CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen en bespreken van het collegebesluit over de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en het bijbehorend ontwerp-Omgevingseffectrapport (ZD2020-014979)71.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 9

Ontwerp

Omgevingsvisie 2050

Een menselijke metropool

Deel I | Visie

1

Toekomstbeeld Amsterdam 2050 Algemeen

Stedelijke ontwikkeling

luwe gebieden

luwe stadsbuurt

gemengde gebieden

gemengde stadsbuurt

centrumgebied

hoogstedelijke buurt

bedrijventerrein

hoogstedelijk centrum

bebouwing buiten de agglomeratie

bedrijvigheid in de buurten

gemeentegrens Amsterdam

kleinschalige ontwikkeling en transformatie

Groen en landschap park en landschapspark landschap

zoekgebied voor mogelijke transformatie na 2040 regionale ontwikkeling rond haltes Noord/Zuidlijn

water stadsstrand dijken

 lekken met stedelijke P betekenis stationskwartier stedelijk centrum

Verbindingen netwerk van stadsstraten en stadslanen langelijnenfietsnetwerk

groen-blauwe hotspot groen-blauwe kralenketting centrumgebied

verbinding stad en landschap verkleinen barrièrewerking

Energie en duurzaamheid

metro met station

havengebied

hoogwaardig openbaar vervoer

afgestemde ontwikkeling stad en haven

spoorweg met station binnenstedelijke rijksweg rijksweg met afrit

(reserve) zoekgebied windenergie op Amsterdams grondgebied

veerverbinding

zoekgebied zonne-energie op Amsterdams grondgebied

vaste oeververbinding

opslag duurzame energie

indicatie oeververbinding

circulaire hub

zoekgebied Passenger Terminal Amsterdam

energiehub Hemweg tegengaan bodemdaling, vergroten biodiversiteit

Disclaimer De in deze kaart weergegeven ontwikkelingen buiten de gemeentegrenzen van Amsterdam hebben geen status. Deze zijn in samenspraak met Amstelveen, Zaanstad, Ouder-Amstel en Diemen opgenomen. Ze zijn indicatief en bedoeld om de samenhang van ruimtelijke ontwikkelingen in de agglomeratie in beeld te brengen. Binnen de gemeentegrenzen is het een schets voor de stad in 2050 op hoofdlijnen. In de ruimtelijke en programmatische basisstructuur uit deel II zijn de verschillende onderdelen verder uitgewerkt.

Ontwerp

Omgevingsvisie 2050

Een menselijke metropool

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

Beelden van het proces

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

Beelden van het proces

10

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

Deel Hoofdstuk I | Visie 1 | Visie

11

Inhoud

EEN OMGEVINGSVISIE VOOR AMSTERDAM

15

VOORWOORD

18

PUBLIEKSSAMENVATTING

20

750 jaar bouwen aan stedelijke kwaliteit

24

I

29

II

WAAR

5. Metropoolregio Amsterdam

VISIE

1. Amsterdam in de wereld

30

Grote uitdagingen Amsterdam in het antropoceen Metropoolvorming Stad en samenleving Naar een onzekere toekomst Het maken van de stad

30 32 32 33 36 38

2. Ideeën en zorgen vanuit de stad, voor de stad

Een internationaal aantrekkelijke metropoolregio Versterken van meerkernige kwaliteit Verduurzamen van een internationaal knooppunt 6. Amsterdam en de agglomeratie Samen optrekken Nieuwe stedelijke kwaliteit in een meerkernige agglomeratie Scheggen Stadsverzorgende ruimtevragers Toekomstbeeld Amsterdam 2050 Bestaande kwaliteiten als vertrekpunt

65 67

67 68

3. Amsterdam naar 2050

42

Groeiende metropool in transitie Grote opgaven

42 43

4. Vijf strategische keuzes

49

Meerkernige ontwikkeling Groeien binnen grenzen Duurzaam en gezond bewegen Rigoureus vergroenen Samen stadmaken Agenda voor de vijf strategische keuzes

50 52 54 56 58 60

12

Groen-blauw raamwerk Opgaven voor het groen-blauwe raamwerk Netwerk fiets Netwerk openbaar vervoer Netwerk auto en hubs Netwerk van stadsstraten en stadslanen Verdichting: het juiste programma op de juiste plek Plekken met stedelijke betekenis Werken, kennis en de haven Een klimaatneutrale stad

Nieuw-West Zuidoost Noord Centrum West Zuid Oost

118 120 122 124 126 128 130 132

70 9. Een samenhangende en adaptieve fasering

134

74 68 75 77 79 80

Fasering op hoofdlijnen Samenhangende ontwikkelingen en investeringen

134

10. Ruimtelijke reserveringen

140

III WAT

147

148

85

12. Inclusieve stad

150

88

Kansengelijkheid Maatschappelijke voorzieningen Wonen

150 152 154

13. Duurzame stad

157

Klimaatneutraal Duurzaam energiesysteem Klimaatbestendig Circulaire economie Circulaire gebiedsontwikkeling

157 159 162 166 168

92 94 96 100 102 106 108 112 116

14. Vitale stad

169

Economie Mobiliteit en ruimte Zeehaven Luchthaven 184

169 174 181

15. Gezonde stad

185

Gezondheid algemeen Sport, spel en bewegen Voedsel en stadslandbouw Omgevingsveiligheid Luchtkwaliteit Geluid

185 186 188 188 189 191

16. Leefbare stad

192

Openbare ruimte Water Groen Volkstuinen, begraafplaatsen, crematoria Landschap, recreatie en landbouw Dierenwelzijn

192 195 198

17. Compacte stad

206

Ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie en archeologie Hoogbouw Bouwdynamiek Daken Ondergrond

206 207 208 209 210 211

138

11. Een beleidsagenda richting 2050

82

40 7. Ruimtelijke en programmatische basisstructuur

8. Stadsdelen

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

18. Genoemde beleidsdocu menten en instrumenten en uitwerkingsopgaven

Inhoud

202 203 205

IV HOE 19. Hoe we aan de stad werken

223

224

23. Maakproces OVA2050, verantwoording en lessen

245

Nieuwe opgaven in het stadmaken 224 Vijf veranderopgaven 226

Werken op basis van drie principes 245 Partners en activiteiten 245 Opbrengsten 247 Lessen voor het vervolg 247

20. Onderdeel van de beleidscyclus

24. De omgevingseffect rapportage

249

Colofon

252

Doorwerking in beleid en programma’s Doorwerking in projecten Relatie omgevingsplan Monitoring en herijking omgevingsvisie 21. Agenda Samen stadmaken Ruimte maken voor diverse partijen Open ontwerpen Instrumentarium voor samen stadmaken Waardecreatie voor en door lokale gemeenschappen Democratische besluitvorming op basis van collectieve kennis Actiepunten Agenda Samen stadmaken

229

229 230 231 231 232

232 235 236 237 239 241

22. Samenwerking over de gemeentegrenzen heen

242

Samenwerking per schaalniveau Nieuw: de agglomeratie

242 244

217

13

Een omgevingsvisie voor Amsterdam “Als Amsterdam straks onder water staat, boeit het niet hoeveel toeristen er komen of dat het goed gaat met de economie. Onder water kun je niet wonen”

Wat is een omgevingsvisie? Als introductie op de inhoud lichten we hier kort de wettelijke context toe, gaan we in op de functie van de omgevingsvisie en beschrijven we hoe dit omvangrijke document is opgebouwd. Wat is een omgevingsvisie? Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad, die elke overheid opstelt in het kader van de Omgevingswet. Een omgevingsvisie is bindend voor de overheid die haar opstelt, heeft betrekking op het grondgebied van die overheid en moet integraal zijn. Dat betekent dat alle aspecten van de fysieke leefomgeving in samenhang worden bezien (energie, groen, water, flora en fauna, wonen, economie, mobiliteit, milieu, gezondheid, luchtkwaliteit, bodem, fysieke veiligheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, gemengde wijken, ruimte voor sociale voorzieningen en ontmoeting).

Leerling Callandlyceum | Stadsdeel Nieuw-West

• De Omgevingswet, een nieuw wettelijk kader De nieuwe Omgevingswet betekent een grote verandering in de regelgeving en het beleid voor de fysieke leefomgeving. Met de wet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt, wordt het bestaande stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De invoering van de wet is gekoppeld aan de introductie van een digitaal stelsel voor ruimtelijke plannen en regels, en aan een andere manier van werken. Bijgevoegd figuur verbeeldt de veranderingen op deze drie gebieden in samenhang en de intentie dat ze goed op elkaar aansluiten.

14

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

Een omgevingsvisie voor Amsterdam

• • •

Doelen van de invoering van de Omgevingswet: beter inzicht in wat op bepaalde plekken wel en niet mag; meer ruimte om lokaal besluiten te nemen; snellere en uitvoerbare besluitvorming; meer samenhang in beleid, besluitvorming en regelgeving.

De Omgevingswet betekent ook een decentralisatie van verantwoordelijkheden van Rijk naar gemeenten. Daarmee krijgt Amsterdam de mogelijkheid om zelf invulling te geven aan deze doelen. En de omgevingsvisie speelt daarin een belangrijke rol. Ook is er een sterke stimulans om de samenwerking tussen overheden te verbeteren bij het uitvoeren van gezamenlijke opgaven, omdat zowel Rijk, provincies als gemeenten een omgevingsvisie opstellen voor hun grondgebied.

15

Relatie met nationale en provinciale omgevingsvisies De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 houdt rekening met de kaderstellende visies die door het Rijk en de provincie Noord-Holland zijn en worden opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie en de Provinciale Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. Het Rijk wijst in zijn Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vier prioriteiten aan: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s, en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De kracht van Nederland ligt in een polycentrische netwerkstructuur. Stedelijke en landelijke regio’s werken door het transporten mobiliteitsnetwerk complementair als één systeem. De vier metropoolregio’s (Amsterdam, Rotterdam Den Haag, Utrecht en Eindhoven) hebben daarbinnen de grootste aantrekkingskracht op internationale kennis, arbeid en kapitaal. De Amsterdamse metropoolregio is herkenbaar als internationaal zakencentrum en toeristische trekpleister, met Schiphol als schakel naar alle continenten. Deze regio kent een complexe verstedelijkingsopgave die samenvalt met meerdere nationale belangen. Het havengebied van Amsterdam is bijvoorbeeld essentieel voor de omslag naar een niet-fossiele, circulaire economie.

De omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland richt zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Amsterdam ziet ze als de kernstad van een stedelijk systeem van grotere en kleinere kernen: een metropool in ontwikkeling. De opgave is om hierbinnen de agglomeratiekracht te vergroten door sterkere samenhang. Via binnenstedelijke verdichting op goed bereikbare plekken, het aanpassen van het mobiliteitssysteem en het versterken van het landschap door toevoeging of verandering van functies. Nieuwe woningen worden in de visie van de provincie liefst zo dicht mogelijk bij grote werklocaties gerealiseerd, waar mogelijk in gemengde woon-werklocaties. Het grootstedelijk ov-systeem wordt de ruggengraat van deze metropool in ontwikkeling. Door het omleiden van verkeer dat niet in de centra hoeft te zijn, wordt de A9

16

de doorgaande autoroute voor de metropool. Net als het Rijk wijst de provincie het Noordzeekanaalgebied met de havengebieden van Amsterdam aan als locatie voor energietransitie en circulaire economie. Functie van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Voorliggende omgevingsvisie vormt voor het grondgebied van de Gemeente Amsterdam tot 2050 de leidraad voor de inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het vormt voor de Gemeente Amsterdam een zelfbindend kader voor projecten, beleid en programma’s die betrekking hebben op die fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie geeft richting, maar is geen concreet investeringsplan waarvoor de middelen nu al beschikbaar zijn of moeten komen. De omgevingsvisie vervangt na vaststelling door de gemeenteraad de huidige Structuurvisie Amsterdam 2040.

De delen kennen een eigen interne logica en structuur, maar staan inhoudelijk in nauw verband met elkaar. DEEL 1 VISIE beschrijft de ontwikkeling van Amsterdam en de regio, de grote opgaven en de visie tot 2050. Centraal in de visie tot 2050 staan vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling, Groeien binnen grenzen, Duurzaam en gezond bewegen, Rigoureus vergroenen, en Samen stadmaken. DEEL 2 WAAR behandelt de ruimtelijke koers bij de visie van de stad als onderdeel van de regio en geeft per stadsdeel een beknopte uitwerking en een adaptieve ontwikkelstrategie op hoofdlijnen. Hier zijn de regionale visiekaart en het ruimtelijk beeld van de stad en agglomeratie opgenomen. Deze zijn als ruimtelijke en programmatische basisstructuur uitgewerkt in een serie kaarten.

Landschappelijke kwaliteit is voor de

De Gemeente Amsterdam wil met een brede blik sturen. Deze omgevingsvisie heeft daarbij een drieledige functie: • richting geven aan groei; • versnellen van transities; • ruimte bieden aan initiatieven. De omgevingsvisie bouwt voort op eerder geformuleerde beleidsinzetten, maar formuleert op een aantal punten een aangepaste ruimtelijke koers. Die is gericht op het tegengaan van negatieve effecten op kansengelijkheid en leefbaarheid, op het verduurzamen van de stad en op herstel en vernieuwing van de economie. Op termijn, maar niet eerder dan 2022, zullen Weesp en Amsterdam één gemeente vormen. De ambtelijke organisaties zijn op 1 juni 2019 gefuseerd. Tot die tijd blijft Weesp een zelfstandige gemeente en maakt ze een eigen omgevingsvisie. Daarom doet deze omgevingsvisie nog geen uitspraken over het grondgebied van Weesp. Nadat de gemeenteraad van Weesp zijn omgevingsvisie heeft vastgesteld, wordt deze integraal in deze visie opgenomen.

DEEL 3 WAT geeft een overzicht van het Amsterdamse beleid voor de leefomgeving. Per sectoraal thema geven we aan welke nieuwe richtingen verkend moeten worden.

aantrekkelijkheid van de stad steeds belangrijker. Landschap speelt ook een hoofdrol in

DEEL 4 HOE gaat over de doorwerking van de omgevingsvisie. Dit deel agendeert veranderopgaven voor onze organisatie en in de samenwerking met samenleving, markt en andere overheden die nodig zijn om de visie uit te voeren. Deel 4 eindigt met een korte toelichting op de omgevingseffectrapportage (OER). Deze rapportage is parallel aan de omgevingsvisie ontwikkeld. Het omgevingseffectrapport vormt een aparte bijlage bij de omgevingsvisie. Deze is via omgevingsvisie@amsterdam.nl op te vragen.

het klimaatbestendig maken van de regio.

Opbouw Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Deze omgevingsvisie is opgebouwd uit vier delen, die weer bestaan uit hoofdstukken.

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

Een omgevingsvisie voor Amsterdam

17

Voorwoord

Amsterdam bevindt zich op een bijzonder moment in het bijna 750-jarig bestaan als stad. Tijdens het opstellen van deze toekomstvisie voor 2050 werd de wereld overvallen door een ontregelende pandemie. Het Amsterdamse college van B en W kiest ervoor om in deze onzekere tijd de blik stevig gericht te houden op de toekomst. Voorliggende Omgevingsvisie Amsterdam 2050 zet voor de lange termijn een heldere koers uit. Dat is belangrijk, want juist onzekerheid schept een behoefte aan richting geven door de overheid. De zeer snelle groei van de Amsterdamse economie en het aantal inwoners en bezoekers is door corona abrupt ten einde gekomen. Maar veel ademruimte geeft dit niet. De afgelopen jaren was de toevloed van inwoners, bezoekers en kapitaal uit het buitenland van zo’n omvang dat we grip verloren. Alles wijst erop dat we ons moeten voorbereiden op een voortzetting van de recente groei. Daarnaast stellen klimaatverandering, verlies van biodiversiteit, vergrijzing en internationalisering onze stad voor grote opgaven. De centrale gedachte van deze omgevingsvisie is dat we daarop voorbereid willen zijn en dat we de ontwikkeling van de economie en de toename van de bevolking willen gebruiken om een betere stad te worden, met meer kansengelijkheid, leefbaarder voor mens en dier en duurzamer in een vitale en goed verbonden regio.

Door te groeien wil Amsterdam zijn verantwoordelijkheid nemen. Steden als Amsterdam zijn onmisbaar voor de ontwikkeling van cultuur, wetenschap, samenleving en economie. Dankzij de kans op ontplooiing die ze aan mensen bieden. Door mogelijkheden voor scholing, kans op werk, ruimte om iets te maken en te ondernemen. Door het contact met zoveel andere en verschillende mensen. Steden bieden bovendien de beste kans op een duurzame manier van samenleven, waarbij mensen minder beslag leggen op schaarse ruimte en grondstoffen. Zodat we waardevolle landschappen en natuurgebieden niet hoeven vol te bouwen en we fietsend en met het openbaar vervoer naar ons werk kunnen. Daarom wil Amsterdam plek bieden aan meer mensen. Maar groei is voor Amsterdam ook een kans. Ontwikkeling van de stad betekent de mogelijkheid om de grote ambities waar te maken die we hebben voor de bouw van betaalbare woningen, een meer inclusieve economie, verduurzaming van de stad, een groene openbare ruimte die uitnodigt tot wandelen en fietsen, minder kansenongelijkheid en meer eigenaarschap en zeggenschap over de eigen leefomgeving. Bovenal is het een kans om het unieke karakter van Amsterdam te versterken. Daarbij zetten we lijnen die in het verleden zijn ingezet door naar de toekomst en zoeken we tegelijk naar nieuwe wegen.

Amsterdam heeft een sterke en onderscheidende stadscultuur. We zijn een stad waar waarden als vrijzinnigheid, activisme en zorgzaamheid breed gedragen worden. Binnen Amsterdam zijn er heel verschillende buurten, met hun eigen kwaliteit en identiteiten. Naar 2050 willen we de kracht van de diversiteit binnen de stad versterken door de verschillende delen van de stad op eigen voorwaarden en naar eigen behoeften verder te ontwikkelen. Niet als opzichzelfstaande werelden, maar als integraal onderdeel van het geheel. Nauw verbonden met het grotere Amsterdam. Letterlijk via nieuwe straten, lanen, bruggen en openbaarvervoerlijnen. Maar ook figuurlijk, dankzij een gedeelde stadscultuur, die leeft in de openbare ruimte, in buurthuizen, cultuurgebouwen en de ontelbare andere publieke plekken waar mensen bijeenkomen. Richting 2050 willen we ons verder ontwikkelen als een menselijke metropool. We verruimen daarom onze blik op de stad in de regio, terwijl we tegelijk groeien binnen grenzen, met leefbare en economisch vitale buurten als sociaal fundament en zonder het draagvermogen van de aarde te overstijgen. De stad wordt uiteindelijk gemaakt door de samenleving: Amsterdammers, ondernemers, bedrijven en instellingen. Aan hen willen we met deze omgevingsvisie ruimte geven voor meer zeggenschap, eigenaarschap en verantwoordelijkheid voor de eigen leefomgeving.

De omgevingsvisie is daarmee naast sturingsinstrument voor stedelijke ontwikkeling en de kwaliteit van de leefomgeving ook een agenda voor eenentwintigste-eeuws stadmaken. Een opdracht aan onszelf om samen te werken. Een uitnodiging bovendien aan iedereen om actief mee te werken aan het vormgeven van de stad waar Amsterdammers, oud en nieuw, zich thuis voelen. Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

Marieke van Doorninck, wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid

De belangrijkste nieuwe notie is dat de groei van de stad in de regio vraagt om een schaalsprong in ons denken over Amsterdam én de regio. Aan de ene kant omdat de we nog meer dan voorheen efficiënt en slim moeten omgaan met de schaarse ruimte in de stad, aan de andere kant omdat Amsterdam als stad functioneel veel groter is dan de stad alleen en zelfs groter dan de metropoolregio. Het vraagt om nieuwe oplossingen op de schaal van de straat en de buurt en tegelijk om een idee over de internationale positie van Amsterdam.

18

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

Voorwoord

19

Publiekssamenvatting Amsterdam en de Amsterdammers beleven een spannende tijd. Jaren van snelle groei zijn abrupt afgebroken door een ontregelende pandemie, die op de korte termijn voor onzekerheid zorgt. Tegelijk is er de voortdenderende trein van internationalisering en technologische ontwikkeling die maatschappelijke tegenstellingen verscherpt. Daarbovenop komt de noodzakelijke omschakeling vanwege de klimaatverandering en klimaatbestendigheid. Deze omgevingsvisie komt daarom op het goede moment. Het stadsbestuur zet ermee de lijnen uit naar 2050. Hoe richten we de stad in ten behoeve van welvaart, welzijn en geluk van de Amsterdammers, regiobewoners en bezoekers? Waar gaan we wonen en werken, hoe komen we van A naar B, hoe zien de publieke ruimtes eruit en welke plek is er straks voor groen? Bij de totstandkoming van deze visie waren veel Amsterdammers betrokken, en nu dit alles er ligt, wil het bestuur het gesprek met de stad voortzetten. En meer dan dat, de Amsterdammers worden uitgenodigd mee te doen met de uitvoering. Want dat is een van de kernideeën van deze visie: de stad maken we samen.

Het startpunt, hoe staat Amsterdam ervoor? Tien jaar geleden schreef Amsterdam een vergelijkbare visie voor de periode tot 2040. De groeiambities van toen zijn meer dan waargemaakt, de voorziene toename van het aantal inwoners en banen voor 2040 is nu al bijna bereikt. Vooral dankzij de komst van internationale bedrijven en bijbehorende kennismigranten. De dienstensector groeide snel en door verdubbeling van het aantal toeristen gold dat ook voor horeca. Omdat investeringen in openbaar vervoer, publieke ruimte en groen achterbleven, is de druk op de stad stevig toegenomen. Meest in het oog springend zijn de geëxplo-

20

deerde huizen- en huurprijzen, die het voor bewoners met een lager en middeninkomen en kleine ondernemers lastig maken om een plek te vinden in de stad. Steeds duidelijker wordt dat de status van Amsterdam als internationale metropool negatieve kanten heeft. Bijvoorbeeld vanwege de ontwrichting van de woningmarkt door vastgoedbeleggingen en een het gevoel van ontheemding bij sommige Amsterdammers door de snelle veranderingen. Winst en verlies zijn ongelijk verdeeld. Tegenover het centrum en de buurten eromheen, die succes (en overlast) meemaken, staan naoorlogse wijken die veel minder profiteren van de ontwikkeling van de stad. De verschillen tussen Amsterdammers zijn vergroot, niet alleen in inkomen maar meer algemeen in mate van kwetsbaarheid. Corona heeft die tegenstelling nog eens extra aan het licht gebracht – sommige bevolkingsgroepen en sommige buurten blijken extra kwetsbaar. Tegelijk heeft corona het belang van de eigen wijk en buurt onderstreept. Hoe internationaal ook, het succes van de stad hangt nog altijd grotendeels samen met in hoeverre inwoners zich thuis voelen. Dit alles vormt het startpunt voor de Omgevingsvisie 2050. De verwachting is dat de groei van de stad zal doorzetten. Die groei moet opgevangen worden en vooral gelijker verdeeld. Ook over de regio. Het besef dat Amsterdam

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

onderdeel is van een grootstedelijke regio is meer dan ooit doorgedrongen. We hebben samenwerking nodig met de regio, maar ook het Rijk, om tot een betere stad uit te groeien. Er zijn flinke investeringen nodig in infrastructuur, voorzieningen en stedelijk en landelijk groen. De grootste uitdaging is de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen en een minder verspillende manier van leven. De inrichting van stad en regio gaat wezenlijk veranderen. Een deel van de plannen staat al op de rol, een ander deel is nieuw. In de omgevingsvisie staat vooral de samenhang centraal en het kiezen van een koers naar 2050.

Graag groei, maar onder voorwaarden: vijf strategische keuzes Wereldwijd groeien steden. Steden hebben aantrekkingskracht omdat ze bedrijvigheid, wetenschap en creativiteit dicht bijeenbrengen en zo innovatie stimuleren en kansen bieden aan individuen. De stad moet kansen bieden aan iedereen. Om die reden omarmt Amsterdam zowel nieuwe inwoners als nieuwe banen. Economische vitaliteit is gewenst, niet in de laatste plaats vanwege de inkomsten en de banen. Maar we willen ook ruimte bieden aan vernieuwing en een meer circulaire economie. De deur dichtgooien onder het mom ‘de stad is vol’, verplaatst de problemen naar de regio en bedreigt het open landschap. Groei een plek geven in de stad is dus ook een verantwoordelijkheid. Om volledig profijt te trekken moet die groei wel richting gegeven worden. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling, Groeien binnen grenzen, Duurzaam en gezond bewegen, Rigoureus vergroening en Samen stadmaken. Meerkernige ontwikkeling Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op gericht is; een van de hoofddoelen van deze visie is een stad en regio te worden met meer stedelijke kernen.

Deze ingreep in de structuur van de stad is mogelijk door bedrijventerreinen te ontwikkelen tot bruisende stadsbuurten, zoals Haven-Stad, Schinkelkwartier en de noordelijke IJ-oevers, en door in de bestaande centra van Nieuw-West, Zuidoost

Publiekssamenvatting

en Noord flink te investeren in stedelijkheid. Verdichting en kwaliteit zijn de sleutelwoorden: met meer bewoners en ruimte voor bedrijvigheid is er meer draagvlak voor winkels, horeca en voorzieningen met uitstraling, zoals een theater aan de Sloterplas en een cultuurgebouw op het Buikslotermeerplein. De stadsdeelcentra Osdorpplein, Amsterdamse Poort en Buikslotermeerplein zijn straks grootstedelijke stadscentra met bijbehorende aantrekkingskracht, elk met een eigen gezicht: met meer kernen krijgt Amsterdam meer smoel. Voor buurtbewoners zijn deze veranderingen ingrijpend omdat ‘hun’ buurt van karakter verandert, daarom moeten ze transparant en in samenspraak uitgevoerd worden. Meerkernigheid als streven geldt ook voor de regio. De huidige spreiding van werkgelegenheid en voorzieningen is scheef in het nadeel van de regio, met als gevolg grote vervoerstromen. De inzet is werk beter te spreiden en de stedelijke kwaliteit van kernen als Almere, Zaandam, Purmerend en Hoofddorp te vergroten met voorzieningen zoals hoger onderwijs en culturele instellingen. Bovendien gaan Amsterdam en de regio zich naar elkaar richten door woningbouw en werkgelegenheid te concentreren rond de stations.

De onderlinge vervoerverbindingen willen we verbeteren, met een metro naar Schiphol en Hoofddorp, een doorgetrokken Ringlijn en metro’s, regiotreinen of snelbussen richting Almere, Zaanstad, Haarlem en Hilversum. Aan de rand van de stad komen hubs waar de automobilist overstapt op snel openbaar vervoer of fiets. Groeien binnen grenzen De stad mikt op minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, dat is een voortzetting van het groeitempo van de afgelopen 10 jaar. Plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei wordt aan voorwaarden gebonden. Amsterdam wil dat de groei enerzijds het sociale fundament van de stad versterkt en anderzijds het draagvermogen van de planeet niet overschrijdt. Daarom mag de groei alleen plaatsvinden binnen de huidige stadsgrenzen. Op die manier versterken we de kwaliteit van bestaande buurten, kunnen we overal woningen en bedrijfsgebouwen verduurzamen en houden we de kwetsbare landschappen open.

21

Groeien binnen de bestaande stad kan door bedrijventerreinen om te bouwen tot gebieden waar zowel gewoond als gewerkt wordt, zoals in genoemde Schinkelkwartier en als grootste Haven-Stad. Daarnaast is er ruimte voor groei in de naoorlogse wijken van Nieuw-West, Zuidoost en Noord, waar we op een slimme manier kunnen verdichten. Bij grotere stations als Lelylaan, Zuid, RAI en Sloterdijk is ruimte voor wonen en werken in gebouwen hoger dan 70 meter. Zulke hoogbouw is ook passend langs het brede water van het IJ. Bij het verdichten van buurten staat een goede woonkwaliteit, met leefbare straten en pleinen en veel plek voor ontmoeting, voorop. Tegelijk wordt de stad ingericht op hergebruik van materialen en grondstoffen en op een andere, meer zelfvoorzienende energieopwekking zoals stadsverwarming en zonne- en windenergie. Dit maakt de strijd om de schaarse ruimte nog heviger, maar in de wetenschap dat dicht op elkaar wonen op zichzelf duurzamer is, want efficiënter in alle opzichten. Schaarste dwingt tot creatieve oplossingen, zoals het benutten van daken. In het landschap rond de stad maken we ruimte voor windmolens. Duurzaam en gezond bewegen In een verdichtende stad gaan we zuinig om met de schaarse ruimte. We zoeken plek om te bouwen, voor groen, voor verblijven en voor de fietser en de voetganger. Om die reden moet de auto als ruimtegebruiker een stap terug doen.

We hebben een drieledig doel: ruimte, schonere lucht en gezonder bewegen. Dat gaat niet ten koste van bereikbaarheid. Mede dankzij de verdichting krijgen Amsterdammers hun voorzieningen, inclusief park, in de eigen buurt op loop- of fietsafstand. Buurten en kernen worden verbonden door een netwerk van veilige fietsroutes en openbaar vervoer. Nu nog drukke autostraten als Lelylaan en Gooiseweg zijn straks aantrekkelijke stadslanen die naast auto-ontsluitingsroute ook belangrijk zijn voor fiets en openbaar vervoer, en die op zichzelf prettige verblijfsgebieden worden met winkels, horeca en culturele pleisterplaatsen. Tussen stadsdelen komen nieuwe aansluitingen, zoals mogelijk twee IJ-oeververbindingen, een Schinkelbrug en een fietsbrug over de Amstel. De omliggende gemeenten worden dichterbij

22

gebracht door stimuleren van schoon vervoer met snelle fietsroutes en meer trein-, metro- en busverbindingen. Rigoureus vergroenen Verdichting wordt gecombineerd met vergroening van de stad. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. De stad zal rigoureus vergroenen met meer en betere natuur door de hele stad. Straten en pleinen worden groen ingericht, straatstenen zullen wijken voor bomen en beplanting. Het autoluw maken van de stad biedt daarvoor mede ruimte. Bouwen wordt natuurlijker door gevels en daken te vergroenen. Dit lukt alleen als Amsterdammers meedenken en meedoen. Vergroening is ecologisch noodzakelijk, maar moet ook aansluiten bij de wensen van de Amsterdammers. Al het groen in straten, pleinen en parken – Haven-Stad en de noordelijke IJ-oever krijgen eigen parken – zal ingericht worden op ontmoeting, ontspanning en recreatie. Een ander belangrijk doel is tegengaan van hittestress en vergroten van het waterbergend vermogen van de stad. Dat geldt ook voor de beroemde Amsterdamse scheggen, de groene vingers die de stad in steken, inclusief Waterland. De kwaliteit van deze landschappen gaat omhoog door omschakeling naar kringlooplandbouw, tegengaan van bodemdaling en herstel van biodiversiteit.

De aansluiting van de scheggen op de nieuwe kernen in NieuwWest, Zuidoost en Noord wordt verbeterd, waardoor langs de randen van de Amstelscheg, het Amsterdamse Bos, de Bretten en de Noorder IJ-plas aantrekkelijke verblijfs- en recreatieplekken ontstaan. De Tuinen van West zijn daarvan een bestaand voorbeeld. Samen stadmaken Deze omgevingsvisie combineert ruimtelijke inrichting met doelen op groen, wonen, werken, duurzaamheid, leefomgeving. Zo wil de stad in de toekomst werken: in samenhang. In plaats van losse beleidsdoelen die van alle kanten komen – eerst verkeer, dan werk, vervolgens energie en wie houdt de leefbaarheid en kwaliteit van de buurt in de gaten? –, worden ambities voortaan samengebracht. Dat vereist richting geven, maar dat kan niet op detail. Het stadsbe-

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

stuur gaat sturen op hoofdlijnen. De principiële keuze daarbij is dat de regels zo worden dat naast de klassieke partijen als ontwikkelaars en woningcorporaties, Amsterdammers ook zelf aan de slag kunnen. We bieden daarmee meer ruimte voor bewoners om individueel of in collectieven zoals coöperaties betaalbare huurwoningen te bouwen, voorzieningen te beheren, energie op te wekken, mee te doen met inrichting van de buurt of lokaal ondernemerschap. We onderzoeken de haalbaarheid van een gemeentelijk woningbouwfonds voor coöperaties waaruit Amsterdammers kunnen lenen om hun plannen te financieren. Eigen initiatief kan het gevoel van eigenheid terugbrengen en leven in buurten blazen. Eigen initiatief is niet nieuw. Amsterdam heeft hier een traditie in, van stadsstrand Blijburg tot de NDSM-werf, om twee heel verschillende succesvolle voorbeelden te noemen. De samenwerking betreft ook de regio en het Rijk. De afhankelijkheden zijn groot en worden alleen maar groter. Veel afstemming is al georganiseerd, dat is niet het geval op de schaal van de ‘agglomeratie’: het aaneengesloten gebied dat bestaat uit Zaanstad, Diemen, Ouder-Amstel, Amstelveen en Amsterdam, terwijl daar veel overlap ligt. Hier wordt nauwere samenwerking onderzocht. Meedoen Bij het maken van deze omgevingsvisie zijn uiteenlopende groepen Amsterdammers gehoord.

Zij wezen, naast zaken als duurzaamheid, toegankelijkheid, betaalbaarheid en ontmoeting, op het belang om mee te kunnen bepalen hoe stad en buurt eruit gaan zien. Die betrokkenheid is essentieel, want de stad maken we samen. De onstuimige groei van het afgelopen decennium heeft voor vervreemding gezorgd, het gevoel de eigen buurt kwijt te raken. Meedoen geeft Amsterdammers de kans hun stad terug te nemen. Deze omgevingsvisie is belangrijk, want eenmaal vastgesteld – voor de zomer van 2021 – moeten alle plannen en ingrepen in de stad zich hier op richten. Het stadsbestuur maakt in deze visie keuzes die soms pijn zullen doen. Soms moeten bestaande belangen en ruimtegebruikers inleveren. De keuzes zijn gemaakt op goede gronden, daarin kleurt zich dit college, maar over goed en beter valt te twisten. Het bestuur gaat daarover graag met de stad in gesprek.

Publiekssamenvatting

Agenda voor de vijf strategische keuzen •

Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking - Regionale spreiding stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. - Onderscheidende ontwikkeling Nieuw-West, Zuidoost en Noord. - Twee vaste IJ-oeververbindingen en een regionaal fietsnetwerk. - Uitbreiding HOV en metronet en ontwikkeling stationskwartieren.

•

Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling - Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. - Verduurzamen bestaande buurten en woningen. - Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. - Verduurzaming van de haven.

•

Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een wandel- en fietsstad - Een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting en bewegen. - Meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Auto’s zijn te gast. - Verkeerswegen (Gooiseweg, Lelylaan, Burg. Roëllstraat) worden groene stadslanen begeleid door bebouwing.

•

Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier - Openbare ruimte zo groen mogelijk inrichten. - Ontwikkeling parken (Oeverlanden, Hondsrugpark, Gaasperdakpark, Zuidasdokpark en NDSM-Oost). - Groene routes en ecologische verbindingen. - Investeren in het landschap: natuurontwikkeling, kringlooplandbouw, en ruimte voor sporten en bewegen.

•

Samen stadmaken Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief - Gelijkwaardige (digitale) informatiepositie bij planvorming. - Buurtbatenovereenkomsten en buurtomgevingsvisies. - Grotere rol Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling. - Ruim baan voor wooncoöperaties: naar 10% van de woningvoorraad in 2040.

23

750 jaar bouwen aan stedelijke kwaliteit Deze omgevingsvisie is de achtste in een reeks wettelijk verplichte stadsbrede ruimtelijke plannen, waarvan het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1934 de eerste was. Amsterdam kent een lange traditie van zorgvuldig en integraal bouwen aan de stad, die teruggaat tot het ontstaan van onze stad als nederzetting rondom een dam in het veenriviertje de Amstel. Vanaf het allereerste begin is de vorm van de stad en de manier waarop de stad groeit verweven met de waterhuishouding en het landschap. De schoonheid van onze stad ligt besloten in het op harmonieuze wijze bijeenbrengen van water, openbare ruimte, groen en bebouwing. Amsterdam is als stad gebouwd op basis van een reeks opeenvolgende plannen. Van de vier stadsuitleggen in de zeventiende eeuw, via de negentiende-eeuwse gordel, de plannen Zuid en West van Berlage en de tuindorpen in Noord, de naoorlogse wijken in Nieuw-West, Buitenveldert, Zuidoost en Noord tot de Aker, Nieuw-Sloten en IJburg. De opeenvolgende plannen werden vanaf de vroege zeventiende eeuw tot in de jaren 70 van de 20e eeuw in schaal steeds groter. Het behouden van de samenhang tussen water, groen, openbare ruimte en bebouwing en de ordening van functies vroeg dan ook om steeds meer rigide sturen op kwaliteit.

Dit was mede mogelijk dankzij een zeer dominante rol van de overheid in de ruimtelijke ordening en het bouwen aan de stad vanaf het begin van de 20e eeuw. Sinds de jaren 70 heeft de Amsterdamse groei door uitbreiding geleidelijk plaatsgemaakt voor een groei door inbreiding: transformatie en verdichting van de bestaande stad. Daarmee is de schaal van individuele plannen weer kleiner geworden. Tegelijk vraagt de manier waarop de stad als onderdeel van de regio groeit juist om

24

grootschaliger regionaal plannen. Als gevolg hiervan is een scheiding ontstaan tussen het sturen op stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit in de individuele plannen - de projecten – en het ordenen van de stad en de regio - het structuurplan. De stadsbrede structuurplannen voor Amsterdam zijn sinds het AUP dan ook steeds minder stedenbouwkundig van aard en steeds meer planologisch. Met deze omgevingsvisie maakt Amsterdam tot 2050 ruimte voor de grootste groeispurt in zijn bestaan. In 30 jaar tijd kan onze stad met 250.000 inwoners groeien tot bijna 1,1 miljoen, terwijl het aantal inwoners van de metropoolregio van 2,5 miljoen tot meer dan 3 miljoen stijgt. Wat voor gebouwde stad zullen wij nalaten? De ambitie zou niet minder hoog mogen zijn dan in de eerste van de stadsbrede structuurplannen, het AUP. De manier waarop we nu aan de stad bouwen is echter onvergelijkbaar met 1934. De vraag die destijds gesteld werd, hoe “Amsterdam zich in de toekomst zal kunnen ontwikkelen tot een goed-geoutilleerde en tevens schoone stad”, vraagt dan ook om een nieuw antwoord.

het project. We zoeken naar een goede balans tussen richting geven als overheid en ruimte bieden aan de samenleving. Het sturen op kwaliteit en het maatschappelijk initiatief mogelijk maken. De geschiedenis van Amsterdam en de bestaande kwaliteiten van de stad vormen daarbij een bron van inspiratie. Deze omgevingsvisie geeft met een stedenbouwkundige ruimtelijke en programmatische basisstructuur richting aan samenhang en evenwichtige ontwikkeling van de stad. De invulling op het niveau van het gebied, het project en de buurt is echter van minstens even groot belang. Hoe Amsterdam daarbij terug kan grijpen op de traditie van eigenheid en harmonie zullen we de komende jaren onderzoeken. In 2025 is het 750 jaar geleden dat Amsterdam stadsrechten kreeg. Het is een mooie aanleiding om naar de toekomst te kijken. Onderdeel van het programma Amsterdam 750 is een Nieuwe Kaart van de metropoolregio, waarvoor deze omgevingsvisie een belangrijke bouwsteen is.

De komende jaren zullen we in het stadsontwerp een brug moeten slaan tussen de grote schaal van de metropool en de kleine schaal van

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

750 jaar bouwen aan stedelijke kwaliteit

25

26

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

Deel I | Visie

27

Deel I Visie • Amsterdam in de wereld • Ideeën en zorgen vanuit de stad, voor de stad • Visie op de toekomst • Vijf strategische keuzes

Dit deel begint met een beschrijving van de belangrijkste maatschappelijke trends en grote opgaven voor Amsterdam en de metropoolregio. Daarna presenteren we de visie op Amsterdam in de regio. Aan de hand van vijf strategische keuzes laten we zien hoe we op ruimtelijk gebied richting geven om daarmee ruimte te bieden aan Amsterdammers en professionele partners om mee te bouwen aan Amsterdam. De visie wordt verder uitgewerkt in de hierop volgende delen over de ruimtelijke uitwerking in Deel II WAAR, over de beleidsagenda voor een complete stad in Deel III WAT en in de doorwerking van de omgevingsvisie in Deel IV HOE.

“Geef de straat weer een beetje terug aan de mensen die op straat leven door vriendelijk ontwerp van de openbare ruimte, bankjes waar je op kunt liggen, plekken waar je samen kan komen” Patrick Roegiers | Stadsdeel Centrum

28

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

Deel I | Visie

29

1 Amsterdam in de wereld Grote uitdagingen Amsterdam is de kernstad van een snelgroeiende metropoolregio. Groei en transitieopgaven vragen in toenemende mate om samenwerking op regionale en landelijke schaal. Tegelijk is de kwaliteit van de directe leefomgeving juist belangrijker geworden. De roep om meer zeggenschap over de eigen stad, buurt en straat wordt steeds luider. Deze omgevingsvisie moet handvatten bieden voor het opereren in het spanningsveld tussen grote en kleine schaal, tussen beleid voor de korte termijn en keuzes en grote investeringen voor de lange termijn, tussen de noodzaak ruimtelijk richting te geven en de wens tegelijk ruimte te bieden aan initiatief uit de samenleving. In dit hoofdstuk blikken we terug op de ontwikkeling van Amsterdam de afgelopen tien jaar en duiden we een aantal achterliggende ontwikkelingen en trends: klimaatverandering, digitalisering, metropoolvorming, ontwikkelingen in de samenleving en de manier waarop we de stad maken. Terugkijken op de afgelopen tien jaar Sinds 2010 kende Amsterdam een periode van snelle groei. Per jaar heette de stad ruim 11.000 nieuwe Amsterdammers welkom. Tegelijk met het aantal inwoners groeiden de werkgelegenheid en het aantal bezoekers explosief. De stad internationaliseerde in een ongekend tempo.

De instroom van talent uit binnen- en buitenland, de opkomst van de techsector, de vestiging van EMA en groei van toonaangevende bedrijven waren onderdeel van die internationalisering. Het succes kwam niet uit de lucht vallen: decennia van investeren in kwaliteit van buurten, voorzieningen en de openbare ruimte, het open en tolerante karakter van de bevolking en het goede investeringsklimaat droegen alle bij aan de aantrekkelijkheid van Amsterdam. De stevige internationale positie van Amsterdam vloeit voor een groot deel voort uit deze lokale kwaliteiten. Hoewel de coronacrisis steden als Amsterdam economisch harder raakt dan veel andere landsdelen, is de uitgangspositie van Amsterdam daarom onverminderd sterk.

30

Het succes van aantrekkelijke steden en de keerzijde De groei en internationalisering van Amsterdam past in een wereldwijde beweging, waarbij aantrekkelijke metropolen zich ontwikkelen tot brandpunten van de kenniseconomie. De afgelopen decennia groeide de economie van kennisintensieve steden zoals Amsterdam daardoor hard. Amsterdam is aantrekkelijk als ontmoetingsplek, internationaal verbonden. De clustering van innovatieve en gespecialiseerde bedrijven komt voort uit het feit dat personeel graag werkt in een aantrekkelijke, levendige omgeving waar veel passende banen zijn. Omgekeerd trekken bedrijven in de verbonden wereldeconomie naar de plekken waar het beste personeel is. In steden leren mensen van elkaar. De kans dat zich een mogelijkheid voordoet om te leren van anderen is nu eenmaal groter op plekken waar veel verschillende mensen samen werken en wonen. Hoe groter en gevarieerder de steden, hoe sterker de leereffecten, innovatie en welvaartsgroei zijn.

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

Globalisering brengt daarbij voor steeds meer mensen materiële welvaart. Maar sinds het einde van de vorige eeuw wordt duidelijk dat het beslag dat we op de planeet leggen tot uitputting van natuurlijke hulpbronnen leidt, en onherstelbare schade aanricht in ecosystemen waarvan we als mensen afhankelijk zijn. Globalisering betekent ook een steeds nauwere verwevenheid van steden, landen en werelddelen, met als gevolg een grotere kwetsbaarheid. De impact van het coronavirus op alle aspecten van onze samenleving legt dit haarscherp bloot. Deze internationale crisis brengt tegelijk een herwaardering voor de directe leefomgeving met zich mee. Duidelijk wordt hoe belangrijk de kwaliteit van buurten en de kracht van lokale netwerken zijn. Toenemende ongelijkheid De opkomst van de stedelijke kenniseconomie heeft de afgelopen jaren tienduizenden nieuwe banen gecreëerd in Amsterdam. Maar tegelijk is de sociaal-economische ongelijkheid toegenomen en is kansenongelijkheid groter geworden. We constateren dat de kernstad en de rest van de regio als het gaat om economische dynamiek en bevolkingssamenstelling uit elkaar groeien. Terwijl in Amsterdam en Haarlemmermeer het aantal banen explosief groeide, bleven andere delen van de metropoolregio achter.

Verschillen tussen buurten binnen de stad namen toe en de steeds hogere huizenprijzen maakten het voor lagere en middeninkomens bijna onmogelijk om een plek in de stad te bemachtigen. Daarnaast neemt de bereikbaarheid van werk voor velen af en de reisafstand toe, terwijl investeringen in vooral openbaar vervoer achterblijven bij de groei van inwoners en banen.

voorzieningen en infrastructuur, die bij de structuurvisieambitie hoorden, niet zijn gedaan. Dat betekent dat de groei van inwoners, werknemers en bezoekers grotendeels opgevangen is door dezelfde voorzieningen en infrastructuur als tien jaar geleden. De druk op de stad liep hierdoor merkbaar op. De groei heeft een grote impact op de inwoners en de leefkwaliteit in de stad. De ruimte wordt steeds schaarser. Dit heeft snelle prijsstijgingen van woningen als gevolg gehad. Kwetsbare groepen Amsterdammers profiteren lang niet altijd mee van het succes van de stad. Het toegenomen aantal bezoekers heeft zeer negatieve gevolgen voor de leefbaarheid in sommige delen van het centrum. Dit alles heeft consequenties voor de open en tolerante houding van Amsterdammers, en hoe zij de stad beleven. De oplopende druk op de schaarse ruimte valt samen met nieuwe en urgente opgaven. Voorbeelden zijn de toenemende sociaaleconomische en ideologische verschillen in de samenleving, de snelle technologische ontwikkeling en de vergrijzing. Allemaal hebben ze impact op de leefomgeving. De meest fundamentele nieuwe opgave vloeit echter voort uit de verandering van het klimaat en de noodzaak lokaal invulling te geven aan de energietransitie en de circulaire economie.

Druk op de stad De toename van bevolking, arbeidsplaatsen en bezoekers in Amsterdam verliep sinds 2010 veel sneller en was groter dan voorzien. In de Structuurvisie Amsterdam 2040 uit 2011 was de voorspelling dat Amsterdam in 2040 860.000 inwoners zou tellen. Dat aantal is in 2019 bereikt. Het aantal arbeidsplaatsen en bezoekers is zelfs nog sneller gegroeid dan het aantal inwoners, terwijl die groei in 2011 helemaal niet voorzien werd. Tegelijk moeten we constateren dat de meeste van de grote investeringen in openbare ruimte, groen, stedelijke

Deel I | Visie

31

De kwaliteit van de stad vloeit voort uit ruimtelijke inrichting, maar vooral uit de netwerken van mensen. Uitwisseling van kennis, ervaring en ideeën door inwoners én bezoekers zorgt voor culturele en economische vernieuwing.

Amsterdam in het antropoceen De invloed van de mensheid op de planeet neemt steeds verder toe. De in Amsterdam geboren Nobelprijswinnaar Paul Crutzen opperde als eerste de term ‘antropoceen’. De invloed van de mens is vergelijkbaar met een geologische kracht en de effecten van onze soort op de planeet zullen over honderdduizenden jaren nog voelbaar zijn. De aantasting van het milieu heeft een steeds directer en doordringender effect op onze leefomgeving. De coronacrisis maakt dat duidelijk. Een besmettelijk virus springt op een markt over van dier op mens en in enkele maanden tijd wordt de hele wereld er door geraakt. De klimaatcrisis verloopt langzamer, maar is bedreigender en fundamenteler. Amsterdam ligt op een kwetsbare plek. Zeespiegelstijging, droogte en extreme neerslag en een dalende bodem bedreigen op langere termijn de bewoonbaarheid van heel laag Nederland. Lokaal zijn de effecten van klimaatverandering al voelbaar: Nederland maakte in 2020 alweer een ongebruikelijk lange hittegolf mee, grote delen van ons land kampen met structurele droogte en extreem weer trekt een zware wissel op de leefbaarheid van dichtbebouwde steden. Er is terecht reden tot grote zorg en somberheid. De doelstelling de opwarming van de aarde tot 1,5 graad te beperken raakt steeds verder buiten beeld.

Wellicht bereiken we het moment van 1,5 graad opwarming al vlak na 2030 en van 2 graden nog voor 2050. Dat is nog binnen de horizon van deze omgevingsvisie. Het overschrijden van de tweegradengrens zal leiden tot onbeheersbare wereldwijde klimaatproblemen, zoals hitte, droogte, overstromingen, misoogsten, en klimaatvluchtelingen. Een toekomstbestendig Amsterdam overschrijdt de draagkracht van de planeet niet. Feit is dat we op dit moment al ver boven onze stand leven. Alleen al het aanpassen van de bestaande stad aan klimaatdoelen en extremer weer stelt ons voor enorme opgaven en kosten. Op termijn is een omschakeling op een grotendeels circulaire samenleving noodzakelijk. Dit heeft grote gevolgen voor de leefomgeving en de wijze waarop de stad zich ontwikkelt. In de circulaire stad is meer ruimte nodig voor energievoorziening en

32

afvalverwerking. Dit betekent een extra ruimtevrager waar we in de verdichtende stad rekening mee moeten houden. Het opwaarderen van grondstoffen, lokale productie, het opslaan van energie vraagt om milieuruimte. Dat betekent dat mengen van deze activiteiten met wonen en werken niet vanzelfsprekend is.

Metropoolvorming De ontwikkeling van onze stad is meer dan ooit verbonden met die van de rest van de regio en heel West-Nederland. Amsterdam bleek de afgelopen jaren een belangrijke trekker voor mensen, instellingen en bedrijven uit het buitenland. Amsterdam is sterk in de sectoren cultuur, creatieve industrie en media, fintech, ICT en lifesciences. Veel Nederlandse bedrijven groeiden in onze stad uit tot wereldspelers. Als gezegd houdt de Amsterdamse bevolkingsgroei de toename van de werkgelegenheid niet bij. Werknemers van Amsterdamse bedrijven wonen dan ook in de hele metropoolregio en ver daarbuiten. Ook Amsterdammers en nieuwkomers op zoek naar een groter of betaalbaar huis zoeken hun heil vaak buiten de stad. De druk op de schaarse ruimte in de stad en de stijgende prijzen leiden daarnaast tot een verdringing van bedrijven en functies die (milieu)ruimte nodig hebben. Distributie en opslag, industrie en grondstoffenverwerking, duurzame energieopwekking, datacenters en groothandels zijn onmisbaar voor Amsterdam. Ze zijn echter steeds vaker aangewezen op een plek buiten de stad. De concentratie van werkgelegenheid en publieksvoorzieningen en gelijktijdige spreiding van inwoners en stadsverzorgende functies, betekent dat Amsterdam en de andere delen van de metropoolregio meer van elkaar afhankelijk worden.

Deze integratie van de kernstad met de omliggende gemeenten is kenmerkend voor groeiende metropolen. Het landschap heeft niet direct van de groei geprofiteerd, hoewel de waarde ervan buiten kijf staat. Voor de leefkwaliteit, maar ook voor biodiversiteit en voor opgaven als het bufferen van water, de productie van gezond en duurzaam voedsel en schoon drinkwater. Desondanks is het lastig gebleken uithollende

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

processen als bodemdaling, afname van biodiversiteit en versnippering te stoppen. Gezamenlijke opgaven Binnen de metropoolregio wordt de band met onze buren in de agglomeratie Amsterdam sterker. Zij hebben de afgelopen jaren duizenden woningen gebouwd, grotendeels voor de Amsterdamse vraag. Verscheidene grote projecten staan nog op stapel. Vaak liggen ze dicht tegen onze gemeentegrens aan. Ruimtelijk raakt het aaneengesloten stedelijk gebied van Amsterdam, Zaanstad, Amstelveen, Ouder-Amstel en Diemen vervlochten. In de groene scheggen Amstelscheg, Amsterdamse Bos, Diemerscheg en Waterland is de recreatieve druk toegenomen. Het maakt groei, beheer van groen, landschap en water en aanleg van infrastructuur tot een gezamenlijke opgave die vraagt om nauwe samenwerking binnen de agglomeratie. Tegelijk ontstijgt de invloedssfeer van Amsterdam het schaalniveau van de metropoolregio. Een toenemend aantal van de Amsterdamse banen wordt ingevuld door inwoners van grote en middelgrote steden op afstand, zoals Rotterdam, Zwolle en Den Bosch. Ook de relatie met andere Europese metropolen is sterker geworden. Dat vraagt weer om samenwerking met het Rijk en de provincies. Lokale, regionale en (inter)nationale belangen vallen niet altijd vanzelfsprekend samen. Zo zijn snelle verbindingen tussen de centra van de grote steden belangrijker geworden.

Maar snelle intercity’s en internationale treinen concurreren op het spoor met lokale en regionale treinen. Een Amsterdamse inzet op autoluw en meer kwaliteit in de openbare ruimte staat op gespannen voet met de bereikbaarheid van de stad vanuit andere delen van de regio, waar de auto nog altijd het belangrijkste vervoermiddel is. Samen maken we de stad, de regio en het land. Niet alleen binnen de metropoolregio en niet alleen binnen de Randstad. De Amsterdamse economie profiteert bijvoorbeeld van de link met het hightech-cluster rond Eindhoven, met universiteitssteden als Wageningen, Enschede en Groningen en hun specialistische onderzoeksinstituten en startende ondernemingen. De sterke afhankelijkheid, zoals die tussen Amsterdam en de rest van de metropoolregio

Deel I | Visie

en enkele grotere steden bestaat, is in de verhouding tussen de hoofdstad en andere delen van Nederland minder evident. Voor sommige regio’s lijkt Amsterdam eerder een magneet die talentvolle mensen wegtrekt en bovendien een stad die weinig gevoelig is voor wat er elders in het land speelt en wat er gedacht wordt. Toch horen Amsterdam en Nederland bij elkaar. We hebben elkaar nodig. Denk alleen al aan innovatie, energie, voedsel, de doorvoer van goederen, recreatie, natuur, waterveiligheid en defensie.

Stad en samenleving Vaak kijken we naar steden als een verzameling van gebouwen en infrastructuur. Maar een stad bestaat allereerst uit mensen. De inwoners uiteraard, maar ook mensen die er dagelijks komen om te werken, te studeren of wekelijks om te winkelen of uit te gaan. Mensen die er eenmalig en kortstondig op bezoek zijn. Voor al deze mensen is de stad onmisbaar als plek om sociaal en persoonlijk te groeien, om je economisch te ontplooien, om te ontspannen en je te laten inspireren. Iedereen in de stad is onderdeel van een groter netwerk van mensen. Soms heel lokaal in een woongebouw,

33

Nieuwbouw van woningen in de Houthavens. Sinds 2010 verrezen de meeste nieuwe woningen direct rond het centrum.

een straat of buurt. Soms juist internationaal, in een bedrijf, een kennisinstituut of als lid van een over verschillende landen uitgewaaierde familie. Soms langdurig, soms kort. Het is deze veelheid aan netwerken, de uitwisseling die er tussen mensen plaatsvindt, die de essentie vormt van een stad. Een robuust vitale stad is rijk aan netwerken van verschillende aard, die bovendien op verschillende schaalniveaus functioneren. Zo’n stad biedt de meeste kansen op ontwikkeling aan mensen en is bovendien als bron van innovatie en inspiratie onmisbaar in de hedendaagse economie. Continuïteit en vernieuwing Amsterdam is als internationaal georiënteerde stad bij uitstek een plek waar veel netwerken samenkomen. Dat was vroeger zo dankzij de haven en de goede verbindingen met de rest van ons land en het heeft dankzij het internetknooppunt AMS-IX in de Watergraafsmeer een nieuwe invulling gekregen. Amsterdam is wereldwijd verbonden en is steeds meer onderdeel geworden van bewegingen die de hele planeet omspannen. Tegelijk is het op het lokale niveau, dat van de buurt en de straat, van de sportvereniging, de buurtschool of de koffiebar, waar de stad zichzelf is. Hier dragen mensen de cultuur die Amsterdam een unieke en aantrekkelijke plek maakt: vrijzinnig, activistisch en open naar de wereld. Amsterdam blijft zichzelf terwijl de stad steeds verandert.

Er is continuïteit in vernieuwing, waarbij nieuwe mensen en ideeën, leefstijlen en culturen hun invloed hebben op de stad, maar de grondtoon van de stad toch altijd herkenbaar is. Veel mensen zijn slechts voor korte tijd in onze stad. Als bezoeker, als student of als tijdelijke werknemer. Die vluchtigheid hoort bij de stad. Maar een vruchtbare relatie tussen jezelf blijven en tegelijk openstaan voor wat van buiten komt, vraagt om balans. Een goede verhouding tussen onderdeel zijn van mondiale bewegingen van mensen, ideeën, informatie en goederen en tegelijk mensen de kans geven lokaal te wortelen. Het belang van de directe leefomgeving In Amsterdam is een tegenstelling ontstaan tussen het centrum, binnen de A10 en

34

ten zuiden van het IJ, en stadsdelen daarbuiten. In de binnenstad is de druk van het toerisme soms zodanig dat inwoners zich niet meer thuis voelen en Amsterdammers er niet meer komen, elders binnen de ring herkennen mensen hun buurt soms niet meer door de komst van zoveel nieuwe bewoners en voorzieningen. Er klinkt hier een steeds luidere roep om meer balans. In andere delen van de stad leidt een bijna omgekeerde situatie evenzeer tot vervreemding. In sommige delen van Nieuw-West, Zuidoost en Noord dreigt het draagvlak voor de buurteconomie en voorzieningen weg te vallen. De bevolkingssamenstelling is er soms erg eenzijdig. Isolatie en gebrek aan gevarieerd straatleven maakt deze buurten soms sociaal onveilig en bewoners zijn op andere buurten aangewezen voor hun voorzieningen. Hier vragen bewoners juist om meer dynamiek en meer reuring. Maar wat de opgave ook is, in de hele stad is de wens hoorbaar beter betrokken te worden en is er een vraag naar meer ruimte voor eigen initiatief.

Amsterdam is op Europese schaal onderdeel van een netwerk van economisch succesvolle steden.

Op regionale schaal is spraken van een sterke functionele integratie tussen Amsterdam en de regio. Dat noemen we metropoolvorming. Het vraagt om een gezamenlijke inzet

Belangrijk is dat we ruimte blijven geven aan Amsterdammers om zich te ontplooien. Mensen trekken naar de stad om onderdeel te zijn van het stedelijk leven. Om mensen te ontmoeten, voor werk, om kennis en ervaring uit te wisselen en om zich te laten inspireren door de energie en cultuur van de stad. Tegelijk moet het een veilige plek zijn om te leven, zeker ook voor kwetsbare groepen als kinderen en ouderen en mensen met een beperking. Voor hen zijn lokale netwerken en voorzieningen belangrijk om mee te kunnen doen.

op woningbouw, werkgelegenheid,

Veiligheid en ondermijning De criminaliteitsproblemen in Amsterdam zijn groot. De afgelopen jaren is de stad meermalen opgeschrikt door het geweld dat hiermee gepaard gaat. Er is geen gemakkelijke oplossing voor deze problematiek. Criminaliteit zal in een grote liberale en internationaal open stad nooit helemaal verdwijnen. Maar de overheid moet zich stevig weren tegen het ondermijnende effect van criminaliteit. Daarbij is een bewustzijn van de voedingsbodem voor criminaliteit belangrijk en hoe je die op termijn kunt wegnemen. Wijken met een sterke concentratie van kwetsbare groepen en weinig perspectief zijn zo’n voedingsbodem. Kansenongelijkheid en segregatie versterken die voedingsbodem.

Amsterdam en de buurgemeenten

Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool

openbaar vervoer, energie en groen.

vormen een handvormige agglomeratie. De bebouwde ‘lobben’ steken als vingers aan een hand het omringende landschap in. Dat landschap dringt via groene wiggen, de ‘scheggen’, juist diep door in de stad. De agglomeratie bestaat uit stadsdelen en gemeenten met een duidelijke eigen identiteit. Ze zijn onderling verbonden met openbaarvervoerlijnen en een netwerk van straten en groene routes.

Deel I | Visie

35

Dat vraagt blijvende aandacht voor vitale en gemengde wijken, waar voor jongeren de kans krijgen zich te ontwikkelen en mee te doen.

Naar een onzekere toekomst

Steden als Amsterdam bestaan om mensen bij elkaar te brengen. De uitwisseling tussen veel verschillende mensen in de stedelijke publieke ruimte maakt het succes van de stad.

Vanaf maart 2020 sloeg snelle groei in enkele maanden om in stagnatie en krimp. Nog meer dan tijdens de economische crisis van 2008 maakt corona duidelijk hoe kwetsbaar Amsterdam is voor internationale ontwikkelingen. Verhoudingsgewijs is een groot deel van de Amsterdamse economie conjunctuurgevoelig. Het feit dat Amsterdam en andere grote steden harder door de coronacrisis getroffen werden, geeft extra aanleiding na te denken over de toekomst van de stad. Tegelijkertijd is er geen reden om aan te nemen dat structurele trends ombuigen. Onze economie wordt nog altijd kennisintensiever, de ondersteunende dienstverlening groeit tegelijk snel. Steden blijven daardoor mensen trekken. Ook verwachten we dat het internationaal toerisme zich zal blijven ontwikkelen, gezien de aanhoudende welvaartsgroei in Azië. Dat betekent dat we rekening moeten houden met groei van onze stad. Tegelijk worden de opgaven ten aanzien van klimaat en energie met het jaar groter. En we moeten alert zijn op technologische ontwik-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9663734/1