2. (Klimaat)Verplichtingen gemeente Amsterdam - algemeen kader en bijzondere wetten
Tekst van het document
47
14 april 2025
2.3
Green public procurement
Thema: Circulaire transitie verantwoord opdrachtgeven te integreren in hun aanbestedingsprocedures, streven de betrokken partijen ernaar een positieve invloed uit te oefenen op zowel het milieu als de samenleving. Het manifest biedt praktische richtlijnen en bevordert de samenwerking tussen overheidsinstanties, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dit initiatief sluit aan bij bredere duurzaamheidsdoelstellingen, zoals het Klimaatakkoord, en onderstreept de voorbeeldrol van overheden in het bevorderen van duurzame ontwikkeling.
Verplichtingen gemeente Amsterdam
•
Green Public Procurement o Moedigt gemeenten aan om groene criteria structureel te integreren in aanbestedingen, binnen de kaders van bestaande EUaanbestedingsrichtlijnen (niet-bindend). o Aanbesteding met Milieueisen (EU Directive 2014/24/EU, Artikel 67 en Aanbestedingswet 2012). Gemeenten mogen milieueisen en levenscycluskosten opnemen in gunningscriteria.58 § Bij openbare aanbestedingen moeten gemeenten aantonen hoe duurzaamheid en milieuvriendelijkheid zijn meegenomen. § Levenscycluskosten van producten of diensten kunnen verplicht worden meegerekend in de gunningsprocedure. o Zet aan tot ontwikkelen kaders ten aanzien van duurzame en groene inkoop (als bedoeld in onderstaande handelingskader)
•
Handelingskader Duurzaam Inkopen o De gemeente Amsterdam heeft specifieke verplichtingen met betrekking tot inkoop, zoals uiteengezet in het Handelingskader Duurzaam Inkopen, die verschillende cruciale aspecten omvatten. § Duurzaamheid als integraal onderdeel van elk inkoopproces: ten eerste dient duurzaamheid een integraal onderdeel te zijn van elk inkoopproces, waarbij de vijf duurzame inkoopdoelstellingen - energiezuinigheid, uitstootvrijheid, CO₂-neutraliteit, circulariteit en klimaatadaptatie - in de eisen en wensen moeten worden geïntegreerd. § Ambitieniveau bepalen: daarnaast zijn er drie niveaus van ambities vastgesteld (basis, significant, ambitieus), waarbij het basisniveau altijd moet worden toegepast, tenzij een uitzondering wordt gerechtvaardigd volgens het "pas toe of leg uit"principe. § CO₂-Prestatieladder te integreren in aanbestedingen: verder is het sinds 2022 verplicht om de CO₂-Prestatieladder te integreren in aanbestedingen binnen het fysieke domein, wat van toepassing is op werken, diensten en leveringen bij Europese
58 Zie artikel 2.115, lid 2 sub e Aanbestedingswet 2012.
48
14 april 2025
2.3
Green public procurement
Thema: Circulaire transitie
§ §
Gevolgen niet voldoen aan
aanbestedingen. Rapportageverplichtingen: opdrachtnemers zijn ook verplicht om jaarlijks te rapporteren over hun duurzaamheidsprestaties, zoals CO₂-uitstoot en hergebruik van materialen, en deze verplichtingen moeten contractueel worden vastgelegd. Aanvullende eisen voor bepaalde productgroepen: voor bepaalde productgroepen zijn er aanvullende eisen, zoals het verplicht stellen van uitstootvrij vervoer vanaf 2025 en het vermijden van single-use plastics, tenzij er geen alternatieven beschikbaar zijn.
•
Manifest MVOI o Op basis van het MVOI voor de periode 2022-2025, zijn er verschillende belangrijke verplichtingen vastgesteld voor de gemeente Amsterdam met betrekking tot inkoopprocessen. § De gemeente is verplicht om binnen een jaar na de ondertekening van het manifest een actieplan MVOI te ontwikkelen, dat regelmatig moet worden bijgewerkt. Dit plan dient de ambities en acties te schetsen die gericht zijn op maatschappelijk verantwoord inkopen en opdrachtgeven. § Daarnaast moet de gemeente bijdragen aan zes maatschappelijke doelstellingen, waaronder klimaatverandering (CO₂-reductie), circulaire economie, milieubescherming (met aandacht voor biodiversiteit), social return (het creëren van kansen voor kwetsbare groepen), ketenverantwoordelijkheid (ISV), en diversiteit en inclusie. § Verder is het noodzakelijk dat de gemeente stappen onderneemt op vijf verschillende niveaus: afweging, pilots, verbreding, borging en leiderschap, met als doel om per maatschappelijk doel naar een hoger ambitieniveau te groeien. § Jaarlijkse monitoring van de voortgang en resultaten is eveneens verplicht, waarbij de gemeente zowel proces- als effectmonitoring moet toepassen en hierover verslag moet uitbrengen.
§ Bovendien dient de gemeente jaarlijks ten minste één voorbeeld van MVOI-praktijk te delen en actief deel te nemen aan kennisuitwisseling binnen netwerken zoals buyer groups en communities of practice. § Tot slot moet het actieplan openbaar worden gemaakt via de eigen communicatiekanalen en gedeeld worden met PIANOo voor een bredere verspreiding.
•
Green Public Procurement o Gemeenten riskeren sancties bij schending van aanbestedingsregels (bijvoorbeeld klachtenprocedures via de Commissie van 49
14 april 2025
2.3
Green public procurement
Thema: Circulaire transitie
verplichtingen • •
Aanbestedingsexperts). o Het niet opnemen van milieueisen bij aanbestedingen kan leiden tot verlies van subsidies of financiering vanuit de Rijksoverheid of Europese Unie. Handelingskader Duurzaam Inkopen voor Amsterdam o Het handelingskader biedt praktische handvatten voor het vertalen van de duurzaamheidsdoelstellingen. Manifest MVOI o
Tijdlijn
• • •
Uitzonderingen en bijzonderheden
• • •
De afspraken uit het Manifest MVOI zijn niet in rechte afdwingbaar. 59
Green Public Procurement o Het betreft hier doorlopende verplichtingen. Handelingskader Duurzaam Inkopen voor Amsterdam o Het doel van de gemeente Amsterdam is: 10% circulaire inkoop in 2022, 50% in 2025 en 100% in 2030. Manifest MVOI o Het Manifest MVOI ziet nu op de periode 2022-2025 en uiterlijk twee maanden voor het einde van de looptijd besluiten partijen of het Manifest MVOI zal worden verlengd. 60 De mededeling Green Public Procurement vormt de overkoepelende Europese aanzet voor concrete kaders en handvaten voor inkoop- en aanbestedingsregels ten aanzien van de daarin opgenomen duurzaamheidscriteria. De doelstellingen in het Handelingskader Duurzaam Inkopen voor Amsterdam bieden praktische handvatten waar opdrachtgevers, inkopers of andere medewerkers die betrokken zijn bij inkoopprocedures en aanbestedingen rekening mee kunnen houden. Ondanks dat de verplichtingen uit het Manifest MVOI niet in rechte afdwingbaar zijn, geldt wel dat deze betrokken dienen te worden bij het geven van opdrachten en het doen van inkopen.
59 Artikel 9, onder 1, van het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen. 60 Artikel 15, onder 1, van het Manifest MVOI.
50
14 april 2025
2.4
Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik
Thema: Circulaire transitie NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik (Bkeg)61
Wat is het?
Het Bkeg vormt de Nederlandse implementatie van de richtlijn met betrekking tot Single-Use Plastics (SUP-richtlijn). Dit besluit bevat verplichtingen voor overheden, bedrijven en consumenten, gericht op het verminderen van het gebruik van kunststofproducten die slechts eenmaal worden gebruikt, het minimaliseren van de milieueffecten en het stimuleren van circulaire alternatieven.
Verplichtingen gemeente Amsterdam
Ten eerste moeten overheden de maatregelen uit het Bkeg doorvoeren in de eigen organisatie. Het Bkeg bevat een verbod op drinkbekers en verpakkingen van wegwerpplastic.62 Dat verbod geldt ook in overheidsinstellingen. Als overheidsinstelling kun je hier op twee manieren mee omgaan: je kunt werken met een duurzaam alternatief, of je gaat uit van het ‘bring your own’-principe. De gemeente Amsterdam doet dat laatste, en laat medewerkers een eigen beker, bakje of bord meenemen naar kantoor. Bezoekers krijgen bij binnenkomst een herbruikbare beker die zij bij vertrek weer inleveren. Gemeenten verzorgen hun catering niet zelf. Die rol is doorgaans aanbesteed. In de aanbesteding zal Bkeg een doorvertaling moeten krijgen, bijvoorbeeld via een contracteis.63 Ten tweede hebben decentrale overheden een rol in de toepassing van het Bkeg in beleid en uitvoering van taken op eigen grondgebied. Gemeenten moeten doelen voor het verbeteren van de scheiding van plastic afval, het reduceren van de hoeveelheid plastic afvalen het tegengaan van zwerfafval integreren in beleid. Daarnaast kunnen gemeenten wegwerpplastic bij evenementen verminderen door vergunningvoorschriften op te nemen in de evenementenvergunning. Tot slot is er de mogelijkheid om bewustwording te bevorderen via vrijwillige communicatie, zoals campagnes, artikelen en sociale media.
61 Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik. 62 Artikel 2 van het Bkeg. 63 https://www.circulaw.nl/eu-wetgeving/single-use-plastics-directive-(sup)?tab=relevantie-voor-regionale-en-lokale-overheden en Wat gaat de SUP voor u betekenen? Folder voor gemeenten.
51
14 april 2025
2.4
Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik
Thema: Circulaire transitie
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
Naleving van het verbod op een verbod op drinkbekers en verpakkingen van wegwerpplastic kan bestuursrechtelijk door de ILT namens de minister van Infrastructuur en Waterstaat en strafrechtelijk op basis van de Wet economische delicten.64 Naleving van deze verplichtingen uit de SUP-richtlijn kan worden gehandhaafd door middel van een Europese inbreukprocedure tegen Nederland en ingrijpen door de nationale overheid.
Tijdlijn
Het Bkeg is op 3 juli 2021 in werking getreden.
Uitzonderingen en bijzonderheden
-
64 Aartikel 1a, onder 2°, van de Wet op de Economische delicten jo. artikel 9.5.2 van de Wet milieubeheer.
52
14 april 2025
2.5
Taxonomieverordening
Thema: Circulaire transitie NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
Taxonomieverordening65
Wat is het?
De Taxonomieverordening werkt als een classificatiesysteem en biedt een gestructureerd kader voor de beoordeling van economische activiteiten op hun milieuduurzaamheid. De criteria hebben betrekking op zes milieudoelstellingen die in artikel 9 zijn uitgewerkt, te weten (i) klimaatmitigatie en (ii) klimaatadaptatie; (iii) duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen; (iv) de transitie naar een circulaire economie; (v) de preventie en bestrijding van vervuiling en verontreiniging; en (vi) de bescherming en het herstel van biodiversiteit en ecosystemen.
Verplichtingen/ relevantie gemeente Amsterdam
•
Criteria waaraan economische activiteiten moeten voldoen om te kwalificeren als ‘duurzaam’: o Een economische activiteit/belegging kan als duurzaam worden gekwalificeerd indien het voldoet aan de volgende eisen. De economische activiteit draagt substantieel bij aan tenminste één van de zes milieudoelstellingen in de Taxonomieverordening én doet geen ernstige afbreuk aan één van de andere milieudoelstellingen in de Taxonomieverordening. Daarnaast mag de economische activiteit geen afbreuk doen aan sociale normen, zoals mensenrechten en arbeidsrechten. Ten slotte moet de economische activiteit voldoen aan nader vast te stellen technische beoordelingscriteria. o Fondsbeheerders en institutionele beleggers die financiële producten beschikbaar stellen moeten informatie verschaffen over de vraag hoe en in welke mate zij de criteria voor ecologische duurzame activiteiten gebruiken om de ecologische duurzaamheid van hun beleggingen te bepalen. Daarnaast is de verordening ook van toepassing op grote (beursgenoteerde) ondernemingen. Zij moeten in hun (geconsolideerde) niet-financiële verklaring aangeven hoe en in welke mate hun activiteiten verband houden met economische activiteiten die als ecologisch duurzaam kunnen worden aangemerkt.
•
Beleidsvoering
65 Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088.
53
14 april 2025
2.5
Taxonomieverordening
Thema: Circulaire transitie o
Gemeenten hebben de mogelijkheid om de terminologie en definities uit de Taxonomieverordening te benutten voor de integratie van duurzaamheid in hun beleidsvoering, bijvoorbeeld door het toepassen van de classificatie van activiteiten als ecologisch duurzaam in aanbestedingen en offertes.
•
Subsidies/investeringen o Gemeenten kunnen subsidies inzetten om bedrijven te stimuleren tot duurzaam ondernemen, waarbij de duurzaamheidsprestaties worden gekoppeld aan de voorwaarden voor subsidie. o De taxonomie kan ook gebruikt worden bij het doen van investeringen. Uit de taxonomie kan worden afgeleid waarin moet worden geïnvesteerd om ervoor te zorgen dat wordt bijgedragen aan ecologisch duurzame activiteiten.
•
Regionale ontwikkelingsmaatschappijen o Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) kunnen eveneens deze duurzaamheidcriteria hanteren bij hun investeringen in economische activiteiten. Investeringen die niet voldoen aan de ecologische duurzaamheidscriteria zouden door ROM's niet ondersteund kunnen worden, wat bijdraagt aan de verduurzaming op lokaal niveau.
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
• Duurzaamheidscriteria kunnen relevant worden voor aantrekken fondsen door de gemeente Amsterdam Voor gemeenten is de Taxonomieverordening van belang, aangezien de toegang tot EU-fondsen en groene financiering steeds meer afhankelijk zal zijn van het voldoen aan de duurzaamheidscriteria uit de Taxonomieverordening. Dit heeft implicaties voor verschillende aspecten, zoals infrastructuurprojecten waarbij gemeenten groene obligaties kunnen uitgeven voor projecten die aan de taxonomiedefinitie van duurzaamheid voldoen. Bovendien vereisen EU-financieringsprogramma’s dat projecten in overeenstemming zijn met de Taxonomieverordening. Ook private investeerders geven de voorkeur aan projecten die als duurzaam worden geclassificeerd, waardoor naleving van de Taxonomieverordening cruciaal wordt voor het verkrijgen van financiering. Gemeenten zullen hun activiteiten moeten structureren en verantwoorden binnen dit kader om competitief te blijven in het aantrekken van financiering.
Tijdlijn
Afhankelijk van de specifieke verplichting geldt deze vanaf 1 januari 202266 of 1 januari 202367.
66 Het zesde lid van artikel 10 en 11 van de Taxonomieverordening. 67 Het vijfde lid van artikel 12, 13, 14 en 15 van de Taxonomieverordening.
54
14 april 2025
2.5
Taxonomieverordening
Thema: Circulaire transitie
Uitzonderingen en bijzonderheden
De decentrale overheid kan via subsidies sturen op het gebruik van het classificatiesysteem uit de Taxonomieverordening door bedrijven die formeel niet onder de reikwijdte van de verordening vallen. De Taxonomieverordening benadrukt namelijk het belang van transparantie in de financiële wereld en het aantrekken van kapitaal naar duurzame economische activiteiten. De grotere nadruk op duurzaamheid in het bedrijfsleven kan een bredere stimulans zijn voor meer duurzame initiatieven op lokaal niveau. Decentrale overheden kunnen deze stimulans versterken door duurzaamheidsprestaties van de economische activiteiten te koppelen aan subsidievoorwaarden, mits goed gemotiveerd. Zo kan de decentrale overheid in de subsidievoorwaarden opnemen dat subsidieaanvragers moeten rapporteren over de mate waarin de economische activiteit bijdraagt aan de zes milieudoelstellingen uit de Taxonomieverordening. Op deze manier krijgt de decentrale overheid inzicht in het aantal jaarlijks verleende subsidies die duurzame economische activiteiten bekostigen.
55
14 april 2025
2.6
Bioafval – hoofdstuk 10 Wet milieubeheer
Thema: circulaire transitie NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
Hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer in het licht van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (KRA); Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen
Wat is het?
De Nederlandse afvalregeling voorziet in specifieke verplichtingen voor gemeenten. Het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) en in de toekomst in het Circulair materialenplan (CMP) geven op punten een nadere invulling aan deze verplichtingen.
Verplichtingen gemeente Amsterdam
De gemeente Amsterdam heeft diverse verplichtingen en verantwoordelijkheden in het kader van de inzameling en verwerking van afval. In deze tabel staat de verplichting tot gescheiden inzameling van bioafval centraal. •
Gescheiden inzameling bioafval • De KRA schrijft voor dat bioafval – hieronder valt gft afval van huishoudens – in overeenstemming met artikel 10, leden 2 en 3, per 31 december 2023 gescheiden moet worden ingezameld of aan de bron gescheiden en gerecycled. 68 • Deze verplichting is in Nederland geïmplementeerd in het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen. Dit besluit voorziet twee gevallen waarin afgezien kan worden van gescheiden inzameling, namelijk: i. wanneer dit technisch niet haalbaar is of ii. wanneer dat buitensporig duur is.69 De gemeente mag deze uitzonderingen alleen restrictief toepassen, moet dit toelichten (in de lokale afvalverordening of in haar omgevingsplan) en moet daarbij rekening met het LAP.
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
Naleving van deze verplichting kan worden gehandhaafd door middel van een Europese inbreukprocedure tegen Nederland en ingrijpen door de nationale overheid.
Tijdlijn
De verplichting uit de KRA om bioafval gescheiden in te zamelen of aan de bron te scheiden en te recyclen geldt per 31 december 2023.
68 Artikel 22 van de KRA. 69 Artikel 2, eerste lid, onder a, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen.
56
14 april 2025
2.6
Bioafval – hoofdstuk 10 Wet milieubeheer
Thema: circulaire transitie
Uitzonderingen en bijzonderheden
Het gescheiden inzamelen van bioafval levert een bijdrage aan de mogelijkheden om huishoudelijk afval te recyclen. Bij het niet gescheiden inzamelen, heeft het aanwezige bioafval een dusdanig nadelig effect op de rest van het huishoudelijk afval dat dit niet of alleen tegen hoge kosten recyclebaar is. In Nederland kan alleen afgezien worden van gescheiden inzameling van bioafval wanneer dit technisch niet haalbaar is of wanneer dat buitensporig duur zou zijn. De gemeenteraad moet regelmatig opnieuw beoordelen of aan de voorwaarden voor het afwijken van het scheiden van afvalstoffen wordt voldaan, volgens artikel 3 lid 2 van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen.
57
14 april 2025
2.7
Bedrijfsafval – hoofdstuk 10 Wet milieubeheer
Thema: circulaire transitie NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
Hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Wat is het?
De Nederlandse afvalregeling voorziet in specifieke verplichtingen voor gemeenten. Het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) en in de toekomst in het Circulair materialenplan (CMP) geven op punten een nadere invulling aan deze verplichtingen.
Verplichtingen gemeente Amsterdam
De gemeente Amsterdam heeft diverse verplichtingen en verantwoordelijkheden in het kader van de inzameling en verwerking van bedrijfsafval.70 Zo verplicht artikel 10.23 de gemeenteraad een afvalstoffenverordening vast te stellen, tenzij de op grond van artikel 10.24, eerste lid, te stellen regels zijn opgenomen in het omgevingsplan. In de afvalstoffenverordening/het omgevingsplan kunnen regels worden gesteld ‘in het belang van de bescherming van het milieu’. Bij het vaststellen van de verordening/omgevingsplan moet de gemeente, naast het door de gemeente zelf vastgestelde milieubeleidsplan (indien voorhanden), rekening houden met het LAP. Gemeenten mogen op zichzelf regels stellen aan de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen. Deze regels mogen echter geen vergunningenstelsel voor het inzamelen van deze stoffen inhouden, die bevoegdheid is voorbehouden aan de minister.71. In de Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 is bepaald dat het college nadere regels kan stellen over het inzamelen en ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst of andere inzamelaars.72 Als het college dit doet, dan legt de gemeente zichzelf daarmee ook een verplichting op om te zorgen dat deze regels worden nageleefd. Naast de Wet milieubeheer bevat ook het stelsel van de Omgevingswet regels over (bedrijfs)afvalgerelateerde activiteiten.
Onder de Omgevingswet is gekozen voor een regulering per milieubelastende activiteit. Zo regelt paragraaf 3.2.13 van het Bal de milieubelastende activiteit “handelingen met bedrijfsafval of gevaarlijk afval voorafgaand aan inzameling of afgifte”. In het Bal staat welke activiteiten vallen
70 Artikel 10.23 Wet milieubeheer. 71 Artikel 10.48 Wet milieubeheer. 72 Artikel 13 lid 5 Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023.
58
14 april 2025
2.7
Bedrijfsafval – hoofdstuk 10 Wet milieubeheer
Thema: circulaire transitie onder deze milieubelastende activiteit, wanneer hiervoor een vergunningplicht geldt en welke inhoudelijke regels (op rijksniveau) gelden. In deze tabel staan de verplichtingen van de gemeente om de regels die op grond van de Wet milieubeheer en het Bal gelden te handhaven (gelet op de beginselplicht tot handhaving). •
•
Handhaving Afvalstoffenverordening Artikel 18.2d van de Wet milieubeheer regelt dat op burgemeester en wethouders de taak rust om zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verplichtingen gesteld bij of krachtens de afvalstoffenverordening of het omgevingsplan.73 En de gestelde verplichtingen met betrekking tot het zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.74 Handhaving naleving verplichting van bedrijven om bedrijfsafval te scheiden Het Bal schrijft voor dat bedrijven hun afval scheiden.75 De uitwerking van deze regels is opgenomen in hoofdstuk B.3 Gescheiden houden van afvalstoffen van het LAP3 (paragraaf B.3.4 Bedrijfsafval). Voor het samenvoegen van categorieën bedrijfsafval is een ver-
gunning nodig. Voor de toedeling van de handhavingstaak voor de regels uit het Bal, geldt als hoofdregel dat deze bij het college van burgemeester en wethouders berust als dit het bevoegde gezag is dat een vergunningaanvraag behandelt, informatie ontvangt op basis van de meldings- of informatieplicht en toezicht houdt.76
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
De hoofdregel is dat, gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving, bij een overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken.
Tijdlijn
Bestaande verplichting.
73 Artikel 18d lid 1 Wet milieubeheer. 74 Artikel 18d lid 2 Wet milieubeheer. 75 Artikel 3.39 lid 1 sub e, van het Bal jo. Bijlage II bij het Bal. 76 Artikel 18.2 Omgevingswet.
59
14 april 2025
2.7
Bedrijfsafval – hoofdstuk 10 Wet milieubeheer
Thema: circulaire transitie
Uitzonderingen en bijzonderheden
De discretionaire ruimte voor het afzien van handhaving is thans beperkt tot bijzondere omstandigheden. Uitzondering 1 is als er concreet zicht is op legalisering. Uitzondering 2 is als het handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen, zodat van optreden in die concrete situatie moet worden afgezien. De bestuursrechter toetst de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden vol.
60
14 april 2025
2.8
Netto-nul industrie verordening
Thema: Circulaire transitie; ook relevant voor Klimaatmitigatie en -adaptatie NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
Netto-nul industrie verordening77
Wat is het?
Het voornaamste doel van de Netto-nul industrie Verordening (Nniv) is het verbeteren van de werking van de interne markt door een structuur te creëren die de toegang van de Europese Unie tot een betrouwbare en duurzame levering van nettonultechnologieën waarborgt. Dit wordt onder andere bereikt door de productiecapaciteit van nettonultechnologieën en de bijbehorende toeleveringsketens te vergroten. Tegelijkertijd draagt deze aanpak bij aan de realisatie van de klimaatdoelstellingen van de Unie en de ambitie van klimaatneutraliteit.
Verplichtingen gemeente Amsterdam
•
Gevolgen voor ruimtelijke ordening en vergunningverlening • Eisen voor specifieke locaties § De implementatie van nettonulprojecten vereist de identificatie van locaties die geschikt zijn voor duurzame technologieën, waaronder zonnepanelen, windenergie, waterstofproductie, batterijopslag en CO₂-reductie.78 Dit vraagt om aanpassingen in de ruimtelijke ordening om voldoende ruimte te creëren voor deze initiatieven. • Prioritering van strategische zones § Lidstaten dienen gebieden te identificeren waar de vergunningverlening voor net-zero-projecten voorrang krijgt. Dit kan resulteren in aanpassingen van omgevingsplannen en de herbestemming van gronden.79 •
Versnelling van vergunningprocedures § Voor initiatieven die zich richten op de ontwikkeling van nettonultechnologie zijn de volgende maximale termijnen vastgesteld voor het proces van vergunningverlening: § Voor projecten met een jaarlijkse productiecapaciteit van minder dan 1 GW is de termijn vastgesteld op 12 maanden. § Voor projecten die een jaarlijkse productiecapaciteit van 1 GW of meer hebben, bedraagt deze termijn 18 maanden.
77 Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724. 78 Artikel 4 van de Nniv. 79 Artikel 15 van de Nniv.
61
14 april 2025
2.8
Netto-nul industrie verordening
Thema: Circulaire transitie; ook relevant voor Klimaatmitigatie en -adaptatie •
§ De gemeente Amsterdam zal mogelijk haar processen moeten aanpassen om aan deze tijdslimieten te voldoen. 80 Eenvoudigere processen § De Nniv stimuleert de oprichting van een centraal loket voor alle vergunningaanvragen, waardoor bedrijven niet langer met verschillende overheidsinstanties hoeven te communiceren.81
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
Naleving van deze verplichting kan worden gehandhaafd door middel van een Europese inbreukprocedure tegen Nederland en ingrijpen door de nationale overheid.
Tijdlijn
Tegen 2030 dient minimaal 40% van de jaarlijkse vraag naar deze technologieën binnen de EU te worden geproduceerd. Voor 2040 is het doel dat de EU 15% van de wereldwijde productie van deze technologieën voor haar rekening neemt, mits deze productie niet hoger is dan wat de EU zelf nodig heeft om haar eigen doelstellingen te realiseren.82
Uitzonderingen en bijzonderheden
In bijzondere situaties hebben lidstaten de mogelijkheid om de gebruikelijke termijnen voor de vergunningverlening van nettonulprojecten te verlengen. • Een lidstaat kan de vergunningstermijn één keer met maximaal drie maanden verlengen indien de specifieke kenmerken, complexiteit, locatie of omvang van het project dit noodzakelijk maken. Deze verlenging dient voorafgaand aan de reguliere termijn te worden vastgesteld.83 • Wanneer een project echter aanzienlijke gezondheids- en veiligheidsrisico’s met zich meebrengt voor werknemers of de bredere gemeenschap, kan de termijn zelfs met zes maanden worden verlengd. Het is van belang dat deze beslissing binnen de eerste zes maanden van het vergunningverleningsproces wordt genomen.84
80 Artikel 9, eerste en tweede lid, van de Netto-nul industrie Verordening. 81 Artikel 6 van de Nniv. 82 Artikel 5 van de Nniv. 83 Artikel 9, zesde lid, van de Nniv. 84 Artikel 9, zevende lid, van de Nniv.
62
14 april 2025
2.9
Richtlijn voor hernieuwbare energie III
Thema: Circulaire economie; ook relevant voor klimaatmitigatie en -adaptatie NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
Richtlijn voor hernieuwbare energie (RED III)85
Wat is het?
De Richtlijn hernieuwbare energie III (RED III) introduceert een verplichting om tegen 2030 42,5% van de energie uit hernieuwbare bronnen te halen. RED III bevordert de verduurzaming in diverse sectoren, versnelt de vergunningsprocedures voor projecten en stimuleert innovaties op het gebied van groene technologieën. Het duurzaam gebruik van biomassa en de naleving van milieunormen zijn cruciale elementen, met als uiteindelijke doel het verminderen van CO₂-uitstoot en het vergroten van de energieonafhankelijkheid binnen de Europese Unie.
Verplichtingen gemeente Amsterdam
Decentrale overheden dienen de vergunningverlening voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie te versnellen. Dit houdt in dat de doorlooptijden verkort moeten worden en dat administratieve procedures vereenvoudigd dienen te worden.86 • De vergunningsprocedure voor hernieuwbare energieprojecten in gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie mag niet langer dan twaalf maanden duren. Deze termijn mag met maximaal zes maanden worden verlengd bij gerechtvaardigde buitengewone omstandigheden.87
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
Naleving van deze verplichting kan worden gehandhaafd door middel van een Europese inbreukprocedure tegen Nederland en ingrijpen door de nationale overheid.
85 Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad. 86 Artikel 16bis e.v. van RED III. 87 Artikel 16bis, eerste lid, van RED III.
63
14 april 2025
2.9
Richtlijn voor hernieuwbare energie III
Thema: Circulaire economie; ook relevant voor klimaatmitigatie en -adaptatie
Tijdlijn
De RED III dient uiterlijk op 21 mei 2025 te zijn geïmplementeerd.88 De lidstaten dienen op uiterlijk 21 november ervoor te zorgen dat alle vergunningverleningsprocedures in elektronische vorm worden uitgevoerd.89
Uitzonderingen en bijzonderheden
Lidstaten zijn verplicht om ervoor te zorgen dat tegen 2030 ten minste 42,5% van het bruto-eindverbruik van energie in de Europese Unie afkomstig is uit hernieuwbare bronnen, met een ambitie om dit percentage te verhogen naar 45%. Bovendien wordt er een indicatief doel vastgesteld waarbij minimaal 5% van de nieuw geïnstalleerde capaciteit voor hernieuwbare energie gebruikmaakt van innovatieve technologieën.90
88 Artikel 5 van RED III. 89 Artikel 16, derde lid, van RED III. 90 Artikel 5 van RED III.
64
14 april 2025
2.10
Circulaire economie wet
Thema: Circulaire transitie NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Voorgenomen wettelijke regeling(en)
Circulaire economie wet (CE-wet)91
Wat is het?
In de hoofdlijnennotitie CE-wet wordt de koers geschetst voor de voorgenomen CE-wet. Deze notitie vormt de basis voor de verdere uitwerking van een wetsvoorstel voor de CE-wet. Deze wet beoogt een modernisering van de Wet milieubeheer (Wm) ter ondersteuning van de transitie naar een circulaire economie. De huidige regelgeving, die is ontwikkeld binnen een lineaire economische context, voldoet niet meer aan de hedendaagse duurzaamheidsdoelstellingen. In de hoofdlijnennotitie wordt aangegeven dat de ideeën en plannen voor de CE-wet worden uitgewerkt in een wetsvoorstel dat in consultatie zal worden gebracht. Het streven is om de consultatie medio 2025 te starten. Het voornemen is om met de CE-wet een samenhangend raamwerk te ïntroduceren dat doelstellingen en instrumenten biedt voor duurzaam gebruik van grondstoffen. De focus ligt op het verbeteren van efficiëntie en veiligheid gedurende de gehele productieketen, van productie tot afvalverwerking. De wet moet de hoofdstukken van de Wm herstructureren om een integrale benadering te waarborgen en beter aan te sluiten bij zowel Europese als nationale wetgeving. Het Circulair Materialenplan (CMP) wordt de opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Het beoogt informatie te bieden over alle fasen van een materiaalketen, van ontwerp tot en met verwerking.
Het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer in verband met het CMP is op 11 februari 2025 aangenomen door de Tweede Kamer.
Verplichtingen gemeente Amsterdam
Decentrale overheden zijn verplicht om bij het formuleren van regelgeving, zoals de gemeentelijke afvalstoffenverordening, de omgevingsverordening van de provincie, de waterschapsverordening en het omgevingsplan, rekening te houden met het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) en in de toekomst het Circulair Materialenplan (CMP), voor zover deze betrekking hebben op afvalstoffen.92 • De gemeente Amsterdam dient bij het verlenen van ontheffingen, die betrekking hebben op het verbranden en storten van
91 Hoofdlijnennotitie Circulaire Economie-wet en zie ook Wetsvoorstel :Wijziging van de Wet milieubeheer in verband met het circulair materialenplan en de verplichtingen bij afwijking daarvan. 92 Artikel 10.14 van de Wet milieubeheer.
65
14 april 2025
2.10
Circulaire economie wet
Thema: Circulaire transitie •
•
huishoudelijke afvalstoffen, eveneens het LAP en later het CMP in overweging te nemen.93 De gemeente Amsterdam is verantwoordelijk voor het actualiseren van de omgevingsvergunning bij een gewijzigd circulair materialenplan, indien dit noodzakelijk is. Bij de beoordeling van de noodzaak tot actualisatie moet het CMP in acht worden genomen. Deze verplichting geldt niet alleen voor omgevingsvergunningen voor afvalbeheerinrichtingen, maar ook voor vergunningen van bedrijven waar afval wordt geproduceerd.94 Ook heeft de gemeente de verplichting om informatie te verstrekken over bijvoorbeeld de gevallen waarin wordt afgeweken van het CMP.95
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
Indien een bestuursorgaan nalaat om een afschrift aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (de Minister) te sturen voor een ontwerpbesluit of een besluit dat afwijkt van het CMP, handelt het bestuursorgaan in strijd met de wet. In de gevallen waarin beroep mogelijk is besluit de Minister of het definitieve besluit een reden is om beroep in te stellen tegen het besluit van het bestuursorgaan voor het niet
Tijdlijn
Het streven is om de CE-wet gelijktijdig met het CMP in werking te laten treden op 1 september 2025.97
Uitzonderingen en bijzonderheden
In tegenstelling tot het LAP gelden bij het CMP er geen uitzonderingen op de verplichting om informatie te verstrekken. Deze verplichting geldt derhalve voor alle afwijkingen van de toetsingskaders in het CMP en is daarmee stringenter dan de afwijkingsprocedure van het LAP.98
(voldoende) onderbouwd afwijken van het CMP.96
93 Artikel 10.63, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer. 94 Artikelen 8.98 en 8.99 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 95 Deze verplichting zal in paragraaf 10.6.1 van het Omgevingsbesluit worden opgenomen, zie Kamerstukken II 2023/24, 36565, nr. 3, p. 8. 96 Kamerstukken II 2023/24, 36565, nr. 3, p. 7. 97 Kamerstukken II 2023/24, 36565, nr. 3, p. 17. 98 Kamerstukken II 2023/24, 36565, nr. 3, p. 13.
66
14 april 2025
3
NATUURKWALITEIT
3.1
Natuurherstelverordening
Thema: Natuurkwaliteit NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
Natuurherstelverordening99
Wat is het?
De Natuurherstelverordening heeft als doel de biodiversiteit en ecosystemen binnen de Europese Unie te herstellen, met specifieke aandacht voor klimaatmitigatie, aanpassing aan klimaatverandering en voedselzekerheid. Tegen het jaar 2030 dient 20% van zowel land- als zeegebieden hersteld te zijn, terwijl er voor 2050 volledige hersteldoelen zijn vastgesteld. Deze verordening biedt een juridisch kader voor de uitvoering van herstelmaatregelen en waarborgt de naleving van internationale verplichtingen.
Verplichtingen gemeente Amsterdam
• • •
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
Gemeenten moeten zorgen voor geen nettoverlies aan stedelijke groene ruimte of boomkroonbedekking tussen de inwerkingtreding van de wet en 31 december 2030.100 Vanaf 1 januari 2031 dient een toenemende trend in de totale nationale oppervlakte van stedelijke groene ruimte te worden gerealiseerd.101 Vermoedelijk ook monitoring van stedelijk groene ruimte en stedelijk boomkroonbedekking.102
Naleving van deze verplichting kan worden gehandhaafd door middel van een Europese inbreukprocedure tegen Nederland en ingrijpen door de nationale overheid.
99 Verordening (EU) 2024/1991 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2024 inzake natuurherstel en tot wijziging van Verordening (EU) 2022/869. 100 Artikel 8, eerste lid, van de Natuurherstelverordening. 101 Artikel 8, tweede lid, van de Natuurherstelverordening. 102 Artikel 20 van de Natuurherstelverordening.
67
14 april 2025
3.1
Natuurherstelverordening
Thema: Natuurkwaliteit
Tijdlijn
De verordening vereist dat de lidstaten doeltreffende herstelmaatregelen implementeren, zodat uiterlijk in 2030 ten minste 20% van het land- en zeeoppervlak binnen de Europese Unie hersteld is. Het uiteindelijke doel is om tegen 2050 alle herstelbare ecosystemen weer in hun oorspronkelijke staat te brengen.103
Uitzonderingen en bijzonderheden
De verplichtingen van geen nettoverlies aan stedelijke groene ruimte of boomkroonbedekking en het inzetten van een toenemende trend zien op de totale nationale oppervlakte. De specifieke verplichtingen voor een individuele gemeente zal afhangen van de nadere invulling van de verordening door de Rijksoverheid.
103 Artikel 1 van de Natuurherstelverordening.
68
14 april 2025
3.2
Vogelrichtlijn
Thema: Natuurkwaliteit; ook relevant voor Klimaatmitigatie en -adaptatie NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
Vogelrichtlijn.104 De Vogelrichtlijn is geïmplementeerd in nationale regelgeving, waaronder de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving, Besluit kwaliteit leefomgeving, Omgevingsbesluit en Omgevingsregeling.
Wat is het?
De Vogelrichtlijn heeft als doel de bescherming van wilde vogels en hun habitats binnen de Europese Unie. Lidstaten zijn verplicht om specifieke beschermingsgebieden aan te wijzen en moeten toezicht houden op activiteiten zoals jacht en het vernietigen van nesten. Het is verboden om beschermde vogels te verstoren, te doden of te verhandelen. Daarnaast is het noodzakelijk om de staat van instandhouding te monitoren en hierover rapportages aan de Europese Commissie te verstrekken.
Verplichtingen gemeente Amsterdam
•
Belangrijkste verboden/verplichtingen: o Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn is verboden.105 o Er geldt een specifieke zorgplicht voor van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten.106
•
Rol gemeente Amsterdam in relatie tot soortenbescherming: o De verplichtingen en bevoegdheden die volgen uit de Vogelrichtlijn zijn voornamelijk toegewezen aan de provincies107 en in sommige gevallen aan het Rijk108 o
o
Bij handelingen aan eigen gebouwen, zal de gemeente Amsterdam moeten voldoen aan de verplichtingen die gelden op basis van de Vogelrichtlijn en zal bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit moeten verkrijgen. De gemeente kan ook een faciliterende rol spelen voor verduurzamingsmaatregelen (waaronder isolatiemaatregelen en et plaatsen van zonnepanelen) door voor haar gehele grondgebied onderzoek naar beschermde soorten uit te laten voeren en een of
104 Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand. 105 Artikel 11.37 van het Bal. 106 Artikel 11.27 van het Bal. 107 Artikel 2.18 van de Omgevingswet en artikel 3.57 van het Bkl,(maatregelen voor behoud en herstel habitats en soorten), artikel 3.59 van het Bkl (instandhoudingsmaatregelen) en artikel 10.36a van het Omgevingsbresluit (rapportages vogelrichtlijn). 108 Artikel 2.44 van de Omgevingswet (aanwijzing natuurgebieden en landschappen) en artikel 11.67 van het Bkl (monitoring staat van instandhouding en doelen).
69
14 april 2025
3.2
Vogelrichtlijn
Thema: Natuurkwaliteit; ook relevant voor Klimaatmitigatie en -adaptatie meer soortenmanagementplan(nen) op te stellen en een gebieds- of gemeentedekkende omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te verkrijgen.
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
Als niet aan de verplichtingen van de Vogelrichtlijn wordt voldaan, kan de Europese Commissie een inbreukprocedure starten.109 Ook kan de nationale overheid ingrijpen.
Tijdlijn
De verplichtingen gelden al voor de gemeente.
Uitzonderingen en bijzonderheden
-
Naleving van verplichtingen in relatie tot eigen gebouwen kan bestuurs- en strafrechtelijk worden gehandhaafd.
109 Artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Recent is er een inbreukprocedure gestart tegen Nederland wegens het niet naleven van de Vogelrichtlijn, zie Europese Commissie: Inbreukenpakket voor juli en Kamerbrief: beantwoording vragen over de ingebrekestelling vanwege de niet-naleving van verplichtingen uit de Vogelrichtlijn.
70
14 april 2025
3.3
Habitatrichtlijn
Thema: Natuurkwaliteit; ook relevant voor klimaatmitigatie en -adaptatie NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
Habitatrichtlijn.110 De Habitatrichtlijn is geïmplementeerd in nationale regelgeving, waaronder de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling.
Wat is het?
Het primaire doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biodiversiteit binnen Europa door het beschermen van natuurlijke habitats en de inheemse flora en fauna. Deze richtlijn beoogt de oprichting van een Europees netwerk van Natura 2000-gebieden, dat cruciale locaties voor biodiversiteit omvat. Daarnaast verplicht de richtlijn de lidstaten om beschermende maatregelen te treffen voor bedreigde of kwetsbare soorten en hun leefomgevingen, met als doel hun behoud en herstel te waarborgen. Tot slot stimuleert de richtlijn een duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen en tracht zij de negatieve gevolgen van menselijke activiteiten te beperken.
Verplichtingen gemeente Amsterdam
•
Belangrijkste verboden/verplichtingen: o Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij dier- en plantensoorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bonn en Bern.111 De bedoelde diersoorten zijn in het wild levende soorten.112 Schadelijke handelingen zijn het opzettelijk doden of opzettelijk vangen, opzettelijk hun eieren vernielen of rapen in de natuur, opzettelijk verstoren of hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen beschadigen of vernielen. o Er geldt een specifieke zorgplicht voor in het wild levende soorten en Natura 2000-gebieden.113 o De stikstofproblematiek in Nederland speelt tegen de achtergrond van de verplichtingen uit de Habitatrichtlijn.
•
Rol gemeente Amsterdam in relatie tot de habitatrichtlijn: o
De verplichtingen en bevoegdheden die volgen uit de Habitatrichtlijn zijn voornamelijk toegewezen aan de provincies114 en in
110 Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna. 111 Artikel 11.46 van het Bal. 112 Deze worden aangewezen in bijlage IVa bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. 113 Artikel 11.6 van het Bal. 114 Artikel 2.18 van de Omgevingswet en artikel 3.57 van het Bkl,(maatregelen voor behoud en herstel habitats en soorten), artikel 3.59 van het Bkl (instandhoudingsmaatregelen) en artikel 10.36a van het Omgevingsbresluit (rapportages vogelrichtlijn).
71
14 april 2025
3.3
Habitatrichtlijn
Thema: Natuurkwaliteit; ook relevant voor klimaatmitigatie en -adaptatie o
o o
sommige gevallen aan het Rijk115 Bij handelingen aan eigen gebouwen, zal de gemeente Amsterdam moeten voldoen aan de verplichtingen die gelden op basis van de Vogelrichtlijn en zal bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit of een Natura 2000-activiteit moeten verkrijgen. Bij eigen bouw- of ontwikkelingsprojecten, zal de gemeente Amsterdam de stikstofemissies en -depositie van deze projecten in kaart moeten brengen om te beoordelen of deze vergunbaar zijn. De gemeente kan ook een faciliterende rol spelen voor verduurzamingsmaatregelen (waaronder isolatiemaatregelen en et plaatsen van zonnepanelen) door voor haar gehele grondgebied onderzoek naar beschermde soorten uit te laten voeren en een of meer soortenmanagementplan(nen) op te stellen en een gebieds- of gemeentedekkende omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te verkrijgen.
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
Naleving van deze verplichting kan worden gehandhaafd door middel van een Europese inbreukprocedure tegen Nederland en ingrijpen door de nationale overheid.
Tijdlijn
De verplichtingen gelden al voor de gemeente.
Uitzonderingen en bijzonderheden
-
Naleving van verplichtingen in relatie tot eigen gebouwen kan bestuurs- en strafrechtelijk worden gehandhaafd.
115 Artikel 2.44 van de Omgevingswet (aanwijzing natuurgebieden en landschappen) en artikel 11.67 van het Bkl (monitoring staat van instandhouding en doelen).
72
14 april 2025
3.4
Kaderrichtlijn water
Thema: Natuurkwaliteit NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
Kaderrichtlijn water (KRW).116 De Kaderrichtlijn water is geïmplementeerd in de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Wat is het?
De Kaderrichtlijn water heeft als primair doel het creëren van een raamwerk voor de bescherming van oppervlaktewater, overgangswater, kustwateren en grondwater. Deze richtlijn richt zich op verschillende belangrijke aspecten. Ten eerste beoogt zij de bescherming, het voorkomen van verdere achteruitgang en de verbetering van aquatische ecosystemen, evenals de terrestrische ecosystemen die daarvan afhankelijk zijn. Daarnaast stimuleert de richtlijn duurzaam watergebruik door de lange-termijnbescherming van waterbronnen te waarborgen. Verder is er een nadruk op het verminderen van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire stoffen, evenals het beëindigen van de aanwezigheid van prioritaire gevaarlijke stoffen. Tot slot draagt de richtlijn bij aan het voorkomen en verminderen van grondwaterverontreiniging en afzwakking van de gevolgen van overstromingen en perioden van droogte.117
Verplichtingen gemeente Amsterdam
De gemeente is verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van Omgevingswet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort.118 De gemeente is het bevoegd gezag voor lozingen op of in de bodem en rioollozingen. Hierdoor is de gemeente ook verantwoordelijk voor de bescherming van de kwaliteit van de bodem, inclusief het grondwater, en kan het daartoe maatregelen nemen.119 Via het toetsingskader in de Omgevingswet zal er bij wijziging van het omgevingsplan/vergunningverlening direct aan de eisen van de Kaderrichtlijn water moeten worden getoetst, waarbij de wijziging/het verlenen van de vergunning er niet toe mag leiden dat de doelen
116 Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid. 117 Artikel 1, onder e, van de KRW. 118 Artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Omgevingswet. 119 Artikel 2.3, eerste lid, van de Omgevingswet.
73
14 april 2025
3.4
Kaderrichtlijn water
Thema: Natuurkwaliteit voor oppervlaktewaterlichamen of grondwaterlichamen niet worden bereikt.
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
Als niet aan de verplichtingen van de Kaderrichtlijn wordt voldaan, kan de Europese Commissie een inbreukprocedure starten.120 Ook kan de nationale overheid ingrijpen. Daarnaast bestaat het risico dat de gemeente geen wijzigingen in het omgevingsplan kan vaststellen of vergunningen meer kan verlenen voor activiteiten als er niet wordt voldaan aan de KRW-doelen. Economische activiteiten, zowel in de
Tijdlijn
De Kaderrichtlijn water stelt als hoofddoel dat alle Europese wateren op 22 december 2027 een goede ecologische en chemische toestand moeten hebben bereikt. Verlenging van deze termijn is in beginsel niet mogelijk. Het later bereiken of verlagen van de doelen kan
bouw als in de rest van de economie, kunnen dan stil komen te liggen en de gemeente kan te maken krijgen met juridische procedures.
alleen als een beroep kan worden gedaan op beperkte uitzonderingsmogelijkheden (zie hierna).
Uitzonderingen en bijzonderheden
De gemeente dient zich rekenschap te geven van haar taken en te beoordelen in hoeverre deze al niet tot de taken van een waterschap, provincie of het Rijk horen. De KRW bevat wel uitzonderingsmogelijkheden voor het halen van de doelen. Zo is het later bereiken van de doelen mogelijk als de oorzaak van de vertraging ligt bij natuurlijke omstandigheden (artikel 4, vierde lid, onder c, van de KRW). In bepaalde gevallen is het daarnaast mogelijk om doelen te verlagen. Dit kan gedaan worden als een waterlichaam zodanig door menselijke activiteiten is aangetast of de natuurlijke gesteldheid van dien aard is dat het bereiken van de doelstellingen technisch niet haalbaar is of onevenredig kostbaar is. Aan een dergelijke bijstelling stelt artikel 4, vijfde lid, van de KRW uitgebreide voorwaarden waar niet eenvoudig aan zal kunnen worden voldaan.
120 Artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Recent is er een inbreukprocedure gestart tegen Nederland wegens het niet naleven van de Kaderrichtlijn water, zie Europese Commissie: Inbreukenpakket voor juli.
74
14 april 2025
3.5
Omgevingswet
Thema: Natuurkwaliteit NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
Omgevingswet
Wat is het?
De Omgevingswet heeft tot doel het stelsel van wetgeving met betrekking tot de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving te vereenvoudigen. Dit wordt bereikt door het samenvoegen van tientallen bestaande wetten en honderden regels in één enkele nieuwe wet. De wet resulteert in een significante vermindering van de regelgeving op diverse terreinen, waaronder water, lucht, bodem, natuur, infrastructuur, gebouwen en cultureel erfgoed.
Verplichtingen gemeente Amsterdam
•
De gemeente Amsterdam is verplicht om: o Een omgevingsvisie vast te stellen.121 De gemeente Amsterdam heeft de mogelijkheid om in haar omgevingsvisie specifieke nao o
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
tuurdoelen te formuleren. Een omgevingsplan vast te stellen. In het omgevingsplan kan de gemeente Amsterdam concrete regels vastleggen, ook in relatie tot natuur. Vergunningvoorschriften opnemen. Bij de beoordeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen kan de gemeente Amsterdam ook eisen stellen die bijdragen aan de realisatie van natuurdoelen.
De gemeente heeft zelf de taken tot toezicht en handhaving. De nationale overheid kan bij het nalaten van de gemeente ingrijpen.
121 Artikel 3.1 Omgevingswet (vaststellen omgevingsvisie) en artikel 3.2 Omgevingswet (inhoud omgevingsvisie).
75
14 april 2025
3.5
Omgevingswet
Thema: Natuurkwaliteit
Tijdlijn
De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Gemeenten hebben tot 1 januari 2027 de tijd gekregen om een omgevingsvisie vast te stellen.122 Gemeenten hebben tot eind 2031 gekregen om het tijdelijk deel van het omgevingsplan om te zetten.
Uitzonderingen en bijzonderheden
De gemeente krijgt in de Omgevingswet de ruimte om in zowel de omgevingsvisie aandacht te besteden aan natuur als in het omgevingsplan concrete regels vast te leggen. Deze ruimte kan de gemeente gebruiken om rekenschap te geven aan het garanderen van de natuurkwaliteit en het sturen op de verbetering hiervan.
122 Artikel 1, derde lid, van het Besluit tot vaststelling van een aantal tijdstippen (…) Stb. 2023, 267. Zie ook artikel 4.9, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet.
76
14 april 2025
3.6
Zorgplichten
Thema: Natuurkwaliteit NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
Omgevingswet en Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Wat is het?
De zorgplichten zoals vastgelegd in de Omgevingswet en het Bal verplichten eenieder om milieuschade te vermijden en, wanneer deze zich voordoet, te beperken en te herstellen. Dit houdt in dat er voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden bij activiteiten die een impact op het milieu kunnen hebben
Verplichtingen gemeente Amsterdam
Er zijn twee typen zorgplichten: algemeen en specifiek. Er zijn enkele zorgplichten die voor de gemeente Amsterdam relevant zijn. De algemene zorgplichten die zijn vastgelegd in de Omgevingswet verplichten eenieder om milieuschade te voorkomen, te beperken en te herstellen. • Artikel 1.6 van de Omgevingswet benadrukt dat iedereen die betrokken is bij activiteiten met een mogelijke impact op het milieu, de verantwoordelijkheid heeft om schade te vermijden. Indien er toch schade ontstaat, is men verplicht om adequate maatregelen te treffen om de gevolgen te minimaliseren en het milieu zoveel mogelijk terug te brengen naar de oorspronkelijke staat. • Artikel 1.7 van de Omgevingswet verduidelijkt dat de zorgplicht van toepassing is op alle activiteiten die het milieu kunnen beïnvloeden. Dit houdt in dat bij dergelijke activiteiten altijd de nodige voorzorgsmaatregelen moeten worden getroffen om schade te voorkomen, zelfs wanneer er geen specifieke regelgeving bestaat. • Artikel 1.7a van de Omgevingswet richt zich op activiteiten die een verhoogd risico voor het milieu met zich meebrengen, zoals het gebruik van gevaarlijke stoffen of grote infrastructuurprojecten. Dit artikel vereist dat er strengere zorgmaatregelen worden genomen voor deze risicovolle activiteiten om mogelijke milieuschade te voorkomen of te beperken.
Daarnaast is er een specifieke zorgplicht die ziet op het onderdeel natuur. • Zorgplicht natuur Artikel 11.6 van het Bal legt een zorgplicht op aan bedrijven en burgers om milieuschade te voorkomen. Bij schade moeten zij deze
beperken en herstellen. De zorgplicht geldt altijd, ook zonder specifieke normen, en bevordert een proactieve en integrale aanpak van 77
14 april 2025
3.6
Zorgplichten
Thema: Natuurkwaliteit milieubescherming.
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
De gemeente dient zelf te voldoen aan de zorgplichten bij het uitvoeren van activiteiten. Deze naleving kan bestuursrechtelijk en, bij bepaalde zorgplichten, strafrechtelijk worden gehandhaafd. Daarnaast heeft de gemeente de taak om toe te zien op de naleving en handhaving van de zorgplichten indien de gemeente bevoegd gezag is ten aanzien van de activiteit waarmee de zorgplicht is overtreden, vergunningverlenend bevoegd gezag is voor die activiteit of geen ander bevoegd gezag is aangewezen.
Tijdlijn
De verplichtingen gelden reeds voor de gemeente.
Uitzonderingen en bijzonderheden
-
78
14 april 2025
3.7
Net-Zero Land Take 2050 doel uit de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030
Thema: Natuurkwaliteit NB: Deze tabel benoemt enkele belangrijke verplichtingen van de gemeente Amsterdam die voortvloeien uit de genoemde regelgeving. Deze tabel is niet uitputtend. Deze verplichtingen zijn op verzoek van de gemeente Amsterdam uitgewerkt.
Wettelijke regeling(en)
EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030123
Wat is het?
In de biodiversiteitsstrategie van de Europese Unie voor 2030 zijn maatregelen opgenomen die Europese lidstaten moeten nemen om de afname van ecosystemen en biodiversiteit tegen te gaan en de natuur te waarborgen.
Verplichtingen gemeente Amsterdam
Het Net-Zero Land Take 2050-doel is een initiatief van de Europese Unie en enkele aangesloten landen dat beoogt om tegen 2050 te waarborgen dat er geen netto toename is van land dat wordt omgevormd tot stedelijke, industriële of andere kunstmatige gebruiksvormen. Dit houdt in dat elke hectare die voor menselijke ontwikkeling wordt aangewend, moet worden gecompenseerd door het herstel van een andere hectare naar een natuurlijke of semi-natuurlijke staat.124 Daarnaast moet de gemeente Amsterdam een ambitieus plan voor stedelijke vergroening hebben.125
Gevolgen niet voldoen aan verplichtingen
De Europese Commissie zal de strategie tegen 2024 evalueren om de vooruitgang te beoordelen en om na te gaan of er verdere maatregelen nodig zijn om de doelstellingen te halen.126
Tijdlijn
De ambitie is dat tegen 2050 alle ecosystemen ter wereld hersteld, veerkrachtig en adequaat beschermd zijn.127 De gemeente Amsterdam moet tegen 2030 een ambitieus plan voor stedelijke vergroening hebben.128
123 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, Het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 COM(2020) 380 final. 124 Mededeling van de Commissie, 'EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030, De natuur terug in ons leven brengen', COM(2020) 380, p. 24. 125 Mededeling van de Commissie, 'EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030, De natuur terug in ons leven brengen', COM(2020) 380, p. 17. 126 Mededeling van de Commissie, 'EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030, De natuur terug in ons leven brengen', COM(2020) 380, p. 26. 127 Mededeling van de Commissie, 'EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030, De natuur terug in ons leven brengen', COM(2020) 380, p. 23. Zie voor een opsomming van de belangrijkste verbintenissen tegen 2030, p. 17. 128 Mededeling van de Commissie, 'EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030, De natuur terug in ons leven brengen', COM(2020) 380, p. 17.
79
14 april 2025
3.7
Net-Zero Land Take 2050 doel uit de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030
Thema: Natuurkwaliteit
Uitzonderingen en bijzonderheden
De verplichting om tegen 2030 een ambitieus plan voor stedelijke vergroening te hebben heeft raakvlakken met de verplichtingen die volgen uit de Natuurherstelverordening.
80
14 april 2025
81