CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Handboek Rood DEF, hst 1-11.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 16 mei 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Puccinimethode Handboeken Rood en Groen (VN2024-005856)28.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Handboek Rood Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld 1

Onderdeel van de Puccinimethode

versie 4: februari 2024

Colofon 2

Opgesteld door: In opdracht van:

Werkgroep Handboek Puccinimethode Stuurgroep Puccinimethode

Website: www.amsterdam.nl/puccini Email: puccinimethode@amsterdam.nl Datum:

februari 2024 (versie 4)

Disclaimer Alle foto’s die in het Handboek Rood zijn opgenomen, dienen als voorbeeld en/of ter illustratie. De foto’s tonen voorbeelden van profielen, materialen en details zoals die op dit moment in Amsterdam voorkomen. Aan deze beelden kunnen geen rechten worden ontleend.

Verklaring naam Puccinimethode Tijdens een expertmeeting over uitvoeringskwaliteit van de openbare ruimte werden bonbons van chocoladewinkel Puccini uitgedeeld. Gekscherend werd opgemerkt dat deze bonbons symbool staan voor een goede uitvoeringskwaliteit: passie, ambacht, goede ingrediënten, gedegen voorbereiding, nauwkeurige uitvoering met als resultaat een hoge eindkwaliteit. Vanwege deze vergelijking staat het project sindsdien bekend als de Puccinimethode. 3

Belangrijke opmerkingen bij deze versie van Handboek Rood

Klassieke en één Moderne parkeervorm, we gaan naar één systeem van Modern parkeren. Omdat er steeds meer straten autoluw worden ingericht en de auto steeds vaker 'te gast' is, heeft Modern parkeren nu de voorkeur. Deze parkeervorm is flexibeler dan de klassieke: parkeervakken zijn eenvoudiger om te bouwen tot plantvak of fietsparkeerstrook. Daarnaast volgt de parkeerstrook het materiaal van het trottoir en niet dat van de rijbaan, waardoor de auto meer te gast lijkt. Omdat het in sommige gevallen wel nodig is om de parkeervakken lager te leggen dan het trottoir (bijvoorbeeld omwille van het waterbergend vermogen van het straatprofiel), kan er binnen dit systeem voor worden gekozen om een zogenaamde tussenband toe te passen. Wat Klassiek 3 was, is nu een variant van Modern-met-tussenband. Daarnaast hebben we een andere vorm opgenomen om de parkeerstrook te beëindigen: met behulp van een eindmarkering (zoals nu op IJburg veelvuldig is toegepast).

Handboek Rood: een levend document Het Handboek Rood is een uitwerking van het Beleidskader Puccinimethode, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in februari 2024. De beleidsmatige principes zijn vertaald naar profielen, technische details en materiaalvoorschriften. Tientallen tekeningen en 3D impressies ondersteunen de tekst. Een mijlpaal in de lange traditie van de Amsterdamse openbare ruimte. Het Handboek Rood komt tot stand in samenwerking met vele beleidsvelden waarbij diverse directies binnen het Cluster Ruimte & Economie betrokken zijn. Op basis van deze samenwerking wordt regelmatig een geactualiseerde versie gemaakt. Die wordt eerst ambtelijk geaccordeerd in de Stuurgroep Inrichting Openbare Ruimte om daarna door B&W te worden vastgesteld. Het Handboek Puccinimethode is daarmee een levend en open werkdocument.

De varianten Klassiek 1 en 2 kunnen in onderhoudsprojecten nog wel worden toegepast; daarom staan ze nog in het Handboek, in een apart hoofdstuk achterin.

Voor nu dank aan iedereen die heeft meegewerkt aan of meegedacht met deze vierde versie. En voor iedereen die de komende tijd van dit handboek gebruik maakt: neem contact met ons op als je vragen hebt of verbeteringen wilt voorstellen.

De nieuwe indeling van de parkeervarianten geldt voor de ETW30 en de GOW30: langs de Buurtstraat (<30 km/u) wordt - als er al geparkeerd wordt - alleen modern-zonder-tussenband geparkeerd en langs GOW50 en -70 wordt niet geparkeerd. Zie Hoofdstuk 4 en 5 voor een verdere toelichting en uitwerking.

Nieuwe zaken die toegevoegd zijn aan deze vierde versie De voorliggende versie is de vierde, d.d. februari 2024. Ten opzichte van de derde versie, d.d. 21 december 2021, zijn de volgende aanvullingen, aanpassingen en verbeteringen doorgevoerd: A) Er zijn nieuwe profielen opgenomen voor gebiedsontsluitingswegen (GOW) waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Per eind 2023 geldt dit voor veruit de meeste GOW's in Amsterdam; ten behoeve van het onderscheid met de bestaande GOW50 en om een 'geloofwaardige' maximumsnelheid van 30 km/uur te hebben, zijn hiervoor nieuwe profielen ontwikkeld. Zie Hoofdstuk 5 voor een verdere uitwerking en toelichting.

D) In principe is dit Handboek bedoeld voor nieuwbouw- en herinrichtingsprojecten, maar als we daar heel strikt in zouden zijn, zouden parkeervarianten Klassiek 1 en 2 nergens meer te vinden zijn. Omdat projecten zich steeds vaker beperken tot onderhoud of kleine ingrepen en de parkeervarianten Klassiek 1 en 2 daar nog wel kunnen worden gebruikt, hebben we nu een apart hoofdstuk (16) voor Onderhoud opgenomen. Op termijn moeten we waarschijnlijk naar een apart document met meer ontwerpprincipes voor onderhoudsprojecten.

B) In het verlengde van het vorige punt: omdat de maximumsnelheid dus niet meer het onderscheidende aspect is tussen een erftoegangsweg (ETW) en een gebiedsontsluitingsweg (GOW), gebruiken we snelheden niet meer in de namen van hoofdstuk 4 en 5. Hoofdstuk 4 heet nu 'Erftoegangswegen', waarvoor een maximumsnelheid van 20 of 30 km/uur geldt; Hoofdstuk 5 heet nu 'Gebiedsontsluitingswegen', waarvoor een maximumsnelheid van 30, 50 of 70 km/ uur geldt. Zie Hoofdstukken 3, 4 en 5 voor een verdere toelichting en uitwerking.

E) In samenspraak met de stadsdelen heeft er een herziening plaatsgevonden in de lijst van zogenaamde 'Bijzondere plekken', plekken in de stad (vaak pleinen) waar, vanwege hun bijzondere functie of status, meer ontwerpvrijheid geldt dan in de rest van de stad. Denk aan de Dam, het Westergasfabriekterrein of het Museumplein. Sommige Bijzondere plekken zijn geschrapt, andere zijn erbij gekomen. Mede door het toevoegen van Havenstad en Weesp is het totale aantal Bijzondere plekken iets toegenomen. Deze wijziging is verwerkt in Hoofdstuk 2 op de Vloerkaart.

C) Er heeft een herziening plaatsgevonden in de verschillende parkeervarianten. We hadden drie

F) Vanwege de fusie is Weesp op de vloer- en verlichtingskaart opgenomen; daarnaast zijn in de 4

hoofdstukken over Verlichting (12) en Meubilair (13) speciale varianten opgenomen die in Weesp worden gebruikt. Het betreft de mast 1867 met Ritterarmatuur, de afvalbak, het Amsterdammertje en de walkast: deze worden in Weesp in donkergroen (RAL6009) en zonder andreaskruisen uitgevoerd. Zie Hoofdstuk 12 en 13 voor een verdere toelichting en uitwerking.

Bij die vereenvoudiging op systeemniveau zullen we ook een aantal kleinere ‘structurele’ onvolkomenheden op gaan lossen die al langer op de rol staan verbeterd te worden: • De Vloerkaart Puccinimethode geeft aan dat we in de Zone Zuidelijke IJ-oever lingeformaat bakstenen toepassen. In dit Handboek wordt hier af en toe wel naar verwezen maar op tekening zijn er geen uitwerkingen opgenomen met lingeformaat. Voor het lingeformaat gelden in hoge mate dezelfde materialiseringsprincipes als dikformaat. Maar, gezien de andere maat van lingeformaat (24x8 cm terwijl dikformaat 20x6,5 cm is) moet er wel worden opgelet. We zullen zodoende een aantal relevante uitwerkingen (van details) met lingeformaat gaan opnemen; • De wereld van verloopbanden, passtukken, bochten, hoekstukken, hoekblokken, inclusief specificaties ten aanzien van o.a. bochtstralen en graden, is ingewikkeld. We zijn bezig met betrokkenen de ‘blokkendoos’ zo compleet mogelijk te krijgen maar er blijken altijd verbeteringen mogelijk. Zo zijn er bepaalde details waar een vellingkant van de ene band aansluit op een R=20 mm van de andere band. Niet perfect maar zeker ook niet onwerkbaar; • In principe worden bij trottoirs van gebakken materiaal langs de randen van de verhardingsvlakken (dus langs gevels, langs bandenlijnen, om pothuizen en geveltuinen heen etc) strekse lagen toegepast.

Dat is nog niet consequent doorgevoerd op alle tekeningen.

G) Wat in de praktijk al gebeurde, is nu in de detailtekeningen doorgevoerd: de standaardhoogte van een trottoirband is 10 in plaats van 12 cm. Dit is veiliger voor fietsers en leidt tot een minder diep punt van de rollaag bij de kolk. Bij een parkeervak ligt de band op 4 cm, een eventuele tussenband heeft een hoogte van 6 cm t.o.v. het parkeervak. H) In hoofdstuk 13 Meubilair is de nieuwe Puccini picknickset opgenomen. I) In hoofdstuk 14 Details is een busvriendelijke drempel opgenomen. J) Het Puccini Innovatieteam is hard bezig om meer ontwerpprincipes voor plantvakken en wadi's uit te werken. De vraag hiernaar in projecten neemt gestaag toe, mede ter bevordering van de klimaatbestendigheid van de stad. Dit is nog work in progress, maar we hebben al een aantal ontwerpprincipes opgenomen. In een volgende versie van dit handboek wordt dit verder uitgewerkt.

Gebruiksaanwijzing Er zijn enkele algemene opmerkingen te maken bij de opbouw van dit Handboek die verhelderend zijn bij het gebruik ervan: • Het Handboek laat zich op meerdere manieren gebruiken. Er kan vanuit de profielen worden gewerkt waarbij er vervolgens bij de profielen verwijzingen naar details te vinden zijn die achterin staan. Het is ook mogelijk om alleen te zoeken naar bepaalde details: zodoende is er een los hoofdstuk 14 met details dat achterin staat; • De inhoudsopgave is bewust zo uitgebreid mogelijk omschreven zodat van daaruit al snel een inhoudelijk overzicht te destilleren valt van wat waar staat; • Er is voor gekozen om per onderdeel zo compleet mogelijk te zijn wat betreft relevante informatie. Zo kan met het uitprinten of doorsturen van enkele pagina’s vaak een behoorlijk compleet beeld worden gecommuniceerd. Dit betekent dat er relatief maar weinig verwijzingen zijn te vinden. Consequentie is wel dat er ook veel teksten dubbel staan; • In de vorige versies stond vaak de volgende tekst: 'Wat betreft de verkeerskundige dimensionering wordt in principe de Leidraad CVC gehanteerd: het hier getekende voldoet hier aan. Er zijn echter meer mogelijkheden: zodoende staat achter de aangegeven dimensionering steeds ‘(var.)’ aangegeven.

De uiteindelijke uitwerking van de dimensionering moet door het project ter goedkeuring worden voorgelegd aan de CVC.' Omdat de CVC niet meer bestaat en de Leidraad CVC verouderd is, is deze tekst aangepast. Er is nog geen opvolger van

Zaken die nog niet optimaal zijn of binnenkort opgenomen gaan worden Van een aantal zaken is reeds bekend dat die in deze versie nog ontbreken, niet optimaal zijn uitgewerkt of dat die binnenkort opgenomen kunnen worden: • We bekijken welke concrete oplossingen er in het Handboek kunnen worden opgenomen ter verbetering van de Klimaatbestendigheid (anders dan plantvakken en wad's). Zo wordt er meegedacht over de verdere ontwikkeling van waterpasserende verharding. Dit bevindt zich in de onderzoeksfase maar eventuele (eerste) conclusies die hierover getrokken kunnen worden, zullen we opnemen in het Handboek; • Het onderzoek naar de 'vergevingsgezinde' fietspadband loopt nog; in de volgende versie van dit Handboek verwachten we een wijziging op dit punt op te kunnen nemen. Geplande verbeteringen in het systeem en de opzet van het Handboek Handboek Rood is de afgelopen jaren steeds dikker geworden. Dit komt vooral door veel nieuwe onderwerpen en inhoud maar ook doordat er, om diverse redenen, regelmatig meerdere modellen en oplossingen voor (min of meer) hetzelfde probleem zijn opgenomen. Volgende keer zullen we bekijken hoe het Handboek op een aantal punten op ‘systeemniveau’ kunnen vereenvoudigen waardoor het geheel overzichtelijker en gebruiksvriendelijker wordt. 5

de Leidraad CVC, maar er gaat wel een nieuw soort Leidraad Amsterdams Wegontwerp komen, waarin de belangrijkste verkeerskundige principes zullen worden opgenomen. Daarom is nu achter 'Leidraad CVC' steeds '(of de opvolger daarvan)' opgenomen. Met het opheffen van de CVC moeten projecten hun ontwerp nu door het Toetsteam Openbare Ruimte en Mobiliteit (OR&M) laten toetsen. • Ook de Commissie Puccinimethode is vervangen door het Toetsteam Openbare Ruimte en Mobiliteit: daarom zijn ook de verwijzingen naar de Commissie Puccinimethode aangepast. • In de materiaallijst achterin is een overzicht van alle beschikbare materialen te vinden inclusief nog verdere, gedetailleerde informatie én de productcodes. Dit vergemakkelijkt bijv. het bestellen van materialen bij Stadswerken Logistiek (MB). Daarbij is de lijst informatief omdat bij veel elementen nader wordt geduid waar ze voor nodig zijn, welke specifieke eigenschappen ze hebben etc; • De materiaallijst is gekoppeld aan de zgn ‘Navisionlijst’. Beide zijn voortdurend in ontwikkeling. De lijst is zodoende nog niet compleet of perfect maar geeft wel al een goed overzicht. Zie verder de toelichting bij de materialenlijst in Hoofdstuk 15.

6

7

Inhoudsopgave Colofon

2

0. Belangrijke opmerkingen bij deze versie van Handboek Rood

4

1. Basis Puccinimethode 1.1 Doel Puccinimethode Voorgeschiedenis 1.2 Vijf overtuigingen Puccinimethode Ruimte voor pilots

14 14 14 14 17

2. Vloerkaart Puccinimethode Rood 2.1 Hoofdlijnen vloerkaart 2.2 Zonering 2.3 Lijnen 2.4 Bijzondere plekken

18 19 19 23 23

3. Basisprincipes inrichting en materialisering 3.1 Tangramprincipe Puccinimethode: weinig puzzelstukken, veel mogelijkheden 3.2.1 Algemene uitgangspunten voor een goede weginrichting 3.2.2 Klimaatbestendigheid 3.2.3 Toegankelijkheid 3.3.1 Soorten wegen 3.3.2 Rijwegen, middenbermen en fietspaden 3.3.3 Trottoirs 3.3.4 Parkeren en afwateringsprincipes 3.3.5 Trottoir- en straatkolken

24 25 26 28 30 31 36 37 38 39

3.4 De basismodellen voor Erftoegangswegen en Gebiedsontsluitingswegen

40

4. Erftoegangswegen 4.1 Inleiding 4.2.1 ETW30, Modern parkeren zonder tussenband, trottoir in 30x30 betontegels 4.2.2 ETW30, Modern parkeren zonder tussenband, trottoir in dikformaat klinkers 4.2.3 ETW30, Modern parkeren met tussenband, trottoir in 30x30 betontegels 4.2.4 ETW30, Modern parkeren met tussenband, trottoir in dikformaat klinkers 4.2.5 ETW30, combinaties van modern parkeren 4.3.1 Buurtstraat (<30 km/uur) 4.3.2 Buurtstraat (<30 km/uur), verschillende profielen 4.4.1 Afwegingskader fietsstraten 4.4.2 Fietsstraat met autoverkeer in 1 of 2 richtingen 4.4.3 Fietsstraat met vrijliggende OV-baan 4.4.4 Extra fietsvoorzieningen 4.5.1 ETW+, met tram en fietsstroken 4.5.2 ETW+, met tram en fietsstroken, trambaan in asfalt

44 45 46 50 54 58 62 66 70 72 74 78 82 84 86

5. Gebiedsontsluitingswegen 5.1 Inleiding 5.2.1 GOW30, vrijliggende fietspaden, Modern parkeren zonder tussenband, middenstrook, trottoir in 30x30 betontegels 5.2.2 GOW30, fietsstroken rood asfalt, Modern parkeren zonder tussenband, trottoir in 30x30 betontegels 5.2.3 GOW30, vrijliggende fietspaden, Modern parkeren met tussenband, trambaan, trottoir in 30x30 betontegels 5.3.1 GOW50, trottoir in 30x30 betontegels 5.3.2 GOW50, trottoir in dikformaat klinkers

88 89 90

6. Kades / Grachten 6.1.1 Kade in twee delen: op één oor (ca 9 meter)

110 112

8

94 98 102 106

6.1.2 Kade in twee delen: tonrond (ca 9 meter) 6.2.1 Kade in drie delen: met molgoot, trottoir langs kade (ca 9 meter) 6.2.2 Kade in drie delen: met molgoot, langsparkeren langs kade (ca 9 meter) 6.2.3 Kade in drie delen: met molgoot, langsparkeren langs kade (ca 12 meter) 6.3.1 Kade in vier delen: met molgoot, langsparkeren langs band of langs kade (ca 15 meter) 6.3.2 Kade in vier delen, buiten 17e-eeuwse grachtengordel: met molgoot, langsparkeren langs band, gestoken parkeren langs kade (ca 15 meter) 6.4.1 Aansluiting kleine brug met banden op kade 6.4.2 Aansluiting kleine brug zonder banden op kade

116 120 124 128 132 136 140 141

7. Erven en stegen 7.1 Inleiding 7.2.1 Erven: ontwerpuitgangspunten 7.2.2 Erven: voorbeelden 7.3.1 Steeg met molgoot in midden: met 45x20 straatkolk, dikformaat klinkers (elleboog) 7.3.2 Steeg met molgoot in midden: met 45x30 straatkolk, 30x30 betontegels (halfsteens) 7.4.1 Steeg met twee molgoten: met 45x20 straatkolk, dikformaat klinkers 7.4.2 Steeg met twee molgoten: met 45x30 straatkolk, 30x15 betontegels 7.5 Smalle steeg met 30x30 straatkolk, geen molgoot

142 143 143 144 148 150 152 154 156

8. Kruispunten 8.1.1 Kruispunt tweemaal ETW30 8.1.2 Kruispunt buurtstraten (optioneel) 8.2.1 Kruispunt ETW-GOW: met vrijliggend fietspad en doorlopende banden 8.2.2 Kruispunt ETW-GOW: GOW met fietsstrook 8.2.3 Kruispunt ETW-GOW met inritconstructie (geen verkeerslichten) 8.3.1 Kruispunt tweemaal GOW: met doorlopende band 8.3.2 Kruispunt tweemaal GOW: vrijliggend fietspad wordt fietsstrook 8.4.1 Kruispunt ETW-fietsstraat: met inritconstructie 8.4.2 Kruispunt GOW-fietsstraat: met voorrangsaansluiting asfalt 8.4.3 Kruispunt ETW-fietsstraat: met voorrangsaansluiting klinkers

158 160 164 168 170 172 174 178 180 182 184

9. Buurtpleinen 9.1 Algemeen: drie typen uitzonderingen 9.2 Wat zijn buurtpleinen? 9.3 Een extra palet voor buurtpleinen 9.4 Toetsing Buurtpleinen door het Toetsteam OR&M

186 187 187 188 188

10. Inrichting Centrum 10.1 Inleiding 10.2 HIOR Centrum 2009: wijze van verwerking per hoofdstuk 10.3 Beschrijving openbare ruimte stadsdeel Centrum op structuurniveau 10.4 Opmerkingen / afspraken vloerkaart Centrum i.r.t. vloerkaart Puccinimethode 10.5 Afspraken materialisering Centrum 10.6 Voorbeelduitwerking kade Centrum: met molgoot, langsparkeren langs kade 10.7 Voorbeelduitwerking Centrum: aansluiting kade op straat, met materiaaleiland

190 191 191 194 197 197 198 199

11. Specifieke straatonderdelen 11.1.1 Toegankelijkheid: trottoirbandverlaging bij rechtstand 11.1.2 Toegankelijkheid: trottoirbandverlaging in bocht 11.1.3 Toegankelijkheid: verlaging smal trottoir 11.1.4 Toegankelijkheid: verhoogde woningtoegang 11.1.5 Toegankelijkheid: geleidelijnen 11.2 Tramhalte 11.3 Tram/bus combinatiehalte 11.4 Bushalte 11.5 Middeneilanden en vluchtheuvels 11.6.1 Inritconstructies: naar parkeergarages etc, in 30x30 betontegels

200 201 201 202 203 204 206 216 218 226 227

9

Inhoudsopgave 11.6.2 Inritconstructies: naar parkeergarages etc, in dikformaat klinkers 11.7 Geveltuinen 11.8 Ondergrondse afvalcontainers

228 229 230

12. Verlichting 12.1 Openbare verlichting 12.2 Aansluiting op de stedenbouwkundige gordels 12.3 Standaard Puccini-verlichting 12.4 Afwijkende situaties 12.5 Speciale Puccini-verlichting 12.6 Masten en armaturen bij stedelijke vernieuwing 12.7 Implementatie van de standaard 12.8 Innovatie binnen de standaard 12.9 Niet-Pucciniverlichting

232 233 233 238 246 246 248 248 249 250

13. Meubilair 13.1 Een familie van straatmeubilair 13.2 Afvalbakken 13.2.1 Standaard afvalbak, 100 liter 13.2.2 Standaard afvalbak, 200 liter 13.2.2 Standaard afvalbak, 1000 liter met persmechaniek 13.2.4 Plaatsingscriteria 13.2.5 Inpassing 13.2.6 Seizoensgebonden afvalbakken 13.3 Ondergrondse afvalcontainers 13.4 Zitbanken 13.4.1 Type Canapé: enkel 13.4.2 Type Canapé: dubbel 13.4.3 Type Canapé: laag 13.4.4 Type Canapé: boombank 13.4.5 Type Vier Planken: enkel 13.4.6 Toelichting 13.4.7 Picknickset 13.4.8 Zitranden 13.5 Fietsparkeervoorzieningen 13.5.1 Fietsnietje 13.5.2 Fietsenrek 13.5.3 Fietsvak 13.5.4 Scootervak 13.5.5 Fiets- en scooterparkeertegels 13.5.6 Plaatsingcriteria 13.5.7 Fundering en inpassing 13.6 Paaltjes 13.6.1 Standaard stalen cilindrische paal 13.6.2 RVS cilindrische paal 13.6.3 Flexibele fietspadpaal 13.6.4 OHG-paal 13.6.5 Kunststof diamantkoppaal 13.6.6 Amsterdammertje 13.6.7 Lage stalen cilindrische paal 13.7 Wayfinding voor voetgangers 13.7.1 Inleiding 13.7.2 Werkwijze 13.7.3 Ter beschikking staande wayfinding-objecten 13.7.4 Onverlichte handwegwijzers 13.7.5 Verlichte/digitale handwegwijzers 13.7.6 Verlichte identificatiekubussen 13.7.7 Verlichte/digitale identificatiezuilen 13.7.8 Verlichte/digitale informatiezuilen

252 253 254 254 255 255 256 257 257 257 258 258 259 259 260 260 261 262 262 263 263 263 263 263 264 264 265 266 266 267 267 268 268 269 269 270 270 270 270 271 271 272 272 273

10

13.8 Walkasten 13.9 Cultuurhistorisch waardevolle objecten

273 273

14. Details A Afwatering A ETW 1.1 Straatkolk 45x20, ETW, geen parkeervakken (10 cm zicht) A ETW 1.2 Straatkolk 45x20, ETW, bij parkeervak (4 cm zicht) A ETW 1.3 Trottoirkolk 45x30, ETW, bij parkeervak, kolk in tussenband A ETW 2.1 Straatkolk 45x20, Buurtstraat (<30 km/uur) A GOW 1.1 Straatkolk 45x20, GOW, geen parkeervakken (10 cm zicht) A GOW 1.2 Straatkolk 45x20, GOW, bij parkeervak (4 cm zicht) A GOW 1.3 Geen kolk, afwatering bij vrijliggend fietspad (5 cm zicht / hoogteverschil) A GOW 1.4 Straatkolk 45x20 in asfalt, bij vrijliggend fietspad (gemiddeld 4 cm zicht / hoogteverschil) A GOW 1.5 Straatkolk 45x20 in rollaag, bij vrijliggend fietspad (gemiddeld 4 cm zicht / hoogteverschil) A Erf 1.1 Straatkolk 45x20, molgoot van 5 strekken dikformaat, maaiveld in dikformaat (keper of elleboog) A Erf 1.2 Straatkolk 45x30, rollaag 30x15 met strekken 30x15, maaiveld in 30x30 / 30x15 A Erf 2.1 Straatkolk 45x20, molgoot van 3 strekken dikformaat, maaiveld in dikformaat (keper of halfsteens)

274 275 275 276 277 278 280 281 282

B Parkeeroplossingen B ETW 1.1 Modern parkeren zonder tussenband, ETW, 30x15 betontegels B ETW 1.2 Modern parkeren zonder tussenband, ETW, dikformaat klinkers B ETW 1.3 Modern met tussenband en driewegband, 45°, ETW, 30x15 betontegels B ETW 1.4 Modern met tussenband en driewegband, 45°, ETW, dikformaat klinkers B ETW 1.5 Modern met tussenband en eindmarkering, ETW, 30x15 betontegels B ETW 1.6 Modern met tussenband en eindmarkering, ETW, dikformaat klinkers B ETW 2.1 Buurtstraat (<30 km/uur), 30x15 betontegels B ETW 2.2 Buurtstraat (<30 km/uur), dikformaat klinkers B GOW 1.1 Modern parkeren zonder tussenband, GOW, 30x15 betontegels B GOW 1.2 Modern met tussenband en driewegband, 45°, GOW, 30x15 betontegels B GOW 1.3 Modern met tussenband en eindmarkering, GOW, 30x15 betontegels B 3.1 Modern met tussenband en driewegband, schuin parkeren B 3.2 Modern met tussenband en driewegband, haaks parkeren B 3.3 Modern met tussenband en driewegband, ETW, 90° B 3.4 Modern met tussenband en driewegband, GOW, 90°

288 288 290 292 294 296 298 300 302 304 306 308 310 312 314 315

C Fietspaden en -stroken C1: Vrijliggend fietspad

316 316

D Drempelconstructies D 1.1 Drempel bij parkeervakken, op hoogte tussen parkeervakmarkeringen, waterpasserend D 1.2 Drempel bij parkeervakken, op hoogte tussen trottoirbanden, niet waterpasserend D 2.1 Drempel indien geen parkeervakken, aflopend naar goot, waterpasserend D 2.2 Drempel indien geen parkeervakken, op hoogte tussen banden, niet waterpasserend D 3 Drempel buurtstraat, waterpasserend D 4.1 Asfaltdrempel, niet waterpasserend, tussen twee trottoirs D 4.2 Asfaltdrempel, niet waterpasserend, tussen trottoir en verhoogde trambaan D 4.3 Busvriendelijke drempel D5 Instructie aanleggen gestrate drempel

318 318

E Groenvakken E 1.1: Betonnen boomkrans in trottoir (30x30), vierkant 1,50 x 1,50 m E 1.2: Betonnen boomkrans in trottoir (30x30), vierkant 1,20 x 1,20 m E 1.3: Betonnen boomkrans in trottoir (30x30), vierkant 0,90 x 0,90 m

336 336 336 337

11

283 284 285 286 287

320 322 324 326 328 330 332 334

Inhoudsopgave

337 E 1.4: Stalen boomkrans in trottoir (30x30), vierkant 1,20 x 1,20 m 338 E 2.1: Betonnen boomkrans in trottoir (dikformaat),rond, diam. 1,50 m 338 E 2.2: Stalen boomkrans in trottoir (dikformaat), rond, diam. 0,96 m, dikformaat klinkers 339 E 3.1: Betonnen boomkrans in parkeervak, diam. 1,50 m 339 E 4.1: Boomkrans, model Modern, diam. 2,40 m, 30x15 in parkeervak 340 E 4.2 Boomkrans, model Modern, diam. 2,40 m, dikformaat in parkeervak E 4.3: Boomkrans, alternatief model Modern, diam. 1,50 m, 30x15/dikformaat in parkeervak 340 341 E 5.1: Natuurstenen boomkrans, model Centrum, in parkeervak 341 E 5.2: Natuurstenen boomkrans, model Centrum, in trottoir 342 E 6.1: Inleiding plantvakken en wadi's 342 E 6.2: Groenvak a-niveau met combi van boomkranshoekstuk en opsluitband 343 E 6.3: Groenvak a-niveau met betonnen opsluitbanden, ronde hoeken 343 E 6.4: Groenvak verhoogd met 13/15 trottoirbanden 344 E 7.1: Groenvak verdiept (wadi) met trottoirbanden 345 E 7.2: Groenvak verdiept (wadi), inlaat straatzijde d.m.v. driewegbanden

F Kruispuntdetails F 1.1: Puntstukverloopband Ø 550 mm F 1.2: Puntstukverloopband Ø 700 mm F 1.3: Puntstukverloopband Ø 1000 mm F 2.1: Stappenplan plaatsen puntstukverloopband F 2.2: Werkvolgorde maken doorlopende band/rollaag bij kruispunten

346 346 347 348 349 350

G Wegmarkeringen G 1.1 : Fietsparkeervak (30x30 betontegels) G 1.2: Fietsparkeervak (dikformaat) G 1.3: Scootervak (30x30 betontegels) G 1.4: Scootervak (dikformaat) G 1.5: Scootervak 45° (in voormalig parkeervak, keiformaat) G 2.1: Aanbiedplek grof afval (30x30 betontegels) G 2.2: Aanbiedplek grof afval (dikformaat) G 3.1: Rookvrije-zonetegel (30x30 betontegels) G 3.2: Rookvrije-zonetegel (dikformaat) G 4.1: Laad-Iosvak (15x30 betontegels) G 4.2: Laad-Iosvak (dikformaat)

352 352 353 354 355 356 357 357 358 358 359 359

H Straatwerk om objecten H 1.1: Knipwerk rond trotttoirkolken (30x30 betontegels) H 1.2: Knipwerk rond trottoirkolken (dikformaat) H 2.1: Straatwerk om inspectieput H 3.1: Straatwerk om afsluiter, lichtmast, anti-parkeerpaal (30x30 betontegels) H 3.2: Straatwerk om afsluiter, lichtmast, anti-parkeerpaal (dikformaat) H 3.3: Straatwerk om fietsnietje (30x30 betontegels) H 4.1: Straatwerk om zitbank (30x30 betontegels) H 4.2: Straatwerk om zitbank (dikformaat)

360 360 360 361 362 362 363 364 364

15. Materiaaloverzicht 15.1 Materiaallijst Puccinimethode 15.2 Natuursteen 15.3 Halfverharding

366 367 380 382

16. Onderhoud 16.1 Inleiding 16.2 ETW30, Klassiek 1, trottoir in 30x30 betontegels 16.3 ETW30, Klassiek 2, trottoir in 30x30 betontegels 16.4 GOW30, vrijliggende fietspaden, Klassiek 1, trottoir in 30x30 betontegels 16.5 GOW30, vrijliggende fietspaden, Klassiek 2, trottoir in 30x30 betontegels

384 385 386 390 394 398

402

A ETW 3.1 Trottoirkolk 45x30, ETW, Klassiek 1, bij parkeervak 12

A ETW 4.1 Straatkolk 45x30, ETW, Klassiek 2, bij parkeervak A GOW 2.1 Trottoirkolk 45x30, GOW, Klassiek 1, bij parkeervak A GOW 3.1 Straatkolk 45x30, GOW, Klassiek 2, bij parkeervak B ETW 3.1 Hoek parkeervak, ETW, Klassiek 1, 45° B ETW 4.1 Hoek parkeervak, ETW, Klassiek 2, 45° B GOW 3.1 Hoek parkeervak, GOW, Klassiek 1, 45° B GOW 4.1 Hoek parkeervak, GOW, Klassiek 2, 45° B ETW 5.1 Hoek parkeervak, ETW, Klassiek 2, 90 B GOW 6.3 Hoek parkeervak, GOW, Klassiek 2, 90°

13

403 404 405 406 408 410 412 414 415

1 Basis Puccinimethode 14

De openbare ruimte vormt een ruimtelijk netwerk in de stad. Ze biedt ruimte aan het drukke stedelijke leven. De maat voor succes is de tevredenheid van de gebruiker. Dat betekent: in gespek gaan met de gebruiker, samen komen tot een goed programma van eisen dat geldt als vertrekpunt voor het ontwerp. In het algemeen geldt dat het straatdecor niet zelf de aandacht moet opeisen. De behoefte op te vallen of iets unieks te maken leidt te vaak tot een overdreven modieuze inrichting, die onnodig veel aandacht vraagt van de gebruiker en waarin samenhang met de omgeving ontbreekt.

15

1 Doel 2 Vloerkaart 13 Meubilair 14 Details overzicht

In 2001 zijn acties in gang gezet om deze problemen te overwinnen, die uiteindelijke bekend kwamen te staan als ‘De Puccinimethode’. In 2014 is het eerste ‘Handboek Puccinimethode Rood’ vastgesteld in het college van B&W. Dit heeft al geleid tot minder verrommeling van verschillende ontwerpen, goede passende detaillering en materialen en daarmee een kostenbesparing voor zowel opslag als inkoop. Op deze weg gaan we verder.

15 Materiaal-

Rond de eeuwwisseling werd steeds duidelijker dat de transformatie van de openbare ruimte van Amsterdam indrukwekkend was en heel veel goeds opleverde, maar ook dat het ontbrak aan samenhang in de openbare ruimte van de stad. Er was te weinig afstemming tussen de vele betrokken diensten en stadsdelen. Daarnaast waren er verschillende handboeken en beleidskaders voor de inrichting van de openbare ruimte. Ook de kwaliteit van de uitvoering liet vaak te wensen over. Er werd veel geëxperimenteerd en te weinig gebruik gemaakt van ‘best practice’.

Onderhoud

De afgelopen 25 jaar heeft de Amsterdamse openbare ruimte een ware metamorfose ondergaan. Er is geïnvesteerd in de openbare ruimte en die verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving van de Amsterdammer is ook duidelijk zichtbaar. Grote delen van de binnenstad zijn opgeknapt en heringericht met hoogwaardige materialen (het grachtenprofiel). De IJ-oevers zijn getransformeerd tot succesvol woonwerkgebied met daarbij een belangrijke rol voor de inrichting van de openbare ruimte. In stadsdelen zijn bij stadsvernieuwingsprojecten hele wijken heringericht. Ook veel parken zijn gerenoveerd: het Vondelpark, het Erasmuspark en het Oosterpark bijvoorbeeld.

16

Voorgeschiedenis

12 Verliching

11 Specifieke

straatond.

10 Centrum

pleinen

9 Buurt-

Een functionele, toegankelijke, vanzelfsprekende, tijdloze en eenvoudige vormgeving met een tot in de details kloppende uitvoering is meestal het beste recept. Ook met eenvoudige materialen is dan een hoge kwaliteit te bereiken. Natuurlijk zijn verbijzonderingen mogelijk, maar met mate en op de goede plek.

3 Basisprincipes

1. De gebruiker is gebaat bij een eenvoud en vanzelfsprekendheid

4 ETW

De Puccinimethode is gebaseerd op vijf overtuigingen. Overtuigingen die de basis moeten vormen voor alle ontwerpen in de Amsterdamse openbare ruimte.

5 GOW

De Puccinimethode staat voor een kwalitatief goede, fysieke inrichting van alle Amsterdamse openbare ruimte; alle straten, pleinen, parken en plantsoenen. Een kwalitatief goede, fysieke inrichting is gebruiksvriendelijk, veilig, beheerbaar, duurzaam, betaalbaar, samenhangend én mooi. Bij de inrichting van de openbare ruimte brengt de Puccinimethode al deze belangen en eisen samen in breed gedragen voorstellen en afspraken. De Puccinimethode is daarmee niet zozeer één van de belangen die gewogen wordt bij de inrichting van de openbare ruimte, maar juist het eindresultaat van een integrale belangenafweging. De basis voor het succes van de Puccinimethode is een intensieve samenwerking met bestuurders, ontwerpers, beheerders én bewoners en overige gebruikers van de openbare ruimte.

6 Kade / Gracht

Vijf overtuigingen Puccinimethode

7 Erf / Steeg

Doel Puccinimethode

punten

1.2

8 Kruis-

1.1

2. Ambacht op elk schaalniveau Het inrichten en ontwerpen van straten, pleinen, parken en plantsoenen is een ambachtelijke discipline. Niet alleen waar het gaat om concepten visievorming, maar juist ook in de technische uitwerking en detaillering. De grote en kleine schaal zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en beide even belangrijk. Detaillering en materiaalgebruik komen voort uit een concept, zeggen daar iets over en versterken het.

traditie en cultuur bij de inrichting van de openbare ruimte. Dit staat op gespannen voet met het feit dat een samenleving, zeker de Amsterdamse, altijd in ontwikkeling is en behoefte heeft aan verandering en innovatie. We moeten daarom steeds op zoek naar een balans tussen deze twee uitersten. In meer algemene zin is van tevoren niet te zeggen bij welk gestandaardiseerde onderdeel of bij welke 'best practice' een aanpassing of innovatie nodig is. We bekijken het per keer en worden niet dogmatisch. Eventuele aanpassingen voeren we geleidelijk door, niet allemaal tegelijk, en alleen als ze aantoonbaar een verbetering blijken te zijn.

Voor goed detailleren is gedegen kennis vereist. In opleidingen wordt hier te weinig aandacht aan besteed. De aanwezige kennis raakt steeds meer versnipperd en overdracht vindt onvoldoende plaats. Het 'ambacht' moet daarom in ere worden hersteld en de versnipperde kennis weer gebundeld, met elkaar gedeeld en uitgedragen. Het ambachtelijk uitwerken en detailleren van plannen kost tijd. Hiermee moet rekening worden gehouden tijdens de planvorming. Uiteindelijk verdient deze investering zich op de langere termijn terug. Zeker als een plan beter wordt uitgevoerd, beter te beheren is en dus duurzamer is.

5. Samenwerken! Bij het inrichten van de openbare ruimte zijn veel specialisten betrokken: landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen, cultuurhistorici, ingenieurs, verkeerskundigen, ecologen, beheerders en uitvoerders. Gezamenlijk moeten al deze disciplines de vijf overtuigingen in praktijk brengen. Doorloop daarom samen het hele proces, van het eerste idee tot de uitvoering. En: blijf met elkaar communiceren, ook tijdens de beheerfase.

3. Duurzaamheid Een goed plan redeneert vanuit duurzaamheid. Voor de inrichting gebruiken we zo duurzaam mogelijke materialen met een lange (technische) levensduur. Hergebruik is goed mogelijk en restmateriaal kan goed worden gerecycled. We bekijken op grote en kleine schaal hoe we een plan zo klimaatbestendig mogelijk kunnen uitvoeren. Een plan is alleen duurzaam als we het goed kunnen beheren. Een straat, plein of park kan er mooi uitzien na aanleg met 'duurzame' materialen en principes. Maar als we het niet goed kunnen beheren, moet er vervroegd worden ingegrepen, wat de duurzaamheid van de inrichting niet ten goede komt. Duurzaamheid is dus gebaat bij beheerbaarheid. Eisen vanuit beheer zijn daarom mede maatgevend voor het ontwerp: beheerders zijn van meet af aan betrokken bij de planvorming. Voor de definitieve aanleg moet duidelijk zijn dat een duurzaam en toekomstig beheer mogelijk is. 4. 'Best practices' én innovatie Succesvolle gewoonten uit de Amsterdamse praktijk vormen de basis van de plannen die we ontwikkelen. Zo is Amsterdam – en Nederland – wereldberoemd om zijn 'small element paving', onze 30x30 betontegels en gebakken klinkers. Deze kleine materialen zijn erg geschikt voor onze slappe, moerasachtige ondergrond waarop grote zware materialen sneller verzakken en scheef komen te liggen.

Een ander voorbeeld is het unieke iepenbestand van Amsterdam: binnen de grachtengordel maken die zelfs onderdeel uit van het UNESCO-werelderfgoed. Uitgaan van deze 'best practices' betreft een vorm van standaardisatie: het vastleggen van een Amsterdamse 16

1 Doel 2 Vloerkaart

Juiste detaillering van een 50 km/uur kruispunt.

Detail van goede toepassing van een 45x20 straatkolk met rollaag

Een onrustig straatbeeld als gevolg van de toepassing van een teveel aan (niet kleurvaste) materialen en objecten.

Meer dan drie hoofdmaterialen in een kleine buurtstraat geeft snel een rommelig beeld.

Daar waar verschillende materialen samen komen zijn goede details nodig.

Op vluchtheuvels komen materialen vaak samen. Juist daar moet goed worden ontworpen, ook om beheerproblemen te voorkomen.

3 Basisprincipes

Een woonstraat ingericht volgens de inrichtingsprincipes van de Puccinimethode.

punten

13 Meubilair 14 Details 16

Een pilot is per definitie een afwijking van de Puccinimethode en moet daarom worden aangevraagd bij het Toetsteam Openbare Ruimte & Mobliteit (zie Beleidskader Puccinimethode, Deel A, paragraaf 3.2.1). Pilots dienen altijd geëvalueerd te worden. Indien de uitkomst positief is kunnen nieuwe ontwerpoplossingen worden opgenomen in de handboeken van de Puccinimethode.

overzicht

Het uitwerken en financieren van pilots voor innovaties is primair de taak van het betreffende beleidsterrein, de betreffende ontwikkeling. Daarbij is het van belang dat pilots - indien succesvol - kunnen worden opgeschaald en breed toepasbaar zijn. Het projectteam Puccinimethode denkt graag mee over de mogelijkheden.

15 Materiaal-

Het testen en evalueren van materialen en ontwerpoplossingen in de openbare ruimte gebeurt via proefopstellingen, experimenten en pilots. Bijvoorbeeld door een proefstraat aan te leggen met materialen die bijdragen aan een betere afwatering en minder wateroverlast, om de stad klimaatbestendiger te maken. Of een plein met innovatieve, duurzamere verhardingsmaterialen. Bij straatmeubilair kan gedacht worden aan toepassing van ‘biobased’ en ‘cradle tot cradle’ materialen in bankjes, afvalbakken of andere objecten.

Onderhoud

Ruimte voor pilots

12 Verliching

11 Specifieke

straatond.

10 Centrum

pleinen

9 Buurt-

8 Kruis-

7 Erf / Steeg

6 Kade / Gracht

5 GOW

4 ETW

Bij de Wibautas zijn de Puccinimethode Rood én Groen succesvol toegepast.

17

2 Vloerkaart Puccinimethode Rood 18

Noordelijke IJ-oever De afgelopen twintig jaar heeft Amsterdam zich opnieuw naar het IJ gericht. Er is een hele reeks gemengde woon-werkgebieden gerealiseerd, van de Houthavens tot IJburg. Ook langs de Noordelijke IJ-oevers is de transformatie van bedrijfsterreinen in volle gang.

2.2

Zonering Zone A: Historische kernen Naast de binnenstad, gelegen tussen het Open Havenfront en de Singelgracht, horen ook de dijklinten in Amsterdam-Noord, Oud-Sloten, oud Sloterdijk en de dorpen in landelijk Noord tot de ‘historische kernen’.

Gordel ’20-’40 (exclusief de tuindorpen in Noord) Deze wijken kwamen tot stand tussen beide wereldoorlogen. Beroemd vanwege het monumentale stedenbouwkundige plan (Plan van Berlage) met belangrijke zichtlijnen en rustige, sfeervolle woonbuurten. Grachten met groene oevers en monumentale lanen vormen belangrijke en herkenbare hoofdstructuren. De straten in de gordel ’20-’40 zijn relatief breed, met horizontaal opgebouwde bakstenen gevels in de stijl van de Amsterdamse School. Een architectuur met ornamentiek (ramen, deurpartijen, daklijsten, hoekpartijen e.d.) en een creatief gebruik van baksteen.

1 Doel 2 Vloerkaart 3 Basisprincipes 4 ETW 5 GOW 6 Kade / Gracht

7 Erf / Steeg punten

8 Kruis-

pleinen

16

Passend bij het overwegend historische karakter van deze gebieden worden hier zowel rijweg als trottoir zo veel mogelijk uitgevoerd in rode bakstenen: keiformaat in de rijwegen van erftoegangswegen en dikformaat in de trottoirs (al worden in bepaalde delen van de binnenstad ook 30x30 betontegels met toeslag gebruikt - zie het kaartje in par. 10.2 voor een indicatie daarvan). Voor rijbanen van gebiedsontsluitingswegen gebruiken we zwart asfalt, en voor het drukbezochte UNESCO-gebied en de middeleeuwse kern kiezen we voor natuurstenen trottoirbanden. Daarbuiten passen we betonnen banden toe; zie het kaartje in par. 10.3 voor een overzicht.

Zone C: gordel ’20-’40 en Naoorlogse stad (excl. Tuindorpen Noord)

9 Buurt-

Voor het trottoir gebruiken we hoofdzakelijk 30x30 betontegels. Deze tegel heeft, hoewel het eveneens een betonproduct is, een veel betere uitstraling dan de betonstraatstenen in de rijbaan (zeker als een 30x30 tegel met toeslag wordt toegepast). Hij doet in veel opzichten niet onder voor gebakken materiaal en is goedkoper en makkelijker herstraatbaar in geval van onderhoudswerkzaamheden.

10 Centrum

Tuindorpen Tussen ongeveer 1909 en 1930 werden, met name in Amsterdam-Noord, de tuindorpen gebouwd. Het zijn tegenwoordig Rijksbeschermde stadsgezichten. Het betreft arbeiderswoningbouw met een min of meer dorpse stedenbouwkundige structuur, één tot twee bouwlagen en relatief veel groen. Ze kenmerken zich door de samenhang tussen stedenbouwkundige structuur, bebouwing, openbare ruimte en groen. De openbare ruimte bestaat uit smalle, rustieke, veelal korte erftoegangswegen, die steeds uitkomen op kleinschalige openbare groenvoorzieningen en pleintjes: een dorps gevoel. Het openbare groen benadrukt de stedenbouwkundige structuur en legt een verbinding met het groen van de tuinen.

straatond.

Alle rijbanen van erftoegangswegen (uitgezonderd zone E Havengebied) voeren we uit in gebakken materiaal. De bekende betonstraatstenen, goedkoper maar so(m)ber ogend en van grote invloed op beleving van de openbare ruimte, passen we (op termijn) niet meer toe. Deze aanpassing levert een belangrijke kwaliteitsimpuls op, vooral voor de naoorlogse stad, specifiek Zuidoost, Nieuw-West en delen van Noord. Het past eveneens beter bij de duurzaamheidsdoelstellingen van de stad Amsterdam: gebakken materialen hebben een veel langere levensduur dan betonstraatstenen en kunnen daardoor langer worden hergebruikt.

11 Specifieke

Op de geactualiseerde vloerkaart onderscheiden we vijf stedenbouwkundige zones die ieder een eigen materialisering kennen. De verschillen komen voort uit de mate van gebruiksdruk en de periode van totstandkoming van de zone. We maken geen onderscheid in ambitieniveaus; we werken aan een hoogwaardige openbare ruimte in heel Amsterdam.

12 Verliching

Hieronder vallen de wijken gebouwd tussen 1870 en 1919. Ze kennen een stedelijke verkaveling, met hoge woningdichtheden en smalle straten. Er is weinig openbare ruimte per bewoner. De gesloten bouwblokken kaderen de openbare ruimte helder af. De overgang van openbaar naar privé is goed gemarkeerd. Straatprofielen zijn smal, maar overzichtelijk. De meeste gebieden transformeren door hun ligging dichtbij de binnenstad geleidelijk tot centrumstedelijke milieus. Vanwege het meestal drukke gebruik van de openbare ruimte is de inrichting van straten in de negentiende-eeuwse gordel gebaat bij rust en kwaliteit.

13 Meubilair

Zone B: Negentiende-eeuwse gordel, Tuindorpen en Noordelijke IJ-oever

14 Details

De Vloerkaart Puccinimethode Rood geeft aan welke materialen we toepassen op de trottoirs en in de rijbanen van Amsterdam. De kaart op de volgende pagina's is een actualisatie van de Vloerkaart Puccinimethode uit 2021, die hiermee vervalt.

overzicht

Zie voor uitgebreidere informatie over het centrum van Amsterdam hoofdstuk 10 'Inrichting Centrum'.

15 Materiaal-

Hoofdlijnen Vloerkaart

Onderhoud

2.1

19

Vloerkaart Puccinimethode Gebiedsontsluitingswegen (GOW) Gebiedsontsluitingswegen (30 en 50, incidenteel 70 km/uur) worden in bijna alle zones in de stad op dezelfde manier uitgevoerd: met een rijbaan van asfalt en een trottoirband 28/30 ‘uitgewassen Amsterdam nr. 1’. Alleen in zone E (Havengebied) kan de rijbaan ook in beton worden uitgevoerd. Erftoegangswegen (ETW) en trottoirs Erftoegangswegen en trottoirs verschillen wel per zone: Zone A - Binnenstad, Historische kernen en linten • ETW30: rijbaan van klinkers, keiformaat rood-bruin, trottoirband 30 natuursteen of 28/30 'uitgewassen Amsterdam nr. 1' (zie kaartje in Handboek Rood d.d. februari 2024, par. 10.3 voor indicatie welke band waar toe te passen); Weesp 13/15 ‘uitgewassen Amsterdam nr. 1’ • Buurtstraten: rijbaan van klinkers, dikformaat rood/bruin • Trottoirs: klinkers, dikformaat rood/bruin. In bepaalde delen van de Binnenstad worden ook 30x30 betontegels met toeslag gebruikt (zie kaartje in Handboek Rood d.d. februari 2024, par. 10.2 voor indicatie waar 30x30 betontegels toe te passen)

20

Zone B - 19e eeuwse gordel, Tuindorpen en Noordelijke IJ-oever • ETW30: rijbaan van klinkers, keiformaat rood-bruin, trottoirband 13/15 'uitgewassen Amsterdam nr. 1' • Buurtstraten: rijbaan van klinkers, dikformaat rood/ bruin • Trottoirs: 19e eeuwse gordel en Tuindorpen: in principe 30x30 betontegels met toeslag. Klinkers, dikformaat rood/bruin onder voorwaarden* toegestaan • Noordelijke IJ-oever: in principe 30x30 betontegels met toeslag. Klinkers, lingeformaat, rood/bruin onder voorwaarden* toegestaan

Zone D - Zuidelijke IJ-oever • ETW30: rijbaan van klinkers, keiformaat rood-bruin, trottoirband 13/15 'uitgewassen Amsterdam nr. 1'; uitzondering vormt Haveneiland IJ-burg met granietkeien 14x20 • Buurtstraten: rijbaan van klinkers, dikformaat rood/bruin • Trottoirs: in principe klinkers, lingeformaat, rood/bruin, 30x30 betontegel met toeslag toegestaan Zone E - Havengebied • Gebiedsontsluitingswegen: rijbaan van asfalt of beton • Erftoegangswegen: rijbaan van beton of betonstraatstenen, keiformaat • Trottoirs: 30x30 betontegel zonder toeslag

21

* De ‘voorwaarden’ waaronder in zone B klinkers kunnen worden toegestaan zijn als volgt: • Voor zone B geldt dat in principe het materiaal voor het trottoir 30x30 betontegels is (met toeslag). Binnen deze zone kunnen zich op projectniveau situaties voordoen waarbij de toepassing van dik- of lingeformaat klinkers in de trottoirs toch noodzakelijk is. Het zal dan met name gaan om projectomgevingen waar de trottoirs al volledig in klinkers zijn aangelegd en die niet op korte termijn (binnen 10 jaar) vervangen worden. Het Toetsteam Openbare ruimte en Mobiliteit kan dan overwegen hier klinkers toe te staan om de samenhang in het gebied te behouden. • Ten overvloede: indien in zone B sprake is van een buurtplein, kan - na akkoord van het Toetsteam Openbare ruimte en Mobiliteit - een materiaal uit het buurtpleinenpalet worden toegepast, zoals klinkers. Overigens is dit hetzelfde proces als het proces dat gevolgd wordt bij de beoordeling van buurtpleinen in andere delen van de stad.

1 Doel 2 Vloerkaart 3 Basisprincipes 4 ETW 5 GOW 6 Kade / Gracht

7 Erf / Steeg punten

8 Kruis-

pleinen

9 Buurt-

10 Centrum straatond.

11 Specifieke

12 Verliching 13 Meubilair

Snelwegen

14 Details

Zone C - Gordel ’20-’40 en Naoorlogse stad (excl. Tuindorpen Noord) • ETW30: rijbaan van klinkers, keiformaat rood-bruin, trottoirband 13/15 'uitgewassen Amsterdam nr. 1' • Buurtstraten: rijbaan van klinkers, dikformaat rood/bruin • Trottoirs: 30x30 betontegel zonder toeslag

overzicht

Doorgaande lijnen

15 Materiaal-

Bijzondere plek met nummer

Onderhoud

Centrum 37. Buikslotermeerplein + 1. Haarlemmerplein metrostationsgebied Noord 2. Noordermarkt 38. Winkelcentrum Molenwijk 3. Westermarkt 4. Torensluis Oost 5. Leidseplein 39. Amstelstation 6. Weteringplantsoen 40. Muziekgebouw 7. Frederiksplein 41. Amstelcampus 8. Amstelveld 42. Kop van Java 9. Rembrandtplein 43. Waterplein Sluisbuurt 10. Muntplein 44. Voormalige Bijlmerbajes 11. Koningsplein 12. Spui West 13. Dam 45. De Hallen / Bellamyplein 14. Beursplein 46. Westergasfabriekterrein 15. Oudekerksplein 47. Mercatorplein 16. Nieuwmarkt 48. Houthavenpark 17. Zuiderkerkhof 18. Jonas Daniël Meijerplein Zuid 19. Waterlooplein 49. Poort Rijnstraat 20. Postzegelmarkt 50. Europaplein 21. Kattenburgerplein 51. Stadionplein 22. Weesperplein 52. Museumplein 23. Stationseiland 53. Albert Cuyp 24. Rode Loper 54. Kerngebied Zuidas 55. Gelderlandplein Nieuw-West 25. Stationsplein Lelylaan Zuidoost 26. Osdorpplein 56. Johan Cruyff Boulevard 27. Plein ’40-‘45 57. Winkelcentrum de 28. Terras Oostoever Amsterdamse Poort 29. Carrascoplein 58. Anton de Komplein 30. Orlyplein 59. Winkelcentrum 31. Lambertus Zijlplein Ganzenpoort 60. Stationsplein Holendrecht Noord 61. Winkelcentrum Reigersbos 32. NDSM-plein 33. Overhoeks-plein Havenstad 34. IJ-plein 62. Contactplein 35. Buiksloterweg- 63. ‘NDM Docken’ pontaanlanding 64. ‘NDM Hallen’ 36. Waterlandplein Weesp 65. Stationsplein Weesp

16

Bijzondere plekken

Rijbaan GOW

Zone A

Trottoir

Fietspad vrijliggend

Parkeren

Banden

ETW

Binnenstad, Historische kernen en linten

Keiformaat klinker keper

Zwart asfalt

GOW

Zone B

Dikformaat klinker

ETW

19e eeuwse gordel, tuindorpen en Noordelijke IJ-oever

Keiformaat klinker keper

GOW

Zone C

Rood asfalt

Natuursteenband Betonband Amsterdam nr 1.

Rood asfalt

Betonband Amsterdam nr 1.

30x15 betontegel lichtgrijs

Rood asfalt

Betonband Amsterdam nr 1.

Linge formaat

Rood asfalt

Betonband Amsterdam nr 1.

Rood asfalt

Betonband Amsterdam nr 1.

Dikformaat klinker

19e eeuwse gordel en Noord. tuindorpen IJoever

Standaard

Zwart asfalt

30x30 betontegel met toeslag

30x30 met toeslag

30x15 betontegel met toeslag 19e eeuwse gordel en Noord. tuindorpen IJoever

Onder voorwaarden

Onder voorwaarden

Standaard

Dikformaat

Linge formaat

30x15 met toeslag

Onder voorwaarden

Onder voorwaarden

Dikformaat

Linge formaat

ETW

gordel ’20-’40 en naoorlogse stad (excl. Tuindorpen Noord)

Keiformaat klinker keper

Zwart asfalt

GOW

Zone D

30x30 betontegel lichtgrijs

ETW

Zuidelijke IJ-oever

Zwart asfalt

Zone E

Keiformaat klinker keper

Linge formaat

30x30 betontegel met toeslag

30x15 betontegel met toeslag

GOW GOW ETW

Havengebied

Zwart asfalt

Beton

Beton keiformaat

30x30 betontegel lichtgrijs

30x15 betontegel lichtgrijs

Schematische voorstelling van materiaalgebruik volgens Vloerkaart Puccinimethode: zie legenda op de vorige pagina voor een exacte weergave van de afspraken.

In het stratenpatroon zijn verbredingen opgenomen die als plantsoen en pleinen zijn ingericht. De relatief smalle radiaalstraten zijn, aansluitend op de stadsstraten in de negentiende-eeuwse gordel, functioneel zeer gemengd. De meeste pleinen kennen een rijke groene inrichting met sport- en speelvoorzieningen.

de Houthavens tot IJburg. De transformatie van de Zuidelijke IJ-oever van havengebied naar stedelijk woon-werkgebied is grotendeels voltooid. De materialisering van zone D bestaat uit rode, keiformaat baksteen in erftoegangswegen, asfalt in gebiedsontsluitingswegen met als uitzondering het Haveneiland. Daar liggen granietkeien van 14x20 cm in de rijbanen van erftoegangswegen.

Naoorlogse stad De gebieden in het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) zijn volgens de basisprincipes van de moderne stedenbouw uit de jaren ’20 en ’30 opgezet. Met veel licht, lucht en ruimte. Ze hebben een tuinstadkarakter waar het wonen in een groene omgeving de bijzondere kwaliteit is. De bebouwing kenmerkt zich voornamelijk door repetitie van verkavelingseenheden (stempels). De architectuur heeft veelal een nuchter en sober karakter. De kwaliteit van de openbare ruimte wordt voor een groot deel bepaald door het groen. Brede, groene lanen met beeldbepalende boombeplantingen van 4 tot 8 rijen en brede watergangen vormen de structuur van de openbare ruimte.

Zone E: Havengebied Kenmerkend voor het Havengebied is industrie en bedrijvigheid. De materialisering is eenvoudig en robuust. De erftoegangswegen worden uitgevoerd van grijze, keiformaat betonstraatstenen of beton, de gebiedsontsluitingswegen hebben rijbanen van asfalt of beton. Deze materialen zijn bestand tegen het vele zware verkeer in het havengebied. Op de trottoirs liggen gladde, lichtgrijze betontegels, 30x30 cm, zonder toeslag.

Zone D: Zuidelijke IJ-0ever De afgelopen twintig jaar heeft Amsterdam zich opnieuw naar het IJ gericht. Er is een hele reeks gemengde woonwerkgebieden gerealiseerd, van 22

1 Doel

2.3

2 Vloerkaart

Lijnen

4 ETW

3 Basisprincipes

De doorgaande lijnen in de stad zijn gebaseerd op Hoofdnet Auto en Hoofdnet Rail. Daarnaast is een aantal belangrijke radialen en dwarsverbindingen toegevoegd. Deze stadsstraten kennen een hoge gebruiksdruk en zijn soms stadsdeelgrensoverschrijdend. Werken aan een straat uit dit netwerk betekent redeneren vanuit één ruimtelijke opgave en intensieve samenwerking met naastgelegen beheergebieden. Herkenbaarheid en samenhang zijn sleutelwoorden.

5 GOW

2.4

6 Kade / Gracht

Bijzondere plekken

punten pleinen

overzicht

15 Materiaal-

14 Details

13 Meubilair

12 Verliching

11 Specifieke

straatond.

de omvang van deze Bijzondere plek is op onderstaand kaartje exact gedefinieerd en daarmee vastgesteld. Specifieke afspraken over dit gebied zijn vastgelegd in de presentatie 'Puccini en Zuidas' d.d. januari 2022.

9 Buurt-

Bijzondere plekken zijn bewust met een ster op de vloerkaart aangegeven en niet exact afgebakend: zo blijft er ruimte voor maatwerk in de ontwerpfase om de meest logische begrenzing te bepalen. De enige uitzondering hierop is Kerngebied Zuidas (nummer 54):

10 Centrum

Het Stationseiland, ook de IJzijde, behoort tot de bijzondere plekken in de stad. Materiaal en inrichtingprincipes zijn hier anders maar passen wel bij de algemene uitgangspunten en overtuigingen van de Puccinimethode.

8 Kruis-

7 Erf / Steeg

De vloerkaart geeft ook ‘bijzondere plekken’ weer waar ruimte is om andere materialen toe te passen. Qua materialisering en inrichtingsprincipes krijgen projecten hier meer ontwerpvrijheid. Maar ook op bijzondere plekken moet het ontwerp passen binnen de overtuigingen van de Puccinimethode: een duurzame inrichting met goede detaillering en aandacht voor beheerbaarheid. Deze plekken zijn geselecteerd op basis van stedenbouwkundige, cultuurhistorische en functionele overwegingen.

16

Onderhoud

Kerngebied Zuidas

23

3 Basisprincipes inrichting en materialisering 24

25

1 Doel 2 Vloerkaart 13 Meubilair 14 Details overzicht

15 Materiaal-

Onderhoud

Enkele voorbeelden wat betreft inrichtingsprincipes. In dit handboek gaan we in de kern terug naar 3 typen parkeervakken. Vrijliggende fietspaden zijn en worden

16

Vooropgesteld dat we veel vereenvoudigingen hebben kunnen doorvoeren: het blijft wel zo dat een standaard voor de inrichting van de openbare ruimte van een stad als Amsterdam, met al haar diversiteit en verschillende behoeften, behoorlijk complex blijft. Het is meer ‘technisch lego’ dan ‘Kapla’. Zo zorgen de verschillende afwateringsprincipes die we in Amsterdam nodig hebben, in combinatie met de verschillen tussen ETW- en GOW-profielen, voor een ruim palet aan parkeervak-/afwateringssystemen. De verschillende modellen kunnen op elkaar aangesloten worden, lijken in zo veel mogelijk opzichten op elkaar maar het is goed opletten bij het correct toepassen van de verschillende trottoirbanden, verloopbanden, lage parkeerbanden, inritverloopbanden, hoekblokken, hoekstukken, bochtstukken en verschillende molgoten en bijbehorende straatkolken!

Enkele voorbeelden van vereenvoudigingen wat betreft materiaalgebruik. Aan het begin van deze eeuw had Stadswerken Logistiek (MB) te maken met wel 50 verschillende trottoirkolken. Nu zijn we terug naar ca. 5 typen. De verscheidenheid in materialen voor het trottoir was enorm. We zijn nu terug naar een basis van 2 materialen - meestal 30x30 betontegel (3 typen) en soms gebakken dikformaat - waarbij er wel een extra palet beschikbaar is voor zogenaamde buurtpleinen. In de stad waren en zijn tientallen soorten banken te vinden maar we zijn nu op weg naar een standaard van 2 banken: een herontwikkelde Amsterdamse canapébank en een eenvoudiger bank van vier planken.

12 Verliching

11 Specifieke

straatond.

10 Centrum

pleinen

9 Buurt-

punten

8 Kruis-

7 Erf / Steeg

Als antwoord op o.a. deze versnippering hebben we samen de Puccinimethode ontwikkeld. Naast de meer beleidsmatige en procesmatige uitgangspunten zoals die zijn vastgelegd in het Beleidskader Puccinimethode hebben we met dit handboek ook een ‘blokkendoos’ ontwikkeld die zich goed laat vergelijken met het beroemde spel Tangram. Het aantal puzzelstukken is beperkt maar er zijn heel veel mogelijkheden. Met dit handboek zijn twee belangrijke stappen gezet. Ten eerste hebben we het aantal inrichtingsprincipes sterk teruggebracht. Ten tweede hebben we het aantal materialen sterk verminderd. Die twee gecombineerd maken dat er nu sprake is van een eenvoudiger en samenhangend systeem (op basis waarvan centrale inkoop van materialen met alle bijkomende schaalvoordelen ook mogelijk is geworden). Eenvoudiger omdat er een beperkt aantal heldere mogelijkheden is. Samenhangend omdat we ervoor hebben gezorgd dat in maatvoering, dimensionering, in materiaalaansluitingen en -overgangen het allemaal zo goed mogelijk past. Geen ‘lego’, ‘Meccano’ en ‘Playmobil’ meer door elkaar heen.

3 Basisprincipes

Amsterdam is lange tijd ingericht op basis van - op zich - prima handboeken voor de openbare ruimte (per stadsdeel) maar de onderlinge samenhang in inrichtings- en materialiseringsprincipes was beperkt. Daarnaast werden veel beslissingen op dit gebied uiteindelijk genomen op projectniveau waarbij dan weer vaak - zonder goed zicht te hebben op de algemene ontwikkeling van de inrichting van de Amsterdamse openbare ruimte - van de handboeken werd afgeweken. Het eindresultaat was een te grote diversiteit met een versnipperd en onrustig straatbeeld.

4 ETW

Vergelijkbaar met Tangram is het aantal puzzelstukken overzichtelijk maar zijn er heel veel mogelijkheden om die puzzelstukken te combineren. Zo kunnen we heel veel soorten straten maken, met verschillende profielen, afwateringssystemen en onderlinge overgangen en aansluitingen. Dit handboek is een instrument. Dat wil zeggen dat een goed resultaat alleen wordt gehaald als het instrument door gebruikers ook goed gebruikt wordt. Dat komt in hoge mate neer op gezond verstand bij alle betrokkenen (managers, ontwerpers, technici, beheerders etc). Ook met dit handboek als uitgangspunt moet er bij elke locatie altijd wel daadwerkelijk ontworpen worden, is overal wel maatwerk of creativiteit nodig.

5 GOW

op allerlei manieren aangelegd (wel of juist geen opsluitbanden, wel of juist geen hoogteverschillen etc): de Puccinimethode stelt nu één basisprincipe voor voor vrijliggende fietspaden.

Tangramprincipe Puccinimethode: weinig puzzelstukken, veel mogelijkheden

6 Kade / Gracht

3.1

3.2.1

Algemene uitgangspunten voor een goede weginrichting

aan een van de twee dominante materialen. Voor alle profielen geldt: in de beperking toont zich de meester. Witte reflecterende thermoplastlijnen op asfalt en lijnen van witte FG-steen in bestratingen van klein materiaal voldoen uitstekend voor verdere geleiding of zonering van een profiel. De combinatie van donkere bestrating en heldere witte belijningen leidt tot duidelijkheid, rust en overzichtelijkheid.

De Puccinimethode volgt in principe de richtlijnen van Duurzaam Veilig en de Amsterdamse vertaling daarvan. De regels voor de inrichting van erftoegangswegen en gebiedsontsluitingswegen vormen zodoende de basis. De Puccinimethode voegt daar drie ontwerpuitgangspunten aan toe:

Bij de opzet van een profiel is het van belang hoofden bijzaken uit elkaar te houden. In de meeste profielen komt zowel snel als langzaam verkeer voor. De scheiding tussen deze twee is de belangrijkste aanduiding in het profiel. Meestal gebeurt dat met een niveauverschil dat door een trottoirband wordt gevormd. De banden zijn daarmee de belangrijkste lijnen in het profiel. Loop en continuïteit daarvan zijn cruciaal voor de duidelijkheid voor de weggebruikers en daarmee voor de veiligheid en een rustig beeld.

• Elk profiel heeft maximaal twee hoofdmaterialen/ hoofdkleuren; elke zone kan verder worden ingedeeld met witte lijnen van thermoplast of witte FG-steen / witte 30x15 betontegel; • De bandenlijnen die langzaam en snel verkeer scheiden, zijn de belangrijkste in elk profiel met een gemengd gebruik: ze zijn doorlopend en worden als eerste opgezet; • Bij kruispunten/aansluitingen zijn de kenmerken van de hoofdroute doorlopend, die van de ondergeschikte route worden onderbroken.

De zones voor langzaam verkeer en snelverkeer kunnen we verder indelen met bijvoorbeeld vrijliggende fietspaden, zones voor bomen en aparte banen voor tram en/of bus. Voor elke aansluiting en elk kruispunt geldt dat de belangrijkste lijnen continu zijn: de bandenlijn die de hoofdrijbaan scheidt van de zones voor langzaam verkeer. De materialisering van de belangrijkste route, in materiaal, kleur en verband loopt door, de andere route wordt onderbroken.

Voor straatprofielen geldt in het algemeen dat twee hoofdmaterialen voldoende zijn om tot duidelijkheid te komen. Asfalt en betontegels, klinkers en betontegels, al of niet aangevuld met groen en zones voor bomen. Meer kleuren leiden tot versnippering en daarmee onduidelijkheid. Als om technische redenen meer materialen nodig zijn, kies dan voor een derde materiaal dat in kleur, structuur en maat verwant is

Ontwikkeling van het straatprofiel 1950 - 2000

26

1 Doel 2 Vloerkaart 3 Basisprincipes 4 ETW 5 GOW 6 Kade / Gracht

7 Erf / Steeg punten

8 Kruis-

pleinen

9 Buurt-

10 Centrum straatond.

11 Specifieke

12 Verliching 13 Meubilair 14 Details overzicht

15 Materiaal-

Onderhoud

16

Twee goede voorbeelden van straten die (in bijna alle opzichten) volgens de Puccinimethode zijn aangelegd. Boven een erftoegangsweg: de Eerste Ringdijkstraat. Onder een gebiedsontsluitingsweg: de Ceintuurbaan.

27

3.2.2

Klimaatbestendigheid

Vastgestelde richtlijnen en richtlijnen in onderzoek Voor het voorkomen van wateroverlast bestaat een vastgestelde richtlijn, waaraan alle (her) inrichtingsprojecten in de openbare ruimte moeten voldoen. Deze is opgenomen in het Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027.

Klimaatadaptatie Klimaatverandering betekent dat Amsterdam steeds vaker te maken krijgt met extreme neerslag, hitte, droogte en de gevolgen van overstromingen. Door ruimtelijke klimaatadaptatie, het aanpassen van de bebouwde en onbebouwde ruimte, is het mogelijk om de impact van de extremen te beperken. De inrichting van de openbare ruimte is daarmee in grote mate bepalend voor de klimaatbestendigheid van de stad. Het op grote en kleine schaal toepassen van klimaatadaptatie in ruimtelijke plannen is in lijn met de duurzaamheidsovertuigingen van de Puccinimethode.

Neem contact op met een klimaatexpert Laat je ontwerp in een vroegtijdig stadium checken door een klimaatadviseur van het IB. Deze bepaalt in eerste instantie welke klimaatproblemen er in het projectgebied spelen. Daarnaast wordt bepaald welk klimaatthema het meest relevant is en welke eisen en doelen ten aanzien van klimaatadaptatie moeten en/of kunnen worden behaald. Tenslotte worden basisprincipes tegen klimaatextremen naast de randvoorwaarden en de ontwerpopgave gehouden om zo te komen tot toe te passen maatregelen in het project.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14102652/1