CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. CIDI Monitor antisemitische incidenten-2021.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 19 mei 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Monitor Antisemitische Incidenten 2021: Antisemitisme dringt dieper door in de samenleving, en het NOS-artikel “CIDI constateert meer antisemitische incidenten in 2021” (VN2022-013479)28.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Monitor antisemitische incidenten 2021

Inhoudsopgave Samenvatting .................................................................................................................................................................... 4 Inleiding............................................................................................................................................................................. 4 H. 1 Methode en begrippen .............................................................................................................................................. 7 Werkdefinitie antisemitisme......................................................................................................................................... 9 H. 2 Bevindingen ............................................................................................................................................................. 12 Toename incidenten op school en digitale haatberichten ......................................................................................... 13 Trends en ontwikkelingen ........................................................................................................................................... 15 Toename antisemitisme tijdens spanningen rondom Israel...................................................................................

15 Bagatellisering van de Holocaust en het nazisme................................................................................................... 18 H. 3 Politie, justitie en veiligheidsdiensten ..................................................................................................................... 20 H. 4 Aanbevelingen ......................................................................................................................................................... 21 H. 5 Overzicht antisemitische incidenten ....................................................................................................................... 24 Achterkant: meld hier/qr-link meldpagina/vrolijk, positief plaatje ................................................................................ 25 Bijlage I: uitgangspunten incidentregistratie (en IHRA-werkdefinitie) ........................................................................... 26 Bijlage II: incidenten in cijfers en tabellen ...................................................................................................................... 81

3

Monitor antisemitische incidenten 2021

Samenvatting CIDI registreerde in 2021 in totaal 183 antisemitische incidenten. Dat is een forse toename van 36% ten opzichte van 2020 (135 incidenten) en praktisch hetzelfde aantal als in 2019, toen een piek werd gemeten met in totaal 182 antisemitische incidenten. Belangrijker nog is om te kijken naar de algemene trend in de afgelopen jaren. Daaruit kan worden afgeleid dat antisemitisme langzaam maar gestaag blijft groeien in Nederland. Totaal antisemitische incidenten in CIDI-Monitor vanaf 2010

Een nadere blik op de incidenten in 2021 laat de volgende trends zien: •

Oplopende spanningen in het Israelisch-Palestijns conflict worden als ‘rechtvaardiging’ gebruikt om Joden in Nederland aan te vallen of te intimideren. Een beeld van ‘kwaadaardige onderdrukkers’ wordt niet alleen toegepast op Israel of Israelisch regeringsbeleid, maar op Joden in het algemeen, waarmee de grens tussen legitieme kritiek op Israel en antisemitisme wordt overschreden.

•

Mensen die als Joods herkenbaar over straat gaan, bijvoorbeeld doordat ze een keppel dragen, krijgen vaak te maken met scheldpartijen of intimidatie. Meldingen van zulke incidenten schoten omhoog in mei 2021, toen het conflict tussen Israel en Hamas oplaaide. Dit verklaart waarom veel Joden hun kleding of uiterlijk aanpassen in het openbaar of hun Joods-zijn bewust verzwijgen in de directe omgeving, zoals op school of op werk.

•

Het aantal antisemitische incidenten op scholen steeg sterk van 3 in 2020 naar 13 in 2021. Ook hier zien pestkoppen het conflict tussen Israel en Hamas vaak als aanleiding om zich tegen Joodse klasgenoten te keren. Onder de meldingen zijn hartverscheurende verhalen van kinderen die niet meer Joods willen zijn na slachtoffer te zijn geweest van antisemitisch pestgedrag, of kinderen die met de ervaring van antisemitisme voor het eerst bewust zijn van hun Joodse identiteit.

•

De herinnering aan Joodse slachtoffers van de Holocaust wordt vaak misbruikt door mensen die willen protesteren tegen het coronabeleid van de regering. Joden of Joodse instanties die zich uitspreken tegen dergelijk misbruik worden het doelwit van antisemitische beledigingen en bedreigingen.

Naast incidenten van schelden op straat en pesterijen op school zien we deze trends ook in digitale haatberichten en -bedreigingen. Binnen deze drie categorieën is het aantal incidenten minstens verdubbeld ten opzichte van 2020. Online antisemitisme wordt niet (apart) geregistreerd in deze CIDI-Monitor. Het aantal online berichten is simpelweg te groot om handmatig bij te houden. Om inzicht te krijgen in de onlinewereld, die niet meer los gezien kan worden van de ‘echte’ wereld, liet CIDI onderzoek doen door de Utrecht Data School van de Universiteit Utrecht.

4

Monitor antisemitische incidenten 2021

Omdat hiervoor nog ook de methodiek moest worden ontwikkeld, loot de rapportage nog achter. Het onderzoek naar antisemitisme online in het jaar 2020 is begin 2022 afgerond en zal binnenkort worden gepubliceerd. Daarin zijn 200.395 anti-Joodse berichten geïdentificeerd. Antisemitisme staat haaks op democratische grondrechten. Joden hebben het recht zichzelf te kunnen zijn in veiligheid. Onder andere de volgende aanbevelingen en best practices kunnen helpen om antisemitisme tegen te gaan: •

Neem de geschiedenis van het antisemitisme op in het onderwijscurriculum: Als alle leerlingen basiskennis krijgen van wat antisemitisme is en hoe vooroordelen worden doorgegeven, kan antisemitisme beter worden herkend. Zo bouwt de maatschappij meer intolerantie op tegen groepshaat.

•

Vergroot de justitiële capaciteit en opsporingsbevoegdheid bij strafbare discriminatie: De politie moet meer middelen worden gegeven om daders van strafbare discriminatie op te sporen. Te vaak gaan daders vrijuit, terwijl de opsporingsmogelijkheden er in principe zijn. Dat verzwakt het afschrikkende karakter van regels die beschermen tegen discriminatie en haatspraak.

•

Investeer in onderzoek: Goede kennis van feiten helpt om in te zetten op interventies daar waar ze het meest nodig zijn of het beste kunnen helpen. Ministeries en overheden kunnen zelf onderzoeken instellen of eerdere onderzoeken herhalen, om beter in beeld te krijgen welk beleid het beste werkt en wat daarvoor nodig is.

5

Monitor antisemitische incidenten 2021

Inleiding Elk jaar sinds 1984 publiceert CIDI de Monitor Antisemitische Incidenten. Hierin worden alle antisemitische incidenten die in een bepaald kalenderjaar bij CIDI aan het licht komen op consistente wijze gebundeld en geanalyseerd. De meeste incidenten in de Monitor zijn bekend geworden via meldingen bij het CIDI Meldpunt Antisemitische Incidenten. Publicaties in de media zijn ook een informatiebron, hoewel incidenten ons vaak ook via andere wegen bereiken. Zo kan van jaar op jaar worden bijgehouden hoe Nederland ervoor staat in de strijd tegen antisemitisme. De Monitor is hierdoor een belangrijke referentie voor onderzoekers en beleidsmakers op het gebied van antisemitisme. Personen die zich tot CIDI wenden met vragen, zorgen of andere meldingen over antisemitisme worden altijd geholpen met advies en, waar nodig, ondersteuning bij het opvolgen van incidenten. CIDI werkt samen met partijen als de politie, scholen of lokale overheden om voorvallen van antisemitisme aan te pakken. Deze Monitor geeft daarmee tevens een indruk van het dagelijkse werk dat CIDI verricht om opvolging te geven aan de melding van antisemitische incidenten. Antisemitisme laat zich moeilijk meten. Naast incidentregistratie zijn er onderzoeken naar de subjectieve ervaringen van Joden met haat en discriminatie.

Ook zijn er onderzoeken naar (onbewuste) antisemitische attitudes die leven onder de brede bevolking. Er komt steeds meer kennis over en ervaring met het monitoren van antisemitisch gedrag en -berichten op sociale media Deze Monitor is een bescheiden bijdrage aan dit soort onderzoeken, door op basis van meldingen een overzicht en analyse te maken van de antisemitische incidenten die zich in een gegeven jaar hebben voorgedaan. Het is onmogelijk om alle incidenten in kaart te brengen. Lang niet alle incidenten worden gemeld. Sommige mensen merken bepaalde incidenten niet eens op, bijvoorbeeld als het gaat om antisemitische scheldwoorden (‘kankerjood’, of simpelweg ‘Jood’) – die tegenwoordig standaardonderdeel zijn van het taalgebruik. De incidenten in deze Monitor laten vermoedelijk slechts het topje van de ijsberg zien. Door een consistente methodologie te hanteren zijn daarentegen trends waar te nemen, en kunnen toe- en afnames inzicht bieden in ontwikkelingen door de jaren heen. Deze Monitor begint dan ook met een beschrijving van die methodologie in Hoofdstuk1. Hier komt ook de gebruikte werkdefinitie van antisemitisme aan bod. Hoofdstuk 2 presenteert de bevindingen van de Monitor 2021: een relatieve toename van 36% in het totaal aantal incidenten ten aanzien van 2020.

Hoofdstuk 3 behandelt rapportages van politie en justitie op het gebied van strafbaar antisemitisme, en hoe die zich verhouden tot de CIDI-Monitor. In Hoofdstuk 4 komen de aanbevelingen van CIDI en best practices aan bod voor beter beleid om antisemitisme aan te pakken en te voorkomen. Hoofdstuk 5 bevat de beschrijvingen van alle 183 incidenten die in het jaar 2021 bij CIDI zijn geregistreerd en biedt hiermee inzicht in de aard van de incidenten en hoe deze door de slachtoffers zijn beleefd. Dit hoofdstuk is de ruggengraat van deze Monitor.

6

Monitor antisemitische incidenten 2021

H. 1 Methode en begrippen Incidenten worden geverifieerd en geanonimiseerd opgenomen in de Monitor. Bij twijfel over de verifieerbaarheid of het antisemitische karakter van een incident wordt het niet opgenomen in de Monitor.

Melding vs. Incident Er is een belangrijk verschil tussen meldingen en incidenten. Een melding is wanneer iemand een gebeurtenis deelt die hij of zij als discriminatoir ervaart, of opvat als haatspraak. Een incident is een concrete uiting of actie die iemand, of meerdere mensen, raakt. Een antisemitisch incident is dus een uiting of actie die al dan niet bewust vanuit anti-Joodse motieven is gepleegd. Meldingen en incidenten zijn niet altijd hetzelfde. Het kan voorkomen dat iemand het gevoel heeft discriminerend bejegend te zijn, maar dat (vermeende) afkomst in feite geen rol heeft gespeeld in de actie, of dat een discriminatoir motief niet kan worden vastgesteld. Andersom gebeurt het weleens dat veel mensen los van elkaar melding doen van hetzelfde incident. Zo kunnen meerdere mensen in de maatschappij zich bedreigd voelen door een discriminerende uiting in de politiek of media. CIDI wil met deze Monitor een zo objectief mogelijk beeld geven van ontwikkelingen op het gebied van antisemitisme. Daarom wordt ervoor gekozen om alleen incidenten te tellen en analyseren. Door het jaar heen behandelt CIDI veel meer meldingen dan dat er incidenten worden vastgesteld.

Andere meldinstanties Veel antisemitische incidenten worden direct bij CIDI gemeld. Andere, van overheidswege ingestelde meldpunten voor discriminatiezaken (waaronder antisemitisme) zijn de ADV’s (antidiscriminatievoorzieningen), het College van de Rechten van de Mens en MiND (Meldpunt Internetdiscriminatie). De politie neemt meldingen en aangiftes op van (mogelijk) strafbare discriminatie of delicten met een discriminatoir aspect. Meldingen bij deze instanties worden gepresenteerd in het jaarlijkse rapport ‘Discriminatiecijfers’. Omdat deze later wordt gepubliceerd dan de CIDI Monitor Antisemitische Incidenten, is vergelijk per kalenderjaar niet mogelijk. In Hoofdstuk 3 Politie, justitie en veiligheidsdiensten wordt het rapport over 2020 besproken. Het komt voor dat incidenten bij meerdere instanties worden gemeld. Twee in deze Monitor geregistreerde incidenten zijn ook bij het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA) gemeld. Nog eens vijf meldingen overlappen tussen de meldpunten, maar zijn niet in deze Monitor opgenomen omdat CIDI het antisemitische aspect niet ondubbelzinnig acht. Bij het College van de Rechten van de Mens is één incident gemeld dat ook in deze Monitor is opgenomen. Ook de ADV’s Vizier gericht op discriminatie en diversiteit en Stichting idb hebben (geanonimiseerd) meldingen van antisemitisme met CIDI uitgewisseld; hierin zaten geen overlappingen.

Alle andere ADV’s hebben geen gegevens van meldingen over antisemitisme willen delen.

Antisemitisch gedachtegoed: vooroordelen, extremitische ideologieën Antisemitische uitingen: schelden, vandalisme, politieke uitingen etc. Uitingen gemeld bij CIDI Incidenten in CIDIMonitor

In tegenstelling tot CIDI, rapporteren ADV’s tellingen van meldingen in plaats van incidenten. Bovendien hanteren verschillende meldpunten vaak hun eigen maatstaven over wat als antisemitisch wordt beschouwd. Zo is een ‘simpele’ bekladding met een hakenkruis maar zonder expliciete verwijzing naar Joden voor de één wel een antisemitische uiting en voor de ander niet. Deze zaken maken vergelijkingen tussen verschillende rapportages moeilijk.

7

Monitor antisemitische incidenten 2021

Meldingbereidheid Het is belangrijk dat getuigen en slachtoffers van antisemitische of anderszins discriminatoire uitingen, daar melding van maken. Meldingen helpen om incidenten te onderkennen en op te lossen, en om eventueel bredere ontwikkelingen achter incidenten te signaleren. Bovendien wordt hiermee het signaal gegeven dat groepshaat niet normaal is en niet getolereerd wordt. Het doen van meldingen vormt daarom de kern van iedere duurzame aanpak van discriminatie en moet blijvend worden bemoedigd. Het Europees Bureau voor de Grondrechten (Fundamental Rights Agency, FRA) publiceerde in 2018 de resultaten van een enquête onder Joden in verschillenden EU-landen, waaronder Nederland. Van de Nederlandse respondenten die de afgelopen vijf jaar slachtoffer waren van antisemitisme, deed slechts één op de vier melding bij een instantie (zoals CIDI) of aangifte bij de politie.1 Eerder onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau uit 2014 toonde aan dat één op de acht respondenten die dat jaar discriminatie had ervaren, hiervan melding had gemaakt.2 Hierbij moet worden opgemerkt dat antisemitisme niet altijd tegen Joodse individuen is gericht. Zo wordt antisemitisch taalgebruik of schelden met het woord ‘Jood’ in sommige kringen normaal gevonden.

Dat getuigt van een vijandig beeld van Joden an sich, maar mensen die hieraan doen zullen niet snel bewust zijn van hun eigen antisemitisme. De ervaring van CIDI als waakhond instantie en onderzoekscentrum leert dat niet iedereen antisemitisme even goed als zodanig herkent, en dus minder snel melding van incidenten maakt. Ook horen we mensen die ervoor kiezen om een gebeurtenis te negeren of zo snel mogelijk te vergeten en het dus niet melden. Vaak komen ze erop terug (soms jaren later) als het onderwerp ter sprake komt. Deze factoren leiden tot een sterke onderrapportage van het totaal aantal incidenten. Antisemitisme – over welke context hebben we het? Antisemitisme is een denkbeeld over Joden, dat puur is gebaseerd op vooroordelen. Wanneer het tot uiting komt in woorden of gedrag, spreken we van een antisemitisch incident. Iemand die een antisemitische uiting doet kan daar bewust van zijn, of niet. Uitingen kunnen gericht zijn tegen Joden of tegen niet-Joden, of indirect tegen de Joodse gemeenschap in het algemeen. Het is belangrijk dat van incidenten melding wordt gemaakt – bijvoorbeeld bij een leraar, een vertrouwenspersoon, de politie of bij CIDI. Zo kan er worden opgetreden en wordt een signaal afgegeven dat dit niet geaccepteerd wordt, en kan een dader eventueel worden opgepakt of aangesproken.

Antisemitisme is strafbaar als het onder ‘groepsbelediging’ of ‘aanzetten tot haat’ valt (137c tot en met 137g en 429quater Sr). Het gaat dan om uitingen die in het openbaar zijn gedaan en waarmee een groep met opzet wordt beledigd op grond van bijvoorbeeld afkomst, levensovertuiging of seksuele geaardheid. Daarnaast kunnen commune delicten, zoals strafbare belediging of vernieling, een discriminatieaspect hebben die strafverzwarend wegen. Commune delicten met een discriminatie-aspect worden omschreven als CODISfeiten. Voordat het Openbaar Ministerie een zaak kan beginnen, moet er eerst aangifte worden gedaan van een strafbaar feit. Joden als groep en antisemitisme als fenomeen worden niet omschreven in de wet; het is aan de rechter om zelf situaties aan de wet te toetsten. De bovengenoemde artikelen in het strafrecht worden ook gebruikt tegen andere vormen van racisme en groepshaat. Vaak hebben autoriteiten geen capaciteit om daders van incidenten op te sporen of is er onvoldoende bewijslast om tot een veroordeling te komen. In 2020 zijn slechts 50 veroordelingen geweest op grond van een discriminatiefeit (het is onbekend in hoeveel daarvan antisemitisme als discriminatiegrond een rol heeft gespeeld). Mede daarom is er een lage aangiftebereidheid. Dit is een belemmering voor de aanpak van antisemitisme en discriminatie in brede zin.

Wat wordt precies verstaan onder een ‘antisemitisch incident’? Bij haatspraak (ook wel ‘hate speech’ genoemd), mondelinge of schriftelijke uitingen van Jodenhaat, is het voornaamste criterium om te onderscheiden of iets antisemitisch is, de vraag of er daadwerkelijk iets beledigend wordt gezegd of geschreven ten aanzien van Joden als bevolkingsgroep. Kritiek op Israel valt daar niet onder. In de

1

‘Experiences and perceptions of antisemitism - Second survey on discrimination and hate crime against Jews in the EU’, Fundamental Rights Agency, december 2018 2 I. Andriesen, ‘Discriminatie herkennen, benoemen en melden’, Sociaal en Cultureel Planbureau 9 februari 2017

8

Monitor antisemitische incidenten 2021

bijlage staat meer informatie over de door CIDI gehanteerde definitie en uitgangspunten met betrekking tot antisemitisme, waaronder antisemitisme vermomd als kritiek op Israel. In deze Monitor worden incidenten beschreven die een antisemitisch karakter hebben. De incidenten worden onderverdeeld in de volgende domeinen: • • • • •

‘real life’, waarbij een directe confrontatie plaatsvindt tussen slachtoffer en dader Vandalisme, zoals vernielingen en bekladdingen van Joodse doelen in de openbare ruimte Incidenten in de directe omgeving, zoals tussen klasgenoten, collega’s of buren Schriftelijke uitingen die als privébericht zijn verstuurd Incidenten in het maatschappelijk domein, met een publiekelijk karakter, zoals onder andere bij sportwedstrijden, in de politiek of in media

De domeinen zijn onderverdeeld in subcategorieën, die verder worden omschreven in Hoofdstuk 5. Antisemitische incidenten kunnen gericht zijn tegen individuen of tegen Joden als bevolkingsgroep. CIDI maakt gebruik van de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme om te toetsen of een uiting antisemitisch is. Uitingen die online worden gedaan in openbare fora en discussiegroepen worden in deze Monitor niet meegeteld als afzonderlijke incidenten. Dit is om de simpele Niet wordt meegerekend in deze Monitor: reden dat de stroom aan antisemitische commentaren in de digitale wereld veel te • Incidenten waarvan het antisemitische aspect niet kan worden geverifieerd groot is om bij te houden. CIDI benadrukt • Incidenten die alleen bij de politie of een ADV zijn gemeld en niet daarom het belang van apart dataonderzoek met CIDI zijn gedeeld naar online haatspraak. Lees meer hierover • Uitingen geplaatst op sociale media anders dan digitale onder de kop ‘online antisemitisme’ aan het privéberichten eind van dit hoofdstuk. Ook in de eerdere CIDI• Incidenten en uitingen van Holocaustbagatellisering • ‘Simpele’ uitingen van nazisymbolen, zoals een Hitlergroet of een Monitors wordt antisemitisme in de digitale bekladding met een hakenkruis omgeving apart behandeld.

Door dezelfde strenge normering al 38 jaar consequent te hanteren geeft de Monitor een betrouwbaar beeld van ontwikkelingen door de jaren heen. Opvallende toe- en afnames van het aantal incidenten, in totaal of binnen de verschillende categorieën, wijzen op bredere trends.

Wel worden incidenten meegerekend: •

•

Antisemitische incidenten in ‘real life’, in de directe omgeving, in het maatschappelijk domein en vandalisme en schriftelijke uitingen met antisemitisch karakter Online uitingen van antisemitisme die op een directe manier (via direct messaging of in een gesloten groepsapp) tegen een persoon zijn gericht

Werkdefinitie antisemitisme Antisemitisme is een op vooroordelen gebaseerd beeld van Joden, dat zich kan uiten als haat tegen Joden. Antisemitisme wordt ook wel simpelweg ‘Jodenhaat’ genoemd. Kenmerkend voor antisemitisme – net als voor andere vormen van xenofobie, zoals anti-zwart racisme – is dat vooroordelen vaak zijn terug te voeren op historisch gevormde vijandbeelden en onderbuikgevoelens. Stereotypen over Joden als woekeraars, bloeddorstig, godsmoordenaars of als infiltranten die uit zijn op wereldheerschappij worden al eeuwenlang gebruikt en maken deel uit van ons ‘culturele bagage’. De eerste tekenen van zulk antisemitisme zijn te herleiden tot de Griekse Oudheid, enkele eeuwen voor onze jaartelling. Antisemitisme wordt daarom ook wel ‘de oudste vorm van haat’ genoemd. Hoofdstuk 2 gaat in op enkele veel voorkomende verschijningsvormen van antisemitisme in Nederland vandaag de dag. Een omvattende beschrijving van deze geschiedenis, of van de sociaalpsychologische aspecten van groepshaat, valt buiten het domein van deze publicatie. Hier zijn veel studies over beschikbaar. Op CIDI.nl zijn achtergrondartikelen te vinden over ontwikkelingen op het gebied van antisemitisme, alsmede literatuurtips. Op 9

Monitor antisemitische incidenten 2021

www.antisemitismetijdlijn.nl is een beknopt overzicht te vinden van anti-Joodse steretypes die prevalent zijn geweest door de tijd heen. Veel van de hierin genoemde stereotypen zijn terug te vinden in de incidenten die zijn beschreven in Hoofdstuk 5.

Voor het doel van incidentregistratie is een bepaalde maatstaf nodig om te kunnen vaststellen of een gebeurtenis een antisemitisch incident betreft of niet. CIDI hanteert daarbij de breed gedragen werkdefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA). De IHRA is een internationaal orgaan ter bevordering van een waardige herinnering aan de Holocaust, waarvan ook Nederland lid is. De definitie luidt: “Antisemitisme is een bepaald beeld van Joden dat zich kan uiten als haat tegen Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme worden gericht tegen Joden of niet-Joden en/of hun bezittingen, tegen instellingen van de Joodse gemeenschap, en religieuze voorzieningen.” Dit omschrijft heel kernachtig hoe antisemitisme zich uit, maar kan daardoor in de praktijk ook heel breed worden opgevat. De IHRA licht de werkdefinitie verder toe: “Deze uitingen kunnen daarbij ook gericht zijn tegen de staat Israel, die wordt gezien als een Joodse collectiviteit. In de antisemitische overtuiging worden Joden er regelmatig van beschuldigd dat zij samenzweren met als doel de mensheid schade toe te brengen. Ook wordt antisemitisme vaak gebruikt om Joden de schuld te geven van ‘waarom dingen verkeerd gaan’.

Antisemitisme uit zich in spraak, tekst, visuele vorm en in daden, waarbij gebruik wordt gemaakt van kwaadaardige stereotypes en negatieve karaktereigenschappen.” Om de definitie waar mogelijk nog verder af te bakenen zijn tevens elf voorbeelden die, met de context in acht genomen, kunnen duiden op hedendaagse vormen van antisemitisme. Onder die voorbeelden zijn: •

Het uiten van leugenachtige, ontmenselijkende, demoniserende of stereotyperende beweringen over Joden in het algemeen of over de macht van Joden als collectief, met name maar niet uitsluitend de mythe van een wereldwijde Joodse samenzwering, of van Joden die de macht hebben over de media, de economie, de regering of andere instellingen binnen de samenleving;

10

Monitor antisemitische incidenten 2021

Toelichting: De mythe van een wereldwijde Joodse samenzwering werd voor het eerst verspreid in het boek ‘De Protocollen van Zion’. Deze antisemitische fabricage, geschreven in tsaristisch Rusland, moet de ‘Protocollen’ voorstellen waarmee Joodse ‘wijzen’ hun plannen bespreken om aan de wereldheerschappij te komen. Deze mythe wordt door antisemieten toegepast op allerlei ontwikkelingen die ze een gevaar vinden, door ze neer te zetten als ‘Joods complot’.

•

Voorbeeld:

Met de klok mee, van linksboven: insinuatie dat de Black Lives Matterbeweging een Joods complot is; afbeelding van de Joodse miljardair en filantroop George Soros als marionettenspeler die de politici controleert; Macron en Merkel als duivelachtige wezens die ‘De Protocollen’ ter uitvoering brengen. De afbeeldingen zijn afkomstig van extremistische websites waarnaar verschillende FVD-politici linken op Twitter.

Vergelijkingen trekken tussen het hedendaags Israëlische beleid en dat van de nazi’s

Toelichting: De impliciete boodschap van dergelijke vergelijkingen is: ‘Wat Israel doet is extra verwerpelijk, want uitgerekend Joden zouden beter moeten weten’. Dit is een vorm van victim blaming, waarbij de Joodse bevolkingsgroep (de gedeelde noemer tussen ‘Holocaust’ en ‘Israel’) wordt aangevallen. Een wereldwijd verspreide bevolkingsgroep wordt verantwoordelijk gehouden voor het beleid van Israel, en daarbij expres geprovoceerd met haar gedeelde trauma, voor een soundbyte over acties van de regering van één land.

Voorbeeld:

Deze cartoon circuleert op sociale rondom de escalatie van het geweld tussen Israel en Hamas in het voorjaar van 2021. In mei 2021 plaatst een Turkse extremistische nieuwssite de afbeelding, met als toelichting: “deze cartoon omschrijft Israel het best”. Het artikel stelt dat het lot van Joden in de Holocaust gelijk staat aan hoe Israel omgaat met Palestijnen. Op dezelfde dag dat het artikel geplaatst wordt, deelt een raadslid van DENK dezelfde cartoon op zijn Facebook-pagina, waarbij hij de nazivlag vervangt met de tekst “2e WO”. Zijn toelichting: “Dit is helaas een pijnlijke realiteit…” (incident van 15 mei, zie p. 75).

De EU hanteert zelf de IHRA-werkdefinitie en raadt lidstaten aan om van deze definitie gebruik te maken als hulpmiddel bij het herkennen, registreren en aanpakken van antisemitische incidenten. De EU heeft daartoe een

11

Monitor antisemitische incidenten 2021

handboek gepubliceerd met een uitgebreide uitleg over de toepassing van de IHRA-werkdefinitie, inclusief voorbeelden van antisemitische incidenten.3 De Nederlandse regering heeft de werkdefinitie omarmd en deze gedeeld met de politie, het OM en ADV’s als hulpmiddel in hun taak om antisemitisme te herkennen en bestrijden als vorm van racistische haat.4 De CIDI-Monitor is vooralsnog echter de enige Nederlandse publicatie die daadwerkelijk gegevens toetst aan de IHRA-werkdefinitie. De volledige tekst van de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme is te lezen in de bijlage van deze Monitor.

Online antisemitisme Een onderzoek van Utrecht Data School naar online antisemitisme in 2020 vond in totaal 200.395 anti-Joodse berichten in het Nederlands. Hoewel dat aantal moeilijk is om te beoordelen, stellen de onderzoekers dat antisemitisme structureel aanwezig is op alle platforms die zijn onderzocht. Het volledige onderzoeksrapport in opdracht van CIDI en het Centraal Joods Overleg wordt naar verwachting in het voorjaar van 2022 gepubliceerd.5 Het onderzoek maakt onderscheid tussen ‘impliciet’ en ‘expliciet’ antisemitische uitingen. Bij eerstgenoemde gaat het om uitingen waarmee een antisemitisch denkbeeld wordt gereproduceerd. Het gaat dan vaak over reproducties van het stereotype over Joden als almachtige samenzwering. Zo zijn veel uitingen gevonden waarin Joden of ‘Joodse elites’ verantwoordelijk worden gehouden voor de coronacrisis. In aansluiting hierop krijgen ‘schaduwachtige machten’ zoals ‘globalisten’ of ‘onze heersers die niet bekritiseerd mogen worden’ de schuld voor bepaalde linkse en progressieve bewegingen zoals Black Lives Matter, en wordt met antisemitische stereotypes duidelijk gemaakt wie deze machten zouden zijn. Daarnaast spreken de onderzoekers van expliciet antisemitisme wanneer er niet alleen sprake is van een antisemitisch motief, maar daarbij de uiting expliciet tegen Joden of iemands associatie met het Jodendom gericht is.

Voorbeelden zijn uitingen over ‘de Joodse globalist George Soros’ of ‘cryptojews’. Ook uitingen waarbij het woord ‘Jood’ als scheldwoord wordt gebruikt vallen hieronder. Op kanalen waar niet of nauwelijks gemodereerd wordt vormen dergelijke uitingen de grootste bron van antisemitisme. Het is moeilijk te stellen welk aandeel van het totaal aan online antisemitische uitingen dit betreft. De online platforms waaruit data zijn geput (Facebook, YouTube, Twitter, Reddit, Telegram, weblogs en fora) blokkeren delen van hun content voor dataverzameling door onderzoekers. Andere grote platforms, zoals Instagram, zijn om die reden niet structureel te onderzoeken. Ook is het totaal van 200.395 antisemitische uitingen moeilijk om in te vullen in termen als ‘veel’ of ‘weinig’. In de Nederlandse context is nog nooit eerder op deze schaal onderzoek naar online antisemitisme gedaan. Een herhaling van het onderzoek zou duidelijkheid kunnen geven over toe- of afnames alsmede van de intensiteit van antisemitische retoriek online.

3

European Commission, Directorate-General for Justice and Consumers, Steinitz, B., Stoller, K., Poensgen, D., et al., Handbook for the practical use of the IHRA working definition of antisemitism, Publications Office, 2021, https://data.europa.eu/doi/10.2838/07516 4 Ollongren, K.H. (2020, 15 juni). Brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30950-185.html 5 Utrecht Data School. Onderzoek – Online antisemitisme in 2020 (ongepubliceerd rapport). Universiteit Utrecht, december 2021

12

Monitor antisemitische incidenten 2021

H. 2 Bevindingen In 2021 zijn in totaal 183 incidenten geregistreerd: een toename van 36 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dit is vergelijkbaar met het aantal dat in 2019 is geregistreerd, toen er met 182 incidenten sprake was van een recordaantal antisemitische incidenten. In 2020, toen het aantal incidenten daalde naar 135, bestond de indruk dat die daling vooral te maken had met de strenge lockdowns en het verminderde maatschappelijke verkeer. (Merk op dat antisemitische uitingen die zich beperken tot het online domein in deze Monitor niet worden meegeteld). CIDI schreef toen: “Er is weinig reden om te vermoeden dat deze trend zich doorzet zodra de samenleving weer uit de lockdown komt” (Monitor antisemitische incidenten 2020, p.3). Totaal antisemitische incidenten in CIDI-Monitor vanaf 2010

Met opnieuw een toename van 36% blijkt die indruk nu terecht. Hoewel lockdowns ook in 2021 van kracht waren, laten mobiliteitscijfers zien dat thuisisolatie en quarantaineregels minder streng zijn opgevolgd naarmate het begin van de pandemie verder in het verleden ligt. Er lijkt dus eerder sprake van een stijgende trend over de laatste jaren dan van een incidentele stijging.

Het aantal incidenten is in 2021 in vrijwel alle categorieën toegenomen ten aanzien van 2020. Uitschieters zijn de categorieën ‘school’ (van 3 naar 13) en ‘digitale privéberichten’ (van 19 naar 47).

Toename incidenten op school Vrijwel alle incidenten op scholen vonden plaats in de periode mei-juni, tijdens de escalatie van het militaire conflict tussen Israel en Hamas, of kort daarna. Bij de meeste incidenten betrof het pestkoppen die in meer of mindere mate het conflict als aanleiding zagen om (vermeend) Joodse schoolgenoten aan te vallen. Een bijkomend probleem is dat een aantal van die incidenten op basisscholen niet tijdig als antisemitisch zijn herkend, met hartverscheurende situaties als gevolg. 17 mei Een jongen in groep 8 van een basisschool in Amstelveen wordt vanaf mei 2021 steeds vaker uitgescholden vanwege zijn Joodse afkomst. Een aantal kinderen in de klas, vooral jongens, roept "Free Palestina" naar hem, maar al snel ook dingen als "kankerjood". Na een aantal dagen begint de groep pestkoppen een vriend en klasgenoot van de jongen onder druk te zetten om niet meer met hem om te gaan. Uiteindelijk krijgen ze daarin succes; de vriend wendt zich af van de Joodse jongen, die vanaf dan het gevoel krijgt er alleen voor te staan. Uiteindelijk wordt er door de school ingegrepen, maar hij blijft er wekenlang angstig en verdrietig om.

13

Monitor antisemitische incidenten 2021

Digitale haatberichten tonen denkwijze van antisemieten De aanleiding voor de toename in de categorie ‘digitaal privé’ is minder eenduidig. Dit betreft gerichte antisemitische uitingen verstuurd per e-mail of via privéberichten op messenger platforms. De drempel voor zulke uitingen is laag, omdat er geen directe confrontatie is tussen dader en slachtoffer. Bovendien verschuilt de dader zich vaak achter een anoniem account of mailadres. Net als bij veel pestincidenten op scholen geldt ook hier dat veel antisemitische berichten rond de periode mei-juni zijn verzonden aan Joodse organisaties of mensen die op sociale media hun Joods-zijn of affiniteit met Israel uitdragen.

Voorbeelden van berichten die sociale mediagebruikers hebben ontvangen rondom het oplaaiende conflict tussen Israel en Hamas in mei en juni. In de meeste gevallen is enige blijk van een Joodse identiteit of affiniteit met Israel ‘voldoende’ om met dergelijke berichten geconfronteerd te worden Het versturen van antisemitische privéberichten kent een lage drempel. De uitingen geven een inkijkje in de gedachtegang van daders. Ze laten zien dat actuele ontwikkelingen nog vaak worden opgevat als het resultaat van een ‘Joods complot’, bijvoorbeeld zoals in deze voorbeelden: 4 maart Verschillende media berichten over het nieuws dat een vermogende ondernemer 1 miljoen euro heeft gedoneerd aan D66 en nog eens 350.000 euro aan de Partij voor de Dieren, vanwege hun voorgestelde klimaatbeleid. Enkele ogenblikken later ontvangen CIDI en verschillende Tweede Kamerleden van D66 een email waarin het bericht wordt voorzien van het volgende commentaar: “Wie betaalt, bepaalt...Hier moeten wel de ZIONISTEN achter zitten... De protocollen van de wijzen van Sion moeten worden doorgevoerd” 30 april In landelijke media wordt aandacht besteed aan een ramp bij de Meronberg in Israel. Bij de verdrukking door een grote menigte komen 45 mensen om het leven, die bijeen waren voor een religieuze feestdag.

Naar aanleiding van dit nieuws schrijft een e-mailer aan CIDI: “Het is mijn vaste overtuiging, dat deze ramp een straf is van God voor de misdaden, die ze begingen tegen de Palestijnen. Weliswaar is er geen profeet opgestaan om het Joodse volk te waarschuwen voor hun zondige levenswijze, zoals in de bijbel beschreven, maar nu is de VN door God gezonden om hen te waarschuwen! Ik hoop dat Israël nu gewaarschuwd is en zich deze waarschuwing ter harte neemt en de Palestijnse rechten respecteert.” 14

Monitor antisemitische incidenten 2021

10 mei In landelijke media wordt aandacht besteedt aan rellen op de Tempelberg in Jeruzalem. Bij confrontaties tussen Palestijnse demonstranten en de Israelische politie, komt er traangas van laatstgenoemde de Al Aqsamoskee binnen. Een e-mailer schrijft hierover tegen CIDI: “Het is een schande wat jullie doen in Jerusalem met de uitzettingen. Ook het ontheiligen van de Al Aqsa moskee is echt iets voor jullie joden. Jullie verdienen geen plaats op deze aarde. Ik hoop dat Allah jullie zal laten branden in de hel. Allah is groot.” 15 november Naar aanleiding van een statement van CIDI in de media over voortdurende bagatellisering van de Holocaust door FvD, zoekt iemand per e-mail contact met CIDI. De mailer schrijft onder andere: “Als jullie dat niet eens snappen kan ik jullie (k)neuzen echt niet meer serieus nemen (...) Heel dat gare Israel heeft onderhand meer gemoord als de nazi’s bij elkaar, (k)neuzen”.

Straatintimidatie weer terug Tenslotte is ook in de categorie ‘real life’ een grote toename geregistreerd. In de subcategorie ‘schelden’, die gaat over scheldincidenten op straat, is het aantal incidenten verdubbeld van 16 naar 32 ten opzichte van 2020. Dit betreft soms scheldincidenten richting ordehandhavers. Zo zijn er gevallen waarbij naar politieagenten is gescholden met “Jood”, “kankerjood” en dergelijke bij de rellen rondom de invoering van de avondklok in januari 2021. Daarnaast komt het vaak voor dat mensen die als Joods herkenbaar zijn op straat, bijvoorbeeld aan het dragen van een keppel, worden uitgescholden. Er zijn drie geweldsincidenten met een antisemitisch aspect geregistreerd, allen in Amsterdam. In alle gevallen is melding gemaakt bij de politie. Voor zover bekend is in een geval een dader aangehouden. Mogelijk is de toename in deze categorie deels te wijten aan het versoepelen van coronamaatregelen, waardoor überhaupt meer interactie is in de openbare ruimte en daarmee het ‘risico’ van antisemitische bejegening op straat toeneemt. Naarmate fysieke Joodse bijeenkomsten weer plaats konden vinden, zijn meer herkenbaar Joodse mensen te zien rondom herkenbaar Joodse locaties als synagogen.

Zoals hierboven genoemd, moet het aantal incidenten dan ook niet worden gezien als een plotselinge toename, maar eerder als voortzetting van langzaam maar structureel toenemend antisemitisme over de laatste jaren. In 2018 bleek uit onderzoek dat zo’n 43% van Joden in Nederland uiterlijk of kleding weleens aanpast om negatieve reacties te voorkomen.6

Trends en ontwikkelingen De bovengenoemde bevindingen en een nadere blik op de geregistreerde incidenten laten twee trends zien in het hedendaagse antisemitisme.. Ten eerste blijkt dat anti-Israelactivisme tijdens spanningen in het Israelisch-Palestijns conflict vaak over kan slaan in antisemitisme en vormen van extremisme. Ten tweede blijkt dat bagatellisering van de Holocaust vaak uit antisemitisme voortkomt, en dat er opvallend lichtzinnig mee wordt omgegaan in de samenleving.

Toename antisemitisme en extremisme tijdens spanningen rondom Israel Het toenemen van spanningen in het Israelisch-Palestijnse conflict is in Nederland vaak aanleiding tot antisemitische uitingen. Joden in Nederland worden niet zelden verantwoordelijk gehouden voor acties van de Israelische regering – los van of men het toevallig met die acties eens is of niet. Hierdoor voelen veel Joden zich in Nederland onveilig en aarzelen ze om hun identiteit te uiten. Tegelijkertijd krijgt extremistisch gedachtegoed van groeperingen als Hamas of het Iraanse regime te vaak ruim baan, en wordt het intolerante karakter ervan niet (tijdig) herkend.

6

R. Lubbe, ‘Joden in Nederland’, EenVandaag Opiniepanel Rapport, 26 november 2018. Geraadpleegd via https://eenvandaag.avrotros.nl/item/veel-nederlandse-joden-durven-niet-openlijk-joods-te-zijn/

15

Monitor antisemitische incidenten 2021

Het uitsplitsen van de incidenten naar maand toont deze trend duidelijk, met een piek in de maand mei, toen Israel en Hamas in de Gazastrook in een geweldsspiraal terecht kwamen. Hetzelfde geldt bij het aantal inzendingen aan het meldpunt7 antisemitische incidenten. In onderstaande grafiek worden beide vergeleken: Incidenten en meldingen naar maand in 2021

Dit fenomeen is allesbehalve nieuw, en beperkt zich niet tot Nederland.8 Zo verzamelde zich in het Duitse Gelsenkirchen een menigte voor een synagoge om te demonstreren tegen het Israelische defensiebeleid, waarbij “Scheiß Juden” werd gescandeerd. In Londen paradeerden jongeren in auto’s door straten van een wijk met relatief veel Joodse bewoners, uitgedost met Palestijnse vlaggen, waarbij door een megafoon werd geschreeuwd: “Fuck the Jews, rape their daughters”. Naast expliciet antisemitische incidenten, was er een sterke toename van anderszins extremistische leuzen en slogans, met name rondom anti-Israeldemonstraties in mei 2021. Hieronder volgt een aantal voorbeelden: De witte vlag op deze afbeelding staat voor het Islamitisch Emiraat Afghanistan en wordt gebruikt door de Taliban. De vlag staat daarmee voor een fundamentalistische en militante islamistische staat. Op andere bordjes staat de leus: “One state: the Caliphate”. Bij een anti-Israeldemonstratie in Amsterdam op 16 mei 2021 werd door veel mensen openlijk met deze vlag gewapperd. Voor zover bekend werd er niet ingegrepen.

7

Niet alle meldingen betreffen inzendingen via een geautomatiseerd systeem, maar worden ook per telefoon of e-mail naar een algemeen adres gedaan. Het gaat daarom om een grove schatting. 8 Zie bijvoorbeeld: Verweij-Jonker Instituut en Anne Frank Stichting, ‘Zevende rapportage racisme, antisemitisme en extreemrechts geweld in Nederland’, 2018, p. 64. Geraadpleegd via https://www.annefrank.org/nl/downloads/filer_public/60/13/6013b703-0be3-4612-a13f-4e9f5e4f4a8a/racisme_2017_vji.pdf

16

Monitor antisemitische incidenten 2021

De leus “From the river to the sea, Palestine will be free” drukt de wens uit voor een vrij Palestina in het hele gebied tussen de Jordaan (‘river’) en de Middellandse Zee (‘sea’), oftewel om het bestaan van Israel terug te draaien. De leus werd al door de Palestine Liberation Organization (PLO) gebruikt vóórdat de huidige Palestijnse gebieden bezet werden, in de vorm: ‘We zullen de Joden de zee in drijven.’ Extremistische groeperingen die Israel nog steeds met geweld willen vernietigen, zoals Hamas, gebruiken de leus in zijn originele vorm nog steeds. De leus is dan ook niet zomaar een oproep tot solidariteit met Palestijnen, maar bovenal extremistisch en revisionistisch. De leus werd veelvuldig gescandeerd op antiIsraeldemonstraties. De afbeeldingen links zijn van spandoeken en borden die dagenlang hingen bij de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam.

Bij een anti-Israeldemonstratie in Amsterdam en Utrecht wordt door megafoons de Khaybar-leus gescandeerd. De leus met de tekst “Khaybar, khaybar yaa yahud, jaisj-e-mohammed saufa ya’ud” betekent grofweg “herinner je Khaybar, o Joden, het leger van Mohammed komt er weer aan”. Het verwijst naar de slag bij Khaybar in 628, waarbij een massamoord plaatsvond op Joden. De slag was een opmaat naar de etnische zuivering van Joden uit het Arabische schiereiland (behalve Jemen). Deze eeuwenoude uitdrukking van Arabische haat tegen Joden is geregeld te horen bij demonstraties tegen Israel.

Hoe duidelijk de correlatie ook is, het is problematisch om spanningen in het Midden-Oosten als redelijke verklaring te zien van antisemitische uitingen hier in Nederland – dat wil zeggen, uitingen van haat die zich richten tegen de Joodse gemeenschap. Het risico bestaat dat een dergelijke houding zou kunnen leiden tot begrip voor uitingen van antisemitisme. De toename van antisemitische incidenten in zulke periodes moet dan ook gezien worden als ontmaskering van antisemitische attitudes die reeds in de samenleving sluimeren, maar in bepaalde omstandigheden tot uiting komen. Daarom is de keuze van politieke partijen zoals BIJ1 en DENK, om niet mee te werken aan initiatieven om de Nederlandse Joodse gemeenschap tegen antisemitisme te beschermen, onbegrijpelijk en zorgelijk. De partijen geven hiermee een verkeerd signaal aan hun achterban af, een legitimering van het feit dat de mensen zich antisemitisch uiten in protest tegen Israel. Het verwerpen van de IHRA-werkdefinitie door deze groepen en partijen kan dit niet goedpraten. Bovendien is het ook volgens de IHRA-werkdefinitie prima mogelijk om scherpe kritiek op Israel te leveren.

17

Monitor antisemitische incidenten 2021

Bagatellisering van de Holocaust en het nazisme Een andere groeiende trend is Holocaustbagatellisering. Sociale mediabedrijven geven ruim baan aan gelijkstellingen tussen de coronamaatregelen en de Jodenvervolging, ondanks dat de twee geenszins vergelijkbaar zijn. Populistische politici, aangevoerd door Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie, doen volop mee aan deze praktijk en brengen daarmee het historisch besef van de samenleving in gevaar. CIDI maakt een conceptueel onderscheid tussen Holocaustbagatellisering en antisemitisme als zodanig. Ook de IHRA, waarvan de werkdefinitie van antisemitisme in deze Monitor gebruikt wordt, heeft een aparte werkdefinitie voor Holocaustontkenning en Holocaustverdraaiing9. De ontelbare gelijkstellingen tussen de Sjoa en de coronamaatregelen zijn dan ook niet als incident openomen in deze Monitor. Hiermee kiest CIDI er bewust voor om de term ‘antisemitisme’ eng te definiëren – wat echter niet betekent dat Holocaustverdraaiïng ook in de praktijk altijd losstaat van antisemitisme of groepsbelediging. Holocaustverdraaïng is, ook wanneer het geen antisemitisme betreft, zeer schokkend en beledigend voor veel leden van de Joodse gemeenschap.

Op 15 december 2021 stelde een voorzieningenrechter CIDI, het Centraal Joods-Overleg (CJO) en vier Joodse overlevenden van de Holocaust in het gelijk in een zaak tegen Thierry Baudet vanwege verschillende uitingen van Holocaustbagatellisering. “Als ik tijdens gastlessen op scholen het woord Holocaust soms met veel moeite uitspreek, is dat om de kinderen duidelijk te maken dat deze ergste vorm van genocide die de mensheid heeft gekend, nooit meer mag voorkomen en nooit vergeten mag worden. Daar moeten zij, die schoolkinderen, als zij straks in de maatschappij zijn opgenomen, voor zorgen. Dat is hun verantwoordelijkheid, dat is hun plicht. En als dan datzelfde woord Holocaust ter vergelijking met wat dan ook gebruikt wordt, voel ik mij als overlevende gekrenkt, beledigd, vernederd (…) Ik begrijp niet waarom de heer Baudet de Holocaust gebruikt om zijn doel te bereiken. Behalve deze vier [Myrna Tugendhaft, Mattie Tugendhaft, Rob Moscou en Cortissos zelf, red.] kan niemand in deze zaal bevroeden wat ons is aangedaan. Je familie gedeporteerd, met de trein naar het vernietigingskamp, uitkleden en dan naar de gaskamer, soms met 600 tegelijk”.

– Rudie Cortissos in kort geding over Holocaustvergelijkingen, 15 december 2021 Veel incidenten laten zien dat Holocaustbagatellisering niet simpelweg uit onwetendheid voortkomt, maar dat er wel degelijk antisemitische attitudes aan ten grondslag liggen. CIDI voerde samen met het CJO en vier Joodse overlevenden van de Holocaust een kort geding tegen Thierry Baudet wegens uitspraken waarin hij de coronamaatregelen van de regering vergelijkt met de behandeling van Joden tijdens de Holocaust. De rechter oordeelde dat hij het leed van Joden instrumentaliseert en “bijdraagt aan een klimaat waarin uitingen van antisemitisme worden aangewakkerd”. Op het nieuws over het vonnis werd op sociale media inderdaad veelvuldig in antisemitische bewoording gereageerd, met beweringen als ‘Joden misbruiken de Holocaust voor politiek gewin’ en ‘Joden controleren de rechterlijke macht’.

9

International Holocaust Remembrance Alliance, ‘Werkdefinitie van Holocaustontkenning en Holocaustverdraaiïng’. Geraadpleegd via https://www.holocaustremembrance.com/nl/resources/working-definitions-charters/werkdefinitie-vanholocaustontkenning-en

18

Monitor antisemitische incidenten 2021

Net als antisemitisme, is Holocaustbagatellisering niet alleen een probleem voor de Joodse gemeenschap, maar voor de samenleving als geheel. Historisch bewustzijn en begrip van de Holocaust als moreel ijkpunt behoren tot de pijlers van de democratie. Daar waar dit bewustzijn nog meer onder druk staat, zoals in Polen of Hongarije, staat de democratie onder druk.

19

Monitor antisemitische incidenten 2021

H. 3 Politie, justitie en veiligheidsdiensten Omdat de jaarlijkse rapporten van de politie en het OM later in het jaar worden gepubliceerd dan deze Monitor, worden hier de rapporten van 2020 besproken.

Discriminatiecijfers politie in 2020 De Nederlandse politie registreerde volgens het rapport Discriminatiecijfers in 2020 een totaal van 3.924 discriminatie-incidenten.10 Hiervan waren 517 antisemitisch van aard, oftewel 8%. In 2019 lag het totale aantal geregistreerde incidenten van discriminatie hoger, op 5.487, waarvan 768 gevallen van antisemitisme (14%). De reden hiervoor ligt met grote waarschijnlijkheid bij de coronamaatregelen, die interactie in de openbare ruimte sterk hebben verminderd. Binnen de soorten incidenten onderscheidt de politie onder andere discriminerend geweld en geweld in combinatie met uitlating, oftewel een geweldsincident waarbij de dader in antisemitische bewoording scheldt of dreigt. Van de eerste noteerde de politie één geval en van de tweede 26 gevallen. Het rapport Discriminatiecijfers in 2020 stelt dat de aangiftebereidheid bij discriminatie in het algemeen en bij antisemitisme verbeterd is na diverse oproepen vanuit de Nederlandse politiek en maatschappij om discriminatie als probleem serieuzer aan te pakken. Vooral de coronamaatregelen en het schrappen van publiek in de voetbalstadions worden als reden gegeven voor de daling van het aantal registraties bij de politie.

Discriminatiecijfers OM 2020 Het aantal discriminatiezaken dat in behandeling genomen werd door het Openbaar Ministerie in 2020 steeg sterk ten opzichte van het jaar ervoor, blijkt uit het rapport Cijfers in Beeld 2020.11 Van 123 specifieke discriminatiefeiten in 2019 naar 157 specifieke discriminatiefeiten in 2020 is het totale aantal gestegen met meer dan een kwart. Daarbij vormde antisemitisme een veel kleiner percentage van het aantal in behandeling genomen delicten: 49 antisemitische incidenten werden behandeld door het OM in 2020, oftewel 19% van het totale aantal behandelde discriminatiezaken, tegenover 40% van de discriminatiezaken waar het OM zich in 2019 over boog. Bij de commune feiten met een discriminatie-aspect (CODIS-feiten) betrof antisemitisme 9% van de geregistreerde gronden, in 2019 was dat 10%. In 50% van de bij het OM ingestroomde discriminatiezaken ging het OM over tot strafvervolging. Van de behandelde zaken werden er 50 verdachten van discriminatiedelicten uiteindelijk vervolgd en bestraft – dat is in 83% van alle delicten waar vervolging werd ingezet. Dit aantal is iets meer dan in 2019, toen 78% van alle vervolgingen voor discriminatiedelicten leidde tot een veroordeling met straf.

10

Rijksoverheid, Discriminatiecijfers in 2020. Geraadpleegd via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/06/01/discriminatiecijfers-in-2020 11 OM, Cijfers in beeld 2020. Geraadpleegd via https://www.om.nl/documenten/publicaties/discriminatie/lecd/cijfers-inbeeld/cijfers-in-beeld-2021.

20

Monitor antisemitische incidenten 2021

H. 4 Aanbevelingen Antisemitisme is diepgeworteld en hardnekkig. Om het te bestrijden is breed gedragen bewustwording en educatie nodig. Iedereen in de maatschappij heeft de verantwoordelijkheid om discriminatie actief af te wijzen, en moet discriminatie kunnen herkennen als zij het tegenkomen. Het allerbelangrijkste is en blijft: trek aan de bel en doe melding als je getuige bent van antisemitisme! Maak niet normaal wat niet normaal is. Daarnaast ziet CIDI veel concrete punten die nodig zijn in de bestrijding van antisemitisme. We zetten de aanbevelingen hier op een rij:

Wat? Behoud en bewaak de norm – veroordeel antisemitische uitingen direct en ondubbelzinnig Wie? Politici, ambtsdragers, leidinggevenden, leraren, etc. Waarom? Veel uitingen van antisemitisme zijn niet evident en vaak impliciet. Soms ook als ‘grap’ bedoeld. Het is van groot belang om uitingen direct te herkennen en veroordelen zodat de norm duidelijk is en blijft. Alertheid is key, of het nu op straat, school, de sportclub of op een whatsappgroep gebeurt, laat staan in de Tweede Kamer. Negeren leidt tot normvervaging. Dit geldt zeker voor gezagsdragers zoals burgemeesters, ministers, leraren, politieagenten en andere ambtsdragers. Een ogenschijnlijk klein gebaar als een bijvoorbeeld Hitlergroet is niet slechts een grap. Als veroordelende reactie uitblijft zal het vaker worden herhaald – en versterkt, omdat dezelfde grap voor de tweede keer niet zo grappig is. Daarom pleiten we voor zero tolerance bij antisemitische (of anderszins discriminatoire) uitingen. De verantwoordelijkheid om de norm te handhaven ligt bij eenieder van ons, op elk moment: zwijg niet, herinner de anderen aan de norm die voor ons allen geldt. Wat? Investeer in een infrastructuur voor meldingen van discriminerend gedrag Wie? Politiek, politie, managers, gezagsdragers Waarom? Het doen van meldingen van antisemitisme vormt de kern van een goede aanpak van discriminatie.

Niet gemelde incidenten kunnen niet worden aangepakt. Bovendien gaat er een signaal van uit: ‘Dit wordt niet geaccepteerd en ik laat het hier niet bij!’. Getuigen en slachtoffers moeten blijvend worden aangemoedigd om melding te doen. ADV’s en politie, maar ook maatschappelijke organisaties die meldingen behandelen, zoals CIDI, moeten goed geëquipeerd zijn en voldoende kennis in huis hebben. Bovendien moeten de instanties samenwerken om meldingen adequaat op te tekenen, op te volgen en de drempel voor het doen van een melding zo laag mogelijk te maken voor het publiek.

Onderwijs Wat? Behandel de geschiedenis van de Holocaust als eindexamenonderwerp Wie? Minister van OCW, College voor Toetsen en Examens Waarom? Dit is al jaren niet het eindexamenonderwerp geweest, terwijl het centrale eindexamen de beste manier is om een onderwerp onder de aandacht te brengen. Lessen over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust behoren al tot de eindtermen, maar de invulling daarvan verschilt veel per school en per docent. Door de Holocaust als eindexamenonderwerp te kiezen, word een veel grotere groep leerlingen geconfronteerd met het belang van deze herinnering in onze maatschappij. Wat? Neem de geschiedenis van het antisemitisme op in het curriculum Wie? Tweede Kamer, Minister van OCW Waarom? Bij het tegengaan van vooroordelen is niets waardevoller dan kennismaking en ontmoeting. Maar de meeste Nederlandse leerlingen doorlopen hun schooltijd zonder (bewust) Joodse klasgenoten te hebben. Daarom moet bewustwording van antisemitisme een vaste plek krijgen in het onderwijs. De aanbeveling om het thema vooroordelen, waaronder antisemitisme, op te nemen in het curriculum komt voor uit het onderzoek ‘Antisemitisme in het voortgezet onderwijs’ van de Anne Frank Stichting (2013). 21

Monitor antisemitische incidenten 2021

Wat? Vergeet Joden niet in het kader van aandacht voor diversiteit Wie? Scholen, vakgroepen, onderwijskoepels, gemeentes Waarom? Zoals hierboven aangegeven: kennismaking en ontmoeting zijn het belangrijkst in het tegengaan van vooroordelen. Maar als het om Joden gaat, is dat meestal moeilijk en wordt ‘diversiteit’ een holle frase. Het onderwijs kan dit deels ondervangen door gebruik te maken van lesmethodes over de Joodse gemeenschap in Nederland en diens geschiedenis. Voor scholen moet budget beschikbaar zijn om Joodse gemeenschappen in de omgeving te bezoeken, gastsprekers uit te nodigen of excursies naar het Joods Cultureel Kwartier te kunnen organiseren (het liefst alle drie!).

Politie Wat? Train agenten en juristen om antisemitisme beter te herkennen Wie? Ministerie van Justitie en Veiligheid, Politieacademie Waarom? Voor de aanpak van antisemitisme is van groot belang dat mensen bij de politie terecht kunnen indien nodig. Toch zijn er nog steeds signalen dat meldingen van antisemitisme niet adequaat worden opgepakt door dienstdoende agenten. Antisemitisme wordt niet als zodanig herkend, of mensen worden onterecht weggestuurd als ze aangifte willen doen van strafbare feiten. Ook het Openbaar Ministerie moet antisemitische motieven achter misdrijven kunnen herkennen. De basistraining en bijscholing moeten meer aandacht besteden aan dit probleem. De IHRA-werkdefinitie moet binnen handbereik zijn op bureaus als hulpmiddel, waarvoor het bedoeld is. Hierbij is het desbetreffende Handboek van de EU een goede leidraad. Wat? Verbeter rapportage over antisemitisme Wie? Nationale Politie, AIVD, NCTV Waarom? Momenteel zijn er verschillende rapportages over het werk van autoriteiten op het gebied van discriminatiebestrijding. Een rapport van de politie en antidiscriminatievoorzieningen publiceert statistieken over strafbaar en gemeld antisemitisme, maar blijft daarin formalistisch en biedt weinig analyse van onderliggende ontwikkelingen.

Rapporten van de AIVD en NCTV geven een beoordeling van extremisme (waaronder antisemitisch extremisme), maar kunnen dit minder onderbouwen met kwantitatieve gegevens. Beide zouden gecombineerd moeten worden om tot een rapportage te komen die ontwikkelingen in het domein van antisemitisme en extremisme betrouwbaar weergeven, en als basis kunnen dienen voor oplossingen. Wat? Verruim opsporingsbevoegdheden bij discriminatiedelicten Wie? Minister van Justitie en Veiligheid, Nationale Politie Waarom? Om het vertrouwen in het aangifteproces te vergroten, moet meer in werking worden gesteld om daders op te sporen. Het komt te vaak voor dat agenten hun opsporingsbevoegdheden niet kennen, niet verder mogen zoeken naar bewijsmateriaal wanneer al een verdachte in beeld is, of zelfs dat aangevers van kansrijke zaken worden afgewimpeld. Door bevoegdheden te verruimen en de capaciteit voor opsporing te verhogen zullen mensen zich sneller geroepen voelen om aangifte te doen van antisemitische incidenten.

22

Monitor antisemitische incidenten 2021

Voetbal Wat? Maak gebruik van slimme technologie in stadions Wie? Betaald Voetbal Organisaties Waarom? Terwijl eindelijk begint door te dringen dat bij discriminerende spreekkoren in voetbalstadions moet worden ingegrepen, blijft het moeilijk om raddraaiers op te sporen. Als resultaat worden grote incidenten afgedaan met collectieve sancties die geen afschrikwekkend effect hebben of enkel met een statement vanuit de club. De technologie voor slimme camera’s met geluidsherkenning, inclusief middelen om privacy te waarborgen, bestaat al en heeft ruimschoots zijn effect bewezen. Onder meer in Engeland, dat een soortgelijke geschiedenis van antisemitisme onder voetbalfans kent, maar waar het probleem met deze technologie scherper bestreden wordt. Wat? Maak straffen voor voetbaldiscriminatie bekend Wie? Betaald Voetbal Organisaties, Politie Waarom? Delicten met een discriminatie-aspect in de voetbalcontext komen vaak voort uit groepsgedrag. In gevallen dat het toch tot een straf komt, is afschrikking het belangrijkste doel. Toch komt het vaak voor dat straffen niet bekend worden gemaakt. Hierdoor wordt een kans gemist om een signaal uit te laten gaan dat er niet alleen gehandhaafd wordt op discriminerende uitingen, maar dat straffen ook significant zijn en een ontmoedigende werking hebben.

Sociale media Wat? Dwing sociale mediabedrijven de verspreiding van antisemitisme en haat actief tegen te gaan. Wie? Ministerie van Justitie en Veiligheid, Europese Commissie Waarom? Zet beproefde content-herkenningstechnieken, die al gebruikt worden voor de bescherming van auteursrechten, in om de verspreiding van online haat in te perken. Eis dat sociale mediabedrijven transparant zijn over hun beleid tegen haatspraak en hier periodiek over rapporteren, evenals over hoe zij omgaan met meldingen door hun gebruikers.

Wat? Dwing sociale mediabedrijven tot inzage in verspreiding van online haat Wie? Ministerie van Justitie en Veiligheid, Europese Commissie Waarom? Sociale mediabedrijven zijn commerciële organisaties en ze houden hun gebruikersdata terecht beschermd. Echter, voor effectief optreden tegen online haat is inzicht in de data en analyse ervan door onafhankelijke onderzoekers nodig. Onderzoek de mogelijkheden om dat te bewerkstelligen met in achtneming van privacyregels. Momenteel wordt zo’n grootschalig onderzoek bemoeilijkt door beperkingen die de platforms opleggen.

23

Monitor antisemitische incidenten 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11467034/1