CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1a_RRP 2025-2028 - Verdieping versie 6.0.pdf

RAAD 2 april 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Geen zienswijze indienen ten aanzien van Regionaal Risicoprofiel 2025-2028, Beleidsplan 2025-2028 en Dekkingsplan 2025-2028 van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VN2025-003309)44.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Wel is de impact vaak groter, zoals was te zien bij de treinbotsingen bij Amsterdam Centraal Station in 2007 en bij Amsterdam Westerpark in 2012. De diverse spoortrajecten maken de waarschijnlijkheid van treinongevallen groter. Daarnaast worden er ook veel gevaarlijke stoffen via het spoor vervoerd, waardoor eventuele effecten ook toenemen. Hoewel ongelukken zich de afgelopen jaren minder vaak voordoen op weg en spoor, kan een grootschalige en langdurige stremming van het verkeer een grote impact hebben. Zo kan door mist of plotselinge heftige regenval een kettingbotsing ontstaan, maar kan ook als gevolg van extreme ijzel en sneeuwval het verkeer (zowel op weg als spoor) ontregeld raken. Dit kan zelfs gevolgen hebben voor de paraatheid van de hulpverleningsdiensten. Aangezien VrAA zowel op weg als spoor een knooppunt is, kan een grootschalige en langdurige stremming een grote impact hebben ook buiten VrAA. In verband met bevoorrading en doorvoer van goederen kan economische schade optreden. In recente jaren zijn verstoringen echter beperkt gebleven en is een grote hulpverleningscapaciteit beschikbaar in de regio. Conclusie Gezien het feit dat VrAA een verkeersknooppunt is voor weg en spoor en de waarschijnlijkheid wordt het incidenttype incident treinverkeer meegenomen in de risicoanalyse.

3.6.4

Incidenten in tunnels

Het crisistype incidenten in tunnels is uitgesplitst in drie incidenttypen: • Incident in treintunnels en ondergrondse stations 20

STAR: Smart Traffic Accident Reporting (star-verkeersongevallen.nl)

38

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

• •

Incident in wegtunnels Incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse stations

VrAA wordt gekenmerkt door tunnels in alle modaliteiten (weg-, metro-, trein-, tram-, voetgangers- en fietstunnels). Op de Arenatunnel na zijn alle oudere tunnels gerenoveerd en hiermee voldoen de wegtunnels een de vigerende wetgeving. Voor de toekomstige tunnel aan de Zuidas zullen de bouwwerkzaamheden de komende periode starten. De effecten van incidenten in tunnels kunnen vergroot worden door het ontstaan van brand. Deze effecten snelle hittetoename en met name de sterke rookontwikkeling worden beheerst door de in de tunnel aanwezige installaties. Door het vervoer van gevaarlijke stoffen door tunnels ontstaat een extra risico, mogelijk ook buiten de tunnel. De Hemspoortunnel, met een lengte van 1.600 m, is de enige spoortunnel binnen VrAA. In VrAA zijn daarnaast negen wegtunnels en wordt rondom de Zuidas nog een wegtunnel ontworpen. Een incident in een wegtunnel is het meest waarschijnlijke scenario van incidenten in tunnels. Op basis van de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Warvw) dienen tunnels in Nederland te beschikken over een veiligheidsbeheersplan (VBP). Het VBP is het instrument, waarmee de Tunnelbeheerder het afgesproken veiligheidsniveau in de gebruiksfase handhaaft. Mede daardoor is de impact van dit scenario kleiner dan de impact van de overige tunnelincidenten. In VrAA zijn momenteel twee metrotunnels in gebruik.

De Oostlijn loopt tussen het Centraal station en het Amstelstation en hierin bevinden zich vijf ondergrondse stations. De Noord-Zuidlijn loopt tussen Amsterdam Noord en station Zuid en heeft ook vijf ondergrondse stations. De kans op ongevallen is laag in vergelijking met wegtunnels. Het mogelijke aantal slachtoffers in metrotunnels is echter fors hoger dan in wegtunnels. Ongevallen in de metro hebben een bijzonder karakter gezien de beperkte mogelijkheden voor zelfredzaamheid, de beslotenheid en slechte bereikbaarheid voor de hulpverleningsdiensten. Dit geldt met name als een metro tussen twee stations tot stilstand is gekomen. Conclusie Aangezien VrAA gekenmerkt wordt door een hoge tunneldichtheid, dient het crisistype incidenten in tunnels meegenomen te worden in de risicoanalyse. Omdat er in Nederlandse wegtunnels zelden dodelijke ongevallen plaats vinden en het wettelijke veiligheidsniveau aanzienlijk hoger ligt dan omringende landen nemen we wegtunnels niet mee in het regionale risicoprofiel. In metrotunnels vinden ook weinig incidenten plaats, maar als er incidenten optreden, al dan niet door brandstichting, kan het aantal slachtoffers flink oplopen. Om deze rede nemen we incidenttype Incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse stations wel mee in het risicoprofiel.

3.7 Gezondheid 3.7.1 Bedreiging volksgezondheid Het crisistype Bedreiging volksgezondheid is uitgesplitst in vijf incidenttypen: • Besmettingsgevaar via contactmedia • Feitelijke grootschalige besmetting zonder ziekteverschijnselen • Besmettingsgevaar vanuit buitenland • Besmettingsgevaar in eigen regio • Dierziekten overdraagbaar op mens In de huidige systematiek omvat dit crisistype plotselinge gebeurtenissen, inzichten in of vermoedens over een directe bedreiging voor de volksgezondheid van een grote groep personen, maar nog zonder veel ziektegevallen. Tegelijkertijd beperkt dit crisistype zich tot risico’s naar aanleiding van virussen, infecties en bacteriën. Van belang is om rekening te houden met een (nog) hoger aantal kwetsbaren in VrAA als gevolg van de stijging van de gezondheidsrisico’s. De gezondheidsrisico’s lopen op door klimaatsverandering, vergrijzing, complexere

39

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

zorg in thuissituaties, teruglopende vaccinatiegraad en de arbeidskrapte in het zorgdomein. Het groter aandeel kwetsbaren is van invloed op het veiligheidsproblematiek en daarmee op andere incidenttypen en scenario’s. Klimaatsverandering heeft (naast dat het van invloed is op de ‘slecht weer’ scenario’s, zoals storm, hitte en wateroverlast) gevolgen voor de gezondheid van de burgers van VrAA omdat de warmte moeilijker verdwijnt uit de bebouwing en met name ’s nachts de temperaturen niet dalen (hitte-eiland effect). Bovendien kan in stedelijke gebieden door de aanhoudende hitte, de hoge luchtdruk, verkeersintensiteit en het gebrek aan wind, smog ontstaan. Voor (kwetsbare) burgers geeft dit extra risico op astma, hartziektes en longkanker. Daarbij verandert het zorgdomein. De ontwikkelingen, zoals de vergrijzing, arbeidskrapte en complexere zorg in thuissituaties hebben effect op het bieden van zorg en het kunnen continueren van zorg tijdens alle omstandigheden (rampen en crises) door de zorgpartners. Alle ketenpartners in de zorg hebben te kampen met personeelstekorten, het aantal kwetsbare ouderen in Amsterdam (75+) neemt in 2030, in vergelijking met 2020, toe met 53% en het hoge aantal toeristen hebben een grote zorgvraag tot gevolg.

Daarbij komt ook dat een groot aantal mensen gebruik maakt van geestelijke gezondheidszorg en de regio significant scoort op de gezondheidsindicatoren (roken, bewegen), de sociaaleconomische indicatoren en de fysieke leefomgeving. De zorg bereidt zich hierop voor, door middel van het in kaart brengen van de ontwikkelingen in het Regiobeeld van het Regionaal Orgaan Acute Zorg. Daarnaast ook afspraken en (preventieve) maatregelen in het Integraal Zorgakkoord en het Gezond en Actief Leven Akkoord. Tegelijkertijd wordt op dit moment gewerkt aan het Regionaal Zorgrisicoprofiel waarin gekeken wordt naar de meest relevante incidenttypen voor de (niet) acute en publieke geneeskundige zorg en worden per incidenttype de knelpunten benoemd, die de continuïteit van de zorg begrenzen. Het Zorgrisicoprofiel en Regionaal Risicoprofiel van de Veiligheidsregio liggen in elkaars verlengde. Vanwege de demografische samenstelling is VrAA kwetsbaar voor het crisistype Bedreiging volksgezondheid. Voorbeelden van deze demografische samenstelling zijn: de klimaatsverandering, de ontwikkelingen in het zorgdomein, de nabijheid van Schiphol, het grote aantal buitenlandse bezoekers, het reizen van inwoners voor werk en vakantie, de vele evenementen en de industriële activiteiten binnen VrAA. Conclusie VrAA is kwetsbaar voor dit crisistype.

Omdat er (nog) geen sprake is van veel ziektegevallen en de impact pas relatief groot wordt als de dreiging een daadwerkelijke ziektegolf veroorzaakt, wordt Bedreiging volksgezondheid niet meegenomen in de risicoanalyse.

3.7.2

Ziektegolf

Het crisistype ziektegolf is uitgesplitst in twee incidenttypen: • Ziektegolf besmettelijke ziekte • Ziektegolf niet besmettelijke ziekte Sinds 1918 hebben zich vijf grieppandemieën voorgedaan. In 1918 zijn miljoenen mensen overleden aan de Spaanse griep. In 1957 overlijden tienduizenden mensen aan de gevolgen van de Aziatische griep. De Hongkonggriep van 1968 maakt ook tienduizenden slachtoffers. In 2009 maakte de Mexicaanse griep meer dan 10.000 dodelijke slachtoffers, waarvan 54 in Nederland, en vanaf begin 2020 was er natuurlijk COVID-19 waaraan ongeveer 48.000 mensen in Nederland gestorven zijn. De huidige ervaringen laten zien dat een grootschalige ziektegolf (pandemie) tot maatschappelijke ontwrichting kan leiden. Niet alleen burgers en het bedrijfsleven worden getroffen, maar ook de continuïteit van overheid en hulpdiensten komt onder drukte staan. De dreiging van een pandemie leidt tot grote politieke, bestuurlijke en maatschappelijke aandacht. De huidige wereld heeft een grote globalisering ondergaan. Mensen reizen meer dan ooit tevoren, waardoor een infectieziekte zich met grote snelheid kan verspreiden over de wereld.

40

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Aandacht voor infectieziekten die van dier op mens overgedragen kunnen worden (zoönosen) is toegenomen. Daarnaast speelt klimaatverandering een rol waardoor we veranderingen zien in temperatuur en weersomstandigheden. Deze hebben invloed op het gedrag van de mens die bijvoorbeeld vaker het water opzoekt in warme perioden. Aan de andere kant zien we ook wijzigingen in het voorkomen van vectoren (dragers) zoals muggen die in het verleden vooral in de tropen voorkwamen en nu steeds vaker zich in noordelijker gelegen gebieden vestigen. Tevens zien we dat de vaccinatiebereidheid in de samenleving voor vaccinaties via het Rijksvaccinatieprogramma terug blijft lopen en er regio’s zijn waar zorgelijke situaties lijken te ontstaan. Deze combinatie van factoren maakt dat een nieuwe grote uitbraak van een infectieziekte mogelijk niet eens heel ver weg hoeft te zijn. Conclusie VrAA is kwetsbaar voor dit crisistype. Gecombineerd met de enorme impact van het incidenttype ziektegolf besmettelijke ziekte, wordt crisistype Ziektegolf met een besmettelijke ziekte meegenomen in de risicoanalyse.

3.8 Sociaal-maatschappelijke omgeving 3.8.1 Gevolgen terroristische aanslag Het crisistype Gevolgen van een terroristische aanslag is uitgesplitst in twee incidenttypen: • Maatschappelijke gevolgen naar aanleiding van terroristische aanslag binnen de veiligheidsregio • Maatschappelijke gevolgen naar aanleiding van terroristische aanslag buiten de veiligheidsregio In december 2023 verhoogde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) het dreigingsniveau terrorisme van 3 (aanzienlijk) naar 4 (substantieel). Dit betekent dat er een reële kans is dat een aanslag in Nederland plaatsvindt. Een optelsom van ontwikkelingen zorgt voor de verhoging van het dreigingsniveau. Door het gewelddadige conflict in Israël en de Palestijnse gebieden, koranschendingen in verschillende Europese landen en de oproepen tot aanslagen van terroristische organisaties is de dreiging vanuit het jihadisme toegenomen. De aanslagen die de afgelopen jaren in ons omringende landen hebben plaatsgevonden laten zien dat individuen aan deze oproepen gehoor geven. Ook een aantal arrestaties in naburige Europese landen van verdachten die de intentie hadden om uit jihadistisch motief een aanslag te plegen zijn hier voorbeelden van.

Daarnaast is de dreiging vanuit het rechts-extremisme en anti-institutioneel extremisme onverminderd aanwezig.21 Terroristen hanteren verschillende werkwijzen, van eenlingen met messen die insteken op mensen tot gecoördineerde reeksen van aanslagen met vuurwapens en explosieven op en binnen menigtes. De waarschijnlijkheid en specifieke locatie van aanslag(en) zijn moeilijk te bepalen, maar afgaande op het dreigingsniveau in Nederland is de kans reëel. Een aanslag brengt veelal een sociaal-maatschappelijke reactie teweeg waarbij het van belang is dat overheid en welzijnsinstellingen gecoördineerd de samenleving ondersteunen. Het uitgangspunt is het verkleinen en voorkomen van ontwrichting. De inzet van Draaiboek Vrede van de gemeente Amsterdam biedt een handvat om tegenstellingen tussen verschillende groepen te indiceren en om – daar waar ruimte is – nader tot elkaar te komen. De maatschappelijke impact van een aanslag hangt af van de omvang en aard daarvan. Daarbij gaat het niet alleen om het aantal slachtoffers, maar ook om de soort aanslag, de locatie van de aanslag de aanslagplegers, de kans op een vervolgaanslag, de snelheid waarmee verdachten worden opgepakt, etc. De aanslag in Amsterdam op Centraal Station (2018) leidde tot enkele zwaargewonde slachtoffers, waar hulpverleningsdiensten op moesten acteren. De dader werd direct door de politie uitgeschakeld.

De maatschappelijke impact was gering. Bij de tramaanslag in Utrecht (2019) was de maatschappelijke impact 21

Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland – NCTV; december 2023

41

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

groter. Hier waren vier doden te betreuren en raakten zes passagiers gewond. De dader was enkele uren voortvluchtig en het was onduidelijk of er meer daders in het spel waren en of er een kans op vervolgaanslagen was. Het dreigingsniveau terrorisme werd verhoogd naar 5. Inwoners van Utrecht werd geadviseerd binnen te blijven. Op treinstations in de grote steden en op luchthavens werd extra beveiliging ingezet. Een sociaal maatschappelijke reactie op een aanslag is niet op voorhand gebonden aan de eigen gemeente, maar kan ook plaatsvinden wanneer de aanslag in een andere gemeente, regio of land plaatsvindt. Naast de genoemde aanslagen in Nederland valt te denken aan, maar ook de aanslagen in Parijs (2015 – 2020), Brussel (2016, 2017), Londen (2015, 2017, 2019, 2020) en Nice (2016, 2020). De recente opleving (2023) van het conflict tussen Israël en de Palestijnse gebieden zorgt ook in onze regio voor spanningen in de samenleving. Deze – en vele andere aanslagen – hebben zowel kortstondig als langdurig maatschappelijke gevolgen teweeggebracht. De driehoek is bij een aanslag binnen de territoriale grenzen van VrAA het bevoegd gezag. Burgemeester, Openbaar Ministerie en de politie stemmen in dit overleg de beleidskaders af en zetten opsporingsprocessen in gang. Aanvullend hierop zal (de crisisorganisatie van) VrAA zich richten op de terrorismegevolgbestrijding.

Conclusie De NCTV heeft het dreigingsniveau terrorisme verhoogt naar niveau 4 (substantieel). Er is een reële kans dat een aanslag in Nederland plaatsvindt. De weerslag die een aanslag heeft op de samenleving is niet per definitie gebonden aan gemeente- of regiogrenzen en kan zeer groot zijn. Dit incidenttype wordt daarom meegenomen in de risicoanalyse.

3.8.2

Verstoring openbare orde

Het crisistype verstoring openbare orde is uitgesplitst in drie incidenttypen: • Wanordelijkheden rondom manifestaties • Gewelddadigheden rondom evenementen • Maatschappelijke onrust en buurt gerelateerde wanordelijkheden Over het algemeen is het aantal geweldplegingen tijdens manifestaties en evenementen redelijk beperkt. Rondom voetbalwedstrijden is wel een duidelijke stijging van wanordelijkheden. Een goede voorbereiding tussen de betrokken partners en handhaving van de wettelijke kaders maken wanordelijkheden beter beheersbaar. Verstoringen tussen grote groepen komen relatief weinig voor en de waarschijnlijkheid van wanordelijkheden is laag. Maatschappelijke onrust en buurt gerelateerde wanordelijkheden komen niet of nauwelijks voor wel. Er zijn afgelopen jaren verschillende incidenten geweest rondom ‘drillrap’ in Amsterdam Zuidoost en Nieuw-West. De verwachting is dat dit ook komende jaren aanhoudt. Daarnaast hebben er afgelopen jaren enkele wanordelijkheden in Amsterdam plaatsgevonden naar aanleiding van het WK-voetbal, Champions Leaque en de Eredivisie. Emoties rondom het voetbal kunnen hoog oplopen waardoor uitingen ontaarden in openbare ordeverstoringen. Echter, hieraan lag geen maatschappelijke onrust ten grondslag.

Bij dit incidenttype is de driehoek nadrukkelijk het bevoegd gezag en (de crisisorganisatie van) VrAA zal zich, indien nodig, richten op de effectbestrijding. De waarschijnlijkheid van dit incidenttype is laag. Verwachting is dat komende jaren dit risico groter zal worden binnen VrAA en dat de intensiteit van de emoties zal toenemen. Een voorbeeld hiervan zijn de discussies rondom klimaat, polarisatie, wantrouwen in de (lokale) overheid en afscheiding van groepen binnen onze samenleving. Specifiek aan deze incidenttypen is het voorkomen en bestrijden van maatschappelijke onrust, wat vaker een gevolg is dan een incident op zichzelf. Het resultaat is afhankelijk van de samenwerking tussen lokale partners zoals gemeente, politie, burgers, instellingen uit het maatschappelijk middenveld, het lokale bedrijfsleven en de media. Kortom de publiek private samenwerking. Deze gevolgbestrijding vindt echter conform reguliere crisisbeheersing plaats.

42

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Conclusie Verstoringen tijdens manifestaties komen relatief beperkt voor. Daarnaast zien we dat maatschappelijke onrust en wanordelijkheden in buurten eerder een gevolg zijn van andere incidenttypen. Daarom neemt VrAA de incidenttypen van verstoring openbare orde niet mee in de risicoanalyse.

3.8.3

Paniek in menigten

Het crisistype paniek in menigten omvat één incidenttype: • Paniek tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties Jaarlijks vinden in VrAA (ruim) meer dan honderd evenementen, concerten en demonstraties plaats met meer dan 5.000 bezoekers (in de ‘coronajaren’ lag dit aantal logischerwijs aanzienlijk lager). In de regio worden relatief veel evenementen georganiseerd. Koningsdag, SAIL en de Pride zijn enkele evenementen waar vele honderdduizenden bezoekers op af komen. Paniek in menigten is het gevolg van een (trigger-)gebeurtenis, met mogelijk een groot aantal slachtoffers. Elk incident kan leiden tot ongecontroleerde vluchtreacties van publiek en omstanders. Men signaleert immers gevaar en handelt daarnaar. In een grote mensenmassa is echter weinig ruimte om te vluchten waardoor verdrukking ontstaat. Dit wordt van buitenaf gezien als ‘paniek’. Het aantal aanwezigen, de hoeveelheid ruimte om te vluchten en de trigger bepalen de impact van een dergelijk incident. Bij grote festiviteiten, concerten en demonstraties is niet alleen de paniekreactie een verzwaring van het risico, maar is het risico ook groter door het grote aantal aanwezige mensen in een beperkte ruimte en aanwezigheid van tijdelijke constructies. Dit verslechtert de bereikbaarheid van een incidentlocatie en vergroot het risico op het vallen van slachtoffers.

Dit maakt dat het incidenttype vergroot wordt naar incident tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties. Voorbeelden van dit incidenttype in VrAA zijn alweer van iets langer geleden. Tijdens de Dodenherdenking op de Dam in 2010 ontstond paniek in de mensenmassa naar aanleiding van schreeuwen tijdens de twee minuten stilte. Als gevolg hiervan kwam de mensenmassa in beweging, struikelden mensen over hekken en vertrapten mensen elkaar. In totaal raakten 63 mensen (licht) gewond. Ook bij de Ajax huldiging in 2011 kwam een groep mensen in het publiek in verdrukking. De waarschijnlijkheid van zo’n scenario is moeilijk in te schatten. Paniek kan ontstaan daar waar veel mensen in een beperkte ruimte bij elkaar zijn. Aangezien in VrAA relatief veel grote evenementen georganiseerd worden is de waarschijnlijkheid van dit incidenttype in de regio groter dan in andere regio’s. Conclusie Gezien het grote aantal evenementen dat in VrAA georganiseerd wordt, wordt het incidenttype incident tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties meegenomen in de risicoanalyse. Er wordt gesproken over een ‘incident’, omdat er niet altijd sprake hoeft te zijn van paniek.

43

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

4. Conclusie risico-inventarisatie In het risicobeeld is beschreven wat er in de regio van VrAA kan gebeuren. Op basis van dit risicobeeld is een eerste selectie gemaakt van incidenttypen die meegenomen worden in de risicoanalyse. Een te brede selectie brengt namelijk een vertroebeld beeld van de regio. Om de kwaliteit van het risicoprofiel en de aanbevelingen die daaruit volgen te kunnen waarborgen is daarom een selectie noodzakelijk. De risico-inventarisatie resulteert in toevoeging van 26 incidenttypen aan de risicoanalyse. Ten opzichte van het vorige risicoprofiel zijn twee nieuwe incidenttypen opgenomen: hittegolf en verstoring drinkwatervoorziening. Tabel 4 - Geselecteerde incidenttypen na de risico-inventarisatie

Maatschappelijk thema

#

Crisistype/ incidenttype

Natuurlijke omgeving

1

Overstroming vanuit zee

2

Overstroming door hoge rivierwaterstanden

3

Vollopen van een polder/ dijkdoorbraak

4

Bosbrand

5

Heide, (hoog)veen- en duinbranden

6

Koudegolf, sneeuw en ijzel

7

Hitte golf

✓2

8

Zware storm

✓3

9

Droogte

✓4

10

Wateroverlast als gevolg van extreme neerslag

✓5

11

Aanhoudende laaghangende mist

12

Aardbeving

13

Ongedierte

14

Ziektegolf

15

Grote brand in object met kwetsbare doelgroep

16

Grote brand in gebouwen met een grootschalige publieksfunctie

17

Grote brand in bijzonder hoge gebouwen

✓7

18

Grote brand in ondergrondse bebouwing

✓8

19

Brand in dichte binnensteden

20

Brand in cultureel erfgoed

Gebouwde omgeving

44

Geselecteerd scenario en nummer in RRP

✓1

✓6

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Maatschappelijk thema

Technologische omgeving

#

Crisistype/ incidenttype

Geselecteerd scenario en nummer in RRP

21

Instorting/ verzakking

✓9

22

Instorting door gebreken constructie of fundering

23

Incident brandbare/ explosieve stoffen vervoer op weg

24

Incident brandbare/ explosieve stoffen vervoer op water

✓ 10

25

incident brandbare/ explosie stoffen, vervoer spoor

✓ 11

26

Incident transport buisleidingen

27

Incident brandbare/ explosieve stoffen, stationaire inrichting

28

Incident bij vuurwerkopslag/verkoop munitie

29

Brand in grote opslagruimtes

30

Broei (of brand) in bulk-opslag

✓ 13

31

Incident giftige stoffen, vervoer weg

✓ 14

32

Incident vervoer water

33

Incident spoorvervoer

34

Incident transport buisleidingen

35

Incident giftige stoffen, stationaire inrichting

36

Incident A-objecten: centrales

37

Incident A-objecten: nabije centrales grensoverschrijdend

38

Incident A-objecten: scheepvaart met kernenergie en nucleair defensiemateriaal

39

Incident B-objecten: vervoer grote eenheden radioactief materiaal

40

Incident B-objecten: overige nucleaire faciliteiten brandklasse i

41

Incident B-objecten: nucleaire faciliteiten brandklasse ii

42

Incident B-objecten: overig vervoer en gebruik nucleaire materialen

45

✓ 12

✓ 15

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Maatschappelijk thema

Vitale infrastructuur

Verkeer en vervoer

#

Crisistype/ incidenttype

43

Incident militair terrein en transporten nucleaire materiaal

44

Uitval olievoorziening

45

Uitval gasvoorziening

✓ 16

46

Uitval elektriciteitsvoorziening

✓ 17

47

Uitval drinkwatervoorziening

✓18

48

Problemen waterinname

49

Verontreiniging in drinkwaternet

50

Uitval rioleringssysteem

51

Uitval afvalwaterzuivering

52

(Opzettelijke) verstoring, uitval of misbruik van een gedigitaliseerd proces, (informatie)systeem of informatiedienst

53

Uitval afvalverwerking/ uitval afvalinzameling

54

Uitval distributie

55

Incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein

56

Incident vliegtoestel bij vliegshows

57

Incident waterrecreatie en pleziervaart

58

Incident beroepsvaart (anders dan met gevaarlijke stoffen

59

Incident op ruim water

60

Grootschalig duikincident

61

Incident met (middel)grote passagiersvaart

62

Incident wegverkeer

63

Incident treinverkeer

64

Incident in treintunnels en ondergrondse stations

65

Incident in wegtunnels

66

Incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse station

46

Geselecteerd scenario en nummer in RRP

✓ 19

✓ 20

✓ 21

✓ 22

✓ 23

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Maatschappelijk thema

#

Crisistype/ incidenttype

Gezondheid

67

Besmettingsgevaar via contactmedia

68

Feitelijke grootschalige besmetting (nog) zonder ziekteverschijnselen

69

Besmettelijkheidgevaar vanuit buitenland

70

Besmettelijkheidgevaar in eigen regio

71

Dierziekte overdraagbaar op mens

72

Ziektegolf besmettelijke ziekte

73

Ziektegolf niet besmettelijke ziekte

74

Incident tijdens grote festiviteiten en demonstraties

✓ 25

75

Maatschappelijke gevolgen naar aanleiding van een terroristische aanslag in de Veiligheidsregio

✓ 26

76

Maatschappelijke gevolgen naar aanleiding van een terroristische aanslag buiten de Veiligheidsregio

77

Rel rondom demonstraties en andere manifestaties

78

Gewelddadigheden rondom evenementen

79

Maatschappelijke onrust en buurtrellen

Sociaal maatschappelijk

47

Geselecteerd scenario en nummer in RRP

✓ 24

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

5. Risicobeeld per gemeente Het beschreven risicobeeld betreft een regionaal risicobeeld van VrAA. Echter, niet alle geselecteerde risico’s komen in dezelfde mate voor binnen de zes gemeenten van VrAA. In onderstaande tabel is aangegeven welke van de 26 geselecteerde incidenttypen zich binnen de afzonderlijke gemeenten binnen de regio voordoen. Tabel 5 – Risicobeeld per gemeente

Crisistype/ incidenttype

Aalsmeer

Amstelveen

Amsterdam

Diemen

OuderAmstel

Uithoorn

1 vollopen van een polder/ dijkdoorbraak

✓

✓

✓

✓

✓

✓

2 hitte golf

✓

✓

✓

✓

✓

✓

3 zware storm

✓

✓

✓

✓

✓

✓

4 droogte

✓

✓

✓

✓

✓

✓

5 wateroverlast als gevolg van extreme neerslag

✓

✓

✓

✓

✓

✓

6 grote brand in object met kwetsbare doelgroep

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

7 grote brand in bijzonder hoge gebouwen 8 grote brand in ondergrondse bebouwing

✓

✓

✓

✓

✓

✓

9 instorting/ verzakking

✓

✓

✓

✓

✓

✓

10 incident brandbare/ explosieve stoffen vervoer op water

✓

✓

✓

✓

11 incident brandbare/ explosie stoffen, vervoer spoor

✓

✓

✓

12 incident brandbare/ explosieve stoffen, stationaire inrichting

✓

13 broei (of brand) in bulkopslag

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

14 incident giftige stoffen, vervoer weg

✓

15 incident giftige stoffen, stationaire inrichting 16 uitval gasvoorziening

✓

✓

✓

48

✓

✓

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Crisistype/ incidenttype

Aalsmeer

Amstelveen

Amsterdam

Diemen

OuderAmstel

Uithoorn

17 uitval elektriciteitsvoorziening

✓

✓

✓

✓

✓

✓

18 uitval drinkwatervoorziening

✓

✓

✓

✓

✓

✓

19 (opzettelijke) verstoring, uitval of misbruik van een gedigitaliseerd proces, (informatie)systeem of informatiedienst

✓

✓

✓

✓

✓

✓

20 incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein

✓

✓

✓

✓

✓

✓

21 incident met (middel)grote passagiersvaart

✓

✓

22 incident treinverkeer

✓

✓

✓

23 incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse station

✓

✓

✓

24 ziektegolf besmettelijke ziekte

✓

25 Incident tijdens grote festiviteiten en demonstraties 26 Maatschappelijke gevolgen naar aanleiding van een terroristische aanslag in de Veiligheidsregio

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Legenda: Leeg = niet van toepassing, ✓ = beperkt van toepassing en ✓ = erg van toepassing

49

✓

✓ ✓

✓

✓

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Figuur 2 - de regio en de risico’s Opmerking bij figuur: Dit is het figuur uit het vorige RRP; bij de opmaak van het definitieve rapport wordt een nieuw plaatje gemaakt waarin ook hittegolf en verstoring drinkwater zijn opgenomen.

50

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

6. Toelichting op de methodiek van de risicoanalyse 6.1 Inleiding Na het opstellen van het risicobeeld van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) is het risicobeeld geanalyseerd. Deze risicoanalyse is uitgevoerd in de periode augustus 2023 tot en met februari 2024. Vanuit het risicobeeld is een selectie van 26 relevante incidenttypen voor Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland gemaakt. Voor deze incidenttypen zijn vervolgens 26 scenario’s uitgewerkt. Tijdens zes expertsessies in januari 2024 zijn deze scenario’s beoordeeld op impact en waarschijnlijkheid van voorkomen. De experts hebben vooraf via een digitaal platform de scenario’s scoren op impact en waarschijnlijkheid. Tijdens de expertsessie is een terugkoppeling gegeven van de scores per thema. De experts zijn verdeeld over zes sessies waar de zeven maatschappelijke thema’s besproken zijn. Het thema 'gezondheid’ is samen behandeld met het thema ‘sociaal-maatschappelijk’, het is de enige sessie die bestond uit twee thema’s. De andere vijf sessies bespraken slechts één maatschappelijk thema. De andere thema’s zijn: natuurlijke omgeving, vitale infrastructuur, gebouwde omgeving, technologische omgeving en verkeer en vervoer. Tijdens deze terugkoppelingen zijn de scenario’s definitief gescoord. Bij deze expertsessies waren vele directe en indirecte partners van de Veiligheidsregio aanwezig.

Denk aan vertegenwoordigers van Waternet, Port of Amsterdam, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, vervoersbedrijven en Defensie. In totaal waren 63 experts aanwezig, zij hebben input geleverd voor het risicodiagram. Deze experts waren verdeeld over 31 verschillende organisatie, exclusief verschillende afdelingen van deze organisatie. De volledige lijst met aanwezige organisaties is opgenomen in hoofdstuk 9. De risicoanalyse levert een beeld op van de mogelijke impact en de mogelijke waarschijnlijkheid van de 26 geselecteerde incidenttypen. De impact en waarschijnlijkheid worden gezamenlijk weergegeven in een zogenoemd ‘risicodiagram’ en verschaft de lezer inzicht in, wat op basis van de inventarisatie en analyse, de relevante incidenttypen binnen VrAA zijn. Tevens geeft het inzicht hoe deze incidenttypen zich tot elkaar verhouden. De resultaten van de risicoanalyse vormen input voor het beleidsplan van de Veiligheidsregio voor de komende jaren.

6.2 Toelichting op de methodiek risicoanalyse Om verschillende incidenten met elkaar vergelijkbaar te maken, is in het kader van de landelijke Strategie Nationale Veiligheid een methode voor nationale risicobeoordeling (NRB) ontwikkeld. Met behulp van deze methode is het mogelijk verschillende incidenttypen op een vergelijkbare wijze te analyseren, te rangschikken en te prioriteren. Om een direct verband te kunnen leggen tussen nationale en regionale risicoanalyses, is deze methode toegespitst op regionale incidenttypen en overgenomen in de Handreiking Regionaal Risicoprofiel. Deze handreiking is in 2009 door alle 25 veiligheidsregio’s opgesteld, en vastgesteld door het Veiligheidsberaad. Bij het toepassen van de methode worden risico’s niet langer opgevat als een totaalscore die wordt bepaald op basis van ‘kans maal gevolg’, maar bij de weging van risico’s worden nu zowel de kans als het effect apart meegenomen. De termen kans en effect worden in de methodiek aangeduid als ‘waarschijnlijkheid’ en ‘impact’.

6.2.1

Werkwijze expertsessie

Tijdens de expertsessies in januari 2024 is de landelijk ontwikkelde methodiek voor het meten van impact en waarschijnlijkheid toegepast. Experts hebben binnen de zeven thema’s de incidentscenario’s gelezen en gescoord aan de hand van de impactcriteria uit de methode. De scores zijn vooraf via een digitaal platform opgehaald bij de experts om ze vervolgens per scenario in de verschillende thema’s terug te koppelen. In deze sessies zijn de argumenten om te komen tot een keuze genotuleerd en verkort weergegeven in het rapport.

51

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

6.2.2

Scenariokeuze en uitwerking

De keuze voor de 26 relevante incidenttypen is uiteengezet in de risico-inventarisatie. Op basis van het risicobeeld zijn de risico’s geanalyseerd en daarmee tot een inventarisatie gekomen. De keuze voor de incidenttypen bouwt voort op de keuzes die bij de voorgaande risicoprofielen zijn gemaakt. Een keuze is noodzakelijk, omdat de groslijst van incidenttypen waarop de scenario’s gebaseerd kunnen worden 79 incidenttypen bevat. Het uitwerken van alle incidenttypen geeft een vertroebeld beeld van de regio. De gekozen 26 incidenttypen zijn omgezet in beschreven scenario’s. Deze scenario’s zijn een hulpmiddel om een voorstelling van de loop van de gebeurtenissen te maken en om een beeld te krijgen van de knelpunten in de crisisbeheersing. De scenario-uitwerkingen zijn gebaseerd op incidenten en bijna-incidenten uit het recente verleden, zowel binnen als buiten VrAA, en op scenario’s van oefeningen uit de databank van oefeningen van VrAA. De projectgroep heeft de scenario’s vooraf getoetst bij de diverse partijen: Waternet, Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, Brandweer Amsterdam-Amstelland, Politie Amsterdam, GHOR AmsterdamAmstelland, Port of Amsterdam, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, Liander en ambtenaren openbare orde en veiligheid van de gemeenten in de regio. De scenario’s beschrijven alleen incidenten die een crisis dan wel ramp inhouden.

Nadrukkelijk is ervoor gekozen om géén worst case scenario’s op te stellen. Dergelijke scenario’s leiden al snel tot een grote onwaarschijnlijkheid van optreden en een (wens tot) voorbereiding die hoge budgetten noodzakelijk maakt. De projectgroep heeft ervoor gekozen om scenario’s uit te werken op het niveau van meest geloofwaardige scenario’s. Dit wil zeggen dat bij het uitwerken van de scenario’s de leden van de projectgroep de volgende richtlijnen hebben gehanteerd: het is goed denkbaar dat een dergelijk crisis- of rampscenario zich voor zal doen in Amsterdam-Amstelland. Bij de keuze van de 26 scenario’s is verder rekening gehouden met een zekere spreiding over de regio en de verschillende gemeenten (landelijk gebied versus stedelijk gebied).

6.2.3

Meten van de impact

In dit onderdeel is weergegeven hoe de input vanuit de expertsessie is opgehaald per waarde op impact en waarschijnlijkheid per scenario. In de Handreiking Regionaal Risicoprofiel zijn zes vitale belangen opgenomen. Deze vitale belangen zijn geoperationaliseerd door middel van concrete indicatoren (impactcriteria) om zo de impacts van een incident te kunnen vaststellen. Hieronder zijn in het kort deze vitale belangen beschreven. Territoriale veiligheid Het ongestoord functioneren van Nederland als onafhankelijke staat en specifiek de territoriale integriteit van ons land. De territoriale integriteit is in gevaar bij bijvoorbeeld een dreigende bezetting van het grondgebied van het rijk door een andere mogendheid, maar ook door een terroristische aanslag. Fysieke veiligheid Het ongestoord functioneren van de mens in Nederland en zijn omgeving. Het gaat hier specifiek om de lichamelijke gezondheid en integriteit. De fysieke veiligheid staat bijvoorbeeld onder druk als de volksgezondheid wordt bedreigd door de uitbraak van een epidemie, maar ook bij een grootscheepse dijkdoorbraak of een ongeluk in een chemische fabriek. Economische veiligheid Het ongestoord functioneren van Nederland als een effectieve en efficiënte economie. De economische veiligheid kan bijvoorbeeld aangetast worden als het handelsverkeer met een belangrijke buitenlandse handelspartner uitvalt.

Ecologische veiligheid Het ongestoord blijven voortbestaan van de natuurlijke leefomgeving in Nederland. De ecologische veiligheid kan in het geding komen door bijvoorbeeld verstoringen in het beheer van het oppervlaktewater, maar ook door klimaatveranderingen.

52

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Sociale politieke stabiliteit Het ongestoorde voortbestaan van een maatschappelijk klimaat waarin groepen mensen goed met elkaar kunnen samenleven binnen de kaders van de democratische rechtstaat en gedeelde kernwaarden. De sociale en politieke stabiliteit kan in het geding zijn als veranderingen optreden in de demografische opbouw van de samenleving (bijvoorbeeld solidariteit tussen generaties), de sociale cohesie en de mate van deelname van de bevolking aan maatschappelijke processen. Veiligheid cultureel erfgoed Het ongestoord blijven voortbestaan van materiële sporen of getuigenissen uit het verleden die de samenleving om redenen van collectieve herinnering en identiteitsbehoud dan wel identiteitsvorming van belang acht om te bewaren, te onderzoeken, te presenteren en over te informeren. De waarde van onvervangbaar cultureel erfgoed voor de samenleving is van een totaal andere orde dan de zuivere handelswaarde. Cultureel erfgoed kan bijvoorbeeld aangetast worden door overstroming, brand, instorting of vernieling. In de onderstaande tabel zijn de zes vitale belangen en de impactcriteria die worden gebruikt om de gevolgen van een incident te bepalen samengevat. Tabel 6 – Impactcriteria

Vitale belangen

impactcriterium

1 Territoriale veiligheid

1.1

Aantasting van de integriteit van het grondgebied

2 Fysieke veiligheid

2.1

Doden

2.2

Ernstig gewonden en chronisch zieken

2.3

Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

3 Economische veiligheid

3.1

Kosten

4 Ecologische veiligheid

4.1

Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

5 Sociale en Politieke stabiliteit

5.1

verstoring van het dagelijks leven

5.2

Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

5.3

Sociaal psychologische impact

6.1

Aantasting van cultureel erfgoed

6 Veiligheid Cultureel Erfgoed

53

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Voor elk van de tien criteria wordt de impact van een incident ingedeeld naar de volgende zes klassen: A-B-CD-E-F. Hierbij geldt de volgende classificatie: A. Minder dan beperkt B. Beperkt gevolg C. Aanzienlijk gevolg D. Ernstig gevolg E. Zeer ernstig gevolg F. Catastrofaal gevolg Klasse A is hierbij een toevoeging op de handreiking om niet van toepassing aan te kunnen geven. Verder is voor iedere klasse een bandbreedte voor het effect gehanteerd (bijvoorbeeld: 1 gewonde, 2 – 4 gewonden, 4 – 16 gewonden, etc.). Bovendien is er in de methode naar gestreefd om de verhouding tussen de opeenvolgende klassen gelijk te houden. Daarnaast zijn de klassen voor elk criterium zo gedefinieerd dat deze onderling vergelijkbaar zijn. Wanneer voor een incident de tien afzonderlijke impactscores zijn vastgesteld, worden deze vervolgens door middel van een multicriteria-analyse samengevoegd tot een totale impactscore. Men vindt een uitgebreidere uitleg van de werking van de multicriteria-analyse in het methodiekboek van de Handreiking Regionaal Risicoprofiel. De vertaling van de klasse vanuit de score is als volgt: Tabel 7 – Impactcriteria score en naamgeving

Klasse

Vertaling score - naamgeving

Score

A

Niet van toepassing

0,0 – 0,004

B

Beperkt

0,004 – 0,01235

C

Aanzienlijk

0,01235 – 0,03704

D

Ernstig

0,03704 – 0, 11111

E

Zeer ernstig

0,11111 – 0,33333

F

Catastrofaal

0,33333 – 1,0

6.2.4

Meten van de waarschijnlijkheid

Om de verschillende incidentscenario’s te kunnen rangschikken moet niet alleen de impact worden vastgesteld, maar ook de waarschijnlijkheid van het scenario worden beoordeeld. Ook hiervoor is de methodiek uit de Handreiking Regionaal Risicoprofiel gehanteerd en zijn zes klasse gehanteerd om de scores lineaire tegenover elkaar te kunnen zetten. Voor het bepalen van de waarschijnlijkheid van de scenario’s wordt eveneens een indeling in zes klassen gebruikt (klassen A t/m F). Klasse A representeert een incidentscenario dat als uiterst onwaarschijnlijk wordt gekwalificeerd, klasse F wordt gebruikt voor een incidentscenario dat als zeer waarschijnlijk kan worden gekwalificeerd. De waarschijnlijkheid van het optreden van een incidentscenario wordt primair bepaald door de oorzaak van dit optreden. Met betrekking tot oorzaak wordt een onderscheid gemaakt naar gevaarscenario’s (niet-kwaadwillend, onopzettelijk) en dreiging scenario’s (kwaadwillend, opzettelijk). In deze analyse zijn enkel en alleen gevaarscenario’s betrokken. De waarschijnlijkheid van het incidentscenario wordt secundair bepaald door het gevolg (lees: impact) van het incidentscenario. Bijvoorbeeld, een brand zonder doden heeft een hogere waarschijnlijkheid dan een brand met 100 doden.

54

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

De experts hebben tijdens de expertsessie voor het bepalen van de waarschijnlijkheid van de scenario’s aldus de volgende richtlijnen gehanteerd: het gaat om de kans dat een scenario zal optreden in de regio AmsterdamAmstelland in de aangegeven periode voor de scoring, zie tabel 2 Het spanningsveld bij het bepalen van de waarschijnlijkheid zit in het terug willen kijken naar de daadwerkelijk voorgevallen incidenten en het scenario dat geschreven is voor een mogelijk toekomstig incident. Hoe groot is dan de kans dat een scenario met een vergelijkbare impact zich zal voordoen? Bijvoorbeeld, wat is waarschijnlijkheid dat het scenario ‘stroomuitval bij het BovenIJ ziekenhuis’ zich voor zal doen, maar ‘een scenario met vergelijkbare gevolgen’ bij een zorginstelling in de regio. Voor ieder incidentscenario is rekening gehouden met deze mogelijke onzekerheid met betrekking tot de bepaling van de waarschijnlijkheidsklasse. Voor het schatten van de waarschijnlijkheid van de incidentscenario’s wordt de volgende verdeling in hoofdklassen gebruikt. Tabel 8 – Waarschijnlijkheidsklassen

Klasse

Waarschijnlijkheid per jaar

Kwalitatieve omschrijving

A

Eens per 100.000 jaar

Uiterst onwaarschijnlijk

B

Eens per 10.000 jaar

Zeer onwaarschijnlijk

C

Eens per 1.000 jaar

Onwaarschijnlijk

D

Meerdere keren per 100 jaar

Mogelijk

E

Meerdere keren per 10 jaar

Waarschijnlijk

F

Meerdere keren per 1 jaar

Zeer waarschijnlijk

6.2.5

Gebruikte bronnen

Voor alle incidentscenario’s geldt dat bij het bepalen van de impact en waarschijnlijkheid in meer of mindere mate gebruik is gemaakt van onvolledige informatie. De volgende informatiebronnen zijn gebruikt: • Historische gebeurtenissen • Expert judgement • Casuïstiek • Statistiek

55

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

7. Risicoanalyse van de scenario’s In dit hoofdstuk staan de 26 scenario’s centraal zoals deze zijn geselecteerd in de risico-inventarisatie. De scenario’s zijn aan de hand van de beschreven methodiek door de experts geanalyseerd. De scenario’s zijn verdeeld over zeven maatschappelijke thema’s uit de landelijke handreiking, die ook bij het analyseren zijn aangehouden: • Natuurlijke omgeving; • Gebouwde omgeving; • Technologische omgeving; • Vitale infrastructuur; • Verkeer en vervoer; • Gezondheid; • Sociaal maatschappelijk. De 26 scenario’s zijn: 1. Vollopen van een polder/ dijkdoorbraak 2. Hittegolf 3. Zware storm 4. Overlast als gevolg van droogte 5. Water overlast als gevolg van extreme neerslag 6. Grote brand in object met kwetsbare doelgroep 7. Grote brand in bijzonder hoge gebouwen 8. Grote brand in ondergrondse bebouwing 9. Instorting/ verzakking 10. Incident brandbare/ explosieve stoffen vervoer op water 11. Incident brandbare/ explosie stoffen, vervoer spoor 12. Incident brandbare/ explosieve stoffen, stationaire inrichting 13. Broei/ brand in bulkopslag 14. Incident giftige stoffen, vervoer weg 15. Incident giftige stoffen, stationaire inrichting 16. Uitval gasvoorziening 17. Uitval elektriciteitsvoorziening 18. Verstoring drinkwatervoorziening 19.

(Opzettelijke) verstoring, uitval of misbruik van een gedigitaliseerd proces, (informatie)systeem of informatiedienst 20. Incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein 21. Incident met middelgrote (passagiers)vaart 22. Incident treinverkeer 23. Incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse stations 24. Incident tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties 25. Ziektegolf met besmettelijke ziekte 26. Terroristische aanslag In elk scenario is achtereenvolgens beschreven: • De afbakening van de ernst van het scenario; • De context waarbinnen het scenario plaats vindt; • De mogelijke oorzaken, dan wel triggers; • Het incidentverloop; • De groepen in een kwetsbare positie en het slachtofferbeeld; • De score op impact en waarschijnlijkheid met onderbouwing

56

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

7.1 Scenario 1. –Vollopen van een polder/dijkdoorbraak Afbakening scenario Omvang: Bezwijken regionale waterkering Locatie: Waterkering langs de Amstel in Uithoorn Periode van het jaar/dag: September (overdag) Referentie worst case: Door het bezwijken van de primaire waterkering op 14 januari 1960, overstroomt Tuindorp Oostzaan in Amsterdam-Noord door een dijkbreuk van het Noordzeekanaal. Er komt een landoppervlak van 25 km2 anderhalve meter onder water te staan en er moeten 15.000 mensen worden geëvacueerd. Er is één dode te betreuren door een hartaanval. Referentie dagelijkse zorg: Het onder water lopen van een onbewoonde polder Context Het heeft al enige tijd overvloedig geregend in Nederland. Ook in de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland is dat niet onopgemerkt gebleven. Het peil van het binnenwater in de regio is inmiddels behoorlijk gestegen en de afgelopen dagen is er in de regio veel overlast door de hoge waterstand in de Gemeenten Uithoorn en Aalsmeer. De brandweer heeft al voor verschillende incidenten noodpompen ingezet om de overlast voor het verkeer en bij woningen (kelder) terug te dringen. Waternet volgt de situatie nauwlettend en organiseert extra inspecties van de dijken. Gemalen die het water moeten afvoeren, draaien inmiddels op volle toeren. In 2 dagen is er al meer dan 120 mm neerslag gevallen in de regio.

De prognose is dat er zo’n zelfde hoeveelheid in de komende dagen bij komt. De stand van de Amstel bij Uithoorn is inmiddels opgelopen tot N.A.P. – 0.10 meter waardoor op enkele lage plekken van de waterkeringen zandzakken en kleikaden aangelegd worden om overloop van de keringen te voorkomen. Uit de inspecties blijkt dat een dijkvak aan de Amsteldijk-Zuid ter hoogte van de Uithoornse polder verschijnselen van verweking vertoont. Gedurende de nacht verslechtert de situatie. De druk vanuit de hoge boezemstand en ook de neerslag zorgen ervoor dat de stabiliteit van het dijklichaam steeds meer onder druk komt te staan. Mogelijke oorzaken/triggers De oorzaak van bezwijken of falen van een waterkering verschilt per waterkering. Dijk, duin en kunstwerk hebben elk eigen faalmechanismen. Wanneer de waterkering faalt, ontstaat een bres en stroomt water het gebied in. Faalmechanismen voor een dijk • Overloop of golfoverslag - Grote hoeveelheden water stromen over de dijk of golven slaan over de dijk. Dat leidt tot erosie (uitschuring) van het binnentalud, waardoor de dijk bezwijkt. • Opbarsten, onderloopsheid (piping) - Door de druk van het water barst eerst een bovenliggende kleilaag open, waarna zand wegspoelt en er ‘pijpen’ (onderloopsheid/ piping) ontstaan. De dijk zakt in. • Beschadiging bekleding en erosie buitentalud - Golven beschadigen de bekleding van de dijk.

Dan tast erosie de dijk verder aan en die bezwijkt. • Afschuiven binnentalud - Langdurige hoge waterstanden zorgen voor een hogere grondwaterstand binnen in het grondlichaam van de dijk (verweking). Dit leidt tot instabiliteit van de grond, waardoor het binnentalud afschuift. De dijk bezwijkt. • Moedwillige sabotage (terrorisme of vandalisme) van een dijk kan tot (dreigende) dijkdoorbraak leiden. • Explosie bommen WOII - Het afgaan van eerder afgeschoten, niet ontplofte, granaten of bommen (WOII).

57

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Faalmechanismen voor een kunstwerk • Overloop of golfoverslag - Hoge waterstand of golven zorgen dat water over het kunstwerk stroomt, waardoor mogelijk het grondfundament onder het kunstwerk wordt aangetast. Hierdoor bezwijkt het kunstwerk. • Niet-sluiten - Het kunstwerk faalt omdat het niet sluit. De oorzaak is menselijk (de sluisbedienaar is afwezig of maakt een fout) of technisch falen (de sluisdeur blokkeert door obstakels). • Instabiliteit - Onderdelen van het kunstwerk begeven het. Uiteindelijk faalt het gehele kunstwerk. • Moedwillige sabotage (terrorisme of vandalisme) van een kunstwerk kan een (dreigende) dijkdoorbraak tot gevolg hebben. Incidentverloop Als gevolg van de verweking bezwijkt de kering. Door de bres (100 meter breed) stroomt het water de Uithoornse polder in. Het waterschap onderneemt direct actie, maar heeft een aantal uur nodig om alle noodkeringen – tussen de Amstelsluizen en de Tolhuissluis – af te sluiten die op de Amstel uitmonden. Het afsluiten van de noodkeringen is een lastig besluit gezien de schade die in de boezem kan optreden. Daarom wordt onmiddellijk ingezet op alle mogelijkheden om de bres te dichten, hoe lastig dit ook is. Toch is het wachten tot de snelheid van het water, dat de polder instroomt, afneemt.

Dan kan pas begonnen worden met compartimentering van de Amstel, het dichten van de bres en het leegpompen van de ondergelopen polder. In een gebied tot 250 meter achter de bres is redding van mogelijke slachtoffers en vee de eerste uren onmogelijk. Het water stroomt daar nog te hard en stijgt snel. Een groot gebied achter de bres is overspoeld. Het water uit de Amstel verspreidt zich via de watergangen in het overstroomde gebied verder door de polder. Hierdoor stijgt langzaam het waterpeil in de hele polder. Bewoners van huizen aan de Drechtdijk (oostzijde) hebben wateroverlast. Ook vanuit de wijken Meerwijk en De Kwakel komen meldingen over wateroverlast binnen. Het gemeentehuis van Uithoorn ligt ook in het getroffen gebied. De riolering in deze gebieden stroomt inmiddels over. Overige nutsvoorzieningen, zoals elektriciteit en gas functioneren op sommige plaatsen niet meer. Het water blijft de eerste uren verder stijgen. Het overstroomde gebied staat onder water met maximaal 30 tot 50 centimeter water. Bij een dergelijke waterdiepte ontstaan veiligheidsproblemen voor burgers en is het gebied niet meer doorwaadbaar voor auto’s. Slechts militaire voertuigen kunnen nog binnen het gebied rijden. Evacuatie, vooral van mensen die zelf niet goed of helemaal niet kunnen verplaatsen of keuzes kunnen maken, wordt hierdoor bemoeilijkt.

Het overstroomde gebied wordt meer en meer onbegaanbaar en wegen vallen uit, onder andere de N231 is gestremd. De dagelijkse gang van zaken wordt abrupt verstoord. Hulpverleningsdiensten worden overstelpt met telefoontjes van ongeruste burgers. Veel mensen verlaten de bedreigde gebieden al. Andere mensen gaan juist terug om hun kinderen van school te halen in de bedreigde gebieden. Op de schaars beschikbare wegen ontstaat daardoor verkeerschaos. Boeren proberen zo snel mogelijk hun vee binnen te halen en winkeliers sluiten hun winkels. De overlast van het bezwijken van de kering beperkt zich echter niet tot Uithoorn. Door de bres daalt het waterpeil van de Amstel stroomafwaarts, tot in Amsterdam. Hierdoor komen woonboten langs de Amstel scheef te liggen en komen walaansluitingen (water, gas en elektra) onder grote spanning te staan. Veel van de aansluitingen breken spontaan af, waardoor gevaarlijke situaties ontstaan. De overlast als gevolg van de overstroming houdt weken aan. In eerste instantie zet het waterschap in op compartimentering van de bres in de Amstel. Dit neemt een week in beslag. Pas daarna kan begonnen worden met het leegpompen van de overstroomde polder, het plaatsen van een tijdelijke noodwaterkering en wederopbouw van het beschadigde dijklichaam. Dit neemt ook enkele weken in beslag.

Vervolgens inspecteert het waterschap de stabiliteit van alle keringen langs de Amstel. Hier gaan enkele dagen overheen mits er geen structurele herstelwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Door het lage waterpeil van de Amstel, is de druk op de keringen weggevallen en kan de stabiliteit van de keringen aangetast zijn. Pas na deze inspectie kan

58

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

het waterpeil in de Amstel verhoogd worden naar normaal peil en kunnen de bewoners van de woonboten terug naar hun boot. Zodra het water weggepompt is, wordt het normale leven in Uithoorn weer opgepakt. De schade wordt geïnventariseerd en er wordt gestart met herstelwerkzaamheden (herstel (water) infrastructuur, riolering, gasleidingen, stroomvoorziening, schoonmaakwerkzaamheden van zowel particuliere als openbare ruimte). Pas na enkele maanden kunnen de bewoners van de woonboten in de Amstel het normale leven weer oppakken. Dan is de schade pas in volle omvang zichtbaar en wordt gestart met herstelwerkzaamheden. De economische schade zeer groot. Zowel burgers, bedrijven, gemeenten als waterschap worden geconfronteerd met schade en kosten. Tevens trekken de beelden van de dijkdoorbraak in Uithoorn en de scheef hangende woonboten in Amsterdam (inter)nationale media-aandacht wat o.a. een negatief effect heeft op het vestigingsklimaat. Ook psychologisch heeft het incident invloed op veel mensen. Voor sommigen zullen de kosten van de schade gedekt worden door de opstal- en inboedelverzekering, voor anderen niet. Het is nu al duidelijk dat het voor mensen in financieel kwetsbare posities een lange tijd gaat duren voordat het herstelproces is afgesloten. De GGD krijgt vragen van bezorgde burgers over mogelijke gevaarlijke stoffen in het water/het slib.

Groepen in kwetsbare posities en slachtofferbeeld De impact van het bezwijken van een regionale waterkering is afhankelijk van de locatie van bres, de grootte van de bres, de omvang en hoogte van het achterliggende gebied, de aanwezigheid van personen en kwetsbare objecten in het gebied, alsmede het handelingsperspectief dat waterschap en hulpverleningsdiensten bieden. Het risico op dodelijke slachtoffers is afhankelijk van het tijdstip van de dijkdoorbraak, de stroomsnelheid van het water, de snelheid van de stijging van de waterstand en de waterdiepte. Alle bewoners, maar met name mensen in kwetsbare posities, hebben hulp nodig bij de evacuatie en het herstel. Zij kunnen zich moeilijker buitenshuis begeven en zijn in sommige gevallen afhankelijk van medische thuiszorg (beademingsapparatuur, spoelingapparatuur). In het bedreigde gebied bevinden zich scholen en zorginstellingen. Ook mensen van buiten VrAA (met bestemming VrAA) raken betrokken omdat de regio moeilijk bereikbaar is. Tevens lopen toeleverende en afnemende bedrijven buiten het ondergelopen gebied schade op. Zij kunnen niet bevoorraden of bevoorraad worden. Vollopen van een polder/dijkdoorbraak Impactcriterium

Vertaling

Aantasting van de integriteit van het grondgebied

Gemiddeld Impactcriterium Score 0,168

Doden

0,02

Aanzienlijk

Ernstig gewonden en chronisch zieken

0,08

Ernstig

Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten

0,2

Zeer ernstig

0,254

Zeer ernstig

Langdurige aantasting van milieu en natuur

0,121

Zeer ernstig

Verstoring van het dagelijks leven

0,252

Zeer ernstig

Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact

0,175

Zeer ernstig

0,292

Zeer ernstig

Aantasting cultureel erfgoed

0,126

Zeer ernstig

Impact totaal

0,169

Zeer ernstig

Waarschijnlijkheid

Zeer ernstig

Mogelijk

59

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

De impact van dit incidenttype wordt mede bepaald door de locatie van het gebied dat geraakt wordt. Het is een groot verschil of een bebouwd gebied of een polder overstroomt. Dit scenario leidt tot een aantasting van het grondgebied voor een aantal weken en de kans op doden en gewonden is minimaal terwijl de sociaal psychologische impact op de samenleving wel groot is. De kosten zullen enorm oplopen, onder andere door de grote verstoring van het dagelijks leven. Ondanks het onderhoud en de strikte controle van de waterschappen maken de ervaringen van de afgelopen jaren duidelijk dat het mogelijk is dat een polder volloopt en of een dijk doorbreekt. Klimaatverandering zorgt voor een toename van extreme weeromstandigheden met alle gevolgen van dien op de watersystemen. Dit maakt het scenario nog realistischer. Met toenemende druk op de watersystemen is de vraag of er voldoende middelen en capaciteit tegenaan kunnen worden gezet. Het is mogelijk dat het incident zich zal voordoen met een waarschijnlijkheid van meerdere keren per honderd jaar.

7.2 Scenario 2 – Hittegolf Afbakening scenario Omvang: Meerdere weken achter elkaar met dagen boven de 30°C in Nederland en op sommige zelfs boven de 40°C. Locatie: De hele regio, met extra drukte in Amsterdam i.v.m. een groot evenement Periode van het jaar/dag: Augustus Referentie worst case: In de extreem warme zomer van 2003 stierven in Nederland tussen de 1.400 en 2.200 mensen bovenop het aantal dat gemiddeld overlijdt in deze periode. In Europa zijn ongeveer 70.000 mensen extra overleden. In de extreem hete zomer van 2022 was de oversterfte bijna net zo hoog. Referentie dagelijkse zorg: De vraag naar zorg stijgt sneller dan het aanbod. We leven langer en er zijn daardoor steeds meer ouderen ten opzichte van het aantal werkenden. Ook het aantal mensen met chronische ziektebeelden en mensen met meerdere aandoeningen neemt toe. In de zorg komen we handen tekort, ook zonder een hittegolf. Context Een hittegolf wordt door het KNMI gedefinieerd als opeenvolging van warme dagen waarbij het ten minste vijf dagen 25°C of warmer is, waarvan ten minste drie dagen 30°C is. Tropische nachten hebben een minimumtemperatuur van 20°C of hoger. In de KNMI’23 klimaatscenario’s neemt de temperatuur en het aantal tropische nachten zowel in de lage als in de hoge scenario’s toe.

Tijdens een hittegolf is extra aandacht benodigd voor ouderen, mensen met een laag inkomen, mensen die chronisch ziek zijn, mensen in een sociaal isolement, mensen met overgewicht, mensen die dak- of thuisloos zijn en zeer jonge kinderen. Aanvullend moet er gedurende de zomerperiode rekening worden gehouden met aanwezigheid van grote aantallen toeristen en evenementenbezoekers. De effecten van klimaatverandering worden in de stad sterker gevoeld. Dit komt door het ‘hitte-eilandeffect’: stedelijke gebieden zijn warmer dan de landelijke omgeving. Het hitte-eilandeffect is voor een groot deel toe te schrijven aan de wijze waarop veel steden zijn ingericht, namelijk met bebouwing en bestrating en minder ruimte voor beplanting. Omdat veel warmte wordt vastgehouden, zorgt het hitte-eilandeffect vooral voor minder afkoeling in de avond en nacht. Bij extreme hitte heeft dit negatieve gevolgen voor onze nachtrust en gezondheid. In diverse sectoren is een verhoogde uitval van personeel door de hitte en de bijhorende gezondheidsklachten te zien. Met name de lagere bezetting in de (mantel-)zorg, bij de hulpdiensten en in andere sociale sectoren zoals het onderwijs leiden tot problemen en veroorzaken veel stress. Scholen sluiten hun deuren en ziekenhuizen moeten operaties uitstellen. Bovendien kan het vervoer verstoord worden door wegen die smelten en trams die niet kunnen rijden.

Uitval of overbelasting van het elektriciteitsnetwerk is mogelijk en er

60

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

kan drukte ontstaan in koele supermarkten en openbare gebouwen. Bewoners van appartementen en huizen waar het te heet is om te verblijven kiezen soms om ’s nachts buiten te slapen. Tevens verslechtert de kwaliteit van het oppervlaktewater en kan in stedelijke gebieden door de aanhoudende hitte, verkeersintensiteit en het gebrek aan wind, smog ontstaan, wat een extra gezondheidsrisico vormt. Incidentverloop Het is al twee weken lang boven de 30 °C in Amsterdam-Amstelland, terwijl de nachttemperatuur niet zakt onder de 24 °C. Gisteren was het met 36,2 °C de op één na heetste dag ooit gemeten in Amsterdam. Voor komende dagen worden temperaturen verwacht die nog hoger zijn. Vooral in stedelijke gebieden zijn de gevolgen ernstig, omdat de warmte moeilijker verdwijnt uit de bebouwing en de versteende omgeving. Mensen kunnen ‘s nacht nauwelijks slapen en velen durven de ramen niet open te zetten uit angst voor inbraak. Inmiddels zijn zij uitgeput na zo veel nachten zonder rust. Overdag zijn ondertussen nog maar weinig plekken in de stad beschikbaar om af te koelen. Daar waar grote aantallen bewoners nog konden zwemmen afgelopen week zijn de buitenzwemplekken gesloten vanwege de aanwezigheid van gevaarlijke blauwalgen en ziekteverwekkers. Vandaag, zaterdag, is de tweede dag van een meerdaags festival in Amsterdam. Er komen meer dan 60.000 bezoekers op af.

Alcohol en drugsgebruik vormen een extra risico in combinatie met de hitte. In de meldkamer komen al de hele dag meldingen van overlast binnen en de politie treedt versterkt op door toenemende agressie. De druk op de hulpdiensten is hoog. In de latere middag wordt het treinverkeer verstoord omdat op het traject tussen Amsterdam Amstel en Amsterdam Centraal de spoorrails krom zijn getrokken. Gelukkig is de trein niet ontspoort, maar de reizigers moeten uit de vaststaande trein geëvacueerd worden. Dit duurt enkele uren. Een aantal reiziger worden naar het ziekenhuis vervoerd omdat zij symptomen van oververhitting en uitdroging vertonen. Op de spoedeisende hulp was het al druk de afgelopen dagen, maar vandaag komen nog meer ouderen, kinderen, festivalgangers en sporters naar de ziekenhuizen met hitte gerelateerde klachten. Het is moeilijk bij te benen voor het ziekenhuispersoneel en de ambulancedienst. Het is vakantieperiode in Nederland en mede door de extreem warme nachten – en de bijhorende gezondheidsklachten - is er een verhoogde uitval van personeel. Ondersteuning uit gerelateerde sectoren is moeilijk te krijgen. Hulpverleningsdiensten, verpleeg- en verzorgingshuizen en de GGD hebben ook te maken met een lage personele bezettingsgraad. Sinds enkele dagen zijn ook veel kinderdagverblijven gesloten waardoor ouders thuis moeten blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15309767/1