1. Begroting 2022.pdf
Tekst van het document
350 (2018)
0
350
350
4
Aantal jaarlijks opgeleverde educatieprojecten en - producten
2
7
5
Aantal “terugmeldingen” bij kernregistratie gemeentelijke monumenten1
0 (2018)
173
1
Na een bulkaanpassing in de kernregistratie van vorig jaar is de hoeveelheid aanpassingen weer in lijn met de prognose.
1 8
Baten
10
Baten De baten in dit programmaonderdeel zijn € 0,1 miljoen. Deze baten bestaan uit: • Inkomsten uit onderzoek en advies op het terrein van archeologie (€ 0,1 miljoen).
Lasten De lasten in dit programmaonderdeel zijn € 3,2 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • Salarislasten van de medewerkers die werkzaamheden uitvoeren voor archeologie, monumenten en het Werelderfgoedpodium. (€ 2,5 miljoen) • Overige lasten, voor bureau- en veldonderzoek en beheer depot (€ 0,2 miljoen) • Programmakosten voor o.a. de Open Monumentendag en het Werelderfgoedpodium (€ 0,2 miljoen). • Uitgaven voor het opzetten van de landelijke erfgoedregistratie (€ 0,1 miljoen). De overige lasten van € 0,2 miljoen lichten we niet verder toe.
87
H 3.4.2
Reserves
Beleidskaders
Op dit programmaonderdeel zijn geen reserves van toepassing.
Subsidies van betekenis Er zijn geen subsidies van betekenis binnen dit programmaonderdeel.
Risicobeheersing Risico’s
Maatregelen
Gebrek aan informatie weerhoudt de bewoners en ondernemers ervan het erfgoed te waarderen waardoor de noodzaak voor behoud onder druk komt te staan.
De gemeente zorgt voor onderzoek, advies en voorlichting over erfgoed.
Het erfgoed wordt onvoldoende benut waardoor de kans op verval van het erfgoed toeneemt.
De gemeente overtuigt organisaties van de economische waarde van het erfgoed en helpt dit duurzaam te benutten.
Cultuurhistorie is niet voldoende gekoppeld aan ruimtelijke processen waardoor de ruimtelijke kwaliteit en de bijdrage van erfgoed aan de leefbaarheid in de stad afneemt.
De gemeente start in een vroeg stadium vooroverleg over het belang van de inpassing van erfgoed in ruimtelijke processen.
• Erfgoedwet: hierin is vastgelegd dat lokale overheden op vergunningaanvragen voor monumenten adviseren en deze begeleiden; verder zijn zaken rond de archeologische monumentenzorg in deze wet geregeld. • De Wet op de ruimtelijke ordening schrijft voor dat in bestemmingsplannen en bij ruimtelijke ontwikkelingen een uitspraak gedaan moet worden of en hoe cultuurhistorie wordt betrokken. • De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: hierin is de wettelijke taak neergelegd voor advisering rond vergunningverlening voor monumenten. • Gemeentelijke erfgoedverordening: deze verordening beschrijft op basis waarvan en volgens welke procedure gemeentelijke monumenten en beschermde gezichten worden aangewezen. Verder is hierin de advisering rond de vergunningverlening van monumenten en de archeologische monumentenzorg geregeld. • Programma van Eisen voor aanpassingen aan monumenten: geeft aan of en hoe aanpassingen aan monumenten mogelijk zijn, waaronder verduurzamingsingrepen.
88
H 3.5
3.5
Onderwijs
H 3.5
Programma 5 | Portefeuillehouder: wethouder Moorman
3.5 Onderwijs (bedragen x € 1 miljoen)
Totale Baten
Jaarverslag 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
66,7
63,2
60,2
60,2
60,2
60,2
Totale Lasten
259,8
260,2
263,1
255,7
260,0
265,6
Programma
-193,1
-197,0
-202,9
-195,5
-199,8
-205,4
Jaarverslag 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
30,6
29,5
29,4
29,6
28,6
28,0
(bedragen x € 1 miljoen)
Apparaatslasten
Samenvatting 3.5.1 Onderwijs We hebben als doel leerlingen het best mogelijke onderwijs te bieden. Ieder kind verdient alle kansen om zich optimaal te kunnen ontwikkelen tot wie hij/zij kan of wil zijn, los van zijn of haar achtergrond. Nog te vaak bepalen achtergrondfactoren het uiteindelijke resultaat van die ontwikkeling. We willen kansenongelijkheid en tweedeling met alle mogelijke middelen bestrijden. De coronacrisis dreigt de tweedeling te vergroten, en maakt het risico op onderwijsachterstanden zichtbaarder en urgenter.
Voorschool, primair onderwijs en voortgezet onderwijs We investeren in de kwaliteit van het onderwijs. Goede kwaliteit van onderwijs is een basisvereiste om gelijke kansen te bevorderen. We ondersteunen scholen om de beste leeromgeving en ontwikkelkansen voor kinderen te bieden. Dat doen we met subsidies en doelgerichte ingrepen.
De voorschool is voor alle peuters beschikbaar en vormt het een belangrijke basis voor een succesvolle start in het basisonderwijs. Met de Kansenaanpak in het primair onderwijs (PO) en het voortgezet onderwijs (VO) geven we extra ondersteuning aan kinderen met (het risico op) achterstanden. We werken samen met het Ouderen Kind Team (OKT) en Leerplicht om kwetsbaarste leerlingen te helpen. Met middelen voor nieuwkomersonderwijs in het primair onderwijs stellen we scholen in staat de nieuwkomersgroepen klein te houden en de juiste onderwijsexperts in te zetten.
brede brugklassen. Deze scholen geven leerlingen langer de tijd om zich te ontwikkelen en zij werken aan het optimaliseren van hun onderwijs. We geven extra geld aan 13 scholen die school en opvang samenvoegen (Alles-in-één-school). En we investeren in 10 scholen (8 PO en 2 VO) die naast kinderen ook de ouders helpen met bijvoorbeeld taal en financiën (Amsterdamse Familie School). Zo willen wij samen met het onderwijsveld en maatschappelijke partners kansenongelijkheid en tweedeling in Amsterdam tegengaan.
Aanpakken lerarentekort Via de PIEK-aanpak (Professionaliseren, Innoveren, Excelleren en Kansen bieden) voorkomen we dat een kind te vroeg moet kiezen voor vervolgonderwijs, dat groepen gescheiden worden, dat het onderwijssysteem verkokert en dat er een gebrek is aan samenwerkingen en raakvlakken tussen de verschillende ondersteunings- en hulpverleningsgebieden. We geven sinds 2020 een Brede Brugklas Bonus aan zeven scholen met
We zetten onverminderd in op het behouden en aantrekken van leraren met de Lerarenagenda ‘Liever voor de Klas’. We ondersteunen schoolbesturen voor primair onderwijs bij de uitvoering van het Noodplan Leraren-tekort. We investeren in randvoorwaarden zoals woningen en mobiliteit en een servicepunt om scholen te ontzorgen bij praktische vragen hierover. 90
H 3.5
MBO-Agenda Door de MBO-Agenda 2019-2023 investeren we in toekomstbestendig middelbaar beroepsonderwijs en in goede schoolloopbanen voor alle mbostudenten. Hierbij is het uitgangspunt dat dit toekomstgericht is. En dat met de projecten uit de MBO-Agenda het mbo aansluit bij vraagstukken die voor Amsterdam dringend zijn, zoals de duurzaamheidsopgave en de tekorten op de arbeidsmarkt in de techniek en zorg. Daarnaast werken we aan talentontwikkeling bij mbo-studenten met programma’s als Madeby020 en de MBO Denktank. We ondersteunen onderwijsteams met de Teambeurs om hun professioneel vermogen te versterken. En met de Projectplannen mbo innoveren we het onderwijs door nieuwe samenwerkingen met het bedrijfsleven aan te gaan en door nieuwe onderwijsvormen te starten. Daarbij worden studenten meer in de praktijk opgeleid en sluiten de opleidingen meer aan op de vraag van de arbeidsmarkt. Zo leveren we geweldige vakmensen die de stad nodig heeft. Op twee onderdelen hebben we een uitvoeringsagenda ontwikkeld die helpt bij het halen van de doelen en ambities van de MBO-Agenda: • Uitvoeringsagenda Inzetten op jongeren in een kwetsbare onderwijspositie 2019-2023. Hiermee werken we aan het bieden van ondersteuning op maat aan mbo-studenten in een kwetsbare onderwijspositie; • Uitvoeringsagenda Onderwijs-Arbeidsmarkt.
Hiermee activeren we werkgevers om meer te investeren in het opleiden van de beroepsbevolking.
Volwasseneneducatie Met het Taaloffensief werken we aan een overkoepelende aanpak van laaggeletterdheid. Daarmee willen we het aantal laaggeletterden verminderen. We bieden met een gratis en toegankelijk educatief taalaanbod een nieuwe kans aan volwassenen die moeite hebben met de Nederlandse taal en met digitale- en financiële vaardigheden. Deze basisvaardigheden staan in dienst van werk en participatie. Het aanbod is gericht op meedoen in de samenleving, werk, ouderbetrokkenheid, financiële zelfredzaamheid en/of gezondheid, waarbij taal het middel is. We werken via het Amsterdams Taalakkoord met ongeveer 60 werkgevers om laaggeletterdheid en schulden- en armoederegelingen onder de aandacht te brengen en werkende laaggeletterden te bereiken.
Het doel is dat statushouders de kans hebben een diploma te behalen dat past bij hun capaciteiten en minimaal een startkwalificatie, om kans te maken op duurzaam geschoold werk op de Nederlandse arbeidsmarkt.
Preventie laaggeletterdheid in het onderwijs Naast de integrale aanpak gericht op versterking van de taalvaardigheid en geletterdheid bij volwassenen werken we met onderwijs, volwasseneducatie en statushouders aan een brede aanpak c.q. doorlopende lijn gericht op preventie van laaggeletterdheid bij jongeren, ter versterking van de gelijke kansen in het onderwijs.
Leerplicht en verzuim We werken aan het verkleinen van het aantal voortijdig schoolverlaters en het verminderen van verzuim. Bijvoorbeeld via de Thuiszittersaanpak. Met de aanpak voortijdig schoolverlaten bieden we jongeren voor wie school (tijdelijk) geen optie is, passende ondersteuning richting zorg en/of werk. Door de handhaving en toezicht op leerplicht werken we aan het voorkomen en terugdringen van verzuim in basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo. Met de handhaving van de leerplicht zorgen we dat kinderen de onderwijstijd maximaal kunnen benutten.
Leerlingenvervoer Leerlingen met een blijvende beperking kunnen vervoer naar school of stage aanvragen. In de afgelopen jaren is de vraag naar leerlingenvervoer toegenomen en deze trend zet zich voort. Tot augustus 2022 voeren we leerlingenvervoer uit onder het oude contract. We bereiden de aanbesteding voor het nieuwe contract voor. Ook bereiden we aanpassingen voor van de verordening die in 2023 van kracht wordt.
(Ver)bouw van scholen We blijven scholen (ver)bouwen om te zorgen voor de juiste leeromgeving. We hebben afspraken gemaakt met schoolbesturen over ‘krimp en groei’. Zo kunnen we ons geld zo doeltreffend mogelijk inzetten. Met een complexe bouwopgave betekent het ook dat we bewust prioriteren in de projecten, maar niet inleveren op kwaliteit. Een dichter bebouwde stad vraagt om flexibele schoolgebouwen die op de lange termijn waardevol en waardevast blijven. 91
H 3.5
Burgerschapsonderwijs en diversiteit Amsterdams burgerschap, of Amsterdammerschap, staat voor jezelf kunnen zijn in een diverse omgeving en een ander ook die ruimte gunnen. We investeren in burgerschapsonderwijs en diversiteitsbeleid voor scholen. We versterken de kennis over lesgeven in grootstedelijke context. Ook ondersteunen we programma’s gericht op het tegengaan van racisme en discriminatie.
Schooltuinen en natuureducatie Ons doel is dat alle Amsterdamse kinderen in het primair onderwijs een blijvende en evenwichtige relatie met de natuur ontwikkelen. Daarnaast leren de kinderen op een praktische manier over gezonde voeding en duurzaam gedrag. 90% van de leerlingen uit groep 6-7 gaat naar een schooltuin. De leerlingen uit groep 1-5 en 8 krijgen buitenlessen of gaan naar de boerderij.
92
H 3.5.1
3.5.1 Onderwijs Alle kinderen en jongeren hebben zo goed mogelijke ontwikkelkansen. Zo kunnen zij met succes de school doorlopen die past bij hun keuze en mogelijkheden. En kunnen zij meedoen in de maatschappij. Wij bieden een nieuwe kans aan volwassenen die moeite hebben met de Nederlandse taal, digitale vaardigheden en financiële vaardigheden.
Welke belangrijke ontwikkelingen zien we voor 2022? Kansengelijkheid Amsterdam investeert in 2022 extra in de scholen en gebieden die dit het hardst nodig hebben via onder andere de Kansenaanpak Primair Onderwijs en Kansenaanpak Voortgezet onderwijs. De beide aanpakken zijn gericht op maatwerk, extra leertijd en ondersteuning. De voorzieningen zijn specifiek bedoeld voor het tegengaan van leerachterstanden en het vergroten van ouderbetrokkenheid bij leerlingen die op basis van hun startpositie (opleidingsniveau ouders en inkomen ouders) een risico lopen op achterstanden. Scholen met meer leerlingen met een risico op een achterstand ontvangen meer middelen. In het mbo investeren we via de uitvoeringsagenda Jongeren in Kwetsbare Positie extra in begeleiding met werk en stage. Ook zetten we de financiering van de plusscholen voort: locaties voor niveau 1 en 2 waar door investering kleine klassen en intensieve begeleiding mogelijk zijn voor jongeren die het niet redden in het reguliere mbo-onderwijs. We werken aan sterkere ondersteuning voor jongeren buiten school via informeel onderwijs, zoals brede talentontwikkeling en mentoring. Zo werken leerlingen aan schoolvaardigheden en de sociale vaardigheden en neemt hun zelfvertrouwen toe. We doen extra investeringen voor kwetsbare leerlingen om betere vervolgstappen in hun schoolcarrière te kunnen maken.
We vergroten ouderbetrokkenheid en bieden stagewerkplekken aan. We belichten sterke voorbeeldfuncties (rolmodellen) in het leven van kinderen en jongeren. Scholen kunnen ook in 2022 een subsidie voor nieuwkomersonderwijs aanvragen. De subsidie stelt scholen in staat de nieuwkomersgroepen klein te houden en de juiste onderwijsexperts in te zetten. Kinderen kunnen zo goed
voorbereid aan het reguliere onderwijs beginnen en doen makkelijker mee. Hiermee wordt het risico op een achterstand kleiner. We stellen ook middelen beschikbaar voor extra taalonderwijs aan kleuters. De PIEK-aanpak (Professionaliseren, Innoveren, Excelleren en Kansen bieden) helpt scholen een aantal systeemfouten aan te pakken. Met name de vroege selectie van leerlingen maakt de segregatie in het onderwijs groter en pakt voor kinderen met een achterstand nadelig uit. Ook in 2022 worden de 30 scholen (13 vve, 10 PO en 7 VO) via de PIEKaanpak uitgedaagd interventies toe te passen die buiten de gebaande paden gaan, om zo kansengelijkheid voor kinderen te vergroten. Zo werken de 13 basisscholen verder aan het versterken van de samenwerking tussen kinderopvang en basisschool via actielijn 1; de Allesinéénschool. 7 scholen werken met een Brede Brugklas Bonus (actielijn 2) aan het tegengaan van vroegselectie en de versoepeling van de overgang van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs. En 10 scholen (8 PO en 2 VO) werken binnen actielijn 3 aan de Amsterdamse Familie School. Daarin maakt de school een brede ontwikkelomgeving mogelijk met een stevige koppeling tussen de thuissituatie en de leefomgeving van het kind.
In 2022 breiden we het Familiepakket (armoedemaatregelen voor kinderen en ouders) uit naar alle Amsterdamse Familiescholen en starten we met het uitrollen van het Familiepakket naar meer scholen. Ook in 2022 blijven we gericht ouders stimuleren dat hun kinderen naar de voorschool gaan die voldoet aan de hoge Amsterdamse kwaliteitseisen. Dat doen we dit jaar vooral met (digitale)communicatiecampagnes en door gesprekken met ouders. Door corona is er in 2020 en begin 2021 sprake geweest van een lagere instroom in de voorschool. In 2022 willen we dat de instroom weer toeneemt.
93
H 3.5.1
Effecten corona en het Nationaal Plan Onderwijs (NPO) Op 17 februari 2021 hebben ministers Van Engelshoven en Slob in een persconferentie het ‘Nationaal Programma Onderwijs: steunprogramma voor herstel en perspectief’ gepresenteerd. Het NPO beschrijft de aanpak om de vertraging die in het onderwijs is opgelopen door de coronamaatregelen in te lopen. Voor het herstel- en ondersteuningsplan stelt het Rijk de komende jaren extra financiële ruimte beschikbaar. In de komende 2,5 jaar is landelijk € 8,5 miljard beschikbaar, waarvan € 354 miljoen euro voor de gemeenten voor aanvullingen op de maatregelen van scholen. Met hulp van het NPO en samen met schoolbesturen werken we aan het tegenhaan van kansenongelijkheid, het verbeteren van de kwaliteit van onderwijs, vermindering van schoolverschillen en het verstevigen van de samenwerking tussen schoolbesturen, gemeente en kennisinstellingen.
De inzet op salaris (Amsterdamse toelage), wonen en mobiliteit werkt, en zetten we voort. Het gemeentelijke Servicecentrum voor onderwijs en zorg is in de zomer van 2021 gestart en zorgt dat alle stedelijke regelingen op het gebied van wonen en reizen actief worden aangereikt aan Amsterdamse onderwijsprofessionals. Zo wordt Amsterdam voor leraren een steeds aantrekkelijkere plek om te werken. We gebruiken een brede inzet van interventies gericht op directe werkdrukverlaging voor leraren en andere korte-termijneffecten enerzijds, en een duurzame oplossing van het lerarentekort anderzijds (door aantrekken van nieuwe leraren en behoud van leraren). Dit ervaren we als een effectieve strategie, al zijn we pas tevreden wanneer het lerarentekort is opgelost.
Schoolveiligheid Vanuit het NPO mbo ontvangen gemeenten extra middelen voor het verlengen van de aanpak jeugdwerkloosheid. Het ministerie van OCW is samen met de MBO Raad en andere partners overeengekomen dat het geld voor onderwijs geïnvesteerd wordt in de thema’s: • Welzijn studenten en sociale binding met de opleiding • Soepele in- en doorstroom • Aanpak jeugdwerkloosheid • Ondersteuning en begeleiding bij stages
“Liever voor de Klas” Lerarenagenda 2019-2023 Het Noodplan Lerarentekort Amsterdam is sinds 2020 geïntensiveerd. Hierdoor hebben we bestaande projecten, gestart in de Lerarenagenda, kunnen uitbouwen en verstevigen. Het is noodzakelijk om in 2022 te intensiveren aangezien het lerarentekort is toegenomen. In de huidige omstandigheden merken we opnieuw dat scholen die kwetsbaar zijn door het lerarentekort, de gevolgen van incidentele uitval door corona moeilijker kunnen opvangen. We blijven daarom werken aan het behouden en aantrekken van leraren. Het lerarentekort is een ernstige bedreiging voor de onderwijskwaliteit en is bovendien ongelijk verdeeld. Daarom maken wij tot 2023 ruim € 23 miljoen vrij om huidige leraren te behouden en nieuwe leraren op te leiden door fors te investeren in imago en instroom. In het kader van het ‘Noodplan Lerarentekort’ ondersteunen we basisscholen in het omgaan met tekorten, door externe professionals onderdelen van het curriculum te laten verzorgen.
Eind 2020 hebben we besloten scholen extra te ondersteunen bij de toegenomen schoolveiligheidsproblematiek. We slaan de handen ineen vanuit onderwijs, jeugd en veiligheid. Want de problematiek staat niet op zichzelf, maar komt voort uit wat thuis, op straat en online speelt. We versterken de verbinding tussen onderwijs-, jeugd- en veiligheidspartners structureel op alle scholen waar dat nodig is. Ook investeren we in deskundigheid over grensoverschrijdend gedrag, zodat scholen dit vroegtijdig kunnen signaleren en de-escaleren. Scholen stevig positioneren in het jeugd- en veiligheidsdomein. Dat is het uitgangspunt voor onze inzet op schoolveiligheid. Zodat alle leerlingen van Amsterdam, los van hun achtergrond en leefwereld, veilig naar school kunnen.
Volwasseneneducatie Tijdens de coronacrisis heeft het Taalonderwijs grotendeels online plaatsgevonden. Het onlineonderwijs trekt eerder de relatief hoger opgeleide Amsterdammers. Zodra we weer fysiek lessen mogen uitvoeren, wordt daarom in samenwerking met de stadsdelen actief ingezet op werving en bereik van de kwetsbare Amsterdammers zodat we het bereik vergroten. Dit doen we met aandacht voor de taalnetwerken en de afstemming tussen professioneel en informeel onderwijs. Amsterdammers die zich eerder hebben opgegeven voor het (digi)taalaanbod, maar alleen fysiek les wilden, benaderen we actief. Er wordt extra ingezet op de doelgroep NT1 met een plan van aanpak in stadsdeel Noord en met diverse pilots om deze doelgroep te bereiken. 94
H 3.5.1
De aandachtspunten uit het Amsterdams Taalakkoord voor 2021 en 2022 zijn: samenwerking met schulden- en armoederegelingen, gerichte uitbreiding van het netwerk, stimuleren van onderlinge samenwerking bij werkgevers en verkenning van regionale samenwerking. Het is de bedoeling het Amsterdams Taalakkoord te verbinden aan een brede aanpak van sociaal werkgeverschap.
Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)?
Activiteit 5.1.1.1 We bieden peuters kwalitatief hoogwaardige voorschoolse educatie aan, zodat zij een goede start op de basisschool kunnen maken Indicator activiteit 1.
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020
Begroting 2021
74%
80%
Percentage bereik doelgroep 2,5-4 jaar
Begroting Prognose 2022 2023-2025 78%
2023 80% 2024 80% 2025 80%
Doel 5.1.1 Kansengelijkheid: Iedere Amsterdammer krijgt de kans om zich, ongeacht zijn of haar achtergrond, via onderwijs, te ontwikkelen tot wie hij of zij kan of wil zijn. Indicator doel
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020
Begroting 2021
Begroting Prognose 2022 2023-2025
1a Alle peuters gaan naar een voorschool. Bereik alle peuters *
47% (2018)
47%
60%
54%
60%
1b Alle peuters gaan naar een voor-school. Bereik doelgroeppeuters
73% 2018)
74%
78%
78%
80%
2a Verkleinen van verschil in schooladviezen tussen kinderen van verschillende sociaaleconomische achtergrond
12% 2018)
12%
afname
afname
afname
2b Verkleinen tussen wijken met een verschillende sociaal-economische achtergrond**
15% (2018)
15%
15,3%
afname
afname
3a Basisscholen zijn een afspiegeling van de buurt
79% (2018)
79%
79%
80%
2023 82% 2024 83% 2025 84%
3b Basisscholen zijn gemengd of zeer gemengd
96% (2018)
96%
97%
97%
2023 97% 2024 98% 2025 98%
4
11% (2017)
13%
13%
13%
2023 13% 2024 13% 2025 13%
Minder Amsterdammers laaggeletterd (Percentage uitstroom gemeentelijk aanbod op niveau geletterd)
Activiteit 5.1.1.2 We investeren extra in kinderen en jongeren (0-27 jaar) die vanwege hun achtergrondkenmerken niet tot optimale ontwikkeling komen en wiens participatiekansen belemmerd worden Indicator activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020
Begroting 2021
Begroting Prognose 2022 2023-2025
1.
Afstroom klas 3 VO hoe leerlingen 18% (2015) van laag opgeleide ouders het doen ten opzichte van leerlingen met hoog opgeleide ouders
15%
Afname
Afname
afname
2.
Aantal behaalde startkwalificaties binnen groepen van gelijk basisschooladvies en onderwijsniveau
80%
80%
80%
3.
PM na vaststelling Kansengelijkheidsplan1
1
Oorspronkelijk zou er een actieplan aanpak kansengelijkheid jeugd ontwikkeld worden. Deze opdracht is echter nooit gegeven, maar heeft vorm gekregen via de Stedelijke Bestuursopdracht Aanpak Kansenongelijkheid, die zich breed richt op alle domeinen van Sociaal en Ruimtelijk. De voortgang van dit beleid wordt door het college van B en W via voortgangsrapportages aan de gemeenteraad teruggekoppeld en de financiën via hun programmabegroting.
PM (2019)
95
H 3.5.1
Activiteit 5.1.1.3
Doel 5.1.2
We bieden volwassen Amsterdammers de kans om deel te nemen aan een professionele cursus om hun basisvaardigheden te ontwikkelen (taal, financiële en digitale vaardigheden).
Kwaliteit: Ieder kind krijgt goed onderwijs in een kwalitatief goede schoolomgeving. Indicator doel
Indicator activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020
Begroting 2021
Begroting Prognose 2022 2023-2025
1.
Aantal deelnemers dat per jaar start met een professionele cursus
4.939
4.292
5.000
5.000
5.000
2.
Percentage volledig doorlopen cursussen dat per jaar is afgerond
73%
79%
73%
75%
75%
3.
Basaal taalniveau: percentage van de deelnemers aan een professionele cursus behaalt niveau A2/1F
23%
26%
27%
27%
27%
Geletterd: percentage van de deelnemers aan een professionele cursus behaalt niveau B1/2F
11%
4.
13%
13%
13%
1
Elke school heeft voldoende, bevoegde leraren
2
Toename van het aantal kinderen dat naar een kinderopvang, school of afdeling van goede kwaliteit gaat
Begroting 2021
Begroting Prognose 2022 2023-2025
-200 fte (tekort) (2018)
-280 fte (tekort)
toename
Toename
toename
PO: 98,6%
PO: 97%
PO: 99,5%
98%
100%
3
Negatieve inspectieoordelen over KO: 5% kinderopvang, primaire onderwijs, (rode voortgezet onderwijs en locaties) PO, middelbaar beroepsonderwijs VO, MBO: 6% (2018)
KO: 4% PO: 4%1 VO: 3,5%2 Mbo>0%
KO: <5% PO: <5% *
PO: 4% VO: 3,5%
afname
4
Percentage van 23-jarigen heeft een startkwalificatie
73% (2013)
80%
80%
80%
80%
5
Alle Amsterdamse leerlingen hebben les in een gezond schoolgebouw
PO/SO: 70%, VO: 45%
PO/SO: 85% VO: 65%
PO: 85% VO: 70%
PO: 85% VO: 70%
PO: 85% VO: 70%
1
De inspectie van het onderwijs is anders gaan beoordelen, niet meer per school maar enkel nog per bestuur met een steekproef onder haar scholen. Hierdoor is niet meer van alle scholen een oordeel bekend. Het hier genoemde cijfer is het aantal locaties dat als oordeel onvoldoende heeft. Dit betreft in absolute aantallen 6 onvoldoende afdelingen in het voortgezet onderwijs.
13%
Tijdens de coronacrisis heeft het onderwijs voornamelijk online plaatsgevonden en hebben we vooral doelgroepen bediend die dat aankonden. We hebben gezien dat bij een deel van deze groep het uitvalpercentage juist omlaag ging, bijvoorbeeld mensen die werken of mensen met gezondheidsklachten. Deze groepen hebben nu geen reistijd (belasting), waardoor ze het makkelijker volhouden. Voor de groep voor wie het een meerwaarde is gebleken, gaan we het online onderwijs voortzetten. Binnen die groep kun je een beter percentage verwachten. Daar tegenover staat dat er een groep was die geen online onderwijs kon of wilde volgen. Het fysieke onderwijs begint weer langzaam op gang te komen en zeker als de anderhalve meter-maatregel eraf kan, gaan we volop aandacht besteden aan deze laatste doelgroep. Voor deze groep zal de uitval waarschijnlijk op het oude niveau komen. Alles afwegende is een percentage van 75% van volledig doorlopen cursussen per jaar haalbaar.
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020
2
96
H 3.5.1
Activiteit 5.1.2.1 We ondersteunen scholen en leraren ter versterking van de onderwijskwaliteit en we stimuleren dat Amsterdamse leerlingen goed voorbereid worden op de toekomst, door extra te investeren in de randvoorwaarden voor optimale ontwikkeling. Indicator activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020
1.
Aantal leerlingen per aantal leraren per school po
14,4 (2018)
15,78
10,3
10
10
2.
Percentage scholen met conciërges, 93% (2018) vakleerkrachten cultuur en vakleerkrachten bewegingsonderwijs
95%
97%
98%
100%
3.
Dekking docenten per tekortvak VO 95% (2018)
95%
95%
95%
92%
4.
Percentage kinderen op de wachtlijst voor voorschool
5%
5%
Afname
Afname
6% (2018)
Begroting 2021
Begroting Prognose 2022 2023-2025
Activiteit 5.1.2.2 We zorgen voor voldoende en gezonde schoolgebouwen en we investeren in groene en uitdagende schoolpleinen, verspreid over de stad. Indicator activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020
Begroting 2021
Begroting Prognose 2022 2023-2025
1.
Aantal op te leveren gezonde en duurzame schoolgebouwen
PO/SO: 22, VO: 2 (2018)
PO: 4 VO: 3
PO: 10 VO: 10
PO: 8 VO: 3
0
2.
Aantal op te leveren nieuwe en vernieuwde schoolgebouwen
27 (2018)
6
8
10
2023 13 2024 2025
3.
Aantal op te leveren groene en uitdagende schoolpleinen
20 (2018)
19
15
15
15
4.
Bij elk investeringsbesluit (plaberum) is er ruimte voor onderwijs volgens de referentienormen
100%
100%
100%
100%
100%
Het aantal op te leveren gezonde en duurzame schoolgebouwen staat bij de prognose vanaf 2023 op nul. De reden is dat het programma Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam afloopt met de coalitieperiode. Of er een vervolg komt hangt af van de nieuwe coalitie. Daarnaast wordt de aanpak van ventilatie nu standaard meegenomen in renovatie en nieuwbouwprojecten.
Activiteit 5.1.2.3 We zorgen ervoor dat zoveel mogelijk Amsterdammers met een startkwalificatie van school komen. Indicator activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020
Begroting 2021
Begroting Prognose 2022 2023-2025
1.
Absoluut verzuim (aantal per 1.000 leerlingen) (BBV-verplicht)
0,4% (2015/2016)
0,5%
max. 0,3%
max. 0,3%
max. 0,3%
2.
Relatief verzuim (per 1.000 leerlingen) (BBV-verplicht)
2,5% (2015/2016)
2,8%
max. 2,4%
max. 2,4%
max.2,4%
3.
Percentage voortijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers) (BBV-verplicht)
3,1% 1% afname 0 tot - 2% 0 tot - 2% 0 tot -2% (2014/2015) ten t.o.v. vorige t.o.v. vorige t.o.v. vorige opzichte van voorgaand schooljaar
Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? We schakelen geen verbonden partijen in voor dit programmaonderdeel.
Financiële toelichting bedragen x€ 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Totale Baten
66,7
63,2
60,2
60,2
60,2
60,2
Totale Lasten
259,8
260,2
263,1
255,7
260,0
265,6
Programma
-193,1
-197,0
-202,9
-195,5
-199,8
-205,4
97
H 3.5.1
Baten De baten in dit programmaonderdeel zijn € 60,2 miljoen. Deze baten bestaan uit: • rijksbijdrage Onderwijsachterstandbeleid. Om voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE) aan te bieden, krijgen gemeenten en scholen geld van de Rijksoverheid (€ 47,6 miljoen), • rijksbijdrage op grond van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs van € 6,8 miljoen, • huuropbrengsten en andere opbrengsten die geïnd worden die dienen ter dekking van de exploitatielasten van een aantal scholen in het primair onderwijs (€ 2,0 miljoen), • rijksbijdrage RMC Kwalificatieplicht Leerplicht (€ 2,3 miljoen), • rijksbijdrage Voortijdig Schoolverlaten (€ 1,3 miljoen), • inkomsten Toezicht & Handhaving kinderopvang (€ 0,2 miljoen).
Lasten De lasten in dit programmaonderdeel zijn € 262,3 miljoen. Deze lasten bestaan uit: • onderwijsachterstandbeleid, Sociaal Medische Indicatie (SMI) en Toezicht & Handhaving kinderopvang (€ 73,4 miljoen). Hieronder valt onder andere de voorschool (opvangvoorziening) waar kinderen tussen 2 en 4 jaar spelend leren, • kapitaallasten (rente en afschrijving) van onderwijshuisvesting (€ 55,7 miljoen), • overige exploitatielasten met betrekking tot Onderwijshuisvesting en Maatschappelijke Voorzieningen (€ 44,6 miljoen), namelijk: – Vergoedingen voor onder andere huurvergoedingen, OZB voor VO/SO scholen, verzekeringen, beheer- en onderhoud gymzalen en schoolgebouwen (in eigendom) en spoedaanvragen (€ 42,5 miljoen), – Programma Gezonde Scholen en Schoolpleinen (€ 2,1 miljoen) • apparaatslasten (€ 27,8 miljoen). Dit zijn vooral de kosten van de leerplichtambtenaren, de medewerkers die werkzaamheden uitvoeren voor de schooltuinen en die beleid maken en toetsen, • voorzieningen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs (€ 17,7 miljoen), zoals: – MBO-Agenda (€ 4,1 miljoen), – lerarenagenda (€ 3,9 miljoen), – PIEK-aanpak (€ 2,7 miljoen); – burgerschap en Diversiteit (€ 3,0 miljoen),
– kansenaanpak VO (€ 2,5 miljoen), – schooltuinen (€ 1,5 miljoen), • volwasseneneducatie € 10,2 miljoen, • leerlingenvervoer (€ 6,5 miljoen), • het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten en Plusscholen in het voortgezet onderwijs (totaal € 5,4 miljoen), • bewegingsonderwijs (€ 4,9 miljoen), • stimulering van talentontwikkeling en gelijke kansen voor kwetsbare jongeren (totaal € 1,6 miljoen), • handhaving Leerplicht van € 2,6 miljoen, waarvan € 1,3 miljoen voor de regiogemeenten vanuit de rijksbijdrage RMC Kwalificatieplicht, • inzet conciërges (€ 2,4 miljoen), • schoolzwemmen (€ 2,3 miljoen), • bijdragen voor cultuurcoaches en -educatie, het bevorderen van schoolveiligheid en gezonde scholen (totaal € 3,2 miljoen), • kenniscentrum Ongelijkheid (€ 1,4 miljoen) • Areaalontwikkeling Onderwijs (€ 1,0 miljoen) De overige lasten van € 2,4 miljoen zijn afzonderlijk kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.
Subsidies van betekenis (bedragen x€ 1 miljoen) Subsidie 1. Onderwijshuisvesting
€ 88,2
2. VloA, Lerarenagenda en MBO-agenda
€ 44,5
3. Voorschoolse educatie
€ 20,4
1.
2.
We kunnen aan het onderwijs voldoende toekomstbestendige schoolgebouwen beschikbaar stellen met een gezonde grootte, een uitgebreid aanbod aan type scholen en verspreid over de stad in zowel nieuwe als bestaande gebieden. De groei van de stad vraagt om investeringen om hieraan te blijven voldoen. Daarnaast leiden de eisen en wensen zoals toekomstbestendig en klimaatneutraal bouwen en de overspannen bouwmarkt tot hogere kosten. We hebben met het Amsterdamse onderwijs vanuit de VloA een uitgebreid pakket aan voorzieningen opgesteld. Bijvoorbeeld: • vroegschoolse educatie • de vakleerkracht cultuur • bewegingsonderwijs • de conciërge • begeleiding zij-instroom
98
H 3.5.1
3.
Onderwijsteams in het mbo kunnen vanuit de MBO-Agenda de Amsterdamse teambeurs mbo aanvragen. Die is bedoeld om 3.000 docenten, instructeurs en begeleiders in het mbo te professionaliseren. De mbo-onderwijsteams kunnen ook de subsidie voor projectplannen mbo aanvragen. Die is bedoeld om vernieuwende projecten voor toekomstbestendig beroepsonderwijs te financieren, de nadruk hierbij ligt op de dringende vraagstukken voor de stad Amsterdam, zoals de duurzaamheidsopgave en de arbeidsmarkttekorten in de techniek en zorg. De Subsidieregeling voorschoolse educatie helpt om zo goed mogelijke ontwikkelkansen voor kinderen tussen 2 en 4 jaar te bieden. Dit door een kwalitatief hoogwaardig aanbod van voorschoolse educatie zoals staat in het beleidsplan ‘Eén voorziening voor alle Amsterdamse peuters’.
Risicobeheersing Actuele risico’s
Maatregelen
1. Onderwijshuisvesting. Het zeer intensieve gebruik Het onderzoek ‘Spanning op de bouwmarkt & van de stad geeft een enorme bouwvraag en een Gemeentelijke bouwopgave maatschappelijke oververhitte bouwmarkt. Dit heeft gevolgen voor voorzieningen’ geeft adviezen en werkt de oplossing de bouw van de schoolgebouwen. Geschikte of uit hoe hiermee verder om te gaan. betaalbare locaties zijn schaars geworden. Als In de gebiedsontwikkeling is het zaak om niet alleen een locatie beschikbaar is, dan kan het gebeuren voldoende ruimte te reserveren voor maatschappedat we de planning van de scholenbouw moeten lijke voorzieningen, maar ook locaties die geschikt aanpassen vanwege wijzigingen in de planning zijn voor de ontwikkeling ervan, bijvoorbeeld van de gebiedsontwikkeling of woninglosstaande gebouwen. Daarbij leggen we ook bouwplannen. nadruk op de noodzaak van onderwijsvoorzieningen. Onvoldoende middelen om de maatschappelijke Voor een goede inpassing van Maatschappelijke voorzieningen, waaronder onderwijs, te laten Voorzieningen, zijn bij planningswijzigingen in de meelopen met de groei van de stad, waardoor gebiedsontwikkeling flexibiliteit van investeringsritgeen complete stad gebouwd wordt. Prijzen van me en personeel noodzakelijk. bouwmaterialen zijn gestegen waardoor aanbestedingen kunnen mislukken/vertragen.
Evenwichtige afweging maken op groei van de stad (woningbouw temporiseren) versus bestaande stad (vervangingsopgave) op orde houden. 2. Voorschoolse educatie: door een stagnerende of krimpende economie, kan het dat het aantal kinderen dat geen recht heeft op kinderopvangtoeslag toeneemt (het aantal tweeverdieners neemt af). Daardoor stijgen de kosten van de gemeentelijke vergoeding voor deze groep. Verder kan landelijke wet- en regelgeving wijzigen, waardoor de kosten van de gemeentelijke vergoeding stijgen.
We voeren onder andere met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de kinderopvangsector een lobby om voorschoolse educatie als basisvoorziening aan te bieden en uitbreiding van de bestaande middelen.
Actuele risico’s
Maatregelen
3. Leerlingenvervoer: als de trends van 2021 voortduren (een sterke toename van het volume door de verruiming van de Verordening Leerlingenvervoer) zouden de kosten naar € 7-8 miljoen kunnen stijgen in het schooljaar 2022-2023.
We passen de volgende maatregelen toe om de toename van de volume en de kostenoverschrijding op te vangen: • Voor 2021 en 2022 zijn door raad incidentele middelen beschikbaar gesteld om de tekorten te dekken. • Overige tekorten worden gedekt uit begroting onderwijs. • De aanscherping van de verordening is in voorbereiding: de verwachte besluitvorming raad is in december 2021, zal in werking treden per schooljaar 2022-2023. Per augustus 2022 is er vanuit nieuwe aanbesteding een nieuw contract met vervoerder AV
4. Lerarentekort: Door krapte op de arbeidsmarkt, We investeren samen met scholen en opleiders, een dure woningmarkt en afhankelijkheid van verenigd in de Taskforce Lerarentekort, fors in het landelijk beleid is het moeilijk om leraren en bestrijden van het lerarentekort. We overleggen schooldirecteuren in Amsterdam te vinden en met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en te houden. Daarbij is het tekort bij scholen met Wetenschap om landelijke maatregelen te veel kinderen met een risico op onderwijsintensiveren en te versnellen. We verkennen met achterstand gemiddeld groter dan bij scholen het onderwijs de mogelijkheden om met de met nauwelijks kinderen met een risico daarop. incidentele NPO middelen bestaande interventies Bij de kinderopvang, waaronder de voorschoolse van de Taskforce te intensiveren. educatie, kan de krapte op de arbeidsmarkt leiden tot minder plekken voor kinderen en tot langere wachtlijsten. 5. Nationaal programma onderwijs (NPO): Door Om de risico’s te verkleinen passen we de volgende het NPO komen in 2021, 2022 en 2023 maatregelen toe: incidenteel extra middelen naar de scholen en • De incidentele middelen worden ingezet voor de gemeente. Deze middelen worden ingezet incidentele doeleinden met zo veel mogelijk om de achterstand, ontstaan door corona, te structureel effect. kunnen verkleinen.
Aangezien zowel de scholen • De budgetten die benodigd zijn voor als de gemeente middelen ontvangen ontstaat planvorming worden pas vastgesteld nadat de de mogelijkheid dat de planvorming achterloopt hoeveelheid middelen bekend is. op de besteding. Het is momenteel nog • Planvorming is een co-creatie samen met scholen onbekend hoeveel middelen er in 2021-2023 en schoolbesturen, hierdoor worden de middelen naar de gemeente komen. ingezet waar deze de meeste impact hebben. Volwasseneneducatie: Maandelijks monitoren en indien aan de orde, 5. Met de combinatie van online en fysiek aanbod is tijdig inzetten op beheersmaatregelen. het aanbod voor een grotere groep toegankelijk geworden. Daarnaast zetten we actief in op werving en bereik van kwetsbare Amsterdammers en zijn er wachtlijsten van Amsterdammers die alleen fysiek onderwijs willen. Ook neemt het gebruik van het aanbod Taaloffensief, bv. MBO+taal, toe van statushouders die voldaan hebben aan de inburgeringsplicht maar de taal nog onvoldoende beheersen om duurzaam uit te stromen. De kans is daarmee aanwezig dat de vraag het aanbod overstijgt.
99
H 3.5.1
Beleidskaders • Beleidsbrief onderwijsvisie (2019-2025). • Eén voorziening voor alle Amsterdamse peuters - beleidsplan peutervoorzieningen 2018-2020. • Liever voor de klas, Amsterdamse Lerarenagenda 2019-2023. • Tweede voortgangsrapportage Lerarenagenda, 3 juni 2021 • Noodplan Lerarentekort Amsterdam (2020-2014). • De Amsterdamse MBO-Agenda 2019-2023 inclusief uitvoeringsagenda Inzetten op jongeren in een kwetsbare onderwijspositie 2019-2023. • Beleidskader PIEK-aanpak (2019-2023). • Beleidsbrief Kansenaanpak Voortgezet Onderwijs (VO) (2019-2023). • Aanpassing beleidsbrief Kansenaanpak PO (ophoging budget per leerling schooljaar 2019-2020). • Eerste voortgangsbrief Kansengelijkheid 2020. • Raadsbrief Ontwikkelingen en inzet Amsterdamse schoolveiligheid (2020) • Werkagenda Passend Onderwijs en de relatie met jeugdhulp (2019-2022). • Jaarplan 2020 Passend Onderwijs en de relatie met jeugdhulp (2020). • Beleidsbrief Amsterdammerschap in het onderwijs (2019-2023). • Voortgangsrapportage Amsterdammerschap in het onderwijs 2020. • Beleidskader Taaloffensief 2019-2022 (2018). • Vierjarig regionaal plan voortijdig schoolverlaten en jongeren in kwetsbare positie RMC-regio 21 (Regionaal Meld- en Coördinatiepunt) (2021-2024). • Verordening Leerlingenvervoer (2017) en de uitgangspunten zoals verwoord in het beleidsdocument Leerlingenvervoer uit januari 2018.
• Overkoepelende Huisvestingsplannen voor onderwijshuisvesting. • Verordening Lokaal Onderwijsbeleid Amsterdam 2019. • Koers 2020-2025. • Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020.
100