CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. IJburg 2e fase - Strandeiland_Regels.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan IJburg 2e fase – Strandeiland en aanvaarden bijbehorende MER en passende beoordelingen (ZD2021-011234)17.669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

groen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw; objecten van beeldende kunst; bij deze bestemming behorende bouwwerken.

16.2

Bouwregels

16.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van een strandwacht bedraagt maximaal 4 m; a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 4 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 16.3

Specifieke gebruiksregels

Het college van burgemeester en wethouders zal de voorlopige bestemming geheel of gedeeltelijk verwijderen indien is gebleken dat het tijdelijke strand verwijderd gaat worden ten behoeve van de ontwikkeling van de betreffende bouwvelden binnen de bestemming Gemengd - 1 en Gemengd - 3 (Havenkom).

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 41

Artikel 17 17.1

Sport - 1 (sportvelden)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport - 1 (sportvelden)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sport; b. additionele horeca (kantine);

met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.

speelvoorzieningen; tuinen en erven; bijbehorende bouwwerken, zoals dug-outs of tribunes; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen en in- en uitritten; laad- en losvoorzieningen; fiets- en voetpaden; groen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw.

17.2

Bouwregels

17.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de maximale oppervlakte van gebouwen per bestemmingsvlak bedraagt 250 m2; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m. 17.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m; de bouwhoogte van reclamemasten en/of vlaggenmasten bedraagt maximaal 10 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 3 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.

17.3

Specifieke gebruiksregels

17.3.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. zelfstandige horeca; b. zalenverhuur.

Gemeente Amsterdam

blz. 42

17.3.2 Toegestaan gebruik In aanvulling op het bepaalde in lid 17.1 is het toegestaan om in de bebouwing ten behoeve van additionele horeca dit gebouw ook te gebruiken voor een fysiotherapiepraktijk of kinderdagverblijf waarbij de regels van artikel 32.9 in acht genomen moeten worden.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 43

Artikel 18 18.1

Sport - 2 (gebouwde sportvoorzieningen)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport - 2 (gebouwde sportvoorzieningen)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. binnensport, waaronder in ieder geval wordt verstaan een zwembad met bijbehorende (wellness) voorzieningen en zaalsport; b. additionele horeca (kantine);

met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.

speelvoorzieningen; tuinen en erven; bijbehorende bouwwerken; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen en in- en uitritten; laad- en losvoorzieningen; fiets- en voetpaden; groen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder in ieder geval wordt verstaan maatregelen ten behoeve van rainproof; kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw.

18.2

Bouwregels

18.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding. 18.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m; de bouwhoogte van reclamemasten en/of vlaggenmasten bedraagt maximaal 10 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 3 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.

18.3

Specifieke gebruiksregels

18.3.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. zelfstandige horeca; b. zalenverhuur.

Gemeente Amsterdam

blz. 44

Artikel 19 19.1

Sport - voorlopig

Bestemmingsomschrijving

De voor Sport - voorlopig aangewezen gronden zijn tot nader besluit van het college van burgemeester en wethouders bestemd voor: a. sport; b. ondergeschikte horeca (kantine);

met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.

speelvoorzieningen; tuinen en erven; bijbehorende bouwwerken, zoals dug-outs of tribunes; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen en in- en uitritten; laad- en losvoorzieningen; fiets- en voetpaden; groen; water en waterhuishoudkundige voorzieningenwaaronder in ieder geval wordt verstaan maatregelen ten behoeve van rainproof; kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw.

19.2

Bouwregels

19.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de oppervlakte van gebouwen per bestemmingsvlak bedraagt maximaal 250 m2; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m. 19.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m; b. de bouwhoogte van masten ten behoeve van verkeersregeling en verkeersgeleiding maximaal 15 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 19.3

Specifieke gebruiksregels

Het college van burgemeester en wethouders zal de voorlopige bestemming geheel of gedeeltelijk verwijderen indien is gebleken dat de permanente sportvoorzieningen zijn gerealisseerd conform de geldende sportnorm (Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen, vastgesteld 2018) van de gemeente Amsterdam. Na het geheel of gedeeltelijk verwijderen van deze voorlopige bestemming gelden ter plaatse enkel de regels van de bestemming Gemengd - 1.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 45

Artikel 20 20.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

wegen; waterberging, al dan niet in de vorm van wadi's; verblijfsgebied, al dan niet in de vorm van een wandelsteiger; railverkeer uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'railverkeer'; voet- en fietspaden; kunstwerken, zoals viaducten, tunnels, bruggen; parkeervoorzieningen in de vorm van hubs; bruggen ter plaatse van de aanduiding 'brug'; horeca van categorie I, II, III en IV, watersportvereniging, kleinschalige bedrijfsactiviteiten, dienstverlening, detailhandel en sportschool, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gemengd'; terrassen voor zover die behoren tot naastgelegen horecavoorzieningen, niet zijnde horeca van categorie II;

met daaraan ondergeschikt: k. lichtmasten; l. taluds; m. bermen en beplanting en overige groenvoorzieningen; n. geluid- en lichtschermen; o. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; p. straatmeubilair; q. nutsvoorzieningen; r. bijbehorende verkeerskundige voorzieningen al dan niet voor railverkeer; s. andere bijbehorende verkeerskundige voorzieningen. 20.2

Bouwregels

20.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van de brugpaviljoens ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' bedraagt de bouwhoogte maximaal 6 m. 20.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.

de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m; de bouwhoogte van reclamemasten en/of vlaggenmasten bedraagt maximaal 10 m; de bouwhoogte van masten ten behoeve van verkeersregeling en verkeersgeleiding maximaal 15 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m; de bouwhoogte van een brug bedraagt maximaal 7 m; de doorvaarhoogte bedraagt maximaal 3 m.

Gemeente Amsterdam

blz. 46

Artikel 21 21.1

Verkeer - voorlopig

Bestemmingsomschrijving

De voor Verkeer - voorlopig aangewezen gronden zijn tot nader besluit van het college van burgemeester en wethouders bestemd voor: a. b. c. d.

railverkeer met bijbehorende voorzieningen; vekeers- en verblijfsgebied; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder in ieder geval wordt verstaan maatregelen ten behoeve van rainproof; ;

met daaraan ondergeschikt: e. lichtmasten; f. taluds; g. bermen en beplanting en overige groenvoorzieningen; h. geluid- en lichtschermen; i. straatmeubilair; j. ondergrondse afvalcontainers; k. ondergrondse infrastructuur; l. nutsvoorzieningen; m. bijbehorende verkeerskundige voorzieningen al dan niet voor railverkeer; n. andere bijbehorende verkeerskundige voorzieningen. 21.2

Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m; b. de bouwhoogte van masten ten behoeve van verkeersregeling en verkeersgeleiding maximaal 15 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 21.3

Specifieke gebruiksregels

Het college van burgemeester en wethouders zal de voorlopige bestemming verwijderen indien is gebleken dat de tijdelijk tramlus geamoveerd kan worden ten behoeve van de ontwikkeling van het betreffende bouwveld binnen de bestemming Gemengd - 1.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 47

Artikel 22 22.1

Water - 1 (buitenwater)

Bestemmingsomschrijving

De voor Water - 1 (buitenwater) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. a. b. c. d. e. f.

water; mosselbanken; behoud en ontwikkeling van natte natuur, ecologische waarden; zwemmen; (drijvende) vlonders ten behoeve van zwemrecreatie; ter plaatse van de aanduiding 'brug' tevens voor een brug; sluizen, ter plaatse van de aanduiding 'sluis'; vaargeul ten behoeve van recreatievaart uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone vaarweg';

met daaraan ondergeschikt: g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. civieltechnische en waterstaatkundige kunstwerken. 22.2

Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 6 meter; de bouwhoogte van een brug bedraagt maximaal 7 meter; de doorvaarhoogte bedraagt maximaal 3 meter; de bouwhoogte sluis bedraagt maximaal 4 meter; de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van vaarbegeleiding bedraagt maximaal 5 m.

22.3

Specifieke gebruiksregels

a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water uitgesloten - 1' is het gedurende het hele jaar verboden: 1. te varen en af of aan te meren en/of ligplaats nemen met vaartuigen van welke aard dan ook, uitgezonderd vaartuigen van nood- en hulpdiensten; 2. te vissen. b. Indien ten behoeve van waterrecreatievaart in een vaargeul moet worden voorzien, dan wordt deze vaargeul uitsluitend aangelegd ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg'.

Gemeente Amsterdam

blz. 48

Artikel 23 23.1

Water - 2 (Binnenwater)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water - 2 (Binnenwater)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

water; waterrecreatie; aanleg en behoud van ecologische waarden door middel van bijvoorbeeld plas-dras; langzaamverkeersbruggen; ligplaatsen met een maximum van 800 plaatsen;

met daaraan ondergeschikt: f. g. h. i. j.

waterhuishoudkundige voorzieningen; civieltechnische en waterstaatskundige werken, waaronder sluizen; steigers; vlonders; overige bij de bestemming behorende voorzieningen.

23.2

Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de breedte van een langzaamverkeersbrug bedraagt maximaal 5 m; b. ten aanzien van steigers gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte bedraagt maximaal 1,5 m; 2. de breedte bedraagt maximaal 1 m; 3. de lengte bedraagt maximaal 3 m; 4. de oppervlakte bedraagt maximaal 3 m² per steiger. c. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van vaarbegeleiding bedraagt maximaal 5 m. 23.3

Specifieke gebruiksregels

a. Binnen deze bestemming zijn enkel vaartuigen toegestaan welke emissieloos kunnen varen. b. Alle ligplaatsen beschikken over de technische mogelijkheid om emissieloos varen te faciliteren. c. Het is verboden ligplaatsen te gebruiken of te laten gebruiken ten behoeve van woonschepen of woonarken.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 49

Artikel 24 24.1

Water - 3

Bestemmingsomschrijving

De voor Water - 3 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. boothellingen; c. ter plaatse van het bouwvlak tevens voor een overkluizing waarbinnen de functies en activiteiten zoals opgenomen in lid 8.1 toegestaan zijn; met daaraan ondergeschikt: d. waterhuishoudkundige voorzieningen; e. civieltechnische en waterstaatkundige kunstwerken. 24.2

Bouwregels

24.2.1 Overkluizing a. Uitsluitend ter plaatse van het bouwvlak is het toegestaan een overkluizing te bouwen; b. het maximum aantal bouwlagen mag niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding. 24.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 6 meter. b. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van vaarbegeleiding bedraagt maximaal 5 meter. 24.3

Specifieke gebruiksregels

Het is verboden ligplaatsen te gebruiken of te laten gebruiken ten behoeve van woonschepen of woonarken.

Gemeente Amsterdam

blz. 50

Artikel 25 25.1

Leiding - Hoogspanning (dubbelbestemming)

Bestemmingsomschrijving

De voor Leiding - Hoogspanning (dubbelbestemming) aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor ondergrondse 150kV-hoogspanningsverbinding met daarbij behorende belemmeringenstrook en voorzieningen(zoals glasvezelverbindingen voor de communicatie tussen de transformatorstations) ten behoeve van de bestemming. a. De bestemming 'Leiding - Hoogspanning (dubbelbestemming) ' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, tenzij in de regels uitdrukkelijk anders is bepaald. b. Daar waar dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van artikel 28 Waterstaat - Waterkering (dubbelbestemming); 2. in de tweede plaats de bepalingen van artikel 25 Leiding - Hoogspanning (dubbelbestemming). 25.2

Bouwregels

25.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de in lid 25.1 genoemde gronden. 25.2.2 Uitzonderingen Het is lid 25.2.1 vervatte verbod is niet van toepassing op: a. bebouwing ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en), mits het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de hoogspanningsverbinding met een bouwhoogte van maximaal 3 meter. 25.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.2.1 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), indien er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de betrokken hoogspanningsverbinding en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder. 25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de in Hoofdstuk 3 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van ter plaatse van de in lid 25.1 bedoelde gronden, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van beplanting en bomen, waarbij de wortels dieper (gaan) reiken dan 0,80 meter beneden maaiveld; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem dieper dan 0,80 meter beneden maaiveld; d. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,80 meter beneden maaiveld, waartoe worden bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 51

e. f. g. h.

gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen; het rooien van beplanting en bomen waarbij de wortels dieper gaan dan 0,8 meter onder maaiveld. het aanleggen van drainage dieper dan 1,00 meter beneden maaiveld; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het permanent opslaan van goederen.

25.4.2 Uitzonderingen Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. b. c. d.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; het normale onderhoud of beheer betreffen; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; werkzaamheden die verband houden met de aanleg van de betreffende hoogspanningsverbindingen.

25.4.3 Omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 25.4.1 kan slechts worden verleend indien de door de betreffende werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de betrokken hoogspanningsverbinding. 25.4.4 Voorwaarden Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder over de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de betrokken hoogspanningsverbinding en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.

Gemeente Amsterdam

blz. 52

Artikel 26 26.1

Leiding - Riool (dubbelbestemming)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Riool (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de ontwikkeling, instandhouding en bescherming van een rioolpersleiding. 26.2

Bouwregels

26.2.1 Gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde Op en onder de in 26.1 genoemde gronden mag uitsluitend gebouwd worden ten behoeve van de bestemming, zoals bedoeld in 26.1. 26.2.2 Afwijking van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 26.2.1 en toestaan dat ten dienste van de andere voorkomende bestemmingen bouwwerken worden gebouwd, mits: a. de belangen van de rioolpersleiding niet onevenredig worden geschaad; b. alvorens de omgevingsvergunning te verlenen, het bevoegd gezag advies inwint bij de leidingbeheerder. 26.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 26.3.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden, met de bestemming 'Leiding - Riool (dubbelbestemming)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

het graven, dempen of verbreden van waterlopen; het vellen van bomen of opruimen van houtwallen; het bebossen en beplanten van gronden; het aanbrengen van boven- en ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen; e. het aanleggen en verharden van wegen, paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem en/of gronden; g. het wijzigen van de grondwaterstand door bevloeiing, (bron)bemaling, drainage of andere wijze; h. het verrichten van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem. 26.3.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in artikel 22.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 53

26.3.3 Voorwaarden De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.3.1 kan slechts worden verleend, indien: a. de belangen van de rioolpersleiding niet onevenreding worden geschaad; b. alvorens de omgevingsvergunning te verlenen, het bevoegd gezag advies inwint bij de leidingbeheerder.

Gemeente Amsterdam

blz. 54

Artikel 27 27.1

Waarde - Cultuurhistorie (dubbelbestemming)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en versterking van cultuurhistorische waarden, met in het bijzonder de Stelling van Amsterdam. 27.2

Bouwregels

Op en onder de in lid 27.1 genoemde gronden mag uitsluitend gebouwd worden ten behoeve van de dubbelbestemming. 27.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 27.2 en toestaan dat ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen bouwwerken worden gebouwd, mits: a. daardoor de waarden, zoals bepaald in lid 27.1 niet worden geschaad; b. alvorens de omgevingsvergunning te verlenen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de provincie. 27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden, met de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie (dubbelbestemming)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het graven, dempen of verbreden van waterlopen; b. het aanbrengen van boven- en ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen; c. het aanleggen en verharden van wegen, paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; d. het verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem en/of gronden; e. het wijzigen van de grondwaterstand door bevloeiing, (bron)bemaling, drainage of andere wijze; f. het verrichten van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem. 27.4.2 Uitzondering Het in lid 27.4.1 vervatte verbod geldt niet voor op werken of werkzaamheden die: a.

het normale onderhoud of beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 27.4.3 Voorwaarden en advies De in lid 27.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a. daardoor de waarden, zoals bepaald in 27.1 niet worden geschaad; b. alvorens de omgevingsvergunning te verlenen, het bevoegd gezag schriftelijk advies inwint bij de provincie.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 55

Artikel 28 28.1

Waterstaat - Waterkering (dubbelbestemming)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering (dubbelbestemming)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. waterkeringen; b. waterstaatkundige voorzieningen; c. het onderhoud en instandhouding van dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering; d. watersystemen als fysiek systeem van waterlopen en andere met de waterhuishouding samenhangende voorzieningen. e. De bestemming 'Waterstaat - Waterkering (dubbelbestemming)' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.

Gemeente Amsterdam

blz. 56

Hoofdstuk 4 Artikel 29

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 57

Artikel 30

Algemene bouwregels

Bij de in hoofdstuk 3 genoemde functies en activiteiten worden de volgende bouwregels in acht genomen. 30.1

Wonen

Het maximum aantal woningen binnen het plangebied bedraagt 8000 woningen. 30.2

begrenzing maximale bouwhoogte

Voor zover het oorspronkelijk hoofdgebouw een lagere bouwhoogte heeft dan op basis van deze planregels is toegestaan en/of een kleiner oppervlak heeft dan op basis van deze planregels is toegestaan, wordt de maatvoering van het oorspronkelijke hoofdgebouw aangemerkt als de maximale bouwhoogte en/of de maximale oppervlakte van het hoofdgebouw, niet meegerkenend de bouwwerken die vergunningvrij zijn op basis van Bijlage II Bor, artikel 2 en 3. 30.3

Ondergronds bouwen

Ondergronds bouwen is toegestaan met in achtneming van de volgende regels: a. De bouwdiepte bedraag maximaal - 1 m N.A.P. b. Bij kruipruimteloos bouwen is de norm voor de ontwateringsdiepte 0,50 m ten opzichte van het maaiveld. De ontwateringdiepte mag met een herhalingskans van 1 keer per 2 jaar gedurende maximaal 5 aaneengesloten dagen overschreden worden. c. Voor kruipruimtes bedraagt de ontwateringsdiepte minimaal 0,9 m; indien niet aan deze voorwaarden kan voldaan, wordt het gebouw kruipruimteloos gebouwd. 30.4

Duurzame bouwmaterialen

Bij het bouwen wordt uitsluitend: a. gebruik wordt gemaakt van FSC-gecertificeerd hout; b. gebruik gemaakt van niet-uitloogbare materialen in de buitenzijde van bouwwerken. 30.5

Geluid

De maximale geluidbelasting van woningen en andere geluidgevoelige objecten op de gevel mag niet meer bedragen dan 48 dB; 30.5.1 Hogere waarden a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning binnen het gebied met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' een geluidgevoelige functie te realiseren of een geluidgevoelig gebouw te bouwen. b. Het bevoegd gezag verleend de omgevingsvergunning als bedoeld onder a indien: 1. uit akoestisch onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden als bedoeld in de Wet geluidhinder, danwel; 2. uit akoestisch onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de vastgesteld hogere waarden als opgenomen in Artikel 39 van dit bestemmingsplan, wordt voorzien in ten minste één geluidsluwe zijde, en wordt voldaan aan het Amsterdams geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet geluidhinder; indien dit beleid wordt aangepast, wordt daarbij rekening gehouden met deze aanpassing.

Gemeente Amsterdam

blz. 58

30.5.2 Dove gevel a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning binnen het gebied met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2'; een geluidgevoelig gebouw te bouwen. b. Het bevoegd gezag verleend de omgevingsvergunning als bedoeld onder 1 indien: 1. uit akoestisch onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden als bedoeld in de Wet geluidhinder, danwel; 2. uit akoestisch onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de vastgesteld hogere waarden als opgenomen in Artikel 39 van dit bestemmingsplan, wordt voorzien in ten minste één geluidsluwe zijde, en wordt voldaan aan het Amsterdams geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet geluidhinder; indien dit beleid wordt aangepast, wordt daarbij rekening gehouden met deze aanpassing, danwel; 3. uit akoestisch onderzoek blijkt dat realisatie van een dove gevel noodzakelijk is voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, wordt voorzien in ten minste één geluidsluwe zijde, en wordt voldaan aan het Amsterdams geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet geluidhinder; indien dit beleid wordt aangepast, wordt daarbij rekening gehouden met deze aanpassing. Als een dove gevel noodzakelijk blijkt zal de omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouw' worden verleend onder de verplichting van de realisatie van een dove gevel en het voldoen aan het Amsterdams geluidbeleid, voornoemd.

30.5.3 Maximaal aantal woningen hogere waarden Het aantal woningen dat mag worden gerealiseerd met gebruikmaking van een hogere waarde bedraagt maximaal 2400. 30.5.4 Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan het bestemmingsplan wijzigen door de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding 2' en/ of de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarden als bedoeld in de Wet geluidhinder. 30.6

Nutsvoorzieningen

Binnen de in hoofdstuk 3 genoemde functies zijn nutsvoorzieningen toegestaan mits wordt voldaan aan de volgende regels: a. de oppervlakte bedraagt maximaal 100 m2; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m; c. nutsvoorzieningen zijn enkel toegestaan mits er wordt voldaan aan de regels met betrekking tot milieu zoals deze zijn opgenomen in artikel 32.4. 30.7

Hoogteaccenten

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van maximaal drie hoogteaccenten uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' met inachtneming van de volgende regels: a. voor één hoogteaccent bedraagt de maximale bouwhoogte 60m; voor de twee andere hoogteaccenten bedraagt de maximale bouwhoogte 50 meter; b. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien blijkt dat sprake is van een aanvaardbaar windhinderklimaat; c. de omgevingsvergunningt wordt slechts verleend indien blijkt dat sprake is van een een aanvaarbare bezonningssituatie.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 59

30.8

Windturbines

a. Het is verboden om windturbines te bouwen. b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ten behoeve van de bouw van een gebouwgebonden windturbine met inachtneming van de volgende regels: 1. de bouwhoogte van de windturbine bedraagt maximaal 5 m; 2. de windturbine veroorzaakt geen nadelige hinder voor vogels en andere fauna; 3. de windturbine veroorzaakt geen onevenredige aantasting op het windklimaat; 4. de windturbine veroorzaakt geen geluid-, schaduw- en/of trillingshinder op naastgelegen gevoelige gebouwen. 30.9

Zonneweide

Het is toegestaan binnen de bestemmingen Gemengd - 1, Gemengd - 2 (Makerskade) en Gemengd - 3 (Havenkom) één of meer tijdelijke zonneweides te bouwen met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van zonnepanelen bedraagt maximaal 3 m; b. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken, zoals een traformator, bedraagt maximaal 3 m; c. de afstand van een zonneweide tot omliggende (geluid)gevoelige bebouwing bedraagt minimaal 50 m; d. met uitzondering van de bijbehorende bijgebouwen blijft de ondergrond onverhard; e. de erfafscheidingen van een zonneweide worden faunavriendelijk. 30.10

Beeldkwaliteit

De ligging van de woningen (blokfiguratie) en de beeldkwaliteit van de woningen dient te voldoen aan de eisen zoals neergelegd in de beleidsregels die zijn opgenomen in het Kwaliteitskader Architectuur Strandeiland, indien deze beleidsregels worden aangepast, wordt rekening gehouden met deze aanpassing. 30.11

Toegestane overschrijdingen

Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bebouwings- en bestemmingsgrenzen te overschrijden ten behoeve van: a. stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,2 meter; b. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1/10 van de breedte van de aangrenzende straat met een maximum van 1 meter en deze werken niet lager zijn gelegen dan 4,2 meter boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,5 meter langs een rijweg dan wel 2,4 meter boven een rijwielpad of voetpad, dat geen deel uitmaakt van de bedoelde strook van 1,5 meter; c. hijsinrichtingen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 meter en deze werken niet lager gelegen zijn dan 4,2 meter boven het aangrenzende straatpeil; d. trappenhuizen, dakterrassen, hekwerken en dergelijke mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 2 meter; e. (warmte)kassen, zonneschoorstenen en overige bouwdelen ten behoeve van duurzaamheidsvoorzieningen alsmede pergola's mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 3 meter.

Gemeente Amsterdam

blz. 60

Artikel 31 31.1

Algemene aanduidingsregels

IJmeerlijn

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - reserveringszone OV' wordt deze zone gereserveerd voor de mogelijke komst van de OV-verbinding IJmeerlijn.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 61

Artikel 32

Algemene gebruiksregels

Bij de in hoofdstuk 3 genoemde functies worden de volgende gebruiksregels in acht genomen. 32.1

Rookverbod

Ten behoeve van de bescherming van de volksgezondheid is het verboden te roken, voorzover dit plaatsvindt in een buitenruimte die behoort bij, en ten dienste staat van, onderstaande functies: a. b. c. d.

maatschappelijke voorzieningen; kinderdagverblijven en buitenschoolseopvangcentra; scholen; sportvoorzieningen.

Onder een buitenruimte als bedoeld in dit onder de aanhef van dit artikellid wordt in ieder geval verstaan een (binnen)tuin, patio, speelplaats, speelplein of sportveld. 32.2

Stookverbod openbare ruimte

Ten behoeve van de bescherming van de volksgezondheid is het verboden in het openbaar gebied: a. te barbecueën met gebruikmaking van houtskool, hout, of houtproducten; b. open vuur te maken. 32.3

Rainproof

32.3.1 Basisregels a. Ten behoeve van het realiseren van voldoende waterberging en het voorkomen van wateroverlast is het verboden om hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en het erf te gebruiken zonder te voorzien in voldoende waterberging; b. aan het bepaalde onder a wordt voldaan indien op het erf wordt voorzien in een minimale waterverwerkingscapaciteit van hemelwater van 60 liter per m2 erfoppervlak in één uur door middel van waterberging, hergebruik en/of infiltratie; hieronder wordt mede verstaan het verwerken van hemelwater dat valt op het dak van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken van het betreffende erf, waarbij:mag worden voorzien in het afvoeren van het meerdere naar openbaar gebied, en;. c. hemelwater dat valt op het dak van het hoofdgebouw mag worden afgevoerd naar openbaar gebied tot een maximaal debiet van 1 liter/m2/uur. 32.3.2 Afwijken van de basisregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de regels in lid 32.3.1 onder b indien: a. het technische gezien niet mogelijk is om op eigen erf te voorzien in voldoende waterverwerkingscapaciteit. b. het kavel te klein is om te voorzien in voldoende waterverwerkingscapaciteit. 32.4

Nutsvoorzieningen en sportscholen

32.4.1 Algemeen Nutsvoorzieningen en sportscholen voldoen aan de volgende regels: a. de geluidbelasting op het meest nabijgelegen bestemmingsvlak waar een gevoelige functie is toegestaan mag niet meer bedragen dan is opgenomen in onderstaande tabel:

Gemeente Amsterdam

blz. 62

b. trillingen, veroorzaakt door nutsactiviteiten, in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten, mag niet meer bedragen dan de trillingsterkte, genoemd in tabel 2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B "Hinder voor personen in gebouwen" van de Stichting Bouwresearch Rotterdam, voor de gebouwfunctie wonen; c. de aangegeven geluid- en trillingswaarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen gelden niet indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluids- of trillingsmetingen; d. indien er binnen een afstand van 10 meter van de nutsactiviteit geen gevoelige gebouwen zijn toegelaten, geldt dat op een afstand van 10 meter van de grens van de nutsactiviteit wordt voldaan aan de genoemde normen voor geluid en trillingen; e. buiten de bedrijfskavel mag geen sprake zijn van stof- of geurhinder. 32.4.2 Aanvullende regels voor riool(pers)gemalen a. Indien vanuit installaties voor doorvoeren, bufferen of keren van rioolwater emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt ten opzichte van het meest nabijgelegen geurgevoelige object, gemeten vanaf het emissiepunt, voldaan aan de volgende normen: 1. 0,5 ouE/m3 of H= -0,5 als 98 percentiel, en 2.

2 ouE/m3 of 4*H= -0,5 als 99,9 percentiel; waarbij H=-0,5 is gelijk is aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -0,5. 32.4.3 Aanvullende regels voor transformatorstations, OV-oplaadstations en voorzieningen voor de opslag van elektriciteit ten behoeve van het openbare elekticiteitsnet a. Indien door de nutsactiviteiten magneetvelden ontstaan, worden de volgende magneetveldsterkten in acht genomen: 1. maximaal 100 microtesla ter plaatse voor niet-woonfuncties, uitgezonderd: basisscholen of scholen voor middelbaar (beroeps-)onderwijs; kinderdagverblijven; ziekenhuizen en overige maatschappelijke voorzieningen waar nachtverblijf wordt aangeboden. 2. jaagemiddelde 0,4 microtesla ter plaatse van verblijfsruimtes in woningen, alsmede: basisscholen of scholen voor middelbaar (beroeps-)onderwijs; kinderdagverblijven; ziekenhuizen en overige maatschappelijke voorzieningen waar nachtverblijf wordt aangeboden. 32.5

Wonen

32.5.1 Gebruiksregels a. Het gebruik van een woonruimte in de vorm van onzelfstandige woonruimte is niet toegestaan. b. Het gebruik van een woonruimte ten behoeve van bed & breakfast is niet toegestaan.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 63

32.5.2 Afwijken van de gebruiksregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning van het bepaalde in lid 32.5.1 onder a afwijken ten einde een woonruimte om te zetten naar een of meer onzelfstandige woonruimten. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening is verleend. b. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 32.5.1, onder b. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening is verleend. De geldigheidsduur wordt gelijkgesteld aan die van de vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening. 32.5.3 Beroep aan huis Het uitoefenen van een beroep aan huis is uitsluitend toegestaan indien de woonfunctie blijft overheersen, waarbij geldt dat: a. b. c. d. e.

maximaal 50 % van de woning voor beroep aan huis mag worden gebruikt; de beroepsruimte dient vanuit de woning toegankelijk te zijn, zonder eigen opgang of toegang; de beroepsfunctie wordt door één of meer bewoners van de betreffende woning uitgeoefend; de beroepsfunctie mag niet in de tuin of op het erf worden uitgeoefend; parkeren ten behoeve van beroep aan huis mag niet leiden tot een hogere parkeerdruk in de openbare ruimte; f. het gebruik van een beroep aan huis mag niet leiden tot geluid-, geur-, stof- of trillingshinder buiten de woning; g. het gebruik van een woonruimte ten behoeve van bed & breakfast is niet toegestaan; h. risicovolle inrichtingen of activiteiten niet zijn toegestaan. 32.6

Horeca

32.6.1 Horeca inpandig Het is verboden zonder omgevingsvergunning een horecafunctie te gebruiken. Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning voor ingebruikneming van een horecafunctie indien: a. de horecafunctie is in te delen in horecacategorie I, III en IV; b. de horecafunctie past binnen de verdeling als onderstaand weergegeven Type horeca

ter plaatse van de ter plaatse van de ter plaatse van de aanduiding 'overige zone aanduiding 'overige zone aanduiding 'overige zone - 1 (horecazone 70%)' - 2 (horecazone 15 %)' - 3 (horecazone 15 %)'

Horeca I

5 vestigingen

2 vestigingen

2 vestigingen

Horeca III

5 vestigingen

2 vestigingen

2 vestigingen

Horeca IV

onbeperkt

onbeperkt

onbeperkt

c. de maximale oppervlakte (bvo) per vestiging mag niet meer bedragen dan: 1. voor horeca I: 150 m2; 2. voor horeca III: 200 m2; 3. voor horeca IV: 250 m2; d. er mag maximaal 8000 m2 BVO aan horecafuncties gerealiseerd worden waarbij geldt dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'overig zone - 1 (horecazone 70%)' maximaal 70% van het totaal BVO aan horecafuncties mag worden gerealiseerd, en

Gemeente Amsterdam

blz. 64

2. ter plaatse van de aanduiding 'overig zone - 2 (horecazone 15 %)' en 'overig zone - 3 (horecazone - 15 %)' per zone maximaal 15% van het totaal BVO aan horecafuncties mag worden gerealiseerd; e. de geluidbelasting op nabijgelegen geluidgevoelige functies mag niet meer bedragen dan is opgenomen in onderstaande tabel:

f. het bepaalde onder g (tabel geluidbelasting) geldt niet voor laden en lossen. g. in aanvulling op het bepaalde in sub g, geldt dat als er binnen afstand van 15 meter van de horeca-activiteit geen geluidgevoelige functies aanwezig zijn, er getoetst wordt of op maximaal 15 meter van de horeca-activiteit voldaan wordt aan de normen zoals opgenomen in sub g. 32.6.2 Horeca terras Het is verboden zonder omgevingsvergunning een horeca terras te gebruiken; het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning voor ingebruikneming van een horecaterras indien: a. de geluidbelasting op nabijgelegen geluidgevoelige functies mag niet meer bedragen dan is opgenomen in onderstaande tabel:

b.

in aanvulling op het bepaalde in sub a, geldt dat als er op binnen afstand van 15 meter van de horeca-activiteit geen geluidgevoelige functies aanwezig zijn, er getoetst wordt of op 15 meter van de horeca-activiteit voldaan wordt aan de normen zoals opgenomen in sub a. c. ten aanzien van lichthinder geldt dat: 1. de lichtuitstraling op de gevel tussen 07.00 uur en 23.00 uur niet meer mag bedragen dan 10 lux; 2. de lichtuitstraling op de gevel tussen 23.00 uur en 07.00 uur niet meer mag bedragen dan 2 lux; 3. elk armatuur mag niet meer uitstralen dan 10000 cd tussen 07.00 uur en 23.00 uur; 4. elk armatuur mag niet meer uitstralen dan 1000 cd tussen 07.00 uur en 23.00 uur. d. Wordt voldaan aan de eisen in hoofdstuk 6 van het Horecanota Stadsdeel Oost; indien gedurende de planperiode het genoemde beleid wordt herzien, wordt met deze herziening rekening gehouden. 32.6.3 Horeca terras bij additionele horeca a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning bij additionele horeca een terras te gebruiken; b. het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning voor ingebruikneming van een horecaterras bij additionele horeca uitsluitend voor zover het betreft additionele horeca bij een sportvoorziening met sportvelden en; voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in 32.6.2.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 65

32.6.4 Horeca II Het bevoegd gezag verleent omgevingsvergunning voor het gebruik van horeca in de horecacategorie horeca II onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.

horecacategorie II uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gemengd'; er wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in 32.6.1; er maximaal één vestiging is toegestaan; er wordt niet voorzien in een buitenruimte of terras; het totaal van 8000 m2 BVO aan horecafunctie wordt niet overschreden.

32.6.5 Afwijken horeca Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van a. het bepaalde in de 32.6.1 sub c ten behoeve van grotere horecavestiging van categorie I, III of IV mits: b. het totaal aantal m2 bvo van 8000 m2 niet wordt overschreden. c. Het bepaalde in 32.6.4 ten behoeve van het toestaan van een tweede vestiging in horeca-categorie II mits wordt voldaan aan het bepaalde in 32.6.4. 32.7

Detailhandel

32.7.1 Gebruiksregels De in hoofdstuk 3 benoemde detailhandel is toegestaan voor zover het totale bvo niet meer bedraagt dan totaal 8000 m2, waarvan maximaal 4000 m2 mag worden gebruikt voor de vestiging van twee supermarkten en met inachtneming van de volgende regels; a. detailhandel is enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' of 'gemengd'; b. detailhandel is enkel toegestaan op de begane grond, waarbij geldt dat detailhandel geclusterd dient te worden aan de Pampuslaan; c. iedere detailhandelsvestiging mag niet meer dan 500 m2 bvo bedragen met uitzondering van supermarkten; d. Laden en lossen ten behoeve van een supermarkt vindt inpandig plaats. 32.7.2 Afwijken detailhandel In afwijking van het bepaalde in 32.7.1 onder a is het toegestaan om één detailhandelsvestiging buiten de aanduiding 'detailhandel' te realiseren mits: a. het totaal van 8000 m2 bvo niet wordt overschreden; b. de detailhandelsvestiging die buiten de aanduiding komt te liggen, geen supermarkt is; c. de detailhandelsvestiging binnen een straal van 700 meter gemeten vanaf de grens van de aanduiding 'detailhandel' komt te liggen. d. het bvo niet meer bedraagt dan 500 m2 bvo. 32.7.3 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik als bedoeld in dit plan wordt in ieder geval verstaan detailhandel in volumineuze goederen.

Gemeente Amsterdam

blz. 66

32.8

Kantoren

De in hoofdstuk 3 benoemde kantoorfuncties en activiteiten zijn toegestaan voor zover het totale bvo niet meer bedraagt dan 10.000 m2, waarbij een maximum van 1.000 m2 per vestiging geldt. 32.9

Maatschappelijk en dienstverlening

De in Maatschappelijk, Gemengd - 1 en Gemengd - 3 (Havenkom) genoemde maatschappelijke functies zijn toegestaan voor zover het totale bvo niet meer bedraagt dan 55.000 m2 en met inachtneming van de volgende regels: a. in aanvulling op het bepaalde in de aanhef geldt dat dienstverlening niet meer dan 1000 m2 mag bedragen. b. in aanvulling op het bepaalde onder a geldt dat maatschappelijke functies, niet zijnde onderwijs niet meer dan 12.500 m2 mag bedragen. 32.9.1 Kinderdagverblijven en scholen De geluidbelasting als gevolg van het gebruik van buitenruimten van scholen en kinderdagverblijven op nabijgelegen geluidgevoelige functies mag niet meer bedragen dan is opgenomen in onderstaande tabel: 07.00 - 19.00 u

19.00 - 23.00 u

23.00 - 07.00 u

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

32.10

Sportscholen

De in Gemengd - 1,Gemengd - 2 (Makerskade),Gemengd - 3 (Havenkom) en Maatschappelijk genoemde sportscholen zijn toegestaan voor zover het totale bvo niet meer bedraagt dan 5.000 m2, waarbij een maximum van 1.000 m2 per sportschool geldt. Ten aanzien van mogelijke hinder veroorzaakt door sportscholen gelden de regels uit artikel 32.4. 32.11

Culturele voorzieningen

32.11.1 Gebruiksregels De in Gemengd - 3 (Havenkom) genoemde culturele activiteiten zijn toegestaan voor zover het totale bvo niet meer bedraagt dan 5.400 m2, waarbij een maximum van 1.200 m2 per culturele voorziening geldt. 32.11.2 Binnenplanse afwijking Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde onder 32.11.1 ten behoeve van de realisatie van grotere culturele voorziening mits: a. b. c. d.

het totaal aantal m2 bvo van 5.400 m2 niet wordt overschreden; onderzoek aantoont dat de verkeersafwikkeling ter plaatse geen knelpunten oplevert; parkeren volgends de regels van Artikel 34 Parkeren wordt opgelost; een grotere voorziening geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat oplevert.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 67

32.12

Verkeer

Ter voorkoming van geluidoverlast en ter bevordering van de luchtkwaliteit en verkeersveiligheid geldt dat de maximum snelheid op alle wegen binnen het plangebied 30 km/uur bedraagt, behoudens wegen binnen de bestemming Verkeer. 32.13

Verstoring van vleermuizen door lichthinder

Ter voorkoming van verstoring van de vliegroutes van vleermuizen worden bij gebruik van lichtmasten met een hoogte van meer dan 10 m voorzieningen getroffen om uitstraling naar het Natura 2000 gebied IJmeer- Markermeer te voorkomen; tenzij kan worden aangetoond dat de lichtuitstraling niet reikt tot het Natura 2000 gebied IJmeer- Markermeer.

Gemeente Amsterdam

blz. 68

Artikel 33 33.1

Algemene afwijkingsregels

Aanvullende afwijkingsregels

Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels kan worden afgeweken, mag met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in dit bestemmingsplan ten behoeve van: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, speelvoorzieningen, vrijstaande muren, keermuren, trapconstructies, geluidwerende voorzieningen, steigers, duikers en andere waterstaatkundige werken; b. geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, wegen en anderszins, of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in situering niet meer bedraagt dan 2 meter; c. overschrijding van de maximale bouwhoogten met ten hoogste 1 meter; d. overschrijding van de in de regels toegestane maximum bouwhoogte: 1. met ten hoogste 5 meter ten behoeve van liften trappenhuizen, centrale verwarmingsinstallaties, en; 2. met ten hoogste acht meter ten behoeve van schoorstenen, ventilatie-inrichtingen, antennes, en zendmasten ten behoeve van mobiele telefonie; e. overschrijding van de op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen met ten hoogste 2 meter ten behoeve van uitkragingen, bordessen, buitentrappen, galerijen, luifels, erkers, balkons, lift- en trappenhuizen, kleinschalige kassen, zonnepanelen en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 69

Artikel 34 34.1

Parkeren

Aanwijzen mobiliteitshubs

a. mobiliteitshubs worden uitsluitend gebouwd of aangelegd binnen het aanduidingsgebied 'parkeergarage'; b. Voor zover er binnen gemiddeld 200 m van een woonfunctie geen 'parkeergarage' is aangeduid, wijzen burgemeester en wethouders een locatie aan waar een mobiliteitshub wordt gerealiseerd; c. Ingeval sprake is van het aanwijzen van een locatie voor een mobiliteitshub als bedoeld onder b, vindt de aanwijzing uiterlijk tegelijk plaats met de gronduitgifte voor de betreffende woning of woningen; d. In de hub dient voldoende ruimte te worden gereserveerd voor bijzondere fietsvormen zoals elektrische fietsen en bakfietsen; e. Alle parkeerplaatsen beschikken over de technische mogelijkheid om emissievrij rijden te faciliteren; f. in de hub dient voldoende ruimte te worden gerealiseerd voor deelauto's. 34.2

Parkeernormen

a. Indien voor het bouwen, gebruiken, of voor activiteiten of functies een omgevingsvergunning is vereist, wordt deze alleen verleend indien wordt voldaan aan de Parkeernorm Auto d.d. november 2018 en de Nota parkeernormen fiets/ scooter; daarbij gelden de volgende aanvullende bepalingen: b. Indien gedurende de planperiode het onder 34.2 onder a genoemde parkeerbeleid wordt herzien, wordt met deze herziening rekening gehouden. c. Voor zover op grond van deze regels voor een activiteit of functie het verplicht is te parkeren in een mobiliteitshub worden de daar beschikbare parkeerplaatsen toegerekend aan de betreffende activiteit of functie. 34.3

Autoparkeren voor bewoners

a. Het parkeren van auto's ten behoeve van de bewoners van Strandeiland vindt plaats in een mobiliteitshub. 34.4

Autparkeren voor gebruikers

a. Parkeren ten behoeve van niet-woonfuncties vindt plaats op eigen kavel; b. Parkeren ten behoeve van niet-woonfuncties binnen de bestemming Gemengd - 2 (Makerskade) vindt plaats op eigen kavel of in een mobiliteitshub; c. Parkeren ten behoeve van niet-woonfuncties binnen de bestemming Gemengd - 3 (Havenkom) vindt plaats in een mobiliteitshub. 34.5

Autoparkeren voor bezoekers en doelgroepen

a. Autoparkeren voor bezoekers en door het college van burgemeester en wethouders aangewezen doelgroepen zoals minder validen, vindt plaats in een mobiliteitshub of in openbaar gebied; 34.6

Verbod op zelfrealisatie autoparkeerplaatsen

Het is verboden parkeerplaatsen voor auto's aan te leggen of te bouwen tenzij: a. de bouw of aanleg plaatsvindt binnen de aanduiding 'parkeergarage' ten behoeve van de bouw of aanleg van een mobiliteitshub, waarbij geldt dat er per aanduidingsvlak één mobiliteitshub is toegestaan; b. de bouw of aanleg plaatsvindt op een locatie die door burgemeester en wethouders is aangewezen als mobiliteitshub; c. de bouw of aanleg plaatsvindt ten behoeve van een niet-woonfunctie en de parkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein voor zover deze gelegen zijn buiten de bestemming Gemengd - 3 (Havenkom), of; Gemeente Amsterdam

blz. 70

d. de bouw of aanleg plaatsvindt op openbaar gebied. 34.7

Wijzigingsbevoegdheid

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd het plan te wijzigen door het aanvullen of schrappen van regels uit artikel Artikel 34 Parkeren indien wijzigingen in het parkeerbeleid of gewijzigde inzichten over het gebruik van mobiliteitshubs hiertoe aanleiding geven.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 71

Artikel 35 35.1

Emissie- en immissienormen

Emissievrije gebouwen

Woningen en andere gebouwen worden slechts voorzien van emissievrije verwarmingsmethoden én worden aangesloten op het aangeboden warmtenet. 35.2

Geluid - Binnenwaarde

De binnenwaarde voor geluid in woningen dient maximaal 35 dB(A) te bedragen, met dien verstande dat wanneer op grond van dit plan een lager geluidsniveau is vereist dit lagere geluidsniveau moet worden bereikt.

Gemeente Amsterdam

blz. 72

Artikel 36

Nadere eisen

a. Het bevoegd gezag kan met het oog op de kwaliteitseisen voor het gebied, zoals neergelegd in de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Kwaliteitskader Architectuur Strandeiland nadere eisen stellen aan de activiteiten genoemd in hoofdstuk 3, met betrekking tot: 1. de verkeersveiligheid; 2. de sociale veiligheid; 3. de externe veiligheid; 4. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van bebouwing, zoals opgenomen in de beleidsregel Kwaliteitskader Architectuur Strandeiland; 5. het woon- en leefklimaat (waaronder onder andere wordt begrepen lichthinder). b. indien deze beleidsregels worden aangepast, wordt rekening gehouden met deze aanpassing.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 73

Artikel 37

Inrichtingseisen openbaar gebied

Het bevoegd gezag stelt de volgende eisen aan de inrichting van het openbaar gebied: a. inrichting vindt plaats aan de hand van de principes zoals deze zijn vastgelegd in het Plan Openbare Ruimte Strandeiland, vastgesteld d.d 1 december 2020; b. Binnen de bestemmingen Gemengd - 1, Gemengd - 2 (Makerskade) en Gemengd - 3 (Havenkom) wordt ten minste 2 ha groen aangelegd; c. Het in sub b genoemde groen dient gerealiseerd en in stand te worden gehouden; d. het in sub b genoemde groen betreft hoogwaardig, attractief stedelijk groen waarin met kan verblijven en recreëren; e. van het in sub b genoemde groen mag maximaal 40 % verhard, dan wel betegeld worden ten behoeve van paden, valbescherming of andere voorzieningen behorende bij sport en spel.

Gemeente Amsterdam

blz. 74

Artikel 38

Monitoring

Dit bestemmingsplan en het MER worden gemonitord; de monitoring heeft drie doelen: a. toetsen of de (milieu)effecten niet groter of anders uitpakken dan in het MER beschreven; b. toetsen of de in het MER voorgeschreven mitigerende/compenserende maatregelen in voldoende mate bijdragen aan het beperken of voorkomen van effecten; c. toetsen of de (duurzaamheids)ambities van de gemeente behaald worden. 38.1

Monitoringsplan

Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan stelt het college van burgemeester en wethouders een monitoringsplan vast. Dit monitoringsplan ziet in ieder geval op de volgende onderwerpen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

natuurinclusief bouwen; circulair bouwen; emissievrij bouwen; energieneutraal bouwen; energieneutrale gebouwen/ energieleverende gebouwen; emissievrije gebouwen; slimme bouwlogistiek; beperking bouwafval; klimaatbestendig bouwen: regenbestendig, hittestress en droogte; de invloed van vaarverkeer op de instandhoudingsdoelen van het nabijgelegen Natura2000 gebied IJmeer/Markermeer; k. gerealiseerde woningaantallen en gebruikte hogere waarden; l. waterkwaliteit binnenwater; In dit monitoringsplan wordt in ieder geval beschreven: a. welke specifieke en meetbare doelen worden gemonitord; de doelen zijn dusdanig gekozen dat deze een representatief beeld geven van de stand van zaken; b. welke informatie verzameld wordt en hoe deze wordt beoordeeld; c. de mate waarin reeds gerealiseerde projecten een bijdrage hebben geleverd en/of nog leveren aan het bereiken van de duurzaamheidsambities. 38.2

Monitoringsverslag

Het college van burgemeester en wethouders stellen een monitoringsverslag vast. Dit verslag wordt ieder geval in 2028, 2034 en 2038 vastgesteld. In het monitoringsverslag wordt beschreven: a. de resultaten van de monitoring; b. in hoeverre het nodig of mogelijk is ambities tegen elkaar uit te ruilen; c. in hoeverre er aanvullende of andere maatregelen nodig zijn om de ambities te bereiken en welke nieuwe inzichten of innovaties beschikbaar zijn die een bijdrage kunnen leveren aan het bereiken van de duurzaamheidsambities.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 75

Artikel 39

Hogere waarden

In aanvulling op het bepaalde in Hoofdstuk 3, moeten de volgende hogere waarden in acht worden genomen. Blok

Hogere waarden voor woningen en andere geluidgevoelige functies in de plint

P6

30

P7

30

P8

75

P9

100

P10

125

P11

30

P12

30

P13

75

P14

100

P15

125

P25

90

P26

75

P27

15

P28

50

P29

60

Pxx

Hogere waarden voor andere geluidgevoelige functies

School voor voortgezet onderwijs

H3

100

H4

100

H5

100

M1

125

M2

175

M3

125

Gemeente Amsterdam

blz. 76

M4

100

M5

125

M6

50

M7

115

M8

25

M9

125

M10

25

M11

50

M12

20

M13

25

M14

100

M15

25

M16

100

M17

20

M18

50

M19

40

M20

125

M21

25

M22

25

M23

50

M24

10

Totaal

2965

Basisschool en kinderdagverblijf

Voor de hogere waarden per gevel wordt verwezen naar Bijlage 3 Kaart hogere waarden.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 77

Artikel 40 40.1

Overige regels

Verwijzing naar andere wet- en regelgeving

Voor zover in dit bestemmingsplan wordt verwezen naar andere wet- en regelgeving, wordt hieronder begrepen de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment dat dit bestemmingsplan ter visie is gelegd.

Gemeente Amsterdam

blz. 78

Hoofdstuk 5 Artikel 41 41.1

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig ontheffing verlenen van het gestelde onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het gestelde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 41.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het gestelde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)

blz. 79

Artikel 42

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan IJburg 2e fase - Strandeiland.

Gemeente Amsterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10689755/1