1. Nota van Beantwoording Agenda Dieren24-26 def.pdf
Tekst van het document
Nee
Klopt. De provincie blijft eindverantwoordelijk voor het uitvoeren/naleven van de door haar gestelde faunadoelen. Dat is bepaald in de Wet Natuurbescherming. Het Faunabeheerplan Noord-Holland is kaderstellend voor de Amsterdamse werkwijze.
Nee
40 53
In Agenda Dieren 2024-2026 wordt – net zoals in Agenda Dieren 2015-2022 - gesteld dat de jachtrechten niet meer worden verleend. Hiermee wordt niet afschot (beheer/schadebestrijding) bedoeld, maar jacht op de vrij te bejagen soorten. Het standpunt rondom afschot
Nee
Ganzen zorgen voor veel problemen in onze provincie en door overpopulatie wordt het alleen maar erger. Het niet beheren van de ganzenpopulatie en uitbreiden van de winterrust geeft rechtstreekse gevolgen voor de flora en fauna in het gebied waardoor de weidevogels verdrongen worden. En leidt tot grote (financiele) schade
De provincie Noord-Holland is verantwoordelijk voor (de uitvoering van) het faunabeleid op basis van de Wet Natuurbescherming. Deze rollen en verantwoordelijkheden zijn (wettelijk) vastgelegd en moeten gerespecteerd worden Het is onterecht en onverantwoord, dat de gemeente Amsterdam het jachtrecht op haar percelen niet meer verhuurt. Door deze opstelling van de gemeente is de minimale omvang van de jachtvelden niet in alle gebieden
45
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 in/om Amsterdam meer geborgd waardoor ook het beheer en schadebestrijding van de nabije omgeving in het geding komt.
(beheer/schadebestrijding) is immers: nee-tenzij. Bovenal worden de rechten voor afschot ook verhuurd aan WBE de Dieen.
De gemeente stelt in haar dierenwelzijnsnota dat jacht als laatste redmiddel bij schadebestrijding en faunabeheer ingezet dient te worden. Desondanks worden er in de Amsterdamse waterleidingduinen een heleboel damherten afgeschoten met toestemming van de gemeente Amsterdam. Dit rijmt volstrekt niet met een diervriendelijk beleid!
51
In de Amsterdamse Waterleidingduinenduinen staan de biodiversiteit en de Natura 2000 doelstellingen onder druk door overbegrazing en vertrapping door damherten. Om herstel mogelijk te maken is reductie noodzakelijk van de populatie damherten. Conform de eisen in de wet natuurbescherming (nee, tenzij) en de maatschappelijke wens is in het provinciale faunabeheerplan uitgebreid stilgestaan bij mogelijke andere maatregelen, anders dan afschot, zoals het verhuizen van damherten, toedienen van anticonceptie of het inzetten van roofdieren. De conclusie is dat afschot, op dit moment als enige optie overblijft.
Nee
Pag. 22 Het lijkt een detail, maar de titel ‘Jacht als laatste redmiddel’ klopt niet. Wij hechten eraan duidelijk onderscheid te maken: jacht betekent ‘benutting’, waarbij dieren worden gedood als ‘oogst’. Wanneer jagers in het kader van een faunabeheerplan werken, bestaat een groot deel van hun werk uit preventieve maatregelen. Als laatste redmiddel, en alleen onder strikte voorwaarden, kan afschot worden ingezet: dat is nooit jacht, maar altijd schadebestrijding.
60
Eens. Dit wordt gecorrigeerd.
Ja, pagina 21 en 22
Pag. 38 Wij zien dat er een flinke post is opgenomen voor het ‘Tegengaan van afschot beheer/schadebestrijding’. De FBE ontvangt van de provincie Noord-Holland eveneens een budget voor beheer en schadebestrijding. Misschien is het handig om het gesprek te voeren over de inzet van financiële middelen voor hetzelfde doel.
60
Het budget rondom afschot is bedoeld voor gebiedsgericht onderzoek (inventariseren hotspotlocaties ecologisch kwetsbaarste gebieden) en aanpak (versterken inzet alternatieven voorafgaand aan afschot in hotspots). Wij hebben hier al contact over gehad met uw liason. Met uw liason verkennen wij een mogelijke samenwerking.
46
-21 :Ambitie ‘jacht als laatste redmiddel bij schadebestrijding en faunabeheer’ wordt omgezet naar ‘afschot als laatste redmiddel bij schadebestrijding en faunabeheer’ - 22 : Titel ‘Jacht als laatste redmiddel bij schadebestrijding en faunabeheer’ wordt omgezet naar « Afschot, schadebestrijding en populatiebeheer « Nee
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
2.4.2 Reacties op hoofdstuk 1.4.3 Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren
Strekking verzoek
#
Reactie college
Pag. 41 Hier wordt het voorbeeld van nestbehandeling genoemd als ‘preventieve maatregel’. Dit is juridisch onjuist. Nestbehandeling valt evenals populatiereductie onder de verbodsbepalingen van de Omgevingswet en moet voor de uitvoering aan dezelfde voorwaarden voldoen als afschot. Dit betekent dat een machtiging van de FBE vereist is, en dat de uitvoerder zich dient te registreren bij de FBE (FaunaSpot). Recent heeft Sovon op ons verzoek een studie gedaan naar de effectiviteit van nestbehandeling. Sovon licht de bevindingen toe in een interview op onze website. De studie toont aan dat nestbehandeling niet effectief is voor het verminderen of zelfs maar stabiliseren van het aantal ganzen. De uitvoering kan in de broedtijd bovendien leiden tot verstoring van andere diersoorten. In bepaalde, duidelijk begrensde gebieden zoals de bebouwde kom kan nestbehandeling helpen om verdere toename van het aantal ganzen te voorkomen. Goede uitvoering is daarbij cruciaal en juist daar gaat het vaak mis. Als FBE zijn wij graag bereid u daarover te adviseren. Wat ontbreekt zijn de handelingsprotocollen per diersoort. Bij de aftrapsessie is daar nog extra aandacht voor gevraagd (net al sin 2016 bij de vorige editie) want het voorziet in een behoefte.
Als we die protocollen zien als interne werkwijze verduidelijk dat dan in de tekst en borg het door als uitgangspunt de principes van de Agenda te hanteren. Rattenoverlast. Het resultaat is dat de werkwijze van de GGD als het om ratten gaat, bijna standaard het toepassen van giflokdozen is. In parken, soms ook groengebieden met ecologisch beheer, en zelfs in hondenlosloopzones staan die. Andere dieren dan ratten zoals katten en honden, en wellicht kinderen eten er ook van. Die werkwijze contrasteert met het stuk en bijvoorbeeld met pagina 23 'gif passen we in de regel niet meer toe'. De GGD komt eigenlijk nu helemaal niet aan bod en een kadertje met tekst over hun aandeel in het 'soortenbeheer' zou informatief kunnen zijn.
60
De Amsterdamse doelstelling is om de successie van de witte ganzen in het stedelijk gebied te reduceren. Daar waar op locatie van witte gans-nesten tevens nijlgans-nesten worden gevonden, worden die opportunistisch meebehandeld. Het onderzoek SOVON is gericht op effecten in het buitengebied. De vraag is in hoeverre nestbehandeling in de stad wel effectief kan zijn. Dat wordt momenteel onderzocht. Gemeente Amsterdam heeft immers de indruk dat indien 100% van de eieren in het nest wordt behandeld, de ganzen elders gaan herbroeden. Daarom wordt momenteel lokaal onderzocht in hoeverre gedeeltelijke behandeling, effectiever is. In het verlengde van dit lokale onderzoek (want nestbehandeling nijlgans valt inderdaad onder zelfde voorwaarden als afschot) was Gemeente Amsterdam reeds van plan om uw organisatie hier bij te betrekken. De GGD Amsterdam zal hiertoe het initiatief nemen. In het buitengebied wordt herkend dat nestbehandeling kan leiden tot verstoring. In stedelijk gebied lijkt dit zeer beperkt omdat (i) geen andere soorten worden gespot op de plekken waar de nestbehandeling van de witte gans (en eventueel de nijlgans) plaatsvindt, (ii) het nestbeheer plaatsvindt in gebieden waar stadsactiviteiten plaats vinden, dus er is al sprake van een algemene verstoring.
56
Het handelingsprotocol per overlastcategorie wordt onderzocht en geformuleerd, zie acties voor protocol p.23 “In beeld brengen van de grootste risico’s voor een gebalanceerde natuur”. Na formulering en vaststelling wordt het handelingsprotocol als leidend beschouwd.
Nee
56
De GGD is mede-auteur van hoofdstuk 1.4.3 Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren. Dat betekent dat het klopt dat gif in de regel niet meer wordt toegepast. Daar waar het wordt toegepast gaat dit om maatwerk.
Nee
47
Aanpassing JA/NEE Nee
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 Niet voeren veranderen in Anders voeren In Amsterdam mogen de vogels niet gevoerd worden. Dat is voor duiven die zich als uitgezette stadsvogel niet kunnen redden zonder voer een zeer dieronvriendelijke maatregel. In feite zijn ook duiven zwerfdieren en nakomelingen van postduiven. Wat wij willen voorstellen is het opnieuw inzetten van de campagne Anders voeren en voederplekken/voedertillen aanwijzen in de buurt van duivenpopulaties waar de duiven gezond gevoerd kunnen worden zonder overlast te veroorzaken. Uiteraard moet er wel een voerverbod blijven voor oude etensresten en oud brood. De stadsduif is het dier dat het meest vervoerd wordt door de Dierenambulance. Het zou mij niet verbazen als dit sinds de invoering van het verbod veel meer ritten zijn geworden met deze vogels.
50 51
Amsterdam heeft in 2006 een duiventil-pilot gehad, bedoeld om duivenoverlast tegen te gaan. De til bleek vooral succesvol als broedplaats en niet zozeer als voervervanger. Door de mens beheerde voederplekken, stimuleren de afhankelijk van vogels op voederplekken. Deze afhankelijkheid is onwenselijk want die beïnvloedt de natuurlijke selectie waardoor de genkwaliteit afneemt, de vogels als soort zwakker worden en daardoor meer lijden. Bovenal is deze afhankelijkheid onnodig aangezien Amsterdam steeds groener en natuurinclusiever wordt. Er is dus voldoende gezond voedsel voor de vogels te vinden. Door niet geschikte gebieden onaantrekkelijker te maken, worden de geschikte biodiverse gebieden aantrekkelijker. Het voederverbod is sinds 2018 van kracht. De Dierenambulance herkent een stijging in het aantal vervoerde duiven, maar niet zozeer als gevolg van het voederverbod. Er zijn diverse redenen waarom duiven worden opgehaald.
Nee
Ik pleit ervoor dat mensen de vogels moeten kunnen blijven voeren, zolang dev ogels alles opeten, waar ze bij staan. Het storten van grote hoeveelheden eten zou wel aangepakt moeten worden, middels een boete. Waarschijnlijk is dit lastiger te handhaven maar wel eerlijker en diervriendelijk naar de duiven toe. Ook in de winter, bij temperaturen onder nul, zou men de vogels moeten kunnen bijvoeren met geschikt Voedsel.
50
Het verbod voor voeren van vogels geldt alleen in de openbare ruimte. Dit is ingesteld omdat op veel plekken in de openbare ruimte het voeren leidde tot vervuiling en overlast van ratten. In de tuin voeren kan dus wel, geadviseerd wordt om hierbij de tips van vogelbescherming toe te passen zodat de vogels voedzaam voer krijgen en het voer hoog genoeg op te hangen zodat dit geen ratten aantrekt.
Nee
Rattenoverlast. Als het gaat om ratten zien wij helaas veel rattenvallen in Amsterdam neergezet worden. Zelfs in de parken! Wij vragen ons af of het niet diervriendelijker en veel effectiever is om te zorgen dat het afval iedere dag opgeruimd wordt en mensen voorlichting te geven dat ratten ook als dieren in de stad erbij horen en hoe je overlast kunt voorkomen.
51
Nee
Hebben jullie overwogen om katten uit asielen uit heel nederland in te zetten tegen de rattenplaag/muizenplaag? Volgens mij zijn van de wilde dieren, de muizen en ratte de dieren die het meest overlast bezorgen en die ook te makken hebben met de zieligste dood. Door katten erop vrij te laten los je twee problemen op. Super dat jullie jullie inzetten voor de dieren
31
Ja, een preventieve aanpak is diervriendelijker en effectiever. De praktijk leert dat in een dynamische stad als Amsterdam er dagelijks tal van aangename situaties voor de rat voorkomen. Zoals bijplaatsen van afval, verzakkingen in het trottoir, een volle afvalbak, ecologisch beheerd groen, woningen met meerdere bouwkundige tekortkomingen etc. Het college wilt zo diervriendelijk mogelijk bestrijding toepassen. De focus is altijd gericht op preventie met aanpassingen en maatregelen die het aantrekken, verblijf en de ontwikkeling van o.a. ratten moet minimaliseren. Soms kan het, voor het welzijn van mensen, nodig zijn om overlastgevende dieren te doden. In de kern is de aanpak gericht op het voorkomen van overlast, voornamelijk door Amsterdammers bewust te laten zijn van hun voergedrag, omgang met afval en houding ten opzichte van ratten. De plaats van de rat in diverse stedelijke opgaven is nog niet altijd vanzelfsprekend. In de aanpak van een schonere stad, de vergroening, dierenwelzijn, water en riolering, groei en verdichting van de stad staat continue de zoektocht voorop naar oplossingsrichtingen die bijdragen aan het beheersbaar houden van de overlast. Een van de manieren om de plaagdruk te beoordelen is te monitoren. Dat vindt plaats via dezelfde kisten als waar er vallen in staan.
Met andere woorden: waar de inbrenger het over ‘vallen’ heeft gaat het niet altijd om een situatie waar er rattenvallen actief gebruikt worden. Creatieve gedachte om het zwerfkattenprobleem te koppelen aan rattenoverlast. Dank daarvoor. Het draagt echter niet bij als structurele oplossing en wel om verschillende redenen. Katten houden van kleine knaagdieren en niet van grotere zoals ratten, katten uit asielen (deze zijn niet-verwilderd) hebben een eigenaar en verzorging nodig. Uitplaatsen in de bebouwde kom suggereert in dit voorstel een vrij leven voor de kat, terwijl dit in de praktijk niet het geval zal zijn (geen huisvesting, zorg en bescherming tegen gevaar). Vanuit het welzijn van de katten is dit geen optie. Daarnaast geven katten zelf overlast: vormen van kattenkolonies bij verwildering of predatie/verstoring op/van (beschermde) vogels. De rattenproblematiek komt bovenal vooral voor in de
48
Nee
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 bebouwde omgeving, het is immers een gevolg van menselijk gedrag. Zoals afval verkeerd opruimen, etensresten op de grond gooien en onvoldoende isolatie in huis. De enige manier van katten terugzetten in de natuur, gebeurt bij verwilderde katten via Stichting Amsterdamse Zwerfkatten (SAZ). De SAZ zorgt voor TNR van verwilderde zwerfkatten, deze worden in beginsel niet in bebouwde omgeving uitgezet wegens overlast van kattenkolonies.
Duivenwelzijn. Stadsduiven hebben het al heel lang immens moeilijk. En wat doet Amsterdam? Die gaat hoge boetes uitdelen aan mensen die deze stakkers willen helpen door ze wat voer geven. Laat die verkeersregelaars, die zich de hele dag kapot staan te vervelen bij verkeersborden die duidelijk aangeven of je er wel of niet door mag, wat nuttigs te doen. Eieren van stadsduiven vervangen door plastic duiveneieren. Dat voorkomt heel veel leed. De voormalige verkeersregelaars doen menswaardig, respectvol werk en er komen zo minder duiven in de stad.
21
De Agenda Dieren 2024-2026 is niet verdiept tot dat detailniveau. In hoofdstuk 1.4.3 Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren staat benoemd dat voor diverse overlastgevende dieren een diervriendelijke aanpak wordt benoemd. Indien er met betrekking tot duiven sprake is van overlast die beheerst dient te worden, zullen diverse maatregelen zoals de inzet van plastic eieren worden overwogen. De Agenda Dieren 2024-2026 gaat niet over de inzet van verkeersregelaars.
Nee
2.4.3 Reacties op hoofdstuk 1.4.4. Diervriendelijke wateren
Strekking verzoek
#
Reactie college
Ganzen. Omwille van de waterkwaliteit is een afname van de ganzenpopulatie gewenst. Als gevolg van de uitwerpselen van de ganzen staat de waterkwaliteit in verschillende gebieden onder druk. In relatie tot de verplichting om in 2027 te kunnen voldoen aan de voorwaarden vanuit de Kaderrichtlijn Water is een afname van de ganzenpopulatie noodzakelijk totdat de omvang van een beheerbare populatie is bereikt.
39 40 53
Beroepsvisserij. Met het tegengaan van beroepsvisserij op het IJmeer wordt voorbij gegaan aan het belang van ondernemers in de visserij. Tegenwoordig wordt steeds meer gevist op een manier waarbij rekening gehouden wordt met ecologie en met name de visstand wordt door de vissers zelf, ook in hun eigen belang op peil gehouden. Hiertoe hanteren zij het document ‘Vissen met Verstand’. Dit is een richtlijn van het ministerie van LNV, geschreven voor duurzaam vissen. Daarnaast halen vissers naast vis ook veel zwerfvuil uit het water zodat het IJmeer schoon blijft.
52
Het klopt dat de aanwezigheid van ganzen effect kan hebben op de gestelde doelen van specifieke KRWwaterlichamen. Voor het bereiken van de KRW-doelen voor specifieke KRW-waterlichamen in Amsterdam kan de aanwezigheid van ganzen een rol spelen. De gewenste aanpak wordt binnen de gemeentelijke aanpak voor KRW watferen en in samenwerking met de betrokken waterbeheerder nader uitgewerkt. Daarbij wordt ook rekening gehouden met het belang van dierenwelzijn. De negatieve invloed van ganzen wordt echter niet zo zeer beïnvloed door uitwerpselen van ganzen maar meer door de aantasting/vraat van jong riet. Binnen de gemeentelijke aanpak ter verbetering van de waterkwaliteit worden diervriendelijke maatregelen uitgewerkt om de negatieve effecten van ganzenvraat te beperken. Er bestaat een spanningsveld tussen de activiteiten van de beroepsvisserij en de aantasting van ecologische waardevolle gebieden, waaronder de verstoring van beschermde diersoorten. De gemeente wil daarom de mogelijkheden onderzoeken om de negatieve effecten van beroepsvisserij in deze gebieden te beperken. Bij deze afweging zal ook worden gekeken naar de huidige regelgeving en de richtlijnen op het gebied van beroepsvisserij.
49
Aanpassing JA/NEE Nee
Nee
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 Terugdringen van de druk op het waterleven. Ik wil er sterk voor pleiten het stuk Transvaalkade, tussen Wibautstraat en Linnaeusstraat weer rustgebied voor waterdieren te laten worden. Er liggen al twee vlonders in het midden van het water, waar watervogels kunnen nestelen. Dit water is jarenlang rustig geweest voor de dieren, maar sinds een paar jaar zijn botenbezitters er hun motorboten gaan stallen. Ook hebben zij ze vastgemaakt aan gemeente eigendommen. Mijns inziens mogen ze hier helemaal niet liggen. Kan dit gebied zijn oorspronkelijke staat weer terug krijgen? De vogels en waterdieren zouden hier heel blij mee zijn. En ik Ook!” Slootwater. Nederland heeft een doelstelling wat betreft de waterkwaliteit. De veehouderij krijgt hier altijd de schuld van, maar anno 2024 zijn er nog steeds zuiveringen/riooloverstorten die in de buitengebieden vervuild water lozen. Boeren in de buurt van zo’n overstort worden niet geadviseerd om vee uit het slootwater te laten drinken. Dit aangezien het zo vervuild is met rioolwater. Dit is schadelijk voor biodiversiteit om en in de sloot. Vluchtgelegenheid. De KRW wordt genoemd en dieren moeten uit het water kunnen klimmen.
Ik zie in de vecht dat waternet in het verleden over grote lengtes op enkele meters uit de oever palen in de grond heeft geslagen waar tussen bossen wilgen takken hebben gehangen. Dit moest de invloed van golfslag verminderen en de oevervegetatie en onderwatervegetatie ten goede komen. Ik zie dat er op veel plekken enorme mooie breede kragen waterriet zijn ontstaan. Deze worden helaas jaarlijks en niet of bijna niet gefaseerd gemaaid. De wilgenbossen inmiddels verdwenen en zijn op die plekken denk ik niet meer nodig. Op andere plekken zou het mogelijk zinvol zijn zevte herstellen. Maar deze techniekn zouden naar mijn idee vaker toegepast kunnen worden. Ik denk aan de Gaasp en de Amstel. Het biedt dieren schuil en rust mogelijkheden weert recreanten en hengelaars om er de oevers te gebruiken. Waardoor ook die meer rust voor dieren bieden. Hiermee kunnen de doelen mogelijk ook op somige plekken gehaald worden. Het maakt veel wateren veel natuur en diervriendelijker. Maar ook voor krw doelen is dit denk ik vaak zinvol. Inrichting riool. Het is een idee om deze voorzieningen te plaatsen maar nog beter is het naar mijn idee, en ik denk dat ravon daar ook op doelt, om bij een nieuwe inrichting van het riool het hemelwater waar mogelijk te laten afvloeien naar de berm of sloot er langs en hiermee het riool niet onnodig te belasten.
50
Het voorstel om ook de Ringvaart nabij de Transvaalkade te betrekken bij het onderzoek naar Amsterdamse wateren welke aangewezen kunnen worden als rustgebied, wordt opgepakt. In de agenda dieren zelf worden geen wateren als voorbeeld genoemd, maar in de uitvoering zal het opnemen van dit water worden afgewogen.
Nee
45
Bedankt voor het aandachtspunt om voor het thema waterkwaliteit ook te kijken naar zuiveringen/riooloverstorten in buitengebieden. Dit onderwerp is uitgewerkt in het gemeentelijke Omgevingsprogramma Riolering.
Nee
30
Met de zienswijze wordt voorgesteld de aanleg van natuurvriendelijke oevers in Amsterdam verder uit te breiden. Hoewel dit geen onderdeel is van het Actieplan Dierenwelzijn is de aanleg van natuurvriendelijke oevers al is een belangrijke ambitie die de gemeente vanuit het belang van biodiversiteit en waterkwaliteit uitvoert. De afgelopen jaren zijn al kilometers aan oevers natuurvriendelijke oevers ingericht. De komende jaren wordt dit verder uitgebreid daar waar dat mogelijk is.
Nee
29
Het is ons onduidelijk naar welke voorzieningen u verwijst. Uw verzoek betreft een aspect dat vanuit klimaatadaptatie vorm krijgt o.a. bij de aanleg van wadi’s e.d. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen zoals het Centrumeiland zie je al dat er geen hemelwaterriolering wordt aangelegd maar dat het water op een natuurlijke wijze wordt afgevoerd of opgevangen. Bovenal laten we het regenwater niet naar een riool afvoeren, maar juist zoveel mogelijk naar groen of de ondergrond laten stromen. Dit is onafhankelijk van het type rioolstelsel: gescheiden of gescheiden. Waarbij het goed is om te weten dat 75% van het rioolstelsel gescheiden is. Alleen in het centrum en delen zuid is het nog gemengd. Bijvoorbeeld: In en om het Vondelpark zijn in samenwerking met het stadsdeel en Ravon 400 kolken voorzien van paddentrappen. Op locaties waar er een verhoogd risico op verdrinking van amfibieën is, staan we als organisatie dus open voor het toepassen van dit soort trappen.
Nee
50
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
2.4.4 Reacties op Hoofdstuk 1.4.5 Beschermen van wettelijk beschermde gebouwbewonende soorten Strekking verzoek
#
Reactie college
Aanpassing JA/NEE
Betreffende gebouw bewonende jaarrond beschermde soorten, 1.4.5 Ik zou graag willen zien dat de digitale vogelkaarten "maps.amsterdam.nl/vogels" die Amsterdam in haar bezit heeft, waaronder de kennis over de broedlokaties c.q. nestelplaatsen van alle gierzwaluwkolonies in de gemeentelijke stadsdelen, veel prominenter en urgenter standaard toegepast gaan worden ten aanzien van aanvragen van omgevingsvergunningen (vervangen dak), sloopmeldingen en vergunningvrije activiteiten zoals steigermeldingen of bijvoorbeeld het vervangen van dakkapel(len). De rijke data aan nestelplaatsen van de digitale vogelkaart (maps.amsterdam.nl/vogels) moeten ook worden meegenomen en toegepast bij de préSoortenmanagementplannen en de Soortenmanagementplannen (SMP). Het is daarom noodzakelijk minimaal een koppeling te maken voor gierzwaluwkolonies -waaronder één bijzondere huiszwaluwkolonie in stadsdeel Oost- in het systeem Powerbrowser, ongeveer honderd kolonies zijn er nu aanwezig in de gemeente Amsterdam en die moeten we zo goed mogelijk proberen te conserveren en behouden, het maken van een koppeling is voor deze kolonies zeer doenlijk.
49
Sinds 2021 werken de Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord, de Milieupolitie en gemeente Amsterdam nauw samen op dit gebied. Dit heeft er toe geleid dat er adequaat gehandeld wordt op (dreigende) calamiteiten in het kader van de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming). Tevens zijn de adresdata van deze kaart en die van de vleermuizen inmiddels gekoppeld aan het steigermeldingensysteem en wordt gewerkt aan verdere integratie van deze data in ons vergunningensysteem. De gemeente Amsterdam vraagt daarnaast jaarlijks via social media en andere kanalen aandacht voor de unieke gierzwaluwkaart van de gemeente Amsterdam. Hiermee wordt het bewustzijn over deze vogelsoort vergroot.
Nee
Ter preventie voor behoud van de biodiversiteit: graag een meer uitgebreidere en slimmere samenwerking met het bevoegd gezag de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Niet alleen als het gaat om overtredingen (steigers plaatsen tijdens Pagina 2 van 3 broedperiode gierzwaluw of huiszwaluw), maar ook als er bij een groot-stedelijk project bijvoorbeeld woningen gesloopt gaan worden. De gemeente Amsterdam zou vervolgens bij de aanvraag en planmaking hiervoor, vooraf standaard de digitale vogelkaart moeten raadplegen op de aanwezigheid van beschermde gebouw bewonende soorten. Als die snelle en eenvoudige controle bevestigt dat deze op de kaart vermeld staan, kan de gemeente Amsterdam de initiatiefnemer(s) en het bevoegd gezag de OD-NHN vooraf en tijdig informeren en waarschuwen.
49
Nee
Natuurinclusief isoleren woningen. Graag natuur-inclusief ófwel ecologisch isoleren expliciet te benoemen in de Agenda Dieren, wat ook vanuit het Rijk wordt gevraagd, en dat deze werkzaamheden niet binnen de broedperiode van bijvoorbeeld de gierzwaluw kunnen plaatsvinden: 1 mei tot en met 15 augustus. Alleen op deze wijze kunnen bestaande broedplaatsen van zwaluwsoorten, huismus en vleermuissoorten behouden blijven. Ook graag meer inzetten op natuur-inclusief bouwen voor deze gebouw bewonende soorten.
49
Graag de informatie van verblijfplaatsen (maps.amsterdam.nl/vogels) van beschermde soorten niet alleen voor particulieren aangeboden moet worden, maar ook voor initiatiefnemers als ondernemers, woningcorporaties en pandeigenaren. Deze data zijn van cruciaal belang als eerste steekproef op aanwezigheid van beschermde soorten.
49
Sinds 2021 werken de Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord, de Milieupolitie en gemeente Amsterdam nauw samen op dit gebied. Dit heeft er toe geleid dat er adequaat gehandeld wordt op (dreigende) calamiteiten in het kader van de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming). Tevens zijn de adresdata van deze kaart en die van de vleermuizen inmiddels gekoppeld aan het steigermeldingensysteem en wordt gewerkt aan verdere integratie van deze data in ons vergunningensysteem. De gemeente Amsterdam vraagt daarnaast jaarlijks via social media en andere kanalen aandacht voor de unieke gierzwaluwkaart van de gemeente Amsterdam. Hiermee wordt het bewustzijn over deze vogelsoort vergroot. Natuurinclusief isoleren is een werkwijze waarbij wordt gezorgd dat er geen dieren worden verstoord of gedood met de isolatiewerkzaamheden. Dit kan worden voorkomen middels een paar simpele maatregelen. Het uitvoeren van die werkwijzen buiten de broedtijden is een voorbeeld van een dergelijke maatregel. Het Rijk werkt momenteel een landelijke richtlijn voor natuurvriendelijk isoleren uit en ook de provincie Noord-Holland werkt aan een regeling (pre-SMP) waarbij natuurvriendelijk isoleren centraal staat. Natuurinclusief isoleren maakt onderdeel uit van het Uitvoeringsplan 2024 – 2026 Isolatieoffensief.
De kaart met informatie over verblijfplaatsen van beschermde soorten wordt aan iedereen aangeboden die een omgevingsvergunning aanvraagt bij de gemeente Amsterdam. Men
51
Nee
Nee
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
Bij 1.4.5 wordt gewezen op de ontwikkeling van een SMP ihkv het isolatieoffensief. Het lijkt mij erg logisch dat de gemeente dit breder trekt en voor gebouwbewonende soorten een smp ontwikkeld voor alle werkzaamheden aan gebouwen. In het verlengde hiervan viel het me op dat ik de ontwikkeling van dit SMP voor gierzwaluw, huismus en vleermuis niet terug zag bij de financien. Er staan alleen middelen voor de gierzwaluw. Hiermee gaat dat SMP er niet komen. Het is ook veel logischer dat dit bekostigd wordt vanuit RO of vergunningverlening.
27
wordt erop gewezen dat met de werkzaamheden en werkperioden rekening moet worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten en er wordt verwezen naar de door u genoemde kaart. Daarnaast vraagt de gemeente Amsterdam jaarlijks aandacht via diverse social media kanalen aandacht voor de unieke gierzwaluwkaart, zodat niet alleen vergunningaanvragers op de kaart worden gewezen maar alle Amsterdammers en belanghebbenden. Het SMP is geïnitieerd vanuit het isolatieoffensief. De beoogde reikwijdte beslaat niet enkel isolatiewerkzaamheden, maar ook algemene onderhouds-, renovatie- en verduurzamingsmaatregelen en sloop/nieuwbouw. Het SMP wordt opgesteld voor alle gebouwbewonende soorten, waaronder spreeuw, huismus, gierzwaluw en de diverse vleermuissoorten. Het opstellen van het SMP Amsterdam wordt gedekt uit de middelen van het isolatieoffensief (begroting Directie Wonen)
Nee
2.4.4 Reacties op hoofdstuk 1.4.7 Meer aandacht voor het welzijn van invasieve exoten
Strekking verzoek
#
Reactie college
Aanpassing JA/NEE
De opmars van de rivierkreeft willen wij bij u onder de aandacht brengen in het buitengebied van Amsterdam. Rivierkreeften zijn exoten en zij verstoren de ecologische balans in het buitengebied zodat de waterkwaliteit en andere natuurwaarden zwaar onder druk komen. Wij gaan graag het gesprek met u aan om het buitengebied vanuit zijn eigen kracht en waarde duurzaam te beheren om zo te voorkomen dat deze agenda verstrekkende gevolgen zal hebben voor de weidevogels, het behoud van de agrariërs om het landschap te onderhouden en voor het landschap zelf.
59
Dank voor het onder de aandacht brengen van de opmars van de Amerikaanse rivierkreeft in het buitengebied van Amsterdam. De gemeente Amsterdam is zich bewust van de groter wordende aanwezigheid van deze invasieve exoot in het buitengebied en de gevolgen die de aanwezigheid van de Amerikaanse rivierkreeft met zich mee kunnen brengen. Onder de Agenda Dieren wordt hierbij aandacht geschonken waarbij preventie leidend is. Zie hoofstuk 1.4.3 Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren. Hier wordt verwezen naar het opstellen van een diervriendelijk protocol voor het (preventief) tegengaan van overlastgevende dieren. Invasieve exoten vallen hier ook onder. Wij staan open voor uw input op het preventief beheren van deze soort.
Nee
De aandacht voor exoten wordt gewaardeerd. Probleem rond de capaciteit en geldige ontheffing voor het vervoer en opvangen van de invasieve exoten is opgelost.
58
Het klopt dat eind 2023 de praktische drempels zijn weg genomen door de afspraak dat de gemeente jaarlijks de ritten van/naar Harkema vergoedt. Harkema is in het bezit van de ontheffing en mag de dieren dus komen ophalen / vervoeren.
Ja. Pagina 27 - alinea “Opvang invasieve exoten” wordt verwijderd
52
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
De bestrijding laten afhangen van het welzijn van een exoot, is wat ons betreft de omgekeerde wereld. Bestrijding is juist bedoeld om andere inheemse soorten te beschermen tegen een invasie van een bedreigende soort. Bovendien zal een exoot welke lijdt onder ons klimaat nooit invasief worden.
52
Nergens in de Agenda dieren worden de rivierkreeften genoemd. Ook dit is een invasieve soort die recht heeft op leven.
51
Invasieve soorten zijn al verboden om te verhandelen/kopen. Er geldt een Europees verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van een invasieve exotische planten en dieren. Deze soorten staan op de zogenoemde Unielijst. Daarom klopt de actie niet om te verzoeken voor een positieflijst
AB
In hoofdstuk 1.4.3 Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren wordt aangegeven dat een gedragscode/protocol wordt opgesteld voor o.a. invasieve exoten. Daar waar dus sprake is van absolute verdringing (en dus invasiviteit) worden deze soorten diervriendelijk tegen gegaan. De wens om onderzoek te doen naar eventueel lijden is bedoeld als aanvulling op de actie uit 1.4.3. Lijden is een breed begrip en dus nader te definiëren. Soorten die extreem lijden, zullen vermoedelijk niet goed gedijen in ons klimaat en invasief worden. Maar wellicht is er sprake van een grijs gebied: soorten die niet extreem lijden maar wel zwaar ongerief ervaren door hun aanwezigheid in Amsterdam. Door meer kennis te hebben over de mate van lijden, ontstaan mogelijk nieuwe afwegingen rondom de gewenste inclusiviteit. Juist ter bescherming van het welzijn van deze dieren. Het klopt dat de rivierkreeft in het specifiek niet is benoemd. Zo zijn echter meerdere soorten niet specifiek benoemd om het stuk compact en dus beter leesbaar te houden. De aandacht voor (invasieve) exoten is geborgd in 1.4.3 Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren en 1.4.7 Meer aandacht voor het welzijn van invasieve exoten Eens
- actie “Oplossen van knelpunt in de vervoer- en opvangketen.”wordt verwijderd Nee
Nee
Ja, op pagina 27 Bullet 2 (We dringen bij het Rijk aan op een snelle uitbreiding van de positief lijst, waardoor ook de import van mogelijk invasieve soorten wordt voorkomen) wordt verwijderd
2.4.3 Reacties op diverse faunazaken
Strekking verzoek
#
Reactie college
Aanpassing JA/NEE
Zoönose. Pag. 28 Wij juichen uw afspraken met de veiligheidsregio’s, lokale hulpdiensten en de Dierenambulance van harte toe. Graag worden wij hierbij betrokken om kennis te delen, gezamenlijk onderzoek uit te zetten en in voorkomende gevallen een concrete aanpak te ontwikkelen.
60
Dank voor het aanbod. Wij zullen uw organisatie t.z.t. betrekken om te kijken of een samenwerking gewenst is.
Nee
53
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 Faunabeheerplan. Pag. 42 De tekst onder ‘Faunabeheerplan provincie Noord-Holland’ klopt niet: • Er bestaat geen faunabeheerplan algemene soorten meer. • In de faunabeheerplannen staan bestaande en gewenste hoeveelheden van diersoorten om te kunnen monitoren; dit is geen doel op zich (zie ook volgende punt). • Er is geen doelstelling om populaties in balans te houden; plannen zijn gericht op het voorkomen van schade zoals aan landbouw, flora en fauna en het verminderen van risico’s voor de vliegveiligheid. • Schade die we in de toekomst verwachten is geen onderdeel van het faunabeheerplan. • De faunabeheereenheid voert het plan niet uit; het plan is bedoeld voor grondgebruikers zoals Waternet om schade te voorkomen. Daarbij kunnen zij gebruikmaken van wildbeheereenheden, waarbij jachthouders met een jachtakte zijn aangesloten. Vervoer van ratten. Momenteel zitten we met problemen rond zieke, gewonde of jonge overlastgevende dieren (muizen en ratten) die we op de dierenambulance krijgen. Er is geen opvanglocatie voor deze dieren en dierenklinieken zien het niet als taak om de overlastgevende dieren indien nodig te euthanaseren. Hiervoor moet een oplossing komen.
60
De tekst rondom faunabeheerplan is een samenvatting van wat op de Provinciale website staat Faunabeheerplannen - Provincie Noord-Holland. Wij houden hun bron als leidend aan. Het klopt dat het faunabeerplan algemene soorten tot en met 2023 gold, die zin wordt gecorrigeerd.
Ja. Pagina 42
58
In principe staat Amsterdam voor het welzijn van alle dieren in de stad. Het blijft de afweging aan de dierenambulance zelf om wel of niet op een melding te rijden. De keuze hiertoe blijft maatwerk (afhankelijk van het aantal meldingen op een dag versus geprioriteerde thema’s versus beschikbare capaciteit).
Nee
Werk in uitvoering. De actie onderaan voor vrij levende overige soorten, is dezelfde als die op pagina 25 voor gebouwbewonende soorten. Dan kun je die twee paragrafen samenvoegen of er een andere insteek aan geven namelijk de kop te geven "Rekening houden met vrij levende dieren in de stad" (dus niet verengd tot de openbare ruimte). De tweede actie op p. 26 kun je als volgt omwerken naar: In het kader van plannen voor natuurontwikkeling, ecologisch beheer, ecologische verbindingszones en soortenmonitoring, zullen maatregelen voor doelsoorten en kwetsbare diergroepen worden beschreven. Hiermee de instandhouding van deze soorten te verbeteren en te borgen. Het is niet alleen geboden dat nesten van dieren (vleermuizen, vogels et cetera) worden verstoord en/of verwijderd door werkzaamheden maar dat ook bij nieuwbouw, restauratie- en isolatiewerkzaamheden nestbouw gefaciliteerd wordt (b.v. dakbedekking 'musvriendelijk') of nesten integreren. Florabeheer (productie en natuur) wat aansluit op de grondsoort, het waterbeheer en de beschermde fauna is gewenst. Graag in samenspraak met de agrarisch ondernemers, maar integraal onder de loep genomen zodat tegenstrijdige belangen worden
3 28 29 56
Eens. Deze zin is per abuis dubbel op genomen. De originele intentie was om te focussen op het borgen van de zorgplicht voor (nesten van) dieren in het ontwerp en de planvorming bij gemeentelijke werkzaamheden in de openbare ruimte zoals herinrichting, nieuwbouw, restauratie- en isolatiewerkzaamheden. Bedoeld om te voorkomen dat dieren onnodig in de knel komen door een verkeerd ontwerp of plan. Dus die originele intentie wordt verwerkt in de definitieve Agenda Dieren 2024-2026
Ja, pagina 26
42
Het klopt dat de lokale agrariërs niet zijn betrokken bij het opstellen van de inspraakversie. Dat komt omdat:
Nee
De zin ‘faunabeheerplan algemene soorten’ wordt verwijderd
De actie “Bescherming van gebouwbewonende soorten” vervangen door “Het borgen van de zorgplicht voor dieren in het ontwerp en de planvorming bij gemeentelijke werkzaamheden”
54
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 gewogen. Hier zal dus de keuze tussen weidevogel, uitzicht over de waterlinie, bomen en schuilplekken afgewogen worden
-
-
-
-
Geen dieren in de knel door menselijk handelen in de openbare ruimte. Faunavoorzieningen. Als ik lees over in de knel en bewegingsvrijheid denk ik aan faunavoorzieningen fauna tunnels en gooten en geleidende structuren naar deze doorgangen. Ook denk ik aan bruggen die zo zijn ontworpen dat de oever eronder doorloopt. Ik denk dat dit ook wordt bedoeld met dat de bescherming van dieren moet zijn geborgd in het ontwerp. Onder het kopje bewegingsvrijheid worden daarna echter voorbeelden gegeven die dat beeld niet in de breedte inkleuren en of bevestigen. Padden moeten kunnen “oversteken”. Terwijl ik denk dat ze niet op het asfalt moeten kunnen komen maar de weg moeten kunnen paseren. En natuurlijk moeten dieren uit het water kunnen klimmen maar het moet ook mogelijk zijn dat een
28
Eens
De stadsdelen ambtelijk betrokken zijn geweest bij de formulering van de inspraakversie. Op die manier zijn er kansen geboden om het geluid vanuit Weesp een plek te geven De agenda dieren een centraal document is, daarom zijn alleen landelijke stakeholders betrokken. Uitvoering van de thema’s op stadsdeel/gebiedsniveau wordt altijd afgestemd met lokale betrokkenen. de ambities rondom schuilstallen niet verplicht worden, maar juist juridisch worden gefaciliteerd indien agrariërs hier behoefte aan hebben. De gestelde ambitie is dus niet nadelig voor agrariërs De ambities rondom afschot (nee-tenzij): o Onveranderd zijn gebleven ten opzichte van Agenda Dieren 2015-2022 o indertijd (2015-2018) zijn geformuleerd tijdens twee sessies in 2019 waarbij wildbeheereenheden en vertegenwoordiger agrarische sector voor zijn uitgenodigd o Met betrekking tot gebiedsgericht werken (stimuleren nee-tenzij) zal gekeken worden waar grootste risico’s op populatie-afbreuk van beschermde soorten kunnen ontstaan, waarbij voor die gebieden preventiemaatregelen zoals landschapsherinrichting en alternatieven op afschot actief worden gestimuleerd. Dit zal in overleg zijn met de agrarische ondernemers waarbij tegenstrijdige belangen zullen worden gewogen. Ja, pagina 26.
De tekst onder kop ‘bewegingsvrijheid’ wordt “Dieren moeten zich kunnen verplaatsen en als gevolg van menselijk handelen zo min mogelijk in hun bewegingsvrijheid beperkt worden. Zo moeten padden tijdens de paddentrek de weg kunnen paseren. En is een dier bijvoorbeeld te water geraakt, dan moet het eruit kunnen komen of de vaart/gracht kunnen passeren.
55
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 dier een vaart of gracht kan paseren door dat ervaan twee oevers uittreeplaatsen zijn aangelegd. Lichtvervuiling. Bij 1.4.4 wordt het probleem van onnatuurlijk licht terecht beschreven. Ik vind dat de gemeente dat ook vanuit het punt van dierbaar amsterdam bredere als een probleem moet zien. Met het verdichten van de stad worden foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen meer en meer verlicht. Die kan vaak zonder problemen voorkomen worden. De lampen van sportvelden kunnen en moeten bij vervanging of herstel veel strakker worden afgesteld/gericht. Denk ook aan alle lichtuitstraling vanuit de gallerijflats. Lichtvervuiling is ook voor mensen vervelend en ongezond. Ook straatverlichting kan vaak beter gericht worden al heeft verlichting van de randen van bv een groenstrook, ook voor veiligheid soms een functie. Gedragscode. Bij het doorlezen verbaasde het mij dat de wet natuurbescherming vaak genoemd. Maar bij 1.4.6 geen dieren in de knel….wordt niet gewezen op het werken conform de wet natuurbescherming. Ik bedoel daar de verschillende gedragscodes van het ministerie die vrijstelling geven als volgende deze gedragscodes gewerkt wordt. Omgevingswet. In het stuk wordt de wet natuurbescherming meerdere keren genoemd. Met het in werking treden van de omgevingswet bestaat die ( feitelijk) niet meer.
De agenda is daarmee natuurlijk vanaf de start achterhaald. Ik snap hoe dit is ontstaan maar is het niet verstandig om m te actualiseren? Hengelsport. In de inspraakversie is abusievelijk het woord ‘verbod’ bij twee punten verwerkt. Namelijk bij (i) vislood en (ii) weerhaken. Echter, is er via de besluitvorming pachtovereenkomst hengelsport (Q2 t/m Q4 2023) besloten om niet tot een verbod te komen.
26
Buiten het kader van de Agenda Dieren 2024-2026 is de gemeente Amsterdam druk bezig met de aanscherping van verlichtings- en donkertebeleid. De motie 661 van de leden Bakker, Garmy en Van Pijpen inzake meer donkerte in de stad van 9 november 2023 vraagt met betrekking tot de hoofdgroenstructuur veel van dezelfde zaken. Uw suggesties zijn echter breder en zullen betrokken worden in de verdere ontwikkeling van beleid met betrekking tot duisternis.
Nee
25
In de agenda wordt niet naar de gedragscodes van het rijk verwezen omdat Amsterdam met een eigen gedragscode werkt, die stelt zelfs strengere eisen dan die van het Rijk. Dat betekent dat Amsterdam dus extra zorgvuldig handelt naar beschermde en gewenste soorten.
Nee
25
Klopt, de tekst wordt aangepast
Ja. Overal waar ‘Wet Natuurbescherming’ staat, wordt de tekst aangepast naar ‘Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming)’
AB
Eens, de tekst wordt aangepast
Ja, pagina 17 “Het streven om het onnodig gebruik van vislood op Amsterdamse wateren te beëindigen en dat middels een gepast verbod te bekrachtigen.” wordt “Het tegengaan van waterverontreiniging door vislood.” “Het streven om het dieronvriendelijk gebruik van weerhaken op Amsterdamse wateren te beëindigen en dat middels een gepast verbod te bekrachtigen.” Wordt “Het tegengaan van het gebruik van weerhaken. ”
56
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
2.5 Vee 2.5.1 Reacties op hoofdstuk 1.3.1 Meer plantaardige consumptie, minder intensieve veeteelt Strekking verzoek
#
Reactie college
Aanpassing JA/NEE Nee
Genoemde toename van hok- en graasdieren klopt niet
59
Het klopt dat de fusie met Weesp in 2022 heeft geleid tot niuewe cijfers. De stelling over de toename is echter gestoeld op de cijfers tot en met 2021, dus nog exclusief Weesp. Op pagina 40 vindt u CBS-cijfers over veehouderij in Amsterdam. In 2021 zijn er 5 bedrijven, in totaal 2671 hokdieren versus 2019 met 2035 hokdieren bij 5 bedrijven. In 2021 zijn er 5721 graasdieren op basis van 41 bedrijven versus 5510 graasdieren bij 45 bedrijven.
Hoe definieert gemeente Amsterdam de grootschalige veeteelt?
59
Kijkend naar de Nederlandse context is er geen sprake van grootschaligheid, van megastallen. Echter , ‘de invloed die het landbouwbedrijf in al zijn verscheidenheid heeft op het landschap, de natuur, het water, de lucht of het dierwelzijn wordt vooral bepaald door de bedrijfsvoering en niet zozeer door het verschil tussen gezins- of megabedrijf’ (RLG, 2006). Binnen de lopende processen voor het landelijk gebied zal daar aandacht aan worden gegeven.
Ja, zie was/wordt tekst onder tabel
Ook komt in uw stuk niet goed naar voren dat de veenweidegebieden binnen uw gemeentegrenzen niet geschikt zijn voor plantaardige teelten. Deze gronden bestaan nu bijna geheel uit (blijvend) grasland met al dan niet de natuurstatus.
59
Mee eens, uw argument wordt toegevoegd
Was u ervan op de hoogte dat grasland heel veel CO2 opneemt dus ook belangrijk is voor de klimaatdoelstellingen
59
De gemeente Amsterdam is er op de hoogte van dat grasland, mits op de correcte manier beweid en beheert, bij kan dragen aan de klimaatdoelstellingen door de opslag van CO2.
Ja, zie was/wordt tekst onder tabel Nee
Uw visie doet voorkomen of er een rechtstreeks verband bestaat tussen het consumptiepatroon van de Amsterdammer en de manier van Landbouw in het buitengebied.
42 45 46 47 55 59
Mee eens, uw argument wordt toegevoegd
Ja, zie was/wordt tekst onder tabel
57
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 36 37 42 45 46 47 54 55 59 59
Mee eens, uw argument wordt toegevoegd
Ja, zie was/wordt tekst onder tabel
Mee eens, uw argument wordt toegevoegd
Om het aantrekkelijke en karakteristieke landelijk gebied, inclusief de natuurgebieden, van Amsterdam te behouden zijn de agrarische ondernemers een onmisbare component. Ook is het vereist dat dit duurzame beheer ook financieel gedekt is. Hiervoor is als economische basis voedselproductie (zuivel en vlees) noodzakelijk. De gemeente Amsterdam zou er daarom goed aan doen om de landbouwsector te koesteren en niet te stigmatiseren op basis van niet (wetenschappelijk) onderbouwde veronderstellingen zoals het bepleiten van 'duurzame en gezonde alternatieven voor vlees en vis'.
38 53
In het hoofdstuk over (het vergroten van) de biodiversiteit wordt de agrarische sector wederom als (mede)verantwoordelijke gezien voor het verlies aan soorten in plaats van hen te beschouwen als een deel van de oplossing voor het verbeteren van de biodiversiteit. Dat is een gemiste kans. Met de symbiose tussen landbouw en natuur in het buitengebied van Amsterdam liggen er kansen om de biodiversiteit te versterken. De gemeente doet er verstandig aan om de sector hierin te ondersteunen.
38 40 53
De noodzaak van aanpassing van onze consumptie naar meer plantaardig is zowel vanuit gezondheid als duurzaamheid voldoende onderbouwd. Tegelijkertijd wordt de rol van agrarisch ondernemerschap in het toekomstbestendig maken van het veenweidegebied onderkend. Gezien complexiteit van de voedseltransitie is duidelijk dat opgaven voor consumptie lokaal niet 1 op 1 kunnen worden gekoppeld aan de opgaven voor de productie. Mee eens, uw argument wordt toegevoegd
Ja, zie was/wordt tekst onder tabel Nee
Eveneens in het conceptadvies valt te lezen dat agrariërs in Landelijk Noord zouden moeten stoppen met het gebruik van glyfosaat. De toestemming voor het gebruik van glyfosaat is onlangs door de Europese Commissie verlengd en is dus wettelijk toegestaan. Vanwege de maatschappelijke discussie en de overtuiging van de boeren zelf wordt dit middel beperkt ingezet. Sommige bedrijven mogen dit ook niet gebruiken ivm duurzaamheidseisen van de melkfabriek. Het lijkt ons daarom overbodig om als gemeente een verbod in te stellen, ook omdat dan naar (meer schadelijke) alternatieven gezocht gaat worden. Dit was ook een belangrijke reden voor verlenging door de EU. Wens om over het gebruik van glyfosaat adviserende gesprekken voeren met agrariërs. In het concept advies wordt gewezen op het dierenwelzijn in relatie tot de melkproduktie en krachtvoergift. Een hoge melkproduktie gaat niet te koste gaat van het dierenwelzijn, integendeel zelfs. Wanneer een koe zich niet goed voelt is het allereerste kenmerk een daling van de melkproduktie. Een koe minder krachtvoer geven heeft als gevolg dat er een energietekort ontstaat. Hierdoor zakt weliswaar de productie maar krijgt de koe allerlei gezondheidsproblemen. De bovengenoemde relatie tussen melk en welzijn wordt helaas ten onrechte geframed door dierenactivisten met gebrek aan kennis op dit punt.
Beperkende regels op het gebied van melkproduktie en krachtvoergift grijpen zwaar in, in de bedrijfsvoering en veroorzaken een grote inkomensdaling. Het welzijn van de dieren wordt bovendien in ernstige mate aangetast.
52
U roept op om minder dierlijke consumptie op te nemen in het eetpatroon. Consumptie heeft immers in een metropool als de gemeente Amsterdam weinig met de productie te maken. Plantaardig voedsel zal ten slotte van de plekken komen waar de bodem geschikt is voor akker en tuinbouw en waar het rendabel is om die teelten te telen. Het veenweidegebied leent zich voornamelijk voor graslandteelt en niet voor een transitie naar akkerbouwgewassen. Omvorming naar akkerbouwgewassen zal voor problemen zorgen zoals bodemdaling, knelpunten waterhuishouding en verdwijning van het (weidevogel) landschap.
In de voedselvisie van provincie Noord-Holland wordt veel aandacht gegeven om de consumenten te stimuleren om lokaal voedsel aan te schaffen. Dat zie ik helemaal niet terug in uw visie.
52
Wij verwijzen u naar de raadsinformatiebrief van 23 januari 2024 inzake afdoening toezegging informeren over de mogelijkheden die de gemeente heeft om het gebruik van glysofaat te verbieden. De lijn is om het landelijk verbod af te wachten. Agenda Dieren 2024-2026 en de Voedselstrategie hebben geen ambities geformuleerd rondom het gebruik van glyfosaat. Agenda Dieren 2024-2026 en de Voedselstrategie hebben geen ambities geformuleerd rondom het gebruik van krachtvoer.
58
Ja, zie was/wordt tekst onder tabel Nee
Nee
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 Met drooglegging van percelen worden meerdere maatschappelijk relevante neven functies vervult. Zoals een aantrekkelijk en open landschap, een positief effect op de vastlegging van C02, en het voorkomen van uitspoeling van nutriënten zoals Stikstof en Fosfaat. Sterker nog als Nederland ‘ de Kader Richtlijn Water”nog voor 2027 wil halen, dan is men afhankelijk van grasland. Gras eten wij niet zelf, maar consumeren we indirect.
36 37 46 47 54 45
Ter kennisgeving aangenomen
Nee
Nee
Er zijn dus zorgen om zoönosen, maar de mens zoekt dit zelf ook op door de hele wereld over te vliegen. Corona hebben wij ook meegenomen via het vliegtuig. Dit geld ook voor planten en voedsel dat wij inmiddels van het buitenland halen. Voorts is er economisch geen prikkel om product rechtstreeks aan Amsterdam te leveren dus zal het leeuwendeel van de productie elders verwerkt en verkocht worden. Zelf hebben wij een rechtstreekse lijn door de verkoop van ons product via www.MOMA.amsterdam, een kleinschalige zuivelverwerker. Dit behelst nog geen 1% van de markt, die u nog wenst te verkleinen door een plantaardige levensstijl. Er staat dat er meer plantaardige consumptie moet komen en minder intensieve veeteelt. Wij kunnen u zeggen dat er geen intensieve veeteelt is in het landelijk gebied van Weesp.
45
De doelstellingen zijn niet gericht op uitsluiten van import en export, uitwisseling van producten zal ook in de toekomst uitgangspunt zijn. De mate waarin, ook met oog op vergroten van consumptie van regionale producten, is onderdeel van de discussie over de toekomst van het voedsel- en landbouwsysteem Ter kennisgeving aangenomen
42
Mee eens, uw argument wordt toegevoegd
Ja, zie was/wordt tekst onder tabel
39
Er wordt geen koppeling gemaakt tussen consumptie en productie op lokaal niveau.
Plantaardige consumptie kunt u niet afdwingen bij de burgers, wij zijn vrij om te kiezen wat we willen eten. En plantjes groeien niet zonder de mest die onze dieren produceren.
39
Eens, individuele keuze staat voorop. De mate van vrijheid in het huidige voedselsysteem (prijs, aanbod, marketing) is onderdeel van discussie
Ja, zie was/wordt tekst onder tabel Nee
Daarnaast is het produceren voor het buitenland positief voor de Nederlandse handelsbalans, zodat wij weer andere producten uit andere landen kunnen importeren. Wij zeggen ook niet tegen de olie- of rijstlanden: produceer alleen voor je eigen bevolking. Waar gaan wij anders de olie of de rijst vandaan halen? Ook staat er in de agenda dat dieren horen bij Amsterdam, maar aan de andere kant willen ze maar aan de andere kant willen ze de veeteelt verminderen/kwijt.
*** WAS DE TEKST IN INSPRAAKVERSIE AGENDA DIEREN 2024-2026 *** 1.3 Vee In Amsterdam zijn er bij voorkeur zo min mogelijk dieren nodig om aan de consumptiewensen van Amsterdammers te voldoen. De dieren die voor landbouwdoeleinden worden ingezet, hebben, binnen redelijke grenzen, de autonomie om veilig te verblijven op de plek die ze kiezen. Daarbij zijn ze beschermd tegen extreem weer en crises. Trend: toename hok- en graasdieren Sinds 2020 is er een lichte toename van het aantal hokdieren. Het aantal bedrijven met hokdieren bleef echter stabiel, wat betekent dat ze in omvang zijn gegroeid. We zien sinds 2022 ook een procentuele stijging van het aantal gehouden graasdieren en een toename van het aantal
59
Nee
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
bedrijven met graasdieren. Die toename is een gevolg van de fusie met Weesp. Met ongeveer 25 pachters hebben we een pachtovereenkomst. Een gedeelte hiervan is gelinkt aan de agrarische sector. Om welk type landbouwbedrijven het gaat, weten we (nog) niet. Onze ambities We hopen dat de behoefte aan grootschalige veeteelt in Amsterdam verkleint en dat consumenten vaker kiezen voor duurzame en gezonde alternatieven voor vlees en vis. Om het dierenwelzijn van het vee te verbeteren, willen we: - Meer plantaardige consumptie, minder intensieve veeteelt; - Natuurlijke schuilplekken voor dieren bij vee- en (hobby)houders; - Goede bescherming van vee bij crises en rampen. Aanpak: eisen en advies Om locatie specifieke eisen te kunnen stellen aan schuilgelegenheid voor gehouden (vee)dieren heeft Amsterdam meer bevoegdheden nodig. Hierover gaat de gemeente dan ook in gesprek met het Rijk. Zolang de gemeente genoemde bevoegdheid niet heeft, voeren we vooral adviserende gesprekken met regelgevende partijen, zoals landelijke overheid en provincie. Ook met boeren en consumenten gaan we in gesprek en we helpen hen diervriendelijke keuzes te maken. 1.3.1 Meer plantaardige consumptie, minder intensieve veeteelt In Nederland zijn ongeveer 500 miljoen dieren onderdeel van de industriële veeteelt.
Dagelijks worden er 1,7 miljoen dieren geslacht voor de vleesconsumptie door zowel mensen als dieren in Nederland en voor export. De standaarden voor dierenwelzijn in de vee-industrie staan regelmatig ter discussie. Vlees-, zuivel- en visconsumptie zijn milieubelastend. Steeds meer Nederlanders hebben moeite met deze industrie en willen hun voedingspatroon aanpassen. Minder druk op milieu De overgang naar consumptie van meer plantaardige eiwitten en minder dierlijke eiwitten, betekent dat er minder dieren nodig zijn voor de vleesen zuivelbehoefte. Bovendien verlaagt het de druk van voedselproductie op het milieu. Het vermindert de enorme hoeveelheid water die nodig is, het verlaagt de broeikasgasuitstoot, vermindert landgebruik en de uitputting van oceanen. In Amsterdam werken we vanuit de actielijn Meer plantaardig binnen de Voedselstrategie naar een consumptiepatroon van 60 procent plantaardig en 40 procent dierlijk in 2030.
60
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
*** WORDT DE TEKST IN DEFINITIEVE AGENDA DIEREN 2024-2026 *** 1.3 Vee De directe omgeving van Amsterdam bestaat grotendeels uit veenweidegebieden van het Groene Hart en Laag Holland. Het cultuurlandschap hangt direct samen met de aanwezigheid van vee en agrarische ondernemers. De gezamenlijke inspanningen om te komen tot een toekomstbestendig landschap en agrarisch ondernemerschap zullen bepalend zijn voor de omvang van de veestapel. De daarin aanwezige dieren die voor landbouwdoeleinden worden ingezet, hebben, binnen redelijke grenzen, de autonomie om veilig te verblijven op de plek die ze kiezen. Daarbij zijn ze beschermd tegen extreem weer en crises. Trend: toename hok- en graasdieren Sinds 2020 is er een lichte toename van het aantal hokdieren. Het aantal bedrijven met hokdieren bleef echter stabiel, wat betekent dat ze in omvang zijn gegroeid. We zien sinds 2022 ook een procentuele stijging van het aantal gehouden graasdieren en een toename van het aantal bedrijven met graasdieren. Die toename is een gevolg van de fusie met Weesp. Met ongeveer 25 pachters hebben we een pachtovereenkomst. Een gedeelte hiervan is gelinkt aan de agrarische sector. Om welk type landbouwbedrijven het gaat, weten we (nog) niet. Onze ambities We hopen dat de negatieve impact van veeteelt op natuur en milieu in Amsterdam verkleint en dierenwelzijn centraal staat.
Om de milieu-impact van ons dieet te verminderen , willen we: - Meer plantaardige consumptie (60 -40 % in 2030) Voor het stimuleren van dierenwelzijn, willen we: - Natuurlijke schuilplekken voor dieren bij vee- en (hobby)houders; - Goede bescherming van vee bij crises en rampen. Aanpak: eisen en advies Om locatie specifieke eisen te kunnen stellen aan schuilgelegenheid voor gehouden (vee)dieren heeft Amsterdam meer bevoegdheden nodig. Hierover gaat de gemeente dan ook in gesprek met het Rijk. Zolang de gemeente genoemde bevoegdheid niet heeft, voeren we vooral adviserende gesprekken met regelgevende partijen, zoals landelijke overheid en provincie. Ook met boeren en consumenten gaan we in gesprek en we helpen hen diervriendelijke keuzes te maken.
61
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
1.3.1 Voedselstrategie - gezond, eerlijk en duurzaam voedsel Met de Uitvoeringsagenda Voedselstrategie 2023 – 2026, zet Amsterdam zich in voor gezond, eerlijk en duurzaam voedsel1. Vanuit Voedselstrategie werken we langs zes actielijnen onder meer aan het verminderen van CO2-uitstoot door voedselverspilling tegen te gaan (50% in 2030), voedsel dat overblijft terug te brengen in het voedselsysteem, organische reststromen her te gebruiken, de consumptie van plantaardige eiwitten te stimuleren (60% in 2030) en te zorgen voor meer regionaal en duurzaam geproduceerd voedsel (25% in 2030) voor een eerlijke prijs. Meer plantaardig: minder druk op milieu In Amsterdam werken we vanuit de actielijn Meer plantaardig binnen de Voedselstrategie naar een consumptiepatroon van 60 procent plantaardig en 40 procent dierlijk in 2030. De overgang naar consumptie van meer plantaardige eiwitten en minder dierlijke eiwitten, betekent dat er uiteindelijk minder dieren nodig zijn voor de vlees- en zuivelbehoefte. Bovendien verlaagt een meer plantaardige vorm van consumptie de druk van voedselproductie op het milieu. Het vermindert de enorme hoeveelheid water die nodig is, het verlaagt de broeikasgasuitstoot, vermindert landgebruik en de uitputting van oceanen. Uiteraard leidt de lokale overgang naar een meer plantaardige consumptiepatroon niet tot een direct lokaal effect op deze genoemde elementen.
Het cultuurlandschap van de veenweidegebieden rond Amsterdam is nauw verbonden met de aanwezige veeteelt. Met de actielijn Stadslandbouw en korte keten uit de Voedselstrategie zetten we in op regionaal en duurzaam geproduceerd voedsel. Als hoofdstad willen we een actieve bijdrage leveren aan de noodzakelijke transitie van de landbouw in het metropolitaan landschap. Van produceren tegen de laagste prijs voor de wereldmarkt naar meer producten voor de regionale en lokale markt. Dat vraagt om nieuwe verbindingen, nieuwe samenwerkingen, nieuwe vormen van belonen van agrarisch ondernemerschap, een andere verbinding tussen producent en consument. Daarnaast willen we Amsterdammers bewuster maken van de productie, distributie, bereiding en consumptie van voedsel, zodat zij duurzamer eten gaan kopen, gezonder gaan eten en minder voedsel gaan verspillen.