q1+Q2 2024). Dit valt qua doorlooptijd dus binnen de ambitie van de aanpak (9-12 maanden), en het is in principe ook bedoeld voor 1 jaar. Maar we zagen wel dat lang niet alle deelnemers doorstromen naar een duurzame woonplek (zie figuur 2.5). De tijd tot uitstroom vanuit Tijdelijk Wonen naar een vaste woonplek bedraagt in die betreffende periode gemiddeld 13 maanden.
27
Figuur 2.5 Verblijfstijd tot (duurzame) uitstroom vanuit HVO-Querido en De Regenboog Groep, gemiddeld over de periode Q1+Q2 2023 en Q1+Q2 2024 350 300
291
250
226
200 146
136
150
113 100 63 50 0
28 HVO
10 RBG
Verblijfstijd tot uitstroom totaal
gem. aantal plekken (per half jaar)
23
38
HVO
53 13 RBG
Verblijfstijd tot uitstroom vaste woonplek
gem. aantal uitstromers (per half jaar)
gem tijd tot uitstroom (in mnd)
bron: De Regenboog Groep en HVO-Querido, bewerking O&S
2.4 Professionals over aanbod woonoplossingen 2.4.1 Aantal (tijdelijke) woonplekken voor economisch dakloze personen Aanbod is toegenomen, maar nog niet voldoende Ondanks de eerder beschreven toename in (tijdelijke) woonoplossingen voor economisch dakloze personen, geven professionals aan dat zij nog steeds niet op kunnen tegen de hoeveelheid aanmeldingen. Ook kunnen zij alleen tijdelijke oplossingen bieden. Een professional bij de Straatalliantie noemt als positieve ontwikkeling de urgentiewoningen van De Regenboog Groep voor personen die net niet zelfredzaam zijn, maar ook niet bij de MOgroep horen. Een professional van De Regenboog Groep stelt dat het aanbod dat zij hebben voor economisch dakloze personen best divers is, maar dat de hoeveelheid tekort schiet. HVO-Querido opende in september een nieuwe locatie met 49 studio’s in stadsdeel Noord. HVO-Querido merkt een behoefte aan dergelijke plekken met een eigen kamer, eigen sanitair en kookgelegenheid. Ook zijn er plannen voor meer plekken in de toekomst, maar deze zijn nog onduidelijk.
Uit de interviews met de professionals komen meerdere oplossingen voor het creëren van meer (tijdelijke) woonplekken naar voren: gebruik maken van leegstand (bijvoorbeeld kantoorpanden of hoge flats), het creëren van gespikkeld wonen, bijvoorbeeld mensen die economisch dakloos zijn samen met statushouders en starters, en meer tijdelijk onderdak bieden via woningcorporaties in sloop- en renovatiewoningen. Hierover zegt De Regenboog Groep wel dat zij liever oplossingen zoeken in ruimte die nog niet gebruikt wordt voor bewoning. Op deze manier wordt er alleen woonruimte toegevoegd, in plaats van dat er gekeken wordt naar woningen die al schaars zijn.
28
Positieve geluiden over de Buitenhof De opening van de Buitenhof, een locatie met 176 plekken voor economisch dakloze personen met extra begeleiding voor kwetsbare personen, wordt door zowel professionals van De Regenboog Groep als HVO-Querido als positief ervaren. Ook een professional van de Straatalliantie noemt de opening een verbetering. Op deze locatie wordt samengewerkt door De Regenboog Groep, HVO-Querido en de gemeente Amsterdam, die elk aanwezig zijn in het pand. Professionals van HVO-Querido ervaren dat hierdoor de lijnen korter zijn, bijvoorbeeld voor het aanvragen van een briefadres en het ophogen van een uitkering. Ook zijn zij positief over hoe het pand eruit ziet en de grootte van de kamers. Wel geven zij aan dat de Buitenhof voor hen voelt als een verlengstuk van wat zij al bieden. Deze locatie is bedoeld voor de ‘meest kwetsbare economisch dakloze personen’. Deze doelgroep zien zij eigenlijk al terug op al hun locaties. De grootste groep die zij zien heeft meer hulpvragen dan alleen een huisvestingsvraag. De Regenboog Groep zou groot voorstander zijn van nog een pand zoals de Buitenhof, in verband met de grote vraag. Toename economisch dakloze vrouwen, jongvolwassenen en gezinnen, zorgen over EUburgers Professionals zien verschillende groepen steeds meer terug in de aanmeldingen. Bij HVOQuerido zien ze een toename in het aantal vrouwen dat zich aanmeldt.
Zij denken dat dit kan komen doordat het stigma op economisch dakloosheid is afgenomen, en dat vrouwen hierdoor eerder hulp durven te vragen. Bij de Straatalliantie zien ze ook meer vrouwen, vaak ook met hun kinderen. De Regenboog Groep ziet een toename in aanmeldingen van gezinnen en jongvolwassenen. Het aantal dakloze gezinnen neemt toe, waaronder remigranten en via de Chavez-regeling. De Regenbooggroep ziet een tekort aan (tijdelijk) aanbod voor deze doelgroep. Gezinnen kunnen terecht bij de noodopvang bij de GGD, maar wanneer een gezin daar niet voor in aanmerking komt is er geen alternatief. De Straatalliantie ziet ook een toename in het aantal dakloze gezinnen. Zij geven aan soms niets te kunnen doen voor gezinnen. Bijvoorbeeld als zij geen binding hebben met Amsterdam of als zelfredzaam worden gescreend. Ook zien zij een wachtlijst voor de noodopvang. In dat soort gevallen nemen zij contact op met De Regenboog Groep. Ook benoemt de Straatalliantie dat er geen winteropvang is voor gezinnen, en dat zij nog niet erkend worden in het huidige beleid. Volgens hen heerst het idee bij de gemeente dat gezinnen nooit op straat terecht komen, en dat er daarom geen winteropvang voor hen nodig is. De Straatalliantie ziet dit wel gebeuren. Professionals noemen situaties waarbij gezinnen in auto’s of een berging slapen of terecht komen in een onveilig netwerk.