CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Eindrapportage Bomen op verdroogde boezemkaden.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 19 mei 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Inspraakreactie Ontwerp Nota Waterveiligheid Hoogheemraadschap van Rijnland (VN2022-012402)15.562 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

EBR-sessie Bomen op verdroogde Boezemkaden Projectnummer

Versie

CO-411750-0003

04 Definitief

Datum

Delft Cluster partner

december 2003

Opgesteld in opdracht van

STOWA Postbus 8090 3503 RB Utrecht

Postbus 69 NL-2600 AB Delft Stieltjesweg 2 NL-2628 CK Delft

Telefoon Telefax info@geodelft.nl www.geodelft.nl

Postbank 234342 ING Bank NV rek.nr.65.09.62.524 KvK S41146461 Delft

Rapportnummer

Datum

CO-411750-0003 v04

december 2003

Samenvatting

Versie

Aantal pagina's

04 Definitief

52

Uit de analyse van de resultaten van de EBR-sessie is een aantal zaken naar voren gekomen: •

Bomen en/of beplanting op verdroogde boezemkaden hebben een negatieve invloed op het mechanisme piping, indien ze op een pipinggevoelige locatie staan.

•

De aanwezigheid van bomen en/of beplanting op verdroogde boezemkaden heeft geen nadelige invloed op de microstabiliteit van de kade.

•

Het is aannemelijk dat bomen op boezemkaden met verdrogingsverschijnselen (scheuren) een grotere kans op een windworp (met bijbehorende ontgrondingskuil) hebben dan in een situatie zonder verdrogingsverschijnselen.

•

Tijdens of na een droogteperiode worden verticale vervorming (zakking van de kruin) en het afschuiven van het binnentalud door de deelnemers als meest voorkomende mechanismen bij boezemkaden aangeduid.

•

In het geval van verticale vervorming is vaak besloten om niet te kappen, waarschijnlijk als gevolg van een vergelijking van de hoogte van de onderhoudskosten en de LNC-waarde van de boom.

Titel / subtitel

EBR-sessie Bomen op verdroogde Boezemkaden /

Projectleider

ir. L.N. Booster

Het rooien/kappen van bomen/beplanting is niet noodzakelijk de enige manier om bedreiging van de waterkerende functionaliteit weg te nemen. Verschillende andere oplossingen zijn denkbaar, waaronder strak beheer (snoeien, periodieke controles) of constructieve oplossingen. Belangrijk in de afweging zijn de hiermee gemoeide kosten (en het draagvlak binnen de gemeenschap om die te accepteren).

Projectbegeleider

ir. T.P. Stoutjesdijk

Overige leden projectteam Ten slotte wordt erop gewezen dat er in deze situatie altijd een keuze gemaakt zal moeten worden tussen veiligheid enerzijds en de LNCwaarde van de boom anderzijds. Verschillende verantwoordelijken/of betrokkenheden leiden tot verschillende percepties. Wanneer veiligheid als randvoorwaarde wordt opgelegd, dan zal dat leiden tot geen risico nemen en zal er op het gebied van LNC-waarden moeten worden ingeleverd.

ir. E.O.F. Calle

Opgesteld in opdracht van

STOWA Postbus 8090 3503 RB Utrecht

Versie

Datum

Opgesteld door

Paraaf

Gecontroleerd door

03

november 2003

L.N. Booster / E.O.F. Calle

T.P. Stoutjesdijk

04

december 2003

L.N. Booster / E.O.F. Calle

T.P. Stoutjesdijk

Rapportnummer

Datum

CO-411750-0003 v04

december 2003

Paraaf

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

1

1.1

Achtergrond

1

1.2

Doelstelling

1

1.3 Opbouw Resultaten van de EBR-Sessie 2.1

Vragen tijdens de EBR-sessie

3

2.2

Praktijkvoorbeelden 2.2.1 Besloten tot noodkap 2.2.2 Twijfelgevallen 2.2.3 Besloten niet te kappen

3 3 4 5

2.3

Uniforme aanpak

5

2.4

Communicatieaspecten

6

2.5

Discussiepunten 2.5.1 Hoe kunnen we met het huidige gebrek aan kennis op korte termijn toch pragmatisch omgaan? 2.5.2 Wat gaan we doen om onderzoek op te starten? 2.5.3 Wat is bijdrage van het gewicht van bomen aan de (versnelde) zetting van de boezemkade? 2.5.4 Wat is invloed van waterverbruik (onttrekking diep of ondiep) van bomen op sterkte van de boezemkade? 2.5.5 Hoe krijgen we fabels over oxydatie de wereld uit? 2.5.6 Waaruit bestaan specifieke verschillen tussen bomen en struiken?

7

2.6

3

4

5

1 3

Nagekomen opmerkingen 2.6.1 Hypothesen (op grond van ecologische kennis) dat bomen op boezemkaden kunnen bijdragen aan de sterkte: 2.6.2 VTA is een geschikte en gewaardeerde structuur van beoordeling.

7 7 7

7 7 8 8

8 8

Analyse van de EBR-sessie

9

3.1

Mechanismen 3.1.1 Piping 3.1.2 Microstabiliteit 3.1.3 Verticale vervorming 3.1.4 Macrostabiliteit

9 9 9 10 10

3.2

Benoemen praktijkvoorbeelden

11

3.3

Inspectiemethoden en/of maatregelen 3.3.1 Piping 3.3.2 Verticale vervorming 3.3.3 Macrostabiliteit

12 12 12 13

Conclusies en aanbevelingen

15

4.1

Conclusies

15

4.2 Aanbevelingen Literatuur

16 17

Rapportnummer

Datum

CO-411750-0003 v04

december 2003

Bijlage(n) Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Deelnemers EBR-sessie Onbewerkt verslag EBR-sessie (7 oktober 2003) Case: Hoogheemraadschap Delfland

Rapportnummer

Datum

CO-411750-0003 v04

december 2003

1

Inleiding

1.1

Achtergrond

Naar aanleiding van de commotie die was ontstaan omtrent het al dan niet uit nood kappen van bomen op en nabij boezemkades, is GeoDelft door STOWA gevraagd op korte termijn na te gaan of er aanleiding is om de bestaande afwegingsmethodiek volgens de STOWA-handreiking aan te vullen en/of te wijzigen in verband met droogteverschijnselen. Een belangrijk deel van de methodiek zou moeten volgen uit een brainstormsessie met een aantal deskundigen op het gebied van bomen en/of boezemkaden. In bijlage 1 staat een overzicht van de deelnemers aan de zogenaamde Electronic Board Room-sessie (in het vervolg EBR-sessie genoemd). Bij het samenstellen van de deskundigengroep is gekozen voor personen met zeer uiteenlopende belangen. Op deze manier is getracht te komen tot breed ondersteunde afwegingscriteria.

1.2

Doelstelling

Het doel van de EBR-sessie was het nagaan of een droogteperiode aanleiding geeft tot extra risico’s (op bijvoorbeeld kadebreuk) door bomen, zowel in de nog relatief droge periode tussen nu en een toekomstige eerste (zeer) natte periode, als gedurende en na een dergelijke natte periode. Uitgangspunt is de door STOWA uitgegeven handreiking voor de beoordeling van bomen en het effect ervan op boezemkaden. De vraag is of de hierin genoemde aspecten en criteria voor de beoordeling nadere bijstelling of aanvulling behoeven in verband met de afgelopen droogteperiode.

1.3

Opbouw

De opbouw van dit rapport is als volgt. In hoofdstuk 2 zijn de resultaten (die in een onbewerkte vorm in bijlage 2 zijn opgenomen) samengevat. Vervolgens worden deze resultaten in hoofdstuk 3 nader geanalyseerd. Hierin wordt er gekeken naar welke mechanismen een belangrijke rol spelen en welke inspectiemethoden en/of maatregelen er mogelijk zijn. Ten slotte wordt in hoofdstuk 4 een aantal conclusies en aanbevelingen gegeven.

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

1 van 17

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

2 van 17

2

Resultaten van de EBR-Sessie

2.1

Vragen tijdens de EBR-sessie

Tijdens de EBR-sessie zijn drie hoofdvragen gesteld: •

Geef concrete voorbeelden van opgetreden situaties gedurende de afgelopen droogteperiode, waarbij besloten is tot kappen/rooien van bomen/beplanting, of waarbij juist besloten is om (nog) niet te kappen, of geef voorbeelden van twijfelgevallen waarbij (nog) niets is besloten.

•

Is er behoefte aan een uniforme lijn bij waterschappen ten aanzien van aanvulling of bijstelling van inspecties en beoordelingen specifiek in verband met de droogteperiode? Of biedt de STOWA-handreiking zoals die nu is al voldoende handvatten voor inspectie en beoordeling tijdens en na de droogteperiode? Indien het antwoord op de eerste vraag ja is en dus op de tweede nee, wat zijn dan de suggesties voor aanpassing van de richtlijnen voor kade-inspectie en voor beoordeling van kaden? Zoom hierbij zo specifiek mogelijk in op droogte-effecten, maar ook andere suggesties zijn welkom.

•

Zijn er specifieke aspecten waarop gelet moet worden bij communicatie richting de bevolking over een besluit om bomen te rooien/kappen?

Naast deze vragen konden deelnemers concrete zaken aan de orde stellen, die naar hun mening onvoldoende of niet eerder in de sessie waren besproken.

2.2

Praktijkvoorbeelden

2.2.1

Besloten tot noodkap

Selectie van aangedragen concrete voorbeelden waar tot rooien/kappen besloten is (citaten of parafraseringen): • • • •

Veenkaden (niet nader benoemd), 1999: Sterke kadeverzakkingen van de kruin alleen ter plaatse van bosschages. Vijftal populieren Rottekade, 2003: Bomen hoog in het binnentalud. Veenkade (niet nader benoemd) met marginale stabiliteit: Verwijdering van clandestien aangebrachte aanplant in onderberm. Nieuw Terbregge, 2003: Scheurvorming en verzakking ter plaatse van bomen en beplanting nam dagelijks toe. Besloten tot stabiliteitsmaatregel bij de teen van het binnentalud (verwijderen bosschage). Bomen stonden hoog in het binnentalud en er was vrees voor extra gevoeligheid voor windworp. Daarom zijn de bomen verwijderd.

Bij het doorlopen van de beschrijvingen op volledigheid ontstond volop discussie, hoewel dit bij EBR-sessies eigenlijk niet de bedoeling is. De discussie was niettemin zeer nuttig, omdat gezien de heterogeniteit van het gezelschap, zaken daarmee enigszins scherp gesteld werden,

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

3 van 17

wat de duidelijkheid ten goede kwam. Opvallende zaken die naar voren kwamen, worden hier als stellingen geponeerd: A. Over het positieve, negatieve of indifferente effect van bomen/beplanting op de sterkte van boezemkaden (of dijken) is weinig bekend. Onderzoek is hoogstnoodzakelijk. (Door DWW (Snijders) is inmiddels actie genomen om een reeds in april 2002 ingediend onderzoeksplan te actualiseren en in gang te zetten.) B. Uit de discussies bleek dat het erg moeilijk is om onbetwistbare beredeneerde relaties te leggen tussen droogte-effecten en toename van kadebreukrisico’s door bomen/beplanting. Die relaties zijn er gevoelsmatig vaak wel bij deelnemers uit de waterkeringsector (met veelal een civieltechnische achtergrond), maar even zo vaak niet bij deelnemers met een ecologische achtergrond. Er is sprake van aanzienlijke onzekerheid en de vraag is dan ook hoe je daar mee om moet gaan. Verschillende verantwoordelijk- en/of betrokkenheden leiden tot verschillende percepties. Bij de deelnemers uit de waterkeringssector staat veiligheid primair (niet alleen tegen overstromen, maar bijvoorbeeld ook omgevingsveiligheid). Dus onzekerheid wordt, enigszins gechargeerd gezegd, vertaald in geen risico nemen. LNC-waarden moeten wel zo goed mogelijk in de afweging worden meegenomen, maar niet ten koste van veiligheid.

Bij de deelnemers met een ecologische achtergrond is, ook gechargeerd, veiligheid één van de afwegingscriteria naast LNC-waarden. Onzekerheid wordt daarbij eerder vertaald in pas rooien/kappen als aannemelijk is dat bomen/beplanting negatieve invloed op de veiligheid hebben. Natuurlijk zijn dit uitersten, beide groepen laten zich doorgaans veel genuanceerder uit, zoals ook uit de paragrafen 2.2 en 2.3 zal blijken, maar de verschillende vertrekpunten zijn goed herkenbaar. C. Het rooien/kappen van bomen/beplanting is niet noodzakelijk de enige manier om bedreiging van de waterkerende functionaliteit weg te nemen. Verschillende andere oplossingen zijn denkbaar, waaronder strak beheer (snoeien, periodieke controles) of constructieve oplossingen. Belangrijk in de afweging zijn de hiermee gemoeide kosten (en het draagvlak binnen de gemeenschap om die te accepteren). D. De bestaande handreiking van STOWA heeft een breed draagvlak en vormt een goed houvast voor de beoordeling van bomen en beplanting op boezemkaden. Wel zijn inmiddels nieuwe (buitenlandse) onderzoeken beschikbaar waardoor op detailpunten de STOWA-handreiking zou kunnen worden aangepast (o.a. windworpgevoeligheid, de grootte van de ontgrondingskuil na windworp en beheersmogelijkheden om kans op windworp te beperken). E. Communicatie over noodkap moet uiterst helder zijn.

Genoemd werd bijvoorbeeld dat een aangekondigd plan om te kappen de indruk wekte dat het om bomen ging die een bedreiging vormden voor een kade, terwijl het feitelijk ging om mogelijke verkeersonveiligheid.

2.2.2

Twijfelgevallen

Een selectie van aangedragen voorbeelden van situaties waarbij (nog) niets besloten is (citaten of parafraseringen):

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

4 van 17

•

• •

•

Rij jonge kastanjes nabij Linnaeuskade in Amsterdam. Door de droogte is veel scheurvorming ontstaan in de grond rondom en in het asfalt. Onderbouwing van het concrete gevaar wordt nog onvoldoende geacht. Geen noodkap, wel kapvergunning aangevraagd. Treurwilg in kruin van kade: Monumentale boom. Een duidelijk veiligheidsrisico maar de beslissing is overgelaten aan het bestuur. Inventarisatie bomen Delfland. Normaal wordt de STOWA-handreiking gevolgd. Nu in de droogte-periode wordt de vraag of niet kappen verantwoord is, voorgelegd aan waterkeringsspecialisten. Beemsterdijk, populier hoog in buitentalud. Kleidijk, dijk en weg sterk gedeformeerd. Wel voldoende hoog en stabiel. Grote LNC-waarde. Boom wordt niet verwijderd, maar vormt wel een onderhoudsprobleem.

2.2.3

Besloten niet te kappen

Een selectie van aangedragen voorbeelden van situaties waarbij besloten is om te kappen (citaten of parafraseringen): •

• • •

Populieren langs Amsterdam-Rijnkanaal. Verzakking fors toegenomen tijdens droogte, weg op kade is niet meer veilig bruikbaar. Geen veiligheidsprobleem, waterkerende functie wordt verzorgd door zware damwand. Wel onderhoudsprobleem. Bomen op binnenberm, Schieland. Het maaiveld is gezakt, maar er zijn geen aanwijzingen dat de stabiliteit in het geding is. Ringdijk Watergraafsmeer, 23 tamme kastanjes. Er lijkt geen acuut gevaar, maar er is wel een kapvergunning aangevraagd. Bomen op boezemkade te Heerhugowaard. Sterke scheurvorming, door overdimensionering worden geen problemen ten aanzien van de waterkerende functie verwacht.

De cases bij twijfelachtig en besloten niet te kappen laten een omzichtige benadering zien. Soms is het kennelijk aannemelijk dat door overdimensionering van de kade onzekerheid over effecten van bomen op de sterkte minder relevant is. Daarnaast wint bij een aantal ook de LNCwaarde het van een (vermeend of onzeker) veiligheidsrisico. Een tendens die wijst in de richting dat veiligheid naast LNC-waarde een afwegingsfactor is en kennelijk niet altijd een randvoorwaarde.

2.3

Uniforme aanpak

De behoefte aan uniformiteit van additionele beoordelingscriteria in verband met de droogteperioden, aanvullend op de STOWA-handreiking, wordt door waterschappen breed onderschreven. Naast inspectie-aspecten ook: concrete maatregelen om, zonder rooien/kappen, bedreigingen voor de kade te reduceren of beter nog te elimineren. Bijvoorbeeld, door regelmatig snoeien kan de kans op een windworp aanzienlijk kleiner worden gemaakt. Een aantal concrete suggesties die zijn gegeven: •

Uniformiteit beperken tot technische beoordelingsmethodiek, niet de afweging, want die wordt in de STOWA-handreiking voldoende belicht

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

5 van 17

•

•

Beperken tot waterkeringtechnische beoordeling en tot de vraag of ingrijpen noodzakelijk is. Rooien/kappen of een alternatieve maatregel is een uitvloeisel van de afweging van wat, gezien de geconstateerde noodzaak, geëigende oplossingen zijn en wat financieel acceptabel is. EIke situatie afzonderlijk beoordelen. Niet alleen kijken naar kansen op schade aan de kade (rekening houdend met onzekerheden), maar ook naar gevolgen ervan in termen van leidt dit tot kadebreuk? en mogelijk zelfs naar de gevolgen van kadebreuk (risico-afweging).

Een selectie uit concrete suggesties ten aanzien van inspectie: • •

• • •

Pas de beoordelingsmethodiek voor primaire waterkeringen aan specifiek voor boezemkaden (van veen). Er is een systematiek voor boombeoordeling in de boomverzorging, VTA (Visual Tree Assessment). (Hierbij werd opgemerkt dat VTA-criteria nog gefilterd moeten worden op zin en onzin.) Betrek boomexperts bij beoordeling van bomen, of zorg dat kade-inspecteurs een gedegen opleiding krijgen. Kade-inspecteurs dienen bovendien onafhankelijk te zijn. Let op bewezen-sterkte en kijk naar de overlevingsgeschiedenis van de boom. Vochtonttrekking door bomen: er zijn monitortechnieken waarmee het effect ervan gemakkelijk ter plaatse is na te gaan.

Conclusie: goed beschouwd zijn eigenlijk geen concrete aanwijzingen ten aanzien van waar op te letten in verband met droogteperiode gegeven. Wel is een aantal nuttige tips en aanwijzingen naar voren gekomen voor aanvulling van de STOWA-handreiking.

2.4

Communicatieaspecten

Ingebrachte concrete suggesties en bedenkingen spreken elkaar deels of helemaal tegen. Eén van de hartenkreten is dat de veiligheid tegen overstroming niet erg leeft bij bewoners, uiteraard zolang er geen overstroming plaats heeft gevonden. Maar ook dat wordt snel vergeten. Ook werd gesteld dat waterschappen soms arrogant en betweterig overkomen, maar eveneens dat burgers zich weinig lijken aan te trekken van regels, als ze daar al van op de hoogte zijn. Er wordt gepleit voor open kaart spelen: zeggen dat een afweging van risico’s is gemaakt en hoe daarbij met onzekerheden is omgesprongen. Anderen betogen juist dat het niet weten slecht communiceerbaar is, zeker als daaraan een moeilijk te verkopen conclusie aan wordt verbonden. Een concrete suggestie is de volgende (combinatie van verschillende suggesties): Geef in specifieke situaties aan dat een afweging van veiligheidsrisico’s en andere in het geding zijnde waarden heeft plaatsgevonden, hoe daarbij met kennisleemten/onzekerheden is omgegaan, wat in geval van veiligheidsrisico’s de mogelijke oplossingen waren en waarom uiteindelijk is gekozen voor, bijvoorbeeld, het verwijderen van bomen en struiken. Keuzes uit kostenoverwegingen spreken niet erg aan wanneer daarbij niet verteld wordt dat die uiteindelijk via de waterschapslasten voor rekening van de burger komen.

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

6 van 17

2.5

Discussiepunten

Tijdens de discussie die was ontstaan naar aanleiding van het bespreken van de praktijkvoorbeelden zijn verschillende punten naar voren gekomen die nadere toelichting verdienden. Hieronder volgen de ingebrachte discussiepunten en een greep uit de hierbij ingebrachte reacties (citaten of parafraseringen):

2.5.1

Hoe kunnen we met het huidige gebrek aan kennis op korte termijn toch pragmatisch omgaan?

• •

Verzamelen wat er wel is en wat niet en de consequenties voor besluitvorming ervan in beeld brengen. Onderzoek doen; melden dat hoofdreden onderzoek is nagaan welke invloed bomen op de sterkte van de kaden hebben en wegnemen van ongefundeerde angst. Bekijk als eerste uitzonderingssituaties die risico op kunnen leveren.

2.5.2 • • • •

Wat gaan we doen om onderzoek op te starten?

Wie gaat dat betalen? De politiek duidelijk maken dat het aan elementaire kennis ontbreekt en dat er dus geld moet komen voor onderzoek? Afstemming/koppeling met TAW-onderzoek naar toetsmethode voor niet waterkerende objecten en middellange termijnonderzoek veenkades. Bestaand onderzoeksplan opnieuw oppakken.

2.5.3

Wat is bijdrage van het gewicht van bomen aan de (versnelde) zetting van de boezemkade?

Het lijkt erop dat er consensus is dat het gewicht van een boom slechts weinig bijdrage heeft aan zetting, hoewel deze vraag op zich niet serieus is onderzocht. 2.5.4

Wat is invloed van waterverbruik (onttrekking diep of ondiep) van bomen op sterkte van de boezemkade?

Er lijkt weinig consensus over de vraag of vochtonttrekking door bomen leidt tot ernstige bijdrage aan verdroging van een (veen)kade. Wel wordt aangedragen dat er inmiddels een aantal gedocumenteerde praktijkcases zijn die bruikbaar zijn om een uitspraak te doen over de mate van vochtonttrekking door bomen en de mate van verdroging die daardoor teweeg wordt gebracht. Opgemerkt wordt dat in het onderzoek naar de afschuiving bij Wilnis onderzocht wordt in hoeverre verdroging bijdraagt aan instabiliteit.

2.5.5

Hoe krijgen we fabels over oxydatie de wereld uit?

Er is voldoende onderzoek op dit gebied, kwestie van communiceren. Zakkingen tijdens de afgelopen droogteperiode worden vaak geweten aan versnelde oxydatie van veen. Dit beeld

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

7 van 17

past niet in de kennis over het oxidatieproces. Zettingen zijn voornamelijk het gevolg van kruip door verdroging. 2.5.6 • • • •

Waaruit bestaan specifieke verschillen tussen bomen en struiken?

Bij struiken weinig kans op windworp. Struiken onttrekken minder vocht. Verwijderen van struiken levert minder problemen op dan bomen. Struiken vaak lastig in verband met beheer en inspectie.

2.6

Nagekomen opmerkingen

Naar aanleiding van eerdere conceptrapportages is vanuit de deelnemersgroep een aantal reacties binnengekomen. 2.6.1

Hypothesen (op grond van ecologische kennis) dat bomen op boezemkaden kunnen bijdragen aan de sterkte:

• Hypothese 1: Het wortelstelsel vergroot de sterkte. Wortels verliezen hun trekkracht niet tijdens een droge periode. Als bomen op de kruin of hoog op het talud staan kunnen de wortels diep reiken en zo een rem vormen op horizontale afschuiving. • Hypothese 2: Boomwortels bevorderen sterk de bodemvormingsprocessen, waarbij puur veen verandert in humeuze vochtvasthoudende bodem met een intensief netwerk van o.a. bodemschimmels die capillaire opstijging van vocht uit diepere lagen bevordert. Het uitdrogen tot rul veen wordt hierdoor effectief verhinderd. Het bindende effect van de wortels en de vorming van humeuze vochtvasthoudende bodem zijn positieve effecten die het negatieve effect door verdamping aanzienlijk kunnen overtreffen. Dit betekent dat de keuze niet alleen gaat tussen veiligheid en LNC-waarde, maar ook tussen behoud of verlies van veiligheid. Op boezemkaden is hiernaar echter nog geen concreet veldonderzoek gedaan. De aannemelijke bijdrage aan de veiligheid maakt zulk onderzoek extra urgent. 2.6.2

VTA is een geschikte en gewaardeerde structuur van beoordeling.

VTA geeft je structuur. Je beoordeelt de boom en zijn omgeving (en je kijkt ook naar scheuren in de grond). Als aan de boom of zijn omgeving bijzonderheden gevonden worden die zorg vragen, dan moet met geëigende technieken uitgebreider onderzoek gaan worden. Het voert te ver om hier op dit moment in detail op in te gaan. Er zijn meerdere publicaties en boeken over deze materie geschreven en het verdient aanbeveling dit op een rij te zetten. Ditzelfde geldt ook voor de state-of-the-art van boom- en groeiplaatscontrole.

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

8 van 17

3

Analyse van de EBR-sessie

3.1

Mechanismen

In dit hoofdstuk worden de resultaten van de EBR-sessie nader geanalyseerd. Hieronder wordt een aantal mechanismen beschreven, waarvan de beheerders van boezemkaden (terecht of onterecht) denken dat ze zouden kunnen optreden in situaties waar bomen op of nabij boezemkaden staan en er sprake is (geweest) van een droogteperiode. 3.1.1

Piping

Piping is het mechanisme waarbij de stabiliteit van een grondconstructie bedreigd wordt doordat er bij een groot verval over de grondconstructie gronddeeltjes in een watervoerende zandlaag door het kwelwater worden meegevoerd. Naast de grootte van het verval en de dikte en doorlatendheid van het watervoerende zandpakket, speelt ook de dikte van de binnendijkse afdekkende laag een belangrijke rol. Indien deze laag voldoende zwaar is, zal er geen opbarstgevaar zijn en zal er ook geen piping optreden. De meest gevaarlijke situatie is een natte periode na een langdurige droogteperiode. Bomen en/of beplanting kunnen op meerdere manieren invloed uitoefenen op het mechanisme piping: •

Bomen (in de binnenteen van de kade) zorgen voor een groter verval over een kade, dan in een situatie zonder bomen, ervan uitgaande dat bomen inderdaad een extra verdroging (verlaging van de binnendijkse grondwaterspiegel) met zich mee brengen.

•

Scheuren hebben een negatieve invloed op de sterkte van de afdekkende laag binnendijks en daardoor wordt het gevaar voor opbarsten (en daarmee ook voor piping) groter, ervan uitgaande dat de scheuren tijdens een droogteperiode zijn ontstaan door de aanwezigheid van bomen.

•

Naast de invloed van de scheuren op de dikte van de afdekkende laag zou ook een eventuele ontgronding van een boom (windworp) kunnen resulteren in een te lage veiligheid tegen opbarsten van de afdekkende laag binnendijks.

Uit de EBR-sessie is gebleken dat beheerders denken dat bomen en/of beplanting kunnen bijdragen aan de kans op of de toename van pipingverschijnselen. Ook bomendeskundigen zijn van mening dat bomen een ongunstige invloed op het mechanisme piping kunnen hebben. (Dit geldt alleen voor bomen op binnendijks maaiveld). 3.1.2

Microstabiliteit

Onder verlies van microstabiliteit wordt verstaan het uitspoelen van grond uit de waterkering ten gevolge van kwel uit het binnentalud. Naast een erosieprobleem is er ook nog een microstabiliteitsprobleem voor de toplaag van het binnentalud. Door de hoge buitenwaterstand stijgt de freatische lijn in de waterkering. Als het binnentalud beschermd wordt door middel van een ondoorlatende kleilaag kan deze door een groot potentiaalverschil over de toplaag worden afgedrukt van de waterkering.

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

9 van 17

In dit onderzoek wordt gekeken naar de invloed van bomen en/of beplanting op verdrogingsverschijnselen van klei- of veenkaden en er is dus geen sprake van een verhoogd freatisch vlak in de kade en een zandige kern van de kade. Het mechanisme microstabiliteit wordt daarom verder buiten beschouwing gelaten. Opgemerkt wordt nog dat er in de EBRsessie ook geen verwijzingen naar dit mechanisme zijn gegeven. 3.1.3

Verticale vervorming

Verticale vervorming (of zetting) is het gevolg van zetting van de ondergrond en klink van eventueel ophoogmateriaal. In deze situatie gaat het om het inklinken van het dijkmateriaal als gevolg van verdroging. Het inklinken van het dijkmateriaal zorgt onder andere voor een zakking van de kruin. Vooral veenkaden kunnen door verdroging relatief grote zakkingen vertonen. Bomen op en nabij boezemkaden hebben een grote invloed op het geo-hydrologische regime (freatisch vlak en waterspanningen) in een kade. Het is aannemelijk dat tijdens een droogteperiode bomen door hun vochtonttrekking zorgen voor een extra verdroging van een kade. Deze extra vochtonttrekking kan leiden tot een extra zakking van de kruin. Hierdoor moet er extra onderhoud aan de kade worden gepleegd. Tijdens de EBR-sessie is een aantal maal gerefereerd aan dit mechanisme en het is opvalland dat in de meeste gevallen besloten is om niet te kappen. 3.1.4

Macrostabiliteit

Met macro(in)stabiliteit wordt het langs rechte of gebogen glijvlakken afschuiven van grote delen van een grondlichaam bedoeld. Er worden twee vormen onderscheiden: Horizontaal verschuiven Verdroging zorgt ervoor dat het gewicht van een grondlichaam en daarmee de weerstand tegen horizontaal verschuiven minder wordt. Aangenomen dat bomen bijdragen aan verdroging door vochtonttrekking, wordt de kans op horizontaal verschuiven (zoals bij Wilnis is gebeurd) groter. Tijdens de EBR-sessie werden slechts een paar voorbeelden van dit mechanisme genoemd. Bovendien werd er op gewezen dat de horizontale verschuiving bij Wilnis een kade betrof zonder bomen en/of beplanting. Afschuiven binnentalud. Dit mechanisme wordt in dit verband bekeken in combinatie met de kans op een windworp (ontgronding van een boom). Het omwaaien van de boom zelf hoeft niet bezwaarlijk te zijn, behalve dan dat het een verkeersveiligheidsprobleem kan opleveren. Het gaat om de ontgrondingskuil en het restprofiel van de kade dat na een windworp over blijft. Hoe kleiner het restprofiel, des te groter de kans op verdere erosie van de kade en dus de kans op een kadebreuk. Als er door de verdroging scheuren rondom de locatie van een boom zijn ontstaan, kan niet worden uitgesloten dat de boom aan standvastheid verliest en daardoor de kans op een windworp groter wordt.

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

10 van 17

Omdat nog te weinig bekend is over de concrete kans op een windworp, wordt in de huidige STOWA-handreiking een toetsing voorgeschreven aan de hand van de gevolgen van een windworp, gegeven een windworp met bijbehorende ontgrondingskuil.

3.2

Benoemen praktijkvoorbeelden

In de EBR-sessie is gevraagd naar drie verschillende praktijkvoorbeelden: • • •

Situaties waarin werd besloten bomen wel te kappen Situaties waarin (nog) geen besluit genomen kon worden (twijfelgevallen) Situaties waarin werd besloten bomen niet te kappen

In onderstaande tabellen is een overzicht gemaakt van deze situaties, gerangschikt naar mechanisme. Sommige situaties konden niet worden ingedeeld en voor een aantal situaties zijn meerdere mechanismen van toepassing. De getallen in tabel 1 verwijzen naar de getallen in bijlage 2. De getallen in tabel 2 geven de aantallen genoemde praktijkvoorbeelden per mechanisme en situatie. MECHANISME Piping Microstabiliteit Vervorming (zetting) Horizontaal verschuiven Afschuiven binnentalud

BESLOTEN WEL KAPPEN 7 n.v.t 1, 3 en 2 8 2, 3, 4, 7 en 8

TWIJFELGEVALLEN n.v.t. 7 1 en 5

BESLOTEN NIET KAPPEN n.v.t. 1, 3 en 4 4 3 en 4

Tabel 1: Overzicht praktijkvoorbeelden per mechanisme en situatie

MECHANISME Piping Microstabiliteit Vervorming (zetting) Horizontaal verschuiven Afschuiven binnentalud

BESLOTEN WEL KAPPEN 1 n.v.t. 2 1 5

TWIJFELGEVALLEN n.v.t. 1 2

BESLOTEN NIET KAPPEN n.v.t 3 1 2

Tabel 2: Overzicht aantallen praktijkvoorbeelden per mechanisme en situatie

Uit bovenstaande tabellen kan worden geconcludeerd dat van de verschillende mechanismen verticale vervorming en het afschuiven van het binnentalud door de deelnemers het meest worden geassocieerd met observaties in het veld tijdens of na een droogteperiode. Opvallend is dat in het geval van verticale vervorming er veelal is besloten om niet te kappen. Waarschijnlijk speelt hier de hoogte van de onderhoudskosten (in vergelijk met de LNC-waarde van de boom) een belangrijke rol.

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

11 van 17

3.3

Inspectiemethoden en/of maatregelen

Tijdens de EBR-sessie zijn geen concrete voorstellen gedaan voor het aanvullen van de huidige inspectiemethoden met betrekking tot bomen en/of beplanting op (verdroogde) boezemkaden. Er is daarom gekozen voor een herhaling van de resultaten van een eerdere EBR-sessie, die er op gericht was uniforme inspectiemethoden op te stellen voor verdroogde boezemkaden in het algemeen. Wanneer inspectieresultaten wijzen op verhoogde kansen op een of ander mechanisme, dan moeten we ons afvragen of aanwezigheid van bomen hierbij een mogelijk negatief (of wellicht positief) effect kan hebben. Van geval tot geval zal dit beoordeeld moeten worden. Bij aanwijzingen op verhoogde kans op een kadebreukmechanisme is kadeveiligheid in het geding en moet een duidelijke keuze worden gemaakt. Onzekerheid over het versterkende of mogelijk mitigerende effect van bomen moet dan benaderd worden vanuit een risico-analytische optiek. Wanneer het verwijderen van een boom leidt tot een rationeel beredeneerbare (meer) beheersbare situatie, dan heeft dit de voorkeur boven het afwachten en speculeren op een onzekere positieve bijdrage. 3.3.1

Piping

Een eerste controle die uitgevoerd kan worden is een archiefonderzoek naar het wel/niet aanwezig zijn van zandlagen dicht onder het maaiveld. Zijn die er niet, dan kan piping worden uitgesloten en hoeven er m.b.t. dit mechanisme geen maatregelen getroffen te worden. Tijdens een visuele inspectie moet gelet worden op de volgende zaken: • • • •

Locatie van de boom (pipinggevoelige zone?) Groot verval over de kering (hoge boezemwaterstand t.o.v. maaiveld). Wel/kwel bij de binnenteen. Verende bodem bij binnenteen en/of achterland.

Wanneer inspectieresultaten duidelijke aanwijzingen geven van het optreden van het mechanisme piping, dan wordt aanbevolen eventueel aanwezige bomen en/of beplanting te verwijderen. 3.3.2

Verticale vervorming

Dit mechanisme kan redelijk eenvoudig geconstateerd worden, door tijdens een inspectie te letten op de volgende zaken: • •

Kruinverlaging of zakking (visueel / kruinhoogtemeting). Dwarsscheuren nabij de kruin in het binnentalud.

De keuze voor het wel of niet verwijderen van bomen en/of beplanting wordt in deze situatie voornamelijk bepaald door de verhouding tussen de kosten van het extra onderhoud en de LNC-waarde van de bomen.

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

12 van 17

3.3.3

Macrostabiliteit

Dit mechanisme is lastig te herkennen, doordat het zich in de dijk of kade ontwikkelt. In de eerdere EBR-sessie zijn voor verdroogde boezemkaden in het algemeen de volgende aanwijzingen genoemd: Horizontaal verschuiven • Lange diepe dwarsscheuren in de kruin of het binnentalud. • Verende bodem in het binnentalud, de teen of het achterland. • Kwel bij de teen of natte plekken op het binnentalud. • Verdroging van het binnentalud. • Groot verval over de kering (hoge boezemwaterstand t.o.v. maaiveld). Opgemerkt wordt dat op de locatie van de horizontale verschuiving bij Wilnis geen bomen op de kade stonden. Het is derhalve duidelijk dat bomen in ieder geval hier niet een negatieve bijdrage aan dit mechanisme hebben geleverd. Afschuiven binnentalud • Lange diepe dwarsscheuren in de kruin of het binnentalud. • Langsscheuren in de kruin of bovenin het binnentalud, zonder een niveauverschil. • Diepe langsscheuren in de kruin of bovenin het binnentalud, grote lengte en met een niveauverschil. • Verende bodem bij de teen of in het achterland. • Kwel bij de teen of natte plekken op het binnentalud. • Opbolling van het binnentalud of het achterland. • Kantelen van de kruin.

De invloed van bomen en/of beplanting op de macrostabiliteit van een boezemkade wordt bepaald door de locatie van de boom en de kans op ontgronding, welke weer een functie is van de gezondheid van de boom en haar beworteling (voornamelijk diepte en omtrek). Wanneer inspectieresultaten duidelijke aanwijzingen geven van het (beginnend) optreden van het mechanisme afschuiven van het binnentalud en men bovendien vanuit veiligheidsoverwegingen besluit een (steun)berm aan te leggen, dan wordt aanbevolen eventueel aanwezige bomen en/of beplanting te verwijderen. Op deze wijze wordt, ondanks de onzekerheid over de negatieve of positieve bijdrage van bomen, een meer beheersbare situatie gecreëerd.

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

13 van 17

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

14 van 17

4

Conclusies en aanbevelingen

4.1

Conclusies

De belangrijkste conclusie van de EBR-sessie is dat er op dit moment zo weinig kennis over de werkelijke invloed van bomen/beplanting op de sterkte van waterkeringen aanwezig is, dat het niet mogelijk is om, naast de STOWA-handreiking, onderbouwd en breedgedragen aanvullende beoordelingscriteria op te stellen voor de veiligheidsbeoordeling van bomen/beplanting op en nabij boezemkaden, waarin ook de invloed van een periode van extreme droogte wordt meegenomen. Daarnaast wordt geconcludeerd dat waterschappen juist sterk de behoefte hebben aan uniformiteit van dergelijke additionele beoordelingscriteria. Uit de analyse van de resultaten van de EBR-sessie is een aantal zaken naar voren gekomen: •

•

•

•

•

Bomen en/of beplanting op verdroogde boezemkaden hebben volgens de deelnemers een negatieve invloed op het mechanisme piping, indien ze op een pipinggevoelige locatie staan. De aanwezigheid van bomen en/of beplanting op verdroogde boezemkaden heeft geen nadelige invloed op de microstabiliteit van de kade (de situatie met een ontgrondingskuil als gevolg van een windworp is hierbij buiten beschouwing gelaten) . Het is aannemelijk dat bomen op boezemkaden met verdrogingsverschijnselen (scheuren) een grotere kans op een windworp (met bijbehorende ontgrondingskuil) hebben dan in een situatie zonder verdrogingsverschijnselen. Tijdens of na een droogteperiode worden verticale vervorming (zakking van de kruin) en het afschuiven van het binnentalud door de deelnemers als meest voorkomende mechanismen bij boezemkaden aangeduid. In het geval van verticale vervorming is er vaak besloten om niet te kappen, waarschijnlijk als gevolg van een vergelijking van de hoogte van de onderhoudskosten en de LNC-waarde van de boom.

Het rooien/kappen van bomen/beplanting is niet noodzakelijk de enige manier om bedreiging van de waterkerende functionaliteit weg te nemen. Verschillende andere oplossingen zijn denkbaar, waaronder strak beheer (snoeien, periodieke controles) of constructieve oplossingen. Belangrijk in de afweging zijn de hiermee gemoeide kosten (en het draagvlak binnen de gemeenschap om die te accepteren). Ten slotte wordt erop gewezen dat er in deze situatie altijd een keuze gemaakt zal moeten worden tussen veiligheid enerzijds en de LNC-waarde van de boom anderzijds. Verschillende verantwoordelijk- en/of betrokkenheden leiden tot verschillende percepties. Wanneer veiligheid als randvoorwaarde wordt opgelegd, dan zal dat leiden tot geen risico nemen en zal er op het gebied van LNC-waarden moeten worden ingeleverd.

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

15 van 17

4.2

Aanbevelingen

De eerste aanbeveling is dat op korte termijn fundamenteel onderzoek naar de werkelijke invloed van bomen/beplanting op de sterkte, en daarmee samenhangend de veiligheid, van waterkeringen uitgevoerd moet gaan worden. Er bestaat hiervoor al een zeer gedetailleerd projectvoorstel, opgesteld door GeoDelft in samenwerking met DWW, Grontmij, Universiteit van Utrecht, Universiteit van Amsterdam en Alterra, waaruit onder andere blijkt dat een dergelijk onderzoek 2 à 3 jaar zal gaan duren. Zolang bovenstaand projectvoorstel niet wordt uitgevoerd en er dus geen aanvullende afwegingscriteria voor de beoordeling van bomen/beplanting op waterkeringen kunnen worden opgesteld, wordt aanbevolen de huidige STOWA-handreiking (STOWA [2000-05]) te volgen. De daarin omschreven Pragmatische Aanpak (blz. 29-30) zou versneld uitgevoerd moeten worden voor locaties waar boezemkaden ernstig onder de droogteperiode te leiden hebben gehad. De beoordeling bestaat grofweg uit vijf stappen: • • • • •

Clustering op basis van plaats in dwarsprofiel Clustering op basis van boomsoort Veiligheidsbeoordeling LNC-waardering Onderhoudsbeoordeling.

Ter verduidelijking is in bijlage 3 een case opgenomen die onlangs door GeoDelft is uitgewerkt in opdracht van het Hoogheemraadschap Delfland. Deze case laat duidelijk zien hoe op dit moment omgegaan wordt met de huidige STOWA-handreiking (STOWA [2000-05]). Opgemerkt wordt dat deze opdracht uitgevoerd moest worden in een kort tijdsbestek en er geen berekeningen zijn gemaakt. Het advies dat wordt gegeven, is dus alleen gebaseerd op de resultaten van de visuele inspectie. In paragraaf 3.3 zijn de inspectiemethoden voor verdroogde boezemkaden in het algemeen beschreven. Per mechanisme is (voor zover mogelijk) een aanbeveling gedaan voor hoe met bomen en/of beplanting op verdroogde boezemkaden moet worden omgegaan. Om een gedegen afweging te kunnen maken, wordt ten slotte aanbevolen specialisten op het gebied van waterkeringen en bomen/beplanting te raadplegen. Mocht onverhoopt het kappen van bomen noodzakelijk zijn, dan kan in ieder geval aangetoond worden dat gebruik gemaakt is van alle state-of-the-art kennis van onafhankelijke deskundigen. De communicatie naar de locale bevolking wordt hierdoor vergemakkelijkt en belangrijker nog, er kan een eenduidig verhaal naar buiten worden gebracht.

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

16 van 17

5

Literatuur

[1] Bomen op en nabij waterkeringen Achtergrondrapport STOWA Utrecht, 2000-04 [2] Handleiding voor beplanting op en nabij boezemkaden Eerste versie STOWA Utrecht, 2000-05 [3] Handleiding voor beplanting op en nabij primaire waterkeringen Eerste versie STOWA Utrecht, 2000-06 [4] Toepassen handreikingen beplanting op en nabij waterkeringen STOWA Utrecht, 2002-19 [5] Aanvullingen op de rapportages beplanting op en nabij waterkeringen STOWA Utrecht, 2002-20

Rapportnummer

Datum

Pagina

CO-411750-0003 v04

december 2003

17 van 17

Rapportnummer

Datum

Bijlage

CO-411750-0003 v04

december 2003

1

Bijlage 1 PERSOON Jitze Kopinga Thale Roosien Luc Noordman Edwin Koot Lucie van de Laar Jos Teeuw Wout Snijders Martin van der Meer Theo Stoutjesdijk Albert Vonk Maaike Veer Rob Taffijn Harry Schelfhout Henk van Hemert Jacques de Smidt

Deelnemers EBR-sessie BEDRIJF Alterra Arcadis Bomenstichting Bomenstichting BRO DWR DWW FUGRO GeoDelft Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Delfland Hoogheemraadschap Schieland Provincie ZuidHolland STOWA --

TELEFOON 031 74 77 847 055 59 99 421 030 23 03 510 030 23 03 516 073 65 89 040 035 64 77 812 015 25 18 428 030 60 28 190 015 26 93 816 --

E-MAIL Jitze.Kopinga@wur.nl t.roosien@arcadis.nl info@bomenstichting.nl ekoot@bomenstichting.nl lucie.van.de.laar@bro.nl jos.teeuw@dwr.nl W.J.M.Snijders@dww.rws.minvenw.nl m.vdmeer@fugro.nl T.P.Stoutjesdijk@geodelft.nl a.vonk@hhnk.nl

015 26 08 312

mveer@hhdelfland.nl

010 45 37 346

r.taffijn@schieland.nl

070 44 17 678

schelfhout-h@pzh.nl

030 23 31 199 020 62 35 114

stowa@stowa.nl j.de.smidt@freeler.nl

Organisatie en rapportage: Lennart Booster (GeoDelft) Voorzitter: Ed Calle (GeoDelft) Moderator: Paul van der Weerd (GeoDelft)

Rapportnummer

Datum

Bijlage

CO-411750-0003 v04

december 2003

1

Bijlage 2

Onbewerkt verslag EBR-sessie (7 oktober 2003)

Rapportnummer

Datum

Bijlage

CO-411750-0003 v04

december 2003

2

Agenda - 2003-10-07 Bomen op verdroogde boezemkaden 09:40

Welkom - door Ed Calle - kennismakingsrondje en inleiding

09:50

Introductie van het EBR - door Paul van der Weerd (Categorizer) - onderdelen en aspecten van de sessie - kort oefenen met de programmatuur (de 4 W's)

10:10

Aanvullen agenda / discussiepunten - noteren van concrete vragen voor discussie via EBR

10:30

Ervaringen in concrete situaties (Categorizer) - geprojecteerde (beamer) vragen over de specifieke context

12:10

Lunch (tijdens de volgende activiteit)

12:20

Uniforme lijn voor de Waterschappen (Categorizer) - geprojecteerde (beamer) vragen over de achtergronden

13:00

Verzamelen van ervaringen in de communicatie met de bevolking (Categorizer) - geprojecteerde (beamer) vragen over verschillende aspecten

13:15

Door deelnemers voorgestelde discussiepunten (Categorizer) - discussie via het EBR

13:30

Afrondende mondelinge discussie

14:00

Afsluiting - samenvatting en vervolg

Rapportnummer

Datum

Bijlage

CO-411750-0003 v04

december 2003

2

Ervaringen in concrete situaties (Categorizer) besloten om WEL te kappen 1. veenkaden, 1999, verwijderen bosschages met enkele hoge bomen de kade vertoonde over de lengte waar de bosschages waren sterke verzakkingen. de rest van de dijk bleef op hoogte. besloten werd te rooien {#146} het kan zijn dat de bomen in die zomer de grondwaterspiegel hebben verlaagd waardoor het veen is gaan oxideren {#192} Het is niet waarschijnlijk dat veenoxidatie zo snel gaat. Dat is dan al bijna verbranding. Waarschijnlijker is de verzakking het gevolg van uitdrogen, want dat is wat er gebeurde. Verzakking is niet hetzelfde als toenemende instabiliteit. Door compactering van het uitgedroogde veen onder het gewicht van de bosjes kan de stabiliteit zijn toegenomen. {#211} 2. los staande bomen (bijvoorbeeld scheefgewaaid) Het waaide niet tijdens de droogte, wanneer was de boom scheefgewaaid? {#153} misschien zijn rijen bomen wel veel bezwaarlijker (grotere invloed). {#195} als bomen niet gezond zijn of andere tekenen dat ze niet goed ontwikkelen verwijderen. {#199} Combinatie met mogelijk extra risico en geringe LNC waarde verwijderen? {#201} Los staande bomen of scheefgewaaide bomen zijn veel vaker gezond dan ongezond. Wat zou het bezwaar zijn van een ongezonde boom op een veenkade? {#203} los staande boom = wiebelige boom {#231} 3.

vijftal populieren Rottekade Bergschenhoek 2003 populieren hoog in binnentalud gesitueerd {#147} in de omgeving geen bomen aanwezig; visueel geen schade aan kade {#151} ter plaatse van bomen: ernstige scheurvorming, verzakking kruin/binnentalud {#157} op basis van ervaring conclusie: stabiliteit onvoldoende, kade niet tot rust gekomen {#165} besluit: overgaan tot stabiliteitsverbetering teen kade; verwijderen bomen {#169} speelde het type boom (diepwortelend?) of de conditie van de bomen enige rol in het besluit? {#185} Zou verzakking ook kunnen betekenen dat de bomen door hun gewicht het uitdrogende veen samenpersten, hetgeen ook met scheuren gepaard kan gaan, maar uiteindelijk de stabiliteit verhogen? {#194} stonden de bomen met vergunning, was er in de vergunning iets opgenomen over een dergelijke situatie, voor wie waren de kosten? {#204} weggehaald met het oog op omwaaien, niet vanwege het aanleggen van de berm {#232} 4. alle bomen met wortelrot waardoor instabiel Was er iets bekend over de oorzaak van wortelrot bij alle bomen op die betreffende veenkade? Dat is een nuttig kennisgegeven. {#163} is men pas gaan inspecteren op wortelrot toen we in een extreme droogte terecht waren gekomen? {#200} veiligheid voor de omgeving was hier het belangrijkste argument {#233}

Rapportnummer

Datum

Bijlage

CO-411750-0003 v04

december 2003

2

5. jonge aanplant clandestien gezet op veenkade met een lage stabiliteit werd in de onderberm bomen geplaatst. Onder protest van aanliggende bewoners toch verwijderd om reden van verminderde stabiliteit en onderhoud {#158} Was het clandestien zijn mede een overweging? De situatie op de onderberm zou ook kunnen betekenen dat de boomwortels door het veenpakket heen een verankering opleverden door tot in de onderliggende bodemlaag door te dringen. {#184} nee, maakte het wel makkelijker om te handhaven. De reden was de angst voor de stabiliteit en het beheer van de dijk en de achterliggende sloot {#225} 6. ik heb geen concrete voorbeelden, maar in de pers werd niet bericht over de invloed van bomen op de sterkte van boezemkaden. 7. Meerdere bomen langs rivierdijk Was dat een veenbodem? Langs rivieren bestaat de bodem doorgaans uit klei of zand. {#170} Bomen bevinden zich ter plaatse van binnenteen, met lokaal dunne kleilaag en grote kans op opbarsten en wateroverspanning. Vrees voor omwaaien met groot gevolg voor stabiliteit dijk. Kappen. {#171} Dit wijst op een pipingzone, waarvan verondersteld wordt dat dat wellicht de enige situatie is die risico's heeft voor omwaaien. {#177} 8.

Nieuw-Terbregge 2003 verwijderen bosschage + aantal volwassen hoge bomen Op het zelfde traject waar dijkverschuiving had plaatsgevonden en boezem deels was leeg gelopen werd enige dagen later scheurvorming waargenomen + enige deformatie van de kade {#181} Ter plaatse was op binnentalud bosschage + aantal volwassen bomen aanwezig {#183} Visueel was zichtbaar dat de wortels van de bomen hun vocht gingen zoeken richting de boezem {#188} Uit monitoring bleek dat de scheurvorming per dag toenam. {#190} Besloten werd een stabiliteitsverbetering toe te passen aan de teen van het binnentalud {#193} Vanwege bereikbaarheid was het in ieder geval noodzakelijk de bosschage en de beplanting te verwijderen {#198} Het aanwezig zijn van bomen en struiken wijst nog niet op een oorzakelijk verband. Er zijn ook goede argumenten voor de stelling dat het aanwezige houtgewas erger heeft voorkomen, door het wortelstelsel dat sterkte toevoegt, door het gewicht dat stabiliteit toevoegt, door de bodemvormingsprocessen die door de boomwortels worden gestimuleerd. {#228} 9. Iepen op onderstam. Dit geeft meer dan normale problemen m.b.t. de stabiliteit op hoger leeftijd. verkeerde manier van bomen kweken, vanwege slecht ontwikkeld wortelstelsel {#234} oude Hollandse iep is redelijk standvast; nieuwere cultivars hebben dezelfde problemen {#235}

twijfelgevallen 1. Bomen op kade langs de ringvaart te Amsterdam (nabij Linneusstraat) Betreft een rij jonge kastanjes (15 jaar) in de kruin van de kade. Door droogte ontstond veel scheurvorming in de grond en het asfalt bij de stam. Beheerder wilde hier noodkap toepassen. Onderbouwing voor concreet gevaar onvoldoende. Noodkap gaat niet door, waarschijnlijk wordt binnenkort een kapvergunning aangevraagd. {#149}

Rapportnummer

Datum

Bijlage

CO-411750-0003 v04

december 2003

2

hieruit blijkt de noodzaak van een onderbouwing van het risico (en toetscriteria) {#186} 2. treurwilg in kruin kade Monumentale boom op een buitengewoon ongunstige plaats. Duidelijk veiligheidsrisico, maar doodzonde om te kappen. Geen eenvoudige maatregelen om de boom te handhaven mogelijk. Moet uiteindelijk bestuursbeslissing zijn. {#152} bij 'moeilijke' maatregelen zijn de kosten vaak een overweging bij het nemen van een besluit {#236} 3. In Delfland is een inventarisatie gemaakt van de bomen op de verdroogde boezemkaden. Hierover is nog geen besluit genomen over wel/niet kappen, in 'normale' situaties wordt de richtlijnen uit de handreiking van de Stowa gevolgd, in het geval van verdroging is de lijst ter advies voorgelegd aan GeoDelft met de vraag: is het verantwoord om de bomen niet te kappen. De bomen kunnen mogelijk een gevaar vormen... {#172} ik ben benieuwd hoe die inventarisatie is uitgevoerd. Naast aantal en soorten is een groot scala aan gegevens van belang: grondsoort, dikte lagen, grondwaterstand en fluctuaties, ziekten en plagen, enz. {#219} na plaag of ziektes is herstel van de boom vaak mogelijk, dus is er geen verschil met een gezonde boom; is er geen herstel mogelijk dan valt de boom om, en is de veiligheid van de boezemkade niet in het geding, hooguit een risico voor omstanders, huizen e.d. {#237} 4.

Ik heb geen concrete gevallen bij de hand, maar wat opviel dat na de gebeurtenis in Wilnis over de eventuele rol van bomen niet werd bericht in de kranten. 5. Kade langs Hoornse Vaart, Groningen: forse langsscheuren, op plekken waar ook (toevallig?) meer vegetatie staat Is nog in onderzoek, dus nog geen besluit genomen. Nog niet duidelijk of vegetatie de hoofdoorzaak is, of alleen maar 'de druppel die de emmer deed overlopen'. {#179} 6. Er is weinig kennis, maar wel gezond verstand? Objectief gezien kunnen we besluiten moeilijk onderbouwen, maar door in specifieke gevallen met gezond verstand te kijken krijg je toch wel een gevoel of iets een probleem is of niet. Bijvoorbeeld bij overgedimensioneerde of juist zeer smalle profielen. {#187} Er is wel ervaring hoe bomen zich in veenprofielen gedragen. Ze vormen een goed en uitgebreid wortelstelsel. Wel zakken ze samen met het omliggende profiel. Bijv. In Amsterdam-Noord en Gouda worden ze van tijd tot tijd omhoog gehaald. {#206} 7. Beemsterdijk, populieren hoog in het binnentalud deze populieren staan er al jaren, kleidijk, de dijk met weg is sterk gedeformeerd, dijk is voldoende hoog en stabiel, bomen zijn beeldbepalend, besloten ze te laten staan. {#205} 8. In geval van twijfel kan de stabiliteit van een boom vrij goed worden vastgesteld met trekproeven, maar dit blijft een momentopname. Dit gaat dan over windworp.

Is er een schaderegistratiesysteem, zodat je kunt zien welke boomsoorten en omstandigheden het meest kwetsbaar zijn? En tot welke schade dit dan heeft geleid? (feiten in plaats van meningen) {#209} vooralsnog veel maatwerk van deskundigen: maak een quick scan van probleemgevallen en vraag daar deskundigheid bij {#215} 9. Inmiddels is bekend dat een "gemiddelde" ontgrondingskuil bij lange na niet de omvang heeft die in de "Leidraad" wordt verondersteld. in de 'leidraad' is de omvang van de ontgrondingskuil al teruggebracht van 'gelijk aan omvang kroon' naar 4 meter. Als dat nog te veel wordt geacht kan aan een boomtechnicus worden gevraagd of dat specifiek voor een bepaalde situatie niet waarschijnlijk minder is. {#210}

Rapportnummer

Datum

Bijlage

CO-411750-0003 v04

december 2003

2

dhr. Mattekh (Duitse onderzoeker) heeft dit fenomeen onderzocht {#238} 10. Hoe duurzaam is een boom op een dijk? Bij kadeversterkingen uit het verleden is soms een lijnbeplanting in de teen aangebracht. Uit oogpunt van veiligheid destijds geen probleem. Bij een versterking blijkt vaak dat in het verleden aangebrachte beplanting in het nieuwe grondprofiel valt. De boom is meegezakt met de bodem. {#218} probleem (?) voor volgende dijkversterking: kan boom tegen ophoging rondom stam. {#220} Er zijn goede voorbeelden hoe een bestaande boom in een nieuwe ingebouwd is. {#227} 11. Helaas s er maar bitter weinig bekend over de invloed van bomen (vochtonttrekking) over het gedrag van veen c.q. de zgn. onomkeerbare processen daarin. 12. Door de ontwikkeling van bomen (groeimodel) kunnen op termijn problemen optreden. Inmiddels is voldoende bekend om dit in een (globaal) model samen met verdampingscijfer, te vervatten. 13. Niet zeuren als de dijk voldoende is overgedimensioneerd.

besloten om NIET te kappen 1. verzakte kade met populieren langs Amsterdam-Rijnkanaal Verzakking afgelopen droge zomer fors toegenomen, zodanig dat de weg op de kade niet meer veilig kan worden gebruikt. Populieren in combinatie met veenondergrond waarschijnlijk hoofdoorzaak. Vooral een onderhoudsprobleem en een probleem voor de wegbeheerder. Geen veiligheidsprobleem (zware damwand zorgt voor voldoende behoud kerende hoogte en stabiliteit)). {#161} 2. het dijklichaam is overgedimensioneerd op grond van welke criteria is deze conclusie getrokken? {#167} alleen de beheerder weet wat meer is dan het theoretische 'beoordelingsprofiel' vooral nabij cultuurelementen (bebouwing, infrastructuur) is hier vaak sprak van {#229} 3. bomen op binnenberm bij Schieland op de binnenberm staat een groepje bomen. Het maaiveld is gezakt, maar verder geen aanwijzingen voor nadelige invloed op de stabiliteit van de kade. Daarom advies om de bomen te laten staan. {#164} 4. Ringdijk Watergraafsmeer. 23 Tamme kastanjes. Reden: (extra) vochtontrekking door de bomen. Besluit is voorlopig uitgesteld omdat acuut gevaar onvoldoende kon worden onderbouwd, maar kapvergunning is/wordt aangevraagd. 5. bomen op boezemkade Heerhugowaard naar aanleiding van sterke scheurvorming onderzoek door geodelft gestart.

dijk bleek voldoende stabiel, oorzaak scheurvorming mogelijk door invloed van bomen, in verband met overdimensionering niet gekapt. {#173} 6. Onderbouwing door de dijkbeheerder vaak lastig vanwege onvoldoende achergrondkennis over de opbouw/samenstelling c.q.'geschiedenis' van de dijk. 7. monumentale beeld bepalende bomen. Die in een zodanige conditie verkeren dat omvallen/waaien niet waarschijnlijk is. Zoals op de waaldijk bij Tiel? Waar een oude linde in het talud/op de dijk gehandhaafd is. Hierbij dragen de wortels waarschijnlijk toe tot het bijeenhouden van het plaatselijk talud. {#189}

Rapportnummer

Datum

Bijlage

CO-411750-0003 v04

december 2003

2

in die gevallen bekijken: zijn er maatregelen te nemen om bomen met een hoge LNC waarde te sparen, zijn de kosten van die maatregelen aanvaardbaar, voor wie zijn die kosten? {#212} Droogte is slechts een van de factoren die mee spelen. Integrale besluitvorming is in alle gevallen noodzakelijk {#230} 8. Paniek is een slechte raadgever 9. Waarom beweren dat bomen een dijk verdrogen, ook in situaties waarin de nalevering van vocht vanuit het grondwater (vermoedelijk!) voldoende is om de vochtbehoefte van de boom in de zomer geheel te dekken? Overigens kan de (vermeende) invloed van een boom op het freatische vlak redelijk simpel worden vastgesteld. Waarom gebeurt dit niet (of nauwelijks)? 10. Additionele beheermaatregelen "terugnemen" van de kroon kunnen acuut gevaar drastisch beperken en geeft de nodige "ademruimte". Het terugnemen van de kroon geeft tijdelijk ademruimte, beter is om geeigende technieken omwaaien zoals de trekproef of inzicht in de bodem en wortels middels grondradar te verkrijgen {#216} 11. Overige beeldbepalende boombeplantingen met een landschappelijke waarde Bomen in diverse situaties zijn gehandhaafd, na toepassing van de STOWA handreiking. Daarbij wordt naast de garantie van veiligheid van het dijklichaam tevens gekeken naar de waarde van de bomen. Wanneer de waarde groot is, vertaald in o.a.

beeldbepalendheid, conditie, stabiliteit en toekomstverwachting, dan is handhaving gerechtvaardigd en wenselijk. {#221} 12. Juridische aspecten: bomen zijn vaak 10-tallen jaren toegestaan zonder dat eigenaren er op gewezen zijn dat er veiligheidsaspecten voor de waterkering spelen. Nu, na al die jaren, staat het waterschap voor de deur dat bomen moeten worden verwijderd. Veel weerstand eigenaren, lange procedures Hoe kan je als waterschap aantonen dat de bomen in 2003 moeten worden verwijderd en waarom niet al in 1990? {#226} 13. In veel gevallen is er geen stabiliteitsprobleem

Rapportnummer

Datum

Bijlage

CO-411750-0003 v04

december 2003

2

Uniforme lijn voor de Waterschappen (Categorizer) uniforme lijn 1. Geen ad hoc beleid. Zorg voor geloofwaardigheid naar het publiek. Dus: uniforme lijn. sta geen uitzonderingen toe, dan draag je een duidelijk beleid uit {#1398} "noodkap" elders waarvan de redenen niet goed duidelijk/bekend zijn zorgt voor onrust bij degenen die beslissingen moeten nemen en bestuurders: dus uniforme heldere lijn noodzakelijk, zowel intern om goede beleidslijn uit te zetten als extern om je activiteiten te onderbouwen. {#1410} 2. lijkt open deur; bij vergelijkbare situaties (veenkaden) is een uniforme handelwijze gewenst. Je voorkomt daarmee dat er verschillende conclusies worden verbonden aan hetzelfde probleem uniforme technische beoordeling, of uniforme bestuurlijke beslissing? {#1409} m.i. betreft de uniformiteit m.n. de technische beoordeling; bestuurlijke besluitvorming kun je gewoon niet eenduidig krijgen {#1433} 3. De behoefte is aan een uniforme lijn voor waterschappen is er in ieder geval bij "de buitenwacht'' Geldt ook voor de waterschappen zelf! {#1400} op korte termijn gewenst {#1415} 4. uniforme lijn is zeker wenselijk maar is het ook haalbaar Het ontwerpen is geen probleem , wel het trainen of begeleiden van de mensen die de beoordeling uitvoeren {#1397} Eerst moeten we het er wel over eens zijn wat de invloed is.

Ook dient denk ik onderscheidt gemaakt te worden in de diverse categorien dijken. primaire, secundaire, boezemwaterkeringen en overigen, in de verschillende boomtypes, in de ondergronden, gelaagd, veen op klei etc. Ook lijkt het wenselijk om de juiste afweging te kunnen maken wat de alternatieven zijn, bomen snoeien, dijk verzwaren etc. {#1406} Voor de beheerder is het wenselijk om snel te weten of er wel/niet gekapt moet worden. Het bekijken van alternatieven is daarna pas mogelijk. {#1425} 5. Een uniforme lijn kan alleen gevonden worden voor uniforme situaties. In dit geval dus alleen voor veenkaden. Er zijn echter nog geen parameters voor het bepalen van de invloed van bomen op de stabiliteit. Dit laatste bemoeilijkt het opstellen van een "gedragen" uniforme lijn {#1420} Dat moeten we dan erkennen om geen valse verwachtingen of schijnzekerheden te veroorzaken {#1449} 6. uniforme lijn zou zich kunnen beperken tot de veiligheid/standzekerheid van de kade; alle andere bijkomende argumenten hier buiten laten op grond hiervan wordt duidelijk of er maatregelen nodig zijn; dit is iets anders dan besluiten dat de boom gekapt moet worden. Er zijn altijd alternatieven. Dit is een (bestuurlijke) afweging met andere maatregelen. {#1407} 7. begin met het verzamelen van en reeds uitgevoerd onderzoek. In het buitenland Duitsland en Engeland is vast veel bekend. Bijv.

in Engeland is inklinken van klei veen bodem rond gebouwen samen met boomwortels onderzocht.

Rapportnummer

Datum

Bijlage

CO-411750-0003 v04

december 2003

2

Dit is onderzoek van o.a. D.F. Cuttler et al. & G. Biddle. Inderdaad zeer veel en ook deels bruikbare onderzoeksinformatie, maar wél sterk gericht op kleigronden en weinig op veen. In Duitsland heeft men er verhoudingsgewijs minder aan gedaan/onderzocht. {#1445} 8. bij de uniforme lijn moeten wel alle aspecten aan bod komen: naast veiligheid (voldoen aan minimum) ook LNC-waarden, kosten van beheer, aanleg en onderhoud, de geuite belevingswaarde en andere zaken zoals verkeersveiligheid. De lijn die met het STOWA-rapport van 2000 is ingezet, moet niet wegens de extreme situatie die zich nu heeft voorgedaan, verlaten worden. Beter is het die lijn vast te houden en op onderdelen waar het de droogteproblematiek betreft, uit te breiden. {#1446} deze aspecten zijn opgenomen in de Stowa handreikingen: ( hoe) worden deze gebruikt bij het opstellen van de uniforme lijn, blijft de afwegingsmethodiek dezelfde, maar wordt de ontbrekende kennis m.b.t verdroogde kaden geimplementeerd. De afwegingsmethodiek is m.i. niet identiek voor alle waterschappen, omdat er met zelf gekozen wegingsfactoren kan worden gewerkt. {#1447} 9. een uniforme lijn voor waterschappen kan het gemakkelijk maken om te prioriteren: men kan dan ook onderbouwen waarom die wel, en die niet. 10.

Individuele beoordeling, uniforme lijn De wens voor een uniforme lijn is begrijpelijk, maar een individuele beoordeling blijft noodzakelijk. Algemene richtlijnen voor kappen of niet kappen zijn niet te geven. Enige uniformiteit zou in de praktijk kunnen ontstaan als er één centraal punt is waar alle gevallen worden gemeld, inclusief specifieke omstandigheden, motivatie en wat er uiteindelijk is besloten. {#1448} 11. Welllicht ook al een lijstje geven met mogelijk oplossingsrichtingen en de realiteitswaarde daarvan (kosten, technische en ecologische randvoorwaarden, etc.)?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11466830/1