1. Analyse Nieuw-West 2021.pdf
Tekst van het document
Samen Nieuw–West Waarom een Masterplan?
Een analyse van Nieuw-West 2021
Samen Nieuw–West Waarom een Masterplan? Een analyse van Nieuw-West 2021
Inleiding
De afgelopen decennia is in dit stadsdeel veel geïnvesteerd en zijn door een groot aantal betrokken organisaties en bewoners stevige stappen gezet. Uiteenlopende inzet heeft bijgedragen aan het verbeteren van de leefbaarheid, veiligheid en de sociale veerkracht in het stadsdeel. Toch bleek dit onvoldoende om het tij structureel te keren. Om een fundamentele verandering te realiseren, is een aanpak nodig waarin informele en formele partijen, bewoners, ondernemers en professionals zich voor langere termijn committeren aan een gezamenlijk doel: het creëren van perspectief voor de jeugd met een integrale aanpak op gebied van fysieke en sociale problematiek. De problematiek is omvangrijk. Daarom kan het nodig zijn om grote lange termijn maatregelen te nemen. Maatregelen waarvoor in sommige gevallen een wets- of systeemwijziging nodig is. Het doel van een integrale aanpak voor Nieuw–West is: Ieder kind in Nieuw West heeft, nu en in de toekomst, recht op een goede ontwikkeling, passend werk en eigen woning in een veilige leefomgeving. Jongeren zijn de toekomst van Nieuw–West.
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
0
Amsterdam Nieuw–West is een stadsdeel waar jongeren graag wonen, werken, studeren en recreëren. Maar er zijn ook grote opgaves rondom leefbaarheid, veiligheid, ongelijke kansen en problemen achter de voordeur. De uitdagingen zijn omvangrijker dan in andere gebieden in Amsterdam en in Nederland.
Hiervoor is een langjarig samenwerkingsverband opgericht, de maatschappelijke Alliantie Nieuw–West. De Alliantie bestaat onder meer uit scholen, welzijnsorganisaties, corporaties, politie, het openbaar ministerie, ondernemers, het rijk, de gemeente en bewoners van Nieuw– West. Een langjarige, structurele samenwerking van de Alliantie is noodzakelijk om het verschil te kunnen maken. In 2021 is in opdracht van de maatschappelijke Alliantie een analyse gemaakt van de problemen, bedreigingen en kansen voor Amsterdam Nieuw–West. De analyse is besproken met de verschillende doorbraakteams en voorgelegd aan bewoners en maatschappelijke partners. Op basis van deze input is de analyse uitgebreid en aangepast. Dit stuk vormt de basis voor een verdere uitwerking van het Masterplan Nieuw–West in doelen, doorbraakrichtingen en uitvoeringsplannen.
4
5
Inhoud
8
1.1 Verontrustende signalen van uitsluiting
9
1.2 Achtergestelde positie vrouwen
11
1.3 Veel eenzaamheid
11
1.4 Inclusieve samenleving: lage sociale cohesie, wel buurtbinding
11
1.5 Eigenaarschap in de buurt: veel initiatiefrijke bewoners, weinig vertrouwen in overheid
2 Wonen en een veilige leefomgeving
13
16
2.1 Verouderde woningvoorraad, niet passend en minder toegankelijk
17
2.2 Samenstelling woningvoorraad vliegwiel voor ruimtelijke segregatie
19
2.3 ‘Afwijkend’ gebruik van de woningvoorraad en overlastsituaties
20
2.4 Toenemende verloedering openbare ruimte
21
2.5 Veel aanbod van recreatief groen
21
2.6 Leefbaarheid onder druk, lage waardering eigen buurt
22
2.7 Veiligheid in Nieuw–West grote opgave
23
2.8 Het samenspel tussen overlast en criminaliteit
24
2.9 Onzichtbare jeugdproblematiek
25
2.10 Zichtbare problematiek: overlast groepen jongeren
25
2.11 Kracht van het stadsdeel
26
3 Kansen voor de jeugd
28
3.1 Thuisbasis vaker fragiel
29
3.2 Armoede een hardnekkig probleem
31
3.3 Gering gebruik specialistische jeugdhulp
31
3.4 Veilig thuis te vaak onzeker
32
3.5 Schoolloopbaan vol met hindernissen
32
3.6 Lagere kansen bij stages en overstap naar werk
35
3.7 Vrije tijd: grotere afstand tot verenigings- en cultuurdeelname
35
3.8 Gezondheid en welbevinden kinderen onder gemiddeld
36
4 Werk en ondernemerschap
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
00
1 Inclusie, emancipatie en eigenaarschap
40
4.1 Economie: kansen via lokaal ondernemerschap
41
4.2 Werk: aansluiting jongeren op arbeidsmarkt kan beter
42
4.3 Bestaanszekerheid door coronacrisis verder onder druk
43
A Bijlage A Kerncijfers Amsterdam Nieuw-West
44
B Bijlage B Gebieden Amsterdam Nieuw-West
46
C Bijlage C Buurten Amsterdam Nieuw-West
6
48
7
I nclusie, emancipatie en eigenaarschap
Hiervoor zijn een aantal begrippen van fundamenteel belang. Inclusie gaat over de keuze om verschillen te omarmen en te benutten. Iedereen doet ertoe en mag er zijn ongeacht herkomst, huidskleur, religie, geaardheid, beperking, leeftijd of geslacht. Iedereen krijgt ruimte om op alle mogelijke manieren zijn of haar eigen leven vorm te geven. Emancipatie gaat over het streven naar een volwaardige plaats in de samenleving vanuit een achtergestelde positie. Eigenaarschap gaat verder en houdt in dat je je ergens verantwoordelijk voor voelt én deze verantwoordelijkheid durft uit te dragen. Je doet mee en je weet anderen te enthousiasmeren om ook mee te doen! We werken gezamenlijk aan een stadsdeel waarin iedereen zijn of haar stem mag gebruiken, iedereen zichzelf mag zijn en zichzelf mag laten zien. Zo worden we als samenleving meer dan de som der delen. We zijn daar nog niet, want acceptatie van verscheidenheid is geen vanzelfsprekendheid, ook niet in Nieuw–West. Bewoners ervaren drempels, stigmatisering en onbegrip. Bijvoorbeeld door vooroordelen die ingebakken zijn in het systeem zoals institutioneel racisme en negatieve publiciteit over bewoners en hun buurt. Maar ook door een woonomgeving waarin eenzaamheid, armoede, verschillende leefstijlen en jongerenoverlast leidt tot passiviteit, ongemak, wantrouwen en uitsluiting.
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
1
Nieuw–West is een divers stadsdeel. Je voelt het als je door de buurten fietst, met bewoners in gesprek gaat of over de markt loopt: een rijkdom aan kleuren, geuren en verhalen. Diversiteit kan een kracht zijn. Het vult aan, versterkt en verrijkt. In letterlijke zin gaat diversiteit over verschillen. Het erkennen en benutten van verschillen kan zorgen voor vooruitgang, legitimiteit en innovatie. Maar aan de andere kant kan het afwijzen van verschillen leiden tot ongelijkheid, uitsluiting, racisme, discriminatie en achterstelling. Hoe we omgaan met verschillen heeft invloed op waar we als stadsdeel naar toe gaan, op de identiteit van Nieuw–West. Met elkaar willen we zorgen dat deze identiteit, het DNA van Nieuw–West, als kracht gebruikt wordt.
1.1 Verontrustende signalen van uitsluiting
8
1: 1e generatie migranten en 2e generatie migranten (minimaal één van de ouders is in het buitenland geboren) 2: Arbeidsmarktdiscriminatie Amsterdam, samenvatting factsheet augustus 2020 (OIS) 3: Ervaren discriminatie in Nederland II (2020), Sociaal en Cultureel Planbureau in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Integratie in zicht? De integratie van migranten in Nederland op acht terreinen nader bekeken (2016) SCP
Bewoners van Nieuw–West ervaren op verschillende domeinen vormen van sociale uitsluiting. Op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld, de woningmarkt, in het onderwijs of in de openbare ruimte. Deze uitsluiting kan niet los worden gezien van migratie- en religieuze achtergrond en huidskleur. In Nieuw–West heeft rond de 70% van de bewoners een migratieachtergrond1. Ongeveer de helft van deze bewoners (34% van het totaal) heeft zijn of haar wortels (deels) in Turkije of Marokko en een kleiner deel (9%) heeft een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond. Deze groepen zijn meer dan gemiddeld slachtoffer van discriminatie, bijvoorbeeld vanwege hun afkomst en/of religieuze achtergrond. Het aandeel bewoners in Nieuw–West dat weleens discriminatie ervaart is met 19% dan ook hoger dan gemiddeld in Amsterdam (13%). Op de arbeidsmarkt ervaart bijna 1 op de 4 bewoners van Nieuw–West weleens discriminatie bij het solliciteren (ten opzichte van 21% voor Amsterdam). En 14% van de bewoners van Nieuw,–West ervaart discriminatie op de werkvloer2. Ook landelijk onderzoek van het SCP3 laat een zorgwekkend beeld zien. Tweede generatie migranten ervaren meer discriminatie dan de eerste generatie4. De tweede generatie is hierdoor steeds somberder over hun kansen in de samenleving. Het SCP constateert ook dat discriminatie in het onderwijs de afgelopen jaren is toegenomen: 22% van de scholieren ervaart
9
1.2 Achtergestelde positie vrouwen Op het gebied van vrouwenemancipatie zijn er de afgelopen decennia stappen gezet. Toch is er nog veel ongelijkheid. We zien dat veel vrouwen (vooral moeders) en meisjes in Nieuw–West zich nog steeds in een achtergestelde positie bevinden. De afstand tot de arbeidsmarkt is voor veel vrouwen en moeders erg groot. De netto arbeidsparticipatie onder vrouwen blijft achter, met name onder vrouwen van Turkse en Marokkaanse afkomst. Dit zien we vooral in Osdorp en Geuzenveld-Slotermeer. De arbeidsparticipatie onder vrouwen is daar respectievelijk 52% en 57%. Daar staat een Amsterdams gemiddelde van 65% tegenover. Het wegnemen van belemmeringen, zoals kosten van de kinderopvang, een taalachterstand en ondersteuning van getrouwde partners, zijn belangrijke aandachtspunten. Het niet beheersen van de taal is een belangrijke reden waarom de meeste vrouwen minder participeren, net zoals schaamte, faalangst, het gebrek aan zelfvertrouwen en een laag zelfbeeld. Daarnaast geldt dat vrouwen soms van participatie worden weerhouden door hun partner. Ook mannen vervullen een belangrijke rol bij het in stand houden van bepa alde patronen. In Nieuw–West worden steeds meer de negatieve gevolgen zichtbaar van het opgroeien in een kwetsbare buurt.
Meisjes die opgroeien in armoede en in buurten waar de voorzieningen en de ondersteunende structuren zwak zijn, zijn kwetsbaarder voor verleidingen en misbruik (loverboy, prostitutie, drugsgebruik, criminaliteit).
Bron: OIS, 2021
discriminatie. Nog eens 8% heeft een vermoeden van discriminatie. Ervaren discriminatie neemt in het onderwijs en in de (semi)publieke ruimte vaak de vorm aan van negatieve bejegening. Maar ook bedreiging, geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag worden relatief vaak ervaren. Daarnaast zijn er op de woningmarkt volop signalen van uitsluiting. Van de verhuurmakelaars in Amsterdam is een derde bereid om op verzoek van de opdrachtgever te discrimineren op migratieachtergrond. Een vijfde van de huurders met een niet-westerse achternaam wordt tijdens het verhuurproces ongelijk behandeld. De woningzoekenden ervaren het ook: liefst een op de drie mensen in Nederland die een huurwoning zochten, zijn er vermoedens dat hierbij gediscrimineerd is. Er zijn ook signalen dat op de hypotheekmarkt wordt gediscrimineerd op afkomst. Voor LHBTIQ+’ers (lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, intersekse, queer) is het helaas nog lang geen vanzelfsprekendheid dat zij in alle vrijheid zichzelf mogen zijn. Ze worden gediscrimineerd vanwege het feit dat ze afwijken van de norm. Net als in de rest van Nederland is het noodzakelijk om hier structureel aandacht voor te vragen. In Amsterdam is de acceptatie van LHBTIQ+’ers al jaren vrij hoog ten opzichte van het Nederlands gemiddelde.
Maar ook hier zijn de afgelopen jaren verschillende homoseksuele stellen aangevallen en mishandeld op straat. Verschillende groepen Amsterdammers laten verschillen zien in de mate van homoacceptatie en acceptatie van genderdiversiteit. Amsterdammers die een lagere of meer praktische opleiding hebben genoten, tonen minder acceptatie tegenover LHBTIQ+’ers dan Amsterdammers die een middelbare of hogere opleiding hebben genoten. In Nieuw–West is de homoacceptatie5 lager dan gemiddeld in Amsterdam. Dit geldt met name voor de gebieden Geuzenveld-Slotermeer, Osdorp en Slotervaart.
10
4: Dit is de integratieparadox: dat de tweede generatie meer discriminatie ervaart komt juist doordat deze groep meer deelneemt in de samenleving 5: Alleen cijfers beschikbaar over homotolerantie (Burgermonitor 2019), cijfers over acceptatie van genderdiversiteit zijn niet beschikbaar op stadsdeel- of gebiedsniveau.
6: Gezondheidsmonitor 2020, GGD Amsterdam
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
1 Inclusie, emancipatie en eigenaarschap
Naast discriminatie door migratie- en religieuze achtergrond, huidskleur of seksuele geaardheid, lopen bewoners van Nieuw–West ook het risico te worden uitgesloten vanwege allerlei fysieke beperkingen en mentale problemen. Uit het eerdergenoemd onderzoek van het SCP blijkt dat ook Nederlanders met een fysieke beperking of mentale problemen op allerlei domeinen meer discriminatie ervaren dan mensen zonder beperking. Hoewel voor Amsterdam geen cijfers beschikbaar zijn, zijn dit verontrustende signalen voor Nieuw–West, aangezien in het stadsdeel veel bewoners kampen met gezondheidsproblemen, psychische klachten en allerlei lichamelijke beperkingen6.
Bevolking naar migratieachtergrond in Nieuw–West
11
Sociale cohesiescore (1-10) Nieuw–West, gebiedsniveau
Eenzame mensen voelen zich in de regel minder verbonden met anderen. Langdurige eenzaamheid kan leiden tot serieuze gezondheidsproblemen zoals depressie, alcoholverslaving, slaapstoornissen en hart- en vaatziekten7. Het is dan ook zorgelijk dat in Nieuw–West 17 % van de volwassenen zich (zeer) eenzaam voelt. Dit is meer dan het stedelijke gemiddelde (15%). Bij de middelbare scholieren (13 t/m 16 jaar) voelt ruim 8% zich eenzaam, dit is iets meer dan het stedelijk gemiddelde. In Nieuw–West komt eenzaamheid veruit het meest voor in de gebieden Geuzenveld, Slotermeer en Osdorp.
1.4 Inclusieve samenleving: lage sociale cohesie, wel buurtbinding
Bron: OIS, 2020 & OIS, 2018
In veel buurten in Nieuw–West staat het samen leven onder druk. In het stadsdeel is de sociale cohesie — een term die uitdrukt of mensen elkaar kennen, zich thuis voelen, saamhorigheid ervaren en/of de onderlinge omgang als prettig ervaren — het laagst van Amsterdam. In buurten van Geuzenveld-Slotermeer, Osdorp en Slotervaart is de sociale cohesie al jaren laag, onder andere door een hoog aandeel kwetsbare bewoners gecombineerd met een hoge etnische diversiteit.
Ook de aankondiging van veranderingen — en het vervolgens uitblijven hiervan — heeft een ongunstige invloed op de sociale cohesie. In buurten waar de stedelijke vernieuwing lang op zich heeft laten wachten, zoals in Geuzenveld-Slotermeer en Osdorp, heerst er bij bewoners argwaan richting de toekomstige veranderingen. Er is een gevoel van achterstelling, vrees voor verdringing en een participatie moeheid11. Bewoners kruipen in hun schulp en bemoeien zich steeds minder met wat om hen heen gebeurt.
In deze buurten zien we een cumulatie van problemen die de sociale cohesie onder druk zetten: bewoners zijn bezig met ‘overleven’, er is eenzaamheid, de betrokkenheid bij de omgeving is laag, er is onbegrip en polarisatie tussen verschillende bevolkingsgroepen8 en er is veel (jongeren)overlast in de buurt. De lage sociale cohesie in het stadsdeel wordt ook in verband gebracht met een snel veranderende bewonerssamenstelling. Vooral in buurten van Slotervaart zien we — door stedelijke vernieuwing, de nabijheid van het stadscentrum en krapte op de woningmarkt — een instroom van kopers, studenten en jongeren met kortlopende huurcontracten. Er ontstaan ‘superdiverse’ buurten9 waarvan de bewoners in een relatief korte periode het ‘samenleven’ moeten zien uit te vinden. De nieuwe instroom zorgt enerzijds voor een andere sfeer en mogelijk een positief elan, maar anderzijds leidt het tot frictie. Hoogopgeleide nieuwe bewoners, vaak ook in een nieuwbouw koopwoning, hebben bijvoorbeeld andere verwachtingen als het gaat om overlast in de buurt en weten de weg richting de overheid vaak makkelijk te vinden. En hoewel op buurtniveau sprake is van ‘menging’ van bevolkingsgroepen, brengen veel hoog opgeleiden bij voorkeur kinderen naar scholen met meer hoogopgeleide ouders, vaak buiten hun eigen buurt10.
12
Aandeel informele hulp Nieuw–West, gebiedsniveau
7: E enzaamheid.nl en Movisie 8: Z ie o.a.: Gebiedsanalyse 2017. Geuzenveld-Slotermeer-Sloterdijken Stadsdeel Nieuw–West (2018), OIS 9: Oude en nieuwe bewoners; jong en oud; kort en lang zittend; huurders en kopers; hoge en lage inkomens; hoog en praktisch opgeleid; gezinnen en alleenstaanden; migranten en geen-migranten 10: O ok in De gemengde stad. Wensen, feiten en beleving (2020, Rekenkamer Amsterdam) wordt een verband gelegd tussen instoom van hoge inkomensgroepen en de zorg voor een afnemende sociale cohesie.
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
1 Inclusie, emancipatie en eigenaarschap
1.3 Veel eenzaamheid
Toch zijn ook lichtpuntjes als we kijken naar burenrelaties in Nieuw–West. Ondanks de lage sociale cohesie is er bovengemiddeld veel sprake van informele, hulpverlenende contacten tussen buurtgenoten en familieleden. Vermoedelijk is vooral binnen de “eigen groep” veel onderlinge hulp en samenhang. Deze onderlinge verwevenheid kan naast een kracht ook een bedreiging zijn. Het kan uitmonden in sociale controle en groepsdwang waardoor de emancipatie van (deelnemers uit) de eigen groep wordt belemmerd. Ook werkt de onderlinge verwevenheid door in andere domeinen, waardoor gescheiden leefwerelden ontstaan. Het is een verontrustende ontwikkeling dat deze sociale scheiding wordt doorgegeven aan volgende generaties: ouders brengen hun kinderen naar speeltuinen, (sport)verenigingen en scholen waarbinnen de ‘eigen groep’ dominant is. Daarnaast zien we ook onder jongeren in Nieuw–West een sterke onderlinge binding. Hoewel dit kansen biedt, is de aanleiding niet altijd wenselijk. Door het negatieve imago van een buurt kan een wijk een gesloten gemeenschap worden. Afwijzing van buiten zorgt enerzijds voor een grotere afstand tot de wereld buiten de eigen wijk, maar verstevigt, anderzijds, onderlinge banden12.
Een slecht wijkimago gecombineerd met een sterke loyaliteit aan de wijk, kan onder jonge mensen positieve krachten en eigenaarschap mobiliseren: de wens om iets voor de wijk en de gemeenschap te betekenen.
11: Zie o.a. Majoor, S., & Welschen, S. (2018). Verkenning Burgermeester Roellstraat (ongepubliceerd document, verwijzing in Welschen, S. en L. Veldboer Sociaal werk in stadswijken waar problemen zich opstapelen (2019))
13
Nieuw–West heeft veel vrijwilligersorganisaties, bewonerscommissies en belangengroepen die zich inzetten voor het stadsdeel. Ze leveren een positieve bijdrage aan de leefbaarheid. Er zijn veel betrokken bewoners die met hun initiatieven anderen verder helpen. Er zijn actieve buurtmoeders en buurtvaders die een oogje in het zeil houden en de buurt helpen ontspannen. Tijdens de avondklokrellen tijdens corona werd escalatie op een aantal plekken in het stadsdeel voorkomen dankzij de tussenkomst van de buurtvaders- en moeders. Er zijn zorgen over de toenemende scheidslijnen in de samenleving. Deze kunnen leiden tot polarisatie en spanningen. Naast de horizontale polarisatie — de toenemende spanningen tussen bevolkingsgroepen —, is ook de verticale polarisatie (groep ten opzichte van autoriteit) in Nieuw–West hoger dan gemiddeld. In Nieuw–West is het vertrouwen in (overheids)instanties, de gemeentelijke organisatie en in de media laag. Er zijn in het stadsdeel veel gevoelens van achterstelling. Bewoners hebben het gevoel dat er de afgelopen jaren onvoldoende in het stadsdeel is geïnvesteerd. Ook het wantrouwen richting de politie is een aandachtspunt. De meldingsbereidheid richting instanties is in Nieuw–West zorgwekkend laag.
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
1 Inclusie, emancipatie en eigenaarschap
1.5 Eigenaarschap in de buurt: veel initiatiefrijke bewoners, weinig vertrouwen in overheid
Eigenaarschap in de buurt, een lage sociale cohesie, en wantrouwen in de overheid hebben een sterke interactie met de leefbaarheid in een buurt en met de mate van ruimtelijke segregatie. In het volgende hoofdstuk over wonen en een veilige leefomgeving gaan we hierop in.
14
15
Wonen en een veilige leefomgeving
De druk op de woningmarkt in Nieuw–West is groot. De woningen passen vaak niet goed meer bij de bevolkingssamenstelling van de buurt en er is achterstallig onderhoud. Voor jongeren is het lastig om door te stromen naar een zelfstandige woning. Voor (grote) gezinnen zijn woningen te krap en voor ouderen zijn woningen vaak niet meer geschikt. De eenzijdige samenstelling van de voorraad en het toewijzingsbeleid van woningcorporaties leidt tot een toenemende instroom van kwetsbare bewoners en uitstroom van mensen met hogere inkomens. Hierdoor neemt de druk op bepaalde buurten toe. Groepen wonen en leven naast elkaar maar niet met elkaar. Daarnaast ervaren bewoners in hun woonomgeving veel onveiligheid door jeugdoverlast, (drugs)criminaliteit en ondermijning. Bovendien lopen jongeren in een kwetsbare omgeving het risico op onderpresteren en schooluitval. Ze vertonen vaak norm overschrijdend of crimineelgedrag. Hierdoor waarderen bewoners in Nieuw–West hun buurt beduidend lager dan gemiddeld in Amsterdam.
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
2
Mensen hebben een woonomgeving nodig die bescherming biedt, een plek om te kunnen leven, op te groeien, zich te kunnen ontplooien en te zijn wie ze willen zijn. Wanneer voor jongeren in Nieuw–West de woonsituatie op orde is, vergroot dat voor hen de kansen in hun volwassen leven. De afgelopen decennia is via uitbreiding (Nieuw-Sloten) en stedelijke vernieuwing (onder andere in Overtoomse Veld en Lambertus Zijlplein en omgeving) hard gewerkt om dit aanbod op peil te houden. De crisis van 2008 zorgde voor een stilstand in de woningbouw en -verbetering. En intussen vragen klimaatdoelstellingen en het voorkomen van (jeugd)overlast en -criminaliteit ook volop aandacht.
2.1 Verouderde woningvoorraad, niet passend en minder toegankelijk De woningvoorraad in het stadsdeel is verouderd, mede doordat rond 2010 de stedelijke vernieuwing door de kredietcrisis vrijwel tot stilstand kwam. Veel naoorlogse woningen kampen met achterstallig onderhoud en voldoen niet meer aan moderne eisen op het gebied van duurzaamheid en een gezond binnenklimaat. Slechte kwaliteit, verkeerd gebruik en overbewoning leiden tot problemen als vocht en schimmel in de woningen. Bewoners van Nieuw–West zijn relatief ontevreden over de kwaliteit en het onderhoud van de eigen woning. De tevredenheid is het laagst in buurten waar de woningvoorraad voornamelijk bestaat uit de naoorlogse corporatiewoningen (portieketage-woningen en duplexwoningen). Ook veel VvE’s kampen met achterstallig onderhoud en organisatorische en financiële problemen. Ze zijn onvoldoende in staat om op een goede manier te functioneren. Vooral Slotermeer scoort slecht op duurzaamheid: er staan relatief veel woningen met energie labels E en F. Een opknapbeurt en een inhaalslag op het gebied van verduurzaming van de woningvoorraad kan niet langer wachten. Een aantal buurten in Nieuw–West is al onderdeel van de City Deal aardgasvrij. Verduurzaming kan helpen om woonlasten omlaag te brengen.
De woningvoorraad sluit niet goed aan op de levensfase van veel bewoners: te klein voor gezinnen, te groot voor ouderen en een tekort aan huisvesting voor jongeren. In Nieuw–West groeien circa 10.000 kinderen onder de 18 jaar op in een groot gezin dat ook nog eens krap woont. Deze woonsituatie heefnadelige effecten op de ontplooiingsmogelijkheden. Huiswerk maken en studeren, je eigen veilige omgeving creëren; thuis zijn er allerlei belemmeringen om dit te realiseren. De verleidingen van de straat zijn hierdoor ook moeilijker te weerstaan.
16
17
2.2 Samenstelling woningvoorraad vliegwiel voor ruimtelijke segregatie In Nieuw–West zien we veel ruimtelijke segregatie. Veel bewoners met vergelijkbare achtergrondskenmerken zien we in hoge concentraties bij elkaar. We zien dit vooral op gebied van migratieachtergrond, sociaaleconomische status en op gebied van kwetsbaarheid. Concentraties van specifieke groepen bewoners worden vooral bepaald door de samenstelling van de woningvoorraad en het woonruimte verdeelsysteem. Nieuw–West heeft de grootste voorraad goedkope huurwoningen van Amsterdam. Dit heeft er de afgelopen decennia toe geleid tot dat grote groepen bewoners met een laag inkomen, vaak ook met een migratieherkomst, in buurten terecht kwamen waar veel corporatiebezit is. De instroom van steeds meer kwetsbare bewoners nam de afgelopen jaren in deze buurten snel toe. Dit is mede te danken aan het huidige landelijke toewijzingsbeleid voor woningcorporaties: de nadruk ligt op de huisvesting van de laagste inkomensgroepen, de taakstelling rondom de woningtoewijzing aan statushouders en mensen uit de maatschappelijke opvang en/of met psychiatrische problematiek.
Bron: OIS, 2019
Aandeel krap wonende gezinnen Nieuw–West, buurtniveau
Ruimtelijke segregatie heeft ongewenste maatschappelijke effecten16, ook in Nieuw–West. De grote en toenemende concentraties van kwetsbare groepen in al ‘zwakke’ buurten, zoals in Geuzenveld-Slotermeer en Osdorp, vergroot de druk op de (basis)voorzieningen, vergt veel van het absorptievermogen van zittende bewoners en kan een rem zijn op de maatschappelijke (re-)integratie van de diverse kwetsbare doelgroepen. Dit is geen goede ontwikkeling voor de sociale veerkracht van deze buurten. Niet alleen is er veel problematiek achter de voordeur, ook staat de leefbaarheid in deze buurten onder druk. Ter illustratie: In de Dichtersbuurt, die wordt geteisterd door overlastproblematiek, worden door woningcorporatie Eigen Haard voorlopig geen woningen meer toegewezen aan kwetsbare bewoners17.
Bron: OIS, 2021
Voor de jongeren die (willen) werken is er een aanvullend probleem: de kostendelersnorm leidt tot veel spanningen binnen gezinnen en tot dakloosheid onder jongeren. Kortom, voor zowel gezinnen, jongeren als ouderen is er behoefte aan meer passende leefruimte. Daarnaast ontkomt ook Nieuw–West niet aan de enorme druk op de Amsterdamse woningmarkt. Woningen in Nieuw–West zijn, net als in de rest van de stad, steeds minder toegankelijk voor woningzoekenden. Met name jongeren en starters, mensen met een laag- of middeninkomen en/of een kortdurend huurcontract hebben het erg moeilijk om passende woonruimte in het stadsdeel te vinden. Er zijn lange wachttijden voor sociale huurwoningen13 en de prijzen in de vrije sector stijgen zo hard, dat vrijkomende woningen zelfs voor bewoners met een middeninkomen niet haalbaar zijn14. Omdat deze laatste groep sowieso niet aan aanmerking komt voor sociale huur, dreigt deze groep de stad uit te worden geweerd. Het gevolg is dat bewoners met maatschappelijk noodzakelijke beroepen in de zorg, bij de politie en in het onderwijs, uit de stad verdwijnen. Maar ook de jongeren, jonge gezinnen en de sociale stijgers uit Nieuw–West die graag in hun eigen woonomgeving willen blijven wonen, hebben in het stadsdeel weinig doorgroeimogelijkheden. Deze groepen hebben binding met de buurt en met andere bewoners en zijn daarom van meerwaarde voor de buurt.
18
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
2 Wonen en een veilige leefomgeving
Tot slot staan betaalbaarheid van de (woon)lasten voor een deel van de huurders en woningeigenaren onder druk. Bewoners van Nieuw–West zijn over hun (woon) lasten negatief ten opzichte van andere Amsterdammers , met name in die wijken waar al veel kwetsbaarheid is15. Bewoners kampen met een laag inkomen, schulden en/of verlies van werk (coronacrisis), terwijl de (woon)lasten jaarlijks toenemen (huurverhoging, stijgende energiekosten, onderhoudskosten, gezinsuitbreiding). Het is een vicieuze cirkel waar je moeilijk meer uitkomt.
Rapportcijfer onderhoud eigen woning Nieuw–West buurtniveau
13: I n Nieuw–West staat een jongere (t/m 27 jaar) gemiddeld ruim 8 jaar ingeschreven voor een sociale huurwoning. Voor 28-plussers is dit bijna 17 jaar. Stedelijk is dit resp. precies 8 jaar en bijna 16 jaar (bron AFWC, 2020). 14: Er is in Nieuw–West nauwelijks aanbod van vrije sector huurwoningen onder €1.000. Bijna al het aanbod is €1.250+ (bron Funda, 10 sept 2021). Middeldure huur in Amsterdam ligt circa tussen de €700 en €1.000.
15: Woningvoorraad en Bewoning. Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2019 (2021), OIS 16: De gevolgen van ruimtelijke segregatie is een blijvend thema van wetenschappelijk discours. 17: Bron: Pilot BuurtBalans 2020 (Wonen) 18: Kullberg e.a. Opgroeien in een kwetsbare wijk. Over buurteffecten en persoonlijke ervaringen van jongens en jonge mannen (2021), SCP
Ruimtelijke segregatie vertaalt maatschappelijk ongelijke kansen in fysieke tweedeling. Ook binnen Nieuw–West is dit waarneembaar. Er zijn wijken met veel eigen woningbezit en ruime woningen, zoals Nieuw-Sloten, en wijken met veel kleinere en goedkope corporatiewoningen, zoals Geuzenveld-Slotermeer. Oftewel, wijken met groepen bewoners die maatschappelijk succesvol zijn en wijken waar veel bewoners in een achterstandspositie zitten. Het leidt tot een ongelijk speelveld voor opgroeiende jongeren. Waar de een kan opgroeien in een omgeving waarop volop kansen aanwezig zijn, moet een leeftijdsgenootje dit doen in een omgeving waar veel belemmeringen (taalachterstanden, weinig rolmodellen) zijn, er sprake is van tekortschietende collectieve sociale controle (‘zwijgcultuur’, laag zelfbeeld) en volop verlokkingen om het verkeerde pad te kiezen. Bovendien krijgt hij of zij eerder een negatief stempel van buitenstaanders, waardoor de jongere niet alleen te laag wordt ingeschat, maar ook minder toegang heeft tot succesvolle stedelijke netwerken en gekwalificeerd werk. De jongeren gaan bovendien het negatieve beeld van buitenstaanders internaliseren en er naar handelen18. In het verlengde hiervan leidt de ruimtelijke
19
Aantal meldingen vormen van woonfraude per stadsdeel
Bron: Directie Wonen, gemeente Amsterdam 2020
Kwetsbaarheidsscore; minimaal 3 van de volgende hulpbronnen kwetsbaar: werk, opleiding, inkomen en gezondheid
Naast afwijkend gebruik van de woningvoorraad zijn er ook Amsterdammers die om allerlei redenen (tijdelijk) geen dak boven hun hoofd hebben. Zij kunnen terecht bij de maatschappelijke opvang. Dit kan tot overlastsituaties leiden. Met name in de Delflandpleinbuurt is er veel discussie over overlastproblematiek en de rol hierin van een grootschalige maatschappelijke opvang locatie.
Bron: OIS, 2019
uitsortering ertoe dat institutionele gescheiden leefwerelden (werk, school) van bevolkingsgroepen, ook in de publieke ruimte zichtbaar wordt . Ontmoeting tussen de ‘haves en de ‘havenots’, tussen migrant en niet-migrant, tussen laag- en hoogopgeleid, krijgen op straat, in het winkelcentrum en in buurtvoorzieningen nauwelijks een kans. Hierin schuilt het gevaar dat wederzijds begrip en solidariteit tussen verschillende bevolkingsgroepen verder afkalft (‘uit het oog, uit het hart’), met als gevolg sociale uitsluiting en polarisatie. Amsterdammers geven aan een voorkeur te hebben “voor wonen in buurten waar zij veel verschillende mensen kunnen ontmoeten”.19
2.4 Toenemende verloedering openbare ruimte Veel bewoners van Nieuw–West ervaren de openbare ruimte als vuil, slecht onderhouden en lelijk. Over overlast door vervuiling zijn bewoners zeer negatief en het is dan ook niet verassend dat het schoonhouden van straten en stoepen vaak als onvoldoende wordt beoordeeld. Uit objectieve metingen blijkt dat vervuiling in veel buurten bovengemiddeld voorkomt. Hierbij speelt mee dat in Nieuw–West veel vierkante meter openbare ruimte is, waardoor afval makkelijker kan gaan zwerven en de opgave groot is voor reinigingsdiensten. Naast het omvangrijke oppervlak speelt ook de uitgestelde stedelijke vernieuwing een rol. De vertraging heeft niet alleen geleid tot achterstallig onderhoud aan woningen. Ook de openbare ruimte is niet meer toekomstbestendig. Voor opgroeiende jongeren in Nieuw–West biedt de ruim opgezette openbare ruimte kansen om te spelen en zich te ontplooien. Maar een woonomgeving die verloederd is en waar ook speelvoorzieningen volgens bewoners niet goed onderhouden zijn, nodigt hier niet toe uit. Jonge kinderen in Nieuw–West spelen dan ook relatief weinig buiten.20 Bovendien werkt een verloederde buurt normvervaging in de hand (‘broken windows theorie’21). Het is geen stimulans voor eigenaarschap.
Daarnaast is het door te hard rijdend verkeer en agressief verkeersgedrag voor de jeugd van Nieuw–West extra risicovol om zich te verplaatsen in de openbare ruimte. Maar liefst een derde van de bewoners ervaart veel overlast van te hard rijdende auto’s en scooters, terwijl dit stedelijk een vijfde is.
2.3 ‘Afwijkend’ gebruik van de woningvoorraad en overlastsituaties De meeste woningen worden zonder einddatum bewoond door huurders of kopers. Er zijn echter in delen van Nieuw–West afwijkende vormen van woninggebruik die van invloed zijn op de leefbaarheid. In sommige buurten is er een zeer hoge mutatiegraad vanwege (bonafide) kortlopende huurcontracten. Deze ontwikkelingen gaan samen met eenzijdige nieuwbouw van kleine woningen en trends als buy to let, leave to let. Er ontstaan hierdoor buurten, bijvoorbeeld in Slotervaart, die een groot verloop kennen van bewoners, wat zijn weerslag heeft op de sociale cohesie en leefbaarheid.
20
Woningen die op een malafide manier gebruikt worden (woonfraude) kunnen een belangrijke oorzaak zijn voor overlast, de leefbaarheid onder druk zetten en bijdragen aan een gevoel van onveiligheid. Woningen worden bijvoorbeeld ‘verkamerd’ of illegaal onderverhuurd. Sommige particuliere eigenaren hanteren de bestaande wet, — en regelgeving naar eigen inzicht. Dit pakt vaak nadelig uit voor huurders. De huurder is ook niet altijd op de hoogte van zijn of haar rechten. Hier wordt vaak handig misbruik van gemaakt. Ook worden woningen gebruikt voor criminele activiteiten zoals hennepteelt, drugsopslag of illegale prostitutie, en ook dit maakt dat bewoners zich onveilig voelen. Met name drugsgerelateerde woonfraude komt, ook stedelijk gezien, in Nieuw–West veel voor, zie onderstaande figuur. Woonfraude kan niet alleen leiden tot aantasting van de leefbaarheid, maar zorgt ook voor een afname van het (legale) woningaanbod (‘woningonttrekking’).
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
2 Wonen en een veilige leefomgeving
Aandeel meest kwetsbare bewoners Nieuw–West, buurtniveau
19: De gemengde stad. Wensen, feiten en beleving (2020), Rekenkamer Amsterdam
20: GGD rapport Sterk en Zwak in Amsterdam — Jeugd (2021). 21: De theorie stelt dat tekenen van buurtverval, zoals vervuiling, leegstand en straatoverlast, het startpunt is van een verloederingsproces. (bron: Handhavingsacademie Nederland)
21
is, mede door het stilvallen van de stedelijke vernieuwing tien jaar terug, sleets en trekt veel zwerfafval aan. Het is niet aantrekkelijk voor bewoners om kinderen buiten te laten spelen. De algemene tevredenheid van bewoners over de buurt is in deze gebieden dan ook veel lager dan het Amsterdamse gemiddelde. De tevredenheid is nog lager wanneer gevraagd wordt naar de kind vriendelijkheid van een buurt. Bovendien zijn bewoners over de verwachte ontwikkeling van hun buurt minder positief dan elders in Amsterdam. Wel is Nieuw–West het enige stadsdeel waar de verwachting in de afgelopen twee jaar licht is toegenomen.
Objectieve tellingen zwerfvuil Nieuw–West, buurtniveau
* score is berekend op basis van zes stellingen over mate van overlast (vuil, vernielingen, rommel, onderhoud) in de Veiligheidsmonitor
Bron: OIS, 2020
Rapportcijfer tevredenheid eigen buurt Nieuw–West, buurtniveau
Rapportcijfer overlast andere personen (dan buren) Nieuw–West, buurtniveau
Bron: OIS, 2019
2.5 Veel aanbod van recreatief groen Hoewel er ook onvrede is over het schoonhouden en onderhoud van het groen, zijn de bewoners van Nieuw–West over de aanwezigheid en het uiterlijk van het groen redelijk positief. Een groot deel van Nieuw–West is ontworpen volgens het ‘tuinstad’ principe waardoor er veel (semi-) openbaar groen aanwezig is. Ook zijn er een aantal grote recreatiegebieden, zoals het gebied rond de Sloterplas, Park de Oeverlanden/Nieuwe Meer, de Tuinen van West en de Bretten. Het Rembrandtpark is een populair stadspark dat qua omvang vergelijkbaar is met het Vondelpark.
2.7 Veiligheid in Nieuw–West grote opgave Een belangrijk thema voor Nieuw–West is veiligheid. Nergens in de stad is het verschil tussen de beleving van veiligheid en de harde criminaliteitscijfers zo groot als in Nieuw–West. Drugs en jeugdcriminaliteit zijn een groot probleem. Wanneer jongeren afglijden, is het lastig om ze weer op het rechte pad te krijgen. Bewoners ervaren redelijk veel overlast, onder andere door (hang)jeugd, criminaliteit, agressief verkeersgedrag en verloedering van de buurt. Nergens in de stad voelen bewoners zich zo onveilig als in Nieuw–West. Bewoners ervaren jeugdoverlast, (drugs)criminaliteit en ondermijning, met name in de gebieden Geuzenveld, Slotermeer en Osdorp. Het aantal jeugdige verdachten ligt in delen van Nieuw–West hoger dan het stedelijk gemiddelde. Bovendien kunnen jongeren verschillende identiteiten hebben, ze kunnen zowel kwetsbaar als intimiderend zijn. Tussen de leefomgeving en de veiligheid in een buurt bestaat een wisselwerking. Als plinten van gebouwen uitnodigen tot verkeerd gebruik, versterkt dat het gevoel van onveiligheid. Op plekken met slechte verlichting of in gebouwen die een relatief grote anonimiteit bieden voor bewoners en gebruikers, gebeuren sneller dingen die je niet wil.
Mensen wennen aan de verloedering en vervolgens treedt normvervaging op: buurtbewoners verwachten al bijna niet anders meer dan overlast en onveiligheid.
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
2 Wonen en een veilige leefomgeving
Verloederingsscrore* Nieuw–West, wijkniveau
In Nieuw–West zijn sterke criminele (drugs)netwerken actief, waarvan een aantal bovenregionaal of zelfs internationaal. Wie daarin terecht komt, komt er bijna niet meer uit. Uiterlijk vertoon van criminelen geeft de illusie van snel geld en dat heeft grote aantrekkingskracht op jongeren, jongvolwassenen en bedrijven. Afglijden gaat snel en vaak buiten het zicht van professionals of ouders. De online leefwereld van jongeren is van grote invloed. Jonge kinderen worden beïnvloed door straatcultuur en kijken op naar jongeren van wie in de wijk bekend
Onveiligheidsbelevingsindex Nieuw–West, wijkniveau
2.6 Leefbaarheid onder druk, lage waardering eigen buurt
22
In veel buurten in Nieuw–West staat de leefbaarheid onder druk. De leefbaarheid krijgt de laagste waardering van Amsterdam. Mensen ervaren weinig woongenot. Overbewoning en spanningen tussen bewoners zijn aan de orde van de dag. Er is een lage buurtbetrokkenheid, er zijn verschillende vormen van overlast (jongeren, vervuiling, criminaliteit) en er is gevoel van onveiligheid (bij de volgende paragraaf daar meer over). De openbare ruimte in sommige buurten
Bron: OIS, 2020
23
2.9 Onzichtbare jeugdproblematiek
2.8 Het samenspel tussen overlast en criminaliteit
In Nieuw–West speelt een aantal vormen van jeugdproblematiek die gekenmerkt wordt door onzichtbaarheid. Regelmatig zijn er incidenten die hun oorsprong hebben in een online conflict. Jongeren spreken online af om te gaan vechten of te gaan rellen. Soms worden meiden en jongens afgeperst en uitgebuit met naaktfoto’s. Ook is er een aantal locaties waar jongeren samenkomen buiten het zicht van de handhavende partijen. Denk aan de buitengebieden die rond het stadsdeel liggen, en hotelkamers in goedkopere hotels. Er zijn signalen dat er op deze locaties niet alleen recreatief wordt rondgehangen door jongeren, maar geregeld ook sprake is van drugshandel en illegale prostitutie. Daarnaast zijn er zorgen over wapenbezit onder jongeren in het stadsdeel. De omvang van dit probleem is moeilijk inzichtelijk te maken. Vaak wordt dit pas duidelijk na een heftig incident. Daarnaast spelen soms psychische problemen zoals depressies een rol bij het maken van verkeerde keuzes. De drempel om hulp te zoeken vaak hoog. Ook lang onzichtbaar blijven jongeren die vervreemden van de maatschappij of die in een uiterst geval zelfs radicaliseren. Dit wordt onder meer in de hand gewerkt door discriminatie, kansenongelijkheid en (een gevoel van) achterstelling. Maar ook factoren als polarisatie, gebrek aan toekomstperspectief en wantrouwen jegens de overheid spelen daarbij een rol.
Ook in Nieuw–West is de voedingsbodem voor radicalisering een realiteit. Dit blijkt uit het feit dat in het verleden een klein aantal personen uit dat stadsdeel is uitgereisd naar strijdgebied in het Midden-Oosten, of daaruit is teruggekeerd. De vormen van radicalisering die voorkomen zijn overigens divers. Voor al deze vormen van problematiek geldt dat de politie en het stadsdeel weinig zicht hebben op de werkelijke omvang. Problemen komen meestal pas aan de oppervlakte als het mis gaat. Vergroting van het zicht op al deze vormen van problematiek is noodzakelijk om hier preventief op te kunnen inzetten.
De grens tussen jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit is vaak niet duidelijk te trekken. Veel ernstige overlast wordt in het stadsdeel veroorzaakt door jongeren of jongvolwassenen die (zijdelings) betrokken zijn bij criminele activiteiten. Ze hangen rond bij personen of zaken die (vermoedelijk) bij criminele activiteiten betrokken zijn. Of ze worden door buurtbewoners verdacht van betrokkenheid bij criminaliteit. Op een aantal plekken, met name in Slotermeer en Osdorp, is een harde kern aanwezig van oudere jongeren en jongvolwassenen die vermoedelijk betrokken zijn bij drugshandel en ‘High Impact Crime’,22 met daaromheen soms ook nog een groep jongere jongens die aansluiting zoekt bij de oudere jongens. Daarbij vertonen ze overlast gevend gedrag. In de Wildemanbuurt is dit beeld nog grimmiger door aanwezigheid van zware criminelen met zelf een verleden in criminele jeugdgroepen. Hier ligt ook een relatie met de eerdergenoemde woonfraude waarbij woningen gebruikt worden voor criminele activiteiten zoals drugs of prostitutie. Sommige woningen fungeren als schuiladres. Buurtbewoners ervaren dit als zeer intimiderend. Ze vinden het vaak moeilijk om deze groepen aan te spreken op hun gedrag. Hetzelfde geldt voor horecazaken waarover verdenkingen zijn op gebied van georganiseerde criminaliteit.
Personen die rondhangen bij een shishalounge met geblindeerde ramen komen zeer intimiderend over op buurtbewoners, zelfs als de daadwerkelijke gedragingen meevallen. Een deel van de (jeugd)overlast kan daardoor vooral worden beschouwd als een gevolg of als zichtbare uitingsvorm van veronderstelde (jeugd) criminaliteit: buurtbewoners klagen over geluidsoverlast en vervuiling, omdat dit aanwijsbare uitingen zijn van de onderliggende problematiek die zij als
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
2 Wonen en een veilige leefomgeving
intimiderend ervaren, maar vaak niet kunnen bewijzen. Deze problematiek lijkt de meest hardnekkige vorm van jeugdoverlast: Op de genoemde locaties speelt vaak al jaren structurele overlast. Daarbij lijkt sprake van overdracht tussen generaties. Na verloop van tijd vormt de jonge aanwas zelf de nieuwe criminele kern. Ook is de rol van de verschillende partijen in de aanpak lastig af te bakenen, omdat de grens tussen overlast en betrokkenheid bij criminaliteit vaag is. Dit is ook het geval met de grens tussen minderjarigen en (jong)volwassenen.
is dat zij met verkeerde dingen bezig zijn. Jongeren die al van jongs af aan geen positief toekomstperspectief hadden. Jongeren die weliswaar een opleiding afronden maar vervolgens geen baan kunnen vinden. Er is discriminatie en kansenongelijkheid, wat zorgt voor een laag vertrouwen in de overheid en een lage meldingsbereidheid. Ook straatschulden komen voor: geld dat geleend wordt van malafide personen, of een schuld die iemand door criminelen ‘opgelegd’ krijgt. Soms liften hele families mee op het criminele geld dat een van de gezinsleden inbrengt, familieleden zwijgen hierover of werken hier volop aan mee.
Aandeel overlast rondhangende jongeren Nieuw–West, wijkniveau
24
Bron: OIS, 2020
22: High Impact Crime zijn delicten met een grote impact op het slachtoffer, diens directe omgeving en het veiligheidsgevoel in de maatschappij. Voorbeelden zijn woninginbraak, straatroof, geweld en overvallen.
25
Zeer zichtbare vormen van jeugdproblematiek en -overlast hebben vaak grote invloed op de veiligheidsbeleving van inwoners van het stadsdeel. Jongeren gedragen zich alsof ze de baas zijn in de buurt. Dit geeft buurtbewoners het gevoel dat de overheid haar grip op de situatie verliest. Op enkele plekken in het stadsdeel, zoals rond het Dijkgraafplein, het Mondriaanplein en de Burg. Van Leeuwenlaan hangen groepen jongeren rond die buurtbewoners, ondernemers of andere jongeren opzettelijk, en op een zeer zichtbare manier treiteren en uitdagen. Enkele plekken in het stadsdeel zijn uitgegroeid tot verzamelplekken voor jongeren uit het hele stadsdeel en de rest van de stad. Dit leidt onder andere tot drukte en overlast op plekken als de Osdorper Ban, Tussen Meer en de Slotermeerlaan. Hier komen jongeren en jongvolwassenen samen om elkaar te zien en gezien te worden. Op deze locaties ontstaat steeds meer drukte en de bijbehorende horecaoverlast lijkt op de problematiek die speelt in het Centrum.
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
2 Wonen en een veilige leefomgeving
2.10 Zichtbare problematiek: overlast groepen jongeren
2.11 Kracht van het stadsdeel Veel bewoners zetten zich met hart en ziel in voor de samenleving. Dit blijkt in Nieuw–West uit initiatieven als Studiezalen, Eigenwijks en Stichting Argan. Dit is voor velen een bron van inspiratie. Ook toen de avondklokrellen in januari 2021 dreigden over te slaan naar Nieuw–West, spanden honderden vrijwilligers zich in om jongeren rustig te houden. Van de 300 heldenspelden die burgemeester Halsema in de stad na de rellen heeft uitgereikt, gingen er 200 naar mensen uit Nieuw–West. Verder zijn in Nieuw–West veel (migranten-)zelforganisaties en vrouwenorganisaties actief. Zij weten doelgroepen te bereiken die moeilijk bij overheid en hulpverlening in beeld komen. Deze organisaties versterken bijvoorbeeld ouders met voorlichting over thema’s zoals het risico om verstrikt te raken in de criminaliteit en de schaduwkanten van sociale media. Ook kunnen ze als intermediair optreden richting doelgroepen die kwetsbaar zijn voor uitbuiting of intimidatie. Denk daarbij aan mensen zonder geldige verblijfsstatus, of personen die slachtoffer zijn van geweld in afhankelijkheidsrelaties.
26
2.12 De veiligheidspartners en het thema ‘veilige leefomgeving’ De verschillende partners waaronder politie, gemeente Amsterdam en OM staan voor de gezamenlijke uitdaging om het veiligheidsvraagstuk op te lossen. De bestuurlijke en ambtelijke druk op de professionals is heel groot, budgetten zijn gering, de beschikbare menskracht is beperkt en de opgave enorm. Capaciteitsgebrek bij partners heeft direct effect op de uitvoering. De afgelopen jaren is bijvoorbeeld de controle op ondernemers in Nieuw–West sterk gedaald. Er missen handhavende partijen in de wijken, waardoor aan (nieuwe) ondernemers geen voorwaarden worden gesteld. De belastingdienst controleert nauwelijks. Zo ontstaat een landschap van criminaliteit en zwarte markt. De afgelopen jaren is geprobeerd de druk op de veiligheidspartners te verminderen door programma’s en projecten in het leven te roepen. Dit gebeurde dan meestal met kortstondige investeringen. Of de interventies waren gericht op het oplossen van incidenten: er ontstond een spreekwoordelijke projectencarrousel. De structurele capaciteit bij de partners op kantoor en op straat zijn op dit moment ontoereikend ten opzichte van de opgave.
27
Kansen voor de jeugd
Opgroeien in een gezin met een lage sociaaleconomische positie en/of migratie achtergrond, heeft ook gevolgen voor de thuissituatie. De kwaliteit van wonen is vaak minder. Kinderen in Nieuw–West groeien vaker op in een kwetsbare buurt. Een lage sociaaleconomische positie en/of migratie achtergrond is ook een belangrijke indicator voor een lager aantal gezonde levensjaren. In Nieuw–West zijn deze achtergrondfactoren en economische en sociale verschillen nog te vaak bepalend voor de mogelijkheden die jongeren hebben om hun toekomst vorm te geven. Zo kiezen nog te veel jongeren uit Nieuw–West voor het snelle geld en het bijbehorend pad richting de criminaliteit. We willen dat Nieuw–West een stadsdeel wordt waarin kinderen dezelfde kansen hebben als kinderen in andere delen van de stad. Dit vraagt om gerichte en omvangrijke matregelen. Op de belangrijkste leefgebieden, bepalend voor de kansen van kinderen en jongeren, wordt een nadere analyse gegeven van Nieuw–West.
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
3
Met de toenemende welvaart van de afgelopen decennia zijn de verschillen in kansen tussen mensen vergroot. Mensen met een lage sociaaleconomische positie en/of migratie achtergrond hebben minder kansen, meer last van discriminatie en minder bestaanszekerheid. Ze worden sterker geraakt door de crisis — in zekerheid én in gezondheid. Deze kansenongelijkheid zien we op alle leefgebieden terug, voor kinderen, jongeren èn voor hun thuisbasis. Voor kinderen in Nieuw–West heeft dit gebrek aan kansengelijkheid grote impact op het genoten onderwijs. Kinderen met gelijke cognitieve competenties eindigen op een ander opleidingsniveau mede door de sociaaleconomische status van hun ouders. Dit verschil neemt toe tijdens de onderwijsloopbaan. Gevolg is dat kinderen uit Nieuw–West vaker de arbeidsmarkt betreden met alleen een korte en/of praktijkopleiding. Maar juist praktisch en kortopgeleiden hebben een structurele lagere werk- en bestaanszekerheid dan hoogopgeleiden.
3.1 Thuisbasis vaker fragiel Kinderen in Nieuw–West groeien vaker dan gemiddeld op in een huishouden met veel problemen. Een thuis waar stress is en waar zorgen zijn over de opvoeding, schulden, werkeloosheid, huiselijk geweld, of criminaliteit van familieleden. De aanwezige voorzieningen en instanties voor hulp sluiten onvoldoende aan op de leefwerelden en informele structuren van Nieuw West. De stapeling van deze problemen in de thuissituatie biedt geen solide basis voor een goede ontwikkeling, voor gezond opgroeien en voor participatie in de samenleving. Zo groeit een kwart van de kinderen en jongeren in Nieuw–West op in een gezin dat leeft op de rand van de armoedegrens. Vaak is men in zo’n gezin ook de Nederlandse taal niet machtig. Kinderen moeten daarom vaak bijspringen, wat kan zorgen voor overbelasting. Soms nemen ze een rol op zich als mantelzorger voor een familielid, bijvoorbeeld bij ziekte, een lichamelijke en/of verstandelijke beperking of bij een verslaving.
28
Een belangrijke indicator voor kansengelijkheid en de sterkte van de thuisbasis is de sociaaleconomische status (SES). Deze staat voor de positie van mensen op de maatschappelijke ladder. Die positie betstaat uit een combinatie van (1) materiële omstandigheden; (2) vaardigheden, capaciteiten en kennis; en (3) het sociale netwerk en de status en macht van mensen in dat netwerk. De SES meten kan bij benadering via inkomen en opleidingsniveau. In Nieuw–West groeit ruim een derde van de kinderen tot 18 jaar op in een gezin met een lage SES. In Geuzenveld/Slotermeer is dit zelfs 44% en in Osdorp en Slotervaart is dit 39%. Er zijn circa 10 buurten in Nieuw–West waar het aandeel rond de helft of nog hoger ligt. Hieronder weergegeven als donkerblauwe buurten.
29
Een maat voor ondersteuning is de kwetsbaarheidsscore, die laat zien over hoeveel hulpbronnen (werk, opleiding, inkomen en gezondheid) de omgeving van een jongere de beschikking heeft. Voor veel jongeren in Nieuw–West is die uitgangspositie niet gunstig. Daarnaast is er een groep jongeren die nu nog niet kwetsbaar is, maar dreigt af te glijden, bijvoorbeeld omdat ze door hun ouders uit huis worden gezet. De grootte van de gezinnen en de kleine, vaak verouderde woningen vormen een belemmering voor jongeren om thuis goed te kunnen leren en zich te ontplooien. In het vorige hoofdstuk zagen we al dat in Nieuw–West circa 10.000 kinderen onder de 18 jaar opgroeien in een groot gezin dat ook nog eens krap woont.
* Lage SES bij jongeren is berekend op basis van inkomen ouders en hoogst opgeleide ouder
3.2 Armoede een hardnekkig probleem Het aantal kinderen in minimahuishoudens in Nieuw–West is al decennia hoger dan gemiddeld in Amsterdam. Het gemiddeld besteedbaar inkomen is lager dan in de rest van de stad. Dit zijn niet alleen huishoudens met een uitkering, maar ook met relatief veel werkende armen. Ondanks het feit dat ze in loondienst zijn of een eigen bedrijf hebben, lukt het ze nauwelijks om rond te komen. Deze huishoudens hebben weinig te besteden. Voor veel huishoudens vormt bijvoorbeeld alleen al de energierekening een groot deel van de maandelijkse lasten. Bovengemiddeld veel huishouden hebben in Nieuw–West betalingsachterstanden bij het overmaken van de huur, de energierekening, verzekeringspremies en belastingen.
Bron: OIS, 2019
Aantallen ‘meest kwetsbare’* jongeren (o t/m 17 en 18 t/m 26 jaar) per stadsdeel
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
3 Kansen voor de jeugd
Aandeel jongeren lage Sociaaleconomische Score (SES)* Nieuw– Aandeel jongeren(o(ot/m t/m1717jaar) jaar)met met lage Sociaaleconomische Score (SES)* West, buurtniveau Nieuw–West, buurtniveau
In Nieuw–West zien we dat ten opzichte van het stedelijk gemiddelde vooral veel jongvolwassenen (18–27 jaar) in de schuldhulpverlening zitten.23 Bron: OIS, 2019
3.3 Gering gebruik specialistische jeugdhulp Percentage ‘meest kwetsbare’* jongeren (o t/m 17 en 18 t/m 26 jaar) per gebied in Nieuw–West
* Zie voor opbouw score ‘meest kwetsbare’ jongeren het Basisbestand Gebieden Amsterdam (BBGA) (OIS)
30
Zoals we eerder zagen, wonen in drie van de vier gebieden van Nieuw–West relatief veel (zeer) kwetsbare jeugdigen. Meer dan het Amsterdams gemiddelde. Desondanks laat het gebruik van (preventieve) jeugdhulp een wisselend beeld zien. In Geuzenveld, Slotermeer, Osdorp en Slotervaart wordt relatief vaker dan in de rest van Amsterdam gebruik gemaakt van preventieve opvoeden opgroeivoorzieningen en jeugdhulp die vanuit het Ouder- en Kindteam (OKT) (m.u.v. Geuzenveld, Slotermeer) wordt geboden. Bij het bereik van
Percentage Vroeg Eropaf meldingen* op aantal huishoudens 2020, per stadsdeel
Bron: OIS, 2019
23: dashboard Coronaimpact gebieden, stand 1 juli 2021
*Betreft meldingen van betalingsachterstanden bij woningcorporaties, Agis, Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam en/of energieleveranciers.
Bron: SHV monitor 2020
31
De onderwijsprestaties van een kind hangen samen met de kwaliteiten van de leerling zelf (zoals IQ) en de kwaliteit van de school en leraren. Maar ook externe factoren zoals stimulatie om te leren vanuit het gezin en een stimulerende, gezonde, veilige leefomgeving zijn van belang. De thuisbasis van een kind speelt op verschillende manieren een bepalende rol bij de schoolloopbaan. Ouders die zelf een goede opleidingen hebben genoten, zien dit als een van de redenen voor hun succes en geven die les mee aan hun kinderen. Ook ouders met voldoende tijd, kennis en fysieke ruimte om het kind te ondersteunen met leren/huiswerk zijn een positieve kracht. Daarnaast is een veilige omgeving met zo min mogelijk stress belangrijk.
Bron: Integrale Monitor Jeugdstelsel Amsterdam, OJZD
Goede start specialistische jeugdhulp zien we dat de gebieden in Nieuw–West laag scoren ten opzichte van het stedelijk gemiddelde. Dit terwijl er in deze gebieden relatief meer (zeer) kwetsbare jeugdigen wonen. Het lagere gebruik van de specialistische jeugdhulpvoorzieningen is een verschijnsel dat we ook in eerdere jaren zagen en heeft waarschijnlijk een culturele achtergrond.
Voor peuters is de thuisbasis de bepalende factor voor hun ontwikkeling. Veel kinderen in Nieuw–West hebben een belemmerende thuisbasis. Gevolg is dat veel kinderen uit gezinnen in Nieuw–West opgroeien op met taal- en ontwikkelachterstanden. Van de 4.000 Amsterdamse peuters met risico op een onderwijsachterstand woont een derde (1.349 kinderen) in Nieuw–West. Dit blijkt ook uit het % VVE-indicaties. Een peuter krijgt een VVE-indicatie (VVE = Vroeg en voorschoolse educatie) bij een risico op een (taal)achterstand. In Nieuw–West krijgt bijna een derde van de peuters (30 t/m 47 maanden) een VVE-indicatie. Peuters met een taalachterstand kunnen deze inlopen door deel te nemen aan VVE. Maar ruim een kwart van de peuters met een VVE-indicatie in Nieuw–West doet dit niet (cijfers 2020). Deze peuters missen de kans om via VVE-deelname de effecten van een gebrekkige opvoeding tegen te gaan en deze achterstand in te halen.
3.4 Veilig thuis te vaak onzeker Voor een gezonde ontwikkeling van kinderen is het belangrijk dat er thuis liefde en aandacht is. Niet ieder kind voelt zich geborgen of heeft een veilig thuis. In 2020 zijn in stadsdeel Nieuw–West 1.403 meldingen gedaan (21% van het totaal aantal meldingen in Amsterdam) van huishoudens met kinderen bij Veilig Thuis. Uit de gebieden Slotervaart, Osdorp en Geuzenveld-Slotermeer komen relatief veel meldingen van een vermoeden van huiselijk geweld.24 Gezinnen die gemeld worden bij Veilig Thuis hebben in veel gevallen te kampen met zware en complexe multi-problematiek. Risicofactoren voor huiselijk geweld zijn onder andere armoede, werkloosheid, overmatig drankgebruik, opvoedstress en psychische problematiek bij de ouders. De gevolgen van huiselijke geweld in een gezin zijn vaak groot: traumaklachten bij de ouder, onveilige hechting tussen ouder en kind, emotionele onveiligheid van kinderen, een internaliserend (trauma) en externaliserend probleemgedrag (criminaliteit, middelengebruik) bij kinderen25.
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
3 Kansen voor de jeugd
3.5 Schoolloopbaan vol met hindernissen
Jeugdhulpgebruik in de 4 gebieden van stadsdeel Nieuw–West, 2020
Bassischool De achterstandspositie van kinderen in Nieuw–West is bij veel kinderen ook nog zichtbaar op de basisschool. Zo heeft 44% van de basisschoolleerlingen in Nieuw–West een potentiele leerachterstand als we kijken naar het ouderlijk opleidingsniveau en huishoudinkomen.
Bassischooladviezen Helaas nemen de verschillen tussen kansrijke en kansarme kinderen tijdens de schoolloopbaan eerder toe dan af. Het lukt de jeugd in Nieuw–West niet om het beste uit zichzelf te halen. Naast de thuissituatie zijn de grootste knelpunten voor een goede onderwijscarrière bij kinderen de overgangsmomenten en de kwaliteit van het onderwijs, inclusief het lerarentekort.
Amsterdamse leerlingen met een potentiële onderwijsachterstand in het (speciaal) basisonderwijs naar woongebied, percentages schooljaar 2019/’20
32
24: G GD rapport Sterk en Zwak in Amsterdam – Jeugd (2021). Rapport 25: Onderzoeksrapport: Een kwestie van de lange adem, Verwey-Jonker instituut (2020)
Bron: DUO/OJZ, 2019
33
Bovendien blijkt dat verschillen tussen scholen met eenzelfde percentage doelgroep leerlingen groot kunnen zijn. In Nieuw–West zijn er bijvoorbeeld een aantal scholen met een zeer hoog % doelgroep leerlingen (80%). Het percentage Havo/Vwo-adviezen verschilt tussen deze scholen aanzienlijk, van een zeer lage 20% tot een enigszins acceptabele 50%. Dit is een indicatie van een verschil in kwaliteit van onderwijs tussen de scholen. Anders gezegd: er zijn scholen die onder de maat presteren én veel leerlingen huisvesten met risico’s op achterstanden. Met daarbij de disclaimer dat de scores percentage Havo/ Vwo-adviezen door meerdere factoren bepaald worden, waarvan de kwaliteit van de scholen er een is. Kinderen uit Nieuw–West krijgen lagere schooladviezen vooral door de thuissituatie en verwachtingen op basis van achtergrond (laagopgeleide ouders en/of migratieachtergrond). Onder deze kinderen is meer schooluitval en hun carrièreperspectief is lager. Bovendien speelt het lerarentekort in delen van Nieuw–West en daarmee de kwaliteit van het onderwijs een rol. Het bieden van perspectief voor de jeugd gaat om het doorbreken van deze kansenongelijkheid door al zo vroeg mogelijk (ongelijk) te investeren in gezinnen, kinderen en scholen.
Bron: DUO, bewerking OJZ, 2019
Op welk niveau wordt er onderwijs gevolgd?
Samen Nieuw–West — Waarom een Masterplan?
3 Kansen voor de jeugd
Percentage Havo/Vwo adviezen per school – Nieuw–West
Bron: CBS, bewerking OIS
Al deze factoren dragen bij aan de lagere basisschooladviezen voor kinderen uit Nieuw–West. Zo zien we dat kinderen in Nieuw–West veel minder vaak een vwo-basisschooladvies krijgen (slechts 16% in Nieuw–West tegenover 49% in Centrum en 38% in Zuid). Een andere oorzaak is dat jongeren zonder migratieachtergrond het beter doen dan jongeren met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse migratieachtergrond. Meisjes doen het beter doen dan jongens. Jongeren zonder migratieachtergrond en meisjes volgen vaker een hogere opleiding. Ze kampen minder met schooluitval. Tussen meisjes en jongens binnen migrantengroepen zijn deze verschillen nog groter.26 Voor Nieuw–West betekent dit dat een aanzienlijke groep jongeren op basis van alleen al migratieachtergrond (61% van de jongeren van 0–17 jaar heeft een niet-westerse migratieachtergrond) en geslacht, het risico loopt op onderpresteren in het onderwijs.