CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

14. Bestemmingsplan Overschiestraat 182 en 188 bijlagen bij de toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 6 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Aanvaarden MER Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier en vaststellen bestemmingsplan Overschiestraat 182 en 188 (VN2023-022487)30.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

31

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Figuur 2.14 – Gemiddelde woningwaarde per vierkante meter

Eigendomssituatie In figuur 2.15 wordt de eigendomssituatie in Schinkelkwartier weergegeven. De meeste grond in Schinkelkwartier heeft de gemeente in erfpacht uitgegeven. Een aantal percelen (paars) in de deelgebieden Schinkelhaven en Nieuwe Meer West is in eigendom van particulieren. Alleen in Riekerpark heeft de gemeente nog relatief veel eigen grond, die nog uitgegeven kan worden. De blauwe percelen zijn in erfpacht uitgegeven. De paarse percelen zijn in particulier eigendom. De gronden, waar de snelwegen (grijs) en spoorlijnen (geel) zijn gelegen, zijn eigendom van Rijkswaterstaat respectievelijk ProRail.

Figuur 2.15 – Eigendomssituatie Schinkelkwartier

32

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Plan- en studiegebied Het plangebied van het OER Schinkelkwartier is weergegeven in figuur 2.16. Ontwikkelingsplannen in dit gebied kunnen gebruik maken van dit OER, plannen daarbuiten in principe niet.

Figuur 2.16 – Plangebied OER Schinkelkwartier

Voor veel omgevingsaspecten geldt dat de effecten gebonden zijn aan een specifieke locatie, bijvoorbeeld een monument of een bodemverontreiniging. Voor bepaalde aspecten geldt dat de effecten verder kunnen reiken dan het plangebied. Verkeersgeneratie als gevolg van de transformatie van Schinkelkwartier kan leiden tot extra verkeersdruk buiten het plangebied. Veranderende verkeerstromen kunnen vervolgens impact hebben op de luchtkwaliteit en geluidbelasting buiten het plangebied. Ook voor stikstofdepositie geldt een groter studiegebied. In dit OER is het studiegebied dus bepaald tot daar waar sprake is van significante effecten. Met significante effecten wordt bedoeld dat de effecten moeten leiden tot een (sterke) toe- of afname ter plaatse. Een verandering van 100 auto’s per etmaal is bijvoorbeeld geen significant effect, maar 1.000 auto’s extra kan wel gevolgen hebben voor de doorstroming en de milieukwaliteit.

Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die nog niet (volledig) uitgevoerd zijn, maar waarover wel ruimtelijke besluiten zijn genomen. Daardoor is er een juridisch planologisch kader voor de realisatie van deze projecten en kan in principe worden aangenomen dat deze in de referentiesituatie (zie paragraaf 2.10) zijn uitgevoerd. Voor het OER betekent dit concreet dat de omgevingseffecten van de transformatie van Schinkelkwartier worden onderzocht ten opzichte van de referentiesituatie inclusief onderstaande autonome ontwikkelingen.

33

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Zuidas Ten oosten van Schinkelkwartier ligt, aan weerszijden van de Ring A10, de Zuidas (zie figuur 2.17). Dit gebied is vanaf de jaren negentig ontwikkeld als hoogwaardig zakencentrum. Het gebied wordt de komende jaren op basis van de Visie Zuidas 2016 doorontwikkeld. Uitgangspunt is het realiseren van een levendige woon-werkomgeving rondom de bestaande bebouwing. De ontwikkeling van de Zuidas leidt tot verkeerstoename, waarmee bij de ontwikkeling van Schinkelkwartier rekening wordt gehouden. Voor Zuidas is een m.e.r.-procedure doorlopen.

Figuur 2.17 – Zuidas (foto: Your Captain)

Figuur 2.18 – Uitsnede plangebied Tracébesluit Zuidasdok

Zuidasdok Het project Zuidasdok voorziet in een betere bereikbaarheid van de Zuidas en de noordelijke Randstad. De Ring A10 wordt uitgebreid van vier naar zes rijbanen en wordt in het centrum van Zuidas ondertunneld. Hierdoor komt er boven de grond meer ruimte voor trein- en metroverkeer en wordt de barrièrewerking van de A10 verminderd. Station Amsterdam-Zuid wordt uitgebreid om het groeiend aantal reizigers van en naar Amsterdam-Zuid te faciliteren en de bereikbaarheid van de Zuidas blijvend te kunnen garanderen. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor Schinkelkwartier omdat de A10 en de spoorlijnen het plangebied doorsnijden (zie figuur 2.18). Voor Zuidasdok is een m.e.r.-procedure doorlopen. Bouwplannen in plangebied In het plangebied Schinkelkwartier zijn diverse bouwplannen planologisch mogelijk gemaakt of vergund, die in uitvoering zijn of de komende tijd gerealiseerd worden.

Raakvlakprojecten Naast de autonome ontwikkelingen die al een formele juridisch-planologische status hebben, zijn er projecten die nog geen formele status hebben. Voor zover deze beoogde ontwikkelingen in de nabijheid van het plangebied liggen, worden dit raakvlakprojecten genoemd. In het OER is voor zover aan de orde de mogelijke wederzijdse beïnvloeding en/of cumulatie met deze raakvlakprojecten betrokken. In de volgende passages zijn de relevante raakvlakprojecten beschreven. Enter NL/ZWASH Het gebied tussen Amsterdam, Schiphol en Hoofddorp is, onder invloed van de economische groei in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), volop in ontwikkeling. Daartoe is een MIRT Onderzoek Zuidwest Amsterdam, Schiphol en Hoofddorp (ZWASH) uitgevoerd. Doel daarvan is Schiphol en de zuidwestkant van Amsterdam goed bereikbaar te houden voor alle modaliteiten en het gebied tussen Hoofddorp,

34

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Schiphol en Amsterdam Zuid te ontwikkelen tot de internationale entree van Nederland met hoogwaardige internationale woon-werkmilieus, genaamd Enter NL (zie figuur 2.19).

Figuur 2.19 – Enter NL/ZWASH

Een potentiële ontwikkeling is het doortrekken van de Noord/Zuidlijn vanaf Amsterdam-Zuid via Schiphol naar Hoofddorp, met mogelijk een metrostation in Schinkelkwartier. Dit wordt nader onderzocht in het kader van de MIRT Verkenning OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer. In dat kader wordt ook een plan-MER voorbereid. De ontwikkeling is nog in de initiatieffase en bij doorgang pas op de langere termijn voorzien (na 2035). Ontwikkeling Schiphol Eind 2020 is de Luchtvaartnota 2020-2050 vastgesteld, waarin de randvoorwaarden voor de toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse luchtvaart beschreven. Parallel daaraan is een plan-MER opgesteld, waarin de milieueffecten in beeld zijn gebracht. Daarin is geconcludeerd dat er perspectief is op groei van Schiphol als dit veilig kan en de hinder voor de omgeving en de klimaatbelasting aantoonbaar afnemen. In maart 2021 heeft het kabinet het ontwerpbesluit tot wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) genomen. De basis hiervoor is het Nieuwe Normen- en Handhaving Stelsel (NNHS) en het bijbehorende MER. In het ontwerpbesluit wordt een maximum van 500.000 vliegtuigbewegingen per jaar, waaronder 29.000 nachtvluchten, vastgelegd. De wijziging houdt in dat de handhavingspunten voor geluid rond Schiphol verdwijnen en dat de gebruiksvolgorde van de start- en landingsbanen wordt vastgelegd. De Commissie voor de m.e.r.

heeft geadviseerd om het MER aan te vullen. De vaststelling van het LVB is vertraagd door de noodzakelijke aanvraag van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming in verband met stikstofdepositie. In de Hoofdlijnenbrief Schiphol heeft het kabinet in juni 2022 vastgelegd dat het aantal vliegbewegingen van en naar Schiphol moet worden gereduceerd van 500.000 tot 440.000 per jaar vanaf 2024/2025. Vanaf april 2024 wordt het aantal vluchten worden beperkt tot 460.000 per jaar. Met deze inperking moet de geluidoverlast in de omgeving van Schiphol worden teruggedrongen. Dit kabinetsbesluit heeft gevolgen voor de Luchtvaartnota 2020-2050, het LVB en het NNHS. Het verankeren van de beoogde krimp van het aantal vliegbewegingen kan van invloed zijn op de transformatiemogelijkheden in Schinkelkwartier.

35

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

De Schipholregio is in 2022 aangewezen als NOVEX-gebied, omdat in het gebied meerdere nationale opgaven samenkomen. In dat kader wordt een gezamenlijke gebiedsagenda uitgewerkt, gericht op verbetering van de leefomgevingskwaliteit. In juni 2023 is een ontwikkelperspectief gepresenteerd. Havenstraatterrein Het Havenstraatterrein, een voormalig spooremplacement, ligt ten noordoosten van Schinkelkwartier. Dit gebied wordt getransformeerd tot gemengd woon-werkgebied met circa 500 woningen en ruimte voor bedrijvigheid, voorzieningen en een loods voor de historische tramspoorlijn. Het bestemmingsplan, dat deze ontwikkeling mogelijk maakt, is in 2023 onherroepelijk geworden. Verdi Zuidas Plangebied Verdi, onderdeel van het project Zuidas, ligt direct ten zuidoosten van Schinkelkwartier. In dit gebied is onder meer een woningbouwprogramma van ruim 2.000 woningen voorzien. Voor de ontwikkeling van dit gebied is een m.e.r.-procedure doorlopen, gekoppeld aan omgevingsvergunning voor de herontwikkeling van Tripolis. Verder zijn nog geen ruimtelijke besluiten genomen voor dit plangebied. De Oeverlanden Landschapspark de Oeverlanden ligt ten zuiden van het plangebied (zie figuur 2.20). De gemeenteraad heeft in december 2021 voor dit gebied een ontwikkelstrategie vastgesteld.

Uitgangspunt van deze strategie is enerzijds het beschermen en versterken van het groen en de natuurwaarden en anderzijds het mogelijk maken van recreatie.

Figuur 2.20 – De Oeverlanden (foto: Your Captain)

Referentiesituatie De referentiesituatie is de huidige situatie aangevuld met de nu bekende autonome ontwikkelingen en vormt de basis voor de effectbepaling. Autonome ontwikkelingen zijn vastgestelde plannen en plannen die nu al in ontwikkeling zijn. In het OER is de plansituatie, dus de transformatie van Schinkelkwartier naar gemengd stedelijk gebied, vergeleken met de referentiesituatie. Ten behoeve van het concept OER (deel B en C) is, gekoppeld aan

36

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

het destijds beschikbare verkeersmodel, 2030 als referentiejaar gehanteerd. Ten behoeve van de toetsing van de projectnota (deel D) is aangesloten op het meest actuele verkeersmodel. Daarin is 2040 als referentiejaar gehanteerd. Deze referentiejaren zijn vooral relevant voor de thema’s waarvoor modelberekeningen worden gebruikt (verkeer, verkeersgeluid, luchtkwaliteit en stikstofdepositie). Voor de overige thema’s is er geen significant verschil tussen de huidige en referentiesituatie, omdat de autonome ontwikkelingen geen invloed hebben op deze thema’s. Voor een duidelijk overzicht van de huidige situatie en referentiesituatie zijn de in dit OER onderzochte omgevingsaspecten onderverdeeld in vier hoofdthema’s: duurzame inrichting, mobiliteit, gezonde en veilige leefomgeving, en energie en circulariteit. De huidige en referentiesituatie voor deze hoofdthema’s zijn in de hoofdstukken 5 tot en met 8 beschreven.

37

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Beleid, uitgangspunten en ambities Inleiding De gewenste ontwikkelrichting voor Schinkelkwartier wordt voor een belangrijk deel bepaald door bestaande gemeentelijke beleidsdoelstellingen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het voor Schinkelkwartier relevante ruimtelijk beleid. Op basis van deze beleidsdoelstellingen zijn specifieke ambities en uitgangspunten geformuleerd voor de ontwikkeling van het gebied. De ambities zijn opgenomen in de projectnota Schinkelkwartier en vormen de basis voor dit OER. Bij de ambities zijn de relevante indicatoren opgenomen, op basis waarvan effectbeoordeling en monitoring plaats zal vinden. Tot slot wordt in dit hoofdstuk de beoogde ontwikkelstrategie voor Schinkelkwartier beschreven.

Beleidskader Omgevingsvisie Amsterdam 2050 De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 bevat de visie tot 2050 op de ontwikkeling en inrichting van de fysieke leefomgeving van Amsterdam. Uitgangspunt is om tot 2050 te blijven groeien, maar onder voorwaarden. De gewenste ontwikkeling is beschreven aan de hand van vijf strategische keuzes: meerkernige ontwikkeling, groeien binnen grenzen, duurzaam en gezond bewegen en samen stad maken. Schinkelkwartier is in de Omgevingsvisie aangewezen als een van de grote ontwikkelgebieden (zie figuur 3.1), waar een belangrijke bijdrage kan worden geleverd aan de groei van de stad: een ontwikkeling naar gemengd (hoog)stedelijk gebied, een betere bereikbaarheid en nieuwe groene openbare ruimte.

Figuur 3.1 – Uitsnede Omgevingsvisie Amsterdam 2050

Ruimte voor de Stad – Koers 2025 De ambitie van Koers 2025 is een verdichtende, bereikbare, groene, gemengde en duurzame stad. Om de beoogde groei met 50.000 woningen tot 2025 mogelijk te maken is in Koers 2025 een stadsbrede inventarisatie gemaakt van mogelijke woningbouwlocaties (zie figuur 3.2). Daarbij is Riekerpark (oranje)

38

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

aangewezen als versnellingslocatie, Nieuwe Meer Oost (rood) als locatie voor nieuwe projecten en Schinkelhaven en Nieuwe Meer West (wit) als strategische ruimte voor ontwikkeling na 2025.

Figuur 3.2 – Uitsnede kaart Koers 2025

Ruimte voor de Economie van Morgen In de visie Ruimte voor de Economie van Morgen, de economische uitwerking van Koers 2025, zijn Nieuwe Meer Oost en West aangewezen als innovatiedistricten: werk-woonwijken waar clusters van bedrijven verbindingen zoeken ter ontwikkeling van startups en innovatieve bedrijfsconcepten. Riekerpark en Schinkelhaven zijn aangewezen als creatieve wijken: woon-werkwijken met kleinschalige kantoorruimtes. Daarmee is voor Schinkelhaven voorgesorteerd op transformatie naar gemengd stedelijk gebied met ruimte voor zowel bedrijven als woningbouw. De Johan Huizingalaan, de Vlaardingenlaan/Aletta Jacobslaan, de Overschiestraat en de verlengde Sloterweg zijn aangemerkt als potentiële stadsstraten. Woonagenda 2025 De Woonagenda heeft als doel een aanbod van voldoende, kwalitatief goede en betaalbare woningen in 2025. De agenda bevat nieuwe uitgangspunten voor de woningbouwprogrammering met een verdeling van 40 procent sociale huur, 40 procent middelduur (huur en koop) en 20 procent dure huur en koop. Daarbij zijn spelregels vastgesteld om deze programmering toe te passen in projecten zoals Schinkelkwartier. Woningbouwplan 2022-2028 Doel van het woningbouwplan is de bouw van gemiddeld 7.500 woningen per jaar, in de verdeling 40 procent sociale huur, 40 procent middelduur en 20 procent duur.

Er moeten nieuwe woningen komen in verschillende groottes en in verschillende prijsklassen, zodat meer mensen in de stad naar een passende woning verhuizen. Daarnaast is de wens om het bouwen van woningen te vereenvoudigen en te versimpelen. Een groot deel van de geplande woningen kan worden gerealiseerd binnen de bestaande plannen. Er zijn tot en met 2025 voldoende bouwplannen, daarna zijn nieuwe bouwlocaties nodig. Bedrijvenstrategie Amsterdam 2020-2030 Met het transformeren van bedrijventerreinen zoals Schinkelhaven neemt het aanbod aan vestigingslocaties voor productieve bedrijven af, terwijl de vraag naar bedrijfsruimte toeneemt. Om hierop

39

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

in te kunnen spelen zijn in de Bedrijvenstrategie uitspraken gedaan over de ruimtereservering voor en inpasbaarheid van bedrijven in transformatiegebieden. Daarnaast is uitgangspunt dat de maakindustrie in transformatiegebieden ook als zodanig moet worden beschermd en gestimuleerd. Kantorenplan Amsterdam In het Kantorenplan is opgenomen dat langs de corridor tussen Zuidas en Schiphol kansen liggen voor het ontwikkelen van een hoogstedelijk gebied waar groen, economie en wonen elkaar versterken. Voor Schinkelkwartier wordt ingezet op een stedelijk werkmilieu met een hoge kantoorintensiteit, met ter plaatse van Nieuwe Meer West de nadruk op een innovatiedistrict. Tijdens de transformatie zal de behoefte aan kantoren blijvend worden gemonitord, waarbij rekening wordt gehouden met regionale afspraken in het kader van Platform Bedrijven en Kantoren (PlaBeKa). Detailhandelsbeleid Amsterdam Het gemeentelijk detailhandelsbeleid is gericht op een aanbod van de dagelijkse boodschappen binnen een afstand van 750 meter van de woning. Schinkelkwartier bevindt zich in de stadszone, dicht tegen de centrumzone aan, waar vooral ingezet wordt op versterking van bestaande kansrijke winkelconcentraties. In grote ontwikkelgebieden als Schinkelkwartier is ruimte voor nieuwe winkels, maar de omvang en branchering zijn afhankelijk van het planconcept.

Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen Het achterliggende doel van dit beleidsstuk is om een voldoende, divers en kwalitatief aanbod van voorzieningen te verankeren in de planvorming, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende functies (onderwijs, jeugd, zorg, basisvoorzieningen, kunst en cultuur, sport, groen en spelen). De verschillende functies zijn opgedeeld in subcategorieën met elk hun eigen norm. Zo is bijvoorbeeld voor groen onderscheid gemaakt tussen gebruiksgroen en ecosysteemgroen. Uitvoeringsagenda Mobiliteit In de Uitvoeringsagenda Mobiliteit staat de bereikbaarheid van Amsterdam als groeiende stad centraal. Daarbij zijn de volgende drie prioriteiten gesteld: doorstroming op de belangrijkste routes, meer openbare ruimte op plekken waar het wringt en verbinden van de stad. Voor Schinkelkwartier is het verkennen van de doortrekking Noord-Zuidlijn richting Schiphol belangrijk. Verder noemt de agenda het optimaliseren van doorgaande fietsroutes en het verbeteren van de autodoorstroming op de uitvalswegen Johan Huizingalaan, Oude Haagseweg en Henk Sneevlietweg. Agenda Amsterdam Autoluw De speerpunten van de Agenda Amsterdam Autoluw zijn meer leefruimte, schonere lucht en meer ruimte voor fiets, voetganger en openbaar vervoer.

Om dat te bereiken worden autobezit en -gebruik beperkt en de openbare ruimte wordt primair ingericht voor verblijf, actieve verplaatsingen en openbaar vervoer. Woonstraten worden 30 kilometer per uur gebied, parkeren op straat wordt ontmoedigd en er komen minder nieuwe parkeervergunningen. Nieuwe fietsroutes, deelfietsen bij stations en betere mogelijkheden voor stalling van fietsen moeten het fietsgebruik stimuleren. Groenvisie 2020-2050 In de Groenvisie is de ambitie gesteld om het bestaande groen te verbeteren en toegankelijker te maken, nieuw groen toe te voegen en de groene ruimte in en om de stad beter met elkaar te verbinden. Daarbij worden vier principes gehanteerd: genoeg en gevarieerd groen voor iedereen, groen draagt bij aan verschillende opgaven, natuurinclusieve aanleg en beheer en samenwerken aan groen. Het groene areaal wordt vergroot om te zorgen voor een gezond leefklimaat, voldoende waterberging, voorkomen van hittestress en een grotere biodiversiteit.

40

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Watervisie Amsterdam 2040 De Watervisie is een uitwerking van de Structuurvisie Amsterdam 2040 waarin de inrichting en het gebruik van het water centraal staan. Belangrijk voor Schinkelkwartier zijn het doortrekken van de Westlandgracht tot aan de Riekerhaven, wat als maatregel is benoemd ter verbetering van het lokaal recreatieve vaarnetwerk. De Nieuwe Meer is aangemerkt als locatie waar plek is voor diverse vormen van waterrecreatie. Agenda duurzaamheid De Agenda Duurzaamheid bevat de gemeentelijke ambities voor duurzame energie, schone lucht, uitbreiding van milieuzones, circulaire economie en klimaatbestendigheid. De agenda bevat onder meer concrete doelen voor duurzame opwekking, energiebesparing en het versneld aardgasloos maken van de stad. Naar aanleiding van het klimaatinitiatief is de ambitie voor duurzame energie in 2018 verder aangescherpt. Transitievisie Warmte De Transitievisie Warmte beschrijft hoe de overstap naar aardgasvrij zorgvuldig en betaalbaar kan zijn, welke oplossingen het beste passen en in welke volgorde. Voor nieuwbouw- en transformatiegebieden zoals Schinkelkwartier wordt met name in gezet op warmtenetten. Daarbij is de fasering van de gebiedsontwikkeling bepalend voor de uitrol van de warmtetransitie.

Amsterdam Circulair 2020-2025 Amsterdam wil in 2050 een circulaire stad zijn: een stad waar waardevolle materialen en grondstoffen worden hergebruikt en netto geen afval wordt geproduceerd. In de gebiedsontwikkeling kan met hergebruik van materialen in gebouwen en openbare ruimte een grote bijdrage aan deze ambitie worden geleverd, in het geval van een gebiedstransformatie zoals Schinkelkwartier is dat nog vanzelfsprekender. Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 De Routekaart Klimaatneutraal beschrijft de visie voor lange termijn en strategie op de Amsterdamse energietransitie. In 2040 zijn alle gebouwen in Amsterdam aardgasvrij en worden duurzaam verwarmd. Nieuwbouw is in de toekomst alleen nog maar energieneutraal. In 2030 is al het verkeer op Amsterdamse wegen en over het water uitstootvrij. Van de elektriciteit die huishoudens gebruiken wordt in 2030 80 procent opgewerkt uit zonne- en windenergie.

Uitgangspunten De hoofdopgave voor Schinkelkwartier is om een transformatie op gang brengen die leidt tot verdichting, functiemenging en betere verbindingen. Uitgangspunt daarbij is dat de verschillende deelgebieden transformeren van veelal monofunctioneel werkgebied naar gemengd stedelijk gebied. Per deelgebied kan de verhouding tussen wonen en werken, de karakterisering van de werkfuncties en het tempo van transformatie verschillen. Dit gebeurt in onderlinge samenhang en binnen de strategische beleidskaders van de gemeente Amsterdam. In de tabellen 3.1 en 3.2 staan de programmatische uitgangspunten zoals deze in het kader van het concept projectnota respectievelijk de vastgestelde projectnota zijn gebruikt als basis voor de milieuonderzoeken in het kader van het concept OER (deel B en C) en de toetsing van de projectnota in het OER (deel D). Het overzicht van de programmatische uitgangspunten, die voor het OER zijn gehanteerd, is ook opgenomen als bijlage 2 bij dit OER.

41

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Concept projectnota - programma in m²

Programma

Wonen

Werken

Voorzieningen

Schinkelhaven

543.000

207.000

279.000

57.000

Riekerpark

318.000

219.000

63.000

36.000

Sloterstrip

478.000

232.000

194.000

52.000

Nieuwe Meer Oost

495.000

219.000

195.000

81.000

Nieuwe Meer West

223.000

39.000

179.000

5.000

De Plantijn

367.000

108.000

16.000

243.000

Totaal programma 2.424.000 1.024.000 Tabel 3.1 – Programmatische uitgangspunten Schinkelkwartier concept projectnota

926.000

474.000

Vastgestelde projectnota - programma in m²

Programma

Wonen

Werken

Voorzieningen

Schinkelhaven

520.000

190.000

290.000

40.000

Riekerpark

315.000

180.000

105.000

30.000

Sloterstrip

480.000

230.000

200.000

50.000

Nieuwe Meer Oost

475.000

250.000

180.000

45.000

Nieuwe Meer West

225.000

50.000

160.000

15.000

De Plantijn

455.000

100.000

85.000

270.000

Totaal programma 2.470.000 1.000.000 Tabel 3.2 – Programmatische uitgangspunten Schinkelkwartier vastgestelde projectnota

1.020.000

450.000

Uitgangspunt is dat het accommoderen van de beoogde ontwikkeling alleen mogelijk is als de verbindingen worden verbeterd. Schinkelkwartier moet een aantrekkelijke verblijfsplek worden in plaats van een gebied voor doorgaand verkeer van Nieuw-West naar de snelweg en binnenstad en vice versa. De verbinding met andere delen van Amsterdam, waaronder in ieder geval een verbinding over de Schinkel, geldt daarbij als randvoorwaardelijk voor de transformatieopgave. Daarnaast vragen de programmatische verschuiving en de verdichting van Schinkelkwartier om ruimtelijke aanpassingen, waarmee de transformatie een significante bijdrage levert aan de grote opgaven van Amsterdam. Naast het realiseren van nieuwe verbindingen gaat het bijvoorbeeld om het verbeteren van het netwerk voor openbaar vervoer, het verbeteren van de luchtkwaliteit, duurzame energieopwekking en energiebesparing. Stedelijke opgaven als klimaatadaptatie, toevoegen van groen en het realiseren van goede verbindingen voor langzaam verkeer stellen daarnaast eisen aan de toekomstige inrichting van de openbare ruimte.

Ambities Voor de transformatie van Schinkelkwartier zijn zes ambities geformuleerd: stedelijkheid, ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid, gezondheid en veiligheid, duurzaamheid en sociale inclusiviteit. Het gaat om doelen op hoofdlijnen die richtinggevend zijn voor de transformatie en het eindbeeld op de lange termijn. Deze ambities worden in de volgende planfase, waarbij per deelgebied investeringsnota’s worden opgesteld, nader geconcretiseerd.

42

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Per ambitie zijn de belangrijkste indicatoren beschreven. Aan de hand van deze indicatoren is in deel B, C en D van het OER beoordeeld in hoeverre de ambities positief en/of negatief beïnvloed worden. De indicatoren vormen tevens de basis voor het monitoren van transformatie en het behalen de ambities (zie hoofdstuk 11 en 12 in deel E van het OER). Stedelijkheid Schinkelkwartier wordt een intensief gebruikt divers gemengd stedelijk gebied. Sloop/nieuwbouw en transformatie zijn noodzakelijk om de beoogde functiemenging en verdichting te bereiken. Hier hoort een Floor Space Index (FSI) op gebiedsniveau bij van gemiddeld 2. De beoogde verhouding tussen de oppervlakte wonen en werken/voorzieningen is circa 1:1. Daarbij zijn er verschillen tussen de deelgebieden. Deelgebied Nieuwe Meer wordt een innovatiedistrict, Schinkelhaven een creatieve en productieve buurt en Riekerpark een woonbuurt. Het woon- en werkprogramma wordt aangevuld met de maatschappelijke, culturele en commerciële voorzieningen, die horen bij een complete stadswijk. Bij toetsing aan de ambitie stedelijkheid is beoordeeld of sprake is van een positieve of negatieve impact op:    

Bebouwingsdichtheid (FSI) Mate van functiemenging Aantal woningen Aantal arbeidsplaatsen

Ruimtelijke kwaliteit Schinkelkwartier wordt een levendige en klimaatbestendige wijk, die in de nabije en de verdere toekomst aantrekkelijk is om te verblijven. De inrichting van de openbare ruimte is daarbij bepalend voor het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de wijk. Belangrijke landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden blijven behouden en worden waar mogelijk versterkt. Een goede afwisseling tussen levendigheid en relatieve rust en mogelijkheden voor ontmoeting en recreatie dragen bij aan een prettige wijk. Bij toetsing aan de ambitie ruimtelijke kwaliteit is beoordeeld of sprake is van een positieve of negatieve impact op:  Landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden  Hoeveelheid en beschikbaarheid groen  Klimaatbestendigheid  Diversiteit in bouwhoogte

Bereikbaarheid Bewoners en werknemers moeten snel en gemakkelijk vanuit Schinkelkwartier in andere delen van Amsterdam kunnen komen en vice versa. Er wordt ingezet op een centrumstedelijk mobiliteitsprofiel en een fijnmazig mobiliteitsnetwerk, waarin de auto ondergeschikt is aan lopen, fietsen en openbaar vervoer. Dit mobiliteitsprofiel draagt bij aan andere ambities voor het gebied, zoals gezondheid, veiligheid en duurzaamheid, maar ook aan het in de toekomst bereikbaar houden van de stad. Voorwaarden zijn goede fiets- en wandelvoorzieningen, het slechten van barrières en een verbetering van de bereikbaarheid per openbaar vervoer.

43

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Bij toetsing aan de ambitie bereikbaarheid is beoordeeld of sprake is van een positieve of negatieve impact op:  Modal share auto (aandeel auto van totale modal split)  Multimodale bereikbaarheid  Mate van doorstroming  Verkeersveiligheid

Gezondheid en veiligheid Uitgangspunt voor Schinkelkwartier is een gezonde en veilige leefomgeving. Hinder als gevolg van milieubelasting (geluid, luchtkwaliteit, geur, stof en omgevingsveiligheid) en bijbehorende negatieve gezondheidseffecten worden zo veel mogelijk beperkt om een zo hoog mogelijk basiskwaliteit te waarborgen. Onaanvaardbare gezondheids- en veiligheidsrisico’s worden voorkomen. Inwoners en werknemers in Schinkelkwartier worden door de inrichting van de fysieke leefomgeving gestimuleerd om te bewegen en gezond te leven. Bij toetsing aan de ambitie gezondheid en veiligheid is beoordeeld of sprake is van een positieve of negatieve impact op:  Milieubelasting  Externe veiligheidsrisico’s  Hittestress  Hoeveelheid en beschikbaarheid sportvoorzieningen  Gezond gedrag

Duurzaamheid Schinkelkwartier wordt aardgasloos. Het streven voor de wijk is een duurzaam energiesysteem en vergaande CO2-reductie door in te zetten op energiebesparing, duurzame warmte- en energieopwekking en duurzame mobiliteit. Duurzaam ruimtegebruik vraagt om een flexibele gebouwde omgeving die is ingericht op verschillende vormen van gebruik en adaptief kan reageren op maatschappelijke veranderingen. Om verspilling tegen te gaan wordt ingezet op circulariteit met zo veel mogelijk hergebruik van grondstoffen en reductie van afval. Bij toetsing aan de ambitie duurzaamheid is beoordeeld of sprake is van een positieve of negatieve impact op:  Aandeel duurzame energie  CO2-reductie  Mate van energieneutraliteit  Aandeel hergebruik grondstoffen  Toekomstbestendig bouw en beheer

Sociale inclusiviteit Schinkelkwartier ondersteunt de ontwikkeling van de inclusieve en ongedeelde stad door segregatie op de woning- en arbeidsmarkt zoveel mogelijk te voorkomen. Door transformatie van Schinkelkwartier wordt het Amsterdamse stadsmilieu verder uitgebreid, zodat ook de wijken buiten de ring hiervan kunnen profiteren. Schinkelkwartier kan zo een ruimtelijk en maatschappelijke verbindingsfunctie vervullen tussen de stadsdelen Zuid en Nieuw-West en bijdragen aan sociale samenhang en gelijke kansen.

44

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Bij toetsing aan de ambitie sociale inclusiviteit’ is beoordeeld of sprake is van een positieve of negatieve impact op:  Verdeling woningbouwprogramma  Diversiteit aan arbeidsplaatsen  Aanbod maatschappelijke voorzieningen  Sociale samenhang met omliggende wijken

Ontwikkelstrategie De mate van sturing op de transformatie door de gemeente is van invloed op het behalen van de hiervoor gestelde ambities voor Schinkelkwartier. Bij de transformatieopgave hanteert de gemeente als algemeen sturingsprincipe ‘uitnodigingsplanologie’. De ontwikkelstrategie voor Schinkelkwartier moet zijn afgestemd op de uitgangssituatie van een gefragmenteerd gebied waarin ontwikkeling alleen mogelijk is als private eigenaren en ontwikkelaars investeren. Immers, de gemeente heeft weinig uitgeefbare grond in Schinkelkwartier, omdat de meeste grond in erfpacht is uitgegeven. Daarom wordt, afgestemd op de initiatieven en plannen in het gebied, op maat de nodige ontwikkelruimte gemaakt: ‘regisseren waar het moet en faciliteren waar het kan’. Vaak zullen particuliere acties in beperkte mate voorspelbaar zijn, zodat een maximale wendbaarheid vereist is in schaal, snelheid en programmering van het proces. De doorlooptijd van tenminste 25 jaar brengt wijzigingen in beleid en omstandigheden met zich mee. Het ontwikkelproces moet dus flexibiliteit bieden binnen duidelijke kaders en aansluiten op zowel interne als externe dynamiek.

Het primaire doel van de ontwikkelstrategie voor Schinkelkwartier is het scheppen van voorwaarden waarmee private initiatieven worden gestimuleerd:  Ten eerste is het van belang om de ruimtelijke structuur van het gebied vast te leggen door besluiten te nemen over het stedenbouwkundig raamwerk en bovenplanse maatregelen ten aanzien van de benodigde infrastructuur en de groen- en blauwstructuur.  Een tweede voorwaarde is het scheppen van de benodigde juridisch-planologische ruimte. Om gemengde bestemmingen en verdichting mogelijk te maken, is aanpassing van de huidige juridischplanologische kaders nodig. Vooralsnog wordt uitgegaan van het per geval faciliteren van concrete initiatieven die binnen de gemeentelijke kaders passen.  Ten derde moet de gemeente per deelgebied zelf investeringsruimte maken voor maatregelen in de openbare ruimte. Daarnaast is er de mogelijkheid om zelf actief te verwerven en te ontwikkelen. Dat kan nodig zijn om maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, sportgebouwen of zorg te realiseren of om openbare ruimte aan te leggen.

45

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Methodiek OER Opzet van dit OER De transformatie van Schinkelkwartier neemt vele jaren in beslag. In dit OER zijn effecten van en keuzes voor de transformatie inzichtelijk gemaakt op basis van de meest recente inzichten en modellen. Deze geven een goede indicatie van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de toekomst. De exacte effecten van individuele ontwikkelingsplannen moeten in een later stadium nog nader beschouwd worden. In de figuur is de opzet van dit OER gevisualiseerd. De vijf delen waaruit dit OER bestaat zijn in de volgende paragrafen nader toegelicht.

Figuur 4.1 – Schematische weergave methodiek OER

Het OER heeft drie kerntaken die helpen om richting te geven aan de transformatie van Schinkelkwartier: 1. Het biedt inzicht in de effecten van belangrijke keuzes op het gebied van de fysieke leefomgeving. 2. Het geeft een spelregelkader voor omgevingsaspecten om zo, gegeven de situatie in Schinkelkwartier, een zo hoog mogelijke kwaliteit van de fysieke leefomgeving te waarborgen en de geformuleerde ambities te behalen. 3. Het is een ‘levend’ OER. Dit betekent dat het OER flexibel en toekomstbestendig is, omdat het door middel van monitoring aangevuld kan worden door actualisatie van de leefomgevingsfoto, aanpassing van het spelregelkader, het treffen van aanvullende maatregelen en/of het maken van andere of nieuwe keuzes.

46

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Deel A – Algemeen In dit eerste deel van het OER (hoofdstuk 1 tot en met 4) zijn de aanleiding en een beschrijving van het plangebied opgenomen. Verder zijn de beleidskaders, de ambities, de uitgangspunten, het programma en de gehanteerde methodologie beschreven. Dit vormt daarmee het fundament voor de overige delen van het OER.

Deel B – Leefomgevingsfoto en effectbeoordeling transformatie In deel B is aan de hand van onderzoek de huidige situatie en referentiesituatie per thema van de fysieke leefomgeving in beeld gebracht. Hierdoor is een uitgebreid inzicht in de kwaliteit van de fysieke leefomgeving ontstaan. Dit is ook vormgegeven in een digitale leefomgevingsfoto. Vervolgens zijn op basis van een worst case benadering de effecten van de transformatie van Schinkelkwartier beschouwd. De huidige situatie, de referentiesituatie en de effecten van en op de transformatie zijn beschreven in de hoofdstukken 5 tot en met 8 van het OER. De thema’s van de fysieke leefomgeving zijn onderverdeeld in vier hoofdthema’s:  Duurzame inrichting  Mobiliteit  Gezonde en veilige leefomgeving  Energie en circulariteit

4.3.1 Leefomgevingsfoto In de huidige situatie en referentiesituatie zijn omgevingsaspecten van invloed op de transformatiemogelijkheden in Schinkelkwartier. Daarbij gaat het onder meer om geluidcontouren, veiligheidszones en richtafstanden, maar bijvoorbeeld ook om archeologische verwachtingswaarden, cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en waardevolle groenstructuren. Om de waarden, belemmeringen en aandachtsgebieden in de huidige situatie goed in kaart te brengen is een digitale leefomgevingsfoto opgesteld. In dit geografisch informatiesysteem (GIS) wordt in een oogopslag duidelijk waar rekening mee gehouden moet worden bij een concrete ontwikkeling in Schinkelkwartier. De leefomgevingsfoto is voor iedereen online toegankelijk. De leefomgevingsfoto is te bereiken via de volgende link: leefomgevingsfoto OER Schinkelkwartier.

4.3.2 Effectbeoordeling transformatie Na beschrijving van de huidige situatie en referentiesituatie is voor elk omgevingsaspect het effect van de transformatie van Schinkelkwartier in beeld gebracht. Dit is middels een worst case benadering gedaan. Met een worst case benadering is bedoeld dat de transformatie van Schinkelkwartier is beschouwd met het beoogde programma maar zonder stedenbouwkundig kader en zonder aanvullende maatregelen (bijvoorbeeld op het gebied van groen, water, mobiliteit en geluid). Zodoende is beoordeeld in hoeverre sprake is van verbetering of verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. De beoordeelde thema’s en bijbehorende omgevingsaspecten en criteria zijn in tabel 4.1 benoemd.

47

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Hoofdthema

Thema Bodem en ondergrond

Aspect Bodemopbouw Bodemkwaliteit Niet gesprongen explosieven Kabels en leidingen Oppervlaktewater

Water

Waterveiligheid Grondwater Waterkwaliteit

Duurzame inrichting

Hemelwater Landschap Landschap, groen en natuur

Cultuurhistorie en archeologie Bouwhoogte

Verkeer Mobiliteit

Groen Gebiedsbescherming Soortenbescherming Bomen Cultuurhistorie Archeologie Vliegveiligheid Windhinder Schaduwwerking Bereikbaarheid openbaar vervoer Bereikbaarheid fiets en voetganger Verkeersafwikkeling auto Modal split

Parkeren

Verkeersveiligheid Autoparkeren Fietsparkeren Industriegeluid

Wegverkeersgeluid snelwegen

Gezonde en veilige leefomgeving

Geluid en trillingen

Wegverkeersgeluid stedelijke wegen

Spoorweggeluid

Metrogeluid

Beoordelingscriterium Impact bodemopbouw Mate van bodemverontreiniging

Methodiek Kwalitatief Kwalitatief

Impact niet gesprongen explosieven

Kwalitatief

Impact aanwezige kabels en leidingen Impact op doorstroming en kwantiteit van oppervlaktewater Impact op bescherming tegen overstroming Impact op grondwater Mate van verontreiniging van oppervlakteen grondwater Mate van bescherming tegen intensieve regenbuien Impact op landschappelijk groen Mate waarin aan referentienorm groen wordt voldaan Impact op beschermde natuurgebieden Impact op beschermde soorten Impact op beeldbepalende bomen Impact op cultuurhistorische waarden Impact op archeologische waarden Impact op veiligheid vliegverkeer Mate waarin windhinder optreedt Mate waarin schaduwwerking optreedt Mate waarin de bereikbaarheid per openbaar vervoer wordt beïnvloed Mate waarin de bereikbaarheid voor fiets en voetganger wordt beïnvloed Mate waarin de verkeersafwikkeling per auto wordt beïnvloed Mate waarin de modal split verandert van auto naar openbaar vervoer/fiets Mate waarin het aantal ongevallen verandert Mate van parkeerdruk auto Mate van parkeerdruk fiets Nieuwe geluidgevoelige functies: geluidbelast oppervlak (%) Bestaande geluidgevoelige functies: verandering in geluidbelasting (dB) Nieuwe geluidgevoelige functies: geluidbelast oppervlak (%) Bestaande geluidgevoelige functies: verandering in geluidbelasting (dB) Nieuwe geluidgevoelige functies: geluidbelast oppervlak (%) Bestaande geluidgevoelige functies: verandering in geluidbelasting (dB) Nieuwe geluidgevoelige

functies: geluidbelast oppervlak (%) Bestaande geluidgevoelige functies: verandering in geluidbelasting (dB) Nieuwe geluidgevoelige functies: geluidbelast oppervlak (%) Bestaande geluidgevoelige functies: verandering in geluidbelasting (dB)

Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief

48

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Scheepvaartgeluid Luchtvaartgeluid Grondgeluid

Cumulatief geluid

Luchtkwaliteit

Trillingen Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10 en PM2,5) Ultrafijnstof wegverkeer Ultrafijnstof luchtvaart

Geur Stof

Omgevingsveiligheid

Gezondheidsbescherming

Geurhinder Stofhinder Veiligheidsrisico’s inrichtingen Veiligheidsrisico’s snelwegen Veiligheidsrisico’s buisleidingen Veiligheidsrisico’s luchtvaart Hittestress Lichthinder Stralingshinder Sport

Gezondheidsbevordering

Bewegen Leefstijl Energievraag

Energie en circulariteit

Energie

Energiesysteem Energiepotentie

Grondstoffengebruik Afvalinzameling Tabel 4.1 – Overzichtstabel beoordelingskader omgevingsaspecten Circulariteit

Nieuwe geluidgevoelige functies: geluidbelast oppervlak (%) Bestaande geluidgevoelige functies: verandering in geluidbelasting (dB) Mate van blootstelling aan luchtvaartgeluid Mate waarin hinder door grondgeluid optreedt Nieuwe geluidgevoelige functies: geluidbelast oppervlak (%) Bestaande geluidgevoelige functies: verandering in geluidbelasting (dB) Mate waarin trillinghinder optreedt Verandering in concentraties Verandering in concentraties Mate van blootstelling aan ultrafijnstof door wegverkeer Mate van blootstelling aan ultrafijnstof door luchtvaart Mate waarin geurhinder optreedt Mate waarin stofhinder optreedt Verandering van veiligheidsrisico’s rond inrichtingen Verandering van veiligheidsrisico’s rond snelwegen Verandering van veiligheidsrisico’s rond buisleidingen Verandering van veiligheidsrisico’s door luchtvaart Mate waarin stedelijk hitte-eiland optreedt Mate waarin lichthinder optreedt Mate waarin stralingshinder optreedt Mate waarin aan referentienorm sport wordt voldaan Mate waarin de omgeving bewegen bevordert Mate waarin de omgeving een gezonde leefstijl bevordert Mate van reductie van gebruik elektriciteit en warmte Mate van toepassing van duurzaam energiesysteem Verandering in mogelijkheden duurzame opwek energie Mate van hergebruik van grondstoffen Mate van duurzame afvalinzameling

Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief

De effectbeoordeling van de transformatie van Schinkelkwartier ten opzichte van de referentiesituatie vindt plaats aan de hand van onderstaande zevenpuntschaal (zie tabel 4.2). Daarin wordt uitgegaan van een bandbreedte van zeer positief tot zeer negatief.

49

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Beoordeling

Omschrijving

++ + 0/+ 0 0/--

zeer positief positief licht positief neutraal licht negatief negatief zeer negatief

Tabel 4.2 – Methodiek effectbeoordeling

Daarnaast is kwalitatief de impact op de zes ambities voor Schinkelkwartier beoordeeld. Daarbij is inzichtelijk gemaakt of sprake is van een positieve of negatieve bijdrage aan het behalen van de ambities. Deze beoordeling vindt plaats op basis van modelberekeningen, onderzoeksresultaten en expert judgement. Maatregelen en/of spelregels kunnen ertoe leiden dat de effecten en impact op de ambities worden gemitigeerd of geoptimaliseerd. Het effect van deze maatregelen en spelregels is niet betrokken bij de initiële effectbeoordeling, maar is apart inzichtelijk gemaakt. Na de beoordeling per omgevingsaspect is duidelijk in hoeverre sprake is van (zeer) positieve en/of (zeer) negatieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie en wat de impact is op de ambities. Vervolgens zijn er twee opties: 1. De effecten en impact op ambities zijn beperkt en kunnen gemitigeerd of juist geoptimaliseerd worden door het formuleren van een of meerdere spelregels. 2. De effecten en impact op ambities zijn van dien aard dat voor dit omgevingsaspect gekeken moet worden naar alternatieven: een ‘nadere keuze’ is noodzakelijk.

Er is in ieder geval een nadere keuze nodig (optie 2) als sprake is van:  Een negatief of zeer negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie  Een negatieve of zeer negatieve impact op een van de ambities  Licht negatieve tot zeer negatieve impact op meerdere ambities In afwijking van het bovenstaande is voor enkele omgevingsaspecten in dit OER op basis van andere motivering een nadere keuze gemaakt. De uitwerking van de nadere keuzes is in deel C opgenomen. Drie voorbeelden om deze systematiek te illustreren 1. Voor archeologie geldt dat de er slechts lokaal sprake is van een hoge archeologische verwachtingswaarde. De effecten van de transformatie zijn beperkt. Met een eenvoudige spelregel kan worden gewaarborgd dat hier rekening mee gehouden moet worden bij de transformatie. 2. Voor natuur geldt dat vleermuizen en jaarrond beschermde nestplaatsen voor kunnen komen. Als hier geen rekening mee gehouden wordt, kan een significante impact op beschermde soorten ontstaan, wat leidt tot een negatieve effectbeoordeling. Dit is door het opstellen van spelregels te voorkomen en met aanvullende maatregelen kunnen de ecologische kansen zelfs worden vergroot. 3. Voor geluid geldt dat door de hoge geluidbelasting het woon- en leefklimaat voor nieuwe bewoners onder druk staat.

Dit vraagt om een beoordeling van alternatieven hoe met deze hoge geluidbelasting om kan worden gegaan, bijvoorbeeld door het effect van verschillende maatregelen te onderzoeken. Het is wenselijk deze andere alternatieven eerst te beschouwen en op basis daarvan maatregelen en spelregels te formuleren.

50

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Deel C – Nadere keuzes In deel C (hoofdstuk 9) staan de omgevingsaspecten centraal waarvoor in deel B is geconcludeerd dat een nadere keuze moet worden gemaakt. In dat geval is het nodig om alternatieven te beoordelen en een nadere keuze te maken om ongewenste effecten te voorkomen en/of de ambities te behalen. Voor de omgevingsaspecten, waarvoor een nadere keuze nodig is, zijn in deel C verschillende alternatieven (keuzemogelijkheden) geformuleerd en beoordeeld. De alternatieven bij een nadere keuze zijn beoordeeld op de impact op de zes ambities voor Schinkelkwartier. Dit is gevisualiseerd middels een zogenaamd scorebord (zie figuur 4.2).

Figuur 4.2 – Voorbeeld scorebord alternatievenafweging

Op basis hiervan is een voorkeursalternatief gekozen dat richtinggevend is geweest voor de inhoud van de projectnota Schinkelkwartier. Per hoofdkeuze zijn de maatregelen en spelregels voor het voorkeursalternatief geformuleerd, aan de hand waarvan het voorkeursalternatief in de verdere planontwikkeling wordt geborgd. De gemeentelijke maatregelen zijn opgenomen in de projectnota Schinkelkwartier en worden in de komende planfase verder uitgewerkt. De spelregels voor initiatiefnemers zijn opgenomen in een spelregelkader (opgenomen in bijlage 1 van het OER) en gekoppeld aan een digitale leefomgevingsfoto, zodat per locatie duidelijk is war rekening mee gehouden moet worden bij een concrete ontwikkeling.

Deel D – Toetsing projectnota Schinkelkwartier De uitkomsten van het concept OER zijn richtinggevend geweest voor de inhoud van de projectnota. Op 14 december 2021 heeft het college van B&W de projectnota Schinkelkwartier vastgesteld. In de projectnota is een stedenbouwkundig kader opgenomen, is het programma aangepast en zijn enkele aangepaste en aanvullende keuzes gemaakt. Op basis van de vastgestelde projectnota is in het OER nog een eindbeoordeling gedaan.

51

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

In deel D (hoofdstuk 10) is op dezelfde wijze als is omschreven bij deel B (beoordelingsmethodiek) de projectnota getoetst en vergeleken met de referentiesituatie. Daarnaast is op basis van het definitieve programma uit de projectnota en het meest recente verkeersmodel aanvullend onderzoek gedaan. Daarbij is uitgegaan van het vastgestelde programma, de opgenomen voorkeursalternatieven, aangepaste keuzes en de maatregelen en spelregels uit het spelregelkader. Op basis daarvan zijn de aangepaste scores inzichtelijk gemaakt en vergeleken met de initiële effectbeoordeling uit deel B. Dit OER heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de projectnota Schinkelkwartier, maar is procedureel gekoppeld aan het eerste ruimtelijk besluit voor een concrete ontwikkeling in Schinkelkwartier. De uitkomsten van het OER moeten doorwerken in dat plan, maar ook in toekomstige plannen in Schinkelkwartier. Dat kan gaan om een verankering in de planregels en/of een onderbouwing in de plantoelichting.

Deel E – Flexibiliteit en monitoring De projectnota en dit OER zijn een momentopname waarin richtinggevende keuzes voor de toekomstige ontwikkeling van Schinkelkwartier zijn geformuleerd. Het is echter lastig om voorspellingen te doen voor de situatie over 25 jaar. Daarom is ruimte voor flexibiliteit in de planvorming belangrijk, zodat met onzekerheden om kan worden gegaan. Flexibiliteit en fasering staan in hoofdstuk 11 centraal. Er is gekozen voor adaptieve planvorming en een ‘levend’ OER. Om de ontwikkelingen goed te kunnen volgen, effecten inzichtelijk te maken en waar nodig bij te kunnen sturen wordt een monitoringsplan voor Schinkelkwartier opgesteld. In hoofdstuk 12 is een aanzet voor dit monitoringsplan opgenomen. Op basis van een evaluatie aan de hand van de geformuleerde indicatoren kan worden geconcludeerd of er aanleiding is om bij te sturen in de transformatie. Ook kan de monitoring nieuwe inzichten opleveren over de fysieke leefomgeving. Op basis van monitoring blijft het OER actueel en kan het blijven dienen als passend kader voor toekomstige ruimtelijke besluiten voor ontwikkelingen in Schinkelkwartier.

52

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

DEEL B – Leefomgevingsfoto en effectbeoordeling transformatie

53

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Duurzame inrichting Ambitie voor Schinkelkwartier is een groene en klimaatadaptieve leefomgeving met een hoge ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door inrichtingsaspecten zoals bodem, water en groen, maar ook landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden en bouwhoogte. In dit hoofdstuk zijn voor deze aspecten de effecten van transformatie en de impact op de geformuleerde ambities beoordeeld en zijn nader te maken keuzes gedefinieerd. In tabel 5.1 staan per thema de aspecten en bijbehorende criteria die in dit hoofdstuk zijn beoordeeld. Thema Bodem en ondergrond

Aspect Bodemopbouw Bodemkwaliteit Niet gesprongen explosieven Kabels en leidingen Oppervlaktewater

Water

Waterveiligheid Grondwater Waterkwaliteit Hemelwater Landschap

Landschap, groen en natuur

Groen

Gebiedsbescherming Soortenbescherming Bomen Cultuurhistorie Cultuurhistorie en archeologie Archeologie Vliegveiligheid Bouwhoogte Windhinder Schaduwwerking Tabel 5.1 – Beoordelingskader duurzame inrichting

Beoordelingscriterium Impact bodemopbouw Mate van bodemverontreiniging

Methodiek Kwalitatief Kwalitatief

Impact niet gesprongen explosieven

Kwalitatief

Impact aanwezige kabels en leidingen Impact op doorstroming en kwantiteit van oppervlaktewater Impact op bescherming tegen overstroming Impact op grondwater Mate van verontreiniging van oppervlakte- en grondwater Mate van bescherming tegen intensieve regenbuien Impact op landschappelijk groen Mate waarin aan de referentienorm groen wordt voldaan Impact op beschermde natuurgebieden Impact op beschermde soorten Impact op beeldbepalende bomen Impact op cultuurhistorische waarden Impact op archeologische waarden Impact op vliegveiligheid Mate waarin windhinder optreedt Mate waarin schaduwwerking optreedt

Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

Bodem en ondergrond 5.1.1 Beoordelingskader In het kader van het OER is historisch bodemonderzoek en onderzoek naar kabels en leidingen uitgevoerd (zie bijlage 4 bij het OER). Op basis van tabel 5.2 zijn de effecten en de impact op de ambities beoordeeld. Aspect Beoordelingscriterium Bodemopbouw Impact bodemopbouw Bodemkwaliteit Mate van bodemverontreiniging Niet gesprongen explosieven Impact niet gesprongen explosieven Kabels en leidingen Impact aanwezige kabels en leidingen Tabel 5.2 – Beoordelingskader bodem en ondergrond

Methodiek Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

54

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

5.1.2 Huidige situatie en referentiesituatie Bodemopbouw De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een zandlaag van 1-3 meter, daaronder het Holocene pakket (bestaande uit een laag Hollandveen van 2 tot 3 meter met daaronder een laag zand/klei van 9 tot 10 meter) en daaronder het basisveen van circa 0,5 meter dikte. In de diepere ondergrond is het Pleistocene zand aanwezig. Aan de noordoostzijde van het plangebied is dit zandpakket op een diepte van ongeveer 40 tot 60 meter -NAP vervangen door glaciale afzettingen. Dit glaciale bekken is na het afsmelten van het landijs opgevuld met sedimenten (zie figuur 5.1). Om die reden geldt dat hier in geval van hoogbouw onderzoek nodig is naar de benodigde funderingsdiepte.

Figuur 5.1 – Glaciale bekken

Figuur 5.2 – Geulensysteem

Het plangebied wordt doorkruist door een geulensysteem, dat in het noorden in verbinding staat met de geulen van het Oer IJ (zie figuur 5.2). Dit geulensysteem heeft mogelijk de eerste zandlaag geërodeerd. Uit onderzoek blijkt dat de geulen binnen het Holocene pakket liggen en naar verwachting een beperkte invloed hebben op de stabiliteit in de ondergrond. Nader geotechnisch onderzoek moet uitwijzen of de eerste zandlaag daadwerkelijk ontbreekt. Als dat het geval is moet rekening worden gehouden met de benodigde lengte van funderingspalen.

Figuur 5.3 – Zandophoging jaren vijftig

Figuur 5.4 – Hoogteligging maaiveld

In de jaren vijftig van de twintigste eeuw zijn, ter uitvoering van het AUP, grote delen Amsterdam NieuwWest opgehoogd met zand uit de Nieuwe Meer (zie figuur 5.3). Ook delen van Schinkelkwartier, waaronder

55

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Riekerpark en De Plantijn, zijn opgehoogd. In de huidige situatie zijn er verschillen in maaiveldhoogte (zie figuur 5.4), waarbij met name de hoge ligging van de infrastructuur en het hoogteverschil tussen deelgebied Schinkelhaven (stadspeil) en de overige deelgebieden opvalt. Bodemkwaliteit Op basis van de bodemkwaliteitskaart Amsterdam is de verwachting dat de bodem in het grootste deel van het plangebied niet verontreinigd is (zie figuur 5.5). Dit is aangeduid met zone 1 (lichtblauw). In het oosten van het plangebied zijn twee kleine delen die respectievelijk een lichte mate van verontreiniging (zone 3, oranje) en een sterke mate van verontreiniging (zone 5, paars) kennen. Uit het historisch bodemonderzoek (zie bijlage 4a en 4b) blijkt echter dat de bodem (roze) en waterbodem (bruin) in Schinkelkwartier als gevolg van historische bedrijfsmatige activiteiten of ophogingen licht tot sterk verontreinigd zijn (zie figuur 5.6). Er zijn echter in het verleden ook al diverse locaties gesaneerd. Het is mogelijk dat met de bouw of met eerdere sloop asbest in de bodem terecht is gekomen, zodat het gehele plangebied als asbestverdacht moet worden aangemerkt. Ook kan puin in de ondergrond worden aangetroffen. Bij concrete ontwikkelingen is daarom altijd verkennend bodemonderzoek nodig.

Figuur 5.5 – Bodemkwaliteitskaart Amsterdam

Figuur 5.6 – Bodemverontreiniging

Niet gesprongen explosieven In het kader van historisch bodemonderzoek is onderzoek gedaan mogelijk niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (WOII). In WOII bevonden zich direct ten zuiden van het Aalsmeerplein loopgraven en geschutsopstellingen, zodat hier tot maximaal twee meter onder het (toenmalige) maaiveld geschutsmunitie, klein kaliber munitie, handgranaten in de bodem kunnen worden aangetroffen. Op de kruin van de ringspoorbaan, in WOII onderdeel van de Hauptkampflinie, waren bunkers, loopgraven en luchtafweerstellingen aanwezig, waardoor diverse locaties verdacht zijn op het voorkomen van klein kaliber munitie en granaten. Ten zuiden van de toenmalige Sloterweg is op 23 juni 1940 op het perceel Sloterweg 833 een Brits vliegtuig van het type Blenheim IV neergestort. De crashlocatie in deelgebied Riekerpark is verdacht van eventuele brisantbom(men) en patronen (zie figuur 5.7). Bovengenoemde verdachte locaties zijn weergegeven in figuur 5.7. Bij grondwerkzaamheden op die locaties moet een risicoanalyse conventionele explosieven worden uitgevoerd.

56

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Figuur 5.7 – Verdachte locaties munitie/granaten Tweede Wereldoorlog

Kabels en leidingen In een inventarisatie (zie bijlage 4c) zijn de belangrijkste kabels en leidingen in Schinkelkwartier en daarmee samenhangende aandachtspunten voor de verdere planontwikkeling in beeld gebracht. Uit deze inventarisatie volgt dat in Schinkelkwartier veel belangrijke kabels en leidingen liggen. Het gaat om transportleidingen voor riool, drinkwater, hogedruk gas, stadswarmte en transportkabels voor hoogspanning en data. De belangrijkste tracés zijn gelegen parallel langs de A4, de A10 en de westzijde spoorlijn en ter plaatse van de Johan Huizingalaan, de Vlaardingenlaan/Aletta Jacobslaan, de Louwesweg, de Overschiestraat, de Anthony Fokkerweg, de Valschermkade en de Vliegtuigstraat. Naast doorgaande transportroutes door het gebied, heeft de hoeveelheid ondergrondse infrastructuur te maken met de aanwezigheid van enkele grote partijen met belangrijke nutsconnecties, zoals het NLR, IBM, twee datacenters en zorginstellingen in deelgebied De Plantijn.

Figuur 5.8 - Transportleidingen riool en persleiding

Figuur 5.9 – Transportleidingen drinkwater

In figuur 5.8 zijn de belangrijke transportleidingen voor riool (rood/gele lijnen) weergegeven. In het noordoostelijk deel van Schinkelhaven ligt een belangrijk persriool (groen/gele lijn). Rondom de

57

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

transportleidingen riool en het persriool geldt een bebouwingsvrije zone van 5 meter. Figuur 5.9 toont transportleidingen voor drinkwater (blauw/gele lijnen) in het plangebied. Deze zijn van groot belang voor de leveringszekerheid van drinkwater. Aan weerszijden van deze leidingen geldt een bebouwingsvrije zone van 10 meter. De rode lijnen op de kaart geven een indicatieve ligging weer van benodigde toekomstige uitbreidingen van het drinkwaternetwerk.

Figuur 5.10 – Hogedruk gasleidingen

Figuur 5.11 - Hoogspanningsleidingen

In figuur 5.10 zijn de hogedruk gasleidingen van Liander weergegeven. Rondom deze gasleidingen geldt een bebouwingsvrije zone van minimaal 2 meter. Ten zuiden van het plangebied, ter plaatse van de Oeverlanden, ligt een hogedruk aardgastransportleiding (Gasunie). Hiervoor geldt een bebouwingsvrije zone van 5 meter. Door Schinkelkwartier lopen verschillende ondergrondse 50 kV hoogspanningstracés van Liander (zie figuur 5.11). Dit zijn verbindingen tussen de onderstations Nieuwe Meer, Anderlechtlaan, Karperweg, Schipluidenlaan, Hemweg en Zorgvlied. Rondom deze tracés geldt een bebouwingsvrije zone van minimaal 2 meter. Direct ten zuiden van het plangebied, langs de A4, is een ondergrondse 150 kV hoogspanningsleiding van TenneT (groene lijn) aanwezig. Het datacenter Global Switch en het NLR hebben in verband met hun stroomverbruik en leveringszekerheid voor hun bedrijfsvoering een directe aansluiting op het hoogspanningsnet met bijbehorend 50 kV onderstation.

Figuur 5.12 – Stadswarmtenetwerk

58

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

In 2021 is in Schinkelkwartier een stadswarmtenet aangelegd en is in de driehoek tussen de spoorlijn, de metrolijn en de A4 een hulpwarmtecentrale gerealiseerd (zie figuur 5.12). Daarmee zijn de bestaande stadswarmtenetten van Amsterdam-Zuid en Nieuw-West met elkaar verbonden. Rondom deze warmteleidingen geldt voor heiwerkzaamheden en het slaan van damwanden een veiligheidszone van 10 meter, waarvan alleen na goedkeuring van het nutsbedrijf kan worden afgeweken. De aanwezigheid van de datacenters Global Switch in deelgebied Nieuwe Meer Oost en Colt Telecom in deelgebied Schinkelhaven zorgen voor omvangrijke bundels met datakabels in het hele plangebied. Global Switch is aangesloten op een van de grootste internetknooppunten, de Amsterdam Internet Exchange. Rondom de belangrijke kabels en leidingen gelden beperkingen voor graafwerkzaamheden en nieuwe bebouwing. Van de geldende afstanden kan alleen worden afgeweken na goedkeuring van het betrokken nutsbedrijf en/of de leidingbeheerder. Uitgangspunt daarbij is dat de beheerbaarheid, bereikbaarheid, de risicovrij ligging en de leveringszekerheid van deze kabels en leidingen gewaarborgd blijft. Om conflicten met bestaande ondergrondse infrastructuur zo veel mogelijk te voorkomen, is de bestaande ligging van kabels en leidingen het uitgangspunt bij de verdere planontwikkeling.

Het zal echter ook nodig zijn om in overleg met de nutsbedrijven bepaalde kabels en leidingen te verleggen. In de toekomst moet in of nabij Schinkelkwartier rekening worden gehouden met de benodigde verzwaring van het elektriciteitsnet, waaronder een nieuw onderstation en een ondergrondse hoogspanningsleiding. De netverzwaring leidt ook tot nieuwe traforuimtes die de elektra geschikt maken voor woningen en bedrijven. Niet alleen aanvoer van elektra vraagt een verzwaring van het elektranetwerk, ook moet rekening worden gehouden met teruglevering van elektra door zonnepanelen. Hiervoor moeten in overleg met Liander in veel gevallen extra transformatoren worden geplaatst. Om in 2040 aardgasvrij te zijn, zal ook het gasnetwerk in het plangebied geruimd of anders ingezet gaan worden. De benodigde ondergrondse infrastructuur, waaronder uitbreiding van het stadswarmtenet, is afhankelijk van de keuze voor het toekomstige energiesysteem. Ook de koudevraag kan een beslag leggen op de ondergrond. In geval van toepassing van warmte/koude opslag (WKO) is onderzoek nodig naar mogelijke interferentie. Voor afvalwater en drinkwater moet met Waternet per deelgebied gekeken worden naar de capaciteit van de huidige leidingen en de benodigde hoeveelheid nieuwe leidingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13512890/1