CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1. 20240222_Projectnota Baaibuurt West met bijlagen.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 10 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beschikbaar stellen van twee voorbereidingskredieten vooruitlopend op het Investeringsbesluit voor Baaibuurt West en kennisnemen van de Projectnota (VN2024-003826)28.090 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

C 16-062 November 2016

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

Zeeburgereiland Cultuurhistorische verkenning C 16-062 Amsterdam

1

C 16-062 November 2016

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

Inhoud Inleiding

3

1

Beleidskader

4

2

Ontwikkelingsgeschiedenis en cultuurhistorische inventarisatie

5

3

Conclusie en advies

16

Literatuur/bronnen

18

Colofon

18

2

C 16-062 November 2016

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

Inleiding

In het kader van de op te stellen MER voor het Zeeburgereiland is Monumenten en Archeologie (MenA) verzocht te adviseren over de bovengrondse cultuurhistorische waarden die bij de stedenbouwkundige transformatie van het plangebied mogelijk van belang zijn. Dit heeft geresulteerd in een beknopte uiteenzetting van de ontstaansgeschiedenis en een overzicht van de in het gebied aanwezige bovengrondse cultuurhistorische waarden. Voor de ondergrondse cultuurhistorische waarden verwijzen we naar het Archeologisch Bureauonderzoek van MenA. Bij cultuurhistorische waarden gaat het over sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Het is van belang dat cultuurhistorische waarden worden betrokken in de planvorming en worden meegewogen in de besluitvorming over de inrichting van een gebied.

3

C 16-062 November 2016

1

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

Beleidskader

Naar aanleiding van de Modernisering van de Monumentenwet en de wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, d.d.17 juni 2011, staatsblad 5 juli 2011, nr 339) dient per 1 januari 2012 bij het maken van bestemmingsplannen een beschrijving te worden opgenomen “van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden”. In de toelichting van de Bro staat dat dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Dit vermindert de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten omdat aan het belang van de cultuurhistorie dan waarde wordt toegekend via het proces van de ruimtelijke ordening. Voor Amsterdam komt het verankeren van de cultuurhistorie in het proces van ruimtelijke ordening en transformatieopgaven ook aan bod in de Beleidsnota ‘Ruimte voor Geschiedenis’ (vastgesteld 13 april 2005) en ‘Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van Amsterdam’ (vastgesteld 14 november 2011) en in ‘Erfgoed voor de stad, agenda voor het erfgoed in een groeiend Amsterdam’(vastgesteld 5 juli 2016) .

De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland is een geografische uitwerking van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (besluit d.d.21 juni 2010). De kaart geeft in zijn algemeenheid informatie over landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten/monumenten, archeologische verwachtingen en structuurdragers als militaire structuren en historische dijken. Deze informatiekaart is voor wat betreft bovengrondse cultuurhistorische waarden vooral gericht op gemeenteoverschrijdende zaken. Het is daarom niet gericht op de specifiek Amsterdamse waarden, en het geeft daar dan ook geen beeld van.

4

C 16-062 November 2016

2

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

Ontwikkelingsgeschiedenis en cultuurhistorische inventarisatie

1896 Baggerbergplaats Het gefaseerde ontstaan van het Zeeburgereiland voert terug op de aanleg van het Noordzeekanaal (1876). Als onderdeel van de beoogde kanaalwerken werd ten behoeve van de waterhuishouding in 1867 de locatie bepaald voor een afsluitdam met een sluiscomplex - de oranjesluizen uit 1872 - tussen het IJ en de toenmalige Zuiderzee: van de zogeheten Paardenhoek in het noordoostelijk deel van de Stads Rietlanden naar Schellingwoude in Noord. Daarmee stond de eerste, noordwestelijke contour van het eiland op de kaart. Ten gevolge van de planvorming voor de aanleg van de haveneilanden die in en rond de Stads Rietlanden het Oostelijk Havengebied zouden gaan vormen en voor het graven van het Merwedekanaal - het latere Amsterdam-Rijnkanaal - werd het deel van de dam ten zuiden van de Oranjesluizen tussen 1884-1888 naar het zuidoosten verlegd: de huidige Zuider IJdijk, toen nog Schellingwouderdijk geheten, die de westelijke begrenzing van het Zeeburgereiland vormt. In 1893 ontstond met de vier kilometer lange strekdam (de Leidam) die vanaf de Oranjesluizen, haaks op de afsluitdam werd aangelegd, de noordoostelijke begrenzing van het Zeeburgereiland. Deze ‘zeebreker’ vormde de scheiding tussen het steeds ondiepere zuidelijke deel van de Zuiderzee (het huidige IJ-meer) en de uit te baggeren vaargeul naar de Oranjesluizen (huidige Buiten-IJ).

Rijkswaterstaat zocht intussen een plek om baggerslib uit de vaargeul, de oostelijke havenbekkens en het Noordzeekanaal te kunnen bergen. Daarom werd vanaf de zuidpunt van de Zuider IJdijk in oostelijke richting een derde dijk aangelegd die halverwege de strekdam uitkwam, zodat rond 1896 een gesloten driehoekig bassin was ontstaan, bedoeld als baggerbergplaats. De baggerhoop groeide in de loop der jaren en stak op een gegeven moment boven het water uit, waarmee het zogeheten IJ-eiland, later omgedoopt tot Zeeburgereiland, een feit was. Nog aanwezige waardevolle elementen uit deze periode:  Dijklichamen; vooral de westelijke, met buitenberm geprofileerde Zuider IJdijk (vml. Schellingwouderdijk)

Afsluitdijk, uitsnede kaart 1867 (SAA; D10100000034) en omdijking Baggerbergplaats, uitsnede kaart 1896 (SAA: KOKA00278000001)

5

C 16-062 November 2016

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

Links: uitsnede PW-kaart 1907, met de steeds groter wordende baggerhoop, de toenmalige aansluiting van sluizen en gemaal op het Zeeburgereiland en de later vergraven punt die nog herinnerde aan het vroegste dijk tracé (SAA: KOKA00380000001). Rechts: de Oranjesluizen met de later aangelegde grote sluis die aantakt op het Zeeburgereiland (foto Rijkswaterstaat)

Zuider IJdijk in noordelijke richting

1907 Militaire functie Het nieuwe eiland kreeg vanwege de strategische ligging gedeeltelijk een militaire functie. Aan de zuidwestzijde werden vanaf 1907 schietbanen, barakken en een exercitieterrein ingericht. Langs de Zuider IJdijk bouwde het Departement van Oorlog een wachterswoning (nr. 24) en direct hiernaast een schuilloods voor de manschappen, een toiletgebouw en een opslagplaats voor schietschijven. De wachterswoning staat er nog altijd; de schijven- en schuilloods zijn gesloopt, maar op luchtfoto’s zijn de contouren daarvan nog zichtbaar, hetgeen erop duidt dat de fundering nog aanwezig is. In 1916 werd ter plaatse van de tegenwoordige Sportheldenbuurt, aan de noordkant van het eiland, het Marine Vliegkamp Schellingwoude aangelegd, met een hangar en hellingbaan voor watervliegtuigen. In het begin had dit vliegkamp een militaire functie, vanaf 1928 ook een publieke functie als algemeen vliegveld waar zo nu en dan burgervliegtuigen landden. In 1938 werd het vliegkamp in dienst gesteld voor de verdediging tegen de Duitsers. Buiten de militaire zones bouwt Rijkswaterstaat in 1916 (ir. W.G.L. Gelinck) op de Zuider IJdijk vier dienstwoningen voor het personeel van het stoomgemaal, dat tussen de Oranjesluizen en het eiland is gesitueerd.

De woningen zijn ondergebracht in twee dubbele blokken van één bouwlaag met mansardekap waarin per woning een slaapvertrek is ondergebracht met dakkapel. Blijkens een situatietekening bij de bouwaanvraag, vervingen deze nieuwe woningen een tijdelijke houten woning voor vier beambten. 6

C 16-062 November 2016

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

Nog aanwezige waardevolle elementen uit deze periode:  wachterswoning uit 1907, gebouwd door het Departement van Oorlog , Zuider IJdijk 24  de direct achter de wachterswoning in maaiveld zichtbare contouren van de schijven- en schuilloods  twee blokjes dienstwoningen uit 1916, gebouwd door Rijkswaterstaat, Zuider IJdijk 33-39

Uitsneden PW-kaarten van Amsterdam, resp. 1909 en 1921, met daarop aangegeven het exercitie- en schietterrein aan de zuidkant en het latere Marinevliegkamp aan de noordkant (SAA: KAVB00053000001 en UZFA00036000001)

Uitsnede ontwerptekening voor schiet- en exercitieterrein 1907. Figuur 1 toont situatietekening met vlnr: wachterswoning, schuilloods, schijvenloods en privaatgebouw; figuur 2: vooraanzicht en plattegrond wachterswoning; figuur 4: schijvenloods; figuur 5 privaatgebouw (Nationaal Archief)

7

C 16-062 November 2016

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

De wachterswoning, Zuider IJdijk 24; op de luchtfoto zijn in het maaiveld achter dit huis de contouren van de schijven- en schuilloods goed zichtbaar

Situatietekening en bouwtekening van de dienstwoningen voor personeel van het stoomgemaal bij de Oranjesluizen, Rijkswaterstaat, 1915 (Bouwdossier)

Dienstwoningen, Zuider IJdijk 33-39

8

C 16-062 November 2016

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

1940 Duitse bezetting Tijdens de Duitse bezetting in 1940-1945 bouwde de Luftwaffe het bestaande vliegkamp om tot Fliegerhorst Schellingwoude, de grootste vliegbasis voor watervliegtuigen van Nederland. Verspreid over het eiland verrezen tientallen bouwwerken, variërend van zware bunkers tot luchtafweergeschut. Er resteren nog slechts drie Duitse bunkers, zonder hun oorspronkelijke aanaarding ter bescherming en camouflage. Het zijn de grootste nog in Amsterdam aanwezige bunkers, alle in de zuidwesthoek van het eiland: de ‘Gefechtsstand für Fliegerhorst-kommandant’, momenteel in gebruik als clubhuis van een hondenvereniging; een langwerpige bergplaats met aan beide uiteinden toegangsdeuren; en een schuilloods. Bij een van de bunkers is nog een deel van de Duitse wegaanleg aanwezig. In 1941-1943 kwam in het Lozingskanaal het nieuwe gemaal Zeeburg gereed aan Zeeburgerdijk 801 (ontwerp Publieke Werken/J. Leupen; gemeentelijk monument). Dat pompt middels een syphonsluis op de bodem van het AmsterdamRijnkanaal water uit het IJsselmeer ter verversing van het Amsterdamse grachtenstelsel. Op de zuidpunt van de Zuider IJdijk staat boven de inlaat van deze syphonsluis een zogeheten schuifhuis waarin met een schuif de watertoevoer wordt gereguleerd. Aan de overzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal staat een identiek bouwwerk.

Na de oorlog verloor het Zeeburgereiland geleidelijk zijn militaire karakter. De Marine Luchtvaartdienst keerde niet terug, wel was het nog een periode de basis voor Kamp Zeeburg, met een militair hospitaal en schietbanen van de Militaire Kaderschool. In 1968-1970 werden de laatste militaire complexen opgeheven. Nog aanwezige waardevolle elementen uit deze periode:  drie Duitse bouwwerken: een bunker, vermoedelijk voor de commandant, Zuider IJdijk 30; een bergplaats en een schuilbunker  het schuifhuis van de Syphonsluis, onderdeel van het gemaal Zeeburg aan de overzijde van AmsterdamRijnkanaal

Rood omcirkeld: de ‘Gefechtsstand für Fliegerhorst-kommandant’ (boven); de bergplaats (linksonder) en, onder de bomen, de schuilbunker (rechtsonder)

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13976741/1