2. Bijlagenboek Projectnota Klaprozenweg Noord.pdf
Tekst van het document
Figuur 4: Bodemkwaliteitskaart Vanwege de voormalige bedrijfsactiviteiten (scheepswerf) en de bouwactiviteiten in het verleden geldt de bovenste 1,0 á 1,5 meter van de bodem (ten zuiden van de Klaprozenweg) als asbestverdacht. Uitgevoerde bodemonderzoeken, saneringen en verontreinigingscontouren Binnen het plangebied ‘NDSM Noord’ zijn diverse bodemonderzoeks- en saneringsgegevens bekend. Deze hebben grotendeels betrekking op de landbodem (grond en grondwater).
4
4 april 2019 Pagina 5 van 8
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afd. Bodem
Figuur 5: Uitgevoerde bodemonderzoeken, boorpunten, verontreinigings- en saneringscontouren Onderstaand volgt een samenvatting van de bodemkwaliteit (op basis van onderzoeken en saneringen) binnen het studiegebied. Vanwege de verschillen in voormalig gebruik en kwaliteit van de bodem is deze samenvatting onderverdeeld in een gedeelte ten zuiden van de Klaprozenweg (NDSM-werf e.o.) en een gedeelte ten noorden van de Klaprozenweg. Ten zuiden van de Klaprozenweg (NDSM-werf) - De gehele NDSM-werf (globaal gelegen tussen de Klaprozenweg, het Kraanspoor, Zijkanaal I en het IJ) is, vanwege de voormalige bedrijfsactiviteiten, ophogingen en dempingen en de daarmee gepaard gaande bodemverontreiniging, aangemerkt als één geval van ernstige bodemverontreiniging. In het gebied komen diverse sterke verontreinigingen voor met zware metalen, PAK en asbest, waarbij plaatselijk ook grond- en/of grondwaterverontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten zijn aangetoond. In 2001 is een saneringsplan opgesteld en beschikt, vervolgens zijn vanwege planmatige ontwikkelingen (herinrichting en nieuwbouw in het gebied) diverse (deel)saneringen uitgevoerd.
Binnen het plangebied NDSM-Noord zijn de volgende uitgevoerde saneringen met name relevant: o Ter plaatse van de huidige locatie Klaprozenweg 71-75 is in de periode 20102013 een bodemsanering uitgevoerd in het kader van de nieuwbouw van kantoren en bedrijven. Hierbij is de verontreinigde grond tot een diepte van 1,0 m-mv gedeeltelijk afgegraven en verwijderd (1.288 m3) en gedeeltelijk geisoleerd door middel van een duurzame verharding (de vloer van de nieuwbouw); o Ter plaatse van A9 (Het Dok) is bij een onderzoek voor de realisatie van een ondergrondse parkeergarage geconstateerd dat voormalige sloten van de NoorderIJpolder gedempt waren met bodemvreemd materiaal. Dit materiaal wordt bij realisatie verwijderd. - Voor de gehele NDSM-werf is in 2008 door de DMB een historisch onderzoek uitgevoerd, waarbij met name de diverse bodembedreigende activiteiten (bedrijvigheid, tanks, stort etc.) uit het verleden zijn geïnventariseerd. Dit onderzoek is als bijlage (2) toegevoegd aan deze notitie. - In 2009 heeft de gemeente Amsterdam een totale inventarisatie laten maken van de op dat moment actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de gehele NDSM-werf (onderzoeksresultaten, saneringsresultaten, voormalige activiteiten,
5
4 april 2019 Pagina 6 van 8
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afd. Bodem
-
aandachtspunten). Deze notitie (MWH, kenmerk B09G0081) geeft een uitgebreid beeld van de op dat moment actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de NDSM-werf (met daarin ook het gedeelte van NDSM-Noord, dat onderdeel is van het huidige plangebied). De notitie van MWH is als bijlage (3) toegevoegd aan deze notitie. In Nazca-I zijn, in combinatie met of in aanvulling op de bovenstaande informatie, de volgende gebieden met sterke verontreinigingen (voornamelijk immobiele parameters, lokaal met minerale olie) bekend binnen het plangebied NDSM-Noord ten zuiden van de Klaprozenweg: o Openbare weg Klaprozenweg (lokaal); o Klaprozenweg 71-75
Ten noorden van de Klaprozenweg - Ter plaatse van de locatie Strekkerweg (ter hoogte van Koppelingpad) is in de periode 2003-2008 een bodemsanering uitgevoerd waarbij tot 0,75 m-mv sterk verontreinigde grond is ontgraven en afgevoerd. Vervolgens is een verhardingslaag aangebracht, waarmee de achtergebleven restverontreiniging (met zware metalen en PAK, van 0,75 tot 2,5 m-mv) is geïsoleerd; - In 2016 en 2017 zijn door Tauw twee bodemonderzoeken uitgevoerd ter plaatse van kabel- en leidingstroken langs de Strekkerweg (tussen Atatürk en het Koppelingpad). In beide onderzoeken zijn sterk verhoogde gehalten PAK in de ondergrond aangetroffen. De bovengrond bleek licht verontreinigd met diverse metalen; - In 2000 is door Omegam een nulsituatie en indicatief onderzoek uitgevoerd ter plaatse van Strekkerweg 77. Hierbij zijn geen tot lokaal lichte verontreinigingen aangetroffen; - In de openbare weg van de Strekkerweg zijn bij uitgevoerd bodemonderzoek over het algemeen lichte (lokaal matige) verontreinigingen aangetroffen. Conclusie Op basis van historische gegevens is de verwachte algemene bodemkwaliteit van het plangebied NDSM-Noord ten zuiden van de Klaprozenweg licht, matig tot sterk verontreinigd.
Ten noorden van de Klaprozenweg worden over het algemeen maximaal lichte verontreinigingen aangetroffen, met uitzondering van twee kabeltracés met sterke verontreinigingen in de kleiige ondergrond ter plaatse van de Strekkerweg (tussen Atatürk en het Koppelingpad). Er is een grootschalig geval van ernstige bodemverontreiniging bekend (NDSM-werf) dat niet noodzaakt tot het spoedig nemen van sanerende maatregelen. Met name ten zuiden van de Klaprozenweg moet rekening worden gehouden met het voorkomen van asbest in de bodem. Bij toekomstige ontwikkelingen zullen met name ten zuiden van de Klaprozenweg sanerende maatregelen van de bodem noodzakelijk zijn voor de realisatie van bouwwerken of ondergrondse infrastructuur. Aanbevolen wordt om pas bij concrete plannen voor herontwikkeling verkennend bodemonderzoek c.q. indicatief afvoeronderzoek uit te voeren. Aandachtspunten Op basis van het voorafgaande zijn deze aandachtspunten te noemen: - De bodemkwaliteit moet voorafgaand aan de daadwerkelijke realisatie plaatselijk worden geactualiseerd. Bij een uit te voeren bodemonderzoek is het raadzaam om de
6
4 april 2019 Pagina 7 van 8
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afd. Bodem
-
ligging en omvang van de bekende, hierboven beschreven bodemverontreinigingen te verifiëren. De aanwezige verhardingen en wegfunderingen in het gebied moeten bij herontwikkelingen ook nader onderzocht worden voor hergebruik; Ter plaatse van de bedrijfspanden dient in elk geval ook inpandig onderzoek plaats te vinden van de onderliggende bodem; In de onderzoeken moet men specifiek onderzoek uitvoeren naar de aanwezigheid van asbest in de grond.
Bijlagen: 1) Adreslocaties 2) Historisch onderzoek NDSM-werf (DMB, 2008) 3) Notitie bodemkwaliteit NDSM-werf (MWH, 2009)
7
4 april 2019 Pagina 8 van 8
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afd. Bodem
Bijlage 1 Adreslocaties
8
Concept Versie 4
3 september 2019
Quickscan water KlaprozenwegNDSM Noord Inventarisatie, aandachtspunten en advies bij projectnota
Auteur(s) D. de Vries Opdrachtgever M. Dellebeke
Contactpersoon M.Dellebeke / E. Zomerdijk Kenmerk 34497
Opsteller
Goedgekeurd en
Paraaf
Datum
vrijgegeven
D. de Vries
M. Afanasyev
09-05-2019
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 34497 Pagina 2 van 36
Inhoud Samenvatting
4
1 1.1 1.2 1.3
Inleiding Aanleiding Doel Leeswijzer
7 7 8 8
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Gebiedsbeschrijving Locatie en ontwikkelingsplannen Maaiveldniveau Bodemopbouw Beheergebieden
9 9 10 11 12
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Oppervlaktewater en waterkwaliteit Ligging oppervlaktewater Aandachtspunten oppervlaktewater Advies oppervlaktewater Waterkwaliteit - KRW
13 13 14 14 16
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Waterkeringen en oevers Waterkeringen Oevers Aandachtspunten waterkeringen en oevers bij herinrichting Advies waterkeringen en oevers
17 17 18 18 18
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Grondwater Freatisch grondwater Stijghoogte watervoerend pakket Ondergrondse constructies Drainagesystemen Aandachtspunten grondwater bij herinrichting Advies grondwater bij herinrichting
19 19 20 20 20 21 24
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Hemelwater Hemelwaterafvoer via riolering Hemelwater op straat Aandachtspunten hemelwaterafvoer Waterneutrale kavels Advies hemelwater
26 26 26 27 28 28
Bronvermelding
31
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Bijlagen Bijlage 1 - Grondwatermeetreeksen Bijlage 2 - Stijghoogtemeetreeks Bijlage 3 - Voorstel te plaatsen freatische peilbuizen
Versie 4 3 september 2019 34497 Pagina 3 van 36
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 4 van 36
Samenvatting Projectscope Op de Noordelijke IJ-oever ligt het plangebied Klaprozenweg / NDSM Noord. De gemeente Amsterdam onderzoekt hoe dit gebied kan veranderen in een prettige woon- en werkbuurt. Vanuit het Stedelijk Adviesteam Plaberum (SAP) is er een advies gekomen op de principenota Klaprozenweg / NDSM Noord. Hierin kwam o.a. het advies naar voren verschillende waterthema’s beter te belichten (Waterberging, grondwaterbeleid, ontwikkelstrategie gefaseerd ophogen, rainproof). In vervolg hierop is door de projectmanager (Maarten Dellebeke) gevraagd een quickscan water te schrijven waarin aandacht wordt besteed aan het huidige watersysteem en aan mogelijke toekomstige ruimtelijke ingrepen in het watersysteem. Dit rapport dient niet als waterparagraaf voor het stedenbouwkundig plan of bestemmingsplan, maar uitsluitend om richting te geven aan de planvorming en als mogelijke input voor het investeringsbesluit. Gebiedsbeschrijving Het gebied ligt aan weerszijden van de Klaprozenweg tussen Zijkanaal I en de Stenendokweg in Amsterdam Noord en heeft een oppervlakte van ruim 104 ha. Het plangebied vormt als het ware een schakel tussen 4 buurten. NDSM-werf Oost ,NDSM-werf West, Tuindorp Oostzaan het Cornelis Douwesterrein. Aan de oostzijde wordt het gebied begrenst door Zijkanaal I. De maaiveldhoogte in het plangebied ligt tussen circa NAP +1,5 en NAP+2,0 m.
Onder de antropogene opgebrachte lagen van siltig zand en klei/veen (respectievelijk 1 á 1,50 m en 3,5 à 4 m dik) ligt een slecht doorlatend Holoceen pakket tot circa NAP-12 m à NAP-13 m, bestaande uit zand, klei en veenlagen. Bestuurlijk ligt het plangebied geheel binnen de gemeente Amsterdam. Het plangebied valt onder het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Rijkswaterstaat (RWS) is de beheerder van het Zijkanaal I dat ten oosten van het plangebied ligt. Oppervlaktewater en waterkwaliteit Voor het dempen, aanplempen of graven van oppervlaktewater in het Zijkanaal I en het Cornelis Douweskanaal gelden de voorschriften van Rijkswaterstaat. Ontwikkelingen in het oppervlaktewater en aan de oevers van het plangebied Klaprozenweg / NDSM Noord zijn in veel gevallen watervergunningsplichtig of meldingsplichtig. Alle ontwikkelingen in het plangebied moeten voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Waterkeringen en oevers In het plangebied bevindt zich de beschermingszone van de secundaire waterkering A601_001 Voor alle graaf- en bouwwerkzaamheden binnen deze beschermingszone dient een vergunning te worden aangevraagd bij het waterschap. Ondoorlatende kadeconstructies kunnen een blokkade veroorzaken voor de afstroming van grondwater. Derhalve wordt geadviseerd om alle nieuw aan te brengen kadeconstructies waterdoorlatend te maken.
Het is vanuit de watervisie Amsterdam 2040 [14] gewenst om de
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 5 van 36
kades en oevers openbaar toegankelijk te maken om het water beleefbaar en zichtbaar te maken voor het publiek. Bodem en grondwater Het gebied heeft een inhomogene bodemopbouw met lokaal verschillende grondwaterstanden tot gevolg. De grondwaterstanden in het plangebied laten een grillig verloop zien. Door slecht doorlatende tussenlagen in de zandige ophooglaag kunnen lokaal hoge grondwaterstanden en schijngrondwaterstanden optreden. Daarnaast zijn ondergrondse constructies en drainagesystemen aanwezig die de grondwaterstand kunnen beïnvloeden. Conform het GRP2016-2021 [16] dient alle nieuwbouw in de eindsituatie te voldoen aan de gemeentelijke grondwaternorm. Dit betekent een ontwateringsdiepte van minimaal 0,5 m t.o.v. een grondwaterstand die gedurende maximaal 5 aaneengesloten dagen met een herhalingstijd van 1x/2 jaar overschreden wordt. Dit beleid wordt volgens de planning na 2021 aangepast om uniform 0,9 m ontwateringsnorm te hebben. Voor bouwen met kruipruimtes geldt een ontwateringsnorm van minimaal 0,9 m t.o.v. de maatgevend hoge grondwaterstand. Conform het huidige gemeentelijke beleid is drainage niet wenselijk. Bij herontwikkeling wordt geadviseerd de benodigde ontwateringsdiepte bij voorkeur te realiseren door voldoende hoogte in het maaiveld aan te brengen en gebruik te maken van goed doorlatend materiaal.
De grondwaterzorgplicht vereist dat ontwikkelingen in het plangebied zowel tijdens uitvoering als in de eindsituatie geen verslechtering van de grondwatersituatie mogen veroorzaken, ook niet voor naastgelegen gebieden. Als onderdeel van de waterparagraaf in het bestemmingsplan en bij de aanvraag van watervergunningen voor nieuwe ondergrondse constructies dient om die reden een grondwatertoets te worden uitgevoerd. Daarin kunnen ook de effecten van grondverbetering en/of aanleg van drainage en wegcunetten worden berekend. Op basis van de grondwatertoets dient een ophoogadvies te worden opgesteld, waarin de toekomstige maaiveldhoogte wordt bepaald. Om voldoende informatie voor het opstellen van de grondwatertoets te hebben wordt geadviseerd om de grondwaterstanden in het plangebied te blijven monitoren door extra freatische peilbuizen te plaatsen. De inventarisatie van de beschikbare milieukundige bodemonderzoeken valt buiten de scope van voorliggende rapportage. Wel adviseren we om het grondwater op het standaard stoffenpakket onopgeloste bestanddelen en ijzer te laten analyseren ten bate van bouwbemalingen.
Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater, grondwater en de waterbodem tegen te gaan, dienen de richtlijnen van Waternet/AGV te worden gevolgd, waarin onder andere het gebruik van uitlogende materialen ( PAK, lood, zink en koper) voorkomen dient te worden.
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 6 van 36
Hemelwater Conform de doelstellingen van Amsterdam Rainproof [20] en het GRP 2016-2021 [ 16] wordt voor het plangebied geadviseerd bij de herontwikkeling het stedenbouwkundig plan en het maaiveld zodanig te ontwerpen zodat een bui van 60 mm in 1 uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur te veroorzaken. Hierbij dient conform het GRP 2016-2021 [16] circa 20 mm in 1 uur verwerkt te worden door de riolering en de andere 40 mm in de openbare en particuliere ruimte. Mogelijk wordt deze ambitie in de toekomst opgeschroefd (100 mm in 1 uur/ 120 mm in 2 uur). Accumulatie van meer dan 200 mm water in het plangebied bij een bui van 60 mm per uur wordt op in de relatief laag gelegen gebieden verwacht – met name op de rand van het plangebied rond de TT. Vasumweg en de MS. Oslofjordweg, maar ook in enkele delen van de Strekkerweg. Voor verwerking van hemelwater geldt conform de NBW de drietrapsstrategie ‘vasthouden, bergen, afvoeren’, die moet worden gevolgd bij de aanpak van wateroverlast in een watersysteem. In principe is het gunstig om neerslag lokaal ‘vast te houden’ door te infiltreren, zodat de sponswerking en de zuiverende werking van de bodem wordt benut. Aanname is echter dat het plangebied Klaprozenweg / NDSM Noord in de huidige situatie qua bodemopbouw en grondwaterstand een slecht geschikt gebied voor infiltratie is.
Omdat de aanname is dat het plangebied slecht geschikt is voor infiltratie dient naast infiltratie gezocht te worden naar mogelijkheden voor (vertraagd) ‘afvoeren’ of tijdelijk ‘bergen’. Voor een robuust klimaatbestendig ontwerp van het plangebied kunnen de richtlijnen van Amsterdam Rainproof gevolgd worden (www.rainproof.nl). De groenzone langs de Strekkerweg biedt mogelijkheden voor het vasthouden en tijdelijk bergen van hemelwaterVolgens de hemelwatermodellering accumuleert relatief veel water in MT. Lincolnweg, KS. Ibisweg, TT. Melaniaweg en MS. Oslofjordweg. Mogelijk kan overtollig regenwater vanuit deze buurt naar de omliggende oppervlaktewateren worden geleid. De straten en parkeerterreinen in het plangebied bieden mogelijkheden om tijdens hevige buien door herprofilering van de weg tijdelijk water te bergen om vervolgens af te voeren naar het hemelwaterriool. Naast ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ kan er ook waterrobuust worden gebouwd.
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 7 van 36
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De Klaprozenweg / NDSM Noord is als ontwikkellocatie opgenomen in Koers 2025, de stadsbrede ontwikkelingsstrategie voor de realisatie van 50.000 woningen voor 2025 [1]. De Klaprozenweg / NDSM Noord is nu nog grotendeels een bedrijventerrein, gescheiden door de drukke Klaprozenweg. De bestaande situatie past niet meer bij de centraal-stedelijke locatie van het gebied. De kansen en mogelijkheden voor verstedelijking, die aan de Noordelijke IJ-oever worden benut, kunnen ook in het plangebied worden gerealiseerd. De Klaprozenweg / NDSM Noord wordt straks een levendige stadsbuurt met een stedelijke dichtheid en een gemengd woonwerkmilieu (zie Figuur 1-1) en dient de overgang te vormen tussen het hoogstedelijke NDSM terrein en de pre-vinexwijk Tuindorp. Een gebied waar wonen en werken in de juiste balans te vinden zijn wat ook geldt voor de verhouding tussen de verschillende woonsegmenten waar behoefte aan is in Amsterdam. Een stuk stad dat op de lange termijn goed functioneert. Winkels en voorzieningen maken van de Klaprozenweg een levendige stadsstraat. Op de Klaprozenweg is tevens een reservering gelegd voor een mogelijke vertakking van de Noord-Zuidlijn [1].
Figuur 1-1 plangebied Klaprozenweg/NDSM Noord
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 8 van 36
Uit het SAP-advies [2] op de principenota blijkt dat hierin geen relevante aandachtspunten voor de verschillende waterthema’s worden aangestipt. In het SAP-advies (Stedelijk Advies Plaberum) op de principenota wordt geadviseerd het thema ‘water’ in de volgende fases beter op de kaart te zetten.
1.2 Doel Het doel van deze rapportage is om in de huidige planvormingsfase inzicht te verschaffen in randvoorwaarden bij ruimtelijke plannen en besluiten die een effect kunnen hebben op het watersysteem en te waarborgen dat waterhuishoudkundige aspecten in beschouwing worden genomen. Dankzij deze rapportage kan het projectteam vroegtijdig systematische aandacht besteden aan waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Dit zijn: oppervlaktewater en waterkwaliteit, waterkeringen en oevers, grondwater en hemelwater. Nautiek en woonbotenbeleid zijn in deze rapportage niet beschouwd. Deze rapportage is voornamelijk gebaseerd op onderzoeken uit het verleden en gebiedskennis bij het IB. Bij verdere uitwerking van de plannen is het noodzakelijk om gegevens te verzamelen (o.a. grondwaterstanden), de uitgangspunten en aannamen te verifiëren en aanvullende toetsing op de plannen uit te voeren. Deze rapportage dient dan ook niet als waterparagraaf voor het stedenbouwkundig plan of bestemmingsplan, maar uitsluitend om richting te geven aan de planvorming en als input voor de projectnota/investeringsbesluit.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het plangebied Klaprozenweg / NDSM Noord gegeven. De navolgende hoofdstukken zijn opgedeeld in wateraspecten: oppervlaktewater en waterkwaliteit (hoofdstuk 3), waterkeringen en oevers (hoofdstuk 4), grondwater (hoofdstuk 5) en hemelwaterverwerking (hoofdstuk 6). Per wateraspect zijn de aandachtspunten zoals eisen, randvoorwaarden en wensen uit de Keur AGV, Rijkswaterstaat en het beleid van de gemeente Amsterdam op watergebied benoemd en vervolgens advies gegeven over acties die de komende tijd nodig zijn zodra de ruimtelijke plannen meer vorm krijgen. Omdat het ontwerptraject nog loopt, kan de eindsituatie nog niet worden getoetst aan de eisen en voorwaarden ten aanzien van het gemeentelijke en landelijke waterbeleid en waterwetgeving. Daar staat tegenover dat in deze rapportage wél de voorwaarden, waarin de herontwikkeling van het plangebied plaatsvindt, worden vastgelegd binnen de kaders van wetgeving, beleid en een klimaatbestendig eindbeeld.
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 9 van 36
2 Gebiedsbeschrijving 2.1 Locatie en ontwikkelingsplannen Het gebied ligt aan weerszijden van de Klaprozenweg tussen Zijkanaal I en de Stenendokweg in Amsterdam Noord en heeft een oppervlakte van ruim 104 ha. Het plangebied vormt als het ware een schakel tussen 4 buurten. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de historische NDSM-werf Oost met zijn kolossale loodsen, en de hoogstedelijke nieuwe wijk NDSM-werf West. Hiertussen ligt het Cornelis Douweskanaal-oost, welke vroeger doorliep tot aan de Amsterdam Marina. Aan de noordzijde ligt de pre-vinex wijk Tuindorp Oostzaan, en in het Noordwesten het Cornelis Douwesterrein. Aan de oostzijde wordt het gebied begrenst door Zijkanaal I.
Figuur 2-1 Situering plangebied Klaprozenweg / NDSM Noord
De zone aan weerszijden van de Klaprozenweg kan qua dichtheid, functiemenging en bebouwingshoogte uitstekend als overgangsgebied fungeren tussen de hoogstedelijke stadswijk op de voormalige NDSM werf en de Vinex-achtige en monofunctionele bebouwing ten noorden van de Strekkerweg. Daarachter ligt de in aanbouw zijnde laagbouwwijk de Bongerd. De locatie lijkt zeer aantrekkelijk voor woningen in het midden segment vanwege de nabijheid van het IJ, de ligging ten opzichte van het centrum van de stad en de al aanwezige functies in het gebied.
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 10 van 36
Bij de planvorming voor het realiseren van een hoogstedelijke woon- en werkwijk op de voormalige NDSM werf is maar weinig ruimte gereserveerd voor groen. Het monumentale deel van de werf blijft grotendeels leeg van bebouwing en ligt pal aan het IJ. Ruimte om te verblijven is er ruimschoots aanwezig, echter voornamelijk in verharding. In de straten van de NDSM werfWest is vooralsnog weinig plek voor groen. De wens is om de verbindingen naar het groen langs Zijkanaal I en Oostertocht te versterken om zodoende het reeds aanwezige groen in de omgeving beter en op een prettigere manier bereikbaar te maken en om in de nabijheid van de werf meerdere hoogwaardige groenvoorzieningen te realiseren voor de vele bewoners en werknemers die in de (nabije) toekomst dit deel van Noord zullen bevolken. Rondom de Strekkerweg valt de groenstrook momenteel uiteen in ongeveer twintig gefragmenteerde grotere en kleine stukken. De langgerekte strook leent zich na herinrichting echter uitstekend voor hoogwaardig groen met ruimte voor spelen, beweging en sport. Dat er geen bomen geplant zijn midden in de groenstrook is een gevolg van het feit dat er veel en zware kabels en leidingen en o.a. een transportleiding van de Gasunie in de strook liggen.
2.2 Maaiveldniveau De maaiveldhoogte in het plangebied ligt tussen circa NAP +1,5 en NAP+2,0 m. In Figuur 2-2 is een gedeelte van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3) weergegeven [3]. Het gebied ten noordwesten van het plangebied ligt een stuk lager, Tuindorp Oostzaan Oost heeft een maaiveldhoogte van circa NAP -2,4 m.
Figuur 2-2 Actuele maaiveldhoogten in m NAP [3]
Gemeente Amsterdam
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 11 van 36
Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
2.3 Bodemopbouw Het plangebied is onderdeel van de voormalige Noorder IJ polder [4]. Het Cornelis Douweskanaal liep voorheen door tot aan de Marinahaven. Deze is in verschillende fases gedempt tot het deel wat er nu nog ligt, het Cornelis Douweskanaal-Oost. Beide gebieden zijn vanaf 1909 opgehoogd met bagger uit de Amsterdamse grachten en havens [7]. Vanaf 1916 is het NDSM terrein ingericht als scheepswerf met meerdere scheepshellingen. De bebouwing rondom de Klaprozenweg en de Tuindorpen is rond 1990 aangelegd. Vanwege de industriële historie en de daarmee gepaard gaande bodemverontreinigingen hebben er veel saneringen plaatsgevonden op het NDSM terrein. Doordat het gebied vroeger een baggerdepot was, is de bodemopbouw van de opgebrachte grond erg heterogeen en grillig. De bodemopbouw is bepaald op basis van diverse boringen en sonderingen uit het archief van voormalig OMEGAM [5] en gegevens uit het DINOloket [6]. De bodem bestaat tot een diepte van NAP +0,0 m à NAP -0,5 m uit een antropogene (door de mens aangebrachte) zandlaag met een dikte van circa 1,5 m. Hieronder is klei en veen aanwezig, waarvan de eerste meters tot circa NAP -4,0 m eveneens antropogeen zijn. Op enkele plaatsen zijn ondiepere klei- en/of veenlagen aanwezig en/of diepere zandlagen. Deze bodemopbouw is naar waarschijnlijkheid zo ontstaan door zijn historie als baggerdepot.
In Tabel 2-1 een schematische bodemopbouw gegeven. Onder de antropogene laag ligt een Holoceen pakket tot circa NAP-12,0 m à NAP-13,0 m. Dit Holoceen pakket bestaat uit klei met afwisselend enkele zand en veen laagjes. In het plangebied is in de ondergrond vrijwel overal aan de basis van het Holoceen pakket het basisveen aanwezig. Onder het basisveen is voornamelijk Pleistoceen zand aanwezig, met daarbij een slecht doorlatende tussenlaag (Alleröd klei), tot een diepte van circa NAP-28,0 m tot NAP-32,0 m. Onder het Pleistocene zand is de Eemklei gelegen, die in Amsterdam als geohydrologische basis kan worden gezien. Tabel 2-1 Schematische bodemopbouw in het plangebied
Bodemlaag Zandige ophooglaag Ophoging baggerdepot (Klei/slib/veen) Holocene afzettingen (hollandveen, wadzand, zeeklei, basisveen) 1e Zandlaag Alleröd klei 2e Zandlaag Eemklei
Dikte (m) 1,0 à 1,5 3,5 à 4
Bovenkant (m NAP) Maaiveld
Onderkant (m NAP) 0 à -0,5
0 à -0,5
-4,0
Antropogene laag
Slecht doorlatende laag
8,5 à 9,5
3à4 1,5 à 2,5 10,5 à 12,5
Geohydrologie
-4,0
-12,5 à -13,5
-12,5 à -13,5 -16,0 à -16,5 -17,5 à 18,5
-16,0 à -16,5 -17,0 à -18,5 -28 à -30,0
-30,0
1e Watervoerend pakket Slecht doorlatende laag
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 12 van 36
2.4 Beheergebieden Het gebied valt binnen het beheergebied van waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV), waarvan het beheer wordt uitgevoerd door Waternet. Het plangebied ligt geheel binnen de gemeente Amsterdam die hier de zorg heeft voor de 3 watertaken (stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater), waarbij de gemeente Amsterdam de uitvoering van de watertaken aan Waternet heeft gemandateerd. Rijkswaterstaat (RWS) is de beheerder van het Zijkanaal I dat ten Westen van het plangebied ligt.
Gemeente Amsterdam
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 13 van 36
Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
3 Oppervlaktewater en waterkwaliteit 3.1 Ligging oppervlaktewater Het oostelijk deel van het plangebied grenst aan het Zijkanaal I. Direct ten zuiden van het plangebied ligt het Cornelis Douweskanaal Oost, ten zuiden van het NDSM terrein ligt het IJ. Het Zijkanaal I, het Cornelis Douweskanaal en het IJ maken deel uit van de Noordzeekanaalboezem. Waterbeheerder Rijkswaterstaat (RWS) onderhoudt hierin een streefpeil van NAP -0,4 m. Rijkswaterstaat is op grond van de Waterwet verantwoordelijk voor het waterkwantiteits-, waterkwaliteits- en het waterstaatkundig beheer van de Noordzeekanaalboezem. De watergang ten noorden van het plangebied, gelegen langs de Krasseurstraat, heeft een waterpeil van NAP -0,2 m. De Oostertocht, de watergang rond Tuindorp Oostzaan Oost, heeft een peil van NAP -3,45 m [13]. Deze watergangen zijn in beheer van AGV.
NAP -3,45 m
NAP -0,2 m
NAP -0,4 m
NAP -0,4 m NAP -0,4 m Figuur 3-1 peilniveau oppervlaktewater omgeving Klaprozenweg / NDSM Noord
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 14 van 36
3.2 Aandachtspunten oppervlaktewater Voor dempingen, compensaties en verhardingstoenames in de Noordzeekanaalboezem is het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) [9] leidend; en voor het land ten zuiden van de primaire waterkering de Keur AGV [11]. De belangrijkste regels zijn: 1. Een demping in het gebied dient 1 op 1 te worden gecompenseerd in de vorm van oppervlaktewater in hetzelfde watersysteem. 2. Bij een toename van de verharding met >1000 m2 dient dit 10% tot 15% te worden gecompenseerd in oppervlaktewater of door de aanleg van een alternatieve vorm van waterberging. 3. De waterbalans dient ten alle tijden positief te blijven (dus eerst compenseren en dan dempen). Voor het dempen, aanplempen of graven van oppervlaktewater in het Zijkanaal I gelden de voorschriften van Rijkswaterstaat. Dempingen binnen het peilgebied Noordzeekanaal/ Amsterdam-Rijnkanaal kunnen tevens worden gecompenseerd door de aankoop van watercompensatie bij het Havenbedrijf. Het Havenbedrijf heeft een positief saldo op hun waterbank. De kosten voor één vierkante meter ‘watercompensatie’ is € 215,- excl. BTW (jaar 2018). Het water in het IJ heeft een zoutgehalte van 4.000 á 2.000 mg/l [24]. Het water is hiermee dus te zout om zomaar in te laten omdat dit negatieve gevolgen kan hebben voor het groen en de bodem.
3.3 Advies oppervlaktewater In de planning dient rekening te worden gehouden met de benodigde tijd voor het aanvragen, aanleggen of graven van watercompensatie. Ontwikkelingen in het oppervlaktewater en aan de oevers van het plangebied zijn in veel gevallen watervergunningsplichtig of meldingsplichtig. Het is aanbevolen om eventuele compensatie van verhardingstoename vooraf af te stemmen met het bevoegd gezag. Wanneer permanente watergangen of poelen worden gecreëerd is het vanuit waterkwaliteit essentieel dat er doorstroming plaatsvindt. Een alternatieve oplossing is om tijdelijk water te creëren in het openbare groen. Op die manier is er meervoudig gebruik van openbare ruimte mogelijk – bijvoorbeeld als speelplaats en (tijdelijke) waterbuffers, zie Figuur 3-2. Hierbij dient de grondwaterstand wel op voldoende afstand onder het maaiveld te staan, zie ook hoofdstuk 5. Ook dit brengt strenge eisen met zich mee m.b.t. waterkwaliteit. Hemelwater van bijvoorbeeld daken zou hierop kunnen afwateren
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 15 van 36
Figuur 3-2 Schematische doorsnede van een natte regenwaterbuffer (boven) en wijk “Tussen de lanen” in Doorwerth ©Eugène Heeremans [22].
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 16 van 36
3.4 Waterkwaliteit - KRW Alle ontwikkelingen in het plangebied moeten voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De doelstelling van de Europese Kaderrichtlijn Water is het bereiken en beschermen van een goede toestand van landoppervlaktewater, overgangswateren en kustwateren. Onder de goede toestand vallen zowel een goede ecologische potentieel (GEP) als een goede chemische toestand. Op dit moment is de kwaliteit in veel wateren nog ontoereikend. De kwaliteit mag in ieder geval nergens achteruit gaan (stand-still). Dat betekent bijvoorbeeld dat bevorderd wordt dat lozingen indien mogelijk verplaatst worden naar minder kwetsbare waterlichamen. En dat schadelijke milieuvreemde stoffen waar mogelijk vervangen worden door andere stoffen met een vergelijkbare werking en minder schade aan het watermilieu. In deze gevallen is in feite dus geen sprake van ‘achteruitgang’. De KRW doelen gelden voor een waterlichaam als geheel; voor dit project is dat de Noordzeekanaalboezem. De uitvoering van de KRW is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. De KRW gaat uit van een aanpak op het niveau van internationale stroomgebieden, waarbij de Noordzeekanaalboezem binnen het deelstroomgebied Rijn-West valt. De maatregelen zijn deels vastgelegd in de Waterplannen van de provincies en de waterbeheerplannen van de waterbeheerders.
Voor de Noordzeekanaalboezem zijn dat het Waterplan van de Provincie Noord-Holland, het KRW-deel van het Waterbeheerplan van AGV en het stroomgebiedbeheerplan Rijn van Rijkswaterstaat.
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 17 van 36
4 Waterkeringen en oevers 4.1 Waterkeringen Dijkringgebieden Het grootste gedeelte van het plangebied bevindt zich binnen dijkring 44. Volgens de Waterwet is voor dijkring 44 de huidige veiligheidsnorm 1:1.250. Dat is de kans op overschrijding van de waterstand die veilig gekeerd moet kunnen worden. Deze kans is niet gelijk aan de overstromingskans van het gehele dijkringgebied. Waterbouwkundige constructies In het plangebied bevindt zich de secundaire waterkering A601_001. Voor alle graaf- en bouwwerkzaamheden binnen deze beschermingszone dient een vergunning te worden aangevraagd bij het waterschap. In het plangebied zijn verder geen constructies aanwezig die onder de WBR (Wet Beheer Rijkswaterstaatswerken) vallen.
Figuur 4-1 Locatie van de waterkeringen [13] en contouren van het plangebied (rode lijn).
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 18 van 36
4.2 Oevers Het plangebied grenst in het oosten aan het Zijkanaal I. De oevers van het Zijkanaal I zijn verticale oevers, die in het algemeen slecht doorlatend zijn voor het grondwater. Aan de oevers zijn woonboten aangemeerd. Zijkanaal I vormt op sterke wijze het buitendijkse water, maar is vrijwel geheel aan het zicht onttrokken door ligplaatsen van woonboten, tuinen en diverse opstallen. In het zuiden wordt het plangebied gedeeltelijk begrensd door het Cornelis Douweskanaal-oost, welke in gebruik is als haventje. Het kanaal heeft aan de noordzijde, de zijde van het plangebied, groene aflopende oevers, welke naar verwachting goed doorlatend zijn voor grondwater.
4.3 Aandachtspunten waterkeringen en oevers bij herinrichting De oevers van het IJ hebben geen status als waterkering. Desondanks is het belangrijk dat het gebied zich in de toekomst voldoende wapent tegen hoogwater. In het kader van klimaatverandering met neerslagtoenames en zeespiegelstijging bestaat het reële kans dat het peil van het Noordzeekanaal in de toekomst minder strak op NAP-0,40 m gehandhaafd kan worden1. Dit komt door de grotere neerslag-afvoerdebieten vanuit het achterland. Daarnaast is er door de verhoogde zeespiegelstijging minder spuitijd bij IJmuiden waardoor het Noordzeekanaal minder water kan afvoeren. Derhalve ambieert het AGV op het gebied van waterveiligheid voor nieuw hoogstedelijke ontwikkelingen langs de IJ-oever een toekomstig maaiveldniveau voor wonen van minimaal NAP+1,0 m [12].
4.4 Advies waterkeringen en oevers Het is vanuit de watervisie Amsterdam 2040 [14] wenselijk om delen van de oever openbaar te maken en op die manier zicht op het water van Zijkanaal I te creëren. Een voetgangersbrug over het kanaal zou daar verbetering in kunnen brengen. De voorkeur gaat uit naar een ‘zachte oever’ in plaats van de vaker aanwezige harde oevers in het plangebied. Op een natuurlijke of stortstenen oever krijgen flora & fauna meer kansen om te groeien en dat levert een positieve bijdrage aan de KRW doelen, de waterkwaliteit en de ecologie van de omgeving. Ontwikkelingen aan oevers en kades zijn in veel gevallen meldings- of vergunningsplichtig. Deze ontwikkelingen dienen te worden gemeld bij het bevoegd gezag - Rijkwaterstaat.
1
. De waterstanden fluctueren momenteel tussen een waterstand van NAP -0,55 m en NAP -0,30 m.
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 19 van 36
5 Grondwater 5.1 Freatisch grondwater Er zijn bij Waternet gegevens opgevraagd van peilbuizen in het plangebied Klaprozenweg / NDSM Noord [18]. De locaties van de peilbuizen en de bijbehorende Gemiddeld Hoge Grondwaterstanden (GHG) en ontwateringdieptes zijn in Figuur 5-1 gepresenteerd, hierin zijn zowel actieve als afgesloten peilbuizen (meting gestopt tussen 2005-2011) te zien. De ontwateringsdiepte gemeten in peilbuizen in het plangebied varieert tussen circa 0,7 m-mv en 1,5 m-mv. De meetreeksen zijn in Bijlage 1 - gepresenteerd.
Figuur 5-1 Locaties peilbuizen, GHG [m NAP] en ontwateringdieptes [m-mv]
Het gebied heeft een inhomogene bodemopbouw met lokaal verschillende grondwaterstanden tot gevolg. Door de klei- of sliblenzen in de ophooglaag kunnen grillige en lokaal hoge grondwaterstanden en schijngrondwaterstanden optreden. Daarnaast zijn ondergrondse constructies (zie paragraaf 5.3) en drainagesystemen (zie paragraaf 5.4) aanwezig die de grondwaterstand kunnen beïnvloeden. Geadviseerd wordt om de grondwaterstanden in de peilbuizen van Waternet in het gebied te blijven monitoren (zie Figuur 5-1) en ook extra peilbuizen te plaatsen. Deze
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 20 van 36
grondwaterstandsmetingen kunnen dienen als input voor een grondwatermodel benodigd voor een ophoog/maaiveldadvies en eventuele andere werkzaamheden of aanleg drainage. Zie bijlage 3 voor een voorstel peilbuis locaties, geadviseerd wordt dit af te stemmen met te plaatsen peilbuizen op de NDSM-Werf West. Bij lokale ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met het plaatsen van extra peilbuizen op de betreffende locatie.
5.2 Stijghoogte watervoerend pakket De stijghoogtes zijn bepaald op basis van de meetreeks in peilbuis B06206II en B0204II. De metingen zijn gepresenteerd in Bijlage 2 - . De stijghoogte in het eerste watervoerende pakket fluctueert in de omgeving van het plangebied tussen NAP -1,8 m en NAP -2,5 m. De gemiddelde stijghoogte is NAP -2,0 m. Op basis van het verloop van de isohypsen is de te verwachten stroming in het Eerste Watervoerend Pakket (WVP1) ter plaatse van het plangebied te verwaarlozen. In dit gebied is verder sprake van een inzijgingssituatie; een infiltratiesituatie van het freatische pakket richting WVP1. De mate van infiltratie zal echter beperkt zijn gezien de weerstand van de deklaag.
5.3 Ondergrondse constructies In het gebied zijn kelders en voormalige kades aanwezig langs het gedempte Cornelis Douweskanaal. Deze ondergrondse constructies kunnen zorgen voor een blokkade van de grondwaterstroming. De ligging van de overige (vergunde) kelders en ondergrondse constructies is nog niet volledig geïnventariseerd. Er is in 2018 wel middels een grondwatermodel berekend wat de effecten zijn van de aanleg van parkeerkelders op de kavels van het NDSM terrein [19]. In de ontwikkelvisie voor Haven Stad is een reservering op de (Ondergrondse) Klaprozenweg gelegd voor de toekomstige vertakking van de Noord-Zuidlijn richting Zaandam [1].
5.4 Drainagesystemen In het plangebied is volgens de Leidingenkaart (2015) drainage aanwezig [15]. De ligging van het drainagesysteem is weergegeven in Figuur 5-2. De leeftijd en actuele staat van dit drainagesysteem zijn onbekend. Mogelijk is het drainagesysteem niet meer volledig functioneel. Desondanks moet het drainagesysteem in stand blijven, omdat door verwijderen of beschadigen van de drainage de grondwaterstand kan stijgen. Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden dient hier dan ook rekening mee te worden gehouden.
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 21 van 36
Figuur 5-2 Drainagesysteem in en rond de Klaprozenweg / NDSM Noord [15]
Conform het huidige gemeentelijke beleid is het niet meer wenselijk om nieuwe drainage aan te leggen. Bij herontwikkeling wordt geadviseerd de benodigde ontwateringsdiepte bij voorkeur te realiseren door voldoende hoogte in het maaiveld aan te brengen en gebruik te maken van goed doorlatend materiaal.
5.5 Aandachtspunten grondwater bij herinrichting In de toekomst wordt het plangebied Klaprozenweg / NDSM Noord een gemengde woonwerklocatie. Conform het GRP2016-2021 [16] dient alle nieuwbouw in de eindsituatie te voldoen aan de gemeentelijke grondwaternorm. Dit betekent voor kruipruimteloos bouwen een ontwateringsdiepte van minimaal 0,5 m t.o.v. een grondwaterstand die gedurende maximaal 5 aaneengesloten dagen met een herhalingstijd van 1x/2 jaar overschreden wordt. Voor bouwen met kruipruimtes geldt een ontwateringsnorm van minimaal 0,9 m t.o.v. de maatgevend hoge grondwaterstand. Aanvullend hierop: kunnen beheerders van kabels, leidingen, wegen, sporen en openbaar groen aanvullende eisen hebben voor de aanwezige ontwatering (=afstand tussen grondwater en maaiveld)
Gemeente Amsterdam
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 22 van 36
Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
acht de gemeente Amsterdam voor de aanplant van (1ste orde) bomen een ontwateringsdiepte van minimaal 0,9 m t.o.v. de GHG wenselijk, zie Figuur 5-3. Dit beleid wordt volgens de planning na 2021 aangepast om uniform 0,9 m ontwateringsnorm te hebben, waarmee de bovenstaande 0,5 m voor kruipruimteloos bouwen zou komen te vervallen.
Maaiveld Ontwatering (min. 0,9 m t.o.v. GHG)
GHG
Figuur 5-3 Schematische weergave van ontwateringsdiepte t.o.v. maaiveld en GHG.
Als de nieuw te ontwikkelen kavels niet voldoen aan de gemeentelijke grondwaternorm dient het maaiveld bij voorkeur te worden opgehoogd met goed doorlatend zand bij het bouwrijp maken van het terrein. De beste resultaten worden bereikt bij integrale ophoging van het gehele gebied. Indien (integrale) ophoging niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat bestaande aangrenzende gebouwen gehandhaafd blijven, heeft conform gemeentelijk beleid GRP2016-2021 aanleg van extra oppervlaktewater de voorkeur boven drainage [16]. Aanleg van oppervlaktewater zal echter voor een ontwikkelaar in veel gevallen niet realiseerbaar zijn. In sommige gevallen is niet te vermijden dat drainage wordt toegepast om aan de grondwaternorm te voldoen. In dat geval dient de drainage robuust te worden uitgevoerd; dat wil zeggen dat de drainage bij voorkeur zo ontworpen wordt dat deze niet periodiek droogvalt (wat kan leiden tot verstopping door ijzeroxidatie).De drainage dient te worden omhuld door een koffer van goed doorlatend materiaal (grind of drainagezand) met geotextielomhulling (geweven, poriegrootte >300 mµ) om ingroei van wortels tegen te gaan. De grondwaterzorgplicht vereist dat ontwikkelingen in het plangebied zowel tijdens uitvoering als in de eindsituatie geen verslechtering van de grondwatersituatie mogen veroorzaken, ook niet
Gemeente Amsterdam Quickscan water Klaprozenweg- NDSM Noord
Versie 4 3 september 2019 Kenmerk 34497 Pagina 23 van 36
voor naastgelegen gebieden. Een verslechtering in de eindsituatie kan bijvoorbeeld ontstaan door grote nieuwe ondergrondse obstructies zoals ondergrondse parkeergarages, tunnels, ondoorlatende damwanden of ondoorlatende kadeconstructies die de grondwaterstroming blokkeren. In ongunstige gevallen kunnen deze blokkades leiden tot grondwateroverlast (vernatting en plasvorming aan maaiveld, overlast voor bomen) of grondwateronderlast. De invloed op het grondwatersysteem van nieuwe ondergrondse ontwikkelingen (zoals parkeerkelders en damwanden) en wijzigingen in het oppervlaktewatersysteem dient daarom te worden onderbouwd met berekeningen (modelsimulaties). Daarnaast dienen ontwikkelaars ook rekening te houden met de grondwatersituatie in binnentuinen, waar vanwege kelderbouw risico kan ontstaan op ingesloten grondwater en grondwateroverlast. Als onderdeel van de waterparagraaf in het bestemmingsplan en bij de aanvraag van watervergunningen voor nieuwe ondergrondse constructies dient om die reden een grondwatertoets te worden uitgevoerd waarin het cumulatieve effect van alle ontwikkelingen wordt meegenomen. Indien nieuwe ontwikkelingen negatieve invloed hebben op het grondwatersysteem, of risico’s veroorzaken voor de omgeving, moeten mitigerende maatregelen worden toegepast.
Te denken valt dan aan het realiseren van grondverbetering naast- en onder ondergrondse parkeergarages en/of het aanbrengen van perforaties in ondergrondse damwanden. De gemeente kan er ook voor kiezen om restricties aan ondergronds bouwen op te leggen in het bestemmingsplan. Aanleg, demping of wijziging van watergangen kan grote veranderingen van de grondwaterstand in de omgeving tot gevolg hebben. Verhoging van de grondwaterstand kan leiden tot opkruipend vocht in kruipruimten en souterrains, natte tuinen en water op straat. Ook kan door te hoge grondwaterstanden het risico op het opvriezen van wegen, opdrukkende boomwortels en op boomsterfte toenemen. Te lage grondwaterstanden kunnen echter eveneens onwenselijk zijn. Een structurele verlaging van de grondwaterstand kan droogvallende veen- en kleilagen of droogvallende houten paalfunderingen tot gevolg hebben. Hierdoor ontstaat risico op bodemdaling, schade aan infrastructuur en bebouwing. Uitlogende materialen leiden tot verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater, grondwater en waterbodem. Conform de richtlijnen van het AGV dient het gebruik van dergelijke materialen voorkomen te worden gedurende de bouw- en gebruiksfase van bouwwerken maar ook bij inrichting en gebruik van de openbare ruimte.
Emissies naar het oppervlaktewater van bitumineuze materialen, PAK (via geïmpregneerd hout), lood, zink en koper (via regenwaterafvoer) moeten worden tegengegaan. Afhankelijk van de gebruikte (bouw)materialen kan een melding of een vergunning noodzakelijk zijn, vooral wanneer deze materialen in contact (kunnen) komen met (regen)water. Niet uitlogende materialen die toegepast mogen worden zijn o.a.: - Beton - Hout (FSC keurmerk geleverde houtsoorten); - Europees naaldhout, eventueel in combinatie met kunststof doek; - Siberische lariks; - Wilgentenen; - Beton met BSB-certtificaat1; - Enkamat A501;