2.0 Handboek Rood
Tekst van het document
Handboek Rood Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld 1
Onderdeel van de Puccinimethode
versie 3: december 2021
Colofon 2
Opgesteld door: In opdracht van:
Werkgroep Handboek Puccinimethode Stuurgroep Puccinimethode
Website: www.amsterdam.nl/puccini Email: puccinimethode@amsterdam.nl Datum:
december 2021 (versie 3)
Disclaimer Alle foto’s die in het Handboek Rood zijn opgenomen, dienen als voorbeeld en/of ter illustratie. De foto’s tonen voorbeelden van profielen, materialen en details zoals die op dit moment in Amsterdam voorkomen. Aan deze beelden kunnen geen rechten worden ontleend.
Verklaring naam Puccinimethode Tijdens een expertmeeting over uitvoeringskwaliteit van de openbare ruimte werden bonbons van chocoladewinkel Puccini uitgedeeld. Gekscherend werd opgemerkt dat deze bonbons symbool staan voor een goede uitvoeringskwaliteit: passie, ambacht, goede ingrediënten, gedegen voorbereiding, nauwkeurige uitvoering met als resultaat een hoge eindkwaliteit. Vanwege deze vergelijking staat het project sindsdien bekend als de Puccinimethode. 3
Belangrijke opmerkingen bij deze versie van Handboek Rood
beleidsmatig ook al uitgewerkt in het ‘Afwegingskader Fietsstraten, fietspaden, fietsstroken’ zoals in 2020 vastgesteld bij de Agenda Amsterdam Autoluw. Op basis van de ervaringen uit projecten en het eerder vastgestelde afwegingkader is nu een standaard profiel voor de Amsterdamse fietsstraat toegevoegd aan het Handboek Rood. Met het genoemde Afwegingskader en dit aangepaste handboek Rood is daarmee uitvoering gegeven aan motie 56.18. Zie Hoofdstuk 4 voor een verdere uitwerking en toelichting.
Handboek Rood: een levend document Het Handboek Rood is een uitwerking van het Beleidskader Puccinimethode, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in januari 2018. De beleidsmatige principes zijn vertaald naar profielen, technische details en materiaalvoorschriften. Tientallen tekeningen en 3D impressies ondersteunen de tekst. Een mijlpaal in de lange traditie van de Amsterdamse openbare ruimte.
C) Er zijn nieuwe profielen opgenomen voor ‘<30 km/uur buurtstraten’ (in navolging van de profielen zoals ontwikkeld voor de herinrichting van de Frans Halsbuurt). Mede op basis van de plannen voor de Frans Halsbuurt is een nieuw standaardprofiel ontwikkeld en opgenomen in het Handboek Rood dat stadsbreed kan worden toegepast in buurten die zeer autoluw zijn, met zeer weinig autoparkeren, waar verblijf en vergroening hoog op de agenda staan. Het profiel combineert eigenschappen van ‘klassieke’ 30 km/uur straten en ‘erven’ en vormt daarmee een oplossing voor het te grote verschil dat er tot nu toe bestond tussen 30 km/ uur straten en erven. Op basis van ervaringen met dit nieuwe profiel kan het de komende jaren worden doorontwikkeld en verbeterd. Zie Hoofdstuk 4 voor een verdere toelichting en uitwerking.
Het Handboek Rood komt tot stand in samenwerking met vele beleidsvelden waarbij diverse betrokken directies binnen het Cluster Ruimte & Economie betrokken zijn. Op basis van deze samenwerking wordt regelmatig een geactualiseerde versie gemaakt. Die wordt eerst ambtelijk geaccordeerd in de Stuurgroep Inrichting Openbare Ruimte om daarna door B&W te worden vastgesteld. Het Handboek Puccinimethode is daarmee een ‘levend en open werkdocument’. Voor nu dank aan iedereen die heeft meegewerkt aan of meegedacht met deze derde versie. En voor iedereen die de komende tijd van dit handboek gebruik maakt: neem contact met ons op als je vragen hebt of verbeteringen wilt voorstellen. Nieuwe zaken toegevoegd zijn aan deze derde versie De voorliggende versie is de derde, d.d. december 2021. Ten opzichte van de tweede versie, d.d. 23 september 2019, zijn de volgende aanvullingen, aanpassingen en verbeteringen doorgevoerd:
D) Handboek Rood gaat nader in op het toepassen van ‘erven’ in Amsterdam. De toepassing ervan in Amsterdam is complex, maar de wens bestaat wel, zodoende is hier ook meer aandacht aan besteed. Erven laten zich echter lastig vatten in standaard profielen; het ontwerp is sterk afhankelijk van de verkeerskundige en stedenbouwkundige situatie. Toch vinden we het belangrijk om binnen de Puccinimethode ook ruimte te bieden voor dit type ontwerpen, op plekken waar het erfprincipe toepasbaar is. Dat betreft dan veelal gebiedsontwikkelingen in de nieuwe stad waar het ontwerp van de openbare ruimte en het stedenbouwkundig plan in samenhang ontwikkeld worden. Daarom zijn bij deze actualisatie van het Handboek Rood uitgangspunten opgenomen voor het ontwerp van een erf, waarbij ook is aangegeven onder welke omstandigheden erven wel of niet passend kunnen zijn, zonder afbreuk te doen aan functionaliteit, verkeersveiligheid, stedenbouwkunde of cultuurhistorische waarden. Zie Hoofdstuk 4 en 7 voor een verdere toelichting en uitwerking.
A) Het beleid omtrent de toepassing van gebakken klinkers in trottoirs is aangepast ten bate van een kostenbesparing op aanleg en onderhoud van verhardingen. Gezien de grote financiële opgaven in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte heeft het bestuur de wens uitgesproken het toepassen van klinkers in trottoirs verder te beperken, binnen de reikwijdte van het Beleidskader Puccinimethode uit 2018. Uitkomst is dat in zone B (19e-eeuwse gordel, de tuindorpen en de noordelijke IJoevers) het toepassen van klinkers in trottoirs tot een absoluut minimum wordt beperkt. In navolging daarvan zal ook in het transformatiegebied in de haven (zone F) de standaard uitgaan van tegels in plaats van klinkers in trottoirs. Deze wijziging is verwerkt in Hoofdstuk 2 op de Vloerkaart middels een aangepast tekstkader rechtsonder en een aanpassing in de overzichtstabel voor materiaalgebruik op de pagina erna;
E) In navolging van motie 57.18 van het lid Ernsting en in navolging van de ‘Inrichtingsprincipes voor een Autoluwe stad’ (2020) wordt diagonaal parkeren in de 17e-eeuwse grachtengordel niet meer als standaard toegepast. Hoofdstuk 6 kades is hier nu op aangepast. De vrijkomende ruimte is toebedeeld aan de voetganger door meer ruimte te maken langs het water
B) Er zijn profielen opgenomen voor fietsstraten, in navolging van de vastgestelde notitie ‘Afwegingskader fietsstraten, fietspaden, fietsstroken’. De afgelopen jaren zijn in Amsterdam diverse fietsstraten aangelegd, waaronder het tracé van de Binnenring. De keuze voor wel of geen fietsstraat is 4
of op het trottoir. Er is wel nog één profiel over met diagonaal parkeren omdat dit buiten de 17de eeuwse gordel op kades nog wel kan voorkomen.
versie nog ontbreken, niet optimaal zijn uitgewerkt of dat die binnenkort opgenomen kunnen worden: • In algemene zin: er zullen steeds nieuwe profielen bijkomen. Voor volgend jaar staat bijv. op de agenda om nieuwe profielen op te nemen die ontstaan als gevolg van het aanstaande ’30 de norm’ beleid; • We zijn bezig met de de doorontwikkeling van een vergevingsgezinde fietspadband, n.a.v. een onderzoek vanuit het Meerjarenplan Verkeersveiligheid: de huidige oplossing met een rechte band en hoogteverschil tussen de 2-5cm leidt tot teveel (enkelvoudige) fietsongevallen. Hoe we exact vormgeven aan deze vergevingsgezinde fietspadbanden wordt momenteel uitgezocht; • We bekijken welke concrete oplossingen er in het Handboek kunnen worden opgenomen ter verbetering van de Klimaatbestendigheid. Zo is er in dit Handboek een eerste uitwerking gegeven van een mogelijke opzet voor wadi’s (H14 E Groenvakken) maar is al bekend dat hier enkele technische verbeteringen noodzakelijk zijn. Ook wordt meegedacht over de verdere ontwikkeling van waterpasserende verharding. Dit bevindt zich in de onderzoeksfase maar eventuele (eerste) conclusies die hierover getrokken kunnen worden, zullen we opnemen in het Handboek.
F) Het Hoofdstuk Verlichting is grondig herzien en geeft de laatste stand van zaken weer t.a.v. de soorten standaard masten en armaturen en de toepassing daarvan. De afgelopen jaren heeft de praktijk uitgewezen dat een aantal nieuwe types wenselijk zijn in aanvulling op de bestaande standaard en dat collega’s gebaat zijn bij een nadere uitwerking en detaillering van de standaardmodellen. Met deze nieuwe toevoegingen zorgen we er voor dat er minder noodzaak is om af te wijken op projectniveau en dat er vaker met standaard materialen gewerkt kan worden. Hierdoor kunnen we de diversiteit aan masten en armaturen in de stad beperken wat de beheerbaarheid van het areaal ten goede komt. Daarnaast is een kaart opgenomen waarop bestaande specials in de verlichting zijn weergegeven die afwijken van de standaard en gezien hun levensduur voorlopig behouden blijven. Zie Hoofdstuk 12 voor een verdere toelichting en uitwerking. G) Hoofdstuk 13 meubilair is sterk uitgebreid. In dit hoofdstuk is veel nieuw straatmeubilair opgenomen, waaronder een nieuwe standaard voor paaltjes, nieuwe typen banken, fietsparkeervoorzieningen en wayfindingsobjecten. Zie Hoofdstuk 13 voor een verdere toelichting en uitwerking.
H) Er zijn diverse verbeteringen en toevoegingen doorgevoerd als het gaat om (technische) uitwerkingen en details: Enkele voorbeelden: • Verlaagde trottoirbanden bij puntvernauwingen op trottoirs ten behoeven van de toegankelijkheid (n.a.v. motie 55.18 van leden Ernsting en Vroege inzake toegankelijkheid en verhoogde stoepranden, zoals aangenomen bij de vaststelling van het Beleidskader Puccinimethode); • |Diverse nieuwe drempels. O.a. drempels in asfalt maar ook een gestrate drempel voor 20 km/uur t.b.v. buurtstraten <30km/uur; • Uitwerking en detaillering van een combihalte voor bus en tram en aanpassingen aan de haltes voor tram en bus; • Uitwerking van een aantal soorten plantvakken en wadi’s, mede ter bevordering van de klimaatbestendigheid van de stad; • Overzicht van de natuursteenmogelijkheden op basis van het recent afgesloten natuursteencontract; • Vormgeving en inpassing van blauwe symbooltegels voor rookvrije zones. Zaken die nog niet optimaal zijn of binnenkort opgenomen gaan worden Van een aantal zaken is reeds bekend dat die in deze
5
Geplande verbeteringen in het systeem en de opzet van het Handboek Handboek Rood is de afgelopen jaren steeds dikker geworden. Dit komt vooral door veel nieuwe onderwerpen en inhoud maar ook doordat er, om diverse redenen, regelmatig meerdere modellen en oplossingen voor (min of meer) hetzelfde probleem zijn opgenomen. Volgend jaar zullen we bekijken hoe het Handboek op een aantal punten op ‘systeemniveau’ kunnen vereenvoudigen waardoor het geheel overzichtelijker en gebruiksvriendelijker wordt. Bij die vereenvoudiging op systeemniveau zullen we ook een aantal kleinere ‘structurele’ onvolkomenheden op gaan lossen die al langer op de rol staan verbeterd te worden: • De Vloerkaart Puccinimethode geeft aan dat we in de Zone Zuidelijke IJ-oever gebakken lingeformaat bakstenen toepassen. In dit Handboek wordt hier af en toe wel naar verwezen maar op tekening zijn er geen uitwerkingen opgenomen met lingeformaat. Voor het lingeformaat gelden in hoge mate dezelfde materialiseringsprincipes als dikformaat. Maar, gezien de andere maat / verhouding van lingeformaat (1:3 terwijl dikformaat 1:2 is) moet er wel worden opgelet. We zullen zodoende een aantal relevante uitwerkingen (van details) met lingeformaat gaan opnemen; • Er loopt een discussie over de ‘standaard’ hoogte van de rijbaan t.o.v. de trottoirband. Dit Handboek gaat nu uit van 12 cm maar 10 cm komt in veel opzichten beter uit.
Echter, vanuit bijv. Rainproof bezien is dit weer nadelig. Ook zou een aanpassing in deze richting betekenen dat bepaalde betonelementen moeten worden aangepast en moeten heel veel tekeningen in dit Handboek worden aangepast. Volgend jaar zullen we de uitkomsten van deze discussies verwerken; • Abusievelijk zijn de langsparkeervakken in deze
versie getekend met een lengte van 5 meter. Dit zal volgend jaar worden aangepast naar 5,5 tot 6 meter worden. Weet wel dat de verkeerskundige maatvoering primair de verantwoordelijkheid van de CVC is, dat maatvoeringen in dit handboek in principe moeten voldoen aan de Leidraad CVC, in geval van afwijkingen niet dit Handboek maar de Leidraad CVC, of het advies van de CVC, leidend is; • De wereld van verloopbanden, passtukken, bochten, hoekstukken, hoekblokken, inclusief specificaties ten aanzien van o.a. bochtstralen en graden, is ingewikkeld. We zijn bezig met betrokkenen de ‘blokkendoos’ zo compleet mogelijk te krijgen maar er blijken altijd verbeteringen mogelijk. Zo zijn er bepaalde details waar een ‘vellingkant’ van de ene band aansluit op een R=20 mm van de andere band. Niet perfect maar zeker ook niet onwerkbaar; • In principe worden bij trottoirs van gebakken materiaal langs de randen van de verhardingsvlakken (dus langs gevels, langs bandenlijnen, om pothuizen en geveltuinen heen etc) strekse lagen toegepast. Dat is nog niet consequent doorgevoerd op alle tekeningen; Gebruiksaanwijzing Er zijn enkele algemene opmerkingen te maken bij de opbouw van dit Handboek die verhelderend zijn bij het gebruik ervan: • Het Handboek laat zich op meerdere manieren gebruiken.
Er kan vanuit de profielen worden gewerkt waarbij er vervolgens bij de profielen verwijzingen naar details te vinden zijn die achterin staan. Het is ook mogelijk om alleen te zoeken naar bepaalde details: zodoende is er een los hoofdstuk 15 met details dat achterin staat; • De inhoudsopgave is bewust zo uitgebreid mogelijk omschreven zodat vanuit de inhoudsopgave al snel een inhoudelijk overzicht te destilleren valt van wat waar staat; • Er is voor gekozen om per onderdeel zo compleet mogelijk te zijn wat betreft relevante informatie. Zo kan met het uitprinten of doorsturen van enkele pagina’s vaak een behoorlijk compleet beeld worden gecommuniceerd. Dit betekent dat er relatief maar weinig verwijzingen zijn te vinden. Consequentie is wel dat er ook veel teksten dubbel staan; • In de materiaallijst achterin is een overzicht van alle beschikbare materialen te vinden inclusief nog verdere, gedetailleerde informatie én de productcodes. Dit vergemakkelijkt bijv. het bestellen van materialen bij het Materiaalbureau. Daarbij is de lijst informatief om dat bij veel elementen nader wordt geduid waar ze voor nodig zijn, welke specifieke eigenschappen ze hebben etc; • De materiaallijst is gekoppeld aan de zgn ‘Navisionlijst’. Beide zijn voortdurend in ontwikkeling. De lijst is zodoende nog niet compleet of perfect maar geeft wel al een goed overzicht.
Zie verder de toelichting bij de materialenlijst in H15.
6
7
Inhoudsopgave Colofon
2
0. Toelichting voor de gebruiker
4
1. Basis Puccinimethode 1.1 Doel Puccinimethode Voorgeschiedenis Puccinimethode 1.2 Vijf overtuigingen Puccinimethode Ruimte voor pilots
14 15 15 15 17
2. Vloerkaart Puccinimethode Rood 2.1 Hoofdlijnen vloerkaart 2.2 Zonering 2.3 Lijnen 2.4 Bijzondere plekken
18 19 19 23 23
3. Basisprincipes inrichting en materialisering 3.1 Tangramprincipe Puccinimethode: weinig puzzelstukken, veel mogelijkheden 3.2.1 Algemene uitgangspunten voor een goede weginrichting 3.2.2 Klimaatbestendigheid 3.2.3 Toegankelijkheid 3.3.1 Rijwegen, middenbermen en fietspaden 3.3.2 Trottoirs 3.3.3 Parkeren en afwateringsprincipes 3.3.4 Trottoir- en straatkolken 3.4 De basismodellen voor 30, <30 en 50 km/uur straten
24 25 26 28 30 32 32 32 33 34
4. 20 - 30 km / uur straten 4.1 Inleiding 4.2 30 km/uur, Klassiek 1: trottoirkolken, tonrond 4.3 30 km/uur, Klassiek 2: straatkolk 45 x 30, met molgoot 4.4.1 30 km/uur, Klassiek 3: straatkolk 45 x 20, met verlaagde band 4.4.2 30 km/uur, Klassiek 3: straatkolk 45 x 20, met verlaagde band, maximaal vergroend 4.5.1 30 km/uur, Modern: straatkolk 45 x 20, parkeren op trottoir (30 x 30 betontegels) 4.5.2 30 km/uur, Modern: straatkolk 45 x 20, parkeren op trottoir (dikformaat klinkers) 4.6.1 Buurtstraat (<30 km/uur): 8 m breed, symmetrisch 4.6.2 Buurtstraat (<30 km/uur): 10 m breed, symmetrisch 4.6.3 Buurtstraat (<30 km/uur): 10 m breed, asymmetrisch 4.6.4 Buurtstraat (<30 km/uur): 12 m breed, symmetrisch 4.6.5 Buurtstraat (<30 km/uur): 12 m breed, maximaal asymmetrisch 4.6.6 Buurtstraat (<30 km/uur): 15+m breed, symmetrisch 4.6.7 Buurtstraat (<30 km/uur): 15+m breed, licht asymmetrisch 4.6.8. Buurtstraat (<30 km/uur): 15+m breed, maximaal asymmetrisch 4.7.1 Afwegingskader fietsstraten 4.7.2 Fietsstraat met autoverkeer in 1 of 2 richtingen 4.7.3 Fietsstraat met vrijliggende OV-baan 4.7.4 Extra fietsvoorzieningen 4.8 Winkelstraat, 30 km/uur, met tram en fietsstroken
38 39 44 48 52 56 60 64 68 70 74 78 82 86 90 94 98 100 104 108 110
5. 50 km / uur straten 5.1 Klassiek 1 bij 50 straten: trottoirkolken, tonrond 5.2 Klassiek 2 bij 50 straten: straatkolk 45 x 30, met molgoot 5.3 Klassiek 3 bij 50 straten: straatkolk 45 x 20, met verlaagde tussenband 5.4.1 Modern bij 50 straten: straatkolk 45 x 20, parkeren op trottoir (30 x 30 betontegels) 5.4.2 Modern bij 50 straten: straatkolk 45 x 20, parkeren op trottoir (dikformaat klinkers) 5.5 Klassiek 1 bij 50 straten met tram
112 114 118 122 126 130 134
8
6. Kades / Grachten 6.1.1 Kade in twee delen: op één oor (ca 9 meter) 6.1.2 Kade in twee delen: tonrond (ca 9 meter) 6.2.1 Kade in drie delen: met molgoot, trottoir langs kade (ca 9 meter) 6.2.2 Kade in drie delen: met molgoot, langsparkeren langs kade (ca 9 meter) 6.2.3 Kade in drie delen: met molgoot, langsparkeren langs kade (ca 12 meter) 6.3.1 Kade in vier delen: met molgoot, langsparkeren langs band of langs kade (ca 15 meter) 6.3.2 Kade in vier delen, buiten 17de eeuwsegrachtengordel: met molgoot, langsparkeren langs band of langs kade (ca 15 meter) 6.4.1 Aansluiting kleine brug met banden op kade 6.4.2 Aansluiting kleine brug zonder banden op kade
138 140 144 148 152 156 160 164
7. Erven en stegen 7.1 Inleiding 7.2.1 Erven: ontwerpuitgangspunten 7.2.2 Erven: voorbeelden 7.3.1 Steeg met molgoot in midden: met 45 x 20 straatkolk, gebakken dikformaat 7.3.2 Steeg met molgoot in midden: met 45 x 30 straatkolk, 30 x 30 tegels 7.4.1 Steeg met twee molgoten: met 45 x 20 straatkolk, gebakken dikformaat 7.4.2 Steeg met twee molgoten: met 45 x 30 straatkolk, 30x15 tegels 7.5 Smalle steeg met 30 x 30 straatkolk, geen molgoot
170 171 171 172 176 178 180 182 184
8. Kruisingen 8.1.1 Kruising 30 x 30 8.1.2 Kruising buurtstraten (optioneel) 8.2.1 Kruising 30 x 50: met vrijliggend fietspad, doorlopende banden of puntstukverloopbanden, blokmarkering binnen fietspad 8.2.2 Kruising 30 x 50: met vrijliggend fietspad, doorlopende banden of puntstukverloopbanden, blokmarkering buiten fietspad 8.2.3 Kruising 30 x 50: 50 km/uur straat met fietsstrook 8.2.4 Kruising 30 x 50: met uitritconstructie (geen verkeerslichten) 8.3.1 Kruising 50 x 50: met doorlopende band, blokmarkering binnen fietspad 8.3.2 Kruising 50 x 50 met puntstukverloopbanden, blokmarkering binnen fietspad 8.4.1 Kruising 30 x fietsstraat: met uitritconstructie 8.4.2 Kruising fietsstraat x 30: met voorrangsaansluiting asfalt 8.4.3 Kruising fietsstraat x 30: met vorrangsaansluiting klinkers
186 188 192 196
9. Buurtpleinen 9.1 Algemeen: drie typen uitzonderingen 9.2 Wat zijn ‘buurtpleinen’? 9.3 Een extra palet voor ‘buurtpleinen’ 9.4 ‘Buurtpleinen’ ter advies aan commissie Puccinimethode
218 219 219 220 220
10. Inrichting Centrum 10.1 Inleiding 10.2 HIOR Centrum 2009: wijze van verwerking per hoofdstuk 10.3 Beschrijving openbare ruimte stadsdeel Centrum op structuurniveau 10.4 Opmerkingen / afspraken vloerkaart Centrum i.r.t. vloerkaart Puccinimethode 10.5 Afspraken materialisering Centrum 10.6 Voorbeelduitwerking kade Centrum: met molgoot, langsparkeren langs kade 10.7 Voorbeelduitwerking Centrum: aansluiting kade op buurtstraat, met materiaaleiland
222 223 223 226 229 229 230 231
11. Specifieke straatonderdelen 11.1.1 Toegankelijkheid: trottoirbandverlaging bij rechtstand 11.1.2 Toegankelijkheid: trottoirbandverlaging in bocht 11.1.3 Toegankelijkheid: smalle trottoirs 11.1.4 Toegankelijkheid: invalidenwoning 11.1.5 Toegankelijkheid: geleidelijnen
232 233 233 234 235 236
9
168 169
198 200 202 204 208 212 214 216
Inhoudsopgave 11.2 Tramhalte 11.3 Tram/bus combinatiehalte 11.4 Bushalte 11.5 Middeneilanden en vluchtheuvels 11.6.1 Inritconstructies: naar parkeergarages etc, in 30x30 betontegels 11.6.2 Inritconstructies: naar parkeergarages etc, in dikformaat klinkers 11.7 Ondergrondse afvalcontainers 11.8 Geveltuinen
238 248 250 258 259 260 261 262
12. Verlichting 12.1 Openbare verlichting 12.2 Aansluiting op de stedenbouwkundige gordels 12.3 Standaard Puccini-verlichting 12.4 Afwijkende situaties 12.5 Speciale Puccini-verlichting 12.6 Masten en armaturen bij stedelijke vernieuwing 12.7 Implementatie van de standaard 12.8 Innovatie binnen de standaard 12.9 Niet-Pucciniverlichting
264 265 265 270 278 278 280 280 281 282
13. Meubilair 13.1 Een familie van straatmeubilair 13.2 Afvalbakken 13.2.1 Standaard afvalbak, 100 liter 13.2.2 Standaard afvalbak, 200 liter 13.2.2 Standaard afvalbak, 1000 liter met persmechaniek 13.2.4 Plaatsingscriteria 13.2.5 Inpassing 13.2.6 Seizoensgebonden afvalbakken 13.3 Ondergrondse afvalcontainers 13.4 Zitbanken 13.4.1 Type Canapé: enkel 13.4.2 Type Canapé: dubbel 13.4.3 Type Canapé: laag 13.4.4 Type Canapé: boombank 13.4.5 Type Vier Planken: enkel 13.4.6 Toelichting 13.4.7 Picknicksets 13.4.8 Zitranden 13.5 Fietsparkeervoorzieningen 13.5.1 Fietsnietje 13.5.2 Fietsenrek 13.5.3 Fietsvak 13.5.4 Scootervak 13.5.5 Fiets- en scooterparkeertegels 13.5.6 Plaatsingcriteria 13.5.7 Fundering en inpassing 13.6 Paaltjes 13.6.1 Standaard stalen cilindrische paal 13.6.2 RVS cilindrische paal 13.6.3 Flexibele fietspadpaal 13.6.4 OHG-paal 13.6.5 Kunststof diamantkoppaal 13.6.6 Amsterdammertje 13.6.7 Lage stalen cilindrische paal 13.7 Wayfinding voor voetgangers 13.7.1 Inleiding 13.7.2 Werkwijze 13.7.3 Ter beschikking staande wayfinding-objecten
284 285 286 286 287 287 288 289 289 289 290 290 291 291 292 292 293 294 294 295 295 295 295 295 296 296 299 300 300 301 301 302 302 303 303 304 304 304 304
10
13.7.4 Onverlichte handwegwijzers 13.7.5 Verlichte/digitale handwegwijzers 13.7.6 Verlichte identificatiekubussen 13.7.7 Verlichte/digitale identificatiezuilen 13.7.8 Verlichte/digitale informatiezuilen 13.8 Walkasten 13.9 Cultuurhistorisch waardevolle objecten 13.10 Overige objecten in de openbare ruimte
305 305 306 306 307 307 307 307
14. Details A Afwatering A 30 1.1: Trottoirkolk 45x30, 30 km/uur, Klassiek 1, trottoir 30x30 betontegels A 30 1.2: Trottoirkolk 45x30, 30 km/uur, Klassiek 1, trottoir dikformaat klinkers A 30 2.1: Straatkolk 45x30, 30 km/uur, Klassiek 2 A 30 3.1: Straatkolk 45x20, 30 km/uur, Klassiek 3, bij parkeervakken (2cm zicht) A 30 3.2: Straatkolk 45x20, 30 km/uur, Klassiek 3 en Modern, als er geen parkeervakken zijn (12 cm zicht) A 30 3.3 Straatkolk 45x20, 30 km/uur, Modern (4cm zicht) A 30 3.4 Straatkolk 45x20, in rollaag, 30 km/uur, ‘Autoluwe straat’, rijbaan dikformaat klinkers A 30 3.5 Straatkolk 45x20 in rollaag, buurtstraat <30 km/uur, Modern parkeren (a-niveau) A 50 1.1: Trottoirkolk 45x30, 50 km/uur, Klassiek 1 en 2, bij rijbaan in asfalt, / parkeervak in keiformaat klinkers A 50 2.1: Straatkolk 45x30, 50 km/uur, Klassiek 2 A 50 3.1: Straatkolk 45x20, 50 km/uur, Klassiek 3, bij parkeervakken (2cm zicht) A 50 3.2: Straatkolk 45x20, 50 km/uur, Klassiek 3 en Modern, als er geen parkeervakken zijn (12 cm zicht) A 50 3.3: Straatkolk 45x20, 50 km/uur, Modern (4cm zicht) A 50 3.4: Geen kolk, afwatering bij vrijliggend fietspad (5 cm zicht / hoogteverschil) A 50 3.5: Straatkolk 45x20 in rollaag, bij vrijliggend fietspad (gemiddeld 4cm zicht / hoogteverschil) A 50 3.6: Straatkolk 45x20 in asfalt, bij vrijliggend fietspad (gemiddeld 4cm zicht / hoogteverschil) A Erf 1.1: Straatkolk 45x20,
molgoot van 5 strekken dikformaat, maaiveld in dikformaat (keper of elleboog) A Erf 1.2: Straatkolk 45x30, rollaag met 30x15 met strekken 30x15, maaiveld in 30x30 / 30x15 A Erf 2.1 Straatkolk 45x20, molgoot 3 strekken dikformaat, maaiveld in dikformaat (keper of halfsteens)
308 308 309 310 311 312 313
B Parkeeroplossingen B 30 1.1: Hoek parkeervak, 30 km/uur, Klassiek 1, 45° B 30 2.1: Hoek parkeervak, 30 km/uur, Klassiek 2, 45° B 30 3.1: Hoek parkeervak, 30 km/uur, Klassiek 3, 45° B 30 3.2: Hoek parkeervak, 30 km/uur, Modern, 30x15 betontegels B 30 3.3: Hoek parkeervak, 30 km/uur, Modern, dikformaat klinkers B 30 4.1: Parkeren op trottoir, Buurtstraat (<30 km/uur) 30x15 betontegels B 30 4.2: Parkeren op trottoir, Buurtstraat (<30 km/uur) dikformaat klinkers B 50 1.1: Hoek parkeervak, 50 km/uur, Klassiek 1, 45° B 50 2.1: Hoek parkeervak, 50 km/uur, Klassiek 2, 45° B 50 3.1: Hoek parkeervak, 50 km/uur, Klassiek 3, 45° B 50 3.2: Hoek parkeervak, 50 km/uur, Modern, 30x15 betontegels B 4.1: Hoek parkeervak bij schuin parkeren (principeoplossing voor alle modellen) B 4.2: Hoek parkeervak bij haaks parkeren (principeoplossing voor alle modellen) B 5.1: Hoek parkeervak, 30 km/uur, Klassiek 2 (en 1), 90° B 5.2 Hoek parkeervak, 30 en 50 km/uur, Klassiek 3, 90° B 5.3 Hoek parkeervak, 50 km/uur, Klassiek 2 (en 1), 90° B 5.4 Hoek parkeervak, 50 km/uur, Klassiek 3, 90° C Fietspaden en -stroken C1: Vrijliggend fietspad
330 330 332 334 336 338 340 342 344 346 348 350 352 354 356 357 358 359 360 360
11
314 315 316 318 319 320 321 322 323 324 325 326 327 328
Inhoudsopgave 362 D Drempelconstructies D 1.1: Drempel bij parkeervakken, op hoogte tussen parkeervakmarkeringen, 362 waterpasserend 364 D 1.2 Drempel bij parkeervakken, op hoogte tussen trottoirbanden, niet waterpasserend 366 D 2.1 Drempel indien geen parkeervakken, aflopend naar goot, waterpasserend D 2.2 Drempel indien geen parkeervakken, op hoogte tussen banden, niet waterpasserend 368 371 D 3 Drempel buurtstraat, waterpasserend 372 D 4.1 Asfaltdrempels, niet waterpasserend, tussen twee trottoirs 374 D 4.2 Asfaltdrempels, niet waterpasserend, tussen trottoir en verhoogde trambaan 376 D5 Instructie aanleggen drempel E Groenvakken E 1.1: Betonnen boomkrans in trottoir (30x30), vierkant 1,50 x 1,50m E 1.2: Betonnen boomkrans in trottoir (30x30), vierkant 1,20 x 1,20m E 1.3: Betonnen boomkrans in trottoir (30x30), vierkant 0,90 x 0,90m E 1.4: Stalen boomkrans in trottoir (30x30), vierkant 1,20 x 1,20m E 2.1: Betonnen boomkrans in trottoir (dikformaat),rond, diam. 1,50m E 2.2: Stalen boomkrans in trottoir (dikformaat), rond, diam. 0,96m, dikformaat klinkers E 3.1: Betonnen boomkrans in parkeervak, diam. 1,50m E 4.1: Boomkrans, model Modern, diam. 2,40m, 30x15 in parkeervak E 4.2 Boomkrans, model Modern, diam. 2,40m, dikformaat in parkeervak E 4.3: Boomkrans, alternatief model Modern, diam.
1,50m, 30x15/dikformaat in parkeervak E 5.1: Granieten boomkrans, model Centrum, in parkeervak E 5.2: Granieten boomkrans, model Centrum, in trottoir E 6.1: Groenvak a-niveau met opsluitbanden, rechte hoeken E 6.2: Groenvak a-niveau met betonnen opsluitbanden, ronde hoeken E 6.3: Groenvak a-niveau met combi van boomkranshoekstuk en opsluitband E 6.4: Groenvak verhoogd met 13/15 trottoirbanden E 6.5: Groenvak verdiept (wadi) met trottoirbanden E 6.6: Groenvak verdiept (wadi) inlaat aan straatzijde d.m.v. driewegbanden
378 378 378 379 379 380 380 381 381 382 382 383 383 384 384 385 385 386 387
F Kruisingdetails F 1.1: Puntstukverloopband Ø550 mm F 1.2: Puntstukverloopband Ø700 mm F 1.3: Puntstukverloopband Ø1000 mm F 2.1: Stappenplan plaatsen puntstukverloopband F 2.2: Instructie plaatsen doorlopende band en rollaag door fietspad
388 388 389 390 391 392
G Wegmarkeringen G 1.1 : Fietsparkeervak (30x30 betontegels) G 1.2: Fietsparkeervak (dikformaat) G 1.3: Scootervak (30x30 betontegels) G 1.4: Scootervak (dikformaat) G 1.5: Scootervak 45° (in vormalig parkeervak, keiformaat) G 2.1: Grofvuilaanbiedplek (30x30 betontegels) G 2.2: Grofvuilaanbiedplek (in dikformaat) G 3.1: Rookvrije-zonetegels (30x30 betontegels) G 3.2: Rookvrije-zonetegels (dikformaat)
394 394 395 396 397 398 399 399 400 400
H Straatwerk om objecten H 1.1: Knipwerk rond trotttoirkolken: 30x30 betontegels H 1.2: Knipwerk rond trottoirkolken: dikformaat H 2.1: Straatwerk om inspectieput H 3.1: Straatwerk om afsluiter, lichtmast, anti-parkeerpaal, in 30x30 betontegels H 3.2: Straatwerk om afsluiter, lichtmast, anti-parkeerpaal, in dikformaat H 3.3: Straatwerk om fietsnietje: 30x30 betontegels H4.1: Straatwerk om zitbank (30x30 betontegels) H 4.2: Straatwerk om zitbank (dikformaat)
401 401 401 402 403 403 404 405 405
12
406 407 420
15. Materiaaloverzicht 15.1 Materiaallijst Puccinimethode 15.2 Natuursteen
13
1 Basis Puccinimethode 14
De openbare ruimte vormt een ruimtelijk netwerk in de stad. Ze biedt ruimte aan het drukke stedelijk leven. De maat voor succes is de tevredenheid van de gebruiker. Dat betekent: in gespek gaan met de gebruiker, samen komen tot een goed programma van eisen dat geldt als vertrekpunt voor het ontwerp. In het algemeen geldt dat het straatdecor niet zelf de aandacht moet opeisen. De behoefte op te vallen of iets unieks te maken, leidt te vaak tot een overdreven modieuze inrichting, die onnodig veel aandacht vraagt van de gebruiker en waarin samenhang met de omgeving ontbreekt.
In 2001 zijn acties in gang gezet om deze problemen te overkomen, die uiteindelijke bekend kwamen te staan als ‘De Puccinimethode’. In 2014 is het eerste ‘Handboek Puccinimethode Rood’ vastgesteld in het college van B&W. Dit heeft al geleid tot minder verrommeling van verschillende ontwerpen, goede passende detaillering en materialen en daarmee een kostenbesparing voor zowel opslag als inkoop. Op deze weg gaan we verder. 15
Puccinimethode
01 Doel
Centrum straatond.
11 Speciale
12 Verliching 13 Meubilair 14 Details
Rond de eeuwwisseling werd steeds duidelijker dat de transformatie van de openbare ruimte van Amsterdam indrukwekkend was en heel veel goeds opleverde, maar ook dat het ontbrak aan samenhang in de openbare ruimte van de stad. Er was te weinig afstemming tussen de vele betrokken diensten en stadsdelen. Daarnaast waren er verschillende handboeken en beleidskaders voor de inrichting van de openbare ruimte. Ook de kwaliteit van de uitvoering liet vaak te wensen over. Er werd veel geëxperimenteerd en te weinig gebruik gemaakt van ‘best practice’.
overzicht
De afgelopen 25 jaar heeft de Amsterdamse openbare ruimte een ware metamorfose ondergaan. Er is geïnvesteerd in de openbare ruimte en die verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving van de Amsterdammer is ook duidelijk zichtbaar. Grote delen van de binnenstad zijn opgeknapt en heringericht met hoogwaardige materialen (het grachtenprofiel). De IJ-oevers zijn getransformeerd tot succesvol woonwerkgebied met daarbij een belangrijke rol voor de inrichting van de openbare ruimte. In stadsdelen zijn bij stadsvernieuwingsprojecten hele wijken heringericht. Ook veel parken zijn gerenoveerd: het Vondelpark, het Erasmuspark en het Oosterpark bijvoorbeeld.
15 Materiaal
Voorgeschiedenis
10 Inrichting
09 Buurtpleinen
08 Kruisingen
Een functionele, toegankelijke, vanzelfsprekende, tijdloze en eenvoudige vormgeving met een tot in de details kloppende uitvoering is meestal het beste recept. Ook met eenvoudige materialen is dan een hoge kwaliteit te bereiken. Natuurlijk zijn verbijzonderingen mogelijk, maar met mate en op de goede plek.
Puccinimethode Rood
1. De gebruiker is gebaat bij een eenvoud en vanzelfsprekendheid
02 Vloerkaart
De Puccinimethode is gebaseerd op vijf overtuigingen. Overtuigingen die de basis moeten vormen voor alle ontwerpen in de Amsterdamse openbare ruimte.
03 Basisprincipes
De Puccinimethode staat voor een kwalitatief goede, fysieke inrichting van alle Amsterdamse openbare ruimte; alle straten, pleinen, parken en plantsoenen. Een kwalitatief goede, fysieke inrichting is gebruiksvriendelijk, veilig, beheerbaar, duurzaam, betaalbaar, samenhangend én mooi. Bij de inrichting van de openbare ruimte brengt de Puccinimethode al deze belangen en eisen samen in breed gedragen voorstellen en afspraken. De Puccinimethode is daarmee niet zozeer één van de belangen die gewogen wordt bij de inrichting van de openbare ruimte, maar juist het eindresultaat van een integrale belangenafweging. De basis voor het succes van de Puccinimethode is een intensieve samenwerking met bestuurders, ontwerpers, beheerders én bewoners en overige gebruikers van de openbare ruimte.
04 Straten 30
Vijf overtuigingen Puccinimethode
05 Straten 50
Doel Puccinimethode
06 Kade / Gracht
1.2
07 Erf / steeg
1.1
2. Ambacht op elk schaalniveau Het inrichten en ontwerpen van straten, pleinen, parken en plantsoenen is een ambachtelijke discipline. Niet alleen waar het gaat om concepten visievorming, maar juist ook in de technische uitwerking en detaillering. De grote en kleine schaal zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en beide even belangrijk. Detaillering en materiaalgebruik komen voort uit een concept, zeggen daar iets over en versterken het.
grachtengordel maken die zelfs onderdeel uit van het UNESCO-werelderfgoed. Uitgaan van deze 'best practices' betreft een vorm van standaardisatie: het vastleggen van een Amsterdamse traditie en cultuur bij de inrichting van de openbare ruimte. Dit staat op gespannen voet met het feit dat een samenleving, zeker de Amsterdamse, altijd in ontwikkeling is en behoefte heeft aan verandering en innovatie. We moeten daarom steeds op zoek naar een balans tussen deze twee uitersten. In meer algemene zin is van tevoren niet te zeggen bij welk gestandaardiseerd onderdeel of bij welke 'best practice' een aanpassing of innovatie nodig is. We bekijken het per keer en worden niet dogmatisch. Eventuele aanpassingen voeren we geleidelijk door, niet allemaal tegelijk, en alleen als ze aantoonbaar een verbetering blijken te zijn.
Voor goed detailleren is gedegen kennis vereist. In opleidingen wordt hier te weinig aandacht aan besteed. De aanwezige kennis raakt steeds meer versnipperd en overdracht vindt onvoldoende plaats. Het 'ambacht' moet daarom in ere worden hersteld en de versnipperde kennis weer gebundeld, met elkaar gedeeld en uitgedragen. Het ambachtelijk uitwerken en detailleringen van plannen kost tijd. Hiermee moet rekening worden gehouden tijdens de planvorming. Uiteindelijk verdient deze investering zich op de langere termijn terug. Zeker als een plan beter wordt uitgevoerd, beter te beheren is en dus duurzamer is.
5. Samenwerken! Bij het inrichten van de openbare ruimte zijn veel specialisten betrokken: landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen, cultuurhistorici, ingenieurs, verkeerskundigen, ecologen, beheerders en uitvoerders. Gezamenlijk moeten al deze disciplines de vijf overtuigingen in praktijk brengen. Doorloop daarom samen het hele proces, van het eerste idee tot de uitvoering. En: blijf met elkaar communiceren, ook tijdens de beheerfase.
3. Duurzaamheid Een goed plan redeneert vanuit duurzaamheid. Voor de inrichting gebruiken we zo duurzaam mogelijke materialen met een lange (technische) levensduur. Hergebruik is goed mogelijk en restmateriaal kan goed worden gerecycled. We bekijken op grote en kleine schaal hoe we een plan zo klimaatbestendig mogelijk kunnen uitvoeren. Een plan is alleen duurzaam als we het goed kunnen beheren. Een straat, plein of park kan er mooi uitzien na de eerste aanleg met 'duurzame' materialen en principes. Maar als we het niet goed kunnen beheren, moet er vervroegd worden ingegrepen, wat de duurzaamheid van de inrichting niet ten goede komt. Duurzaamheid is dus gebaat bij beheerbaarheid. Eisen vanuit beheer zijn daarom mede maatgevend voor het ontwerp: beheerders zijn van meet af aan betrokken bij de planvorming. Voor de definitieve aanleg moet duidelijk zijn dat een duurzaam en toekomstig beheer mogelijk is. 4. 'Best practices' én innovatie Succesvolle gewoonten uit de Amsterdamse praktijk vormen de basis van de plannen die we ontwikkelen. Zo is Amsterdam – en Nederland – wereldberoemd om zijn 'small element paving', onze 30x30 betontegels en gebakken klinkers. Deze kleine materialen zijn erg geschikt voor onze slappe, moerasachtige ondergrond waarop grote zware materialen sneller verzakken en scheef komen te liggen.
Een ander voorbeeld is het unieke iepenbestand van Amsterdam: binnen de
16
Puccinimethode
01 Doel
Puccinimethode Rood
Detail van goede toepassing van een 45x20 valkolk met rollaag
Een onrustig straatbeeld als gevolg van de toepassing van een teveel aan (niet kleurvaste) materialen en objecten.
Meer dan drie hoofdmaterialen in een kleine buurtstraat geeft snel een rommelig beeld.
Daar waar verschillende materialen samen komen zijn goede details nodig.
Op vluchtheuvels komen materialen en meubilair vaak samen. Juist daar moet goed ontworpen, ook om beheerproblemen te voorkomen.
02 Vloerkaart
Juiste detaillering van een 50 km/uur kruispunt.
03 Basisprincipes
Een buurtstraat ingericht volgens de inrichtingsprincipes van de Puccinimethode.
Een pilot is per definitie een afwijking van de Puccinimethode en moet daarom worden aangevraagd bij de commissie Puccinimethode (zie Beleidskader Puccinimethode, Deel A, paragraaf 3.2.1). Pilots dienen altijd geëvalueerd te worden. Indien de uitkomst positief is kunnen nieuwe ontwerpoplossingen worden opgenomen in de handboeken van de Puccinimethode. 17
Centrum straatond.
11 Speciale
12 Verliching 13 Meubilair 14 Details
Het uitwerken en financieren van pilots voor innovaties is primair de taak van het betreffende beleidsterrein, de betreffende ontwikkeling. Daarbij is het van belang dat pilots - indien succesvol - kunnen worden opgeschaald en breed toepasbaar zijn. Het projectteam Puccinimethode denkt graag mee over de mogelijkheden.
overzicht
Het testen en evalueren van materialen en ontwerpoplossingen in de openbare ruimte gebeurt via proefopstellingen, experimenten en pilots. Bijvoorbeeld door een proefstraat aan te leggen met materialen die bijdragen aan een betere afwatering en minder wateroverlast, om de stad klimaatbestendiger te maken. Of een plein met innovatieve, duurzamere verhardingsmaterialen. Bij straatmeubilair kan gedacht worden aan toepassing van ‘biobased’ en ‘cradle tot cradle’ materialen in bankjes, afvalbakken of andere objecten.
15 Materiaal
Ruimte voor pilots
10 Inrichting
09 Buurtpleinen
08 Kruisingen
07 Erf / steeg
06 Kade / Gracht
05 Straten 50
04 Straten 30
Bij de Wibautas zijn de Puccinimethode Rood én Groen succesvol toegepast.
2 Vloerkaart Puccinimethode Rood 18
Noordelijke IJ-oever De afgelopen twintig jaar heeft Amsterdam zich opnieuw naar het IJ gericht. Er is een hele reeks gemengde woon-werkgebieden gerealiseerd, van de Houthavens tot IJburg. Ook langs de Noordelijke IJ-oevers is de transformatie van bedrijfsterreinen in volle gang.
2.2
Zone C: gordel ’20-’40 en Naoorlogse stad (excl. Tuindorpen Noord)
Zonering
Gordel ’20-’40 (exclusief de tuindorpen in Noord) Deze wijken kwamen tot stand tussen beide wereldoorlogen. Beroemd vanwege het monumentale stedenbouwkundige plan (Plan van Berlage) met belangrijke zichtlijnen en rustige, sfeervolle woonbuurten. Grachten met groene oevers en monumentale lanen vormen belangrijke en herkenbare hoofdstructuren. De straten in de gordel ’20-’40 zijn relatief breed, met horizontaal opgebouwde bakstenen gevels in de stijl van de Amsterdamse School. Een architectuur met ornamentiek (ramen, deurpartijen, daklijsten, hoekpartijen e.d.) en een creatief gebruik van baksteen.
Zone A: Historische kernen Naast de binnenstad, gelegen tussen het Open Havenfront en de Singelgracht, horen ook de dijklinten in Amsterdam-Noord, Oud-Sloten, oud Sloterdijk en de dorpen in landelijk Noord tot de ‘historische kernen’.
Puccinimethode
01 Doel
Puccinimethode Rood
02 Vloerkaart
03 Basisprincipes 04 Straten 30 05 Straten 50 06 Kade / Gracht
07 Erf / steeg 15 Materiaal
Passend bij het overwegend historische karakter van deze gebieden, worden hier zowel rijweg als trottoir zo veel mogelijk uitgevoerd in rode bakstenen: keiformaat in de rijwegen van 30 km/uur straten en dikformaat in de trottoirs. Voor rijbanen van 50 km/uur gebruiken we zwart asfalt, en voor het drukbezochte UNESCOgebied en de middeleeuwse kern kiezen we voor natuurstenen trottoirbanden.
08 Kruisingen
Voor het trottoir gebruiken we hoofdzakelijk 30x30 betontegels. Deze tegel heeft, hoewel het eveneens een betonproduct is, een veel betere uitstraling dan de betonstraatstenen in de rijbaan (zeker als een 30x30 tegel met toeslag wordt toegepast). Hij doet in veel opzichten niet onder voor gebakken materiaal en is goedkoper en makkelijker herstraatbaar in geval van onderhoudswerkzaamheden.
09 Buurtpleinen
Tuindorpen Tussen ongeveer 1909 en 1930 werden, met name in Amsterdam-Noord, de tuindorpen gebouwd. Het zijn tegenwoordig Rijksbeschermde stadsgezichten. Het betreft arbeiderswoningbouw met een min of meer dorpse stedenbouwkundige structuur, één tot twee bouwlagen en relatief veel groen. Ze kenmerken zich door de samenhang tussen stedenbouwkundige structuur, bebouwing, openbare ruimte en groen. De openbare ruimte bestaat uit smalle, rustieke, veelal korte 30 km/uur straten, die steeds uitkomen op kleinschalige openbare groenvoorzieningen en pleintjes: een dorps gevoel. Het openbare groen benadrukt de stedenbouwkundige structuur en legt een verbinding met het groen van de tuinen.
Centrum
Alle rijbanen van 30 km/uur straten (uitgezonderd zone E Havengebied) voeren we uit in gebakken materiaal. De bekende betonstraatstenen, goedkoper maar so(m)ber ogend en van grote invloed op beleving van de openbare ruimte, passen we (op termijn) niet meer toe. Deze aanpassing levert een belangrijke kwaliteitsimpuls op, vooral voor de naoorlogse stad, specifiek Zuidoost, Nieuw-West en delen van Noord. Het past eveneens beter bij de duurzaamheidsdoelstellingen van de stad Amsterdam: gebakken materialen hebben een veel langere levensduur dan betonstraatstenen en kunnen daardoor langer worden hergebruikt.
10 Inrichting
Op de geactualiseerde vloerkaart onderscheiden we zes stedenbouwkundige zones die ieder een eigen materialisering kennen. De verschillen komen voort uit de mate van gebruiksdruk en de periode van totstandkoming van de zone. We maken geen onderscheid in ambitieniveaus; we werken aan een hoogwaardige openbare ruimte in heel Amsterdam.
straatond.
Hieronder vallen de wijken gebouwd tussen 1870 en 1919. Ze kennen een stedelijke verkaveling, met hoge woningdichtheden en smalle straten. Er is weinig openbare ruimte per bewoner. De gesloten bouwblokken kaderen de openbare ruimte helder af. De overgang van openbaar naar privé is goed gemarkeerd. Straatprofielen zijn smal, maar overzichtelijk. De meeste gebieden transformeren door hun ligging dichtbij de binnenstad geleidelijk tot centrumstedelijke milieus. Vanwege het meestal drukke gebruik van de openbare ruimte is de inrichting van straten in de negentiende-eeuwse gordel gebaat bij rust en kwaliteit.
11 Speciale
De Vloerkaart Puccinimethode Rood geeft aan welke materialen we toepassen op de trottoirs en in de rijbanen van Amsterdam. De kaart op pagina 16-17 is een actualisatie van de Vloerkaart Puccinimethode uit 2014, die hiermee vervalt.
12 Verliching
Zone B: Negentiende-eeuwse gordel, Tuindorpen en Noordelijke IJ-oever
13 Meubilair
Hoofdlijnen Vloerkaart
14 Details
2.1
overzicht
Zie voor uitgebreidere informatie over het centrum van Amsterdam hoofdstuk 10 'Inrichting Centrum'. 19
Vloerkaart Puccinimethode Zone A - Binnenstad, Historische kernen en linten: • 50 km/uur straten: rijbaan van asfalt, trottoirband 280/300 'uitgewassen Amsterdam nr. 1' • 30 km/uur straten: rijbaan van gebakken klinkers, keiformaat rood-bruin, trottoirband 300 natuursteen • Trottoir: gebakken klinkers, dikformaat rood/bruin;
Zone C - Gordel ’20-’40 en Naoorlogse stad (excl. Tuindorpen Noord) • 50 km/uur straten: rijbaan van asfalt, trottoirband 280/300 'uitgewassen Amsterdam nr. 1' • 30 km/uur straten: rijbaan van klinkers, keiformaat roodbruin, trottoirband 130/150 'uitgewassen Amsterdam nr. 1' • Trottoir: 300x300 betontegel zonder toeslag
Zone B - 19e eeuwse gordel, Tuindorpen en Noordelijke IJ-oever: • 50 km/uur straten: rijbaan van asfalt, trottoirband 280/300 'uitgewassen Amsterdam nr. 1' • 30 km/uur straten: rijbaan van klinkers, keiformaat roodbruin, trottoirband 130/150 'uitgewassen Amsterdam nr. 1' • Trottoir: 19e eeuwse gordel en Tuindorpen: In principe 300x300 betontegel met toeslag. Gebakken klinkers, dikformaat rood/bruin onder voorwaarden toegestaan • Noordelijke IJ-oever: in principe 300x300 betontegel met toeslag. Gebakken klinkers, lingeformaat, rood/bruin onder voorwaarden toegestaan.
Zone D - Zuidelijke IJ-oever • 50 km/uur straten: rijbaan van asfalt, trottoirband 280/300 'uitgewassen Amsterdam nr. 1' • 30 km/uur straten: rijbaan van klinkers, keiformaat roodbruin, trottoirband 130/150 'uitgewassen Amsterdam nr. 1' • Trottoir: in principe gebakken klinkers, lingeformaat, rood/ bruin, 300x300 betontegel met toeslag toegestaan • Uitzondering vormt Haveneiland IJ-burg met granietkeien 140x200
20
Bijzondere plek met nummer Doorgaande lijnen Snelwegen
Zone E - Havengebied • 50 km/uur straten: rijbaan van asfalt of beton • 30 km/uur straten: rijbaan van beton of betonstraatstenen, keiformaat • Trottoir 300x300 betontegel zonder toeslag
De ‘voorwaarden’ waaronder in zone B klinkers kunnen worden toegestaan zijn als volgt: • Voor zone B geldt dat in principe het materiaal voor het trottoir 30x30 tegels is (met toeslag). Binnen deze zone kunnen zich op projectniveau situaties voordoen waarbij de toepassing van dik- of lingeformaat baksteen in de trottoirs toch noodzakelijk is. Het zal dan met name gaan om projectomgevingen waar de trottoirs al volledig in gebakken klinkers zijn aangelegd en die niet op korte termijn (binnen 10 jaar) vervangen worden. De Commissie Puccinimethode kan dan overwegen hier klinkers toe te staan om de samenhang in het gebied te behouden. • Ten overvloede, indien in zone B sprake is van een buurtplein, kan - na akkoord van de Commissie Puccinimethode- een materiaal uit het buurtpleinenpalet worden toegepast, zoals gebakken klinkers. Overigens is dit hetzelfde proces als het proces dat gevolgd wordt bij de beoordeling van buurtpleinen in andere delen van de stad.
Puccinimethode
01 Doel
Puccinimethode Rood
02 Vloerkaart
03 Basisprincipes 04 Straten 30 05 Straten 50 06 Kade / Gracht
07 Erf / steeg 08 Kruisingen overzicht
15 Materiaal
Zone F - Transformatiezone Havengebied Indien deze zone transformeert naar een stedelijk woon- en werkmilieu dan zal voor de vloer de materialisatie gaan gelden van zone B of C.
09 Buurtpleinen
Zuidoost 56. Arenaboulevard 57. Winkelcentrum de Poort 58. Dak Gaasperdammerweg
Centrum
Zuid 49. Poort Rijnstraat 50. Europaplein 51. Stadionplein 52. Museumplein 53. Albert Cuyp 54. Zuidas (conform plan zoals 12 juli 2016 gepresenteerd bij cie Puccinimethode) 55. Gelderlandplein
10 Inrichting
Westpoort 47. Carrascoplein 48. Orlyplein
straatond.
West 42. De Hallen/ Bellamyplein 43. Bos & Lommerplein 44. Westergasfabriekterrein 45. Mercatorplein 46. Surinameplein
11 Speciale
Noord 29. NDSM-plein 30. Overhoeks-plein 31. IJ-plein 32. Buiksloterwegpontaanlanding 33. Van Hasseltwegpontaanlanding
Oost 38. Amstelstation 39. Javaplein 40. Muziekgebouw 41. Amstelcampus
12 Verliching
Nieuw-West 25. Stationsplein Lelylaan 26. Osdorpplein 27. Plein ’40-’45 28. Terras Oostoever
34. Waterlandplein 35. Buikslotermeerplein 36. Banneplein 37. Winkelcentrum Molenwijk
13 Meubilair
Centrum 1. Haarlemmerplein 2. Noordermarkt 3. Westermarkt 4. Torensluis 5. Leidseplein 6. Weteringsplantsoen 7. Frederiksplein 8. Amstelveld 9. Rembrandtplein 10. Muntplein 11. Koningsplein 12. Spui 13. Dam 14. Beursplein 15. Oudekerksplein 16. Nieuwmarkt 17. Zuiderkerkhof 18. Jonas Daniël Meijerplein 19. Waterlooplein 20. Postzegelmarkt 21. Kattenburgerplein 22 Weesperplein 23. Stationseiland 24. Rode Loper
14 Details
Bijzondere plekken
21
Rijbaan 50
Zone A
Trottoir
Parkeren
Fietspad vrijliggend
Banden
30
Binnenstad, Historische kernen en linten
Keiformaat klinker keper
Zwart asfalt
50
Zone B
Dikformaat klinker
30
19e eeuwse gordel, tuindorpen en Noordelijke IJ-oever
Standaard
Keiformaat klinker keper
Zwart asfalt
50
Zone C
30x30 met toeslag
19e eeuwse gordel en tuindorpen
Noord. IJoever
Onder voorwaarden
Onder voorwaarden
Dikformaat
Linge formaat
Keiformaat klinker elleboog
Rood asfalt
Natuursteenband Betonband Amsterdam nr 1.
Keiformaat klinker elleboog
Rood asfalt
Betonband Amsterdam nr 1.
Keiformaat klinker elleboog
Rood asfalt
Betonband Amsterdam nr 1.
Keiformaat klinker elleboog
Rood asfalt
Betonband Amsterdam nr 1.
Keiformaat klinker elleboog
Rood asfalt
Betonband Amsterdam nr 1.
Keiformaat klinker elleboog
Rood asfalt
Betonband Amsterdam nr 1.
30
gordel ’20-’40 en naoorlogse stad (excl. Tuindorpen Noord)
Keiformaat klinker keper
Zwart asfalt
50
Zone D
30x30 betontegel lichtgrijs
30
Zuidelijke IJ-oever
Keiformaat klinker keper
Zwart asfalt
50
Zone E
50
Linge formaat
30x30 betontegel met toeslag
30
Havengebied
Zwart asfalt
Beton
50
Zone F
Beton keiformaat
30x30 betontegel lichtgrijs
30
Transformatiezone Havengebied
Op termijn nader te bepalen
Zwart asfalt
Keiformaat klinker keper
30x30 met Dikformaat Linge toeslag of formaat 30x30 lichtgrijs
Schematische voorstelling van materiaalgebruik volgens Vloerkaart Puccinimethode: zie legenda op de vorige pagina voor een exacte weergave van de afspraken.
In het stratenpatroon zijn verbredingen opgenomen die als plantsoen en pleinen zijn ingericht. De relatief smalle radiaalstraten zijn, aansluitend op de stadsstraten in de negentiende-eeuwse gordel, functioneel zeer gemengd. De meeste pleinen kennen een rijke groene inrichting met sport- en speelvoorzieningen.
Zone D: Zuidelijke IJ-0ever De afgelopen twintig jaar heeft Amsterdam zich opnieuw naar het IJ gericht. Er is een hele reeks gemengde woonwerkgebieden gerealiseerd, van de Houthavens tot IJburg. Ook langs de Noordelijke IJ-oevers is de transformatie van bedrijfsterreinen in volle gang.
Naoorlogse stad De gebieden in het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) zijn volgens de basisprincipes van de moderne stedenbouw uit de jaren ’20 en ’30 opgezet. Met veel licht, lucht en ruimte. Ze hebben een tuinstadkarakter waar het wonen in een groene omgeving de bijzondere kwaliteit is. De bebouwing kenmerkt zich voornamelijk door repetitie van verkavelingseenheden (stempels). De architectuur heeft veelal een nuchter en sober karakter. De kwaliteit van de openbare ruimte wordt voor een groot deel bepaald door het groen. Brede, groene lanen met beeldbepalende boombeplantingen van 4 tot 8 rijen en brede watergangen vormen de structuur van de openbare ruimte.
De materialisering van zone D bestaat uit rode, keiformaat baksteen in 30 km/uur straten, asfalt in 50 km/uur straten met als uitzondering het Haveneiland. Daar liggen granietkeien van 15x20 cm in de rijbanen van 30 km/uur straten. Zone E: Havengebied Kenmerkend voor het Havengebied is industrie en bedrijvigheid. De materialisering is eenvoudig en robuust. De 30 km/uur straten worden uitgevoerd van grijze, keiformaat betonstraatstenen of beton, de 50 km/uur straten hebben rijbanen van asfalt of beton.
22
Puccinimethode
Puccinimethode Rood
01 Doel
Deze materialen zijn bestand tegen het vele zware verkeer in het havengebied. Op de trottoirs liggen gladde, lichtgrijze betontegels, 30x30 cm, zonder toeslag.
02 Vloerkaart
Zone F: Transformatiezone Havengebied Indien deze zone transformeert naar een stedelijk woonwerkmilieu, dan zal voor de vloer de materialisatie gaan gelden van zone B of C.
03 Basisprincipes
2.3
Lijnen
06 Kade / Gracht
05 Straten 50
04 Straten 30
De doorgaande lijnen in de stad zijn gebaseerd op Hoofdnet Auto en Hoofdnet Rail. Daarnaast is een aantal belangrijke radialen en dwarsverbindingen toegevoegd. Deze stadsstraten kennen een hoge gebruiksdruk en zijn soms stadsdeelgrensoverschrijdend. Werken aan een straat uit dit netwerk betekent redeneren vanuit één ruimtelijke opgave en intensieve samenwerking met naastgelegen beheergebieden. Herkenbaarheid en samenhang zijn sleutelwoorden.
07 Erf / steeg
2.4
Bijzondere plekken
23
overzicht
15 Materiaal
Het Stationseiland, ook de IJzijde, behoort tot de bijzondere plekken in de stad. Materiaal en inrichtingprincipes zijn hier anders maar passen wel bij de algemene uitgangspunten en overtuigingen van de Puccinimethode.
14 Details
13 Meubilair
12 Verliching
11 Speciale
straatond.
Centrum
10 Inrichting
09 Buurtpleinen
08 Kruisingen
De vloerkaart geeft ook ‘bijzondere plekken’ weer waar ruimte is om andere materialen toe te passen. Qua materialisering en inrichtingsprincipes krijgen projecten hier meer ontwerpvrijheid. Maar ook op bijzondere plekken moet het ontwerp passen binnen de overtuigingen van de Puccinimethode: een duurzame inrichting met goede detaillering en aandacht voor beheerbaarheid. Deze plekken zijn geselecteerd op basis van stedenbouwkundige, cultuurhistorische en functionele overwegingen.
3 Basisprincipes inrichting en materialisering 24
25
Puccinimethode
01 Doel
Puccinimethode Rood
11 Speciale
12 Verliching 13 Meubilair 14 Details overzicht
Enkele voorbeelden wat betreft inrichtingsprincipes. In dit handboek gaan we in de kern terug naar 3 typen parkeervakken. Vrijliggende fietspaden zijn en worden
15 Materiaal
Vooropgesteld dat we veel vereenvoudigingen hebben kunnen doorvoeren: het blijft wel zo dat een ‘standaard’ voor de inrichting van de openbare ruimte van een stad als Amsterdam, met al haar diversiteit en verschillende behoeften, behoorlijk complex blijft. Het is meer ‘technisch lego’ dan ‘Kapla’. Zo zorgen de verschillende afwateringsprincipes die we in Amsterdam nodig hebben, in combinatie met de verschillen tussen 30 en 50 km/uur profielen, voor een ruim palet aan parkeervak-/afwateringssystemen. De verschillende modellen kunnen op elkaar aangesloten worden, lijken in zo veel mogelijk opzichten op elkaar maar het is goed opletten bij het correct toepassen van de verschillende trottoirbanden, verloopbanden, lage parkeerbanden, inritverloopbanden, hoekblokken, hoekstukken, bochtstukken en verschillende molgoten en bijbehorende straatkolken!
Enkele voorbeelden van vereenvoudigingen wat betreft materiaalgebruik. Aan het begin van deze eeuw had het Materiaalbureau wel te maken met 50 verschillende trottoirkolken. Nu zijn we terug naar ca. 5 typen. De verscheidenheid in materialen voor het trottoir was enorm. We zijn nu terug naar een basis van 2 materialen - meestal 30x30 betontegel (3 typen) en soms gebakken dikformaat - waarbij er wel een extra palet beschikbaar is voor zogenaamde buurtpleinen. In de stad waren en zijn tientallen soorten banken te vinden maar we zijn nu op weg naar een standaard van 2 banken: een herontwikkelde Amsterdamse canapébank en een eenvoudiger bank van vier planken.
straatond.
Centrum
10 Inrichting
09 Buurtpleinen
08 Kruisingen
07 Erf / steeg
06 Kade / Gracht
Als antwoord op o.a. deze versnippering hebben we samen de Puccinimethode ontwikkeld. Naast de meer beleidsmatige en procesmatige uitgangspunten zoals die zijn vastgelegd in het Beleidskader Puccinimethode hebben we met dit handboek ook een ‘blokkendoos’ ontwikkeld die zich goed laat vergelijken met het beroemde spel Tangram. Het aantal puzzelstukken is beperkt maar er zijn heel veel mogelijkheden. Met dit handboek zijn twee belangrijke stappen gezet. Ten eerste hebben we het aantal inrichtingsprincipes sterk teruggebracht. Ten tweede hebben we het aantal materialen sterk verminderd. Die twee gecombineerd maken dat er nu sprake is van een eenvoudiger en samenhangend systeem (op basis waarvan centrale inkoop van materialen met alle bijkomende schaalvoordelen ook mogelijk is geworden). Eenvoudiger omdat er een beperkt aantal heldere mogelijkheden is. Samenhangend omdat we ervoor hebben gezorgd dat in maatvoering, dimensionering, in materiaalaansluitingen en -overgangen het allemaal zo goed mogelijk past. Geen ‘lego’, ‘Meccano’ en ‘Playmobil’ meer door elkaar heen.
02 Vloerkaart
Amsterdam is lange tijd ingericht op basis van - op zich - prima handboeken voor de openbare ruimte (per stadsdeel) maar de onderlinge samenhang in inrichtings- en materialiseringsprincipes was beperkt. Daarnaast werden veel beslissingen op dit gebied uiteindelijk genomen op projectniveau waarbij dan weer vaak - zonder goed zicht te hebben op de algemene ontwikkeling van de inrichting van de Amsterdamse openbare ruimte - van de handboeken werd afgeweken. Het eindresultaat was een te grote diversiteit met een versnipperd en onrustig straatbeeld.
03 Basisprincipes
Vergelijkbaar met Tangram is het aantal puzzelstukken overzichtelijk maar zijn er heel veel mogelijkheden om die puzzelstukken te combineren. Zo kunnen we heel veel soorten straten maken, met verschillende profielen, afwateringssystemen en onderlinge overgangen en aansluitingen. Dit handboek is een ‘instrument’. Dat wil zeggen dat een goed resultaat wordt alleen gehaald als het instrument door gebruikers ook goed gebruikt wordt. Dat komt in hoge mate neer op gezond verstand bij alle betrokkenen (managers, ontwerpers, technici, beheerders etc). Ook met dit handboek als uitgangspunt moet er bij elke locatie altijd wel daadwerkelijk ontworpen worden, is overal wel maatwerk of creativiteit nodig.
04 Straten 30
op allerlei manieren aangelegd (wel of juist geen opsluitbanden, wel of juist geen hoogteverschillen etc): de Puccinimethode stelt nu 1 basisprincipe voor voor vrijliggende fietspaden.
3.1 Tangramprincipe Puccinimethode: weinig puzzelstukken, veel mogelijkheden
05 Straten 50
3.1
3.2.1
Algemene uitgangspunten voor een goede weginrichting
materiaal dat in kleur, structuur en maat verwant is aan een van de twee dominante materialen. Voor alle profielen geldt: in de beperking toont zich de meester. Witte reflecterende thermoplastlijnen op asfalt en lijnen van witte FG-steen in bestratingen van klein materiaal voldoen uitstekend voor verdere geleiding of zonering van een profiel. De combinatie van donkere bestrating en heldere witte belijningen leidt tot duidelijkheid, rust en overzichtelijkheid.
De Puccinimethode volgt in principe de richtlijnen van Duurzaam Veilig en de Amsterdamse vertaling daarvan door de Centrale Verkeerscommissie (Leidraad CVC). De regels voor de inrichting van 30 km/uur en 50 km/uur straten vormen zodoende de basis. De Puccinimethode voegt daar drie ontwerpuitgangspunten aan toe:
Bij de opzet van een profiel is het van belang hoofden bijzaken uit elkaar te houden. In de meeste profielen komt zowel snel als langzaam verkeer voor. De scheiding tussen deze twee is de belangrijkste aanduiding in het profiel. Meestal gebeurt dat met een niveauverschil dat door een trottoirband wordt gevormd. De banden zijn daarmee de belangrijkste lijnen in het profiel. Loop en continuïteit daarvan zijn cruciaal voor de duidelijkheid voor de weggebruikers en daarmee voor de veiligheid en een rustig beeld.
• Elk profiel heeft maximaal twee hoofdmaterialen/ hoofdkleuren; elke zone kan verder worden ingedeeld met witte lijnen van thermoplast of witte FG-steen / witte 30x15 betontegel; • De bandenlijnen die langzaam en snelverkeer scheiden, zijn de belangrijkste in elk profiel met een gemengd gebruik: ze zijn doorlopend en worden als eerste opgezet; • Bij kruisingen/aansluitingen zijn de kenmerken van de hoofdroute doorlopend, die van de ondergeschikte route worden onderbroken.
De zones voor langzaam verkeer en snelverkeer kunnen we verder indelen met bijvoorbeeld vrijliggende fietspaden, zones voor bomen en aparte banen voor tram en/of bus. Voor elke aansluiting en elk kruispunt geldt dat de belangrijkste lijnen continu zijn: de bandenlijn die de hoofdrijbaan scheidt van de zones voor langzaam verkeer. De materialisering van de belangrijkste route, in materiaal, kleur en verband loopt door, de andere route wordt onderbroken.
Voor straatprofielen geldt in het algemeen dat twee hoofdmaterialen voldoende zijn om tot duidelijkheid te komen. Asfalt en betontegels, klinkers en betontegels, al of niet aangevuld met groen en zones voor bomen. Meer kleuren leiden tot versnippering en daarmee onduidelijkheid. Als om technische redenen meer materialen nodig zijn, kies dan voor een derde
Ontwikkeling van het straatprofiel 1950 - 2000
26
27
overzicht
15 Materiaal
Twee goede voorbeelden van straten die (in bijna alle opzichten) volgens de Puccinimethode zijn aangelegd. Boven een 30 km/uur straat: de ventweg van de President Kennedylaan. Onder een 50 km/uur straat: de Ceintuurbaan.
14 Details
13 Meubilair
12 Verliching
straatond.
11 Speciale
Centrum
10 Inrichting
09 Buurtpleinen
08 Kruisingen