CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Advies expertgroep gezondheidseffecten windturbines

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 19 mei 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de adviezen van de expertgroepen gezondheid en natuur, onderdeel van de reflectiefase van de Regionale Energiestrategie (RES) over windenergie Nr. VN2022-01068522.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

39

Net als bij andere geluidsbronnen gelden volkstuinen niet als geluidsgevoelige objecten in de zin van de Wet Milieubeheer. Zij bevinden zich veelal al in de geluidscontouren van andere geluidsbronnen – zelfs tot boven de maximale ontheffingswaarde. De expertgroep adviseert om volkstuinen wel mee te nemen in de ruimtelijke afweging (zie hoofdstuk 3) en de project-m.e.r.

A.14 Klimaatverandering Vanuit de klankbordgroep is ook aandacht gevraagd voor de gezondheidseffecten van klimaatverandering. De windturbines worden geplaatst in het kader van het Klimaatakkoord. Daarin is afgesproken om de uitstoot van CO₂ tegen te gaan door duurzame energie op te wekken. Indien de opwarming van het klimaat geen halt wordt toegeroepen, heeft dat ook effect op de volksgezondheid. De expertgroep onderschrijft dat de plaatsing van windturbines in Amsterdam past in het bredere perspectief van de internationale klimaatafspraken in het Verdrag van Parijs en het Nederlandse Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord is afgesproken om in 2030 88 TWh duurzame elektriciteit op te wekken, waarvan 35 TWh op land. De plannen hiervoor zijn uitgewerkt in de Regionale Energiestrategieën, waaronder die van Noord-Holland Zuid. Het voornemen in Amsterdam windturbines te plaatsen past in dit perspectief. De klimaatopwarming heeft ongetwijfeld ingrijpende effecten voor het leven op aard en ook de gezondheid van mensen. De vraag naar de aard van deze volksgezondheidseffecten ligt echter buiten de scope van de vraag aan de expertgroep en is niet meegenomen in dit advies. Wel heeft de expertgroep in haar advies meegenomen dat bij de plaatsing van windturbines gezondheidseffecten moeten worden afgewogen tegen andere maatschappelijke belangen, zoals de klimaatdoelstellingen.

De expertgroep onderkent dat de plaatsing van windturbines past binnen de afspraken uit het Klimaatakkoord om de opwarming van het klimaat tegen te gaan. De opwarming van de aarde heeft ongetwijfeld gezondheidseffecten, maar deze vallen buiten de scope van de vraag aan de expertgroep. Wel benadrukt de expertgroep dat de gezondheidseffecten van de plaatsing van windturbines moet worden afgewogen tegen andere maatschappelijke en gezondheidsbelangen, zoals het tegen gaan van de opwarming van het klimaat.

A.15 Vrijkomen stoffen door slijtage windturbines Tot slot is aandacht gevraagd voor het vrijkomen van stoffen door slijtage en erosie van (onderdelen van) windturbines. Er is met name gewezen op de mogelijke risico’s van microplastics en Bisfenol A die door erosie van de wieken in het milieu terecht kunnen komen. Bisfenol A (BPA) is één van de meest geproduceerde chemische stoffen ter wereld en wordt gebruikt voor het maken van kunststoffen. Bij de productie van zo’n kunststof blijft vaak een kleine hoeveelheid BPA achter. Daardoor komt BPA voor in veel plastic producten, zoals bouwmaterialen, elektronica, plastic flessen en speelgoed. Ook wordt het gebruikt in verpakkingsmateriaal van voedsel

40

zoals hard plastic flessen en blikjes. Bij de productie van de rotorbladen van windturbines kan een kleine hoeveelheid BPA achterblijven in de kern van de rotorbladen. Het kan vrijkomen, wanneer de coating van windturbines na een aantal jaren gebruik wordt aangetast. Er is over dit effect nog niet veel onderzoek beschikbaar. Het ministerie van economische zaken heeft het RIVM in 2021 opdracht gegeven om een quickscan uit te voeren naar de impact van (de milieu-emissies van) de stoffen die in de levenscyclus van windturbines op zee worden gebruikt. De focus ligt op windturbines op zee omdat erosie een groter probleem is onder mariene omstandigheden. De quickscan beperkt zich niet tot microplastics en BPA, maar omvat alle mogelijke emissies van stoffen die vrij kunnen komen tijdens de hele levenscyclus van een windturbine. Afhankelijk van de uitkomsten wordt het onderzoek uitgebreid naar windturbines op land en zal gericht vervolgonderzoek worden gestart. Ook wordt een risicoanalyse overwogen. Zo’n analyse geeft inzicht of het vrijkomen van stoffen in het milieu kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten voor mens en/of dier. De expertgroep adviseert de uitkomsten van de quickscan en het vervolgproces te betrekken bij de voorschriften die aan windturbines worden gesteld.

Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de risico’s dat microplastics van windturbines in het milieu terecht komen en de gezondheidseffecten daarvan. Het RIVM verricht hiernaar momenteel een quickscan. De expertgroep adviseert de uitkomsten van deze quickscan goed te volgen en zo nodig te betrekken bij de beheervoorschriften voor windturbines.

41

/ B Reflectie Prof. Dr. A. Knottnerus B.1

Reflectie Knottnerus Reflectie naar aanleiding van de conceptversie van het ‘Advies expertgroep gezondheidseffecten windturbines’ d.d. 28 februari 2022 - Prof. Dr. André Knottnerus Verantwoording De door de gemeente Amsterdam ingestelde expertgroep gezondheidseffecten windturbines heeft mij verzocht op zijn conceptadvies feedback te geven. Gezien de korte reactietijd moet ik mij beperken tot hetgeen door de expertgroep is gerapporteerd en richt ik mij op hoofdlijnen van de rapportage en aanbevelingen. Dat betekent ook dat ik met betrekking tot dit wetenschappelijk en beleidsmatig complexe onderwerp geen nadere (literatuur)studie of verkenning heb kunnen verrichten. Als het gaat om eventuele nadere studie is het van belang dat, zoals ook het conceptadvies vermeldt, het coalitieakkoord 2021 – 2025 aankondigt dat er “heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land” komen; dat ingenieursbureau Arcadis in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een strategische milieueffectrapportage (plan-m.e.r.) opstelt; en dat de procedures om eventuele afstandsnormen bij wet vast te stellen anderhalf tot twee jaar kunnen duren.

Het lijkt mij dan, gezien het belang van een brede multidisciplinaire benadering van deze complexe thematiek, in het belang van niet alleen het nationale maar ook het lokale beleid dat het kabinet hierover ook advies vraagt aan de Gezondheidsraad. Deze heeft immers tot taak om op basis van de stand van wetenschap aan regering en parlement advies uit te brengen over volksgezondheidskwesties, inclusief de relatie tussen gezondheid en leefomgeving. Dit adviesverzoek zou snel moeten worden gedaan, zodat de behandeling hiervan parallel kan lopen aan het landelijke en het Amsterdamse traject, zonder vertraging wat betreft de energietransitie. Algemene aanpak In verhouding tot de korte periode die de expertgroep ter beschikking stond is veelomvattend en belangrijk werk verricht, waarbij ook veel aandacht is besteed aan door bewoners ingebrachte zorgen en vragen. Gegeven het krappe tijdsbeslag heeft de expertgroep zich begrijpelijkerwijs gebaseerd op gezaghebbende nationale en internationale rapporten en reviews. Aanvullend wetenschappelijk onderzoek alsmede checks en analyses van alle oorspronkelijke brongegevens van de aan de gebruikte rapporten en reviews ten grondslag liggende primaire studies behoorden niet tot de mogelijkheden.

De expertgroep is van oordeel dat de internationale stand van kennis over de gezondheidseffecten van geluidsbelasting door windturbines, zoals gevalideerd en gereviewd door nationale en internationale adviesinstanties, weliswaar laat zien dat op onderdelen nader onderzoek gewenst is, maar toereikend is om advies aan de gemeente te kunnen uitbrengen. Een advies door de Gezondheidsraad zoals door mij voorgesteld – bij voorkeur in afstemming met het Planbureau voor de Leefomgeving, de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur en het RIVM - kan hierop een belangrijke aanvulling vormen wat betreft de nog vast te stellen landelijke normen. Aan de hand van genoemde rapporten en reviews heeft de expertgroep de stand van wetenschap over blootstelling, gezondheidseffecten, bestaande normeringssystematieken en advieswaarden naar beste kunnen weergegeven en beoordeeld. Aansluitend heeft de expertgroep aanbevelingen gedaan over te hanteren normen en beschermingsniveaus, aanvullende voor de gezondheid relevante onderwerpen of aandachtspunten, en monitoring.

42

Beperkingen Het voorgaande houdt in dat het voorliggende conceptrapport onontkoombaar te maken heeft met de beperkingen van tot nu verricht en beschikbaar wetenschappelijk onderzoek en de op grond daarvan verrichte reviews en kennissyntheses. Deze beperkingen betreffen met name: (Nog) onvoldoende of niet onderzochte aspecten. Zo zijn de onderzoeksresultaten inzake de mogelijke impact van het geluidsniveau van windturbines voor sommige mogelijke gezondheidseffecten (zoals ervaren geluidshinder) eenduidiger dan voor andere (zoals slaapverstoring); zijn de effecten in bepaalde (risico)groepen nog weinig specifiek onderzocht; en is zeer weinig onderzoek gedaan naar het voorkómen van het hinderlijke ritmische karakter van windturbinegeluid. Daarbij moet duidelijk gemaakt worden of het ontbreken van aanwijzingen voor relevante effecten is vastgesteld door middel van gedegen onderzoek, dan wel het gevolg is van het ontbreken van (gedegen) onderzoek. Dat onderscheid is in het conceptrapport meestal gemaakt, maar zou mijns inziens per type blootstelling en mogelijk effect meer systematisch kunnen worden aangegeven. Methodologische beperkingen. Deze zijn voor een belangrijk deel inherent aan dit onderzoeksgebied.

Zo is, zoals ook in het rapport aangegeven, de in het geneesmiddelenonderzoek gebruikelijke - bij voorkeur geblindeerde - randomised controlled trial bij het onderzoeken van de gezondheidseffecten van windturbines niet mogelijk of niet haalbaar vanwege methodologische, ethische en praktische bezwaren. Daarom worden in de regel vormen van observationeel onderzoek gehanteerd (zoals cohortonderzoek, crosssectioneel onderzoek, surveys, en casestudies). Deze zijn in te delen naar mate van bewijskracht en kennen specifieke beperkingen wat betreft te trekken conclusies ten aanzien van bijvoorbeeld causaliteit en effectiviteit. Voorts kan er spanning bestaan tussen wat men onderzoeksmethodologisch gezien het liefst zou willen, namelijk het afwachten van de resultaten van langjarig follow-up onderzoek naar eventuele langetermijneffecten van recent beschikbaar gekomen technologieën, en het met voortvarendheid realiseren van de energietransitie. Mogelijke maar specifiek te onderbouwen opties zijn dan het gebruiken van – altijd met een bepaalde mate van onzekerheid gepaard gaande - intermediaire uitkomsten; passende modellering; en nauwgezette systematische monitoring ten behoeve van handhaving en het kunnen opsporen van eventuele langetermijneffecten in de implementatiefase, met beleidsaanpassing indien de bevindingen daartoe aanleiding geven.

Terecht adviseert de expertgroep positief over het realiseren van dergelijke monitoring, die dan niet beperkt moet worden tot naleving van gestelde normen maar ook aandacht moet besteden aan de zorgen van omwonenden. Geconstateerde kennishiaten en methodologische tekorten in het onderzoek zouden moeten leiden tot daarop gericht nieuw of beter onderzoek en verdere methodologie-ontwikkeling. De expertgroep doet hiervoor op diverse plaatsen aanbevelingen. Ik adviseer deze aanbevelingen in een aparte paragraaf bijeen te brengen en te presenteren als relevante input voor onderzoeksprogrammering. Bijzondere uitdagingen Ik zou naar aanleiding van het voorliggende conceptadvies nog twee bijzondere uitdagingen willen benadrukken. Cumulatie van blootstellingen. Beoordeling van en advisering over cumulatie-effecten vormen niet alleen een - zoals de expertgroep ook aangeeft - methodologisch complex onderwerp, maar zijn ook van belang om te kunnen komen tot een eerlijke verdeling lusten en lasten. Denk daarbij aan te maken afwegingen wat betreft plaatsing van turbines in woongebieden

43

waar sprake is van meer dan wel minder vooraf bestaande gezondheidsrelevante blootstellingen, of van een relatief lage dan wel hoge ervaren gezondheid en gezonde levensverwachting dan wel leefomgevingskwaliteit. -

Vergelijking met andere technologieën. Beleidsmatig relevant is ook het kunnen vergelijken van de mogelijke korte- en langetermijn volksgezondheidseffecten van windturbines met die van fossiele energieproductie of van andere duurzame technologieën dan windturbines. Dergelijke vergelijkingen vielen buiten de scope van de vraag aan de expertgroep, maar in zijn advies is meegenomen dat de gezondheidseffecten van de plaatsing van windturbines moeten worden afgewogen tegen andere maatschappelijke belangen, zoals het halen van de klimaatdoelstellingen. Dit punt hoort zeker onderdeel te zijn van bredere - ook nationale advisering en beleidsvorming.

De aanbevelingen De expertgroep beantwoordt met zijn aanbevelingen de door de gemeente gestelde vragen over te hanteren normen en beschermingsniveaus, aanvullende voor de gezondheid relevante onderwerpen of aandachtspunten, en monitoring. Daarbij merk ik het volgende op. De expertgroep stelt naar mijn oordeel op goede gronden voor om te kiezen voor blootstellingsnormering in plaats van afstandsnormering. -

De expertgroep pleit in zijn aanbevelingen voor behoedzaamheid. Dat is terecht gezien de nog bestaande kennishiaten, methodologische beperkingen, en onzekerheden. Deze inzet wordt geconcretiseerd in de aanbevelingen met betrekking tot standaard- en grenswaarden. Daarbij is het, zoals ook de expertgroep aangeeft, uiteindelijk een politiek-bestuurlijke afweging waar men, gegeven de door de expertgroep gerapporteerde dosis-effectrelaties, de afkappunten kiest voor maximaal aanvaardbare gezondheidseffecten in relatie tot de energietransitie en het gewenste tempo daarvan.

-

Wat mij betreft zou het verschil tussen standaardwaarde en grenswaarde nog wat helderder kunnen worden uitgelegd, ook wat betreft precieze beleidsmatige implicaties van dat verschil. Ook zou de keuze voor de standaardwaarde 42 nog uitgebreider gemotiveerd kunnen worden.

-

De expertgroep maakt relevante aanvullende opmerkingen en aanbevelingen naar aanleiding van de vraagstellingen 2 en 3. Ook daaruit blijkt de inzet op ‘behoedzaamheid’. Ik kan mij in hoofdlijnen in deze punten vinden, met inachtneming van de opmerkingen die ik maakte onder de kopjes Beperkingen en Bijzondere uitdagingen.

-

Gegeven de geldende beperkingen en onzekerheden kan ook bij de geadviseerde behoedzame normering niet op voorhand worden uitgesloten dat de nationale herijking van normen zoals die is in gang is, tot nog strengere (of - wat in theorie ook denkbaar is – minder strenge) normering leidt dan de door de expertgroep als vooralsnog te hanteren voorgestelde normen. Het is dan, in lijn met wat de expertgroep bepleit, van belang dat het beleid dat de gemeente daarop vooruitlopend voert qua voorbereiding en implementatie flexibel is en ruimte houdt voor tijdige aanpassingen. Het is verstandig daarmee rekening houden in de te maken afspraken met bestuurlijke, maatschappelijke en private partners, ook in contractuele zin. Dat vraagt een ‘parallelle-sporen’ aanpak met goede afstemming tussen lokaal en nationaal beleid. In dat kader kan ik mij voorstellen dat de door de expertgroep voorgestelde waarden vooralsnog gezien worden als richtsnoer waaronder men zo laag mogelijk wil uitkomen zolang het landelijk normkader nog niet beschikbaar is.

44

Het proces Ten slotte maak ik een tweetal opmerkingen naar aanleiding van het adviesproces. De gemeente Amsterdam heeft gekozen voor het samenstellen van de expertgroep op basis van nominaties vanuit diverse betrokken velden. Zo’n procedure kan behulpzaam zijn om een breed gedragen constructief proces te bevorderen. Dit kan er echter ook toe leiden dat genomineerde personen op de een of andere wijze vooraf al betrokken of belanghebbend zijn, dan wel in dit verband relevante (project)financiering hebben ontvangen. Uit een oogpunt van publieke transparantie is het wenselijk dat dergelijke eventuele betrokkenheden en belangen door allen die volledig of gedeeltelijk in het adviestraject hebben geparticipeerd in het advies worden gerapporteerd. De expertgroep zou kunnen overwegen aanvullend nog een externe review van het conceptadvies te laten verrichten door een onafhankelijke topexpert op het gebied van environmental health. Dit mede gezien de in hoofdstuk 1 - in relatie tot het kort voor de datering van het voorliggende conceptadvies terugtreden van een lid van de expertgroep – gerapporteerde gedachtewisseling binnen de expertgroep over de aan milieugezondheidskundig onderzoek en de beoordeling daarvan te stellen eisen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Belangenverklaring van Prof. Dr. André. Knottnerus Ik heb wat betreft het onderwerp van het voorliggende conceptadvies geen onderzoeksbelangen, noch financieringsbronnen dan wel persoonlijke financiële belangen. Ook heb ik geen samenwerkingsrelatie met de auteurs van voorliggend conceptadvies, en geen betrokkenheid bij de aan dit adviestraject ten grondslag liggende discussie te Amsterdam noch bij de landelijke discussie over het onderwerp gezondheidseffecten van windturbines.

B.2

Reactie Expertgroep op reflectie Knottnerus De expertgroep is Prof. Dr. Knottnerus erkentelijk voor zijn reflectie naar aanleiding van haar concept-advies. Hij toont zich gevoelig voor de context van de vragen aan de expertgroep, waarbij een situatie waarbij tijdelijk geen landelijke normen gelden moet worden overbrugd en waarbij in een lokale context in enkele maanden tijd op basis van beschikbare inzichten en expertise een advies geformuleerd moet worden. Tegelijkertijd stelt hij fundamentele vragen, die bij de uitwerking van landelijke normen een plek moeten krijgen. De expertgroep heeft de reflectie van Prof. Dr. Knottnerus verwerkt in haar advies: 1. In $ 3.2 is een uitgebreide passage opgenomen over het overbruggingskarakter van de geadviseerde normering in afwachting van nieuwe landelijke normering. Daarbij is een pleidooi opgenomen voor advisering door de Gezondheidsraad – in afstemming met het PBL, de RLI en het RIM. Daarnaast is een agenda opgenomen van thema’s waarin nader verdiepend onderzoek bij kan dragen aan aanvullend inzicht in de gezondheidseffecten van windturbines. 2. In $3.3 is de systematiek van standaard- en grenswaarden nader toegelicht en is tevens aangegeven waarom de expertgroep een standaardwaarde van 42 dB Lden adviseert. 3.

In bijlage A is zoveel mogelijk aangegeven, of onhelderheid over gezondheidseffecten te maken heeft met kennishiaten als gevolg van ontbrekend onderzoek. Deze hiaten kunnen worden ingevuld door het onderzoek in de op te stellen onderzoeksagenda. 4. In bijlage A is een verband aangebracht tussen het stedelijk karakter van het adviesgebied (Amsterdam) en de impact van geluidsbelasting door windturbines op de gezondheid en dat dit

45

afweging verdient ten opzichte van de gezondheidseffecten van de klimaatopwarming. Prof. Dr. Knottnerus geeft aan dat de inpassing van een windturbine geen geïsoleerde activiteit is die los gezien kan worden van de overige ruimte waarin wij wonen en werken, en de grotere opgave om de klimaatdoelstellingen te realiseren. Bij de afweging van de effecten van de plaatsing op de gezondheid en het welzijn van omwonenden heeft de expertgroep de cumulatie van geluid door andere geluidbronnen betrokken. Het was niet mogelijk om de interactie met andere factoren in de leefomgeving die de gezondheid van inwoners bepalen een plaats te geven, zoals sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Dit vergt een omvattende analyse en ligt buiten de scope van de opdracht aan de expertgroep. 5. In bijlage D is een overzicht opgenomen van de belangen van de leden van de expertgroep en de medewerkers van het secretariaat. 6. De expertgroep heeft Prof. Dr. Knottnerus gevraagd om een medische reflectie op haar advies uit te voeren omdat door het terugtrekken van de heer Bijl er geen specifieke medische expertise meer in de expertgroep aanwezig was. Binnen de expertgroep zaten vooral senior-experts met milieugezondheids-kundige expertise. De expertgroep heeft derhalve afgezien van een aanvullende milieugezondheidskundige reflectie zoals door Prof. Dr. Knottnerus voorgesteld.

46

/ C Overzicht separate bijlagen Hieronder is een overzicht opgenomen van alle separate bijlagen, zoals de verslagen van de bijeenkomsten van de expertgroep, die op de website van de gemeente Amsterdam zijn gepubliceerd. Opdracht expertgroep 1. Oorspronkelijke opdracht expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 25 oktober 2021 2. Raadsinformatiebrief instelling en samenstelling expertgroep, 11 november 2021 3. Aangepaste opdracht expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 21 januari 2022 4. Plan van aanpak expertgroep windturbines gezondheidseffecten, 19 november 2021 Verslagen vergaderingen expertgroep 5. Verslag 1e vergadering expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 25 november 2021 6. Verslag 2e vergadering expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 7 december 2021 7. Verslag 3e vergadering expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 21 december 2021 8. Verslag ontmoeting expertgroep en klankbordgroep, 19 januari 2022 9. Verslag 4e vergadering expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 19 januari 2022 10. Verslag 5e vergadering expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 3 februari 2022 11. Verslag 6e vergadering expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 18 februari 2022 12. Verslag 7e vergadering expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 4 maart 2022 13. Verslag 8e vergadering expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 15 maart 2022 14.

Verslag 9e vergadering expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 18 maart 2022 15. Verslag 10e vergadering expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 23 maart 2022 16. Verslag bespreking concept-advies met resterende klankbordgroepleden, 30 maart 2022 17. Verslag 11e vergadering expertgroep gezondheidseffecten windturbines, 1 april 2022 Verslagen vergaderingen klankbordgroep 18. Verslag 1e vergadering klankbordgroep gezondheidseffecten windturbines, 23 november 2021 19. Verslag 2e vergadering klankbordgroep gezondheidseffecten windturbines, 2 december 2021 20. Verslag 3e vergadering klankbordgroep gezondheidseffecten windturbines, 13 december 2021 21. Verslag 4e vergadering klankbordgroep gezondheidseffecten windturbines, 24 januari 2022 22. Verslag 5e vergadering klankbordgroep gezondheidseffecten windturbines, 21 februari 2022 Bijlagen behorend bij het proces 23. Procesbeschrijving advies, 1 april 2022 24. Brief klankbordgroeplid over gespreksnotitie 19 november en rol secretariaat, 11 december 2021 25. Memo secretariaat over gespreksnotitie 19 november en rol in expertgroep, 13 december 2021 26. Reactie expertgroep op afwegingskader gemeente, 15 december 2021 27. Brief klankbordgroep aan expertgroep, 15 december 2021 28. Reactie expertgroep op brief klankbordgroep, 23 december 2021 29. Overzicht vragen van klankbordgroep aan expertgroep, 12 januari 2022 30.

Brief klankbordgroep aan expertgroep, 1 februari 2022 31. Reactie expertgroep op brief klankbordgroep, 7 februari 2022 32. Brief de heer Bijl over uittreden expertgroep, 18 februari 2022 33. Reactie expertgroep op uittreden de heer Bijl, 18 februari 2022 34. Brief 10 klankbordgroepleden over uittreden klankbordgroep, 14 maart 2022

47

/ D Verklaringen omtrent belangen De expertgroep heeft de belangen van haar leden en de medewerkers van het secretariaat in beeld gebracht volgens een format dat vaker wordt gehanteerd bij dit soort organen of commissies. Daarbij is aandacht besteed aan persoonlijke financiële belangen, belangen in de sfeer van onderzoeksfinanciering, relationele belangen, en reputatiebelangen. Hieronder zijn de relevante belangen per expert en medewerker vermeld.

Leden van de expertgroep Prof. N. Koeman De heer Koeman heeft wat betreft het onderwerp van het voorliggende advies geen onderzoeksbelangen, noch financieringsbronnen dan wel persoonlijke financiële belangen. Ook heeft hij geen samenwerkingsrelatie met de auteurs van in dit advies aangehaalde onderzoeken en reviews anders dan in het verband van deze expertgroep. Hij heeft geen betrokkenheid bij de aan dit adviestraject ten grondslag liggende discussie te Amsterdam noch bij de landelijke discussie over het onderwerp gezondheidseffecten van windturbines. De heer O. Breugelmans De heer Breugelmans heeft wat betreft het onderwerp van het voorliggende advies geen onderzoeksbelangen, noch financieringsbronnen dan wel persoonlijke financiële belangen. De heer Breugelmans is werkzaam bij de GGD Amsterdam. De GGD heeft op basis van de Wet Publieke Gezondheid de opdracht de gemeente te adviseren over gezondheidseffecten van ruimtelijke maatregelen. Vanuit zijn functie is betrokken bij het Expertisepunt Windenergie van het RIVM. Verder is de heer Breugelmans lid van de begeleidingsgroep Programmatisch aanpak meten vliegtuiggeluid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Hij draagt zijn vergoeding af aan de GGD. De heer F.

van den Berg De heer van de Berg heeft wat betreft het onderwerp van het voorliggende advies geen onderzoeksbelangen, noch financieringsbronnen dan wel persoonlijke financiële belangen. Wel is de heer van den Berg lid van de lokale coöperatie Duurzaam Winsum, waarvan hij zijn stroom betrekt. De heer van den Berg heeft namens het RIVM de in dit advies aangehaalde review van onderzoeken naar gezondheidseffecten van windturbines voor de Zwitserse overheid uitgevoerd. Hij heeft geen betrokkenheid bij de aan dit adviestraject ten grondslag liggende discussie te Amsterdam. De heer D. Bijl De heer Bijl heeft ook een belangenformulier ingevuld. Dit is hier niet opgenomen, omdat de heer Bijl doordat hij zich heeft teruggetrokken uit de expertgroep geen verantwoordelijkheid draagt voor dit advies.

Medewerkers van het secretariaat De heer B. Teulings De heer Teulings heeft wat betreft het onderwerp van het voorliggende advies geen persoonlijke financiële belangen, onderzoeksbelangen, noch financieringsbronnen. Wel participeert de heer

48

Teulings voor een klein deel van zijn bezit (2%) in een windturbinepark in het zuiden van het land. De heer Teulings heeft geen samenwerkingsrelatie met de coauteurs van voorliggend advies buiten het werk van deze expertgroep. Hij heeft geen betrokkenheid bij de aan dit adviestraject ten grondslag liggende discussie te Amsterdam noch bij de landelijke discussie over het onderwerp gezondheidseffecten van windturbines. De heer Teulings kent als collega bij AEF de heer Van Poelgeest, die voorheen wethouder is geweest bij de gemeente Amsterdam. De heer Van Poelgeest is niet betrokken bij de ondersteuning van de expertgroep vanuit AEF. De heer J. van Leeuwen De heer van Leeuwen heeft wat betreft het onderwerp van het voorliggende advies geen onderzoeksbelangen, noch financieringsbronnen dan wel persoonlijke financiële belangen. Ook heeft hij geen samenwerkingsrelatie met de coauteurs van voorliggend advies, buiten het werk voor deze expertgroep. Hij heeft geen betrokkenheid bij de aan dit adviestraject ten grondslag liggende discussie te Amsterdam noch bij de landelijke discussie over het onderwerp gezondheidseffecten van windturbines. De heer van Leeuwen kent als collega bij AEF de heer Van Poelgeest, die voorheen wethouder is geweest bij de gemeente Amsterdam. De heer Van Poelgeest is niet betrokken bij de ondersteuning van de expertgroep vanuit AEF.

49

/ E Literatuur [1] [2]

Gemeente Amsterdam. Aangepaste opdracht voorzitter Expertgroep Gezondheid. 20 januari 2022. Brief Dick Bijl uittreden expertgroep, 17 februari 2022

[3] [4]

D. Bijl. Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: Analyse RIVM-rapporten. 2021. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Reactie RIVM op het evaluatierapport van

[5]

Bijl. 3 november 2021. Nederlandse overheid. Besluit van 19 oktober 2007, houdende algemene regels voor inrichtingen

[6]

milieubeheer. Artikel 3.14a lid 1. Geraadpleegd van https://wetten.overheid.nl/BWBR0022762. Nederlandse overheid. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 november 2007, houdende algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Geraadpleegd van https://wetten.overheid.nl/BWBR0022830.

[7]

S.A. Janssen, H. Vos en A.R. Eisses. Hinder door geluid van windturbines. Dosis-effectrelaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens. TNO, 2008.

[8]

H. Miedema en C. Oudshoorn. Annoyance from transportation noise: Relationships with exposure metrics DNL and DENL and their confidence intervals. Environmental Health Persp., 2001

[9]

C. Groothuis-Oudshoorn en H. Miedema. Multilevel grouped regression for analyzing self-reported health in relation to environmental factors: The model and its application. Biometrical J., 2006.

[10] E. Verheijen et al. Evaluatie nieuwe normstelling windturbinegeluid. Invloed van verschillende grenswaarde op blootstelling, hinder en mogelijkheden ontwikkelingslocaties. RIVM, 2009. [11] Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Uitspraak E03.95 1961. 24 oktober 1996. [12] J. Pohl, F. Faul, R. Mausfeld. Belästigung durch periodischen Schattenwurf von Windenergieanlagen. Institut für Psychologie der Christian-Albrechts-Universität zu Kiel, 1999. [13] World Health Organization (WHO). Environmental Noise Guidelines for the European Union. 2018. [14] World Health Organization (WHO). Noise and Health Evidence Reviews. 2018. [15] D. Welkers ea. Motie Schonis en de WHO-richtlijnen voor omgevingsgeluid. 2018. [16] Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Gezondheidseffecten van windturbinegeluid. Rapport 2020-0214. RIVM, 2021 [17] F. van den Berg en I. van Kamp. Health effects related to wind turbine sound. Commission by the Swiss Federal Office for the Environment. 2017 [18] I. van Kamp en F. van den Berg. Health effects related to wind turbine sound, including lowfrequency sound and infrasound. Acoustics Australia, 2018 [19] Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Uitspraak 202003882/1/R3. 20 juni 2021. [20] Raadsadres Gezondheidseffecten en Windturbines. 29 maart 2021.

Geraadpleegd van https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/9947347/1/Raadsadres gezondheidseffecten windturbines definitief 29-03-2021. [21] Aanvullend raadsadres Gezondheidseffecten en Windturbines. 18 mei 2021. Geraadpleegd van https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/10163036/1/Raadsadres gezondheidseffecten windturbines nav nieuw RIVM-rapport 12-5. [22] Raadsadres reactie op antwoordbrief van wethouders Van Doornick en Kukenheim over gezondheidseffecten windturbines. 24 mei 2021. Geraadpleegd van https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/10171794/1/Bijlage Reactie op beantwoording raadsadres gezondheidseffecten van windturbines. [23] Gemeente Amsterdam. Signalen uit de stad. Afwegingskader windturbines Amsterdam. 31 januari 2022. Geraadpleegd vanhttps://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/duurzaamamsterdam/windmolens-amsterdam/reflectiefase/

50

[24] Nederlandse overheid. Coalitieakkoord: Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst. 15 december 2021. [25] S. Erkens en R. Leijten. Kamerstuk 23813, nr. 713, Tweede Kamer der Staten-Generaal. 15 juni 2021. [26] Nederlandse overheid. Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening. 1998. [27] Belgische Hoge Gezondheidsraad. Public health effects of siting and operating onshore wind turbines. HGR Advies nr. 8738. 2013 [28] Wet Milieubeheer, 13 juni 1979. Artikel 11.2 lid 1. Geraadpleegd van https://wetten.overheid.nl/BWBR0003245. [29] F. van den Berg. Notitie. Maken Grote windturbines > 3MW meer lawaai dan kleinere <3 MW?. 2021. [30] S. Chiles. A new wind farm noise standard for New Zealand. NZS 6808:2010. 2010. [31] R. Meir et al. The assessment and ratings of noise from wind farms. ETSU-R-97. 1996. [32] J. Jakobsen. Danish Regulation of Low Frequency Noise from Wind Turbines. Journal of Low Frequency Noise, Vibration and Active Control, 2012. [33] A. Smedley et al. Potential of wind turbines to elicit seizures under various meteorological conditions. Epilepsia, 2010. [34] G. Harding et al. Wind turbines, flicker, and photosensitive epilepsy: Characterizing the flashing that may precipitate seizures and optimizing guidelines to prevent them. Epilepsia, 2008. [35] A. Freiberg et al.

Health effects of wind turbines on humans in residential settings: Results of a scoping review. Environmental Research, 2019. [36] Nederlandse overheid. Reken en Meetvoorschrift Geluid 2012. bijlage I. Geraadpleegd van https://wetten.overheid.nl/BWBR0031722. [37] B. Søndergaard. Low Frequency Noise from Wind Turbines: Do the Danish Regulations Have Any Impact?. International Journal of Aeroacoustics , 2015 [38] J. Radun et al. Variables associated with wind turbine noise annoyance and sleep disturbance. Building and Environment, 2019. [39] K. Bolin et al. Infrasound and low frequency noise from wind turbines: exposure and health effects. Environmental Research Letters, 2011. [40] R.G. Berger et al. Health-based audible noise guidelines account for infrasound and lowfrequency noise produced by wind turbines. Frontiers in Public Health, 2015. [41] E. Pedersen et al. Can road traffic mask sound from wind turbines? Response to wind turbine sound at different levels of road traffic sound. Energy Policy, 2010. [42] H. Miedema en H. Vos. Demographic and attitudinal factors that modify annoyance from transportation noise. Journal of the Acoustical Society of America, 1999. [43] S. Stansfeld en C. Clark. Health Effects of Noise Exposure in Children. Current environmental health reports, 2015. [44] H. Miedema en H. Vos.

Associations between self-reported sleep disturbance and environmental noise based on reanalyses of pooled data from 24 studies. Behavioral Sleep Medicine, 2007. [45] M. Foraster et al. Long-term transportation noise annoyance is associated with subsequent lower levels of physical activity. Environment International, 2016. [46] I. van Kamp en H. Davies. Noise and health in vulnerable groups: A review. Noise and Health, 2013. [47] Gemeente Amsterdam. Overzichtskaart stadslandbouw gemeente Amsterdam. Geraadpleegd van https://maps.amsterdam.nl/stadslandbouw.

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11490815/1