2. Advies expertgroep gezondheidseffecten windturbines
Tekst van het document
Dit is echter niet relevant als de geluidsbelasting zelf tot uitgangspunt wordt genomen. Indien windturbine A meer geluid veroorzaakt van windturbine B, zal de norm voor geluidsbelasting dwingen de windturbines op een grotere afstand van geluidsgevoelige objecten te plaatsen. Een geluidsnorm houdt rekening met bovenmatig hinderlijk geluid Sommige type windturbines produceren in delen van het geluidspectrum (van lage tot hoge tonen) wat meer of minder geluid dan andere type windturbines. Dit geldt bijvoorbeeld voor tonale geluiden, die over het algemeen als extra hinderlijk worden ervaren. Deze geluiden zijn met een goede typeselectie en afstelling van de turbine te voorkomen. Het ritmische karakter van windturbinegeluid levert een duidelijke bijdrage aan de hinder van windturbines, maar lijkt vooralsnog een onvermijdelijk aspect. Toch lijkt het met technische maatregelen mogelijk dit karakter minder uitgesproken te maken of zelfs te elimineren. Een effectieve maatregel van de exploitant zou reden kunnen zijn een waarde boven de standaardwaarde toe te staan.
21
Een geluidsnorm heeft ook nadelen ten opzichte van een afstandsnorm De expertgroep ziet echter ook dat een geluidsnorm nadelen kent ten opzichte van een afstandsnorm. Een geluidsnorm is minder helder en moeilijker te communiceren richting omwonenden, terwijl een afstandsnorm direct duidelijk is. Een norm gebaseerd op Lden is complex, moeilijk te doorgronden en niet direct meetbaar en controleerbaar. De expertgroep sluit in dit advies toch aan bij het gebruik van een Lden-norm, waarbij de geluidsbelasting wordt uitgedrukt als een jaargemiddelde met straffactoren voor de avond en de nacht. Tot slot beperkt een geluidsnorm zich tot het geluid van de turbine(s) en richt zich niet op andere overlast door windturbines, zoals visuele hinder zoals slagschaduw, obstakelverlichting en verandering van het landschap en het uitzicht. In een afstandsnorm kunnen deze vormen van overlast wel aan bod komen. Voor deze andere effecten kan een afstandsnorm een logischer keuze zijn. Keuze voor Lden? De expertgroep kiest ervoor een geluidsnorm in Lden te handhaven omdat het hanteren van een andere geluidsnorm apart onderzoek vergt naar de kennis daarover, de samenhang met gezondheidseffecten en de toepasbaarheid.
Wel is het eenvoudig mogelijk om de huidige systematiek van Lden en Lnight om te zetten naar een aparte norm voor de gemiddelde geluidbelasting per dagdeel (dag, avond en nacht): Lday, Levening en Lnight. Deze ‘dagdeel’normen vormden eerder al de basis voor het Lden. Een norm per dagdeel is ook steeds gebruikelijk geweest bij industrie- en bedrijfslawaai. Omdat de huidige systematiek gebaseerd is op een (nagenoeg) gelijke geluidbelasting per dagdeel, zou dan elk van deze ‘dagdeel’normen in getalswaarde gelijk kunnen zijn aan L den - 6 dB. Bij de concrete normstelling hieronder kunnen we alleen uitgaan van hinder als gezondheidseffect omdat alleen daarvan een samenhang met de geluidbelasting bekend is (zie 2.3, laatste alinea). We kunnen daarom geen norm apart voor de nacht adviseren, maar geven wel aan welke waarde van Lnight kan worden afgeleid uit een keuze van Lden in het geval dat een windpark operationeel is zonder geluidbeperkende maatregelen.
De expertgroep adviseert voor de bescherming van de bevolking tegen geluidsoverlast uit te gaan van een norm op basis van geluidsbelasting en niet van afstand. De geluidsbelasting is afhankelijk van de afstand van de windturbines tot de geluidsgevoelige objecten, maar ook de ondergrond, eventuele obstakels en de prevalente windrichting. Met een norm voor geluidsbelasting wordt het beste recht gedaan aan de noodzaak omwonenden te beschermen tegen de effecten van windturbines.
3.5
Naar concrete normstelling Adviesvraag 1 | Welke norm of welk beschermingsniveau zou de gemeente Amsterdam uit een oogpunt van gezondheid kunnen hanteren bij de besluitvorming over de plaatsing van windturbines in afwachting van een landelijke normering? In lijn met voorgaande overwegingen adviseert de expertgroep de gemeente Amsterdam om in afwachting van landelijke normen een tijdelijke geluidsnorm voor windturbines te hanteren met een standaardwaarde en een grenswaarde. Het gaat hier en in het vervolg van dit advies om de geluidsbelasting die wordt veroorzaakt door een windturbine of – indien van toepassing – een combinatie van windturbines.
22
De expertgroep adviseert een grenswaarde tussen 45 en 47 dB Lden Tot op heden heeft de rijksoverheid in het Activiteitenbesluit een norm gehanteerd van 47 dB Lden. De WHO adviseert in haar richtlijnen een advieswaarde van 45 dB Lden. Dat advies is in lijn met haar overige richtlijnen voor geluidsbelasting waarbij het percentage gehinderden maatgevend is. De WHO baseert haar advies op maximaal 10% ernstig gehinderden. Het ligt daarom voor de hand dat de gemeente op basis van een politiek-bestuurlijke afweging de grenswaarde hanteert in het gebied van 45 tot 47 dB Lden. Uit het oogpunt van gezondheidsbescherming heeft 45 dB Lden de voorkeur. De expertgroep overweegt daarbij dat deze norm een tijdelijke norm is in afwachting van de nieuwe landelijke normen. Om recht te doen aan de zorgen in de stad adviseert zij vanuit behoedzaamheid om deze norm aan te houden. De gemeente kan dan beginnen met de plaatsing van windturbines mogelijk te maken op die locaties die binnen deze grenswaarde gerealiseerd kunnen worden. Wanneer de nieuwe landelijke norm is vastgesteld kan dan worden beoordeeld of op andere locaties windturbines kunnen worden geplaatst.
Vanuit behoedzaamheid adviseert de expertgroep voorlopig – tot er nieuwe landelijke normen vastgesteld zijn – de advieswaarde die de WHO adviseert als grenswaarde te hanteren en te stellen op 45 dB Lden.
Volgens de door TNO bepaalde dosis-effectrelatie kan bij 45 dB Lden verwacht worden dat 5% van de volwassen omwonenden binnenshuis ernstig gehinderd is en 13% buitenshuis [7]. De met een Lden van 45 dB geassocieerde Lnight bedraagt ongeveer 39 dB. Als standaardwaarde beveelt de expertgroep een waarde aan binnen de bandbreedte van 40 tot 45 dB Lden De expertgroep adviseert de gemeente een standaardwaarde vast te stellen, waarbij de gezondheidseffecten van windturbines zoveel mogelijk beperkt worden. Dat bevindt zich in de bandbreedte van 40 dB Lden, waarbij de gezondheidseffecten zeer beperkt zijn, en de WHOstandaardwaarde van 45 dB Lden. De expertgroep heeft aangegeven de WHO-waarde in beginsel een goed uitgangspunt te vinden voor de grenswaarde om recht te doen aan de aanbevolen behoedzaamheid in de normstelling. Op basis van een politiek-bestuurlijke afweging kan het bevoegd gezag de standaardwaarde hanteren tussen 40 en 45 dB Lden. Tegelijkertijd is het in het algemeen in de huidige stedelijke omgeving moeilijk, zo niet onmogelijk de geluidsbelasting sterk te beperken. Dat geldt zeker voor de aanwezigheid van geluid van weg-, rail- en luchtverkeer. In dichtbewoond gebied moeten meerdere ruimtelijke functies gecombineerd worden en is geluidshinder door maatschappelijke functies niet te vermijden.
De expertgroep meent daarom dat een standaardwaarde van 40 dB Lden niet in verhouding staat tot de hinder die uitgaat van andere stedelijke functies. In het Nederlandse beleid wordt bij een geluidbelasting die voldoet aan de standaardwaarde ook bij weg- en railverkeer nog enige (ernstige) hinder toelaatbaar geacht: bij wegverkeer is dat 4 à 5 % ernstige hinder, bij railverkeer 2 % (berekend m.b.v. [8]). Daarnaast moet de standaard niet heel dicht bij de grenswaarde liggen omdat dat weinig ruimte laat voor de afweging tegen andere (ruimtelijke) maatschappelijke belangen. De expertgroep adviseert daarom de standaardwaarde te bepalen in het midden van de genoemde bandbreedte zodat er 3 dB ruimte is voor die belangenafweging: 42 dB Lden.
23
Om de gezondheidseffecten in de stad maximaal te beperken adviseert de expertgroep bij de afweging van locaties voor de plaatsing van windturbines uit te gaan van een standaardwaarde van 42 dB Lden. Bij plaatsing van windturbines boven deze standaardwaarde dient de gemeente dat te motiveren vanuit een ruimtelijke afweging van relevante maatschappelijke factoren.
Door te beginnen de plaatsing van windturbines vooral mogelijk te maken op locaties waar een grenswaarde van 45 dB Lden en een standaardwaarde van 42 dB Lden geldt, wordt recht gedaan aan de zorgen om de gezondheidseffecten van windturbines in de stad en voorkomen dat plaatsingsbesluiten ongedaan moeten worden gemaakt als landelijk tot strengere normen wordt besloten.
Volgens de door TNO bepaalde dosis-effectrelatie kan bij 42 dB Lden verwacht worden dat 2,5% van de volwassen omwonenden binnenshuis ernstig gehinderd is en 7% buitenshuis [7]. De met een Lden van 42 dB geassocieerde Lnight bedraagt ongeveer 36 dB. Hinderlijke karakteristieken van windturbinegeluid In het licht van het ALARA-beginsel adviseert de expertgroep om bij nieuwe windturbines meer aandacht te hebben voor het reduceren of voorkomen van de hinderlijke eigenschappen van het windturbinegeluid. Het betreft drie eigenschappen: 1. tonaal geluid; 2. het laagfrequente deel van het geluid; 3. het ritmische karakter van geluid. In het verleden was de tandwieloverbrenging bij windturbines een bron van tonaal geluid. Dat probleem is vrijwel opgelost, maar daarna is, o.a. bij de windparken Nijmegen-Betuwe en N33, gebleken dat tonaal geluid toch nog kan voorkomen en hinderlijk is voor omwonenden. Bij bedrijfslawaai wordt voor tonaal geluid een straftoeslag gehanteerd en het is redelijk dat ook bij windturbines te doen. Dat kan in de vorm van een vaste toeslag of een toeslag die afhangt van de sterkte van het tonale geluid. Enkele landen – zoals Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk – kennen een straftoeslag op het tonale geluid van windturbines van (maximaal) 5 dB [30, 31].
Voorkómen is echter beter en de expertgroep adviseert daarom om voor nieuwe windturbines aan initiatiefnemers zoveel mogelijk alleen windturbines te gebruiken die geen tonaal geluid voortbrengen. Door een straffactor toe te passen voor turbines die tonaal geluid voortbrengen kunnen negatieve gezondheidseffecten worden voorkomen. Tot nog toe was er, althans in Nederland, geen prikkel voor initiatiefnemers om te kiezen voor turbines zonder tonaal geluid. Alle moderne driebladige windturbines hebben een vergelijkbaar geluidsspectrum omdat de wijze waarop het geluid bij de wieken ontstaat bij die windturbines hetzelfde is. Tussen verschillende typen windturbines bestaat desondanks toch wel enig verschil in geluidproductie en geluidspectrum. Laagfrequent geluid is een deel van dat spectrum en draagt daarom bij aan de hinder van windturbinegeluid. Nabij een windturbine is het hogerfrequente deel (ca. 250-2500 Hz) voor het gehoor dominant, maar op grotere afstand en als het een woning binnendringt verschuift dat naar lagere frequenties doordat onderweg de lage frequenties relatief minder gedempt worden. In een woning is daardoor geluid bij lagere frequenties van belang. Het is daarom aan te bevelen dat het aandeel lage frequenties zoveel mogelijk beperkt blijft. De expertgroep adviseert het laagfrequente
24
geluidniveau te reguleren aan de hand van de norm voor laagfrequent geluid van windturbines die in Denemarken wordt gehanteerd [32]. Een bekende karakteristiek van windturbinegeluid is het ritmische karakter waardoor het geluid meer de aandacht trekt dan een constant geluid. De regelmatige variatie in het geluidniveau wordt ook wel amplitudemodulatie genoemd: het hangt samen met het toerental en kan variëren van een altijd aanwezig zoevend geluid dicht bij een windturbine tot een minder vaak voorkomend stampend geluid op grotere afstand. Dat laatste treedt vooral op als de zon laag staat of onder is en een tenminste enigszins heldere hemel. Uit onderzoek blijkt dat overmatige amplitudemodulatie overeenkomt met de hinder van een enkele decibellen hoger geluidniveau. Net als voor tonaal geluid kan een straffactor overwogen worden. Maar internationaal bestaat nog geen consensus hoe overmatige amplitudemodulatie het beste kan worden vastgesteld. De expertgroep beveelt daarom aan om meer aandacht te besteden aan het verminderen van dit ritmische karakter. De reductie zou een reden kunnen zijn om een geluidniveau boven de standaardwaarde toe te staan.
Om hinderlijke karakteristieken van geluidsproductie door windturbines tegen te gaan beveelt de expertgroep aan: 1. Een straffactor toe te passen op windturbines die tonaal geluid veroorzaken; 2. Voor laagfrequent geluid een aparte norm te hanteren vergelijkbaar met die in Denemarken; 3. Zoveel mogelijk na te streven om het ritmisch geluidskarakter te verminderen.
Als grenswaarde voor slagschaduw stelt de expertgroep voor aan te sluiten bij de normen, die in de Activiteitenregeling waren opgenomen Door het buiten werking stellen van het Activiteitenbesluit door de uitspraak van de Raad van State is ook de normering van slagschaduw komen te vervallen. Slagschaduw kan hinderlijk zijn voor omwonenden. Daarnaast is bekend dat lichtflikkeringen die meer dan ongeveer 3 keer per seconde optreden een epileptische aanval zouden kunnen veroorzaken. Deze snelle frequenties komen alleen voor bij kleinere windturbines. Bij de moderne grote windturbines ligt deze frequentie aanmerkelijk lager [33, 34]. In Amsterdam blijkt, uit de signalen uit de stad en uit de zorgpunten die door de klankbordgroep naar voren zijn gebracht, de zorg over slagschaduw geen groot punt van zorg. De expertgroep adviseert om de norm voor slagschaduw uit de Activiteitenregeling als grenswaarde te hanteren. In het kader van het ALARA-beginsel verdient het aanbeveling slagschaduw zoveel mogelijk te beperken.
Om hinder van slagschaduw tegen te gaan adviseert de expertgroep als grenswaarde uit te gaan van een belasting van gevoelige objecten van maximaal 17 dagen per jaar 20 minuten. Daarnaast verdient het aanbeveling slagschaduw zoveel mogelijk te reduceren.
25
3.6
Gezondheid onderdeel van brede ruimtelijke afweging Adviesvraag 2 | Zijn er aanvullend voor de gezondheid relevante onderwerpen of aandachtspunten, die een rol zouden kunnen spelen bij de locatiekeuze of vergunningverlening voor windturbines in Amsterdam? En hoe kunnen bedoelde normen en aanvullende onderwerpen in de vervolgfase worden betrokken bij nog uit te voeren onderzoeken (bijv. m.e.r.)? In de ruimtelijke afweging wordt bij de locatiekeuze de geluidsbelasting binnen de grenswaarde afgewogen tegen andere maatschappelijke belangen en gestreefd naar het waar mogelijk beperken van de geluidsbelasting De ruimtelijke afweging voor het (al dan niet) plaatsen van windturbines vindt plaats op basis van een m.e.r.-procedure. Hierin worden veelal verschillende alternatieven (lees: mogelijke locaties voor plaatsing van windturbines) tegen elkaar afgewogen. In paragraaf 3.4 wordt geadviseerd onder het tijdelijke regime van lokale normen – in afwachting van nieuwe landelijke normen – daar te beginnen met de plaatsing van windturbines waar dat tot het minst aantal ernstig gehinderden leidt. Allereerst moet beoordeeld worden of de alternatieven onder de voorgestelde tijdelijke grenswaarde van 45 dB Lden zitten.
Indien dit het geval is, maar de geluidsbelasting van de alternatieven wel boven de standaardwaarde uitkomt, dient afgewogen en onderbouwd te worden of het mogelijk en redelijk is geluidsbeperkende maatregelen te nemen. De alternatieven dienen tegen elkaar afgewogen te worden, waarbij de hoogte van de geluidsbelasting in relatie tot het aantal omwonenden mede een rol speelt. Dit betekent dat de plaatsing van windturbines nabij wijken waar het te verwachten aantal omwonenden met ernstige hinder relatief hoog zal zijn, in afwachting van nieuwe landelijke normen minder voor de hand ligt, maar tegelijk niet op voorhand kan worden uitgesloten. Daarentegen is het voorstelbaar dat voor een beperkt aantal verspreid gelegen woningen binnen de voorgestelde bandbreedte maatwerkoplossingen worden gekozen. Voor de plaatsing van windturbines dient een plan-m.e.r. doorlopen te worden. Daarin moet zicht worden geboden op het aantal ernstig gehinderden. Op grond hiervan kan worden afgewogen, op welke locaties het aantal gehinderden relatief beperkt is. Bij de ruimtelijke afweging verdient het ook aanbeveling rekening te houden met visuele hinder De geadviseerde normstelling richt zich vooral op geluidsbelasting omdat hier het meest direct hinder door wordt ervaren. Daarnaast is visuele hinder, waaronder die van slagschaduw, ook van belang voor de beleving van omwonenden.
Onderzoek wijst uit dat de combinatie van visuele hinder én geluidshinder elkaar kunnen versterken [35]. Daarmee worden ook de effecten van ernstige hinder op overige aspecten van gezondheid versterkt. De expertgroep adviseert daarom in de ruimtelijke afweging naast de norm voor geluidsbelasting ook rekening te houden met de visuele belasting. Zij beveelt daarbij aan de windturbines zo te plaatsen dat de visuele hinder waar mogelijk wordt beperkt. Cumulatie van geluiden kan worden meegerekend in de ruimtelijke afweging Met de cumulatie van verschillende geluidsbronnen kan rekening worden gehouden wanneer de geluidsbelasting van te plaatsen windturbines boven de standaardwaarde uitkomt. De gemeente kan het Reken en Meetvoorschrift Geluid 2012 hanteren om de hinder van afzonderlijke geluidbronnen tot één bron om te rekenen die even hinderlijk is als alle bronnen bij elkaar [36]. Door gebruik van deze systematiek kunnen in de ruimtelijke afweging verschillende locaties met elkaar worden
26
vergeleken op basis van de gecumuleerde geluidsbelasting en hinder in dat gebied (incl. te plaatsen windturbines). Nabijheid van volkstuinen en recreatieterreinen verdient tevens een plek in de afweging Er zijn ook andere overwegingen die in een m.e.r.-procedure kunnen worden meegenomen als alternatieven met elkaar vergeleken worden. De expertgroep denkt dan bijvoorbeeld aan de nabijheid van volkstuinen of recreatieobjecten die vaak in contouren van andere geluidsbronnen liggen en niet gelden als geluidsgevoelige objecten, maar die door de plaatsing van windturbines in de nabijheid visueel belast zouden worden of auditief meer belast door de windturbines dan door de andere bronnen in de directe omgeving. Zeker op die locaties waar mensen langdurig verblijven en/of ook ’s nachts op deze locaties mogen verblijven valt het aan te bevelen de hinder die mensen kunnen ondervinden in de ruimtelijke afweging te betrekken. De ruimtelijke afweging beperkt zich niet enkel tot de effecten van geluid Bovengenoemde overwegingen hebben betrekking op de gezondheidsaspecten. Het zal duidelijk zijn dat in de ruimtelijke afweging ook andere aspecten een rol kunnen en moeten spelen. Denk aan inbreuken op het landschap, veiligheidsaspecten en dergelijke.
De expertgroep adviseert de gemeente om, naast geluidsbelasting, ook andere overwegingen een plek te geven in de ruimtelijke afweging voor plaatsing van windturbines. De m.e.r.-procedure is de aangewezen plek om dergelijke overwegingen zichtbaar te maken. In de praktijk kan dit betekenen dat een locatie met een hogere geluidsbelasting (altijd onder de grenswaarde) de voorkeur verdient boven een locatie met een lagere geluidsbelasting omdat andere overwegingen bij elkaar zwaarder wegen dat het verschil in geluidsbelasting.
De expertgroep beveelt aan bovenstaande factoren mee te nemen in de ruimtelijke afweging bij de plaatsing van windturbines. Op deze manier wordt de locatie gekozen waar de effecten van windturbines het meest beperkt worden. De precieze weging van de factoren zal de gemeente bij m.e.r.-procedure moeten bepalen.
3.7
Monitoring na plaatsing windturbines Adviesvraag 3 | Is het wenselijk na plaatsing van windturbines de gezondheidseffecten daarvan te blijven monitoren en zo ja, op welke wijze? De vergunning van plaatsing van windturbines gebeurt op basis van de plannen van de initiatiefnemer en de resultaten uit de m.e.r.-procedure. De resultaten zijn een inschatting van de te verwachten effecten die veelal gebaseerd zijn op modellering. Voor omwonenden is het van belang dat zij ervan uit kunnen gaan dat de daadwerkelijke belastingen/blootstellingen niet duidelijk groter zijn dan de prognoses die in de plannen zijn opgenomen en dat klachten serieus worden genomen. Mede daarom dient na inwerkingtreding van de windturbines gecontroleerd te worden of zij in de praktijk ook daadwerkelijk voldoen aan de eisen (geluidsnorm en slagschaduwnorm) die vooraf zijn gesteld. De expertgroep stelt voor deze monitoring in elk geval te richten op windturbines die zijn geplaatst waar in de m.e.r.-procedure bleek dat zij de standaardwaarde voor de maximale geluidsbelasting zouden overschrijden.
27
Voldoen aan de norm Vóór inwerkingtreding van de windturbine(s) is een bepaling van de al aanwezige geluidsbelasting (zonder windturbines) aan te raden, om het achtergrondgeluid op de locatie in beeld te brengen en te kunnen onderscheiden van het windturbinegeluid. Het spreekt voor zich dat de windturbines moeten voldoen aan de normen die daarvoor gesteld zijn. Het is van belang dat voor omwonenden duidelijk is, hoe wordt vastgesteld dat de windturbines aan de normen voldoen en met welke frequentie dit wordt gecontroleerd. Deze informatie en de resultaten van de periodieke monitoring moeten transparant en openbaar zijn. De monitoring kan zo ook dienen als basis voor toezicht en handhaving van de afgesproken normen. Daarbij geldt dat de taken en verantwoordelijkheden van de controlerende instantie (bijvoorbeeld de Omgevingsdienst) goed omschreven moeten zijn, evenals de maatregelen en sancties die opgelegd kunnen worden als de turbines niet aan de normen voldoen. De expertgroep adviseert om monitoring ook te richten op zorgen van omwonenden De expertgroep raadt aan om handhaving en monitoring van windturbines niet te beperken tot naleving van de geluidsnorm en slagschaduwnorm, maar hierin ook aandacht te besteden aan de zorgen van omwonenden.
Om meer tegemoet te komen aan de zorgen van (toekomstige) omwonenden, adviseert de expertgroep om monitoring van windturbines ook specifiek te richten op het laagfrequente deel van het geluid en het tonale en ritmische karakter. Het verdient aanbeveling de wijze van monitoring te bespreken met (een vertegenwoordiging van) omwonenden, zodat de monitoring een antwoord kan geven op bij hen levende vragen. Daarnaast is de inrichting van een heldere klachtenregistratie van belang. Omwonenden moeten erop kunnen vertrouwen dat hun klachten serieus worden genomen en dat er iets gebeurt met de ingediende melding. Daarvoor is het nodig dat voor omwonenden duidelijk is waar zij terecht kunnen met hun klachten, onder welke condities een klacht in behandeling wordt genomen en welke maatregelen ter beschikking staan om eventuele overlast te mitigeren. Zo kan bijvoorbeeld in overleg met de omwonenden gezocht worden of er momenten en/of weersomstandigheden zijn dat de hinder van de windturbine(s) groter is dan normaal. Voor die momenten kan dan gezocht worden naar maatregelen in de vorm van bijvoorbeeld een geluidreducerende modus bij een of meerdere windturbines, afhankelijk van de bepalende condities. Op die manier kan de op specifieke momenten optredende bovengemiddelde geluidbelasting bij woningen beperkt worden.
De expertgroep adviseert als startpunt van monitoring een nulmeting uit te voeren: de geluidsbelasting zonder windturbines. Daaropvolgend dient in een periodieke monitor te zijn opgenomen: de naleving van geluidsnorm en schaduwnorm en de effecten van andere factoren zoals beschreven in paragraaf 3.6. Als het gaat om de monitor benadrukt de expertgroep het belang van begrijpelijkheid en transparantie richting omwonenden en het in beeld brengen van hun zorgen en behoeften.
28
/ A Verwerking zorgpunten in advies In deze bijlage bij het advies gaat de expertgroep in op de zorgpunten die vanuit de stad naar voren zijn gebracht. Deze zijn terug te vinden in de adressen, die hierover aan de gemeenteraad zijn gericht en die zijn opgenomen in het document ‘Signalen uit de stad’ van de gemeente Amsterdam [20, 21, 22, 23]. De expertgroep heeft op basis van deze zorgpunten zeven onderwerpen aangewezen die zij in ieder geval nader wilde onderzoeken. Dit zijn: 1. Gezondheidseffecten voor kinderen 2. Gezondheidseffecten voor mensen met risicofactoren (zoals ouderen met vaak chronische aandoeningen) 3. Gezondheidseffecten van laagfrequent geluid en infrageluid 4. Invloed van verschillende geluidbronnen op elkaar (cumulatie en maskering) 5. Vrijkomen van schadelijke stoffen (bijv. Bisfenol A) door eroderen wieken 6. Invloed van (tip)hoogte van windturbines op gezondheidseffecten 7. Vergelijking van ervaren hinder door windturbines met andere geluidbronnen (zoals wegverkeer en vliegverkeer) Vervolgens heeft de expertgroep de klankbordgroep uitgenodigd om aanvullende onderwerpen aan te leveren voor een nadere beschouwing door de expertgroep. In reactie hierop heeft de klankbordgroep ruim 120 vragen opgesteld voor de expertgroep. Een deel van de vragen van de klankbordgroep had een proceskarakter of ging over andere overheden.
Ook zaten er dubbelingen in de thematiek van de gestelde vragen. Uit de lijst met vragen heeft de expertgroep de hoofdthema’s gedestilleerd om tot een uiteindelijke lijst met de voornaamste zorgpunten vanuit de stad te komen. Hierna worden de zorgpunten behandeld. Voor ieder zorgpunt beschrijft de expertgroep: De kern van de naar voren gebrachte zorg; De beoordeling van deze zorg door de expertgroep op basis van expertise en wetenschappelijke inzichten over gezondheidseffecten van windturbines; De wijze waarop de zorg een plek heeft gekregen in het advies van de expertgroep.
A.1
Gezondheidseffecten windturbines in algemene zin Er zijn zorgen bij bewoners in de stad over het ontstaan van gezondheidseffecten door de plaatsing van windturbines. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op specifieke zorgpunten die naar voren gebracht zijn. In deze paragraaf beschrijven we in algemene zin welke zorgen leven bij (toekomstige) omwonenden en de leden van de klankbordgroep in het bijzonder. Dit is veelal ook de basis voor veel van de meer specifieke zorgpunten. Men is terughoudend tegenover het plaatsen van windturbines omdat het beeld bestaat dat er te weinig wetenschappelijk onderzoek over windturbines beschikbaar is om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over gezondheidseffecten. De zorg is ook dat het onderzoek dat is uitgevoerd meestal de algemene bevolking betreft en daardoor te weinig rekening kan houden met individuele cases. Ook is er discussie over enkele artikelen die het bestaan van het windturbinesyndroom en/of vibroakoestische ziekte beschrijven. Deze discussie en de gevoelde onduidelijkheid is voor bezorgde (toekomstige) omwonenden reden om te pleiten voor het voorzorgsprincipe voordat windturbines mogen worden geplaatst, omdat het onderzoek rondom gezondheidseffecten te weinig zekerheid biedt.
29
De effecten van (hogere) geluidniveaus en langdurige blootstelling aan geluid op het welzijn en de gezondheid van de mens worden al lange tijd onderzocht. De eerste signalen kwamen uit de werkomgeving in fabrieken waar mensen in uiterst lawaaiige omstandigheden moesten werken. Daarna volgde het inzicht dat ook geluiden in de leefomgeving (bij lagere geluidniveaus) van invloed kunnen zijn op de mens. Hier wordt sinds halverwege de vorige eeuw onderzoek naar gedaan. Er is daardoor al veel bekend over de effecten die omgevingsgeluid op de mens kan hebben. Het algemene beeld is duidelijk, en wordt regelmatig bijgesteld op basis van de laatste inzichten. Dat neemt niet weg dat elke geluidbron zijn eigen karakteristieken heeft. Het is daarom van belang dat het effect van nieuwe, of in aantal toenemende, geluidbronnen in onze leefomgeving goed onderzocht wordt. Onderzoek naar de effecten van het geluid van windturbines is rond 1980 op gang gekomen, tegelijk met de ontwikkeling richting de huidige windturbines voor het opwekken van elektriciteit. Die ontwikkelingen staan niet stil; windturbines worden efficiënter, hoger en zijn niet lawaaiiger geworden. Door deze veranderingen blijft onderzoek naar de effecten van windturbines noodzakelijk. De expertgroep baseert haar advies op de kennis die de afgelopen decennia is opgedaan.
Deze kennis is samengevat door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en aangevuld met de laatste inzichten door het RIVM. De leden van de expertgroep kennen ook de onderzoeken die aan de reviews van de WHO en het RIVM ten grondslag liggen en kennen een aantal van de onderzoekers persoonlijk via congresdeelname en eerdere samenwerkingen. In het overzichtsrapport van de WHO uit 2018 zijn gezondheidseffecten van geluidsbronnen in beeld gebracht op basis van acht reviews, die in opdracht van de WHO zijn uitgevoerd door enkele tientallen internationale onderzoekers [14]. De reviews bevatten voor de diverse geluidsbronnen en gezondheidseffecten een overzicht van de stand van kennis tot en met 2018; voor windturbines was dat echter tot en met 2014. De advieswaarden van de WHO voor de toelaatbare geluidniveaus van windturbines zijn op dit overzichtsrapport gebaseerd [13, 14]. Uit deze overzichten van de internationale onderzoeken blijkt dat er sprake is van gezondheidseffecten die door windturbines worden veroorzaakt. Maar enkel voor geluidhinder is bewezen dat dat samenhangt met de geluidsbelasting.
Die samenhang betekent zeker niet dat de hinder alleen maar afhangt van het geluidniveau: bij alle geluidbronnen in de woonomgeving – ook windturbines - geldt dat de hinder voor hooguit ongeveer 25% herleidbaar is tot de hoeveelheid geluid; de overige 75% of meer heeft met andere factoren te maken. Bij windturbines is voor andere gezondheidseffecten dan hinder onvoldoende bewijs dat het met de geluidbelasting samenhangt. Het is tegelijk ook duidelijk dat de geluidshinder door veel andere factoren mede wordt bepaald, dus zeker niet alleen door de geluidbelasting. Wel blijkt herhaaldelijk dat de door omwonenden ervaren gezondheidseffecten met de geluidhinder samenhangen. Ook uit het overzicht van RIVM blijkt dat de onderzoeksresultaten voor de relatie tussen slaapverstoring en het geluidniveau niet eenduidig zijn en dat er voor andere gezondheidseffecten als gevolg van geluid nauwelijks of geen aanwijzing was [16, 17, 18]. Wel blijken slaapverstoring en andere gezondheidseffecten samen te hangen met de ervaren geluidhinder en ook met de totale ervaren hinder van geluid, slagschaduw, visuele impact en obstakelverlichting. In het onderzoeksrapport en de advieswaarde van de WHO wordt geluidhinder door windturbines als gezondheidseffect meegewogen [13].
Met de advieswaarde accepteert de WHO een zeker percentage (ernstig) gehinderden omdat het bij omgevingsbesluiten (in de huidige samenleving) niet haalbaar is
30
om helemaal geen hinder te veroorzaken. Ook benoemt de WHO dat het beschikbare onderzoek naar windturbines beperkt is. Dit is mee afgewogen in de adviezen die zij geeft. Vanwege het ontbreken van een duidelijk verband tussen enerzijds het functioneren van een windpark en anderzijds de in de omgeving voorkomende gezondheidseffecten is het niet mogelijk om daarvoor normen vast te stellen. Het is dan immers onduidelijk wat het effect van die normen is. Wel kan worden geconcludeerd worden dat het beperken van hinder van een windpark niet alleen de hinder zelf beperkt, maar ook de gezondheidseffecten die daarmee samenhangen.
Het advies van de expertgroep baseert zich op het overzicht van internationale onderzoeken over windturbines door de WHO en RIVM. Het neemt de afwegingen van de WHO mee in haar advies. Uit het totaal van onderzoeken blijkt dat er geen duidelijk verband is tussen het geluidsniveau van windturbines en de ervaren gezondheidseffecten, maar wel tussen de ervaren hinder en gezondheidseffecten. Het is daarom zinvol om zoveel mogelijk de hinder te beperken. De expertgroep adviseert daarom om het ALARA-principe toe te passen naast het vaststellen van geluidsnormen.
A.2
Actualiteit onderzoeken die basis zijn voor normen Zoals aangegeven in de voorgaande paragraaf zijn mensen bezorgd over de beschikbaarheid van voldoende en recent onderzoek naar de gezondheidseffecten van windturbines. Wel is het zo dat, naarmate er meer windturbines worden geplaatst, er ook meer onderzoek beschikbaar komt. Het advies van de expertgroep gaat uit van het onderzoek dat door de WHO en RIVM is uitgevoerd. Bij het rapport van de WHO zijn onderzoeken na 2014 niet meegenomen. Het overzicht van RIVM is gebaseerd op alle beschikbare onderzoeken daarna tot juni 2020. Het RIVM heeft in opdracht van de Zwitserse overheid de meest relevante internationale, wetenschappelijke artikelen tussen 2017 en 2020 geanalyseerd en beoordeeld [16]. Dit review levert een actueel beeld op en sluit qua bevindingen aan bij het eerdere rapport van de WHO en het eerdere review van GGD en RIVM van 2017 [14, 17]: de latere onderzoeken ondersteunen de eerdere onderzoeksresultaten en geven daarover dus meer zekerheid. Daarbij komt dat windturbines met de jaren wel groter zijn geworden, maar verder niet wezenlijk veranderd wat betreft de invloed op de omgeving. Door de toenemende grootte is echter de geluidsbelasting gemiddeld niet toegenomen, maar is wel het gebied groter geworden waar de visuele invloed van belang is.
Daarnaast heeft de expertgroep nog gekeken naar recente onderzoeksresultaten, die nog niet in het WHO- of het RIVMoverzicht zijn opgenomen.
Onderzoeken naar windturbines die tot medio 2020 internationaal zijn uitgevoerd geven volgens de expertgroep geen aanleiding om te twijfelen aan de validiteit van het internationale overzicht van wetenschappelijk onderzoek en de daarop gebaseerde adviezen van de WHO voor de beoordeling van het effect van windparken op de omgeving. Het internationale overzicht van wetenschappelijk onderzoek en de richtlijnen van de WHO ziet de expertgroep als robuuste basis voor het formuleren van normen voor windturbines.
31
A.3
Kwaliteit van onderzoek naar gezondheidseffecten Onder de zorgen die naar voren worden gebracht, bevindt zich de vraag wat de kwaliteit is van het onderzoek naar gezondheidseffecten. Men vraagt zich af of het onderzoek niet te beperkt is in aantal, zich richt op beperkte onderzoekspopulaties en of de methodiek van onderzoek van voldoende wetenschappelijke kwaliteit is. Een aantal mensen vragen zich af of de conclusies van internationaal onderzoek ook van toepassing zijn bij plaatsing van windturbines in Amsterdam. Sommige zorgen richten zich ook op de vraag of het onderzoek wel voldoende onafhankelijk is verricht en niet wordt gekleurd door de belangen van fabrikanten van windturbines. Deze zorg wordt gevoed door het rapport over de RIVM-review die door Dick Bijl is opgesteld voor Windwiki en zijn afscheidsbrief en uitingen in de media bij het terugtrekken uit de expertgroep [2, 3]. Zoals in hoofdstuk 1 toegelicht heeft de expertgroep zich in haar advies gebaseerd op de advieswaarden in de richtlijnen van de WHO, de gezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties. De WHO heeft haar richtlijnen gebaseerd op reviews, waar zij opdracht toe heeft gegeven (van het internationale onderzoek naar de gezondheidseffecten van windturbines tot aan 2014) [13, 14]. Hier hebben tientallen wetenschappers voor de WHO drie jaar aan gewerkt.
In de review wordt telkens een overzicht gegeven van de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek en de robuustheid van de conclusies die daaraan verbonden kunnen worden. Het samenstel van internationaal onderzoek laat op hoofdlijnen een eenduidig beeld zien. Op sommige onderdelen geeft het onderzoek nog geen eenduidig beeld en is nader onderzoek gewenst. Het beschikbare onderzoek geeft, wat betreft de samenhang tussen windturbines en gezondheidseffecten, geen beeld dat substantieel afwijkt van de hoofdlijnen van de WHO-review. De aanvullende review met meer actueel onderzoek in opdracht van de Zwitserse overheid is verricht door het RIVM [16]. Het RIVM is het adviesorgaan van de Nederlandse overheid voor volksgezondheid en milieu. Zowel de WHO als het RIVM verrichten hun adviesrol vanuit een onafhankelijke positie. De onderzoeken die in de reviews zijn opgenomen zijn deels bekostigd door overheden en voor een klein deel voor fabrikanten of exploitanten van windturbines. De expertgroep acht bekostiging door overheden geen belemmering voor zorgvuldig onderzoek. Bij alle onderzoeken die door de WHO en het RIVM in hun reviews zijn opgenomen, zijn de onderzoeken beoordeeld op hun wetenschappelijke kwaliteit. De onderzoeken bevatten generieke bevindingen over de samenhang van geluidsbelasting door windturbines en gezondheidseffecten.
Vaak worden deze uitgedrukt in blootstelling-respons-relaties. De wijze waarop geluid zich gedraagt is goed bekend. De wijze waarop een bevolking reageert op blootstelling aan geluidsbelasting vertoont internationaal zeker overeenkomst, maar er blijven altijd verschillen tussen verschillende locaties en zelfs tussen landen vanwege verschillen in o.a. bouwkenmerken, regelgeving en maatschappelijke opvattingen. Uit het internationale onderzoek volgt derhalve voor Amsterdam belangrijke algemene kennis, terwijl tegelijk duidelijk is dat een reactie niet exact voorspeld kan worden.
De expertgroep meent dat het internationale milieugezondheidskundige onderzoek naar de gezondheidseffecten van geluidsbelasting door windturbines gezaghebbend is gevalideerd en gereviewd door nationale en internationale instanties, die zijn opgericht om overheden hierover onafhankelijk te adviseren. Deze reviews laten zien dat op onderdelen nader onderzoek gewenst is, maar dat er een duidelijke, maar beperkte en goed omschreven samenhang is tussen geluidsbelasting door windturbines en gezondheidseffecten. Dit beeld is naar het oordeel van de expertgroep toereikend om haar advies op te kunnen baseren.
32
A.4
Gezondheidseffecten op termijn Vanuit de klankbordgroep zijn vragen gesteld over de gezondheidseffecten van windturbines op termijn. Wanneer het zicht op gezondheidseffecten is gebaseerd op onderzoek met een korte doorlooptijd is het mogelijk dat door langdurige blootstelling aan het geluid van windturbines extra effecten optreden, die nu nog in het onderzoek buiten schot zijn gebleven. De expertgroep onderschrijft dat de gezondheidseffecten van windturbines optreden door langer durende blootstelling aan geluid. Immers het is het langdurig belast worden en hinder ondervinden, dat omwonenden geestelijk en lichamelijk belast [14, 16]. De onderzoeken die internationaal zijn uitgevoerd hebben over het algemeen geen duidelijke afbakening in tijdsperioden, o.a. omdat er binnen een gebied geen vaste bevolking is die gevolgd kan worden, maar een bevolking die verandert door veroudering, verhuizingen en geboorte/sterfte. De effecten die in met name het grootschaliger onderzoek zichtbaar worden, zijn dus die van een dynamische bevolking. Wel is er aandacht voor gebeurtenissen waarbij een geluidbron plots verandert (zoals een vliegveld dat sluit of geopend wordt). Daaruit blijkt dat er direct bij de verandering een relatief sterke reactie is (helemaal geen hinder meer of juist veel hinder) die na een tijd stabiliseert tot wat bekend is van stationaire situaties.
Bij windturbines worden vaak bewoners meegenomen die al tenminste enige tijd bij een windturbine of windpark wonen. Er zijn in enkele onderzoeken aanwijzingen dat ook bij windturbines de hinder na de eerste tijd enigszins afneemt.
In de onderzoeken naar de geluidseffecten van windturbines en andere geluidsbronnen wordt over het algemeen uitgegaan dat bewoners er meer of minder langdurig kunnen wonen, uitstrekkend van wellicht maanden tot decennia. Bij windturbines is dat wat beperkter in tijd omdat ze relatief nieuw zijn. In de ogen van de expertgroep is er geen reden om aan te nemen dat de effecten van geluidsbelasting op lange termijn ernstiger zijn.
A.5
Belang van zorgvuldig proces Leden van de klankbordgroep verwijzen naar conclusies uit de onderzoeken naar gezondheidseffecten van windturbines, waaruit blijkt dat een zorgvuldige procesgang bijdraagt aan vermindering van de ervaren hinder door omwonenden. Zij vragen zich af wat de impact is van de procesgang in Amsterdam op de gezondheidseffecten van windturbines. Uit onderzoek komt inderdaad een belangrijke relatie tussen de ervaring van ernstige hinder door omwonenden en wat er gebeurt voorafgaand aan de plaatsing van windturbines [14, 16]. Wanneer bewoners het gevoel hebben onvoldoende betrokken te zijn bij de besluitvorming over de plaatsing van windturbines en niet te worden gehoord, leidt dit tot weerstand tegen een besluit en beïnvloedt dit de hinder na plaatsing. Ernstige hinder op zijn beurt is weer gerelateerd aan andere gezondheidseffecten. Mensen die positief zijn over de plaatsing ervaren juist weinig of geen hinder. De expertgroep vraagt daarom aandacht voor een zorgvuldig maatschappelijk proces voorafgaand aan de plaatsing van windturbines. Deze zorgvuldigheid heeft betrekking op de wijze waarop de overheid ruimte biedt voor participatie en dialoog in het proces en de invulling van die participatie en dialoog door partijen in de praktijk.
De gemeente heeft met een reflectiefase gestreefd naar een extra stap in het gesprek in de stad over de plaatsing van windturbines. De wederzijdse polarisatie in
33
het gesprek, zoals de expertgroep dat waarneemt, draagt niet bij aan een zorgvuldige dialoog en een bevredigend resultaat voor betrokkenen in de stad.
De houding ten aanzien van windturbines en het onvoldoende gehoord worden zijn belangrijke factoren in de ervaring van ernstige hinder bij omwonenden. De expertgroep dringt bij de gemeente en haar gesprekspartners aan op een wederzijds zorgvuldig proces van participatie en dialoog om de beleving van hinder en daarmee samenhangende gezondheidseffecten te beperken.
A.6
Tiphoogte van Windturbines Naar de gezondheidseffecten van windturbines is de afgelopen decennia onderzoek gedaan. Windturbines die nu geplaatst worden hebben vaak een hogere tiphoogte dan vroeger. Zij komen in aanraking met hogere luchtlagen waar het harder waait. Het is daarom voorstelbaar dat grotere windturbines meer geluid maken dan kleinere windturbines. De zorg is dat grotere windturbines hierdoor mogelijk meer of andere gezondheidseffecten veroorzaken. Omdat het advies van de expertgroep uitgaat van de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, maakt het voor de normering niet uit hoeveel geluid een windturbine zelf veroorzaakt. Als een windturbine meer geluid produceert, zal er bij de plaatsing rekening moeten worden gehouden met een ruimere contour waardoor de afstand tot woningen groter wordt. Met andere woorden: als een windturbine meer geluid produceert, mag de geluidsbelasting op gevoelige objecten toch niet hoger uitvallen dan de geluidsnorm. Wanneer we spreken van grote en kleine windturbines wordt uitgegaan van de capaciteit, uitgedrukt in megawatt (MW). In het verleden, met windturbines tot rond de 1 MW, nam de geluidsproductie toe met de grootte van de turbine: een verdubbeling van de hoogte betekende (gemiddeld) 3 dB Lden meer geluidsproductie.
Vanaf enkele MW blijkt dat niet meer op te gaan: uit gegevens over de geluidsproductie van windturbines blijkt dat er geen relatie meer is tussen de hoogte van de turbine en de hoeveelheid geluid. Als windturbines met een capaciteit groter dan 2-3 MW worden vergeleken met windturbines met een capaciteit van minder dan 2-3 MW blijkt dat grotere windturbines niet meer geluid produceren dan die kleinere windturbines [29]. De reden daarvan is dat de snelheid van de wiektips vooral de geluidsproductie bepaalt en deze neemt (gemiddeld) niet meer toe, juist om de plaatsing ervan vanwege het geluid niet moeilijker te maken. Bij windturbines op zee speelt dat probleem niet en kunnen de wieken sneller draaien. Er zijn daarnaast geen aanwijzingen dat grotere windturbines meer of andere gezondheidseffecten veroorzaken [37].
De normstelling die de expertgroep adviseert houdt rekening met verschillen in geluidsproductie tussen windturbines. De norm wordt bepaald door de aanvaardbaar geachte geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals woningen. Bij meer geluid zal dus niet de geluidbelasting op woningen toenemen, maar zal de norm leiden tot een ruimere contour. Overigens meent de expertgroep dat de tiphoogte van windturbines geen invloed (meer) heeft op het volume van de geluidsproductie door windturbines.
34
A.7
Laagfrequent geluid en infrageluid Laagfrequent geluid en infrageluid worden vaak genoemd als oorzaak van gezondheidseffecten van windturbines en zijn een bron van zorg voor (toekomstige) omwonenden. In Denemarken bestaat, aanvullend op normen voor geluid in algemene zin, een norm voor laagfrequent geluid en infrageluid. De mensen met zorgen over laagfrequent geluid en infrageluid vragen zich af of vanuit gezondheidsperspectief een dergelijke aanvullende norm niet ook in Nederland zou moeten gelden. Op dit moment worden de meeste geluidsnormen wereldwijd gebaseerd op de totale hoeveelheid hoorbaar geluid. Windturbines produceren – net als andere belangrijke geluidbronnen geluid over het hele spectrum van lage tot hoge tonen - en dus ook laagfrequent geluid en infrageluid. Dat geluid heeft een langere golflengte en kan verder dragen omdat het minder gereduceerd wordt door de atmosfeer en door obstakels en muren van woningen. De definities verschillen, maar over het algemeen spreken we van laagfrequent geluid bij golflengtes tot 100/125 Hz en van infrageluid onder de 20 Hz. Het beschikbare onderzoek naar laagfrequent geluid van windturbines is beperkt. Uit de onderzoekingen die zijn gedaan, blijkt dat het aandeel laagfrequent geluid van windturbines niet duidelijk afwijkt van andere geluidsbronnen.
Windturbines produceren niet meer laagfrequent geluid en infrageluid dan andere geluidbronnen [38]: een drukke weg die op een woning 55 dB Lden veroorzaakt, bevat meer laagfrequent geluid dan een windturbine bij 40 dB Lden. Ook wijst onderzoek uit dat grotere windturbines (zie A.3) niet meer laagfrequent geluid en infrageluid produceren dan kleinere windturbines [37]. De gemeten toename van laagfrequent geluid bij windturbines is evenredig met de toename van het totale geluidniveau van windturbines. De controle op laagfrequent geluid is derhalve verdisconteerd in de huidige normering voor (het volledige spectrum van) windturbinegeluid [39]. Wel kunnen windturbines onderling enigszins verschillen in de productie van alle geluid en/of laagfrequent geluid. Om de hoeveelheid laagfrequent geluid te beperken zou de Deense norm voor laagfrequent geluid van windturbines gebruikt kunnen worden [37].
Windturbines produceren binnen het geluidsspectrum niet duidelijk meer laagfrequent geluid of infrageluid dan andere geluidbronnen. De expertgroep heeft geen reden om aan te nemen dat de ervaren geluidhinder wordt versterkt of in sterkere mate wordt veroorzaakt door de productie van laagfrequent geluid of infrageluid dan bij andere geluidsbronnen. Naar het oordeel van de expertgroep biedt de geadviseerde norm voor geluid van windturbines in algemene zin (zie hoofdstuk 3) evenzeer bescherming voor de effecten van laagfrequent geluid en infrageluid als voor andere geluidsbronnen het geval is. Om zorgen daarover weg te nemen, is het aan te bevelen de hoeveelheid laagfrequent geluid apart te beoordelen. Wel adviseert de expertgroep om tijdens handhaving en monitoring specifiek aandacht te besteden aan het meten van laagfrequent en tonaal geluid.
A.8
Effecten bebouwing en ondergrond De berekening van de geluidniveaus rond een windturbine of windpark gebeurt met zeer uitgebreide rekenmodellen. Daarbij wordt rekening gehouden met het type ondergrond (water reflecteert geluid geheel, een onverharde bodem absorbeert een deel van het opvallende geluid), met de absorptie van geluid door de atmosfeer (vooral de hogere frequenties), en met de aanwezigheid van gebouwen (die
35
zowel achterliggende gebouwen kunnen afschermen als geluid kunnen reflecteren). Ook kan rekening worden gehouden met de hoogte van een ontvanger: het geluidniveau op de 10e verdieping van een flatgebouw zal hoger zijn dan op de begane grond. Bij windturbines wordt ook nog rekening gehouden met de overheersende windrichting in Nederland. In alle gevallen geldt dat de rekenresultaten alleen correct zijn als de invoergegevens correct zijn; het is echter gebruikelijk dat de invoergegevens gerapporteerd worden zodat ze ook gecontroleerd kunnen worden.
De berekening van geluidniveaus van windturbines bij de m.e.r.-procedures houdt rekening met de effecten van bebouwing en ondergrond. In de rekenmodellen wordt ook de overheersende windrichting in Nederland meegenomen.
A.9
Cumulatie en maskering van geluid Naast het geluid dat windturbines produceren, hebben omwonenden te maken met verschillende bronnen van omgevingsgeluid. Zorgen over de ‘interactie’ tussen windturbinegeluid en andere geluidsbronnen zijn tweeledig. Enerzijds gaat het om de cumulatie van verschillende geluidsbronnen. Op het moment dat een bewoner reeds omgeven wordt door geluid van spoor- en wegverkeer, ervaart hij/zij dan meer of andere gezondheidseffecten van het extra geluid van windturbines? Anderzijds zijn inwoners in de stad bezorgd over het feit dat het geluid van windturbines overdag misschien gemaskeerd wordt door andere geluidbronnen, maar ’s nachts niet. Uit eerder Nederlands belevingsonderzoek bleek dat de hinder van geluid van wegverkeer en van turbines naast elkaar bestaan: het horen van één bron had geen invloed op het horen van de andere bron [40]. Dat gold zelfs voor wegverkeersgeluid met een niveau van 60 dB Lden (en windturbinegeluid minder dan 50 dB Lden). Het ervaren van hinder van de ene bron had wel invloed op de hinder van de andere bron: meer hinder van wegverkeer hing samen met meer hinder van windturbines. Alleen bij de hoogste niveaus van wegverkeersgeluid in dat onderzoek (55 – 60 dB Lden) werd het windturbinegeluid gemaskeerd, maar alleen als het windturbinegeluid zelf niet te hard was (35-40 dB Lden).
Bij lagere niveaus van wegverkeersgeluid of bij hogere niveaus van windturbinegeluid was het wegverkeer niet in staat het windturbinegeluid te maskeren. Het maskerende vermogen van wegverkeersgeluid is dus beperkt en treedt alleen op als het wegverkeer behoorlijk luid is en het windturbinegeluid betrekkelijk zacht. Vooral in de nacht zal maskering door stedelijk wegverkeer nauwelijks of geen rol spelen, maar mogelijk nog wel bij drukke (snel)wegen. Tegelijk blijkt echter ook dat hinder niet alleen een kwestie van geluidniveau is: wie weinig of niet gehinderd is door wegverkeer is ook weinig of niet gehinderd door windturbines. En wie wel meer gehinderd is door de ene bron, is dat ook door de andere bron. Dat gold bij alle voorkomende geluidniveaus. Bij spoorwegverkeer wijkt het geluid, sterker dan bij wegverkeer, af van het geluid van windturbines. Een belangrijk verschil is bijv. dat er bij spoorwegen stille perioden zijn tussen de treinpassages waarin geen sprake kan zijn van maskering. Voor cumulatie van verschillende geluidbronnen bestaan regels om deze te berekenen. De regels (vervat in bijlage I van het Reken en Meetvoorschrift Geluid 2012) rekenen de hinder van afzonderlijke geluidbronnen om tot één bron die even hinderlijk is als alle bronnen bij elkaar [35].
De regels worden tot nog toe toegepast als het geluid de standaardwaarde overschrijdt: het gecumuleerde niveau wordt dan in de afweging betrokken. Bij windturbines kunnen ze dus worden toegepast als daar ook van een standaardwaarde sprake is. Daarnaast worden de cumulatieregels
36
ook in milieueffectrapportages gebruikt om de totale hinder van verschillende bronnen in beeld te brengen. Specifiek bij windturbines is nog rekening gehouden met de aanwezigheid van meerdere windparken. Als er al een windpark in de omgeving is, kan voor een volgend windpark een lagere norm dan 47 dB Lden/41 dB Lnight worden vastgesteld [5].
Windturbinegeluid wordt niet makkelijk gemaskeerd door andere bronnen. Bij spoorwegverkeer is geen (langdurige) maskering te verwachten, bij wegverkeer alleen als de weg druk is en de windturbines op grotere afstand staan (lager geluidniveau). Met cumulatie van geluidbronnen kan rekening worden gehouden door het toepassen van de systematiek voor cumulatie van bronnen. Dit heeft de expertgroep in paragraaf 3.6 van haar advies uitgewerkt.
A.10 Aanwezigheid grote bevolkingsconcentraties De zoekgebieden naar windturbines in Amsterdam bevinden zich aan de randen van de stad. In meerdere gevallen zijn de zoekgebieden gelokaliseerd op plekken nabij woonwijken, waar (relatief ten opzichte van andere plekken in Nederland waar momenteel windturbines staan) veel mensen wonen. Vanuit omwonenden en vanuit de klankbordgroep zijn zorgen geuit dat op deze plekken veel mensen last krijgen van de te verwachten gezondheidseffecten van windturbines. Ook hebben leden van de klankbordgroep aangegeven dat zij zich zorgen maken over het feit dat aan de randen van de stad over het algemeen mensen wonen die al last hebben van uiteenlopende problematiek. Voor deze omwonenden wegen de gezondheidseffecten van windturbines mogelijk ‘extra’ zwaar. Of bewoners in een stedelijke omgeving eerder last zullen hebben van windturbines dan bewoners van het platteland is onduidelijk. Enerzijds verstoort een nieuwe geluidsbron op het platteland de stilte duidelijker dan in een stad, anderzijds is het voor stadsbewoners weer een geluid erbij terwijl er al zoveel geluid is. In Zweeds onderzoek werd gevonden dat bewoners op het platteland meer hinder ondervonden van windturbinegeluid dan bewoners in stedelijke gebieden.
In Nederlands onderzoek werd het tegendeel gevonden: bewoners in de stad rapporteerden juist meer hinder dan bewoners van het platteland (voor zover die niet bij een drukke weg woonden) [41]. Wel is duidelijk dat bij hogere bewoningsconcentraties een bepaald percentage (ernstig) gehinderden leidt tot een hoger aantal (ernstig) gehinderden. Daarom adviseert de expertgroep in de toepassing van de normen in het ruimtelijk beleid rekening te houden met de nabijheid van grote bewoningsconcentraties. De expertgroep adviseert om in afwachting van nieuwe landelijke normen daar te beginnen met de plaatsing van windturbines, waar het aantal omwonenden en de risico’s van ernstige hinder beperkt zijn. In de project-m.e.r. voor de plaatsing van een windturbine kan het aantal ernstig gehinderden in beeld worden gebracht, zodat daar in de besluitvorming rekening mee gehouden kan worden.
37
De expertgroep adviseert de gezondheidseffecten van windturbines waar redelijkerwijs mogelijk te beperken. De geadviseerde standaardwaarde en grenswaarde gaan uit van percentages gehinderden. Wanneer windturbines nabij grote bevolkingsconcentraties geplaatst worden, stijgt logischerwijs het absolute aantal gehinderden. De expertgroep adviseert daar rekening mee te houden bij de selectie van locaties om windturbines te plaatsen. Nabij wijken met grote bevolkingsconcentraties geeft de expertgroep in overweging om vast te houden aan de standaardwaarde zodat het aantal ernstig gehinderden verder beperkt blijft.
A.11 Gezondheidseffecten op kinderen Voor omwonenden zijn de gezondheidseffecten van geluidshinder van windturbines in beeld gebracht – zonder dat er onderscheid naar leeftijd is gemaakt. Op dit moment is er geen onderzoek beschikbaar naar de effecten van windturbinegeluid op de gezondheid van kinderen. Bewoners in de stad zijn bezorgd dat de plaatsing van windturbines op termijn tot negatieve gezondheidseffecten bij kinderen in de omgeving kan leiden, terwijl hier op dit moment nog niets over bekend is. De zorgen worden gevoed door onderzoek naar andere geluidbronnen over de gezondheidseffecten van geluidsbelasting als verkeer en vliegverkeer. Dat onderzoek laat zien dat voor die geluidsbronnen specifieke gezondheidseffecten bij kinderen optreden. Onderzoek naar geluidsbelasting van andere bronnen laat inderdaad zien dat kinderen gezondheidseffecten kunnen ondervinden van geluidbronnen. Dat blijkt uit onderzoek naar de gezondheidseffecten bij kinderen van geluid door weg- en vliegverkeer [42]. Uit dat onderzoek blijkt dat kinderen hinder ervaren van omgevingsgeluid, dat endocriene reacties (hogere adrenalineniveaus) optreden en er sprake is van slechtere leerprestaties (begrijpend lezen en geheugen) als gevolg van omgevingsgeluid. Dit onderzoek betreft echter situaties waarbij sprake is van hoge tot zéér hoge geluidbelasting (boven 55 dB Lden).
Dit geluidsniveau ligt aanzienlijk hoger dan de geluidbelasting van windturbines. Onderzoek leidt niet tot aanwijzingen dat kinderen gevoeliger zijn voor effecten (hinder en slaapverstoring) van omgevingsgeluid dan volwassenen [42, 43]. Er is daarmee geen aanleiding om voor kinderen aanvullende normen te stellen. De expertgroep concludeert dat de in de aangehaalde literatuur gesignaleerde gezondheidseffecten (anders dan hinder) voor kinderen niet optreden bij de geluidsbelasting van windturbines volgens de voorgestelde normering. De voorgestelde geluidnormering beschermt kinderen minstens zo goed tegen de gezondheidseffecten van windturbines als andere leeftijdsgroepen. De expertgroep benadrukt dat locaties waar kinderen langdurig verblijven als kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en basisscholen ook worden beschouwd als geluidsgevoelige objecten.
De onderzoeken naar gezondheidseffecten van geluidshinder op kinderen betreffen situaties waarin sprake is van veel hogere geluidsniveaus dan voorkomen bij windturbines. Voor kinderen zijn geen specifiek andere gezondheidseffecten te verwachten dan andere leeftijdsgroepen. De expertgroep ziet geen aanleiding om voor kinderen strengere of andere regels te adviseren voor de geluidsbelasting door windturbines.
38
A.12 Gezondheidseffecten op risicogroepen Bij de klankbordgroep en bij inwoners van de stad bestaat de zorg dat bepaalde groepen omwonenden gevoeliger zijn voor de gezondheidseffecten van windturbines dan anderen. Gedacht kan worden aan onderscheid naar geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en geestelijke of fysieke toestand. Er is onduidelijkheid of er voldoende onderzoek is gedaan naar de verschillen tussen deze groepen. Als er onderzoek beschikbaar is, zou de vervolgvraag zijn of dit in de normering dient te worden meegenomen. In de vorige paragraaf zijn reeds de effecten op kinderen besproken. Geluidnormering in Nederland en internationaal is gebaseerd op het beschikbare onderzoek dat veelal onder de algemene bevolking is uitgevoerd. Risicogroepen vormen onderdeel van de onderzoekspopulaties, maar zijn dus nog weinig specifiek onderzocht. Uit de verrichte onderzoeken is geen of een zeer gering onderscheid gebleken naar geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, of lichamelijke toestand [44, 45]. Het is daarom niet mogelijk voor de expertgroep om aanvullende of andere regels te formuleren voor risicogroepen. Wel is duidelijk dat individuele geluidgevoeligheid en bezorgdheid over de geluidbron een grote invloed hebben op de ervaren hinder. Het betreft echter niet een aanwijsbare groep in de bevolking.
Er is weinig onderzoek beschikbaar naar de invloed van omgevingsgeluid op kwetsbare en risicogroepen. Dit geldt niet alleen voor windturbines, maar voor geluidbronnen in het algemeen. Onderzoekers pleiten dan ook voor meer onderzoek op dit terrein [46].
Aangezien er onvoldoende onderzoek is naar de effecten op bepaalde (risico)groepen van omgevingsgeluid in het algemeen en windturbines in het bijzonder kan de expertgroep geen strengere of andere regels adviseren voor de gezondheidseffecten van windturbines voor mogelijke risicogroepen.
A.13 Volkstuinen Er leven in de stad veel zorgen dat windturbines mogelijk worden geplaatst nabij volkstuinen. Een behoorlijk aantal inwoners van Amsterdam met een volkstuin zou een aanzienlijk deel van het jaar in en rond hun tuinhuisjes verblijven. In de normering voor windturbines worden volkstuinen niet meegenomen als geluidsgevoelige objecten. Deze volkstuinen kunnen te maken krijgen met een hogere geluidbelasting. Daardoor kunnen bij deze bewoners gezondheidseffecten optreden. Inderdaad gelden volkstuinen in de Wet Milieubeheer niet als geluidsgevoelige objecten. De expertgroep acht het niet goed te rechtvaardigen om voor windturbines een uitzondering te maken en volkstuinen wel als geluidsgevoelig object te beschouwen. Zij bevinden zich nu vaak op locaties, waar door de contouren van andere geluidsbronnen geen woningbouw kan plaatsvinden [47]. Deze tuinen worden veelal dus al ver boven de standaard- of zelfs grenswaarden belast. Het geluid van windturbines zal in deze situaties niet bijdragen aan een verhoging van het totale geluidsniveau, hoewel dat (extra) hinder vanwege de windturbines niet uitsluit. Wel adviseert de expertgroep de gemeente in haar ruimtelijk beleid rekening te houden met de nabijheid van volkstuinen en ze ook mee te nemen bij het vaststellen van omgevingseffecten in de project-m.e.r.