1. 20240222_Projectnota Baaibuurt West met bijlagen.pdf
Tekst van het document
Ook toetst het college of het bouwplan uit oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Dit is in lijn met de jurisprudentie onder de Wet ruimtelijke ordening dat bij toepassing van een uitwerkingsplicht de goede ruimtelijke ordening werd beoordeeld.
60
Projectnota Baaibuurt West
6 Proces en risico’s 6.1 Juridisch-planologische strategie Voor Baaibuurt West wordt in de volgende fase een Stedenbouwkundig Plan opgesteld waarvoor een Investeringsbesluit wordt genomen.
6.1.1
MER Zeeburgereiland
Het eerder beoogde programma voor Baaibuurt West (zoals ook opgenomen in het geldende bestemmingsplan en beschouwd in de milieueffectrapportage (MER) Zeeburgereiland uit 2018 is opgenomen in de tabel op vorige pagina. Bij de tabel moet het volgende worden aangetekend: • De Sportheldenbuurt is als autonome ontwikkeling opgenomen in de MER, omdat het aantal woningen dat het bestemmingaplan daar mogelijk maakt in 2018 al was gerealiseerd of vergund (circa 2.500 woningen en 88.000 m2 bvo voorzieningen); • Baaibuurt West en Oost zijn zonder woonboten aan de Zuider IJdijk. Dit leidt tot een totaalprogramma voor Zeeburgereiland van 7.069 - 9.740 woningen en 228.103 - 293.267 m2 bvo voorzieningen
6.1.2
Bestemmingsplan Baaibuurt West
Voor Baaibuurt West is het bestemmingsplan ‘Baaibuurt West’ van kracht, zoals door de gemeenteraad vastgesteld op 3 april 2019. In het bestemmingsplan zijn voorlopige bestemmingen opgenomen middels en een uit te werken bestemming na april 2024. Het bestemmingsplan is daarmee gericht op de transformatie van Baaibuurt West. De gronden hebben voorlopige bestemmingen gekregen (zoals Bedrijf-voorlopig, Wonenvoorlopig, Groen-voorlopig etc.), in afwachting van de toekomstige ontwikkeling van het gebied. De voorlopige bestemmingen vervallen (automatisch) 5 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan, op 3 april 2024. Op dat moment krijgen de gronden de definitieve bestemming ‘Gemengd-uit te werken’. De uit te werken bestemming geeft een aantal voorwaarden mee. Zo is een maximaal aantal woningen (900) en een maximaal voorzieningenprogramma (16.200m2 bvo) vastgelegd. De bouwhoogte van gebouwen is begrensd op 80 meter, en bij de uitwerking kunnen regels worden gesteld over de situering van gebouwen, de oppervlakte en vormgeving van hoogbouwaccenten. Ook is een aanvullende hoogbouweffectrapportage voorgeschreven en dient rekening te worden gehouden met natuurverbindingen en cultuurhistorische waarden.
Gemeente Amsterdam
Het in de uitwerkingsregels van het bestemmingsplan opgenomen programma voor de gebiedsontwikkeling van Baaibuurt West is afgestemd op de milieueffectrapportage (MER), die voor de ontwikkeling van het Zeeburgereiland (Milieueffectrapportage Zeeburgereiland 2018, zie lijst met verwijzingen) is opgesteld en de daarvoor doorlopen m.e.r.-procedure. Ten tijde van het vaststellen van dit bestemmingsplan is er bezwaar en beroep aangetekend, dit betrof echter niet een gebruiker of bewoner van het huidige grondexploitatiegebied.
6.1.3
Strategie
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Het oude stelsel van bestemmingsplannen is vervallen. Daarvoor in de plaats is één (tijdelijk) omgevingsplan voor heel Amsterdam gekomen. Een door de gemeente op te stellen gebiedsvisie (in dit geval Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland), samen met het Investeringsbesluit, geeft inzicht in de gemeentelijke ambities en kan dienen als afwegingskader voor de verdere uitwerking van Baaibuurt West. Dit geeft de gemeente optimale sturingsmogelijkheden voor de toekomst. In het stadium van het Investeringsbesluit wordt nader verkend welke juridisch-planologische insteek het meest gewenst is voor de ontwikkelstrategie van Baaibuurt West. Het nu geldende bestemmingsplan geeft immers al ontwikkelruimte voor maximaal 900 woningen en 16.200 m2 bvo aan voorzieningen, terwijl vanwege het womingtekort in Amsterdam, de ambitie ligt op maximaal 1.800 (zie Omgevingsvisie Amsterdam 2050). Bij overschrijding van dat programma is een nieuw ruimtelijk besluit nodig. Dit kan in de vorm van een (gedeeltelijk) nieuw omgevingsplan of een zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij dat besluit worden ook relevante milieuaspecten betrokken. Wanneer dat besluit wordt genomen, hangt af van de te kiezen vorm.
De keuze welk juridisch instrumentarium het beste past bij de ontwikkeling van de Baaibuurt West wordt nader uitgewerkt in het Stedenbouwkunding Plan en bij vaststelling van het Investeringsbesluit voorgelegd aan de Gemeenteraad.
6.2
Uitvoeringsparagraaf
In de Milieueffectrapportage (MER) Zeeburgereiland (Antea Group, 2018) is uitvoerig onderzoek verricht naar alle relevante uitvoeringsaspecten van de ontwikkeling van het Zeeburgereiland tot een gemengd stedelijk gebied, waaronder de Baaibuurt West. Het MER – en de daarin uitgevoerde onderzoe-
61
ken – vormt ook de basis voor de beschrijving van de uitvoeringsaspecten van het geldende bestemmingsplan Baaibuurt West (Gemeente Amsterdam, 2019) en het daarin opgenomen woon/werk programma.
Specifieke aandacht bij de verdere planuitwerking is nodig voor de aspecten akoestiek, externe veiligheid en mobiliteit. De eerstelijns bebouwing heeft grotendeels een geluidsbelasting van boven de 60dB, en deels van boven de 65dB vanwege de IJburglaan en de Zuiderzeeweg. Mogelijk zullen hogere waarden moeten worden vastgesteld of dove gevels moeten worden voorgeschreven.
Met deze documenten bestaat er ruim inzicht in de uitvoeringsaspecten: met de benoemde aandachtspunten, aanbevelingen en voorwaarden op het gebied van bodemkwaliteit, groenstructuur, water en cultuurhistorie wordt bij de planuitwerking voor Baaibuurt West, rekening gehouden. Uit de cultuurhistorische verkenning kan worden opgemaakt dat sprake is van enkele karakteristieke waardevolle elementen die stedenbouwkundige en cultuurhistorische betekenis hebben.
De route gevaarlijke stoffen over de IJburglaan en Zuiderzeeweg leidt mogelijk tot maatregelen voor de Baaibuurt West. Daarbij kan gedacht worden aan de wijze van verkaveling, het bestand maken van gebouwen en objecten tegen effecten van ongevallen met gevaarlijke stoffen, de situering van vluchtroutes, het (vanaf twee zijdes) bereikbaar houden van het gebied voor hulpdiensten en het realiseren van opstelplaatsen en bluswatervoorzieningen. Daarnaast moet een afstand tussen 20-100 meter worden aangehouden tot woongebouwen in verband met de aanwezigheid van het bunkerschip in het Amsterdam-Rijnkanaal. Voor het thema mobiliteit wordt verwezen naar de teksten elders in deze projectnota.
In de periode 2018 t/m 2020 zijn in opdracht van de gemeente Amsterdam aanvullende ecologische (soorten)onderzoeken door Sweco en Endimica verricht. Uit het onderzoek komt naar voren dat het projectgebied een leefgebied vormt voor de aanwezige huismussen. Door de werkzaamheden wordt dit gebied (tijdelijk) ongeschikt voor de huismus, waardoor de nestlocaties verloren zullen gaan. Het projectgebied is daarmee essentieel leefgebied voor de huismus en in die hoedanigheid dan ook beschermd vanuit de Wet natuurbescherming. Het is daarom noodzakelijk om een vergunning/ontheffing aan te vragen, en te verkrijgen, voorafgaand aan de werkzaamheden. Het aanvragen van een vergunning/ontheffing voor het vernietigen van foerageergebied van de vleermuis is alleen noodzakelijk bij het verwijderen van het foerageergebied langs de Zuiderzeeweg. Dit gebied fungeert als essentieel foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis.
Bij de verdere planuitwerking is in elk geval actueel onderzoek nodig op het gebied van akoestiek en luchtkwaliteit. Dit op basis van de meest recente verkeersintensiteiten. Daarnaast zal bij het vervolg moeten worden onderzocht of uitgevoerd onderzoek aanpassing behoeft als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024). Daarnaast wordt bij de uitwerking met een actuele hoogbouweffectrapportage (wind, bezonning, landschappelijke inpassing) uitvoering gegeven aan het gemeentelijk hoogbouwbeleid.
Hoofdlijnenplanning Baaibuurt West Hoofdlijnenplanning Baaibuurt West
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Projectnota / Projectbesluit Stedenbouwkundig Plan / Investeringsbesluit Particpatieproces Juridisch planologisch kader Bouwrijpmaken
Start onderzoeken
Tenderprocedures en bouwenveloppen Ontwerpproces t/m vergunning Uitvoering Eerst mogelijke start ontwikkeling
Figuur 52: Planning ontwikkeling Baaibuurt West
62
Planproces Baaibuurt West Zeeburgereiland
Projectnota Baaibuurt West 1
6.3 Planning & proces 6.3.1 Planning De Baaibuurten wordt gekenmerkt door slappe lagen in de ondergrond. Dat wil zeggen dat voordat gestart kan worden met het woonrijp maken, er zorgvuldig onderzoek gedaan moet worden (start 2024) en bouwrijp moet worden gemaakt om onder andere te voldoen aan de vereiste restzetting (2 tot 3 jaar). Om te kunnen starten met de onderzoeken en bouwrijpmaken dient het gebied uiteraard functievrij en leeg te zijn. In totaal is 4 jaar nodig (onderzoek t/m bouwrijp). De wens is om in 2028 te starten met de ontwikkeling van de Baaibuurt West om daarmee ook te voorzien in een stedelijke behoefte en bij te dragen aan het oplossen van de wooncrisis. Dat betekent dat begin 2025 gestart moet worden met werkzaamheden zoals slopen van gebouwen, verwijderen van verhardingen, kabels en leidingen en kappen van de bomen.
6.3.2
Proces
Zoals reeds eerder benoemd is de daadwerkelijke start van de ontwikkeling van Baaibuurt West niet direct afhankelijk van de ingrepen op de IJburglaan (de Cruciale Mijl). Echter de ontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met de Bestuursopdracht Zeeburgereiland. De besluitvorming over het Ruimtelijk Kader staat vooralsnog gepland in de eerste helft van 2024. Parallel aan het opstellen van de projectnota wordt gestart met fase 3 van het Plaberum, te weten het opstellen van het Stedenbouwkundig Plan (SP). Hierbij zal naast de klassieke onderwerpen speciale aandacht zijn voor onder andere het thema vrije ruimte, de mogelijkheid om ondergronds afvaltransport (OAT) te realiseren en zal ingegaan worden op het specifieke warmtesysteem van de Baaibuurt West. Zodra het SP gereed is (eind 2024) en de huurcontracten beëindigd zijn, kan worden overgegaan tot het functievrij maken van het gebied.
6.3.3
Investeringsbesluiten per fase
Na vaststelling dient de Projectnota als toetsings- en afwegingskader voor de gemeentelijke inzet en investeringen in de volgende fase. In deze fase wordt een bestuurlijk besluit met een concreet programma, ontwerp en gedetailleerde exploitatie voorbereid voor de gewenste transformatie van Baaibuurt West in samenhang met de omgeving. Om tot gefundeerde keuzes en besluiten te komen, worden de hieronder opgesomde voorbereidende acties ondernemen, die resulteren in een Investeringsbesluit:
Gemeente Amsterdam
•
• •
•
•
•
Het opstellen van een programma als uitwerking van de wenselijkheden en mogelijkheden uit het Projectbesluit: ruimtelijk, economisch, duurzaamheid en leefomgeving, sociaal (inclusief niet-woonvoorzieningen) en veiligheid. Het opstellen van een stedenbouwkundig plan en raamwerk openbare ruimte. Het opstellen van een financiële paragraaf met de integrale investeringsopgave en de bijbehorende grondexploitatie. In een concept-grondexploitatie wordt de financiële onderbouwing weergegeven, met een overzicht van de verwachte inkomsten en benodigde investeringen. Het verrichten van nader onderzoek naar de mobiliteitsstrategie, de verkeerssituatie, geluidssituatie op en rondom Baaibuurt West, en zo nodig overige (milieu-) aspecten als flora en fauna, bodem, (grond-) watermodel/systeem en lucht. Het nader uitwerken van onder andere locatie en effect van de geplande hoogbouw, en cultuurhistorische kwaliteiten. Nader onderzoek verrichten naar integratie van duurzaamheidsmaatregelen etc.
6.3.4
Doorlooptijd Gebiedsontwikkeling
Naar verwachting is het gebied medio 2028 functievrij en bouwrijp. Afhankelijk van het uiteindelijke programma kan het gebied in 5 á 6 jaar tijd volledig ontwikkeld worden. In aansluiting hierop kan gestart worden met de voorbereiding en bouw van ongeveer 700 woningen in Baaibuurt Oost vanaf circa 2033.
6.4 Participatie De gemeente Amsterdam betrekt waar mogelijk burgers bij de planvorming van BaaibuurtWest. Zo zijn bewoners, gebruikers, omwonenden en andere geïnteresseerden.in de afgelopen jaren al op verschillende manieren betrokken bij de planvorming voor de buurt. Er is een aantal activiteiten georganiseerd, zoals bijeenkomsten voor het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland en de fiets meet-up Zeeburgereiland op 29 juni 2022. Ook zijn er verschillende enquêtes verstuurd naar bewoners, waaronder een enquête naar de klankbordgroep Baaibuurt West (maart 2022). In 2023 zijn tijdens de inspraak over het Ruimtelijke Kader Zeeburgereiland ook veel reacties over Baaibuurt-West binnengekomen en eind 2023 is de gemeente op initiatief van een groep actieve bewoners en gebruikers in Pakhuis de Zwijger in gesprek gegaan over de ontwikkeling van het gebied.
63
Figuur 53: Bestaande situatie met grens grondexploitatie
64
Projectnota Baaibuurt West
6.5 Ruimtelijke risico’s Op al deze momenten hebben bewoners van Zeeburgereiland aangegeven wat zij belangrijk vinden, wat zij graag terug willen zien in de nieuwe buurt, wat zij graag zouden willen behouden en waar zij zich zorgen over maken. De gemeente heeft hieruit de volgende punten gehoord: • De Baaibuurten hoog stedelijk ontwikkelen: veel woningen en veel niet-woonfuncties; • Geen woningen in de plint; • Ruimte voor ontmoeting (horeca); • Ruimte voor kunstenaars; • Ruimte voor groen: langs de zuidkant van de Baaibuurten, een (rustig) park, behoud van bestaande natuur; • Prioriteit geven aan betere fietsverbindingen; • Goede OV-verbinding realiseren; • Autoluwe/autovrije buurten; • Baaibuurten moeten een rafelrand blijven: behoud van aanwezige creatieve mensen en plekken en huidige sfeer; • Zwemmen (niet tussen boten); • Ruimte voor binnentuinen. Doorgang naar tuinen i.p.v. gesloten blokken. • Aandacht voor woon en eigendomsvormen die gemeenschap stimuleren. Bovenstaande ideeën en suggesties van bewoners tijdens de eerdergenoemde participatiemomenten zijn waar mogelijk overgenomen of door vertaald in deze projectnota. Ook voeret de gemeente persoonlijke gesprekken met bewoners, gebruikers en ondernemers in het gebied over de planning van de ontwikkeling van de stadswijk.
De herontwikkeling van Baaibuurt kent risico’s. Deze zijn voor een groot deel in dit document reeds genoemd, hier worden ze opgesomd. Er zijn risico’s van technische aard; onverwachte obstakels in de ondergrond vanwege het historisch gebruik van het eiland als slibdepot vormen een risico waardoor de saneringskosten hoger kunnen uitvallen dan verwacht. Vanuit stedenbouwkundig perspectief zijn er risico’s die impact hebben op het programma en de openbare ruimte. De ambities en eisen ten aanzien van waterkwaliteit kennen een groot ruimtebeslag vanwege groene oevers. Baaibuurt West is in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (grotendeels) als gemengde stadsbuurt gekwalificeerd met daarbij horende groennormen die een ruimtebeslag leggen op de buurt en daarmee een risico vormen voor de ambitie van de bouw van max. 1.800 woningen met bijbehorend voorzieningen. Het afwijken van de in de Omgevingsvisie bepaalde woonmilieu en de bijbehorende groennormen vereist bestuurlijke besluitvorming na advies van expertiseteam R.O. (Ruimtelijke ordening). In de volgende fase zal duidelijk worden hoe de ambities en eisen ten aanzien van waterkwaliteit zo goed mogelijk verwerkt kunnen worden in het stedenbouwkundig plan in relatie tot het kunnen realiseren van het beoogde programma.
Verder kan de ambitie om een eigenzinnige buurt te ontwikkelen met het daarbij behorende bijzondere programma (kunst & cultuur, een inclusieve woon-werkbuurt en wijkspecifieke en eilandbrede voorzieningen).
Participatie in de komende fase
In een volgende fase (opstellen stedenbouwkundigplan en investeringsbesluit) bouwen we verder op de eerdere participatie en betrekken we opnieuw Amsterdammers. We maken, binnen bepaalde planologische, juridische en stedenbouwkundige kaders, graag gebruik van de creatieve denkkracht uit het gebied. We zien ruimte om mee te denken over concrete thema’s in het stedenbouwkundig plan zoals identiteit, groen, water, de invulling van vrije ruimte en mogelijk nog meer onderwerpen. Daarnaast willen we ook gesprekken voeren over een meer innovatieve wijze van gebiedsontwikkeling en daarbij verschillende vraagstukken met elkaar te verbinden. We willen het stedenbouwkundig plan en de investeringsnota hiermee nog beter maken en meer laten aansluiten op de wensen en behoeften vanuit de stad.
Gemeente Amsterdam
65
Figuur 54: Mogelijk grondgebruik nieuwe situatie
66
Projectnota Baaibuurt West
6.6 Samenvatting financiën 6.6.1 Algemeen De gemeente is in Baaibuurt West grondeigenaar; de grond is in het verleden verworven voor woningbouw. De grond is momenteel door de gemeente verhuurd aan de diverse gebruikers in het gebied, waaronder aan DUWO (studentenwoningen), kunstenaars, kleinschalige bedrijfjes, kermisexploitanten en andersoortige organisaties en gemeenschappen. Op basis van de voorgestelde investeringen en programma in deze projectnota is een financiële business case opgesteld. Deze wordt apart met de projectnota aan het bestuur voorgelegd in bijlage 1 ‘Financiële Paragraaf Projectnota Baaibuurt West’. De volgende paragrafen bevatten een korte samenvatting van deze financiële paragraaf.
De bovenplanse kosten, zoals de bijvoorbeeld de maatregelen/projecten uit het mobiliteitsplan die een relatie hebben met de Baaibuurt West (opwaarderen Amsterdamsebrug, Cruciale Mijl IJburglaan IJburglaan), worden in een aparte grondexploitatie opgenomen. De grondexploitatie van de Baaibuurten West draagt wel bij aan de bovenplanse kosten. Het uitgangspunt bij de ontwikkeling van Baaibuurt West is dat de benodigde grote investeringen in het bouwrijp maken van de grond door de gemeente worden gedaan voordat er erfpacht opbrengsten kunnen worden verwacht (“de kosten gaan voor de baten uit”).
6.6.2. Grondgebruik Het plangebied, vanuit financieel oogpunt ook wel het grondexploitatiegebied genoemd, is weergegeven in figuur 54 op pagina 64. Het oppervlak van het grondexploitatiegebied is circa 10,6 hectare, waarvan in de toekomstige situatie circa 4,4 hectare wordt uitgegeven in erfpacht voor woningbouw/voorzieningen en circa 6,2 hectare wordt ingericht als openbare ruimte (water, groen en wegen).
6.6.3. Programma Voor Baaibuurt West zis de ambitie om maximaal 1.800 woningen te realiseren. De programmering sluit aan op het stedelijk beleid van 40% sociale huur, 40% middensegment en 20% vrijesector. Daarbij wordt rekening gehouden met een substantieel aandeel grotere (gezins-) woningen van meer dan 70 m2 GBO (gebruiksoppervlak). Tevens wordt er rekening gehouden met max. 32.400 m2 bvo (bruto vloeroppervlak) maatschappelijke voorzieningen (school, buurtcentrum etc.) en commerciële voorzieningen (kantoren, bedrijfsruimten en kleinschalige detailhandel).
6.6.4. Grondexploitatie Op basis van de projectnota is een grondexploitatie opgesteld, waarin de indicatieve opbrengsten en kosten in beeld zijn gebracht. De opbrengsten bestaan uit erfpachtopbrengsten van de woningen en maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Voor wat betreft de kosten vormt het bouw- en woonrijp maken van de grond, waaronder het inrichten van de openbare ruimte, de aanleg van bruggen /kademuur/ groene oevers, een belangrijke kostenpost. Een andere belangrijke kostenpost betreft ambtelijke proces- en onderzoekskosten.
Gemeente Amsterdam
67
68
Projectnota Baaibuurt West
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Financiële Paragraaf Projectnota Baaibuurt West (GEHEIM) Bestuursopdracht Zeeburgereiland Quickscan klimaatadaptatie, huidige sitiatie (IB) Cultuurhistoriche verkenning Zeeburgereiland (M&A 2016) Wateronderzoek Zeeburgereiland (Ingenieursbureau Amsterdam)
Verwijzingen 1. Omgevingsplan Amsterdam, deel Baaibuurt West (oude bestemmingsplan Baaibuurt West): https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/viewer/ (documentresult//rechter-paneel:document/NL.IMRO.0363.M1801BPGST-VG01/plekinfo)?id=NL. IMRO.0363.M1801BPGST-VG01 2. Europese Kaderrichtlijn Water (2000): https://www.rivm.nl/kaderrichtlijn-water-krw 3. Integrale Ontwerpmethode Openbare Ruimte (gemeente Amsterdam): https://openresearch.amsterdam/nl/ page/58877/integrale-ontwerpmethode-openbare-ruimte-ioor 4. Ruimte voor de economie van morgen: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/ economie/ruimte-economie/ 5. Omgevingsvisie Amsterdam 2050: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/ stedelijke-ontwikkeling/ 6. Woningbouwplan Amsterdam 2022-2028: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/ stedelijke-ontwikkeling/bouwen/
Gemeente Amsterdam
69
Projectnota Baaibuurt West Ruimte en Duurzaamheid
70
Projectnota Baaibuurt West
BESTUURSOPDRACHT ZEEBURGEREILAND
1. Aanleiding Het Zeeburgereiland maakt, samen met IJburg en Cruquius, deel uit van de groeiende stad aan de oostflank van Amsterdam. Vanwege de goede ligging ín de stad, bínnen de ring, áán de A10 en vanwege de nog aanwezige ontwikkelpotentie staat het Zeeburgereiland centraal in belangrijke ruimtelijke opgaven. Dat biedt vele kansen, maar zet ook de leefbaarheid en bereikbaarheid op het Zeeburgereiland de komende jaren flink onder druk. Als we dat niet tijdig op orde brengen, dan loopt de gebiedsontwikkeling straks vast, ook juridisch. Grote keuzes en investeringen lijken onafwendbaar. Deels zijn die al gemaakt in door de raad vastgestelde plannen, maar voor een belangrijk deel liggen die nog voor ons. Met deze bestuursopdracht wordt gevraagd dit met urgentie verder uit te werken, liefst op modulaire wijze. Met overwegend gemeentelijk grondeigendom biedt het Zeeburgereiland ruimte voor stedelijke woon-werkmilieus met uiteindelijk zo’n 7.200 extra woningen, werkplekken en voorzieningen, bovenop de inmiddels gerealiseerde Sportheldenbuurt met 2.500 woningen. Een verdere intensivering van dit stedelijke programma behoort tot de mogelijkheden. De A10-aansluiting op het eiland biedt kansen voor bepaalde typen bedrijvigheid en logistieke functies.
De energietransitie en de ambities voor een autoluwe stad maken dat steeds meer technische en logistieke voorzieningen een plek op het Zeeburgereiland zoeken. De huidige Bedrijvenstrook is ontoereikend voor deze ruimtevraag. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om deze functies slim te stapelen, zodat er ruimte blijft voor het essentiële groen, sport en recreatie. In het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland zullen integrale oplossingen worden voorgesteld voor deze ruimtelijke opgaven, in overeenstemming met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Het Zeeburgereiland is een knooppunt van belangrijke verbindingen op stedelijk en bovenstedelijk niveau. Het is dé autotoegang tot het centrum, het Oostelijk Havengebied, Oost en IJburg vanaf de A10. De Schellingwouderbrug verbindt het Zeeburgereiland bovendien met stadsdeel Noord. Centraal op het eiland ligt het tracé van de IJtram met twee haltes, de essentiële en steeds vollere ov-verbinding tussen het centraal station, Zeeburgereiland en IJburg. Daarnaast rijdt er een belangrijke bus van Noord naar Oost via het Zeeburgereiland. Voor de fiets is de Amsterdamsebrug de enige vaste verbinding naar het centrumgebied en Oost. De Schellingwouderbrug verbindt het Zeeburgereiland voor de fiets met Noord.
De integrale gebiedsontwikkeling van het Zeeburgereiland tot een ‘complete stad’ zoals omschreven in onder meer de omgevingsvisie, gecombineerd met genoemde steeds drukker wordende vervoersrelaties, wordt urgent. Daarom wordt gewerkt aan het project Cruciale Mijl IJburglaan, het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland, een inpandige tramstalling en de ‘Verbinding Zeeburgereiland (Amsterdamsebrug)’. Deze projecten hangen sterk met elkaar samen en vereisen een gezamenlijke, integrale blik, op basis van de nieuwste inzichten. Korte termijn-maatregelen voor leefbaarheid en groen, en ter verbetering van de doorstroming voor fiets, openbaar vervoer en auto, zijn daar onderdeel van.
pag. 1
2. Planproducten en studies tot nu toe Het in deze bestuursopdracht aangekondigde Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland wordt in feite de opvolger van het in 2005 door de Raad vastgestelde ontwikkelingsplan Zeeburgereiland. Meer recent zijn de volgende planproducten met betrekking tot genoemde deelopgaven vastgesteld: 1. 2. 3. 4. 5.
HOV oostflank, PBI 1, B&W, feb 2018 Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg, B&W, mei 2018 Startnotitie Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland, B&W, 11 feb 2020 Startnotitie Cruciale Mijl, PBI 1, B&W, juni 2020 Startnotitie Verbinding Zeeburgereiland (Amsterdamsebrug), PBI 1, besluit wethouder Verkeer, okt 2020.
Deze bestuursopdracht ligt in het verlengde van met name de startnotitie Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland, tot nu toe het meest integrale product voor het hele eiland. De bestuursopdracht is bedoeld als aanscherping, om integraal te kijken naar alle mobiliteitsopgaven in combinatie met een hoogwaardige ruimtelijke ontwikkeling. Tevens geeft deze bestuursopdracht al voorzichtig inhoudelijke richting, met expliciete aandacht voor faseerbaarheid, met het oog op financiële haalbaarheid en maatregelen op de kortere termijn. Met betrekking tot de financiële haalbaarheid, zijn er belangrijke nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van de situatie bij de vorige planproducten. Enerzijds zijn de verwachte kosten van de groeiende stad sterk gestegen. Het FP 2021 voor IJburg/ZBE is aanzienlijk duurder dan het FP 2019. Daarnaast zijn er mobiliteitsplannen voor andere gebieden opgesteld, met daarin benodigde investeringen van honderden miljoenen. Grotendeels zijn deze even urgent als die voor IJburg/ZBE; de ‘kantelpuntinvesteringen’ in Noord en IJburg vallen in de tijd op hetzelfde moment. Anderzijds is de investeringsruimte in begrotingsprogramma 2 vanaf de begroting 2021 ingeperkt, en kiest het college ervoor om de beperkte ruimte vooral in te zetten voor stad zijn (dus niet voor de groeiende stad).
Reeds toegekende investeringsbudgetten voor de groeiende stad zijn bij de begroting 2022 teruggedraaid. Prioriteren, keuzes maken en zoeken naar goedkopere oplossingen is dus nodig. Anderzijds is in de periode na de Kredietcrisis de les geleerd dat ook in financieel krappe tijden het nadenken over ontwikkelplannen en de daarbij behorende bereikbaarheidsingrepen niet moet worden gestopt. Omdat bij het ontbreken van zulke concrete plannen de bouw van nieuwe stadswijken wordt belemmerd. Deze bestuursopdracht richt zich daarom op het voorbereiden van nieuwe plannen voor de lange termijn zonder daar nu investeringsbesluiten aan te verbinden. Voor de korte termijn worden tijdelijke- en no-regretmaatregelen onderzocht om leefbaarheid en bereikbaarheid zo lang mogelijk in stand te houden. Om vat te krijgen op alle mobiliteitsopgaven in combinatie met een hoogwaardige ruimtelijke ontwikkeling zijn in 2020-2021 diverse studies gedaan die duidelijk maken dat: -
het hier een integrale opgave betreft waarbij keuzes voor deeloplossingen vaak in samenhang met elkaar moeten worden gemaakt, maar waarbij er tegelijk een wens is voor kleinere processtappen en losse no regret-modules;
pag. 2
-
-
-
-
-
-
de opgave voor de fietsbereikbaarheid groot is. Tot 2030 zal het fietsverkeer over de Amsterdamsebrug met 250% toenemen. Opwaardering van de Amsterdamsebrug voor fiets en een definitieve pont ter vervanging van de tijdelijke pont zijn noodzakelijk1; bij het Ruimtelijk Kader de nadruk ligt op het verbeteren van routes voor fietsers, verblijfskwaliteit voor voetgangers, groen, leefbaarheid op korte termijn en intensief ruimtegebruik in alle ontwikkelingen, als tegenhanger van de grote mobiliteitsopgaven met hun grote impact op het eiland; de opgave voor de autobereikbaarheid onverminderd groot is. Op de IJburglaan worden bij het uitblijven van maatregelen diverse knelpunten verwacht in de verkeersafwikkeling. Het grote kruispunt IJburglaan/Zuiderzeeweg (‘Zeeburgerplein’) is naar verwachting vanaf ongeveer 2027 niet meer regelbaar. Voor de aansluitingen met de A10 geldt dat rond 2029/2030, wat waarschijnlijk ook leidt tot filevorming op de A10; de scenario-uitwerking Cruciale Mijl IJburglaan een dubbeldoelstelling kent: (1) het realiseren van een complete stad met ruimtelijke kwaliteit en dubbel ruimtegebruik op het eiland, en (2) verbeterde bereikbaarheid voor alle modaliteiten, voor het eiland zelf en voor de rest van Amsterdam-Oost. Daarmee zijn besluiten over deze ‘Cruciale Mijl’ essentieel voor de toekomst van het Zeeburgereiland.
de investeringen in het gebied voor de periode 2025 – 2035 mogelijk in de orde van grootte van enkele honderden miljoenen euro’s terechtkomen, maar wel faseerbaar zijn in de tijd. Ook staan daar waarschijnlijk deels extra woningbouw-opbrengsten tegenover. de agenda Amsterdam Autoluw en het project “30 in de stad” kansen bieden voor een autoluwer Amsterdam Oost, maar voorlopig een tegengesteld effect hebben voor het Zeeburgereiland, aangezien veel resterend autoverkeer zal blijven samenkomen op de IJburglaan, als onderdeel van het ‘plusnet auto’. Dit onderstreept het belang van maatregelen op de Cruciale Mijl, omdat de Agenda Amsterdam Autoluw er in feite van afhankelijk is.
Programma Update, Notitie Reikwijdte en Detailniveau Parallel aan deze bestuursopdracht is er een Programma Update 2021 van het Programma Bereikbaarheid Zeeburgereiland en IJburg, met conclusies analyse monitor en geactualiseerd maatregelenpakket voor fiets, OV, auto en smart mobility. Onderdeel van de Programma Update 2021 is het geactualiseerde Financieel Perspectief van het Programma Bereikbaarheid Zeeburgereiland en IJburg. Het zwaartepunt van de kosten ligt bij ingrepen op het Zeeburgereiland, waar ook deze Bestuursopdracht over gaat. Deze investeringen betreffen naar verwachting de periode 2026 – 2035. Eveneens parallel aan deze Bestuursopdracht komt er een tervisielegging van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en eerste trechtering van voorkeursalternatieven voor OV en Fiets, voor het project ‘Verbinding Zeeburgereiland’. Bestuurlijke overleggen 14 juni en 21 september 2021 Naar aanleiding van de bespreking van deze uitkomsten met beide verantwoordelijk portefeuillehouders, de portefeuillehouders Ruimtelijke Ordening en Verkeer van het Dagelijks Bestuur Oost en de directeur van de Vervoerregio Amsterdam is op 14 juni jongstleden door de portefeuillehouders aan de verschillende projectteams en het Mobiliteitsprogramma gevraagd om gezamenlijk een bestuursopdracht op te stellen.
Uit oogpunt van budgettaire beperkingen en de behoefte aan inzicht in keuzes is op 21 september jongstleden opdracht gegeven een volwaardig 1-min en een nul-plus scenario toe te voegen aan de twee andere scenario’s van de bestuursopdracht.
1
Mede conform Eindadvies commissie D’Hooghe: Genereus Verbonden.
pag. 3
3. Doelstelling en hoofdvragen De periode tussen de diverse genoemde startnotities en nu heeft nieuwe inzichten opgeleverd en de onderzoeksvraag breder gemaakt, met aanvullende punten zoals leefbaarheid en groen. Qua fietsbereikbaarheid en doorstroming is de urgentie vergroot. Er is meer inzicht in de planning verkregen: voorbereiding en uitvoering gaan heel lang duren en daarom is een strategie voor leefbaarheid, vergroening en bereikbaarheid op de kortere termijn net zo belangrijk. Het doel van deze bestuursopdracht is om inzichtelijk te maken welke keuzes er zijn voor ruimteclaims en maatregelen op het Zeeburgereiland, die bijdragen aan een gebiedsontwikkeling met stedelijke kwaliteit èn verbetering van de bereikbaarheid voor alle modaliteiten, ook op korte termijn. Twee hoofdvragen De eerste hoofdvraag is: stel een ruimtelijk-programmatisch kader op voor de inrichting van het Zeeburgereiland (in navolging van de startnotitie Ruimtelijk kader Zeeburgereiland), waarbij de bereikbaarheidsopgaven en gebiedsontwikkeling integraal worden beschouwd, met bijzondere aandacht voor korte termijn maatregelen, leefbaarheid en groen waar we sowieso geen spijt van kunnen krijgen (no-regret).
Geef bij elk scenario aan welke faseringen in deelprojecten er mogelijk zijn, met welke besluiten en eindbeelden (voor scenario-overzicht zie bijlage 1 en 3) Duid de rol van de IJburglaan in het stedelijk netwerk nu en in de toekomst, conform de Omgevingsvisie 2050, de Agenda Amsterdam Autoluw en ’30 in de stad’. Maak kosten- en opbrengstenramingen per scenario en ga op zoek naar alternatieve dekkingsmogelijkheden. Werk de planstudieproducten van de grote infraprojecten, die horen bij de eerste stap in het ontwikkelpad, verder uit. Dit betreft de Cruciale Mijl IJburglaan, de inpandige tramstalling, de Verbinding Zeeburgereiland (Amsterdamsebrug) en de Gebiedsontwikkeling Baaibuurt West. De tweede hoofdvraag is: werk uit wat er gebeurt als we uitgaan van autonome ontwikkelingen met minimale verkeersmaatregelen op kortere termijn (het ‘nul-plus-scenario’, zie scenariooverzicht met kaart in de toelichting). Onderzoek of, en voor hoe lang, kleine en goedkopere maatregelen (deel)oplossingen voor bereikbaarheidsknelpunten kunnen bieden, met behoud van ontwikkelcapaciteit van de buurten.
Geef aan wat dat zou betekenen voor de bereikbaarheid via alle modaliteiten en de ruimtelijke programmering en leefbaarheid; Geef globale kosten- en opbrengstramingen aan voor deze (tijdelijke) situatie; Geef aan in hoeverre bereikbaarheidsproblemen worden uitgesteld, afgewenteld naar elders, verzacht, of niet worden opgelost; Geef aan in hoeverre dit een doorgroeimodel kan zijn, als no-regret en uitbouwbaar tot hogere ambitieniveaus, indien de toekomst daarom vraagt. En wat hier eventueel mee onmogelijk wordt gemaakt.
4. Participatie Het proces start niet blanco. Aan de hand van genoemde studies hebben we al veel inzichten opgedaan. Ook zijn er al veel verschillende voorkeuren uitgesproken, niet in de laatste plaats door
pag. 4
bewoners en belanghebbenden. Deze zijn geïnventariseerd op bijeenkomsten, live en online. Ook zijn er enquêtes gehouden, waarvan de meest recente in maart van dit jaar. Hieruit, en met name uit deze laatste enquête, kunnen we voor het Zeeburgereiland voorzichtig de volgende publieksvoorkeuren distilleren: -
Trambaan naar de noordkant van de IJburglaan Tramremise naar de oostpunt van het Zeeburgereiland Auto’s zoveel mogelijk onder de grond Een smallere IJburglaan met autoluwe buurten Groen langs de zuidkant van de Baaibuurten, liefst spoedig De Baaibuurten hoogstedelijk ontwikkelen, met ook veel niet-woonfuncties Prioriteit voor betere fietsverbindingen.
5. Denkrichtingen Participatie-opbrengsten, onderzoeksresultaten en interne overwegingen (zoals van financiële aard) vormen samen grondslagen voor de denkrichtingen die wij de komende tijd willen hanteren. Verdere participatie en besluitvorming daarover volgen bij latere planproducten. Het gaat om onderstaande, voorlopig nog vrijblijvende denkrichtingen: 1. Stedelijke woonwerkmilieus aan de westkant van het Zeeburgereiland, met het Zeeburgerplein als centrale stedelijke ruimte met meer verblijfskwaliteit. Onderzoek naar verhoging van het programma in de Baaibuurt-West en -Oost ten opzichte van de maxima in het Milieueffectrapport Zeeburgereiland uit 2018; 2. Bedrijven, technische- en logistieke voorzieningen (waaronder inpandige tramstalling) geconcentreerd in de zone langs de A10, welke ongeschikt is voor woonfuncties; 3. Integrale aanpak van de openbare ruimte ter verbetering van verbindingen tussen de buurten, verbeteren van de leefbaarheid langs de hoofdwegen en vergroening van de oevers van het Zeeburgereiland. De ecologische verbindingen (NNN-zones) aan de west- en oostrand van het eiland het liefst combineren met mogelijkheden voor groen en (zwem)recreatie voor bewoners; 4.
Zo vroeg mogelijk in het proces maatregelen nemen, inclusief bereikbaarheidsmaatregelen voor langzaam verkeer, vooruitlopend op de grotere infrastructurele ingrepen en gebiedsontwikkeling op Zeeburgereiland; 5. Bereikbare buurten op Zeeburgereiland en IJburg, doorstroming op de IJburglaan voor fiets, tram en auto , en op de op- en afritten van de A10. Bij de Cruciale Mijl IJburglaan nadruk op de scenario’s nul-plus, 1-min, 1 en 2 (zie scenario-overzicht in de toelichting bijlage 1 en in bijlage 3). De laatste drie scenario’s gaan uit van ontwarring van de knoop IJburglaan-Zuiderzeeweg, met bij voorkeur een tramligging aan de noordzijde van de IJburglaan, passend bij een nieuwe inpandige tramstalling op de Oostpunt. Bij het nul-plus scenario blijft de tramligging sowieso aan de zuidzijde, met de tramstalling op de huidige plek in Baaibuurt-Oost. Er komt dan geen nieuwe tramverbinding langs de Amsterdamsebrug, waarvoor trams in de Baaibuurt gestald moeten worden, maar hooguit verbeteringen voor bus en/of fiets. 6. Grote, onomkeerbare stappen zodanig als mogelijkheid in het Ruimtelijk Kader opnemen dat er op z’n vroegst pas over enkele jaren een definitief besluit over nodig is.
pag. 5
6. Resultaat Bestuursopdracht Het hoofdresultaat zal zijn een door de gezamenlijke betrokken directies en met participatie tot stand gebracht integraal Ruimtelijk kader Zeeburgereiland, inclusief: − visie, programma en ruimtelijk kader per deelgebied, tevens afwegingskader voor ruimteclaims; − mogelijke eindbeelden en ontwikkelpaden IJburglaan (Cruciale Mijl) en inpandige tramstalling, met cruciale civieltechnische interventies en beslismomenten; − hoofdstructuur openbare ruimte; − faseringsstrategie, (adaptieve) modules, korte termijn-maatregelen; − groen- en leefbaarheidsstrategie, met bereikbaarheid langzaam verkeer op korte termijn; − juridisch planologische-/MER-strategie; − financieringsstrategiën met kosten- en opbrengstenramingen, mogelijke dekkingsbronnen en fasering om kosten en dekking in evenwicht te brengen, rekening houdend met het investeringsplafond van het stedelijk mobiliteitsfonds; − participatiestrategie. Het ontwikkelpad voor de komende jaren betreft los van het integrale Ruimtelijk Kader ook verscheidene separate planproducten, waarover te zijner tijd (gefaseerd) separate besluiten volgen. Dat zullen onder meer zijn: -
-
Nota’s van Uitgangspunten Cruciale Mijl (PBI 2) voor fase 1 en voor fase 2) Nota van Uitgangspunten inpandige tramstalling (PBI fase 2) Nota van Uitgangspunten Verbinding Zeeburgereiland (Amsterdamsebrug) (PBI fase 2) Projectnota Baaibuurt West (plaberum fase 2), inclusief voorstel alternatieve locaties kermisexploitanten Herijking Startnotitie parkeergebouw/mobiliteitshub Bedrijvenstrook Zeeburgereiland (PBI fase 1) Stedenbouwkundige visie Oostpunt Zeeburgereiland als onderdeel van visie Zeeburgereiland, met afweging ruimteclaims waaronder afvaloverslag, later landend in Projectnota Oostpunt (plaberum fase 2) Masterplan hoofdnet Kabels en Leidingen Zeeburgereiland.
Planning van de deelresultaten Enkele van deze planproducten worden als eerste uitgewerkt, zoals de plannen voor een groen- en leefbaarheidsstrategie. De verschillende planproducten worden samengevoegd in het overkoepelende Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland, waarmee antwoord wordt gegeven op de twee hoofdvragen ook wat betreft faseringsstrategie. Onder voorbehoud van financiën (zie elders) worden deze najaar 2022 in samenhang/afstemming aan College en Raad voorgelegd, te weten: het Ruimtelijk Kader inclusief faseringsstrategie, voorts de Nota’s van Uitgangspunten van de Cruciale Mijl, de inpandige tramstalling, de OV/fiets Verbinding Zeeburg (Amsterdamsebrug), herijking startnotitie parkeergebouw/mobiliteitshub P+R Zeeburgereiland, Projectnota Baaibuurt-West, Visie Oostpunt en het Masterplan hoofdnet Kabels en Leidingen Zeeburgereiland. Zie ook de infographic in de toelichting.
pag. 6
BIJLAGEN: 1. Toelichting Bestuursopdracht 2. Samenvatting Effectenstudie tramstalling Zeeburgereiland 3. Samenvattingsnotitie Cruciale Mijl
pag. 7
Gemeente Amsterdam
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 1 van 14
Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
Quickscan klimaatadaptatie Baaibuurten Een verkenning van kansen en risico’s op het gebied van klimaatadaptatie
Auteur(s) H. Wildenburg Opdrachtgever J. de Groot Kenmerk 2023-1000371 Status Concept
Opsteller
Goedgekeurd en vrijgegeven
Datum
H. Wildenburg
L. Doodeman
10-01-2023
Gemeente Amsterdam Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 2 van 14
Inhoud Inhoud
2
Samenvatting
3
1
Achtergrond en werkwijze
5
Resultaten
7
2.1 2.2 2.3 2.4
7 10 11 13
2
3
Droogte (grondwater) Hemelwateroverlast Hittestress Overstromingen (waterveiligheid)
Bronnen
14
Gemeente Amsterdam
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 3 van 14
Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
Samenvatting Inleiding De Baaibuurten, gelegen op het Zeeburgereiland in stadsdeel Oost, worden integraal heringericht. In de voorliggende quickscan is een eerste risico-inschatting betreft de vier thema’s van klimaatadaptatie; droogte, hemelwateroverlast, hitte en overstromingen gemaakt. Deze dient om richting te geven aan de planvorming. De risico-inschatting is gebaseerd op de stresstesten klimaatadaptatie die te vinden zijn op maps.amsterdam.nl/klimaatadaptatie [1] en klimaateffectatlas.nl [2]. Resultaten In de onderstaande tabel zijn per thema de resultaten van deze quickscan samengevat en zijn aanbevelingen gegeven. Tevens is, op basis van expert judgement, middels een kleuren gradering aangegeven in hoeverre het specifieke aspect een risico vormt en (extra) aandacht verlangt (rood = groot risico, oranje = matig risico, groen = klein/geen risico).
Thema Droogte
Hemelwater overlast
Hitte
Risico Bevindingen
Aanbevelingen of vervolgstappen
Het risico op droogte in het projectgebied wordt minimaal geschat. In het projectgebied wordt momenteel niet voldaan aan de gemeentelijke ontwateringsnorm van 0,9 m.
1.
Op sommige locaties is een aanzienlijk risico op wateroverlast bij extreme neerslag.
1.
In het gebied is sprake van gematigde tot extreme hittestress.
1.
2.
3.
2.
Er dienen in het gebied maatregelen te worden getroffen om aan de gemeentelijke ontwateringsnorm te kunnen voldoen. Wanneer mogelijk wordt geadviseerd te kiezen voor ophoging van het gebied om te voldoen aan de gemeentelijke ontwateringsnorm. Voor de aanplant van eerste orde bomen is een ontwatering van minstens 1 m wenselijk. In het projectgebied wordt deze ontwateringsnorm momenteel niet gehaald. Om deze reden wordt geadviseerd een groenspecialist aan te haken wanneer nieuwe bomen worden geplant. Aanbevolen wordt bij herinrichting rekening te houden met de huidige knelpunten op het gebied van hemelwater. Actieve infiltratie is in de huidige conditie niet gewenst in verband met de kleine ontwateringsdiepte. Bij toepassing van mitigerende maatregelen zoals ophoging kan infiltratie mogelijk wel worden toegepast. Geadviseerd wordt om bij een nieuwe inrichting een aantal koele plekken te creëren waar bewoners op een hete dag kunnen verblijven. Een koele plek houdt in een wat groter oppervlak met een lagere gevoelstemperatuur (<35 °C). Dit kan worden bereikt door de aanleg van groen en rekening te houden met de hoogte-
Gemeente Amsterdam
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 4 van 14
Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
2.
Overstromi ngen
Het gebied kent geen overstromingsrisico.
1.
2.
3.
4.
breedteverhouding van straten om ventilatie te stimuleren. Aanbevolen wordt om tijdens het ontwerpproces in kaart te brengen of het mogelijk is om de hoofdroutes om te zetten in koele wandel- of fietsroutes. Deze koelte kan worden bereikt door extra bomen of andere beplanting aan te leggen. Pergola’s en groene gevels kunnen veel schaduw bieden waardoor gevels of verharding minder opwarmen. Groene gevels zorgen voor verkoeling van de oppervlaktetemperatuur van de gevel tot wel 16°C aan de buitenmuur en 1,7°C aan de binnenmuren. Daar waar ruimte beperkt is, zijn groene gevels een oplossing. In de winter kunnen groene gevels zorgen voor isolatie wanneer het niet-bladverliezende planten zijn. Aanbevolen wordt om eventuele verhardingstoenames zoveel mogelijk te vermijden. Indien er toch een verhardingstoename plaatsvindt, dient dit gecompenseerd te worden. Wanneer de toename groter is dan 1000 m2 is deze vergunningsplichtig. Demping van oppervlaktewater is altijd vergunningsplichtig en dient 1 op 1 gecompenseerd te worden. Toename van verharding, demping en graven van oppervlaktewater dient te worden opgenomen in de waterbergingsboekhouding Zeeburgereiland. Aanbevolen wordt bij aanpassingen aan het watersysteem rekening te houden met hydraulische knelpunten, bijvoorbeeld krappe duikers, om opstuwing, en eventuele inudatie van het maaiveld vanuit de watergang, te voorkomen.
Aanbevolen wordt om te denken aan meerlaagse veiligheid. Ophogen bouwgrond, vitale infra verhoogd aanleggen of evacuatieplannen opstellen wanneer er verhoogd risico is op overstromingen. Aanbevolen wordt bij herinrichting een balans op te stellen van het verschil in verhardingen in de huidige en toekomstige situatie. Indien er een verhardingstoename plaats vindt kan dit tijdig worden gesignaleerd.
Gemeente Amsterdam Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 5 van 14
1 Achtergrond en werkwijze Achtergrond Het klimaat verandert in Nederland en Amsterdam moet zich hieraan aanpassen. In een groeiende en verdichtende stad is het omgaan met klimaatverandering een urgente opgave. Transformerende gebieden bieden een kans om de stad leefbaar te houden en te maken. Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) [3] heeft klimaatscenario’s opgesteld die inzicht geven in een mogelijk toekomstig klimaat van Nederland. Deze scenario’s verschillen in impact, maar ze laten allen zien dat het weer in Nederland warmer, natter en extremer wordt. De temperatuur stijgt, winters worden natter, piekbuien worden heviger, zomers worden droger en hittegolven gaan vaker voorkomen. De klimaatuitdagingen blijven komen, nu en in de toekomst. Het is de ambitie van Nederland en van Amsterdam om in 2050 Figuur 1.1 effecten zo goed mogelijk voorbereid te zijn op dit veranderende klimaatverandering klimaat. Om dat te bereiken dient de stad robuust en klimaatadaptief ingericht te worden. Deze bindende ambitie is landelijk en gemeentelijk vastgelegd in respectievelijk het landelijke Deltaprogramma Ruimtelijk Adaptatie [4] en in de Amsterdamse Strategie Klimaatadaptatie [5] en de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie.
Werkwijze Deze eerste risico-inschatting is gebaseerd op een analyse van de stresstesten klimaatadaptatie en op normen en richtlijnen op het gebied van klimaatadaptatie. Hieronder is een opsomming gegeven van de stresstesten inclusief de bron ervan en de gehanteerde normen en richtlijnen. Stresstesten: -
Grondwater: projectpeilbuizen geplaatst door Kwinfra, geplaatst tussen 2017 en 2020. Hieruit zijn de Gemiddelde Grondwaterstand (GG), Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) en Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) bepaald. Met behulp van de GHG en de maaiveldhoogte ter plaatse van de peilbuis is de huidige ontwateringsdiepte bepaald. Groeimogelijkheden voor bomen en ander groen zijn erg afhankelijk van deze ontwateringsdiepte. De gemeentelijke ontwateringsnorm is minimaal 0,9 m ontwateringsdiepte t.o.v. de toekomstige GHG (met inachtneming van de klimaatscenario’s van de KNMI). Bij het planten van bomen en ander groen dient altijd een groenexpert te worden betrokken.
-
Hemelwateroverlast: Waternet heeft een hemelwatermodel van de gehele stad doorberekend. Dit is een bui van 60 mm in 1 uur, waarbij het Algemene Hoogtebestand Nederland (AHN) en het huidige rioolstelsel zijn meegenomen. Uit dit model is te halen waar bij de huidige inrichting
Gemeente Amsterdam Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 6 van 14
water oppervlakkig op maaiveld blijft staan, en eventueel voor schade kan zorgen aan woningen, bedrijvigheid of infrastructuur. Inmiddels is het de norm een bui van 70mm in 1 uur te kunnen verwerken, hier is nog geen goed model voor beschikbaar. -
Hittestress: De stresstest van hittestress gebruikt de gemiddelde gevoelstemperatuur (PET) voor 1 juli 2015 tussen 12-18u. Deze dag is door het RIVM geselecteerd als uitgangspunt voor het uitvoeren van de stresstesten voor hitte omdat deze dag wordt gezien als de representatieve 1:1000 hittedag voor de zomerperiode april tot en met september. Dit komt overeen met een kans van 1 op 5,5 jaar voor het huidige klimaat.
-
Overstromingen: Vanuit het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO) [6] zijn overstromingsrisico’s en kansen op te halen op straatniveau.
Gemeente Amsterdam Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 7 van 14
2 Resultaten 2.1 Droogte (grondwater) Om inzicht te krijgen in de huidige grondwaterhuishouding zijn voldoende grondwaterstandsmetingen nodig. De locaties van bij ons bekende peilbuizen zijn in figuur 2.1 gepresenteerd met in tabel 2.1 aangegeven de maaiveldhoogte, gemiddelde grondwaterstand (GG), gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) en de ontwatering (afstand tussen maaiveld en GHG). De gemeentelijke ontwateringsnorm is 0,9 m ontwatering op basis van de toekomstige GHG [7], waarin de klimaatscenario’s zijn meegenomen. Op basis van de grondwaterstandsmetingen in het projectgebied kan worden geconcludeerd dat op veel locaties de grondwaterstand hoog is en momenteel niet wordt voldaan aan de gemeentelijke ontwateringsnorm van 0,9 m.
figuur 2.1 peilbuizen in het projectgebied
Gemeente Amsterdam Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 8 van 14
Tabel 2.1 peilbuizen in het projectgebied
Locatie nr. PB01 PB02 PB03 PB04 PB05 PB06 PB07 PB08 PB09 PB10 PB11 PB12 PB13 Maaiveld 1,37 0,38 0,79 0,76 0,09 1,13 0,32 0,31 0,26 0,32 1,95 0,67 0,5 (m NAP) 2022 GG -0,2 0,09 -0,4 -0,2 -0,4 -0,2 -0,2 -0,1 -0,2 -0,5 2022 GHG -0,1 0,21 -0,1 0,27 -0,3 0,06 -0 0,16 -0,1 -0,4 2022 GLG -0,4 -0 -0,9 -0,6 -0,4 -0,4 -0,4 -0,4 -0,3 -0,5 2022 Max 0,06 0,4 0,04 0,55 -0,2 0,29 0,09 0,33 0,14 -0,4 Ontwatering* 0,44 0,55 0,17 0,86 0,62 0,25 0,29 1,79 0,77 0,93 Locatie nr. PB14 PB15 PB16 pb17 pb18 pb19 pb20 PR_PB01 PR_PB02 PR_PB03 PR_PB04 Maaiveld 0,37 0,77 0,85 0,61 0,45 1,54 1,99 0,82 0,81 0,82 0,85 (m NAP) 2022 GG -0,4 -0,2 0,22 -0 -0,1 -0 -0,24 -0,22 0,01 0,09 2022 GHG -0,3 0,27 0,44 0,14 0,02 0,28 -0,08 -0,09 0,22 0,38 2022 GLG -0,4 -0,6 -0 -0,2 -0,3 -0,3 -0,36 -0,37 -0,18 -0,21 2022 Max 0,18 0,5 0,59 0,28 0,15 0,72 0,13 0,04 0,43 0,59 * Ontwatering 0,68 0,5 0,41 0,47 0,43 1,71 0,9 0,9 0,6 0,47 * De ontwatering is berekend als de afstand tussen de maaiveldhoogte en de huidige Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG).
Het risico op droogte in het projectgebied wordt minimaal geschat. Er is wel een risico op grondwateroverlast en bij eventuele nieuwbouw zullen maatregelen moeten worden getroffen om te voldoen aan de gemeentelijke ontwateringsnorm. Hiervoor is een voorkeursvolgorde vastgesteld van ophogen, aanleg open water, grondverbetering, aanpassen bouwwijze of gebruik en in een uiterst geval toepassen van robuuste ontwateringsmiddelen zoals drainage.
2.1.1 Aanbevelingen Een toekomstbestendig grondwatersysteem gaat droogtestress tegen en draagt daarmee bij aan een klimaatadaptieve stad. Aan de hand van de onderstaande aanbevelingen is dit in het projectgebied en de omgeving te bereiken. 4. 5. 6.
7.
Er dienen in het gebied maatregelen te worden getroffen om aan de gemeentelijke ontwateringsnorm te kunnen voldoen. Wanneer mogelijk wordt geadviseerd te kiezen voor ophoging van het gebied om te voldoen aan de gemeentelijke ontwateringsnorm. Voor de aanplant van eerste orde bomen is een ontwatering van minstens 1 m wenselijk. In het projectgebied wordt deze ontwateringsnorm momenteel niet gehaald. Om deze reden wordt geadviseerd een groenspecialist aan te haken wanneer nieuwe bomen worden geplant. Indien het onhaalbaar blijkt om in dit gebied aan de ontwateringsnorm te voldoen wordt aanbevolen om te kiezen voor soorten (bomen/planten) die resistent zijn tegen hoge grondwaterstanden. Een diversiteit aan soorten verkleind de kans op ziekten en plagen.
Gemeente Amsterdam Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
8.
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 9 van 14
Toepassen van inheemse soorten heeft hierbij de voorkeur. Leidend in de soortkeuze is het Handboek Groen [8]. Indien het onhaalbaar blijkt om in dit gebied aan de ontwateringsnorm te voldoen wordt geadviseerd cunetten onder het straatprofiel aan te leggen, om de afstroming van grondwater te verbeteren.
Gemeente Amsterdam Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 10 van 14
2.2 Hemelwateroverlast In Figuur 2.2 is de waterdiepte bij een bui van 60 mm in één uur gevisualiseerd voor het projectgebied en omgeving. De visualisatie is een resultaat van het neerslag-afvoer model (3Di) van Waternet. Er is nog geen visualisatie beschikbaar van een bui van 70 mm in één uur. Op basis van de visualisatie kan worden geconcludeerd dat het hemelwater over het algemeen goed wordt afgevoerd naar de huidige watergangen. Het grootste aandachtsgebied zijn de grasvelden langs de zuidzijde van de Zuiderzeeweg (rood omcirkeld in de figuur).
Figuur 2.2 waterdiepte [m] binnen het projectgebied bij een bui van 60 mm in één uur.
2.2.1 Aanbevelingen Een toekomstbestendige inrichting voorkomt hemelwateroverlast en draagt daarmee bij aan een klimaatadaptieve stad. Aan de hand van de onderstaande aanbevelingen is dit in het projectgebied en de omgeving te bereiken. 1. 2.
Aanbevolen wordt bij herinrichting rekening te houden met de huidige knelpunten op het gebied van hemelwater. Actieve infiltratie is in de huidige conditie niet gewenst in verband met de kleine ontwateringsdiepte. Bij toepassing van mitigerende maatregelen zoals ophoging kan infiltratie mogelijk wel worden toegepast.
Gemeente Amsterdam Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 11 van 14
2.3 Hittestress De kaart in Figuur 2.4 toont de gevoelstemperatuur (PET) op een warme dag die circa 1 keer per 1.000 zomerdagen voorkomt in het huidige klimaat (onder een zomerdag valt de periode van 1 april t/m 30 september) en dus circa één keer per vijf jaar [9]. Hoe roder, hoe hoger de berekende gevoelstemperatuur. Vanaf 23 °C (PET) is er sprake van lichte (fysiologische) hittestress, vanaf 41°C (PET) is er sprake van extreme (fysiologische) hittestress [10]. In Figuur 2.4 zijn de temperaturen vanaf 29 °C (gematigde hittestress) weergegeven.
Figuur 2.3 PET-klassen thermische perceptie en mate van fysiologische stress [10]
Figuur 2.4 gevoelstemperatuur kaart (PET)
Gemeente Amsterdam Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 12 van 14
In het gebied is sprake van gematigde tot extreme hittestress. In de hittekaart is het effect van de bestaande bomen op de gevoelstemperatuur goed te onderscheiden. Daarnaast is te zien dat in het projectgebied naast een aantal plekken met extreme hittestress (>41°C) ook een aantal koele plekken (<35°C) aanwezig zijn; langs de Zuiderzeeweg en aan de zuidzijde van het projectgebied. Dit is voornamelijk te danken aan het aanwezige groen op deze locaties. De hittestress vindt voornamelijk plaats op de verharde delen van het projectgebied.
2.3.1 Aanbevelingen Het hittebestendig maken van de openbare ruimte draagt bij aan de leefbaarheid van het projectgebied en daarmee de stad. Aan de hand van de onderstaande aanbevelingen is dit in het projectgebied en de omgeving te bereiken. 3.
4.
5.
Het creëren van schaduw is de meest effectieve oplossing om hittestress tegen te gaan. Dit kan het beste door het planten van bomen. Ook lage beplanting (gras/struiken) en groene gevels hebben een verlagend effect op de gevoelstemperatuur. Aanbevolen wordt om de bestaande bomen in stand te houden (mits deze gezond zijn) en daar waar mogelijk extra bomen aan te planten. Met name rondom verblijfsplaatsen zoals een stationsplein, en fiets/wandelpaden. NB. Invallend blad van bomen of bladverliezende heesters zorgt voor een verzuring en verslechtering van de waterkwaliteit. Dit geeft direct nadelige gevolgen voor plantengroei. Het wordt om deze redenen geadviseerd bomen of bladverliezende heesters minimaal vijf meter uit de waterlijn te plaatsen om bladinval, en daarmee verzuring van het water, te voorkomen. Geadviseerd wordt om bij een nieuwe inrichting een aantal koele plekken te creëren waar bewoners op een hete dag kunnen verblijven. Een koele plek houdt in een wat groter oppervlak met een lagere gevoelstemperatuur (<35 °C). Dit kan worden bereikt door de aanleg van groen en rekening te houden met de hoogte-breedteverhouding van straten om ventilatie te stimuleren. Aanbevolen wordt om tijdens het ontwerpproces in kaart te brengen of het mogelijk is om de hoofdroutes om te zetten in koele wandel- of fietsroutes.
Deze koelte kan worden bereikt door extra bomen of andere beplanting aan te leggen. Pergola’s en groene gevels kunnen veel schaduw bieden waardoor gevels of verharding minder opwarmen. Groene gevels zorgen voor verkoeling van de oppervlaktetemperatuur van de gevel tot wel 16°C aan de buitenmuur en 1,7°C aan de binnenmuren. Daar waar ruimte beperkt is, zijn groene gevels een oplossing. In de winter kunnen groene gevels zorgen voor isolatie wanneer het niet-bladverliezende planten zijn.
Gemeente Amsterdam Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 13 van 14
2.4 Overstromingen (waterveiligheid) Locaties binnen een door dijken beschermd gebied kunnen sterk verschillen in overstromingskans [1]. In gebieden met een relatief hoge overstromingskans is het zinvol om het overstromingsrisico nader te verkennen. In de rapportage oppervlaktewatersysteem Sluisbuurt en Zeeburgereiland (2018) is o.a. het risico op inudatie vanuit de watergangen bekeken. Het risico hierop is beperkt, wel werden knelpuntlocaties in het watersysteem geïdentificeerd. Een deel van deze knelpunten (duikers) zijn inmiddels verholpen. Middels de LIWO (Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen) website [6] is een risicoprofiel samengesteld voor dit specifieke gebied. Hieruit komt naar voren dat het gebied geen overstromingsrisico kent en hier dus geen extra maatregelen voor hoeven te worden getroffen.
2.4.1 Aanbevelingen Een toekomstbestendige inrichting voorkomt overstromingen en draagt daarbij bij aan een klimaatadaptieve stad. Aan de hand van de onderstaande aanbevelingen is dit in het projectgebied en de omgeving te bereiken. 5.
Aanbevolen wordt om eventuele verhardingstoenames zoveel mogelijk te vermijden. Indien er toch een verhardingstoename plaatsvindt, dient dit gecompenseerd te worden. Wanneer de toename groter is dan 1000 m2 is deze vergunningsplichtig. Demping van oppervlaktewater is altijd vergunningsplichtig en dient 1 op 1 gecompenseerd te worden. Toename van verharding, demping en graven van oppervlaktewater dient te worden opgenomen in de waterbergingsboekhouding Zeeburgereiland. 6. Aanbevolen wordt bij aanpassingen aan het watersysteem rekening te houden met hydraulische knelpunten, bijvoorbeeld krappe duikers, om opstuwing, en eventuele inudatie van het maaiveld vanuit de watergang, te voorkomen. 7. Aanbevolen wordt om te denken aan meerlaagse veiligheid. Ophogen bouwgrond, vitale infra verhoogd aanleggen of evacuatieplannen opstellen wanneer er verhoogd risico is op overstromingen. 8. Aanbevolen wordt bij herinrichting een balans op te stellen van het verschil in verhardingen in de huidige en toekomstige situatie. Indien er een verhardingstoename plaats vindt kan dit tijdig worden gesignaleerd.
Gemeente Amsterdam Quickscan Klimaatadaptatie Baaibuurten
Concept 10-1-2023 2023-1000371 Pagina 14 van 14
3 Bronnen [1] Klimaatadaptatiekaart Gemeente Amsterdam, https://maps.amsterdam.nl/klimaatadaptatie [2] Klimaateffectatlas, https://www.klimaateffectatlas.nl/ [3] KNMI-klimaatscenario’s, https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/knmiklimaatscenario-s [4] Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, https://www.deltaprogramma.nl/themas/ruimtelijkeadaptatie/deltaplan [5] Strategie Klimaatadaptatie Amsterdam 2020, Strategie Klimaatadaptatie Amsterdam 2020 Pdf [6] Landelijke Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO), WaterRisicoProfiel [7] OPR Omgevingsprogramma Riolering Amsterdam 2022-2027, vastgesteld 15-02-2022 [8] Handboek Groen, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld, 28-10-2020 [9] https://www.rivm.nl/publicaties/ontwikkeling-standaard-stresstest-hitte [10] Matzarakis, A., Mayer, H. & Iziomon, M.G. (1999). Applications of a universal thermal index: physiological equivalent temperature. International journal of biometeorology, 43(2), 76-84.