1. Eindrapportage Bomen op verdroogde boezemkaden.pdf
Tekst van het document
inspectiemethoden 1. Inspectiemethoden van bomen hebben de afgelopen circa 10 jaar in Nederland een behoorlijke ontwikkeling doorgemaakt. Op basis van de bestaandde kennis zou inmiddels een op de dijkenproblematiek toegesneden handleiding kunnen worden samengesteld. bij de hoofdwaterkeringen is een beoodelingsmethodiek (VTV'02, was LTV'99). Deze kan specifiek geschikt worden gemaakt. {#1444} aanvulling op #1444: klopt, echter de vertaalslag naar een praktisch inspectieformulier moet nog gebeuren {#1451} 2. In de boomverzorging is er een standaard voor boombeoordeling, deze lijkt me goed en bruikbaar. Wel moeten de mensen die beoordelen getraind zijn om dit uit te voeren. Een voorbeeld is de systematiek van VTA ( visual tree assessment). 3. Wat voor opleidingsgraad veronderstel je bij de inspecteur? Niet alleen opleidingsgraad is belangrijk, maar ook de instelling van de inspecteur. Uit de voorgaande discussie werd duidelijk dat de inspecties vaak met een zekere vooringenomenheid ten aanzien van bomen of andere beplantingen gebeuren. {#1403} niet iedere inspecteur heeft kennis over de achterliggende theorie, dus invulformulier moet praktisch zijn en moet voor specialisten vertaalbaar zijn naar potentiele faalmechanismen {#1405} Een gediplomeerd, ervaren boomverzorger met bijvoorbeeld het certificaat treetechnision of vergelijkbare opleiding/ervaring. {#1408}
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
2
De ervaring is dat geÏnteresseerde (en voldoende gemotiveerde) kantonniers na twee dagen instructie en oefening al behoorlijk in staat zijn om "gangbare" zaken te beoordelen. Uiteraard blijven er nog legio twijfelgevallen, maar dat is nou eenmaal werk voor specialisten. {#1417} Voor boominspecties is er binnenkort het certificaat boomveiligheidsbeoordelaar. Er is verder het Europese certificaat Treeworker, deze kan ook de eerste lijn beoordeling doen. Het Europese certificaat Tree technisian is in ontwikkeling. De organisatie die hier mee bezig is de EAC ( Europian Arboricultural Council) in Nederland is de uitvoerder IPC de groene ruimte in Schaarsbergen samen met de Nederlandse vereniging van boomverzorgingsbedrijven te Bunnik. {#1419} reactie op 1403: De inspecteur dient derhalve onafhankelijk te zijn. Zowel ten opzichte van eventuele opdrachtgever of vervolgopdracht (de uitvoering). {#1426} wat moet de achtergrond zijn van de inspecteur? Bomenkennis of dijken kennis? {#1436} 4. Kunnen duidelijke afkeurcriteria voor bomen vastgesteld worden? Volgens de VTA beoordelingscriteria kunnen bomen o.a. op mogelijke stabiliteitsproblemen worden beoordeeld.
{#1401} VTA is in beginsel bruikbaar, maar moet nog "gefilterd" worden op wat zin en onzin {#1411} Daarbij is overigens ook vastgesteld dat er nog belangrijke kennislacunes zijn, en dat de handreikingen met een zekere mate van gezond verstand gehanteerd moeten worden. {#1412} Afkeuren hoeft dan dus niet noodzakelijk met de veiligheid van de kade te maken hebben? {#1418} Ook letten op 'bewezen sterkte': welke stormen heeft deze boom al overleefd? hoe stond de boom er toen bij (bv. omvang van de kroon)? was er schade? {#1429} 5. Als vochtonttrekking door bomen inderdaad de zondebok zou zijn, zou je de omvang daarvan ter plekke kunnen monitoren (o.a. peilbuizen, "Engelse methode") en waar nodig en waar de omstandigheden dit toelaten, gepaste maatregelen treffen (kunstmatig hoog houden van het freatisch vlak.) 6. Waar moet je op inspecteren Zowel de staat van de boom, wiebelig, ziekte etc. Dit is kennisgebied voor de bioloog. Daarnaast wil je een beoordeling van de schadebeelden aan de dijk. Scheurvorming, verzakking etc. Dit vergt een andere discipline. Belangrijk is meer te weten welke dijken stabiel zijn en overwaarde hebben. Daar waar bomen gevaar opleveren zouden ze eigenlijk niet moeten staan. Hoef je ook niet te inspecteren.
{#1424} reactie op 1424: met alle respect voor de biologen onder ons, maar biologen hebben geen kennis van bomen en zeker niet van hun stabiliteit! {#1434} Als bomen op een bepaalde locatie niet zouden moeten staan zullen ze waarschijnlijk op termijn gekapt worden, maar wanneer moet je overgaan tot noodkap? {#1442} 7. Nu het regent groeit gras en worden scheuren en zakkingen aan het oog onttrokken. Moet er eerst gemaaid worden voor je gaat inspecteren? 8. Het inspecteren van de gezondheidstoestand van de boom geeft geen indicatie over de effecten van de boom op de stabiliteit van de kade, ook niet over het effect op de verdroging van de kade. De inspectie moet zich dus richten op de kade en niet op de boom. Wel is het goed om te weten hoe een boom zich in een kade manifesteert. Wat is normaal wat is afwijkend? {#1432} 9. Maak quick scan
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
2
Waterkeringbeheerders hebben vaak best een goed inzicht in mogelijke probleemlocaties. Daar kan snel een overzicht van worden gemaakt. Inspecteer met prioriteit die gevallen en neem daarbij de bij het waterschap ontbrekende deskundigheid mee. {#1422} Van een aantal situaties ter plekke (wellicht wat meer dan alleen veendijken) met het accent op de vochtleverantie c.q. nalevering van water en hou die maar eens tegen het licht van de verdamping van bomen. Dan weet je wellicht wat beter waar je over praat. {#1430} een quick scan waarvan? bomen, de toestand van de bomen, de kade kortom welke deskundigheid is gewenst en op welk niveau? {#1431} Voor het opstellen van de afkeurcriteria ontbreekt nog de kennis (zie 10). Hoe dan verder? {#1437} Prima idee. Van grof naar fijn kan een goed beeld ontstaan van de problematiek waarbij kenners een oordeel {#1452} 10. Voor het opstellen van afkeurcriteria ontbreekt nog de kennis. Geldt dit voor bomen of de civiel-technische aspecten van de dijken? {#1439} Voor het beoordelen van de veiligheid van dijken in relatie tot de bomen, is deze er nog niet. Voor het beoordelen van de veiligheid van de bomen is die er wel! {#1443} 11. Beschrijf de aard van mogelijke problemen die de boom veroorzaakt en denk vervolgens gericht na over maatregelen.
Zijn scheuren een probleem? Is het verzakking van de grond? Is het stabiliteit van de kering inclusief boom of is het juist het risico dat een boom omwaait? Van geval tot geval bekijken wat maatregelen kunnen zijn (dichten scheuren, aanvullen grond, steunberm of terugsnoeien kroon van boom). {#1435}
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
2
Verzamelen van ervaringen in de communicatie met de bevolking (Categorizer) communicatie naar de bevolking 1. Het begrip veiligheid tegen overstromen 'leeft' meestal niet bij de bewoners Dit naar aanleiding van een concrete situatie. Bij een kadeversterking moest een boom gekapt worden omdat deze op termijn zou afsterven en op een zeer ongelukkige locatie in de dijk stond. De veiligheid tegen overstromen vond de bewoner niet zo interessant (dan kan je maar als blijkt dat de boom sterft). Toen ik daarop meldde dat de boom ook wel eens op zijn boerderij kon waaien, mochten we meteen kappen. {#927} Andere ervaring: bewoners zijn met enige uitleg (en kort na de kadebreuken) nog wel bereid om mee te gaan met het waterschap. {#933} Kwestie van "verkopen" en ook geleidelijkheid. Als je het hebt over "kaalkap" krijg je zowat iedereen over je heen. Heb je het over "op termijn omvormen", dan klinkt (en is) dat veel beter verteerbaar. {#945} Wie neemt de kosten voor zijn rekening voor het aanbrengen van voorzieningen om bomen te behouden? {#949} 2. Waterschap komt nog als ultieme "machthebber" te arrogant (betweterig) over. Hier kan wat aan gedaan worden. Waarom pas in actie komen als je door het publiek wordt teruggefloten? (Zie als voorbeeld de Ringdijk). Dit is vaak geen aangenaam gevoel. (een beetje een afgang) Heb je dan van te voren al geen kansen laten liggen.
{#936} De andere kant is een "mondige" burger die zich niets meer aantrekt van de regels die we met elkaar hebben afgesproken {#938} De vraag is of de burgerwel weet wat die spelregels zijn. Vaak speelt het werk van het waterschap zich buiten de publieke belangstelling af. Pas in noodsituaties komen de taken van het waterschap weer in het brandpunt van de publieke belangstelling. {#951} 3. geef aan dat het een risico-afweging is, waarbij je de kans op het ten onrechte afkeuren en ten onrechte goedkeuren (met alle gevolgen vandien) tegen elkaar afgewogen hebt. dit betekent dat je dit ook echt hebt gedaan, en daarmee ook precies kunt aangeven hoe je met het gebrek aan kennis bent omgegaan! {#925} 4. duidelijke communicatie over argumenten en eventuele lacunes daarin hier moet je duidelijk maken dat als er lacunes zijn zolang niet is bewezen dat bomen geen slechte invloed hebben je aan de zekere kant gaat zitten en ze kapt. {#926} maar natuurlijk pas nadat je dit zorgvuldig hebt afgewogen tegen andere maatregelen waarbij je de veiligheid op orde brengt bij handhaven van de boom. {#940} 5. 'We weten het niet' is geen goede vorm van communicatie. Er moet een reden(veiligheid) aan ten grondslag liggen.
Ook als het niet veel meer dan het gevoel is dat er een verhoogd risico is en geen wetenschappelijke onderbouwing, dan nog moet in de communicatie uitgelegd worden dat er een achterliggende reden voor noodkap is. {#928} mag op basis van alleen gevoel worden overgegaan tot noodkap? {#931}
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
2
"We weten het niet" is toch zowat de meest eerlijke informatie in een communicatietraject? {#941} Reactie op 931: Nooit {#946} Van een waterschap mag een weloverwogen en zorgvuldig besluit worden verwacht! {#950} 6. Communiceer concrete feiten, gevoel maakt wantrouwend 7. Het waterschap dient de bevolking op juiste wijze te informeren. In het geval kap gebaseerd is op angst voor dijkveiligheid, zonder dat dit op feiten berust, dient dit duidelijk verteld te worden. Er kan eventueel aan worden toegevoegd dat de bomen in relatie tot andere belangen onvoldoende waardevol beoordeeld zijn. 8. Hoe om te gaan met kennisgebrek? keuzeprobleem presenteren als risico-afweging {#942} Als de beheerder geconfronteerd wordt met een kennislacune voor wat betreft bomen zal zijn beslissing altijd aan de veilige kant zijn (wat meestal resulteert in kappen). Een buitenstaander zal meestal de belevingswaarde van bomen laten prevaleren. Kan aangetoond worden wat belangrijker is? {#943} IN ieder geval er blijk van geven dat dat niet komt omdat je je huiswerk niet hebt geleerd. {#948} 9. Vertel de bevolking dat er geen aanwijzingen zijn dat bomen op of aan de veenkaden een verzwakkend effect hebben. Op de bezweken plekken stonden geen bomen. Dat is wel geen bewijs dat bomen geen kwaad doen, maar een bewijs voor het tegendeel kan daar in elk geval niet in gevonden worden.
Vertel de bevolking dat er nu met versnelling gezocht wordt naar het antwoord op de vraag of bomen met hun wortelstelsel positief bijdragen aan de sterkte (wat de meest logische hypothese is), dan wel dat zij de instabiliteit vergroten. Dat laatste zou in uitzonderlijke situaties wellicht mogelijk zijn. Daar wordt dan met voorrang kennis over verzameld om daar voorzorg te kunnen nemen. Deze twijfel geldt ook voor verdrogende veenkaden. Bomen verdampen weliswaar water uit de bodem, maar in verdrogingssituaties zouden de wortels het water uit diepere bodemlagen kunnen halen, waar zij het grondwater bereiken. Door hun diepe verankering en vitaal wortelstelsel zou de bijdrage aan de sterkte, ook in veenkaden aanzienlijk kunnen blijken te zijn.
communicatie naar de waterschappen 1. de uniforme lijn moet op korte termijn duidelijk en beschikbaar zijn inclusief heldere argumenten om een besluit wel/niet kappen te onderbouwen {#924} 2. Alleen wanneer er gewillig oor is heeft het zin, anders is het vechten tegen de bier (boezen) kaai In een waterschapsbestuur zitten ook 'groene' leden. {#932} 3. Is er wel eens onderzocht in hoeverre de dijkbeheerders zich nog op de hoogte (willen) stellen van de nieuwe ontwikkelingen en verander(en)de inzichten? Wie gaat hierin c.q. wil hierin een sturende (opvoedende) rol spelen? {#930} 4. de dijkgraaf, maar ook de burgemeester wil een duidelijk advies met risicoanalyse praat in termen van risico's: de gevolgen van een eventuele kadebreuk kunnen veel zwaarwegender zijn dan het belang van één boom/één eigenaar. {#944} 5. geef juist bij bestuur aan dat de zaken genuanceerd liggen om onzinnige uitspraken te voorkomen.
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
2
Door deelnemers voorgestelde discussiepunten (Categorizer) concrete vragen 1. Hoe kunnen we met het huidige gebrek aan kennis op korte termijn toch pragmatisch omgaan? (bijv. bestaand onderzoek, vuistregels) v verzamelen wat er wel is, inzichtelijk maken wat niet en consequenties hiervan voor eventuele besluitvorming in beeld brengen. {#12} Opleiding voor de dijkinspecteurs waarin de huidige kennis overgedragen wordt. {#13} quick scan mogelijke probleemgevallen {#15} goed duidelijk maken wat de kennislacunes zijn {#18} Het feit dat nog onvoldoende bekend is of bomen de dijkveiligheid verbeteren of juist verminderen, betekent dat de beslissing om bomen al dan niet te handhaven voorlopig genomen moeten worden op grond van een integrale belangenafweging (zoals ook in de handreiking van de STOWA wordt voorgesteld). {#19} Onderzoek doen. Tegelijk melden dat de hoofdreden voor onderzoek is, het nagaan welke bijdrage bomen leveren aan de sterkte en het wegnemen van angst. Er zijn vrijwel geen gedocumenteerde situaties bekend die tot verhoogd risico hebben geleid. De uitzonderingssituaties de wel risico kunnen opleveren, zijn er weinig, maar belangrijk genoeg om met voorrang te onderzoeken. {#21} Belangrijke voorwaarde: wil met dom blijven of slimmer worden? M.a.w. laten we eerst eens de behoeften in de praktijk peilen.
Als er inderdaad behoefte is, dan zijn er legio mogelijkheden om de kennis al dan niet gericht te verspreiden. {#41} 2. Wat gaan we doen om onderzoek op te starten (op het gebied van bomen op boezemkaden)? Belangrijkste vraag wellicht: wie gaat dat betalen? {#8} In ieder geval wel wat bomen op veenkaden bewaren om aan te kunnen meten {#10} De politiek duidelijk maken dat het aan elementaire kennis ontbreekt, dat er dus geld moet komen voor onderzoek. {#11} Afstemming/koppeling met TAW-onderzoek naar gedetailleerde toetsmethode voor nietwaterkerende objecten {#20} Meenemen in plannen voor onderzoek veenkades. Bepleiten bij TAW en STOWA dat hier geld voor moet komen. {#22} Als we naar een risicobenadering toe willen zal\er ook inzicht nodig zijn faalkansen( b.v. de kans op falen van de kade, gegeven de kans op falen van bomen) en een nadere definitie van "falen" van bomen {#40} 3. Wat is de bijdrage van het gewicht van bomen op de (versnelde) zetting van de boezemkade? Is dit wel zo erg? de voet is erg breed. gewicht per m2 cm is erg laag. een persoon met maatje 40 weegt meer per m2 {#17} Versnelde zetting is vooral als de boom op de kruin staat een probleem, want dan zakt de kruin en loopt die eerder over.
Voor het overige is alleen zetting niet zo snel een probleem {#26} Opmerking 17 klopt want een dame met naaldhakken zorgt voor putjes in mijn parket en een olifant niet; die zakt er gelijk doorheen {#30}
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
2
Versnelde zetting is geen probleem voor de stabiliteit, waarover sinds Wilnis zoveel zorg bestaat. {#31} Dit is één van de beweringen die ik wel eens kwalitatief en kwantitatief wat beter onderbouwd wil zien. "Hangt" een boom in het veen, of "duwt" hij erop (of beide) of drijft hij daarbij ook nog een beetje....etc.? {#33} 4. Wat is de invloed van het waterverbruik (onttrekking diep/ondiep) van bomen op de sterkte van de boezemkade? Waterverbruik is te berekenen, stel voor specifieke situaties een waterbalans op. {#24} Er is ondertussen een aantal redelijk gedocumenteerde praktijkcases met o.a. peilbuismetingen. Deze kun je goed gebruiken om je sommetjes onderzoekshypotheses te verifiëren. {#25} Als je water aan veen onttrekt wordt het veen lichter en minder sterk? {#27} zin er geen laboratorium proeven te doen. over gewicht, afschuiving etc is de verschillende vochtsituaties. Dan kunnen deze gegevens gebruikt worden in de stabiliteitsberekeningen. {#29} Vochtonttrekking betekent krimp en daarom meer scheurvorming {#32} Dit hangt helemaal af van de vraag in hoeverre daardoor meer4 water verdwijnt dan kan worden aangevuld en dat zul je eens hier en daar ter plekke moeten bekijken/berekenen. {#36} Wat is de invloed van krimp en scheurvorming op de sterkte van de kade? {#38} De essentiële vraag is, waar de boom zijn water vandaan haalt.
Als dat uit het grondwater is, is er geen enkel probleem. Het kan zelfs zijn dat de daarboven gelegen veenlaag meer water bevat met dan zonder boom, door de bodemvormende processen die rond de boomwortels zijn opgetreden onder invloed van de exudaten en bacteriën. {#39} Met stelling 39 ben ik geheel eens! {#42} 5. Hoe krijgen we de 'fabels' over oxidatie de wereld uit? (onderzoeksresultaten) Als er bestaande kennis is deze aandragen, als die kennis er niet is met voorstel voor onderzoek komen, dan kan dat in de onderzoeksvoorstellen worden meegenomen. Maar geef dan ook belang van het uit de wereld helpen van sprookjes aan. {#35} Dit lijkt mij duidelijk! Er ligt al het een en ander aan onderzoeken (o.a van Alterra) dus een volgende fabelaar kan hier direct mee om de oren worden geslagen. Een kwestie van goed communiceren dus! {#37} 6. Waaruit bestaan de specifieke verschillen tussen bomen en struiken? Bij struiken weinig kans op ontgrondingskuilen, maar slechte ontwikkeling van de grasmat {#9} Struiken zijn kleiner, dan bomen en onttrekken minder vocht. {#14} - kans op windworp - bewortelingsdiepte (gemiddeld) - verdamping (gemiddeld) in sommige situaties c.q.plantverbanden {#16} Zie ook de LNC-waardering in de STOWA-handreiking {#23} Het verwijderen van struiken levert in de praktijk (bv.
bij bereikbaarheid bevorderen bij onderhoudswerkzaamheden) veel minder problemen op dan het verwijderen van bomen {#28} bij struiken lastiger inspecteren op gatengraverij etc. {#34}
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
0
Bijlage 3
Case: Hoogheemraadschap Delfland
Op verzoek van het Hoogheemraadschap Delfland heeft GeoDelft samen met de Bomenstichting Utrecht en het hoogheemraadschap een visuele inspectie uitgevoerd op 22 en 25 oktober 2003, met betrekking tot de invloed van bomen op een aantal specifieke boezemkaden in het beheergebied van Delfland. De aanleiding voor deze inspectie was scheurvorming in de kaden tijdens de droogte periode in de zomer van 2003. Ook is op dit moment nog een verhoogde staat van paraatheid aanwezig. Gezien deze situatie wil het Hoogheemraadschap inzicht of er door de aanwezige beplanting extra risico voor kadebreuk bestaat. Op woensdag 22 oktober is de visuele inspectie gedaan in aanwezigheid van zowel dhr L. Noordman van de Bomenstichting als dhr J. Wijngaard en T. Pecks van het Hoogheemraadschap. De visuele inspectie is zaterdag 25 oktober afgerond door M. van der Ruyt zonder aanwezigheid van bovengenoemden. De specifieke vraag van het Hoogheemraadschap Delfland was of langs een aantal, door het Hoogheemraadschap aangegeven, boezemkaden de bomen een dusdanige invloed hebben op de standzekerheid van de kade dat directe maatregelen nodig zijn danwel dat met een beheersprogramma de invloed van de bomen binnen beheersbare grenzen kan blijven.
Inleiding Een extreem droge periode vanaf maart 2003 tot en met september 2003 heeft in vele gebieden grote gevolgen gehad voor boezemkaden. In het gebied van het Hoogheemraadschap Delfland is langs verschillende kaden, in meer of mindere mate, scheurvorming geconstateerd. Scheurvorming kan een aantasting van de sterkte van de kade tot gevolg hebben. Hiermee is niet automatisch gezegd dat de standzekerheid onvoldoende is geworden, maar door een verminderde standzekerheid kan de invloed van bomen in een aantal gevallen zwaarder komen te wegen. Bomen op en langs boezemkaden kunnen een grote invloed uitoefenen op het hydrologische regime (freatisch vlak en waterspanningen) in de kade en afhankelijk van de staat van de bomen bestaat ook het mogelijke gevaar voor ontgronding en daarmee een verstoring van het (statische) stabiliteits evenwicht of gevaar voor erosie verschijnselen, micro-instabiliteit of het optreden van piping fenomenen. •
• • •
Het verstoren van het statische stabiliteits evenwicht is afhankelijk van de locatie van de boom in de kade en de kans op ontgronding, welke weer een functie is van de gezondheid van de boom en haar beworteling (voornamelijk diepte en omtrek). Voor boezemkaden kan worden gesteld dat erosie door aanwezigheid van bomen enkel een gevaar is indien de bomen in het buitentalud of op de kruin staan. Micro-instabiliteit in relatie tot bomen treedt feitelijk enkel op indien de kern van de kade uit zand bestaat en door ontworteling de kleibekleding zal worden afgescheurd. Piping fenomenen treden op indien ontgronding van de boom resulteert in een te lage veiligheid tegen opbarsten van het slappe lagenpakket.
Uit gesprekken met de toezichthouders van het Hoogheemraadschap en gebaseerd op gebiedskennis kan worden aangenomen dat de onderzochte kaden uit klei danwel veen bestaan. Micro-instabiliteit is hier derhalve geen faalmechanisme met betrekking tot het bepalen van de invloed van de bomen op de betreffende boezemkaden.
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
Uit archief gegevens blijkt dat het niet aannemelijk is dat dicht onder het maaiveld zandlagen aanwezig zijn of piping fenomenen in het verleden zijn waargenomen. Redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de aanwezigheid van bomen op de betreffende boezemkaden geen negatieve invloed hebben op piping. Resumerend betekent dit dat de visuele inspectie van de bomen langs de betreffende boezemkaden zich hebben geconcentreerd naar hun invloed op de macrostabiliteit van de kade en erosie bij ontgronding (voor zover het bomen op de kruin en het buitentalud betreft).
Onderzochte kadestrekkingen De onderzochte kadestrekkingen zijn bepaald in overleg met de betrokken toezichthouders van het Hoogheemraadschap. Het betreft de volgende kadestrekkingen: • • • • • • • • •
Pijnacker Noordkade Verlengde van de Noordkade nadij Nootdorp Boezemkade ’t Haantje Noordeindse vaart Polder Berkel Binnenboezemkade Rozendaallaan Rodenrijschevaart Kade Bree of lichtvoetwatering, Holierhoekse kade en Zouteveensepolder Kade van Vlaardingervaart Boezemkade van de Commandeurspolder langs de Middelwatering Kade langs de Noordvliet (trekkade)
Pijnacker Noordkade In het begin langs de Noordkade (foto DSCN0623) staat een rij populieren direct in de binnenteen waarbij verder naar het noorden toe langs de Noorderkade de populieren geleidelijk op grotere afstand vanaf de binnenteen staan (foto DSCN0624). De populieren hebben een hoogte van circa 8 meter met een kruinbreedte van circa 6 meter. Het wortelstelsel zal zich ongeveer tot de diepte van circa 50 cm hebben ontwikkeld (gemiddelde diepte van het grondwaterpeil. De bomen bevinden zich in een goede staat. Volgens opgaaf van het Hoogheemraadschap betreft het hier een veen(ige) kade. Indien de populieren zullen ontgronden, heeft de locatie van de ontgrondingskuil, met een te verwachte dimensie van circa 6 meter in diameter en een diepte van 0,5 meter, een zeer grote en negatieve invloed op de macrostabiliteit. Immers het grootste gedeelte van de ontgrondingskuil zal zich in het passieve (tegenwerkend) gedeelte van het potentieel afschuifvlak bevinden. Een enkele ontgronde populier zal, met het oog op 3D effecten, een nog aanvaardbare impact kunnen hebben op de algemene stabiliteit van de kade. Bij ontgronden van meerdere naast elkaar gelegen populieren zal de stabiliteit van de kade echter over grotere lengte sterk worden beïnvloed en naar alle waarschijnlijkheid niet meer voldoen aan de standzekerheid eisen.
Volgens de aanwezige deskundige van de bomenstichting betreft het hier gezonde populieren en is de kans op ontgronden minimaal. Zonder verdere stabiliteitsbeschouwingen mag worden aangenomen dat wanneer de bomen op een afstand van meer dan 8 meter vanaf de binnenteen staat de negatieve invloed minimaal is en de populier behouden kan blijven zonder maatregelen. Voor de strekkingen waar de populieren dichter naar de binnenteen staan, zal de historische waarde van de bomen en kleine (huidige) kans op ontgronding moeten worden afgewogen ten opzichte van de zekere invloed bij ontgronden van populieren.
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
Indien gekozen wordt voor zekerheid met betrekking tot de invloed van bomen op de kade zullen de bomen binnen de 8 meter grens verwijderd moeten worden. Met een nadere stabiliteitsbeschouwing en een summier grondonderzoek kan de invloedsgrens geoptimaliseerd worden. Als alternatief kan een beheersplan zich richten op strenge controle op ziekte (of algemene verzwakking van de populieren), een streng snoeiprogramma, behandeling bij beschadiging etc. Zeker wordt voor dit gedeelte geadviseerd om zaailingen of spontane groei te verwijderen en bij tekenen van verzwakking of aantasting van het wortelstelsel de boom te verwijderen. Foto’s DSCN0642 en DSCN0643 zijn genomen in de bocht van de kade langs de poldervaart naar de dwarskade, het meer noordelijke deel van de Noordkade richting Nootdorp. Duidelijk is een aantal (nieuwe?) scheuren te zien in het asfalt van het fietspad. Opvallend is dat hier ook twee populieren zich vrijwel direct in de teen van de fietsberm bevinden. Onduidelijk is of deze scheuren gevolg zijn van zettingen als reactie op de droogte periode en nog verdere wateronttrekking door de populieren of gerelateerd kunnen worden aan een (lokaal) zwakke ondergrond en kade deformatie. Dit laatste lijkt echter met oog op de kade niet het geval.
Wel kan worden gesteld dat de positie van de twee populieren in de teen van de binnenberm zal leiden tot een mindere stabiliteit van het kadelichaam indien ontgronding plaatsvindt. Gezien het hoge aantal bomen kunnen de twee genoemde populieren, in het licht van standzekerheid van de kade, worden verwijderd zonder het landschap al te zeer geweld aan te doen.
Verlengde van Noordkade nabij Nootdorp Vanaf de kruising met de dwarskade loopt het verlengde van de poldervaart verder naar het noordwesten richting Nootdorp. De kade loopt hier richting het oosten onder de woonkern van Nootdorp langs. De tuinen van de bebouwing staan hier vol met bomen. Echter gezien de hoogte van de tuinen en de locatie van de bomen zal bij ontgronding nog altijd voldoende restprofiel overblijven en vormen de aanwezige bomen geen risico voor de standzekerheid van de kade. Voorbeelden van deze bomen nabij bebouwing zijn foto’s DSCN0638 en DSCN0639.
Boezemkade ’t Haantje De gehele Noordkant van deze kade heeft een zeer brede kruin (asfalt weg), de aanwezige bomen vormen welbeschouwd geen gevaar voor de standzekerheid van de kade. Zelfs indien de aanwezige bomen zullen ontgronden is een voldoende restprofiel aanwezig om voldoende veiligheid te garanderen. De zuidzijde van deze kade (Delftse zijde) kan worden onderverdeeld in twee delen. Het oostelijke deel, vanaf de brug naar Rijswijk (Sion) naar het oosten, en het westelijke deel, vanaf de brug naar het westen. Het oostelijke deel van de kade heeft een zeer geringe kerende hoogte (boezemstand was ongeveer even hoog als het achterland) en voor het grootste gedeelte bosschage en struikgewas (tot 3 meter hoog). Deze bosschage en struiken hebben geen grote negatieve invloed op de standzekerheid van de kade. Nabij de brug naar Rijswijk, aan de oostelijke zijde, staan een aantal gezonde maar hoge populieren (foto DSCN0634) in het talud c.q. kruin van de kade. Indien ontgronding door omwaaien van de bomen plaatsvindt, is de kans reëel dat hierdoor kadebreuk optreedt. Conform de “handleiding voor beplanting op en nabij boezemkaden (STOWA 2000-05) dienen in dit geval maatregelen getroffen te worden.
Echter, zoals hierboven aangegeven, ligt het achterland niet veel lager dan het (normaal) boezempeil, inundatie van de achterliggende polder zal derhalve waarschijnlijk beperkt blijven tot enkele decimeters (het dient de
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
aanbeveling dit nog in nader detail te bekijken of dit daadwerkelijk geld voor de gehele achterliggende polder) en versterkingsmaatregelen relatief snel en eenvoudig uitgevoerd kunnen worden. Gezien de grootte van de populieren rij vormen zij wel (lokaal) een landschapsbepalend beeld. Een kleine verbreding van de kruin, of een plaatselijk aan te brengen achterliggende kleirug, dusdanig dat bij ontworteling van de bomen voldoende waterkerend vermogen aanwezig blijft, zal hier wellicht de voorkeur genieten. Een dergelijke verbreding zal wel rekening moeten houden met een maximaal toelaatbare gronddruk aan de stam van de populieren. Langs het westelijke gedeelte van de kade staat een lange rij (gezonde) bomen in de binnenkruinlijn van de smalle kade (foto DSCN0635). Achter de kade bevindt zich een brede teensloot. Indien ontgronding van (een van) de bomen zal plaatsvinden, zal naar verwachting onvoldoende kerende hoogte overblijven. Afhankelijk van de response tijd (calamiteitenplan) bestaat dan een reële mogelijkheid tot het ontstaan van een bres waarbij in een relatief klein tijdsbestek een groot stroomgat kan ontstaat na ontgronding van een of meerdere bomen. De locatie van de bomen en hun grootte, in combinatie met de kadegeometrie leidt tot een hoog risico (risico = kans maal gevolg).
Zelfs als de kans van ontgronding wellicht niet zo groot is zal het gevolg van ontgronding groot zijn en daarmee het risico van de boom in relatie tot de kade hoog ingeschaald moeten worden. Indien aan de aanwezigheid van de bomen een grootte landschappelijke waarde wordt toegekend (en dat lijkt waarschijnlijk) kan worden gedacht aan maatregelen als verbreding van de kruin (is vermindering van het gevolg bij ontgronding, immers er bestaat dan nog voldoende restprofiel). Een andere mogelijkheid is het wegnemen van het risico van ontgronding door constructieve maatregelen ter plaatse van de bomen.
Noordeindse vaart Polder Berkel en Binnenboezemkade Rozendaallaan Rodenrijschevaart Langs de oostzijde van Noordeindse vaart bestaat de kade uit de Noordeindseweg, een brede tweebaan weg. Hier vormen de weinige aanwezige bomen geen risico voor het waterkerende vermogen van de kade. Langs de westzijde bestaat de kade uit een smalle (kruinbreedte < 2m) groene kade met een divers beplantingsbeeld. Op onregelmatige afstand bevinden zich woonhuizen in het binnentalud. De tuinen van deze panden liggen in de regel op eenzelfde hoogte als de kruin van de kade. Ontgronding van de verschillende bomen in deze tuinen zal niet leiden tot inundatie of aantasting van het waterkerende vermogen van de kade. Echter, langs de gehele kade zijn verscheidene bomen (voornamelijk treurwilgen) aanwezig welke net buiten deze tuinen, op de smalle kruin staan. De wortelsystemen zullen zich naar verwachting richting de boezem hebben ontwikkeld. Ook zijn de meeste van deze bomen gecultiveerd voor het uiterlijk en niet op zo gering mogelijke windvang. Dit heeft geresulteerd in grote, zeer pittoreske maar ook erg windgevoelige bomen op de kruin van de smalle groene kade. Foto’s DSCN0644, DSCN0645 en DSCN0646 zijn hier voorbeelden van. Wanneer deze bomen zullen ontgronden ontstaat een bres in de smalle kruin van de kade welke naar alle waarschijnlijkheid snel verder zal eroderen.
Conform de “Handreiking voor beplanting op en nabij boezemkaden” (STOWA 2000-05) moet worden geconcludeerd dat deze bomen een onaanvaardbaar risico vormen en maatregelen moeten worden getroffen. Maatregelen kunnen zijn een lokale verbreding van de kade, constructieve oplossingen of het verwijderen van de betreffende boom. Gezien eerdere beoordelingen in het kader van de STOWA studies die laten zien dat teenwilgen een hoog LNC-waarde hebben kan verwijdering geen optie blijken.
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
Kade Bree of lichtvoetwatering, Holierhoekse kade en Zouteveensepolder (kade Vlaardingse vaart) Langs dit deel van de Vlaardingse vaart zijn in de binnenteen op regelmatige afstand van elkaar bomen aanwezig. Het betreft hier een rij gezonde, relatief kleine essen (foto DSCN0636). De boezem heeft een aanzienlijk kerende hoogte. De kans op omwaaien van de essen is door hun geringe hoogte zeer klein en eventuele ontgronding zal van zeer beperkte omvang zijn. Hiermee is de invloed van de bomen op het waterkerende vermogen van de boezemkade niet van dusdanige aard dat aan maatregelen moet worden gedacht. Echter in de toekomst kunnen deze bomen wel uitgroeien en een potentieel risico kunnen gaan vormen voor de waterkering. Vanuit een toekomst perspectief zou wellicht gekozen kunnen worden deze bomen te verplaatsen tot achter de aanwezige teensloot. Hiermee zal het aangezicht van het landschap minimaal veranderen en kunnen de bomen in de toekomst geen risico vormen voor de boezemkade.
Boezemkade van de Commandeurspolder WEST Langs deze zijde van de kade langs de Middelwatering staan op het gehele binnentalud een variatie (in soort en aantal) van essen en wilgen. De worteldiepte is circa 60cm onder het “oude” maaiveld. De aanduiding “oude” voor maaiveld heeft betrekking op twee gedeelten, namelijk het eerste gedeelte vanaf de blauw gekleurde brug richting het zuiden (foto DSCN0629) en het tweede gedeelte circa halverwege. Hier waren scheuren ontstaan van dermate omvang en frequentie dat versterkingsmaatregelen noodzakelijk waren. “Oude maaiveld” duid de hoogteligging aan van voor de versterkingsmaatregelen. De essen staan zowel langs strekkingen in beheer van het Hoogheemraadschap als langs strekkingen in particulier bezit. Op de delen in beheer van het Hoogheemraadschap (daar waar de versterkingen hebben plaatsgevonden) betreft het losstaande bomen met een onderlinge afstand van circa 10 meter of meer. Allereerst moet worden geconstateerd dat de essen zich na de uiteindelijke profilering van de versterkte kade onder circa 80 cm (of meer) aangebrachte kleiafdekking zullen bevinden. Volgens de deskundige van de bomenstichting zullen de bomen naar alle waarschijnlijkheid deze belasting niet overleven en sterven aan verstikking. Indien dit gebeurd zullen de stronken na verloop van tijd afbreken op de stam aan het (nieuwe) maaiveld.
De achtergebleven wortels zullen degenereren en lokale hoog organische proppen in het kleidek achterlaten. Gezien de onderlinge afstand en nieuwe kadegeometrie (met steunberm) zal dit op de stabiliteit van de kade geen significant negatief effect hebben. Met het oog op een “homogene” bekleding van het binnentalud verdient het echter de voorkeur de bomen op te ruimen. Langs de strekkingen waar geen versterkingsmaatregelen zijn getroffen is een veel dichtere begroeiing van knotessen, elzen en wilgen op het binnentalud aanwezig (foto DSCN0630). Deze zijn tevens al lagere tijd niet geknot en zeer vatbaar voor een windbelasting. De (huidige) gezonde bomen zullen echter volgens de bomendeskundige in de meeste gevallen bij hoge windbelastingen breken op de stam in plaats van ontgronden. Indien ontgronding wel zal plaatsvinden, zal het resterende kadeprofiel over een te grote breedte onvoldoende zijn (dichtheid van begroeiing en domino effect in oogschouw genomen). Opgemerkt moet worden dat op deze kadestrekkingen met een hogere dichtheid van (niet geknotte) essen minder scheurvorming (en daarmee aantasting van het waterkerende vermogen) vertonen ten tijde van de droge periode dan gedeelten met een mindere hoge beplantingsdichtheid. Deels zal dit liggen in het “overschaduwen” van de kade en deels wellicht in een vochtregulerende werking van de wortelsystemen in
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
het kadelichaam. Bij verandering van de huidige begroeiing zal dit systeem worden verstoord met mogelijk ook negatieve gevolgen in aanhoudende natte perioden waar ook een deels mindere hechting van de wortelsystemen kan worden aangenomen. In de huidige situatie is direct knotten een voor de hand liggende maatregel. Voor de langere termijn is de keuze tussen: • • •
Verwijderen Uitdunnen en goed onderhoud Handhaven en opnemen in continu onderhoudsplan
Concluderend kan worden gezegd dat de huidige situatie met de dichte, windgevoelige begroeiing van essen niet wenselijk wordt geacht met betrekking tot het gevaar van ontgronding bij aanhoudende zeer natte perioden. Voor de huidige situatie is direct knotten (windvang) en uitdunning (vermindering domino effect bij ontgronding) een voor de hand liggende maatregel. Voor de lange termijn moet de keuze worden gemaakt tussen handhaven met opname in een continu onderhoudsplan of verwijderen. Het onderhoudsplan moet voorzien in een handhaving van een minimale windvang van de bomen en het verwijderen van zieke of afstervende exemplaren. Indien aan deze eisen wordt voldaan kunnen (de niet uitgedunde) essen op het binnentalud voor nog geruime tijd aanwezig blijven in de wetenschap dat de kans op ontgronding minimaal blijkt te zijn.
Boezemkade van de Commandeurspolder OOST Langs de oostelijke zijde van de boezemkade van de Commandeurspolder staat een variatie aan bomen en bebouwing. Hierbij zijn niet alleen essen aangetroffen (hoewel wel in meerderheid) maar is ook jonge aanplant van bv. eiken geconstateerd. In het geval van nieuwe aanplant (met name van boomsoorten anders dan es of wilg soorten) wordt geadviseerd deze per direct te verwijderen. Met betrekking tot de verschillende es en wilgen soorten kan hetzelfde gezegd worden als aan de Commandeurspolder WEST. Indien de bomen worden opgenomen in een continu onderhoudsplan en hiermee windvang wordt verminderd alsmede de zieke of afgestorven exemplaren worden verwijderd kan een deel van de begroeiing voor een aanzienlijke termijn worden gehandhaafd. Als in de toekomst de bomen echter zo groot zullen groeien dat een significante ontgrondingskuil moet worden aangenomen dat onvoldoende restprofiel aanwezig blijft zullen de bomen een ontoelaatbaar risico vormen en verwijderd moeten worden. Hierbij is echter wel in ogenschouw genomen dat de essen een kleine kans op ontgronding hebben daar zij eerder op de stam zullen breken, de bestaande begroeiing zal worden uitgedund tot een onderlinge afstand van circa 6 meter en de kade aan deze zijde wat meer volume en daarmee meer restprofiel zal hebben dan de Commandeurspolder WEST.
Kade langs de Noordvliet (Trekkade) Langs het oostelijke deel van de Noordvliet (vanaf de kruising met de Middelwatering) waar na de droogte periode (versterkings)werkzaamheden zijn uitgevoerd staan geen bomen die een negatieve invloed op de standzekerheid van de kade uitoefenen. De bomen staan op voldoende afstand van de kade.
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
DSCN0623: Pijnacker Noordkade. Begin kijkrichting naar het noorden. Populieren direct in de teen nabij scheurvorming in wegdek
DSCN0624: Pijnacker Noordkade. Begin kijkrichting naar het Noorden. Merk op de veranderende afstand van populieren t.o.v. de teen van de kade.
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
DSCN0642: Noordkant Pijnacker Noordkade; Overzichtsfoto bomen nabij scheuren. Kijkrichting naar het noorden
DSCN0643: Noordkant Pijnacker Noordkade; Overzichtsfoto bomen nabij scheuren. Kijkrichting naar het zuiden
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
DSCN0638: Bomen in tuinen langs verlengde van de Noordkade nabij Nootdorp
DSCN0639: Bomen in tuinen langs verlengde van de Noordkade nabij Nootdorp
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
DSCN 0634: Boezemkade ’t Haantje. Kijkrichting naar het oosten vanaf brug Sion.
DSCN0635: Boezemkade ’t Haantje. Kijkrichting naar het westen vanaf brug Sion.
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
DSCN0644: Noordeindse vaart: Voorbeeld hoge windgevoelige boom op zeer smalle groene kade.
DSCN0645: Noordeindse vaart: Voorbeeld hoge windgevoelige boom op zeer smalle groene kade, tegenover nummer 59.
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
DSCN0646: Noordeindse vaart: Voorbeeld hoge windgevoelige boom op zeer smalle groene kade, tegenover de kerk en Noordeindse hof.
DSCN0636: Vlaardingse vaart, Vanaf oude spoorbrug kijkrichting het zuiden.
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
DSCN0629: Boezemkade Commandeurspolder WEST vanaf blauwe brug richting het zuiden.
DSCN0630: Boezemkade Commandeurspolder WEST, onversterkte gedeelte meer veel dichtere begroeiing van bomen.
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3
DSCN0631: Boezemkade Commandeurspolder Oost richting het noorden. Dichte begroeiing van ongesnoeide bomen.
Rapportnummer
Datum
Bijlage
CO-411750-0003 v04
december 2003
3