2. IJburg 2e fase - Strandeiland_Regels.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan IJburg 2e Fase Strandeiland
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan IJburg 2e fase - Strandeiland
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.M1901BPSTD-VG01
Datum print
26 Juli 2021
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Hoofdstuk 4 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35 Artikel 36 Artikel 37 Artikel 38 Artikel 39
5 Inleidende regels
6
Begrippen Wijze van meten
6 18
Reikwijdte
19
Doelen Looptijd
19 21
Bestemmingsregels
22
Bedrijf - 1 (WE kavel) Bedrijf - 2 (onderstation) Gemengd - 1 Gemengd - 2 (Makerskade) Gemengd - 3 (Havenkom) Groen - 1 Groen - 2 Maatschappelijk Natuur - 1 (eiland) Natuur - 2 Recreatie Recreatie - voorlopig Sport - 1 (sportvelden) Sport - 2 (gebouwde sportvoorzieningen) Sport - voorlopig Verkeer Verkeer - voorlopig Water - 1 (buitenwater) Water - 2 (Binnenwater) Water - 3 Leiding - Hoogspanning (dubbelbestemming) Leiding - Riool (dubbelbestemming) Waarde - Cultuurhistorie (dubbelbestemming) Waterstaat - Waterkering (dubbelbestemming)
22 24 26 28 31 33 34 35 36 37 38 40 41 43 44 45 46 47 48 49 50 52 54 55
Algemene regels
56
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Parkeren Emissie- en immissienormen Nadere eisen Inrichtingseisen openbaar gebied Monitoring Hogere waarden
56 57 60 61 68 69 71 72 73 74 75 Gemeente Amsterdam
blz. 4
Artikel 40 Overige regels Hoofdstuk 5
Overgangs- en slotregels
Artikel 41 Overgangsrecht Artikel 42 Slotregel
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
77 78 78 79
blz. 5
Regels
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
plan:
Het bestemmingsplan 'IJburg 2e fase - Strandeiland' met identificatienummer NL.IMRO.0363.M1901BPSTD-VG01 van de gemeente Amsterdam. 1.2
bestemmingsplan:
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aanduidingsvlak
Een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding. 1.6
additionele horeca
Horeca waarbij de horecafunctie/activiteit niet de hoofdfunctie/activiteit heeft van het gebouw en waar geen horecabestemming op het gebouw rust zoals (sport)kantines. 1.7
antenne-installatie
Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de wel of niet in de techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.8
antennedrager
Een antennemast of andere constructie bedoeld voor de vestiging van een antenne. 1.9
automatenhal
Een voor het publiek toegankelijke ruimte waar meer dan twee speelautomaten of andere mechanische toestellen in de zin van artikel 30 van de Wet op de Kansspelen, zoals die geldt op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan, zijn opgesteld. 1.10
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 7
1.11
bed & breakfast
het gedeeltelijk gebruik van een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de hoofdbewoner van die woonruimte, al dan niet met ontbijt. 1.12
bedrijf
Inrichting voor de bedrijfsmatige uitoefening van industrie, ambacht, groothandel, internetverkoop, opslag en/of transport. 1.13
bedrijf geschikt voor functiemenging
bedrijf, dat qua aard en invloed op de omgeving past binnen een gemengd gebied met wonen, ook indien gevoelige objecten zijn gelegen: direct naast het bedrijf; in hetzelfde gebouw of een aanpandig gelegen gebouw, indien in dat gebouw gevoelige objecten zijn toegelaten. 1.14
beperkt kwetsbaar object
a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, en dienst- en bedrijfswoningen van derden; b. kantoorgebouwen, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder c, vallen; c. hotels en restaurants, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder c, vallen; d. winkels, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder c, vallen; e. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; f. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder d, vallen; g. bedrijfsgebouwen, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder c, vallen; h. objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en i. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval. 1.15
beroep aan huis
Dienstverlening, voornamelijk bestaande uit hoofdarbeid, waarbij in overwegende mate de woonfunctie behouden blijft. 1.16
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.17
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
Gemeente Amsterdam
blz. 8
1.18
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.19
bijzondere bouwlaag
Kelder, souterrain, kap, dakopbouw. 1.20
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.21
bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.22
bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. 1.23
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.24
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.25
brutovloeroppervlakte (bvo)
De totale oppervlakte van de bouwlagen met inbegrip van de bouwconstructies, magazijnen, dienstruimten, bergingen etc. 1.26
mobiliteitshub
Een gebouwde of ongebouwde parkeervoorziening waarin of waarbij mag worden voorzien in ondersteunende functies, waaronder in ieder geval verstaan: a. b. c. d.
voorzieningen om auto's, scooters en motors emissievrij te laten functioneren; voorzieningen ten behoeve van de realisatie van auto deel concept;. (elektrische)laadvoorzieningen voor fietsen; opslag van duurzaam opgewekte energie;
met hieraan ondergeschikt de mogelijkheid tot het realiseren van: e. voorzieningen voor reparatie en onderhoud van fiets en/of scooter; f. voorzieningen voor pakketbezorgdiensten; g. maatschappelijke voorzieningen;
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 9
h. horeca van categorie IV; i. kantoren; j. opslag ten behoeve van particulier gebruik. 1.27
consumentverzorgende dienstverlening
Persoonlijke verzorging van consumenten, waaronder kapperszaken, schoonheidsinstituten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven. 1.28
culturele voorzieningen
Musea, (muziek)theaters, expositieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen. 1.29
dagrecreatie
Recreatie buiten de woning, zonder dat daar een overnachting elders mee gepaard gaat. 1.30
detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van zaken aan in hoofdzaak personen die deze zaken kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.31
detailhandel in volumineuze goederen
Detailhandel in zaken van grote omvang, die vanwege de aard en omvang van deze zaken een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals bouwmarkten, grootschalige meubelbedrijven, keuken-, sanitair- en tegelbedrijven. 1.32
dienstverlening
Het verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden met of zonder rechtstreeks contact met het publiek. Onder te verdelen in: 1. consumentverzorgende dienstverlening; 2. zakelijke dienstverlening; 3. maatschappelijke dienstverlening. 1.33
dove gevel
Een bouwkundige constructie waarin, a. geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A); b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. 1.34
eerste bouwlaag / plint
De eerste volledige bouwlaag op of boven peil.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
1.35
emissieloos/emissievrij:
zonder uitstoot van milieuhinderlijke stoffen, waaronder in ieder geval wordt verstaan de uitstoot van CO2, NOx en fijnstof. 1.36
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.37
extended stay
Het bedrijfsmatig aanbieden van logies anders dan in een woning voor kortstondig verblijf van tenminste 1 week tot maximaal 1 jaar aan natuurlijke personen die buiten de gemeente hun hoofdverblijf en vaste woon- of verblijfplaats hebben. Bij extended stay gaat het niet om wonen, maar om een bijzondere vorm van een hotelfunctie. 1.38
extensief dagrecreatief gebruik
Een recreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, een picknickplaats of een naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik. 1.39
galerie
Een ruimte uitsluitend bestemd voor de tentoonstelling en verkoop van kunstwerken. 1.40
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.41
geluidbelasting vanwege wegverkeer
De etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.42
geluidsgevoelige functie
Bewoning of een andere geluidsgevoelige functie (of de gebouwen en terreinen die daartoe dienen) zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.43
geluidsgevoelige gebouwen
1. Woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van die gebouwen behorende bij de betreffende inrichting, alsmede; 2. een geprojecteerde woning of ander geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder, alsmede; 3. een woning of ander geluidgevoelig gebouw in aanbouw als bedoeld in artikel 1 van de Wet
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 11
geluidhinder. 1.44
geluidgevoelige ruimte
Deel van een gebouw of andere geluidsgevoelige functie zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.45
geluidsluwe zijde
De zijde van een gebouw waar de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder niet mag overschrijden, dan wel waar een serre of loggia wordt gebouwd waardoor deze voorkeurswaarde op de scheidingsconstructie van de achtergelegen verblijfsruimte wordt bereikt. 1.46
geluidwerende vlies
Een bouwkundige constructie aangebracht aan de buitenzijde van een gevel met het doel een geluidsreductie op deze gevel te bewerkstelligen, als gevolg waarvan voldaan wordt aan het gestelde in de Wet geluidhinder, waarbij de afstand tussen geluidwerende vlies en gevel tenminste 0,5 meter is en waarbij er tussen geluidwerende vlies en gevel sprake is van buitenlucht, met openingen ten behoeve van de luchtverversing met een capaciteit van tenminste 6 dm³ per seconde per m² vloeroppervlak van de achterliggende woning(en). 1.47
geurgevoelig object
1. Een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij, hieronder mede verstaan; 2. gronden bestemd menselijk wonen of menselijk verblijf, waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toelaat, maar deze nog niet is afgegeven, alsmede; 3. een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, waarvoor de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is afgegeven. 1.48
gevellijn
Een op de verbeelding aangegeven lijn, waarin de gevel van de gebouwen aan de betreffende zijde moet worden opgericht. 1.49
groenvoorziening
Ruimten in de open lucht, zoals (bos)parken, plantsoenen, groenvoorzieningen en open speelplekken, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren. 1.50
hogere waarde
Een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
1.51
hoofdgebouw
Eén of meerdere panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.52
horeca I
Fastfood (waaronder begrepen automatiek, snackbar, loketverkoop, fastfoodrestaurant en naar de aard daarmee te vergelijken functies). 1.53
horeca II
Nachtzaak (dancing, discotheek, sociëteit, zaalaccomodatie, nachtcafé en naar de aard daarmee te vergelijken functies). 1.54
horeca III
Café (café, bar en naar de aard daarmee te vergelijken functies). 1.55
horeca IV
Restaurant (restaurant, koffie-, en theehuis, lunchroom, juicebar en naar de aard daarmee te vergelijken functies). 1.56
horeca V
Hotel (waaronder begrepen hotel, motel, jeugdherberg, bed & breakfast, en naar de aard daarmee te vergelijken functies). 1.57
horeca VI
extended stay. 1.58
huishouden
een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren. 1.59
inrichting
inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. Indien de Wet milieubeheer komt te vervallen dient gekeken te worden naar de begrippen in diens rechtsopvolger. 1.60
kamerverhuur
Het bedrijfsmatig aanbieden van woonverblijf aan meer dan één huishouden of aan meer dan vier personen, niet zijnde logies.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 13
1.61
kantoor
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, daaronder tevens begrepen congres- en vergaderaccommodatie. 1.62
kelder
Een bijzondere bouwlaag , waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag ten hoogste 0,50 meter boven het gemiddeld aangrenzende peil is gelegen. 1.63
kwetsbare objecten
a. woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde woningen, woonschepen of woonwagens als bedoeld in onderdeel b, onder a; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen, of 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object, of 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. 1.64
langzaamverkeersbrug
Brug, die uitsluitend bedoeld is voor fietsers en voetgangers en vergelijkbare verkeersdeelnemers. 1.65
ligplaats
Een met een schip in het water aan de walkant ingenomen plaats die daartoe als zodanig is aangewezen. 1.66
logies
Het bedrijfsmatig aanbieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan natuurlijke personen voor bepaald tijd, anders dan in een woning of in de vorm van kamerverhuur. 1.67
maaiveld
De hoogte van het afgewerkte bouwterrein. 1.68
maatschappelijke dienstverlening
Het verlenen van publieksgerichte diensten op het gebied van overheids-, educatieve, welzijns(para-)medische, sociaal-medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
1.69
nutsvoorziening
Een voorziening ten behoeve van de distributie van (waterstof)gas, water, afvalwater, elektriciteit, (tele)communicatie, warmte, koude alsmede soortgelijke voorzieningen van algemeen nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes al dan niet ten behoeve van openbaar vervoer, gemalen, zendmasten, (ondergrondse) afvalsystemen, (ondergrondse) infrastructurele voorzieningen, (ondergrondse) pompen en overige voorzieningen ten behoeve van warmte-koude opslag (WKO) en nieuwe sanitatie, en (ondergrondse) voorzieningen ten behoeve van de lokale opslag van elektriciteit. 1.70
ondergeschikt
Gebruik dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan de toegestane hoofdfunctie en hieraan ten dienste staat. 1.71
ondergronds bouwen
Het geheel of gedeeltelijk bouwen van een gebouw onder peil. 1.72
ondergrondse parkeervoorziening
Parkeervoorziening gelegen onder peil. 1.73
ontwateringsdiepte
De afstand tussen het maaiveld en de grondwaterstand. 1.74
onzelfstandige woonruimte
Woonruimte, niet-zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen. 1.75
oorspronkelijke hoofdgebouw
het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd; 1.76
openbare ruimte
Rijwegen, voet- en fietspaden, pleinen, groenvoorzieningen en water, met in begrip van bij deze voorzieningen behorende nutsvoorzieningen, bermen, taluds, waterlopen en waterbouwkundige kunstwerken, ondergrondse afvalsystemen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen. 1.77
opslag
Het bedrijfsmatig opslaan van goederen.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 15
1.78
overig bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.79
pand
De bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.80
peil
Onder het peil wordt verstaan: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil. 1.81
planregels
De regels, deel uitmakende van het bestemmingsplan 'IJburg 2e fase - Strandeiland'. 1.82
prostitutie
Het aanbieden of verrichten van seksuele diensten tegen een materiële vergoeding. 1.83
prostitutiebedrijf
Een bedrijf waar prostitutie wordt bedreven. 1.84
rainproof
Regenbestendigheid door vasthouden en en bergen van regenwater om (later) te infiltreren in de bodem. 1.85
recreatief medegebruik
Een recreatief gebruik van gronden tussen zonsopgang en zonsondergang, waaronder verstaan wordt wandelen en verblijven en die de aanwezige natuurwaarden en natuurlijke kenmerken van het gebied niet verstoren. 1.86
risicovolle activiteit of inrichting
Een inrichting of activiteit, waarbij volgens het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde of richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
1.87
seksinrichting
Een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin tegen betaling handelingen en/of voorstellingen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder worden mede begrepen een seksbioscoop, -theater, -automatenhal en -winkel en naar de aard daarmee te vergelijke inrichtingen. 1.88
smartshop
Een winkel waarin de hoofdactiviteit of een van de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in psychotrope stoffen. 1.89
souterrain
Een bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddeld aangrenzend peil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,50 meter boven het peil is gelegen. 1.90
sportvoorzieningen
Voorzieningen die benodigd zijn voor het uitoefenen van de ter plaatse bedoelde sport, zoals bijvoorbeeld doelpalen, netten, korven en de opslag daarvan. 1.91
terras
Een buiten de besloten ruimte liggend deel van het horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden ten dienste van het horecabedrijf en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. 1.92
tramvoorzieningen
Dienstgebouwen alsmede abri's, tramrails, bovenleidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van het tramverkeer. 1.93
verbeelding
De verbeelding van het bestemmingsplan. 1.94
voorgevelrooilijn
Een lijn die evenwijdig aan de as van de weg, langs een wegzijde met een regelmatig ligging van de voorgevel van de bestaande bebouwing is gelegen, die zoveel mogelijk aansluit aan de voorgevels van de bestaande bebouwing en zoveel mogelijk overeenkomstig de richting van de weg loopt. 1.95
watergang
Een werk dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen, af te voeren, en toe te voeren, de boven water gelegen taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede begrepen. 1.96
waterkering
Natuurlijke of kunstmatige begrenzing of afscheiding die het water in zijn loop tegenhoudt en achterliggende gebied beschermt tegen inundatie.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 17
1.97
waterstaatkundige werken
Werken, waaronder begrepen kunstwerken, verband houden met de waterstaat, zoals dammen, dijken, sluizen, beschoeiingen, remmingswerken, wadi's etc. uitgezonderd steigers. 1.98
weg
Alle voor het openbaar auto-, fiets-, voetgangers- of ander verkeer openstaande wegen of paden, geen spoorwegen of trambanen zijnde, waaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen, taluds en zijkanten, waterstaatkundige en civieltechnische (kunst)werken alsmede de aan de wegen liggende parkeerplaatsen. 1.99
woonruimte
Besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, alsmede standplaatsen; 1.100
wonen
Het houden van verblijf, het huren en tevens (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een woning, al dan niet gecombineerd met zorgfuncties die naar intensiteit en tijdsduur beperkt zijn. 1.101
woning
Een complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, of maximaal vier personen, of daarmee gelijk te stellen woonvormen. 1.102
zakelijke dienstverlening
Het verlenen van economische of commerciële diensten aan derden, waarvan de uitoefening geschiedt in een rechtstreeks contact met het publiek, zoals banken, reisbureaus.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2
de bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van fundering of ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk. 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
de bouwhoogte van een windturbine
Vanaf de voet van de mast tot aan de as van de windturbine. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
de brutovloeroppervlakte van een gebouw
De bebouwde oppervlakte van de afzonderlijke bouwlagen bij elkaar opgeteld. 2.7
de bouwhoogte van een antenne-installatie
Tussen de voet van de antennedrager en het hoogste punt van de antenne-installatie; als de antennedrager aan de gevel van een gebouw wordt bevestigd, wordt gemeten tussen het punt waarop de antenne met antennedrager het dakvlak kruist en het hoogste punt van de antennedrager.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 19
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Reikwijdte Doelen
Dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is gericht op: a. het ontwikkelen van Strandeiland volgens de principes van het groen/blauw woonmilieu; b. het behoud en versterken van natuurlijke, ecologische en cultuurhistorische waarden rond Strandeiland; c. het ontwikkelen van een gezond Strandeiland met schone lucht dat uitnodigt tot recreatie, sport en beweging; d. het ontwikkelen van Strandeiland als energieleverend eiland met ruimte voor nieuwe energieconcepten; e. het ontwikkelen van een klimaatbestendig en klimaatadaptief Strandeiland; f. het ontwikkelen van een bereikbaar Strandeiland vanuit het STOMP (Stappen, Trappen, OV, Mobility-as- a service, Particulier autobezit)-principe en ruimte bieden voor nieuwe mobiliteitsconcepten en oplossingen. 3.1
Uitwerking doelen, algemeen
Bij de bovenstaande doelen wordt op Strandeiland in ieder geval voorzien in: a. voldoende mobiliteitshubs om te voorzien in de parkeerbehoefte van bewoners; daarbij dient voldoende ruimte te worden gereserveerd voor bijzondere fietsvormen zoals elektrische fietsen en bakfietsen en voor deelautoconcepten en doelgroepen; binnen gemiddeld 200 m van een woonfunctie wordt voorzien in een mobiliteitshub; b. voldoende parkeerplaatsen in openbaar gebied om te voorzien in de parkeerbehoefte van bezoekers en specifieke doelgroepen, waaronder in ieder geval verstaan huisartsen, wijkverpleegkundigen, verloskundigen en vergelijkbare doelgroepen alsmede parkeerplaatsen voor minder validen en deelauto concepten; c. ondersteuning van emissieloos rijden door alle parkeerplaatsen technisch voor te bereiden voor ondersteuning van emissieloos rijden; de ambitie is gericht op volledig emissieloos rijden; d. een warmtenet dat wordt gevoed door een WKO; e. nieuwe sanitatie. 3.2
Inrichting openbare ruimte
Bij de inrichting van het openbaar gebied wordt; a. rekening gehouden met de realisatie van 'het rondje Strandeiland'; b. rekening gehouden met het klimaatadaptatie door: 1. het voorkomen van hitte stress, 2. voorzien in voldoende ruimte voor berging en infiltratie van hemelwater om te voldoen aan de rainproof opgave; 3. zoveel mogelijk openbaar groen; c. gewerkt met het STOMP (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility- as- a-service, Particulier autobezit) principe voor het indelen van de verkeersruimte; daarbij wordt de inrichting zoveel mogelijk gericht op het voorkomen van hindernissen voor voetgangers, fietsers en minder validen; d. voorzien in een natuurvriendelijke inrichting van de zuidoost oever (de oever gericht op het Natura 2000 gebied IJmeer- Markermeer) waarbij het voorkomen van lichtschering richting het Natura 2000 gebied IJmeer-Markermeer als ontwerpprincipe geldt door middel van de realisatie van afschermende beplanting of afschermende objecten.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
3.3
Bouwen en gronduitgifte
Bij het bouwen en gronduitgifte wordt ingezet op: a. b. c. d. e. f.
het verminderen van bouwverkeer door gebruikmaking van een bouwhub; de realisatie van emissieloze gebouwen; het minimaliseren van bouwafval; minimaal 50% circulair bouwen in 2030; de ambitie is 100% circulair bouwen in 2050; natuurinclusief bouwen; het realiseren van gebouwen die minimaal energieneutraal zijn; de ambitie is gericht op het bouwen van energieleverende gebouwen; g. het realiseren van voldoende hemelwaterberging om het hemelwater op de uitgegeven kavel te verwerken; h. het optimaliseren van de mogelijkheid voor duurzame energieopwekking; i. aansluiting op het warmtenet; j. aansluiting op nieuwe sanitatie. 3.4
Ligging buurten
De buurten als bedoeld in deze regels zijn als volgt over het eiland verdeeld.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 21
Artikel 4
Looptijd
De looptijd van dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte bedraagt maximaal 20 jaar na inwerkingtreding van dit plan.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
Hoofdstuk 3 Artikel 5 5.1
Bestemmingsregels Bedrijf - 1 (WE kavel)
Bestemmingsomschrijving
De gronden van de bestemming Bedrijf - 1 (WE kavel) zijn uitsluitend bestemd voor: a. energievoorziening in de vorm van een Warmte Koude opslag (WKO) en afvalwater zuivering in de vorm van een zuiveringstechnisch werk als bedoeld in de Waterwet, thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO), warmte- en koude distributie; b. bijbehorende installaties waaronder in ieder geval verstaan pompinstallaties, gemalen en andere installaties ten behoeve van de bedrijfsprocessen en de bedrijfsvoering. alsmede voor bijbehorende voorzieningen: c. d. e. f. g.
erven; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen behorende bij de bestemming; laad- en losvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder in ieder geval wordt verstaan maatregelen ten behoeve van rainproof; h. nutsvoorzieningen. 5.2
Bouwregels
Op en onder de in lid 5.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met in achtneming van de volgende bepalingen: 5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 21 meter. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt maximaal 6 m; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 5.3
Specifieke regels gebruik
5.3.1
Strijdig gebruik
Onder een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. IPPC-installaties; b. nieuwe activiteiten die genoemd zijn in onderdeel C en onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage, in de gevallen als genoemd in kolom 2 van die onderdelen, c. activiteiten die op grond van in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen als categorieën inrichtingen als bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken; bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 23
d. risicovolle activiteiten.. 5.3.2
Milieunormen
Het gebruik mag niet leiden tot geluid-, geur-, stof- of trillinghinder buiten dat bedrijf, met dien verstande dat: a. het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, de niveaus op de in onderstaande tabel genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden, waarbij in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur de in de tabel opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;
b. trillingen, veroorzaakt door de tot de inrichting behorende installaties of toestellen alsmede de tot de inrichting toe te rekenen werkzaamheden of andere activiteiten, in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten, niet meer bedragen dan de trillingsterkte, genoemd in tabel 2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B "Hinder voor personen in gebouwen" van de Stichting Bouwresearch Rotterdam, voor de gebouwfunctie wonen; c. de aangegeven geluid- en trillingwaarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden, indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluids- of trillingmetingen; d. indien er binnen een afstand van 10 meter van de grens van het bedrijf geen gevoelige gebouwen zijn toegelaten, geldt dat op een afstand van maximaal 10 meter van de grens van het bedrijf wordt voldaan aan de genoemde normen voor geluid en trillingen; e. de normen voor geluid en trillingen niet van toepassing zijn op incidentele bedrijfssituaties als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. f. indien vanuit de inrichting emissies naar de lucht plaatsvinden wordt gemeten op de grens van de inrichting, voldaan aan de volgende normen: 1. 0,5 ouE/m3 of H= -0,5 als 98 percentiel, en 2.
2 ouE/m3 of 4*H= -0,5 als 99,9 percentiel; waarbij H=-0,5 gelijk is aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -0,5; g. voor zover wordt voorzien in de productie of opslag van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 1 onder g van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, mag de persoongebonden risico contour de bestemmingsgrenzen niet overschrijden, voorts wordt de orientatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.
Gemeente Amsterdam
blz. 24
Artikel 6 6.1
Bedrijf - 2 (onderstation)
Bestemmingsomschrijving
De gronden van de bestemming Bedrijf - 2 (onderstation) zijn uitsluitend bestemd voor: a. een transformatorstation met een maximum opgesteld vermogen van 320 MVA, waarbij geldt dat het maximum ingeschakelde vermogen niet meer bedraagt dan 200 MVA, ten behoeve van de distributie van energie met bijbehorende voorzieningen; alsmede voor bijbehorende voorzieningen: b. c. d. e. f. g.
erven; groenvoorzieningen; bergingen en andere nevenruimten; parkeervoorzieningen ten behoeve van de bestemming; laad- en losvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder in ieder geval wordt verstaan maatregelen ten behoeve van rainproof; h. nutsvoorzieningen. 6.2
Bouwregels
Op en onder de in lid 6.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met in achtneming van de volgende bepalingen: 6.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 meter. 6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt maximaal 8 m; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 6.3
Specifieke regels gebruik
6.3.1
Strijdig gebruik
Onder een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. IPPC-installaties; b. nieuwe activiteiten die genoemd zijn in onderdeel C en onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage, in de gevallen als genoemd in kolom 2 van die onderdelen, c. activiteiten die op grond van in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen als categorieën inrichtingen als bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken; d. risicovolle activiteiten; e. het in gebruik hebben van het onderstation met een groter ingeschakeld vermogen dan 200 MVA.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 25
6.3.2
Milieunormen
Het gebruik mag niet leiden tot geluid-, geur-, stof-, trillings- of stralingshinder buiten dat bedrijf, met dien verstande dat: a. het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, de niveaus op de in onderstaande tabel genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden, waarbij in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur de in de tabel opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;
b. trillingen, veroorzaakt door de tot de inrichting behorende installaties of toestellen alsmede de tot de inrichting toe te rekenen werkzaamheden of andere activiteiten, in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten, niet meer bedragen dan de trillingsterkte, genoemd in tabel 2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B "Hinder voor personen in gebouwen" van de Stichting Bouwresearch Rotterdam, voor de gebouwfunctie wonen; c. de aangegeven geluid- en trillingwaarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden, indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluids- of trillingmetingen; d. de normen voor geluid en trillingen niet van toepassing zijn op incidentele bedrijfssituaties als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. e. indien door de bedrijfsactiviteiten magneetvelden ontstaan, worden de volgende magneetveldsterkten in acht genomen: 1. maximaal 100 microtesla voor niet-woonfuncties, uitgezonderd: basisscholen of scholen voor middelbaar (beroeps-)onderwijs; kinderdagverblijven; ziekenhuizen en overige maatschappelijke voorzieningen waar nachtverblijf wordt aangeboden. 2.
jaargemiddelde 0,4 microtesla ter plaatse van verblijfsruimtes in woningen, alsmede voor: basisscholen of scholen voor middelbaar (beroeps-)onderwijs; kinderdagverblijven; ziekenhuizen en overige maatschappelijke voorzieningen waar nachtverblijf wordt aangeboden.
Gemeente Amsterdam
blz. 26
Artikel 7 7.1
Gemengd - 1
Toegestane activiteiten
Ter plaatse van de functie Gemengd - 1 zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. b. c. d. e. f. g. h.
wonen, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis; het verrichten van inpandige horeca-activiteiten; het verrichten van horeca-activiteiten op een terras; het verrichten van maatschappelijke en/of dienstverlenende activiteiten; het verrichten van detailhandelsactiviteiten; het verrichten van kantooractiviteiten: het verrichten van sportschoolactiviteiten; het in gebruik hebben van een oplaadstation voor openbaar vervoer met daarbij behorende chauffeursvoorzieningen zoals een kantoor en toiletruimte; i. het in gebruik hebben van pompgebouwen en installaties ten behoeve van nutsvoorzieningen zoals, een WKO en voorzieningen voor nieuwe sanitatie; j. verkeer en verblijven; k. energie opwekking en energie opslag; l. bouwen en aanleggen ten behoeve van de bestemming; alsmede voor bijbehorende voorzieningen en activiteiten; m. groen; n. tuinen en erven; o. water; p. waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan maatregelen ten behoeve van rainproof; q. speelvoorzieningen; r. verblijfsvoorzieningen en straatmeubilair; s. parkeervoorzieningen; t. laden en lossen ten behoeve van de hierboven genoemde activiteiten; u. nutsvoorzieningen; v. wegen, fiets- en voetpaden, waaronder ook begrepen een wandelsteiger; w. kunstwerken alsmede andere civieltechnische (bouw)werken; x.
bijbehorende verkeerskundige voorzieningenten behoeve van railverkeer. 7.2
Bouwen
7.2.1
Hoofdgebouwen
Ten aanzien van de activiteit bouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
bouwen dient binnen het bouwvlak plaats te vinden; het aantal bouwlagen bedraagt maximaal 9 bouwlagen, exclusief bijzondere bouwlagen; de bouwhoogte van een bijzondere bouwlaag bedraagt maximaal 3 meter; de bouwhoogte van de eerste bouwlaag bedraagt minimaal 3,5 meter ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - 4' (bouwhoogte Pampusbuurt); e. de bouwhoogte van (vrijstaande) gebouwen ten behoeve van oplaadvoorzieningen voor het openbaar vervoer bedraagt maximaal 5 meter. 7.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 27
a. bouwen dient binnen het bouwvlak plaats te vinden; a. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan maximaal 50 % van het bebouwingsgebied; b. de maximum bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw op dat perceel. 7.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; b. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt maximaal 6 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.
Gemeente Amsterdam
blz. 28
Artikel 8 8.1
Gemengd - 2 (Makerskade)
Toegestane activiteiten
Ter plaatse van de functie Gemengd - 2 (Makerskade) zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het verrichten van bedrijfsactiviteiten geschikt voor functiemenging; b. wonen, al dan niet in combinatie een beroep aan huis; c. het in gebruik hebben van pompgebouwen en installaties ten behoeve van nutsvoorzieningen zoals, een WKO en voorzieningen voor nieuwe sanitatie; d. het verrichten van inpandige horeca-activiteiten; e. het verrichten van horeca-activiteiten op een terras; f. het verrichten van maatschappelijke activiteiten; g. het verrichten van detailhandelsactiviteiten; h. het verrichten van kantooractiviteiten: i. het verrichten van sportschoolactiviteiten; j. verkeer en verblijven; k. energie opwekking en energie opslag; l. bouwen en aanleggen ten behoeve van de bestemming.;
alsmede voor bijbehorende voorzieningen; m. groen; n. tuinen en erven; o. water; p. waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningenwaaronder in ieder geval wordt verstaan maatregelen ten behoeve van rainproof; q. speelvoorzieningen; r. verblijfsvoorzieningen en straatmeubilair; s. parkeervoorzieningen; t. laden en lossen ten behoeve van de hierboven genoemde activiteiten; u. nutsvoorzieningen; v. boothellingen; w. wegen, fiets- en voetpaden, waaronder ook begrepen een wandelsteiger ; x. kunstwerken alsmede andere civieltechnische (bouw)werken; 8.2
Specifieke randvoorwaarden
8.2.1
Strijdig gebruik
De volgende activiteiten zijn in ieder geval verboden: a. activiteiten die op grond van artikel 2.1 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen als vergunningplichtige inrichting; b. nieuwe activiteiten die genoemd zijn in onderdeel C en onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage, in de gevallen als genoemd in kolom 2 van die onderdelen, c. activiteiten die op grond van in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen als categorieën inrichtingen als bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, d. risicovolle activiteiten in de zin van het Bevi; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd uitgesloten - 1' zijn woningen en andere geluidgevoelige functies uitgesloten; bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 29
f.
wonen op de begane grond.
8.2.2
Milieuhinder
a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bedrijfsactiviteit geschikt voor functiemenging te verrichten; b. Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld onder a mits wordt voldaan aan de volgende geluid-, geur-, stof- of trillingsvoorwaarden buiten dat bedrijf: 1. het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, de niveaus op de in onderstaande tabel genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden, waarbij in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur de in de tabel opgenomen maximale geluidniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;
2. trillingen, veroorzaakt door de tot de inrichting behorende installaties of toestellen alsmede de tot de inrichting toe te rekenen werkzaamheden of andere activiteiten, in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten, niet meer bedragen dan de trillingsterkte, genoemd in tabel 2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B "Hinder voor personen in gebouwen" van de Stichting Bouwresearch Rotterdam, voor de gebouwfunctie wonen; 3. de aangegeven geluid- en trillingswaarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden, indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluids- of trillingsmetingen; 4. de aangegeven geluid- en trillingswaarden niet gelden voor woningen behorende bij de betreffende inrichting; 5. indien er binnen een afstand van 10 meter van de grens van het bedrijf geen gevoelige gebouwen zijn toegelaten, geldt dat op een afstand van maximaal 10 meter van de grens van het bedrijf wordt voldaan aan de genoemde normen voor geluid en trillingen; 6. De normen voor geluid en trillingen niet van toepassing zijn op incidentele bedrijfssituaties als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai; 7. buiten de bedrijfskavel mag geen sprake zijn van stof- of geurhinder. 8.2.3
Geluid
a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning binnen het gebied met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4'; een geluidgevoelig gebouw te bouwen. b. Het bevoegd gezag verleend de omgevingsvergunning als bedoeld onder 1 indien: 1. uit akoestisch onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden als bedoeld in de Wet geluidhinder, danwel; 2. uit akoestisch onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de vastgesteld hogere waarden als opgenomen in Artikel 39 van dit bestemmingsplan, wordt voorzien in ten minste één geluidsluwe zijde, en wordt voldaan aan het Amsterdams geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet geluidhinder; indien dit beleid wordt aangepast, wordt daarbij rekening gehouden met deze aanpassing, danwel; 3. uit akoestisch onderzoek blijkt dat realisatie van een dove gevel noodzakelijk is voor een Gemeente Amsterdam
blz. 30
aanvaardbaar woon- en leefklimaat, wordt voorzien in ten minste één geluidsluwe zijde, en wordt voldaan aan het Amsterdams geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet geluidhinder; indien dit beleid wordt aangepast, wordt daarbij rekening gehouden met deze aanpassing. Als een dove gevel noodzakelijk blijkt zal de omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouw' worden verleend onder de verplichting van de realisatie van een dove gevel en het voldoen aan het Amsterdams geluidbeleid, voornoemd. 8.3
Bouwen
8.3.1
Hoofdgebouwen
Ten aanzien van de activiteit bouwen gelden de volgende bepalingen: a. bouwen dient binnen het bouwvlak plaats te vinden; b. de bouwhoogte van de eerste bouwlaag bedraagt minimaal 5 meter; c. het maximum aantal bouwlagen mag niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding. 8.3.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. bouwen dient binnen het bouwvlak plaats te vinden; a. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan maximaal 50 % van het bebouwingsgebied; b. de maximum bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw op dat perceel. 8.3.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; b. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt maximaal 6 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 31
Artikel 9 9.1
Gemengd - 3 (Havenkom)
Toegestane activiteiten
Ter plaatse van de functie Gemengd - 3 (Havenkom) zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
wonen, al dan niet in combinatie een beroep of bedrijf aan huis; het verrichten van inpandige horeca-activiteiten; het verrichten van horeca-activiteiten op een terras; het verrichten van maatschappelijke en/of dienstverlenende activiteiten; het verrichten van detailhandelsactiviteiten; het verrichten van kantooractiviteiten: het verrichten van culturele activiteiten; het verrichten van sportschoolactiviteiten; het in gebruik hebben van pompgebouwen en installaties ten behoeve van nutsvoorzieningen zoals, een WKO en voorzieningen voor nieuwe sanitatie; j. energie opwekking en energie opslag; k. verkeer en verblijven; l. bouwen en aanleggen ten behoeve van de bestemming; alsmede voor bijbehorende voorzieningen; m. groen; n. tuinen en erven; o. water; p. waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningenwaaronder in ieder geval wordt verstaan maatregelen ten behoeve van rainproof; q. speelvoorzieningen; r. verblijfsvoorzieningen en straatmeubilair; s. parkeervoorzieningen; t. laden en lossen ten behoeve van de hierboven genoemde activiteiten; u. nutsvoorzieningen; v. wegen, fiets- en voetpaden; w. kunstwerken alsmede andere civieltechnische (bouw)werken. 9.2
Bouwen
9.2.1
Hoofdgebouwen
Ten aanzien van de activiteit bouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
bouwen dient binnen het bouwvlak plaats te vinden; de bouwhoogte van de eerste bouwlaag bedraagt minimaal 5 meter; het aantal bouwlagen bedraagt maximaal 9 bouwlagen, exclusief bijzondere bouwlagen; de bouwhoogte van een bijzondere bouwlaag bedraagt maximaal 3 meter;
9.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. bouwen dient binnen het bouwvlak plaats te vinden; a. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan maximaal 50 % van het bebouwingsgebied; b. de maximum bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw op dat perceel. Gemeente Amsterdam
blz. 32
9.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; b. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt maximaal 6 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 33
Artikel 10 10.1
Groen - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
groenvoorzieningen; dagrecreatieve voorzieningen; sport- en spelvoorzieningen, waaronder een trapveldje; ter plaatse van de aanduiding 'railverkeer' tevens voor railverkeer met bijbehorende voorzieningen; horeca III en IV, met inachtneming van de regels in artikel 32.6; voet- en fietspaden; waterlopen en waterpartijen; waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder in ieder geval wordt verstaan maatregelen ten behoeve van rainproof; i. straatmeubilair; j. kunstwerken, alsmede andere civieltechnische (bouw)werken; k. nutsvoorzieningen. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
Gebouwen zijn enkel toegestaan ten behoeve van horeca III en IV; per bestemmingsvlak is maximaal één gebouw toegestaan; de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; de oppervlakte per gebouw bedraagt maximaal 50 m2.
10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 4 m; b. de bouwhoogte van masten ten behoeve van verkeersregeling en verkeersgeleiding bedraagt maximaal 15 m; c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.
Gemeente Amsterdam
blz. 34
Artikel 11 11.1
Groen - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
groen en water; fiets- en/of voetpaden; speelvoorzieningen; oevervoorzieningen en overige waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder in ieder geval wordt verstaan maatregelen ten behoeve van rainproof; e. nutsvoorzieningen; f. kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw, waaronder het aanlanden van langzaamverkeersbruggen; g. objecten van beeldende kunst; h. ter plaatse van de aanduiding 'railverkeer' tevens voor railverkeer met bijbehorende voorzieningen. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m; de bouwhoogte van masten ten behoeve van verkeersregeling en verkeersgeleiding maximaal 15 m; de bouwhoogte van straatmeubilair bedraagt maximaal 3 m; de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 3 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 35
Artikel 12 12.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke dienstverlening; b. kinderdagverblijven en/of buitenschoolse opvang; c. clubgebouw inclusief bijbehorende additionele horeca en opslag ten behoeve van naastgelegen bestemming Sport 1; d. tramvoorzieningen ten behoeve van de naastgelegen keerlus; e. sportscholen;
en de daarbij behorende: f. speelvoorzieningen; g. tuinen en erven; h. bijbehorende bouwwerken; i. nutsvoorzieningen; j. in- en uitritten; k. laad- en losvoorzieningen; l. parkeervoorzieningen; m. fiets- en voetpaden; n. groen; o. water en waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder in ieder geval wordt verstaan maatregelen ten behoeve van rainproof; p. kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding. 12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 3 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.
Gemeente Amsterdam
blz. 36
Artikel 13 13.1
Natuur - 1 (eiland)
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur - 1 (eiland)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud en ontwikkeling van onderwater (natte) natuur, ecologische en landschappelijke waarden; b. civieltechnische en waterstaatkundige kunstwerken. 13.2
Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van vaarbegeleiding bedraagt maximaal 5 m. 13.3
Specifieke gebruiksregels
Onder een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. af- of aanmeren en/of ligplaats nemen met vaartuigen van welke aard dan ook, uitgezonderd vaartuigen van nood- en hulpdiensten; b. zwemmen en vissen.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 37
Artikel 14 14.1
Natuur - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud en ontwikkeling van natuurlijke, ecologische en landschappelijke waarden; b. ondergeschikt recreatief medegebruik; c. civieltechnische- en waterstaatkundige kunstwerken. 14.2
Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter. 14.3
Specifieke gebruiksregels
Onder een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. af- of aanmeren en/of ligplaats nemen met vaartuigen van welke aard dan ook, uitgezonderd vaartuigen van nood- en hulpdiensten; b. zwemmen en vissen.
Gemeente Amsterdam
blz. 38
Artikel 15 15.1
Recreatie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
dagrecreatie onder andere in de vorm van een strand; (voet)paden; strandpaviljoens behorende bij horeca III of IV; toilet- en douchegebouwen ten behoeve van dagrecreatie; objecten ten behoeve van de zwem- en waterveiligheid;
met daaraan ondergeschikt: f. groen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder in ieder geval wordt verstaan maatregelen ten behoeve van rainproof; h. speelvoorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw; k. objecten van beeldende kunst; l. bij deze bestemming behorende bouwwerken. 15.2
Bouwregels
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Strandpaviljoens zijn toegestaan binnen de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - 1' en 'specifieke vorm van recreatie - 2' waarbij de regels uit artikel 32.6 gelden en aanvullend daarop de volgende regels gelden: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1' geldt dat: er maximaal 3 paviljoens zijn toegestaan; de totale maximum brutovloeroppervlakte 300 m2 bedraagt; de bouwhoogte maximaal 6 meter bedraagt; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 2' geldt dat: er maximaal 1 paviljoen is toegestaan; de maximum brutovloeroppervlakte 150 m2 bedraagt; de bouwhoogte maximaal 4 meter bedraagt. b. Overige gebouwen in de vorm van een toilet- en douchegebouw zijn toegestaan waarbij geldt dat de maximum bouwhoogte 3 meter bedraagt en de oppervlakte per gebouw maximaal 25 m2 bedraagt. 15.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van een strandwacht bedraagt maximaal 4 m; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 4 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 15.3
Specifieke gebruiksregels
Onder een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. aan- of afmeren en/of ligplaats nemen met vaartuigen van welke aard dan ook, uitgezonderd bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 39
vaartuigen van nood- en hulpdiensten.
Gemeente Amsterdam
blz. 40
Artikel 16 16.1
Recreatie - voorlopig
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie - voorlopig' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dagrecreatie onder andere in de vorm van een strand; b. (voet)paden; met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g. h. i.