CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier.pdf

RAAD 22 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de investeringsnota en het beeldkwaliteitsplan Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier, de grondexploitaties Nieuwe Meer Oost en Grote Werken Schinkelkwartier en beschikbaar stellen van bijbehorende uitvoeringskredieten (VN2025-015499)75.245 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 9

Door de berekende parkeerbehoefte van de losse functies bij elkaar

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

op te tellen kan de parkeerbehoefte van de gehele ontwikkeling worden bepaald in een zogenoemde parkeerbalans voor verschillende momenten op de dag. Hierdoor hoeven er vaak minder parkeerplaatsen gemaakt te worden. De ontwikkelende partijen in Nieuwe Meer Oost zetten in op dubbelgebruik om zo het aantal parkeerplaatsen te beperken. Goede laadinfrastructuur en de beschikbaarheid van voldoende elektriciteit zijn essentiële voorwaarden voor het realiseren van een uitstootvrij Amsterdam in 2030. Om in Nieuwe Meer Oost elektrisch vervoer te faciliteren, is aanwezigheid van voldoende (duurzame) laadinfrastructuur van belang. De ontwikkelende partijen moeten voorzien in voldoende laad­ infrastructuur in de parkeergarages, waarbij het aanbod mee moet groeien met de vraag. In de openbare ruimte houden we rekening met laadinfrastructuur voor de parkeerplaatsen voor leraren van de basisschool en mindervaliden.

Circulatie autoverkeer In Nieuwe Meer Oost leggen we één door­ gaande eenrichtingsroute aan voor autoverkeer waarbij alle bestemmingen bereikbaar blijven maar doorgaand autoverkeer wordt ontmoedigd. Deze route loopt vanaf het kruispunt met de Henk Sneevlietweg tot aan het kruispunt van de promenade met de Johan Huizingalaan. Op deze manier worden kruisende verkeers­ bewegingen met de autovrije Nieuwe Sloterweg zoveel mogelijk voorkomen. Ook kerende bewegingen door auto’s worden met de inrichting als eenrichtingsstraat tegengegaan. Met deze circulatie voor autoverkeer ontstaat meer ruimte voor een autoluwe inrichting met onder andere beplantingsvakken en ruimte voor fietsers en voetgangers. Dit bevordert de leefbaarheid, verkeersveiligheid en verblijfskwaliteit. Langs de doorgaande eenrichtingsroute liggen onder andere service-stroken, laad- en losplekken en kortparkeerplaatsen. Het oostelijk deel van de promenade krijgt een woonerf-inrichting waar alleen beperkt auto­ verkeer is toegestaan, onder andere richting het IKC. De overige buurtstraten zijn niet toegankelijk voor autoverkeer.

Verkeersveiligheid De verdichting van de stad leidt tot een toename van het aantal fietsers, voetgangers en geparkeerde fietsen in de stad. Daarnaast zien we de laatste jaren steeds meer soorten (brom) fietsen rijden en op de stoep parkeren, zoals e-bikes, bakfietsen, deelfietsen en fatbikes. Ook is sprake van een toename van maaltijd- en pakketbezorging. De toegenomen drukte in de stad en de variatie in voertuigen en snelheid zorgen er voor dat de verkeersveiligheid meer onder druk komt te staan. In 2023 bestond driekwart van de verkeersslachtoffers in Amsterdam uit kwetsbare verkeersdeelnemers: voetgangers, fietsers en brom-/snorfietsers. Met name het aantal fietsers dat slachtoffer is van een verkeersongeval laat daarbij de laatste jaren een sterke toename zien. De gemeente Amsterdam werkt aan het verbeteren van de verkeersveiligheid volgens drie pijlers uit het Uitvoeringsplan Verkeersveiligheid 2025: 1. Uitnodigend voor voetgangers en fietsers (veilig en comfortabel fietsen en lopen, veilige schoolomgeving en gebruiks­ vriendelijk fietsparkeren) 2. Veilig en gebruiksvriendelijk netwerk (lagere snelheid, autoluwe zones en aanpak van risicovolle zones in verkeersnetwerk) 3. Bewust mobiliteitsgedrag (educatie, communicatie, handhaving en stimuleren fietsgebruik) Het aanpakken van ‘black spots’, is een belangrijk onderdeel in het verbeteren van de ver-

Logistiek verkeer en nood- en hulpdiensten In Nieuwe Meer Oost houden we rekening met logistiek verkeer zoals pakketbezorging, bevoorrading en afvalinzameling. Uitgangspunt daarbij is dat we hier genoeg ruimte voor reserveren, zonder dat het ten koste gaat van de verblijfskwaliteit in de buurt. Pakketbezorging is het snelst groeiende segment in de stad. Dit heeft gezorgd voor een toename van het aantal verkeersbewegingen en meer verkeersonveilige situaties. In Nieuwe

keersveiligheid. Deze locaties zijn bekend vanwege herhaaldelijke verkeersongevallen die zich hebben voorgedaan (minimaal drie ernstige ongevallen in drie jaar tijd). Op de Johan Huizingalaan en de Henk Sneevlietweg zijn black spots aanwezig. Deze pakken we deels aan in het kader van de aanpassingen van de aansluitingen met de straten in Nieuwe Meer Oost. Bij de beoogde herprofilering van de Johan Huizingalaan en de Henk Sneevliet­weg is het oplossen van de black spots uitgangspunt. In Nieuwe Meer Oost zorgen we voor een verkeersveilige inrichting volgens de p ­ rincipes van Duurzaam Veilig. We stimuleren het fiets­ gebruik door het gebied goed te ver­binden met de omgeving en voor gebruiksvriendelijke fietsenstallingen te zorgen. Door de Nieuwe Sloterweg autovrij en de buurt­straten/prome­ nade autoluw in te richten beperken we het risico op ongevallen tussen gemotoriseerd en langzaam verkeer. Zo zorgen we ook voor een veilige school­omgeving rondom het IKC. We voorzien voor langzaam verkeer in nieuwe veilige oversteekmogelijkheden van de Johan Huizingalaan en de Henk Sneevlietweg. Autoparkeren wordt opgelost in enkele ondergrondse garages aan de rand van de buurt, zodat de auto’s de buurt niet in hoeven. Conflicten tussen kruisend langzaam verkeer en uit de garage rijdende auto’s voorkomen we door de hellingbaan en opstelruimte inpandig te realiseren.

In de buurt zetten we in op enkele pakketpunten, zodat pakket­bezorgers niet altijd de buurt in hoeven.

Meer Oost willen we de negatieve effecten van pakketbezorging beperken door op ten minste twee locaties aan de rand van het gebied ruimte te reserveren voor een pakketpunt. Consumenten kunnen hier pakketten afhalen en retourneren, waardoor busjes van pakket­ bezorgers niet altijd de buurt in hoeven. Voor het vervoeren van grotere pakketten denken we aan het gebruik van elektrische leenbakfietsen. Bij voorkeur worden de pakketpunten onder­ gebracht in of nabij een ondergrondse parkeergarage, zodat reizen kan worden gecombineerd met het ontvangen en versturen van pakketten.

133

134

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

We zijn hierover in gesprek met ontwikkelende partijen in het gebied. Door parkeren, deel­ mobiliteit en een pakketpunt te combineren krijgen deze parkeergarages een functie als mobiliteitshub voor de buurt. Pakketbezorgers die wel de buurt in gaan (zoals thuisbezorging van boodschappen), bevoor­ rading van voorzieningen en verhuiswagens die onmiddellijk in- of uitladen kunnen gebruik­ maken van laad- en losplekken. Het aantal laad- en losplekken in de buurt hebben we bepaald op basis van het aantal woningen en het bruto vloeroppervlak van de werkgelegenheid en voorzieningen. Het expeditieverkeer van de losse gebouwen in het buurtpark maakt gebruik van dezelfde brug die de grote parkeergarage in Think District ontsluit. De logistiek van datacenter Global Switch wordt via de aan­sluiting op de Henk Sneevlietweg op eigen terrein afgewikkeld. Daarnaast realiseren we een aantal kortparkeerplaatsen met een

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

beperkte maximale parkeertijd, bedoeld voor kort bezoek en dienstverlenende beroepen, zoals loodgieters of glazenwassers. Naast de centrale route door de buurt realiseren we door het oostelijke deel een aparte route voor afvalinzameling, verhuiswagens (op aanvraag), beheervoertuigen en nood- en hulp­ diensten. Dit gedeelte wordt als voetgangers­ gebied ingericht en wordt voor ander gemotoriseerd verkeer afgesloten. Dit zorgt voor een efficiënte dienstverlening en bevordert de leefbaarheid van de buurt omdat deze aparte route een parkachtige uitstraling krijgt. Nood- en hulpdiensten hebben net als beheervoertuigen tevens toegang tot het buurtpark via de fietsverbinding langs het spoortalud. De buurt is voor nood- en hulpdiensten vanaf twee zijden goed bereikbaar: vanaf de Johan Huizingalaan en vanaf de Henk Sneevlietweg.

Afwikkeling autoverkeer Ondanks de maatregelen om de toename van autoverkeer te beperken leidt de her­­­ont­wikkeling van Nieuwe Meer Oost tot meer autobewegingen. Wel neemt het aandeel auto­gebruik van het totale aantal vervoers­ bewegingen van en naar Nieuwe Meer Oost in de toekomst aanzienlijk af van 67 naar 39 procent. Dit is overigens niet alleen het gevolg van het terugdringen van auto­gebruik, maar ook van het verbeteren van het openbaar vervoer en realiseren van nieuwe fietsverbindingen.

Toekomstig netwerk logistiek verkeer

Uit verkeersonderzoek in het kader van de investeringsnota blijkt dat in de toekomstige situatie het autoverkeer als gevolg van het beoogde programma zonder nieuwe knel­ punten kan worden afgewikkeld op de ­omliggende wegen. Autoverkeer vanaf de Johan Huizinga­laan en de Henk Sneevlietweg kan zowel links- als rechtsaf de buurt bereiken en verlaten. Hiervoor realiseren we voldoende opstelruimte bij de aansluitingen op deze gebiedsontsluitingswegen. Route logistiek verkeer Aparte route voor afvalinzameling, verhuiswagens (op aanvraag), beheervoertuigen en nood- en hulpdiensten Logistiek Global Switch Expeditie verkeer losse gebouwen in het park Doodlopend (met keermogelijkheid)

De verkeersafwikkeling via de op- en afritten naar de A10 bij de Henk Sneevlietweg staat wel onder druk. Momenteel wordt onderzocht welke maatregelen nodig zijn om te komen tot een acceptabele verkeersafwikkeling op dit kruispunt. Uit een verkenning volgt dat met een aanpassing van de rijstrookindeling een toekomstbestendige kruising kan worden gerealiseerd.

7.4 Realiseren van goede fietsverbindingen Fietsverkeer van en naar Nieuwe Meer Oost is in de huidige situatie aangewezen op de fiets­paden langs de Johan Huizingalaan en de Henk Sneevlietweg. De recent gerealiseerde tijdelijke doorsteek tussen de gemeentewerf en het recyclepunt is toegankelijk voor fietsers. Om de verwachte toename van fietsers te kunnen verwerken en de fietsbereikbaarheid van het gebied te waarborgen voegen we in Nieuwe Meer Oost enkele nieuwe veilige en comfor­tabele fietsroutes toe. Om de druk op de openbare ruimte te beheersen stellen we eisen aan fietsparkeren.

Fietsverbindingen in en rondom het gebied De Nieuwe Sloterweg wordt de centrale fietsverbinding van Schinkelkwartier. Via deze autovrije fietsstraat kunnen fietsers zich veilig en comfortabel verplaatsen in oostelijke en westelijke richting. Naar verwachting zullen circa 20.000 fietsers per dag deze fietsroute gaan gebruiken. In de toekomst wordt de Nieuwe Sloterweg onderdeel van het gemeentelijke Plusnet Fiets. Dit Plusnet vormt het netwerk met de belangrijkste doorgaande fietsverbindingen die zeer intensief gebruikt worden. Het netwerk verbindt stadsdelen en regionale fietsroutes naar groen- en recreatiegebieden rond de stad. Langs het spoortalud voegen we een belang­ rijke nieuwe schakel in het fietsnetwerk van stadsdeel Nieuw-West toe. Deze fietsverbinding loopt vanaf het metrostation Henk Sneevlietweg door het buurtpark in zuidelijke richting naar de beoogde locatie van een toekomstig metro­ station Johan Huizingalaan. Daarmee borduren we voort op de bestaande structuur van Nieuw-West en verbeteren we de fiets­ bereikbaarheid van de buurt vanuit de rest van Nieuw-West aanzienlijk. Op termijn zetten we in op een fietsverbinding via een onderdoorgang van het spoor naar de sporendriehoek en Riekerpark. Daarmee zorgen we voor een verdere verbetering van de fietsbereikbaarheid.

De Johan Huizingalaan is aangewezen als Plusnet Fiets van Amsterdam en blijft een cruciale rol spelen als noord-zuid fietsroute. Om deze route te verbeteren realiseren we

aan de oostzijde een tweerichtingsfietspad. Dit tweerichtingsfietspad verbetert de fiets­ verbinding tussen Nieuwe Meer Oost en de rest van Nieuw-West en bovendien hoeven fietsers richting de Oeverlanden de Johan Huizingalaan ter hoogte van Nieuwe Meer Oost niet over te steken. De Henk Sneevlietweg is onderdeel van het Hoofdnet Fiets van Amsterdam: een fijnmazig fietsnetwerk dat intensief worden gebruikt en de woon- en werkgebieden en voorzieningen ontsluit. Het fietspad aan de zuidzijde van de Henk Sneevlietweg blijft een tweerichtingsroute en is een belangrijke oost-west verbinding. Gekoppeld aan de beoogde herprofilering van de Henk Sneevlietweg onderzoeken we de (on)mogelijkheden van een doortrekking van de fietsverbinding langs het spoortalud in noordelijke richting. Via de Nieuwe Sloterweg, de fietsverbinding langs het spoortalud, de Johan Huizingalaan en de Henk Sneevlietweg worden fietsers via de promenade en buurtstraten verder de buurt in begeleid naar de parkeervoorzieningen.

Parkeernormen fietsen en scooters Parkeren van fietsen en scooters vindt in de huidige situatie plaats op maaiveld en de parkeervoorzieningen op de ontwikkelkavels in Nieuwe Meer Oost beperken zich tot stallingen voor de gebouwen van B. Amsterdam en IBM. Voor het fiets- en scooterparkeren op de ontwikkelkavels is de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter van de gemeente Amsterdam van toepassing. We hebben in de gemeentelijke Bouwbrief 2015-130 gekozen voor een gemeenschappelijke fietsenstalling als gelijkwaardig alternatief voor de wettelijk voorgeschreven individuele fietsenberging. Parkeervoorzieningen voor fietsen en scooters komen altijd (inpandig) op eigen terrein van ontwikkelende partijen. Het benodigde aantal fietsparkeerplekken per woning varieert op basis van woninggrootte. Indicatief rekenen we in de investeringsnota op basis van de gemiddelde woninggrootte in Nieuwe Meer Oost van 55 m2 go met 3 fiets­

135

136

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

137

Metrostation Henk

Fietspad vanuit de

Sneevlietweg

Oeverlanden richting

Foto: Sanne Couprie

Nieuwe Meer Oost Foto: Sanne Couprie

parkeerplekken per woning. Richtlijn is dat de initiatiefnemer daarnaast voor bezoekers minimaal 0,5 fietsparkeerplaats per woning realiseert. Voor scooterparkeren is dat 0,13 parkeerplaats per woning. Voor niet-woonfuncties (bezoekers en werk­ nemers) wordt aangesloten op CROW-kencijfers en wordt gebruik gemaakt van een indeling in drie zones: zone 1 (hoge fietsparkeerdruk), zone 2 (gemiddelde fietsparkeerdruk) en zone 3 (lage fietsparkeerdruk). Ondanks dat Nieuwe Meer Oost in de zone 3 ligt, zetten we in op een aantal fietsparkeerplekken dat hoort bij zone 1. We verwachten namelijk een grote toename van het fietsgebruik als gevolg van de hoge dichtheid en de functiemix in het gebied, die kenmerkend zijn voor een innovatiedistrict. Bij een toekomstige beleidsaanpassing stellen we voor om Nieuwe Meer Oost als zone 1 op te nemen. In deze investeringsnota is een aanname gedaan om de inpasbaarheid van het aantal fietsparkeerplekken aan te tonen: 2,9 parkeerplekken per 100 m2 bvo voor kantoor en bedrijven (innovatielabs), 5 parkeerplekken per 100 m² bvo voor maatschappelijke voorzieningen en 15 parkeerplekken per 100 m2 bvo commerciële voorzieningen.

Voor scooters rekenen we indicatief met het volgende: 0,25 parkeerplekken per 100 m2 bvo voor kantoor en bedrijven (innovatielabs), 0,2 parkeerplekken per 100 m2 bvo voor maatschappelijke voor­ zieningen en 0,5 parkeerplekken per 100 m2 bvo commerciële voorzieningen.

Bovenstaande aannames in combinatie met het programma van Nieuwe Meer Oost leiden tot een parkeerbehoefte van 15.647 fiets­ parkeerplekken en 721 scooterparkeerplekken. De parkeeropgave is maatwerk en moet per bouwplan worden bepaald. Per bouwplan moet worden aangetoond op welke wijze wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor fietsen en scooters waarbij, vergelijkbaar als bij het autoparkeren, rekening kan worden gehouden met dubbelgebruik. Bij een eventueel verzoek tot afwijking van de parkeernorm sluiten we aan op de criteria uit de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter.

Goed bereikbare parkeervoorzieningen Inpandige parkeervoorzieningen zijn even­redig verspreid over de bouwblokken en kunnen ondergronds, half verdiept en op de begane grond gerealiseerd worden. Stallingen direct aan de gevel worden vermeden en moeten zoveel mogelijk binnen het gebouw worden opgenomen. Stallingen zijn gebruiksvriendelijk: het gemak van de fietser moet worden bediend, zodat fietsen zoveel mogelijk in stallingen worden geplaatst in plaats van op straat. Dit betekent dat de ruimte eenvoudig toegankelijk moet zijn, ook voor bezoekers (bij voorkeur gelijkvloers met omliggende openbare ruimte). Stallingen hebben goed zichtbare entrees aan de straat en sluiten binnen het gebouw aan op de interne verkeersruimte. Voor de inrichtings- en kwaliteitseisen voor de parkeervoorzieningen sluiten we aan op de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter. Zo moet

minimaal 5 procent van alle parkeerplekken geschikt zijn voor bijzondere modellen, zoals bakfietsen of andere fietsen met afwijkende maten. Voor reguliere fietsen zijn dubbellaagse fietsenrekken toegestaan, al moeten er per woning altijd minimaal twee plekken in een laag rek beschikbaar zijn. Aanvullend streven we naar goede voorzieningen in de stallingen, zoals een service- of reparatiepunt, een deelfietsenstalling en oplaadpunten voor e-bikes. Gezien de bebouwingsdichtheid en het beperkt aantal straten in Nieuwe Meer Oost voorzien we in de openbare ruimte beperkt in fiets­ parkeerplekken voor bezoekers. Uitgangspunt in de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter is om parkeerplekken voor bezoekers voor niet-woonfuncties op eigen terrein te maken. Voor bezoekersparkeren voor wonen geldt in Nieuwe Meer Oost de richtlijn om minimaal 75 procent van de norm voor fietsen op eigen terrein op te lossen, de overige 25 procent ­realiseren we in de openbare ruimte. Daar realiseren we dus minimaal 356 parkeerplekken voor fietsen. In de praktijk zal er in de openbare ruimte meer ruimte zijn om fietsen en ook scooters te parkeren. In alle buurtstraten realiseren we namelijk ruime parkeervakken. Deze zullen zo gepositioneerd worden dat ze altijd op goede en logische afstand van (hoofd-) entrees van gebouwen liggen.

Belangrijke plekken voor ontmoeten zoals de promenade en het buurtplein houden we vrij van fietsparkeren. Het fietsparkeren van het monumentale IBM-gebouw in Think District wordt na trans­

formatie bij voorkeur eveneens inpandig opgelost. Gezien de relatief beperkte ruimte op de begane grond en de verwachte toekomstige parkeerbehoefte is dit een ontwerpopgave die in samenwerking met de ontwikkelende partij nader moet worden uitgewerkt. We zetten daarbij in op een overmaat aan ruimte in de parkeergarage onder blok 4. Om de beoogde metrostations Johan Huizinga­ laan en Henk Sneevlietweg (aanpassing) goed bereikbaar te maken voor fietsverkeer zijn er nabij deze ingangen van deze metrostations aanvullende fietsparkeervoorzieningen nodig. We hebben hiervoor in het plan een reservering gemaakt. In de toekomst (plansituatie) neemt het aandeel vervoersbewegingen per fiets ten opzichte van het totale aantal vervoersbewegingen van en naar Nieuwe Meer Oost toe van 22 naar 37 procent. Deze verschuiving is niet alleen het gevolg van het realiseren van nieuwe fiets­ verbindingen, maar ook van het terugdringen van autogebruik en het verbeteren van het openbaar vervoer.

138

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Zo kan iedereen volop genieten van de mogelijk­heden en de sfeer in de buurt. In de openbare ruimte komen bankjes zodat mensen even kunnen uitrusten. We voorzien in sociaal veilige wandelroutes met voldoende verlichting. Het plan voorziet in publiek toegankelijke ­binnenterreinen die door hun groene en geluidluwe karakter uitnodigen om te wandelen of te verblijven. Een fijnmazig netwerk van voetpaden zorgt ervoor dat bewoners, werknemers en bezoekers moeiteloos door de buurt kunnen wandelen. Deze paden worden ontworpen met de gedachte van doorwaadbaarheid, zodat ze naadloos aansluiten op verschillende delen van de buurt en de toegankelijkheid vergroten voor iedereen die te voet onderweg is.

Henk Sneevlietweg en Johan Huizingalaan Voet- en/of fietspaden Nieuwe route na doorsteek Doodlopend (met keermogelijkheid)

Toekomstig fiets- en voetgangersnetwerk Henk Sneevlietweg en Johan Huizingalaan Voet- en/of fietsstraten Nieuwe Sloterweg (en brug) Fietsverbinding spoortalud Fijnmazig netwerk voor fietsers en voetgangers

7.5 Inzetten op een fijnmazig voetgangersnetwerk De grootschalige infrastructuur rond Nieuwe Meer Oost zorgt ervoor dat het gebied voor voetgangers een geïsoleerde ligging heeft. Voetgangers van en naar Nieuwe Meer Oost zijn in de huidige situatie aangewezen op voetpaden langs de Johan Huizingalaan en de Henk Sneevlietweg. De recent gerealiseerde tijdelijke doorsteek tussen de gemeentewerf en het recyclepunt is toegankelijk voor voetgangers. Om de bereikbaarheid en doorwaadbaarheid van de buurt te verbeteren zetten we in op een fijnmazig netwerk voor voetgangers, dat uit­nodigt om te voet bestemmingen in de buurt te bezoeken of door de buurt te wandelen.

Uitnodigend en toegankelijk Nieuwe Meer Oost wordt een aantrekkelijke omgeving voor voetgangers. De openbare ruimte nodigt uit tot wandelen en verblijf. Naast de directe routes door het gebied, realiseren we informele paden in de buurt waar bewoners, werknemers en bezoekers rustig kunnen ­dwalen en ontdekken. Een aangename wandel­ omgeving draagt bij aan de aantrekkelijkheid en levensvatbaarheid van lokale voorzieningen zoals een sportschool, bakkerij of café. We zetten ons in voor een buurt die toegankelijk en inclusief is voor iedereen. Daarom zorgen we ervoor dat alle straten, inclusief trottoirs, toegankelijk zijn voor mensen met een beperking.

De promenade vormt niet alleen een centraal punt voor sociale interactie, maar dient ook als de verbinding met de David Ricardostraat in Nieuwe Meer West. Het kruispunt met de Johan Huizingalaan is dan ook een belangrijke plek om de oversteekbaarheid van de Johan Huizinga­ laan voor voetgangers te faciliteren. Dit punt is momenteel voorzien van verkeerslichten.

Belangrijke voetgangersstraten

Door nieuwe verbindingen te realiseren en te voorzien in goede oversteekmogelijkheden over de Johan Huizingalaan en Henk Sneevliet­ weg zorgen we ervoor dat de huidige barrièrewerking wordt doorbroken. In de groenstroken aan de noord- en westzijde van datacenter Global Switch leggen we nieuwe wandelpaden aan waarmee we bovendien de toegankelijkheid van metrostation Henk Sneevlietweg voor voetgangers uit Nieuwe Meer Oost en Nieuwe Meer West verbeteren.

De Nieuwe Sloterweg is een autovrije buurtstraat met diverse verblijfsplekken en lokale voorzieningen. Het gebied rondom de Nieuwe Sloterweg en het buurtplein wordt gekenmerkt door een groene omgeving waar ontmoeten, verblijven en wandelen centraal staan. Voet­ gangers kunnen in de toekomst in westelijke richting de Johan Huizingalaan oversteken naar de Sloterweg en in oostelijke richting via een tunnel onder het spoor richting Riekerpark wandelen, waar het wijkwinkelcentrum van Schinkelkwartier is beoogd. Op termijn zetten we meer naar het zuiden in op een tweede

Binnen het buurtpark realiseren we wandel­ paden die uitnodigen tot ontspannen wande­ lingen en verblijven in een aantrekkelijke groene omgeving. Deze paden bieden op termijn tevens een directe route naar beide beoogde metrostations Johan Huizingalaan en Henk Sneevlietweg (aanpassing). Daarnaast bevindt het natuur- en recreatiegebied de Oeverlanden zich in de nabijheid van Nieuwe Meer Oost, op slechts 5 tot 10 minuten loop­ afstand. Dit gebied biedt ‘om de hoek’ nog meer mogelijkheden voor ontspanning en verblijf.

Met deze ingrepen stimuleren we een gezonde leefomgeving die beweging stimuleert en waar voetgangers zich veilig en welkom voelen. Huidig fiets- en voetgangersnetwerk

onderdoorgang van de spoordijk naar de sporendriehoek.

139

140

8

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Techniek en ­uitvoering

Waterschapsverordening en de daarbij behoSECTION PROMENADE rende Leidraad. De watergangen zoals opgenomen in het schetsontwerp openbare ruimte voor Nieuwe Meer Oost voldoen aan deze eisen. 7m

Alleen het water bij de eilanden in het buurtpark voldoet niet overal aan deze eisen, maar we zorgen dat deze onderhouden kunnen worden. >7m

141

Profiel watergang ten zuiden van promenade met natuurvriendelijke oever en kademuur

5,8m

6,0m

-0,3m NAP

-0,5m NAP

-0,5m NAP

1:5

-1,40m NAP

-1,90m NAP

1:5

1,25m

1:4 1:3 >30%

Grondwater

In dit hoofdstuk gaan we in op de technische en uitvoeringsaspecten van de herontwikkeling van Nieuwe Meer Oost. Daarbij gaat om het aanpassen van de waterhuishouding, het afgraven en ophogen van grond en het aanpassen en inpassen van nutsvoorzieningen. We gaan nader in op de beoogde civieltechnische

werken in het gebied, zoals bruggen, kade­ muren en onderdoorgangen. Aansluitend geven we een toelichting op het beheer en onderhoud van de verschillende onderdelen van de openbare ruimte. Tot slot gaan we in op de uitvoeringseisen die aan werkzaamheden worden gesteld.

8.1 Waterhuishouding Oppervlaktewater We realiseren in Nieuwe Meer Oost een robuuste waterstructuur, die goed wordt aangesloten op het water in de omgeving. In het zuiden van het buurtpark wordt water gedempt en gegraven. De watergang langs de spoordijk wordt in westelijke richting verlegd en er komen nieuwe watergangen ten zuiden van de promenade en langs de Johan Huizingalaan naar de Oeverlanden. Voor de compensatie van gedempt oppervlaktewater gelden de eisen uit de Waterschapsverordening van Amstel, Gooi en Vecht en de daarbij behorende Leidraad Ontwerp Nieuwe Infrastructuur Water. Het dempen van oppervlaktewater in Nieuwe Meer Oost compenseren we 1-op-1 binnen peil­gebied Riekerpolder: grotendeels binnen Nieuwe Meer Oost, voor een klein deel elders in Schinkelkwartier (naar verwachting in deel­gebied Riekerpark). Bij het verleggen van de watergang langs de spoordijk houden we rekening met de dijk­ stabiliteit van het spoortalud. We graven eerst

de nieuwe watergang en dempen vervolgens de bestaande watergang, zodat we voldoen aan de eisen voor watercompensatie. Het verleggen van de watergang heeft naar verwachting geen gevolgen voor de dijk­stabiliteit omdat de watergang verder van het talud komt te liggen. Bij de verlegging van de watergang zorgen we ervoor dat de afwatering van het spoortalud gewaarborgd blijft. In de vervolgfase onderzoeken we de exacte volgorde van de werkzaamheden aan de watergangen en de invloed op de omgeving. Uitgangspunt is dat de doorstroming van het watersysteem gewaarborgd blijft. In Nieuwe Meer Oost zijn watergangen met aan beide zijden natuurvriendelijke oevers of watergangen met natuurvriendelijke oevers aan een zijde en kademuren aan de andere zijde voorzien. Watergangen met natuurvriendelijke oevers zijn tenminste 5 meter breed. Verder gaan we uit van de eisen voor de breedte en diepte van watergangen in relatie tot beheer en onderhoud. Deze eisen volgen uit de

Huidige en toekomstige

De inrichting van Nieuwe Meer Oost moet voldoen aan de gemeentelijke ontwaterings­ norm door een afstand van 0,9 meter aan te houden tussen het maaiveld en de gemiddelde hoogste grondwaterstand. De afname van verharding in Nieuwe Meer Oost zorgt voor een hogere grondwaterstand, het graven van nieuwe watergangen zorgt juist voor een demping van deze stijging. Hierbij is rekening gehouden met de gevolgen van klimaat­ verandering. Om aan de ontwateringsnorm te kunnen voldoen kiezen we ervoor om in het centrale deel van Nieuwe Meer Oost het maaiveldniveau op te hogen. Het maaiveld wordt opgehoogd tot circa -0,5 meter NAP nabij de watergangen en tot 0 meter NAP ter plaatse van het centrale buurtplein.

grondwaterstand en maaiveldhoogte -0,2

-0,4

(-0,2)

-1,6

-1,4 -1,3

-1,5

-1,2

-0,3

(-0,3)

-0,5

(-0,7)

+0,0

(-0,6)

-1,6

-0,3

-0,5

(-0,3)

(-0,9)

-1,8

-1,7

-0,5

(-1,0)

-0,5

(-0,7)

Ondergrondse ingrepen zoals (parkeer)kelders) en damwanden mogen geen negatieve effecten hebben op de grondwaterstand en -stroming. Kelders moeten grondwaterneutraal worden gerealiseerd. Om hieraan te kunnen voldoen

(-0,3)

-0,4

-0,5

Het ophogen van het maaiveld verloopt gefaseerd en volgt de fasering van de gebiedsontwikkeling. We zorgen daarbij voor een logische aansluiting op het omliggende maaiveld. Verder is het uitgangspunt dat de op­­ hoging van het maaiveld niet mag leiden tot negatieve gevolgen voor omliggende bestaande bebouwing, bijvoorbeeld datacenter Global Switch. Door waar nodig maatregelen te treffen voorkomen we afwatering van de opgehoogde delen op aangrenzende lager gelegen delen. Deze maatregelen werken we in de volgende fase van het ontwerp voor de openbare ruimte nader uit.

-0,3

(-0,4)

(-1,0)

-1,9

-0,5

(-0,5)

-0,0

Inschatting gemiddelde hoogste grondwaterstand toekomstige situatie

-0,0

Toekomstig maaiveldniveau

(-0,0)

Huidig maaiveldniveau

142

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

kan het nodig zijn om maatregelen te treffen zoals grondverbetering of het toepassen van waterdoorlatende materialen in de kelderwand of -vloer, zoals grindkoffers of drainagebuizen.

Waterkwaliteit In het Waterbeheerprogramma Amstel, Gooi en Vecht wordt ingezet op het verbeteren van de waterkwaliteit en in de Waterschapsverordening is als minimale eis opgenomen dat de water­ kwaliteit niet verslechtert. Het oppervlakte­ water in peilgebied Riekerpolder, waar Nieuwe Meer Oost onderdeel van is, heeft een relatief hoog fosfaatgehalte, wat ervoor zorgt dat het water voedselrijk wordt. Dit bevordert de algengroei en heeft daarmee een negatieve impact op de waterkwaliteit. In Nieuwe Meer Oost verbeteren we de waterkwaliteit door te voorzien in watergangen met voldoende breedte, het verbinden van watergangen en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. Door bomen op voldoende afstand van de watergang te plaatsen kan bladval in het water worden voorkomen, waardoor het water minder voedingsrijk wordt en de waterkwaliteit verbetert. Nader onderzoek naar water­ stromingen in Riekerpolder moet inzicht geven in de bron van de hoge fosfaatgehalten in Nieuwe Meer Oost en de noodzaak om aan­ vullende maatregelen te nemen, zoals het afdekken van de bestaande waterbodem met een minder voedselrijke laag.

Hemelwater Om wateroverlast als gevolg van hevige regenbuien in Nieuwe Meer Oost te kunnen voorkomen en het gebied klimaatbestendig in te kunnen richten is het belangrijk om hemel­ water op te vangen, vast te houden en ­vertraagd af te voeren. De technische eisen hiervoor volgen uit het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027 Amsterdam en het Omgevingsplan Amsterdam. Op grond van het Omgevingsprogramma Riolering moet de openbare ruimte een bui van 70 liter per m² per uur kunnen verwerken zonder dat er schade en hinder ontstaat aan huizen en (vitale) infrastructuur. Daarnaast moet de inrichting waarborgen dat vitale infrastructuur blijft functioneren bij een hoosbui van 90 millimeter in een uur. Bij het verwerken van het hemelwater in de openbare ruimte wordt bij voorkeur de volgende volgorde gehanteerd: 1) gebruiken, vasthouden en infiltreren,

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

2) vertraagd oppervlakkig afvoeren en 3) afvoeren via hemelwaterstelsel. In Nieuwe Meer Oost voorzien we in voldoende bergingsen afvoercapaciteit door de water- en groen­ structuur uit te breiden, het hemelwater af te koppelen van het riool en via molgoten en beplantingsvakken naar de watergangen af te voeren. In het Omgevingsplan staan regels ten aanzien van hemelwaterberging voor bebouwd oppervlak. Er moet rekening worden gehouden met een minimale waterberging van 60 liter per m², die vertraagd wordt afgevoerd met 1 liter per m² bebouwd oppervlak per uur of via actieve sturing waarbij de waterberging binnen 60 uur leeg moet zijn. In het geval een hemelwater­ berging met hergebruiksysteem wordt toe­ gepast, gelden uitzonderingen. Deze eisen worden door de ontwikkelende partijen in Nieuwe Meer Oost betrokken bij de plan­ uitwerking voor de bouwblokken. Ten aanzien van de binnenterreinen sluiten we aan op de waterneutrale bouwenvelop waarin ook wordt uitgegaan van een minimale waterberging van 60 liter per m². Naast perioden met hevige regenbuien zal de komende jaren ook de kans op perioden met een tekort aan hemelwater toenemen. De toename van water en groen in Nieuwe Meer Oost draagt bij aan het beperken van het risico op droogte.

Om negatieve gevolgen van droogte voor bomen en beplanting te beperken houden we hier bij de opbouw van de bodem in het openbaar groen rekening mee. De onderlaag wordt goed doorlatend voor de benodigde waterafvoer en de toplaag heeft een hoog waterbergend vermogen.

Dek parkeergarage Think District In Think District is onder de blokken 1 en 2 een ondergrondse parkeergarage van drie lagen voorzien. Het dek op het dak van deze parkeer­ garage behoort tot de openbare ruimte en maakt deel uit van het buurtpark. Op het dek zijn groenvoorzieningen en openbare wegen en paden voorzien. Op het dak van de parkeer­ garage moet minimaal 1 meter gronddekking komen. Deze gronddekking is niet alleen

noodzakelijk om te kunnen voorzien in een leeflaag voor bomen en andere vegetatie, maar is ook van belang voor waterberging. Hemel­ water moet in natte perioden kunnen worden afgevoerd en in droge perioden moet het hemelwater vastgehouden kunnen worden. In het kader van de planuitwerking voor de openbare ruimte wordt nader onderzoek gedaan naar de gronddekking op het dak van de parkeergarage.

8.2 Grondwerkzaamheden Bodemopbouw De bodemgesteldheid en -opbouw kunnen extra eisen stellen aan de benodigde ­funderingsdiepte voor nieuwe bebouwing. De algemene bodemopbouw binnen het plan­gebied bestaat uit een antropogene deklaag (vaak zand) van 1 tot 3 meter op een circa 12 meter dik pakket van veen en zandige klei. Funderen op de dieper gelegen stabiele zandlaag is voorwaardelijk om verzakking van bebouwing en civieltechnische constructies te voorkomen. Gezien de aanwezigheid van de zandlaag in de diepere ondergrond is de verwachting dat de bodemopbouw in Nieuwe Meer Oost niet tot extra eisen voor de funderingsdiepte leidt.

Bodemkwaliteit Binnen zowel de kavelgrenzen van erfpachters als de openbare ruimte in Nieuwe Meer Oost kan de bodem verontreinigd zijn. Lokaal zijn concentraties PFAS en minerale olie aangetroffen, maar van ernstige verontreiniging is geen sprake. De gemeente heeft de afgelopen decen­nia de huidige infrastructuur voorzien van schone cunetten. Wel kan ter plaatse van de gemeentewerf en het recyclepunt een zekere mate van bodemverontreiniging worden verwacht. Afhankelijk van de mate van verontreiniging en het beoogde gebruik moet de bodem gesaneerd worden door het afgraven van de verontreinigde grond en het afdekken met een schone leeflaag. De ontwikkelende partijen zijn verantwoordelijk voor eventuele bodem­ sanering op hun ontwikkelkavels, de gemeente is verantwoordelijk voor eventuele bodem­

sanering in de openbare ruimte. In het geval bodemsanering aan de orde is wordt rekening gehouden met de benodigde ophoging van het maaiveld. Nader onderzoek naar de kwaliteit van de waterbodem moet uitwijzen of het nodig is om eventueel veront­reinigd slib te verwijderen en de waterbodem met een zandlaag af te dekken. In Nieuwe Meer Oost zijn meerdere gebouwen gebouwd in de tijd dat asbest veelvuldig is toegepast. Het kan dan ook zijn dat met de bouw of met eerdere sloop asbest in de bodem terecht is gekomen, waardoor het plangebied als asbestverdacht moet worden aangemerkt. Er heeft maar op beperkte schaal onderzoek naar asbest in de bodem plaatsgevonden. Dit is een aandachtpunt bij bodemonderzoek bij verdere planvorming.

Grondbalans In het kader van de kavelontwikkeling en de inrichting van de openbare ruimte in Nieuwe Meer Oost zijn grondwerkzaamheden nodig. Daarbij komt grond vrij, maar is ook grond nodig. We hebben een indicatieve grondbalans voor de openbare ruimte in Nieuwe Meer Oost opgesteld om inzicht te geven in hoeveel grond vrijkomt en hoeveel grond nodig is. Inschatting is dat ongeveer 68.000 m3 grond moet worden toegevoegd, waarvan circa de helft nodig is voor het dempen van water (33.000 m3). De overige grond is nodig om het maaiveld op te hogen (circa 20.000 m3), het spoortalud aan te passen (circa 9.000 m3) en de parkwal aan te leggen (circa 6.000 m3). Daarnaast moet naar verwachting circa 31.000 m3 grond worden

143

144

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

verwijderd voor het graven van nieuw water. Bij het aanpassen van het spoortalud onderzoeken we of de leeflaag behouden kan blijven. Indien mogelijk verwijderen we een leeflaag van 1 meter en brengen we dit na aanpassingen van het talud weer terug. De realisatie van de beoogde onderdoorgangen van de spoordijk zorgt ook voor vrijkomende grond. De plannen hiervoor moeten eerst nader worden uitgewerkt. Daarom zijn in deze fase voor deze onderdoorgangen nog geen uit­ spraken gedaan over de te verwachten hoeveelheid vrijkomende grond. Voor werkzaamheden aan het spoortalud stelt ProRail strenge eisen, omdat de dijkstabiliteit niet in gevaar mag komen. Daarom worden de technische uitvoerings­ aspecten als onderdeel van de uitwerking van het ontwerp in overleg en samenwerking met ProRail nader onderzocht. Daaruit moet blijken op welke wijze het spoortalud kan worden aangepast zonder dat dit ten koste gaat van de dijkstabiliteit. Naast het toevoegen en verwijderen van grond in de openbare ruimte zal ook op de te ont­

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

wikkelen Timeless-kavel en in Think District grond vrijkomen en grond nodig zijn. Om te voldoen aan de gemeentelijke ontwaterings­ norm zal ook het maaiveld van de ontwikkel­ kavels moeten worden opgehoogd. Deze maaiveldophoging is een verantwoordelijkheid van de ontwikkelende partijen. Naast het toevoegen van grond zal als gevolg van het graven van de beoogde ondergrondse parkeergarages op de ontwikkelkavels veel grond vrijkomen. Indien mogelijk wordt (een deel van) deze grond direct in het gebied toegepast. Uitgangspunt is dat we zo efficiënt mogelijk omgaan met vrijkomende grond door deze waar mogelijk binnen het gebied toe te passen. Of vrijkomende grond in het gebied kan worden toegepast is afhankelijk van de kwaliteit en eigenschappen van de grond. Daarnaast is ­bepalend of vraag en aanbod in tijd op elkaar aansluiten. In het geval toch grond moet worden aan- of afgevoerd, dan beoordeelt de gemeente of deze grond van of naar een project elders in de stad kan komen of gaan. Mocht dit niet mogelijk zijn dan wordt grond aangeboden aan of afgenomen bij de grondbank.

Indicatieve grondbalans openbare ruimte Nieuwe Meer Oost

8.3 Nutsvoorzieningen Kabels en leidingen In Nieuwe Meer Oost liggen diverse kabels en leidingen. Langs de Johan Huizingalaan, de Henk Sneevlietweg en het spoor liggen belangrijke transportleidingen voor riool, drinkwater, hogedruk gas en hoogspanning. De aanwezigheid van datacenter Global Switch zorgt voor een grote concentratie aan data- en elektriciteits­kabels en waterleidingen door en om het gebied. In de sporendriehoek is een hulp­warmtecentrale voor stadswarmte gevestigd. Bij de bouw- en graafwerkzaamheden van Nieuwe Meer Oost moet rekening worden gehouden met beperkingen als gevolg van de aanwezige kabels en leidingen. Ook is van belang dat tijdens de gebiedsontwikkeling de bedrijfs­continuïteit van datacenter Global Switch en de hulpwarmtecentrale wordt gewaarborgd. In de Johan Huizingalaan zijn de transport­ leidingen voor drinkwater, een hogedruk gasleiding en een hoogspanningsleiding al verlegd. Dit is gedaan om de aangrenzende bebouwing op de Timeless-kavel en in Think District mogelijk te maken. De kabels en leidingen ter hoogte van Global Switch zijn op hun plaats blijven liggen. Bij de inrichting van de openbare ruimte en het gebruik van deze grond moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van deze kabels en leidingen.

Om bepaalde hoofdtracés zoals hoogspanning te kunnen verleggen willen we de mogelijkheid behouden om deze tracés onder de Nieuwe Sloterweg te leggen. Dit kan ontwikkelruimte bieden op de locaties waar deze hoofdtracés nu liggen.

( i.v.m. ophoging ( i.v.m water dempen) (ProRail eigendom) (i.v.m parkwal)

(i.v.m water (i.v.m ondergrondse

Toe te voegen grond (netto) Te verwijderen grond (netto)

In de oostelijke rijbaan van de Johan Huizinga­ laan en aan de zuidzijde van de Henk Sneevliet­ weg moet een nieuw onderheid transportriool door Waternet worden aangelegd om het afvalwater van Nieuwe Meer Oost af te kunnen voeren naar het gemaal aan de Otto Heldring­ straat. Deze werkzaamheden worden in 2026 uitgevoerd. Het huidige transportriool loopt door de groenstrook langs het spoor, de gemeentewerf en het recyclepunt. Dit riool wordt verwijderd op het moment dat hier ontwikkelingen plaatsvinden.

Voor het aansluiten van de nieuwe bebouwing in Nieuwe Meer Oost doorlopen we wenstracéprocedures om de juiste locaties voor deze kabels en leidingen te bepalen. In de buurt­ straten komen nieuwe tracés voor riool, drinkwater en middenspanning. In de nieuwe bouwblokken worden inpandige traforuimten voor elektra opgenomen. In Think District liggen veel kabels en leidingen van en naar het huidige IBM-kantoor. Deze kabels en leidingen worden opgenomen in de nieuwe tracés of, als ze niet meer in gebruik zijn, verwijderd. Hierover worden nadere afspraken met de ontwikkelende partij gemaakt.

145

146

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Congestie op het elektriciteitsnet Het elektriciteitsnet in Amsterdam staat onder druk: diverse onderstations hebben hun maximale capaciteit bereikt of zullen dit op korte termijn gaan bereiken. Als gevolg van de energietransitie sluiten vraag en aanbod van stroom niet goed op elkaar aan en ontstaat er netcongestie. Dit heeft tot gevolg dat sommige grootverbruikers voorlopig niet op het ­elektri­citeitsnet kunnen worden aangesloten. Sinds 1 oktober 2024 zijn netbeheerders verplicht om in congestiegebieden het landelijk vastgestelde prioriteringskader toe te passen. Daarbij kunnen partijen die een groot maatschappelijk belang dienen, zoals brandweer­ kazernes, middelbare scholen en plint­ voorzieningen in woningbouwprojecten, voorrang krijgen op de wachtlijst voor transport­ verzoeken. De bewijslast voor prioriteit ligt bij deze partijen zelf, die naast een regulier transportverzoek ook een prioriteringsverzoek moeten indienen. Voor een aantal onderstations geldt dat er de komende jaren nog een beperkte hoeveelheid vermogen te verdelen is. Netbeheerder Liander geeft dit vermogen vrij omdat in de praktijk blijkt dat niet alle gereserveerde vermogens­ capaciteit op de onderstations daadwerkelijk wordt gebruikt. Het vrijkomende vermogen

Warmte Koude Opslag In Nieuwe Meer Oost wordt in lijn met het gemeentelijk beleid een duurzaam en betaalbaar energiesysteem ontwikkeld. In dat kader hebben de gemeente en de ontwikkelende partijen in het gebied de mogelijkheden voor een collectieve warmtevoorziening onderzocht. Aangezien in het gebied overwegend nieuwbouw wordt gerealiseerd is in de Overeenkomst stadswarmtelevering Amsterdam Nieuw-West overeengekomen dat het gebied niet wordt aangesloten op het stadswarmtenet van Westpoort Warmte B.V. De ontwikkelende partijen in Nieuwe Meer Oost hebben zelf ook aan Westpoort Warmte B.V. laten weten geen aansluiting aan te vragen. Uit onderzoek van de ontwikkelende partijen blijkt dat een aansluiting op het hoge temperatuur stadwarmtenet minder goed scoort op duurzaamheid. De

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

ontwikkelende partijen hier onderling afspraken over en is het vaststellen van een bodem­ energieplan niet nodig. Aanvullend kunnen de ontwikkelende partijen het gebruik van restwarmte van datacenter Global Switch ten behoeve van piekwarmte nader onderzoeken. De gemeente neemt hierin geen regisserende rol, maar kan waar nodig de partijen onder­ steunen.

wordt beschikbaar gesteld voor aansluitingen en toegekend op basis van het maatschappelijk prioriteringskader. Er moeten keuzes worden gemaakt in welke functies voorrang krijgen voor aansluiting op het elektriciteitsnet. Daarom stelt de gemeente per onderstation een voorkeurslijst met projecten op. De te verdelen hoeveelheid vermogen tot en met 2032 is echter niet genoeg om alle ­pro­jecten die voor maatschappelijke prioritering in aanmerking komen aan te sluiten. Dit betekent dat sommige projecten voorlopig geen aan­ sluiting kunnen krijgen. In dat kader is het voor Nieuwe Meer Oost van belang dat er geen bestaande aansluitingen opgezegd worden zodat deze capaciteit beschikbaar blijft.

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft namens de provincie Noord-Holland een vergunning verleend voor het onttrekken en terugbrengen van grondwater voor drie WKO-systemen in Think District. Op de Timelesskavel zijn twee WKO-systemen vergund. De bronlocaties zijn vergund voor zones met een straal van 10 meter. De gemeente en ontwik­

kelende partijen zorgen voor een zorgvuldige gefaseerde inpassing van de WKO-bronnen. Daarbij is rekening gehouden met beoogde tracés voor kabels en leidingen, de bereik­ baarheid van de bronnen en opstelplaatsen voor voertuigen voor aanleg en onderhoud. In Think District zijn vier bronnen voorzien, waarvan twee bronnen inpasbaar zijn binnen de vergunde zone. Voor de overige twee bronnen hebben we zoekgebieden aangeduid. Na afronding van onderzoek wordt hiervoor een nieuwe vergunning aangevraagd door de ontwikkelende partij. Op de Timeless-kavel zijn naar verwachting vier bronnen nodig, waarvan twee inpasbaar zijn binnen de vergunde zones. Voor de inpassing van de overige bronnen gaat de gemeente in gesprek met de ontwikkelende partij.

Op basis van het Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 werken netbeheerders TenneT en Liander met de gemeente aan de verzwaring van het Amsterdamse elektriciteitsnet. Er wordt gewerkt aan de voorbereiding van een nieuwe 150 kV-verbinding tussen het onderstation aan de Anderlechtlaan en het onderstation aan de Schipluidenlaan. Een tracévariant loopt door de Johan Huizingalaan en de Henk Sneevlietweg. In de haalbaarheidsstudie naar de verschillende tracévarianten wordt rekening gehouden met de plannen voor Nieuwe Meer Oost.

ontwikkelende partijen zijn dan ook vrij om duurzame warmtesystemen te realiseren en te exploiteren. De ontwikkelende partijen in Nieuwe Meer Oost hebben gekozen voor een individueel energiesysteem in de vorm van Warmte Koude Opslag (WKO). Dit is een bodemenergiesysteem bestaande uit een warme en een koud bron, leidingwerk en benodigde apparatuur voor drukhandhaving in het grondwatersysteem. De gemeente Amsterdam hanteert standaard als uitgangspunt dat WKO-bronnen worden ingepast op eigen of in erfpacht uitgegeven terrein. In Nieuwe Meer Oost is hier onderbouwd van afgeweken, omdat de bronnen grotendeels voorzien in de openbare ruimte zijn voorzien. Om interferentie tussen de bodem­systemen te voorkomen maken de

Stadswarmte Huidige Stadswarmte kabels en leidingen (transport)

Stadswarmte Stadswarmte Toekomstige kabels en leidingen (transport) en WKO

Hogedruk gasHogedruk gas

Hogedruk gasHogedruk gas

Riolering

Stadswarmte Riolering

Stadswarmte Riolering Riolering

Drinkwater

Drinkwater

Drinkwater

Hogedruk gas

Hoogspanning Hoogspanning

Riolering Drinkwater Hoogspanning

WKO bronlocatie

Drinkwater

Hogedruk gas

Hoogspanning Hoogspanning WKO bronlocatie WKO bronlocatie

Riolering

WKO zoekgebied WKO zoekgebied Reservering aansluiting Reservering aansluiting Drinkwater transportleidingen transportleidingen

Hoogspanning

WKO zoekgebied Reservering aansluiting transportleidingen

147

148

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Afvalcontainers In Nieuwe Meer Oost zijn in de buurtstraten servicestroken voorzien, waar we ruimte reserveren voor afvalcontainers. Deze service­ stroken liggen langs de logistieke route door het gebied. Langs de Johan Huizingalaan en de Henk Sneevliet­weg worden in verband met de door­stroming van het verkeer geen afval­ containers ingepast. Ook de Nieuwe Sloterweg, de promenade en het buurtplein blijven als bijzondere verblijfsplekken gevrijwaard van afvalcontainers. De afval­containers worden zodanig ingepast dat de vuilniswagens ernaast kunnen worden opgesteld om de containers te legen. Bomen worden op voldoende afstand van containers geplaatst (minimaal 3 meter), zodat vuilnis­wagens met giek ongehinderd containers kunnen legen en bomen niet worden beschadigd. In de servicestroken in de buurtstraten worden, aan de rechterzijde van de rijrichting, groepen met ondergrondse afvalcontainers ingepast. Daarmee wordt het scheiden van afval ­vergemakkelijkt. Deze groepen voorzien in de volgende fracties: restafval, papier, glas,

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

groente-, fruit- en tuinafval (GFT) en textiel. Voor restafval en papier maken we gebruik van perscontainers waardoor meer capaciteit ontstaat, minder containers nodig zijn en het aantal rijbewegingen van vuilniswagens kan worden beperkt. Op basis van het beoogde woningaantal gaan we in totaal uit van 72 containers in Nieuwe Meer Oost. De richtlijn voor maximale loopafstanden van woningen tot de afvalcontainers voor restafval bedraagt 150 meter. Met de beoogde inpassing van afvalcontainers voldoen we in Nieuwe Meer Oost aan deze richtlijn. De containers voor de overige fracties komen verspreid op logische plekken in de buurt. In de servicestroken in de buurtstraten worden ook plekken ingepast waar grof afval kan worden aangeboden. Deze aanbiedplekken worden in principe gecombineerd met plekken voor rolcontainers voor bedrijfsafval. Afval van ondernemers wordt door particuliere afval­ verwerker ingezameld. De gemeente stimuleert het collectief organiseren van de inzameling van bedrijfsafval om onnodige vervoersbewegingen en overlast te voorkomen.

8.4 Civieltechnische werken In Nieuwe Meer Oost zijn verschillende civieltechnische werken voorzien, die hieronder nader worden beschreven. Het gaat om de bruggen, kademuren, het dak van de parkeergarage in Think District, de (keermuur van de) parkwal, onderdoorgangen van het spoortalud en geluidschermen.

Bruggen In het buurtpark realiseren we meerdere bruggen. Zoals beschreven in hoofdstuk 6 onderscheiden we drie typen bruggen. De eerste categorie is de verkeersbrug voor zwaar verkeer bij de parkeergarage van Think District. De tweede categorie betreft zes bruggen voor + + Gebruikers : Gebruikers :

+ Gebruikers :

fietsers, voetgangers en beheer. De derde categorie bevat zes lichte bruggen voor voetgangers. Daarnaast worden een aantal vlonders toegepast die het uiterlijk en dezelfde constructie krijgen als de voetgangersbruggen. In het kader van de planuitwerking voor de openbare ruimte worden de technische eisen voor de drie typen bruggen verzameld in een nota van uitgangspunten. Daarin komen onder andere de maatvoering, de belasting, de beeldkwaliteit en de voorwaarden voor beheer en onderhoud aan de orde. Verder houden we daarbij rekening met het doortrekken van de natuurvriendelijke oevers onder de bruggen.

+ + Voetgangers Voetgangers Fiets Fiets Auto/Beheer + Auto/Beheer

Profielen bruggen

Voetgangers Fiets Auto/Beheer

-0.30 -0.30

-0.50 -0.50

1:5 1:5 -0.30

Inpassing ondergrondse

-1.50 -1.50

-1.90 -1.90

-0.50 -0.50

1:3 1:3

-0.50

-0.50 -1.50

afvalcontainers

1:5

-1.90

1:3

+ + Gebruikers : Gebruikers :

+ Gebruikers :

Voetgangers Voetgangers Fiets Fiets Beheer Beheer Voetgangers Fiets Beheer

-0.30 -0.30

-0.50 -0.50

-1.90 -1.90

1:5 1:5

1:3 1:3

-0.30

-0.50 -1.90

1:5

Gebruikers : Gebruikers :

Voetgangers Voetgangers

Gebruikers :

Voetgangers

1:3

Route vuilniswagens Loopafstand 150 meter

149

Groep van ondergrondse afvalcontainers -1.00 -1.00

1:5 1:5

-1.90 -1.90

-1.00 -1.00

1:5 1:5

-1.00

1:5

-1.00 -1.90

1:5

150

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

De brug van de Nieuwe Sloterweg over de watergang langs het spoortalud overstijgt de scope van de investeringsnota. De uitwerking van die brug wordt meegenomen in het afzonderlijke ontwerptraject voor de Nieuwe Sloterweg.

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

bestaande spoortalud. Er wordt met betonnen en stalen damwanden een steile keermuur gemaakt waar de parkwal tegenaan wordt gemaakt. Zo blijft de toegang naar de sporendriehoek en de benodigde ruimte voor een eventuele door­trekking van de Noord/Zuidlijn gewaarborgd.

Kademuren Aan de parkzijde krijgt het water in Nieuwe Meer Oost natuurvriendelijke oevers, aan de zijde van bouwblokken passen we een lage kademuur (0,5 meter vanaf waterniveau) toe. Aan het einde van de promenade is een kade met trappartij tot aan het water voorzien. De technische uitgangspunten voor de kade­ muren werken we in de volgende fase nader uit. Zo moeten keuzes worden gemaakt over een uitvoering met damwanden en een betonnen of houten fundering, waarbij wordt aangesloten op de geldende technische eisen uit de Waterschapsverordening. Deze constructies worden afgewerkt met bakstenen muren. Bij de uitwerking kijken we naar de mogelijkheden voor een natuurinclusieve vormgeving van de kademuren. Ook houden we rekening met de aanhechtingen tussen de kademuren en de kunstwerken zoals de brug en de trappartij bij de promenade.

Dak parkeergarage Het dek op het dak van op de parkeergarage in Think District behoort tot de openbare ruimte. Hier bevinden zich groenvoorzieningen en openbare wegen en paden. Op dit dak moet in ieder geval voldoende gronddekking aanwezig zijn voor kabels en leidingen en fundering van de wegen. Ook moet worden voorzien in een leeflaag voor bomen, andere vegetatie en waterberging van minimaal 1 meter inclusief drainage. Aangezien het dek op het dak van de parkeer­ garage onderdeel van de openbare ruimte wordt, maken de gemeente en de ontwikkelende partij nader afspraken over de verantwoordelijkheden.

Parkwal en spoortalud In het zuiden van Nieuwe Meer Oost is een groene parkwal voorzien met een talud van 1 op 3,5 en een maximale hoogte van 6 meter. De parkwal komt ten noorden van de toegangsweg naar de sporendriehoek te liggen en start vanaf de Johan Huizingalaan en wordt vervolgens met een luiere helling aangesloten op het

Voor de aanleg van de parkwal moet het terrein worden voorbelast, zodat het maaiveld voldoende is ingeklonken. Vooralsnog wordt voor de parkwal uitgegaan van het toepassen van (bij voorkeur gebiedseigen) zand/grond. Dit heeft vanuit het perspectief van een duurzame parkwal met ecologische waarde en een natuurlijke afwatering nadrukkelijk de voorkeur. De voorbelastingstijd wordt ingeschat op circa een jaar en verticale drainage is naar verwachting mogelijk. In de volgende fase wordt nader onderzoek gedaan naar de technische vorm­ geving van de parkwal en bijbehorende ­uitvoeringsaspecten. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de aanhechting van de parkwal op het spoortalud en eventuele aanvullende constructieve maatregelen.

uitvoeringsaspecten nader uitgewerkt. Daarbij verkennen we met ProRail de mogelijkheden om de buitendienststelling van het treinverkeer zoveel mogelijk te beperken. Specifiek aandachtspunt bij de onderdoorgangen zijn de beoogde ecologische verbindingen in de vorm van ecoducten op de onderdoorgang (noord-zuid verbinding) en mogelijke stortstenen in de onderdoorgang (oost-westverbinding). De ecoducten zijn groene tunneldaken van minimaal 3 à 5 meter breed. De mogelijkheden voor stortstenen in de tunnel wordt in het kader van de planvoorbereiding voor de aanleg van Nieuwe Sloterweg nader onderzocht.

Geluidschermen Om in Nieuwe Meer Oost te zorgen voor een aanvaardbaar woon-, leef- en verblijfsklimaat moet het geluid van snelweg en spoor worden

afgeschermd. Daarom voorziet het plan voor Nieuwe Meer Oost in de realisatie van geluid­ schermen. Op basis van geluidonderzoek (zie hoofdstuk 10) is gekozen voor een geluid­ scherm langs de noordelijke rijbaan van de A4 van deels 3,5 meter hoog (ter hoogte van Nieuwe Meer Oost en West) en deels 6 meter hoog (ter hoogte van de sporendriehoek). Aanvullend is gekozen voor een 2 meter hoog scherm ter plaatse van de zuidelijke rijbaan van de A4. Het geluidscherm langs de noordelijke rijbaan van de A4 sluit ter hoogte van het spoortalud aan op een 1,5 meter hoog nieuw geluidscherm langs het treinspoor. In de volgende fase stemmen we met Rijks­ waterstaat en ProRail af over de afmetingen, de materialisatie en overige technische uitvoeringsaspecten ten aanzien van de geluidschermen.

Civieltechnische werken

Voor het aanpassen van het bestaande spoortalud is het nodig om de leeflaag van het bestaande talud te verwijderen, voordat grond kan worden toegevoegd. In de vervolg­ fase verkennen we in overleg met ProRail de ­mogelijkheden om de impact op de dienst­ regeling van het treinverkeer zoveel mogelijk te beperken door de grondwerkzaamheden te faseren. Het is echter niet mogelijk om het voorbelasten van de grond te faseren. Het tempo waarin grond in lagen van circa 0,5 meter kan worden toegevoegd is daarbij afhankelijk van de zettingssnelheid. We onderzoeken of en zo ja in welke vorm het mogelijk is om de verwijderde leeflaag terug te brengen. Mocht dit uitvoeringstechnisch niet mogelijk blijken dan wordt grond van een andere locatie met gelijke of betere ecologische waarde aangebracht.

Onderdoorgangen Als onderdeel van de aanleg van de Nieuwe Sloterweg wordt voorzien in een ondertunneling van het spoortalud richting Riekerpark. Op termijn wordt voorzien in een ondertunneling van het spoortalud via de sporendriehoek naar Riekerpark. Deze onderdoorgangen zijn geen onderdeel van de investeringsnota. In het kader van de planvoorbereiding van deze onder­ doorgangen worden de technische eisen en

151

Bruggen Verkeer Fiets/voetgangers en beheer Voetganger

Keermuur parkwal Dak parkeergarage Kademuren Onderdoorgangen Geluidschermen

152

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Investeringsnota Nieuwe Meer Oost Schinkelkwartier

8.5 Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en civieltechnische werken in Nieuwe Meer Oost stemmen we af op de stedelijke richtlijnen, te weten het Beleidskader Puccini en bijbehorende handboeken Rood en Groen en bijbehorende duurzaamheidsprincipes. De directie Stadswerken is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de verharding en het groen, het verwijderen van drijfvuil en het maaien van de hogere delen van de oevers. Waternet is verantwoordelijk voor het beheer van de watergangen. Erfpachters zijn verantwoordelijk voor het beheer van de binnen­ terreinen. Nieuwe Meer Oost is goed bereikbaar voor beheervoertuigen. In het oostelijk deel van het plangebied realiseren we een aparte route voor onder andere beheervoertuigen.

Verharding, buurtpark en overig groen Het beheer en onderhoud van de verharding, het buurtpark en het overige groen stemmen

we af op het beoogde gebruik en bijbehorende inrichting. Het beheerniveau voor de verharding, het buurtpark en het overige groen volgt de stedelijke richtlijnen uit Puccini Rood en Groen. Een groot deel van het buurtpark is publiek toegankelijk en zal intensief worden gebruikt. Het groen op de parkwal en het lagere deel van het spoortalud zijn dan ook goed bereikbaar voor beheervoertuigen zoals een maaimachine. Het hogere deel van het spoortalud wordt ingericht voor ecologie en is niet toegankelijk voor mensen. Ook de eilanden in het buurtpark zijn niet of beperkt toegankelijk voor mensen. Op deze plekken willen we de natuur zoveel mogelijk haar gang laten gaan: we gaan hier uit van ecologisch beheer. Het beheer van de openbare ruimte wordt nader uitgewerkt in een of meerdere beheerplan(nen).

Beheer openbare ruimte Foto: Gemeente Amsterdam

Civieltechnische werken De civieltechnische werken in Nieuwe Meer Oost betreffen de bruggen in het buurtpark, de kademuren langs de watergangen, de onderdoorgangen van de spoordijk en de geluidschermen langs de snelweg en het spoor. De bruggen en kademuren in het gebied zijn goed toegankelijk voor beheer en onderhoud. De voetgangersbruggen en vlonders in het buurtpark moeten goed toegankelijk zijn voor beheer in verband met het bestrijden van gladheid bij regen en vorst. Het beheer en onderhoud van de brug bij de Johan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16511236/1