1. Bijlage CES 1.0 NZKG.pdf
Tekst van het document
Cluster Energie Strategie 1.0 Noordzeekanaalgebied september 2021
Voorwoord De energietransitie zorgt voor grote uitdagingen in Nederland. Als we onze jeugd een duurzame toekomst willen geven, dan kunnen we niet wachten en moeten we nu echt aan de slag. Ook bedrijven en de industrie hebben grote stappen te zetten. Onze omgeving gaat daardoor de komende jaren veranderen. Dat is niet altijd makkelijk, zeker in een gebied waar zoveel opgaven en uitdagingen samenkomen als het Noordzeekanaalgebied (NZKG). Maar zo’n verandering biedt ook kansen. In 2019 hebben we landelijk heldere afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord: de helft minder CO2 -uitstoot in 2030 en nagenoeg klimaatneutraal in 2050. In het Noordzeekanaalgebied zijn we daarmee direct aan de slag gegaan. Zo hebben we eerder verduurzamingsplannen vastgelegd in het Vliegwiel NZKG en in het Regioplan NZKG. In de eerste Cluster Energie Strategie (CES 1.0) voor het Noordzeekanaalgebied brengen we deze weer een stap verder, na een intensieve samenwerking tussen het bedrijfsleven in de regio, de netbeheerders, gemeenten en de provincie. Als industrieel cluster hebben we een gezamenlijke, integrale ambitie om de doelstellingen van het Klimaatakkoord in het NZKG te halen. Daarbij willen we de kansen die de energietransitie met zich brengt ten volle benutten.
In deze eerste CES hebben we de ontwikkeling van vraag en aanbod van energie als gevolg van verduurzaming van de industrie in beeld gebracht en is geïnventariseerd welke energie-infrastructuur we daar voor nodig hebben. We zijn nog niet klaar: alle projecten die we in de CES hebben benoemd zullen verder worden uitgewerkt in samenwerking met betrokken bedrijven, netbeheerders, de provincie en gemeentes. De afgelopen tijd zijn er onderling al flink wat discussies gevoerd in voorbereiding op de CES 1.0. De energietransitie heeft immers grote impact op bedrijfsprocessen, het energienetwerk, hoe en waarvoor we onze ruimte gebruiken en welke invloed dat heeft op de leefomgeving. Zij raakt ons allemaal. De volgende stap is nu hoe de in de CES opgenomen projecten in de omgeving kunnen worden ingepast. Daarbij zijn gezondheid, leefbaarheid, milieu en de natuur belangrijke randvoorwaarden. En zal de integrale afweging ook ten aanzien van andere belangen plaats vinden in de verstedelijkingsstrategie MRA en het NOVI-gebied NZKG. Ook goede afstemming met inwoners en de rest van de omgeving zal bij het concreter worden van de projecten vorm krijgen. Zo maken we onze plannen gezamenlijk sterker. Als cluster zijn we trots op de ambitie die we in het CES hebben neergelegd. We beseffen dat het nog niet klaar is. De verdere uitwerking is maatwerk per project.
Daar zullen we de komende jaren hard aan werken. We zijn op het punt aanbeland waar de vraag niet meer is of maar hoe we na deze eerste stap de energietransitie en bijbehorende projecten en hun ruimtelijke impact zorgvuldig en tijdig kunnen laten landen. Zo geven we de noodzakelijke versnelling van de energietransitie in het Noordzeekanaalgebied vorm en leveren we ieder onze bijdrage aan de realisatie van deze klimaatopgave. Graag danken we iedereen die heeft meegewerkt aan de CES 1.0. De eerste stap is gezet. We hopen van harte dat wij de goede samenwerking in onze regio kunnen voortzetten.
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
2
Namens het Bestuursplatform Energietransitie NZKG, Edward Stigter (namens Provincie Noord-Holland, voorzitter Bestuursplatform), Marieke van Doorninck (namens Amsterdam) Jurgen Nobel (namens Haarlemmermeer) Floor Bal (namens Velsen) Annette Baerveldt (namens Zaanstad) Gaatze de Vries (namens Heemskerk) Serge Ferraro (namens Beverwijk) Peter van de Meerakker (namens Zeehaven IJmuiden) Alexander van Ofwegen (namens Vattenfall) Hans Coenen (namens Gasunie) Marc de Zwaan (namens TenneT) Huibert Baud (namens Liander) Kees Noorman (namens ORAM) Hans van den Berg (namens Tata Steel) Koen Overtoom (namens Port of Amsterdam) Eric Nederhand (namens Zaanstad Maakstad)
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
3
Managementsamenvatting Het Noordzeekanaalgebied (NZKG) is onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam en beslaat het gebied van IJmuiden tot en met de haven van Amsterdam. Het gebied wordt gekenmerkt door de aanwezige maakindustrie en havens. Staalproducent Tata Steel in IJmuiden is de grootste speler. Waar staal centraal staat in de IJmond, is dat voedselverwerking in de Zaan. In het Amsterdamse havengebied zitten veel op- en overslag partijen. De haven van Amsterdam is de 4de haven van West -Europa en de grootste benzinehaven ter wereld. Verdeeld over de rest van het NZKG zitten bedrijven die actief zijn in uiteenlopende sectoren zoals papier, energie en asfalt. Net buiten maar nauw verbonden met het NZKG, ligt Schiphol. Het is de op drie na grootste luchthaven van Europa. Het economische belang van de industrie en havens in het NZKG is groot. Niet alleen regionaal maar ook nationaal door toenemende toegevoegde waarde en export. De toegevoegde waarde die in het NZKG wordt gegenereerd bedraagt bijna 9 miljard euro (bron: Ruimte Intensivering Monitor). Het Noordzeekanaalgebied (NZKG) ziet de noodzaak om klimaatneutraal te worden in lijn met de ambities van het Klimaatakkoord van Parijs. De industrie in het NZKG is verantwoordelijk voor een groot deel van het energieverbruik in de regio.
De huidige CO2 -uitstoot van de industrie en energieproductie in het NZKG is 18,3 Mton en moet volgens afspraken uit het Klimaatakkoord gereduceerd worden. De partijen in het NZKG pakken die handschoen op en willen de CO₂-emissie in 2030 met bijna de helft en in 2050 naar bijna niets hebben teruggebracht.
Figuur 1: Energieverbruik, CO 2 emissies en ambities van de industrie in het NZKG In dit rapport is allereerst beschreven wat de verwachte ontwikkelingen zijn voor de energievraag en -aanbod van de verschillende energiedragers. Vervolgens is beschreven CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
4
welke energie-infrastructuur daarvoor nodig is, alsmede het nut, de noodzaak en de impact van deze infrastructuurprojecten. Tenslotte is de status van dit CES 1.0 toegelicht en het voorgestelde uitvoeringsprogramma. NZKG blijvend vitaal en aantrekkelijk: een vraag en aanbod inventarisatie De energievoorziening moet verduurzamen, het recente IPCC-rapport toont dit eens temeer aan. De stijgende CO2 -prijs zorgt eveneens dat het voor bedrijven in toenemende mate urgent en noodzakelijk wordt om te verduurzamen, ook om de concurrentiepositie te behouden en versterken. De regio kent al toonaangevende verduurzamingsprojecten die benoemd zijn in het Regioplan NZKG. Zo zijn er onder andere ver gevorderde plannen voor waterstofproductie in het project H2ermes en de Hemwegcentrale, innovatie in de staalproductie (HIsarna), waterstofproductie uit hoogovengassen en het ontwikkelen van een pilot fabriek voor synthetische kerosine in de Amsterdamse haven. De energietransitie heeft grote gevolgen voor de verschillende energiemodaliteiten zoals elektriciteit, waterstof, CO2 , warmte en aardgas. De vraag naar elektriciteit zal enorm toenemen: met 3 tot 4 keer in 2030 en met 3 tot 7 keer in 2050 1 .
De vraag naar waterstof zal mogelijk toenemen tot 580 kton in 2050 (equivalent met ~10 GW benodigde elektriciteit van bijvoorbeeld wind-op-zee), in het scenario dat Tata Steel volledig overschakelt op waterstof en waterstof ook aardgas vervangt voor de hoge temperatuurprocessen in de andere industrie. Ook zonder dit scenario voor Tata Steel zal de vraag naar waterstof naar verwachting toenemen tot 200 kton in 2050. De verduurzamingsprojecten zorgen ervoor dat de regio voldoet aan de klimaatopgaven én economisch vitaal en aantrekkelijk blijft. Het industriecluster NZKG kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Metropool Regio Amsterdam (MRA) als duurzame energiehub voor de omgeving, Nederland en Europa, en kan ook op de korte termijn belangrijke economische kansen met bijbehorende werkgelegenheid vanuit de energietransitie helpen realiseren. Hierbij wordt nadrukkelijk onderkent dat de transitie een grote impact op de regio zal hebben. Naast de ruimtelijke en milieu impact zal het ook een bijdrage leveren aan de lange termijn verbetering van luchtkwaliteit en daarmee aan de gezondheid in de regio. Wel zal een zorgvuldige afweging met andere belangen moeten plaatsvinden (o.a. landschap, wonen, waterberging, etc.). Daarom zal de ruimtelijke besluitvorming plaatsvinden in het kader van de verstedelijkingsstrategie en het NOVI-traject.
De benodigde energie-infrastructuurprojecten Voor het realiseren van de ambities zijn een groot aantal CO2 -reductieprojecten nodig, met allemaal één basisvoorwaarde: de juiste energie-infrastructuur. In deze CES 1.0 beschrijven we de energie-infrastructuurprojecten, die nu noodzakelijk zijn om de transitiepaden van de industrie tijdig te faciliteren. De benodigde energie-infrastructuur projecten van nationaal belang zijn: 1. Een verzwaring van het elektriciteitsnet 2. Een ‘Regional Integrated Backbone’ (RIB) voor waterstof 3. Een systeem voor afvang en distributie van CO 2
1 Ten opzichte van 2020
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
5
De geïnventariseerde projecten van regionaal belang zijn: 1. Een stoomnet in de haven 2. Een lokaal waterstofnet in de haven (H2avennet) 3. Een waterstofnet voor Zaandam (ZaannetH2) 4. Een regionale verzwaring van het elektriciteitsnet 5. Een (rest)warmtenet van de industrie in de IJmond
Figuur 2: visualisatie van de benodigde infrastructuur Bovenstaande energie-infrastructuur projecten zijn onderdeel van het energiesysteem als geheel. Het NZKG functioneert in het energiesysteem als een draaischijf. Naast opwek en transport spelen opslag en conversie een belangrijke rol om het toekoms tige systeem te balanceren. Niet alleen regionaal maar ook (inter)nationaal. Dit wordt veroorzaakt door de reeds gevestigde bedrijven, de aanwezigheid van kennisintensieve clusters en de geografische ligging van het NZKG. De werking van het toekomstige ene rgiesysteem is de reden dat ontwikkelingen elders in de regio (Metropool Regio Amsterdam, Noord Holland Noord) en de RES Noord Holland Zuid in deze CES 1.0 zijn meegenomen. Ten aanzien van bovenstaande projecten houden we actuele ontwikkelingen in het oog . De recent aangekondigde haalbaarheidsstudie van Tata en FNV 2 kan invloed hebben op de omvang van deze projecten. In het NZKG identificeren we de volgende punten waarop actie van het Rijk nodig is: - Regulering van netbeheer van nieuwe energie-infrastructuren - Financiering (waterstof, CO2 en warmte) 2 strategisch-plan-Zeester.pdf (fnv.nl)
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
6
-
Wettelijke vastlegging van milieucontouren waterstof en CO 2 Meer mogelijkheden voor netbeheerders voor het uitvoeren van hun wettelijke taak. Inzet van instrumenten om grootverbruikers te bewegen om zelf maatregelen te treffen om hun piekverbruik omlaag te brengen.
Ruimtelijke inpassing, milieu-, gezondheids- en brede welvaartsaspecten Hoe en op welke wijze deze projecten worden ingepast dient nog nade r te worden uitgewerkt. De bestemde en nog beschikbare (fysieke en milieu) ruimte spelen een belangrijke rol bij realiseren van de energietransitie. Daarbij zijn aspecten als gezondheid, milieu en leefbaarheid randvoorwaardelijk mede door het sterk verstedelijkte karakter van het NZKG. In dit rapport wordt een eerste indicatie gegeven van de ruimtelijke en milieu impact. De meeste projecten en tracés lijken inpasbaar, wel constateren we ook een aantal ruimtelijke schuurpunten. Per project vraagt dit echter nog nadere uitwerking. De ruimtelijke besluitvorming vindt plaats in het kader van de verstedelijkingsstrategie en het NOVI-traject. Zodat een zorgvuldige integrale afweging gemaakt kan worden tussen verschillende belangen. Met betrekking tot milieu- en gezondheidsaspecten is eerste inventarisatie gedaan naar impact van de energie-infrastructuurprojecten op CO2 , NOx- en fijnstof-emissies, en op geluid. Ook hier geldt dat per project een nadere uitwerking vereist is. Ook v oor omgevingsveiligheid is het van belang om nader onderzoek te doen om de benodigde risicoruimte en fysieke ruimte in beeld te brengen. De gegevens z ijn nu nog beperkt beschikbaar.
De CO2 -uitstoot zal naar verwachting in 2030 45% tot 55% lager zijn met de voorgenomen CO2 -reductieplannen. Naast CO2 -reductie is het een bijkomend effect van de energietransitie, met name door het uit bedrijf nemen en anders inzetten van de gascentrales, dat de NOx emissies van de industrie in het NZKG gebied naar verwachting met ongeveer 35% zullen afnemen. De fijnstof emissies van de industrie zullen naar verwachting ook met ongeveer 35% afnemen. Dat betekent dat de milieubaten van de stikstofreductie van de industrie in het NZKG in 2030 in de ordegrootte van 100 miljoen euro3 per jaar kan worden gewaardeerd. Daarnaast kan de vrijgekomen stikstofruimte mogelijk gebruikt worden voor de woningbouwopgave in de Randstad of ten bate van de leefomgeving. Voor geluid geldt dat extra geluid relatief minder impact heeft op het totaal wanneer reeds ander omgevingsgeluid aanwezig is. Wel kan een toename van geluid een knelpunt zijn in een gebied waar de geluidsruimte aan zijn grenzen zit. Om te bepalen of er voldoende geluidsruimte aanwezig is binnen de geluidszones is nader onderzoek nodig. Mogelijk zijn er extra kosten gemoeid met mitigerende maatregelen, of zijn ruimtelijke aanpassingen nodig dan wel andere maatregelen.
De in deze Cluster Energie Strategie voorgestelde energie-infrastructuurprojecten zijn nodig voor de industrie om de energietransitie te kunnen maken en hun ‘license-tooperate’ te behouden. Op de bedrijventerreinen in het totale Noordzeekanaalgebied
3 https://www.rwseconomie.nl/kengetallen/documenten/publicaties/2017/december/18/handboek -
mileuprijzen-2017 CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
7
werken ruim 78.000 mensen, waarvan 25.000 in de maakindustrie. Naast het behoud van banen bieden de projecten een nieuw perspectief voor zowel de bestaande energiesector als voor andere sectoren in de maakindustrie, die relevante (toe)leveranciers zijn voor specifieke systemen, componenten en onderdelen nodig voor de energie-infrastructuur. Tenslotte, biedt het mogelijkheden voor hoogwaardige kennisontwikkeling en innovatie. In Noord-Holland is met de uitvoering van de investeringsagenda voor de energietransitie jaarlijks tot maximaal 4 duizend fte gemoeid4 . De status van het voorliggende CES 1.0 De CES 1.0 is een nadere uitwerking van eerder ingediende bouwsteen CES (1 april jl.) en CES addenda (1 juli jl.). Deze CES 1.0 (in te dienen op 15 september) brengt naast vraag, aanbod en benodigde infrastructuur projecten ook de regionale programmering in beeld. Ook wordt een eerste indicatie gegeven van ruimtelijke, milieu, gezondheids-, economische effecten. Met name dit laatste aspect is slechts een eerste stap en verdient nadere uitwerking samen met de betrokken regionale overheden.
Het Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI) heeft projecten van nationaal belang - die urgent zijn en daarom in aanmerking komen voor versnelde uitvoering via het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) - voorlopig geselecteerd op basis van de addenda die 1 juli zijn ingediend. Dit zal de complexe, tijdrovende en wettelijke procedures en beslissingen bij netbeheerders (TenneT, Gasunie, Liander,…) helpen versnellen. In de eerste fase komen de elektriciteitsverzwaring (aantal deelprojecten nader te bepalen), de regionale waterstof backbone (RIB) en C O2 transport (Athos) in aanmerking voor ondersteuning vanuit het MIEK. Deze projecten worden door EZK verder uitgewerkt in startnotities. Deze startnotities worden ook vóór 15 september ingediend bij het MIEK. Ook voor deze projecten geldt het belang van een zorgvuldige uitwerking met betrekking tot de ruimtelijke en milieu-impact. De eerste stap in de MIEK-procedure is een verkenning. Uitgangspunt is dat de MIEKprocedure trajecten versnelt, zonder afbreuk te doen aan draagvlak en belangen. Daarom worden de procedures voor ruimtelijke inpassing en het vergunningentraject integraal overgenomen binnen bestaande procedures. Voor de projecten Athos, RIB en 380 kV tracés is Rijk/provincie bevoegd gezag, voor de lokale infrastructuur en onderstations is provincie/gemeente bevoegd gezag.
Bij de MIEK-verkenning wordt ook aangegeven of de voorgestelde oplossingsrichtingen aansluiten bij bestaande ruimtelijke trajecten op het gebied van ruimtelijke effecten en inpassing, inpassing RCR procedure en milieueffecten, en inpassing m.e.r.-procedure. In deze fase zal voor de MIEK projecten de m.e.r.-procedure gestart worden met conceptnotitie reikwijdte en detailniveau. De MER wordt opgesteld volgens de m.e.r. systematiek en inspraak omgeving op doel, milieu-, klimaat- en gezondheidseffecten en alternatieven. Er bestaat dus een trapsgewijze besluitvorming via plan-m.e.r. (strategische afwegingen) naar project -m.e.r. (concrete invulling). Naar verwachting zal voor alle MIEK-projecten een MER moeten worden opgesteld. Welk type hangt voor elektriciteit onder andere af van de tracé lengte en spanningswaarde (kV) van de deelprojecten die - op aanbeveling van de startnotitie - onder het MIEK gaan vallen.
4 SEO Amsterdam Economics (2020): Duurzaamheid en energietransitie in Noord-Holland en Flevoland:
Gevolgen voor de arbeidsmarkt CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
8
Tenslotte zullen nog de gebruikelijke afwegingen gemaakt worden voor het afwegen van belangen, het in kaart brengen van alternatieven en het creëren van draagvlak. Het is van belang dat de CES en de MIEK-projecten in goede verbinding staat met de andere regionale processen rond de klimaatopgave, in het bijzonder de RES, en met andere regionale ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, in het bijzonder de verstedelijkingsstrategie MRA en het NOVI gebied NZKG om een goede synergie en integrale ruimtelijke ordening te borgen. Om maximale afstemming en draagvlak in de regio te creëren voor de CES en bijbehorende projecten is besloten om de CES 1.0 aan te bieden aan de Colleges, de Staten, de Raden en de omgeving te informeren. Vervolgens zal onder leiding van het bevoegd gezag met de afzonderlijke projecten een participatieproces volgen. Uitvoeringsprogramma Energietransitie NZKG en vervolgproces De volgende fase van de Cluster Energie Strategie zal uitgevoerd worden in het uitvoeringsprogramma energietransitie NZKG. De investeringsagenda’s en programmering van de verschillende modaliteiten worden op de versnellingstafels verder uitgewerkt (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). Hierbij zal oog zijn voor de meest actuele ontwikkelingen, zoals de ontwikkelingen bij Tata Steel (zie paragraaf 3.7) en de congestieproblematiek bij elektriciteit (zie paragraaf 4.1).
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
9
Inhoud Voorwoord....................................................................................................................................2 Managementsamenvatting.............................................................................................................4 1.
Karakteristieken Noordzeekanaalgebied ................................................................................ 12
2.
Strategie Energietransitie NZKG............................................................................................. 14
3.
Inventarisatie (toekomstige) energievraag en -aanbod in het NZKG per energiedrager ............. 16
4.
5.
3.1.
Elektriciteit ................................................................................................................... 18
3.3.
Methaan/gas ................................................................................................................ 21
3.4.
Waterstof ..................................................................................................................... 23
3.5.
Warmte ........................................................................................................................ 25
3.6.
CO2............................................................................................................................... 27
3.7.
Alternatief vraagscenario Tata Steel ............................................................................... 27
Energie-infrastructuur projecten in het Noordzeekanaalgebied ............................................... 29 4.1.
Elektriciteit ................................................................................................................... 29
4.2.
Waterstof ..................................................................................................................... 32
4.3.
CO2............................................................................................................................... 37
4.4.
Warmte ........................................................................................................................ 40
4.5.
Methaan....................................................................................................................... 43
4.6.
CO2-reductie door de geplande energie-infrastructuur projecten ..................................... 43
4.7.
Synergie met andere trajecten ....................................................................................... 44
4.8.
Vraag aan het Rijk ......................................................................................................... 46
Ruimtelijke inpassing, milieu en gezondheid, economie en welvaart........................................ 47 5.1.
Ruimtelijke inpassing (procedure) .................................................................................. 47
5.2.
Milieu en gezondheid .................................................................................................... 48
5.3.
Economie en welvaart ................................................................................................... 50
6.
Investeringsagenda............................................................................................................... 51
7.
Uitvoeringsprogramma Energietransitie NZKG en vervolgstappen ........................................... 54
Appendix A: toelichting project timeline en fasering - generiek....................................................... 57 ADDENDA.................................................................................................................................... 58 Addendum elektriciteit................................................................................................................. 59 CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
10
Addendum Regional Integrated Backbone (RIB) waterstof.............................................................. 65 Addendum afvang, distributie en opslag CO 2 ................................................................................. 69 Addendum stoomnet ................................................................................................................... 74 Addendum ZaannetH2 ................................................................................................................. 75 Addendum H2avennet ................................................................................................................. 77 Addendum warmtenet IJmond ..................................................................................................... 79
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
11
1. Karakteristieken Noordzeekanaalgebied Het NZKG is onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en beslaat het gebied van IJmuiden tot en met de haven van Amsterdam. Het gebied wordt gekenmerkt door de aanwezige maakindustrie. Staalproducent Tata Steel in IJmuiden is de grootste speler. Het bedrijf is met 12.4 Mton CO2 uitstoot (inclusief de Velsen centrales) verantwoordelijk voor het grootste deel van de CO2 uitstoot in het NZKG (86%). Waar staal centraal staat in de IJmond, is dat voedselverwerking in de Zaan. Verder richting Amsterdam in het havengebied zitten veel op- en overslag partijen. Verdeeld over de rest van het NZKG zitten bedrijven die actief zijn in uiteenlopende sectoren zoals papier, energie en asfalt. Deze diversiteit aan sectoren met elk eigen processen hebben verschillende eisen ten aanzien van de energie-infrastructuur. Het NZKG kent meerdere zeehavens. In de zeehaven van IJmuiden wordt met name vis op- en overgeslagen. Het is ook een uitvalsbasis voor aanleg en onderhoud van windparken op zee, zoals ook de Energiehaven dat gaat worden. De haven van Amsterdam is de 4de haven van West-Europa en de grootste benzinehaven ter wereld. Er is in de haven veel specialistische kennis op gebied van opslag en overslag van brandstoffen aanwezig.
De Amsterdamse haven is met die kennis en de aanwezigheid van cruciale infrastructuur zoals opslagtanks, pijpleidingen en schepen dan ook bij uitstek geschikt om grootschalig groene waterstof te importeren en door te voeren. Dit geldt ook voor hiervan afgeleide producten zoals synthetische brandstoffen. Ten noorden bevindt zich de haven van Den Helder waar momenteel 90% van het aardgas van de velden op de Noordzee aan land komt. In deze regio zijn plannen voor (blauwe) waterstofproductie om in te voeden op de nationale backbone. Na 2030 komt Den Helder in beeld voor aanlanding van wind op zee. Een paar feiten en cijfers op een rij De directe uitstoot van de industrie in de regio bedraagt in 2018 jaarlijks 18,3 megaton (Mton) CO₂. Dat is inclusief de uitstoot van de energieproductie (Vattenfall, AEB) en 11% van de CO₂-emissies in Nederland als geheel (164 Mton CO 2 in 2017). De industrie (alleen) in het Noordzeekanaalgebied stoot 6,9 Mton CO 2 uit, waarvan 6,3 Mton door Tata Steel (exclusief de Velsen centrales). Het NZKG omvat vijf grote conventionele elektriciteitscentrales (ca. 11,4 Mton). Deze zullen slu iten of overschakelen op klimaat-neutrale waterstof of brandstof. De partijen in het NZKG willen de CO₂-emissie in 2030 met bijna de helft en in 2050 naar bijna niets hebben teruggebracht.
Het NZKG huisvest op 5% van de totale oppervlakte van de MRA, 11% van de banen, 13,5% van de toegevoegde waarde en 20% van de export. ‘Energie-infrastructuur op orde’ is cruciale basisstap en bestaat uit het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk, het geleidelijk omzetten van het gasnetwerk naar waterstofnetwerk en de aanleg van een CO 2 netwerk. o Op korte termijn capaciteitsknelpunten op ca 30-40% van het e-netwerk (hoog en laagspanning). o Geïntegreerd hybride energiesysteem noodzakelijk voor balancering. De stikstofopgave remt de transitieopgave
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
12
Net buiten maar nauw verbonden met het NZKG, ligt Schiphol. Het is de op drie na grootste luchthaven van Europa. De hoge passagiers- en vrachtvolumes maken Schiphol een grootverbruiker van fossiele brandstoffen. Gezien de hubfunctie van de luchthaven in het transportsysteem zijn er kansen hier niet alleen voor de luchtvaart, maar ook voor andere modaliteiten een grote slag te maken. Het NZKG is een connectiviteitshub door goede bereikbaarheid niet alleen via weg, spoor, water en lucht maar ook via energie infrastructuur (CO2 , waterstof, aardgas, elektriciteit en warmte).
Figuur 3: positionering NZK Het economische belang van de industrie en havens in het NZKG is groot. Niet alleen regionaal, maar ook nationaal door toenemende toegevoegde waarde en export. De toegevoegde waarde die in het NZKG wordt gegenereerd bedraagt bijna 9 miljard euro (bron: Ruimte Intensivering Monitor). Door de diversiteit van economische activiteiten en de spin-off naar andere sectoren draagt de industrie daarnaast bij aan veerkracht van de economie van de MRA. Sterke economische clusters als Schiphol, Greenport Aalsmeer, de Zuid-as en een sterke data infrastructuur zorgen voor een sterk internationaal vestigingsklimaat. De aanwezigheid van kennisintensieve bedrijven en kennisinstellingen en de nabijheid van de stad Amsterdam maakt het NZKG een geschikte broedplaats voor innovaties. Het NZKG is een sterk verstedelijkt gebied waardoor integraal naar opgaven moet worden gekeken. De ruimteproblematiek leidt tot een transformatie en herstructureringsopgave. Multifunctioneel ruimtegebruik is essentieel alsook een nauwkeurige afweging van wat moet hier en wat kan elders. De geografische ligging van het NZKG aan de Noordzee en nabijheid van het continentaal plat , bieden mogelijkheden voor aansluitingen op het internationale energienetwerk.
De ligging ten opzichte van de andere industrieclusters in Nederland, met name Groningen en Rott erdam, biedt kansen voor het gezamenlijk ontwikkelen van een waterstof en CO 2 -netwerk. Hier lopen reeds meerdere initiatieven. Partijen in het NZKG werken reeds samen om regionale opgaven gezamenlijk aan te pakken. Dit is georganiseerd in het Bestuursplatf orm NZKG en het Bestuursplatform Energietransitie NZKG.
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
13
2. Strategie Energietransitie NZKG5 De gezamenlijke ambitie van het Noordzeekanaalgebied is een bijna volledig CO₂neutrale en circulaire economie in 2050. Voor 2030 is het doel om 49% minder CO₂ uit te stoten ten opzichte van 1990. In de CES 1.0 staan de projecten die hier een bijdrage aan gaan leveren. Toereikende energie-infrastructuur is een randvoorwaarde voor de verduurzaming van de bedrijven en een vestigingsvoorwaarde voor nieuwe bedrijvigheid. Daarbij wordt veel ruimte geboden aan innovatie om zo te komen tot de meest duurzame oplossingen als ook om onzekerheden weg te nemen. Naast voorzien in de energiebehoefte van bedrijven heeft het NZKG als energiehub een belangrijke rol bij het realiseren van de opgave in de gebouwde omgeving en bij mobiliteit. De grootste gezondheidswinst van de energietransitie zit er in dat verbrandingsmotoren (voor transport) worden vervangen worden door motoren op elektriciteit (of op waterstof voor de zee- en luchtvaart), met een enorme reductie van fijnstof en stikstof tot gevolg. De energiehub NZKG ondersteunt de mobiliteitssector om deze overgang te maken. Bovendien speelt het NZKG een belangrijke rol bij aanlanding van wind op zee (WOZ) en opslag en transport van energie en grondstoffen. Door de geografische ligging is er ook een (in)directe verbinding met (inter)nationale netwerken.
Het toekomstperspectief voor het NZKG is opgebouwd uit meerdere factoren die niet los van elkaar kunnen worden gezien en een belangrijk rol spelen om aan de ambitie een invulling te geven. De energietransitie-strategie van het NZKG is opgebouwd uit meerdere pijlers: 1. Transitie naar een duurzame en circulaire industrie. 2. Energie- en grondstoffenhub (opslag, productie, conversie) voor de industrie, gebouwde omgeving, de regio (o.a. Schiphol, Mobiliteit) en (inter)nationaal (zeehavens, Noordzee en verbinding met de andere industrieclusters). 3. (Voorrang aan) vestiging van bedrijven en pilots die aan ad 1 een bijdrage leveren. Dit zal zorgen voor nieuwe waardeketens. 4. Tijdig beschikken over voldoende ruimte (fysiek en milieu) en over de noodzakelijke infrastructuur voor alle modaliteiten (elektriciteit, waterstof, warmte en CO2 ) 5. Aanpak is gericht op het inrichten van een adaptief hybride energiesysteem 6. Bijdrage aan internationale concurrentiepositie MRA en bijdrage aan economische groei door stimuleren van kennis en innovatie; partijen zullen hier in gezamenlijkheid op inzetten en faciliteren 7. Koppeling met kennisinstellingen, wetenschap en onderwijs; belangrijk voor inzetten van noodzakelijke kennis en stimuleren van innovatie. 8. Wet- en regelgeving: gericht op realisatie van infrastructuur (CO 2 , H2 en warmte) en verbeteren van milieu/gezondheid. 9.
Vergunningverlening: in vroegtijdig stadium afstemming met de Omgevingsdiensten en waar nodig wordt coördinatieregelen ingezet om processen en projecten te stroomlijnen. 10. Governance; gezamenlijke aanpak publiek-privaat via Bestuursplatform ET NZKG in concrete producten CES/MIEK. Daarnaast het uitvoeren van afspraken in het 5 Gebruik is gemaakt van gezamenlijke documenten zoals Ontwikkelstrategie ET NZKG (2018), Vliegwiel voor
een Duurzame Toekomst (2018), Systeemstudie NH2050 (2019), Regioplan (2020) en verschillende documenten van de partners die lid zijn van het Bestuursplatform ET NZKG CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
14
Klimaatakkoord en het Uitvoeringsprogramma Energietransitie NZKG om voortgang te borgen. Parallel vindt afstemming met NOVI aanpak NZKG en VS MRA plaats. 11. Financiering; financiering via CES/MIEK, projectsubsidies (Nationaal en Europees) en bijdrage van individuele partijen. In het NZKG komen veel aspecten van het toekomstige energiesysteem samen en leent zich daardoor voor het ontwikkelen van een energiehub. Het realiseren van een energiehub vraagt om regie en coördinatie die nodig is om gewenste samenwerking tussen verschillende partijen te stroomlijnen. Regie en coördinatie dragen (in)direct bij aan het versnellen van de uitvoering. Het NZKG is als energiehub ook een draaischijf in toekomstig energiesysteem en circulariteit op (inter)nationaal en regionaal niveau. De ontwikkelingen binnen een energiehub werken door naar andere gebieden en sectoren binnen en buiten de regio.
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
15
3. Inventarisatie (toekomstige) energievraag en -aanbod in het NZKG per energiedrager Voor deze Cluster Energie Strategie zijn de energievraag en het energie -aanbod geïnventariseerd voor de industrie in het Noordzeekanaalgebied door middel van interviews. De geselecteerde bedrijven zijn een afspiegeling van diversiteit aan sectoren en hebben de verplichting om op korte termijn plannen te maken om doelstellingen uit Klimaatakkoord voor 2030 te realiseren. Niet meegenomen zijn de bedrijven die nog niet in het NZKG gevestigd zijn maar zich mogelijk op termijn wel gaan vestigen. De geïnventariseerde gegevens worden vergeleken met de gegevens die de netbeheerders in hun scenario’s hanteren. De gegevens van de netbeheerders zijn dus niet afkomstig uit doorrekeningen van de netwerken. Vanwege de grote diversiteit in sectoren is geen onderscheid gemaakt in verschillende sectoren. De geïnventariseerde data is beschikbaar op hoog detailniveau voor toekomstige netberekeningen.
Figuur 3: geïnterviewde bedrijven. Niet zichtbaar op de kaart (want niet fysiek gevestigd in het NZKG) maar wel geïnterviewd zijn Nobian en EBN. Voor alle energiedragers zijn de volgende jaren meegenomen: het huidige verbruik (2020), 2025 en 2030. Verder is een ’doorkijkje’ gegeven voor 2050. Voor 2030 en 2050 zijn hoge en een lage waardes gegeven voor zowel de industrie als de netbeheerders. De gegevens van de netbeheerders voor 2025 en 2030 zijn gebaseerd CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
16
op de investeringsplannen (IP’s). De gegevens voor 2050 zijn afkomstig van de ‘Klimaatneutrale energiescenario’s 2050’ uit het II3050 traject. De 2050 scenario’s betreffen geen voorgenomen plannen, maar zijn uiterste scenario’s die alle mogelijke toekomstige ontwikkelingen van het energiesysteem omvatten. De volgende IP-scenario’s zijn gehanteerd: 2020: Netbeheer basis; 2025/2030 Netbeheer KA (Klimaatakkoord): referentie, -49% CO2 reductie, zon, wind, elektrisch vervoer, CCS speelt een rol; 2025/2030 Netbeheer ND (Nationale Drijfveer): > 50% CO2 reductie, mikt op energie-autonoom NL, veel circulariteit en efficiëntieverbetering, meer zon, wind en EV, sectorkoppeling via P2G en P2H, beperkt CCS; 2025/2030 Netbeheer IA (Internationale Ambitie): import-afhankelijkheid, minder zonne-energie en elektrisch vervoer, meer bio-methaan, groei industrie, veel blauwe waterstof en CCS).
De volgende II3050 sc enario’s zijn gehanteerd: Netbeheer REG: (Regionale sturing): NL wekt op wat het zelf gebruikt; krimp van industrie in NL, ontwikkeling energiesysteem vooral bottom-up, warmtenetten, zon PV en wind op land zijn prominent; Netbeheer NAT (Nationale sturing): NL wekt op wat het zelf gebruikt, industrie groeit en wordt efficiënter in NL, wind op zee en waterstof zijn prominent; Netbeheer EUR (Europese CO2 -sturing): veel energie-uitwisseling met buitenland, dus beperkter wind en zon, biomassa en waterstof spelen een rol; Netbeheer INT (Internationale sturing): veel energie-uitwisseling met buitenland, dus beperkter wind en zon, waterstof speelt een grote rol; Het verbruik is weergegeven in terawatturen [TWh]. Het vermogen wordt weergegeven in Megawatt [MW]. CO2 is weergegeven in megaton [Mton]. In de volgende paragrafen is de geïnventariseerde energievraag en -aanbod per energiedrager nader toegelicht.
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
17
3.1. Elektriciteit
Figuur 5: Projectie elektriciteitsvraag NZKG gebied (in TWh) Er wordt een grote volume toename van de vraag naar elektriciteit verwacht (van ~4 TWh in 2020 naar 7 tot 14 TWh in 2030). Opvallend is dat de stijgende trend – tot 2030 - in de investeringsplannen (IP’s) zich niet lijkt voort te zetten richting de II3050 data voor 2050. Dit is te verklaren doordat de data van netbeheerders voor 2025 en 2030 uit investeringsplannen komt en de data van 2050 uit de klimaatneutrale energiescenario’s. De data van 2030 in de IP’s is dus niet één op één te vergelijken met de verbruiksprognoses in de II3050 data. In de II3050 wordt ook rekening gehouden met toenemende elektriciteitsvraag van de industrie in de klimaatneutrale scenario’s. Dit komt duidelijker tot uiting in de verwachte capaciteitsontwikkeling (zie volgende bladzijde). De inschatting van industrie (zowel voor 2030 als voor 2050) kan gebruikt worden in de volgende versie van landelijke scenario’s die door netbeheerders worden opgesteld. De verwachte groei van 4 TWh naar 7 tot 14 TWh in 2030 wordt veroorzaakt door: Extra inkoop elektriciteit door het uitschakelen van een hoogovengas -gestookte centrale en het uitschakelen van warmtekrachtcentrales voor eigen elektriciteit verbruik (~53 %); Elektrolyse (~22 %) tot groter dan 1 GW in 2050; Andere, zoals e-boilers, extra datacenter de basisweg,… (~25 %)
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
18
De capaciteitsvraag voor elektriciteit ontwikkelt zich naar verwachting als volgt:
Figuur 6: Projectie elektriciteitsvraag NZKG gebied (in MW) Er wordt een grote toename naar capaciteit voor de vraag van elektriciteit verwacht (van ~500 MW in 2020 naar 1500 tot 2200 MW in 2030). Opvallend is dat vraag naar capaciteit meer stijgt dan de vraag naar volume. Dit is verklaarbaar doordat de geïnterviewde bedrijven verwachten dat een aantal nieuwe technologieën in eerste instantie een beperkte utilisatie hebben of afschakelbaar zullen zijn, zoals: E-boilers (max. 2000 uur, SDE++) Electrolysers (afschakelbaar bij hoge elektriciteitsprijs) Er is meer werk nodig naar de verfijning van de capaciteitsvraag voor elektriciteit. Naar schatting zal er minimaal 100-200 MW extra afschakelbaar potentieel zijn in 2030 en mogelijk 1 GW in 2050.
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
19
In de volgende grafiek wordt het verwachte aanbod van elektriciteit toegelicht:
Figuur 7: Projectie elektriciteitsaanbod vanuit industrie in NZKG gebied (in TWh) Er wordt een grote afname van aanbod van grootschalige elektriciteitsproductie verwacht (van ~11 TWh in 2020 naar ~4 TWh in 2030). Deze analyse betreft alleen de industriële elektriciteitsproductie en productie door centrales. Decentrale elektriciteitsopwekking - zoals wind- en zonne-energie - maakt geen deel uit van deze analyse, maar maakt wel een steeds groter deel van de elektriciteitsmix uit.
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
20
3.3. Methaan/gas
Vraag methaan: volume [TWh] 35
Industrie basis Industrie laag
30
Industrie hoog
25
Netbeheer basis
Netbeheer KA
20
Netbeheer IA 15
Netbeheer ND Netbeheer REG
10
Netbeheer NAT
5
Netbeheer EUR
0 2020
Netbeheer INT 2025
2030
2035
2040
2045
2050
Figuur 8: Projectie methaan-vraag NZKG gebied (in TWh) Er wordt door de geïnterviewde bedrijven een grote afname van de vraag naar gas verwacht (van 20 TWh in 2020 naar ~11 TWh in 2030). De daling van 20 TWh naar 11 TWh in 2030 wordt veroorzaakt door:
Uit bedrijf nemen van WKKs en het (gedeeltelijk) ombouwen van (hoogoven)gasgestookte elektriciteit -centrales (99 %)
Het tempo van de afname van het gasverbruik is sterk afhankelijk van de alternatieven die er komen. Voor een groot deel van de bovenstaande installa ties kan de gebruiksduur verlengd worden. In het II3050 scenario ‘Europese CO2-sturing’ zit nog veel methaan-vraag. Dit gaat om stand-by productie van blauwe waterstof uit gas en elektriciteitscentrales gestookt op gas. Bij beiden wordt de vrijgekomen CO 2 afvangen met ‘Carbon Capt ure and Storage’ (CCS). Figuur 8 lijkt te suggereren dat de netbeheerders een toename van gasgebruik verwachting van 2030 tot 2050 in het scenario ‘Europese CO 2 -sturing’. Dit is niet het geval. Zoals beschreven in de introductie van hoofdstuk 3, zijn de getallen voor 2030 gebaseerd op de Investeringsplannen 2022 van de netbeheerders en die voor 2050 op de II3050 scenario’s. Deze laatste zijn niet bedoeld als wensbeelden van de netbeheerders, maar om de uithoeken van het speelveld te beschrijven. De verwachtingen van de industrie vallen voor het NZKG duidelijk aan de onderkant van dit geschetste speelveld, maar nog wel erbinnen. Wat dat betreft is hier dus geen sprake van een ‘tegenstelling’ tussen de scenario’s van de netbeheerders en de verwachtingen van de industrie in het NZKG.
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
21
Bij de geïnterviewde bedrijven - die overwegen WKKs uit bedrijf te nemen of gasgestookte centrales om te bouwen - werd het verlengen van gasstook in combinatie met CO2 -afvang - zoals in het Europese CO2 -sturing scenario – niet als voorkeursoptie genoemd. De capaciteitsvraag voor gas in MW ontwikkelt zich naar verwachting als volgt:
Vraag methaan: vermogen [MW] 6000
Industrie basis Industrie laag
5000
Industrie hoog
Netbeheer basis
4000
Netbeheer KA 3000
Netbeheer IA Netbeheer ND
2000
Netbeheer REG
Netbeheer NAT
1000
0 2020
Netbeheer EUR Netbeheer INT 2025
2030
2035
2040
2045
2050
Figuur 9: Projectie methaan-vraag NZKG gebied (in MW) Er worden geen knelpunten in het methaan-net verwacht i.v.m. afnemende vraag naar methaan.
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
22
3.4. Waterstof Vraag waterstof: volume [TWh] 12
Industrie basis Industrie laag Industrie hoog Netbeheer basis Netbeheer KA Netbeheer IA Netbeheer ND Netbeheer REG Netbeheer NAT Netbeheer EUR Netbeheer INT
10
8 6 4 2 0 2020
2025
2030
2035
2040
2045
2050
Figuur 10: Projectie waterstof-vraag NZKG gebied (in TWh) 6 Er wordt rekening gehouden met een grote toename van de vraag naar waterstof (van 0 TWh in 2020 naar tot 8 TWh in 2030). De groei naar 8 TWh in 2030 wordt veroorzaakt door:
Productie synthetische brandstoffen (84%)
Waterstof bijstook – pilots (16%)
De waterstof projecten - in de ‘industrie’ scenario’s - zijn nog in de haalbaarheidsfase. Er zijn nog geen definitieve investeringsbeslissingen genomen. In de interviews zijn de bedrijven ook gevraagd naar hun voorkeur voor respectievelijk grijze (geproduceerd met fossiele brandstof), blauwe (geproduceerd met fossiele brandstof en CO2 -afvang) of groene waterstof (geproduceerd met duurzame energie). De voorkeur is bij de meeste partijen afhankelijk van de (toekomstige) prijsverschillen tussen de verschillende soorten waterstof, alhoewel ook enkele partijen een duidelijke voorkeur hebben uitgesproken voor groene waterstof, vanwege hun visie op veranderingen in regelgeving en klantvraag. Tenslotte zijn veel bedrijven begonnen met de inventarisatie welke aanpassingen er aan de afnemerskant (aanpassen branders en dergelijke) nodig zijn voor welke kwaliteit brandstof (percentage waterstof bijmenging, etc.).
6 De projecties voor waterstof voor 2020; 2025; 2030 zijn niet op IP gebaseerd, maar op marktstudies naar
waterstof in het NZKG. CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
23
De capaciteitsvraag voor waterstof ontwikkelt zich naar verwachting als volgt:
Vraag waterstof: vermogen [MW]
3500
Industrie basis Industrie laag Industrie hoog Netbeheer basis Netbeheer KA Netbeheer IA Netbeheer ND Netbeheer REG Netbeheer NAT Netbeheer EUR Netbeheer INT
3000 2500 2000
1500 1000
500 0 2020
2025
2030
2035
2040
2045
2050
Figuur 11: Projectie waterstof-vraag NZKG gebied (in MW) Waterstofaanbod (in TWh) in het hele gebied:
Aanbod waterstof: volume [TWh] 25
Industrie basis Industrie laag
20
Industrie hoog Netbeheer basis
15
Netbeheer KA Netbeheer IA Netbeheer ND
10
Netbeheer REG Netbeheer NAT
5
Netbeheer EUR
0 2020
Netbeheer INT 2025
2030
2035
2040
2045
2050
Figuur 12: Projectie waterstof-aanbod NZKG gebied (in TWh) Er wordt rekening gehouden met een grote toename van productie van waterstof (van 0 TWh in 2020 naar tot 8 TWh in 2030). De groei naar 8 TWh in 2030 wordt veroorzaakt door:
Andere processen in de industrie (70%)
Elektrolyse (30%)
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
24
De plannen om waterstof te produceren zijn nog in de haalbaarheidsfase. Zowel de productie van groene waterstof als de productie van blauwe waterstof in de NZKG regio wordt overwogen. De hoge waterstofproductie in het scenario ‘Europese CO2-sturing’ komt van productie van blauwe waterstof met behulp van gas waarbij de CO 2 die vrijkomt wordt afgevangen.
3.5. Warmte Voor sommige NZKG-bedrijven kan het gasverbruik (gedeeltelijk) vervangen worden door levering van warmte- of stoom. In de volgende figuur is de vraag naar warmte- en stoom weergegeven:
Figuur 13: Projectie warmtevraag NZKG gebied (in TWh) Er is vanuit de geïnterviewde bedrijven interesse om meer of warmte of stoom in te kopen dan nu het geval is, om het gasverbruik in boilers te reduceren. In het kader van deze studie konden de betrokken netbeheerders geen data van hun kant aanleveren over de warmtevraag in het Noordzeekanaalgebied. Het is belangrijk deze warmtevraag in perspectief te zien. Het gaat hier om een beperkt deel van de gasvraag van de industrie van het Noordzeekanaalgebied. De warmtevraag die in de interviews genoemd is komt voort uit de warmte- of stoombehoeftes zoals geïdentificeerd in eerdere haalbaarheidsstudies. De vereiste temperatuur, leveringszekerheid en het gedeelte van het gasverbruik dat kan vervangen worden door warmte- of stoomlevering kan sterk variëren per bedrijf. Met diepe geothermie kan een warmtelevering van hogere temperaturen worden gerealiseerd. Het potentieel van geothermie in het Noordzeekanaalgebied is nog onduidelijk.
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
25
Warmteaanbod (in TWh) in het hele gebied:
Figuur 14: Projectie warmte-aanbod NZKG gebied (in TWh) Er worden mogelijkheden gezien door de industrie meer warmte te leveren. Amsterdam kent al twee grote warmtenetten, waarvan het westelijk net is ontwikke ld vanuit het Afval Energie Bedrijf (AEB) als hoofdwarmtebron. Richting 2050 is het de verwachting dat de samenstelling van het warmteaanbod in het Noordzeekanaal gebied sterk verandert. De verwachte samenstelling van het warmte-aanbod is:
2020: energie- en afvalcentrales (100%)
2030: energie- en afvalcentrales (70%), electrolysers (10 %) en overige (20%)
2050: energiecentrales (50%); electrolysers (30%) en overige (20%)
Overige warmte bestaat uit restwarmte van datacenters en industrie.
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
26
3.6. CO2
Figuur 15: Projectie CO2-aanbod NZKG gebied (in Mton) Een aantal bedrijven in het Noordzeekanaalgebied hebben vooralsnog geen andere mogelijkheid om klimaatneutraal te worden dan door de CO 2 af te vangen en ondergronds op te slaan of her te gebruiken. Het mogelijke aanbod van CO2 voor ondergrondse opslag of hergebruik gaat naar verwachting groeien naar 4 tot 8 Mton per jaar. Er is een marktvraag voor schone CO2 vanuit de glastuinbouw. Die vraag is in het kader van deze studie niet verder geïnventariseerd, maar is in de ordegrootte van enkele honderden kiloton per jaar. Een veelbelovende hergebruik route is een gecombineerde “Carbon Capture Utilisation & Storage”. Hierbij wordt een substantieel deel van het bij Tata Steel geproduceerde gas niet langer naar een elekt riciteitscentrale gestuurd, maar katalytisch omgezet naar nafta. Nafta is een grondstof voor de chemische industrie (plastics). Tata onderzoekt deze route in het ‘Everest’-project. Daarnaast kan CO2 gebruikt worden voor de productie van synthetische brandstoffen.
3.7. Alternatief vraagscenario Tata Steel In bovenstaande vraagscenario’s is er al van uitgegaan dat bij Tata Steel het ‘Everest’project wordt gerealiseerd, waarbij de vrijkomende CO 2 wordt afgevangen en opgeslagen. Samen met FNV wordt er een alternatief voor het ‘Everest’ project onderzocht. Het alternatief moet voor 2030 een vergelijkbare CO 2 -reductie realiseren (± 40% reductie). In dit alternatief wordt één van de twee hoogovens vervangen door een installatie die Direct Reduced Iron (DRI) maakt. In een dergelijke installatie wordt gepelletiseerd ijzererts gereduceerd met aardgas. Er zijn voor de installatie geen
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
27
kolen/cokes meer nodig. Dit proces vindt plaats bij temperaturen waarbij het ijzererts/ijzer in vaste vorm blijft. De geproduceerde DRI pellets worden in een vervolgstap met elektrische vlamboogovens (Electric Arc Furnace, EAF), gesmolten voor verdere verwerking. Om de doelstelling te halen is CO 2 -afvang bij de DRI installatie nodig. Een DRI installatie biedt de mogelijkheid om een belangrijk deel van het aardgas op termijn te vervangen door waterstof. In dit scenario is er geen wijziging in de productietrein van de tweede hoogoven. Cokesfabriek 2 kan waarschijnlijk gesloten worden. Dit scenario geeft de volgende wijzigingen ten opzicht e van het ‘business-as-usual’ scenario: Toename aardgasgebruik: 25-30 PJ/a Toename Elektriciteitsverbruik: 160 MW Afname elektriciteitsproductie uit procesgas: 120 MW CO2 -opslag via Athos: 1 Mton per jaar
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
28
4. Energie-infrastructuur projecten in het Noordzeekanaalgebied In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de cruciale energie infrastructuurprojecten in het Noordzeekanaalgebied die nodig zijn om de verwachte ontwikkeling van vraag en aanbod van de verschillende energiedragers te kunnen accommoderen en de energietransitie voor de industrie mogelijk te maken.
4.1. Elektriciteit Om de 2030 en 2050 CO2 -reductiedoelstellingen voor de industrie in het NZKG te halen is de inzet van duurzame elektriciteit essentieel. Elektrificatie wordt (evenals waterstof) door de EU, Nederland en ook door de partijen in het NZKG gezien als een belangrijk onderdeel van een geïntegreerd en toekomstbestendig energiesysteem en als bouwsteen om de decarbonisatie van industrie, transport, energieopwekking en gebouwde omgeving te ondersteunen. De vraag naar hernieuwbare elektriciteit neemt de komende jaren substantieel toe in het NZKG. (Gedeeltelijke) elektrificatie is een belangrijke emissiereductieoptie (4 Mton CO2 in 2050 zonder Tata Steel) voor de industrie in Amsterdam, Zaandam en de IJmond. Concrete (grootschalige) projecten die de vraag en aanbod van elektriciteit in het Noordzeekanaalgebied beïnvloeden zijn: Project7 Gascentrales (V) Waterstof-elektrolyse (V)
Elektrificatie (V) Wind op Zee (A) Decentrale opwek (A)9
Omschrijving Worden uit gefaseerd of gaan over op duurzame bronnen Onder andere: H2ermes Vattenfall Elektriciteit-boilers Datacenter8 Hollandse Kust Noord, Hollandse Kust West alfa, Hollandse Kust West beta, VAWOZ Zon en wind op land
Impact in 2030 Toename E-vraag 53%. • •
100 MW in 2025 200 MW tot 500 MW in 2030
• 1 GW in 2050 Toename E-vraag 22% Toename E-vraag 25% 3 x 0,7 GW = 2,1 GW gepland Er is 2,7 TWh 10 decentrale opwek opgenomen in het hele zoekgebied van de RES Noord Holland Zuid.
Door de toenemende vraag naar elektriciteit en de afnemende productie van energiecentrales, is de verwachting dat het NZKG van een netto producent verandert in een netto afnemer van (duurzame) elektriciteit. Een verzwaring van het elektriciteitsnetwerk is cruciaal voor een betrouwbare elektriciteitslevering in de toekomst.
7 (V) is vraag; (A) is aanbod 8 Er is één nieuw (reeds vergund) datacentrum in het havengebied opgenomen in de CES 9 Bij het opstellen van de IP’s door de netbeheerders zal de decentrale opwek ook worden meegenomen 10 In het aanbod van elektriciteit is voor dit CES alleen de grootschalige elektriciteitsopwekking meegenomen.
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
29
Projectbeschrijving ‘Elektriciteit verzwaring’ (voor MIEK) De geïnventariseerde noodzakelijke verzwaring van het elektriciteitsnetwerk omvat een aantal deelprojecten waarin de provincie Noord-Holland, TenneT en Liander samenwerken. Deze ‘no-regret’ deelprojecten adresseren een aantal urgente knelpunten die noodzakelijk zijn voor de capaciteitsuitbreiding van de elektriciteits -infrastructuur. Richting MIEK zijn alleen de uitbreidingen op het 150-kV spanningsniveau en hoger genoemd. Daarnaast zijn er diverse uitbreidingen op lagere netvlakken (spanningniveaus). De deelprojecten op 150-kV en hoger zijn als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Nieuw 380/150kV-station (Beverwijk-Vijfhuizen) Twee nieuwe 150kV stations in Westelijk havengebied (incl. 150kV-verbindingen) Vervanging en uitbreiding huidig 150kV-station Hemweg Uitbreiden 380kV-station Oostzaan met een vierde 380/150kV-transformator (incl. verzwaren 150kV-verbinding Hemweg – Oostzaan) Nieuw 150 kV landstation voor aansluiting Wind op Zee in Velsen Netuitbreiding (380kV) kop van Noord-Holland Nieuw 150kV-station Oostzaan Nieuw 150kV-station Beverwijk (incl. nieuwe 150kV-kabelverbinding Beverwijk – Oterleek en nieuwe 380/150kV-transformator in Beverwijk)
Hierbij wordt er rekening gehouden met een (extra) aanlanding Wind op Zee (1 x 0,7 GW) op het 150kV-station Velsen. In de volgende figuur zijn de deelprojecten nader aangegeven.
Figuur 16: toelichting scope kandidaat MIEK-project ‘elektriciteitsverzwa ring’ CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
30
Nut en noodzaak De noodzakelijke verzwaring van het elektriciteitsnetwerk omvat een aantal deelprojecten waarin de provincie Noord-Holland, Tennet en Liander samenwerken. Deze netverzwaringen faciliteren de elektrificatie van productieprocessen bij bedrijven in IJmond, Amsterdam en Zaandam, de productie van groene waterstof (e.g. het H2ermes project van Tata Steel, Nobian en PoA omvat de bouw van een 100MW waterstoffabriek met een capaciteit van 15,000 ton groene waterstof per jaar) en de toenemende vraag naar duurzame elektriciteit o.a. vanuit de datacenters en gebouwde omgeving. Ook faciliteert de verzwaring de aanlanding/integratie van grote volumes offshore wind. Er is rekening gehouden met 1 x 0,7 GW extra windaanlanding. Planning en investering De deelprojecten zijn/worden opgenomen in het IP2022 en worden tot 2030 gerealiseerd c.q. in gebruik genomen. De projecten faciliteren het transport van 4 TWh elektriciteit en een CO2 -emissiereductie van 7,8 Mton in 2030 (4 TWh x 0,189 gr/kWh). De verwachte investeringen van € 500 – 750 miljoen dragen bij aan de leveringszekerheid, verduurzaming en versterking van het bedrijfsleven en daarmee de werkgelegenheid in de regio. Ruimtelijke inpassing Op basis van een eerste inventarisatie is de status, de mogelijkheden en uitdagingen met betrekking tot ruimtelijke inpassing samengevat.
De ruimtelijke inpassing vraagt nog zorgvuldige uitwerking. De integrale afweging vindt plaats in het kader van de Verstedelijkingsstrategie. 1
2
3 4
5
6
Deelproject Nieuw 380/150kVstation (BeverwijkVijfhuizen)
Status Voorfase
Nieuwe 150kV stations (twee stuks) in het Westelijk havengebied (incl. 150kVverbindingen) Vervanging en uitbreiding huidig 150kV-station Hemweg Uitbreiden 380kVstation Oostzaan met een vierde 380/150kVtransformator (incl. verzwaren 150kVverbinding Hemweg – Oostzaan) Nieuw 150 kV landstation voor aansluiting Wind op Zee in Velsen Netuitbreiding (380kV) kop van Noord-Holland
Voorfase
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
Locatie Op een nader te bepalen locatie tussen Beverwijk (ten zuiden van het Noordzeekanaal) en Vijfhuizen. Locatie omgeving Ruigoord en omgeving Basisweg.
Ruimtelijke inpassing Uitdaging wegens bestemmingsplan/ beschikbare ruimte.
Voorfase
Locatie Hemweg
Haalbaar
Voorfase
Oostzaan
Mogelijk uitdaging wegens andere uitbreiding die daar wordt gerealiseerd
Voorfase
Locatie Vattenfall terrein Velsen (VAWOZ).
Haalbaar voor station, uitdaging voor tracé.
Voorfase
Verkenning opties nieuw 380kVstation Beverwijk (1), Oostzaan (2) of Diemen (3), nieuw 380/150kV-station
Uitdaging, afhankelijk van keuzes.
31
Haalbaar voor stations, nog onduidelijk voor tracé.
7
Nieuw 150kV-station Oostzaan
Procedure
8
Nieuw 150kV-station Beverwijk (incl. nieuwe 150kV-kabelverbinding Beverwijk – Oterleek en nieuwe 380/150kVtransformator in Beverwijk.
Procedure
nabij Middenmeer (4) en een nieuwe 380kV-verbinding (dubbelcircuit) Oterleek (a), over Medemblik (b) of Schagen (c) en Breezand (d) Op een locatie direct naast het bestaande 380kV-station Oostzaan Op een locatie nabij het bestaande 380kV-station Beverwijk.
Haalbaar Uitdaging wegens bestemmingsplan/beschikbare ruimte.
Projectbeschrijving ‘Regionale elektriciteit verzwaring’ Naast de projecten van de landelijke netbeheerders zijn ook de netuitbreidingen van de regionale netbeheerder van groot belang voor het realiseren van de CES ambities in het NZKG. In het NZKG dient Liander het elektriciteitsnet de komende jaren fors uit te breiden. Op korte termijn is sprake van congestie in delen van het NZKG. Zo is recent in zowel Amsterdam en Zaanstad in meerdere deelgebieden congestie afgekondigd. Naast de verduurzaming van de industrie heeft de netcongestie ook impact op overige ontwikkelingen van nationaal belang, zoals woningbouw, de uitvoering van het klimaatakkoord en het faciliteren van de economische groei. Essentieel is dat ook voor de uitbreidingen van de regionale netbeheerder tijdig ruimte wordt gevonden. Dit betreft zowel fysieke ruimte maar ook de planologische vastlegging in bestemmingsplannen en vergunningen. Het is van belang dat bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de energievoorziening integraal wordt meegenomen in de plannen. Daarnaast is het noodzakelijk dat partijen die gebruik willen maken van netcapaciteit dit in een vroegtijdig stadium bekend maken bij de netbeheerder. Dat geldt ook voor hun transitieplannen. Naast de plannen voor de verduurzaming van de bestaande industrie zijn ook plannen van nieuwe duurzame industrie van belang (bijv.
initiatieven voor productie van synthetische brandstoffen of biobrandstoffen uit rests tromen). Dat maakt het mogelijk om op tijd verkenning naar benodigde infrastructuur te starten. De structurele oplossing ligt in het uitbreiden van de capaciteit van het (regionale) elektriciteitsnet en het tijdig delen van plannen onder andere via de CES. In de presentatie van Liander (losse bijlage) is de status van de uitbreidingsplannen plannen van Liander toegelicht. Dit betreft plannen die ook nodig zijn in samenhang met de Regionale Energie Strategie (RES).
4.2. Waterstof Om de 2030 en 2050 CO2 -reductiedoelstellingen voor de industrie in het NZKG te halen is de inzet van klimaatvriendelijke waterstof essentieel. Waterstof wordt door de EU, Nederland en ook door de partijen in het NZKG gezien als een belangrijk onderdeel van een geïntegreerd en toekomstbestendig energiesysteem en als bouwsteen om de de carbonisatie van industrie, transport, energieopwekking en gebouwde omgeving te ondersteunen.
CES 1.0 NZKG, AUGUSTUS 2021
32
Waterstof heeft grote potentie om te worden ingezet als energiedrager voor de industrie . Waterstof (met een lagere zuiverheid) kan ook worden ingezet als brandstof om (hoge temperatuur) warmte te genereren die de procesindustrie op grote schaal nodig heeft om producten te maken. Ook kan waterstof gebruikt worden als grondstof voor de chemie, in het productieproces van staal en om schonere brandstoffen te maken voor met name zwaar transport en vervoer. Verder is er een belangrijke rol in de vorm van regelbaar vermogen bij onder andere elektriciteitsproductie. De realisatie van een nationale/internationale wat erstofhub past in de langere termijn ontwikkeling van het gebied. Het aanbod van waterstof kan worden ontwikkeld door lokale productie of door aansluiting op de landelijke backbone en import. Het NZKG is een voor de hand liggende locatie voor waterstofproductie, vanwege het aanbod aan hernieuwbare elektriciteit (aanlanding wind op zee) en de omvangrijke (potentiële) vraag. Groene waterstof kan worden geproduceerd door middel van elektrolyse offshore of onshore nabij het aanlandingspunt van Wind op Zee. Eventuele waterstofproductie uit momentane overschotten van elektriciteit uit ‘zon en wind’ biedt een mogelijke oplossing voor knelpunten in het elektriciteitsnet in het gebied.