2. Bijlagenboek Projectnota Klaprozenweg Noord.pdf
Tekst van het document
Bijlagenboek Projectnota Klaprozenweg Noord Inhoudsopgave Scenario studies….……………………………………………………………………… blz. 1 t/m 46 Quickscan flora en fauna……………………………………………………………..blz. 47 t/m 68 Bodemkwaliteit……………………………………………………………………….. blz. 69 t/m 76 Quickscan Water……………………………………………………………….……….blz 77 t/m 112 Verkeers & Verkeersregeltechnisch onderzoek……………………………. blz. 113 t/m 152 Onderzoek luchtkwaliteit……………………………………………………….. blz. 153 t/m 156 Quickscan archeologie……………………………………………………………………….blz. 157 Rapportage fietsonderzoek………………………………………………………blz. 158 t/m 176 Extern veiligheidsonderzoek…………………………………………….……….blz. 177 t/m 185 Onderzoek en advies beinvloeding magneetvelden……………………..blz. 186 t/m 206 Hoogbouweffectrapportage en advies………………………………….…….blz. 207 t/m 233 Participatie………………………………………………………………………….…blz. 234 t/m 274 Geluidsonderzoek…………………………………………………………………..blz. 275 t/m 344 Stikstofdepositieonderzoek……………………………………………………..blz. 345 t/m 399
Bijlage 1: Scenario’s
Klaprozenweg noord conceptversie 11 september 2020
Huidige situatie plangebied
E1
E2
E3
D1
Bestaande bebouwing en nieuwe kavels
2
Inleiding
Deze studie is opgesteld in het kader van de
3. Volumestudie
projectnota Klaprozenweg Noord (plaberum
Met het geoptimaliseerde model uit
fase 2). Ten bate van het onderzoek naar
stap 2 worden drie volume modellen
de haalbaarheid, de ontwikkelstrategie
beschreven. Hiervoor zijn vaste en
en de ontwerpuitgangspunten zijn deze
variabele uitgangspunten opgesteld.
stedenbouwkundige scenario’s noodzakelijk.
De volume modellen bevatten allen een
De studie is opgebouwd uit vier stappen:
ander totaalprogramma. Op basis van de ontwikkelambities en ruimtelijke afwegingen
1. Inpassing stadstraat
wordt een keuze gemaakt met welk model
Eerst voor met de huidige situaties verkent of
vervolgens programmascenario’s worden
het mogelijk is om de ambities, met name die
gemaakt.
van de stadstraat in te passen in het huidige profiel van de Klaprozenweg. Hierin wordt
4. Programmascenario’s
gemotiveerd waarom inpassing (niet) voldoet
In het daaropvolgende hoofdstuk worden
aan de gestelde ambities.
met dit voorkeursmodel programmascenario’s gemaakt. Twee variabelen kennen ze:
2. Stedenbouwkundige verkenning
- aandeel wonen / niet-wonen
De stedenbouwkundige verkenning
- aandeel sociale woningbouw wordt op
bevat drie modellen die verschllen op als:
kavelniveau of gebiedsniveau gerealiseerd.
stedenbouwkundige typologie, kavelgrootte-
Deze worden gecombineerd tot vier scenarios.
en geleding. De uitgangspunten uit de projectnota vormen de basis. Ook worden deze uitgangspunten aangescherpt op basis van de stedenbouwkundige verkenning (cyclisch ontwerpen). De conclusie uit de de stedenbouwkundige verkenning vormt de basis voor de volgende stap. 3
1. Inpassing stadsstraat
A B
Knelpuntenkaart huidige situatie
Inleidend
Fietspad en trottoir aan zuidzijde
De basis voor elke stedenbouwkundige
(Zie kaart en doorsneden) Zowel in de Cornelis
verkenning is de huidige situatie. In de
Douwesweg en de Klaprozenweg,zijde
principenota is reeds verkent of het mogelijk
Klaprozenbuurt, ligt aan beide kanten van de
is om de ambities, met name die van de
weg een fietspad. In het plangebied ontbreekt
stadstraat in te passen in het huidige profiel
deze echter. Het kortsluiten van dit traject
van de Klaprozenweg. De eerste verkenning
bevordert het maken van de stadstraat en het
leidde tot een negatief antwoord. In de
verbeteren van het hoofdnetwerk fiets. Bij
haalbaarheidsfase is dit nader onderzocht.
behoud van het huidige profiel is er over de
Diverse aspecten vormen een belemmering
gehele lengte echter geen, of onvoldoende
om het huidige profiel en kavelgrenzen te
ruimte voor een fietspad en trottoir aan de
behouden. Hieronder wordt gemotiveerd
zuidzijde van de Klaprozenweg. Ter hoogte van
waarom inpassing niet voldoet aan de gestelde
The Curve ligt de kant van de rijbaan nagenoeg
ambities.
op de kavelgrens die tevens de plangrens
4
C
Plangrens
Benodigde ruimte voor fietspad en trottoir bij behoud van profiel
Kavelgrenzen
Ontbrekend fietspad vanaf Cornelis Douwesweg en richting Klaprozenbuurt
Bebouwing
Ruimtebeslag van bajonetvormige aansluiting Scheepsbouwweg-Atatürk-Klaprozenwweg Route voor auto en fiets Hogeland- NDSM
Groen Verharding (trottoir/weg) Erfinrichting
Mogelijke rooilijn o.b.v. bestaande kavelgrenzen Mogelijke rooilijn o.b.v. bestaande bebouwing Locatie doorsneden (zie volgende pagina) Versnippering groen, >40 groenvakken (elk symbool is een afzonderlijk groenvak)
Fietspad
5
vormt, daar past dus noch fietspad noch
Aansluiting Scheepsbouwweg-Atatürk-Klapro-
trottoir. Ter hoogte van Het Dok is enige ruimte
zenweg.
gecreëerd voor een toekomstig trottoir maar
De huidige aansluiting tussen de
onvoldoende om een fietspad toe te voegen.
Scheepsbouwweg en de Klaprozenweg
Bovendien vraagt de toekomstige nieuwbouw,
verloopt via de Atatürk. Dat betekent dat de
tot 70 meter hoogte, om een veel breder profiel
route voor fietsers en automobilisten tussen
en meer ruimte op het trottoir. Zowel bij de The
Scheepsbouwweg en NDSM-werf via een
Curve als bij Het Dok zal dus ruimte gemaakt
indirect en bochtig traject verloopt. Dat kent
moeten worden aan de noordkant van de weg
verschillende nadelen. Ten eerste is de fysieke
en het profiel naar het noorden opschuiven.
en gevoelsmatige afstand tussen Hogeland en
Ter hoogte van Pantar, midden in de nieuw aan
NDSM-werf groter. In het kader van ongedeelde
te leggen gecombineerde kruising dient het
wijk en het maken van een overgangsgebied is
profiel sowieso aangepakt te worden vanwege
dat onwenselijk. Ten tweede is de afstand tussen
extra opstelvakken. Hier is de verkeerskundige
de aansluitingen van de Van Riemsdijkweg en
ruimteclaim ook het grootst. Indien aan één van de Atatürk zijn te groot om als gecombineerd de zijden de huidige rooilijnen gehandhaafd
kruispunt (verkeersregeling) te fungeren. Ten
blijven zou de weg een onwenselijke slinger
derde is ruimtelijke claim van de bajonet in de
maken ter plaatse van het kruispunt. Hier zullen groene Strekkerzone groter dan bij een recht de rooilijn dan ook aan beide zijden moeten
traject en wordt versnippering van het groen
opschuiven.
verder versterkt.
Rooilijnen Een aantrekkelijke stadsstraat met voldoende openbare ruimte is gebaat bij aansluitende rooilijnen. Verspringingen kunnen voorkomen maar moeten in een samenhangend ontwerp vormgegeven worden. De huidige kavelgrenzen bieden geen goed uitgangspunt om de rooilijnen op te baseren vanweg vele verspringingen en hoekverdraaingen. De rooilijn van de huidige bebouwing aan de noordzijde is al een stuk kansrijker. De rooilijn kan zodanig verlegd worden dat er continue lijn ontstaat en waarbij zowel de gebouwen van E1 als het Nemo-depot nog (tijdelijk) behouden kunnen blijven. 6
bestaande kavelgrenzen
benodigd
kavelgrenzen
Plangrens en bestaande
The Curve
The Curve
bestaand A: ter hoogte van The Curve
7
(+ 70 m.)
Het Dok
bestaand B: ter hoogte van Het Dok
8
bestaande kavelgrenzen
benodigd
kavelgrenzen
Plangrens en bestaande
Het Dok
bestaande kavelgrenzen
bestaande kavelgrenzen
benodigd
bestaand B: ter hoogte van Pantar/gecombineerde kruising
9
2. Stedenbouwkundige verkenning Overzicht Gelede blokken
Samengestelde blokken
Het eerste model gaat uit van een
Het derde model gaat ook uit van grotere
stedenbouwkundige typologiee en bepaalde
blokken maar dan in meer samengestelde
uniformiteit: hoven in de E-blokken en atrium-
vorm rondom een binnenplaats. De blokken
of corridortypologie bij de D-blokken. Daarbij
worden samengesteld uit verschillende
is een geleding toegepast die in de blokken
gebouwcomplexen met diverse dimenties.
kleinere onafhankelijke ontwikkelingen
Hierdoor wordt een gevarieerd beeld
mogelijk maakt. Tot slot gaat dit model uit
gerealiseerd. De fasering of splitsing van
van behoud bestaande gebouwen waar de
ontwikkeling gebeurt dan op het gebouw
stedenbouwkundige structuur dit mogelijk
niveau. Het model gaat daarnaast uit van een
maakt. De doelstellingen van de opgaven
grote variatie aan bouwhoogtes, waaronder
staan daarbij voorop, zoals het maken van een
een toren van 17 verdiepingen.
stadsstraat met actieve plinten. Integrale blokken Het tweede model gaat uit van grotere blokken die integraal ontwikkeld worden. De stedenbouwkundige typologie bestaat uit een volledig bebouwd basement met een bovenbouw. De continuïteit van het basement maakt mogelijk met de bovenbouw te variëren. Daarbij worden meer hoogteaccenten gemaakt met openheid ertussen. Er is geen rekening gehouden met behoud van bestaande gebouwen afgezien van de ‘Curve’ locatie.
10
Gelede blokken
Integrale blokken
Samengestelde blokken
11
Gelede blokken - E1: behoud/transformatie middelste twee
- D-blokken: 4 kavels – ligging op erfgrenzen
bestaande gebouwen
gebaseerd
- E3: inpassen drukkerij gebouw
- D-blokken: aan zijde TT Vasum evt
- E-blokken: stedenbouwkundig type:
overstekken over rooilijn
vertanden en verspringing
- Niet-woonprogramma op z.v.m. op begane
- E-blokken: extra geleding in blokken
grond aan stadstraat
- E- blokken aanrijroute achterlangs en gedeeltelijk langs E1
Woningen Vogelvlucht vanuit het noorden
12
Commercieel/maatschappelijk
Bestaande bouw
Vogelvlucht vanuit het zuiden
Cornelis Douweskanaal vanuit het oosten
Zijde parkzone vanuit het oosten
Klaprozenweg vanuit het oosten
13
Integrale blokken - Sloop van alle bestaande bebouwing - Stedenbouwkundig type: torens op basis - E-blokken: geleding in bovenbouw - E- blokken aanrij route achterlangs, bij alle blokken - D-blokken: 3 kavels - D-blokken: TT Vasumweg verschuiven rooilijn - BG functies: niet-woonprogramma z.v.m. op b.g. aan stadstraat en gedeeltelijk in torens
Woningen Vogelvlucht vanuit het noorden
14
Commercieel/maatschappelijk
Bestaande bouw
Vogelvlucht vanuit het zuiden
Cornelis Douweskanaal vanuit het oosten
Zijde parkzone vanuit het oosten
Klaprozenweg vanuit het oosten
15
Samengestelde blokken - Sloop alle bestaande bebouwing - E-blokken: stedenbouwkundig type: hof - E-blokken: geen geleding - E- blokken aanrij route achterlangs, bij alle blokken - D-blokken: 3 kavels - D-blokken: aan zijde TT Vasum verschuiven rooilijn - Deel van het niet-woonprogramma op verdiepingen
Woningen Vogelvlucht vanuit het noorden
16
Commercieel/maatschappelijk
Bestaande bouw
l m²
FSI
gerealiseerd in model Programma Niet-wonen totaal
Kavel opp. m² (excl overstekken) Wonen
FSI
% wonen
000
3.5
6830
18208
2989
21197
3.10
85.9%
000
3.5
5790
16251
2751
19002
3.28
85.5%
000
3.5
6668
14868
5319
20187
3.03
73.7%
000 000 000
8.5 6 6
1277 2014 2052
9746 10019 10284
1277 1995 1730
11023 12014 12014
8.63 5.97 5.85
88.4% 83.4% 85.6%
000
6.5
5343
30049
5002
35051
6.56
85.7%
000
Vogelvlucht vanuit24631 het zuiden
79376
16061
95437
3.87
83.2%
Cornelis Douweskanaal vanuit het oosten
Zijde parkzone vanuit het oosten
Klaprozenweg vanuit het oosten
17
Conclusie Stedenbouwkundige verkenningen Massa en ruimte
maximaal twee delen, D en E1 in maximaal
De beperkte breedte van de Klaprozenweg
drie delen. E2 zal door de verlegging van
i.c.m. zijn oriëntatie vraagt om een
de Scheepsbouwweg in ieder geval in zijn
stedenbouwkundige opzet waarbij een balans
geheel ontwikkeld worden. De diepte van
wordt gevonden tussen open en dicht en
de E-blokken maakt het mogelijk om hier
tussen hoog- en laagbouw. Continuïteit van de
grootschalige commerciële ruimte of bedrijven
gevelwand is belangrijk voor het functioneren
te realiseren in de vorm van een volledig
van de stadsstraat, maar met enige stapeling
bebouwde begane grond met daarboven
kan op strategische plekken openheid
wonen. De D-blokken zijn, vanwege de diepte
gemaakt worden, zoals bij de D1 strook. Door
minder geschikt voor grootschaligebedrijven.
de lengte van de blokken is een opzet met
Gedacht kan worden aan uitwisseling van
gelede blokken wenselijk.
programma tussen de twee zijden van de straat.
Hoogbouw Hoogbouw van meer dan 7 of 8 lagen moet
Stedenbouwkundige bewerkingen
vooral als stedenbouwkundig middel ingezet
Geleding en hoogteverschillen aan de
worden, bijvoorbeeld om openheid te maken
parkzijde van de E-blokken dragen bij aan de
en aansluiting te zoeken bij NDSM-werf
schaalverkleining van de wand en onderbreken
West, en niet om het programma te behalen.
monotonie waardoor meer aansluiting wordt
De hoogbouw dient bovendien rekening te
gevonden bij de blokken van Hogeland.
houden met de cultuurhistorische waardevolle
Aan de TT Vasum weg is ruimte om te schuiven
bebouwing van NDSM en de overgang naar
of te verspringen met gevels, set-backs of
woonwijk Hogeland. (Zie bijlage Hoogbouw
overstekken te maken. Dat biedt kansen
Effectrapportage). Dat betekent dat het qua
om de beperkte diepte van de blokken te
aantal (2 tot 3 stuks) en qua hoogte (37 tot 47
compenseren en om de verblijfskwaliteit te
meter) beperkt wordt. Hoogbouw, zoals op de
vergroten.
punt van kavel E1 in model "Samengestelde blokken", wordt daarom uitgesloten.
Bestaande bebouwing Het is slechts in beperkte mate mogelijk
Kavelgrootte
om bestaande bebouwing te behouden. De
Grote ontwikkelkavels bieden de meeste
twee middelste gebouwen van de E1-kavel
stedenbouwkundige flexibiliteit, omdat er
zouden eventueel na transformatie ingepast
meer met de bouwvolumes gevarieerd kan
kunnen worden in de nieuwe blokken. Het
worden. De gedefinieerde kavels kunnen in
Nemo depot is door de vorm en positie van
kleinere fases verdeeld worden. E2 en E3 in
het gebouw wat lastiger. Transformatie door
18
het openmaken en afsnijden van de gevel
Parkeren
zodat het past in het profiel Klaprozenweg, of
Parkeren zal alleen ondergronds kunnen plaats
‘optoppen’ zijn interessante maar complexe
vinden. De garages zijn dan bereikbaar van
opgaven. Overige bestaande bebouwing kan
TT Vasumweg (D-blokken) of een ventweg
vanwege verschuiving in het profiel en het
langs het park (E-blokken). De maat van de
verlengen van de Scheepsweg niet behouden
parkeergaragemoet afgestemd worden met de
blijven.
ontwikkelfasering.
Gelede blokken
gerealiseerd in model Programma Niet-wonen totaal
Kavel opp. m² (excl overstekken) Wonen
FSI
% wonen
Integrale blokken
5
6830
18208
2989
21197
3.10
85.9%
5
5790
16251
2751
19002
3.28
85.5%
5
6668
14868
5319
20187
3.03
73.7%
1277 2052
9746 10019 10284
1277 1995 1730
11023 12014 12014
8.63 5.97 5.85
88.4% 83.4% 85.6% 19
5343
30049
5002
35051
6.56
85.7%
5
2014blokken Samengestelde
2. Volumestudie Uitgangspunten De modellen uit de vorige stap worden
Variabele uitgangspunten :
gecombineerd tot één optimaal model
•
Totaal programma in BVO
om de volumestudie te kunnen doen. De
•
Bouwhoogtes aan de Klaprozenweg
blokken zijn samengesteld uit verschillende gebouwcomplex en geleed in twee of drie fases die onafhankelijke ontwikkeling mogelijk maakt. De stedenbouwkundige typologie die toegepast wordt zijn (half-) gesloten bouwblok in de E-kavels en corridorbebouwing met torens bij de D-blokken. Bestaande bebouwing is beperkt behouden (1 gebouw in E1) of niet opgenomen. Er wordt t.b.v. de berekening geen rekening gehouden met behoud van Nemo Depot. Vaste uitgangspunten : •
Programma Wonen 75% -85% , economisch/maatschappelijke functies15-25%
•
Een stadsstraat met actieve plinten.
Model A
Model B
Model C
Wonen hoofdzakelijk bovenverdiepingen,
80.000 m2
95.000 m2
110.000 m2
niet-wonen op begane grond •
Separate ontwikkelkavels door geleding van blokken
•
E-blokken maximaal 4 lagen aan parkzone (noordzijde)
•
Plint 5 meter, overige verdiepingen 3,5 meter hoog
•
Er wordt ondergronds geparkeerd
•
Geen torens in de E-strook
20
Model A
Model B
Model C
21
Model A - Totaal programma BVO:
80.000 m2
- Aandeel niet-woonprogramma
18 %
- Resulterend FSI van de D-blokken:
5,4
- Gemiddelde hoogte D-blokken aan de Klaprozenweg:
6 lagen
- Hoogste gebouw D-blokken:
11 lagen
- Resulterend FSI van de E-blokken:
2,7
- Gemiddelde hoogte E blokken aan de Klaprozenweg:
5 lagen
- Hoogste gebouw E blokken:
6 lagen
SCENARIO 1.3 / 80.000
3x D-blokken
Kavel naam
minimaal Programma BVO m²
FSI
gerealiseerd in model Programma Niet-wonen totaal
Kavel opp. m² (excl overstekken) Wonen
FSI
% wonen
E1
17500
2.5
6830
14805
2722
17527
2.57
84.5%
E2
16500
2.5
5790
13927
2569
16496
2.85
84.4%
E3
17000
2.5
6668
12837
4212
17049
2.56
75.3%
D1 a D1 b D1 c
9000 10000 10000
7 5 5
1277 2014 2052
7739 8010 8279
1277 1995 1730
9016 10005 10009
7.06 4.97 4.88
85.8% 80.1% 82.7%
D1 totaal (incl. 2 straatjes O.R.)
29000
5.5
5343
24028
5002
29030
5.43
82.8%
Totaal
80000
24631
65597
14505
80102
3.25
81.9%
Programma tabel Model A
22
E1 D1 E2
E3
Woningen
Commercieel/maatschappelijk
Model A. Vogelvlucht perspectief vanuit het oosten
23
Axonometrie oost
Axonometrie noord
24
Axonometrie zuid
Ooghoogte perspectief Klaprozenweg vanuit het oosten
25
Model B - Totaal programma BVO:
95.000 m2
- Aandeel niet-woonprogramma
17 %
- Resulterend FSI van de D-blokken:
6,6
- Gemiddelde hoogte D-blokken aan de Klaprozenweg:
7 lagen
- Hoogste gebouw D-blokken:
13 lagen
- Resulterend FSI van de E-blokken:
3,15
- Gemiddelde hoogte E blokken aan de Klaprozenweg:
6 lagen
- Hoogste gebouw E blokken:
8 lagen
SCENARIO 1.3 / 95.000
3x D-blokken
Kavel naam
minimaal Programma BVO m²
FSI
gerealiseerd in model Programma Niet-wonen totaal
Kavel opp. m² (excl overstekken) Wonen
FSI
% wonen
E1
21000
3.5
6830
18208
2989
21197
3.10
85.9%
E2
19000
3.5
5790
16251
2751
19002
3.28
85.5%
E3
20000
3.5
6668
14868
5319
20187
3.03
73.7%
D1 a D1 b D1 c
11000 12000 12000
8.5 6 6
1277 2014 2052
9746 10019 10284
1277 1995 1730
11023 12014 12014
8.63 5.97 5.85
88.4% 83.4% 85.6%
D1 totaal (incl. 2 straatjes O.R.)
35000
6.5
5343
30049
5002
35051
6.56
85.7%
Totaal
95000
24631
79376
16061
95437
3.87
83.2%
Programma tabel Model B
26
E1 D1 E2
E3
Woningen
Commercieel/maatschappelijk
Model B. Vogelvlucht perspectief vanuit het oosten
27
Axonometrie oost
Axonometrie noord
28
Axonometrie zuid
Ooghoogte perspectief Klaprozenweg vanuit het oosten
29
Model C - Totaal programma BVO:
110.000 m2
- Aandeel niet-woonprogramma
14,5 %
- Resulterend FSI van de D-blokken:
7,4
- Gemiddelde hoogte D-blokken aan de Klaprozenweg:
8 lagen
- Hoogste gebouw D-blokken:
14 lagen
- Resulterend FSI van de E-blokken:
3,7
- Gemiddelde hoogte E blokken aan de Klaprozenweg:
7 lagen
- Hoogste gebouw E blokken:
9 lagen
SCENARIO 1.3 / 110.000
3x D-blokken
Kavel naam
minimaal Programma BVO m²
FSI
gerealiseerd in model Programma Niet-wonen totaal
Kavel opp. m² (excl overstekken) Wonen
FSI
% wonen
E1
25000
3.5
6830
22003
2989
24992
3.66
88.0%
E2
22000
3.5
5790
19242
2762
22004
3.80
87.4%
E3
23500
3.5
6668
18182
5319
23501
3.52
77.4%
D1 a D1 b D1 c
12500 13500 13500
8.5 6 6
1277 2014 2052
11084 11569 11883
1277 1995 1730
12361 13564 13613
9.68 6.73 6.63
89.7% 85.3% 87.3%
D1 totaal (incl. 2 straatjes O.R.)
39500
6.5
5343
34536
5002
39538
7.40
87.3%
Totaal
110000
24631
93963
16072
110035
4.47
85.4%
Programma tabel Model C
30
E1 D1 E2
E3
Woningen
Commercieel/maatschappelijk
Model A. Vogelvlucht perspectief vanuit het oosten
31
Axonometrie oost
Axonometrie noord
32
Axonometrie zuid
Ooghoogte perspectief Klaprozenweg vanuit het oosten
33
Conclusie volumestudie Ruimtelijk
Programma
Wat uit de modellen blijkt is dat het gebied
Wanneer de plinten zo veel mogelijk gevuld
een zeker ‘maximaal laadvermogen’ heeft.
worden met niet-woonprogramma en de
Een grens aan het programma waarboven de
verdiepingen met wonen, komt het aandeel
ruimtelijke kwaliteit afneemt. Deze ligt tussen
niet-wonen rondom het minimum van
80.000 en 95.000 m2. In model C is het contrast
15 % uit. (13-19 % in deze modellen). Dit
van de nieuwbouw met de bebouwing van
aandeel loopt uiteraard af naarmate er meer
Hogeland te groot. Omdat de hoogtes aan de
woonprogramma op de verdiepingen wordt
zijde van het park vastliggen op 4 lagen kan
gerealiseerd. Bij model C komt het aandeel net
een overgang in hoogtes binnen de E-blokken
onder het gestelde minimum.
niet meer op een natuurlijke manier gemaakt
Als er meer kantoren en minder bedrijven
worden. Een gemiddelde van 6/7 lagen
worden gevestigd, is het te overwegen om het
aan de Klaprozenweg is dan het maximaal
aandeel niet-wonen op de verdiepingen te
aanvaardbare.
vergroten.
Ook gezien vanuit de beleving Klaprozenweg
Conclusie volumestudie
kent model C nadelen. Door de hoge wanden
Vanuit de hoofdopgave om woningbouw-
aan beide zijden ontstaat er een soort tunnel-
apaciteit te vergroten is het vanzelfsprekend
effect. Op ooghoogte slaat de verhouding
het bouwvolume te maximaliseren. De
tussen gevelhoogte en de breedte van de
ruimtelijke kwaliteit, en omgevingsfactoren,
straat om. De bezonning van de Klaprozenweg
zoals verkeersdruk of de druk op de
is de door de onvoordelige orientatie al
groenvoorzieningen limiteren dit programma.
slecht en de hoge wanden versterken dit nog
Ruimtelijk gezien ligt het optimum tussen de
eens. Het toevoegen van meer hoogbouw
80.000 en de 95.000 m2 BVO. De verkeersstudie
heeft bovendien nadelige effecten voor
geven aan dat het gebied dit kan verwerken.
de omgeving. (Zie de hoogbouweffect
Om aan de groennorm te voldoen is dit ook
rapportage.)
nog een haalbaar programma. Bij een groter programma komt dit onder druk te staan.
Model A is uiteraard is weliswaar ontspannen
Model B (95.000 m2 BVO) wordt daarom
qua bouwmassa maar vindt ook minder
gekozen als uitgangspunt voor verdere
aansluitingen met NDSM-werf West. De
verkenning van het programma.
ruimtelijke voordelen ten op zichte van model B zijn echter beperkt, zeker in verhouding tot het programma en de ambitie om veel woningen toe te voegen 34
MODEL A
MODEL B
MODEL C
Uitsnede van model
Ooghoogte perspectief Klaprozenweg vanuit het oosten
35
3. Programmascenario’s Met model B uit de volumestudie wordt de scenariostudie gedaan. Twee variabelen leiden tot vier scenario’s: Het aandeel niet-woonfuncties: Voor productieve wijken ligt dit aandeel op minimaal 15%. Dit wordt vergeleken met een maximaal haalbare percentage van 25% De wijze waarop het percentage sociale woningen binnen het aandeel wonen wordt gerealiseerd, op kavel niveau (elke ontwikkeling moet 40% sociale woningen bouwen) of op gebiedsniveau (in het hele plangebied wordt per saldo 40% sociale woningen gemaakt).
Scenario B1 wonen/niet-wonen 85/15 SCENARIO B1 (95.000 m2) 40-40-20 op kavelniveau 85-15 en 40% op kavelniveau Kavel
gerealiseerd in model Programma Sociale won. Vrije sector won. Wonen Niet-wonen totaal
% soc. Won % wonen (van wonen) (van totaal)
E1
7523
10685
18208
2989
21197
41.3%
85.9%
E2
6771
9480
16251
2751
19002
41.7%
85.5%
E3
6288
9772
16060
3697
19757
39.2%
81.3%
D1 a D1 b D1 c
3636 4204 3900
6110 5815 6384
9746 10019 10284
1277 1995 1730
11023 12014 12014
37.3% 42.0% 37.9%
88.4% 83.4% 85.6%
D1 totaal (incl. 2 straatjes 11740 O.R.) 18309
30049
5002
35051
39.1%
85.7%
Totaal
80568
14439
95007
40.1%
84.8%
32322
36SCENARIO B2 (95.000 m2) 85-15 en 40% op gebiedsniveau
48246
E1
E3
E3
D1
Niet-woonfuncties alleen op begane grond
40% sociale woningen per kavel., verdeeld over blokken
37
Scenario B2 wonen/niet-wonen 85/15 40-40-20 opB1gebiedsniveau SCENARIO (95.000 m2) 85-15 en 40% op kavelniveau
Kavel
gerealiseerd in model Programma Sociale won. Vrije sector won. Wonen Niet-wonen totaal
% soc. Won % wonen (van wonen) (van totaal)
E1
7523
10685
18208
2989
21197
41.3%
85.9%
E2
6771
9480
16251
2751
19002
41.7%
85.5%
E3
6288
9772
16060
3697
19757
39.2%
81.3%
D1 a D1 b D1 c
3636 4204 3900
6110 5815 6384
9746 10019 10284
1277 1995 1730
11023 12014 12014
37.3% 42.0% 37.9%
88.4% 83.4% 85.6%
D1 totaal (incl. 2 straatjes 11740 O.R.) 18309
30049
5002
35051
39.1%
85.7%
Totaal
80568
14439
95007
40.1%
84.8%
32322
48246
SCENARIO B2 (95.000 m2) 85-15 en 40% op gebiedsniveau
Kavel
gerealiseerd in model Programma Sociale won. Vrije sector won. Wonen Niet-wonen totaal
% soc. Won % wonen (van wonen) (van totaal)
E1
288
17920
18208
2989
21197
1.6%
85.9%
E2
16251
0
16251
2751
19002
100.0%
85.5%
E3
3112
12948
16060
3697
19757
19.4%
81.3%
D1 a D1 b D1 c
3636 4204 4294
6110 5815 5990
9746 10019 10284
1277 1995 1730
11023 12014 12014
37.3% 42.0% 41.8%
88.4% 83.4% 85.6%
D1 totaal (incl. 2 straatjes 12134 O.R.) 17915
30049
5002
35051
40.4%
85.7%
Totaal
80568
14439
95007
39.5%
84.8%
31785
38SCENARIO B3(95.000 m2) 75-25 en 40% op kavelniveau
48783
E1
E3
E3
D1
Niet-woonfuncties alleen op begane grond
Sociale woningbouw gecontreed in/bij E2. Bij D1 verspreid over 3 blokken
39
D1 b D1 c
4204 3900
5815 6384
10019 10284
1995 1730
12014 12014
42.0% 37.9%
83.4% 85.6%
D1 totaal (incl. 2 straatjes 11740 O.R.) 18309
30049
5002
35051
39.1%
85.7%
Scenario B3 Totaal
80568
14439
95007
40.1%
84.8%
32322
48246
wonen/niet-wonen 75/25 40-40-20 opB2kavelniveau SCENARIO (95.000 m2) 85-15 en 40% op gebiedsniveau
Kavel
gerealiseerd in model Programma Sociale won. Vrije sector won. Wonen Niet-wonen totaal
% soc. Won % wonen (van wonen) (van totaal)
E1
288
17920
18208
2989
21197
1.6%
85.9%
E2
16251
0
16251
2751
19002
100.0%
85.5%
E3
3112
12948
16060
3697
19757
19.4%
81.3%
D1 a D1 b D1 c
3636 4204 4294
6110 5815 5990
9746 10019 10284
1277 1995 1730
11023 12014 12014
37.3% 42.0% 41.8%
88.4% 83.4% 85.6%
D1 totaal (incl. 2 straatjes 12134 O.R.) 17915
30049
5002
35051
40.4%
85.7%
Totaal
80568
14439
95007
39.5%
84.8%
31785
48783
SCENARIO B3(95.000 m2) 75-25 en 40% op kavelniveau
Kavel
gerealiseerd in model Programma Sociale won. Vrije sector won. Wonen Niet-wonen totaal
% soc. Won % wonen (van wonen) (van totaal)
E1
6511
9387
15898
5299
21197
41.0%
75.0%
E2
5731
8515
14246
4756
19002
40.2%
75.0%
E3
5932
8884
14816
4941
19757
40.0%
75.0%
D1 a D1 b D1 c
1904 4204 3900
6110 5815 4300
8014 10019 8200
3013 1995 3814
11027 12014 12014
23.8% 42.0% 47.6%
72.7% 83.4% 68.3%
D1 totaal (incl. 2 straatjes 10008 O.R.) 16225
26233
8822
35055
38.2%
74.8%
Totaal
71193
23818
95011
39.6%
74.9%
28182
40SCENARIO B4 (95.000 m2) 75-25 en 40% op gebiedsniveau
43011
E1
E3
E3
D1
Niet-woonfuncties op begane grond en op diverse plekken
40% sociale woningen per kavel., verdeeld over blokken
aan de klaprozenweg in het volledige pand
41
D1 b D1 c
4204 4294
5815 5990
10019 10284
1995 1730
12014 12014
42.0% 41.8%
83.4% 85.6%
D1 totaal (incl. 2 straatjes 12134 O.R.) 17915
30049
5002
35051
40.4%
85.7%
80568
14439
95007
39.5%
84.8%
Scenario B4 Totaal
31785
48783
wonen/niet-wonen 75/25 40-40-20 opB3(95.000 gebiedsniveau SCENARIO m2) 75-25 en 40% op kavelniveau
Kavel
gerealiseerd in model Programma Sociale won. Vrije sector won. Wonen Niet-wonen totaal
% soc. Won % wonen (van wonen) (van totaal)
E1
6511
9387
15898
5299
21197
41.0%
75.0%
E2
5731
8515
14246
4756
19002
40.2%
75.0%
E3
5932
8884
14816
4941
19757
40.0%
75.0%
D1 a D1 b D1 c
1904 4204 3900
6110 5815 4300
8014 10019 8200
3013 1995 3814
11027 12014 12014
23.8% 42.0% 47.6%
72.7% 83.4% 68.3%
D1 totaal (incl. 2 straatjes 10008 O.R.) 16225
26233
8822
35055
38.2%
74.8%
Totaal
71193
23818
95011
39.6%
74.9%
28182
43011
SCENARIO B4 (95.000 m2) 75-25 en 40% op gebiedsniveau
Kavel
gerealiseerd in model Programma Sociale won. Vrije sector won. Wonen Niet-wonen totaal
% soc. Won % wonen (van wonen) (van totaal)
E1
152
15746
15898
5299
21197
1.0%
75.0%
E2
14246
0
14246
4756
19002
100.0%
75.0%
E3
3272
11544
14816
4941
19757
22.1%
75.0%
D1 a D1 b D1 c
2379 4204 3900
5635 5815 4300
8014 10019 8200
3013 1995 3814
11027 12014 12014
29.7% 42.0% 47.6%
72.7% 83.4% 68.3%
D1 totaal (incl. 2 straatjes 10483 O.R.) 15750
26233
8822
35055
40.0%
74.8%
Totaal
71193
23818
95011
39.5%
74.9%
42
28153
43040
E1
E3
E3
D1
Niet-woonfuncties op begane grond en op diverse plekken
Sociale woningbouw gecontreed in/bij E2. Bij D1 verspreid
aan de klaprozenweg in het volledige pand
over 3 blokken
43
Scenario B1 wonen/niet-wonen 85/15 40-40-20 op kavelniveau
Scenario B2 wonen/niet-wonen 85/15 40-40-20 op gebiedsniveau
Scenario B3 wonen/niet-wonen 75/25 40-40-20 op kavelniveau
Scenario B4 wonen/niet-wonen 75/25 40-40-20 op gebiedsniveau
44
Conclusie Programmascenario’s Ruimtelijk
Programma
De ruimtelijke opzet van de getoonde scenario’s Het verdelen of concentreren van de sociale is identitiek. Alle scenario’s zijn inpasbaar in
woningbouw kent beide voor- en nadelen.
dit ruimtelijk model. Desondanks kennen de scenario’s ruimtelijke voor- en nadelen.
Het voordeel van een menging op kavelniveau is een hogere integratie van segmenten en
Bij de 85-15 verdeling is het mogelijk om
doelgroepen. De parkzijde is bijvoorbeeld voor
de niet-woonfuncties alleen op de begane
alle type woningen aantrekkelijk. Er kan voor
grond te realiseren en aan de Klaprozenweg.
gekozen worden om hier deels grondgebonden
Op het moment dat het niet-wonen aandeel
appartementen of herenhuizen te maken en
hoger wordt, moeten de niet-woonfuncties
aan de straatzijde andere woningtypen. Het
ook aan de parkzone komen te liggen of
nadeel van deze menging is een complexere
op de verdiepingen. In de modellen is
ontwikkeling door fragmentatie.
hiervoor gekozen om de parkzijde te z.v.m. te
Het voordeel van concentratie op sociale
reserveren voor wonen. Daardoor komt in het
woningbouw op gebiedsniveau is dat er in
75-25 model een aantal kantoorgebouwen
het resterende gebied meer flexibiliteit is
aan de Klaprozenweg. Daarmee wordt ook
om te sturen op een gewenste verdeling
voorgesorteerd op een pandsgewijze invulling
van het woonprogramma. De D-blokken zijn
van de blokken.
bijvoorbeeld zeer aantrekkelijk voor vrije sector woningen vanwege de oriëntatie op het zuiden,
Een soortgelijk effect ontstaat als de sociale
het water en het zicht op de NDSM werf. De
woningbouw op kavelniveau wordt verdeeld.
E-blokken zijn door hun maat veel flexibeler
Dat leidt vanzelfsprekend tot kleinere sociale
en lenen zich voor meer woningbouwtypes
woningblokken per ontwikkelkavel. Uitgaande
en -segmenten. Het nadeel is dat kosten en
van scheiding van vrije sector en sociale
opbrengstpotentie niet evenredig verdeeld
woningen kan ook dat betekenen dat er
worden over de kavels.
pandsgewijs gebouwd gaat worden. Dit hoeft overigens in ruimtelijk op zicht geen probleem
De scenario’s met een 75/25 verdeling leiden tot
te zijn en zelfs wenselijk vanuit de beeldkwaliteit een aantal beperkingen. Bedrijven zijn over het omdat er een kleinere schaal wordt
algemeen gebonden aan de begane grond. De
geïntroduceerd, maar biedt minder flexibiliteit.
verdiepingen zijn over het algemeen geschikter voor kantoren. Bij een hoger percentage dan 15% kan niet uitgegaan worden van alleen maar bedrijven en moet men dus aan kantoren denken 45
Scenario's Klaprozenweg Noord Team Noordflank- RVE Ruimte & Duurzaamheid Gemeente Amsterdam Sybren van den Busken Tanja Potezica Julien Bitar Bijlage bij: Projectnota Klaprozenweg Noord
46
Quick scan natuur Klaprozenweg Noord
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
1. Samenvatting ..................................................................................... 3 2. Inleiding ............................................................................................. 4 3. Beschrijving van het gebied en inventarisatie .................................. 6 4. Consequenties natuurwetgeving ....................................................... 9 5. Kansen voor stadsnatuur ................................................................. 15 Bijlage I Wetgeving en beleid ............................................................... 19 Bijlage II Lijst beschermde Amsterdamse soorten .............................. 21
2
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
1. Samenvatting In verband met de ontwikkeling van de zone aan de noordkant van de Klaprozenweg is er onderzoek gedaan naar de kansen voor stadsnatuur en consequenties vanuit de Natuurwetgeving. Aanbevolen wordt om te zijner tijd nader onderzoek naar de betekenis van het plangebied voor huismussen en naar verblijfplaatsen van vleermuizen in de gebouwen aan de noordkant van de Klaprozenweg uit te laten voeren. Kansen voor natuur zijn er vooral in de vorm van een meer natuurvriendelijke inrichting van het groen langs de Strekkerweg en het inpassen van natuur bij de ontwikkeling van de bouwblokken.
Fig. 1. Locatie plangebied in Amsterdam
3
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
2. Inleiding Het project Voor de bedrijventerrein langs de Klaprozenweg wordt een projectnota opgesteld. Het terrein maakt deel uit van Koers 2025; dat betekent dat de ontwikkelingsmogelijkheden versneld worden onderzocht Het bedrijventerrein wordt getransformeerd naar een woongebied. Verder is er het voornemen om een fietspad door de schoolwerktuin aan te leggen. In deze notitie staan in hoofdlijnen de mogelijke consequenties vanuit de Natuurwetgeving en de kansen voor natuur.
Fig. 2. Projectlocatie met de voorgenomen kavelindeling en de gewijzigde ligging van de sloot
Fig. 3 en 4 Hoek Klaprozenweg en Ataturk (beide zijden van de straat). Hier schuilen huismussen in de beplanting.
4
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
Leeswijzer en werkwijze Na een beschrijving van het plangebied en de omliggende gebieden volgt een inventarisatie van de soorten die er voorkomen dan wel verwacht kunnen worden. Vervolgens worden de mogelijke effecten van ingrepen op de aanwezige gebieden en soorten beschreven. Ten slotte wordt beoordeeld of het nodig is om mitigerende maatregelen te treffen of een ontheffingsaanvraag van de Wet Natuurbescherming aan te vragen en onder welke voorwaarden een ontheffing naar alle waarschijnlijkheid verkregen kan worden. Het plangebied is in 2019 verschillende malen bezocht. Ten slotte worden er een aantal mogelijkheden genoemd waarmee de stadsnatuur in dit project versterkt kan worden. Eerder onderzoek Gegevens over het voorkomen van soorten worden sinds 1990 bijgehouden in de ‘Ecologische Atlas Amsterdam’. De grotere groengebieden worden regelmatig geïnventariseerd, ook in de directe omgeving van de Gemeente Amsterdam. De soortgroepen waarvan de gegevens worden bijgehouden zijn: zoogdieren; broedvogels; reptielen; amfibieën; vissen; kreeftachtigen; dagvlinders; sprinkhanen; krekels en libellen. Locaties van roepende rugstreeppadden worden elk jaar in kaart gebracht. Vanaf 2014 worden kolonies huismussen in de openbare ruimte van Amsterdam geïnventariseerd. In stadsdeel Noord is dat voor het laatst in 2015 gebeurd.
Ook de verblijfplaatsen van gierzwaluwen worden jaarlijks in kaart gebracht. Voor stadsdeel Noord heeft ook dat in 2015 plaats gevonden. De resultaten van deze inventarisaties zijn gepubliceerd op http://maps.amsterdam.nl/vogels/?LANG=nl. Verder is er gebruik gemaakt van het gegevensbestand van de NDFF (Nationale databank Flora en fauna).
Fig. 5 en 6 Locaties bij gebouwen aan de Klaprozenweg waar huismussen zich ophouden (aan de kant van de Strekkerweg)
5
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
3. Beschrijving van het gebied en inventarisatie Omgeving plangebied Het plangebied ligt aan de westkant van Zijkanaal I en grenst aan het Cornelis DouweskanaalOost, de T.T. Vasumweg en aan de Strekkerweg, met aangrenzend een woonwijk met rijtjeshuizen. De drukke Klaprozenweg doorsnijdt het plangebied. Langs het Cornelis Douweskanaal-Oost staan loodsen, met allerlei activiteiten. Langs de Strekkerweg staan gebouwen met meerdere functies: kantoor en wonen. Vanwege de ondergrondse aanwezigheid van kabels en leidingen is de brede strook groen langs tussen de bedrijven en de woningen als gazon ingericht. Het plangebied Rond de Strekkerweg Aan weerszijden van de Strekkerweg bevindt zich een brede strook gras. Aan de noordzijde is een smal deel als bloemenlint ingezaaid. De straatbomen (vooral haagbeuken) zijn beperkt qua grootte. Er was in ieder geval één boom met een goed zichtbaar nest. De natuurwaarden van deze strook zijn dan ook gering. Opvallend is het grote aantal huismussen, dat zich in de begroeiing rond de verschillende panden bevond. Opvallend, omdat het biotoop voor huismussen eigenlijk niet heel erg goed is. Nestgelegenheid lijkt er in deze gebouwen niet te zijn. Vermoedelijk broeden de meeste huismussen onder de dakpannen van de rijtjeshuizen aan de noordkant van de Strekkerweg. Maar ook de kwaliteit van de begroeiing is niet bijzonder.
En door mensen geleverde voedsel bronnen, zoals broodkruimels zijn afwezig. N.B. Ook enige jaren geleden is opgemerkt dat huismussen in de beplanting rond de bebouwing langs de Klaprozenweg schuilden. En ook op de NDSM zit een groep huismussen. Ze broeden daar ook op plaatsen waar je niet snel huismussen zou verwachten.
Fig. 7 Locaties waar huismussen zich ophouden (29 maart 2019)
6
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
Bedrijventerrein langs het Cornelis Douweskanaal-Oost De bedrijfspanden langs het oostelijke deel van de T. T. Vasumweg hebben één bebouwingslaag. De meeste gebouwen zijn afgewerkt met plaatstaal en hebben een plat dak. Tussen de gebouwen staat nog wel een hoge coniferenhaag. Deze kan een functie als schuilplaats hebben voor huismussen. De vrij steile oever van het kanaal is begroeid met onder andere riet en bramen. Het riet groeit nog ongeveer een meter in het water. Ook hier valt het aantal huismussen dat dekking zoekt in de braamstruiken op. Bij een eerder onderzoek is ook waargenomen dat daar mussen verbleven.
Fig. 8 Bramenstruiken langs het Cornelis Douweskanaal-
Fig. 9 Rietbegroeiing langs het Cornelis Douweskanaal-
Oost in de oostelijke pun. Hierin zaten huismussen
Oost
Klaprozenweg De Klaprozenweg doorsnijdt het plangebied. Deze weg is breed met aan weerszijden een fietspad en een busbaan in het midden. Deze busbaan is onlangs aangelegd. Destijds zijn de bomen, toen ook al van gering formaat, gekapt. De nieuw aangeplante bomen (esdoorns) staan ver uit elkaar en zijn nog onvoldoende groot om bijvoorbeeld als vliegroute voor bijvoorbeeld vleermuizen te functioneren. De natuurwaarde is dan ook gering. Zijkanaal I Meervleermuizen gebruiken het kanaal als vliegroute. Langs de woonboten aan de noordkant van het plangebied is dichte begroeiing, zeer geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. N.B. Het Zijkanaal I ligt buiten het plangebied. Het plan kan door meer lichtuitstraling boven het water wel een negatief effect op jagende vleermuizen hebben.
7
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
Inventarisatie: aangetroffen en verwachte soorten Nationale databank flora en fauna (NDFF) en Ecologische atlas Amsterdam(EAA) In de Nationale Databank Flora en fauna (NDFF, waarin alle worden alle waarnemingen van verschillende dataportalen worden verzameld) zijn net buiten het plangebied alleen waarnemingen van huismussen. Binnen het plangebied zijn er alleen algemene soorten gezien. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is nauwelijks bereikbaar voor grondgebonden soorten zoogdieren en er is nauwelijks leefgebied. Soorten die kunnen voorkomen zijn bosmuis, veldmuis en egel in het groen rond de bedrijfsgebouwen. Dit zijn algemene soorten, waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Vleermuizen Het Zijkanaal I is een vliegroute voor meervleermuizen. Verder moet rekening gehouden worden met (zomer-) verblijfplaatsen van dwergvleermuizen in de gebouwen langs de Strekkerweg en met foeragerende vleermuizen boven het Cornelis Douweskanaal-Oost. Naar het gebruik van het plangebied door vleermuizen zal nader onderzoek moeten worden gedaan. Broedvogels De hoeveelheid groen waar vogels ik kunnen nestelen is beperkt. Er broedt een enkele vogel in een straatboom (zie fig. 10). Ook in de beplanting rond de gebouwen kunnen vogels als merel, lijster, heggenmus en winterkoning broeden.
Voor deze vogels geldt dat het nest gedurende de broedtijd beschermd is, maar daar buiten niet. Huismussen komen op diverse plaatsen in het plangebied voor. Dit is bij eerder onderzoek ook al vastgesteld. Huismussen staan op de lijst van vogels met een jaarrond beschermd nest. Amfibieën, reptielen en vissen Geschikt leefgebied voor amfibieën en reptielen is er nauwelijks. Alleen langs het Cornelis Douweskanaal-Oost kunnen algemene amfibiesoorten voorkomen. Flora Onder de Wet Natuurbescherming zijn er nog maar weinig planten in Amsterdam beschermd. In het plangebied zijn er geen groeiplaatsen (kademuren , natuurlijk gras) voor deze soorten.
8
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
4. Consequenties natuurwetgeving Het plan Voor het plangebied wordt een Nota van Uitgangspunten opgesteld. De bedoeling is om het plangebied, waar voornamelijk bedrijven gevestigd zijn om te vormen tot woongebied.
Fig. 10 Boom met een nest (waarschijnlijk ekster)
Planning Een planning is er nog niet.
9
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
Gebiedsbescherming
Fig. 11 Natura 2000, NNN en ecologische structuur van Amsterdam
Natura 2000 Onder de Wet Natuurbescherming (Wnb) zijn gebieden aangewezen die onderdeel uitmaken van de Europese ecologische hoofdstructuur, ook wel Natura 2000-gebieden genoemd. Indien een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied moet worden onderzocht of de ontwikkeling de kwaliteit van het gebied kan verslechteren of verstoren. Het plan bevindt zich buiten deze beschermde zones. Het Ilperveld/het Varkensland, op ongeveer vier kilometer, en het Marker- IJmeer, op ruim zes kilometer, en de Botshol op ongeveer vijftien kilometer afstand zijn de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske en de Botshol hebben voor stikstofgevoelige habitats. Door toename van verkeer kan de stikstofdepositie toenemen met een mogelijk negatief effect op deze gevoelige habitattypen als gevolg. Als er door toename van verkeer of door toename van verbrandingsinstallaties een mogelijk effect is op nabijgelegen gevoelige gebieden voor stikstofdepositie, dan is een berekening in Aerius noodzakelijk.
10
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
Natuurbeleid Natuurnetwerk Nederland (NNN), landelijk en provinciaal beleid Voor heel Nederland zijn natuurgebieden met verbindingszones vastgelegd. Dit heet het Natuurnetwerk Nederland(NNN), vroeger was dat de EHS. Het NNN is een belangrijk middel om de hoofddoelstelling van het natuurbeleid te bereiken: natuur en landschap behouden, versterken en ontwikkelen, als essentiële bijdrage aan een leefbaar Nederland en een duurzame samenleving. Grote delen van Waterland behoren tot de NNN. Het plan heeft geen ruimtelijk effect op de NNN. Hoofdgroenstructuur (HGS) en Ecologische structuur (ESA); Amsterdams beleid In de structuurvisie van Amsterdam 2040 (vastgesteld in 2011) is de hoofdgroenstructuur opgenomen. Voor functiewijzigingen, die buiten de vastgelegde kaders vallen moet advies worden gevraagd aan de Technische Advies Commissie Hoofdgroenstructuur. Eventuele wijzigingen kunnen aan de Gemeenteraad worden voorgelegd. Een uitwerking van de “Structuurvisie 2040” is de ecologische visie. Deze is in juli 2012 door de Gemeenteraad vastgesteld. De bijbehorende kaart laat de ecologische structuur zien, zoals die door (grondgebonden) dieren wordt gebruikt. In de structuur is een aantal knelpunten onderkend. De ambitie is om deze barrières voor dieren weg te nemen.
Het uitgangspunt van het beleid is dat plannen niet mogen leiden tot verzwakking van de ecologische structuur die in deze visie staat omschreven, bijvoorbeeld doordat er extra barrières ontstaan. Het plangebied ligt niet in de Hoofdgroenstructuur. Er is ook geen directe aansluiting op de ecologische structuur van Amsterdam. Voor aan grond of oever gebonden soorten zijn er twee mogelijkheden om het plangebied te bereiken: Via Zijkanaal I naar de Buiksloterbreek; de Buiksloterbreek is een natte natuurzone, die in verbinding staat met Waterland Via Ooster- en Westertocht richting NoorderIJplas. Dit zijn voor de dieren die zich over de grond verplaatsen geen makkelijke verbindingen.
11
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
Soortbescherming Vleermuizen Het plangebied heeft geen grote betekenis voor vleermuizen, geschikt foerageergebied is er alleen boven het Cornelis Douweskanaal-Oost. Wel zijn er langs de Strekkerweg een aantal gebouwen met mogelijkheden voor vleermuisverblijven. Indien er verblijfplaatsen van vleermuizen of essentieel foerageergebied wordt gevonden moet er ontheffing worden aangevraagd. Om deze ontheffing te verkrijgen zal er een plan opgesteld moeten worden hoe er met de vleermuizen omgegaan wordt bij de werkzaamheden. Broedvogels De nesten van huismussen zijn wel jaarrond, dus ook buiten het broedseizoen beschermd. Daarnaast zijn ook de plaatsen die huismussen nodig hebben om te overleven beschermd. Dat zijn bijvoorbeeld dichte struiken waar huismussen in kunnen schuilen. Waar de groepen huismussen broeden en hoe ze het plangebied gebruiken zal nader onderzocht moeten worden. Huismussen staan op de lijst met jaarrond beschermde vogels. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen hoe de huismussen het plangebied gebruiken. Waarschijnlijk is er een ontheffing van de Wet Natuurbescherming nodig om het plan uit te voeren. Om deze ontheffing te verkrijgen zal er een plan opgesteld moeten worden hoe er met de huismussen omgegaan wordt bij de werkzaamheden.
Fig. 12 Bedrijfsgebouw aan de Noordzijde van de Klaprozenweg; mogelijk vleermuisverblijven in de spouwmuren
12
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
Fig. 13 Waarnemingen van huismussen in 2015
Overige soortgroepen Beschermde amfibieën, reptielen, insecten en planten zijn er niet. Voor deze soortgroepen is er geen geschikt biotoop binnen het plangebied. Japanse duizendknoop Er zijn geen sporen van de Japanse duizendknoop waargenomen, vermoedelijk komt hij niet in het plangebied voor. Gezien het tijdstip van het jaar waarop het bezoek plaats vond, is het niet mogelijk om met zekerheid te zeggen dat de Japanse duizendknoop afwezig is. De wortels van de Japanse duizendknoop woekeren en zijn een risico in plangebieden. Via kleine stukjes afgebroken wortel kan de plant zich snel uitbreiden. De plant en de wortelstokken dienen dan ook zorgvuldig verwijderd te worden voordat een terrein bouwrijp gemaakt wordt en er grond wordt verplaatst. Zie ook: https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/japanseduizendknoop/.
13
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
Nader onderzoek Vleermuizen Voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen is er een vleermuizenprotocol . (https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/soortinventarisatieprotocollen/vleermuisprotocol) . - Onderzoek naar kraam-/zomerverblijfplaatsen van gewone en ruige dwergvleermuis, 2 bezoeken in het voorjaar; - Onderzoek naar paarverblijfplaatsen van gewone en ruige dwergvleermuis 2 bezoeken in het najaar. Huismussen Voor onderzoek naar huismussen staan de richtlijnen in het Kennisdocument huismussen van BIJ12 https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf Om te bepalen hoe de huismussen het plangebied gebruiken is bestudering van het gedrag nodig. Vastgesteld moet worden: - Waar de huismussen nestelen; - Schatting van de omvang van de populatie; - Hoe essentieel de struiken en ruigte waar de huismussen zich ophouden is; - En daaruit voortvloeiend, in welke alternatieven er moet worden voorzien tijdens de ontwikkeling en na de bouw . N.B. Waarschijnlijk is er een ontheffing van de Wet Natuurbescherming nodig om sloop- en bouwwerkzaamheden te kunnen uitvoeren. Aan de ontheffing zullen voorwaarden gekoppeld.
Fig. 14 De Klaprozenweg: veel asfalt en boompjes die ver uit elkaar staan
14
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
5. Kansen voor stadsnatuur Natuurinclusief bouwen toepassen voor de bouwblokken. Aandachtspunten: - Groen in de openbare ruimte: o Dekking (struiken) en voedsel voor huismussen o Bomen inheemse soorten - Daktuinen op de lage bouwblokken. Voor groene daken inheemse soorten gebruiken, afhankelijk van bezonning, zie handreiking Natuurdaken van green deal groene daken : https://www.greendealgroenedaken.nl/wpcontent/uploads/2019/04/GDGD_2019_Handreiking-Natuurdaken.pdf - Ook mogelijk zijn “bruine daken”, de dakbedekking bestaat uit zand en, grind en sluit aan bij de industriële omgeving op het NDSM-terrein; N.B. door variatie in bodemmateriaal en –dikte wordt de kans op meer soorten vergroot; - Verblijfplaatsen voor vleermuizen (winter en zomer), alleen als er in de omgeving voldoende bomen en struiken zijn; - Nestkasten huismussen, spreeuwen en gierzwaluwen zijn hier kansrijk; - Door de daken met de bodem te verbinden wordt het leefgebied van grondgebonden soorten vergroot. Zie ook: https://issuu.com/gemeenteamsterdam/docs/brochure_nibeo-definitief-web02_1_ Inrichting groen langs de Strekkerweg
Fig. 15 Groenstrook langs Strekkerweg aan de westzijde
15
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
De natuurwaarde van de grasstrook langs de Strekkerweg is beperkt. Op een deel is weliswaar een bijenlint aangebracht. Deze zomer werd duidelijk dat het gras gevoelig is voor droogte. Bomen en struiken zijn echter slechts beperkt mogelijk vanwege de aanwezigheid van kabels en leidingen. Alternatieve inrichting beperkt zich tot grassen en kruiden. Variatie kan worden verkregen door variatie in hoogteligging, hogere droge en lagere natte delen. Voor het hogere deel schraal zand gebruiken. Hier kan zich een droogteminnende vegetatie ontwikkelen. Een deel van het gras kan bloemrijk worden ingericht. Ook moestuintjes zijn mogelijk. Uiteraard moet er ook ruimte blijven voor een speelveld. Er ontstaat zo een grotere variatie in begroeiing, waardoor het gebied aantrekkelijker wordt voor meer soorten vlinders en libellen. Verbindingen
Fig. 16 Mogelijke verbindingen met ecologisch groen in de omgeving
De Ooster-/Westertocht , aan de westkant van het plangebied, is een kwalitatief goed groengebied. Vanuit het plangebied is een verbinding naar deze groenstrook niet eenvoudig. De Stenendokweg vormt een niet eenvoudig te passeren barrière. Aan de oostkant is een verbinding mogelijk naar Zijkanaal I. Ook deze verbinding is niet eenvoudig. Aan beide zijden van het kanaal liggen woonboten, waardoor het voor overzwemmende dieren niet eenvoudig is om over te steken. N.B. Verbetering van een ecologische verbinding is alleen zinvol als er ook leefgebied in het plangebied komt voor kleine zoogdieren of amfibieën.
16
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
In de openbare ruimte tussen de woningen aan de noordzijde van de Strekkerweg De nisjes tussen de rijen woningen aan de noordkant van de Strekkerweg zijn een beetje saai ingericht: klein voortuintje, parkeerplaats op eigen grond aan de voorkant en in het midden een stukje openbare ruimte. Een mogelijkheid om dat te veranderen is om in iedere nis een verschillende functie toe te passen. Bijvoorbeeld een natuurspeeltuin voor kleine kinderen, een jeu de boulesbaan voor de ouderen in een andere nis, een voetbalveld voor kleine kinderen of een moestuin. Kansen voor natuur zijn er vooral in relatie tot de huismussen! Naast bomen ook dichte struiken die schuilgelegenheid bieden aan mussen toevoegen. Hiervan moet een deel het hele jaar groen blijven. Mogelijke soorten zijn vuurdoorn, laurierkers, klimop en eventueel bamboe voor dekking en vlier en fruitbomen voor voedsel.
Fig. 17 en 18 Openbare ruimte tussen de rijen woningen
Fig. 19 Coniferenhaag tussen bedrijfsgebouwen aan de T.T. Vasumweg
17
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
Het Cornelis Douweskanaal-Oost De oever van het Cornelis Douweskanaal-Oost is vrij steil met een heel smalle rietzone in het water. Alleen aan het einde is de rietzone wat breder. De ruimte voor een echte natuurvriendelijke oever ontbreekt waarschijnlijk. Er kan wel natuurwinst behaald worden door de oever iets flauwer af te laten lopen en de rietzone iets breder te laten worden, bijvoorbeeld door een vooroever aan te leggen. In het water wordt dan een leefgebied voor kikkers gecreëerd en de rietzone is dan breed genoeg om er de kleine karekiet in te laten broeden.
Fig. 20 en 21 Begroeiing langs het Cornelis Douweskanaal-Oost
18
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
Bijlage I Wetgeving en beleid Wettelijke kaders Wet Natuurbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000
Wet Natuurbescherming Soortbescherming en Gedragscode
Onder de Wet Natuurbescherming (Wnb) zijn gebieden aangewezen die onderdeel uitmaken van de Europese ecologische hoofdstructuur, ook wel Natura 2000-gebieden genoemd. Indien een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied moet worden onderzocht of de ontwikkeling de kwaliteit van het gebied kan verslechteren of verstoren. Indien het bestemmingsplan de kwaliteit van een Natura 2000 gebied kan verslechteren of verstoren dient er een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming te worden aangevraagd. 1 Januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Op grond van deze wet zijn vrijwel alle in het wild en van nature in Nederland voorkomende dieren, beschermd. De Wnb bevat verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. Bij vrijwel alle ingrepen moet met door Wnb beschermde soorten rekening worden gehouden. De beschermde soorten zijn onderverdeeld in soorten van de Habitatrichtlijn, soorten van de Vogelrichtlijn en Nationale soorten. De Provincie Noord-Holland heeft een aantal soorten van de Nationale lijst vrijgesteld bij beheer en ruimtelijke ontwikkeling.
In Amsterdam is er sinds 2009 een gedragscode Flora- en faunawet voor het zorgvuldig handelen bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer en onderhoud. De gedragscode is van toepassing op alle plannen en projecten die in opdracht van of door de gemeente Amsterdam worden voorbereid en uitgevoerd. Met deze gedragscode is een ontheffingsaanvraag voor een aantal soorten niet nodig. Deze gedragscode is in ieder geval nog geldig tot 1 oktober 2017.
Beleidskaders Nationaal Natuurnetwerk (landelijk en provinciaal beleid)
Rode lijstsoorten (landelijk beleid)
Hoofdgroenstructuur (Amsterdams beleid)
Voor heel Nederland zijn natuurgebieden met verbindingszones vastgelegd. Dit noemen we Net Nationaal Natuurnetwerk (NNN), vroeger heette dat de EHS. Het NNN is een belangrijk middel om de hoofddoelstelling van het natuurbeleid te bereiken: natuur en landschap behouden, versterken en ontwikkelen, als essentiële bijdrage aan een leefbaar Nederland en een duurzame samenleving. Het NNN moet er onder meer toe bijdragen dat afspraken over het behoud en het herstel van biodiversiteit worden nagekomen. Na realisatie is de structuur uiteindelijk grensoverschrijdend, zodat diersoorten zich vrij kunnen bewegen en vermengen over Europa. Bij kwantitatieve of kwalitatieve aantasting van het NNN dient gecompenseerd te worden volgens in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgelegde regels. Eens per tien jaar worden er Rode lijsten opgesteld. Hierop komen soorten die om verschillende redenen sterk in aantal achteruitgaan. Voor het Ministerie van EZ zijn de rode lijsten mede richtinggevend voor het te voeren natuurbeleid. Het Ministerie stimuleert dat bij bescherming en beheer van gebieden rekening wordt gehouden met de Rode-lijst-soorten, en dat zo nodig en zo mogelijk aanvullende soortgerichte maatregelen zullen worden genomen. In de structuurvisie van Amsterdam 2040 (vastgesteld in 2011) is de hoofdgroenstructuur opgenomen.
Voor functiewijzigingen, die buiten de vastgelegde kaders vallen moet advies worden gevraagd aan de Technische Advies Commissie Hoofdgroenstructuur. Eventuele wijzigingen kunnen aan de Gemeenteraad worden voorgelegd.
19
Gemeente Amsterdam
Ecologische structuur (Amsterdams beleid)
Versie 14 mei 2019
Een uitwerking van de “Structuurvisie 2040” is de ecologische visie. Deze is in juli 2012 door de Gemeenteraad vastgesteld. De bijbehorende kaart laat de ecologische structuur zien, zoals die door (grondgebonden) dieren wordt gebruikt. In de structuur is een aantal knelpunten onderkend. De ambitie is om deze barrières voor dieren weg te nemen. Het uitgangspunt van het beleid is dat plannen niet mogen
leiden tot verzwakking van de ecologische structuur die in deze visie staat omschreven, bijvoorbeeld doordat er extra barrières ontstaan.
20
Gemeente Amsterdam
Versie 14 mei 2019
Bijlage II Lijst beschermde Amsterdamse soorten
21
Bodemkwaliteit Klaprozenweg Noord Aan: Van Datum
Maarten Dellebeke Grond en Ontwikkeling, Afd. Bodem, G. Dolmans (adviseur Bodem) Definitief: 8 april 2019
Inleiding Voor het projectgebied Klaprozenweg-Noord (gebied omgeven door de Strekkerweg, Klaprozenweg, MT Lincolnweg, MS Oslofjordweg, MS Van Riemsdijkweg, Cornelis Douweskanaal-Oost en het Koppelingpad; zie figuur 1) is in het kader van het voorgenomen Projectbesluit een onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten bodemkwaliteit. Hiertoe is de actuele informatie t.a.v. de kwaliteit van de bodem geraadpleegd in het bodeminformatiesysteem (Nazca-I) van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, aangevuld met alle beschikbare bodeminformatie van de gemeente Amsterdam. Dit samen geeft een volledig beeld van de beschikbare bodeminformatie die bij het bevoegd gezag voor de Wet bodembescherming aanwezig is. Daarnaast zijn overige bronnen benaderd voor het achterhalen van historische gegevens.
Figuur 1: ligging onderzoeksgebied Historische informatie Het onderzochte gebied wordt begrensd door de Klaprozenweg, TT Vasumweg, Krasseurstraat, Koppelingpad, Strekkerweg en het Cornelis Douweskanaal-Oost. Het plangebied maakt deel uit van de Noorder IJpolder, waarbinnen aan de IJ-zijde vanaf 1920 de eerste bedrijvigheid ontstond. Rond 1930 werd het Cornelis Douweskanaal gegraven (met direct ten noorden daarvan de TT Vasumweg). Aan de zuidzijde is de NDSM Scheepswerf gerealiseerd. Aan de Noordzijde van de Klaprozenweg is vanaf 1920 een baggerdepot gelegen “Hoge land”. Rond 1960 werd de Klaprozenweg aangelegd.
4 april 2019 Pagina 2 van 8
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afd. Bodem
Luchtfoto van het plangebied uit 1937 (met zichtbaar de baggerspecielocatie “Hoge land” Het westelijk deel van het Cornelis Douweskanaal is in fasen gedempt, het eerste deel (ten westen van de huidige MT Lincolnweg werd in 1961 gedempt. Vervolgens werd het gedeelte van het kanaal tussen de MS van Riemsdijkweg en de MT Lincolnweg rond 1980 gedempt. Het gebied ten noorden van de Klaprozenweg (ten westen van het Zijkanaal I) bleef nog tot begin jaren negentig onbebouwd en was in gebruik als groengebied (enkele volkstuinen, park, weiland en braakliggend). In 1994 is de bebouwing van de Strekkerweg gerealiseerd en in de periode 1994-2010 is de strook tussen de Klaprozenweg en de Strekkerweg geleidelijk ingericht als bedrijfsterrein. Ophooggeschiedenis Het plangebied maakt deel uit van de ingepolderde Noorder IJpolder (ca. 1880) en is voor een deel (met name NDSM-werf West) opgehoogd in de periode 1900-1929. In deze periode werd vaak opgehoogd met verontreinigd materiaal (puin, stortmateriaal, baggerslib). Het gebied ten noorden van de Klaprozenweg (en ten westen van Zijkanaal I) is in eerste instantie opgehoogd met baggerslib en grond en daarna opgehoogd in de periode 1980-1989 (vermoedelijk met schoon zand). Het overige deel van het onderzoeksgebied (globaal tussen de TT Vasumweg en de Klaprozenweg) kent een ongespecificeerde ophoging. Bekend is dat hier vanaf ca.
1950 is begonnen met de inrichting van het gebied als scheepswerf (ten zuiden van de TT Vasumweg en het Cornelis Douweskanaal) en hieraan gerelateerde bedrijvigheid (in de strook tussen de TT Vasumweg en de Klaprozenweg, vanaf eind jaren zestig). NB: in figuur 2 wordt voor het westelijk deel van het (gedempte) Cornelis Douweskanaal een ophoogperiode van 1930-1944 weergegeven. Dit is feitelijk onjuist, omdat dit deel van het kanaal in 1930 is gegraven vanuit de poldersituatie (en rond 1980 is gedempt).
2
4 april 2019 Pagina 3 van 8
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afd. Bodem
Figuur 2: Ophooggeschiedenis Dempingen/stortlocaties/puntbronnen Binnen het plangebied is een inpandige bovengrondse brandstoftank bekend (Strekkerweg 41). Hier is geen indicatie dat dit heeft geleid tot een negatieve beïnvloeding van de bodemkwaliteit. Buiten het plangebied zijn wel nog ondergrondse tanks aanwezig. Er zijn geen dempingen of stortlocaties naar voren gekomen uit NAZCA, behalve de hierboven al beschreven gefaseerde demping van het Cornelis Douweskanaal. Wel is bekend dat er oude sloten aan de zuidzijde van de Noorder IJpolder zijn gedempt met bodemvreemd materiaal. Op puntlocatieniveau wordt ook aangegeven dat ter plaatse niet gespecificeerde dempingen aanwezig zijn.
Figuur 3: Tanks, dempingen en stortlocaties Binnen het gebied zijn diverse adreslocaties aanwezig waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. In de bijlage (historisch onderzoek NDSM-werf uit 2008, DMB) en in de bijlage adreslocaties worden alle locaties waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden weergegeven.
3
4 april 2019 Pagina 4 van 8
Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afd. Bodem
Milieuhygiënische kwaliteit Bodemkwaliteitskaart Het projectgebied NDSM-Noord is ingedeeld in de gezoneerde bodemkwaliteitskaart van Amsterdam, die gebruikt mag worden ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit op onverdachte locaties. Op basis van de Bodemkwaliteitskaart (Bkk) is het deel van het plangebied ten zuiden van de Klaprozenweg gelegen in zone 5 (klasse > Industrie). Binnen deze zone zijn de boven- en ondergrond over het algemeen sterk verontreinigd. De meest verontreinigde parameter is lood maar uit onderzoeken in het gebied is bekend dat diverse andere sterke verontreinigingen worden aangetroffen (zware metalen, PAK, minerale olie, asbest). Het deel van het plangebied ten noorden van de Klaprozenweg is ingedeeld in zone 3 (Industrie; licht tot plaatselijk matig verontreinigd). De Klaprozenweg zelf ligt in zone infrastructuur.