CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. bijlage 1 bij brief Monitor Uitvoering Energietransitie juli 2024

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 5 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief over de rapportages Duurzaamheid en afdoening moties 482.23, 482.23 en 500.23 (VN2024-011653)10.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Energietransitie

Monitor Uitvoering Energietransitie 2024 “Uitvoeren, uitvoeren, uitvoeren!”

Voorwoord

Voorwoord Voor u ligt de eerste Monitor Uitvoering Energietransitie. Het betreft een nieuw jaarlijks meetmoment over de voortgang van de uitvoering van de Amsterdamse energietransitie. De energietransitie maakt, naast de circulaire transitie, de groentransitie en andere verduur­ zamings­maatregelen, deel uit van onze aanpak om de klimaatcrisis te bestrijden. Deze aanpak is beschreven in ‘Onze stad van morgen’. We herhalen deze monitor jaarlijks zodat we de staat van de energietransitie goed kunnen blijven volgen en gericht verbeteringen kunnen doorvoeren. Amsterdam is een dynamische en levendige stad, waarin we wonen, werken en verblijven. Om nu en in de toekomst een aantrekkelijke stad te blijven voor alle Amsterdammers, en onze verantwoordelijkheid te nemen in het bestrijden van de klimaatcrisis, hebben we onder andere voldoende elektriciteit, comfortabele woningen, duurzame mobiliteit, voedsel en drinkwater, en allerlei producten nodig. Ons energiesysteem vormt de verbinding

Drie duurzame transities voor

Brede welvaart binnen de grenzen van onze planeet

tussen de vraag naar en het aanbod van energie die we hiervoor nodig hebben. De opgave waar we voor staan, is om een duurzaam, klimaat­ neutraal energiesysteem in te richten dat blijft voldoen aan de behoeften van Amsterdammers, bedrijven en organisaties. Daarbij zijn we in grote mate afhankelijk van anderen. Van onze partners voor de investeringen in de infra­ structuur, van bewoners en ondernemers voor het verduurzamen van hun bezit, en van het rijk voor landelijke wetgeving en financiële onder­ steuning. Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving, het verduurzamen van de industrie en het instellen van zero-emissiezones, kunnen we niet alleen.

uit de verbranding van fossiele brandstoffen. Dat moet omlaag om onze klimaatdoelen binnen bereik te houden. Daarnaast zijn ook het verbeteren van de luchtkwaliteit en het waarborgen van energiezekerheid belangrijke pijlers van de energietransitie. De energie die we nodig hebben, moet zoveel mogelijk voortkomen uit duurzame energiebronnen, zoals zonnepanelen en windturbines. Ook de vraag naar energie moet omlaag, want de energie die we besparen, hoeven we niet op te wekken. Dat doen we onder meer door huizen te isoleren. In de stad zijn duizenden Amsterdammers actief in verenigingen, individueel en in projecten om energie te besparen of schoon op te wekken. Tegelijkertijd zijn de uitdagingen op het pad naar een klimaatneutraal Amsterdam in 2050 groot en moet de capaciteit van het stroomnet omhoog

om genoeg elektriciteit te kunnen vervoeren. De vraag naar (schoon opgewekte) elektriciteit neemt namelijk fors toe in de energietransitie. Dat komt bijvoorbeeld door de toename van elektrische auto’s en warmtepompen.

Energietransitie

Circulaire transitie

Groen transitie

Reductie CO2-uitstoot in de stad.

Reductie grondstoffenverbruik in de stad.

Groene, biodiverse, gezonde en klimaatadaptieve stad.

De omslag naar hernieuwbare energie is nood­ zakelijk en urgent. Ongeveer 85% van de energie die we gebruiken komt nu nog voort

We vragen veel van bewoners en ondernemers. We komen achter de voordeur waar het gaat om het nemen van maatregelen voor besparing of bij de aanleg van een warmtenet. De versterking van ons elektriciteitsnet gaat gepaard met veel werkzaamheden, en dus hinder, in de straten van de stad. En de overgang naar hernieuwbare energie vraagt om aanpassingen die niet altijd makkelijk of door iedereen gewenst zijn. Uitgangspunt voor het college is dat de basisenergiebehoefte betaalbaar is en blijft voor alle Amsterdammers.

Energietransitie

Dirk de Jager Wethouder Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie

Uitvoering Energietransitie

2

Energiesysteem

Energiesysteem 85%

Energietransitie

15%

Fossiele brandstoffen

Hernieuwbare energie

Energiebron Olie

Kolen

Aardgas

Afval*

Biomassa

Geothermie

Bodemenergie

Aquathermie

Wind

Zon

Verwerker Raffinaderij

Elektriciteitscentrale

Drager Benzine & diesel

Waterstof**

Warmte

Elektriciteit

Fossiele brandstoffen zijn miljoenen jaren geleden ontstaan uit resten van plantaardig en dierlijk leven. Zo'n 85% van de energie die we in Amsterdam gebruiken komt voort uit het verbranden van fossiele brandstoffen. Bij de verbranding komen broeikasgassen zoals CO2 vrij. Daarom stimuleren we de overgang naar een energiesysteem gebaseerd op hernieuwbare energiebronnen. Deze overgang noemen we de energietransitie. Het doel van de energietransitie is een betrouwbaar, betaalbaar en klimaatneutraal energiesysteem dat voldoet aan de behoeften van Amsterdam, nu en in de toekomst. De figuur op deze pagina geeft vereenvoudigd weer hoe het energiesysteem de verbinding vormt tussen de vraag naar en het aanbod van energie.

Gebruiker Mobiliteit * Fossiele brandstoffen zijn miljoenen jaren geleden ontstaan uit resten van organisch materiaal. Formeel gezien is afval geen fossiele brandstof maar het wordt ook niet gezien als hernieuwbaar.

Industrie

Gebouwde omgeving ** A  fhankelijk van de productiemethode kan waterstof zowel een fossiele als een hernieuwbare bron hebben.

Uitvoering Energietransitie

3

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

Energietransitie

Leeswijzer5 1. Energiegebruik7 1.1 Energiezuinige gebouwen

1.2 Uitstootvrije mobiliteit

1.3 Verduurzamen van de industrie

2. Energie-infrastructuur23 2.1 Elektriciteitsinfrastructuur

2.2 Warmte-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

32

3.1 Duurzame energiebronnen

Bijlagen39

Uitvoering Energietransitie

4

Leeswijzer

Leeswijzer Energietransitie

Deze monitor bestaat uit een introductie met de belangrijkste resultaten, gevolgd door zes hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn ingedeeld op basis van de drie uitvoeringsonderdelen; Energiegebruik (hoofdstuk 3), Energie-infrastructuur (hoofdstuk 4) en Duurzame Energiebronnen (hoofdstuk 5). Binnen het onderdeel Energiegebruik bespreken we energiezuinige gebouwen, uitstootvrije mobiliteit en het verduurzamen van de industrie. In het onderdeel Energieinfrastructuur geven we inzicht in de voortgang op elektriciteitsinfrastructuur en warmteinfrastructuur. Binnen het onderdeel Duurzame energiebronnen gaan we in op de energie die we opwekken met wind en zon.

Tussendoor lichten we voorbeelden van energietransitieprojecten uit. In de bijlagen is toegelicht hoe de informatie waarop de Monitor Uitvoering Energietransitie is gebaseerd is verkregen.

Ieder hoofdstuk start met een introductie en een beschrijving van de rol van de gemeente Amsterdam. Vervolgens wordt de voortgang gepresenteerd aan de hand van grafieken en afbeeldingen. Daarna wordt uiteengezet welke doelen, resultaten en uitdagingen er zijn en een doorkijk gegeven naar 2024.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

5

Leeswijzer

Kerncijfers Energietransitie

Energiegebruik

Energie-infrastructuur

Duurzame energiebronnen

Energiebesparing

Warmte

Zonne-energie

t.o.v. 2019 is het energieverbruik per Amsterdammer met 11% afgenomen*

-11%

van de woningequivalenten is aardgasvrij

24%

van het doel voor zonne-energie in 2030

CO2-reductie

Elektra

Windenergie

-16%

47%

van het doel voor windenergie in 2030

t.o.v. 1990 zijn de CO2-emissies door energiegebruik nu 16% lager

Hernieuwbare energie

15%

van het aantal benodigde elektriciteitshuisjes in 2050

49% 59%

44%

van het aantal benodigde elektriciteitsstations in 2050

van de energie die we gebruiken is hernieuwbaar**

* Op basis van de data uit de Klimaatmonitor ** Op basis landelijke cijfers voor het jaar 2022

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

6

Doelen voor 2030 en 2050

Energiegebruik Energieverbruik in TJ Elektriciteitsverbruik

Energie die we niet gebruiken, hoeven we niet op te wekken. Daarom zetten we in op energiebesparing. We gebruiken veel energie om gebouwen te verwarmen, voertuigen te laten rijden en om industriële processen mogelijk te maken. Door te isoleren en het gebruik van efficiëntere apparaten te stimuleren verminderen we de hoeveelheid benodigde energie. Industriële bedrijven gaan steeds slimmer om met de energie die zij gebruiken en produceren. Voor de energie die we niet kunnen besparen, komen hernieuwbare alternatieven.

8.348

Warmteverbruik

Energieverbruik verkeer en vervoer

6.995

7.016

26.999

26.145

26.447

24.112

16.978

16.133

16.330

16.445

2019

2020

2021

2022

6.955

Ondanks de groei van de stad, het aantal inwoners en banen, laat de figuur zien dat het energieverbruik afneemt. Het aantal Amsterdammers is tussen 2019 en 2022 van 862.987 toegenomen tot 881.933. Ten opzichte van 2019 gebruiken we per Amsterdammer circa 11% minder energie. Er worden maatregelen genomen zodat we minder brandstof, aardgas en elektriciteit nodig hebben.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

1

Uitvoering Energietransitie

7

1.1 Energiezuinige gebouwen Aandeel totale CO2-uitstoot Om het doel van een CO2- neutrale gebouwde omgeving in 2050 te bereiken én om ervoor te zorgen dat gebouwen klaar zijn voor een aardgasvrije stad, moet het verbruik van elektriciteit en warmte omlaag. Energie is schaars, zeker duurzame elektriciteit en duurzame warmte als alternatief voor aardgas. Energiezuinige gebouwen zijn vaak comfortabeler en hebben lagere kosten voor bewoners en gebruikers. We besparen energie door woningen te isoleren en het gebruik van efficiëntere installaties te stimuleren.

De rol van de Gemeente Amsterdam We sturen op het versneld isoleren en verbeteren van woningen en we helpen bij de verduurzaming in maatschappelijke- en zakelijke gebouwen. Waar we zelf eigenaar zijn van een gebouw, zijn we zelf aan zet. Bij gebouwen in eigendom van andere partijen hebben we een ondersteunende en regulerende rol. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het verduurzamen van hun gebouwen.

62,8%

Bedrijven die oog hebben voor energiebesparing en duurzame opwek kunnen hun kosten drukken én een bijdrage leveren aan een klimaatneutraal Amsterdam. Daarom stimuleren we dat eigenaren van alle gebouwen in de stad, woningen, maatschappelijke gebouwen en gebouwen voor de zakelijke markt, maatregelen kunnen treffen om verspilling tegen te gaan en het gebruik van duurzame energie te bevorderen.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

8

Samenvatting voortgang energiezuinige gebouwen Aardgasverbruik

Energielabels

Aardgasverbruik door woningen en kleine utiliteit in Amsterdam

Aantal woningen met energie label E, F, G of onbekend

In 2023 is het verbruik 14% lager dan in 2022. Het gaat om woningen en kleine winkels. Regionale

Standaardjaarverbruik in 1.000.000 m3

E t/m G

Doelstelling

Onbekend Doelstelling 331.951

442

275.779

381

250.214 221.936 192.644

2022

2023

0

28.551

36.631

40.197

43.629

47.950

0

2040

2019

2020

2021

2022

2023

2030

Bron: RVO, BAG, bewerking O&S

Bron: Liander

netbeheerders Liander en Stedin monitoren sinds 2022 op basis van gegevens van de energiemaatschappijen nauwgezet het verbruik van aardgas binnen het grootste deel van de MRA. Liander hanteert bij het verbruik van aardgas drie gebruikersgroepen: kleinverbruikers (met een aansluiting voor minder dan 40 m3 aardgas per uur), grootverbruikers (met een aansluiting voor 40 m3 aardgas per uur of meer) en gasmiljonairs (bij een verbruik van meer dan één miljoen m3 aardgas per jaar). Gasmiljonairs en grootverbruikers zijn nog niet toe te schrijven aan één gemeente. Daarom kijken we bij aardgasgebruik in Amsterdam nu alleen naar kleinverbruikers.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

Veel woningen hebben nog geen geregistreerd energielabel. Er worden ook veel woningen verbeterd, zonder dat het verbeterde label direct wordt geregistreerd. Het label wordt vaak pas bekend als de woning opnieuw wordt verhuurd of verkocht. De komende jaren worden steeds meer energielabels geregistreerd. Dit gaat gepaard met een toename van het aantal bekende E, F en G labels. Energielabels geven op dit moment nog geen volledig beeld van de mate waarin energie wordt bespaard. Het doel vanuit het Klimaatakkoord is om tot 2030 alle woningen met een E, F of G label te verbeteren.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

9

Zakelijke markt

Maatschappelijke gebouwen

Zakelijke gebouwen

Aantal controlebezoeken

Aantal uitgevoerde energiescans

Aantal uitgevoerde energiescans

952

Realisatie Streefwaarde 1.988

1.988

1.959

93

Realisatie Streefwaarde 200

387

Realisatie Streefwaarde

1.938 625

1.550

1.589

1.300 400 387 350

93

952

80 231

60

222

50

19

2019

2020

2021

2022

2023

Bron: Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

In 2023 heeft de Omgevingsdienst Noordzee­ kanaalgebied in totaal 952 controles uitgevoerd bij bedrijven met een besparingsverplichting.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2019

24

125

32 28

2020

2021

2022

2023

2020

2021

2022

2023

Bron: Klimaatroute

Bron: Klimaatroute

In 2023 zijn 93 energiescans uitgevoerd bij maatschappelijke organisaties. Een stijging van 55% ten opzichte van 2022. De streefwaarde van 80 uitgevoerde energiescans is gehaald.

2. Energie-infrastructuur

2019

In 2023 hebben 387 ondernemers een adviestraject inclusief energiescan doorlopen. De streefwaarde voor het aantal uitgegeven energiescans is voor 2024 wederom 400.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

10

Energiezuinig wonen Doelen

Hoe bereiken we deze doelen?

Resultaten (hard)

Doorkijk 2024

• In 2030 willen we in Amsterdam 123.000 woningen geïsoleerd hebben, in lijn met de landelijke doelstellingen voor energiebesparing. • In 2030 wordt energiearmoede niet meer veroorzaakt door slecht geïsoleerde of tochtige huizen. • In 2030 zijn alle verhuurde woningen met een E, F of G label verduurzaamd.

• Vanuit het isolatieoffensief werkt de gemeente aan projecten onderverdeeld in vijf doelgroepen en aan verschillende thema's die het isolatietempo bevorderen. In het Uitvoeringsplan van het isolatieoffensief kunt u hier meer over lezen. • In 2024 willen we afspraken gemaakt hebben met woningcorporaties om in 2027 minimaal 30.000 woningen in Amsterdam te verbeteren. • Tot 2026 helpen we 60.000 huishoudens met kleine, niet-bouwkundige maatregelen die bewoners kunnen (laten) installeren zonder tussenkomst van de eigenaar • Tot 2026 ondersteunen we ruim 500 vve’s met in totaal circa 28.000 woningen bij de uitvoering van maatregelen. • Tot 2026 adviseren we 4.000 eigenaar-­ bewoners over het verduurzamen van woningen. • We willen ruim 10.000 huishoudens binnen vve’s een subsidie verstrekken, dit loopt door tot en met 2030. • We willen ruim 2.500 huishouden buiten vve’s een subsidie verstrekken, dit loopt door tot en met 2030.

• In 2023 zijn er 35.282 Amsterdammers geholpen met het verlagen van hun energie­ verbruik door simpele energiebesparende maatregelen te installeren. • In 2023 is er aan 1.081 woningen in vve’s subsidie verstrekt voor het uitvoeren van isolerende maatregelen.

• Er worden nieuwe samenwerkingsafspraken gemaakt met corporaties voor de periode 2024 – 2027. • Over de voortgang van het isolatieoffensief wordt jaarlijks gerapporteerd in een afzonder­ lijke rapportage. • In 2024 wordt met een afzonderlijke Monitor over de voortgang van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting gerapporteerd.

Resultaten (zacht) • In (maart) 2023 is een subsidieregeling gepubliceerd met een budget van € 600.000 voor lokale projecten gericht op energiearmoede. • In 2023 zijn branchebijeenkomsten, buurt­ bijeenkomsten en cursussen georganiseerd voor verenigingen van eigenaren (vve’s) • In 2023 zijn 75 advies- en onderzoeks­ trajecten afgerond voor verenigingen van eigenaren met in totaal 3.060 woningen. • In 2023 zijn 1.775 adviezen voor eigenaar-­ bewoners buiten vve’s uitgebracht naar aanleiding van collectieve inkoopacties.

Alle woningen moeten van goede kwaliteit en duurzaam zijn en een gezond leefmilieu bieden.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Aandachtspunten • Tekort aan arbeidskrachten, grondstoffen en materialen • Stijgende bouwkosten en rentelasten • Onzekerheid rond subsidies en financierings­instrumenten vanuit het Rijk

Besparing: Door woningen te isoleren en efficiëntere apparaten te gebruiken, is minder energie nodig. Uitvoering Energietransitie

11

Uitgelicht

Basisenergiebehoefte betaalbaar voor alle Amsterdammers

Energietransitie

Woningen met een hoog energieverbruik worden in toenemende mate bewoond door Amsterdammers met beperkte financiële middelen. Wanneer een huishouden meer dan 10% van het inkomen kwijt is aan de energierekening, spreken we van energiearmoede. Binnen het isolatie-offensief geven we voorrang aan buurten waar Amsterdammers met een laag inkomen in slecht geïsoleerde huizen wonen. De aanpak richt zich in dit geval op korte termijn energiebesparing. Om deze Amsterdammers te bereiken werken we samen met verschillende welzijns- en buurtorganisaties & woningcorporaties. Daarnaast worden woningeigenaren en vve’s ondersteund om bouwkundige, grotere maatregelen te nemen. Hiervoor vergeven we energieadviezen en subsidies. Met deze aanpak dragen we bij aan energiebesparing én houden we de basisenergiebehoefte betaalbaar.

50%

77.500 woningen

40%

10%

Basisaanbod

263.500 woningen

Intensieve aanpak

15.500 woningen

Bron: XXX Ongelijk investeren voor gelijke kansen.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

12

Uitgelicht

Jouw huis van morgen. Het duurzame mobiele loket van de gemeente Amsterdam

Energietransitie

Jouw huis van morgen is er om de bewoners van Amsterdam en Weesp te informeren over het verduurzamen van hun huis. Er valt een heleboel te zien en te ontdekken. Onderwerpen als besparen, isoleren en ventileren van de woning worden besproken maar ook kleine tips of een grotere aanpak is mogelijk. Het loket is een rijdend huisje met een woonkamer, slaapkamer en keuken. De woonkamer gaat over isoleren. De slaapkamer vertelt je over ventileren. In de keuken kun je testen hoe duurzaam jouw keuken is. Het loket is een omgebouwde veegwagen van de gemeente en hij rijdt elektrisch. Samen met energie- en woningcorporaties gaat het loket in verschillende buurten staan. Vanaf half april 2024 reist Jouw huis van morgen rond. Alle Amsterdammers in een veilige, gezonde en duurzame woning!

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

13

Energiezuinige maatschappelijke organisaties Doelen

Hoe bereiken we deze doelen?

Resultaten (hard)

Doorkijk 2024

• In 2050 willen we dat alle gebouwen op Amsterdams grondgebied klimaatneutraal zijn. • In 2040 willen we dat alle gebouwen op Amsterdams grondgebied aardgasvrij worden verwarmd. • In 2030 willen we een CO2-neutrale organisatie zijn. Onze bedrijfsvoering is CO2-neutraal wanneer alle uitstoot door energiegebruik tot nul is gereduceerd. • In 2030 willen we 37% minder energie­ verbruik in de panden van onze gemeentelijke organisatie t.o.v. 1990. • In 2030 willen we dat de CO2-uitstoot van de gemeentelijke vastgoedportefeuille met 55% is afgenomen ten opzichte van 1990. • In 2024 willen we minimaal 100 energiescans aanbieden aan eigenaren en/of gebruikers van maatschappelijke gebouwen.

• De rol die we vervullen in het energiezuinig maken van maatschappelijke gebouwen verschilt. Vaak hebben we een rol als eigenaar of subsidieverstrekker, zoals bij primair onderwijs, sportvoorzieningen en panden voor kunst en cultuur. Er zijn ook veel maatschappelijke gebouwen die in eigendom zijn van andere partijen, zoals ziekenhuizen, hogescholen en universiteiten. • Van de 3.000 gebouwen met een maat­ schappelijke functie zijn er zo’n 550 in eigendom van de gemeente. Hiervan worden 65 gebouwen gebruikt voor de huisvesting van medewerkers. De overige gebouwen worden verhuurd. • Waar we zelf eigenaar zijn van een gebouw, zijn we zelf aan zet. Zijn we dat niet, dan zorgen we dat eigenaren en gebruikers maatregelen (kunnen) treffen om energie­verspilling tegen te gaan. Met het gratis energieadvies helpen we bij het inventariseren van besparingsmogelijkheden. Daarna helpen we bij het opstellen van verduurzamings­plannen en bij het financieren van de uitvoering. • We bieden ondersteuning, maar eigenaren en gebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het klimaatneutraal maken van hun gebouwen. Iedere gebouweigenaar moet een plan maken om de warmte- en elektriciteitsvraag te verminderen.

• Steeds meer gemeentelijke panden krijgen een aardgasvrije warmteoplossing. Het energieverbruik uit aardgas in de gemeen­ telijke huisvestingspanden is in 2023 met 23% gedaald ten opzichte van 2022. Zo is 2,2 kiloton CO2-reductie behaald.

• We stellen een werkwijze op om te verduurzamen, ondanks de verschillende belangen van eigenaren en gebruikers. Begin 2024 stellen we een werkwijze vast, zodat duurzaamheid voortaan eerder wordt meegenomen en beter wordt verankerd in de budgetten. • Vanaf 2024 wordt op 13 grote gemeente kantoorpanden verlichting vervangen door LED. • De voortgang op CO2-reductie en energie­ besparing van de eigen organisatie wordt gemonitord en jaarlijks gerapporteerd in de verduurzamingsrapportage.

In 2050 moeten alle gebouwen in de stad op een duurzame manier worden verwarmd. Achter elke voordeur en in iedere straat staat iets te gebeuren.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

Resultaten (zacht) • In 2023 hebben 93 maatschappelijke organi­ saties een energiescan via de gemeente laten uitvoeren. Dit is een toename van 55% ten opzichte van 2022. De meeste aanvragen zijn gedaan door onderwijs- en zorginstellingen. In een aantal gevallen betrof het een aanvraag voor meerdere gebouwen. • In 2023 is met facilitair managers van schoolbesturen en zorginstellingen gesproken over de verduurzamingsopgave voor hun vastgoed. De organisaties willen de CO2-reductiedoelen voor 2030 en 2050 halen.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Aandachtspunten • Netcongestie • Split incentives • Tekort aan uitvoeringscapaciteit • Onzekere (langjarige) financiering • Draagvlak onder huurders • Stijgende materiaalprijzen

Besparing: Energie die gebouwen niet nodig hebben, hoeft niet opgewekt te worden. Door de verwarming beter in te stellen, voorkomen we dat bedrijven in avonden, weekenden en vakanties onnodig energie gebruiken.

Uitvoering Energietransitie

14

Energiezuinige bedrijven Doelen

Hoe bereiken we deze doelen?

Resultaten (hard)

Doorkijk 2024

• We willen dat alle zakelijke gebouwen op Amsterdams grondgebied in 2050 klimaat­ neutraal zijn. • We willen dat alle zakelijke gebouwen op Amsterdams grondgebied in 2040 aardgasvrij worden verwarmd. • We willen dat binnen vier jaar alle bedrijven die wettelijke verplichtingen hebben rondom energiebesparing, minimaal 1x gecontroleerd zijn.

• We bieden gratis reguliere energiescans aan voor MKB'ers, waarbij we adviseren over verduurzamingsmogelijkheden en informeren over wettelijke verplichtingen, subsidies, leningen, etc. • Voor MBK’ers in een kwetsbare positie worden advies- en fixteams ingezet. Deze teams voorzien de MKB’ers van energieadvies, installeren gratis energiebesparende maatregelen (tot maximaal €800,-) zoals tochtstrips, ledverlichting en slimme thermostaat, en bieden nazorg en begeleiding bij verdere verduurzaming. • Er worden gebieds- en branchegerichte projecten opgezet om ondernemers collectief te laten verduurzamen. • Voor veel bedrijven gelden wettelijke verplichtingen. De Omgevingsdienst en stadsdelen houden toezicht op het naleven hiervan. Wanneer bedrijven niet voldoen, kan gehandhaafd worden en kunnen boetes worden uitgeschreven. • We vergroten het bewustzijn onder MKB’ers en helpen hen met verduurzamen door de juiste informatie te geven. Dit doen we o.a. in samenwerking met brancheorganisaties.

• Bij 387 ondernemers is in 2023 een reguliere energiescan uitgevoerd. In totaal is er voor €107.634,- geïnvesteerd in verduurzamings­ maatregelen en hiermee is 1.047 ton CO2 bespaard. • De advies- en fixteams hebben vanaf 2022 tot en met 2023 1.109 mkb’ers in een kwetsbare positie geholpen. Hiermee is circa 798 ton CO2 bespaard. • In 2023 heeft de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 952 controles uitgevoerd bij bedrijven met een energiebesparingsverplichting.

• Gebiedsgerichte aanpak: verbeteren van de samenwerking tussen organisaties op bedrijventerreinen ten behoeve van collectieve verduurzamingsacties. • Sectorgerichte aanpak: verbeteren van de samenwerking met het georganiseerde bedrijfsleven, zoals de horecasector.

Resultaten (zacht) • Zeven ondernemerscollectieven hebben in 2023 een duurzaamheidsproject gerealiseerd. • In 2023 zijn in 38 verschillende winkel­ gebieden “Welkom, de deur is dicht om energie te besparen”-bordjes uitgedeeld, als onderdeel van een campagne gericht energiebesparing.

Aandachtspunten • Split incentive: voor het nemen van maat­ regelen zijn besluiten en investeringen van een pandeigenaar nodig, terwijl deze niet (altijd) direct profiteert van de opbrengsten. • Een deel van de bedrijventerreinen wordt getransformeerd naar woon-werk gebieden. Het motiveren van bedrijven die (in te toekomst) plaats moeten maken voor woningen kan een uitdaging zijn. • Netcongestie beperkt en vertraagt mogelijkheden voor het elektrificeren van de bedrijfsprocessen.

Amsterdam heeft 25.000 zakelijke gebouwen (45.000 adressen). We informeren en ondersteunen het niet-industriële bedrijfsleven in Amsterdam (denk hierbij aan kantoren, horeca, winkels en bedrijfshallen) bij het verduurzamen.

Bedrijven die oog hebben voor energie kunnen hun kosten drukken én een bijdrage leveren aan een klimaatneutraal Amsterdam.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

15

1.2 Uitstootvrije mobiliteit Aandeel totale CO2-uitstoot Schone lucht is van levensbelang. We komen steeds meer te weten over de schadelijke effecten van luchtvervuiling: ouderen hebben meer kans om hart- en vaatziekten te krijgen en kinderen hebben een hoger risico op astma. We willen zorgen dat de luchtkwaliteit snel verbetert. Door de transitie van fossiele naar uitstootvrije mobiliteit wordt ook een belangrijke bijdrage geleverd aan het verminderen van de CO₂-uitstoot in de stad. Het gemotoriseerd verkeer zorgt voor ongeveer 11 procent van de totale CO₂-uitstoot van Amsterdam. Tegelijkertijd komen er steeds meer inwoners, bezoekers en banen bij in Amsterdam. We vragen aan iedere voertuigbezitter of -bestuurder om een steentje bij te dragen. Als gemeente stimuleren, faciliteren en waar nodig reguleren we de overstap naar actieve en duurzame alternatieven, zoals het openbaar vervoer, de fiets of autodelen.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

De transitie naar uitstootvrije mobiliteit kan ook helpen om de congestie op het energienet aan te pakken. Batterijen in elektrische voertuigen kunnen worden gebruikt als opslagmedium/ energiebron. Hiermee kunnen pieken in vraag en aanbod op het energienet worden gedempt.

22%

De rol van de Gemeente Amsterdam We stimuleren, faciliteren en reguleren de overstap naar duurzame vormen van vervoer. De overstap naar uitstootvrij verkeer vraagt een bijdrage van bedrijven, bewoners en bezoekers.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

16

Samenvatting voortgang uitstootvrije mobiliteit Uitstootvrij verkeer

Uitstootvrij verkeer

Publieke laadpunten

Aandeel uitstootvrije detecties

Aandeel uitsootvrije detecties per modaliteit

Totaal aantal publieke laadpunten in Amsterdam

Mobiliteiten 95%

Bussen

Personenauto’s

Brom- en Snorfietsen

Vrachtverkeer

Taxi’s

Motoren

Aandeel detecties uitstootvrij (%)

40

30

18.000

20

10 7.951 4%

4%

6%

2019

2020

2021

8%

10%

2022

2023 Doelstelling 2030

0

Bron: O&S

2021

2022

2023

Bron: O&S

Het aantal uitstootvrije detecties neemt toe. In totaal gaat het in 2023 om 10% van alle detecties. Dit zijn vooral personenauto’s (7%). Hoewel het aandeel uitstootvrije detecties is toegenomen is er nog een lange weg te gaan om de ambitie van 95% in 2030 te halen.

Leeswijzer

2020

1. Energiegebruik

Doel 2030

Bron: O&S

Het aandeel detecties van uitstootvrije voertuigen neemt toe. De verschillen tussen de modaliteiten zijn groot. Het loopt uiteen van 1% voor motoren tot 33% voor bussen. Voor personenauto’s gaat het om 9%. In 2030 willen we dat al het verkeer binnen de bebouwde kom van Amsterdam uitstootvrij is.

2. Energie-infrastructuur

Januari 2024

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Het aantal publieke laadpunten bij parkeerplekken zal ruim moeten verdubbelen om in 2030 aan de verwachte behoefte te voldoen.

Uitvoering Energietransitie

17

Samenvatting voortgang uitstootvrije mobiliteit Energietransitie

Uitstootvrij wagenpark Aandeel uitstootvrije voertuigen van het gemeentelijk wagenpark

100%100%100%100%

100%

100%

100%

100%

88%

84%

70% 60% 54% 42%

38% 31%

34%

37% 32% 25%

23%

22%

45%

14% 1% 2019 2019 2020 2021 2023 doel Scooters

2019 2020 2021 2022 2022 2023 doel Personenauto’s

2019 2020 2021 2022 2022 2023 doel Kleine bestelbussen

1%

1%

2%

1%

2019 2020 2021 2022 2023 2030

2019 2020 2021 2022 2023 2025

Vrachtwagens

Boten

Bron: Gemeente Amsterdam, Bedrijfsvoering - Facilitair Bureau - Logistiek & Veiligheid

In totaal is ongeveer een derde van het gemeentelijke wagenpark elektrisch of emissievrij. De doelstelling voor scooters is gehaald. Voor de andere typen geldt dat de doelstellingen nog niet zijn gehaald. De komende jaren worden emissievrije voertuigen aangeschaft.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

18

Uitstootvrije mobiliteit Doelen

Hoe bereiken we deze doelen?

Resultaten (hard)

Resultaten (zacht)

• In 2030 willen we dat al het verkeer binnen de bebouwde kom van Amsterdam uitstootvrij is. • In 2030 willen we dat ons eigen wagenpark het goede voorbeeld geeft en volledig emissievrij is. • Vanaf 2025 willen we de eerste uitstootvrije zones binnen de Ring A10 invoeren voor stadslogistiek en taxi met overgangs­ regelingen voor bestaande voertuigen. • Vanaf 2025 willen we een uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen invoeren binnen de bebouwde kom met een overgangsregeling voor bestaande brom- en snorfietsen. • Tot en met 2025 willen we in totaal 7.000 tot 10.000 parkeerplekken een andere invulling geven. • In 2030 willen we 18.000 openbare laadpunten gerealiseerd hebben.

• We verminderen de ruimte voor gemotoriseerd vervoer en maken ruimte voor schone en actieve verplaatsingen. Dat doen we door de ruimte voor autoritteren en parkeerplaatsen te verminderen. • We creëren ruimte door het opheffen van parkeerplaatsen op straat en benutten de vrijgekomen ruimte voor o.a. voetgangers, fietsers, OV, groen en spelen. • We ontwikkelen hubs waar de overstap naar OV en/of deelmobiliteit makkelijk wordt gemaakt. • Stap voor stap verduurzamen we alles wat rijdt en vaart in Amsterdam. Dat doen we met bewustwordingscampagnes, laadinfrastructuur, privileges voor uitstootvrije modaliteiten en het realiseren van milieuen uitstootvrije zones.

• We voldoen sinds 2020 aan de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. • In 2023 hebben in totaal 1.647 parkeer­ plekken een andere invulling gekregen. Deze zijn niet meer beschikbaar om te parkeren. Tussen 2019 en 2023 zijn in totaal 7.108 parkeerplekken vrijgemaakt. • Voor alle voertuigcategorieën stijgt het aantal uitstootvrije voertuigen. De stijging bij stads­ bussen, scooters en taxi’s verloopt het snelst. • Amsterdam telt nu zes milieuzones waarmee de meest vervuilende voertuigen worden geweerd: personenauto’s, taxi’s, bestel- en vrachtauto’s, brom- en snorfietsen en autobussen. • Ongeveer een derde van het gemeentelijke wagenpark is uitstootvrij. Alles scooters rijden elektrisch. Voor de andere type voertuigen zijn de doelstellingen nog niet gehaald. • Alle gemeentelijke dieselvoertuigen rijden op biodiesel (HVO 100%). • Eind 2023 staan er in totaal circa 7.800 laad­ punten en ruim 100 snellaadpunten die publiek toegankelijk zijn en groene stroom leveren.

• In 2023 is de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit Amsterdam 2023 - 2026 vastgesteld. • Vanaf 2023 is het mogelijk om een sloop­ subsidie voor oude dieselauto’s en bestelbusjes aan te vragen. • In 2023 is een nieuwe concessiehouder gecontracteerd om het publieke laadnetwerk verder uit te breiden.

We werken toe naar uitstootvrij verkeer omdat we schone lucht en een flinke reductie van de uitstoot van broeikasgassen willen.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

Doorkijk 2024 • In 2024 gaan we door met het vrijmaken van ruimte door parkeerplekken een andere invulling te geven. • De invoering van de uitstootvrije zone voor stadslogistiek, brom- en snorfietsen, taxi en de aanscherping van de milieuzone personen­ auto’s wordt voorbereid. • De gemeente neemt aanvullende stimulerende en faciliterende maatregelen om voer- en vaartuigbezitters te ondersteunen.

Besparing: We stimuleren energiezuinige en actieve verplaatsingen. Zo verminderen we de negatieve impact van ons verplaatsings­ gedrag.

Aandachtspunten • Netcongestie beperkt de mogelijkheden voor zwaardere laadinfrastructuur aansluitingen. • Voor de invoering van een uitstootvrije zone is landelijke regelgeving nodig.

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

19

1.3 Verduurzamen van de industrie Aandeel totale CO2-uitstoot Amsterdam heeft een relatief kleine industrie­ sector. De meeste van de industriële bedrijven zijn gevestigd in het havengebied. In dit gebied wordt energie op grote schaal geproduceerd, worden brandstoffen opgeslagen en klaargemaakt om te worden vervoerd. Het Havenbedrijf is verantwoordelijk voor het beheer, de exploitatie en de gebiedsontwikkeling in dit gebied. Als aandeelhouder hebben we een belangrijke rol in het creëren van de randvoorwaarden om de transitie te realiseren.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

De rol van de Gemeente Amsterdam We werken aan het creëren van de rand­ voorwaarden voor de energietransitie in de haven. Dit doen we in nauwe samenwerking met het Havenbedrijf, onze partners in het Noordzeekanaalgebied en de bedrijven in de haven. Voor de niet gereguleerde markt van stoom, lagedrukwaterstof en CO2 nemen we een proactieve en aanjagende rol aan.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

15,2%

Uitvoering Energietransitie

20

Samenvatting verduurzamen van de industrie Omzet

Opslagcapaciteit

Aandeel totale omzet van Havenbedrijf Amsterdam niet gerelateerd aan fossiele brandstoffen als percentage van het geheel

Aandeel opslagcapaciteit in het havengebied ingezet voor duurzame brandstoffen

Aandeel van de totale omzet van het Havenbedrijf Amsterdam niet gerelateerd aan fossiele brandstoffen

Aandeel opslagcapaciteit in het havengebied ingezet voor duurzame brandstoffen Doel

Doel

59,5

61,7

63

12,5

65

8,4

5,4

2020

2021

2022

2025

2020

Bron: Havenbedrijf Amsterdam

2021

2022

2025

Bron: Havenbedrijf Amsterdam

Het aandeel van de omzet van het Havenbedrijf dat niet gerelateerd is aan fossiele brandstoffen stijgt, van bijna 60% in 2020 naar 63% in 2022. Het aandeel non-fossiele omzet wordt berekend op basis van financiële gegevens. Hierbij is vooraf vastgesteld welke inkomsten gecategoriseerd zijn als fossiel en welke als nonfossiel. In 2025 willen we dat het aandeel van de totale omzet van het Havenbedrijf dat niet gerelateerd is aan fossiele brandstoffen toeneemt tot tenminste 65%. Het jaar 2022 is het meest recente jaar waarvoor een compleet beeld beschikbaar is van deze cijfers.

Leeswijzer

5,7

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

Het aandeel van de opslagcapaciteit in het havengebied dat wordt ingezet voor duurzame brandstoffen neemt toe. Informatie over de opslagcapaciteit voor duurzame brandstoffen wordt jaarlijks opgevraagd bij de terminal operators. Als deze toename de komende jaren doorzet dan is het doel om in 2025 minimaal 12,5% van de opslagcapaciteit te wijden aan duurzame brandstoffen haalbaar. Het jaar 2022 is het meest recente jaar waarvoor een compleet beeld beschikbaar is van deze cijfers.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

21

Verduurzamen van de industrie Doelen

Hoe bereiken we deze doelen?

Resultaten (hard)

Doorkijk 2024

• In 2050 willen we dat alle Amsterdamse industriële bedrijven klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat het gebruik van fossiele brandstoffen moet worden uitgefaseerd. • In 2025 willen we dat de havenindustrie, de scheepvaart en het Havenbedrijf Amsterdam samen een CO2 reductie realiseren van tenminste 10% van de in de in 2017 gemeten 920 kiloton. • In 2025 willen we dat het aandeel van de totale omzet van het Havenbedrijf dat niet gerelateerd is aan fossiele brandstoffen toeneemt tot tenminste 65%. • In 2025 willen we dat het aandeel van de opslagcapaciteit in het havengebied dat wordt ingezet voor duurzame brandstoffen toeneemt tot tenminste 12,5%. • In 2028 willen we een CO2 afvanginstallatie gerealiseerd hebben die jaarlijks minimaal 480 kiloton CO2-emissies kan afvangen.

• Voor het verduurzamen van de industrie zijn veel partijen nodig. Onze direct sturende en uitvoerende rol is beperkt. • De meeste Amsterdamse industrie is gevestigd in het havengebied. Het Havenbedrijf is verantwoordelijk voor het beheer, de exploitatie en de ontwikkeling van de gronden in het havengebied. We zijn de enige aandeelhouder van het Havenbedrijf. • Samen met onze partners in het Noordzeekanaalgebied (NZKG), de bedrijven in het havengebied, de provincie, het Rijk en de Omgevingsdienst, werken we aan de randvoorwaarden voor het verduurzamen van de industrie. We richten ons met name op de verduurzaming van de tien grootste industriële uitstoters. • We helpen bedrijven bij vergunning­ aanvragen. We stellen ruimtelijke contouren vast, waarin regio en rijk de puzzel leggen om voldoende ruimte te kunnen vinden voor energie-infrastructuur. • Om voldoende aanbod van duurzame energie te stimuleren zijn we betrokken bij de werkgroepen ‘verbinding aanlanding wind op zee (VAWOZ)’. • We zijn ook betrokken bij het initiatief ‘waterstof naar Amsterdam’(H2A), dat zich actief inzet om waterstofimport richting Amsterdam op te zetten.

• Afvalverbrander AEB krijgt een subsidie van het Rijk waarmee de CO2 die vrijkomt in de afvalovens kan worden opgevangen • De ontwikkelingen rond het waterstof­netwerk vorderen. Er zijn aanvullende onderzoeken nodig. • Argent Energy heeft aangegeven dicht bij een overeenkomst te zijn met het AEB voor de aanleg van een stoomnet.

• Het Havenbedrijf werkt in 2024 aan een nieuwe visie voor 2040 en een strategisch plan voor vier jaar vanaf 2025. • De voorbereidingen worden getroffen om in 2025 de investeringsbeslissing te kunnen nemen over de CO2-afvanginstallatie van het AEB. • In 2024 verwachten we dat de eerste investe­ ringsbeslissingen worden genomen en dat het Havengebied en het Noordzeekanaalgebied internationaal op de kaart komen te staan De transitie naar een waterstof en koolstof economie zal zichtbaar worden.

De industrie is verantwoordelijk voor een groot deel van de CO2-uitstoot. Samen met de industriële bedrijven zoeken we manieren om energie te besparen en slimmer te gebruiken.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

Resultaten (zacht) • We zijn trekker van de CO2 tafel NZKG en we zijn daarmee nauw betrokken bij de realisatie van de CO2 infrastructuur. • We werken met Waternet aan het oplossen van het tekort aan industriewater. • We voeren lobby gericht op de benodigde wetgeving en financiële impuls voor de verduurzaming van de industrie. • We zijn betrokken bij verschillende nationale en Europese samenwerkingsverbanden met het doel om randvoorwaarden te creëren voor het verduurzamen van de industrie.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Besparing: In gesprek met industriële bedrijven zoeken we naar slimme gebruiksvormen, zodat minder energie nodig is voor de industrie.

Aandachtspunten • Congestieproblematiek • Tekort aan mensen • Beschikbaarheid waterstof • Betaalbaarheid • Wet & regelgeving • Fysieke, milieu & veiligheidsruimte

Uitvoering Energietransitie

22

Energie-infrastructuur De huidige energie-infrastructuur is onvoldoende om aan de energievraag van de toekomst te voldoen. Om van duurzame energiebronnen gebruik te kunnen maken, is uitbreiding en aanpassing van de infrastructuur hard nodig. We werken samen met bedrijven en netbeheerders aan het uitbreiden van het elektriciteitsnet en de realisatie van warmtenetten. In het havengebied wordt gewerkt aan stoom- en waterstofinfrastructuur.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

2

Uitvoering Energietransitie

23

2.1 Elektriciteitsinfrastructuur Elektriciteit heeft een sleutelrol in de energietransitie. Het aantal inwoners van de stad groeit. We gaan elektrisch koken, rijden en verwarmen. Industriële processen worden elektrisch en elektriciteit wordt op steeds meer plekken (decentraal) geproduceerd. Zonder voldoende capaciteit op het stroomnetwerk is een klimaatneutrale stad in 2050 onmogelijk. Het stroomnetwerk bestaat uit het landelijke hoogspanningsnet en het lokale distributienet. Het hoogspanningsnet brengt stroom via kabels van TenneT naar grote elektriciteitsstations van Liander de stad in. Het distributienet brengt deze stroom via transformatorhuisjes (elektriciteitshuisjes) verder tot aan kleinverbruikers en huishoudens. TenneT en Liander werken de komende jaren aan het vergroten van bestaande elektriciteitsstations, het bouwen van nieuwe elektriciteitsstations en het aanleggen van kabelverbindingen.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

De rol van de Gemeente Amsterdam We werken samen met Liander, TenneT en het Havenbedrijf aan het uitbreiden van het stroomnetwerk. De gemeente Amsterdam stuurt en toetst op de ruimtelijke inpassing van deze infrastructuur. We verlenen benodigde vergunningen, maar acteren ook als regisseur in de planvorming om werkzaamheden slim te combineren.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

24

Samenvatting voortgang elektriciteitsinfrastructuur Elektriciteitshuisjes

Elektriciteitsstations

Totaal aantal elektriciteitshuisjes in Amsterdam

Totaal opgesteld vermogen elektriciteitsstations Amsterdam (MVA)

Realisatie

Realisatie

Doel

Doel

5.100

4.050

4.800

3.700

2.300 2.385

2.479

2021

2023

2022

1.986

2.157

1.750

2030

2040

2050

2022

2023

2030

Bron: Liander

Bron: Liander

Het aantal elektriciteitshuisjes in de stad neemt toe. Op basis van het hoge scenario dat is geschat en opgenomen in het Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam (OP) is een ruime verdubbeling van het aantal elektriciteitshuisjes, ook wel middenspannings­ ruimtes (MSR’s), nodig voor een toekomstbestendig stroomnetwerk. Om aan de verwachte behoefte te voldoen moeten er tot 2050 circa 2.600 MSR’s worden bijgebouwd, waarvan 1.200 in de bestaande stad.

Leeswijzer

2021

1. Energiegebruik

Het totale vermogen in mega-volt-ampère (MVA) van elektriciteitsstations neemt toe. Op basis van het Ontwikkelkader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 moeten er 33 nieuwe elektriciteitsstations gebouwd worden. Daarnaast moeten 13 bestaande stations worden verbouwd en uitgebreid om aan de verwachte behoefte te voldoen.

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

25

Een toekomstbestendig elektriciteitsnet Doelen

Hoe bereiken we deze doelen?

Resultaten (hard)

Doorkijk 2024

• In 2023 is het totaal opgesteld vermogen van elektriciteitsstations in Amsterdam 2.157 MVA. In 2030 dient dit 4.050 MVA te zijn. • In 2050 willen we 13 van de 24 bestaande elektriciteitsstations uitgebreid en/of vernieuwd hebben. Er moeten 33 nieuwe elektriciteitsstations gerealiseerd worden. • Met de aansluiting van de gemeente Weesp zijn daar twee elektriciteitsstations bijge­ komen. De totale opgave bedraagt daarmee 43 uit te breiden, te vernieuwen of nieuw te bouwen elektriciteitsstations. • In 2050 dienen er in totaal 5.100 elektriciteits­ huisjes te staan in Amsterdam. Ten opzichte van 2023 dienen er 2.600 elektriciteitshuisjes bijgebouwd te worden, waarvan 1.200 in de bestaande stad. • Er is meer dan 1.000 kilometer aan kabels nodig om huizen en voorzieningen met midden- en kleinverbruik aansluitingen, ook in de toekomst te kunnen voorzien van stroom.

• Het stroomnetwerk in de gemeente Amsterdam zal de komende jaren drastisch moeten veranderen. • We werken aan methodes om de capaciteit van het netwerk zo efficiënt mogelijk te benutten. • Vast staat dat de vraag naar stroom in 2050 3,5 tot 5 keer zo groot zal zijn. • Netbeheerders TenneT en Liander breiden alle onderdelen van het netwerk de komende jaren fors uit. Binnen de Taskforce Congestie Amsterdam werken we samen met hen aan deze opgave. De Taskforce bestaat uit TenneT, Liander, Port of Amsterdam en de gemeente Amsterdam.

• In 2023 is de capaciteit op elektriciteits­ stations verhoogd en er zijn nieuwe stations in gebruik genomen. Dat zorgt voor een verhoging van de capaciteit met 171 MVA. Het totaal komt daarmee op 2.157 MVA. • Sinds 2021 zijn er 179 elektriciteitshuisjes gerealiseerd. Het totaal komt daarmee in 2023 op 2.479 elektriciteitshuisjes.

• In 2024 start de bouw van 6 elektriciteitsstations. • Het Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam wordt in Q1 2024 aan de raad ter kennisneming aangeboden.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

Resultaten (zacht) • Eind 2022 is het Ontwikkelingskader EVA 2035 vastgesteld. Hierin is de opgave beschreven voor de elektriciteitsstations. • Begin 2024 is het Ontwikkelperspectief Distributienet (OP) vastgesteld. Hierin staat de opgave beschreven op distributienetniveau. • Het College heeft besloten dat er een nieuw elektriciteitsstation in Zuidoost, nabij de Gaasperdammertunnel wordt ontwikkeld. • Er zijn afspraken gemaakt met de netbeheerder over de inpassing van zes elektriciteitsstations.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Aandachtspunten • Tekort aan ruimte in de onder- en bovengrond • Tekort aan (openbare, inpandige) ruimte bovengronds • Financieringsmogelijkheden netbeheerders • Materiaal tekort (kabels en transformatoren tekort) • Ruimtelijke inpassing infrastructuur • Tekort aan technisch personeel • Elektromagnetische velden

Het toekomst­ bestendig maken van het stroomnetwerk is cruciaal voor de transitie naar duurzame energie en de groeiende vraag naar elektriciteit

Uitvoering Energietransitie

26

Uitgelicht

Het bestaande stroomnet beter benutten

Energietransitie

Er is schaarste op het elektriciteitsnet en daarom kunnen bedrijven geen nieuwe of grotere aansluiting krijgen. Maar er zijn gedurende de dag momenten waarop het net niet vol is. Dat heeft te maken met de manier waarop we normaal gesproken afspraken maken over het gebruik van het elektriciteitsnet. Bedrijven hebben vaak maar op enkele momenten in het jaar de volledige capaciteit nodig. Flexibele contracten bieden hier een uitkomst om het elektriciteitsnet beter te benutten als zowel het regionale- als het hoogspanningsnet dit toelaten. Het Havenbedrijf heeft een energiecoöperatie opgericht, de Energie Coöperatie Amsterdamse Haven. De ECAH heeft in samenwerking met de Taskforce Congestie Amsterdam (waar de gemeente Amsterdam en Liander deel van uitmaken) een oplossing ontwikkeld waardoor het mogelijk wordt om als groep bedrijven gezamenlijk flexibel met de ruimte op het elektriciteitsnet om te gaan. Dankzij het flexibele groepscontract in combinatie met de samenwerking in het Amsterdamse havengebied ontstaan meer mogelijkheden voor bedrijven in de haven omdat het bestaande elektriciteitsnet beter kan worden benut.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

27

2.2 Warmte-infrastructuur Een groot deel van de gebouwen wordt nu nog verwarmd op basis van aardgas en is aangesloten op het aardgasnet. Deze gebouwen moeten op een andere manier van warmte worden voorzien. Dit doen we door wijk voor wijk een alternatief te creëren, zoals duurzame stadswarmte, lokale restwarmte, bodemenergie of aquathermie. Amsterdam beschikt over een groeiend stadswarmtenet. Ook zien we kleinere warmtenetten in wijken ontstaan. De bouw van deze netten is een grote opgave in de openbare ruimte van onze stad, zowel boven als ondergronds.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

De rol van de Gemeente Amsterdam We voeren regie, ondersteunen en investeren. We subsidiëren het onrendabele deel van de businesscases van initiatiefnemers en we investeren in de infrastructuurprojecten die nodig zijn om aardgasvrij te worden. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden voor een (in meerderheid) publiek warmtebedrijf, na aankondiging van de Wet collectieve warmte (Wcw).

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

28

Samenvatting voortgang warmte-infrastructuur Aardgasvrij

Aardgasvrij

Aandeel woningen en niet- woningen dat aardgasvrij is

Aandeel aardgasvrije woningequivalenten per buurt

Aandeel aardgasvrije woningequivalenten

Woningen Niet-woningen

0 - 0,1

Totaal

0,1 - 0,2 0,2 - 0,4 0,4 - 0,7 0,7 - 1

38%

34%

19% 14%

2023

24% 19%

2024

Bron: O&S

Bron: Liander, aardgasaansluitingen en het aantal aardgasvrije woningen op buurtniveau

Begin 2024 is in totaal 24% van de woning­ equivalenten in de stad aardgasvrij (150 duizend van de 622 duizend). Voor woningen is dit 19% (88 duizend van de 459 duizend). Voor de gebouwen zonder woonfunctie geldt dat 38% aardgasvrij is (62 duizend van de 163 duizend). In 2040 willen we dat Amsterdam aardgasvrij is.

Leeswijzer

We maken gebruik van data van Liander over het aantal aardgasaansluitingen en het aantal aardgasvrije woningen. Hierbij wordt gekeken naar woningequivalenten. Een woningequivalent is gedefinieerd aan de hand van het oppervlak en het gebruiksdoel. Elke woning representeert één woningequivalent, voor overige gebouwen wordt per 130 m2 oppervlakte een woningequivalent gerekend. Een adres is aardgasvrij wanneer er een elektriciteitsaansluiting aanwezig is, maar geen aardgasaansluiting (ook geen kookgas of centrale voorziening op pandniveau).

1. Energiegebruik

Het aandeel aardgasvrije woningequivalenten is niet gelijkmatig verdeeld over de stad. Een belangrijke factor in de hoeveelheid aardgasvrije woningequivalenten is de aanwezigheid van het bestaande warmtenet. Zeeburg en IJburg zijn bijvoorbeeld aangesloten op dit warmtenet, net als de buurten rondom de ring in West en delen van Noord en Zuidoost. De komende jaren worden ook steeds meer woningen aangesloten op lokale warmtenetten op basis van bodemenergie, aquathermie of restwarmte uit datacenters.

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

29

Aardgasvrije warmte-infrastructuur Doelen

Hoe bereiken we deze doelen?

Resultaten (hard)

Doorkijk 2024

• In de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 is vastgelegd dat de gemeente Amsterdam in 2040 aardgasvrij en in 2050 klimaatneutraal is. In 2040 willen we dat de gehele stad wordt voorzien van betaalbare, aardgasvrije en duurzame warmtevoorzieningen. We streven ernaar om in 2030 in totaal 260.000 woningequivalenten aardgasvrij te verwarmen. • Programma Warm Amsterdam heeft het doel om op 1 januari 2027 10.000 woningen aangesloten te hebben op de bestaande warmtenetten van Vattenfall en WPW. • In de transitievisie warmte is op basis van de laagste maatschappelijke kosten ingeschat dat voor 2040 in totaal 485.000 woningequivalenten (WEQ) op collectieve warmtevoorzieningen worden aangesloten.

• Het Programma Warm Amsterdam is een samenwerking waarin zes woningbouw­ corporaties, twee warmtebedrijven en de gemeente Amsterdam zich verenigd hebben om woningen aan te sluiten op het stadswarmtenet. • Het programma Collectieve Warmte Amsterdam (CWA) is in 2024 is gestart met een programmatische aanpak voor Collectieve Warmte. Het programma is verantwoordelijk voor de verschillende fases van de uitvoering vanaf de haalbaarheids­ fase tot realiseren en daarna het beheer van duurzame warmtevoorzieningen bij grootschalige gebiedsontwikkelingen en ontwikkelingen in de bestaande stad. • We ondersteunen warmte-initiatieven van bewoners en coöperaties door partijen bij elkaar te brengen en proceskosten of investeringen te subsidiëren. Zoals in Middenmeer (5.000 woningen), bij KetelhuisWG (2.500 woningen). • In Buikslotermeer Noord werken we aan een lokaal decentraal bronnet waar met behulp van warmte uit het riool 700 woningen duurzaam verwarmd worden.

• Per maart 2024 is 24% van de woning­enequivalenten in Amsterdam aardgasvrij. In totaal gaat het om 150.000 woningequivalenten. • In de periode 2019 tot en met 2022 zijn in totaal circa 4.000 bestaande woningen aardgasvrij geworden en ruim 2.500 woning­ equivalenten bij utiliteitsbouw. • Voor woningen ligt het aandeel aardgasvrij momenteel op 19% en voor utiliteitsbouw op 38%. • Bijna 98% van de nieuwbouw woningen wordt aardgasvrij gebouwd.

• De Transitievisie Warmte over de aardgasvrije warmteopties wordt getoetst en herzien in een nieuw warmteprogramma. Het doel is om het programma in 2026 vast te stellen. • Er komt meer aandacht voor de ‘all-electric’-buurten in de stad. • We treffen de voorbereidingen voor de volgende 13 Warm Amsterdam buurten (in totaal ca. 13.000 woningen).

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

Resultaten (zacht) • De Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) van circa 3,5 miljoen is toegekend voor het initiatief KetelhuisWG en het definitief ontwerp is opgeleverd. • CWA: Start voorbereidingen aanbestedingen in 2024; Sluisbuurt Noord, Arenapoort West • CWA: Advies, begeleiding en ondersteuning bij nieuwe initiatieven in de bestaande stad op technische en uitvoeringshaalbaarheid. • Warm Amsterdam: er zijn definitieve ­investeringsbesluiten genomen voor de eerste vier buurten. In totaal gaat het om ca. 4.000 woningen. • Concessies: aanbestedingen voor concessie­ gebieden Centrumeiland en WAD-kwartier zijn in voorbereiding.

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Aandachtspunten • Betaalbaarheid voor inwoners en bedrijven • Veranderende wet- en regelgeving (WcW, WGiW) • Positionering en investeringsbereidheid van warmtebedrijven • Onzekere technische ontwikkelingen • Ontwikkelaars die individuele oplossingen verkiezen boven collectieve oplossingen • Woningbouwopgave; Snelheid vs optimale oplossing • Tekort aan middelen en instrumentarium om te sturen

In 2040 moeten alle gebouwen in de stad duurzaam worden verwarmd. Daarom besparen we energie en stimuleren we het vervangen van aardgas door alternatieve warmtebronnen.

Uitvoering Energietransitie

30

Uitgelicht A-Master

Toekomstbestendige industrie in onze haven

Energietransitie

Op dit moment is de industrie in het havengebied nog sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen. In de haven wordt hard gewerkt aan een toekomstbestendige industrie waar gebruik gemaakt wordt van duurzame energiebronnen. Naast zon en wind, ook stoom en groene waterstof. Voor het transport van stoom en groene waterstof is er een vernieuwde infrastructuur nodig. Samen met het Havenbedrijf, AEB en de gevestigde industrie zijn we de mogelijkheden aan het verkennen om een stoomnetwerk aan te leggen. Daarnaast biedt groene waterstof de mogelijkheid om bijvoorbeeld staal te produceren. Om waterstof in te zetten als brandstof is transport nodig via een nationaal dekkend waterstofnetwerk. De focus van de gemeente Amsterdam als aandeelhouder van het havenbedrijf ligt op het creëren van de randvoorwaarden die bestaande bedrijven helpt om te verduurzamen en nieuwe innovatieve duurzame bedrijven aantrekt om zich hier te vestigen.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

31

Duurzame energiebronnen Fossiele brandstoffen zijn geen onuitputtelijke energiebronnen. Ze raken een keer op. Hernieuwbare energiebronnen zijn wel onuitputtelijk. In Amsterdam maken we gebruik van windturbines en zonnepanelen om elektriciteit te produceren. In de toekomst komen daar technieken bij die nu nog verder doorontwikkeld moeten worden. De productie van windturbines en zonnepanelen brengt wel milieu- en klimaatschade met zich mee. In de praktijk worden de begrippen hernieuwbaar en duurzaam vaak door elkaar gebruikt.

Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

3

Uitvoering Energietransitie

32

3.1 Duurzame energiebronnen We zetten in op een duurzame, stabiele elektriciteitsvoorziening. De komende jaren neemt de vraag naar stroom verder toe. De elektriciteitsvoorziening moet in de toenemende behoefte voorzien. Daarvoor wordt ingezet op de groei van zowel zonne-energie als windenergie. In de winter wordt er meer elektriciteit gepro­duceerd door windturbines, omdat het vaker waait en de zon minder schijnt. In de zomer wordt er meer elektriciteit geproduceerd door zonnepanelen. Het gebruik van daken voor het opwekken van zonne-energie draagt bij aan de opwek van elektriciteit. Op daken kan potentieel elektriciteit worden opgewekt voor 400.000 à 500.000 huishoudens.

De rol van de Gemeente Amsterdam Voor zonne-energie hanteert Amsterdam een doelgroep gerichte aanpak om het plaatsen van zonnepanelen te stimuleren en we kijken naar locaties waar dubbel ruimte­ gebruik mogelijk is. De rol die we vervullen bij het realiseren van windenergie hangt af van wie de eigenaar is van de grond waarop een windturbine wordt gerealiseerd en wie bevoegd is om de benodigde vergunningen te verstrekken. Afhankelijk daarvan kan de gemeente de realisatie van windenergie sturen, faciliteren en aanjagen.

In 2025 verwachten we meer inzicht in de potentie van aardwarmte in en rond Amsterdam. Aardwarmte is een potentiële bron voor de verdere verduurzaming van warmtenetten. We maken in Amsterdam al gebruik van bodemenergie en aquathermie om gebouwen te verwarmen en te koelen. Leeswijzer

1. Energiegebruik

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

33

Samenvatting voortgang duurzame energiebronnen Opwek windenergie

Opwek zonne-energie

Totaal opgesteld vermogen windenergie in Amsterdam

Totaal opgesteld vermogen zonne-energie in Amsterdam

Realisatie

Vermogen

Doel

Doelstelling 1.100 127

75 66

75

75

550

62

270 123

2019

2020

2021

2022

2023

2030

Bron: O&S

44

2030 2040

Bron: O&S

In 2023 is het vermogen dat windturbines kunnen opwekken in Amsterdam, met 28 windturbines, gelijk gebleven (75 mWp). Dit is ongeveer 60% van de doelstelling. Het streven is nog ongeveer 17 windturbines te realiseren en zo de doelstelling voor 2030 te halen.

Leeswijzer

30

72

20 16 20 17 20 18 20 19 20 20 20 21 20 22 20 23

21

152

200

1. Energiegebruik

Beide figuren geven het opgesteld vermogen in Megawattpiek (mWp). Megawattpiek is een eenheid die aangeeft hoeveel vermogen een zonnepaneel kan produceren onder standaard testcondities. Het daadwerkelijk opgewekte vermogen wordt beïnvloed door onder andere weersomstandigheden en de positionering van de windturbines en daken.

Het potentiële vermogen van zonnepanelen kwam eind 2023 uit op 270 mWp. Het doel om in 2023 minimaal 250 mWp te realiseren is gehaald. Om het doel van 2030 te halen, moet het opgesteld vermogen jaarlijks met zo'n 40 mWp toenemen.

2. Energie-infrastructuur

3. Duurzame energiebronnen

Bijlagen

Uitvoering Energietransitie

34

Maximaal benutten van zonne-energie Doelen

Hoe bereiken we deze doelen?

Resultaten (hard)

Doorkijk 2024

• In 2025 willen we 350 mWp aan opgesteld vermogen zonne-energie in Amsterdam. • In 2030 willen we minimaal de helft van de totale potentie op Amsterdamse daken benutten voor het opwekken van zonneenergie, oftewel 550 mWp (520 GWh) geïnstalleerd vermogen, waarvan 400 mWp (380 GWh) op grote daken. • Voor 2040 is de ambitie dat op 100 procent van alle geschikte daken zonne-energie wordt opgewekt (1.100 mWp). • Naast de daken zetten we in op het benutten van de mogelijkheden voor dubbelgebruik van stedelijke ruimtes, zoals (tijdelijk) braakliggende gronden, parkeerlocaties en ruimte langs rijkswegen.

• We zetten in op het gebruik van alle geschikte daken en zetten de doelgroepgerichte aanpak om zon op dak te stimuleren voort. • We zetten in op het versnellen van de ­realisatie van zonne-energie op grote daken. • Via een samenwerking met het Havenbedrijf werken we aan het benutten van het grote potentieel voor zonne-energie. • We onderzoeken de mogelijkheden tot verplichting voor het benutten van daken. • Eigen (parkeer)terreinen van de gemeente en (tijdelijke) gronden, zoals strandeiland en buiteneiland worden ingezet voor het opwekken van duurzame energie. • Naast de kwantitatieve opgave voor zon, werken we aan kwalitatieve doelstellingen. Zoals aan lokaal eigendom, het tegengaan van energiearmoede en het stimuleren van circulariteit en innovatie. • We voeren collectieve inkoopacties uit voor daken in beschermd stadsgezicht en voor daken van huiseigenaren en kleine vve’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14475195/1