2. ANONIEM Nota van beantwoording Inspraak Omgevingsplan Basisregeling Definitief 23 juni 2023
Tekst van het document
19.3 Bedrijvenregeling met name in relatie tot het industrieterrein van provinciaal belang met de daarbij behorende milieucontour De meeste regels voor milieubelastende activiteiten zoals die nu in het Activiteitenbesluit milieubeheer staan, komen per januari vanuit het rijk direct in het omgevingsplan (door middel van de zogenaamde bruidsschat). Amsterdam kiest ervoor deze regels op een door de gemeente gewenste plaats in het omgevingsplan te zetten, waarvan de meeste in hoofdstuk 10. De inhoud van de regels is zo goed als identiek aan de regels uit de bruidsschat. Vooralsnog gaat adressant er vanuit dat deze regels voldoende zijn om de bestaande milieugebruiksruimte te borgen of te beperken waar dat nodig is. Adressant vraagt of de gemeente gedacht had aan het opnemen van regels voor geur overeenkomstig de provinciale beleidsregel beoordeling geurhinder? Tevens wordt de vraag gesteld of Amsterdam de regels voor het havengebied afstemt met de gemeente Oostzaan. Beantwoording De regels in hoofdstuk 10 sluiten inderdaad zo veel mogelijk aan bij de regels uit de bruidsschat. Enkele aanpassingen waren echter onvermijdbaar gelet op de instructieregels die het Rijk in het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn gesteld.
Ten aanzien van de gewijzigde regels wordt de basisregeling met een overgangsregeling aangevuld opdat bestaande bedrijven (en andere milieubelastende activiteiten) niet ineens met nieuwe regels worden geconfronteerd. Deze basisregeling houdt aldus rekening met bestaande milieugebruiksruimte. 67
Definitieve versie
23 juni 2023
De gemeente Amsterdam heeft het voornemen om een geurbeleid op te stellen (zoals aangekondigd in de Omgevingsvisie Amsterdam). In dat kader wordt onderzocht in hoeverre inhoudelijk wordt aangesloten bij de provinciale beleidsregel beoordeling geurhinder. De basisregeling bevat geen ruimtelijke regels die vanaf vaststelling zullen gelden in het havengebied. Bij het vervangen van daar geldende bestemmingsplannen wordt bekeken welke regels uit de basisregeling toegepast moeten worden. Mogelijk wordt de basisregeling dan ook aangevuld met regels gelet op het bijzondere karakter van dat gebied. Bij dat proces worden buurgemeenten betrokken indien de wijziging van het omgevingsplan voor buurgemeenten gevolgen heeft.
19.4 Agrarisch bedrijf a. De gemeente verwijst voor de definitie van agrarisch bedrijf naar de definitie zoals opgenomen in de omgevingsverordening. De agrarische sector is beweging, wat als de provincie de definitie veranderd? b. Het valt op dat de basisregeling nog een uitgeklede regeling is voor wat betreft bijvoorbeeld nevenactiviteiten en logiesactiviteiten. Komen deze activiteiten nog in de basisregeling? c. In de basisregeling is opgenomen dat gewassenteelt in gebouwen in het landelijk gebied mogelijk is. Kan de gemeente dit toelichten? In de basis is deze manier van teelt niet in overstemming met het provinciale beleid dat ziet op teelt in de volle gronden en/of in een kas. Beantwoording Ad. a: Voor agrarisch bedrijf is in de basisregeling omgevingsplan een begripsbepaling opgenomen, waarbij aansluiting is gezocht bij de definitie van agrarisch bedrijf uit de omgevingsverordening NoordHolland. Hiermee wordt beoogd om te zorgen voor een goede aansluiting op de instructieregels uit de omgevingsverordening en een zo eenduidig mogelijk omgevingsrecht. Als de provincie in de verordening de definitie veranderd blijft de begripsomschrijving in het omgevingsplan Amsterdam ongewijzigd. De gemeente kan vervolgens afwegen of ook in het omgevingsplan een wijziging nodig is. Ad.
b: Het klopt dat er in de basisregeling nog geen regeling is opgenomen voor nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven. Op verschillende locaties in gemeente Amsterdam is sprake van agrarische activiteiten, zoals in Landelijk Noord, Nieuw-West en Weesp. Niet op alle locaties is in het geldende bestemmingsplan een regeling opgenomen voor nevenactiviteiten of de regelingen verschillen inhoudelijk. Op het moment dat bestemmingsplannen worden omgezet naar het omgevingsplan zal een afweging worden gemaakt over voortzetting of wijziging van de regeling voor nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven. Op dat moment zullen ook regels daarover worden toegevoegd aan het omgevingsplan. Ad. c: In de basisregeling is voor de indeling van de paragrafen van Agrarische activiteiten aangesloten bij indeling voor MBA in het Bal (veehouderij, glastuinbouwbedrijf, teelt van gewassen in de open lucht, teelt van gewassen in een gebouw). In paragraaf 3.2.11.3 (Het telen van gewassen in een gebouw) was voorzien in een regeling voor glastuinbouw en het telen van gewassen in een gebouw. In de geldende bestemmingsplannen is alleen sprake van regulering van glastuinbouw. Ook uit de toelichting van de provinciale verordening blijkt dat een bedrijf met schuurkassen wordt beschouwd als een regulier agrarisch bedrijf, en dat dit dus niet nader wordt gereguleerd.
Paragraaf 3.2.11.3 wordt aangepast en zal alleen betrekking hebben op glastuinbouw.
19.5 Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden/ cultureel erfgoed (provinciaal monument) Wij vragen ons of het erfgoed van uitzonderlijke universele waarde (Stelling van Amsterdam) goed geborgd is in de basisregeling.
68
Definitieve versie
23 juni 2023
Beantwoording In de omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland wordt de Stelling van Amsterdam aangeduid als erfgoed van uitzonderlijke universele waarde. In artikel 6.49, tweede lid, van de omgevingsverordening is bepaald dat een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde regels bevat die zijn gericht op de instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het derde lid bepaalt dat een ruimtelijke plan ter plaatse van het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde uitsluitend voorziet in nieuwe activiteiten die de kernkwaliteiten als bedoeld in het eerste lid niet aantasten. Het vierde lid bevat een uitzondering op het derde lid. Met vaststelling van de basisregeling wordt niet voorzien in nieuwe activiteiten. Dat komt pas later (eventueel) aan de orde, bij wijzigingsbesluiten waarmee bijvoorbeeld een geldend bestemmingsplan ter plaatse van de Stelling van Amsterdam wordt vervangen. Dan zal de instructieregel van de provincie in acht moeten worden genomen.
19.6 Mantelzorg Is het goed geregeld dat mantelzorgwoningen weer worden verwijderd, met name in het buitengebied? Beantwoording De regels met betrekking tot mantelzorg zijn ongewijzigd ten opzichte van huidig recht. Gelet op de strekking van de betreffende regels zijn mantelzorgwoningen toegestaan zolang de mantelzorg plaatsvindt. Hierin wordt geen verandering beoogd. Voor zover bekend bevat de provinciale verordening hierover geen instructieregels.
19.7 Natuur De ruimtelijke regels voor natuur zijn nog niet ingevuld. Krijgen de door de provincie aangewezen NNN gebieden en de natuurgebieden het gebruiksdoel Natuur? Wij zijn benieuwd hoe Amsterdam de regels gericht op bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling hiervan in de regeling opneemt. Beantwoording In de omgevingsverordening NH2022 zijn instructieregels opgenomen voor onder andere het NNN. Bij het omzetten van bestemmingsplannen naar het omgevingsplan moet voldaan worden aan deze instructieregels. Waar nu in een bestemmingsplan de bestemming Natuur of Groen geldt zal straks waarschijnlijk de activiteit Natuur of Groen aan een locatie worden gekoppeld. In de basisregeling is een paragraaf Natuur gereserveerd. Het is de vraag of voor natuur echt een apart gebruiksdoel nodig is. Gelet op de regels die van toepassing zijn op het gebruiksdoel groen lijkt het erop dat de regels voor een gebruiksdoel natuur niet wezenlijk anders zouden zijn. Mogelijk dat volstaan kan worden met de toevoeging binnen de regels over het gebruiksdoel groen dat bepaalde gebieden bijvoorbeeld uitsluitend voor natuurontwikkeling zijn bedoeld. Bij het vangen van een bestemmingsplan waarbinnen natuur ligt, zal die keuze gemaakt moeten worden. Een dergelijke wijziging kent een eigen afweging en voorbereidingsprocedure.
Met de basisregeling zoals die nu voorligt wordt nog niet voorzien in het vervangen van bestaande bestemmingsplannen. Het komt ook voor dat er bestaande stedelijke functies in NNN liggen, zoals bijvoorbeeld horeca of wonen. In zo’n geval ligt zal het gebruiksdoel Horeca of Wonen aan de betreffende locatie worden toegekend, waarbij zal worden afgewogen of het nodig is aanvullende regels op te nemen zodat de natuurwaarden voldoende zijn geborgd.
19.8 Amsterdam Heliport Op welke wijze neemt de gemeente de regels uit de omgevingsverordening voor de Luchthaven Amsterdam Heliport in acht? Stemt Amsterdam de wijze waar de regels in het omgevingsplan worden opgenomen af met de gemeente Oostzaan? 69
Definitieve versie
23 juni 2023
Beantwoording Bij het vervangen van bestemmingsplannen moet de gemeente aan alle instructieregels, zo ook aan die met betrekking tot Amsterdam Heliport uit de Omgevingsverordening Noord-Holland. Bij het toelaten van (hoge) bouwwerken, geluidgevoelige dan wel (beperkt of zeer) kwetsbare gebouwen en locaties binnen de aangewezen beperkingengebieden wordt de beperkingen die volgen uit het Besluit burgerluchthavens in acht genomen. Regels in de omgevingsverordening die rechtstreeks gelden voor de exploitant van Heliport worden in het omgevingsplan niet overgenomen aangezien dit onderwerp in hogere regelgeving uitputtend geregeld is. De huidige bestemmingsplannen bevatten geen regels die in strijd met het luchthavenbesluit zijn. Bij het vervangen van bestemmingsplannen moet daarmee opnieuw rekening worden gehouden. Bij het vervangen van bestemmingsplannen worden de buurgemeenten, dus ook de gemeente Oostzaan betrokken indien de wijziging van het omgevingsplan voor buurgemeenten gevolgen heeft. De gemeente Amsterdam heeft geen beleidsvrijheid ten aanzien van de instructieregels voor luchthaven Heliport. Nu de gevolgen vanwege luchthaven Heliport niet rechtstreeks uit het omgevingsplan, maar uit hogere regelgeving voortvloeien, noopt dit punt niet specifiek tot afstemming met buurgemeenten.
20. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Met betrekking tot de algemene toelichting worden de volgende opmerkingen gemaakt:
20.1 Onjuiste datum In paragraaf 2.1 staat voor de inwerktreding van de Omgevingswet 1 januari 2023 genoemd. Dit moet zijn 2024. Beantwoording: De toelichting zal in overeenstemming worden gebracht met de definitieve datum.
20.2 Relatie omgevingsplan - waterschapsverordening In het omgevingsplan wordt op bladzijde 16 vermeld dat een goede afstemming van de regels in het omgevingsplan en dat van onder andere waterschappen is vereist. Het is daarom van belang dat in het Omgevingsplan ook verwezen wordt naar het vigerend waterbeleid en de waterschapsverordening. Beantwoording: Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording onder punt A.2. Aan de toelichting zal in hoofdstuk 4 een alinea worden toegevoegd waarin wordt ingegaan op de relatie met de waterschapsverordening. Zie ook de beantwoording onder 17.10.
20.3 Belang waterkeringen verankeren in het omgevingsplan Hoofdstuk 4: Activiteiten binnen de beschermingszone van primaire én regionale waterkeringen kunnen effect hebben op de fysieke leefomgeving. Om het waterkering belang goed te borgen is het daarom van belang dat de genoemde waterkeringen goed verankerd zijn in het omgevingsplan met verwijzing naar de waterkeringbeheerder. Beantwoording: Het Besluit kwaliteit leefomgeving en de provinciale omgevingsverordening bevatten instructieregels met betrekking tot de bescherming van primaire en regionale waterkeringen, waaraan bij wijziging van het omgevingsplan uitvoering moet worden gegeven. Dat zal hoofdzakelijk aan de orde zijn bij wijzigingen van het omgevingsplan waarmee een onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan wordt vervangen, of een nieuwe ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt. Dat is nu niet aan de orde. De betreffende beschermingszone worden in het Besluit kwaliteit leefomgeving en de provinciale verordening aangewezen.
70
Definitieve versie
23 juni 2023
20.4 Integratie Hemelwaterverordening Blz 50: de hemelwaterverordening is onderdeel geworden van het tijdelijk deel (de bruidschat van het omgevingsplan) omdat artikel 10.32a Wet milieubeheer niet is teruggekomen in de Omgevingswet. Positief om te lezen is dat de integratie van de Hemelwaterverordening direct voorzien is bij de 1e wijziging van het omgevingsplan. Beantwoording: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
20.5 Inpassing paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders In 6.3.4 wordt gesproken over het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders waarvan de regels rechtstreeks in een al bestaand regelonderdeel van het omgevingsplan worden ingepast. Beantwoording: Het betreffende parapluplan wordt inderdaad beleidsneutraal overgenomen in de basisregeling.
20.6 Opname vigerend waterbeleid, verwijzing naar waterverordening Hoofdstuk 9 is nog niet gevuld en dient aangevuld te worden met vigerend waterbeleid uit de verschillende overheidslagen. Ook dient een verwijzing te worden opgenomen naar de toekomstige Waterverordening welke van kracht wordt vanaf het moment dat de Omgevingswet ingaat. Beantwoording: Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording onder punt 20.2.
20.7 Opname richtlijnen m.b.t. wat, bodem en klimaatadaptief bouwen Vanuit het Rijk is eind 2022 gesteld dat Water en bodem sturend moet zijn in de ruimtelijke ordening. Het hoogheemraadschap gaat ervan uit dat binnen het beleidskader van dit omgevingsplan 'Water en bodem sturend' ook al wordt meegenomen. Dit zelfde geldt voor de Richtlijnen Klimaatadaptief bouwen welke binnen de Metropoolregio Amsterdam MRA zijn opgesteld. Ook deze richtlijnen dienen worden opgenomen. Beantwoording: Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording onder punt 20.2.
20.8 Adviesplicht bouwwerken in beschermingszone In paragraaf 10.5.3 bij de beoordelingsregels dient ook worden opgenomen of een bouwwerk in de beschermingszone van een waterkering ligt. En zo ja, dan dient schriftelijk advies worden ingewonnen bij het hoogheemraadschap. Beantwoording: Bij het mogelijk maken van bouwwerken binnen beschermingszones van een primaire of regionale waterkeringen moet uitvoering worden gegeven aan de landelijk respectievelijk provinciale instructieregels. Mede gelet op artikel 2.2 van de Omgevingswet zal bij wijzigingsbesluiten waarmee bouwwerken in een dergelijke beschermingszone worden mogelijk gemaakt, overleg plaatsvinden met het desbetreffende hoogheemraadschap.
20.9 Opname beleidsdoelstellingen verhardinmgstoename Op bladzijde 101 wordt (Grond)watereffecten bij ondergrondse bouwwerken behandeld. Een vergelijkbare behandeling zou ook opgenomen moeten worden t.a.v. de (grond)watereffecten bij bovengrondse gebouwen. Door de verhardingstoename ontstaat zonder maatregelen een versnelde afvoer van het afstromende water waar de MRA richtlijnen van toepassing op zijn. Dit heeft ook relatie met paragraaf 4.3.4 Hemelwaterafvoer bij bouwwerken. Vertraagt tot afstroming laten komen waar mogelijk hergebruik stimuleren, infiltreren bergen en dan pas afvoeren.
71
Definitieve versie
23 juni 2023
Beantwoording: In de toelichting wordt aandacht besteed aan de beoordelingsregels die van toepassing zijn op vergunningaanvragen voor ondergrondse bouwwerken. Er zijn geen (beoordelings)regels opgenomen over grondwatereffecten bij bovengrondse gebouwen. De toelichting wordt dan ook niet hiermee uitgebreid.
20.10 Opname beschermingszone weterkeringen Naast de beschermingszone stads- of dorpsgezicht zou hier ook de beschermingszone van de waterkering opgenomen moeten worden. In 10.7 Hoofdstuk 6 Aanlegactiviteiten worden allerlei beschermingszones genoemd maar ontbreekt de beschermingszone waterkering. Beantwoording: Zowel het Besluit kwaliteit leefomgeving als de provinciale omgevingsverordening bevat instructieregels over de wijze waarop in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden met beschermingszones voor waterkeringen. Daaraan wordt uitvoering gegeven. Voor zover aanvullende bescherming nodig is, is niet het omgevingsplan maar de waterschapsverordening daarvoor het geëigende instrument. Met betrekking tot de regels worden de volgende opmerkingen gemaakt:
20.11 Opname dubbelbestemming ‘waterstaat - waterbergingsgebied’ In paragraaf 3.2.12 worden de regels t.a.v. 'Water' behandeld. Naast 'water' verzoekt het hoogheemraadschap om tevens in de basisregeling de dubbelbestemming: 'WaterstaatWaterbergingsgebied' op te nemen om dit soort bergingsgebieden ook ruimtelijk vast te kunnen leggen. Beantwoording: In bestemmingsplannen is het gebruikelijk dat dit gebeurt. Onder de Omgevingswet wordt daarvan afstand genomen. Zie verder onder 20.10.
20.12 Opname dubbelbestemming ‘waterstaat - waterkering’ Daarnaast ontbreekt de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering'. Voor ontwikkelingen binnen deze zonering dient schriftelijk advies worden ingewonnen bij de waterkeringbeheerder om zo het waterkering belang goed te kunnen borgen. Beantwoording: Zie beantwoording onder 20.10.
20.13 Opmerkingen ten aanzien van de regels over afdeling 10.3 Lozingen Het hoogheemraadschap komt in een bijlage met een aantal gedetailleerde opmerkingen en vragen van zeer technische aard. Deze punten worden ambtelijk besproken met het hoogheemraadschap.
72
Definitieve versie
23 juni 2023
Bijlage 1: voorbeeld wijzigbijlage (betreft fictieve wijziging)
73