CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Beleidsplan Bron en Natuurbeheer

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 28 november 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beleidsplan Bron- en Natuurgebieden 2024-2034 (VN2024-016231)13.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Schoon ­water zit in onze ­natuur Beleidsplan Bron- en N ­ atuurgebieden 2024 - 2034

1

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Samenvatting Dit beleidsplan schetst op hoofdlijnen het beleid voor het beheer en de bescherming van de bron- en natuurgebieden die Waternet namens gemeente Amsterdam beheert voor de periode 2024 tot 2034. Waternet beheert twee bron- en productiegebieden voor drinkwater voor de gemeente Amsterdam, die tegelijkertijd internationaal belangrijke (Natura 2000) natuurgebieden zijn: ·  De Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD): Waternet transporteert water uit de Lek vanuit Nieuwegein naar de duinen voor infiltratie en drinkwaterproductie. ·  De Bethunepolder en Loenderveen in het Oostelijke Vechtplassengebied: hier maakt Waternet drinkwater van kwelwater dat in de laaggelegen Bethunepolder omhoog komt. Bovenstaande gebieden maken beiden onderdeel uit van Natura 2000-gebieden, respectievelijk KennemerlandZuid en de Oostelijke Vechtplassen.

Doel van dit plan Het doel van dit plan is vooral om een (middellange termijn) visie, beleidsuitgangspunten en aanpak op hoofdlijnen vast te leggen, als kapstok voor het beheer en de bescherming van de bron- en natuurgebieden. Het is een leidraad voor concrete beheerplannen en een uitgangspunt bij communicatie met betrokkenen, belanghebbenden en overheden. Visie Waternet beheert namens de gemeente Amsterdam de brongebieden voor de drinkwatervoorziening. Wij zijn ervan overtuigd dat natuur de beste bescherming is van onze drinkwaterbronnen. Behoud van biodiversiteit staat 2

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Figuur 1. Kaders voor het beheer van bron- en natuurgebieden Beleidsuitgangspunten

voorop. Wij streven daarbij altijd naar een perfecte balans tussen drinkwaterproductie, natuurbescherming en natuurbeleving.

Kaders De brongebieden die Waternet beheert zijn belangrijke natuurgebieden met zowel een Europese als een landelijke status. Er gelden daarom wettelijke en beleidsmatige kaders waar Waternet zich aan moet en wil houden. Deze kaders vormen een belangrijk uitgangspunt voor dit plan.

In lijn met het voorgaande beleidsplan bestaat dit plan uit 3 pijlers die onderling samenhangen: bronbescherming, natuurbeheer en natuurbeleving. De uitganspunten van het voorgaande beleidsplan worden op hoofdlijnen voortgezet. Daarnaast zijn er brede maatschappelijke opgaven waar Waternet actief aan bijdraagt, op aan moet sluiten, of in elk geval een antwoord op moet hebben vanuit het belang van de bron- en natuurgebieden. In de toekomst kunnen zich ontwikkelingen voordoen waarop Waternet moet anticiperen. Denk hierbij aan klimaatverandering, bevolkingsgroei, transitie van het landelijk gebied en achteruitgang van biodiversiteit.

Beleidsuitgangspunten: • Waternet is verantwoordelijk voor het leveren van voldoende en schoon drinkwater, nu en in de toekomst. De afdeling Bron en Natuurbeheer is verantwoordelijk voor het beheer van de brongebieden. We oefenen daarbij actief invloed uit op de kwaliteit van oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat waterwinning en natuurbeheer elkaar versterken. • We handelen conform overkoepelende kaders (wet-, regelgeving en beleid). • De draagkracht van de natuur en de bescherming van brongebieden zijn leidend, natuurbeleving is volgend. • De vorm van recreatie in onze gebieden is natuurbeleving, waarbij de behoefte aan rust en ruimte van onze bezoekers centraal wordt gesteld. • We betrekken de omgeving proactief bij de totstandkoming van ons beleid en de werkzaamheden die daaruit volgen • Waternet staat midden in de maatschappij en pakt waar mogelijk haar maatschappelijke rol. Denk hierbij aan de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ook de inzet van vrijwilligers is van essentieel belang bij het realiseren van de doelstellingen. • Educatie is voor ons een belangrijk middel om de 3

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

bewustwording van het belang van de natuur te vergroten in de samenleving. • Besluitvorming wordt steeds meer op beschikbare data gebaseerd. Technologische ontwikkelingen blijven we nauwlettend volgen en toepassen. • Door nauw samen te werken met wetenschappelijke organisaties vergroten we onze expertise en delen we deze kennis nationaal en internationaal. • We dragen zorg voor en koesteren de cultuur­ historische en archeologische waarden in onze gebieden.

Bronnen:

Beheer van de bronnen is gericht op het garanderen van voldoende en schoon drinkwater, nu en in de toekomst. Mogelijkheden tot uitbreiden van de productiecapaciteit en andere alternatieven worden onderzocht. Ons streven is het verankeren van de drinkwaterbelangen in diverse gremia.

Ambities bronbescherming · Borgen van drinkwaterveiligheid door strategische grondposities en beleidsbeïnvloeding. · Water langer vasthouden in natte periodes bij transitie van het landelijk gebied, in goede verstandhouding en samenwerking met de omgeving.

Natuurbeheer:

We streven naar gebiedseigen natuur van hoge kwaliteit. De natuur is immers de beste bescherming van onze drinkwaterbronnen. Het beheer streeft het instandhouden, verbeteren of uitbreiden van specifieke soorten en habitats na. De Natura 2000-doelstellingen voor de duinnatuur in de AWD enerzijds en de vogels van de veenweiden en moerasnatuur in de OVP anderzijds verschillen sterk. Dit brengt met zich mee dat ook de beheerplannen verschillend worden ingevuld, maar met dezelfde uitgangspunten voor: behoud van biodiversiteit en kwaliteit van de natuur. 4

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Ambities Natuurbeheer · Voor de habitattypen duingraslanden (‘grijze duinen’) en vochtige duinvalleien zijn voor de AWD uitbreidingsdoelstellingen geformuleerd. De oppervlakten van deze twee typen zijn aan het einde van de beleidsplanperiode vergroot. · Voor de habitattypen witte duinen, duingraslanden, vochtige duinvalleien en duinbossen wordt de kwaliteit (gemiddeld) verbeterd. · De optimale balans creëren tussen behoud en versterken van de biodiversiteit enerzijds en de aanwezigheid van verschillende grazers anderzijds. · Vanuit expertise over bronnen en natuurbeheer wordt de omgeving proactief, transparant en in een voorstadium bij het beheer betrokken (onder andere met voortzetting van de Beheeradviesgroep voor de AWD). · Water- en moerasvogelpopulaties behouden en voor de grote karekiet versterken. Dit doet Waternet door middel van adaptief en flexibel beheer door onder andere: natuurherstelprojecten, bosbeheer in de duinen, faunabeheer, beheer van invasieve exoten en gerichte begrazing.

Natuurbeleving:

De door ons beoogde vorm van recreatie is natuurbeleving. Balans is hierbij van belang. De draagkracht van de natuur en de bescherming van zoetwaterbronnen zijn leidend, natuurbeleving is volgend.

Ambities natuurbeleving · De huidige waardering van bezoekers aan de AWD is een 8,5. Deze hoge waardering blijft minimaal behouden. · Het continue verbeteren van de dienstverlening, onder andere op basis van data uit het klantpanel. · Bezoekers betrekken bij ons beleid en bewustwording creëren over water en natuur door middel van citizen

science en educatieprogramma’s. Hiervoor worden met externe kennispartners programma’s opgezet. · Waternet neemt actief deel aan het verder ontwikkelen van recreatieve mogelijkheden in de binnenduinrand, om voorspelde bezoekerstoename in de AWD deels op te vangen en zo natuurbeleving in balans te houden met natuurwaarden. Door middel van monitoring en onderzoek houdt Waternet vinger aan de pols met betrekking tot de staat van de natuur en beleving daarvan in de beheerde gebieden. Dat reikt verder dan ‘datgene wat verplicht of strikt noodzakelijk is’. Beheer dat op monitoring gestoeld is, of op basis daarvan wordt bijgestuurd, zorgt voor een duurzaam voortbestaan van biodiversiteit, de bescherming van bronnen en voor betere dienstverlening voor bezoekers. Ook het beheer zelf wordt gemonitord door te registeren wat wanneer waar is gedaan. Financiering van bron- en natuurbeheer en natuurbeleving is verdisconteerd in de drinkwaterprijs en wordt verder aangevuld met de toegangs- en parkeerprijzen voor bezoekers in de AWD. Voor herstelprojecten, meestal, maar niet altijd in het kader van Natura 2000-doelstellingen, zijn provinciale en incidenteel Europese subsidies beschikbaar.

5

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Inhoud

Samenvatting

2

Inleiding

8

1

Algemene visie op bron- en natuurbeheer

9

2

De gebieden

12

2.1 Duin: Amsterdamse Waterleidingduinen en Lekkanaal Nieuwegein

15

2.2 Plassen: Bethunepolder, Waterleidingkanaal en Loenderveen

15

Maatschappelijke context en kaders

16

3.1 Ontwikkelingen

16

3.2 Samen met de omgeving

18

3.3 Kaders

19

Beleid voor bron- en natuurbeheer

22

4.1 Bronbescherming

23

4.2 Natuurbeheer

24

4.3 Natuurbeleving

40

5

Veiligheid, toezicht en handhaving

43

6

Monitoring en onderzoek

44

7

Risicoanalyse

45

8

Financiën

46

9

Verantwoording

47

3

4

6

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

7

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Inleiding Dit beleidsplan schetst op hoofdlijnen het beleid voor het beheer en de bescherming van de bron- en natuurgebieden die Waternet namens gemeente Amsterdam beheert voor de periode 2024-2034. Daarmee is dit een leidraad voor het opstellen van beheerprogramma’s waarin concrete beheeractiviteiten worden gepland. In en rondom de natuurgebieden Amsterdamse Waterleidingduinen, Bethunepolder en Loenderveen faciliteren we daar waar dit samengaat met bronbescherming en natuurbeheer, tevens recreatie, die zich met name richt op natuurbeleving. We dragen daarnaast ook zorg voor cultuurhistorische en archeologische waarden. De gebieden Amsterdamse Waterleidingduinen (met Lekwater uit Nieuwegein), Bethunepolder en Loenderveen maken onderdeel uit van de drinkwatervoorziening voor meer dan een miljoen mensen: een bijzondere ecosysteemdienst in wat landelijk en Europees gezien topnatuur is. De samenhang tussen natuur, waterwinning en natuurbeleving is het uitgangspunt van deze (bron)gebieden. De drinkwatervoorziening is zo veel mogelijk natuurvolgend. De gebieden hebben vanwege die kwaliteit een Europese Natura 2000-status, wat tevens voor een extra beschermingsregime voor de drinkwatervoorziening zorgt. Het beheer wordt gestuurd door externe en interne overkoepelende kaders van wet- en regelgeving en beleid.

Dit beleidsplan behandelt continuering van bestaand beleid, zoals eerder bijvoorbeeld vastgelegd in Natura 2000-beheerplannen van de provincies en in Beheervisie Waterleidingduinen (2011-2022). De hoofddoelstellingen van dat beheer zijn behoud en herstel van duinhabitats in de Amsterdamse Waterleidingduinen, en moerasnatuur voor het behoud van vogels in de Oostelijke Vechtplassen. Ook faciliteert Waternet op jaarbasis meer dan een miljoen bezoeken 8

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

van mensen die de natuur in de gebieden beleven. Naast natuur en water zijn ook archeologische en cultuurhistorische waarden te vinden. Tegelijkertijd liggen er de komende decennia grote opgaven. Klimaatverandering zorgt voor langere perioden van droogte en juist piekneerslag. Er is in toenemende mate sprake van verzilting. Meer water langer vasthouden is daarom nodig. Bevolkingsgroei zorgt voor een grotere vraag naar drinkwater en de recreatiedruk in en rondom de bron- en natuurgebieden neemt toe. Het Rijk stuurt aan op een grote transitie van het landelijke gebied. Mogelijk liggen daar oplossingen voor deze maatschappelijke opgaven, waarin Waternet een rol kan spelen. Om het regionaal belang voor drinkwater en natuurbeleving en internationaal belang voor natuur verder te borgen, betrekt Waternet de omgeving actief bij de keuzes die gemaakt worden. Na een algemene, overkoepelende visie op het bron- en natuurbeheer (hoofdstuk 1) worden de beheereenheden kort beschreven (hoofdstuk 2). Daarbij is het beheer sterk onderhevig aan strikte wet- en regelgeving (hoofdstuk 3).

Het beleid voor deze planperiode van 10 jaar is verder uitgewerkt in hoofdstuk 4, gevolgd door een toelichting op hoe we toezien op toezicht en handhaving daarvan en de veiligheid van personeel en bezoekers (hoofdstuk 5), hoe we de effecten van dat beleid monitoren en onderzoeken (hoofdstuk 6) en de financiële dekking (hoofdstuk 7).

1. Algemene visie op bron- en natuurbeheer Waternet zorgt voor veilig, schoon en voldoende water, voor mens en natuur. We dragen bij aan maatschappelijke opgaven, we zijn er altijd en we werken aan oplossingen die goed zijn voor mens, natuur en maatschappij. Kernwaarden daarbij zijn: dienstverlenend, doelmatig en duurzaam. Waternet beheert namens de gemeente Amsterdam natuur ten bate van de drinkwatervoorziening. Goed natuurbeheer en goede ruimtelijke bescherming van de gebieden, is cruciaal voor de bescherming van de drinkwaterbronnen van de gemeente Amsterdam. Deze bescherming en dit beheer is gericht op behoud, herstel en het versterken van natuur en zorgt daarmee voor een hoge biodiversiteit. Daarmee zorgt Waternet voor de levering van voldoende, zo veel mogelijk natuurvolgend geproduceerd en kwalitatief goed drinkwater voor Amsterdam en omstreken, nu en in de toekomst. De waterproductie zorgt op zijn beurt ook voor specifieke natuurwaarden in de gebieden, bijvoorbeeld voor vogels en flora van schone wateren. Gemeente Amsterdam is voor de drinkwatervoorziening voor een aanzienlijk deel afhankelijk van oppervlaktewater. Voor leveringszekerheid is actieve beïnvloeding om de waterkwaliteit te verbeteren, van groot belang.

Door proactief deel te nemen aan overleggen en samenwerkingsverbanden op landelijk, provinciaal en regionaal niveau zorgen we dat het belang van de bronnen en de daar aanwezige natuurwaarden wordt behartigd bij ruimtelijke ontwikkelingen. Waternet stelt zich in deze overleggen op als inhoudelijk expert en deelt actief de kennis die op basis van onderzoek en praktijkervaring is opgedaan. De beheerde natuur is zowel vanuit landelijk als Europees 9

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

gevlekte witsnuitlibel

oogpunt bijzonder en heeft daarmee grote intrinsieke waarde. We hebben oog voor cultuurhistorische en archeologische waarden en die worden daar waar mogelijk in stand gehouden als dit samengaat met bron- en natuurbeheer. Recreatie wordt gefaciliteerd daar waar dit in balans is met bron- en natuurbescherming. Recreatie is een breed begrip. Mensen genieten van de natuur, het landschap, natuurlijke processen, rust en ruimte, cultuurhistorie. In de AWD richten we ons op de wandelaars en spreken over natuurbeleving omdat dit het beste past bij de kwaliteiten van het gebied. Het plassengebied heeft een ander karakter met ook ander typen recreatie. De omgeving wordt actief bij de keuzes in de uitvoering van het beheer betrokken. Waternet streeft naar drinkwaternatuur met een zo hoog mogelijke biodiversiteit, waarin bronnen met voldoende water geborgd zijn en waar bezoekers van kunnen genieten. Nu en in de toekomst.

De ambities voor de periode 2024-2034 zijn: Ambities bronbescherming • Door klimaatverandering en een toenemende vraag dreigen landelijk en regionaal drinkwatertekorten te ontstaan. Een van de oplossingen is water in natte perioden langer vasthouden. Waternet is daarmee belanghebbende bij de transitie van het landelijke gebied, waar mogelijkheden voor retentie liggen en behartigt deze belangen door een rol te spelen in gebiedsprocessen, met compassie voor en in samenwerking met de omgeving. • Eigendom geeft de grootste zekerheid voor bronbescherming. Op strategische locaties benut Waternet de mogelijkheden tot grondpositionering 10

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

wanneer die zich voordoen. Voor andere locaties geldt dat met beleidsbeïnvloeding drinkwaterveiligheid geborgd wordt.

Ambities biodiversiteit en natuurbeheer Biodiversiteit is essentieel voor het in stand houden van ecosystemen en daarmee voor een gezonde leefomgeving. De maatschappij vraagt om hier actief op te sturen. In het kader van het bron- en natuurbeheer levert Waternet op twee manieren een bijdrage aan biodiversiteit: door middel van natuurbeheer en door bezoekers de kans te geven die natuur te beleven (zie ambities natuurbeleving). Binnen Natura 2000 zijn voor zowel de AWD als de OVP vanuit Europees beleid doelstellingen geformuleerd voor habitats en voor soorten. De ambities op het gebied van biodiversiteit zijn: • Voor de habitattypen duingraslanden (‘grijze duinen’) en vochtige duinvalleien zijn voor de AWD uitbreidingsdoelstellingen geformuleerd. De oppervlakten van deze twee typen zijn aan het einde van de beleidsplanperiode vergroot. • Voor de overige habitats geldt een behoudsdoelstelling, waar tijdens deze beleidsplanperiode aan voldaan wordt. • Voor de habitattypen witte duinen, duingraslanden, vochtige duinvalleien en duinbossen wordt de kwaliteit (gemiddeld) verbeterd. • De vogeldoelen in de OVP worden grotendeels al behaald, al kan het gebied nog verder versterkt worden voor de grote karekiet. De huidige vogelpopulaties worden tijdens deze planperiode behouden.

Dit doet Waternet deze beleidsplanperiode door middel van adaptief en flexibel beheer door onder andere: • Natuurherstelprojecten in samenwerking met de provincies. Zo wordt op tientallen locaties de dynamiek in de duinen hersteld door stuifkuilen te (re)activeren, en is moerasherstel onder andere door middel van het herstellen van legakkers in de OVP.

• Bosbeheer in de duinen dat zorgt voor verjonging en het verhogen van de hoeveelheid dood hout, beide cruciaal voor de biodiversiteit. Het herstel van de kruiden struiklaag, verdwenen door overbegrazing door damherten, wordt ingezet. • (Proactief) beheer van invasieve exoten. • De begrazing als beheerinstrument in balans te brengen. In samenwerking met provincies en de faunabeheereenheid worden voor de biodiversiteit negatieve effecten van overbegrazing van damherten (AWD) en ganzen (OVP) een halt toegebracht. Er is (enig) herstel van de gedecimeerde populatie konijnen in de duinen (bijv. door herintroductie). Op verruigde delen waar damherten niet bijkomen, wordt gericht begrazing ingezet.

Ambities natuurbeleving en de omgeving Naast het behouden en versterken van biodiversiteit met beheer betrekken we vanuit onze expertise op het gebied van water en natuur hier onze omgeving bij. Dat doen we als volgt: • Vanuit expertise over bronbescherming en natuur wordt de omgeving proactief, transparant en in een voorstadium bij het beheer betrokken (onder andere met voortzetting van de Beheeradviesgroep voor de AWD). • Er zijn ruim 200 vrijwilligers actief in het natuur-­ onderzoek, het beheer en in de educatie. Het beleid wordt voortgezet om vrijwilligers hierin volop te ondersteunen en begeleiden. • Bezoekers worden betrokken door middel van citizen science. Hiervoor worden met externe kennispartners porgramma’s opgezet, naast de bestaande vorm van citizen science van vrijwilligers die natuuronderzoek doen. • De educatieve activiteiten voor kinderen en volwassenen worden uitgebreid waarmee bewustwording over water en natuur wordt vergroot. • Demografische modellen voorspellen een toename in 11

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Wat is biodiversiteit?

Velen hebben een beeld bij biodiversiteit, maar niet iedereen hanteert hetzelfde begrip. Waternet gebruikt de definitie van de Verenigde Naties, in Nederland vergelijkbaar gehanteerd door het Compendium voor de Leefomgeving, waarbij biodiversiteit staat voor de verschillende soorten planten, dieren, micro-organismen en schimmels, het genetisch materiaal dat zij bevatten, de populaties en levensgemeenschappen die zij vormen en de ecosystemen waarin zij leven. De inzet is het totale samenspel hiertussen zo goed mogelijk proberen te behouden en bevorderen. Dit wil niet zeggen dat op iedere locatie de hoogst mogelijke soortendiversiteit wordt nagestreefd. Er zijn plekken met een lage biodiversiteit, misschien zelfs met een laag aantal individuen, maar wel met bedreigde of karakteristieke soorten.

het aantal recreanten, maar de natuurbeleving blijft in balans met de natuurwaarden. • Waternet is belanghebbende bij het verder ontwikkelen van recreatieve mogelijkheden in de binnenduinrand, om voorspelde toename in de AWD deels op te vangen. • De huidige waardering van bezoekers aan de AWD is een 8,5. Deze hoge waardering blijft minimaal behouden.

2. De gebieden Bron- en natuurgebieden Waternet

Dit hoofdstuk schetst kort waar de beheerde gebieden liggen (Figuur 2), wat hun kenmerken zijn en welke rol ze spelen in de drinkwatervoorziening. Er zijn twee ‘lijnen’ met gebieden binnen de drinkwaterproductie:

Amsterdamse Waterleidingduinen

1. Rivier- en duinwaterleiding: Nieuwegein – Amsterdamse Waterleidingduinen (bron voor ruim 2/3 van de drinkwaterproductie) (§ 2.1) 2. P  lassenwaterleiding: Bethunepolder – Waterleidingkanaal – Loenderveen (ca. 1/3) (§ 2.2) Drie van de gebieden herbergen vanuit nationaal en internationaal perspectief zulke bijzondere natuur, dat er Europese bescherming is via een Natura 2000-status – het netwerk van Europese topnatuur (Tabel 1). Daarmee is sprake van strikt beschermde gebieden, wat ook de bronbescherming ten goede komt. Daarnaast is er planologische bescherming van (grondwater)bronnen binnen provinciale omgevingsverordeningen (Tabel 2). Naast deze gebieden worden ook de productielocaties van Waternet beheerd.

Amsterdamse Waterleidingduinen Leiduin

D

Amsterdam Weesperkarspel Grondwaterbeschermingsgebied

D V V Natura 2000gebied

Nieuwersluis

Loenderveen

LEGENDA

Bethunepolder

Kanaal V

Voorgezuiverd water (leiding)

D

Drinkwater (leiding)

Bethunepolder en Loenderveen

Pompstation Natura 2000-gebied beheerd door Waternet

Grondwaterbeschermingsgebied

Distributiegebied Leveringsgebied

Nieuwegein Natura 2000gebied

Figuur 2. Waternet van bron tot kraan, met de bron- en natuurgebieden

12

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Tabel 1. Door Waternet beheerde natuurgebieden binnen de drinkwatercyclus.

Europese topnatuur

Oppervlakte

Type natuur

Beschermingsregimes

Bezoekers

AWD (NH/ZH)

3400 ha

Duinen Zeldzame habitats, hoge biodiversiteit

Natura 2000, NNN*, KRW**, stiltegebied

> 1 miljoen bezoeken per jaar

Bethunepolder (UT)

160 ha

Veenweiden en moeras Regionaal van belang voor weidevogels

Natura 2000, NNN, KRW, stiltegebied

Fietsen en wandelen, kleinschalig

Loenderveen (NH)

450 ha

Moeras en open water Landelijk van groot belang voor vogels.

Natura 2000, NNN, KRW, stiltegebied

Beleefbaar vanaf de randen; excursies onder begeleiding; Fort Spion.

13

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Tabel 2. Locaties en beschermingsregimes van de beheerde gebieden binnen de drinkwatercyclus van Waternet.

Winning

Rol binnen drinkwatercyclus

Beschermingregimes

Bescherming door

Nieuwegein WCB grondwater (in gebruik bij verontreiniging oppervlaktewaterbron Nieuwgein)

Bron

Waterwingebied en Boringsvrije zone

Provincie Utrecht

Nieuwegein WCB oppervlaktewater

Bron

Beschermingszone

Rijkswaterstaat

Amsterdamse Waterleidingduinen

Natuurlijke zuivering water uit Nieuwgein WCB

Waterwingebied Grondwaterbeschermingsgebied

Provincies Noord- en Zuid-Holland

Bethunepolder

Bron

Waterwingebied Grondwaterbeschermingsgebied 100 jaars aandachtsgebied

Provincie Utrecht

Nieuwersluis (in gebruik als aanvulling als Bethunepolder te weinig levert)

Bron

Beschermingszone

Rijkswaterstaat

Waterleidingkanaal

Transport bronwater uit de Bethunepolder naar zuiveringslocatie

Waterwingebied

Provincies Utrecht en Noord-Holland

Loenderveen Waterleidingplas

Natuurlijke zuivering bronwater Bethunepolder

Waterwingebied

Provincie Noord-Holland

Loenderveense Plas Oost (in gebruik bij potentiële calamiteit Waterleidingplas)

14

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

2.1 Rivier en duin: Amsterdamse Waterleidingduinen en Lekkanaal Nieuwegein In Nieuwegein (provincie Utrecht) wordt voorgezuiverd water – Rijnwater uit het Lekkanaal – via leidingen naar de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) gepompt, waar het vervolgens in geulen in de ondergrond infiltreert. De AWD zijn een afwisselend, overwegend kalkrijk duingebied van ruim 3400 ha., op de grens van de provincies Noord- en Zuid-Holland. Het vormt ongeveer de helft van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid en is daarmee bestempeld als natuur van internationaal belang (bijlage 1). De biodiversiteit is zeer hoog. De duinen vormen 1% van het Nederlandse oppervlak, maar meer dan 50% van alle Nederlandse soorten komt hier voor. Dit wandelgebied ontvangt op jaarbasis meer dan een miljoen bezoeken. Er is een cruciale functie als zeewering: duinen zorgen ervoor dat het achterland ‘droge voeten’ houdt. Er zijn archeologische en cultuurhistorische waarden aanwezig, van in vroeger tijden ontstane landschappelijke elementen tot relicten uit de Tweede Wereldoorlog, zoals bunkers.

2.2 Plassen: Bethunepolder, Waterleidingkanaal en Loenderveen Deze gebieden maken onderdeel uit van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen (OVP) en het NNN (bijlage 1). De veenweiden van de Bethunepolder zijn rijk aan weidevogels. Daarnaast komen er moerasvogels voor en zijn er botanische doelen. Voor het beheer is samenwerking met Staatsbosbeheer en de boeren in het gebied. Eerdere herinrichting in de polder is afgestemd met bewoners. In de polder kwelt grondwater omhoog naar de sloten in het gebied en dit water wordt bemalen en via het 7 km lange Waterleidingkanaal naar de Waterleidingplas geleid. 15

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Vooral lokale bezoekers fietsen en wandelen in het gebied. Loenderveen, met daarin de Loenderveense Plas Oost, de Waterleidingplas en Terra Nova, bestaat uit open wateren, moerasvegetaties met legakkers en rietkragen, met lokaal kleine percelen bos. Het gebied is landelijk van belang voor riet- en watervogels. Onder invloed van de zon en de wind vindt natuurlijke reiniging van het water plaats op de Waterleidingplas. De Loenderveense Plas Oost vormt een buffer. Deze locaties zijn vanwege de Beveiliging Nederlandse Waterbedrijven (zie § 2.2) voor recreanten niet vrij toegankelijk, maar wel vanaf de randen te beleven, o.a. vanuit een door Waternet aangelegde vogelkijkhut en vanaf een picknickplaats. In de randstrook ligt het te bezoeken Fort Spion, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie die op de Werelderfgoedlijst staat. Hier is een natuurcamping aanwezig.

Figuur 3. Tijdens de vorige beleids­ planperiode is de Bethunepolder opnieuw ingericht. Twee boeren voeren in de polder natuurbeheer voor Waternet en Staatsbosbeheer uit. Deze natte gebieden zijn aangelegd als kwaliteitsverbetering voor de habitats voor de weidevogels die in de polder broeden.

3. Maatschappelijke context en kaders Huidige en toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de bronnen en het beheer. Het beleid van Waternet voor bronbescherming en beheer van de bron- en natuurgebieden is afgestemd met de omgeving en is gebonden aan juridische en beleidsmatige kaders op Europees, landelijk, provinciaal en lokaal niveau.

3.1 Maatschappelijke ontwikkelingen

Er zijn brede maatschappelijke opgaven waar Waternet actief aan bijdraagt, op aan moet sluiten, of in elk geval een antwoord op moet hebben vanuit het belang van de bron- en natuurgebieden. In de toekomst kunnen zich daarnaast onvoorziene zaken voordoen waarop Waternet moet anticiperen. Dat doen we in samenwerking met en met hulp van diverse stakeholders en partners die met dezelfde vraagstukken kampen, gebruik makend van wetenschappelijk onderzoek en innovatieve technieken waarbij duurzaamheid wordt nagestreefd. Klimaatadaptatie Hoe blijft de natuur robuust tegen klimaatverandering bestand, en hoe blijft er voldoende water aanwezig in droge perioden? Landelijk neemt de natuurlijke beschikbaarheid van grond- en oppervlaktewater voor drinkwater af. Klimaatverandering zorgt in toenemende mate voor perioden met langdurige droogte, en er valt steeds vaker veel neerslag in heel korte tijd: er ontstaan meer extremen. Droogte zorgt enerzijds voor minder aanvulling van regenwater op het drinkwatersysteem, maar ook voor hogere concentraties ongewenste stoffen omdat de 16

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

verdunning bij minder water veel minder is. Daarnaast stijgt de zeespiegel, wat door verzilting een effect heeft op zoetwaterbronnen. Waternet en andere drinkwaterbedrijven brengen de gevolgen voor de capaciteit en bescherming van hun zoetwaterbronnen in kaart, en zoeken naar mogelijkheden voor uitbreiding, zoals uitgewerkt in de Toekomstvisie Drinkwater. Klimaatadaptatie en het gebruik van schone energiebronnen zijn voor drinkwaterthema’s nader uitgewerkt in het Leveringsplan 2020-2024, het leveringsplan wordt elke vier jaar geüpdatet en kan daardoor adaptief zijn voor de geleidelijke klimaatverandering. Modellen voorspellen dat het Nederlandse klimaat vergelijkbaar zal worden met dat van Bordeaux, Frankrijk nu. Dat heeft effect op het beheer en de Natura 2000-doelstellingen. Daarnaast zorgt langdurige droogte voor een verhoogde kans op natuurbranden. Eén van de oplossingen is om meer water vast te houden. Daarnaast kan natuurbeheer van duingraslanden en bossen met het oogpunt biodiversiteit goed gecombineerd worden met het vergroten van de brandveiligheid. Energietransitie Waternet verduurzaamt daarnaast als bedrijf door meer gebruik te maken van natuurlijke energie maar de hele maatschappij zoekt naar duurzamere energiebronnen, zoals aquathermie, warmte-koudeopslag, of geothermie, die weer effect kunnen hebben op bronnen ten behoeve van de drinkwatervoorziening.

Demografische ontwikkelingen De voorspelling is dat de bevolking in het westen toe blijft nemen, met een voorgenomen bouw van tienduizenden woningen rondom Amsterdam tot gevolg, waardoor de vraag naar water toeneemt. Een groeiende bevolking in combinatie met vergrijzing zorgt voor hogere aantallen bezoekers, met name (maar niet alleen) in

de duinen. Bovendien kan woningbouw conflicteren met bronbescherming op locaties met strategische drinkwaterbelangen. Achteruitgang water- en natuurkwaliteit Er is in zijn algemeenheid sprake van een achteruitgang van de kwaliteit van Nederlandse natuur, verlies van biodiversiteit en achteruitgang van de chemische en ecologische kwaliteit van oppervlaktewater. Europese doelen (Natura 2000, KRW) dreigen landelijk niet gehaald te worden. De wateren in de natuurgebieden van Waternet die onderdeel uitmaken van de drinkwatercyclus voldoen goeddeels aan de normen van de KRW. In de Oostelijke Vechtplassen is het behalen van KRW-doelen daarbij direct gekoppeld aan het behalen van de Natura 2000-doelstellingen en binnen het gehele gebied, inclusief wateren van Waternet die geen deel uitmaken van de drinkwatercyclus (Terra Nova), valt nog veel winst te behalen. Stikstof is een belangrijke stressfactor. Te hoge depositie zorgt voor een afname van biodiversiteit en maakt meer en ander beheer noodzakelijk om dat effect te dempen. Daarnaast spelen bestrijdingsmiddelen afkomstig uit de landbouw en PFAS een rol voor zowel water- als natuurkwaliteit. De eerder benoemde toenemende recreatiedruk heeft mogelijk een effect op de natuurkwaliteit.

Het ligt in de lijn der verwachtingen dat hierop antwoorden in het landelijke en provinciale beleid gevonden worden, zoals in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (zie ook § 3.3). Dit heeft mogelijke gevolgen voor het door ons gevoerde beheer.

Figuur 4. Toenemende aantallen inwoners rond de bron- en natuurgebieden zorgen voor een groeiende recreatiedruk, met name in de Amsterdamse Waterleidingduinen.

17

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

3.2 Samen met de omgeving Waternet staat midden in de maatschappij. Met gebieds­ partners en overheden wordt samengewerkt aan gezamen­lijke regionale en provinciale opgaven. Waternet levert daarbij kennis als expert op het gebied van bronbescherming en natuur. Die kennis wordt actief gedeeld en beschikbaar gemaakt. Door eigen onderzoek en contact met collega-beheerders, onderzoekers en kennisinstellingen is die kennis van de ontwikkelingen binnen het werkveld actueel. Het beheer is afgestemd met provincies. In regionale afspraken zoals omgevingsvisies en -verordeningen, gebiedsdossiers, rivierdossiers, water(beheer) programma’s komen veel speelvelden samen: de zoektocht naar nieuwe bronnen voor drinkwater, natuur, recreatie, energie, demografie, economische ontwikkelingen etc. Waternet participeert in veel van zulke samenwerkingsverbanden. Zie ook bijlage 3. De directe omgeving wordt actief betrokken en gevraagd om ideeën en andere invalshoeken bij de ontwikkeling van plannen. Dat gebeurt bijvoorbeeld via de beheeradviesgroep voor de AWD (met daarin vertegenwoordigers van ‘groene’ organisaties, vrijwilligers en recreanten), burendagen rondom Loenderveen en overleg met betrokkenen in de Bethunepolder. Er is regelmatig contact met vrijwilligers en een keur aan landelijke en regionale ‘groene’ (kennis)organisaties.

Kernbegrippen zijn: actief uitnodigen, luisteren, suggesties en ideeën meenemen in de overwegingen en zelfkritisch zijn. Bezoekers bevragen we periodiek via onderzoeken. Meldingen over beheer kunnen bezoekers daarnaast kwijt bij het bezoekerscentrum in de AWD, een extra instrument om ‘vinger aan de pols te houden’. Dit alles leidt tot een beheer waar misschien niet ieder individu het volledig mee eens is, maar waarbij participatie een sleutelwoord is en het beheer breed gedragen wordt.

18

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Waternet neemt maatschappelijke verantwoordelijkheid. Waternet heeft in de Natura 2000-gebieden een groot netwerk aan vrijwilligers (zie kader). Zij ondersteunen bij de monitoring van natuurwaarden, het uitvoeren van beheerwerkzaamheden, staan bezoekers in de weekenden te woord als gastpersoon en leveren met rondleidingen bij aan educatieve activiteiten (zie kader). Met de vrijwilligersgemeenschap vloeien de omgeving en Waternet als beheerder samen. Zij zijn met hun uitgebreide kennis en hun betrokkenheid ‘ogen en oren in het veld’, ambassadeurs, maar ook een spiegel voor Waternet. Zowel voor de AWD als de OVP worden educatieve mogelijkheden voor water en natuur verder uitgewerkt. Externe onderzoekers van kennisinstellingen worden gefaciliteerd door ze toegang te verlenen tot de bron- en natuurgebieden voor hun onderzoeken. Voor stagiairs en werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt zijn er mogelijkheden om werkervaring op te doen. Waternet streeft naar inclusiviteit, o.a. door samen te werken met organisaties voor mensen met een beperking.

Vrijwilligers in de bron- en natuurgebieden Aantal vrijwilligers*: Amsterdamse Waterleidingduinen: Oostelijke Vechtplassen: Bedrijventerreinen:

267 236 25 6

Natuurmonitoring en -onderzoek: Beheervrijwilligers: Educatie: Gastpersonen: Overig:

179 38 18 21 11

*op 1 september 2022

3.3 Kaders Kaders voor waterbronnen, natuur en zeewering Een overzicht van de meest sturende kaders (wetgeving en beleid) voor bronnen en natuur zijn te vinden in tabel 3. Waterschappen zijn bevoegd gezag m.b.t. de Kaderrichtlijn Water. Voor Waternet zijn dat Hoogheemraadschap van Rijnland voor de AWD en Waterschap Amstel Gooi en Vecht voor de OVP. Natuur- en faunabeleid is een primaire verantwoordelijkheid van de provincies. Voor Waternet zijn dat Noord-Holland, ZuidHolland en Utrecht. De Natura 2000-doelstellingen (en de daaruit voortvloeiende beheerplannen) zijn kaderstellend vanuit de Wet Natuurbescherming. Faunabeheerplannen beschrijven en onderbouwen de benodigde beheermaatregelen voor het ganzenbeheer in de OVP en het damhertenbeheer in de AWD. Zowel de AWD als de OVP zijn provincie-overschrijdend, met respectievelijk Noord-Holland-Zuid-Holland en Noord-Holland-Utrecht. In beide gevallen is provincie Noord-Holland de trekker van de provinciale beheerplannen hiervoor. De zeereep van de AWD waarborgt de veiligheid van het achterland tegen de zee. Met de voorspelde zeespiegelstijging door klimaatverandering blijft zeewering actueel. Het veiligheidsbeheer is de verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap van Rijnland. In overleg met Hoogheemraadschap zijn ecologisch waardevolle verstuivingsprojecten in de zeereep mogelijk, zoals eerder bij Noordvoort.

Zulke projecten laten het duin meegroeien met de zee. Zie ook Figuur 2 voor de positie van dit beleidsplan ten opzichte van andere kaders en de route richting uitvoering. Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) Vanwege de grote landelijke verbeteropgaven voor natuur, klimaat en waterkwaliteit bestempelt het Rijk een transitie van het landelijke gebied als onontkoombaar. De overheid wil voor 2030 de natuur de ruimte bieden voor herstel 19

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

en versterking, de kwaliteit van water (KRW) en bodem verbeteren en meer doen tegen klimaatverandering. Het gaat daarbij onder andere om het stikstofbeleid en het realiseren van het Nationaal Natuurnetwerk en het langer vasthouden van water. Omdat gebieden verschillen, verschillen ook de doelen per gebied. Deze transitie raakt gebieden binnen en naast de beheereenheden van Waternet. De opgaven komen overeen met die van Waternet. Daarnaast ziet Waternet hier mogelijkheden voor de groeiende recreatievraag. In de transitie is daarmee synergie te behalen binnen de gebiedsgerichte aanpakken. Provincies staan aan de lat voor het stikstofbeleid. Stikstofbeleid kan gevolgen hebben voor de inrichting van (landbouw)gebieden direct naast de brongebieden en daarmee op de brongebieden van Waternet. Tegelijkertijd stelt de provincie middelen beschikbaar aan natuurbeheerders om effecten van deze depositie te minimaliseren, al zorgt beheer niet voor volledige compensatie van de effecten op natuur. Waternet levert desgevraagd vanuit een kennispositie op het gebied van natuur feiten aan die bijdragen aan oplossingen. Het is mogelijk dat de werkwijze van de boeren waarmee we samenwerken in het beheer vanuit de NPLG zal moeten veranderen. Waternet staat de boeren bij met het zoeken naar eventuele oplossingen voor een aangepaste werkwijze als dat noodzakelijk blijkt.

In relatie tot het NPLG wil het Rijk bij de inrichting van Nederland meer rekening houden met water en bodem. Daarbij wil het via een dertigtal structurerende keuzes water en bodem sturend laten zijn bij ruimtelijke inrichting. Uitgangspunt daarbij is dat rekening wordt gehouden met wat het water- en bodemsysteem aan kan. Onze bronnen ten behoeve van de drinkwatervoorziening spelen daarbij een belangrijke rol.

20

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Europese, nationale en regioanle plannen Strategisch (extern)

(Natura 2000-beheerplannen, Kaderrichtlijn Water, faunabeheerplannen, beleidsnota drinkwater etc.)

Toekomstvisie Drinkwater Strategisch (intern)

(30 jaar)

Beleidsplan bron- en natuurgebieden (10 jaar)

Tactisch

programma’s (6 jaar): grondpositionering, beheer AWD, beheer Ovp, recreatie, cultuurhistorie; Leveringsplan (4 jaar)

Operationeel

Jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s

Figuur 5. Schematische weergave van de positie van het beleidsplan ten opzichte van overkoepelende kaders (grijs) en de route naar uitvoering.

Figuur 6. Sommige soorten profiteren van de waterwinning. De Roerdomp, een geheimzinnige moerasreiger, zou niet in de duinen broeden zonder de infrastructuur die voor de waterwinning is aangelegd. De Krooneend profiteert van de goede waterkwaliteit. Alleen in schoon water groeien kranswieren en fonteinkruiden, het favoriete voedsel van deze eend. Ze broeden zowel in de duinen als rondom de Loenderveense Plas. In de duinen houdt de continue aanvoer van water ook valleien vochtig, met grote botanische waarden, en poelen rijk aan amfibieën en libellen.

Aalscholver

Krooneend

Figuur 7. Soms is er een potentieel spanningsveld tussen natuur en schoon drinkwater. Aalscholvers koloniseerden begin jaren negentig de duinen. Kolonies verhuizen na verloop van tijd. De vogels poepen massaal in het water. Langs infiltratiegeulen waar ze broeden moet daarom nu vaker gebaggerd worden. Verhuizen ze naar locaties langs afvoerkanalen met al gezuiverd water, kan de poep een probleem vormen voor de drinkwaterkwaliteit. Daarom wordt het gebied langs de infiltratiegeulen aantrekkelijk voor ze gehouden en worden boomgroepen langs kanalen ongeschikter gemaakt. De aantallen lijken inmiddels (autonoom) weer af te nemen. Roerdomp

21

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

4. Beleid voor bron- en natuurbeheer De drie pijlers van dit plan zijn hier nader uitgewerkt: bronbescherming, natuurbeheer en natuurbeleving. Ze staan in aparte paragrafen, maar in werkelijkheid grijpen ze vaak in elkaar. Beheerkeuzen worden met de omgeving besproken. Collega-waterleidingbedrijven staan voor dezelfde opgaven en gezamenlijk overleg zorgt dikwijls voor gedeelde oplossingsrichtingen. Per pijler worden de keuzes op grote lijnen en per beheerthema weergegeven.

22

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Figuur 8. Aangelegde stuifplek in de Amsterdamse Waterleidingduinen

4.1 Bronbescherming Drinkwater, nu en in de toekomst Vanwege demografische veranderingen en klimaatverandering is de huidige drinkwaterproductie via oppervlakte-infiltratie en terugwinning in de toekomst niet meer toereikend (zie ook § 3.3). In de Toekomstvisie Drinkwater Amsterdam zijn de mogelijkheden om dit op te vangen verkend. De eerste stap is dat de wincapaciteit van de AWD binnen deze planperiode wordt uitgebreid van 70 naar 75 miljoen m³ per jaar, zoals vastgelegd in het Leveringsplan 2020-2024. Dit wordt zorgvuldig ingepast. Om ook voor de (middel)lange termijn voldoende water te garanderen worden alternatieve scenario’s onderzocht, binnen en buiten de huidige brongebieden, zoals de Loenderveense Plas Oost en de Horstermeerpolder. Daarbij wordt gekeken waar in alle klimaatscenario’s ruim voldoende oppervlakte- en/of grondwater beschikbaar is en waar naar verwachting de effecten op de omgeving het kleinst zijn. Samen met andere drinkwaterbedrijven wordt gezamenlijk naar nieuwe bronnen gezocht en wordt gekeken naar mogelijkheden van doorlevering, zoals in het samenwerkingsverband Wateraanvoer en Aanvulling Gooi (WAAG) van Vitens, Puur Water en Natuur en Waternet. Daarnaast kan mogelijk het huidige winsysteem van Waternet verder geoptimaliseerd worden. De inpassing daarvan is zorgvuldig, waarbij de randvoorwaarde is dat natuurdoelen geborgd zijn.

De mogelijkheden voor natuurbeleving worden betrokken bij deze inpassing. Bronbescherming: samenwerking met overheden Waternet is voor de bescherming van bronnen ten behoeve van de drinkwatervoorziening afhankelijk van overheden, die de voorwaarden behoren te scheppen voor een duurzame drinkwatervoorziening (Artikel 2 van de Drinkwaterwet). Waternet behartigt die belangen in overleggen met provincies, waterschappen, 23

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Rijkswaterstaat en gemeenten. De inzet daarbij is om drinkwaterbelangen goed te verankeren in gebieds- en rivierdossiers, omgevingsvisies en -verordeningen en water(beheer)programma’s. Via Vewin en RIWA (vereniging voor rivierwaterbedrijven) leveren we indirect input voor (inter)nationaal beleid. Via deze wegen is Waternet ook betrokken bij input voor en actualisatie van de Beleidsnota Drinkwater, de KRW, de Nationale Omgevingsvisie, het Nationale Waterprogramma en de Mijnbouwwet (o.a. vanwege geothermie). Grondbeleid Het beleid van overheden voor bescherming van de drinkwatervoorziening is doorgaans afgestemd met andere belangen. Strategische grondaankoop in en nabij waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (waarvan landelijk de ruimtelijke bescherming wordt herijkt) is een middel om meer grip te krijgen op activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de bronnen. Op grond in eigendom van gemeente Amsterdam kan Waternet zelf direct zorgen voor (strengere) eisen voor land- en watergebruik, en de handhaving daarop. Waar mogelijk wordt strategische grondaankoop gecombineerd met de landelijke en provinciale opgaven voor het realiseren het Nationaal Natuurnetwerk en het groeiende aantal recreanten, waarmee Waternet een bijdrage levert aan de nationale transitie van het landelijke gebied.

4.2 Natuurbeheer We streven naar gebiedseigen natuur van hoge kwaliteit. Waar mogelijk is die natuur dynamisch en is er plaats voor verschillende ontwikkelstadia en habitats. Natura 2000-doelstellingen en de daarvoor door provincies opgestelde beheerplannen zijn leidend (bijlage 1), wat betekent dat het beheer in eerste aanleg het instandhouden, verbeteren of uitbreiden van specifieke soorten en habitats nastreeft. Daarbinnen is ruimte voor het stimuleren van biodiversiteit die niet gestuurd wordt door Europees beleid. De biodiversiteit is hoog, maar staat ook onder druk. Soms helpen we specifieke soorten of soortgroepen door middel van gericht beheer. Beheerkeuzen zijn gebaseerd op data en wetenschappelijk onderzoek, of gebaseerd op beheerervaringen hier of elders. Het beheer is adaptief: werken in de natuur betekent dat niet alles plan- en maakbaar is. Tussentijdse bijsturing is van groot belang. Beheer in twee stappen Het beheer bestaat uit twee onderdelen: 1. Regulier beheer en onderhoud, meestal jaarlijks. 2. H  erstelbeheer waarmee randvoorwaarden die verdwenen zijn hersteld worden gebeurt op: a) middelgroot schaalniveau (herstel van het landschap of ecosysteem; areaaluitbreiding door natuurverbindingen en grondaankoop; daarmee sturend op lokale processen) b) op een kleiner schaalniveau (soortgericht- of patroonbeheer).

Externe factoren op groter schaalniveau hebben effect op de natuur, zoals overmatige stikstofdepositie en de

24

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

gevolgen van klimaatverandering. Daar heeft Waternet geen directe invloed op, maar als kennishouder en expert op het gebied van de natuur in deze gebieden, wordt de kennis van deze effecten door middel van (meewerken aan) onderzoek en monitoring vergroot. Waternet deelt die kennis en draagt die uit als om deze expertise gevraagd wordt, en levert op deze wijze een bijdrage aan toekomstige oplossingen. Verschillende gebieden, verschillend natuurbeheer De Natura 2000-doelstellingen voor de duinnatuur in de AWD enerzijds en de veenweiden (Bethunepolder) en moerasnatuur (Waterleidingplas, Loenderveense Plas Oost en Terra Nova) in de OVP anderzijds verschillen sterk (bijlage 1). Het beheer wordt daarmee verschillend ingevuld, al zijn de overkoepelende thema’s vaak hetzelfde. In dit plan worden de thema’s als uitgangspunt genomen, en onderverdeeld in wat per beheereenheid nodig is. In algemene zin geldt dat er in de AWD de afgelopen beheerperiode veel herstelbeheer op landschapsen ecosysteemschaal heeft plaatsgevonden, met noodzakelijk grootschalig beheer van de invasieve exoot Amerikaanse vogelkers, het dynamiseren van de zeereep, aanleg van stuifkuilen, herstel van de hydrologie, damhertbeheer en de aanleg van een natuurbrug.

Na deze grotere ingrepen is er de komende beheerperiode ruimte voor kleinschaliger herstelprojecten, onder andere gericht op het realiseren van kleinschalige stuifkuilen om verzuurde duinen kalkijker te maken. Daarentegen worden vanwege de verwachte transitie van het landelijke gebied en de realisatie van het NNN juist net buiten het gebied grotere ontwikkelingen verwacht, die effect kunnen hebben op natuur en recreatie in de regio. In de

komende 10 jaar zullen zich ontwikkelingen voor­doen waarop Waternet moet anticiperen. Denk hierbij aan klimaatverandering, bevolkingsgroei, transitie van het landelijk gebied en achteruitgang van biodiversiteit. In de OVP is in de afgelopen beheerperiode na een gebiedsproces de herinrichting van de Bethunepolder gerealiseerd, waarin Waternet een partner was. Het moeras- en weidevogelbeheer hier wordt in deze beheerperiode in grote lijnen voortgezet. In het Natura 2000-beheerplan is vastgelegd dat het behalen van de KRW-doelen een voorwaarde is voor het behalen van Natura 2000-doelstellingen. Dit is vooral van belang voor de moerasnatuur in onze gebieden. Een beoogd groot herstelproject voor de provincie Noord-Holland en het waterschap AGV binnen onze beheereenheden is het verbeteren van de waterkwaliteit van Terra Nova. Daarnaast is er de ambitie om legakkers rondom Loenderveen te herstellen en rietontwikkeling met meerdere projecten te herstellen en stimuleren. Waternet zet de komende beheerperiode daarmee op deze locaties in op grotere herstelprojecten van het landschap en het ecosysteem. In de duinen streven we een vergroting van de bloem- en insectenrijkdom van de duingraslanden en duinvalleien na en herstel van duinstruwelen. In de bossen wordt de variatie in begroeiing vergroot, de kruid- en struiklaag hersteld en het aandeel dood hout wordt groter.

De moerashabitats van de Oostelijke Vechtplassen zijn geschikt voor definitieve vestiging van zeer kritische moerasvogels als woudaap, roerdomp en porseleinhoen. De zeer kleine populatie grote karekiet herstelt, broedende weidevogels blijven tegen de landelijke afnames in karakteristiek voor de Bethunepolder.

25

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

LOENDERVEEN Op de plassen rond Loenderveen wordt water gezuiverd. Tegelijkertijd zijn deze open wateren en het moeras van landelijk belang voor broedende en overwinterende vogels. Er komen daarnaast veel libellensoorten, ringslangen, boommarters en soms zelfs otters voor.

26

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Regulier beheer en onderhoud Begrazing In de duinen is het Natura 2000-beheer erop gericht om de graslanden en vochtige duinvalleien open te houden. Die herbergen een zeer hoog aantal bedreigde plant- en diersoorten. Verruiging door onder andere een te hoge stikstofdepositie wordt daarvoor tegengegaan. Het konijn is daarbij de natuurlijke bondgenoot. Maar het konijn is door een opeenvolgende serie ziekten sterk gedecimeerd en hun rol is sinds de middeleeuwen niet zo klein geweest. Grote grazers kunnen een deel van deze functie overnemen, maar bij heel hoge dichtheden kan dit ook doorslaan naar overbegrazing. In de vorige eeuw zijn (illegaal) damherten in de AWD uitgezet. Of damherten in het huidige tijdsgewricht nog zouden zijn geïntroduceerd is zeer de vraag, maar de aanwezigheid is nu een feit. De sterk gegroeide aantallen veroorzaakten een hoge mate van overbegrazing, met sterk negatieve effecten op de biodiversiteit. Het ingezette beheer (zie verder bij Invasieve soorten) zal daarom in deze periode worden voortgezet. Bij het bereiken van die balans wordt in samenspraak met het Nationaal Park ZuidKennemerland besloten wanneer het damhertraster van natuurbrug Zandpoort wordt verwijderd. Het voordeel van ingezette grazers is dat de beheerder kan bepalen waar ze wanneer grazen en in welke dichtheden.

In tegenstelling tot bij damherten zorgen zorgvuldig ingezette grazers daarmee niet voor overbegrazing met schade aan flora en fauna tot gevolg. Zij zijn daarnaast beter in staat om verruiging terug te dringen. Vanwege de zeer hoge graasdruk van damherten is in de afgelopen beheerperiode jarenlang geen gerichte begrazing ingezet. Verschillende dieren (zoals koeien of schapen) grazen op verschillende manieren. Welk dier het beste ingezet 27

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

kan worden, is afhankelijk van de lokale situatie. Wanneer de damhertenstand verder terug is gebracht, worden geleidelijk weer grazers ingezet, het eerst op locaties waar de verruiging het grootst is omdat damherten er niet grazen. Het is van de locatie afhankelijk door welk dier en of dat jaarrond of seizoensgebonden is. Zonder beheer groeien open duinen dicht en gaan unieke waarden verloren. Daarnaast is de voorspelling dat door klimaatverandering (hogere temperaturen, langere droogteperioden) het aantal natuurbranden toe gaat nemen. Duingraslanden worden door de brandweer als hoog brandgevoelig aangemerkt. Het tegengaan van verruiging is daarmee niet alleen gunstig voor de biodiversiteit, maar ook voor de brandveiligheid. Het veenweidelandschap van de Bethunepolder wordt thans door middel van beweiding in stand gehouden.

Figuur 9. Overzicht over de Bethunepolder. Beweiding maakt deel uit van zowel het natuurbeheer als de bedrijfsvoering van de boeren die dit uitvoeren.

Waternet is volgend in provinciaal en landelijk beleid voor de transitie van het landelijke gebied, maar het streven is om de samenwerking met boeren aldaar duurzaam voort te zetten.

van bosuitbreiding is dan ook geen sprake. Wel wordt kwaliteitsverbetering nagestreefd en is er ruimte voor de ontwikkeling van nieuw bos. Speerpunt in de duinen is zorgen voor meer bosstructuur in de bestaande bossen.

Maaien Daar waar het openhouden van habitats niet mogelijk is met begrazing, wordt verruiging, vergrassing en verhouting tegengegaan door te maaien en afvoeren van het maaisel. In de duinen zorgt maaien op plekken waar begrazing niet volstaat of mogelijk is ervoor dat graslanden en vochtige duinvalleien niet dichtgroeien. Zie ook begrazing. De infrastructuur voor de waterwinning moet bereikbaar zijn voor personeel en de kunstwerken, toevoerwegen en –paden die hiervoor nodig zijn, worden daarmee vanuit productieoogpunt gemaaid, net zoals wegen en paden voor bezoekers. In gebieden in de OVP worden rietlanden, met alle bijzondere rietvogels, en plas-draslocaties voor weidevogels, wilgenbos wanneer er niet beheerd wordt. Die locaties worden, net als de bijzondere legakkers van Loenderveen - cultuurhistorische relicten van het voormalige turfsteken met hoge natuurwaarden – opengehouden. In de Bethunepolder worden graslanden gemaaid vanuit natuurbeheeroogpunt. Maaidata zijn afgestemd op broedcycli van weidevogels.

Door overbegrazing door damherten is de kruid- en struiklaag verdwenen. Het lokaal zagen van bomen zorgt voor lichtval op de bodem, wat essentieel is voor kiemplanten. Delen uitrasteren (zolang de hertenpopulatie hoog is) en incidenteel inheemse bomen en struiken van genetisch geschikt materiaal aanplanten kan nodig zijn, omdat er niet voldoende zaden meer aanwezig zijn.

Bos We streven een optimum na in de balans tussen klimaatbestendig bos, natuur binnen en buiten het bos en cultuurhistorische waarden. Het versterken van de natuur is leidend, conform de landelijke Bosstrategie en de N2000 doelen voor duinbos. Het meeste bos staat in de AWD, maar ook in Loenderveen zijn percelen aanwezig. Kleine open plekken mogen dichtgroeien, op andere plaatsen mag bos vervallen tot open ruimte. Grotere duingraslanden en -valleien houden we open en daar verwijderen we verjonging van bomen. De meest unieke delen van de duinen zijn de open gebieden en 28

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Dood hout is zeer belangrijk voor de biodiversiteit. In gebieden met relatief weinig dood hout (afgemeten aan

Figuur 10. Kruiden­ rijke duingraslanden zijn zeldzaam in Europa en daarom hebben ze prioriteit in zowel het reguliere beheer als het herstelbeheer.

landelijke inventarisaties; het gemiddelde voor het gehele gebied ligt iets boven het landelijke gemiddelde) laten we gezaagde bomen in het bos achter, en ringen we bomen. Zulk ‘staand’ dood hout zorgt voor andere biodiversiteit dan ‘liggend’ dood hout. Ook trekken we incidenteel bomen om, wat zorgt voor ‘hangend’ dood hout. Een verhoging van de hoeveelheid ‘staand’ dood hout wordt nagestreefd. Is er vrij veel aanwezig, kunnen we hout dat vrijkomt lokaal gebruiken. Ooit aangeplant naaldbos, dat van nature niet in de duinen voorkomt, zorgt voor meer verdroging dan loofbos. Door lokaal geïsoleerde naaldbosjes in het middenduin te verwijderen met herstelprojecten kan weer soortenrijk open duin ontstaan. Naaldbos heeft een eigen biodiversiteit, is landschappelijk uniek en wordt gewaardeerd door bezoekers. Echter, monotone naaldbossen zijn slechter bestand tegen klimaatverandering dan gevarieerde loofbossen. Dit geldt eveneens voor monotone eikenhakhoutbosjes. Op die locaties is gemengd bos het streven. Tot slot rukken in de AWD net als elders in Europa keversoorten op die naaldbossen vellen. Tot slot is naaldbos aantoonbaar brandbaarder dan loofbos, zeker als ook nog de ondergroei goeddeels ontbreekt. Met meer menging wordt het bos robuuster en wordt het totale areaal in stand gehouden en is tevens gunstig voor de brandveiligheid.

Invasieve soorten Sommige, meestal door de mens geïntroduceerde, planten en dieren nemen zo de overhand dat de biodiversiteit of hele habitats erdoor onder druk staan en dat specifieke bijzondere soorten bedreigd worden. Het kan de waterproductie, of zelfs de bronnen bedreigen. Er worden maatregelen genomen om zulke soorten zo goed als geheel te verwijderen, of minimaal te beheersen. Er is Europees beleid dat voorschrijft dat lidstaten een 29

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

vastgestelde lijst van invasieve soorten moet bestrijden. Ook zijn er nationale en regionale kennis van soorten die grote negatieve effecten (kunnen) hebben. Deze soorten worden volgens de meest recente wetenschappelijke inzichten beheerd. Al gevestigde, of mogelijke toekomstige soorten die al bestreden worden, of die dat zullen worden bij vestiging zijn onder andere Amerikaanse vogelkers, rimpelroos, japanse duizendknoop, watercrassula, cabomba, grote waternavel en zwarte engbloem. Vroegtijdig signaleren en ingrijpen is het devies, ook bij twijfel over invasiviteit, omdat voorkomen beter is dan genezen. Niet-inheemse soorten worden daarom vierjaarlijks gekarteerd. Ook inheemse soorten kunnen door omstandigheden woekeren, zoals adelaarsvarens in de duingraslanden die vanuit Europese verplichtingen open gehouden moeten worden. Zulke soorten worden lokaal beheerst, maar niet volledig uit de gebieden verwijderd.

BOS IN DE DUINEN

Huidige situatie

Veel volgroeide bomen, veel naaldbomen, nauwelijks jonge bomen, struiken en planten. Hierdoor is de biodiversiteit laag en is het bos niet goed bestand tegen klimaatverandering.

Bij het bosbeheer is de biodiversiteit leidend. De natuurkwaliteit wordt verbeterd en het bos wordt klimaatbestendiger. Daarbij wordt rekening gehouden met cultuurhistorische waarden.

30

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

Toekomstige situatie

Verjonging van het bos met een diversiteit aan boomsoorten en een rijke struiken kruidlaag. Hierdoor is de biodiversiteit hoog en is het bos beter bestand tegen klimaatverandering.

Waternet werkt aan meer ondergroei, met meer jonge bomen, struiken en planten. Dode bomen en takken zijn goed voor bosnatuur, daar profiteren veel planten, schimmels en dieren van.

Bosgebieden in de AWD

Ook diersoorten kunnen de bronnen, waterproductie of biodiversiteit in gevaar brengen. Ingrijpen heeft niet de voorkeur, maar is soms nodig. Door jarenlange groei van de populatie damherten werden de AWD dusdanig sterk begraasd, dat de algehele biodiversiteit sterk achteruitging. Sinds 2016 wordt de populatie door middel van afschot in aantal teruggebracht. Het beheer wordt in deze periode voortgezet. De door de Faunabeheereenheid Noord-Holland vastgestelde streefstand ligt op 600-800 dieren. In totaal ca. 40 ha. afgesloten delen verspreid over het duin beschermen (bij aanvang van dit plan) kwetsbare habitats. In principe uiterlijk 2029 worden deze ‘exclosures’ opgeheven (dan loopt de natuurvergunning af). Dit project, in samenwerking met kennisinstellingen, dient daarnaast als onderzoek en geeft mede antwoord op de vraag of de beoogde streefstand de juiste is. In de AWD broeden aalscholvers in kolonies langs watergangen. Met honderden vogels vervuilt hun ontlasting het water en is er snellere slibvorming. Langs infiltratiegeulen wordt nu ca. driemaal zo vaak gebaggerd, een kostbare, maar haalbare oplossing. Aalscholvers verplaatsen periodiek hun kolonies omdat de bomen waarin ze broeden afsterven (door hun zure poep en omdat ze rond hun nesten bladgroen met hun snavels afknippen).

Een kolonie langs waterwinkanalen is ongewenst vanwege besmettingsgevaar voor drinkwaterproductie. Door middel van preventief beheer maken we kwetsbare locaties ongeschikt, zonder natuurdoelen uit het oog te verliezen. Dat kan bijvoorbeeld door bomen langs kanalen te ringen. In Loenderveen vraten de sterk toegenomen ganzenpopulaties in de zomerse ruiperiode de rietkragen vrijwel geheel weg. Dit leidde tot een zeer sterke afname van rietvogels, waaronder Natura 2000-doelsoorten. Waternet streeft naar een volledige bijdrage aan het gezamenlijk ganzenbeheer in de regio met inzet van lokale beschermingsmaatregelen door middel van 31

Beleidsplan bron- en natuurgebieden

verjagen en het plaatsen van rasters ter bescherming van riet en beheer met afschot indien nodig. Dit leidt tot rietherstel en herstel van vogelpopulaties. Tot slot is Waternet partner in een onderzoek van de provincie Utrecht naar de effecten op waterkwaliteit en biodiversiteit van uitheemse Amerikaanse rivierkreeftsoorten (die op de Europese lijst van te bestrijden soorten staan) in de OVP, die daarvoor worden weggevangen. Afhankelijk van de uitkomsten kan wegvangen een rol spelen in het toekomstige beheer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14816923/1