CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Beleidsplan Bron en Natuurbeheer

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 28 november 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beleidsplan Bron- en Natuurgebieden 2024-2034 (VN2024-016231)13.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Damhert

Figuur 11. Overbegrazing door damherten in de duinen heeft tijdens de vorige planperiode gezorgd voor een sterke afname van de biodiversiteit. Met een lagere stand de komende periode, wordt herstel verwacht, al is de verwachting dat dit nog jaren zal duren wegens uitputting van het gebied.

Figuur 12. Sterk teruggelopen populaties van landelijk zeldzame vlinders als duinparelmoervlinder (foto) en aardbeivlinder – specialiteiten van de Amsterdamse Waterleidingduinen – zullen hopelijk herstellen bij een lagere damhertenstand. Maar ze hebben veel te lijden gehad van jarenlange overbegrazing van hun waardplanten en nectarbronnen.

Duinparelmoervlinder

32

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Amsterdamse Waterleidingduinen

AMERIKAANSE VOGELKERS Amerikaanse Vogelkers is vrijwel uit de Amsterdamse Waterleidingduinen verdwenen. Dat was ooit anders: deze invasieve exoot overwoekerde grote delen van het gebied. Dankzij gericht en intensief beheer tijdens de afgelopen beheerperiode, mede met hulp van vrijwilligers en zonder gebruik van bestrijdingsmiddelen, is deze uitheemse soort nagenoeg verdwenen. Exoten die zich nu nieuw vestigen, worden zo snel mogelijk verwijderd, dus nog voordat ze een probleem vormen voor inheemse natuur, bezoekers of waterwinning.

197ha

Hectare Amerikaanse vogelkers

200

149ha

130ha

3ha

0

0ha

2008

2004

3,9% bedekking

33

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

5,8% bedekking

2012

4,4% bedekking

2016

0,1% bedekking

2020

0% bedekking

Veiligheid Het beheer is ook gericht op het waarborgen van de veiligheid van bezoekers en personeel. Zo worden vanuit wettelijke verplichtingen valgevaarlijke takken of bomen rond wegen, paden en parkeerplaatsen gezaagd, en nabij infrastructuur die van belang is voor de waterproductie. Het hout kan weer worden ingezet om het aandeel dood hout in de bossen te vergroten. Met een veranderend klimaat is de verwachting dat het aantal natuurbranden in Nederland toeneemt. Bestaand natuurbeheer kan slim gecombineerd worden met het vergroten van brandveiligheid (zie maaien, begrazing en bos). Cultuurhistorie, monumenten en archeologie De archeologische en cultuurhistorische waarden in de gebieden worden zo veel mogelijk bewaard en beschermd. Aan het historische Fort Spion in Loenderveen (wereld erfgoed) wordt gewerkt aan renovatie en herstel van verloren gegane delen, zoals de historische artillerieloods. In de Bethunepolder is het weidelandschap met verkavelingspatroon van cultuurhistorische betekenis, dat door het huidige beheer in stand gehouden wordt. Het oude pompstation van de AWD is deels een museum en in het bezoekerscentrum zijn oude machinekamers te zien. Sommige cultuurhistorische elementen, zoals lanen en bunkers, zijn belangrijk voor diersoorten als vleermuizen. Daar dient beheer een dubbel doel, maar dit plaatst Waternet soms ook voor lastige keuzes.

De iconische Beukenlaan in de AWD raakt door de leeftijd in verval. We kiezen hier voor de hoge natuurwaarden door de laan gecontroleerd (met het oog op veiligheid) te laten vervallen, waardoor dit landschapselement op middellange termijn verdwijnt. Andere elementen worden juist actief in stand gehouden, zoals bijvoorbeeld de laan die vanuit Landgoed te Vogelenzang als zichtlijn doorloopt tot in de AWD. Ook historische akkertjes blijven behouden door bosvorming tegen te gaan en op sommige plekken 34

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Figuur 13. De Beukenlaan in de Amsterdamse Waterleidingduinen is een cultuurhistorisch element met hoge natuurwaarden.

Figuur 14. Zowel de Amsterdamse Waterleidingduinen als de omgeving van Loenen zijn belangrijk voor de in Europa maar zeer lokaal voorkomende meervleermuis. Bunkers uit de Tweede Wereldoorlog in de duinen zijn geschikte overwinterlocaties voor deze en andere soorten. Belangrijke bunkers op beide locaties zijn middels geschikter gemaakt en zijn afgesloten voor publiek, zodat de winterrust niet verstoord wordt.

het voormalige akkerbeheer van eggen in te zetten. Dat heeft tevens een positief effect op de plantengroei, waarmee nectarbronnen worden gecreëerd voor insecten. In het zuidelijke deel van de AWD worden oude beeklopen en greppelpatronen onderhouden.

Landschaps- en ecosysteembeheer Herstelbeheer Voor een florerend natuursysteem moeten processen op landschapsschaal in orde zijn. Door doorgaans onnatuurlijke oorzaken is het oorspronkelijke landschap dikwijls dusdanig veranderd, dat regulier beheer niet meer volstaat. Open delen zijn verruigd door te hoge stikstofneerslag. Plas-drassituaties zijn in de loop der eeuwen uit de polders verdwenen. Ook zonder beheer is er op die plekken natuur aanwezig, maar Waternet vindt het belangrijk dat er zo veel mogelijk ruimte wordt geboden aan (inmiddels verdwenen) natuurlijke processen. Dan werkt Waternet in samenwerking met de provincie aan vaak klein- maar soms ook grootschaliger projecten om het landschap te herstellen. Procesbeheer is niet de definitieve oplossing, maar wel het startpunt van systeemherstel. Stuivend zand is cruciaal voor duinnatuur. Door aanplant in het verleden en stikstofneerslag groeiden zandige plekken dicht. In deze periode is het realiseren van meer kleinschalige verstuivingen een speerpunt. In de OVP is het verbeteren van de ecologische kwaliteit van het water van Terra Nova van groot belang, evenals moerasherstel na opgetreden verhouting, aanwezigheid van exoten en afslag van legakkers.

35

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

meervleermuis

Figuur 15. Terra Nova, Noord-Holland, broedgebied voor zwarte sterns. Op de locatie Loenen worden legakkers hersteld, waar rietvogels van zullen profiteren.

ZANDPOORT

Vlinders Aardbeivlinder Bruin blauwtje Duinparelmoervlinder Heivlinder Kleine parelmoervlinder

Natuurbrug Zandpoort verbindt de Amsterdamse Waterleidingduinen met het Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Hier kunnen dieren veilig de drukke Zandvoortselaan oversteken. Ook voor fietsers is er, uit het zicht van de dieren op de brug, een veilige oversteekplaats gemaakt.

150-200

passages per jaar

Reptielen & amfibieën Rugstreeppad Zandhagedis

Zoogdieren Bosmuis Bunzing Damhert Konijn Ree

Gespot

Alle dieren op deze plaat zijn daadwerkelijk gesignaleerd op de natuurbrug.

36

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Rosse Vos Wezel Woelmuis

Soortgericht beheer Een soort(groep) kan het moeilijk hebben, of verdwenen zijn. Wanneer die met een klein duwtje in de rug geholpen kan worden, zetten we soortgericht beheer in als maatwerk binnen het procesbeheer. Zo liggen er in Loenderveen vlotjes waarop al jaren met succes zwarte sterns broeden, omdat er niet voldoende krabbescheer is voor hun natuurlijke nesten en houden we er broedhopen voor ringslangen in stand met maaisel uit het gebied. Bunkers in de gebieden zijn ingericht voor overwinterende vleermuizen. Het toepassen van soortgericht beheer moet voldoen aan drie criteria: 1. Het is vanuit bestaand beleid en beheer relevant. Het is bijv. een soort die vanuit Europese richtlijnen in stand gehouden moet worden, of een soort van de rode lijst, of een soort die positief bijdraagt aan natuurdoelen als Natura 2000. 2. Het is haalbaar. De oplossing is praktisch uitvoerbaar, betaalbaar en juridisch mogelijk. Het legt geen onevenredig beslag op de capaciteit. 3. Het is kansrijk. De maatregel wordt door beheerders, ecologen en experts van buitenaf als kansrijk ingeschat. Daarbij kan ook kan gedacht worden aan herintroductie. Er wordt landelijk onderzocht of dit haalbaar en wenselijk is voor het konijn. Konijnen vervullen een sleutelrol bij de instandhouding van met name duingraslanden.

37

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Figuur 16. Konijnen spelen een sleutelrol in het duinbeheer, maar zijn gedecimeerd door virusziekten. Herintroductie is daarom gewenst. Konijn

Slangenkruid

Figuur 17. In de toekomst kunnen duinplanten - zoals deze slangenkruiden, een belangrijke nectarbron voor insecten – weer floreren. Met de hoge aantallen damherten en de gedecimeerde konijnenpopulatie is de balans bij aanvang van dit plan scheef en zijn er nauwelijks bloeiende (niet-giftige) kruiden te vinden.

Amsterdamse Waterleidingduinen

NOORDVOORT In de zeereep zijn kuilen gegraven. Daarmee stuift er zand naar de duinen daarachter. Dat is goed voor de natuur en zo kunnen duinen meegroeien met de stijgende zeespiegel. Een pad over de zeereep leidt bezoekers weg van het strand. Daarmee krijgen zeehonden en vogels meer rust, terwijl mensen kunnen genieten van de natuur, het landschap en de natuurlijke processen.

Rijksstrandpalen Gebied ingrepen

3km

rust geb

ied

Zan

dvo

ort

Ingrepen

38

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

In 2013 zijn tussen strandpaal 70 en 73 stuifkuilen gemaakt om weer een natuurlijke, geleidelijke overgang van zee naar duinen te krijgen. Er is vegetatie verwijderd, geplagd en lokaal geklepeld om de verspreiding van stuifzand te bevorderen.

wijk

Fase 1

ord

De zeereep tussen Zandvoort en Noordwijk was een strakke zanddijk, zonder dynamiek, begroeid met helmgras en duindoorns.

No

Oorspronkelijk

VOORBEELD

Voorbeeld landschapsherstel: stuifkuilen activeren werkt! Stuivend zand is cruciaal voor een gezond duin­ ecosysteem. Het verspreidt kalk, waarmee verzuring voorkomen wordt. Een kuil hoeft maar enkele jaren te stuiven om tientallen jaren voor positieve effecten te zorgen. Stuivend zand zorgt voor: - vermindering van nadelige stikstofeffecten - minder zure bodems - een meer open en afwisselend duin - meer plantensoorten - een hogere voedselkwaliteit van planten én insecten

Minder stuivend zand

Door aanplant van o.a. helm en dennen in het verleden, stikstofdepositie en kwijnende konijnenpopulaties waait er veel minder zand door de duinen dan vroeger. Waternet herstelt daarom oude stuifkuilen, of graaft nieuwe. En met succes! Geel gearceerd: locaties waar stuifkuilen zijn aangelegd een jaar voor het beheer, vlak na het beheer en twee jaar daarna, waarop veel verspreiding van zand te zien is. Een succes dus! Dat is ook meetbaar aan de plantendiversiteit.

39

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Zandhagedis

Rugstreeppad

Figuur 17 (L). Zand­ hagedis profiteert van structuurvariatie met plekjes open zand. Figuur 18 (R). Herstel van poelen tijdens de vorige planperiode heeft geleid tot herstel

Zandhagedis

4.3 Natuurbeleving Bezoekers die van de gebieden willen genieten, zijn in grote delen van harte welkom. Balans is hierbij van belang. De draagkracht van de natuur en de bescherming van zoetwaterbronnen zijn leidend, natuurbeleving is volgend. Waternet faciliteert dit daar waar deze functies goed samengaan. Amsterdamse Waterleidingduinen De AWD hebben vanuit regionaal oogpunt een belangrijke functie voor natuurbeleving. Het gebied heeft voor bezoekers een unieke insteek. Er heerst een wandelprimaat: fietsen is niet toegestaan (m.u.v. personeel en vrijwilligers als alternatief voor de auto, en voor mensen met een beperking). Wandelaars krijgen de ruimte, want op veel plaatsen is het al meer dan een 40

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

eeuw toegestaan om van de paden af te gaan. Bezoekers betalen voor toegang, geld dat wordt ingezet voor natuurbeheer en onderhoud van de faciliteiten in het gebied. Huisdieren zijn niet toegestaan, hulphonden vallen daar uiteraard niet onder. Er zijn ruiterroutes aanwezig. Omdat de ingangen aan de randen zijn, ontstaat een natuurlijke zonering waarbij meer rust ontstaat verder van de ingangen af. Onderzoek wijst uit dat het aantal bezoeken sinds de beheervisie voor het gebied (20112022) is gestegen van zo’n 700.000 naar ruim een miljoen per jaar. Demografische voorspellingen wijzen op een toekomstige verdere toename. Buitenactiviteiten wordt steeds populairder en aan een gezonde leefomgeving wordt steeds meer belang toegedicht. De te verwachten stijging in bezoekersaantallen worden gefaciliteerd, maar

monitoring in relatie tot het bron- en natuurbeheer is daarbij van groot belang. Meer bezoekers betekent ook iets voor de bezoekers zelf, zoals ervaren drukte in een stiltegebied dat thans hoog gewaardeerd wordt, of een volle parkeerplaats bij aankomst. De inzet op natuurbeleving in deze planperiode is inzetten op een hogere ervaren kwaliteit, niet op stimulatie van groei van bezoekersaantallen. Een voorbeeld is om op basis van data bezoekers te informeren over actuele drukte. Ook wordt het aanbod van excursies en activiteiten doorontwikkeld. Hoe bezoeken aan de AWD worden ervaren, wordt gemeten in periodieke onderzoeken. Hiervoor richten we een klantpanel in, waarmee we op reguliere basis de ervaringen van onze bezoekers kunnen ophalen en onze dienstverlening kunnen verbeteren. Denk hierbij aan een klantvriendelijk parkeer- en toegangssysteem of bezoekersapp. Oostelijke Vechtplassen Loenderveen kan vanaf de randen beleefd worden, onder andere vanuit de door Waternet geplaatste vogelkijkhut aan de Lambertszkade, en de picknickplaats langs de Veendijk/Horndijk. Vanuit waterproductie-oogpunt (Benewater) is het vestigingsterrein niet vrij toegankelijk, wat tevens positieve effecten heeft op Natura 2000-doelstellingen in de vorm van grote aantallen vogels die op de plassen rusten en foerageren.

Met wandel- en/ of vaarexcursies kunnen bezoekers het gebied onder begeleiding ontdekken. De Bethunepolder is met de auto, fiets en te voet bereikbaar en kan vanaf de wegen en paden worden bezocht. Samen met de andere spelers in het gebied (overheden, ondernemers, collega natuurbeheerders etc.) draagt Waternet bij aan het natuurbelevingsaanbod in de regio, onder andere door wandel- en fietsverbindingen te faciliteren waar dit mogelijk is. Schoon en voldoende water, natuur en aantrekkelijke landschappen met cultuurhistorische waarden blijven daarbij geborgd. 41

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Figuur 19. De Amsterdamse Waterleidingduinen zijn een wandelgebied: fietsen is er niet toegestaan.

RECREATIE / NATUURBELEVING

ca. 500 ha

niet toegankelijk voor bezoekers, waarvan 435 ha infiltratiegebied

De kernwaarden van de Amsterdamse Waterleidingduinen zijn naast topnatuur, rust en ruimte. Bezoekers komen om hiervan te genieten. Door de groei van het aantal inwoners in de metropoolregio Amsterdam zal de recreatiebehoefte toenemen. Samen met de regio kijken we hoe we dit op kunnen vangen.

3400

Ruim 265 vrijwilligers helpen Waternet met o.a. onderzoek, beheer en informatie naar onze bezoekers. Educatieve activiteiten voor kinderen en volwassen helpen om de bewustwording over water en natuur te vergroten. De bezoekers geven een bezoek aan de AWD gemiddeld een 8,5.

hectare

ca. 2900 ha

toegankelijk voor bezoekers (betaalde toegang en parkeren)

Zandvoortselaan

Oase

Panneland

Bezoekers

1.200.000 per jaar 75% jaarkaarthouders 42

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

25% dagkaarten

Wandelaars krijgen de ruimte de natuur te beleven, ook struinend buiten de paden.

De Zilk

5. Veiligheid, toezicht en handhaving Boswachters zijn de gastpersonen van de gebieden. Naast de educatieve taken die zij uitvoeren, zorgen zij als buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) voor de veiligheid van bezoekers en personeel (direct en indirect, o.a. als eerstelijns aanspreekpunt voor hulpdiensten), toezicht op en naleving van de beveiliging en bescherming van de brongebieden en van de toegangsvoorwaarden van opengestelde gebieden. Projectleiders van het beheerteam houden toezicht op en naleving van natuurwetgeving bij uitvoering van werkzaamheden door aannemers en eigen personeel. Indien nodig, kunnen zij ter bescherming van de veiligheid en bescherming van bronnen en natuur handhavend optreden.

43

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

6 . Monitoring en onderzoek Door middel van monitoring en onderzoek houdt Waternet vinger aan de pols m.b.t. de staat van de natuur en beleving daarvan in de beheerde gebieden. Dat reikt verder dan ‘datgene wat verplicht of strikt noodzakelijk is’. Beheer dat op monitoring gestoeld is, of op basis daarvan wordt bijgestuurd, zorgt voor een duurzaam voortbestaan van biodiversiteit, de bescherming van bronnen en voor betere dienstverlening voor bezoekers. Ook het beheer zelf wordt gemonitord door te registeren wat wanneer waar is gedaan. Monitoring en onderzoek hebben vijf functies, ze: 1) zorgen ervoor dat Waternet voldoet aan wettelijke eisen; 2) zijn een sturings- en evaluatie-instrument voor beheerkeuzes; 3) zorgen ervoor dat afspraken met andere partijen (partners, provincies etc.) nagekomen worden; 4) zijn een verbindend element met de omgeving en de maatschappij, o.a. door het inzetten van vrijwilligers en stagiairs; 5) leveren bijdragen aan kennis en onderzoek op (inter) nationaal niveau. Monitoring en onderzoek zijn gedegen en diepgravend daar waar het moet en pragmatisch, praktisch en beeldend waar dat kan. Voor ieder onderwerp wordt een afzonderlijke afweging gemaakt. Monitoren gebeurt met oog voor de omgeving door hulp in te schakelen van vrijwilligers, stagiairs en indien mogelijk met mensen met

44

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

een afstand tot de arbeidsmarkt, door samen te werken met kennisinstellingen en door resultaten te delen. Waternet stimuleert en faciliteert daarmee ook aanvragen voor monitoring en wetenschappelijk onderzoek door derden in de terreinen, ook als de gegevens geen (directe) bijdrage leveren aan het beheer, mits dit in balans is met de belangen van bron- en natuurbescherming. Waternet neemt als terreinbeheerder verantwoordelijkheid voor bijdragen aan de nationale monitoringsdoelstelling door actieve deelname aan het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM; een samenwerkingsverband van overheden) en andere vormen van langlopende monitoringreeksen, zodat deze duurzaam voortbestaan. Waternet zet zich in om de informatie die hieruit voortvloeit algemeen bekend te maken en beschikbaar te stellen, mits dat het duurzaam voortbestaan van soorten of de bronbescherming niet schaadt. Resultaten kunnen aanleiding zijn voor verder onderzoek. Dit doet Waternet bij voorkeur samen met de andere duinwaterbedrijven en/of andere natuurbeheerders, met kennisinstellingen en/of door aansluiting te zoeken bij bestaande onderzoeksprogramma’s.

7. Risicoanalyse Externe factoren hebben effect op het beheer van de bronnen en de natuur. Door middel van kennisdeling levert Waternet bijdragen aan oplossingsrichtingen, maar verantwoordelijkheid voor de oplossing van externe factoren die belemmerend werken voor het bron- en natuurbeheer liggen bij de provinciale en landelijke overheid. Om de Europese natuurdoelen te halen is daarbij daling van de stikstofdepositie noodzakelijk. Dát klimaatverandering een effect heeft op zowel de bronnen als de natuur is geen vraagstuk, maar de modellen die de mate en het tempo daarvan aangeven, kennen onzekerheden. Demografische ontwikkelingen zullen zorgen voor hogere bezoekersaantallen wanneer er in de regio buiten de gebieden geen nieuw, groter recreatieen natuurbelevingsaanbod ontstaat in de vorm van nieuw in te richten gebieden. Bovendien zorgen deze ontwikkelingen voor een groei in de vraag naar water. Deze factoren zorgen (naast algemene prijsstijgingen) voor een stijging van beheerkosten als de doelen gelijk blijven.

Om aan de voorwaarden en eisen van goed bronen natuurbeheer te voldoen is daarmee óf groei van financiële middelen nodig, óf moeten er keuzes gemaakt worden, waarbij de kerntaken bronbescherming (groot maatschappelijk belang) en natuurbescherming (Europese regelgeving) voorrang hebben op secundaire taken als cultuurhistorische waarden en de dienstverlening op het gebied van natuurbeleving. Risico’s en kansen worden per programma of project uitgewerkt aan de hand van de risicomatrix van Waternet.

45

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

8. Financiering Financiering van bron- en natuurbeheer en natuurbeleving is verdisconteerd in de drinkwaterprijs, aangevuld met de toegangs- en parkeerprijzen voor bezoekers in de AWD. Anders dan bij ‘reguliere’ natuurbeheerders, of drinkwaterbedrijven zonder (noemenswaardige) natuurgebieden, heeft Waternet een ‘dubbele’ taak. Die speelt zich af in alle teams binnen de afdeling Bron- en Natuurbeheer, zoals bij beleidsoverleg met overheden, bewaking van bronnen vanuit drinkwaterveiligheid, het zorgvuldig uitvoeren van beheer en het inpassen (infrastructurele) projecten voor waterwinning. Daarnaast zijn zowel de AWD als de locaties in de OVP verdeeld over twee provincies (drie in totaal), wat zowel voor het beleid (bijv. meerdere provinciale overlegstructuren over zowel natuur als bronbescherming, of subsidieregelingen), beheer (bijv. meerdere omgevingsdiensten) en bewaking (bijv. meerdere veiligheidsregio’s) tot ‘dubbele’ taken leidt binnen één gebied. Om die taken zorgvuldig uit te voeren, is de benodigde capaciteit hoger dan bij ‘reguliere’ natuurbeheers, of bij drinkwaterbedrijven zonder natuurtaak. Als drinkwaterbedrijf heeft Waternet geen recht op regielere subsidies voor natuurbeheer (Subsidiestelsel Natuur en landschap).

Voor natuurherstelprojecten, doorgaans in het kader van Natura 2000-doelstellingen, zijn wel provinciale en (incidenteel) Europese subsidies beschikbaar. Daarnaast is er het Transitiefonds Landelijk Gebied Natuur. Met dit fonds wil het kabinet de maatregelen bekostigen die nodig zijn om de stikstofbelasting van de natuur terug te dringen, evenals de uitstoot van broeikasgassen door landbouw en landgebruik.

46

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

9. Verantwoording Dit beleidsplan voor bron- en natuurbeheer is afgestemd met de Toekomstvisie Drinkwater en het Leveringsplan van Waternet. Het is opgesteld door het team Beleid & Advies van de afd. Bron- en Natuurbeheer van Waternet dat bestaat uit adviseurs op het gebied van ecologie, landschap, fysische geografie, recreatie en bronbescherming. Het is afgestemd met de teams Beheer & Onderhoud (uitvoering beheer) en Bewaking & Faunabeheer (boswachters) binnen de afdeling. Verder zijn binnen de organisatie de Adviesgroep Drinkwater geconsulteerd en medewerkers van de afdeling Beleid & Assets Waterketen (assetmanager Beleid & Assets Waterketen; auteur Leveringsplan 2020-2024), het Natuurwetloket van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (ecoloog, stikstofexpert en natuurwetdeskundige), Onderzoek & Advies van AGV (eco-hydrologisch expert plassengebied).

Extern zijn geconsulteerd: de Beheeradviesgroep AWD (met daarin omwonenden, bezoekers en vertegenwoordigers van ‘groene’ organisaties), Dunea (beleidsadviseur afdeling Strategisch Beheer), Faunabeheereenheid Noord-Holland, Provincie NoordHolland (beleidsadviseurs Sector Groen), Provincie Utrecht (adviseur/projectleider/gebiedscoördinator Domein Landelijke Leefomgeving - team Water en Bodem; team Natuur en Landbouw), Provincie Zuid-Holland (Domein Water en Groen), Puur Water en Natuur (adviseur Beleid en Planvorming Natuur), Stichting Inheems Duin, Vogelbescherming Nederland (senior beleidsadviseur Landelijk Gebied), Vogelwerkgroep Het Gooij en omstreken.

47

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Zwarte toorts

BIJLAGE 1

Natura 2000-doelstellingen Amsterdamse Waterleidingduinen De Amsterdamse Waterleidingduinen maken onderdeel uit van Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Het is gebied valt onder de Europese Habitatrichtlijn. In deze bijlage staan de in de AWD aanwezige natuurdoelstellingen. Habitats en soorten die niet in de AWD, maar wel elders in Kennemerland-Zuid voorkomen, zijn niet opgenomen.

Natura 2000-doelstellingen Amsterdamse Waterleidingduinen voor habitats Habitattype

Subtype

Oppervlakte

Kwaliteit

H2110 - Embryonale duinen

=

=

H2120 - Witte duinen

>

>

H2130A* - Grijze duinen

kalkrijk

>

>

H2130B* - Grijze duinen

kalkarm

=

>

H2130C* - Grijze duinen

heischraal

>

>

H2150* - Duinheiden met struikhei

=

=

H2160 - Duindoornstruwelen

= (<)

=

H2170 - Kruipwilgstruwelen

= (<)

=

H2180A - Duinbossen

droog

=

=

H2180B - Duinbossen

vochtig

=

>

H2180C - Duinbossen

binnenduinrand

=

=

H2190A - Vochtige duinvalleien

open water

>

>

H2190B - Vochtige duinvalleien

kalkrijk

>

>

H2190C - Vochtige duinvalleien

ontkalkt

=

=

H2190D - Vochtige duinvalleien

hoge moerasplanten

>

>

* prioritaire doelstelling = behoudsdoelstelling > uitbreidingsdoelstelling (< behoudsdoelstelling, afname ten gunste van prioritaire doelen mogelijk

Natura 2000-doelstellingen Amsterdamse Waterleidingduinen voor Habitatrichtlijnsoorten Soort

Omvang leefgebied

Kwaliteit leefgebied

H1014 - Nauwe korfslak

=

=

H1149 - Kleine modderkruiper

=

=

H1318 - Meervleermuis

=

=

= behoudsdoelstelling

48

Beleidsplan bron- en natuurgebieden / BIJLAGE

BIJLAGE 2

Natura 2000-doelstellingen Bethunepolder en omgeving Loenderveen De Bethunepolder, Waterleidingplas, Loenderveense Plas Oost en Terra Nova maken onderdeel uit van Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. De Bethunepolder valt onder de Europese Vogelrichtlijn, de overige deelgebieden onder zowel de Vogel- als Habitatrichtlijn. Habitats en soorten die niet op onze beheer\locaties voorkomen, maar wel elders in de Oostelijke Vechtplassen zijn niet opgenomen. Aan vogels zijn aantallen gekoppeld die gelden voor de gehele Oostelijke Vechtplassen. Die zijn hier niet vermeld.

Natura 2000-doelstellingen Bethunepolder en omgeving Loenderveen voor habitattypen Habitattype

Habitatsubtype

Oppervlakte

Kwaliteit

H4010B - Vochtige heiden

laagveengebied

=

=

(zoekgebied)

moerasspirea

=

=

=

=

H6430A - Ruigten en zomen H91D0* - Hoogveenbossen = behoudsdoelstelling

Habitattype

Habitatsubtype

Oppervlakte

H3150 - Meren met krabbescheer en fonteinkruiden (zoekgebied)

laagveengebied

=

=

H4010B - Vochtige heiden

laagveengebied

=

=

moerasspirea

=

=

H7140A - Trilvenen

=

=

H91D0* - Hoogveenbossen

=

=

H6430A - Ruigten en zomen

= behoudsdoelstelling + uitbereidingsdoelstelling

Soort

Populatie

Omvang leefgebied Kwaliteit leefgebied

H1016 - Zeggekorfslak

=

=

=

H1380 - Meervleermuis

=

=

=

= behoudsdoelstelling

49

Beleidsplan bron- en natuurgebieden / BIJLAGE

Natura 2000-doelstellingen Bethunepolder en omgeving Loenderveen voor broedvogels Soort

Omvang leefgebied

Kwaliteit leefgebied

A021 - Roerdomp

>

>

A022 - Woudaap

>

>

A029 - Purperreiger

=

=

A119 - Porseleinhoen

=

=

A197 - Zwarte stern

>

>

A229 - IJsvogel

=

=

A292 - Snor

=

=

A295 - Rietzanger

=

=

A298 - Grote karekiet

=

=

> uitbreidingsdoelstelling = behoudsdoelstelling

Natura 2000-doelstellingen Bethunepolder en omgeving Loenderveen voor niet-broedvogels Soort

Instandhoudingsdoelstelling

Omvang leefgebied

Slaap- en rustplaats

=

Kwaliteit leefgebied

A017 - Aalscholver A041 - Kolgans

Slaap- en rustplaats en foerageergebied

=

=

A043 - Grauwe gans

Slaap- en rustplaats en foerageergebied

=

=

A050 - Smient

Slaap- en rustplaats en foerageergebied

=

=

A051 - Krakeend

Foerageergebied

=

=

A056 - Slobeend

Foerageergebied

=

=

A059 - Tafeleend

Foerageergebied

=

=

A068 - Nonnetje

Foerageergebied

=

=

= behoudsdoelstelling

50

Beleidsplan bron- en natuurgebieden / BIJLAGE

=

BIJLAGE 3

Provinciale programma’s en regionale samenwerking De opsomming van provinciale programma’s, samenwerkingsverbanden en overleggen waarin Waternet participeert ten behoeve van bronbescherming en natuurbeheer. De lijst is lang, maar vermoedelijk niet compleet en deze zal binnen de beleidsperiode nog veranderen. Beleid Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht, Bossenstrategie Noord-Holland, Faunabeheerplan Damhert (Faunabeheereenheden Noord- en ZuidHolland), Masterplan Biodiversiteit (Provincie NoordHolland), Uitvoeringsprogramma Natuur Noord-Holland, Vewin werkgroep Strong (Structuurvisie Ondergrond), Werkgroep Drinkwater provincie Utrecht, Werkgroep Drinkwater provincie Noord-Holland, Utrechtse Waterpartners (Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Waterschap Rivierenland, Waterschap Vallei en Veluwe, Rijkswaterstaat Midden-Nederland en de drinkwaterbedrijven Oasen, Vitens en Waternet), Klankbordgroep Nationale Grondwaterreserves, Begeleidingsgroep Transitieagenda bodem en ondergrond Provincie Utrecht. Samenwerkingsverbanden, gebiedsprocessen en kennisnetwerken DPWE (samenwerkingsverband van Nederlandse duinwaterbedrijven: Dunea, PWN, Waternet, Evides), Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen, Natuurbruggen Zuid-Kennemerland (met provincie, gemeenten, ProRail en betrokken natuurbeheerders), omgevingsvisies gemeenten Bloemendaal, Zandvoort,

51

Beleidsplan bron- en natuurgebieden / BIJLAGE

Noordwijk, Wijdemeren en Stichtse Vecht, Ontwikkeling + Beheer Natuurkennis Duin- en Kustlandschap (OB+N; kennisdeling en ontwikkeling in opdracht van ministerie van LNV), Terreinbeheerdersoverleg (TBO; overleg met andere natuurbeheerders op verschillende thema’s), Wateraanvoer en Aanvulling Gooi (WAAG; samenwerkingsverband met PWN en Vitens voor het vinden van nieuwe bronnen in het Gooi), RIWAExpertgroep Waterkwaliteit Rijn, Landelijke werkgroep Gebiedsdossiers, Afstemmingsgroepen aanvragen opsporingsvergunningen (Provincies Utrecht, Noord- en Zuid-Holland), Ambtelijke werkgroep Grondwaterbeheer het Gooi (GBG), Grondwateroverleg provincie ZuidHolland, Begeleidingsgroepen Gebiedsdossiers (Amsterdamse Waterleidingduinen, Nieuwegein en Bethunepolder/Nieuwersluis), Begeleidingsgroep Rivierdossier RijnDelta, Begeleidingsgroep Toekomstbestendig Watersysteem AmsterdamRijnkanaal/Noordzeekanaalgebied, Begeleidingsgroep Toekomstbestendige Heuvelrug Gooi- en Vechtstreek.

BIJLAGE 4

Sturende kaders voor b ­ ronen natuurbeheer (selectie)

Kader

Omschrijving

Europese richtlijnen Kaderrichtlijn Water (KRW)

Europese richtlijn met eisen voor grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. Waterschappen zijn bevoegd gezag.

Habitatrichtlijn (Natura 2000)

De Europees doelstellingen voor Natura 2000-gebieden zijn gedelegeerd aan de provincies, die zijn vastgelegd in Natura 2000 beheerplannen. Natuurbeheerders zoals Waternet ontwikkelen beheer- en herstelmaatregelen en voeren die uit, in samenwerking met de provincie.

Vogelrichtlijn (Natura 2000)

Zie Habitatrichtlijn.

Landelijke wetgeving Omgevingswet

In deze wet staan regels voor de bescherming van gebieden, houtopstanden en dieren en planten in Nederland.

Drinkwaterwet

De overheid dient zorg te dragen voor een duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening. Een drinkwaterbedrijf draagt bij aan bescherming tegen verontreiniging van bronnen in het eigen distributiegebied.

Landelijk en provinciaal beleid Beleidsnota Drinkwater

Deze nota benoemt de ambitie van het kabinet voor de drinkwatervoorziening en -opgaven, o.a. voor waterbeschikbaarheid, zuinig en bewust drinkwatergebruik en het verbeteren van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater.

Beveiliging Nederlandse Waterbedrijven (‘Benewater’)

De Vereniging van Waterbedrijven in Nederland, het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst hebben de reële bedreigingen van bewust menselijk handelen ten aanzien van drinkwaterbedrijven en de beveiligingsmaatregelen daarvoor in kaart gebracht.

Structuurvisie Ondergrond (STRONG)

STRONG (2018) is een gezamenlijke visie van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Economische Zaken en Klimaat m.b.t. duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. Benutten en beschermen zijn met elkaar in balans.

Natuurnetwerk Nederland

De Natura 2000-gebieden vallen ook binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), het netwerk van natuurgebieden en de (beoogde) verbinding daartussen. De provincies willen binnen deze planperiode via een gebiedsgerichte aanpak het NNN volledig realiseren, de stikstofuitstoot beperken en bepalen welke natuurherstelmaatregelen nodig zijn.

Nationale Bossenstrategie

Het Rijk en provincies streven naar gezond, toekomstbestendig en maatschappelijk gewaardeerd bos in 2030.

Faunabeheerplannen

Beheerplan van de faunabeheereenheden van Noord- en ZuidHolland en Utrecht waarin de doelen staan om faunapopulaties (zoals van ganzen en damherten) te reguleren.

Kaders vanuit Waternet 52

Beleidsplan bron- en natuurgebieden / BIJLAGE

Toekomstvisie drinkwater 2020-2050

De visie van Waternet op het borgen van de drinkwaterproductie. Het beheren, beschermen en ontwikkelen van huidige en toekomstige bronnen speelt een sleutelrol. De huidige bronnen en beheergebieden blijven cruciaal en daarmee blijft bron- en gebiedsbescherming een prioriteit.

Leveringsplan 2020-2024

De doorvertaling van de toekomstvisie naar de kortere termijn waarin de leveringszekerheid van drinkwater wordt geborgd. Bron- en natuurbeheer maakt integraal onderdeel uit van het leveringsplan. Dit plan wordt iedere vier jaar geactualiseerd.

Colofon

Dit beleidsplan voor bron- en natuurbeheer is afgestemd met de Toekomstvisie Drinkwater en het Leveringsplan van Waternet. Het is opgesteld door het team Beleid & Advies van de afdeling Bron- en Natuurbeheer van Waternet dat bestaat uit adviseurs op het gebied van ecologie, landschap, fysische geografie, recreatie en bronbescherming. Het is afgestemd met de teams Beheer & Onderhoud (uitvoering beheer) en Bewaking & Faunabeheer (boswachters) binnen de afdeling. Verder zijn binnen de organisatie de Adviesgroep Drinkwater geconsulteerd en medewerkers van de afdeling Beleid & Assets Waterketen (assetmanager Beleid & Assets Waterketen; auteur Leveringsplan 2020-2024), het Natuurwetloket van Waterschap Amstel, 53

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Gooi en Vecht (ecoloog, stikstofexpert en natuurwetdeskundige), Onderzoek & Advies van AGV (eco-hydrologisch expert plassengebied). Extern zijn geconsulteerd: de Beheeradviesgroep AWD (BAG), Dunea (beleidsadviseur afdeling Strategisch Beheer), Faunabeheereenheid (FBE) Noord-Holland, Provincie Noord-Holland (beleidsadviseurs Sector Groen), Provincie Utrecht (adviseur/ projectleider/gebiedscoördinator Domein Landelijke Leefomgeving - team Water en Bodem; team Natuur en Landbouw), Puur Water en Natuur (adviseur Beleid en Planvorming Natuur), Stichting Inheems Duin, Vogelbescherming Nederland (senior beleidsadviseur Landelijk Gebied), Vogelwerkgroep Het Gooij en omstreken.

Verantwoordelijk Assetmanager: Team Beleid en Advies, Vincent van der Spek, Maaike Bevaart, Maaike Veer Betrokken Afdelingshoofd: Ed Cousin Datum: december 2023 Fotografie: Vincent van der Spek, Jan Dirk Bol, Maarten van Kampen, Mirthe Wiltink Infographics: Jaaf Design Opmaak: Noortje Boer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14816923/1