1. Notitie Op- en afstappen passagiersvaart per 2024_versie_BenW_DEF.docx
Tekst van het document
6.2 Toekomstige situatie (2024) Omdat het nieuwe systeem voorziet in de mogelijkheid om op- en afstapplekken exclusief te blijven gebruiken maakt de gemeente met reders, die daar aanspraak op willen en kunnen 24
maken afspraken over het gebruik en de vergoeding. Voor de voornoemde vier reders betekent dit dat er nieuwe afspraken worden gemaakt voor locaties die zij in de bestaande situatie al exclusief gebruikten, mits de omvang van hun vloot in de nieuwe situatie daarbij aansluit, en de betreffende reders deze plekken wensen te behouden. De basisvoorwaarden van de afspraken zullen voor elke reder hetzelfde zijn. Locatie-afhankelijk kunnen aanvullend maatwerkbepalingen overeengekomen worden. De overige op- en afstapplekken en de vrijkomende plekken worden daarna aan de hand van een inventarisatie van de behoefte ingedeeld als (semi) exclusief of flexlocatie. De semiexclusieve locaties komen beschikbaar voor bestaande of nieuwe reders die op basis van de omvang van hun vloot aanspraak kunnen maken op (meer) vaste afvaartplekken. Voor de flexibele locaties gaat een systeem gelden van gebruiksvergoedingen op basis van gebruik, toegankelijk voor elke reder, met mogelijk regulerings- of reserveringsmogelijkheden en met algemene voorwaarden.
6.3 Herverdeling plekken De volgende algemene uitgangspunten zijn ten aanzien van de herverdeling van plekken van toepassing: De allocatiemethodiek is geschikt om over meerdere uitgifterondes op dezelfde manier toe te passen. Er zullen prikkels zijn om alleen exclusieve plekken aan te vragen wanneer daar ook echt daadwerkelijk behoefte aan is. o Het aantal plekken waarop aanspraak gemaakt kan worden, is naar rato van de grootte van de vloot o Door een vaste prijscomponent te hanteren voor de exclusieve plekken ontstaat een (financiële) prikkel om deze plekken zo efficiënt en zo veel mogelijk te gebruiken. Dit zal tevens de andere plekken ontlasten van dit volume. Wel zal een evenredig bijdrage aan de kosten voor het op- en afstap systeem gewaarborgd blijven. o Op A+-locaties wordt capaciteit gereserveerd voor gebruik door reders zonder exclusieve plek: A+-flexplekken. o Mocht een op- en afstapplek in exclusief gebruik aantoonbaar vrijwel niet gebruikt worden, dan kan het exclusieve gebruiksrecht ontnomen worden. Alle reders hebben gelijke kansen bij de allocatie van beschikbaar gekomen plekken. Door de branche is de wens geuit om plekken geclusterd te kunnen exploiteren. Hier wordt gehoor aan gegeven door een deel van de plekken in setjes van twee toe te wijzen.
Voor zover dit past binnen de allocatie regels zullen reders zoveel mogelijk de door hen opgebouwde bedrijfsvoering kunnen behouden. o Reders die exclusieve plekken hebben, kunnen deze behouden zolang hun vloot voldoende groot is. Dat houdt in dat een reder minimaal 3 exploitatievergunningen in het segment groot dient te hebben voor elke op- en afstapplek die hij exclusief wil blijven gebruiken. o Wanneer een reder plekken moet of wil afstaan, dan kan deze reder aangeven welke plekken vrijgegeven worden, binnen de geldende kaders. o Bovenstaande geldt bij de ingang van het nieuwe beleid na de uitgifte van de 1e tranche van de exploitatievergunningen, maar ook later bij volgende tranches
25
voor reders die bij de 1e tranche exclusieve plekken toegewezen krijgen en die in volgende tranches graag willen behouden. Bij het opgeven en verkrijgen van plekken, wil de gemeente waarborgen dat de overige plekken op de betreffende (sub)locatie aantrekkelijk genoeg blijven om door een andere reder separaat gebruikt te worden. Per (sub)locatie zal daarom vastgesteld worden welk aandeel maximaal door 1 reder/concern in exclusief gebruik mag zijn. Dit betekent een maximaal aandeel of 100% van die (sub)locatie.
De kaders voor het opgeven en verdelen van plekken worden nog opgesteld en getoetst op effectiviteit. Na bestuurlijke vaststelling van het op- en afstapbeleid door het college van burgemeesters en wethouders wordt de nadere uitwerking uitgevoerd binnen de in deze notitie genoemde kaders. Er is dan ook duidelijkheid over de consequenties onder meer op het gebied van kosten voor het open afstappen. De zittende reders kunnen op basis daarvan aangeven op welke plekken zij willen blijven vanaf 2024. Aan de hand van de looptijd van de verschillende exploitatievergunningen kunnen met deze reders nieuwe afspraken gemaakt worden. Het streven is om de reders hierover begin 2022 duidelijkheid te kunnen bieden. Daarna is ook duidelijk welke op- en afstapplekken er beschikbaar zijn voor de reders die nu nog geen vaste afvaartlocaties hebben, maar dat vanaf 2024 wel willen. Met hen zullen in 2022 afspraken worden gemaakt over de plekken die zij vanaf 2024 gaan gebruiken.
6.4 Processtappen en planning
Mei 2020 Vaststelling Nota Varen Deel 2 September 2020 – januari 2021 – maart 2021 – juni 2021: ambtelijke gespreksrondes reders Diverse Bestuurlijke Overleggen van de wethouder met reders in diezelfde periode Juni 2021 Opzeggen overeenkomsten bestaande exclusieve plekken per 1-7-2024 Na het zomerreces 2021: vaststellen Notitie Op- en afstapbeleid in het college van burgemeester en wethouders (en ter kennisname naar de raadscommissie MLW) Najaar 2021 Opstellen en toetsen procedure verdeling plekken Begin 2022: Procedure herverdeling op- en afstapplekken en tarievenbesluit vaststellen door college van burgemeester en wethouders Begin 2022 afspraken met de zittende reders over de te behouden A+ locaties Begin 2022 verdeling overige A+ locaties (ingangsdatum 2024 of eerder indien mogelijk) 2023 afspraken gebruik flexibele plekken en hop on hop off plekken 2024 start nieuw op- en afstapbeleid, gekoppeld aan de ingangsdatum van de nieuwe exploitatievergunningen
26