CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

11.02.2026 Conceptverslag OZA

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare vergaderingen van de raadscommissies van13.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 11 februari 2026, starttijd 9.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 15 april 2026

Voorzitter: Alberts Plv. Voorzitter: -Portefeuillehouders: wethouders Groot Wassink, Mbarki en Scholtes Portefeuillehouders afw.: -Commissiegriffier: Van Klooster Commissieondersteuner: Saelman Verslaglegging: Draaijer (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Runderkamp (PvdA), Yemane (GroenLinks), Hofland (D66), Wehkamp (D66), Deterink (VVD), Hylkema (VVD), Van der Kamp (VVD), Emmerik (PvdD), Haijen (SP), Aboelkasem (DENK), Badal (CDA), Noordman (Forum voor Democratie), Kabamba (Partij voor Morgen) Afwezige commissieleden (mk): Van Pijpen (GroenLinks), Van der Veen (GroenLinks), Bouhassani (PvdA), Vesseur (Volt) Overige aanwezigen: Tuzgöl-Broekhoven (kinderombudsman)

ALGEMEEN GEDEELTE 1a Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.15 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1b Mededelingen De VOORZITTER vertelt dat de leden Van Pijpen, Van der Veen, Bouhassani en Vesseur zich wegens ziekte hebben afgemeld. De VOORZITTER staat stil bij het feit dat het de laatste commissievergadering is in deze bestuursperiode en vermeldt dat bespreekpunten die worden doorgezet naar een raadsvergadering meteen worden geagendeerd voor de aankomende raadsvergadering, die inmiddels voor vijf dagdelen staat gepland. Wethouder SCHOLTES memoreert in de commissievergadering van 7 mei te hebben toegezegd het aansluiten van woningcorporaties bij Team H020 te bespreken en te vragen of het team een rol kan spelen in het uitwisselen van verhuizende patiënten. Hieruit is voortgekomen dat H020 voor zichzelf geen rol ziet ten aanzien van de verhuizende patiënten, met name omdat het team is gericht is op huisvesting en als doelgroep de huisartsen zelf heeft. Verder gaat de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties bij het eerstvolgende overleg van H020 een presentatie geven over

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

hun maatschappelijke- en bedrijfsvastgoed en de eventuele mogelijkheid tot een bijdrage voor de huisvesting van huisartsen. Er zal in dat overleg ook worden besproken hoe een contact structureel kan plaatsvinden. Vooralsnog zijn er geen plannen om andere vastgoedeigenaren te laten aansluiten, maar van bestaande contacten wordt wel goed gebruik gemaakt. Wethouder SCHOLTES meldt dat de aangekondigde campagne over het stigma rond hiv door de GGD is gestart. Het doel is om het negatieve label dat er aan hiv kleeft te bestrijden en mensen bewust te maken van bijvoorbeeld het feit dat hiv-medicatie ertoe leidt dat hiv na drie tot zes maanden niet meer meetbaar en dus ook niet meer overdraagbaar is. Onwetendheid hierover zorgt dat mensen zich niet laten testen, waardoor een infectie gemist kan worden en ook dat mensen geïsoleerd kunnen raken. De campagne is gericht op alle Amsterdammers. Wethouder MBARKI refereert aan recente publicaties in de media over het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam West. De wethouder heeft op 3 februari een bezoek gebracht aan de school en heeft een goed gesprek gevoerd met de directeur over de uitdagingen op zowel onderwijsinhoudelijk gebied als de school in relatie tot de buurt. De wethouder vertelt dat hier de komende tijd samen met het stadsdeel verder gekeken wordt wat er nodig is om de uitdagingen het hoofd te bieden.

De wethouder is verheugd met de positieve houding van de school en belicht een bijzondere maatregel. De school stelt in de pauzes de gebedsruimte beschikbaar aan de leerlingen om te kunnen voetballen. 1c Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mede dat de Kinderombudsman aanwezig is voor de behandeling van agendapunt 3. Voor agendapunt 5 zijn geen aanmeldingen en de voorzitter stelt voor het te hameren. De vergadering gaat hiermee akkoord. Op verzoek van het lid Deterink wordt agendapunt 8 afgevoerd van de agenda. De VOORZITTER stelt voor de bespreekpunten 9, 10 en 11 van de portefeuille Zorg te bespreken na agendapunt 4. De vergadering gaat hiermee akkoord en de agenda wordt aldus vastgesteld. 1d Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 14 januari 2026 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Er zijn geen opmerkingen. 1f TKN-lijst Op verzoek van het lid Belkasmi wordt tkn-punt 3 behandeld in de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 15 april. 1g Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

INHOUDELIJK DEEL 2a Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan lopen. 2b Inspreekmoment publiek Er hebben zich vier insprekers gemeld en zij krijgen allen drie minuten spreektijd. Bij agendapunt 2b. Hulpvraag IPSO Huis Ananas: We vragen de raad om ons te helpen zodat wij mensen met kanker en hun naasten kunnen blijven helpen. Inspreker 1, Jacqueline DE MAA, spreekt in namens IPSO Huis Ananas, dat voor kankerpatiënten een unieke en onmisbare plek inneemt tussen ziekenhuis, behandeling en weer naar huis. Mensen met kanker kunnen daar voelen dat ze niet helemaal alleen zijn. Inspreker vertelt dat Ananas drie dagdelen per week gratis huisvesting heeft in het buurtteam in de Rijnstraat. Deze huisvesting stopt per 1 juli en daarmee lijkt ondanks alle inzet ook het einde van IPSO Huis Ananas. Inspreker zet uiteen dat Ananas een van de honderd IPSO huizen in Nederland is, waar informele psychosociale zorg wordt gegeven. Er is een inloop met koffie en thee, er zijn lotgenotengroepen, een wandelgroep, mindfulness, herstelyoga, maar er is ook een spreekuur over UWV, ziekte en arbeidsongeschiktheid. Daarnaast is er een spreekuur met een verpleegkundige en er is een budgetcoach, in samenwerking met het buurtteam. Inspreker vraagt de hulp van de raad om IPSO Huis Ananas te behouden.

Dat kan in de vorm van een structurele subsidie of door gratis huisvesting. Inspreker beschrijft alles wat ondernomen is om Ananas te behouden en constateert dat iedereen het belang van Ananas onderschrijft, maar dat het overal net buiten de kaders valt. Er lopen nog twee pogingen om middelen te verwerven, maar als dat niet lukt is er per 1 juli geen IPSO Huis meer in Amsterdam. Bij agendapunt 2b. Campagne 'Laat heel de stad eten' / Bestaanszekerheid en het recht op voedsel in Amsterdam. Inspreker 2, Jeffrey SPANGENBERG, spreekt in namens voedselcirkel en vertelt dat er in Amsterdam jaarlijks genoeg voedsel wordt verspild om de Johan Cruijff Arena meerdere keren te vullen. Tegelijkertijd leeft een op de negen Amsterdammers in voedselonzekerheid, in Rotterdam is dat een op de zeven en in Londen een op de vier. Inspreker noemt het misschien de meest beschamende paradox van deze tijd dat we omkomen in overvloed maar verhongeren in schaarste. Het ontbreekt volgens inspreker niet aan eten, maar aan de politieke lef om voedsel als publieke basisvoorziening te zien. De ruim 600 voedselinitiatieven in de stad vormen een sociale microbioom, die op een wankele basis rust door het gebrek aan structurele ondersteuning en waardering.

Inspreker wijst op de EU Waste Framework Directive, die geeft de ruimte geeft om voedseldonatie te prioriteren voor verspilling, en de tools die er zijn voor convenanten met supermarkten. Inspreker vraagt zich af waarom deze tools niet worden gebruikt en roept op te stoppen met het zien van voedselhulp als liefdadigheid, maar de toegang tot gezond voedsel als een publieke basisvoorziening te gaan beschouwen. Inspreker noemt gezond eten de goedkoopste vorm van preventie en roept alvast op het recht op voedsel op te nemen in het nieuwe coalitieakkoord. Bij agendapunt 6. Bespreken van de voortgangsbrief “Amsterdammerschap in het onderwijs 2023-2027” Inspreker 3, Minka BOS neemt de plaats in van Daniel Da Costa en is oprichter en artistiek directeur van Stichting In mijn Buurt - Leren door Ontmoeting. Inspreker zegt dank namens Mirjam Mater, die in september overleed en met 9000 Amsterdamse leerlingen haar ervaringen deelde over de Tweede Wereldoorlog. Inspreker zegt ook dank namens de docenten in Amsterdam die aangeven dat hun leerlingen namens het

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

programma van In Mijn Buurt geleerd hebben om zich in te leven in een ander, en namens alle leerlingen die ondanks aanvankelijke verlegenheid de verhalen van ouderen doorvertellen op podia bij verschillende maatschappelijke en culturele evenementen. Inspreker vertelt hoe de stichting is gegroeid van een groepje van 28 jongeren in 2012 tot meer dan 1200 jongeren nu. Verhalen worden verteld, vooroordelen worden doorbroken, mensen leren elkaar kennen en blijven elkaar ontmoeten. Alle verhalen zijn na te lezen op de website van de stichting en in het Stadsarchief en de kinderen vertellen ze door. Inspreker roept deze raad, en ook de volgende, op om In Mijn Buurt te behouden. Het lid YEMANE vertelt namens de fractie van GroenLinks het werk van de stichting erg te waarderen, en vraagt waarom het zo belangrijk is dat jonge Amsterdammers leren over de verhalen van mede-Amsterdammers die de oorlog hebben meegemaakt, of naar Amsterdam zijn geëmigreerd. INSPREKER vindt dit een moeilijke vraag, omdat het voor haar zo vanzelfsprekend voelt, maar legt uit dat er door de ontmoetingen in huiskamers veel verbinding ontstaat. Inspreker ziet dat de behoefte aan ontmoeting groeit door de toenemende polarisatie en spanningen en dat de ontmoetingen tussen verschillende generaties en verschillende mensen met verschillende culturen en achtergronden bijdragen.

Kinderen leren het verhaal in de ik-vorm mee te nemen en worden daarmee erfgoeddrager te worden van wat zij meekrijgen. Voor ouderen verlicht het de eenzaamheid als zij hun verhaal kunnen vertellen voordat ze er niet meer zijn. Er wordt een stuk geschiedenis van migratie, koloniaal verleden en ook van de Tweede Wereldoorlog behouden voor de stad en kinderen krijgen de kans hun talenten ontwikkelen en nieuwe sprekers te worden voor ons allemaal. Bij agendapunt 7. Brandbrief OCO, Cliëntenbelang Amsterdam en Jeugdplatform Amsterdam over thuiszittende kinderen Inspreker 4, Floor KASPERS, spreekt in namens OCO, dat al 19 jaar vragen van ouders, kinderen en mbo-studenten beantwoordt over onderwijs. Inspreker vertelt dat er nog nooit zoveel thuiszittende leerlingen zijn geweest als nu. Bij de thuiszittersaanpak van 2017 is geprobeerd het aantal thuiszitters terug te brengen van 283 naar 48 en momenteel zijn het er meer dan duizend en daarmee betreft het een procent van de Amsterdamse leerlingen. Inspreker ziet dat er mooie plannen en initiatieven zijn, maar dat het aantal thuiszitters nog steeds stijgt. De aanpak hiervan ligt bij schoolbesturen en samenwerkingsverbanden, maar ook bij de gemeente. OCO benoemt drie speerpunten. Ten eerste dient de school door de leerplicht aangesproken te worden op de verantwoordelijkheid om onderwijs te bieden, ook en juist als het moeilijk is.

Ten tweede is transparantie nodig over het aanbod van school- en jeugdhulp. Ook aan ouders, ondanks dat de wethouder gisteren zei dat die informatie bij professionals moet liggen en niet bij ouders. Ten derde dient bij concrete oplossingen en bij beleid het perspectief van ouders en leerlingen centraal te staan. Voor een thuiszittend kind en zijn omgeving is het niet relevant in welk domein zijn problematiek valt. Wel wat er nodig is om te zorgen dat een gezin een moeilijke periode doorkomt met perspectief op de toekomst. Het lid WEHKAMP herkent de verhalen en ze gaan haar aan het hart. Het lid is benieuwd hoe inspreker kijkt naar de brief die wethouder Mbarki heeft gestuurd over de afdoening van de moties over zichtbaarheid en de oudercafés. INSPREKER herhaalt het opvallend te vinden dat het uitgangspunt rond transparantie is dat de professionals meer weten. OCO is daar erg voor, maar vindt tegelijkertijd dat een deel van de regie terug moet naar de ouders, die door onwetendheid vaak tegen dichte deuren aan lopen. OCO heeft in de brandbrief een oproep gedaan om oudergroepen die met cafés bezig zijn te steunen, zodat ze elkaar kunnen versterken en informatie kunnen delen. Inspreker noemt het opvallend dat in de brief de focus sterk lag op een specifieke groep in IJburg, terwijl er veel meer groepen zijn, al dan niet zichtbaar, waar OCO graag meer voor zou willen doen.

Het lid YEMANE vraagt of inspreker een voorbeeld kan geven van een van de verhalen, zodat het belang van het betoog wat concreter duidelijk wordt. INSPREKER licht toe dat een groep waarbij een rol voor de gemeente is weggelegd bestaat uit kinderen van 5 tot 7 jaar, waarbij duidelijk is dat er meer nodig is maar waar de school dan bijvoorbeeld zegt dat het kind niet meer, of niet volledig meer, kan komen omdat de school niet weet wat er moet worden aangevangen met het kind en verder onderzoek wil doen. OCO heeft veel respect voor scholen, maar ziet dat het kind te horen krijgt dat het

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

niet meer naar school mag, ouders zelf iets moeten regelen terwijl de begeleiding stil staat omdat er een wachtlijst is van vaak wel een half jaar. Er gaan dan discussies spelen op een niveau waar het kind en de ouders niets aan hebben, terwijl het zo belangrijk is dat er iemand naast een ouder gaat staan en het gewoon gaat regelen. Het lid RUNDERKAMP vraagt of inspreker de oorzaak weet van de grote toename van thuiszitters. INSPREKER stelt vast dat er veel oorzaken zijn, omdat iedere situatie uniek is. Wel wordt een element volgens inspreker vaak vergeten en dat is de vraag wat er van een school kan worden verwacht aan individuele ondersteuning en individueel maatwerk op het moment dat dat nodig is. OCO ziet dat er veel wordt geïnvesteerd in algemene kennis en ondersteuning, maar dat het bij specifieke vragen snel ingewikkeld wordt. Inspreker pleit ervoor om te investeren in hulp voor gevallen die ingewikkelder zijn, vooral om de middelen die er al zijn daarop in te zetten. De VOORZITTER sluit het agendapunt af. 2c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2d Rondvraag Het lid HOFLAND stelt vast dat de Taskforce Antisemitismebestrijding aangeeft geeft dat universiteiten en hogescholen meer kunnen doen voor het bestrijden van antisemitisme.

Het lid stelt dat niet geaccepteerd mag worden dat medewerkers zich niet veilig voelen op hun werk, studenten zich niet veilig voelen op hun school en dat er lege plaatsen zijn in de klas omdat studenten niet zijn gekomen. Het lid vraagt welke gesprekken er plaatsvinden met universiteiten en hogescholen over de aanbevelingen in het rapport van de taskforce. Wethouder MBARKI onderschrijft de woorden van het lid Hofland volledig en vindt het pijnlijk dat in Amsterdam sprake is van studenten en medewerkers aan kennisinstellingen die zich niet veilig voelen vanwege hun Joods zijn. De wethouder vindt dat iedereen zich daar verantwoordelijk voor moet voelen en dat de strijd tegen antisemitisme belangrijk blijft. De wethouder benoemt de eigen aanpak antisemitisme, die in 2025 is ingevoerd, en vertelt dat het college daarmee de meldingsbereidheid probeert te vergroten en ook verbinding en ontmoeting probeert te stimuleren. De wethouder ziet ook raakvlakken met het Amsterdammerschap, waarover later in deze vergadering zal worden gesproken, en ook is ingezet op het verder versterken van het Joodse leven in de stad, ook na de excuses die de burgemeester gemaakt heeft. De wethouder ziet dat ook de kennisinstellingen zelf aangeven hierin een grote rol te kunnen en moeten nemen en daartoe gesprekken aangaan met hun medewerkers en studenten.

De gemeente ondersteunt op dit vraagstuk graag, als de instellingen hiervoor open staan. Het lid RUNDERKAMP wijst op publicaties in de afgelopen week in het Parool, waaruit bleek dat 26.500 opnames op de spoedeisende hulp kunnen worden toegeschreven aan rokers en vapers. Het lid wijst op de opening van het eerste rookvrije park van Nederland in Breda, en is benieuwd hoe de wethouder hierover denkt. Wethouder SCHOLTES vindt deze ontwikkeling interessant en denkt dat het goed is als het college eens in Breda gaat kijken om inspiratie op te doen richting een rookvrije generatie. Het lid YEMANE vraagt of de wethouder kan reflecteren op de inspraak over IPSO Huis Ananas, hoe hij naar de noodkreet kijkt en of hij denkt dat er nog iets gedaan kan worden. Wethouder SCHOLTES vertelt tijdens het reces met inspreker gepraat te hebben en zegt toe dat er een afspraak komt om te kijken of er nog iets kan worden gedaan. De wethouder weet dat er een aantal opties is waar wellicht nog naar gekeken kan worden en

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

onderschrijft het belang van dit lotgenotencontact met de bijkomende toegevoegde waarde. Het lid YEMANE vraagt, mede namens de fractie van DENK en naar aanleiding van de nieuwe publicaties over het ongewenste effect van de zogenaamde pauzeknop, of de gemeente zicht heeft op de groep Amsterdamse ouders die slachtoffer zijn geworden van het toeslagenschandaal. Ook wil het lid graag weten of er signalen zijn gekomen van Amsterdammers en of medewerkers van buurtteams en steungroepen extra kunnen worden geïnformeerd. Het lid ABOELKASEM refereert aan het recente rapport Het is niet jouw (studie)schuld!, waaruit blijkt dat jongeren die gedupeerd zijn door het toeslagenschandaal vaker hun studie afbreken en twee keer zo vaak met hoge studieschulden zitten. Het lid vraagt hoe het college zich voor deze groep inzet richting het nieuwe kabinet en of het college mogelijkheden ziet om in Amsterdam zelf iets te betekenen voor deze jongeren met een hoge studieschuld. Wethouder MBARKI wijst op het feit dat het nieuwe kabinet ervoor gekozen heeft de portefeuille voor de afhandeling van dit dossier in stand te houden. De lobby blijft actief, ook richting het nieuwe kabinet. De wethouder vertelt dat de gemeente vanuit de buurtteams en andere professionals zicht heeft op de groep Amsterdammers die slachtoffer is van het toeslagenschandaal.

De raad zal worden geïnformeerd als er meer nieuws is over deze groep. De gemeente zet zich in om de mensen die het nodig hebben hulp te geven. Het lid YEMANE vraagt of er vanuit de gemeente proactiever aangegeven kan worden wat er aan de hand is, zodat tijdig informatie en ondersteuning kan worden geboden en kan worden voorkomen dat weer dezelfde problemen ontstaan. Wethouder MBARKI bevestigt dat dit wordt gedaan. Het lid ABOELKASEM vraagt wat de gemeente nu kan doen om deze jongeren te helpen met hoge studieschulden. Wethouder MBARKI vindt de lobby richting het Rijk hierin belangrijk, omdat deze bal in principe bij het Rijk zou moeten liggen. Tot die tijd zal de gemeente via de eigen jongerenpunten kijken waar jongeren spaak lopen, en eventueel maatwerk toepassen om ervoor te zorgen dat ze, ook bij een schuld, hun studie kunnen voortzetten. BESPREEKPUNTEN Onderwijs 3 Rapport Kinderombudsman Amsterdam: “Anders behandeld en nu?” (VN2026000619) De VOORZITTER heet de Kinderombudsman welkom en licht toe dat het rapport wordt besproken op verzoek van het lid Wehkamp. De KINDEROMBUDSMAN vertelt dat het voorliggende rapport onlosmakelijk verbonden is met het rapport Anders Behandeld, dat vorig jaar is uitgekomen.

Voor dat rapport is de Kinderombudsman in gesprek gegaan met tachtig kinderen uit verschillende stadsdelen over wat volgens hen discriminatie en racisme zijn en hoe ze daarmee omgaan. Ook werd de kinderen naar oplossingen gevraagd. De Kinderombudsman vertelt dat de verhalen schrijnend waren, maar dat de oplossingsrichtingen perspectief boden en tot drie thema's zijn samengebundeld: normeren, laagdrempelig kunnen melden en het bevorderen van een inclusieve samenleving. In vier stadsdelen is vervolgens met professionals gesproken over hoe de oplossingsrichtingen van de kinderen verder gebracht kunnen worden. Dat heeft geleid tot drie aanbevelingen aan de wethouder. Ten eerste zou er altijd een kinderrechtentoets moeten plaatsvinden bij het maken van beleid. Ten tweede wordt geadviseerd een laagdrempelig en kindvriendelijk meldpunt in te stellen. De Kinderombudsman wijst op het onlangs gelanceerde landelijke meldpunt, maar vindt dat niet genoeg omdat kinderen hebben aangegeven dat ze er behoefte aan hebben om ook in de buurt hun verhaal en ervaringen kwijt te kunnen. aan iemand bij wie ze zich veilig voelen. Dat kan bijvoorbeeld op school, op de sportclub en op sociale media. De derde aanbeveling is het bevorderen van een inclusieve samenleving, waarbij nadrukkelijk

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

de kinderen zelf moeten worden betrokken. Het lid WEHKAMP is erg blij met het rapport en is benieuwd wat de Kinderombudsman vindt van de bestuurlijke reactie. De KINDEROMBUDSMAN vertelt positief verrast en stelt vast dat op alle punten wordt aangegeven dat eraan gewerkt wordt. Het lid NOORDMAN is benieuwd of de Kinderombudsman het rapport als wetenschappelijk zou kwalificeren. De KINDEROMBUDSMAN antwoordt dat het rapport niet wetenschappelijk is en dat de Ombudsman nooit wetenschappelijk onderzoek uitvoert maar altijd kwantitatief onderzoek. Het lid NOORDMAN vraagt hoe er is voorkomen dat er selection bias plaatsvindt. De KINDEROMBUDSMAN vertelt een hele brede uitvraag te hebben gedaan en zich niet op een specifieke doelgroep te hebben gericht. Iedereen die het gevoel heeft dat hij of zij gediscrimineerd is of daarover wil meepraten kon meedoen. Het lid NOORDMAN informeert naar de samenstelling van het team dat aan het onderzoek heeft meegewerkt en de verschillende perspectieven daarbinnen. De KINDEROMBUDSMAN legt uit dat de focusgesprekken met de kinderen zijn gedaan in samenwerking met Stichting Alexander, dat tegenwoordig is ondergebracht bij EMMA. Stichting Alexander is gespecialiseerd in het voeren van focusgroepgesprekken met kinderen en zij zijn gevraagd voor het eerste rapport.

Het tweede rapport is gedaan door de onderzoekers waar de Kinderombudsman vast mee werkt, in samenwerking met professionals van de stadsdelen, zoals docenten en politieagenten. Eerste termijn Het lid WEHKAMP wil graag weten of de wethouder met scholen en sportclubs in gesprek wil om te kijken hoe de aanbeveling over het label de komende periode goed kan worden geborgd. Het lid EMMERIK ziet in het rapport een helder signaal en constateert dat er werk aan de winkel is. Het lid heeft uit de bestuurlijke reactie begrepen dat er wordt ingezet op meldpunten, maar wijst erop dat bekendheid niet hetzelfde is als vertrouwen. Het lid is benieuwd hoe de wethouder kijkt naar situaties waarbij het mogelijk is dat een dubbele rol ontstaat, zoals een vertrouwenspersoon die ook vakdocent is. Verder weet het lid uit andere jeugddossiers dat jongeren zie niet altijd volledig serieus genomen voelen door volwassen professionals. Het lid vraagt of er signalen zijn dat een vergelijkbare dynamiek speelt bij meldpunten en of dat een reden zou kunnen zijn dat kinderen wegblijven. Het lid vraagt zich af of een extern meldpunt scholen niet ontslaat van hun eigen zorgplicht in verband met de integrale aanpak van pesten, discriminatie en buitensluiting waar de gemeente naar streeft.

Verder vraagt het lid of het meldpunt specifiek voor racisme wordt ingericht en of het dan niet logischer is een nieuw meldpunt op te richten voor alle vormen van discriminatie om intersectionele sensitiviteit te borgen. Het lid stelt vast dat huidige voorzieningen jongeren en kinderen niet bereiken en vraagt zich af of het instellen van een nieuw meldpunt daar een antwoord op is of dat er moet worden gekeken waarom het bestaande aanbod hen niet bereikt. Het lid ABOELKASEM stelt vast dat discriminatie en racisme niet wennen en nooit genormaliseerd mag worden of afgedaan als grapje of als incident. Het lid ziet dat het college stappen zet op inclusie en gelijke kansen en vertelt dat dit wat DENK betreft versterkt mag worden. Het lid is benieuwd hoe de wethouder kijkt naar een interventieprotocol voor scholen, sportclubs en binnen het jongerenwerk, waarbij iedere professional de werkwijze kent en gerichte hulp kan geven bij incidenten. Verder vraagt het lid of er een mogelijkheid kan komen dat na een melding een contactpersoon aan een kind wordt toegewezen, die zo snel mogelijk een gesprek inplant en nazorg kan leveren. Het lid NOORDMAN staat kritisch tegenover het rapport en het antwoord van de wethouder. Het lid wijst erop dat het rapport is gestoeld op een ander nietwetenschappelijk rapport, wat zojuist door de Kinderombudsman is bevestigd.

Het lid meent dat er selection bias ontstaat doordat mensen hebben gereageerd op basis van of ze er zelf zin in hadden, en dat de Kinderombudsman daar een verhaal omheen heeft

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

gebreid. Het lid ABOELKASEM stelt in een punt van orde vast dat het onderzoek waaraan het lid Noordman refereert een onderzoek is van de Vrije Universiteit Amsterdam. Het lid NOORDMAN wijst erop dat het genoemde onderzoek geen peer-reviewed wetenschappelijk artikel was en derhalve niet als wetenschappelijk te kwalificeren. Verder betoogt het lid Noordman dat er door de werkwijze van de Kinderombudsman belangenverstrengeling is opgetreden, doordat alle betrokken teams er belang bij hebben dat discriminatie wordt vastgesteld om vervolgens weer nieuwe meldpunten te creëren en meer heisa te maken. Het lid HAIJEN zegt in een interruptie dat in de commissie met voormalig wethouder Moorman praktijkvoorbeelden zijn langsgekomen van kinderen in de basisschoolleeftijd, die racisme en discriminatie ervaren. Het lid wil weten of het lid Noordman wil insinueren dat dit niet gebeurt. Het lid NOORDMAN antwoordt dat dat niet het geval is en dat hij bepaalde ervaringen niet wil bagatelliseren. Het bezwaar voor het lid Noordman is dat er steeds weer nieuwe meldpunten, nieuwe baantjes en nieuwe rapporten worden komen. Het geld wat hiermee gemoeid is kan volgens het lid beter besteed worden aan leraren voor de klas. Het lid denkt dat het probleem groter wordt naarmate dit meer voorkomt.

Het lid HAIJEN wijst erop dat de onderzoeken niet betaald worden vanuit de lump sum voor het onderwijs en dat het lid Noordman er goed aan zou doen klip en klaar te zeggen dat racisme voorkomt. Het lid NOORDMAN zegt dat iedere keer te doen en erkent het nu ook, maar wel met de kanttekening dat het lid bij bepaalde anekdotes twijfel heeft of er sprake is van racisme. Dat is de reden van de vraag over de samenstelling van het team van de Kinderombudsman en hun perspectief. Het lid vindt het opvallend dat er in het rapport geen voorbeelden zijn genoemd van antisemitisch of anti-blank racisme. Het lid KABAMBA wijst op het feit dat er jarenlang over racisme werd gezegd dat het meningen waren van ouders of kinderen. Nu er rapporten verschijnen zodat er een wetenschappelijke onderbouwing is wordt dat door het lid Noordman afgedaan als geldverspilling en het creëren van baantjes. Het lid vraagt hoe kinderen die dit meemaken ondersteund moeten worden door de wetenschap als deze rapporten er niet mogen zijn. Het lid NOORDMAN antwoordt dat het geen wetenschappelijke rapporten zijn en niet te weten wat hij met de vraag aan moet. Het lid KABAMBA verwijst naar een aantal rapporten die tijdens deze termijn zijn verschenen, waarvan meerdere een wetenschappelijke onderbouwing hadden.

Het lid vraagt of als de rapporten, afgezien van de vraag of ze wetenschappelijk zijn of niet, er niet zijn en de discussie weer wordt teruggebracht tot meningen, hoe er dan een instrument kan zijn op basis waarvan kinderen beschermd kunnen worden. Het lid NOORDMAN zou graag zien dat dit lokaler worden aangepakt en dat leraren en schoolleidingen hier meer middelen en verantwoordelijkheid voor krijgen. Van het instellen van meldpunten en dergelijke wordt het volgens het lid alleen maar heel bureaucratisch. Wethouder MBARKI spreekt dank uit aan de Kinderombudsman voor uitbrengen van een tweede waardevol rapport. De wethouder stelt vast dat discriminatie aanwezig is in de samenleving en een aanzienlijke sociale en morele impact heeft. Ook leidt discriminatie op inefficiëntie op de arbeidsmarkt, lagere productiviteit en uiteindelijk verminderde economische groei. Discriminatie begint al bij kinderen op de basisschool. De wethouder verwijst naar de bestuurlijke reactie, waarin voor een aantal zaken de plannen van het college zijn toegelicht, en gaat over tot het beantwoorden van de vragen. In antwoord op de vraag van het lid Wehkamp over het label vertelt wethouder MBARKI dat er al jaren met sportclubs wordt gesproken over dit onderwerp en dat hij denkt dat een keurmerk op zich daarbij niet gaat helpen.

Er zal vooral iets moeten worden gedaan om te zorgen dat de nodige interventies goed zijn geborgd, zodat er een cultuurverandering plaatsvindt en meldingen echt gedaan en opgevolgd worden. De wethouder vindt dat er vooral moet worden uitgegaan van een gezonde escalatie binnen een organisatie, waarbij de veiligheid wordt ervaren bij de direct betrokkenen als een trainer of een leerkracht. Als dat niet afdoende blijkt te zijn is het goed om binnen de

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

organisatie bij een vertrouwenspersoon terecht te kunnen, waarbij wordt voldaan aan de geldende protocollen. Dat daarbij dubbele rollen kunnen optreden, zoals het lid Emmerik vreest, is aan de organisatie om op te lossen. Door het instellen van een landelijk of stadsbreed meldpunt wordt geprobeerd meldingen te centraliseren, waardoor niet iedere entiteit zijn eigen meldpunt heeft. Ook is het de bedoeling dat het centrale meldpunt kan doorverwijzen naar bijvoorbeeld Slachtofferhulp of andere plaatsen waar kinderen geholpen kunnen worden. Het is volgens wethouder MBARKI belangrijk dat professionals niet handelingsverlegen zijn en daarbij spelen interventieprotocollen, naast competentie, een rol. De wethouder ziet hierin een cruciale rol voor trainingen, die worden aangeboden via de sociale aanpak aan bijvoorbeeld sportclubs. De trainingen worden niet alleen aan professionals aangeboden, maar ook aan anderen binnen de club, om zaken te herkennen en erop te kunnen handelen. Voor de wethouder is het een kerntaak van een docent of een trainer om de sociale veiligheid te kunnen waarborgen. Daaromheen is er dan een vangnet van andere professionals. Het toewijzen van een contactpersoon kan volgens wethouder MBARKI al binnen de organisatie gebeuren en hij verwijst daarvoor naar de stagebureaus binnen het mbo, die deze rol pakken als er sprake is van stagediscriminatie.

Tweede termijn Het lid NOORDMAN vraagt of de wethouder wil erkennen dat alle rapporten waarop de bestuurlijke reactie is gebaseerd niet wetenschappelijk zijn, met andere woorden dat alles dat er gedaan wordt niet is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Wethouder MBARKI antwoordt niet te kunnen reageren op alle onderzoek, maar dat het onderzoek dat door de Kinderombudsman is gepresenteerd geen wetenschappelijk onderzoek is, zoals de Kinderombudsman zelf al aangaf. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking in de aankomende raadsvergadering. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 4 Vaststellen Hoofdlijnenbesluit Buurtteam Amsterdam (VN2026-001011) Het lid WEHKAMP vindt dat buurtteams veel op hun bord hebben gehad en ziet dat er vanuit de evaluatie veel verbeterpunten zijn. Het lid leest dat de wethouder overweegt om te prioriteren op groepen Amsterdammers die de ondersteuning het hardst nodig hebben. Het lid begrijpt dat, maar vraagt hoe er wordt gezorgd dat andere groepen, zoals zelfstandige ondernemers, niet tussen wal en schip vallen. Verder ziet het lid dat buurtteams geen overbruggingszorg bieden als er wachtlijsten zijn bij specialistische aanbieders. Het lid vreest dat inwoners ook hier tussen wal en schip kunnen vallen en vraagt of buurtteams niet kunnen samenwerken met specialistische aanbieders voor overbruggingszorg.

Tot slot is het lid benieuwd of de doelen die nu worden gesteld voor de Amsterdamse maatwerkmethode niet kunnen worden uitgebreid naar doelen voor wanneer de uitvoering van een opdracht door een buurtteam goed genoeg is. Het lid RUNDERKAMP stelt vast dat er een dynamiek te ontwaren is bij de laagdrempelige ondersteuning van Amsterdammers, van specialistische ondersteuning naar generalistische ondersteuning en andersom. Het lid memoreert dat het college in 2019 heeft besloten tot een generiek loket voor zorg en ondersteuning in de buurt, en zes jaar later blijkt er meer balans nodig tussen generalistische en specialistische ondersteuning. Het lid begrijpt deze pendulewerking en kan om die reden het hoofdlijnenbesluit goed volgen. Het lid ziet dat gebied Weesp in het besluit wordt betrokken bij stadsdeel Zuidoost en vindt dat vanuit geografisch oogpunt begrijpelijk. Vanuit inhoudelijk oogpunt vindt het lid dat Weesp vanwege de ondersteuningsvraagstukken beter bij stadsdeel Oost kan worden betrokken. Het lid vindt de periode van tien jaar die in het besluit wordt genoemd erg lang, is blij dat er nog

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

onderzoek naar de lengte van de termijn wordt gedaan en geeft mee het besluit niet nu al voor tien jaar vast te leggen. Het lid YEMANE voert het woord namens het afwezige lid Van Pijpen en vraagt hoe de verbinding met de informele organisaties in de context van het besluit is geregeld. Het is bekend dat de verbinding er is, maar het lid wil graag weten waarom dit geen primaire aandacht krijgt omdat informele organisaties mensen vaak sneller en beter kunnen bereiken. Het lid HYLKEMA is blij dat de meeste pijnpunten van de VVD in het nieuwe hoofdlijnenbesluit als ambitie worden benoemd en is benieuwd naar de verdere uitwerking omdat doelstellingen vaak makkelijker worden opgeschreven dan dat ze concreet kunnen worden gemaakt. Het lid verwacht dat er per perceel nieuwe aanbieders komen en vindt het verstandig om in een vroeg stadium na te denken over hoe een daarmee gepaard gaande transitie kan plaatsvinden. Het lid wil graag weten of hier in de huidige tenderprocedure al afspraken over zijn gemaakt met aanbieders. Het lid BADAL benoemt het belangrijke werk van de buurtteams en deelt mede dat het CDA dit werk waardeert. Het CDA wil dat buurtteams standaard het gezin in beeld brengen en het lid vraagt of het college bereid is het gezinsgericht werken structureel te verankeren.

Het lid stelt vast dat de evaluatie kritisch was op de gemeente op het punt van het overzicht van met name de schuldhulpverlening. Het lid wil weten wat er concreet bij de gemeente gaat veranderen en vertelt dat ouderen hebben gevraagd om een aanspreekpunt. Wethouder SCHOLTES vindt het goed om te markeren dat er nog veel stappen moeten volgen na dit besluit en dat nu de contouren vaststaan. Hierna volgt een dialoogfase, die zal leiden tot verdere uitwerking en concretisering en uiteindelijk komt er een uitvoeringsbesluit dat eind 2026 aan de nieuwe gemeenteraad zal worden voorgelegd. Pas daarna komen de subsidietender, de subsidieverordening en de gunning en dat zal ergens in 2027 zijn. Wethouder SCHOLTES vindt het zonde dat het lid Van Pijpen uitgerekend deze laatste commissie moet missen en spreekt waardering uit voor de passie en inhoud waarin het lid heeft meegestuurd. Wat betreft de informele organisaties vertelt de wethouder dat deze rol door de gemeente wordt erkend en dat het streven is het belang van de informele organisaties te versterken. Daartoe zijn er drie punten benoemd in het besluit. Ten eerste komen er gebiedsgerichte opdracht voor het buurtteam in samenwerking met de sociale basis.

Ten tweede wordt in de nieuwe fase als opdracht verankerd dat het buurtteam een rol heeft in het organiseren van effectieve netwerken in de buurt, met een cruciale rol voor informele organisaties. Ten derde zal er collectiever worden gewerkt, in afstemming met de sociale basis, waar informele organisaties onderdeel van zijn. Wethouder SCHOLTES betoogt dat prioriteren wordt overwogen omdat de druk op de buurtteams gaat toenemen en er in ieder geval moet worden gezorgd dat de mensen die de hulp het hardst nodig hebben hem krijgen. Tegelijkertijd blijft het buurtteam voor alle Amsterdammers een laagdrempelig toegangspunt voor ondersteuningsvragen. Een deel van deze vragen kan wellicht worden omgebogen naar een meer collectief aanbod, en een ander deel naar de sociale basis. Het lid WEHKAMP stelt in een interruptie de prioritering te begrijpen, maar vraagt specifiek naar ondernemers. Van deze groep maakt volgens het lid 14 procent gebruik van de armoedemiddelen. Wethouder SCHOLTES vertelt dat wethouder Groot Wassink specifiek zal ingaan op ondernemers. Wat betreft overbruggingszorg ziet wethouder SCHOLTES dat er in het besluit stevig staat dat buurtteams deze zorg niet leveren. Het gaat er hierbij om dat dat niet alleen het probleem mag zijn van de buurtteams, maar dat er goede afspraken over moeten komen met de zorgpartijen.

Over de maatwerkmethode, waar het lid Wehkamp aan refereerde, vertelt wethouder SCHOLTES dat vrijwel alle medewerkers van de buurtteams de training

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

hebben gevolgd, maar dat deze methode in de vaten moet gaan zitten. Ook in de volgende periode komen er stedelijke afspraken over het toepassen ervan, en onderzoek om vast te stellen of de methode werkt. Wethouder SCHOLTES vertelt dat het college denkt dat de periode van tien jaar, waar het lid Runderkamp naar vroeg, rust en ruimte geeft om verder te bouwen. Er wordt nog uitgewerkt wat de evaluatiemomenten zullen zijn en er moet ruimte zijn voor wijzigingen. Wethouder SCHOLTES beaamt dat Weesp geografisch grenst aan Zuidoost en denkt dat dit relevant is voor de buurt en voor de medewerkers zelf. Over de suggestie van het lid Runderkamp om Weesp bij stadsdeel Oost onder te brengen zegt de wethouder dat er tussen de wijken van Oost grote verschillen zijn in sociale problematiek en dat van de buurtteams wordt verwacht dat ze daarop kunnen inspelen. Datzelfde geldt voor het onderbrengen van Weesp bij Zuidoost. De wethouder vertelt dat deze indeling niet wordt heroverwogen vanwege de geografische nabijheid, maar omdat de afgelopen jaren een goede basis is gelegd voor deze samenwerking binnen het gebied. Met de gebiedsgerichte opdrachten komt er ook specifieke aandacht voor Weesp. Naar aanleiding van de vraag van het lid Badal zegt wethouder SCHOLTES dat de komende maanden wordt uitgewerkt hoe gezinsgericht werken kan worden opgenomen in de opdracht van de buurtteams.

Het lid WEHKAMP herhaalt de vraag naar met de maatwerkmethode vergelijkbare bredere doelen. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat dat een onderwerp is voor nadere uitwerking. Het lid BADAL herhaalt de vraagt naar servicepunten voor ouderen. Wethouder SCHOLTES vertelt dat ook dit onderwerp bij de nadere uitwerking aan de orde komt. Wethouder GROOT WASSINK ziet naar aanleiding van de vraag van het lid Wehkamp dat er bij ondernemers in bredere zin terughoudendheid is in het benaderen van de gemeente en wijst erop dat dit al vaker in de commissie is geconstateerd. Ondernemers kunnen voor reguliere vragen zoals iedereen terecht bij het buurtteam. Het is wel zo dat er bij ondernemers vaak specifieke vragen zijn, die soms voortkomen uit de rechtsvorm van de onderneming, waarbij de specifieke kennis niet bij het buurtteam voorhanden is. Het voornemen van het college is dat er dekkend netwerk komt met ondernemersgerichte kennis, waarnaar ook door de buurtteams kan worden doorverwezen. Dit is onderwerp voor nadere uitwerking. In antwoord op de vraag van het lid Badal over schuldhulpverlening vertelt wethouder GROOT WASSINK dat het de bedoeling is om de toegang tot schuldhulpverlening te uniformeren en nadrukkelijker te positioneren in het buurtteam. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen om op de aankomende raadsvergadering kort besproken te worden.

Publieke Gezondheid en Preventie 9 Bespreken van de raadsinformatiebrief en rapportage: Terugblik en voortgang 2024-2025 programma Vitaal Ouder Worden (VN2026-000614) Het lid YEMANE onderschrijft het belang van valpreventie en vraagt hoe wordt geanalyseerd of en welke valincidenten in de openbare ruimte plaatsvinden en of daar maatregelen voor worden getroffen. Het lid BADAL complimenteert het college met het programma en constateert dat preventie in een vergrijzende stad steeds belangrijker wordt. Het CDA ziet mogelijkheden het bereik van het programma te vergroten via buurthuizen, sociale loketten en de buurtteams, waar ouderen samen komen. Ouderenplatforms melden echter dat de weg naar voorzieningen niet goed te vinden is. Het lid vraagt of de wethouder bereid is om het programma Vitaal Ouder Worden sterker te koppelen aan de al bestaande initiatieven. Het CDA mist in de brief kerken en religieuze instellingen als partner en vraagt of ook zij kunnen worden betrekken omdat diaconaal werk ouderen heel goed bereikt.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

Wethouder SCHOLTES zegt dat ouderen worden bereikt door daar te kijken waar ouderen zich begeven en daar vallen religieuze instellingen zeker onder. De wethouder weet niet of specifiek binnen de instellingen iets moet gebeuren, maar vertelt dat de gemeente wel in gesprek is met de organisaties om ouderen te bereiken. Wat betreft valpreventie wijst wethouder SCHOLTES op de Ketenaanpak valpreventie. Binnen deze keten wordt door de sociale basis en het medisch domein samengewerkt om ervoor te zorgen dat mensen de hulp kunnen krijgen die ze nodig hebben. Hierbij worden ook risicoanalyses gemaakt, waarbij het risico aangeeft welk aanbod kan worden aangesproken. Dat kan variëren van de sociale basis en verenigingen bij een laag risico, preventiecursussen en ook sport en bewegen bij een medium risico en meer uitgebreide hulp via de huisarts bij een hoog risico. De wethouder benoemt de sinds kort bestaande Sportpas 55+, waarmee senioren met een kleine beurs gratis of voor weinig geld terecht kunnen bij sportaanbieders in de buurt. Vallen heeft volgens de wethouder nooit een enkelvoudige oorzaak. Naast datgene dat ouderen zelf kunnen doen aan preventie is er binnen het programma ook aandacht voor de fysieke leefomgeving met bijvoorbeeld buurtschouwen om te kijken waar de openbare ruimte kan worden verbeterd. De VOORZITTER sluit het agendapunt.

Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 10 Bespreken van de Raadsinformatiebrief Voortgang vervanging RIS Wijkzorg (VN2026-000613) Het lid YEMANE is benieuwd naar de voortgang, omdat de brief van enige tijd geleden is. Het lid vraagt hoe ZorgNed momenteel werkt en of de registratie op orde is. Ook is het lid benieuwd of er achterstanden zijn ontstaan bij de invoering doordat medewerkers meer tijd kwijt zijn met registratie dan met klantcontact. Tot slot vraagt het lid naar het samenspel tussen IT en buurtteams en wat dat betekent voor de aanbesteding. Wethouder SCHOLTES vraagt complimenten voor de collega's die kans hebben gezien een ICT-project van de gemeente binnen budget en volgens planning af te ronden. De wethouder meldt dat het nieuwe systeem in gebruik is genomen en goed werkt en dat de eerste indrukken van de meeste gebruikers positief zijn. De wethouder deelt mede dat er in april een volledige evaluatie komt en ziet dat er natuurlijk nog aandachtspunten zijn. De inkijkfunctie, waardoor buurtteams voor inzage niet apart bij ZorgNed hoeven in te loggen, werkt nog niet goed voor de contactpersoon van een dossier. Daarvoor moet nu nog worden ingelogd, maar de verwachting is dat dat vanaf eind februari verholpen is.

De wethouder wijst op de grote urgentie waarmee het systeem draaiend moest worden gekregen, wat betekent dat er bij de overgang geen veranderingen of verbeteringen in de werkwijze zijn gekomen. Vanuit de buurtteams blijkt dat er behoefte aan is dit verder op te pakken en dat gaat de komende tijd gebeuren. De wethouder meldt dat de registratie geen achterstand heeft opgelopen bij de overgang en dat ZorgNed nu de mogelijkheid biedt om beter vooruit te kijken, wat zal helpen bij de nieuwe contractering van de buurtteams. De VOORZITTER sluit het agendapunt. 11 Hulpmiddelen Plan van Aanpak en Moties nav Rekenkamerrapport Wmo Hulpmiddelen (VN2026-000612) Het lid RUNDERKAMP betoogt dat Amsterdammers die afhankelijk zijn van een rolstoel moeten kunnen rekenen op goede en snelle ondersteuning van leveranciers en is blij dat vandaag wordt gesproken over de aanbevelingen van de Rekenkamer en de opvolging van de moties. Het lid refereert aan de mededeling over een cliëntenstop bij

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

een van de leveranciers, waar de wethouder in een vorige vergadering over heeft bericht. Het lid vindt het goed dat de wethouder is opgetreden, maar stelt tegelijkertijd vast dat er nu Amsterdammers zijn die niet goed geholpen worden wanneer hun rolstoel stuk is. Het lid vraagt wat de gevolgen zijn van de cliëntenstop voor de andere leveranciers en of zij de capaciteit hebben om dit op te vangen. Daarnaast heeft het lid begrepen dat er bij de nieuwe aanbesteding om inkooptechnische redenen niet kan worden geselecteerd op basis van prestaties uit het verleden. Het zo wrang zijn als de gebeurtenissen bij de betreffende leverancier niet kunnen worden meegenomen in de aanbesteding, waardoor Amsterdammers in de toekomst misschien met dezelfde problemen zitten. Het lid vraagt of de wethouder hierop kan reflecteren. Het lid YEMANE noemt veel punten in het plan van aanpak herkenbaar en terecht. Het lid meent dat de rechtspositie van aanvragers nog beter kan worden geregeld en vraagt wat de mogelijkheden zijn tot sanctioneren van aanbieders die niet leveren en wat daarvan direct merkbaar is voor de aanvragers. Daarnaast verzoekt het lid om de doorloopsnelheid van bezwaar en beroep in het belang van de aanvragers zo kort mogelijk te houden. Het lid hoopt dat er ook in de volgende raadsperiode raadsleden en een wethouder zijn die aan dit onderwerp hoge prioriteit blijven geven.

Het lid HAIJEN memoreert de cliëntenstop bij een niet goed functionerende leverancier en noemt dit een ommezwaai die laat zien dat de gemeente erkent dat er iets niet goed gaan en dat het voor de Amsterdammer beter moet. Hiervoor krijgt het college dank van het lid. Als gebruiker van een hulpmiddel herkent het lid veel zaken die door Cliëntenbelang zijn aangekaart. Wat betreft de moties ziet het lid dat voor complexe hulpmiddelen in de aanbesteding afspraken komen over reparatietijden en het lid is benieuwd of dit klopt. Verder onderschrijft de SP het belang van het makkelijker kunnen aanvragen van meerdere hulpmiddelen. Het lid ziet een wens van de raad om hier ruimhartiger in te zijn, met bijvoorbeeld maatwerk en benadrukt dat dit voor de SP een belangrijk punt is. Tot slot is het lid benieuwd naar de stand van zaken rond het voorstel om te werken met meerjarige beschikkingen, waardoor iemand niet steeds hoeft te bewijzen nog steeds gehandicapt te zijn. Bij de behandeling van het voorstel is aangegeven dat daar vanaf 2026 aan gewerkt zou kunnen worden en het lid is benieuwd of het gaat lukken. Wethouder SCHOLTES ziet dat er veel goed gaat, maar dat er met name bij complexe situaties verbetering nodig is. Hiermee gaat het college snel aan de slag en de raad kan een dezer dagen of uiterlijk volgende week een update verwachten.

In deze update staat ook meer over het ruimhartiger omgaan bij het aanvragen van meerdere hulpmiddelen, waar het lid Haijen naar vroeg. Voor het invoeren van meerjarige beschikkingen was ZorgNed nodig en dat traject wordt nu in gang gezet. Wethouder SCHOLTES stuurt binnenkort een brief met een planning hiervoor en vult aan dat er meer zaken zijn die hebben gewacht op ZorgNed, zoals het traject Beschikken op maat, en de pilot voor hulp bij het huishouden. Ten aanzien van de cliëntenstop voor een leverancier verduidelijkt wethouder SCHOLTES dat Amsterdammers niet meer op basis van hun postcode naar deze specifieke leverancier worden doorverwezen, maar dat mensen die per se deze leverancier willen daar gewoon terecht kunnen. Ook bestaande klanten kunnen bij deze leverancier terecht voor reparaties. Uiteraard heeft dit effect op de andere leveranciers, maar dat wordt in goed overleg met de leveranciers in de gaten gehouden. De wethouder vertelt dat het inderdaad klopt dat resultaten uit het verleden, behalve uitzonderlijke gevallen als contractbeëindiging, niet mogen worden meegenomen bij een aanbesteding. Voor de betreffende leverancier is er een verbeterplan en er wordt aan gewerkt dat deze leverancier snel weer de prestaties kan leveren die ervan worden verwacht. De sancties voor aanbieders kunnen variëren.

Er kan een opdrachtenstop of een boete worden opgelegd, waarbij wethouder SCHOLTES opmerkt dat een boete niet veel zin heeft als de leverancier daardoor nog meer in de problemen komt. Wel wordt de optie meegewogen om een eventuele boete ten goede te laten komen aan de Amsterdammer. Over bezwaar en beroep wil wethouder SCHOLTES eerst een beter beeld

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

hebben, omdat de aanname heerst dat veel mensen alsnog een hulpmiddel krijgen als ze maar in beroep gaan. De lopende en afgesloten beroep- en bezwaarzaken worden nu eerst geanalyseerd en ook wordt er gekeken of er iets kan worden gedaan aan de lengte van de procedures. Op de vraag van de SP of er in de aanbesteding eisen zijn opgenomen antwoordt wethouder SCHOLTES bevestigend. Er zitten scherpere voorwaarden in, onder andere over eisen ten aanzien van het onderscheid tussen complex en niet-complex. De VOORZITTER sluit het agendapunt. Onderwijs 5 Benoemen van drie leden in de Raad van Toezicht van het Ir. Lely Lyceum (VN2025-018819) Dit agendapunt wordt gehamerd. 6 Bespreken van de voortgangsbrief “Amsterdammerschap in het onderwijs 20232027” (VN2026-000615) Het lid HOFLAND neemt waar voor het lid Wehkamp en stelt vast dat er mooie dingen gebeuren onder het programma. Het lid betoogt dat hoe meer er gebeurt, des te meer dat een bewijs is dat er dingen nodig zijn in het onderwijs om het in de toekomst beter te hebben. Het lid ziet dat gesprekken in de klas moeilijker worden, maar dat dat ene goede gesprek in de klas heel veel ellende kan voorkomen en dat dat niet uit de onderzoeken blijkt. Dat is volgens het lid de keerzijde van preventie en daarom is het belangrijk dat de politiek zich uitspreekt en zich hard maakt voor dit soort programma's.

Het lid stelt dat er vooruit gedacht moet worden om dit soort programma's in de toekomst te blijven doen en vraagt aan de wethouder wat hiervoor nodig is. Het lid DETERINK sluit zich aan bij de woorden van het lid Hofland en is blij dat ook in het landelijke coalitieakkoord wordt ingezet op burgerschapsonderwijs. Het lid is geschrokken van de resultaten van het onderzoek van O&S en maakt zich zorgen over deze trend die de verkeerde kant op gaat. Het lid vindt het goed dat een grote meerderheid van de docenten zich bekwaam tot zeer bekwaam voelt om dit gesprek aan te gaan. Het lid vindt het belangrijk dat er een verdieping komt op het onderzoek en vraagt of daar de leraren bij betrokken zijn, met name leraren uit de stadsdelen Centrum en Zuidoost, die ondervertegenwoordigd zijn in het onderzoek. Het lid refereert aan een onderzoek van Unesco onder duizenden docenten in Europa, waaruit blijkt dat 80 procent van de docenten antisemitisme te ervaren in de klas. Het lid vraagt of de hand-out die als gevolg hiervan is samengesteld kan worden vertaald en verspreid op Amsterdamse scholen. Het lid YEMANE vraagt of het lid Deterink het eens is met het idee dit breder te doen op verschillende vormen van discriminatie en racisme, omdat er vanuit het onderzoek specifiek is benoemd dat er vraag is de mondiale crisis en de situatie in Palestina breder te trekken.

Het lid DETERINK is het hiermee eens, met de kanttekening dat er moet worden gewaakt voor overkill en vertelt te rade te zijn gegaan bij bevriende schoolleiders en docenten voor het antwoord op de vraag waar behoefte aan is. Zij hebben aangegeven dat de mogelijkheid om meer gastlessen aan te bieden welkom is, waarbij deze ook aan de ouders moeten worden aangeboden omdat blijkt dat gesprekken met ouders soms ingewikkeld zijn. Het lid weet dat daar middelen voor nodig zijn en stelt voor om hier het bedrijfsleven bij te betrekken, omdat veel bedrijven bereid zijn om maatschappelijke initiatieven te steunen. Het lid wijst op het principe van social return bij aanbestedingen en stelt voor om te onderzoeken of een deel van deze social return kan worden gebruikt om gastlessen door maatschappelijke organisaties mogelijk te maken. Het lid YEMANE sluit zich aan bij eerdere woorden en vindt het belangrijk dat de aandacht voor dit onderwerp levend blijft. Het lid ziet dat de ene school het in dit opzicht

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

beter doet dan de andere en stelt voor om uitwisseling tussen scholen mogelijk te maken op dit onderwerp. Om ouders te betrekken stelt het lid voor om de samenwerking te zoeken met informele organisaties en het lid denkt dat het zinvol is om de sportverenigingen te betrekken. Steunpunt Holocausteducatie, dat niet veel wordt gevonden door docenten, zou breder kunnen worden getrokken naar andere vormen van discriminatie en het lid wijst erop dat GroenLinks dit drie jaar geleden al heeft voorgesteld en dat destijds al is toegezegd dat de suggestie zou worden meegenomen. Het lid noemt het een gemiste kans dat dat nog steeds niet is gebeurd. Verder blijkt volgens het lid dat er onder docenten een vraag leeft naar informatie naar mondiale crisissen, niet alleen naar de situatie in Gaza. Het lid vraagt zich af of hierin samenwerking kan worden gezocht met verschillende diaspora-organisaties. Tot slot vraagt het lid of aan het rijtje van gratis bezoek aan het Holocaustmuseum, het Anne Frankhuis en het Verzetsmuseum ook de Black Archives kan worden toegevoegd. Het lid KABAMBA sluit zich aan bij het laatste voorstel van het lid Yemane en wil daar graag nog het Slavernijmuseum en het Surinamemuseum aan toevoegen omdat deze twee vrij nieuwe initiatieven een toevoeging bieden aan het concept Amsterdammerschap voor kinderen.

Wethouder MBARKI dankt de commissieleden en de inspreker en denkt dat het cruciaal is dat mensen elkaar blijven ontmoeten op de momenten dat het spannend wordt. De wethouder is blij te horen dat de ingeslagen weg goed wordt bevonden door de commissie. De wethouder benadrukt dat burgerschapsonderwijs een verantwoordelijkheid is van het onderwijs en dat de essentie van de gemeente hierin bestaat uit het ophalen en geven van informatie en ondersteunen. Als duidelijk is waar de behoefte zit kan gericht worden ondersteund, bijvoorbeeld via de VloA. Uiteindelijk is de invulling aan de scholen zelf. Wat er volgens wethouder MBARKI vooral nodig is, is geld, niet alleen landelijk maar ook lokaal, en voor het ophalen waar behoefte aan is om daar vervolgens op aan te kunnen sluiten worden leraren betrokken, dat doet de gemeente niet op basis van eigen bevindingen. Ook worden er andere stadsdelen bij betrokken voor een brede vertegenwoordiging vanuit de stad. Voor het vertalen en verspreiden van de hand-out van Unesco moet de vraag vanuit de docenten komen. Wethouder MBARKI ziet dat er veel aanbod is en dat een breed gedragen verzoek vanuit de docenten in de stad bekeken zal worden. Wethouder MBARKI merkt op er in de stad al een groot aanbod is aan gastlessen en dat daar ook initiatieven en samenwerkingsverbanden met het bedrijfsleven voor zijn.

Van dit netwerk wordt dus al gebruik gemaakt en de wethouder weet dat er bij het bedrijfsleven bereidheid is tot het sponsoren van gastlessen. De vraag is nu hoe dit de komende jaren versterkt kan gaan worden. Wethouder MBARKI wijst op het concept van de familiescholen en betoogt dat daar alles wordt gedaan dat beoogd wordt, met name het verbeteren van de sociale cohesie. Dat concept zou volgens de wethouder verbreed kunnen worden naar familieverenigingen. Wethouder MBARKI vertelt dat onder andere uit de gesprekken met docenten uitwisseling is voortgekomen, waar over en weer wordt gekeken hoe geleerde lessen kunnen worden uitgewisseld. Wethouder MBARKI antwoordt op het voorstel van het lid Yemane om het steunpunt te verbreden dat het college alleen iets wil verbreden als er gebruik van wordt gemaakt. De constatering was dat er minimaal gebruik wordt gemaakt van Steunpunt Holocausteducatie en dat er daarom wordt gekeken naar andere vormen. Het lid YEMANE denkt in een interruptie dat er misschien weinig gebruik van het steunpunt wordt gemaakt omdat het op een specifiek onderwerp gericht is en al voorkomt in het standaard curriculum. Het lid denkt dat niet zomaar kan worden gezegd dat er geen animo voor is en juist daarom wil GroenLinks het verbreden.

Wethouder MBARKI antwoordt dat er niet vanuit aannames kan worden doorgegaan met het steunpunt en dat de vraag van het lid Yemane is opgevat als een signalering van het verschuiven van de geopolitieke verhoudingen en de behoefte vanuit het onderwijs om daar iets mee te doen.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 11 februari 2026

De wethouder wijst op de middelen die vanuit de VloA kunnen worden gebruikt om bijvoorbeeld gastlessen te organiseren. De wethouder zou eerder die route kiezen dan het steunpunt verbreden. Het lid YEMANE stelt in een vervolginterruptie dat het niet sec gaat om het verbreden van het steunpunt, maar dat het gaat om de vraag die er vanuit het onderwijs leeft. Wethouder MBARKI antwoordt dat er met het onderwijs en de leraren in gesprek wordt gegaan over welke vorm zij het meest passend vinden. De wethouder wil vooral aangeven dat de facilitering momenteel al zodanig is ingericht dat er ruimte is om aan de slag te gaan. Dat zou overigens ook via de diasporanetwerken kunnen en deze mogelijkheid is al aanwezig. Ook bestaat de mogelijkheid om de Black Archives, het Surinamemuseum en het Slavernijmuseum in de toekomst te betrekken, bijvoorbeeld om via de CJP bezoeken te faciliteren. De wethouder weet dat het Surinamemuseum al door scholen wordt gevonden, maar benadrukt dat het valt en staat met de behoefte die er is. Hetzelfde geldt volgens de wethouder voor het Anne Frank Huis en het Joods cultureel kwartier. Het lid YEMANE vindt het fijn dat de genoemde musea in het aanbod worden opgenomen, maar vraagt specifiek naar wat er gratis wordt aangeboden aan scholen.

Wethouder MBARKI stelt dat nu de mogelijkheid bestaat om er via de CJP gebruik van te maken, maar dat de vraag van het lid Yemane is gehoord. De wethouder stelt voor dit mee te nemen in het overleg met docenten en het onderwijs. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking in de aankomende raadsvergadering. 7 Brandbrief OCO, Cliëntenbelang Amsterdam en Jeugdplatform Amsterdam over thuiszittende kinderen (VN2026-000618) Het lid WEHKAMP vertelt dat dit onderwerp het moeilijkste wordt om straks los te laten, aangezien dit de laatste commissievergadering OZA is voor het lid. Het lid stelt vast dat het probleem van thuiszittende kinderen al lange tijd wordt gesignaleerd en alleen maar groter wordt. Ondanks vele rapporten en actieplannen groeit het aantal kinderen dat thuis zit en geen onderwijs krijgt. De zorg van het lid gaat met name uit naar groepen kinderen die niet worden gezien, met name ongedocumenteerde kinderen en kinderen die maar een deel van de tijd naar school mogen. Het lid vindt het verdrietig om te constateren dat bij het beantwoorden van de motie die het lid in de vorige raad heeft ingediend deze kinderen weer niet worden gezien. Het lid vraagt aan de wethouder de motie uit te voeren zoals hij is opgeschreven en dat op te nemen in de ambitieagenda zodat er over gerapporteerd kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16789506/3