2. Jaarrapportage Woningbouw 2023_tbv Raadscommissie WV.pdf
Tekst van het document
2 3 4 5
Dit is het gemiddelde woonprogramma. Voor Cluster 7 geldt 0-38-62, voor A’damse Poort 20-30-50 en voor Bijlmer Centrum 28-37-36. Dit is het gemiddelde woonprogramma. Voor gemeentelijke kavels geldt 40-40-20, voor particuliere kavels 30-40-30 Voor het Buikslotermeerplein wordt een fase 3 besluit voorbereid, met mogelijk een alternatief voorstel voor de 40-40-20. Besluitvorming wordt verwacht in Q3 2024. Dit is het gemiddelde woonprogramma. Voor 3 locaties in grondeigendom geldt 36-36-28, voor vd Kunbuurt 55-25-20 en voor overige locaties 40-40-20.
Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
27
2
2.1.2 Afwijkingen 40-40-20 in particuliere transformaties Indien er meer dan 10 nieuwe woningen worden gerealiseerd, geldt ook in particuliere transformatie projecten de ‘40-40-20’ als programmatisch uitgangspunt. De gemeente kan hierop sturen als het erfpachtrecht en/of het bestemmingsplan moeten worden aangepast om de transformatie mogelijk te maken. Het Stedelijk Kader voor particuliere transformatie projecten biedt hierbij erfpachters of eigenaren wel de mogelijkheid om onder voorwaarden af te mogen wijken van de 40-40-20 (raadsbesluit december 2017). Dit kan alleen na goedkeuring van de directeur Grond en Ontwikkeling, die hiervoor gemandateerd is door het college. Voor de duidelijkheid: dit mandaat kan alleen worden ingezet voor (individuele) particuliere transformatieprojecten die geen onderdeel zijn van een gebiedsontwikkeling en waarvoor geen Project- en of Investeringsbesluit wordt genomen. Er zijn zes uitzonderingscriteria vastgesteld, op basis waarvan kan worden ingestemd met een afwijking van de 40-40-20. Deze criteria zijn: 1 Met de beoogde afwijking wordt een ander stedelijk doel of programma nagestreefd in het betreffende project. Bijvoorbeeld de huisvesting van kwetsbare groepen, ouderenhuisvesting, zorgwoningen, studenten of jongerenwoningen, collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO).
2 De bestaande woningdifferentiatie in het omliggende gebied van het gebouw is dusdanig specifiek, dat een andere menging in het te transformeren gebouw beter past om de gewenste gemengde wijk te bereiken. 3 Het gebouw heeft een dusdanige geringe omvang dat de beoogde menging vanuit beheeroogpunt niet wenselijk is. Een project met minder dan 30 woningen heeft een geringe omvang.
Bouwen van een goede mix
4 De sociale huurwoningen in het project worden door een corporatie afgenomen. Minimaal 30% sociaal is in dit geval toegestaan, waarbij het aandeel middeldure huur minimaal 40% moet zijn. 5 De particuliere ontwikkelaar (erfpachter/eigenaar) heeft aangetoond dat er geen corporaties geïnteresseerd zijn in afname van sociale woningen. In dit geval is 0% sociaal toegestaan mits er minimaal 80% middeldure huur wordt gerealiseerd, waarbij de middeldure huur wordt toegewezen aan door de gemeente aan te wijzen maatschappelijke (beroeps)groepen. 6 De transformatie betreft een los gebouw én de ambtelijk opdrachtgever is het stadsdeel en niet Grond en Ontwikkeling. Dan is 100% woningen in het middeldure huursegment met huurafspraken conform het vigerende middeldure huurbeleid toegestaan. Over afwijkingen in particuliere transformatieprojecten wordt jaarlijks gerapporteerd, als onderdeel van de Jaarrapportage Woningbouw. In de voorgaande jaren waren er gemiddeld rond de tien afwijkingsverzoeken per jaar. In 2023 zijn drie afwijkingsverzoeken ingediend en goedgekeurd.
Afwijkingsverzoeken 40-40-20 (particuliere transformatieprojecten) Stadsdeel
Project
TOT
SH
MDH
VS
Noord
Hilversumstraat 316-340
452
240
212
0
Nieuw West
De Riekerhof
66
0
66
0
Nieuw West
Sloterweg 984
30
0
9
21
Totaal
In aantal woningen
548
240
287
21
Totaal
In percentage
44%
52%
4%
Bron: Grond en Ontwikkeling
Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
28
2
Dit kleine aantal past in het beeld dat het voor initiatiefnemers in deze tijd lastiger is om tot een haalbaar projecten te komen, en zij eerder een pas op de plaats zullen maken.
Start bouw corporatiewoningen 2023
De Alliantie
462
Het totale beoogde programma van de toegestane afwijkingen in 2023 bestaat uit 548 woningen. De verdeling daarvan is 44% sociale huur, 52% middelduur en 4% vrije sector. In totaal is het aandeel betaalbare woningen in 2023 maar liefst 96%. Dit beeld zagen we overigens vorig jaar ook terug in de goedgekeurde afwijkingsverzoeken, met een totaalverdeling van 31% sociale huur, 67% middelduur en 2% vrije sector. De vrees dat afwijken van de 40-40-20 resulteert in met name een focus op dure woningen, blijkt ongegrond.
DUWO
767
Eigen haard
116
Lieven de Key
476
Rochdale
208
Stadgenoot
361
Woonzorg
0
Bij deze goedgekeurde afwijkingsverzoeken past de volgende kanttekening: het gaat hier niet om aantallen start bouw, maar om toegestane woonprogramma’s bij projecten in voorbereiding. Of deze transformatie projecten ook echt gerealiseerd worden, zal de toekomst leren. Hiervoor is de initiatiefnemer, de eigenaar of erfpachter, aan zet.
2.2 Sociale corporatiewoningen Meer dan de helft van de in 2023 totaal in aanbouw genomen woningen betreft sociale corporatiewoningen met een huur onder de liberalisatiegrens van € 808,06 per maand (prijspeil 2023). Het gaat om totaal 22 projecten, voor het overgrote deel gerealiseerd in Oost en Nieuw-West. De corporaties hebben qua nieuwbouw een zeer goed jaar achter de rug. Sociale huur is minder gevoelig voor schommelingen op de woningmarkt en voor de korte termijn is de investeringsruimte op orde, waardoor corporaties nog voort varend konden doorbouwen.
Corporaties
Start bouw 2023
Ymere
268
Totaal
2.658
Bron: Corporatielijst
De grote klapper in 2023 zijn twee projecten van DUWO in de Sluisbuurt, waar voor jongeren en studenten 767 studio’s worden gerealiseerd. In de tabel is de productie in 2023 per corporatie weergegeven. Naast deze permanente, zelfstandige woningen is één project met tijdelijke woningen in aanbouw genomen.
Planvoorraad 2024 Voor 2024 zijn (bron: Projectenlijst Corporaties d.d. 1 jan 2024) ca. 4.000 sociale corporatiewoningen gepland. In potentie kan ook 2024 weer een goed jaar worden voor de bouw van sociale huurwoningen. Corporaties hebben aangegeven de ruimte te hebben om te investeren in de plannen in 2024, die reeds in een vergevorderd stadium zijn. Ca 1.900 à 2500 sociale corporatiewoningen , conform de nieuwe Samenwerkingsafspraken (zie paragraaf 3.1.2), lijkt in 2024 haalbaar.
Bouwen van een goede mix
Hier bovenop hebben corporaties ook meerder projecten met flexwoningen in de planning staan (zie paragraaf 3.3). Risico’s op uitstel of vertraging doen zich met name voor in gemengde projecten (projecten met een mix van sociale huur met andere woon segmenten of commerciële functies), waar corporaties afhankelijk zijn van een ontwikkelaar.
2.3 Middeldure huurwoningen Voor de bouw van middeldure huurwoningen, huur woningen met een prijs per maand (prijspeil 2023) tussen de € 808,06 en € 1.175,72, was 2023 een zeer moeilijk jaar. In 2023 zijn er in totaal slechts zeven middeldure huurprojecten in aanbouw genomen met in totaal 314 woningen. In de startbouwcijfers van middeldure huur is het effect van de verslechterde omstandigheden goed zichtbaar. De rendementen stonden zodanig onder druk dat er maar weinig woningen in aanbouw zijn genomen. Beleggers waren terughoudend, o.a. door een stijgende rente, fiscale maatregelen en een voorstel voor de Wet betaalbare huur. Ontwikkelaars hebben veel projecten uitgesteld als gevolg van de verslechtering van de marktsituatie
Planvoorraad 2024 Voor 2024 zijn er 2.757 middeldure huurwoningen gepland, met name in stadsdelen Noord, Nieuw-West en Oost. Dit is een relatief laag aantal, veel plannen met middeldure huur zijn doorgeschoven naar 2025 of verder. Ook 2024 zal voor middeldure huur een lastig jaar worden. Een aanzienlijk deel van de middeldure huurwoningen – 41% – is gepland in Transformatie gebieden, waar de gemeente niet de volledige regie heeft en planningen een grotere onzekerheid kennen. Er is wel ‘licht optimisme’ dat investeringen aantrekken in 2024.
Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
29
2
Bouwen van een goede mix
Of rendementen aantrekkelijk genoeg zijn, of beleggers weer gaan investeren in dit segment of in hoeverre de nieuwe kabinetsformatie (en de definitieve besluit vorming m.b.t. regulering van middeldure huur) wordt afgewacht, is lastig voorspelbaar.
2.3.1 Wet Betaalbare Huur De Wet betaalbare huur, die regulering van een deel van het huursegment boven de sociale huur voorstelt, wordt naar verwachting in de loop van 2024 aan de Tweede Kamer voorgelegd. Of er daarna inhoudelijk nog veel zal veranderen voor het naar de Eerste Kamer gaat, is nog onduidelijk. Of de gewenste ingangsdatum van 1 juli 2024 wordt gehaald, is eveneens onduidelijk. Totdat de wet wordt ingevoerd, blijft Amsterdam voor nieuwbouw het huidige gemeentelijk middeldure huurbeleid hanteren. Afhankelijk van de uiteindelijke vorm van de wet, zal worden bezien of er nog aan vullend gemeentelijk beleid nodig is.
2.4 Betaalbare koopwoningen Bij de bouw van (betaalbare) koopwoningen met een prijs tot € 355.000 (prijspeil 2023) gaat het om relatief kleine aantallen. De mogelijkheden in Amsterdam zijn beperkt en sterk afhankelijk van de locatie. In 2023 zijn 45 betaalbare koopwoningen in Zuidoost, project Switi Gooise Kant van BPD|Bouwfonds, in aanbouw genomen. De VON-prijzen in dit project liggen rond de € 280.000 (excl. erfpacht), alle woningen zijn verkocht.
Planvoorraad 2024 In 2024 is start bouw van drie projecten gepland met in totaal 197 betaalbare koop woningen. Bij het project Geins aan het Vreeswijkpad in Zuidoost, worden de betaalbare koopwoningen van ca. 70 m2 verkocht met
KoopStart, waarmee een zogeheten ‘koperskorting’ op de marktwaarde wordt verleend. Hierbij hebben kopers uit Zuidoost voorrang.
2.4.1 Pilots In 2024 worden door de gemeente twee kleinschalige pilots marktcontraire betaalbare koop met KoopStart en de Starterslening nader uitgewerkt. In deze pilots zal voorrang worden verleend aan drie maatschappelijke beroepsgroepen. In aanloop naar de behandeling van de Voorjaarsnota 2024 worden de mogelijkheden onderzocht om
middelen vrij te maken voor de Starterslening. De raad wordt nog voor de zomer geïnformeerd over de uitwerking van de pilot met KoopStart en eventuele deelname aan het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen van het Rijk. Door de wijziging van de Huisvestingswet 2014 wordt het mogelijk om betaalbare koopwoningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen. Maximaal 50% van de betaalbare koopwoningen mag toegewezen worden aan woningzoekenden met maatschappelijke of economische binding. De toe wijzing wordt per 1 januari 2025 opgenomen in de Huisvestingsverordening. Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
30
2
2.4.2 Indexering prijsgrens
Jongeren- en studentenhuisvesting
In 2023 hanteerde het Rijk een bovengrens van €355.000 voor betaalbare koopwoningen. Deze boven grens wordt elk kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex. Vanaf 1 januari 2024 is de bovengrens voor betaalbare koopwoningen € 390.000. Voorgesteld wordt om in Amsterdam de bovengrens van het Rijk te blijven volgen
Corporaties
Gebied
Project
De Alliantie
Zuidoost
Lieven de Key
Bouwen van een goede mix
Aantal
Jongeren
De Tafelberg
290
290
Nieuw West
August Allebeplein (blok 6 / Opportuna)
174
174
Lieven de Key
Centrum
Zeevaartschool (Prins Hendrikkade)
40
14
26
2.5 Zelfbouwers en coöperatieven
Duwo
Oost
Sluisbuurt (Kavel 5A2 + 6B2)
767
365
402
Het programma Zelfbouw richt zich op het ontwikkelen van geschikte locaties voor zelfbouw en faciliteert en adviseert over het proces tussen gemeente en zelf bouwers. In februari 2023 heeft het college het rapport ‘Bouw Zelf Samen’ vastgesteld, waarmee de focus bij Zelfbouw is bijgesteld naar meer groepsbouw en minder individuele zelfbouw. De schaarste aan locaties en de keuze voor betaalbaar wonen maakt deze prioritering noodzakelijk. Het college spant zich vooral nog in voor zelfbouw door wooncoöperaties, omdat die zich richten op het betaalbare segment. Voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) en Mede Opdrachtgeverschap (MO) blijven er in Amsterdam beperkt mogelijkheden, als onderdeel van de 20 procent vrijesector bouw. Voor individuele zelf bouwers en kleine collectieven (‘Samen in het klein’) wordt met name ingezet op de begeleiding van lopende projecten.
Totaal
1.271
843
428
Met name op Centrumeiland zijn er nog (individuele) zelfbouwkavels in ontwikkeling. In 2023 is gestart met totaal 94 zelfbouwwoningen, waarvan 32 woningen middels MO. Voor 2024 is start bouw van 48 vrije sector zelfbouwwoningen (CPO) op Centrumeiland gepland.
Studenten
Bron: Jongeren- en studentenhuisvesting
2.5.1 Wooncoöperaties
2.6 Jongeren- en studentenhuisvesting
Er zijn sinds 2020 in totaal tien kavels door de gemeente beschikbaar gesteld aan wooncoöperaties voor de realisatie van sociale en middeldure huurwoningen. Het betreft de realisatie van circa 500 woningen. Hiervan zijn er in 2023 twee opgeleverd (De Warren, 36 woningen en Het Nieuwe Bajesdorp, 11 woningen), zal in 2024 in Oost, De Nieuwe Meent starten met bouwen (40 woningen), en naar verwachting Akropolis op centrum eiland ook (31 woningen).
In 2023 is er gestart met de bouw van 843 jongeren woningen en 428 studentenwoningen. Deze woningen worden door corporaties specifiek voor jongeren en studenten gerealiseerd. Het zijn permanente zelf standige woningen, die sociaal verhuurd worden.
Voor de overige zes projecten zijn optieovereen komsten gesloten en groepen bezig met het uitwerken van hun ontwikkelplannen (Eureka 80 woningen plus 20 vrije sectorhuur, Torteltuin 40 woningen, Stroom 30 woningen, De Bundel 132 woningen, Woonwolk 53 woningen en de Bonte Hulst 32 woningen).
De bouwopgave voor jongeren en studenten ligt, net als bij andere doelgroepen met een grote woonvraag, hoog. In het Woningbouwplan 2022-2028 en de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV) is besloten om geen streefaantallen vast te stellen per doelgroep, maar om de grote woningbouwopgave integraal en gebiedsgericht aan te pakken. (Zie paragraaf 2.8 gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering). Mede om die reden is eind 2022 besloten het Amsterdamse convenant studentenhuisvesting niet te verlengen. Dit had ook tot gevolg dat de
Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
31
2
samenwerking met de betrokken partijen binnen Amsterdam, namelijk de hoger onderwijsinstellingen, de studentenbonden en de studentenhuisvesters anders vormgegeven moest worden. Het jaar 2023 stond in het teken van de invulling van deze hernieuwde samenwerking. De gezamenlijke doelen van deze samenwerking zijn opgenomen in de zogenoemde focusagenda studentenhuisvesting.
Foto door Jeroen MUsch
Amsterdam heeft in het najaar van 2022 het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting ondertekend (inclusief addendum, waarin Amsterdam nadrukkelijk vraagt om vrijheid bij het lokaal invullen van de actiepunten) . In de focusagenda studentenhuisvesting is vermeld hoe en aan welke actiepunten uit dit landelijke plan de Amsterdamse samenwerkingspartners lokaal invulling gaan geven. Eén van de belangrijke acties in deze focusagenda is het beter betrekken van de regio gemeenten in de plannen voor studentenhuisvesting. In 2024 zullen de gesprekken met de regio worden voortgezet. Verder is er in de focusagenda ook aandacht voor het beter benutten van de bestaande voorraad, om zo meer woonruimte voor jongeren- en studenten te creëren. Zo is er in 2023 een samen werking gestart met Hospi Housing, een partij die hospita-verhuur in Amsterdam en de regio promoot onder zowel mogelijke hospita’s als studenten.
Geclusterde ouderenhuisvesting Corporaties
Gebied
Project
De Alliantie
Oost
Centrumeiland IJburg
62
Eigen Haard
Noord
Stellingweg
60
Totaal
Aantal
122
Bouwen van een goede mix
De afspraken rondom jongerenhuisvesting voor Amsterdam zijn opgenomen in de prestatieafspraken met de woningcorporaties.
Planvoorraad 2024 Voor 2024 staan er 356 studentenwoningen in de planvoorraad, deze worden ontwikkeld door een private partij. Hiernaast, staan er 284 tijdelijke jongerenwoningen in de planvoorraad van 2024, deze worden eveneens door een private partij ontwikkeld. NB. Deze tijdelijke woningen staan los van het programma flexwonen, zie hiervoor paragraaf 3.3.
2.7 Geclusterde ouderenhuisvesting In de nieuwbouwprogrammering is, vanwege de specifieke woonvorm, de geclusterde ouderenwoning een specifieke doelgroep. Alleen woningen die specifiek gebouwd en gelabeld worden voor ouderen, tellen mee in deze nieuwbouwcategorie. In 2023 is er door corporaties gestart met de bouw van 122 geclusterde ouderenwoningen, allen in de sociale huur. Het gaat om permanente zelfstandige woningen. Positief is dat hiernaast in Amsterdam een groot deel van de (reguliere) nieuwbouw een ‘nultredenwoning’ is en hiermee geschikt voor ouderen. Dit komt simpelweg omdat er relatief weinig eengezinswoningen worden gebouwd en relatief veel gelijkvloerse appartementen (incl. lift). Met de corporaties geldt hierbij de afspraak om 90% van de reguliere nieuwe sociale huur aanpasbaar te bouwen(= nultreden) en 5% van de nieuwbouw te bestemmen voor ouderenwoningen. Dit betekent dat van de in 2023 in aanbouw genomen sociale corporatiewoningen, er ca. 133 aan ouderen zullen worden toegewezen.
Bronnen: Basisbestand Woningbouw en de Corporatielijst Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
32
2
Bouwen van een goede mix
Intentieverklaring 2020 In 2020 hebben gemeente, corporaties en meerdere ontwikkelaars/beleggers en zorgpartijen een Intentie verklaring ondertekend met als doel om in vier jaar tijd 2000 geclusterde zelfstandige ouderenwoningen in aanbouw te hebben nemen, waarvan 1.000 in de sociale huur, 500 in de middeldure huur en 500 in de dure huur of koop. Voorbehoud bij deze intentie was de beschikbaarheid van locaties. Geschikte locaties zijn kavels in de nabijheid van winkels, zorgpunten, voorzieningen en openbaar vervoer. En in buurten waar al veel ouderen wonen. Kansen doen zich bijvoorbeeld voor bij herontwikkeling van bestaande buurten zoals de Roell-buurten. Bij de zoektocht naar potentiële locaties – en de afweging hierbij tussen verschillende belangen en doelgroepen – wordt aangesloten op de werkwijze gebiedsgericht doelgroepenprogrammering (zie paragraaf 2.8). Met alleen nieuwbouw gaat het niet lukken, de grootste aanpassingen zullen plaats moeten vinden in de bestaande voorraad. Zo wordt onder andere ingezet op het aanpasbaar maken van woningen en renovatie van verouderde zorgcomplexen. In 2024 wordt bezien of en op welke wijze vervolg gegeven kan worden aan de intentieovereenkomst.
Planvoorraad 2024 Voor 2024 staat start bouw van 183 geclusterde ouderenwoningen gepland, allen in de sociale huur. Het gaat om vier projecten van corporaties.
2.7.1 Uitvoeringsagenda ouderenhuisvesting Op 20 juli 2023 is de Amsterdamse Aanpak Volkshuis vesting (AAV) vastgesteld in de gemeenteraad. In de AAV is via een woonzorganalyse in beeld gebracht welke opgave op het gebied van Wonen en Zorg er tot 2040 op Amsterdam afkomt. Daarbij is ook gekeken naar de opgave voor ouderenhuisvesting.
De vergrijzing neemt in rap tempo toe. Tot 2040 groeit het aandeel ouderen sterk. De grootste groei, een verdubbeling, is te zien bij het aandeel 85+ers. In 2022 zijn er 11.000 85+ers in Amsterdam. Dit groeit naar ruim 25.000 85+ers in 2040. Een hogere leeftijd betekent ook een hogere zorgvraag. Van het aandeel 65-75 jarigen maakt 85% niet of nauwelijks gebruik van zorg. Bij de 90+ers is dat aandeel nog maar 27%, terwijl 28% gebruik maakt van zware zorg. De demo grafische ontwikkeling zorgt dus voor een sterk stijgende vraag naar ouderenzorg.
In de AAV zijn de volgende drie ambities opgenomen, die specifiek gaan over de opgave ouderenhuisvesting: a Doorstroming en bewustwording ouderen woonsituatie; b Passend wonen, bouwproductie ouderenhuisvesting; c Wonen en zorg nabij. In de eerste helft van 2024 wordt de uitvoeringsagenda Ouderenhuisvesting aan het bestuur voorgelegd. Hierin worden, naast de blijvende inzet op nieuwbouw van geclusterde ouderenwoningen, bovenstaande punten nader geconcretiseerd. Inclusief het in beeld brengen van de haalbaarheid van – nieuwbouw van – ‘zorggeschikte woningen’. Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
33
2
2.8 Gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering In 2023 heeft het college gewerkt aan een nieuwe werkwijze, waarbij voor doelgroepen gebiedsgericht geprogrammeerd en geprioriteerd wordt, gericht op doorstroming en het bouwen van de ‘goede mix’. De gedachte hierachter is dat opgaven en kansen per gebied zodanig verschillen dat een gebiedsgerichte benadering recht doet aan het bouwen van een complete en diverse stad maar tegelijkertijd ook de flexibiliteit biedt die nodig is voor de stevige bouw opgave waar de stad voor staat. De vraag naar woningen in vrijwel alle segmenten én voor de verschillende doelgroepen is vele malen hoger dan wat er beschikbaar is, of op korte termijn beschikbaar komt. Nieuwbouwwoningen zijn niet de oplossing voor alle knelpunten in de woningmarkt. En ook de toewijzing van woningen aan de juiste doelgroepen is maar beperkt stuurbaar.
Uitwerking nieuwe werkwijze Gebiedsgericht doelgroepen programmeren betekent dat per stadsdeel/gebied wordt bekeken welke doelgroepen kansrijk zijn en welke ruimte de plan voorraad voor doelgroepen biedt. De inzet hierbij is om zoveel mogelijk te bouwen, voor de verschillende doelgroepen, passend bij het gebied. De nieuwe aanpak is gebaseerd op het bijeenbrengen van data over de bestaande woningvoorraad, bewoners en de planvoorraad in zogenaamde ‘gebiedsprofielen’. Daarnaast wordt door middel van ‘doelgroepprofielen’ inzichtelijk gemaakt welke beleidskaders en aandachtspunten gelden voor de doelgroepen waarvoor specifieke eisen gesteld worden bij de bouw. Dit betreft jongeren- en studentenhuisvesting, ouderenhuisvesting en rolstoelwoningen. Hiernaast is er specifiek aandacht voor (betaalbare, middeldure) woningen voor gezinnen.
Bouwen van een goede mix
De nieuwe werkwijze is in 2023 uitgewerkt aan de hand van twee pilot-gebieden (Zuidoost en Nieuw West). Voor deze stadsdelen is een test-gebiedsprofiel opgesteld. Aan de hand van het nieuwe Wonen in Amsterdam 2023 onderzoek (WiA2023) data en de cijfers uit het basis bestand per 01-01-2024 worden in 2024 de gebiedsprofielen voor alle stadsdelen opgesteld. Gestart wordt met de stadsdelen Zuidoost, Nieuw West en Noord. In de Halfjaarrapportage Woningbouw zal hierover worden gerapporteerd.
2.8.1 Doorstroming
Daarnaast wordt uitgewerkt hoe de werkwijze gebruikt kan worden voor het beter in beeld krijgen van de planvoorraad en aanvullende locaties voor de eerder genoemde doelgroepen in de nieuwbouw. Ook wordt een relatie gelegd met de Aanpak kleine woningen (onderdeel van de Impuls Gewoon Goed, zie paragraaf 3.2). De gebiedsprofielen brengen in beeld welke gebieden al een hoge concentratie aan kleine woningen kennen. Onderzocht wordt of deze werkwijze ook ingezet kan worden om uitspraken te doen over de maximale concentratie aan kleine woningen in een gebied.
Daarbij gaat het onder meer om het definiëren van passende huisvesting. Het gaat dan om leeftijd, huishoudentype, inkomensniveau, woonsegment, woonlocatie, etc. Op basis hiervan kan een beeld gevormd worden aan welk type woningen een absoluut tekort is in Amsterdam en welke verhuistreinen kansrijk zouden zijn zoveel mogelijk huishoudens naar een passende woning te laten verhuizen. Daarbij geldt dat doorstroming een middel is om te komen tot een betere benutting van de Amsterdamse woningvoorraad en geen doel op zich. Het feitelijk op gang brengen van doorstroming is niet alleen afhankelijk van het woning aanbod en eventuele regulering via woonruimte verdeling maar vooral van de afwegingen die huis houdens hier in (kunnen) maken. Dit maakt het (kwantitatief) sturen op doorstroming ingewikkeld.
Monitor AAV De Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV), vastgesteld door de raad op 19 juli 2023, is gericht op de hele woningmarkt en zet zich in voor de totale voorraad. Voor de AAV zal een monitoringsinstrument worden ontwikkeld. Het ontwikkelen hiervan kost, vanwege de breedte van de AAV, tijd. Het college verwacht in het eerste kwartaal van 2024 te komen met een invulling van de monitor voor de AAV en deze te delen met de gemeenteraad.
In het laatste kwartaal van 2023 is O&S een onderzoek gestart om te onderzoeken in welke mate Amsterdamse huishoudens passend wonen en is en welke verhuis treinen kansrijk zijn. Dit eerste onderzoek geeft een algemeen beeld voor de hele stad (op basis waarvan bezien kan worden of een doorstroomindicator mogelijk is. De planning is dat het onderzoek voor het zomer reces gereed is.
Voor de gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering is de AAV, en de monitor, van belang. Veel huisvestingsproblemen grijpen in elkaar en vragen om een integrale blik. Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
34
3
Versnellen en versimpelen
Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
35
3
Gebiedsontwikkeling in Amsterdam wordt complexer, mede omdat de ver dichting van de stad steeds meer plaats vindt in transformatiegebieden en in bestaande wijken. Het aandeel gemeentelijke locaties neemt af en het aandeel transformatiegebieden toe. De gemeente bouwt zelf geen woningen, maar faciliteert zo goed mogelijk woningcorporaties, marktpartijen, particuliere investeerders en wooncoöperaties bij de bouw. Met als doel om bij te dragen aan een zo efficiënt mogelijke voorbereiding en uitvoering van de woningbouwproductie. Belangrijk onderdeel van een soepele voortgang is een goede samenwerking met investeerders en burgers in de stad. Binnen dit thema wordt gerapporteerd over: • Inzet op samenwerking • Inzet Gewoon Goed • Inzet op flexwonen • Versimpeling Stedelijk Kader
3.1 Inzet op samenwerking Gemeente en investeerders spreken elkaar veelvuldig, zowel formeel als informeel. In Amsterdam gaan partijen soepel en makkelijk met elkaar om; signalen uit de markt worden hierdoor snel opgepakt.
Versnellen en versimpelen
57% van
Planvoorraad 2024 t/m 2027
de woningbouw gepland in transformatie gebieden
Gemeentelijke locaties Ontwikkelbuurten/Stedelijke Vernieuwing Transformatiegebieden
Disclaimer • Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend. • De kaart geeft het kenmerkende karakter aan per gebied, dit is geen exacte weergave van de eigendomssituaties en/of bouwlocaties. • De kaart is excl. overige locaties < 100 woningen. Bron: Basisbestand Woningbouw, 1 januari 2024
Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
36
3
Versnellen en versimpelen
In de projecten zelf is uiteraard sprake van het meest directe en permanente contact tussen gemeente en investeerders. Als er een knelpunt is in een project, is er een duidelijke opschalingslijn van projectmanager naar ambtelijk opdrachtgever naar directeur Grond en Ontwikkeling en zo nodig naar de wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling. Behalve overleg op project/gebiedsniveau zijn er stedelijk meerdere structurele overleggen op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau. Hiernaast organiseert de gemeente ook vele informele bijeenkomsten waar gemeente en investeerders elkaar tegenkomen.
Investerings- en Bouwoverleggen De gemeente voert jaarlijks individuele gesprekken, ‘Investeringsoverleggen’. met de ongeveer 25 grote marktpartijen actief in Amsterdam en voert twee keer per jaar Investeringsoverleggen met de Amsterdamse corporaties over (markt)ontwikkelingen, de projectenportefeuille en de voortgang in projecten. Daarnaast zijn er regulier, zowel ambtelijk als bestuurlijk, twee keer per jaar Bouwoverleggen waarin actuele ontwikkelingen, beleid en mogelijke oplossingen met elkaar worden besproken. Deelnemers aan het Bestuurlijk Bouwoverleg Amsterdam zijn, naast wethouder Van Dantzig, de koepels IVBN, NEPROM, Bouwend Nederland, EIB, Vastgoedbelang en de AFWC. Aan het Ambtelijk Bouwoverleg Amsterdam nemen, naast de directie Grond & Ontwikkeling, twintig individuele partijen deel die actief zijn in Amsterdam. Deelnemers zijn een brede mix van bouwers, ontwikkelaars, beleggers en corporaties. Gezien de uitdagende marktomstandigheden is de frequentie van deze overleggen in 2023 verhoogd. Met goed resultaat: het ‘Doorbouwakkoord Amsterdam’ is hier een voorbeeld van. Waar nodig wordt ook in 2024 de frequentie aangepast.
Netwerkevenementen In 2023 is gestart met meerdere netwerkevenementen onder de noemer de ‘Van Dantzig Dialoog’ om de samenwerking met partijen aan te halen en te onderhouden. Tijdens deze dialogen is de wethouder in gesprek gegaan met zowel ontwikkelaars, bouwers, investeerders, corporaties maar ook eindgebruikers, bewoners en andere belanghebbenden. De eerste Van Dantzig Dialoog was in maart in het Zandkasteel in Zuidoost. De tweede was tijdens de Provada, de jaarlijkse vastgoedbeurs in Amsterdam. In het najaar was er een Van Dantzig Dialoog tijdens de Amsterdamse Investeerders Excursie. Met ruim 150 externe deelnemers waren hier nagenoeg alle
voornaamste partijen aanwezig die actief zijn binnen de gebiedsontwikkeling in Amsterdam. De jaarlijkse Investeerdersexcursie was dit jaar in het stadsdeel Noord. Afsluitend werd het Amsterdamse Doorbouwakkoord door meer dan 80 partijen ondertekend. In december is jaarlijks de uitreiking van de gemeentelijke Zuiderkerkprijs voor beste woningbouwproject en Geurt Brinkgeve Bokaal voor beste herontwikkelings- of renovatieproject. In 2023 zijn deze prijzen gewonnen door respectievelijk het project Jonas in Oost en door het project het Zandkasteel in Zuidoost.
Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
37
3
Versnellen en versimpelen
3.1.1 Doorbouwakkoord Vanwege de uitdagende markomstandigheden en doordat de bouwproductie achter bleef in het 1e halfjaar 2023 heeft de gemeente Amsterdam in september 2023 het Amsterdamse Doorbouwakkoord opgesteld en ondertekend in samenwerking met de koepel organisaties actief in Amsterdam. Dit zijn de Amsterdamse Federatie Woningbouwcorporaties (AFWC), Bouwend Nederland, IVBN, Neprom en Vastgoed belang. Vervolgens hebben meer dan 80 marktpartijen het Amsterdamse Doorbouwakkoord ondertekend tijdens de Investeerdersexcursie.
Eén van de maatregelen uit het Doorbouwakkoord is het herijken van grondprijzen bij bestaande contracten. Deze tijdelijke maatregel is ingevoerd op 1 januari 2024 en draagt bij om de woningbouwproductie gaande te houden in Amsterdam zie paragraaf 1.8.
Foto door Sanne Couprie
Iedere ondertekenaar onderschrijft de urgentie om op korte termijn te blijven doorbouwen in de gemeente Amsterdam en hier een bijdrage aan te leveren. Elke ondertekenaar is bereid om maximale inzet te leveren, vanuit de eigen rol en in samenwerking met elkaar, en mee te werken aan het waarmaken van de 7 punten in dit akkoord. Om op deze manier te pogen om zo de jaarlijkse nieuwbouwproductie in Amsterdam op peil te houden.
De corporaties die investeren in Amsterdam zijn allen lid van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC). Dit vergemakkelijkt het maken van langjarige, collectieve afspraken.
3.1.2 Nieuwe samenwerkingsafspraken Amsterdam kent een lange traditie van het maken van afspraken met woningcorporaties en huurderskoepels over betaalbaarheid, toewijzing aan bepaalde doelgroepen en groei van de sociale voorraad (nieuwbouw en aankoop versus sloop, liberalisatie en verkoop).
In 2023 is gewerkt aan nieuwe afspraken. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Amsterdamse prestatieafspraken voor 2024 t/m 2027 tussen de woningcorporaties, de huurderskoepels en de gemeente ‘Samen werken aan de volkshuisvesting’ en gelden voor de periode 2024 t/m 2027. Dit akkoord is sinds 23 januari 2024 openbaar, bestuurlijk besluit vorming moet nog plaatsvinden.
De gemeente en corporaties onderschrijven in de nieuwe Samenwerkingsafspraken de urgentie om door te blijven bouwen. Nieuwbouw is een teamsport en daarom levert ieder vanuit zijn eigen expertise en rol een maximale inzet in de samenwerking. Bouwen gebeurt volgens het adagium ‘gewoon goed’, zoals omschreven in het Woningbouwplan 2022-2028. Over nieuwbouw zijn de volgende afspraken vastgelegd: 1 Corporaties en de gemeente maken mensen en middelen vrij voor de bouw van sociale huur woningen. De beoogde nieuwbouwproductie van sociale huurwoningen ligt in de komende periode op Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
38
3
een ambitieus niveau. We verwachten jaarlijks tussen de ca. 1.900 tot 2.500 sociale huurwoningen in aanbouw te nemen. We werken samen om zo hoog mogelijk uit te komen. Per jaar bespreken we wat realistisch is. 2 Voor de realisatie van sociale huurwoningen gelden geen andere bovenwettelijke (duurzaamheids)eisen dan de verplichtingen die volgen uit de Hemelwater verordening en (indien van toepassing) de aansluitplicht van warmte. Strandeiland en Buiksloterham zijn in aanvulling hierop twee koplopergebieden, waar met nadruk ingezet wordt op hoge duurzaamheids ambities met een specifiek voor die gebieden ontwikkeld instrumentarium. 3 De corporaties en de gemeente wisselen in 2024 kennis en data uit om de bouwopgaven voor de verschillende doelgroepen per gebied beter in beeld te krijgen. We nemen deze kennis en informatie mee in de programmering van de locaties voor sociale huurwoningen. We zoeken naar een goede mix in de stad met voldoende woon oplossingen voor ouderen (zie hoofdstuk wonen en zorg), jongeren en gezinnen. Voor studenten huisvesting zetten corporaties, de gemeente en onderwijsinstellingen zich gezamenlijk in voor de lokale invulling van het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting met een Amsterdamse focus agenda studentenhuisvesting.
4 Op locaties waar de regie bij de gemeente of de corporaties ligt, voegen de corporaties grotere sociale woningen (> 70 m² gbo) in ieder geval toe in gebieden waar deze woningen onvoldoende beschikbaar zijn. Bij de bouw van kleine woningen (< 50 m2) zijn goede plattegronden en voorzieningen essentieel. 5 We hebben de ambitie om 84 rolstoelwoningen te realiseren. Hiervan zijn 60-70 rolstoelwoningen waarvoor een subsidieaanvraag wordt gedaan/ afgerond in de periode 1-1-2024 tot en met
31-12-2026 en worden 14-24 rolstoelwoningen door corporaties nog ingepland in deze periode. Voor 2027 en verder kijken we gezamenlijk naar de vraag, de wachtlijst en de mogelijkheden om rolstoelwoningen in de nieuwbouw in ontwikkeling te nemen. De gemeente zet de subsidieregeling rolstoelwoningen voort. De subsidie per woning bedraagt € 20.000 voor een 3-kamerwoning en € 30.000 voor 4 kamers of meer. Voor de programmering volgen we de behoefte zoals afgesproken in de Aanpak Rolstoelwoningen. 6 Bij stedelijke vernieuwingsprojecten van de woningcorporaties wordt het totale aantal sociale woningen dat in een plangebied gesloopt wordt, gecompenseerd. Het uitgangspunt is dat grote woningen ook worden gecompenseerd. Indien sprake is van een serieuze verdichting, vindt compensatie van het aantal gesloopte sociale woningen op buurtniveau plaats. Zo niet, dan kijken de gemeente en corpo raties naar de woningvoorraad en mogelijkheden in andere buurten. 7 De corporaties bouwen verder ten minste 90 procent van de sociale nieuwbouwwoningen aanpasbaar, met uitzondering van studenten- en jongerenhuisvesting en collectief opdrachtgeverschap. 8 Jaarlijks voeren we een gesprek over de ontwikke lingen in de stad rondom nieuwbouw. We bespreken of de gekozen koers nog past bij de behoeftes van de stad.
We beschouwen daarbij het aantal, de differentiatie in oppervlak en de doelgroep van de woningen die in aanbouw zijn genomen op gemeentelijke, transformatie- en corporatielocaties en of die passen bij de vraag van de stad. Verder is afgesproken dat het Aanvullend Convenant Erfpacht 2021 (ACE 2021) wordt verlengd tot en met 2027. Het ACE 2021 bevat specifieke rekenregels voor sloop/nieuwbouw om verdichting ook financieel te stimuleren.
Versnellen en versimpelen
3.2 Inzet Gewoon Goed In het Woningbouwplan 2022-2028 is een aantal richtingen geformuleerd om de hoognodige woningbouw in verslechterde omstandigheden op peil te houden, binnen de ambities van een complete, duurzame en ongedeelde stad. Een aantal acties heeft betrekking op (steden)bouwkundige condities en kostensparing. Deze acties zijn de eerste helft van 2023 samengevoegd in één (overkoepelende) opdracht, de Impuls Gewoon Goed. De Impuls Gewoon goed beoogt de haalbaarheid van woningbouwprojecten te vergroten, zonder door een kwalitatieve ondergrens te zakken die voor een goede en complete stad vereist is. Dit vraagt: • Vergroten van financieel bewustzijn in stedenbouwkundige plannen en kaders, zowel qua kosten beperking als opbrengstoptimalisatie (in het Woning bouwplan aangeduid als ‘rekenen en tekenen’). Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
39
3
• Meer ruimte scheppen voor optimalisaties en
Aanpak
alternatieven in de bouwplanuitwerking. • Experimenteren met standaardisatie en (modulair) bouwen bij (flex)woonprojecten. • Lessen delen en direct vertalen in onze werkwijze, inclusief het tijdig opschalen van dilemma’s.
De impuls heeft vorm gekregen als verbetertraject met beperkte looptijd, van half 2023 tot half 2024. Het gedachtengoed krijgt al vorm in projecten in de stad, bijvoorbeeld in stedenbouwkundige plannen, bouwenveloppen en tendercriteria. De inzet is nu om geleerde lessen en goede voorbeelden op een rij te zetten en daarmee beschikbaar te maken voor nog te maken afspraken in andere projecten. Niet persé om rechtstreeks toe te passen (dat kan vaak niet zomaar, zeker in transformatiegebieden is sprake van veel casuïstiek) maar wel als inspiratie en voorbeelden hoe in een periode met onder druk staande vastgoed exploitaties nog steeds goede plannen mogelijk zijn. Hiervoor wordt ook input opgehaald bij marktpartijen en corporaties. De opbrengst zal breed worden gedeeld met onze partners in het veld.
We streven naar eisen verminderen, ruimte scheppen, en standaardiseren. Niet als doel op zich, maar als middel om haalbaarheid en oplossingsruimte te vergroten. Omdat voor ‘goed genoeg’ of ‘ondergrens’ nooit een permanente definitie te geven zal zijn, vraagt dit om een continu gesprek, reflectie en aanscherping. Voor optimale effectiviteit is het belangrijk dat uit komsten breed worden omarmd in de gemeentelijke organisatie, dat de uitwerkingen elkaar versterken of minimaal niet belemmeren, en dat mogelijke Gewoon Goed dilemma’s in projecten snel ambtelijk geëscaleerd worden.
Half 2024 zal het programma worden geëvalueerd en wordt bekeken of (en zo ja hoe) een vervolg gewenst is.
Organisatie Gewoon Goed is vormgegeven als een tijdelijk impulsprogramma. Via enkele impulsteams wordt focus aangebracht in de genoemde opgaven: 1 Impulsteam Haalbaarheid. Bewustwording van de impact van ontwerp, eisen en processen op kosten en financieel resultaat, en op het onbedoeld beperken van optimalisatieruimte in bouwplanuitwerkingen. 2 Impulsteam Woonkwaliteit. Garanderen/stimuleren van woonkwaliteit van kleine woningen, in een gebalanceerde woningdifferentiatie per buurt. Daarbij staan goede woningplattegronden en de beschikbaarheid van voorzieningen in en/of rond de woningen centraal. 3 Impulsteam Flexwonen. Optimale balans in (modulaire) standaardisatie versus locatiegebonden maatwerk voor (flex)woningbouw.
3.3 Inzet op flexwoningen Naast de reguliere bouw van huur- en koophuizen worden de komende periode in Amsterdam zo’n 2.500 tot 3.000 extra flexwoningen gebouwd . Flexwoningen geven de mogelijkheid om op locaties waar de komende 10-15 jaar nog geen permanente ontwikkeling plaatsvindt, tijdelijk woningen mogelijk te maken. Gemeenten uit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) hebben in februari 2023 hiervoor een overeenkomst met het Rijk afgesloten, inzet is om de komende jaren 5.000 flexwoningen in de MRA te bouwen. Het Rijk geeft daarvoor voor de eerste tranche flexwoningen 12 miljoen euro subsidie vanuit de Stimuleringsregeling
Versnellen en versimpelen
Flex- en Transformatiewoningen. Bij de ondertekening van de overeenkomst heeft Amsterdam aangegeven voor 1.000 flexwoningen locaties te hebben. Hierbij is de ambitie om er nog eens 1.500 tot 2.000 extra in Amsterdam te realiseren zodra daarvoor plek is gevonden. Deze flexwoningen staan door de hele stad voor een periode van circa 10 tot 15 jaar per locatie. Voor deze opgave is bij Grond en Ontwikkeling sinds begin 2023 een nieuw team operationeel, het Ontwikkel & Bouwteam. Als de flexwoningen worden verplaatst na 10-15 jaar, is er een mogelijkheid dat de corporatie of marktpartij gebruik maakt van de herplaatsingsgarantie die het Rijk aanbiedt. Vervolglocaties worden t.z.t. door de betrokken partijen gezocht in de stad, regio en of elders in Nederland. De planvorming van de eerste 1.000-1.200 flex woningen, de eerste tranche, loopt momenteel volop. Op drie van de vier locaties worden de woningen door corporaties ontwikkeld. Het betreft de volgende vier locaties: • Appelweg (63 flexwoningen) • Riekerpark (216 flexwoningen) • Makerskade (IJburg Strandeiland, 358 flexwoningen) • Gaasperdamzone (zijde H-buurt/Brasapark, 520 flexwoningen). De inzet was om een deel van deze 1.000-1.200 flex woningen al in 2023 op te leveren. Dit is helaas niet gelukt vanwege beroep en bezwaren op vergunningen. De woningen worden volgens planning in 2024 gebouwd.
Voor het verkrijgen van de rijkssubsidie is een voorwaarde om 1.000 woningen voor het einde van 2024 op te leveren. Dit lijkt haalbaar. De locaties voor de tweede tranche, 750 à 1.000 woningen, worden momenteel onderzocht.
Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
40
3
3.4 Versimpelen kader particuliere transformaties In het Woningbouwplan 2022-2028 heeft het college een aanpassing van het Stedelijk Kader aangekondigd als één van de maatregelen om de bouw te stimuleren. Deze aangekondigde aanpassing wordt, met een jaar uitgesteld. Er wordt langer de tijd genomen om te evalueren. Hieronder volgt een nadere toelichting.
Het Stedelijk Kader voor particuliere transformaties geeft aan wanneer in een transformatieproject kan worden afgeweken van het uitgangspunt 40-40-20 en is van toepassing op individuele particuliere trans formatieprojecten. Dit kader geldt niet voor projecten in Transformatiegebieden, waarvoor de gemeente op gebiedsniveau – middels een principe-, project- en/of investeringsbesluit – het programmatisch kader vaststelt.
Versnellen en versimpelen
Het Stedelijk Kader heeft een ondergrens, het uitgangspunt 40-40-20 geldt voor projecten waarbij meer dan tien woningen worden toegevoegd. Bij projecten met tien of minder woningen mag een ontwikkelaar zelf het woonprogramma bepalen. De belangrijkste stedelijk voorgestelde wijziging van het kader is om, met het oog op verhogen van de haalbaarheid van transformaties, de ondergrens voor toepassing van de ‘40-40-20’ op te trekken van 10 naar 50 woningen, of naar 30 woningen. Dit voorstel is met bestuurders besproken In het BOSS (Bestuurlijk Overleg Stad Stadsdelen) van 18 september 2023 en 18 november 2023. Uitkomst van deze besprekingen is dat het Stedelijk Kader vooralsnog niet wordt aangepast. Er wordt langer de tijd genomen om te bezien hoeveel tijd er gestoken wordt in het onderhandelen over woonprogramma’s bij projecten kleiner dan 30 woningen en hoeveel sturing op het woonprogramma dat oplevert. De stadsdelen en Weesp gaan dit in 2024 goed bijhouden. In 2025 kan dan gekeken worden of die gegevens aanleiding zijn om alsnog het Stedelijk Kader aan te passen.
Foto door Joni Israeli
De ondergrens van het Stedelijk Kader – en hiermee het uitgangspunt 40-40-20 – blijft gehandhaafd op 10 woningen.
Woningbouwplan 2022-2028 | Jaarrapportage 2023
41
Colofon Jaarrapportage Woningbouw 2023 Stand van zaken van de Amsterdamse aanpak voor de nieuwbouw van woningen
Voor vragen over dit rapport kunt u contact opnemen met Harriet Wildenberg, h.wildenberg@amsterdam.nl
Tekst en redactie Grond en Ontwikkeling, gemeente Amsterdam
Fotografie Fotobank Gemeente Amsterdam tenzij anders benoemd Ontwerp Ontwerpwerk ONT2024003
13 februari 2024 vastgesteld in het College van B&W