CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bijlage CES 1.0 NZKG.pdf

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid 30 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Cluster Energie Strategie 1.0 Noordzeekanaalgebied (CES 1.0 NZKG) (ZD2021-011159)24.509 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

61

Categorie

Duiding Nationaal belang

Vraag

Omschrijving

beschrijving van urgentie

enkele belangrijke decarbonisatieprojecten (Tata Steel, electrolysers, uitfasering WKKs,..) afhankelijk zijn van ve rzwaring elektriciteitsnet.

Knelpunten

Gezien de beperkte fysieke ruimte (boven- en ondergronds) als ook milieuruimte wordt het steeds complexer om tijdig over de benodigde ruimte in het fysieke domein te vinden om elektriciteitsnetwerken aan te leggen (of uit te breiden). Ook andere factoren zoals draagvlak, financiering, de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden tussen betrokken partijen gaan een steeds grotere rol spelen. Dit zorgt ervoor dat een meer samenhangende strategie nodig is waar alle partijen, ook buiten het NZKG, zich in kunnen vinden. Immers de energie-infrastructuur is niet gebonden aan geografische en bestuurlijke grenzen. Lange doorlooptijden (noodzakelijke) planologische procedures. Zeer beperkte ruimte in de ondergrond in het NZKG. Beperkte uitvoeringscapaciteit bij de netbeheerders en de gemeenten.

Risico's en afhankelijkheden

Een belangrijke afhankelijkheid is de uitbedrijfname van enkele productie eenheden van Vattenfall op de productielocatie in Velsen, en of de vrijgekomen capaciteit gebruikt kan worden van WoZ aanlanding opties. Dit heeft ook te maken met het moment waarop investeringsbesluiten worden genomen door Tata en Vattenfall. Deze lopen niet parallel met besluiten over VAWOZ. Risico bestaat dat er uiteindelijk wel een grote vraag is maar geen aanbod.

Mogelijke alternatieven

De te realiseren infrastructuur wordt als een ‘no -regret’ maatregel gezien. Onder verschillende scenario’s zijn er eigenlijk geen goede alternatieven voor de verzwaring van het net op de knelpunten. Technisch gezien zou het mogelijk zijn de WoZ aanlanding te doen middels waterstof (i.p.v. elektriciteit) of in Den Helder/Rotterdam. Dit zou echter niet alle knelpunten oplossen, omdat voor een aantal knelpunten (Tata Steel, inpassing decentrale opwekking, datacenters,..) sowieso een verzwaring van het elektriciteitsnetwerk nodig is.

Hoeveel

Capaciteit

Project 1 t/m 4 en 8: 2 GW Project 5: 0,7 GW Project 6: 2,6 GW (n-1) Project 8: 0,7 GW Optioneel extra WoZ via VAWOZ

Nut en Noodzaak

Verwachte Investering Technische: Welke projecten worden hiermee gefaciliteerd

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

€ 500 - 750 M€ Faciliteert WoZ aanlanding (2,1 GW in uitvoering + VAWOZ) en productie van groene waterstof (15kton in 2030) uit elektriciteit Faciliteert zwaardere verbinding met Den Helder en datacenters NH

62

Categorie

Vraag

Omschrijving Balancering duurzame/CO2-arme energieproductie en energievraag (Gedeeltelijke) elektrificatie is een belangrijke emissiereductieoptie. Het aandeel van elektriciteit in het energieverbruik verbruik groeit naar verwachting van ~20% naar ~45% voor de industrie in Amsterdam, Zaandam en de IJmond (excl. Tata Steel) Tata Steel gaat hoogoven gas aanwenden voor blauwe waterstofproductie (EVEREST-project). Dit betekent dat Tata Steel 4 tot 6 TWh elektriciteit moet gaan inkopen (die nu nog wordt geproduceerd in de Velsen centrale). Faciliteert productie van groene waterstof (15 kton in 2030) uit duurzame elektriciteit die aangewend kan worden als fossielvrije brandstof.

Brede Welvaart: Welke strategische voordelen worden hiermee gefaciliteerd

De investering in de elektriciteitsinfrastructuur draagt bij aan de verduurzaming en versterking van het bedrijfsleven in de regio

Verwachte systeemeffecten

Systeemwaarde  Balancering duurzame/CO2-arme energieproductie en energievraag  Met elektriciteit kan waterstof geproduceerd worden, dat opgeslagen kan worden en relatief goedkoop over lange afstanden getransporteerd kan worden  Integratie offshore wind  Ontsluiting van flexibiliteit: energiesysteembalancering, opheffen van eventuele congestie  Verzwaring van het elektriciteitsnet maakt decentraal opgewekte duurzame energie (vanuit de RES-en) beter inpasbaar. Faciliteert 7,8 MT CO 2-reductie in 2030 (4 TWh x 0,189 gr/kWh) mits de toegenomen elektriciteitsvraag door groene stroom wordt ingevuld.

Emissiereductie

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

Versteviging van positie NZKG en Schiphol als brandstofhub (met brandstof overslag). Elektriciteit-infrastructuur is ook belangrijk voor het versterken van het vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven (bijvoorbeeld datacenters).

63

De genummerde projecten zijn hierboven beschreven. De nummering komt overeen met de tabel bij projectomschrijving.

Figuur 1: toelichting scope kandidaat MIEK-project ‘elektriciteitsverzwa ring’

Ten behoeve van de RES NHZ heeft Liander een overzicht gemaakt van de geplande stations uitbreidingen van bestaande stations en gewenste nieuwbouw stations (augustus 2020). Hierin worden ook zoekgebieden en voorkeurslocaties weergegeven. Zie hiervoor aparte presentatie van Liander.

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

64

Addendum Regional Integrated Backbone (RIB) waterstof Categorie

Vraag

Omschrijving

Wat

Projectomschrijving

In het Noordzeekanaalgebied (NZKG) zijn Gasunie en Port of Amsterdam (PoA) voornemens een hoge druk waterstofleiding te leggen die IJmuiden en het havengebied van Amsterdam aan elkaar én met de landelijke waterstofbackbone (LBB) van Gasunie verbindt: de Regional Integrated Backbone (RIB NZKG). De RIB omvat een regionale aftakking van de landelijke backbone die het NZKG doorkruist en verbonden is met Tata Steel in IJmuiden. De aftakking betreft een ‘open-access’ waterstofleiding die de LBB verbindt met het havengebied van Amsterdam (zie pagina 6). De RIB zal opereren op dezelfde kwaliteit en (hoge) druk niveau als de LBB. De RIB beoogt in de toekomst ook te worden verbonden met een nog te ontwikkelen lokaal lage druk waterstofnet in het Amsterdamse havengebied en eventueel ook met Zaanstad. Voor de tracés wordt deels gebruik gemaakt van bestaande aardgasinfrastructuur die geschikt wordt gemaakt voor waterstof, en deels worden er, in overleg met de gemeenten, nieuwe leidingen aangelegd. Met Tata Steel kent het NZKG een grote industriële partij die wil verduurzamen. Bij Tata Steel is zowel een vraag- als aanbodpotentieel van waterstof aanwezig. Een concreet voorbeeld hiervan is het H2ermes project van Tata Steel, Nobian en PoA.

De door deze elektrolyser geproduceerde groene waterstof zal deels worden afgezet bij Tata Steel, en dee ls worden getransporteerd naar andere afnemers in het havengebied via de RIB NZKG. De potentie bestaat om H2ermes op te schalen naar 500+ MW in 2030 en 2-3 GW in 2050. E.e.a. hangt sterk af van de (naar verwachting aanzienlijke) vraagontwikkeling van groen e brandstoffen en de ontwikkeling van de landelijke waterstofbackbone. Mogelijke eindgebruikers van groene waterstof zijn nieuwe (circulaire) chemiebedrijven e.g. bedrijven die SAF (Sustainable Aviation Fuels) en Methanol (MeOH of CH3OH) produceren. Ook toepassingen in wegtransport zijn goed denkbaar. De blauwe waterstof van Tata Steel (geproduceerd van hoogovengas, project Everest) wordt in principe direct ingevoed op de landelijke backbone. Als het praktischer is de blauwe waterstof in te voeden via de RIB, dan is het de verwachting van Tata Steel dat dit niet tot extra transportkosten leidt. Gedurende de vervolgfase (concept select) moet een besluit genomen worden over het tracé en de dimensionering van de RIB. Tenslotte is het ook de optie dat Tata Steel in 2050 volledig overgeschakeld is op de productie van ijzer met waterstof. Hiervoor zou 400 kton waterstof benodigd zijn per jaar. Er is ongeveer 29 TWh (groene) elektriciteit nodig om deze hoeveelheid waterstof te produceren.

Daarnaast is ook Vattenfall een belangrijke speler, die zelf plannen heeft om H2 te produceren op de Hemweg middels electrolyse (10 MW) en voornemens is om de Hemweg- en Diemen-gascentrales om te bouwen naar waterstof. Daarnaast kijken zij ook met partners naar de productie van synthetische brandstoffen. De capaciteit van de geplande Synkero demofabriek in Amsterdam bedraagt ca 50 kton synthetische kerosine/jaar en de intentie is om deze capaciteit te verviervoudigen richting 2030 (indicatief). Naast de ontwikkeling van de RIB NZKG is Port of Amsterdam ook voornemens een lokaal lage druk net te realiseren (H2avennet) in het havengebied.

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

65

Categorie

Vraag

Omschrijving Inmiddels is de voorlopig ontwerpfase afgerond en wordt gewerkt aan voorbereiding voor de volgende fase. Mogelijk dat er ook een aftakking komt van de RIB NZKG richting Zaanstad. De bedrijvenvereniging Zaanstad Maakstad heeft te kennen dat zij een toekomstige waterstofbehoefte hebben (+/- 15 kton waterstof/jr). Deze hoeveelheid waterstof is nodig om processen te verduurzamen die niet ge-elektrificeert kunnen worden of waarvoor geen duurzame hoge-temperatuur warmte beschikbaar is. Afhankelijk van de prijs/kwaliteit verhouding, heeft Zaanstad Maakstad aangegeven graag een lokaal waterstofnet te willen onderzopeken en aanleggen dat aansluit op de RIB, LBB of eventueel andere aansluitopties. De nationale en regionale backbone waterstof spelen een belangrijk rol in de balancering van het energiesysteem in het zuidelijk deel van de provincie om vraag en aanbod naar energie in balans te houden. Aanlanding en/of import van waterstof kan hierbij nog een rol spelen.

Waar

Locatie

IJmuiden – Amsterdam, met een aansluiting op de landelijke waterstofbackbone tussen Beverwijk en Spaarndam en een aansluiting op lokale netten (het Havennet in de haven van Amsterdam en mogelijk een lage druk net in Zaanstad). Zie pagina 5.

Wie

Projectpartners en De RIB NZKG wordt een open-access waterstofleiding. Dit betekent dat het een cluster leiding is die toegankelijk is voor derden. De leidingen worden aangelegd door Gasunie en Port of Amsterdam, die als partners samenwerken en in overleg met de gemeenten en de provincie Noord-Holland deze nieuwe infrastructuur gaan realiseren. Liander is eigenaar van het lage druk gasnet dat voor een b elangrijk deel zal worden ingezet in het toekomstige lage druk H2-net in het havengebied en Zaanstad. Liander zal daarom als netwerkbedrijf de logische distributiepartner zijn voor het ontwikkelen de lokale H2-netten in het NZKG. In het NZKG is een versnellingstafel H2 opgezet die tot doel heeft de transitie naar waterstof in verschillende waardeketens te versnellen. Hierbij wordt ingezet op NZKG specifieke waardeketens. Bij deze tafel zijn de Gemeente Amsterdam, Provincie Noord-Holland, Port of Amsterdam, Schiphol, Gasunie, Alliander, Nobian, Vattenfall, Tata en het Projectbureau NZKG betrokken. Ook zullen de gemeente in het NZKG en de Omgevingsdiensten betrokken worden bij de realisatie van de RIB.

Urgentie

Investeringsbesluit Om de RIB NZKG per 2026 in gebruik te nemen is FID (Final Investment Decision) van de partners noodzakelijk uiterlijk eind 2022. Een onherroepelijke vergunning, financiering (incl. aanpassing SDE++) en commerciële structuur zijn daarvoor noodzakelijke voorwaarden. De technische levensduur van de RIB is groter is dan 30 jaar. Operationeel/ beschrijving van urgentie

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

Veel waterstofprojecten zijn nog in de opstartfase. Het is belangrijk het ontwerp en de investeringsbeslissing over de RIB snel af te ronden (eind 2022). De beslissing over de RIB is noodzakelijk om de waardeketen te kunnen ontwikkelen. Zonder de zekerheid dat infrastructuur beschikbaar komt, kunnen de individuele waterstof-projecten niet verder en is er het risico dat de

66

Categorie

Duiding Nationaal belang

Vraag

Omschrijving

Knelpunten

verduurzamingsdoelen in 2030 (en 2050) niet gehaald worden. Daarom wordt er naar toe gewerkt dat de leiding per 2026 in gebruik kan worden genomen. Technisch: Het risico bestaat dat de timing van de ontwikkeling van de LBB en RIB niet op elkaar aansluiten. Aansluiting op de landelijke backbone is van belang om toegang te krijgen tot voldoende flexibiliteit (opslag). Commercieel: De timing tussen aanbod en vraagprojecten zullen niet altijd synchroon lopen waardoor er een vollooprisico ontstaat. Hier zal rekening mee gehouden worden in de financiering en dus de uiteindelijke FID. Vergunningen: Er kan vertraging optreden bij de aanvraag van benodigde vergunningen. Hierbij speelt de (rijks)coördinatieregeling een belangrijke rol. Politiek: Er moet tijdig financiële ondersteuning voor het vollooprisico beschikbaar komen, anders kan de leiding niet vooruit op de marktontwikkelingen worden aangelegd en is deze dus niet op tijd gereed. Omgeving: De RIB NZKG wordt aangelegd in een complexe omgeving. Er is sprake van wantrouwen jegens de industrie vanwege de overlast waardoor energietransitieprojecten mogelijk onder grote(re) druk komen te staan. Eventuele overlast, bijv. geluid of geur bij de aanleg van de leiding, kan daardoor leiden tot extra spanningen in de omgeving. Ook bestaan er mogelijk meer zorgen over veiligheid in deze regio dan in andere regio’s.

Het is van belang dat dit risico tijdig gemitigeerd wordt door transparante en goed gecoördineerde communicatie (samenwerking door verschillende projecten). Dit wordt deels opgepakt in samenhang met andere energieprojecten in de Omgevingsmanagementpilot in het NZKG (ondersteund vanuit RVO). Ruimte: De inpassing vraagt om een zorgvuldig proces. Door concurrentie om de ruimte zullen meerdere tracés moeten worden onderzocht.

Risico's en afhankelijkheden Mogelijke alternatieven

Hoeveel

Nut en Noodzaak

Tijdige financiering van de landelijke backbo ne (inclusief RIB NZKG), ruimtelijke inpassing en een spoedige vergunningverlening met een positief coördinerende rol van de (Rijks)overheid. Als de waterstofinfrastructuur niet wordt aangelegd en de waterstofeconomie niet van de grond komt, dan zou deze vraag moeten worden ingevuld met andere duurzame moleculen, zoals bijv. groen gas. Groen gas is echter geen realistisch alternatief voor waterstof, onder meer vanwege de beperkte hoeveelheid biomassa die duurzaam ingezet kan worden (zie hierboven).

Capaciteit

Op dit moment is nog niet bekend wat de capaciteit van de leiding zal zijn, omdat het project nog wacht op de resultaten van de EoI. Dit beeld zal na de zomer duidelijker zijn.

Verwachte Investering

Moet samen gezien worden met de landelijke H2 backbone

Technische: Welke  projecten worden hiermee  gefaciliteerd 

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

Waterstof nodig is om hoge temperatuur-processen (>200 oC, +/- 45 % van huidige gasverbruik) in de industrie te verduurzamen. Duurzame waterstof een grondstof is voor de productie van synthetische brandstoffen voor met name de luchtvaart en scheepsvaart omdat elektriciteit hier geen optie is. De waterstof-productieprojecten H2ermes (15 kton in 2030) en Everest (100 kton) hiermee worden gefaciliteerd.

67

Categorie

Vraag

Omschrijving 

  Brede Welvaart: Welke strategische voordelen worden hiermee gefaciliteerd

Verwachte systeemeffecten

Emissiereductie

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

De beschikbaarheid van grote hoeveelheden waterstof een belangrijke voorwaarde is voor Tata Steel om klimaatneutraal ijzer te kunnen maken in de periode richting 2050. Bij het ontwerp van de waterstofinfrastructuur is het belangrijk daar al rekening mee te houden. Een aansluiting op de landelijke backbone betekent een betere inzet flexibiliteit (opslag) en leveringszekerheid en verbinding met andere clusters. Dit faciliteert de verduurzaming van de industrie in het NZKG. Waterstofinfrastructuur legt de basis voor duurzame energieproductie en opslag en voor de regio Amsterdam om zich te positioneren als een regionale energie-hub Potentiële aansluiting import terminal voor waterstof in de haven Productie van offshore waterstof kan worden ingevoed via een eventuele aanlanding in IJmuiden

De RIB NZKG draagt bij aan:  De vervanging van fossiele energiedragers in industriële processen door duurzame moleculen  Nieuwe duurzame chemische industrie die waterstof als grondstof gebruikt  De inzet van waterstof in het zwaar transport (wegvervoer en scheep- en luchtvaart)  Innovatie en kennisontwikkeling  Meer werkgelegenheid  De verduurzaming van de gebouwde omgeving  De balancering van vraag en aanbod van duurzame energie door conversie van elektriciteit naar waterstof en het opslaan daarvan  De levering van waterstof aan het achterland Waterstof is onmisbaar in een geïntegreerd hybride energiesysteem. Bovendien kan waterstof in tegenstelling tot elektriciteit voor langere perioden worden opgeslagen. Op deze manier gaat de duurzame energieproductie in tijden van overschot niet verloren en is er in tijden van onvoldoende zon en wind wel voldoende aanbod van duurzame energie om leveringszekerheid te garanderen. In de toekomst kan offshore elektrolyse bijdragen aan minder druk op de elektriciteit aansluiting van offshore windparken op het la nd. Emissiereductie door waterstofproductie is lastig vast te stellen, omdat het een aanbodoptie betreft. De emissiereductie hangt af van hoe de geproduceerde waterstof wordt ingezet. De emissiereductie is berekend conform de richtlijn van TNO/PBL/RVO bij de appreciatie van de eerste versie CES-en: 1.

Aan de blauwe waterstof productie en gebruik hebben we geen CO 2-reductie toegerekend, (want dat zit al bij CCS/Athos); 2. De 190 kton groene H2 die voor synthetische brandstof bestemd is levert 900 kton CO 2 reductie op (er vanuit gaande dat het fossiele kerosine vervangt met 3 kg CO 2 / kg kerosine); 3. Op de Hemweg locatie gaat Vattenfall zowel waterstof zelf opwekken - met een electrolyser - als waterstof bijmengen in de gascentrale. De ambitie is in 2030 ~40 kton CO 2 te reduceren door de bijmenging van waterstof(vervangt aardgas met 0,198 kg CO 2 / kWh aardgas);

68

Addendum afvang, distributie en opslag CO 2 Categorie

Vraag

Omschrijving

Wat

Projectomschrijving

In het Klimaatakkoord en de CO 2-reductiedoelstellingen van 2030, alsook in het Nederlandse Klimaat- en Energiebeleid en het Regioplan NZKG is CCS als een belangrijk instrument aangemerkt. Om de reductiedoelstellingen voor de industrie in het NZKG (in het bijzonder Tata Steel) te halen is het Project Athos opgestart. Het project Athos omvat de ontwikkeling van een openbaar ‘open -access’ en non-discriminatoir CO 2-infrastructuursysteem in het Noordzeekanaalgebied. Het project voorziet in een transportsysteem dat is gericht op de permanente opslag van CO 2 in aquifers, lege olie- of gasvelden onder de Noordzee. Het kan worden gebruikt ter benutting van CO2 (Utilization), afhankelijk van de vraag. De CO 2 wordt door emitters in de regio (zoals Tata Steel met project Everest) afgevangen en aangeboden aan het netwerk. Met operators van opslagvelden wordt samengewerkt voor de permanente opslag van CO 2. Dit maakt geen onderdeel uit van het Athos project, maar is er onlosmakelijk mee verbonden. De afvang maakt geen onderdeel uit van het Athos project, maar is er onlosmakelijk mee verbonden. Beide projecten zijn voor hun succes van elkaar afhankelijk.

Waar

Locatie

Het vergunningenproces voor het Athos-project zal onder regie van de Rijksoverheid plaatsvinden via de Rijkscoördinatieregeling (RCR). De in het NZKG Amsterdam-IJmuiden afgevangen CO 2 zal via een landleiding naar een centrale faciliteit (compressor of ander druk verhogende installatie) worden getransporteerd. Vervolgens zal de CO 2 per pijpleiding naar de Noordzee worden vervoerd (via een duinkruising en een offshore tracé). De olie- en gasvelden die voor Athos in aanmerking komen, bevinden zich minimaal 80km uit de kust, en op een diepte van 3 tot 5 km onder de zeebodem. De centrale faciliteit zal op het terrein of in de directe nabijheid van Tata Steel worden gebouwd, met aanwezigheid van voldoende koelwater, en binnen de vastgestelde risicocontouren. Voor de ruimtelijke inpassing van het onshore tracé, duinkruising en offshore tracé wordt de impact voor milieu, natuur en omgeving onderzocht. Athos voorziet geen terminal voor de aanlanding van vloeibare CO 2 van buiten de regio en vanuit het buitenland. De Maasvlakte / Haven van R’dam is daarvoor beter geëquipeerd. Voor het onderdeel landzijdige transportleiding wordt bekeken in hoeverre bestaande leidingen kunnen worden hergebruikt.

Het is van belang om bij het onderdeel landzijdige transportleiding in het bijzonder, te benoemen dat dit onderdeel afhankelijk is van de behoeften van CO 2-emitters en afnemers in het Amsterdams havengebied. De ontwikkeling staat daarom nog niet vast.

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

69

Categorie

Vraag

Omschrijving

Wie

Projectpartners en cluster

Athos is een publiek-privaat samenwerkingsverband van Gasunie, EBN, Tata Steel en Port of Amsterdam Tata Steel gaat CO 2 afvangen, Gasunie heeft ervaring met infrastructuur en transport van gassen, EBN heeft als mede investeerder in (offshore) gaswinning kennis en ervaring van de Nederlandse Noordzee en haar ondergrond en is ook betrokken bij andere CO 2-opslagprojecten (als Porthos); Port of Amsterdam faciliteert bedrijven in het havengebied en is actief op het gebied van verduurzaming van haar assets. De constellatie lijkt op die van het Porthos-project in de Rotterdamse haven, waarbij EBN, Gasunie en Port of Rotterdam aandeelhouders zijn. Dat project zal vanaf 2024 CO 2 offshore opslaan.

Urgentie

Investeringsbesluit Athos bevindt zich momenteel in de Concept Select Phase (studiefase). Om operationeel te kunnen zijn vanaf einde 2026 is een FID (Final Investment Decision) van de partners noodzakelijk uiterlijk eind 2023. Het tijdig kunnen

doorlopen van het vergunningentraject is hierbij van belang. Daarnaast is zekerheid voor emitters c.q. Tata Steel nodig dat hun afvangproject in aanmerking komt voor subsidiering via de SDE++. Voldoende en tijdig beschikbare publieke middelen zijn een noodzakelijke voorwaarde. Vanaf toekenning van de SDE++ middelen is een opleve ring van het project binnen 5 jaar een vereiste onder de SDE++.

Operationeel/ beschrijving van urgentie

De projectplanning en de FID eind-2023 staan onder druk, mede door een CCS ruimtelijke verkenning’ die in mei 2021 gestart is door EZK en eerst doorlopen wordt. De operationele start is gepland voor eind 2026, waarbij het systeem zal worden getest en volumes zullen worden opgevoerd. Vanaf 2027 bereikt het Athosproject de geplande volumes. Athos gaat er vanuit dat in ieder geval 15 jaar (vanaf 2027 tot 2042) CO 2 zal worden geïnjecteerd. Deze 15-jaar periode valt samen met de duur van de beschikkingen onder de SDE++. Ook na 2042 zal CO 2-opslag mogelijk zijn, aangezien de technische levensduur van de infrastructuur groter is dan 15 jaar. Hierbij dient opgemerkt te worden dat als Tata Steel volledig overschakelt op staalproductie met waterstof er veel minder tot geen CO 2-afvang meer nodig zal zijn voor Tata Steel in 2050. De CO 2-opslag in de olie- en gasvelden is permanent; daartoe zullen putten volgens geldende wettelijke vereisten worden afgesloten.

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

70

Categorie

Vraag

Omschrijving

Duiding Nationaal belang

Knelpunten

Duidelijkheid nodig t.a.v.: De ruimtelijke inpassing van de onshore onderdelen is een uitdaging, een keuze voor de te onderzoeken locatie en tracé varianten is in voorbereiding. De ruimtelijke inpassing en vergunning verlening zijn een separaat traject tussen Athos en EZK (middels de RCR-procedure): inzet van Athos is te komen tot een zo spoedig mogelijke start van dit traject. Publieke en private financiering voor de investeringen door de initiatiefnemers en voor emitters (inclusief SDE++). Publiek draagvlak, steun van regionale, lokale en landelijke overheden is cruciaal om dergelijke complexe langjarige projecten te realiseren. Hetzelfde geldt voor publiek draagvlak voor CCS in het algemeen en CCS bij Tata Steel in het bijzonder.

Risico's en afhankelijkheden

Belangrijke afhankelijkheid betreft tussen Athos en het Everest project van Tata Steel. Positie EZK over rol van deelnemingen in CCS. Uitkomst Ruimtelijke Verkenning van EZK rond CCS op andere locaties in Nederland Potentiele (offshore) samenwerking tussen Athos en andere CCS initiatieven Vollooprisico: Voor die onderdelen infra die niet 2x moeten / kunnen worden aangelegd van belang om bij ontwerp en uitvoering rekening te houden met technische en ruimtelijke mogelijkheid tot opschaling. Het vollooprisico wordt daarom klein geacht. Lock in effect: de toekomst verduurzamingopgave voor emitters is hoger dan de CO 2-reductie die Athos zal kunnen realiseren. Een lock-in effect, waarbij toepassing van CCS verduurzaming tegenhoudt, is daarom niet reëel. De recent aangekondigde haalbaarheidsstudie van Tata en FNV kan invloed hebben op de omvang van deze projecten. Afhankelijk van de resultaten zullen die verwerkt worden in de eerst volgende versie van de CES.

Mogelijke alternatieven

Hoeveel

Capaciteit

Reële alternatieven voor de aanleg van de infrastructuur zijn niet aanwezig. Technisch gezien zou het mogelijk zijn om met schepen het transport te doen. De ruimtelijke inpassing van de daarvoor benodigde infrastructuur wordt als onmogelijk beschouwd. De milieu impact van een significante hoeveelheid scheepsbewegingen zal enorm zijn en de specifieke kosten per verwerkte ton CO 2 zullen aanzienlijk hoger liggen. Als uit de haalbaarheidsstudie van Tata Steel en FNV blijkt dat het DRI-scenario van de werkgroep Zeester de voorkeur heeft, is er minder CO 2-afvang nodig dan (de 5,5 Mton/jaar) waarvan nu wordt uitgegaan. Tevens is meer aardgas, meer elektriciteit en meer waterstof nodig. Athos voorziet in een CCS-netwerk dat vanaf 2027 4-8 Mton CO 2 per jaar zal injecteren. De ‘base case’ daarbij is een volume van 5,5 Mton per jaar. Om tegemoet te kunnen komen aan een potentieel grotere vraag naar transport- en opslagcapaciteit in de (nabije) toekomst wordt de CO 2-

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

71

Categorie

Vraag

Omschrijving infrastructuur van Athos gedimensioneerd op een technisch maximum van 11 Mton CO 2 per jaar (gebaseerd op: Tata Steel max 8 Mton/jaar en CO 2-emitters in het Amsterdam gebied max 3 Mton/jaar). Een groter aanbod dan de ‘base case’ van 6Mton zou mogelijk zijn van een aanbieder als Tata Steel, maar ook door aanbod van CO 2 vanuit bestaande en wellicht nieuw te vestigen emitters in het Westelijk Havengebied.

Verwachte Investering

Nut en Noodzaak

De verwachte investering in compressie, transport & opslag vanuit het NZKG ligt tussen 800-1200 M€ als een volledig stand-alone project. Een belangrijk deel hiervan komt voor rekening van het transport per pijpleiding op de zeebodem en de kosten voor modificaties aan platformen en putten om deze geschikt te maken voor opslag van CO 2. Zodra meerdere CCS-initiatieven uit andere regio’s in staat zijn om succesvol gezamenlijk op te trekken in deze offshore infrastructuur en opslag, zal de genoemde CAPEX gedeeld worden met een aanzienlijk groter CO 2 volume en dus ook in kosten per MT CO2 een stuk lager uitvallen. De aanleg van CO 2 transport infrastructuur (ATHOS) en de voorbereidingen voor opslag van CO 2 zijn aparte projecten, met hun eigen initiatiefnemers. Daarmee zal de aan infrastructuur gekoppelde investeringen voor Athos, lage r uitvallen dan de hierboven genoemde range. Technische: Welke In het Klimaatakkoord en de CO 2-reductiedoelstellingen van 2030, in het projecten worden Nederlandse Klimaat- en Energiebeleid en het Regioplan NZKG is CCS als een hiermee belangrijk instrument aangemerkt. Om de reductiedoelstellingen voor de gefaciliteerd industrie in het NZKG (in het bijzonder Tata Steel) te halen is CCS cruciaal.

Athos is een noodzakelijke voorwaarde om de klimaatdoelstelling van Tata Steel te halen (5,5 Mton CO 2/jr), en daarmee sterk bij te dragen aan de verduurzaming van de industrie en werkgelegenheid in de regio. Naast Tata Steel is het Afvalenergiebedrijf (AEB) de tweede grote partij in het NZKG met concrete plannen om 0,5 MT CO 2 af te vangen uit de hoogrendement centrale. Om deze opgave voor elkaar te krijgen is het transport naar een opslagfaciliteit cruciaal. Het AEB verkent verschillende opties om CO 2 te transporteren. Brede Welvaart: Welke strategische voordelen worden hiermee gefaciliteerd

Een CO 2-opslagsysteem kan voor het NZKG en de Port of Amsterdam een belangrijke asset zijn om verduurzamingsprojecten van bestaande (en mogelijk toekomstige) bedrijven te faciliteren. De benodigde infrastructuur dient tijdig gereed te zijn om de afgevangen CO 2 te kunnen comprimeren, transporteren en opslaan. Het belangrijkste voorbeeld is het Everest-project. Dit project van Tata Steel zal koolmonoxide en waterstofbijproducten van de staalproductie gebruiken voor omzetting in chemicaliën, productie van blauwe waterstof en ook CO 2 afvang. Deze CO 2 zal worden getransporteerd middels het Athos project ten behoeve van permanente opslag in lege olie - en gasvelden op zee. Athos is noodzakelijk om Everest te laten slagen en vice versa. De aanwezigheid van een CO 2-transportsysteem kan ook relevant zijn voor de ontwikkeling van (blauwe) waterstof. Waterstof wordt door partijen in NZKG gezien als een belangrijk instrument voor de verduurzaming van de industrie.

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

72

Categorie

Vraag

Omschrijving Zo onderzoeken Nobian, Tata Steel en Port of Amsterdam de vestiging van een 100 MW (groene) waterstoffabriek in IJmuiden op het terrein van Tata Steel. Hiermee kan met duurzame elektriciteit tot 15.000 ton groene waterstof per jaar worden gemaakt. Tot er op voldoende grote schaal groene waterstof beschikbaar is, kan blauwe waterstof een rol spelen. Daarbij wordt aardgas gesplitst in waterstof en CO 2. De waterstof kan als emissieloze energiedrager worden gebruikt in de industrie, waarbij de CO 2 via een transportsysteem als Athos naar olie- of gasvelden op zee kan worden getransporteerd.

Verwachte systeemeffecten

Emissiereductie

Met Athos is er een voldoende groot transportsysteem aanwezig om de afgevangen CO 2 te transporteren . Athos kan de koppeling en het gebruik van CO 2 door de glastuinbouw (OCAP) en door andere toekomstige gebruikers, bijvoorbeeld synthetische brandstoffen (Synkero) en bouwmaterialen faciliteren. Athos voorziet in een CCS-netwerk dat vanaf 2027 4-8 Mton CO 2 per jaar zal transporteren ten behoeve van permanente opslag in lege olie en gasvelden onder de Noordzee. De ‘base case’ daarbij is een volume van 6 Mton per jaar (exclusief CO 2-emissies van compressie en afvang). Een volume van 6 Mton per jaar zou zo’n 42% van de industriële CO 2reductiedoelstelling van 14,3 Mton uit het Klimaatakkoord kunnen betekenen.

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

73

Addendum stoomnet Categorie

Wat

Vraag

Omschrijving

Projectomschrijving

Er is een opportunity tot verduurzaming en versterking van het Westelijk havengebied Amsterdam door de ontwikkeling van stoominfrastructuur. Leverancier van de (duurzame) warmte wordt AEB, netbeheer gebeurd door PoA. Westelijk Havengebied Amsterdam 3 tracés. Op terrein AEB komt een stoom exportstation. Er zijn 3 tracés gedefinieerd Noord: meest concreet Oost, Oost fase2 West (nog nader uit te werken) Port of Amsterdam AEB Verschillende afnemers

Waar

Locatie

Wie

Projectpartners en cluster

Urgentie

Investeringsbesluit

1 september 2021

Operationeel

Gefaseerd, eerste leiding operationeel eind 2023

Knelpunten

Ruimtelijke inpassing en vergunningen: er zijn plekken in het tracé waar knelpunten zitten

Duiding belang

Risico's en afhankelijkheden Mogelijke alternatieven Hoeveel

Nut en Noodzaak

Ontwikkeling circulaire economie, en toekomst van afvalverbranding is onzeker Stoomafnemers worden afhankelijk van 1 leverancier Verbrandinginstallaties o.b.v. Biomassa Elektricificatie (tot bepaalde temperaturen)

Capaciteit

Levering max 4x85 t/h Totaal vraag max 182 t/h Druk 400oC en 40bara en 280oC, 28bara

Verwachte Investering

Stoomexportstation: voor-financiering 7,5 M€ Leidingen: Noord; 8,35 M€ Oost: 7,95 M€ Oost fase2: 4,1 M€

Technische: Welke projecten worden hiermee gefaciliteerd

Bestaande industrie kan gasverbruik van huidige processen verlagen en toekomstige projecten worden gefaciliteerd door de aanwezigheid van een stoomnet (in combinatie met H2 en CO2leiding)

Brede Welvaart: Welke strategische voordelen worden hiermee gefaciliteerd

Met de aanleg van een stoomnetwerk wordt het vestigingsklimaat voor producenten van duurzame biobrandstoffen aantrekkelijk

Aanwezigheid van stoom, zal de vraag naar alternatieve energiedragers verlagen en zo Verwachte systeemeffecten bijvoorbeeld de druk op elektriciteitsnet beperken Emissiereductie

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

Maximaal 140 kton CO2/jaar

74

Addendum ZaannetH2 Categorie

Vraag

Omschrijving

Wat

Projectomschrijving

Waar

Locatie

In Zaanstad is de industrie van oudsher op een unieke wijze verbonden met de gebouwde omgeving; de fabrieken staan letterlijk in de woonwijken. Zowel voor de industrie als de gebouwde omgeving heeft Zaanstad interesse in waterstof. Om hierin mogelijk gelijk op te trekken en de vraag naar waterstof te bundelen en vergroten (om kosten te besparen) is de wens van Zaanstad in deze (unieke) situatie de gebouwde omgeving mee te nemen in de uitwerking van een waterstofnet voor Zaanstad. Nog niet bekend

Wanneer

Investeringsbesluit

Hoeveel

Waarom

Er is nog geen zicht op wanneer een investeringsbesluit in beeld komt. In de huidige situatie zonder gereguleerde tarieven wordt dit een reguliere lokale investering, versus wanneer we in een situatie van gereguleerde (deels gesocialiseerde) tarieven zouden komen. Operationeel Na de aanleg van de RIB NZKG, omdat deze als aanvoerroute van waterstof zal functioneren, of eerder, wanneer waterstof lokaal wordt geproduceerd. In welk stadium van In een verkennend stadium. Zaanstad heeft i.s.m. de ontwikkeling is de infrastructuur industrie de potentiele vraag naar waterstof in kaart nu gebracht. Vervolgstap is een lokale analyse uit te voeren naar een optimale mix van elektriciteit, waterstof en warmte. Alliander werkt in Q3 aan een eerste ontwerp van scenario’s voor het waterstofnet. Capaciteit Wordt verkend (inclusief de mate waarin bestaande gasnet kan worden ingezet) Verwachte Investering (Capex) Nog niet bekend Verwachte Opex

Nog niet bekend

Verwachte CO2 reductie

100 kton

Waarom is de infrastructuur onmisbaar voor de CO2reductieopgave in het cluster

Niet alle energievraag (door uitbreiding en verduurzaming) in industrie en gebouwde omgeving kan worden geëlektrificeerd. Dit zou tevens kunnen leiden tot potentiele capaciteitstekorten in het elektriciteitsnet. Industrie en gebouwde omgeving willen en dienen te verduurzamen. Naast duurzame elektriciteit en potentieel warmte is ook waterstof benodigd. Gezien de doorlooptijden van infrastructuurontwikkeling is het nodig hier nu voortvarend mee aan de slag te gaan, onder andere om het risico te voorkomen dat schaarste

Waarom is (de versnelling van) deze infrastructuur urgtent?

Welke strategische voordelen (incl eventueel andere projecten) worden hiermee gefaciliteerd? Indicatie maatschappelijke kosten & baten van infrastructuur project

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

in capaciteit op het elektriciteitsnet uitbreiding van economisch activiteit gaat vertragen. Uitbreiding en verduurzaming economische activiteit en groei bewonersaantallen. Gebruikers aansluiten op backbone en RIB om de vraag naar waterstof te vergroten en de prijs te verlagen (hoewel beperkte invloed). Verduurzaming energie middels een economisch optimale energiemix. Nog niet gekwantificeerd.

75

Wat zijn de verwachte systeemeffecten? Draagt de infrastructuur bij aan het mogelijk maken van flexibiliteit en mitigeren van bestaande / toekomstige congestieproblematiek Wat is de waarde van de infrastructuur voor de energievoorziening als geheel op regionaal niveau?

Ja. Nog niet in kaart gebracht, wordt meegenomen in lokaal energie systeem ontwerp.

Beschreven in waterstof versnellingstafel Noordzeekanaalgebied.

Wat is de rol van de infrastructuurprojecten in de elektriciteits- en H2 balans op regionaal niveau? Hoe sluit de infrastructuur aan op behoefte en het aanbod van energie/grondstoffen vanuit de clusters om ons heen? Wat zijn de alternatieven voor de te realiseren infrastructuur? Wat is de samenhang met de bestaande infrastructuur, bestaande plannen voor netverzwaring (IP), aanlanding offshore wind (VANOZ, VAWOZ) en toekomstscenario’s, II2050 Projectpartners

Wie

Wat is de betrokkenheid van derden Randvoorwaarden & KPI’s

Wat zijn de belangrijkste randvoorwaarden en kritische succesfactoren?

Wat zijn de belangrijkste KPI’s Knelpunten

Knelpunten Risico's en afhankelijkheden

Mogelijke alternatieven

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

Dit wordt nog geanalyseerd middels een voorgenomen haalbaarheids- / lokaal energie systeem analyse tweede helft 2021. Beschreven in waterstof versnellingstafel Noordzeekanaalgebied. Aansluiting II3050 wordt uitgewerkt door Alliander en Gasunie. Samenhang bestaande infrastructuur wordt meegenomen in de Analyse van Alliander in Q3. Momenteel werken de gemeente Zaanstad, de industrie van Zaanstad en Alliander samen in een werkstroom binnen “Zaanstad.Maakstad”, gericht op energietransitie. Ook zijn Warmtebedrijf Zaandam en Firian betrokken. Tevens is er de samenwerking binnen het programma Noordzeekanaalgebied. Op een later moment mogelijk ook bewonersvertegenwoordigingen en woningcorporaties betrekken. Enkele onderzoeksbureaus zijn betrokken bij de analyses. Beschreven in de waterstof versnellingstafel Noordzeekanaalgebied. Deze worden in meer detail geïdentificeerd in de netwerk analyse van Alliander en de mogelijke nadere lokaal energie systeem analyse door Zaanstad.Maakstad in Q3/Q4. Financiële KPIs, CO 2-reductie, adoptie Nog niet onderzocht Alliander bekijkt op basis van de huidige en mogelijk aangepaste gasdistributiearchitectuur van Zaanstad samen met Gasunie waarvandaan welke volumes op hoge druk naar Zaanstad kunnen worden getransporteerd (vanuit de RIB en / of andere aansluitingen op de backbone).

De gemeente Zaanstad, de Zaanse industrie en Alliander bereiden een nadere analyse voor van het lokale energie systeem (elektriciteit, waterstof, warmte, groen gas) om te komen tot een optimale technisch-economische mix / balans, inclusief waterstof.

76

Addendum H2avennet Categorie

Vraag

Omschrijving

Wat

Projectomschrijving

Realisatie van een lage druk (8 bar) waterstofdistributienetwerk in he havengebied van Amsterdam.

Waar

Locatie

Zie afbeelding

Wanneer

Investeringsbesluit

Klimaatfonds van de gemeente Amsterdam en mogelijk het PDENH (transitiefond provincie Noord Holland) Huidige planning gaat uit van eind 2025

Operationeel In welk stadium van ontwikkeling is de infrastructuur nu

Hoeveel

Waarom

Het voorlopig ontwerp is afgerond: een haalbaar tracé; een voorlopig ontwerp van de leiding; inventarisatie van vergunningen; samenwerking gestart met een aantal potentiële gebruikers van het net.

Capaciteit Verwachte Investering (Capex)

Ca. EUR 5 mln. (scope eerste fase aanleg hoofdnet)

Verwachte Opex

PM

Verwachte CO2 reductie

PM

Waarom is de infrastructuur onmisbaar voor de CO2reductieopgave in het cluster

De aanwezigheid van een H2 distributienetwerk stelt het havenbedrijf in staat om partijen aan te trekken die groene waterstof nodig hebben als grondstof voor duurzame raffinage en/of chemie én om bestaande partijen de mogelijkheid te bieden om aardgas te vervangen door waterstof tbv de productie van stoom. Waarom is (de versnelling van) deze Gezien de lopende en aangekondigde projecten in de infrastructuur urgent? haven zou het ontbreken van infrastructuur voor de distributie van groene waterstof leiden tot diskwalificatie van het havengebied als vestigingsplaats en andere partijen laten terugvallen op het grijze alternatief (SMR). Welke strategische voordelen (incl.

Aantrekken van bedrijven die duurzame en of synthetische brandstoffen of circulaire chemische eventueel andere projecten) worden producten maken hiermee gefaciliteerd? Hiermee inzet van bestaand opslagcluster voor die alternatieve brandstoffen Bijdragen aan de reductie van de CO2 foorpint van de haven Verbeteren vestigingsklimaat in context van de energietransitie Indicatie maatschappelijke kosten & baten van infrastructuur project Wat zijn de verwachte systeemeffecten? Draagt de infrastructuur bij aan het mogelijk maken van flexibiliteit en mitigeren van bestaande / toekomstige congestieproblematiek Wat is de waarde van de infrastructuur voor de energievoorziening als geheel op regionaal niveau? Wat is de rol van de infrastructuurprojecten in de

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

-

Mogelijk maken verduurzaming luchtvaart en scheepvaart Mogelijk productie van groene waterstof als buffer voor congestie in elektriciteitsnet Vermindering uitstoot regio Amsterdam

Deze waarde is in eerste instantie groot voor de haven om nieuwe duurzame en circulaire bedrijven aan te trekken. Daarnaast biedt dit op langere termijn ook opties voor verduurzaming van andere sectoren zoals de gebouwde omgeving en elektriciteitsproductie. Tot slot kan dit project een vliegwiel zijn voor de start van

77

Wie

elektriciteits- en H2 balans op regionaal niveau? Hoe sluit de infrastructuur aan op behoefte en het aanbod van energie/grondstoffen vanuit de clusters om ons heen? Wat zijn de alternatieven voor de te realiseren infrastructuur? Wat is de samenhang met de bestaande infrastructuur, bestaande plannen voor netverzwaring (IP), aanlanding offshore wind (VANOZ, VAWOZ) en toekomstscenario’s, II2050 Projectpartners Wat is de betrokkenheid van derden

Randvoor- Wat zijn de belangrijkste waarden & randvoorwaarden en kritische succesfactoren? KPI’s

Wat zijn de belangrijkste KPI’s

Knelpunten Knelpunten

Risico's en afhankelijkheden

andere projecten in de regio, waaronder in ZaanstadMaakstad.

Geen. Er zal een nieuw infrastructuursysteem gerealiseerd moeten worden, mogelijk met upside voor ontlasting van het elektriciteitsnet. Samenhang met offshore wind is met name relevant voor het hoge druk deel (de H2 backbone). Hoge en lage druk systeem hangen uiteraard ook met elkaar samen. TBD Alle relevante stakeholders zijn betrokken, zoals: bevoegde gezagen, beoogde klanten, netbeheerders en omgevingsdienst Inpasbaarheid qua externe veiligheid – kader vanuit overheid gewenst Commitment aantal launching customers Financiering derden (overheid) Draagvlak bevoegde gezagen en vergunningverleners Vergunningen verleend X M3/hr (capaciteit) gecommitteerd X EUR gesubsidieerd NPV/IRR Aantal ruimtelijke knelpunten nog verder uit te zoeken. Eerste analyse wijst uit dat passende mitigerende maatregelen aanwezig zijn .. Vraag uit PIDI evaluatie: Hoe wordt verder invulling gegeven aan onzekerheden over aansluiting Zaanstad en Amsterdam? Is deze infrastructuur ook nog nuttig als waterstof (gedeeltelijk) wordt geïmporteerd? Antwoord: de infrastructuur van belang om ook geïmporteerde volumes verder te distribueren naar gebruikers. Bij een beetje substantiële volumes gaat dit niet via de weg (analogie LNG)

Mogelijke alternatieven

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

78

Addendum warmtenet IJmond Categorie

Vraag

Omschrijving

Wat

Projectomschrijving

Warmtenetten in de IJmond (trekker: HVC). Restwarmtebron: Floricultura, Tata Steel, Nobian, Crown van Gelder, RWZI Velsen/Beverwijk, Visverwerkende bedrijven Afnemers: IJmuiden: Zeewijk en Duinwijk; Beverwijk: Kueneplein/Pilotenbuurt;

Waar

Locatie

IJmond gemeenten

Wanneer

Investeringsbesluit

Contractvorming: Q3 2022 Start aanleg: Q4 2023 Uitkoppeling: Q4 2025

Operationeel

Hoeveel

Waarom

In welk stadium van ontwikkeling is de infrastructuur nu Capaciteit Verwachte Investering (Capex)

Technisch haalbaar (haalbaarheidsstudie 2019), maar nog niet financieel. 18.000 cooperatiewoningen, (in totaal 30.000 woningequivalenten) 200 miljoen euro

Verwachte Opex

Nog niet bekend

Verwachte CO2 reductie

Nog te bepalen

Waarom is de infrastructuur onmisbaar voor de CO2-reductieopgave in het cluster

Het ontwikkelen van een duurzaam en rendabel warmtenet dat bijdraagt aan de nationale doelstelling voor een gasloze gebouwde omgeving in 2050, daarmee past binnen de gemeentelijke beleidsdoelen, voldoet aan vigerende wet- en regelgeving en zowel corporatiewoningen als gemeentelijk vastgoed van duurzame warmte kan voorzien alsmede op termijn utiliteit en particuliere woningen. Pas bij voldoende warmtevraag kan een duurzame (rest)warmtebron worden ontwikkeld/gekoppeld. In eerste instantie is het warmtenet niet rendabel en is er een ‘onrendabele top’. Subsidie is nodig om investeringsbeslissing te kunnen versnellen/nemen. Restwarmtebenutting draagt ook bij aan de klimaatopgave van de industrie.

Waarom is (de versnelling van) deze infrastructuur urgent?

Welke strategische voordelen (incl eventueel andere projecten) worden hiermee gefaciliteerd? Indicatie maatschappelijke kosten & baten van infrastructuur project

Wat zijn de verwachte systeemeffecten? Draagt de infrastructuur bij aan het mogelijk maken van flexibiliteit en mitigeren van bestaande / toekomstige congestieproblematiek CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

79

Uit de Transitie Visies Warmte blijkt dat Warmtenetten in de IJmond maatschappelijk gewenst zijn en beleidsmatig een goed alternatief voor warmtevoorziening aan de gebouwde omgeving. Gemeente Heemskerk heeft nog voorbehoud gemaakt om in een Wijkuitvoeringsplan de behoefte aan een Warmtenet nader te bepalen. De planning gaat uit van een toekomstbestendige (overdimensionering) van de infrastructuur. Dit verlaagt de initiële (vóór subsidie) onrendabele top en verlaagt zo de aansluitbijdrage voor de gebouweigenaar, stimuleert daarmee de groei

van de warmtevraag en voorziet tegelijkertijd (overdimensionering) in capaciteit voor die groei. Wat is de waarde van de infrastructuur voor de energievoorziening als geheel op regionaal niveau? Wat is de rol van de infrastructuurprojecten in de elektriciteits- en H2 balans op regionaal niveau? Hoe sluit de infrastructuur aan op behoefte en het aanbod van energie/grondstoffen vanuit de clusters om ons heen? Wat zijn de alternatieven voor de te realiseren infrastructuur? Wat is de samenhang met de bestaande infrastructuur, bestaande plannen voor netverzwaring (IP), aanlanding offshore wind (VANOZ, VAWOZ) en toekomstscenario’s, II2050 Projectpartners

Wie

Wat is de betrokkenheid van derden Randvoorwaarden & KPI’s

Knelpunten

Niet van toepassing

Verder uit te werken in uitkoppelplan. De samenhang wordt vooral beschreven in de Transitievisie Warmte en de RES.

Projecttrekker: HVC Gemeenten: Velsen, Beverwijk, Heemskerk (nog onder voorbehoud van uitwerking Wijkuitvoeringsplan Aardgasvrij), Woningcorporaties: Woningbedrijf Velsen, Velison Wonen, Pré Wonen, Woon op Maat Netwerkbeheerder: Liander (Rest)Warmtebron: Floricultura, Tata Steel, Nobian, Crown van Gelder, RWZI Velsen/Beverwijk, Visverwerkende bedrijven Energiecoöperaties: Energiek Velsen, EcoHeemskerk, EcoBeverwijk

Wat zijn de belangrijkste randvoorwaarden en kritische succesfactoren? Wat zijn de belangrijkste KPIs

Dekking / garantstelling voor onrendabele top

Knelpunten

Het warmtebedrijf draagt nagenoeg alle risico’s (zoals vollooprisico), die slechts voor een klein deel binnen de eigen invloedsfeer liggen. Zie hierboven Uitkoppeling van restwarmte uit de rookgassen van Tata Steel zorgt voor hogere stikstofdepositie in nabij natuurgebied. Hiervoor is een denoxinstallatie nodig. Bij uitkoppeling van de restwarmte uit koelwater is dit niet het geval.

Aantal warmte-eenheden CO 2 reductie

Risico's en afhankelijkheden

Mogelijke alternatieven Nog te onderzoeken

CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021

80

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10548431/1