1. Nota van Beantwoording Agenda Dieren24-26 def.pdf
Tekst van het document
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 Reactie van het college van B&W op de adviezen van de stadsdelen en het stadsgebied en de binnengekomen zienswijzen naar aanleiding van de concept Agenda Dieren 2024-2026
Opgesteld naar aanleiding van de inspraak- & consultatieperiode, van 7 december 2023 en 24 januari 2024
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
Voorwoord Voor u ligt de Nota van Beantwoording behorende bij de concept Agenda Dieren 2024-2026. Het doel van dit document is tweeledig. 1. In dit document wordt antwoord gegeven op de adviezen van de Stadsdelen en Stadsgebieden, zoals deze naar aanleiding van het adviesverzoek dat op 7 december 2023 vanuit het college van B&W naar de dagelijkse besturen van de stadsdelen en het stadsgebied van Amsterdam is verzonden. Het betreft de reactie op de advisering, zoals bedoeld in artikel 12, tweede lid van de verordening op de stadsdelen en stadsgebied 2022 en een motivering van de afwijking van de adviezen, zoals bedoeld in de artikel 12, vijfde lid van verordening op de stadsdelen en stadsgebied 2022. 2. In dit document wordt antwoord gegeven op de zienswijzen die zijn binnen gekomen naar aanleiding van de ter inzagelegging van de concept Agenda Dieren 2024-2026. De ter inzagelegging is op 7 december 2023 begonnen en afgelopen op 24 januari 2024 en iedereen is in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze te geven. Dit document kan aangemerkt worden als het eindverslag, zoals bedoeld in artikel 6 van de Algemene Inspraakverordening.
Wij danken alle adviserende stadsdelen en de indieners van zienswijzen voor hun inbreng. Met uw inbreng, toont u uw betrokkenheid bij het onderwerp. Dat laat zien dat we Dierenwelzijn en Biodiversiteit als stad samen verder brengen. Mede namens het college van burgemeester en wethouders,
Wethouder Dierenwelzijn Zita Pels
Wethouder Groen en Water Melanie van der Horst
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
Inhoud
1 Adviezen van de Dagelijks Besturen van de Stadsdelen ............................................................. 4 1.1 Stadsdeel Centrum ........................................................................................................................... 4 1.2 Stadsdeel Nieuw-West ..................................................................................................................... 6 1.3 Stadsdeel Noord ............................................................................................................................... 8 1.4 Stadsdeel Oost ............................................................................................................................... 14 1.5 Stadsdeel West ............................................................................................................................... 17 1.6 Stadsdeel Zuid ............................................................................................................................... 18 1.7 Stadsdeel Zuid-Oost ....................................................................................................................... 26 1.8 Stadsgebied Weesp ........................................................................................................................
30 2 Zienwijzen ............................................................................................................................ 32 2.1 Inleiding en procedure .................................................................................................................... 32 2.2 Gezelschapsdieren ......................................................................................................................... 34 2.1.1 Reacties op hoofdstuk 1.1.1 Goede (medische) zorg voor dieren ondanks armoede ..................... 34 2.1.2 Reacties op hoofdstuk 1.1.2 Minder bijtincidenten, meer veilige uitlaatplekken ........................... 35 2.1.3 Reacties op hoofdstuk 1.1.4 Een goede match tussen mens en dier ............................................. 40 2.1.4 Reacties op overige thema's onder gezelschapsdieren ................................................................. 41 2.3 Dieren in relatie tot sport, ontspanning en onderzoek .................................................................... 42 2.3.1 Reacties op diverse thema's binnen het hoofdstuk “Dieren in relatie tot sport, ontspanning en onderzoek” ..................................................................................................................................
42 2.4 In het wild levende dieren ............................................................................................................... 45 2.4.1 Reacties op hoofdstuk 1.4.2 Jacht als laatste redmiddel bij schadebestrijding en faunabeheer .... 45 2.4.2 Reacties op hoofdstuk 1.4.3 Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren ......................... 47 2.4.3 Reacties op hoofdstuk 1.4.4. Diervriendelijke wateren ................................................................. 49 2.4.4 Reacties op Hoofdstuk 1.4.5 Beschermen van wettelijk beschermde gebouwbewonende soorten .................................................................................................................................................... 51 2.4.4 Reacties op hoofdstuk 1.4.7 Meer aandacht voor het welzijn van invasieve exoten ...................... 52 2.4.3 Reacties op diverse faunazaken ................................................................................................... 53 2.5 Vee ................................................................................................................................................. 57 2.5.1 Reacties op hoofdstuk 1.3.1 Meer plantaardige consumptie, minder intensieve veeteelt ............. 57 2.5.2 Reacties op hoofdstuk 1.3.2 Natuurlijke schuilplekken voor dieren bij vee- en (hobby)houders ....
59 2.6 Biodiversiteit .................................................................................................................................. 64 2.6.1 Reacties op diverse thema's binnen hoofdstuk 2 Biodiversiteit .................................................... 64 2.7 Samenwerking ............................................................................................................................... 66 2.8 Overig ............................................................................................................................................ 70
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
1 Adviezen van de Dagelijks Besturen van de Stadsdelen
Van ieder stadsdeel is een advies binnen gekomen over de inspraakversie Agenda Dieren 2024-2026. Wij danken alle stadsdelen voor de tijd en zorgvuldigheid die zij in deze adviezen hebben gelegd. We hebben de overwegingen en adviezen afgewogen, dit heeft een enkele keer tot een tekstwijziging geleid. Zie voor de toegepaste tekstwijzigingen ‘aanpassing ja’ in de rechter kolom. Het college waardeert de aandacht die de stadsdelen hebben voor de portefeuille Dierenwelzijn en Biodiversiteit en kijken uit naar een vruchtbare samenwerking. In de tabel is de volgorde van de ingediende adviezen aangehouden zoals het betreffende stadsdeel deze heeft ingediend. Globaal zien we een aantal thema’s terugkomen, zie samenvattend in de tabel hieronder. Referentie naar thema/hoofdstuk Hoofdstuk 1.1.2 Minder bijtincidenten, meer veilige uitlaatplekken Dieren in relatie tot sport, ontspanning en onderzoek In het wild levende dieren: diverse faunazaken 1.4.5 Beschermen van wettelijk beschermde gebouwbewonende soorten 1.4.3 Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren Hoofdstuk 2 Biodiversiteit Hoofdstuk 5 Samenwerking
Meest voorkomende verzoek tot verbetering in Agenda Dieren Start inrichting van de losloopgebieden Wens tot tegengaan van evenementen met dieren wordt ondersteund Versterken van de leefomgeving van dieren Wens voor faciliteren van inwoners en bedrijven Ervaring van overlast door invasieve soorten en ratten, wens voor meer maatregelen N.v.t want divers Wens tot samenwerking centraal-stadsdelen rondom uitvoering en communicatie
1.1 Stadsdeel Centrum Advies van het stadsdeel Gezelschapsdieren: In de opgenomen maatregelen is een aantal keer aangegeven dat de gemeente Amsterdam in gesprek gaat met het Rijk. Eén van die maatregelen is het verzoek om de online verkoop van dieren op onder andere Marktplaats te reguleren. Advies: In Nederland zijn erg veel stichtingen die zwerfhonden en/of katten uit het buitenland naar Nederland importeren en aanbieden via een online platform. In de Agenda Dieren worden deze stichtingen niet specifiek benoemd. Het advies is om zeker van deze
Reactie college
Aanpassing JA/NEE
We begrijpen de zorg. Aangezien Marktplaats de bekendste aanbiedplek is voor de aanschaf voor huisdieren, wordt die focus gekozen. Bovenal wordt daarnaast ingezet op het versterken van de weg naar aanschaf via een lokaal dierenasiel. Hiermee wordt getracht de aanschaf via dergelijke stichtingen zoals door uw DB genoemd in te perken.
Nee
4
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 stichtingen het aanbod van honden en katten te reguleren en hierover in gesprek te gaan met het Rijk. Kinderboerderijen als ontmoetingsplek passend bij het dier In de Agenda Dieren zijn bij het Versterken van de subsidierelatie vanuit stadsdelen met Boerderijen de volgende maatregelen opgenomen: • Boerderijen moeten het vSKBN kwaliteitsbewijs voeren of aantonen dat ze aan een gelijkwaardige of betere richtlijn voldoen. • Boerderijen gaan werken met een meerjarenplan, waarin ze in ieder geval laten zien hoe ze in het lopend jaar en de komende jaren omgaan met: dierenbeleid en dierbestand, educatie van personeel, de concrete toepassing van de ambities ‘positief welzijn’ uit de overeenkomst en het versterken van hun administratieve organisatie. Advies: Stadsdeel Centrum heeft één kleinschalige kinderboerderij de Dierencapel. De Dierencapel voldoet niet aan alle voorwaarden die gesteld worden aan het vSKBN kwaliteitsbewijs, stadsdeel Centrum is daar wel met de Dierencapel over in gesprek. De Dierencapel is een kinderboerderij die volledig afhankelijk is van, en draait op, de inzet van vrijwilligers. Hierdoor is het erg lastig om aan de steeds maar groeiende eisen te voldoen. De Dierencapel kan bijvoorbeeld niet altijd een BHV’er hebben rondlopen terwijl dat voor kinderboerderijen met betaalde krachten vaak wel te realiseren is.
Het dagelijks bestuur vraagt daarom voor deze kinderboerderij vooral te richten op welke regelgeving noodzakelijk is voor het welzijn van de dieren maar minder strikt te zijn in de richtlijnen die worden gesteld aan bijv. de administratieve organisatie Artis Artis wil zich van dierentuin naar een educatief centrum waar plaats is voor inheemse diersoorten ontwikkelen. Er is een afname van grote (exotische) dieren en een toename van kleine stadse (inheemse) dieren. Ook is er meer natuureducatie over, in het bijzonder, de lokale beschermde soorten. En bij nieuwe verblijven wordt altijd ruimte gemaakt voor stadsnatuur. Advies: Het dagelijks bestuur ondersteunt deze ontwikkeling waarbij Artis steeds meer een educatief centrum wordt waarin dieren centraal staan en alles rondom het levend organisme een plek krijgt. Nestkasten voor gierzwaluwen, huismussen, vleermuizen De maatregelen die zijn opgenomen zijn vooral beschermend van aard, zoals “We stellen een monitoringsplan op voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen”. Advies: Stadsdeel Centrum heeft volgens Maps Amsterdam gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen, het is dus bekend dat er gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen zijn in de binnenstad.
Het dagelijks bestuur adviseert om een actieve maatregel op te nemen en aan te geven waar door het plaatsen van nestkasten het aantal huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen in de stad kan toenemen. Nestkasten voor gierzwaluwen, huismussen, vleermuizen Een tweede actieve maatregel heeft te maken met de wettelijke verplichting voor en verantwoordelijkheid van de aanvrager van een (omgevings)vergunning om na te gaan of een activiteit kan leiden tot nadelige gevolgen voor natuurwaarden. Een aanvrager is
Het VSKBN kwaliteitsbewijs biedt kinderboerderijen de mogelijkheid om aan te tonen dat hun bedrijfsvoering voldoet aan alle wettelijke eisen die gesteld worden aan een kinderboerderij. We voeren daarbij het VSKBN kwaliteitsbewijs als uitgangspunt, maar hebben de mogelijkheid opengehouden waarbij een kinderboerderij kan aantonen aan een gelijkwaardig of beter alternatief te voldoen.
Ja, op pagina 13
Kennis genomen van uw reactie
Nee
In het Centrum van Amsterdam zijn vele nesten van gierzwaluw, huismussen en verblijfplaatsen van vleermuizen. Het is bekend dat deze soorten op grote schaal gebruik maken van alternatieve nestvoorzieningen zoals nestkasten en vleermuiskasten. Het succes van deze voorzieningen is wel afhankelijk van de specifieke plaatsing, zoals hoogte en expositie ten opzichte van de zon, wind en regen. Dat is maatwerk en hierop kan de stadsecoloog van het stadsdeel (Koen Wonders) op adviseren.
Nee
De voorgestelde werkwijze, om zonder specifiek soortenonderzoek generieke maatregelen te nemen t.b.v. de diverse soorten, is niet in lijn met de eisen die het bevoegd gezag stelt om te voldoen aan de Omgevingswet. Daarnaast geeft de voorgestelde werkwijze onvoldoende invulling aan de soortspecifieke
Nee
De zin ‘kinderboerderijen moeten het vSKBN kwaliteitsbewijs voeren of aantonen dat ze aan een gelijkwaardige of betere richtlijn voldoen.’ vervangen door ‘Kinderboerderijen moeten het vSKBN kwaliteitsbewijs voeren of aantonen dat ze aan een gelijkwaardig of beter alternatief voldoen.’
5
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 verplicht om een QuickScan flora en fauna uit te (laten) voeren. Als hieruit blijkt dat voor de gewenste activiteit een omgevingsvergunning natuur of een aanvraag/ ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd moet worden, wordt in de voorwaarden en algemene overwegingen van deze besluiten specifieke informatie opgenomen over bescherming van de ter plaatse aangetroffen beschermde flora en fauna. Advies: In plaats van de verplichting van een QuickScan flora en fauna is het advies van het dagelijks bestuur om er vanuit te gaan dat er gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen aanwezig zijn en daarom bij het afgeven van een vergunning altijd alle voorwaarden mee te geven alsof ze daadwerkelijk aangetroffen zijn. Hierdoor worden uiteindelijk bij iedere verbouwing extra voorzieningen zoals nestplekken aangebracht.
eisen van de meer zeldzamere soorten, zoals meervleermuis en laatvliegers. Ook geeft deze werkwijze geen inzicht welke functie het pand voor de soort vervult. Vleermuizen kunnen onze panden gebruiken als solitair zomerverblijf, paarverblijf of als kraamverblijf. In zo’n kraamverblijf verzorgen soms enkele honderden vrouwtjes vleermuizen hun jongen. Om een kraamverblijf te compenseren moet men maatwerk leveren, omdat de vleermuizen veel meer eisen stellen aan dat type verblijf dan aan een solitair zomerverblijf. De gemeente Amsterdam deelt de wens om snelheid te maken met het verduurzamen van woningen en tegelijkertijd diersoorten te beschermen. Daarom werkt ze aan het opstellen van een soortenmanagementplan, waarbij de gehele gemeente wordt onderzocht naar gebouwbewonende soorten zodat particulieren dat niet meer hoeven te doen. Dat zorgt voor een versnelling van de verduurzaming, ook in stadsdeel Centrum.
1.2 Stadsdeel Nieuw-West Advies van het stadsdeel
Reactie college
Aanpassing JA/NEE
Hondenlosloopgebieden. Het is in een stedelijke omgeving soms moeilijk om hondenuitrengebieden in te passen. Geadviseerd wordt in de overlap met ecologisch kwetsbare delen pragmatische oplossingen te kiezen en maatwerk toe te passen en dit principe in deze Agenda Dieren 2024-2026 op te nemen.
In de vorige bestuursperiode is het kader Hondenlosloopgebieden opgeleverd. Team Dierenwelzijn heeft meegewerkt aan het kader en zelf een inventarisatie (verbetermogelijkheden) van alle 180 gebieden gedaan zodat de stadsdelen hier vervolgens zelf mee aan de slag kunnen. Het klopt dat een aantal losloopgebieden schuurt met onze ecologische ambities, hiervoor wordt in 2026 een onderzoek gestart. Voorafgaand én na het onderzoek, blijft het maatwerk. Het verzoek aan het stadsdeel om dus per locatie te boordelen hoe om te gaan met de verschillende belangen. Eens, uw voorstel past binnen de huidige werkwijze. Goed om dit in de communicatie mee te nemen. Tekst wordt hier op aangepast
Nee
Zwerfkatten. In paragraaf 1.1.3 gaat het college in op het gesprek met het rijk het chippen van katten verplicht te maken en tot dat moment lokale acties te ondernemen en te communiceren over het belang van chippen. Het dagelijks bestuur adviseert om naast de aandacht voor het chippen, ook het goed registreren en actualiseren van de chip als belangrijk aandachtspunt te benoemen.
Ja, pagina 10 De zin « We communiceren over de voordelen van castratie, sterilisatie en chippen voor het welzijn van de kat.” Wordt : « We communiceren over de voordelen van chippen,
6
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 castratie, sterilisatie voor het welzijn van de kat. En over de plaatsing, registratie en actualisatie van de chip. » Nee
Schuilgelegenheid vee en hobbydieren. In paragraaf 1.3.2 wordt aandacht besteed aan het juridisch vastleggen van de schuilgelegenheden in relatie tot de provincie en het rijk. Daarbij is het voor het dagelijks bestuur ook belangrijk dat er nadrukkelijk aandacht is voor de relatie met de omgevingsvergunning en de daarbij horende overige regelgeving en beleid. Rattenoverlast. Broodcontainers en een algeheel voerverbod hebben in de afgelopen jaren goed bijgedragen aan het verlagen van de rattenpopulatie in Nieuw-West. Desondanks is op sommige plaatsen nog steeds sprake van duidelijke overlast. Het dagelijks bestuur adviseert daarom in de Agenda Dieren 2024-2026 (in paragraaf 1.4.3) meer ruimte te bieden voor bestrijding, als de leefbaarheid van (kwetsbare) buurten daardoor onder druk staat. Het is daarbij ook van belang het principe “ongelijk investeren voor gelijke kansen” mee te nemen.
Eens, geldende regel- en wetgeving is altijd bindend
In de begroting voor 2024 is een reservering opgenomen voor continuering van de aanpak overlastgevende dieren met een jaarlijks budget van € 500.000,- . Een eenzijdige aanpak gericht op het doden van de dieren is niet effectief. Het college kiest voor een methode van aanpak waarbij het ontstaan van het probleem voorop staat. Ratten blijven pas uit de buurt van mensen als ze geen toegang hebben tot huizen (o.a. via verzakkingen en/of achterstallig onderhoud, de toegang tot kruipruimten), geen toegang hebben tot eten in afvalbakken en niet bewust of onbewust door het achterlaten van etensresten, gevoerd worden. In 2024 wordt de aanpak uitgewerkt in samenwerking met de stadsdelen.
Nee
Bescherming beschermde soorten. In paragraaf 1.4.5 heeft het college beleidsregels opgenomen over gebouwbewonende soorten, in relatie tot verduurzaming. Het dagelijks bestuur adviseert het college een (aanvullende) specifieke subsidie beschikbaar te stellen voor bewoners en bedrijven die voor het verduurzamen van hun pand een flora- en faunascan moeten laten uitvoeren. Zonder deze subsidie dreigt een vertraging in de verduurzaming van woningen.
Er wordt gewerkt aan een SMP voor de gehele gemeente Amsterdam. Als het SMP gereed is hoeven bewoners en bedrijven met werkzaamheden die onder het SMP vallen in de meeste gevallen geen uitgebreid ecologisch onderzoek meer uit te voeren. Dit scheelt initiatiefnemers veel tijd en geld. Het opstellen van een SMP voor heel Amsterdam kost een aantal jaren en gebeurt gefaseerd. In Nieuws-West starten we in voorjaar 2024 met het ecologisch onderzoek hiervoor. VvE’s, woonverenigingen en wooncoöperaties kunnen al subsidie voor flora en fauna onderzoek krijgen via de SVVE regeling van het Rijk. Daarnaast werken zowel het Rijk als de provincie Noord-Holland op dit moment een werkwijze uit die het makkelijker en goedkoper moet maken voor eigenaren van grondgebonden woningen (eensgezinswoningen) om vooruitlopend op het SMP al aan de slag te kunnen met isoleren van hun huis. Naar verwachting zijn beide regelingen binnen enkele maanden beschikbaar.
Nee
Biodiversiteit. In hoofdstuk 2 worden mooie doelen geformuleerd op het gebied van ecologie en biodiversiteit. Deze doelen heeft het college al enige tijd. Het dagelijks bestuur constateert dat er in Nieuw-West nog veel te verbeteren valt op dit punt. Het dagelijks bestuur adviseert de genoemde doelen te vertalen in een programma en voor de uitvoering daarvan middelen beschikbaar te stellen.
In het Plan biodiversiteit worden de doelen op gebied van ecologie en biodiversiteit concreet gemaakt. In dit plan zal een hoofdstuk worden opgenomen over de financiering van de kosten. De structurele kosten zullen vanuit de begroting gefinancierd (moeten) worden. De (eenmalige) investeringen zullen waarschijnlijk via de Groengelden gaan lopen. Het stadsdeel is de bevoegde instantie om Groengelden aan te vragen. Zodoende kan het stadsdeel dus een belangrijke actor zijn in het versnellen van de uitvoering van het Plan Biodiversiteit. Dit zal nader besproken worden met de stadsdelen en uitgewerkt.
Nee
7
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
Samenwerking met subsidiepartners. Onder paragraaf 3.2 staat de “Uitdaging bij het vinden van extra vrijwilligers” benoemd, wij zien een mogelijke aanvullende activiteit vanuit de gemeente in een samenwerking met ondermeer de afdeling Werk, Participatie en Inkomen. Maar ook met bijvoorbeeld het Startpunt en partijen als het buurtteam en de vrijwilligerscentrale Amsterdam. Voldoende vuilnisbakken bij hondenuitlaatplekken Bij sommige hondenuitlaatplekken in Nieuw-West ontbreken vuilnisbakken. De gemeente verplicht inwoners om hondenpoep op te ruimen, maar dient dan wel te zorgen voor vuilnisbakken bij de officiële speellosloopplekken voor honden. Matching - Voorlichting over regels omtrent huisdieren Voeg toe (bijvoorbeeld bij Meer bewustwording creëren bij inwoners in paragraaf 1.1.4) dat de gemeente inwoners voorlicht over 1. Verbod op te korte snuit bij honden en katten, 2. Positieflijst zoogdieren (de huis- en hobbydierenlijst), en 3. Verbod op lichamelijke ingrepen zoals couperen staart en oren van honden.
Het is aan de partners zelf om hun continuïteit te borgen. Daar waar knelpunten ontstaan, wil team Dierenwelzijn zeker meedenken. Daarom gaan we de door u genoemde teams bij onze partners onder de aandacht brengen. Het is aan de partners om de samenwerking met genoemde afdelingen te starten. De Agenda Dieren richt zich op dierenwelzijn en niet op vervuiling en overlast. De komst van vuilnisbakken wordt dus niet opgenomen in de Agenda Dieren. Indien het stadsdeel behoefte heeft aan voldoende vuilnisbakken, is het verzoek om dit zelf met directie Afval & Reiniging op te pakken. De Agenda Dieren richt zich op boven-wettelijke maatregelen voor het verbeteren van dierenwelzijn. De verzochte communicatieboodschappen gaan om het naleven van de wet, daar gaat gemeente Amsterdam zich niet op inzetten. Dat mensen zich aan de wet houden is het basisuitgangspunt van dierenwelzijn en de primaire verantwoordelijkheid van de inwoner zelf. De communicatie richting inwoners over dierenwelzijn gaat op lokaal niveau dus over boven-wettelijke aspecten zoals passende matching, gewenste verzorging, de weg naar de dierenarts, etc.
Nee
Nee
Ja, pagina 7 Achter de zin “Er leven geen dieren in een situatie die hun welzijn in gevaar brengt.” Wordt toegevoegd: “Hierbij gaan we ervan uit dat mensen zich aan de landelijke wet houden en de regels naleven, zoals het verbod op kortsnuiten, de positieflijst zoogdieren en het verbod op lichamelijke ingrepen zoals couperen.”
1.3 Stadsdeel Noord Advies van het stadsdeel
Reactie college
Aanpassing JA/NEE
1.1.1 Goede (medische) zorg voor dieren ondanks armoede. Het DB Noord vindt dit ook een urgent thema dat de aandacht verdient. Recent is er berichtgeving geweest over de ongereguleerde tarieven bij medische zorg voor dieren en de exorbitante bedragen die er gevraagd kunnen worden voor deze medische zorg. We onderstrepen de urgentie om met het Rijk en zorgverzekeraars in gesprek te gaan en deze problematiek aan te kaarten, om daarmee de toegang tot zorg voor dieren te verbeteren, ook voor de bewoners die het financieel minder breed hebben.
Ter kennisgeving aangenomen. Begin februari 2024 zijn overigens de volgende vier moties aangenomen die het belang van dit gesprek ondersteunen, namelijk: 1.Maatregelen tegen de massale overnames van dierenartsenpraktijken door twee grote investeringsmaatschappijen en de onbetaalbare vercommercialisering van noodzakelijke zorg aan huisdieren. 2.Onderzoek naar de mogelijkheden om de werkdruk voor dierenartsen te verlagen en meer dierenartsen in het vak krijgen en behouden.
Nee
8
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
1.1.2 Minder bijtincidenten, meer veilige uitlaatplekken. We spreken onze zorgen uit over het feit dat er nauwelijks financiële middelen gekoppeld zijn aan deze uitgesproken ambities. In de agenda staan bijvoorbeeld de volgende twee passages: ‘de vraag is of de stad een goede plek is voor honden en die vraag zullen we eigenaren gaan stellen’ en ‘we gaan samen na of er voldoende ruimte is voor hondenlosloopgebieden’. Dit zijn grote vraagstukken die ook relevant zijn voor stadsdeel Noord. Het DB adviseert om verder te concretiseren hoe deze vraagstukken onderzocht gaan worden en wie dit gaat doen. Onder het kopje financiën zien we namelijk dat hier in 2024 en 2025 geen budget voor is gereserveerd. In 2026 is er 30.000 euro gereserveerd. In de optiek van het DB is dat budget ontoereikend voor een goede aanpak van de uitgesproken ambities. Preventie bijtincidenten. Ook vindt het DB van stadsdeel Noord het van belang om niet alleen in te grijpen als er al bijtincidenten hebben plaatsgevonden, maar juist in te zetten op het voorkomen van bijtincidenten. Daarbij mag sprake zijn van een selectief onderscheid tussen hondensoorten met een groter risico op bijtincidenten of de gevolgen van een bijtincident en overige honden. Het DB geeft in overweging om bij te dragen aan of te ijveren voor beleid waarbij een muilkorfplicht opgelegd kan worden voor gevaarlijke honden(rassen).
Hondenlosloopgebieden. Het DB adviseert verder om de mogelijkheden en wensen te verkennen voor een pilot in Noord waarbij in de openbare ruimte er een gebied wordt aangewezen als hondenlosloopgebied specifiek voor hondenuitlaatservices, om hiermee in te zetten op slimme zonering van de schaarse openbare ruimte in het stadsdeel
1.2.1 Kinderboerderijen als ontmoetingsplek die past bij het dier. Kinderboerderijen kunnen een belangrijke rol spelen in natuur- en diereducatie. Op
3.Maatregelen om prijsstijgingen en invloed van private investeerders te beperken (naar buitenlands voorbeeld). 4.Onderzoek naar de mogelijkheden tot het instellen van prijsplafonds voor medische noodzakelijke behandelingen. Er is inderdaad geen centraal budget gereserveerd voor de aanleg van de hondenlosloopgebieden, omdat het borgen van het nodigde budget cq de uitvoering de verantwoordelijkheid is van de stadsdelen zelf. Team Dierenwelzijn heeft meegewerkt aan het kader en zelf een inventarisatie (verbetermogelijkheden) van alle 180 gebieden gedaan zodat de stadsdelen hier vervolgens zelf mee aan de slag kunnen. Het is verzoek is dus aan stadsdeel Noord om hier zelf dekking voor te vinden en de locatiespecifieke adviezen uit de inventarisatie 2021 uit te voeren. De €30.000 in 2026 is bestemd voor ecologisch onderzoek. Door de inzet op een betere matching tussen dier en mens (hoofdstuk 1.1.4) wordt ingezet op preventie van bijtincidenten. Incidenten gebeuren namelijk door meerdere factoren zoals verkeerde socialisatie van het dier, stress, ziekte of te weinig beweging. Het gedrag van de mens is hierin dus het meest leidend. De oorzaken van risico op bijtincident wordt met een muilkorf dus niet weg genomen. Daarom is inzet op beste matching het meest effectief.
Indien er na matching toch sprake dreigt te gaan zijn van een bijtincident, voorziet het Amsterdams bijtbijtprotocol (2019) in maatregelen, nadat een dier bewezen onacceptabel gedrag heeft vertoont. Het eerste onacceptabele gedrag van dat dier wordt daarmee niet voorkomen. Van de aanwijzing gaan echter twee preventieve werkingen uit. 1. Het dier zelf kan veel moeilijker nog een keer het onacceptabele gedrag vertonen. 2. Eigenaren van andere dieren weten dat ze het gedrag van hun dier in toom moeten houden, omdat ze anders ook een aanwijzing kunnen krijgen. Handhaven van de geldende aanlijnplicht zou zeker een preventieve werking hebben. U suggereert terecht dat daar in de praktijk onvoldoende handhavingscapaciteit voor beschikbaar is. Prioriteit wordt op andere zaken gelegd (Actieplan Handhaving 2024). Uw signaal wordt herkend. Ook in het Amsterdamse Bos worden knelpunten rondom het intensieve gebruik van uitlaatservices herkend. Het college ondersteunt het idee van een pilot. Het verzoek aan stadsdeel Noord is om hier zelf budget voor te reserveren en de de locatiespecifieke adviezen (verbetermogelijkheden bij de aangewezen 180 gebieden) uit de inventarisatie 2021 als inspiratie te beschouwen. Mogelijk is het ook interessant om samenwerking te zoeken met andere stadsdelen, bijvoorbeeld om te verkennen hoe zij met deze druk op de ruimte om gaan. Mooi initiatief.
Dit initiatief sluit aan bij de ambitie om natuureducatie bij kinderboerderijen in te zetten als platform voor de bevordering groene en
Nee
Nee
Nee
Nee
9
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 kinderboerderij Diereneiland zetten we hierin, dankzij de inzet van professionele begeleiding, succesvolle stappen. In het belang van de ontwikkeling van jeugd als volwassenen in Noord wil het DB met directies onderzoeken of hetzelfde professionele natuur- en diereducatieaanbod gerealiseerd kan worden op andere kinderboerderijen, zoals De Buiktuin. Samenwerking met lokaal. Amsterdam heeft een groot oppervlakte landelijk gebied in Landelijk Noord. Het valt op dat Landelijk Noord in deze agenda niet genoemd wordt en het DB Noord is benieuwd hoe de uitgesproken ambities rondom vee vertaald gaat worden naar daadwerkelijke inzet rondom de positie van vee in Landelijk Noord.
gezonde stad en de ontmoeting op de boerderij. Via educatie maken boerderijen verbinding met andere beleidsterreinen uit deze Agenda Dieren zoals infectieziekten, voedselstrategie, klimaatadaptatie en het houden van dieren De Agenda Dieren gaat over heel amsterdam en zoomt inderdaad niet in op de stadsdelen. Uiteraard, bij de uitvoering van de genoemde ambities wordt waar nodig maatwerk geleverd. Op voorhand kan voor Landelijk Noord worden gesteld:
• •
•
Plantaardig: - Tekst in 1.3 is gewijzigd.
Plantaardig : ja, zie tekst onder tabel « Meer Plantaardig » hoofdstuk 2 Zienswijzen Nee voor de andere thema’s
Natuurlijke schuilgelegenheid: er wordt via een landelijke pilot toegewerkt naar een algemene juridische basis voor agrariërs en hobbyhouders om indien gewenst natuurlijke schuilgelegenheden aan te kunnen bieden Afschot: de inzet betreft een gebiedsgerichte aanpak op vrijwillige basis – agrariërs uit hotspotlocaties worden bij de uitvoering nauwkeurig betrokken indien zij wensen samen te werken. De hotspots zijn nog niet bekend
•
1.4.6 Geen dieren in de knel bij werkzaamheden in de openbare ruimte. Hier staat de volgende passage ‘’Is een dier bijvoorbeeld te water geraakt, moet het eruit kunnen komen’’ dit is relevant voor Noord, waar bij recent opgeleverde bouw de oevers niet uitklimbaar bleken te zijn. Het DB stelt voor om dit aan te scherpen met een soortgelijke passage. ‘’Al in de planfase van de bouw wordt gewaarborgd dat dieren niet in de knel komen, bijvoorbeeld door rekening te houden met de uitklimbaarheid van oevers’’
1.4.7 Meer aandacht voor het welzijn van invasieve exoten Het DB vindt dit een lastig dilemma. Vanuit dierenwelzijn optiek wordt terecht benadrukt dat er een zorgplicht geldt voor individuele dieren, ook al betreft het een invasieve exoot. Echter kan vanuit ecologisch oogpunt systemisch worden geconcludeerd dat bepaalde invasieve exoten, zoals de Amerikaanse rivierkreeft, de ecologie flinke schade toe brengen. In de ecologische kaart Noord wordt veel aandacht besteed aan risicosoorten en invasieve exoten, specifiek hoe deze onder controle te houden. We vinden het belangrijk dat er zorgvuldig en integraal wordt afgewogen of de inzet op dierenwelzijn van invasieve exoten niet in de knel
Rampen: beschermen van vee – wanneer uitkomsten van de landelijke pilot bekend zijn, worden deze voor Amsterdam afgewogen. Bij nadere afspraken wordt de agrarische sector uiteraard betrokken Eens. De originele intentie was om te focussen op het borgen van de zorgplicht voor (nesten van) dieren in het ontwerp en de planvorming bij gemeentelijke werkzaamheden in de openbare ruimte zoals herinrichting, nieuwbouw, restauratie- en isolatiewerkzaamheden. Bedoeld om te voorkomen dat dieren onnodig in de knel komen door een verkeerd ontwerp of plan. Dus die originele intentie wordt verwerkt in de definitieve Agenda Dieren 2024-2026 Echter is deze paragraaf per abuis anders gefromuleerd, namelijk met inzet op de bescherming van beschermde soorten. Voor deze doelgroep bestaat echter al een hoofdstuk 1.4.5.
Eens. Daarom wordt in hoofdstuk 1.4.3 Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren wordt een protocol per type dier opgesteld. En zo ook voor invasieve soorten. Hierbij worden integraal afgewogen voorstellen gedaan om de overlast tegen te gaan
Ja, pagina 26 Bij ‘hoe pakken we het aan’ : « We stellen een monitoringsplan op voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. & We gaan door met de monitoring van broedplaatsen van gierzwaluwen en huismussen.” vervangen door “Het borgen van de zorgplicht voor dieren in het ontwerp en de planvorming bij gemeentelijke werkzaamheden” Nee
10
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 komt met de ambities die we als stadsdeel zijnde hebben uitgesproken in de ecologische kaart en ecologische waarde binnen het stadsdeel. Financiën. Het merendeel van de gereserveerde middelen is bestemd voor bestaande en zeer waardevolle initiatieven zoals de Dierenambulance en de Dierenbescherming. Het DB wil dat de incidentele middelen, die neerkomen op +- 7 ton per jaar, ook nog ruimte overlaten voor stadsdeel initiatieven op het gebied van dierenwelzijn. In stadsdeel Centrum leven bijvoorbeeld andere vraagstukken op het gebied van dierenwelzijn als in stadsdeel Noord.
Giftige diersoorten Sommige inwoners van Amsterdam houden giftige dieren in huis. In een verdichtende stad vindt het DB dit ongewenst. Giftige exotische dieren (vaak reptielen, amfibieën of insecten) worden op dieronvriendelijke wijze vervoerd. Het houden van deze dieren kan voor omwonenden veiligheidsrisico’s opleveren. Het DB pleit ervoor om het houden van giftige reptielen, amfibieën en insecten, te laten verbieden. Mogelijkheden hiertoe zijn de methodiek van de positieflijst van de rijksoverheid (link) of de wetgever verzoeken om gemeenten hier een regulerende rol in te geven. Missie In de inleiding staat dat Amsterdam “een stad willen creëren waarin dier en dierenwelzijn de aandacht krijgen die ze verdienen”. De stadsdeelcommissie adviseert Amsterdam verder te gaan en een visie te creëren op de rechten van dieren. Landelijk Matchingsplicht voor Dierenverkopers: Samenwerking met de rijksoverheid en convenanten met lokale partijen kunnen administratieve en financiële implicaties hebben. Een grondige analyse van deze kosten is essentieel. Preventie van Ziekteoverdracht: Het versterken van samenwerking tussen kinderboerderijen, dierenartsen en de veiligheidsregio moet worden onderzocht op haalbaarheid en effectiviteit in het voorkomen van ziekteoverdracht, inclusief de financiële aspecten. Lichtvervuiling.
Amsterdam komt met een lichtplan om de impact van lichtvervuiling op nachtdieren tegen te gaan. Ook komt er een campagne om bewoners en bedrijven bewust te maken van de impact van licht op de biodiversiteit en het dierenwelzijn.
1.4.5 Beschermen van wettelijk beschermde gebouw bewonende soorten De positie van vleermuizen bij isolatiewerkzaamheden is er een die terecht aandacht verdient. In de Agenda Dieren staat het volgende ‘’het kader van het isolatieoffensief worden Soortenmanagementplannen opgesteld die de instandhouding van de wettelijk beschermde
In de formulering van de Agenda Dieren zijn alle stadsdelen betrokken. De stadsdelen zijn uitgenodigd voor de sessies rondom ophalen thema's, ambities en prioriteiten. De afbakening van thema's is gezamenlijk gemaakt. De agenda dieren is hiermee een afspiegeling van de meest voorkomende thema's waarbij de meesten individuen binnen een populatie geholpen kunnen worden. Gezien beperkt budget zijn er keuzes gemaakt. Deze blijven onveranderd. Voor knelpunten die buiten deze scope vallen, wordt het stadsdeel verzocht om zelf budget te reserveren. Het college ondersteunt deze wens. In het contact met het Rijk zal voor dit onderwerp aandacht worden gevraagd. Deze actie wordt niet als ambitie benoemd in de Agenda Dieren, maar wel meegenomen in de uitvoering.
Nee
Ter kennisgeving aangenomen. Het college B&W wil aan de lijn die via Agenda Dieren 2024-2026 is ingezet vasthouden. Met de voorgestelde lijn wordt een basisambitie gewenst die aansluit bij de Wet Dieren en Omgevingswet (voorheen: Wet natuurbescherming).” We gaan starten met de quick-wins. Dus op vrijwillige basis daar waar de energie zit. Het is niet in beeld op welke implicaties Noord doelt. Uiteraard wordt de samenwerking op termijn geevalueerd, daar komen vanzelf implicaties naar boven. We gaan in de Werkwijze Zoonose starten met de quick-wins en toewerken naar een opgeschaalde samenwerking bij crisis. Het is niet in beeld op welke implicaties rondom haalbaarheid en effectiviteit Noord doelt. Uiteraard wordt de samenwerking op termijn geëvalueerd, daar komen vanzelf implicaties naar boven. Partij voor de Dieren is op 21 december met het initiatiefvoorstel ‘Amsterdam effe dimmen!’ gekomen. Hierin worden 12 voorstellen gedaan over lichtvervuiling in de stad. O.a. het uitvoeren van een lichtvervuilingsscan voor de hele stad en een herziening van het beleidskader verlichting uit 2017. De beantwoording op dit initiatiefvoorstel is nog niet af. Wat wel al bekend is, is dat de gemeente Amsterdam druk bezig is met de aanscherping van verlichtings- en donkertebeleid, en dat hierbij rekening wordt gehouden met de impact van licht op biodiversiteit. Het is bekend dat in Noord o.a.
de meervleermuis aanwezig is. In 2023 zijn er nieuwe kraamverblijven ontdekt en deze staan op de Vleermuizenkaart van Amsterdam (https://maps.amsterdam.nl/vleermuizen/). Alle data van de
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
11
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 gebouw bewonende soorten borgen. Rapportage over de totstandkoming en uitvoering van die plannen verloopt via het isolatieoffensief’’ Het DB is verheugd dat er wordt gekeken naar een methode waarmee vleermuizen beschermd kunnen worden, zonder dat dit het isolatie offensief in de weg zit. Het DB vreest wel dat het soortenmanagementplan impact kan hebben op zeldzame en schuwe vleermuissoorten zoals de meer vleermuis die zich in Noord bevindt. Het DB hoort daarom graag of de monitoring die bij het soortenmanagementplan hoort afdoende is, om zeldzamere soorten zoals de meer-vleermuis te beschermen. Meervleermuis. De stadsdeelcommissie maakt zich zorgen over in Amsterdam Noord voorkomende vleermuizen met name de zeldzame zoals de Meervleermuis. De stadsdeelcommissie wil graag meegenomen worden in de monitorplannen, en adviseert naast monitor plannen, ook plannen op te stellen om de verdwijnende nestplekken (in de te isoleren woningen) te compenseren door andere nestplekken.
vleermuizen, maar ook van huismussen en gierzwaluwen gelden als input voor het Soortenmanagementplan. Het doel van een SMP is om de leefomgeving van specifieke diersoorten, zoals de meervleermuis, verbeteren en hun populatie beschermen. Tegelijkertijd vinden (ver)bouwprojecten waar zich deze beschermde dieren bevinden, soepeler doorgang, omdat noodzakelijk onderzoek al gedaan is. De basis van het Soortenmanagementplan is een gebiedsdekkende ecologische inventarisatie (‘nul-meting’) van populaties van gebouwbewonende dieren. Deze worden per stadsdeel opgesteld en uitgevoerd. Een belangrijk onderdeel van het Soortenmanagementplan is een compensatieplan, waarbij concreet wordt gemaakt hoe men de nestelplekken en vleermuisverblijven bij werkzaamheden aan gebouwen moet compenseren zodat deze soorten voldoende verblijfplaatsen blijven houden in Amsterdam. In de jaren na de nulmeting worden de populaties gemonitord volgens het monitoringsplan. Zowel de nulmeting, als het compensatieplan en het monitoringsplan worden op maat gemaakt voor de specifieke stadsdelen en de soorten die daar voorkomen. Zowel de onderzoeken als het compensatie plan worden opgesteld in samenwerking met en diverse experts en afgestemd met het bevoegd gezag de Omgevingsdienst Noord-HollandNoord.
2.0 Biodiversiteit
16) Amsterdam stopt met het biologisch bestrijden van de Eikenprocessierups (bijvoorbeeld dmv Xentari). Deze manier van bestrijden zorgt voor het sterven van verschillende andere soorten vlinders en insecten en daarmee voor een versnelling van de afname van soorten. Amsterdam zet in op het lokken en ruimte maken voor natuurlijke vijanden van de rupsen zoals vogels en vleermuizen. 17) In parken en groengebieden wordt nog te vaak struikgewas weggemaaid (onder de bomen). Hierdoor hebben verschillende diersoorten (zoals de Groenling en de Egel) te weinig beschutting. We adviseren het groen minder grondig te maaien en meer struikgewas te laten staan. 18) In landelijk Noord zien we steeds meer Engels Raaigras. Wij adviseren in gesprek te gaan met boeren over het gebruik van kruidenrijke graslanden om de diergezondheid en de biodiversiteit te verbeteren. 19) Amsterdam komt met plannen om een gifvrije gemeente te worden en de snelle afname van soorten te remmen en neemt hiertoe de volgende maatregelen:
16. Amsterdam vermindert inderdaad gefaseerd de biologische bestrijding van de Eikenprocessierups door jaarlijks minimaal 10% bomen te bespuiten ten opzichte van peiljaar 2020. Daarbij wordt met meer vlindersoorten rekening gehouden dan de Vlinderstichting in haar beheerkaarten aangeeft, en spuiten we niet (meer) in parken, volkstuinen en schooltuinen, en minimaal in ecologisch beheerde gebieden. Waar mogelijk sturen we op het aantrekken van natuurlijke predatoren (vogels, vleermuizen en insecten). Tot nu toe wordt de jaarlijkse reductie ruim gehaald. Op dit moment zijn we de bestrijding van 2024 aan het voorbereiden, met als uitgangspunt géén bacteriepreparaat (XenTari) meer, maar wel nog nematoden. Volledig stoppen is in het kader van de zorgplicht in een hoogstedelijk gebied niet wenselijk. Hoog risico-locaties – waar een hoge betredingsdruk is of kwetsbare inwoners komen – in combinatie met een jaarlijkse hoge plaagdruk – vragen namelijk om een juiste afweging van preventieve maatregelen. Niet al deze locaties hebben een habitat voor natuurlijke predatoren. Jaarlijks wordt deze afweging gemaakt op basis van een landelijke leidraad en de aanvullende Amsterdamse uitgangspunten.
Nee
12
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 20) Amsterdam komt met een plan om het inkoopbeleid ten aanzien van bollen, bloemen, planten en bomen aan te scherpen. Zodat de gemeente Amsterdam tijdens vernieuwen van inkoopcontracten al met biologisch inkoop kan starten. En te streven om in 2035 geheel gifvrij en biologisch in te kopen. 22) In landelijk Noord wordt gebruik gemaakt van glyfosaat. Dit bestrijdingsmiddel bedreigt de biodiversiteit. Wij adviseren om er naar toe te werken dat er gestopt wordt met glyfosfaat door Amsterdamse agrariërs. 23) Wij missen in dit document nog punten voor het verbeteren van de leefomstandigheden en de gezondheid van dieren in de veehouderij. Zo moet een koe in de huidige veehouderij veel te veel melk produceren. Dit wordt gerealiseerd door de koeien een speciaal dieet met veel krachtvoer te geven. Wij pleiten er voor om het dierenwelzijn van koeien in Amsterdam zo veel mogelijk te verbeteren en koeien een zo natuurlijk mogelijk leven te laten leiden. Ook adviseren wij stallen zo in te richten dat koeien en varkens altijd zelf naar buiten kunnen in geval van een stalbrand en zijn wij kritisch over stallen waarbij de boer op afstand woont. 27) Bovendien wil de gemeente ook nog Amsterdamse wateren afsluiten voor vaarverkeer om rustgebieden te maken. Dit moet niet gebeuren zonder grondig overleg met alle betrokken partijen.
17. De wethouder heeft aangegeven geen uitbreiding van maatregelen op gebied van biodiversiteit aan de Agenda Dieren toe te willen voegen, omdat hier al grotendeels in voorzien wordt vanuit de Groenvisie. Momenteel wordt vanuit verschillende producten gewerkt aan realisatie Groenvisie. We zullen dit advies aan deze producten meegeven. 18: Engels raaigras valt buiten de scope van Agenda Dieren 2024-2026. Een kruidenrijk grasland heeft inderdaad een grote diversiteit aan plantsoorten. De grotere verscheidenheid aan planten trekt hierop weer meer (verschillende soorten) insecten en dieren aan en stimuleert het een divers leven, zowel boven als onder de grond. 19/20: Er worden al concrete stappen gemaakt, in 2 aanbestedingen is het leveren van Biologische beplanting (SKAL gecertificeerd) geregeld. Voor de teelt van bomen voor lange termijn geldt dat bomen die de komende 4 jaar worden besteld, worden geleverd tot maximaal 2038 voor minimaal 41% bestaan uit SKAL gecertificeerde bomen. In 2029 wordt een nieuw teeltcontactbomen aanbesteed voor de 10 jaar daaropvolgend, dan zullen we eisen dat alle bomen na 2035 geleverd SKALL gecertificeerd moeten zijn.
We hebben met de huidige raamovereenkomst een signaal af gegeven dat we naar volledig SKAL toe werken en de markt hiertoe hebben aangezet, de eerste boomkwekerijen zijn intussen SKAL gecertificeerd, het duurt namelijk gemiddeld 8 jaar om een boom te kweken in een voor ons gewenste maat. De raamovereenkomst Inkoop Beplanting wordt in maart van dit jaar gegund. Binnen deze raamovereenkomst hebben we 100% SKAL geëist voor bollen, bloemen, planten voor de komende 4 jaar. Nu weten we dat nog niet alle beplanting SKAL geleverd kan worden, hiervoor geld dat het minimaal On The Way To Plannet Proof moet zijn. Ook moet de leverancier aantonen dat er geen SKAL leverbaar is voordat we hiertoe over gaan. Mogelijk dat een ontwerper op basis van de uitkomst kiest voor een andere soort die wel SKAL leverbaar is. We hebben met deze nieuwe raamovereenkomst Inkoop Beplanting optimaal Biologisch ingekocht en zorgen er voor dat alle soorten die we nodig hebben binnen 4 jaar SKAL leverbaar zijn, dit gezien de veel korte teeltduur dan bomen. Kortom we liggen ruimschoots op koers om 20235 geheel gifvrij en biologisch in te kopen. De markt wordt hiertoe bewogen. 22: Wij verwijzen u naar de raadsinformatiebrief van 23 januari 2024 inzake afdoening toezegging informeren over de mogelijkheden die de gemeente heeft om het gebruik van glysofaat te verbieden.
De lijn is om het landelijk verbod af te wachten. Agenda Dieren 2024-2026 en de
13
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 Voedselstrategie hebben geen ambities geformuleerd rondom het gebruik van glyfosaat. 23: Ter kennisgeving aangenomen. Veehouders zijn primair verantwoordelijk voor het borgen van dierenwelzijn en het naleven van de Wet Dieren. De gemeente kan geen strengere eisen stellen dan op landelijk niveau bepaald. Indien uw stadsdeel zorgen heeft over de naleving van de wet bij specifieke locaties, kan een melding worden gedaan bij de Nvwa. Zij zijn de handhavende instantie. 27 – Eens, ter kennisgeving aangenomen Visserij en hengelsport met oog voor vissenwelzijn. De gemeente geeft aam Amsterdamse wateren te willen afsluiten voor vaarverkeer om rustgebieden te maken. Dit moet niet gebeuren zonder grondig overleg met alle betrokken partijen. 1.4.7 Meer aandacht voor het welzijn van invasieve exoten Het DB vindt dit een lastig dilemma. Vanuit dierenwelzijn optiek wordt terecht benadrukt dat er een zorgplicht geldt voor individuele dieren, ook al betreft het een invasieve exoot. Echter kan vanuit ecologisch oogpunt systemisch worden geconcludeerd dat bepaalde invasieve exoten, zoals de Amerikaanse rivierkreeft, de ecologie flinke schade toe brengen. In de ecologische kaart Noord wordt veel aandacht besteed aan risicosoorten en invasieve exoten, specifiek hoe deze onder controle te houden.
We vinden het belangrijk dat er zorgvuldig en integraal wordt afgewogen of de inzet op dierenwelzijn van invasieve exoten niet in de knel komt met de ambities die we als stadsdeel zijnde hebben uitgesproken in de ecologische kaart en ecologische waarde binnen het stadsdeel.
Eens
Nee
Eens. In hoofstuk 1.4.3 Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren wortd verwezen naar het opstellen van een diervriendelijk protocol voor het tegengaan van overlastgevende dieren. Invasieve exoten vallen hier ook onder.
Nee
Advies van het stadsdeel
Reactie college
Aanpassing JA/NEE
Hondenlosloopgebieden. We zijn verheugd dat er aandacht is voor een goede match tussen huisdier en eigenaar, goede medische zorg voor dieren ondanks armoede en meer veilige uitlaatplekken om het aantal bijtincidenten te doen verminderen. Een goede match levert ons inziens op dat er minder dieren worden gedumpt in de openbare ruimte en daarmee minder druk op de opvanglocaties met bijbehorende kosten zoals we hebben gezien sinds COVID19. Met 20 procent van de huishoudens die een of meerdere honden hebben is een veilige uitlaatplek een vereiste voor zowel de dieren als voor het verkeer. Het DB erkent dat dit een
Eens. Het kader Hondenlosloopgebieden is een multidisciplinaire uitwerking en treft dus de belangen uit verschillende beleidsterreinen zoals verkeer, inrichting, gebruik, dierenwelzijn, ecologie
Nee
1.4 Stadsdeel Oost
14
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 uitdaging zal zijn door de toenemende drukte en verdichting van de stad. Belangrijk is dat hier dan ook in geïnvesteerd wordt en samenwerking gezocht dient te worden met verschillende beleidsterreinen. Bijtincidenten. Op pagina 9 wordt aangegeven in te zetten op minder bijtincidenten. Deze paragraaf komt niet overeen met de tabel in de bijlagen over het aantal incidenten. De combinatie van de tekst en data roepen vragen op waarbij de suggestie wordt gewekt dat er een toename is van het aantal bijtincidenten. Dit wordt verder niet onderbouwd door de cijfers. Samenwerking. We zijn blij te lezen dat er aandacht is voor samenwerking. In Oost werken wij goed samen met onze subsidiepartners die ons informeren over ontwikkelingen en waar zij tegen aanlopen. We merken dat zij onder druk staan door een te kort aan personeel en de toename van opvangdieren ten gevolge van het dumpen van dieren in de natuur en verwaarlozing van dieren. Hier dient extra aandacht voor te zijn doormiddel van verhogen van subsidies en het stimuleren van onderlinge samenwerking. We zijn blij te lezen dat het borgen van de nodige exploitatiekosten bij konijnenopvang De werf is opgenomen in de Agenda.
In Oost hebben wij een subsidierelatie met hen en zij hebben te kennen gegeven te kort aan financiële middelen te hebben door stijgende exploitatiekosten (personeel, dierenvoer, opvang van extra dieren etc.). Samenwerking met stadsdelen. In de Agenda worden de verantwoordelijke portefeuillehouders genoemd bij de verschillende thema’s. Graag ziet het stadsdeel ook dat er wordt aangegeven wanneer het DB van het stadsdeel daadwerkelijk bevoegdheid heeft. Tevens zou het DB wanneer het gaat om samenwerking, graag willen terugzien dat de samenwerking met de stadsdelen explicit wordt benoemd.
Vergunningen. Op pagina 21 wordt er aangegeven dat Amsterdam staat voor een natuurinclusieve stad met een gezonde natuurlijke leefomgeving. Wilde dieren zijn veilig en komen niet door gevolgen van menselijk gedrag in de knel. Het DB begrijpt dat hier een uitdaging zit met wettelijke kaders wanneer het gaat om vergunningverlening voor
Het klopt dat in 2022 het aantal geregistreerde incidenten lager is dan de jaren ervoor. Aangezien de jaren ervoor een stijging laat zien en het aantal in 2022 nog steeds hoger ligt dan in 2019, is het thema Bijtincidenten als ambitie geprioriteerd.
Nee
Kennis genomen van de reactie. Specifiek voor de exploitatiekosten van onze subsidiepartners zoals konijnenopvang de Werf wordt een noodregeling opgezet om te compenseren in de stijgende exploitatiekosten als gevolg van inflatie sinds eind 2022. Wanneer partners kunnen aantonen dat ze het jaar negatief afsluiten, kunnen zij aanspraak maken op deze noodregeling. Wanneer de regeling van kracht is worden alle subsidiepartners hierover geinformeerd
Nee
Het college staat open voor suggesties en initiatieven van onderop. Het stadsdeel is als eerste aan zet om met inwoners en stakeholders invulling te geven aan lokale initiatieven rondom groen, biodiversiteit en dierenwelzijn. Het is een goed idee om de samenwerking met de stadsdelen te benoemen in hoofdstuk 5 Samenwerking. Van alle thema’s uit de Agenda Dieren zijn de stadsdelen in ieder geval verantwoordelijk voor de uitvoering van: Kinderboerderijen: beheer, onderhoud en subsidie voor sociaal maatschappelijke voorziening Kader Hondenlosloopgebieden: uitvoering van de verbetering en/of inrichting van de aangewezen hondenlosloopgebieden Beheer en onderhoud van de openbare ruimte, zoals het groen en verbeteren biodiversiteit
Ja, pagina 31.
De ambities rondom Evenementen met dieren (gehouden dieren) worden reeds in samenwerking met VTH uitgevoerd. De vergunningaanvraag komt daar binnen en vervolgens wordt Team Dierenwelzijn geconsulteerd om advies te geven over de omgang met de dieren.
Achter de laatste zin bij 3.1.1 bestuurlijke samenwerking wordt toegevoegd : ‘Van alle thema’s uit de Agenda Dieren zijn de stadsdelen in ieder geval verantwoordelijk voor de uitvoering van: -Kinderboerderijen: beheer, onderhoud en subsidie voor sociaal maatschappelijke voorziening -Kader Hondenlosloopgebieden: uitvoering van de verbetering en/of inrichting van de aangewezen hondenlosloopgebieden -Beheer en onderhoud van de openbare ruimte, zoals het groen en verbeteren biodiversiteit’ Nee
15
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026 evenementen, maar wil wel adviseren de VTH keten (vergunningen, toezicht en handhaving) mee te nemen in de Agenda zodat zij binnen de wettelijke kaders de Agenda tot uitvoering kunnen brengen.
Invasieve exoten. Tevens er op pagina 21 aangegeven dat er meer aandacht zal zijn voor het welzijn van invasieve exoten. Het DB wil aangeven zich zorgen te maken wat betreft het in standhouden van de biodiversiteit met dit streven in de Agenda.
Samenwerking en subsidies. Als we een stad willen zijn waarin dieren in staat zijn om een natuurlijk en gezond leven te leiden en dit belangrijk vinden, moeten we hier met elkaar op investeren en elkaar commitment geven. Essentieel hierbij is zowel bestuurlijke als interne samenwerking en samenwerking met partners en bewoners. Tevens is het belangrijk om vrijwilligers te ondersteunen, denk hierbij aan de kinderboerderijen, en hen stimuleren om samen met ons en de bewoners van Oost de doelen van de agenda te bereiken. Tot slot doet het DB een oproep om goed te kijken naar een eerlijke verdeling van subsidies als het gaat om de ondersteuning van de kinderboerderijen. Wij zien in Oost dat de kinderboerderij een slechtere concurrentie positie heeft als het gaat om vrijwilligers en betaalde ondersteuning ten opzichte van de kinderboerderijen in de andere stadsdelen, die meer gelden hebben om een hogere vergoeding te betalen.
Vega-tenzij bij evenementen. De stadsdeelcommissie heeft geen aanvullend advies op het conceptadvies van het DB. Echter is wel motie 159 met als titel ‘Plantaardige consumptie binnen de Agenda Dieren’ aangenomen met een meerderheid. De tegenstemmen zijn van SP, Denk, St3m Méér belangen en VVD. De motie draagt het DB op om evenementen in het stadsdeel langs de lijn “vega, tenzij” te organiseren, waarbij alleen vlees en vis wordt aangeboden als mensen daar specifiek om vragen.
Bij evenementen in het algemeen (dus ook zonder aanwezigheid van gehouden dieren) mag er alleen sprake zijn van tijdelijke verstoring op in het wild levende dieren en dient er zo gewerkt te worden dat er geen in het wild levende dieren in de knel komen door menselijk gedrag. Dit is ook gewaarborgd binnen de wettelijke kaders, zoals onder de Omgevingswet. Bij de aanvraag van een evenementenvergunning, dient de aanvrager te laten onderzoeken en aan te tonen dat er geen in het wild levende dieren in de knel komen met het beoogde evenement. De resultaten hiervan worden bij de vergunningaanvraag voorgelegd bij VTH, welke de uitkomsten van het onderzoek kan laten beoordelen door een gemeentelijke stadsecoloog. Het klopt dat er een spanning zit tussen enerzijds de beheersing van invasieve exoten voor bescherming van andere dieren, en anderzijds de zorgplicht voor individuele dieren. Daar waar de biodiversiteit in het geding is wordt een protocol opgesteld, zie de eerste actie onder hoofdstuk 1.4.3 Diervriendelijke aanpak bij overlastgevende dieren Eens, daarom staat de bestuurlijke en ambtelijke samenwerking en samenwerking met partners en bewoners beschreven in de Agenda Dieren. Bestuurlijk: zie primair verantwoordelijke bestuurder per ambitie.
Indien wethouder Dierenwelzijn niet primair verantwoordelijk is, is er altijd sprake van een onderlinge samenwerking Ambtelijke: zie hoofdstuk interne samenwerking Partners: zie hoofdstuk subsidiepartners Bewoners: zie hoofdstuk communicatie over onze ambities om hen te betrekken. Bij thema’s waar we uitgebreid communicatie op willen zetten zoals extreem weer, zwerfkatten, matching staat die ambitie tevens concreet benoemd De Agenda Dieren zet zich niet in op de bestaanszekerheid van kinderboerderijen, maar schetst voorwaarden voor een gezonde omgang met dieren. De subsidieregeling die wordt ingesteld is dus alleen gericht op het versterken van Dierenwelzijn en niet op het voortbestaan van de kinderboerderij als voorziening Kennisgenomen van de reactie. Gemeente breed worden ambities op voedsel meegenomen in gesprekken met evenementen. Zie aangenomen motie 768 van het raadslid Krom inzake plantaardige opties op evenementen in de raadsvergadering van 21 december 2023. Beantwoording volgt 11 april 2024 in de commissie Duurzaamheid en Circulaire Economie.
Nee
Nee
Nee
16
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie 0.1 6 maart 2024
Nota van Beantwoording, Agenda Dieren 2024-2026
1.5 Stadsdeel West Advies van het stadsdeel
Reactie college
Biodiversiteit. De doelen op het gebied van ecologie en biodiversiteit die het college beschrijft in hoofdstuk 2 van de Agenda Dieren staan in West onder druk, door verstening en een hoge gebruiksdruk van de openbare ruimte. Wij vragen het college deze doelen nader uit te werken en daar middelen voor beschikbaar te stellen.