1. (Concept) investeringsnota Centrum Reigersbos tbv inspraak
Tekst van het document
De verkeerseffecten als gevolg van deze ontwikkeling blijven beperkt. In de volgende fase wordt een gedetailleerde kruispuntencapaciteitsberekening gemaakt voor de Reigersbosdreef.
3.2.18 Groenvisie Op 21 december 2020 heeft de gemeenteraad de Groenvisie vastgesteld. De Groenvisie schetst een beeld van Amsterdam als groene stad en hoe dit zich tussen nu en 2050 verder kan ontwikkelen. Amsterdam zal nog meer als groene stad worden ervaren in 2050. Dat begint bij de gebouwen en eindigt in het landschap rond de stad: ‘In 2050 willen we een stad zijn waar iedereen in de directe omgeving thuis of op het werk zich kan omgeven in groen. Dat begint bij het gebouw en loopt via groene straten, groene pleinen, parken en (wandel- en fiets-) routes naar het landschap om de stad. Die groene structuur gaan we steeds verder ontwikkelen zowel in de publieke als in de private buitenruimte’. Over de schaalniveaus die voor deze investeringsnota relevant zijn (de bebouwing en de openbare ruimte binnen het projectgebied), wordt in de Groenvisie gezegd dat natuurinclusief (ver)bouwen de norm wordt bij renovatie, transformatie en nieuwbouw van gebouwen. Binnen de tenders voor nieuwbouwprojecten wordt aangegeven op welke wijze natuur geïntegreerd kan worden. “Daarvoor gebruiken we een systeem waarmee punten voor natuurinclusieve maatregelen kunnen worden gehaald. Zo worden partijen gestimuleerd om voldoende inspanningen te leveren op het gebied van natuurinclusief bouwen”.
De openbare ruimte (straten, oevers, routes) wordt groener waar dat kan: “Groen, tenzij andere functies, zoals bijvoorbeeld verkeer, de groeiomstandigheden en de beheerbaarheid het onmogelijk maken”. Er wordt een keuze gemaakt voor natuurinclusieve oevers, kades, bermen, parken, bos- en bos¬plantsoenen , graslanden, plantsoenen, straten en pleinen. Bij kades en oevers wordt, waar
dat technisch mogelijk en gepast is, geleidelijke land/ water overgangen gemaakt met inheemse planten. Het toepassen blijft altijd maatwerk. Bij het opstellen van deze projectnota was de ter inzage termijn van de Groenvisie afgelopen. Samen met de Nota van Beantwoording van de reacties, wordt de Groenvisie ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Op basis van de Groenvisie wordt per gebied een uitvoeringsdocument opgesteld. 3.2.19 Groennormen Amsterdam hanteert groennormen bij stedelijke ontwikkeling. De Groennormen zijn normen die richting geven aan de hoeveelheid groen in nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van het woonmilieu van het gebied, het aantal nieuw gebouwde woningen en de gehanteerde groennorm, wordt berekend hoeveel groen er moet worden gerealiseerd. De referentie norm gaat uit van twee typen groen. Gebruiksgroen voor recreatie en verblijven en Ecosysteemgroen voor biodiversiteit en klimaat adaptatie. De norm voor gebruiksgroen zorgt voor stedelijk attractief groen waarin men kan verblijven en recreëren. De oppervlakte dient minimaal een 0,5 ha aaneengesloten te zijn en dient voor 60% te bestaan uit levend groen. De resterende oppervlakte is bedoeld voor paden, water en andere voorzieningen als sport en spel.
De norm voor Ecosysteemgroen heeft als belangrijkste doel de buurt klimaatadaptief te maken, maar draagt ook bij aan de beleving en gezondheid van de Amsterdammer. Het groen draagt bij aan het programma Rainproof en natuurinclusief maken van de buurt, ook het gebruiksgroen draagt bij aan deze doelen. Van deze norm mag maximaal 25% op de kavel of het dak worden gerealiseerd.
3.2.20 Flora en fauna Er is door de stadsecologen een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie is dat de vegetatie op de taluds van de dreef zeer geschikt is als foerageergebied en mogelijk als leefgebied. Bij verwijdering van de vegetatie op de taluds moet gekeken worden naar de aanwezigheid van vogelnesten (in de wintermaanden voor maart). Als er niet–jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn wordt geadviseerd om het eventueel verwijderen van bomen in de wintermaanden uit te voeren. Verder wordt geadviseerd om buiten het broedseizoen te werken. Nader ecologisch onderzoek is nodig bij twee panden in het gebied (basisschool De Mobiel). Deze twee panden zijn potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. In de volgende fase wordt er nader onderzoek gedaan. 3.2.20 Luchtkwaliteit Bij verdere planvorming wordt, indien nodig, onderzoek naar de luchtkwaliteit uitgevoerd. Bij het toevoegen van gevoelige maatschappelijke bestemmingen, zoals scholen en kinderdagverblijven, moet daarnaast worden getoetst aan het Besluit gevoelige bestemmingen . Tevens dient te worden getoetst aan het Beleid gevoelige bestemmingen gemeente Amsterdam (Amsterdamse richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit). Deze regelingen bepalen dat gevoelige bestemmingen niet binnen 50 meter vanaf de rand van een provinciale weg mogen liggen.
Indien er gevoelige bestemmingen langs drukke gemeentelijke wegen worden gerealiseerd, bestaat de verplichting om een toetsing uit te laten voeren door de GGD, afdeling Milieu en gezondheid. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) over luchtkwaliteitseisen zijn regels
opgenomen omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Het project Reigersbos centrum draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie in de buitenlucht van schadelijke stoffen waarvoor in de Wet Milieubeheer grenswaarden zijn opgenomen. Wat betreft de stikstofdepositie wordt door middel van een AERIUS berekening de stikstofdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden berekend. De AERIUS calculator is bedoeld voor vergunningverlening in het kader van de Wet natuurbescherming. Met de calculator kan de stikstofdepositie rondom de bron(nen) die voor een project worden ingegeven worden berekend. Gelet op de Handreiking woningbouw en AERIUS is voor projecten met een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd. In de andere gevallen op kortere afstand van een Natura 2000-gebied en/of voor de bouw van meer woningen waarbij de depositie mogelijk hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar, is een AERIUSberekening nodig om de feitelijke situatie mee te nemen en kan een vergunningplicht aan de orde zijn. Daarbij dient de aanlegfase én de gebruiksfase te worden ingevoerd.
Voor het project Reigersbos centrum is een AERIUSberekening nodig. 3.2.21 Externe Veiligheid Het plangebied van het project Reigersbos ligt buiten de invloedssfeer van het spoor en wegen wat betreft Investeringsnota Centrum Reigersbos 63
externe veiligheid. Het plangebied ligt ook niet in een veiligheidszone voor hoofdtransportleidingen. Ook zijn er geen milieu-inrichtingen in de buurt van het plangebied die onder het besluit externe veiligheid inrichtingen vallen. Er is voor dit project dus geen nader onderzoek naar externe veiligheid noodzakelijk. 3.2.22 Archeologie Voor Gaasperdam is in 2016 een uitgebreid archeologisch bureauonderzoek ingesteld. Daarin zijn archeologische zones met bijbehorende beleidsregels aangegeven. In Reigersbos Iiggen twee naar verwachting archeologisch interessante zones. Het gaat om een zone in Reigersbos I, ter hoogte van het noordelijke deel van de Reigersbosdreef, en om een zone in Reigersbos IV, ter hoogte van Sleewijkstraat/ Sinderenstraat. De zones zijn opgehoogd en zijn bebouwd. De kans bestaat dat er bewoningsresten uit de steentijd en/of ijzertijd worden gevonden. In de zones is archeologisch veldonderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 500 m2 of dieper dan 0,5 m. In de volgende fase wordt nader onderzoek uitgevoerd. 3.2.23 Kabels en leidingen Bij de aanpassingen van de Reigersbosdreef en woningbouw moeten diverse (hoofd)tracés van kabels en leidingen worden verlegd of aangepast: • Liander Middenspanning; • Liander traforuimten; • Waternetriool onder druk; • Liander hogedrukaardgasleiding; Verplaatsing van het gelijkrichterstation van het GVB is mogelijk.
Per bouwblok is (waarschijnlijk) één (inpandige) traforuimte voor elektriciteit noodzakelijk. Voor de nieuwbouw zal een glasvezelnetwerk worden aangelegd. Daarvoor is het noodzakelijk om 64 Investeringsnota Centrum Reigersbos
een glasvezelwijkcentrale (PoP) te realiseren (één van 15 m2 of 3 straatkasten). Een PoP kan onder voorwaarden inpandig worden opgenomen. 3.2.24 Duurzaamheid De gemeente Amsterdam wil de verduurzaming van de hoofdstad versnellen. Dat staat in de Agenda Duur¬zaamheid, de agenda voor duurzame energie, schone lucht, een circulaire economie en een klimaat bestendige stad. 3.2.25 Energie In december 2016 heeft de gemeenteraad Amsterdam de strategie Naar een stad zonder aardgas vastgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de stad aardgasvrij kan worden gemaakt. Dat betekent o.a. dat nieuwbouw niet meer wordt aangesloten op het gasnet, dat transformatie van gebouwen wordt gebruikt als aanleiding om duurzaam te gaan verwarmen, en dat naar alternatieven voor de verwarming van woningen, de bereiding van warm tapwater en koken op aardgas moeten worden gezocht. Dit geldt voor alle nieuwbouw- en transformatiegebieden in Amsterdam. 3.2.26 Schone lucht en duurzame mobiliteit De Amsterdamse ambitie voor schone lucht gaat verder dan de wettelijke eisen voor luchtkwaliteit. Het is de bedoeling om het autogebruik zo veel mogelijk te beperken en zorg te dragen voor goede ov- en fietsverbindingen. 3.2.27 Circulaire economie In april 2020 heeft het college van B en W de strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 vastgesteld.
De strategie moet zorgen voor een aanzienlijke vermindering van het gebruik van nieuwe grondstoffen en materialen en zo bijdragen aan een
duurzame stad. Het doel is om in 2030 een halvering van het gebruik van nieuwe grondstoffen te bereiken, en in 2050 een volledig circulaire economie. In een circulaire economie wordt slim omgegaan met energie, water, grondstoffen en voedsel. Het is een economie waarin afval een grondstof is en energie van duurzame bronnen komt. De gemeente Amsterdam wil een koploperspositie verwerven in deze overgang naar een circulaire economie en een actieve rol spelen in het stimuleren hiervan. Amsterdam gebruikt in haar circulaire strategie een speciaal voor de stad ontwikkelde uitwerking van het ‘donut model’ van de Britse econoom Kate Raworth. Dit model beschrijft hoe samenlevingen en bedrijven kunnen bijdragen aan economische ontwikkeling die de grenzen van planeet en samenleving respecteert. Voor gebiedsontwikkeling ligt de focus op circulair bouwen en op hoe wordt omgegaan met huishoudelijk en bedrijfsafval. 3.2.28 Circulair bouwen Circulair bouwen is het zo lang mogelijk hoogwaardig in de keten houden van grondstoffen en bouwmaterialen, het verlengen van de technische en functionele levensduur van gebouwen, hergebruikt materiaal toe te passen, en het zorgen dat materialen herbruikbaar zijn aan het eind van de levensduur. Daarnaast wordt ingezet op flexibel bouwen en het flexibel inrichten van het gebied, zodat goed kan worden ingespeeld op de voortdurende veranderingen in de stad.
Gebouwen krijgen daardoor een hoge toekomstwaarde. Daarnaast moeten gebouwen en gebieden flexibel kunnen worden heringericht en moeten ze zich in de loop van de tijd aan nieuwe functies kunnen aanpassen.
3.2.29 Huishoudelijk afval De gemeente wil dat het afvalscheidingspercentage voor huishoudelijk afval flink omhoog gaat van 27% in 2014 naar 65% in 2020. Zo kunnen meer grondstoffen worden teruggewonnen voor hergebruik, recycling en andere nuttige toepassingen. De essentie hiervan is zorgen dat scheiden van afval dicht bij huis gebeurt. 3.2.30 Watercompensatie Bij nieuwbouw of bij verharding van de openbare ruimte blijft minder grondoppervlak over voor het opnemen van regenwater. 10% van de extra verhardingsoppervlakte zal als extra oppervlaktewater moeten worden aangelegd in hetzelfde waterpeilgebied, overeenkomstig de Keur van het Waterschap (AGV). 3.2.31 Rainproof Het regent vaker en harder. Met het programma Amsterdam Rainproof wil de gemeente de stad voorbereiden op zeer hevige regenbuien. De ambitie van de gemeente is om een regenbui waarbij 60 mm in één uur valt, te kunnen verwerken zonder dat er schade ontstaat aan huizen en vitale infrastructuur
Investeringsnota Centrum Reigersbos 65
Deel 4: Het vervolg 4.1 Ontwikkelstrategie Het plangebied beslaat deels gronden in volle eigendom van de gemeente en deels in erfpacht uitgegeven gronden. Voor een deel van de uitgegeven gronden heeft de planvorming geen privaatrechtelijke gevolgen. Voor een ander deel van de uitgegeven gronden zijn er wel plannen voor herstructurering. Voor bovengenoemde laatste categorie heeft de gemeente een voorkeur om met de bestaande vastgoedeigenaren tot minnelijke (samenwerkings) afspraken te komen. Dergelijke afspraken dienen dan wel te zijn en blijven binnen gestelde kaders en randvoorwaarden als ook de redelijkheid waar het betreft een onderlinge verdeling van rekening en risico’s. Om de uiteindelijke voortang van de totale gebiedsontwikkeling Reigersbos te kunnen borgen en een gewenst uitvoertempo te kunnen aanhouden kan de gemeente een actief grondbeleid gaan voeren. Met inachtneming van de ruimtelijke en programmatische uitgangspunten wordt waar nodig en/of op basis van wettelijke plicht beschikbaar instrumentarium ingezet met oog op het kunnen uitoefenen van de regierol, het waar nodig verhalen van kosten en/of de verwerving van panden en gronden welke noodzakelijk worden geacht vanuit een goede ruimtelijke en functionele samenhang en uiteindelijke (verblijfs)kwaliteit van het gebied.
Eén en ander hangt mede af ook van tegen welke voorwaarden particuliere partijen bereid zijn om overeenstemming te bereiken. Mochten aanvullende verwervings- en/of kostenverhaalsinstrumenten
worden ingezet, dan nog blijft ook daarna de inzet en de voorkeur om te komen tot minnelijke overeenstemming en samenwerking. Het gebied Reigersbos kent verschillende deelontwikkelingen. De ontwikkelstrategie-/aanpak kan en zal dan ook kunnen verschillen per deelgebied. Naast tempo speelt ook eventuele nadere fasering van de bouwontwikkeling, andere werken en werkzaamheden een rol. Een aanvang wordt gemaakt met locaties die als eerste beschikbaar zijn voor herstructurering. Tijdens de verbouwing blijft de winkel open. Verdichting moet geleidelijk en met zo min mogelijk overlast gaan. Ook moeten er goede en afdoende tijdelijke maatregelen zijn om de leefbaarheid en de kwaliteit van de omgeving op peil te houden.
Product
Aanvang
Besluit gereed
Investeringsbesluit I (voor buurt Reigersbos I+II)
Q1 2021
Q4 2022
Projectbesluit II (voor buurt Reigersbos III+IV)
Q1 2023
Q4 2023
Investeringsbesluit II (voor buurt Reigersbos III+IV)
Q1 2024
Q4 2024
4.2 Planning en proces en juridisch planologisch In het voorjaar van 2021 is begonnen met het opstellen van deze investeringsnota. Vaststelling is voorzien voor januari 2022. De eerste start bouw wordt verwacht in 2024. Het geldende juridisch-planologisch kader voor Reigersbos is het bestemmingsplan Gaasperdam. Dit bestemmingsplan is vastgesteld (onherroepelijk) op 28 april 2010. Het toekomstige juridisch-planologische kader zal geheel vallen binnen de procedures van de aanstaande Omgevingswet. De beoogde inwerkingtredingdatum van de Omgevingswet is 1 juli 2022. Om de ontwikkelingen in Reigersbos juridischplanologisch mogelijk te maken wordt in principe geen nieuw bestemmingsplan of omgevingsplan
opgesteld. Per ontwikkeling kan de gemeente Amsterdam toetsen aan de uitgangspunten van de investeringsnota en aan nog op te stellen tenderdocumenten met selectiecriteria. De projectontwikkelaar draagt zorg voor de juiste juridisch-planologische afwikkeling van de plannen via de aanvraag van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Onder de Omgevingswet ontstaat een nieuw juridisch-planologisch kader, het omgevingsplan met een nader afweegmoment. Daarbij hoeven de maximale planologische mogelijkheden niet al bij het vaststellingsbesluit te zijn onderzocht. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om een deel van de onderzoeken door te schuiven naar de uitvoeringsfase. Vastgesteld moet kunnen worden Investeringsnota Centrum Reigersbos 67
dat zich geen omstandigheden voordoen op grond waarvan het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling die in het omgevingsplan is voorzien niet kan worden gerealiseerd. Voor Reigersbos dient uiterlijk tien jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsplan te worden opgesteld. Tegen die tijd zullen meerdere gewenste ontwikkelingen zijn gerealiseerd. De toedeling van functies moet evenwichtig zijn, waarbij alle betrokken belangen moeten worden meegewogen. Pas bij concrete besluitvorming komt de ‘hoe’ vraag aan de orde. Zonder nader afwegingsmoment is het doorschuiven van onderzoeksverplichtingen niet mogelijk. Dat betekent dat het doorschuiven van de onderzoeksverplichting alleen mogelijk is indien er een omgevingsvergunningsplicht geldt op grond van het omgevingsplan. Onder de Omgevingswet wordt dat een binnenplanse omgevingsplanactiviteitvergunning genoemd.
4.3 Participatie & communicatie 4.3.1 Participatie De uitgebreide gesprekken met de buurt over de plannen beschreven in deze nota blijven we voortzetten. We gaan (verder) participeren en komen in kleine en grote groepen bijeen waar we specifiek en thema gestuurd in gesprek gaan. We gaan samen met de bewoners/eigenaren van bestaande woningen in de verschillende deelgebiedende plannen verder uitwerken in bouwenveloppen. Bij de tender van Vreeswijkpad (Gein) loopt momenteel een proef met een burgerjury
bij de selectie van een ontwikkelaar. Bij succes wordt dit, al dan niet in aangepaste vorm, ook in Reigersbos toegepast. In een later stadium vindt participatie plaats over de inrichting van de openbare ruimte. Daarbij wordt ingezet op co-creatie voor de bijzondere plekken, zoals speel- en sportplekken.
4.3.2 Communicatie
De concept investeringsnota wordt na besluitvorming gedeeld met gesprekspartners en andere belanghebbenden. Bewoners, ondernemers en andere gebruikers van Reigersbos worden via diverse media geïnformeerd over de inhoud van projectnota en de implicaties daarvan.
4.4 Financiën De financiële implicaties van de in deze investeringsnota geschetste gebiedsontwikkeling zijn in beeld gebracht. Hierbij is aandacht besteed aan het programma, de verwachte opbrengst, de investeringsbehoefte, de fasering, risico’s en kansen. Wat betreft de maatschappelijke voorzieningen, is de afdeling MVvan de gemeente Amsterdam verantwoordelijk voor het aanvragen van investeringsbudget voor het onrendabele deel van de kosten van maatschappelijke voorzieningen. De afdeling MV houdt regie over de plannen voor maatschappelijke voorzieningen tijdens de gehele planperiode en neemt de te nemen investeringen jaarlijks op in de Voorjaarsnota en het MIP Maatschappelijke voorzieningen voor investeringen die starten in het jaar na besluitvorming (kredietbesluit) door de gemeente.
Investeringsnota Centrum Reigersbos 69
Colofon Bestuurlijke opdrachtgever Wethouder M. van Doorninck Portefeuillehouder Stadsdeel Zuidoost D. de Jager Ambtelijk Opdrachtgever Gebiedsontwikkeling en Transformatie Zuidoost en Ouder-Amstel: Ellen Nieuweboer Projectteam Berg, Jop van den – RO jurist Boots, Frans – Senior ontwerper Openbare ruimte Diemen, Jonathan van – Planningsadviseurs Doorn, Stijn van – Communicatie Graas, Ellen van – Assistent Stedenbouwkundig ontwerper Horst, Iris van der – Senior Projectmanager Huijser, Jonneke – Assistent Projectmanager Lange, Lia de – Hoofdplanoloog Lokhorst, Michiel van – Assistent Stedenbouwkundig ontwerper Maurik, Oskar van – Projectmanager Molen , Floris van der – Planeconoom Rosendahl, Steve – Ingenieursbureau Amsterdam Schagen, Erwin van – Senior Stedenbouwkundig ontwerper Stam, Martijntje – Senior Stedenbouwkundig ontwerper Vries, Sebregt de – Projectleider Grond & Ontwikkeling Wel, Gerard van der - Adviseur Maatschappelijke Voorzieningen
Externe bureaus die mee gewerkt hebben bij de totstandkoming van deze nota: Dam & Partners Architecten M3H Architecten
70 Investeringsnota Centrum Reigersbos
Bijlagen
Investeringsnota Centrum Reigersbos 71
72 Investeringsnota Centrum Reigersbos