CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

11.02.2026 Conceptverslag OZA

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare vergaderingen van de raadscommissies van13.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het lid blijft wel hoopvol en vindt de ambitieagenda er goed uitzien. Wel hoort het lid nog vaak van ouders dat zij niet weten waar ze terecht kunnen, en het lid vindt dat in de afdoening van de daarover ingediende motie inzicht voor de ouders wordt afgedaan als niet per se wenselijk. Het lid roept de wethouder op om ouders meer als partners te gaan zien en vraagt hoe naast de door het college genoemde oudergroep in IJburg ook andere oudergroepen worden ondersteund. Het lid is benieuwd hoe de wethouder kijkt naar de leerlijn Schoolaanwezigheid en hoe kan worden bevorderd dat deze leerlijn meer gevolgd wordt. Het lid maakt zich zorgen over het feit dat particuliere onderwijsinitiatieven geen zorgplicht hebben voor het onderwijs en verzuim dus niet hoeven te melden. Het lid vraagt of er met deze instellingen afspraken kunnen worden gemaakt om uitvallers te melden bij Leerplicht. Tot slot vraagt het lid hoe ervoor kan worden gezorgd dat de zorgdomeinen en de onderwijsdomeinen elkaars expertise goed weten te vinden en of een expertisecentrum hier een oplossing voor zou kunnen zijn. Het lid RUNDERKAMP zet uiteen dat er in Amsterdam steeds meer leerlingen thuiszitten zonder onderwijs en dat de gevolgen voor deze kinderen, hun ouders en hun omgeving groot zijn.

Het lid schaart zich achter een aantal punten in de brandbrief en vindt dat het kraakhelder moet zijn welke instantie waarvoor verantwoordelijk is. In ieder geval is de school van de thuiszitter verantwoordelijk voor het bieden van onderwijs en het lid denkt dat er creatieve manieren zijn om onderwijs aan te bieden. Het lid vindt het

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

belangrijk om te onderzoeken wat de onderliggende oorzaken van het thuiszitten zijn en wijst erop dat volgens de inspreker het aspect maatwerk vaak wordt vergeten. Het lid vindt dat er niet mag worden geconcludeerd dat een kind niet op een school past, maar dat de school zich af moet vragen hoe het kind op de school kan passen. Het lid is huiverig vanwege de vele ideeën, programma's en plannen van aanpak die er de afgelopen jaren zijn geweest. Wel is het lid ervan overtuigd dat het met een goed programma mogelijk moet zijn de oorzaken aan te pakken. Het lid pleit voor een Amsterdam Challenge, geïnspireerd op de London Challenge en Manchester Challenge die er rond de vijftien jaar geleden waren naar aanleiding van de groeiende ongelijkheid in het onderwijs. Met een domeinoverstijgende aanpak vanuit de gemeente zijn er daar goede resultaten bereikt. Het lid pleit voor een vergelijkbare aanpak in Amsterdam met onderwijs, OKT, jeugdhulp en Leerplicht, gericht op het voorkomen dat leerlingen thuis komen te zitten. Het lid EMMERIK vertelt ook voor de laatste keer deze commissievergadering bij te wonen en persoonlijk geraakt te zijn door dit onderwerp. Het lid vertelt dat het bij thuiszittende kinderen vaak gaat om autisme of andere vormen van neurodivergentie, waar kinderen vastlopen in een schoolsysteem dat te rijk is aan prikkels, te onveilig of te weinig flexibel.

Het lid ziet in de brandbrief een goed en realistisch stuk met een waslijst aan knelpunten, maar ook met de juiste oplossingen en refereert aan een expertmeeting in 2025, waarin een aantal punten uit de brandbrief al zijn benoemd en maatregelen zijn voorgesteld. Het lid constateert dat de brandbrief laat zien dat er te weinig is veranderd. Het lid vertelt een dochter van 17 te hebben die een periode heeft thuisgezeten en herkent veel punten in de brandbrief en de impact op het gezin. Het lid heeft aan zijn dochter gevraagd wat er in haar ogen anders had gemoeten, waarop zijn antwoordde dat er alleen maar werd gepraat maar dat er verder geen hulp werd geboden. Het lid heeft zelf een gebrek aan flexibiliteit ervaren, bijvoorbeeld doordat het tijdens deze periode niet mogelijk bleek te zijn via een camera de lessen te volgen, terwijl daarmee tijdens de covidperiode genoeg ervaring is opgedaan. Een ander punt dat het lid constateert is dat het vrouwenlichaam niet serieus wordt genomen en dat er rond menstruatie nog altijd schaamte en taboe leven. Meisjes durven hun klachten vaak niet te benoemen richting de school of oudere docenten, en dat werkt volgens het lid schoolverzuim in de hand. Het lid vindt dat de bewustwording die nu in de zorg plaatsvindt moet worden doorgetrokken naar het onderwijs.

Het lid wijst op de omslag van de focus van afwezigheid naar aanwezigheid, dat onlangs is aangestipt door de nationale Kinderombudsman. Het lid vertelt dat zijn dochter over een afwezigheidslijst opmerkte dat er niet gekeken was naar hoe vaak ze wel aanwezig was geweest, ondanks dat dat heel moeilijk was. Het lid vindt dat deze omslag in denken noodzakelijk is en dat er een verschuiving moet komen van individuele schuld naar systeemverantwoordelijkheid en van handhaving naar ondersteuning en maatwerk. Het lid vraagt hoe de wethouder de aanbevelingen van OCO concreet gaat opvolgen en wat dat op korte termijn betekent voor kinderen die nu thuis zitten. Daarnaast wil het lid graag weten of de wethouder snel uitvoerbare maatregelen ziet om jongeren met neurodivergentie en autisme te ondersteunen. Tot slot doet het lid een oproep om in het onderwijs meer rekening te houden met het vrouwenlichaam. Het lid HAIJEN staat stil bij het feit dat een jaar of tien geleden de beweging naar passend onderwijs is ingezet. Het lid constateert dat het geen passend onderwijs heeft opgeleverd maar meer knellend onderwijs omdat het reguliere als het speciaal onderwijs nooit de mankracht en de middelen hebben gekregen om kinderen de juiste begeleiding te geven. Het lid is benieuwd of er een leerkracht of een onderwijsassistent voor de klas staat bij de onderwijszorggroepen.

Ook vraagt het lid of ouders die nu door de bomen het bos niet meer zien straks goed worden verwezen naar de onderwijszorggroepen. Tot slot vraagt het lid of er niet meer moet worden ingezet op personen die hij voor het gemak even fixers noemt, die extra begeleiding bieden om kinderen uiteindelijk weer in het onderwijs te laten landen. Het lid heeft begrepen dat dit een succesvolle aanpak is, maar dat er maar twee van deze personen zijn. Het lid ABOELKASEM schaart zich achter de voorgaande bijdragen. Het lid begrijpt uit de brandbrief dat Leerplicht niet altijd op de hoogte is van thuiszittende

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

leerlingen en vraagt zich af welke afspraken er zijn met schoolbesturen en welke afspraken er zijn rondom melden en opvolging. Het lid is benieuwd hoe er gecontroleerd gaat worden of thuiszitten in deeltijd ook gemeld wordt. Het lid stelt vast dat er behoefte is aan meer transparantie en vraagt of er een publieke tool kan komen die concreet inzicht biedt over het ondersteuningsaanbod van Amsterdamse scholen. Ook is het lid benieuwd hoe er wordt geborgd dat scholen deze informatie volledig en op tijd aanleveren. Het lid weet dat het thuiszitten van een kind een gezin financieel kan ontwrichten en vraagt hoe de wethouder denkt over een frictiefonds, dat noodoplossingen kan bieden ter overbrugging van de periode van thuiszitten. Het lid YEMANE dankt het OCO en ook de ouders die hun, vaak schrijnende, verhalen in de commissie hebben verteld. Het lid benoemt de verkokering, waardoor niemand de problemen oplost en het kind thuis komt te zitten en vindt dat er anders naar gekeken moet worden. Ook is het lid van mening dat de rol van ouders en kinderen veel belangrijker moet worden. Het lid wil graag weten hoe Leerplicht kan worden aangesproken op zijn verantwoordelijkheid om scholen te wijzen op de onderwijsplicht.

Het lid denkt dat er elders in het land veel scholen zijn die op een andere manier met deze materie omgaan en doet een oproep om uitwisseling met deze scholen te faciliteren. Het lid dankt met name de scheidende leden Wehkamp en Emmerik voor hun waardevolle bijdragen in de commissie OZA. Het lid BADAL stelt dat het hele gezin lijdt als een kind thuis zit en vindt dat deze gezinnen steun verdienen. Het lid ziet een probleem in versnippering en een gebrek aan overzicht van de mogelijkheden die er zijn. Het lid vraagt of de wethouder bereid is om zwart op wit vast te leggen wie waarvoor verantwoordelijk is als een kind dreigt thuis te komen zitten. Ook verzoekt het lid om een publiek overzicht van de plekken die gecombineerd onderwijs met zorg bieden. Tot slot vraagt het lid of de gemeente in gesprek kan gaan met scholen over hun verplichting om een passende vorm van onderwijs te blijven bieden. Ook voor het lid KABAMBA is het de laatste commissievergadering OZA. Het lid schetst dat achter elk thuiszittend kind een ouder staat die te laat wordt gezien. Ook is het zo dat autisme en ADHD structureel later wordt herkend bij meisjes en bij kinderen van kleur. Daardoor worden uitval en de kans op thuiszitten vergroot. Het lid vindt dat maatwerk proactief moet worden toegepast en niet pas wanneer het escaleert.

Het lid wil weten hoe wordt geborgd dat professionals binnen het schoolsysteem structureel worden geschoold in neurodivergenties, zodat zij de materie echt begrijpen en minder snel stellen dat ze niets voor een kind kunnen doen. Ook vraagt het lid wanneer het de standaard wordt dat ouders proactief worden geïnformeerd over hun rechten, de routes en ondersteuningsmogelijkheden. Tot slot wil het lid weten hoe samenwerking met ouders, cafés en zelforganisaties structureel wordt verankerd, in plaats van incidenteel ondersteund. Wethouder MBARKI staat stil bij het feit dat het een thema betreft dat iedereen raakt. De wethouder bedankt het lid Emmerik voor het delen van zijn persoonlijke verhaal, dat kleur geeft aan het gesprek. Ook dankt de wethouder het lid Wehkamp voor het agenderen en haar niet aflatende energie op dit onderwerp. De wethouder vindt dat er sprake is van systeemfalen, waar iedereen naar kijkt en oplossingen probeert te verzinnen, en benadrukt dat het hier gaan om jonge kinderen en dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid betreft. De wethouder ziet dat de thematiek breed is en dat er veel knoppen zijn waar aan kan worden gedraaid. In dit verband wijst de wethouder op de stap die er gemaakt wordt naar meer passend onderwijs, en de Jeugdvisie.

De wethouder vertelt afgelopen week een gesprek met OCO te hebben gehad om samen te kijken welke stappen kunnen worden gezet en hoe het onderwerp op de agenda blijft. Een van de grootste terugkerende onderwerpen is het betrekken van de schoolbesturen. De wethouder vindt het enerzijds zinvol om aan hen de vraag te stellen wat er mogelijk is. Anderzijds hebben de scholen een zorgplicht en zal er iets geleverd moeten worden. Op het snijvlak van die twee moet worden meegedacht omdat het soms niet lukt, door

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

bijvoorbeeld het lerarentekort en andere uitdagingen. De wethouder vindt dat dat uiteindelijk systeemargumenten zijn, die de ontwikkeling van kinderen in de weg zitten. De wethouder nuanceert dat de duizend kinderen waar het nu om gaat niet steeds dezelfde kinderen zijn, maar dat er uitstroom en instroom is en niet alle kinderen zitten heel lang thuis. De wethouder vertelt dat er vanuit Leerplicht een uitgebreide analyse van de thuiszitters onderweg is, waar tevens meer informatie in staat over hoe het aanbod van de scholen inzichtelijk kan worden gemaakt. De wethouder denkt dat het gesprek hierover met de schoolbesturen op gang moet worden gehouden. De leerplichtambtenaren spelen hierin volgens de wethouder geen grote rol, omdat zij geen professionals zijn die een analyse kunnen maken van de zorgbehoefte of die kunnen passen op het aanbod van de school. Het lid VAN DER KAMP vraagt in een interruptie wat er volgens de wethouder nodig is om leerplichtambtenaren hierin beter te faciliteren, of dat de wethouder dit überhaupt niet als hun taak ziet. Wethouder MBARKI antwoordt dat Leerplicht een beweging naar de regierol gaande is, maar dat dat om een andere werkwijze vraagt. Er wordt wat anders gevraagd van de leerplichtambtenaren dan vroeger en dat vraagt andere vaardigheden.

Er worden trainingen, intervisies en gesprekken aangeboden, zodat leerplichtambtenaren hun nieuwe rol op kunnen gaan pakken. Het lid VAN DER KAMP vraagt in een vervolginterruptie wat de wethouder aan middelen of mogelijkheden heeft om de schoolbesturen te houden aan hun zorgplicht. Wethouder MBARKI ziet geen heil in sancties, maar denkt dat het belangrijk is dat Leerplicht de regierol pakt. Mocht een situatie daarmee niet opgelost zijn, dan kan er worden geëscaleerd naar andere professionals rondom een school. Uiteindelijk kan er op bestuurlijk niveau nog iets gedaan worden. Al deze mogelijkheden worden volgens de wethouder met de eerdergenoemde analyse in kaart gebracht. Het lid WEHKAMP wijst in een interruptie op publicaties in de media, waaruit te lezen viel dat er bij de afdeling Leerplicht zorgen zijn over hoe dingen georganiseerd zijn en over het tekort aan leerplichtambtenaren. Het lid vraagt of de wethouder kan reflecteren op deze zorgen en hoe deze zicht verhouden tot de nieuwe ambities van de gemeente. Wethouder MBARKI antwoordt dat hierin een samenhang zit. Ambities kunnen alleen maar worden verwezenlijkt door in het hier en nu te kijken naar wat de nieuwe rol van Leerplicht vraagt van de leerplichtambtenaren. Ook zal de interne organisatie op orde moeten zijn en vacatures moeten worden vervuld.

De wethouder ziet dat hierin beweging zit en kan zich ook voorstellen dat er leerplichtambtenaren zijn die tot de conclusie komen dat ze niet meer op de goede plek zitten. Het lid WEHKAMP of de wethouder nog voor de aankomende raadsvergadering informatie kan geven over de status van het tekort aan leerplichtambtenaren en de stappen die worden gezet. Wethouder MBARKI antwoordt dat het tekort is opgelost en dat het jaarplan binnenkort wordt verstuurd. Over de motie waar het lid Wehkamp aan refereerde vertelt wethouder MBARKI dat die is uitgevoerd met beperkingen vanwege privacy, met informatie die vanuit Leerplicht is verkregen. Wethouder MBARKI vindt inzicht en transparantie, waar meerdere leden om vroegen, belangrijk, maar constateert dat informatie heel snel veroudert en dat ouders zich nog sneller afgewezen kunnen voelen als ze denken dat ze op basis van de juiste informatie bij een school aankloppen. Het is volgens de wethouder nu zaak om de professionals in het veld bewust te maken van het feit dat actuele informatie over aanbod cruciaal is. De wethouder vindt het vanzelfsprekend dat ouders worden meegenomen hierin. Op de vraag van het lid Wehkamp over de leerlijn Schoolaanwezigheid antwoordt wethouder MBARKI dat die wordt voortgezet. Het aantal scholen dat met de leerlijn aan de slag wil gaan groeit en de gemeente probeert dat te faciliteren.

Wethouder MBARKI vertelt dat er in principe afspraken zijn met particuliere scholen over het melden van verzuim. Wethouder MBARKI vertelt dat er wordt gewerkt aan een Amsterdam Challenge, waar het lid Runderkamp naar vroeg. Daarnaast wordt er onderzocht of er een specifieke Amsterdam Challenge kan worden opgezet voor scholen met hoog leerlinggewicht, met als doel de basisvaardigheden van basisschoolleerlingen door heel Amsterdam te versterken.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

Het lid RUNDERKAMP constateert in een interruptie dat de wethouder met de term Challenge iets anders bedoelt. Het lid doelde op een aanpak die specifiek wordt gericht op thuiszitters. Wethouder MBARKI verduidelijkt dat zijn overkoepelende Challenge onderdeel is van de eigen ambitieagenda van het college. De wethouder is van mening dat binnen de beweging naar passend onderwijs geen aparte agenda moet worden gemaakt voor een specifieke doelgroep. De duizend thuiszitters zijn er wel duizend te veel, en daar moeten stappen in worden gemaakt. De wethouder vertelt dat die stappen worden gezet door thema's expliciet te benoemen, door het gesprek in de raad te voeren en met OCO op te trekken. Het is volgens de wethouder zaak om het onderwijs zo passend mogelijk te maken voor de doelgroep die al in het onderwijs zit, om op die manier de kraan te dichten. Wethouder MBARKI onderschrijft de oproep van het lid Emmerik om meer rekening te houden met het vrouwenlichaam in het onderwijs volledig en vindt dat dat überhaupt meer moet gebeuren in onze samenleving. In antwoord op de vraag van het lid Haijen antwoordt wethouder MBARKI dat in de onderwijszorggroepen een leerkracht voor de groep staat, in combinatie met een jeugdhulpprofessional. Wethouder MBARKI ziet dat de fixers, zoals het lid Haijen ze noemde, geweldig werk leveren.

Het zijn er helaas maar twee en ze werken vanuit het samenwerkingsverband. De wethouder wijst op het feit dat er binnen het grotere veld van professionals veel meer mensen bezig zijn met het begeleiden van thuiszitters. De wethouder ziet een verschil in Amsterdam tussen scholen die veel leerlingen accepteren die elders niet meer terecht kunnen en andere scholen die hierdoor minder hoeven te doen. Dat kan leiden tot matchingsproblemen, omdat het aanbod niet per se past bij de problematiek van het kind. Hier is volgens de wethouder transparantie geboden. Op de vraag over het eventueel oprichten van een frictiefonds, waar het lid Aboelkasem om vroeg, komt wethouder MBARKI later terug. Tot slot antwoordt wethouder MBARKI op de vraag van het lid Kabamba dat neurodivergentie deel uitmaakt van de ambitieagenda. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor middellange bespreking in de aankomende raadsvergadering. 8 Uitkomsten O&S onderzoek Maatschappelijke vraagstukken (VN2026-000925) Dit agendapunt is afgevoerd.

Sport en Bewegen 12 Bespreken van de raadsinformatiebrief Voortgang aanpak dagelijks bewegen in het onderwijs (VN2026-000611) Het lid RUNDERKAMP zet uiteen dat veel Amsterdamse kinderen en jongeren niet genoeg bewegen, waarbij minder dan de helft van de kinderen tussen 4 en 11 jaar genoeg beweegt en van de jongeren tussen de 12 en de 17 jaar slechts een derde de bewegingsrichtlijn van een uur per dat haalt. het lid benoemt de Dynamische Schooldag en vindt het belangrijk deze aanpak door te ontwikkelen om beweging structureel te verankeren in school. Daartoe moeten volgens het lid verkokerde programma's als de familieschool en het inclusief onderwijs weer integraal worden vormgegeven. Ook op IKC's moet er veel meer aandacht komen voor voldoende beweging gedurende de dag, wat betekent dat er voldoende moet worden gefaciliteerd om het bewegen in de schooldag te verankeren. Wethouder MBARKI vertelt dat Nederlanders wereldkampioen zitten op scholen zijn door de manier waarop het onderwijs is ingericht. Daarom is de Dynamische Schooldag bedacht en dit concept is inmiddels een landelijk programma. De wethouder denkt dat nog niet zoveel geïntegreerd kan worden als het lid Runderkamp wenst, omdat

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

bijvoorbeeld de familiescholen niet overal in de stad gevestigd zijn. De wethouder constateert dat er bij ouders een soort natuurlijke behoefte ontstaat om te bewegen, ook voor hun kinderen. Ook ziet de wethouder mooie dingen gebeuren bij de Dynamische Schooldag. De wethouder vat samen dat het belangrijk is dat bewegen op zoveel mogelijk scholen wordt aangeboden, of het nu via de familieschool is of via de Dynamische Schooldag. Het lid RUNDERKAMP vertelt in een interruptie te begrijpen wat de wethouder zegt, maar tegelijkertijd mogelijkheden te zien dat beide elkaar kunnen versterken. Wethouder MBARKI deelt deze mening, maar vindt dat er goed moet worden gekeken naar welke vorm nu passend is. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking in de aankomende raadsvergadering. Onderwijs 13 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de Tussenrapportage ‘Werken aan kansengelijkheid op de Amsterdamse Familieschool, tussentijdse bevindingen (2024-2025) uit een meerjarig evaluatieonderzoek’ en rapportage ‘Het schoolmenu van morgen’ (VN2026-000260) Het lid WEHKAMP vertelt acht jaar geleden in de krant te hebben gelezen dat een op de drie kinderen in de Bijlmer zonder ontbijt naar school ging. Het lid woonde destijds in de Bijlmer en het bericht was de reden om zich aan te melden bij D66 om stadsdeelcommissielid te worden.

Het lid heeft in de commissie een advies ingediend om te starten met schoolontbijt en dat advies is uiteindelijk na veel vijven en zessen uitgevoerd. Het lid constateert dat het werkt en dat schooldirecteuren aangeven dat kinderen beter leren omdat ze met een volle maag in de klas zitten. Het lid wijst op scholen die op een creatieve manier zorgen dat het schoolontbijt leidt voor ontmoetingen en denkt dat het goed is dat er per school wordt gekeken wat van belang is. Het lid ziet dat er stappen te zetten naar het aanbieden van gezonde schoollunches en is benieuwd hoe de wethouder hiernaar kijkt, met het belang van maatwerk in het achterhoofd. Het lid vraagt of scholen die nog geen gebruik maken van de subsidie proactief benaderd kunnen worden. Het lid constateert dat er scholen zijn die werken met een soort boodschappenkaart, waar ouders zelf hun ontbijt mee kunnen kopen. Ouders zijn soms bang dat ze worden gekort op hun uitkering en maken er om die reden geen gebruik van. Het lid vindt dat duidelijker moet worden gecommuniceerd dat er geen gevolgen zijn voor de uitkering. Wethouder MBARKI vindt het mooi dat er een concrete reden is geweest voor het lid Wehkamp om de lokale politiek in te gaan. De wethouder complimenteert het lid met het werk dat ze op dit dossier heeft verzet.

Wethouder MBARKI vertelt dat er in de periode 2023-2025 meerdere keren samen met het Rode Kruis is geprobeerd de scholen te benaderen die geen gebruik maken van de subsidies. Ook wordt het gesprek gevoerd vanuit de gezonde schooladviseurs. De wethouder meldt dat het ondersteuningsaanbod de komende jaren blijft en dat dat ook geldt voor de boodschappenkaart, waar ook in de toekomst goede informatie op moet worden geleverd. De VOORZITTER sluit het agendapunt.

Sluiting De VOORZITTER staat stil bij het feit dat een eind is gekomen aan de vergaderingen van de commissie OZA in deze raadsperiode. De voorzitter dankt de leden,

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

de wethouders, de ambtenarij en verder iedereen die zich ingezet heeft om ervoor te zorgen dat het gesprek gevoerd kon worden. De voorzitter sluit de vergadering om 12.30 uur.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16789506/3