1. Ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050.pdf
Tekst van het document
keling en digitalisering en de effecten daarvan op economie en samenleving. Meer diversiteit en grotere verschillen Direct voorafgaand aan de coronacrisis versnelde de groei van Amsterdam. De trek van inwoners vanuit de stad naar buiten was dan ook geen bewijs van een afnemende aantrekkelijkheid van de stad. De meeste van hen bleven ook in de metropoolregio. De stroom naar buiten werd juist veroorzaakt door de nog grotere instroom naar de stad. Dit betrof hoofdzakelijk buitenlandse migratie van relatief jonge mensen. Achter de bevolkingsgroei van Amsterdam in 2019 met bijna 10.000 inwoners gaat een veel grotere dynamiek schuil. 50.000 mensen kwamen in 2019 vanuit het buitenland naar onze stad, 35.000 trokken er over de grens. 24.000 mensen vestigden zich vanuit de rest van ons land, 42.000 vertrokken er naar andere Nederlandse gemeenten. Er werden ruim 10.000 kinderen geboren en er waren ruim 5000 sterfgevallen. Het netto effect van deze dynamiek is een snel groeiende stad met een steeds diversere en internationale bevolking. De ongekend grote banengroei die Amsterdam de afgelopen jaren meemaakte, komt voor bijna de helft op het conto van de kennisintensieve dienstverlening. In de techsector groeiden enkele bedrijven in rap tempo uit tot wereldspelers.
Voor Amsterdam betekent dit dat er naast de financiële sector en media en reclame een nieuwe stevige pijler onder de stadseconomie is ontstaan. Een volgende groeisector dient zich intussen aan in de vorm van lifesciences & health. Met de ontwikkelingen van diverse kenniskwartieren en investeringen van het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid bouwen we daarvoor aan een sterk ecosysteem. Parallel aan de kennisintensieve dienstverlening maakte de aanvullende dienstverlening een snelle groei door. Horeca profiteerde van de toename van het aantal bezoekers, maar ook van de jonge, uithuizige bevolking. Amsterdam heeft daarmee een stedelijke economie die sterk lijkt op die van andere westerse metropolen. Een internationaal georiënteerde, specialistische dienstensector en een zeer omvangrijke ondersteunende service-economie. Banen voor het middenkader zijn schaarser
36
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
geworden, terwijl nog meer dreigen te verdwijnen door automatisering en outsourcing. Dit economisch profiel wordt weerspiegeld in de veranderde bevolkingssamenstelling. Amsterdam biedt steeds minder plek aan mensen met een middeninkomen. Dat heeft naast woonvoorkeuren ook te maken met de samenstelling van de woningvoorraad, die vooral bestaat uit alleen voor lage inkomens toegankelijke sociale huur (2019: 51%) en voor middeninkomens onbetaalbare, dure huur- en koopwoningen (2019: 34%). Dit betekent echter dat bijvoorbeeld politieagenten, leraren en zorgverleners, die voor het functioneren van de stad onmisbaar zijn, moeilijk een woning kunnen vinden. Het betekent ook dat wooncarrière maken in Amsterdam lastig is. Omgaan met groei Als Nederland zitten we midden in een demografische transitie, die weer onderdeel is van een beweging van wereldwijde bevolkingsgroei naar wereldwijde bevolkingskrimp. In de tweede helft van deze eeuw zal voor het eerst in de geschiedenis het aantal mensen afnemen. In veel delen van Europa is krimp al een feit en leidt de vergrijzing van de naoorlogse geboortegolf tot hoge maatschappelijke kosten. Groei in Europa is plaatselijk en te danken aan migratie. Mensen en activiteiten concentreren zich in een beperkt aantal stedelijke regio’s.
Deze steden zouden weleens de demografische en economische kurk kunnen zijn, waarop het continent de komende decennia drijft. Groei en internationalisering stellen steden voor complexe opgaven. De beweging tot concentratie van werkgelegenheid en stedelijke voorzieningen in Amsterdam is een gegeven. Maar het tegelijk plek bieden aan zoveel nieuwe inwoners blijkt onmogelijk. We staan als stad en regio voor fundamentele keuzes. Accepteren we de ongelijkmatige groei van de werkgelegenheid of zoeken we naar mogelijkheden tot een meer evenwichtige ontwikkeling? Lukt het ons om in de stad plek te bieden aan al die nieuwe inwoners of accepteren we dat woningbouw voornamelijk buiten onze gemeentegrenzen zal plaatsvinden? Hoe gaan we om met de inefficiënte benutting van de verkeersinfrastructuur door te eenzijdige zware spitsbelasting, de kwalitatieve achteruitgang van de groene landschappen rondom de stad, met de toenemende sociaal-economische
Deel I | Visie
verschillen en kansenongelijkheid binnen de stad en de hele regio? Transities als opgave Al deze vragen geven aanleiding om de ruimtelijke ordening van de stad en de metropoolregio opnieuw te overdenken. Verdere groei van Amsterdam kunnen we niet langer opvangen met alleen beter benutten. Metropoolvorming vereist een regionale inbedding van een stedelijke visie. Diverse transities brengen geheel nieuwe ruimteclaims en inrichtingseisen met zich mee: klimaatverandering, deelmobiliteit, de circulaire economie, schone energie, gezond en duurzaam voedsel, een vergrijzende bevolking. Deze een plek geven vraagt om een schaalsprong in de ruimtelijke ordening van de stad en de regio als geheel. Zo’n schaalsprong is risicovol, want er horen grote investeringen in infrastructuur, stedelijke voorzieningen en groen bij. Die investeringen doen we voor een lange periode. Eén ding lijkt zeker: de druk op de schaarse ruimte in Amsterdam neemt alleen maar toe. We moeten rekening houden met nieuwe en nog onbekende ruimtevragen, zowel boven- als ondergronds. In afwegingen waar we aan wat ruimte bieden, moeten we altijd ook de andere partijen in de regio en het Rijk betrekken. Lastig is dat we van diverse nieuwe ruimtevragen op dit moment nog niet precies weten hoe groot ze zullen zijn. De ruimte voor de energietransitie is daarvan een voorbeeld, net als de circulaire economie.
Technologische ontwikkelingen zijn een andere onvoorspelbare factor. Wat zal de invloed van autonoom rijden zijn op de mobiliteit? Lichte elektrische vervoermiddelen en elektrische fietsen veranderen nu al de manier waarop mensen door de stad en de regio bewegen. In de ruimtelijke ordening en de inrichting van de stad is het scheiden en vastleggen van functies lang een uitgangspunt geweest. In de toekomst zullen we juist rekening moeten houden met het onvoorspelbare. Een van de domeinen waar dat bij uitstek geldt, is de openbare ruimte. Maar ook gebouwen zullen eenvoudig aanpasbaar moeten zijn om te voorkomen dat ze snel onbruikbaar worden. Het zal van grote invloed zijn op de manier waarop we buurten, gebouwen, straten en pleinen vormgeven.
37
Het maken van de stad Amsterdam is sinds 1995 vooral gebouwd in grote projecten en programma’s. Het Oostelijk Havengebied, De Aker, IJburg, Zuidas, de Noordelijke IJ-oever, stedelijke vernieuwing in Zuidoost en Nieuw-West. In deze projecten en programma’s is op succesvolle wijze vorm gegeven aan de ontwikkeling van de stad. Ruimtelijke ontwikkeling is in deze periode ook een verdienmodel geworden. Met opbrengsten uit projecten als Amstel III en Sloterdijk kon de transformatie van de IJ-oevers betaald worden. Maar ook de Noord/Zuidlijn, nieuwe culturele voorzieningen en tienduizenden betaalbare woningen zijn er mede mee mogelijk gemaakt. Sturen op kwaliteit Sinds de vorige crisis worden ook beperkingen in de manier waarop we de stad ontwikkelen zichtbaar. Vergeleken met twintig jaar geleden bouwen we woningen, kantoren en voorzieningen vooral in kleinere en onderling zeer verschillende projecten. Als er op zoveel verschillende plekken door zoveel verschillende ontwerpers aan de stad ontworpen wordt, terwijl per project het aantal bouwers toeneemt, ontstaat er behoefte aan een overkoepelend idee over kwaliteit.
Waar vinden we hoogbouw van toegevoegde waarde, welke eisen stellen we aan architectuur, de publieke kwaliteit van gebouwen, de kwaliteit van de woningen, de inrichting van de openbare ruimte? Als tien kleinere projecten gezamenlijk om één grote infrastructuurinvestering vragen, wat is dan de centrale plek waar die investering geagendeerd wordt? Er is behoefte ontstaan om aanvullend op onze huidige manier van projectmatig werken stedelijke samenhang en kwaliteit te borgen. Het is een Amsterdamse traditie dat de ruimtelijke kwaliteit van de stad, de schoonheid van buurten, gebouwen en openbare ruimte uitdrukking geeft aan collectieve waarden. Dat geldt zeker ook voor de ruimtelijke continuïteit van de stad en een zekere mate van monumentaliteit. Die collectieve waarden dragen sterk bij aan het gevoel van trots, thuis voelen en erbij horen. De afgelopen jaren is er in Amsterdam veel sectoraal beleid gemaakt voor de leefomgeving. In visies op groen, openbare ruimte, duurzaam-
38
heid, mobiliteit, wonen en werken zijn doelstellingen opgenomen, die in projecten bijeenkomen. Lang niet altijd is de stapeling van eisen en ambities realistisch. De gezamenlijke ruimtevraag van normen voor groen, maatschappelijke voorzieningen, gezondheid en sport, in combinatie met de ambities voor wonen, werken en verkeer en vervoer kunnen we niet zomaar accommoderen binnen de stad. Ruimtelijk is veel wel op te lossen, maar financieel ontstaan er binnen projecten knelpunten.
ook nationaal en internationaal. Daarbij is het zaak de kracht en samenhang van de metropoolregio te versterken. Wat voor stad willen we zijn in 2050? Waar vinden we in de stad en andere delen van de regio de ruimte voor woningen, werkplekken, voorzieningen? Welke investeringen in bereikbaarheid, groen en voorzieningen zijn nodig? Hoe passen we nieuwe ruimtevragen in en beschermen we bestaande kwaliteiten? En welke manier van bouwen aan de stad hoort daar bij?
Financierbaarheid van de stad op lange termijn Problematisch is daarbij dat ontwikkeling in Amsterdam minder hoge opbrengsten genereert dan voorheen. Dat hangt deels samen met de eisen die we als stad zelf stellen aan kwaliteit, betaalbaarheid en duurzaamheid. Maar fundamenteler is dat de afgelopen jaren de nadruk bij ontwikkeling op transformatie en verdichting is komen te liggen. Zuidas is gebouwd op braakliggende gemeentegrond rond station Zuid. Iets soortgelijks geldt voor de kantoorgebieden rond Sloterdijk en Bijlmer-ArenA. Dit soort locaties zijn er steeds minder. We zijn nu vooral bezig met het veranderen van werkgebieden met lage dichtheden naar gemengd wonen en werken in hoge dichtheden. Transformatie is een complex, langdurig en kostbaar proces. Het betekent dat het verdienvermogen van deze ontwikkelingen lager is.
Een continu netwerk van stadsstraten en lanen verbindt de verschillende buurten en smeedt de stad aaneen.
Geld uit stadsontwikkeling wordt door Amsterdam al decennia gebruikt om de stad te beheren en in kwaliteit te investeren. Door de snelle groei, intensiever gebruik en de ingrijpende transities zal het in stand houden van de stad alleen maar kostbaarder worden. De vraag is hoe we naar 2050 voldoende waarde kunnen creëren om de kwaliteit van de stad in stand te houden. De urgentie van een nieuwe visie Bovenstaande ontwikkelingen maken duidelijk dat er nogal wat op Amsterdam afkomt en dat daarmee een nieuwe visie op de toekomst urgent is. Amsterdam is zich bewust van zijn kwaliteiten en potenties. De uitdaging is om deze bevoorrechte uitgangssituatie in te zetten om de transitie naar een duurzame en rechtvaardige samenleving te versnellen. Lokaal, maar
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
Deel I | Visie
39
2 Ideeën en zorgen vanuit de stad, voor de stad Voor de totstandkoming van de omgevingsvisie hebben we gesprekken gevoerd met verschillende groepen in de stad: bewoners, ondernemers, jong en oud, geboren Amsterdammers en nieuwe Amsterdammers. In de zeven stadsdelen van Amsterdam hebben zeven verhalenvangers korte verhalen verzameld over wat mensen in de toekomst nodig hebben. In alle gesprekken kwamen gedeelde waarden over de inclusieve, duurzame en verbonden stad naar voren. Een stad met ruimte voor verschillende gemeenschappen, waar mensen zich thuis kunnen voelen, een toekomst kunnen opbouwen en waar ze zeggenschap hebben over hun eigen leefomgeving. De ideeën en visies vanuit de stad hebben een grote bijdrage geleverd aan de inhoud van deze omgevingsvisie. Een aantal uitspraken zijn letterlijk in de vorm van quotes in deze visie opgenomen. Stuk voor stuk laten de quotes zien wat nodig is en waarom. Een groot aantal van de ideeën vindt zijn weerslag in de delen WAAR, WAT en HOE. Soms zijn ze concreet te herkennen en soms zijn ze abstracter verwoord, vanwege de schaal van de omgevingsvisie. Dit zijn de belangrijkste thema’s van de stad, voor de stad: Zet bestaande gemeenschappen centraal Zet in op de kracht van de diversiteit en biedt plek aan de verschillende culturen. Lokale gemeenschappen geven de stad identiteit.
Zorg dat er volop plekken zijn, zowel in de openbare ruimte als in de gebouwde ruimte, waar verschillende groepen in de stad zich thuis kunnen voelen. Duurzaamheid Bouw aan een duurzame woningvoorraad en zorg voor een klimaatbestendige, groene stad. Biedt ruimte aan stadslandbouw, dit draagt zowel bij aan lokale voedselketens als aan een gezondere stad (meer groen en sociale functies). Toegankelijkheid en betaalbaarheid Zorg voor voldoende betaalbare woningen voor bestaande en nieuwe bewoners. Geef bewoners de mogelijkheid binnen hun buurt
40
een nieuwe woning te vinden, en bied betaalbare ruimte voor lokale ondernemers, kantoren, voorzieningen, maakindustrie. Investeer opbrengsten van nieuwe ontwikkelingen in de aangrenzende buurt.
omgeving gebeurt, ondersteuning van stadmakers en initiatieven, ruimte en aandacht voor alternatieve vormen van stads- en woningbouwontwikkeling zoals commons. De stad zit vol experts: bewoners, ervaringsdeskundigen, activisten, kenniscentra en anderen. Geef ruimte aan ontmoetingsplekken De stad heeft ruimten nodig waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar ze rust kunnen vinden en zich kunnen ontwikkelen. Van culturele centra tot veilige plekken voor jongeren die nergens terechtkunnen. En zorg dat deze plekken een stabiel onderkomen en structurele financiering hebben, zodat ze kunnen wortelschieten. Dit draagt bij aan een sociale stad waar ervaringen tussen bewoners uitgewisseld kunnen worden en waarin mensen makkelijker terechtkunnen voor hulp op moeilijke momenten.
Zet in op verbinding Investeer in sociale en fysieke verbinding. Verbind buurten beter met elkaar door middel van openbaar vervoer, levendige stadsstraten en aantrekkelijke groengebieden, en maak veilige en aantrekkelijke fietspaden. Ook om de sociaaleconomische afstand tussen de stad binnen en buiten de ring te overbruggen. Investeer in ruimte voor ontmoeting en sociale verbinding en verbind oude en nieuwe bewoners door te mengen, zowel woningen als voorzieningen. Zeggenschap en eigenaarschap Geef burgers en ondernemers de ruimte om mede te kunnen bepalen wat er in hun
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
Deel I | Visie
41
3 Amsterdam naar 2050 Groeiende metropool in transitie
Levendige stadsbuurten in en rond het centrum vormen voor innovatieve bedrijven een aantrekkelijke vestigingsplek. Maar ze zijn tegelijk ook geliefd als woonplek en bieden door hun dichtheid draagvlak voor lokale ondernemers en stadsverzorgende bedrijven.
In dit hoofdstuk beschrijven we de grote opgaven, waarvoor in het volgende hoofdstuk de ruimtelijke oplossingen uiteengezet worden. Amsterdam is de kernstad van een snelgroeiende metropool in transitie. We staan als stad en regio voor grote opgaven. Zowel de snelle groei als de transities zijn een gegeven. Ze dagen ons uit en bieden tegelijk grote kansen. Kansen om voort te bouwen op het Amsterdamse karakter van een open, diverse, internationale en historische stad. Kansen om te werken aan een menselijke metropool: inclusiever, duurzamer, leefbaarder, vitaler, gezonder en compacter. Amsterdam wil richting geven aan groei, transities versnellen en ruimte bieden aan initiatieven uit de samenleving. Daarvoor is een stevige gezamenlijke inzet nodig, met de samenleving en de markt. Want het succes van de stad is geen gegeven.
Trends zetten door De groei van de stad, transities rond energie, mobiliteit, voedsel en economie, en ontwikkeling van technologie en in de samenleving werken op elkaar in. Het wordt steeds duidelijker wat de richting daarbij zal zijn. Concentratie van mensen en werk in steden zet voorlopig door. We gaan voor een CO2-vrije energievoorziening, een openbare ruimte waar ruim baan gegeven wordt aan groen, lopen en fietsen, meer delen en minder bezit, een circulaire economie en kringlooplandbouw. Tegelijk wordt de samenleving zelfbewuster, kritischer en internationaler. Noodzaak tot sturing Daarbij vragen de wijze waarop groei van het aantal inwoners, arbeidsplaatsen en bezoekers in de stad en in de regio als geheel neerslaan om sturing. Zonder sturing dreigt enerzijds voortgaande extreme concentratie en oplopende druk in en rond het Amsterdamse centrum, en anderzijds een verder dichtslibben van de wijdere regio, met verstedelijking in kwetsbare landschappen en overbelaste infrastructuur.
op de manier waarop we werken, waarbij thuiswerken en flexibele werktijden normaal worden en internationaal zakelijk reizen minder gewoon wordt. Desondanks is de komende jaren toename van werkgelegenheid in Amsterdam naar verwachting zodanig groot dat er behoefte blijft aan extra kantoren. Stad als proeftuin voor vernieuwing Amsterdam is door de eeuwen heen een plek geweest waar veel verschillende mensen uit de hele wereld heen trokken. Het is vanouds een stad die mogelijkheden tot innovatie biedt. Nog altijd is Amsterdam een ‘early adoptor’, een plek waar innovaties als eerste landen. De wereld vraagt om oplossingen voor verstedelijking, gezondheid, klimaatverandering, hoe we met grondstoffen en afval omgaan en democratische vernieuwing. Amsterdam wil zijn kernkwaliteiten - vrijzinnig, activistisch en zorgzaam - gebruiken om bij te dragen aan het oplossen van deze vraagstukken. Het zal de plek zijn waar we nieuwe oplossingen uitproberen en verbeteren, waarna we ze kunnen delen met andere steden over de hele wereld. De stad wordt een proeftuin voor de omschakeling naar een inclusieve, duurzame, leefbare, vitale, gezonde en compacte stad. Zo dragen we bij aan het aanpakken van de uitdagingen waar de wereld voor staat.
Grote opgaven In de stad en in de regio als geheel worden al belangrijke stappen gezet in het sturing geven aan de groei en aan het versnellen van transities. Ervaring die we in projecten en gebieden hebben opgedaan, vormen dan ook belangrijke input voor deze omgevingsvisie. Ze schetsen een beeld van waar we de komende decennia voor staan. Of het nu gaat om het op peil houden van de woningbouw en experimenten met nieuwe ontwikkelvormen, hoe we omgaan met nieuwe vervoermiddelen, het boven- en ondergronds inpassen van bedrijvigheid en nutsvoorzieningen in nieuwe en bestaande buurten, het klimaatbestendig en beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte of hoe we samenwerken, tussen theorie en praktijk moet een vruchtbare uitwisseling bestaan. Voor onderstaande opgaven wil Amsterdam met deze omgevingsvisie richting aangeven en ruimte creëren om nieuwe wegen te verkennen. De opgaven hangen samen met samenwerkingstrajecten in de MRA en zijn soms een uitwerking van nationale opgaven. Regionaal perspectief We plaatsen deze Amsterdamse toekomstvisie nadrukkelijk in een regionaal perspectief. Zonder koerswijziging in het ruimtelijk beleid zullen de verschillen in de regio alleen maar
Onevenwichtige economische groei in de regio Tegenover de zeer snelle economische groei van Amsterdam stond een veel langzamere ontwikkeling in andere delen van de regio. Het gevolg van deze onevenwichtige ontwikkeling zijn onder andere
Corona De gevolgen van corona zijn nog onbekend. Eerste demografische gegevens over 2020 wijzen niet op een trendbreuk in de groei van de stad. Zo trok de buitenlandse migratie na het einde van de eerste lockdown snel weer aan. Vertrek vanuit Amsterdam naar andere gemeenten nam gedurende heel 2020 niet toe ten opzichte van voorgaande jaren, ook niet bij gezinnen. Tegelijk groeide de migratie naar Amsterdam vanuit de rest van Nederland juist wel. De pandemie heeft naar verwachting effect
42
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
zware en eenzijdige pendelstromen tussen Amsterdam en de omgeving. Voor de toekomst willen we met de regiogemeenten onderzoeken hoe we tot meer gelijkmatige groei van de werkgelegenheid kunnen komen. Om een betere benutting van de verkeersinfrastructuur mogelijk te maken, maar ook om de sterk opgelopen druk op Amsterdam te verminderen en regiokernen juist te versterken.
Deel I | Visie
43
groter worden en worden er kansen gemist. Om de regionale ontwikkeling meer in evenwicht te brengen is samenwerking nodig met onze regiopartners en het Rijk op het gebied van economie, wonen, mobiliteit, duurzaamheid en landschap. De verschillende opgaven waar Amsterdam voor staat, werken op elkaar in, kunnen elkaar versterken en de opgaven ontstijgen het lokale niveau. Ze vragen om een omgevingsvisie die een kader biedt voor integrale afwegingen op het niveau van de stad als geheel, in de context van de ontwikkeling van de metropoolregio. De uitdaging daarbij is om er voor te zorgen dat de hele stad en de regio erop vooruitgaan.
Demografische prognose en woningbehoefte Voor 2050 gaat OIS (Onderzoek, Informatie en Statistiek) van de Gemeente Amsterdam uit van een behoefte aan minimaal 147.000 woningen voor 250.000 extra inwoners. Dat vraagt om een woningbouwproductie van 4.700 woningen per jaar. Dit is een ambitie die ook langjarig realistisch is. In werkelijkheid zullen perioden met een wat hogere en een wat lagere jaarproductie elkaar afwisselen. Binnen de ruimtelijke kaders van de omgevingsvisie is tot 2050 ruimte voor meer dan 150.000 woningen. Er is echter een maximum aan de productie die de stad ruimtelijk-functioneel en
De woningbouwopgave De overspannen woningmarkt en de segregatie bedreigen de kansengelijkheid en uiteindelijk ook het succes van de stad. Tegelijkertijd is die overspannen woningmarkt ook een gevolg van het succes van de stad. De stad en de regio blijven groeien, vooral vanwege de grote aantrekkingskracht van onze diverse en goed opgeleide bevolking op bedrijven en de kansen op ontwikkeling die leven in Amsterdam aan mensen biedt. In MRA-verband hebben we afspraken gemaakt over hoe we in de verwachte woningbehoefte voorzien. Amsterdam heeft daarbij de ambitie om ongeveer de helft van de woningvraag voor zijn rekening te nemen. In de periode tot 2050 verwachten we dat we ongeveer 150.000 woningen moeten toevoegen voor 250.000 Amsterdammers. Oftewel een groeitempo van ongeveer 5.000 per jaar. De omgevingsvisie biedt in Amsterdam ruimte aan minimaal dit aantal woningen en alle bijbehorende voorzieningen. Het is een groeitempo dat rekening houdt met het absorptievermogen van de stad, het aanleggen van de infrastructuur, groen en openbare ruimte en dat ook organisatorisch en rekening houdend met crises langjarig haalbaar is.
organisatorisch aankan.
Eenzijdige economische groei in Amsterdam De opkomst van de kennisintensieve economie is met name verantwoordelijk voor de toename van de werkgelegenheid. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de groei van deze sector zal verminderen. Amsterdam is als leefbare, diverse en internationaal uitstekend verbonden stad zeer aantrekkelijk voor deze economie. Amsterdam streeft de komende decennia wel naar een verbreding van de economische basis door voldoende ruimte te bieden aan economische vernieuwing.
44
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
Om de woningmarkt meer in balans te krijgen en om ervoor te zorgen dat Amsterdam toegankelijk blijft voor middengroep en gezinnen, is het belangrijk om te sturen op doorstroming in de bestaande voorraad en daarnaast voldoende woningen te bouwen in alle segmenten. Daarbij is de behoefte aan blijvend betaalbare woningen (sociale en middeldure huur)
Deel I | Visie
verreweg het grootst. Vanwege de vergrijzing is er speciale aandacht voor levensloopbestendige woningen en huisvesting van ouderen. We streven naar gemengde wijken voor mensen uit verschillende inkomensgroepen. We willen voorkomen dat wijken of regiokernen achteropraken. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het verbeteren van bestaande buurten en de leefbaarheid en ontwikkelingskansen. Belangrijk daarbij zijn ook de verduurzaming en verbetering van de bestaande voorraad en versterken van het draagvlak voor voorzieningen. Economische vitaliteit Met 150.000 extra woningen voorziet Amsterdam in een flink deel van de vraag naar woonruimte in de stad. Deze groeiende vraag komt voort uit de aantrekkingskracht van de stad op inwoners en bedrijven. Amsterdam zal ook na de coronacrisis een aantrekkelijke stad zijn voor bedrijven. Dit gegeven helpt ons bij het werken aan economisch herstel en vernieuwing. We houden rekening met een groei van zeker 200.000 arbeidsplaatsen tot 2050. Dat is grofweg een voortzetting van de toename in werkgelegenheid sinds 1990. In die toename is echter de laatste jaren een versnelling zichtbaar geweest. Het geeft aanleiding een nog hogere banengroei in de stad te verwachten. Met deze omgevingvisie wil Amsterdam echter de onevenwichtige economische ontwikkeling binnen de regio doorbreken, met een stevige inzet op banengroei in de regiokernen.
In nieuwe ontwikkelingen binnen Amsterdam is naast wonen en voorzieningen ruim plek voor economie. De hoogstedelijke buurten in en rond de binnenstad en bij de grote ov-knopen vormen aantrekkelijke vestigingsmilieus voor start-ups, scale-ups en internationale topbedrijven en -instellingen. In kenniskwartieren vindt uitwisseling plaats tussen bedrijven en onderwijs. In gemengde stadsbuurten staan lokaal ondernemerschap en stadsverzorgende bedrijvigheid meer centraal. Binnen de MRA vervullen verschillende steden een eigen rol. Maar we willen ook binnen de stad een diverse economie, met plek voor stadsverzorgende bedrijvigheid. Door transformaties van bedrijventerreinen neemt het aanbod af van vestigingslocaties voor bedrijven, terwijl de vraag toeneemt. Tot 2040 loopt het tekort aan bedrijventerreinen
45
in Amsterdam hierdoor op tot minimaal 150 hectare. De oplossing vinden we deels in de regio. Dit past binnen het streven om de focus op Amsterdam te verminderen en samen met partners in de regio te stimuleren dat werkgelegenheid zich meer gespreid ontwikkelt. Duurzaamheid Amsterdam zet vol in op de transitie naar schone energie en een circulaire economie. Dit zal binnen en buiten de stad ruimtelijke impact hebben. Energieopwekking krijgt deels een plek in het landschap rond de stad en op de daken in bestaande buurten. Schone energie vraagt om nieuwe infrastructuur. Die moet in bestaande en nieuwe buurten en in de ondergrond ingepast worden. Omdat de techniek nog sterk in ontwikkeling is, weten we niet met zekerheid met hoeveel ruimtevraag we tot 2050 rekening moeten houden. Dat betekent niet dat we helemaal in het duister tasten. Voor bijvoorbeeld warmtenetten en uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk hebben we de ruimtevraag goed in beeld. We kunnen die ook inpassen, al vraagt dat wel om het maken van keuzes. Verder is het vooral een zaak van het reserveren van voldoende ruimte. Dat geldt meer bepaald voor de circulaire economie. De haven is al gestart met de transitie tot draaischijf in de circulaire economie. Voor de deels nog onbekende ruimtevraag voor energie en circulariteit reserveren we voldoende milieuruimte in het havengebied buiten de A10.
Het zijn twee zijn nieuwe sectoren waar Amsterdam zich mee kan onderscheiden. Duurzaam zijn betekent ook dat we ons voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. De zeespiegel stijgt en het weer wordt onvoorspelbaarder en extremer. Amsterdam ligt op een kwetsbare plek, met een slappe bodem en hoge kosten voor het in stand houden van de stad. Denk alleen al aan de kades en bruggen. Dit brengt voor onze stad extra grote uitdagingen met zich mee bij het tegengaan van wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte. De noodzaak voor een mobiliteitstransitie Als we geen maatregelen nemen, zal met de voorgenomen groei van stad en regio het aantal autoverplaatsingen met ruim 20% toenemen. Het aantal ov-reizigers neemt in die periode toe met bijna 25% en het aantal fietsers met 15%. Als we de ambitie van extra autoverkeer op 0% zouden zetten, betekent dat een stevige opgave voor ov en fiets. Het aantal reizigers in het ov en op de fiets groeit in dit scenario tussen 2020 en 2050 met respectievelijk ongeveer 40% en ruim 30%. Voor de verbindingen tussen de stad en de rest van de regio gaat de groei van het ov richting 50%. Het aantal fietsverplaatsingen tussen de stad en de rest van de regio kent zelfs een ruime verdriedubbeling.
46
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
Mobiliteitstransitie De groei van de stad, en het intensiever gebruik van de schaarse ruimte dat daarbij hoort, vraagt om een inzet op schone en ruimte-efficiënte vormen van vervoer. Zonder een mobiliteitstransitie dreigt een verkeersin-
Deel I | Visie
farct en een verslechtering van de leefbaarheid in de stad. We zullen in de openbare ruimte ruim baan moeten geven aan lopen, fietsen en openbaar vervoer. Duurzame en gezonde vervoervormen worden nog meer dan nu aantrekkelijke alternatieven voor de auto. Regionale en nationale bereikbaarheid vragen om grote investeringen in openbaar vervoer en goede overstapmogelijkheden. Hoewel we een meer evenwichtige verdeling van economische groei voorstaan, zullen verschillen blijven bestaan. Het goed verbinden van de noord- en oostzijde van de regio met de economische kerngebieden in en ten zuiden van het Amsterdamse centrum vraagt om grote investeringen. Voor internationale verbindingen zal de trein belangrijker worden. Schiphol is voor het economische functioneren van Amsterdam en de MRA onmisbaar. Wel zoeken we naar een nieuwe invulling van de hubfunctie van Schiphol, met meer internationale treinen, minder impact van Schiphol op leefbaarheid en klimaat en meer ontwikkelruimte voor de stad.
“Bewoners en gebruikers van de regio moeten zich realiseren dat ze in een groter gebied wonen dan alleen in hun stad of dorp” Theo Baart | Almere
47
Leefbaarheid in een verdichtende stad Meer Amsterdammers zullen de schaarse ruimte met elkaar delen. En die gedeelde ruimte moet groener worden. Om verschillende redenen is er behoefte aan meer en beter groen in de stad. Groen als ontmoetingsruimte en als ruimte om in te sporten en te bewegen, voor de biodiversiteit en voor een goede omgang met de gevolgen van klimaatverandering. Dit is ook een van de redenen waarom Amsterdam ruimte wil bieden aan groei: om de waardevolle landschappen te ontzien. Maar het gevolg is wel dat de druk op de groene ruimte juist binnen de stadsgrenzen hoger wordt. Het creëren van nieuwe parken en het vergroten van de kwaliteit en de gebruiksmogelijkheden van bestaande groengebieden voor alle Amsterdammers is daarom een grote opgave. Deze opgave kan goed gekoppeld worden aan de mobiliteitstransitie, omdat er mede door duurzaam en ruimte-efficiënt vervoer kansen ontstaan voor een andere inrichting van wegen, straten en pleinen. Het toegankelijk maken van ruige groengebieden en volkstuinparken is een andere oplossing. Hierbij is het zaak de bestaande ecologische kwaliteit en sociale functie te versterken.
Een meer centrale rol van de Amsterdammer betekent dat we ruimte bieden aan buurtinitiatieven en zelfbeheer. Maar we willen ook de mogelijkheid bieden actief aan de stad te bouwen.
Actief burgerschap De groeiopgaven van onze metropool in transitie vragen niet alleen om een actieve overheid, maar ook om actief burgerschap. Bouwen aan de toekomst betekent meer dan ooit dat we het samen moeten doen. Samen met de inwoners van onze stad, professionele partners en instituten, en het Rijk en de regiopartners. Zonder betrokkenheid en samenwerking ontstaat er geen inclusieve stad, waar mensen zich thuis voelen. We moeten Amsterdammers, marktpartijen en instellingen beter in staat stellen hun bijdrage te leveren. Om ook mede invulling te geven aan de wijze waarop we als stad groeien. Volgens de geest van de Omgevingswet werken we aan een centralere positie voor de burger in de stadsontwikkeling. Dat vraag iets van het delen van kennis en informatie en het ondersteunen van particulier initiatief in de bouw. Ook binnen de reguliere ontwikkelaarsbouw liggen er opgaven om meer ruimte te bieden voor variatie in woonwensen en exploitatievormen.
Daarbij horen een gelijkwaardige informatiepositie en ontwikkelruimte.
48
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
4 Vijf strategische keuzes Met vijf strategische keuzes geven we invulling aan de grote opgaven voor de komende tien jaar: woningbouw, economische vitaliteit, de energietransitie, de mobiliteitstransitie, vergoten van de leefbaarheid, regionale ontwikkeling en meer ruimte voor maatschappelijk initiatief. De strategische keuzes hangen met elkaar samen en geven samen richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam als onderdeel van de metropoolregio. Vooropstaat dat we een schaalsprong maken in ons denken over de stad in de regio. We focussen ons minder op het centrum van Amsterdam en richten de blik meer naar buiten. Dit maakt het nodig dat we inzetten op stevige verbindingen binnen de stad en tussen alle kernen van de regio. Tegelijk respecteren we de bestaande grenzen van de stad, zorgen we voor een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en gaan we voor meer groene kwaliteit in buurten en het landschap. Een succesvolle stad is een onderscheidende stad, waarvan de burgers dragers zijn. Daarom zoeken we naar manieren om de samenleving een actievere rol te geven bij bouwen en beheren van de stad. Amsterdam kiest met Meerkernige ontwikkeling voor meer evenwicht in de stad en de regio en nieuwe ruimte voor economisch herstel, groei en innovatie.
We willen het centrum ontlasten en eraan bijdragen dat de verschillende kernen in de regio zich verder ontwikkelen tot onderscheidende, complete en compacte stedelijke gebieden. Binnen Amsterdam zal de ontwikkeling zich concentreren in en tegen de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost. Binnen Amsterdam ontwikkelen we op een compacte en duurzame manier. Daarom kiezen we voor Groeien binnen grenzen. Transformatie van bedrijventerreinen en verdichting
Deel I | Visie
van naoorlogse wijken wenden we aan voor het versterken van het sociale fundament en verduurzamen van de hele stad. We zorgen overal voor voldoende ruimte voor ontmoeting en draagvlak voor voorzieningen en ondernemerschap. Een mix van wonen, werken en voorzieningen is het uitgangspunt. Verdichting vraagt om slim ruimtegebruik, ook door mobiliteit, en een gezonde leefomgeving, die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en spelen. Met Duurzaam en gezond bewegen geeft Amsterdam ruim baan aan lopen, fietsen en openbaar vervoer. Minder auto’s geeft mede ruimte voor Rigoureus vergroenen. Zo zorgen we in alle buurten voor meer leefkwaliteit. Bomen en planten in de openbare ruimte en op en aan gebouwen helpen om de stad klimaatbestendig en leefbaar te houden voor mens, dier en plant. Ten slotte onderzoekt Amsterdam met Samen stadmaken de mogelijkheden voor meer maatschappelijk initiatief. We willen ruimte bieden aan meer zeggenschap en eigenaarschap over de eigen leefomgeving. Daarbij heeft de gemeente een duidelijke rol bij het stellen van de kaders, maar nemen we tegelijk een open houding aan naar stad en samenleving, zijn we nieuwsgierig en maken we ruimte voor experimenten.
49
Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Amsterdam groeit als stad en als metropool. We willen de agglomeratiekracht van de metropoolregio vergroten. De behoefte aan stedelijke plekken als vestigingsmilieu voor internationale bedrijven en als aantrekkelijke leefomgeving blijft groot. Om daarin te voorzien zijn naast het centrum en Zuidas nieuwe stedelijke centra voor wonen en werken nodig. Deze willen we in de hele stad en regio laten ontstaan. Binnen Amsterdam maken we ruimte voor circa 200.000 arbeidsplaatsen. Tegelijk zetten we ons in voor meer werkgelegenheid in de regiokernen. We willen de tendens van ongelijk verdeelde groei, ruimtelijke segregatie en toenemende kansenongelijkheid doorbreken en de druk op het Amsterdamse centrum verminderen. Met een evenwichtige ontwikkeling van de stad, de agglomeratie en de regio als geheel bouwen we aan meer variatie en tegelijk meer samenhang in de metropoolregio. Amsterdam wordt daarmee een meerkernige stad. Focus op Nieuw-West, Zuidoost en Noord Nieuw-West, Zuidoost en Noord ontwikkelen zich tot complete stedelijke kernen in de metropoolregio. Hier liggen de grote transformatiegebieden Amstel-Stad, Haven-Stad, Schinkelkwartier en noordelijke IJ-oevers. Met de naastgelegen buurten in Nieuw-West, Zuidoost en Noord vormen ze straks een samenhangend geheel.
Als stedelijke kernen zijn deze stadsdelen geen uitbreidingen van het Amsterdamse centrum, maar ontwikkelen ze zich op eigen voorwaarden en met een eigen invulling van stedelijke kwaliteit. Bij meerkernige verstedelijking hoort ook een spreiding van voorzieningen met een stedelijke en regionale uitstraling. Daarbij is cultuur een belangrijke drager. We bouwen onder andere een nieuw theater aan de Sloterplas en een bibliotheek in Zuidas, en we streven naar een nieuw cultuurgebouw aan het Buikslotermeerplein. Nieuwe ruimte voor werken en bezoekers Met de ontwikkeling van Nieuw-West, Zuidoost en Noord tot gebieden met een eigen stedelijke kwaliteit richt Amsterdam zich steviger op de rest van de regio. Concentraties van werken en publiekstrekkende voorzienin-
50
gen in Amsterdam krijgen vooral een plek rond belangrijke stations: Sloterdijk, Bijlmer-ArenA, Zuid, Amstel en CS. Banen en voorzieningen zijn daarmee voor mensen vanuit de rest van de metropoolregio en Nederland uitstekend bereikbaar met openbaar vervoer. We koesteren de internationaal unieke innovatie- en start-upcultuur. Deze willen we doorontwikkelen in innovatiedistricten zoals het Marineterrein en Science Park en op hoogstedelijke werklocaties bij treinstations. We verminderen de druk op het Amsterdamse centrum door het verplaatsen van toeristische functies zoals de Passenger Terminal Amsterdam. In de binnenstad werken we aan het herstel van de balans tussen wonen, werken en bezoekerseconomie. Amsterdam zet ook actief in op het spreiden van beïnvloedbare werkgelegenheid binnen de regio. Dat hangt deels samen met de transformatie van bedrijventerreinen in Amsterdam. Grotere regiokernen als Almere, Zaanstad, Purmerend en Hoofddorp worden logische plekken voor nieuwe vestigingen van hoger onderwijs en voorzieningen met een regionale functie. Zo dragen we in stad en regio bij aan meer gelijke kansen voor mensen om zich te ontwikkelen. Amsterdam streeft een koploperspositie na in verduurzaming en
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
circulaire economie. De haven buiten de A10 biedt milieuruimte voor circulaire economie en energieopwekking en -opslag. Hier is ook plek voor logistieke bedrijven. Van stadsranden naar nieuwe voorkanten Nieuwe grote ontwikkelgebieden grenzen direct aan de groene scheggen en aan het water van het IJ. Deze nieuwe stadsranden geven we veel aandacht. De infrastructuurbarrières tussen Nieuw-West en Zuidoost en het landschap worden geslecht, waardoor deze stadsdelen voorkanten krijgen aan de Nieuwe Meer, de Bretten en de Amstelscheg. Het IJ krijgt nog meer een centrale plek in de stad, met aantrekkelijke oevers en groene plekken. Het waterfront wordt met de nieuwe oeververbindingen beter ontsloten en de stad gaat veel meer gebruikmaken van het water en de waterranden voor recreatie en vervoer van mensen en goederen. We investeren in het landschap, indien mogelijk benutten we daarvoor opbrengsten uit aangrenzende gebiedsontwikkeling.
Deel I | Visie
51
Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling
Amsterdam maakt tot 2050 binnen de huidige stadsgrenzen ruimte voor minimaal 150.000 woningen voor 250.000 Amsterdammers, in met werken en voorzieningen gemengde buurten. Deze groei zetten we in om de sociale kwaliteit van de bestaande stad te vergroten en onze duurzaamheidsdoelstellingen te halen. Groeien binnen grenzen geeft daarmee mede invulling aan de donut-stad, met een stevig sociaal fundament en het minimaliseren van het fysieke ruimtebeslag van de stad, van gebruik van grondstoffen en van de bijdrage aan klimaatverandering. Verdichten van de bestaande stad Het vinden van ruimte om te groeien en voor benodigde voorzieningen en infrastructuur lukt alleen als we de stad verdichten, met boven- en ondergrond als één opgave. Hierbij ontstaan spannende dilemma’s. In een verdichtende stad wordt de ruimte steeds schaarser. Dat betekent dat we altijd keuzes zullen moeten maken in de beperkte ruimte die we hebben. Deze keuzes kunnen we alleen maken als we ons daarvan bewust zijn en als we die transparant maken, in overleg met de Amsterdammers. Verdichten doen we vooral in grote gebiedstransformaties, waar eenzijdig werken in lage dichtheid plaatsmaakt voor gemengd wonen en werken in hoge dichtheden. Stadsverzorgende bedrijvigheid blijft waar mogelijk behouden. Verdichting gebeurt deels ook in bestaande buurten, vooral in de naoorlogse stad.
Verdichting kan hier zonder grootschalige sloop van bestaande woningen en gaat hand in hand met het verduurzamen van de bestaande woningen en het investeren in groen en openbare ruimte. Aantrekkelijke buurten Meer woningen, werkplekken en publiekstrekkende voorzieningen zorgen voor voldoende massa en draagvlak voor maatschappelijke voorzieningen en lokale ondernemers. Bij verdichting zetten we in op een menselijke maat en in Amsterdam bewezen aantrekkelijke gebouwtypen. Gebouwen dragen bij aan de kwaliteit van de openbare ruimte als plek voor
52
ontmoeten en interactie. Met aantrekkelijke gevels en publieksfuncties en veel ingangen aan de straat versterken ze de collectieve waarde van de stad. Ze vergroten bovendien de veiligheid dankzij meer ‘ogen op straat’. Ontwikkelingen in de bestaande stad zijn niet in zichzelf gekeerd, maar echt onderdeel van hun omgeving. Ze versterken de samenhang binnen en tussen buurten. Nieuwe stedelijke kwaliteit In de transformatiegebieden en in de naoorlogse wijken bouwen we aan meer stedelijke kwaliteit. Daarbij zijn de bestaande waarden en behoeften in de stadsdelen NieuwWest, Zuidoost en Noord uitgangspunt. Bij de grote stations en rond de stadsdeelcentra Osdorpplein, Buikslotermeerplein en Amsterdamse Poort maken we meer dichtheid en mengen we wonen en werken met stedelijke voorzieningen. Het worden plekken met stedelijke betekenis, die veel meer dan nu via straten, lanen en groene routes onderdeel zijn van hun directe omgeving. Hoogbouw kan op deze plekken goed bijdragen aan verdichten met kwaliteit en dienen als oriëntatiepunt. Verduurzaming van de bestaande stad Ontwikkeling in bestaande buurten gebruiken we om de energietransitie van de stad en verduurzaming van bestaande gebouwen te versnellen. We maken ruimte voor circulaire economie en duurzame energieopwekking. Bij
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
nieuwbouw en renovatie worden zoveel mogelijk duurzame bouwwijzen en materialen toegepast. Gebouwen hebben een overmaat in hoogte en constructie en flexibele indeling, zodat ze in de toekomst gemakkelijk kunnen worden aangepast aan veranderende gebruikseisen. Voor openbare ruimte geldt iets vergelijkbaars: we maken eenvoudige, en daarmee flexibel bruikbare straatprofielen, uitgevoerd in duurzame, herkenbaar Amsterdamse materialen. Groeien binnen grenzen betekent ook dat Amsterdam de ecologische voetafdruk wil beperken. Compacte verstedelijking is daar een belangrijk middel voor. Compact betekent immers dat landschappen buiten de stad open kunnen blijven, dat reisafstanden kort zijn en we efficiënt omgaan met infrastructuur en voorzieningen.
Deel I | Visie
53
Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een wandel- en fietsstad
In een verdichtende stad is ruimte schaars. Dat betekent dat we slim gebruik moeten maken van die ruimte. Een intensief bebouwde stad is in principe een gezonde plek om te leven, zo lang de lucht schoon is en de leefomgeving veilig is en uitnodigt tot bewegen. Daarom krijgen richting 2050 stap voor stap in de hele stad voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer ruim baan. Dit zorgt er ook voor dat noodzakelijk vervoer, zoals nood- en hulpdiensten, logistiek en mensen met een beperking meer ruimte houden. Amsterdammers vinden straks op loop- en fietsafstand parken en buurtvoorzieningen en op maximaal vijftien minuten fietsen stedelijke voorzieningen en grote groengebieden. Een autoluwe stad vraagt een grote inzet. Bijvoorbeeld op nieuwe openbaarvervoerverbindingen en goede overstapmogelijkheden, die banen en voorzieningen ook vanuit de regio beter bereikbaar houden. Samenwerking met Rijk en regiopartners is daarvoor onmisbaar. Ontmoeten en bewegen De meerkernige stad mag niet in delen uiteenvallen. Een stad moet mensen immers juist samenbrengen. Verbindingen en aantrekkelijke verblijfsplekken met een rijk voorzieningenaanbod zijn daarom van het grootste belang. De vaak toevallige kennisuitwisseling tussen veel verschillende mensen in een stedelijke omgeving ligt aan de basis van veel culturele en economische vernieuwing.
Onmisbaar daarvoor zijn een aantrekkelijke en onderscheidende openbare ruimte en publieke plekken als cafés, restaurants, specialistische winkels en culturele voorzieningen. Juist de combinatie van verkeer en ontmoeten geeft aan sommige straten een stedelijke kwaliteit. In deze stadsstraten en stadslanen is het prettig verblijven en ze zijn tegelijk veilige en aantrekkelijke routes voor fietsers en voetgangers. Dit geldt in het bijzonder ook voor mensen met een beperking. Een verdichtende stad nodigt uit tot lopen en fietsen Meer kwaliteit in deze verblijfsgebieden en routes voor langzaam verkeer levert ook voor buurten veel op. Zeker in de naoorlogse delen van de stad biedt minder ruimte voor de auto hiervoor kansen. Drukke autoroutes, zoals de Lelylaan, de Burg. Roëllstraat en de Gooiseweg,
54
kunnen op termijn uitgroeien tot aantrekkelijke straten. Als de hoeveelheid auto’s hier teruggebracht wordt, ontstaat er ruimte om te wonen en voor lokaal ondernemerschap en voorzieningen. Verdichten van de stad kan zo bijdragen aan meer leefkwaliteit, met winkels, voorzieningen, buurtgroen en ruimte voor bewegen om de hoek. Dat maakt gebruik van de auto minder noodzakelijk en nodigt uit tot wandelen en fietsen. Extra inwoners en voorzieningen vergroten bovendien het draagvlak voor het openbaar vervoer. De inzet op een wandel- en fietsstad gaat stap voor stap. Voor deze veranderingen is een lange adem nodig, omdat we eerst maatregelen moeten nemen gericht op afname van autobezit en -gebruik. Steeds meer plekken verkleuren nu en straks tot prettige verblijfsgebieden. Goed openbaar vervoer, aantrekkelijke en veilige fietsroutes, een breed aanbod van deelmobiliteit en de inrichting van overstap- en overslaghubs zijn een voorwaarde voor het in de hele stad verminderen van het ruimtebeslag door de auto. Een samenhangende stad in een verbonden regio Een autoluwe stad moet ook een bereikbare stad zijn. Goede verbindingen voor fiets, openbaar vervoer en lichte en schone vervoermidde-
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
len in de stad en de hele regio zorgen daarvoor. Binnen Amsterdam verbindt een continu netwerk van straten, lanen, groene routes en openbaar vervoer buurten met elkaar. Nieuwe schakels binnen en tussen stadsdelen maken dit netwerk compleet. Vaste IJ-oeververbindingen, een Schinkelbrug tussen Zuid en Nieuw-West en een fietsbrug over de Amstel zijn daar voorbeelden van. Het stedelijk netwerk sluit naadloos aan op routes voor fiets, e-bike en nieuwe lichte en schone vervoermiddelen richting de buurgemeenten en door het landschap naar de verder weg gelegen regiokernen.
met de wereld. In veel delen van de regio zal de auto het belangrijkste vervoermiddel blijven. Het autonetwerk van rijkswegen en provinciale wegen zal met vervoerhubs verknoopt worden met het netwerk van fiets en stedelijk openbaar vervoer. Deze hubs bieden een aantrekkelijke gelegenheid om over te stappen. Ze zullen ook voor stadsdistributie een centrale rol gaan spelen voor overslag van zware vrachtwagens naar licht en schoon vervoer over weg en water.
Het verbeteren van de regionale bereikbaarheid vraagt om schaalsprong in het openbaar vervoer. Nieuwe metroverbindingen ontsluiten grote Amsterdamse ontwikkellocaties. Sprintertreinen en metro gaan samen met snelle regiobussen en sneltrams een groot deel van het regionale verkeer van en naar Amsterdam verzorgen. Richting het zuiden komt er meer ruimte op het spoor voor intercity’s en internationale treinen. Internationale verbindingen zijn onmisbaar voor Amsterdam als kennismetropool. De trein zal binnen Europa veel vluchten vervangen. Amsterdam Zuid en Schiphol zijn de belangrijkste internationale treinstations. Zij verbinden samen met de luchthaven de regio
Deel I | Visie
55
Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Vergeleken met vijftig jaar geleden is Amsterdam een onnoemelijk veel groenere stad geworden. De wijze waarop wijken als De Pijp een nieuwe groene kwaliteit kregen dankzij straatbomen en gevelgroen willen we in de hele stad toepassen. Verdichten van de stad gaat zo gepaard met meer groene kwaliteit. We verenigen daarmee de wens om meer stedelijke kwaliteit te ontwikkelen met de noodzaak om de stad klimaatbestendig en leefbaarder te maken voor mens, dier en plant. Het vergroenen van de stad krijgt zijn beslag op verschillende schaalniveaus. In het landschap, in de buurt en ook op en aan gebouwen. We zoeken daarbij naar innovatieve oplossingen om de leefomgeving in de hele stad een groener aanzien te geven. Daarbij staan de kwaliteit en diversiteit voorop. Landschappen, parken en verbindingen Amsterdam versterkt de bestaande structuur van groene scheggen, die ver doordringen in de stad. We zien deze als landschapsparken die meer dan nu een recreatieve betekenis krijgen. Bestaande landschappelijke waarden zijn daarbij het uitgangspunt. Daar voegen we nieuwe kwaliteiten aan toe en we pakken bestaande problemen aan. Zo willen we de omschakeling naar kringlooplandbouw stimuleren, de bodemdaling keren en werken aan een herstel van biodiversiteit.
Hiermee realiseren we niet alleen toekomstbestendiger landschappen, maar ook landschappen die vol zijn van leven en daarmee aantrekkelijker voor de stedeling. De landschappen zijn dankzij een samenhangende structuur van parken, plantsoenen en groene routes verbonden met buurten in de hele stad. In ontwikkelgebieden investeren we in nieuwe parken, bijvoorbeeld een park in Haven-Stad, parken op de Noordelijke IJ-oever en op het Marineterrein een compact stadspark aan het Oosterdok. Ook onderzoeken we of het mogelijk is een tweede stadsbos in een van de groene scheggen te realiseren. Groen in de buurt In nieuwe buurten hanteren we een streefnorm voor groen, zodat ook in nieuwe ontwikkelingen voldoende ruimte voor plantsoenen,
56
buurtparken en spelen en bewegen is. Straten en pleinen in bestaande buurten krijgen een groenere inrichting. Daarbij geldt het principe dat de openbare ruimte zoveel mogelijk groen wordt ingericht, tenzij dat dit om functionele redenen, zoals bereikbaarheid of een drukke verblijfsfunctie niet mogelijk is. Meer straatbomen en minder steen is in de dichtbebouwde stadsdelen binnen de ring een belangrijke klimaatambitie. In de naoorlogse stad ligt de nadruk meer op het vergroten van de natuurwaarden en de gebruiksmogelijkheden van het aanwezige groen in combinatie met verdichting. Autoluw creëert veel ruimte voor meer groen in buurten, maar met ruimte alleen zijn we er niet. Groene kwaliteit vraagt ook om investeren in groen en goed beheer. Samen met de stad Vergroenen van een verdichtende stad moeten we samen doen. Het vraagt om stevige keuzes en om betrokkenheid van Amsterdammers. Beter groen betekent soms minder groen oppervlak. Sociale veiligheid speelt hierbij een belangrijk rol. Een combinatie van meer groen en verdichtende stad kan alleen als we minder ruimte geven aan de auto. Maar ook dan blijven keuzes in de openbare ruimte nodig. Ook gebouwen worden groener. Amsterdam zet in op natuurinclusief bouwen, waarbij groen integraal onderdeel wordt van gebouwen. Groene
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
daken, gevels en tuinen geven ook intensief bebouwde buurten een groen aanzicht, met meer leefruimte voor dieren. Bij vergroening van leefomgeving krijgen Amsterdammers en maatschappelijke partners een grote rol bij beheer en programmering van nieuw en bestaand groen. Een uitdagende opgave Rigoureus vergroenen komt boven op de ruimte die nodig is voor verkeer en vervoer, verblijven, sport en de diverse transities. Zowel boven- als ondergronds zal er, zeker in de bestaande stad, vaak onvoldoende ruimte zijn om alles een plek te geven. Dit vraag om het maken van echte keuzes en om slimme oplossingen, waarbij functies bijvoorbeeld worden gecombineerd. Daarbij zal het nodig zijn om verder te kijken dan de individuele straat of een opzichzelfstaand project.
Deel I | Visie
57
Samen stadmaken Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief Amsterdam wil meer ruimte voor diversiteit en eigenheid in de manier waarop we aan de stad bouwen. We werken als vanouds samen met professionele partijen, zoals de woningcorporaties, beleggers en grote instellingen, maar zijn tegelijk op zoek naar het verbreden van het ontwikkelpalet. Een uitdrukkelijke wens is om Amsterdammers een meer actieve rol te geven. Dat geldt voor beheer en programmering van de eigen leefomgeving, ruimte voor lokaal ondernemerschap, programmeren van vrije ruimte, maar ook in het daadwerkelijk bouwen aan de stad en het invulling geven aan de energietransitie. Overheid stelt kaders We bereiden ons als gemeente voor op de aankomende groeispurt. Amsterdam gaat steviger sturen op ruimtelijke hoofdlijnen en duurzaamheid, betaalbaarheid en algemene uitgangspunten voor stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit. Met eenvoudige en beknopte regels willen we een gelijk speelveld creëren, waarop meer partijen dan nu het geval is zich welkom voelen om mee te bouwen aan de stad. Om steviger te kunnen sturen op hoofdlijnen bouwen we een ruimtelijk instrumentarium, waarvoor het ruimtelijke beeld uit de omgevingsvisie de basis vormt. Om doorwerking van beleid, leren en tijdig bijsturen te borgen, vernieuwt Amsterdam de eigen beleidscyclus.
De omgevingsvisie is daar als ‘levend document’ een belangrijk onderdeel van. Stad als laboratorium We willen ruimte maken voor experimenten met nieuwe vormen van cocreatie en democratische vernieuwing. In de geest van de Omgevingswet gebruiken we nieuwe digitale middelen voor een gelijkwaardige informatievoorziening. We willen meer gebruikmaken van collectieve kennis en ondersteunen lokale visievorming en organisaties. Meer eigenaarschap en een actievere rol voor Amsterdammers als stadmakers vergroot het vertrouwen in de toekomst van de stad en de buurt. Hierin hebben ook de corporaties en professionele ontwikkelaars een rol.
58
adaptieve strategieën. Voorwaardelijk bij grote investeringen is een meervoudige werking en faseerbaarheid bij uitvoering. Integraal ontwerpen, met overmaat in gebouwen en de bovenen ondergrond en gemaakt met mooie, duurzame materialen wordt de norm.
Nieuwe vormen van waardecreatie We onderzoeken de manier waarop we bij ontwikkeling van de stad waarde creëren. Daarbij kijken we naar een brede invulling van waarde en hoe we die lokaal ten goede kunnen laten komen. We onderzoeken ook of Amsterdam zelf kan investeren in woningbouw. Dat geeft de mogelijkheid met partijen van eigen keuze te werken. Dit betekent dat zelfbouwinitiatieven zoals wooncollectieven en coöperaties een serieuze mogelijkheid worden om middeldure huurwoningen en multifunctionele ruimtes te bouwen. Dit zou een verbreding van het huidige palet aan ontwikkelvormen betekenen, met grote maatschappelijke meerwaarde, zeker in de verdichtingsgebieden in de naoorlogse stad.
“Ik droom van een stad waar burgers een podium en inspraak krijgen over de inrichting van hun eigen woonomgeving” Ismay | Stadsdeel Noord
Wendbaar en duurzaam We moeten leren omgaan met onzekerheid en willen beter samenwerken met samenleving en markt. We kijken daarom met open blik naar hoe we ruimtelijke ontwikkeling in Amsterdam nu organiseren en hoe fondsen en geldstromen zijn ingericht. Onze organisatie wordt ingericht op nauwe samenwerking met buurgemeenten, rijks- en regiopartners en voor een meer actieve rol van Amsterdammers in het beheer en bij het bouwen aan de stad. De huidige stapeling van beleid, die in projecten tot het maken van lastige afwegingen leidt, maken we beter hanteerbaar met goede afwegingskaders en beslisprocedures. Onze ontwikkelpraktijk vraagt om meer
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
Deel I | Visie
59
Agenda voor de vijf strategische keuzes Amsterdam wil meer ruimte voor diversiteit en eigenheid in de manier waarop we aan de stad bouwen. We werken als vanouds samen met professionele partijen, zoals de woningcorporaties, beleggers en grote instellingen, maar zijn tegelijk op zoek naar het verbreden van het ontwikkelpalet. Een uitdrukkelijke wens is om Amsterdammers een meer actieve rol te geven. Dat geldt voor beheer en programmering van de eigen leefomgeving, ruimte voor lokaal ondernemerschap, programmeren van vrije ruimte, maar ook in het daadwerkelijk bouwen aan de stad en het invulling geven aan de energietransitie. •
Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Regionale spreiding stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. Onderscheidende ontwikkeling Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Twee vaste IJ-oeververbindingen en een regionaal fietsnetwerk. Uitbreiding HOV en metronet en ontwikkeling stationskwartieren.
•
Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. Verduurzaming van de haven.
•
Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een wandel- en fietsstad Een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting en bewegen. Meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Auto’s zijn te gast. Verkeerswegen (Gooiseweg, Lelylaan, Burg. Roëllstraat) worden groene stadslanen, begeleid door bebouwing.
60
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
•
Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Openbare ruimte zo groen mogelijk inrichten. Ontwikkeling parken (Oeverlanden, Hondsrugpark, Gaasperdakpark, Zuidasdokpark en NDSM-Oost). Groene routes en ecologische verbindingen. Investeren in het landschap: natuurontwikkeling, kringlooplandbouw, en ruimte voor sporten en bewegen.
•
Samen stadmaken Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief Gelijkwaardige (digitale) informatiepositie bij planvorming. Buurtbatenovereenkomsten en buurtomgevingsvisies. Grotere rol Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling. Ruim baan voor wooncoöperaties: naar 10% van de woningvoorraad in 2040. Vrije ruimte als vast onderdeel van de planvorming.
Deel I | Visie
61
62
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
Deel I | Visie
63
eel II D Waar •
Metropoolregio Amsterdam
•
Amsterdam en de agglomeratie
•
Ruimtelijke en programmatische basisstructuur
•
De stadsdelen
•
Een samenhangende en adaptieve fasering
In dit deel beschrijven we in tekst en kaart hoe de strategische keuzes uit deel I doorwerken op het schaalniveau van de regio, de stad en de agglomeratie en de stadsdelen. We laten zien hoe de gekozen richtingen in Amsterdam samenhangen met de ontwikkeling van de rest van de regio en andersom hoe de ontwikkelingen elders in de regio invloed hebben op de keuzes die we in Amsterdam maken. Vervolgens laat het toekomstbeeld van Amsterdam en de agglomeratie zien op welke grote ontwikkelingen Amsterdam inzet en wat belangrijke dragers zijn voor de verandering en groei van de stad.