1. 20211005 EVALUATIE.pdf
Tekst van het document
23
24
5.5.5 Toets Welstand: Basis, historisch en beeldbepalend Tabel 5: Overzicht welstandsadviezen Segment
Totaal aantal Totaal aanvragen beoordeeld
Direct positief
Postief met voorschriften
Negatief
Historisch groot
28
10
1
9
0
Beeldbepalend groot
57
10
2
5
3
Historisch klein en middelgroot
70
21
10
11
0
Beeldbepalend klein en middelgroot
27
20
0
14
6
Groot
110
30
15
10
5
Klein en middelgroot
356
58
0
37
21
Onbemand
64
7
1
3
3
Totaal
712
156*
29
89
38
* Er zijn door de commissie in totaal 166 aanvragen beoordeel. De aanvragen die door hun plaats in de loting niet inhoudelijk zijn behandeld, zijn in deze tabel niet meegenomen.
Om ervoor te zorgen dat alle passagiersvaartuigen passen bij de uitstraling van de Amsterdamse grachten is in 2016 welstandsbeleid voor passagiersvaartuigen opgesteld. Dit beleid is ten behoeve van de uitgifteronde aangepast aan de eisen van verdeling van schaarse vergunningen. Door het vastgestelde beleid te vertalen naar concrete voorschriften sloot de nota beter aan bij de vereiste dat de beoordelingscriteria vooraf kenbaar moeten zijn. Naast deze verduidelijking van het bestaande beleid uit 2017 is tevens een uitwerking gegeven aan de criteria die behoren bij de gereserveerde vergunningen voor historische en beeldbepalende vaartuigen. De Commissie Uiterlijke Kenmerken Passagiersvaart (hierna: de commissie) heeft de aanvragen op basis van dit welstandsbeleid getoetst op de uiterlijke kenmerken van de vaartuigen. Daarnaast heeft de commissie ook beoordeeld of aanvragen in de segmenten Beeldbepalend en historisch voldeden aan de aanvullende eisen die aan historische en beeldbepalende vaartuigen werden gesteld.9 In totaal zijn 38 aanvragen afgewezen op welstandseisen. Dit zijn met name aanvragen geweest in segment klein en middelgroot. Eenentwintig aanvragen in dit segment hebben een negatief welstandsadvies gekregen, dit betrof voornamelijk sloepen. Ook zijn veel aanvragen voorzien van voorschriften.
Deze voorschriften zien op zaken als kleurstelling, nautische toevoegingen zoals kabelaring etc.
9
Deze eisen volgend uit bijlage 1 en 2 bij de Rob
24
25
Toelichting segment Beeldbepalend en Historisch De segmenten Beeldbepalend en Historisch groot en Klein en middelgroot betreffen nieuwe segmenten in het vergunningensysteem. Historische vaartuigen passen in potentie goed in het beeld van de grachtengordel als werelderfgoed. Een historisch vaartuig dient op grond van de ROB gebouwd te zijn voor 1970, is in originele staat en passend in het Amsterdamse straatbeeld. Het gaat hierbij om alle bijzondere vaartuigen die aan de criteria voldoen. Dit zijn in essentie vaartuigen van een type dat altijd al op de grachten heeft gevaren. Dat kan dus een salonboot uit 1930 zijn. Maar ook een sleepboot uit 1920 of een rondvaartboot uit 1950. Beeldbepalende vaartuigen betreffen vaartuigen met een hoge beeldkwaliteit die een historisch basis hebben. Deze vaartuigen hebben of een historische romp en een niet originele opbouw of het kan een vaartuig dat duidelijk verwijdt naar een historisch vaartuig. Daarnaast moet het vaartuig luxe en comfort uitstralen. Er zijn in totaal 110 vergunningen voor de historisch vaartuigen Groot en Klein en middelgroot gereserveerd. Dit betreft geen willekeurig getal. Op grond van een inventarisatie die in samenspraak met de branche is uitgevoerd voer in 2019 ongeveer 110 vergunde historische vaartuigen over de Amsterdamse grachten.
In Nota Varen Deel 1 is als een van de doelen het behoud van diversiteit in aanbod van passagiersvaartuigen opgenomen. Het waarborgen van het aanbod van historische en beeldbepalende vaartuigen is hier een onderdeel van. Met het vaststellen van de 110 vergunningen voor historische vaartuigen en 45 vergunningen voor beeldbepalende vaartuigen wordt dit doel gewaarborgd. De onafhankelijke welstandscommissie toets naast de basis welstand ook of de vaartuigen voldoen aan de eisen die voor deze segmenten gelden.10 Als van de inventarisatie uit wordt gegaan lopen er 29 van 110 vergunningen voor reeds vergunde historische vaartuigen in 2024 af. Bij de beoordeling van de aanvragen is gebleken dat twee reeds vergunde vaartuigen die bij de inventarisatie niet als historisch zijn bestempeld toch aan de eisen voor historiciteit voldoen en een vergunning in een van de twee segmenten historisch hebben gekregen. Voor één vaartuigen is geen aanvraag gedaan voor een historische vergunning. Dit betekent dat er van de lijst reeds vergunde (potentieel) historische vaartuigen er in de eerste tranche 30 vergunningen aflopen. Van deze 30 vergunningen voor historische vaartuigen is er voor 26 een aanvraag voor een historische vergunning ingediend. Van deze 26 hebben er 15 een nieuwe vergunning gekregen. Van de overige 11 hebben er 9 een te lage rangschikking gekregen.
De overige twee vielen af vanwege een onvolledige aanvraag. In totaal kregen 14 historische vaartuigen waarvoor voor de uitgifteronde nog geen vergunning was verleend een vergunning. Deze 14 nieuw vergunde historische vaartuigen voldoen aan de Amsterdamse criteria voor historische vaartuigen, in iedere geval voeren 6 van deze vaartuigen in het verleden al in Amsterdam of zijn hier gebouwd. In totaal is er voor 26 bestaande historische vaartuigen opnieuw een vergunning aangevraagd en zijn er 29 vergunningen verleend. 10
De eisen staan in bijlage 1 en 2 bij de Regeling op het binnenwater.
25
26
Toelichting per segment Historisch groot In dit segment zijn 28 aanvragen gedaan voor 10 beschikbare vergunningen. Alle 10 beoordeelde aanvragen zijn positief beoordeeld. Wel werden aan 9 beoordelingen voorschriften verbonden. Alle verleende vergunningen voor segment Historisch groot zijn voor vaartuigen van het type Rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype. Er zijn in dit segment naast rondvaartboten van het Amsterdamse type (16) ook onder andere 7 grote salonvaartuigen aangevraagd. Een analyse laat zien dat al de beoordeelde vaartuigen al in Amsterdam varen of in het verleden hebben gevaren. Alle vergunningen in dit segment zijn verleend aan drie grote reders. De aan de vergunningen verbonden voorschriften hebben betrekking op eenvoudig aan te passen zaken zoals (formaat van) de belettering en/of kleur. Historisch Klein en middelgroot Van de in totaal 70 aanvragen die in dit segment zijn gedaan waren er 41 voor vaartuigen die omschreven kunnen worden als salonboten. Omdat er geen vaststaande definitie voor salonvaartuigen bestaat wordt in deze evaluatie als definitie voor een salonvaartuig gebruikt: ‘Zorgvuldig afgewerkte en op comfortabel personenvervoer ingerichte vaartuigen met een permanente overkapping over het passagiersgedeelte’. Er zijn 13 aanvragen voor vergunningen gedaan voor sloepen.
De overige 16 aanvragen betroffen een mengeling van andere historische vaartuigen zoals slepers en runabouts. Er zijn voor de beoordeelde vaartuigen geen negatieve adviezen afgegeven. Twee salonvaartuigen die nog geen vergunning hebben in Amsterdam bleken bij de beoordeling door de welstandscommissie niet historisch te zijn. Deze twee aanvragen, beide salonboten, zijn doorgeschoven en vergund in respectievelijk Beeldbepalend en Klein en middelgroot. Bij 11 van de 21 beoordeelde aanvragen zijn wel voorschriften opgenomen, het betreft hier voorschriften over belettering en/of kleur. Voor twaalf van de dertien salonvaartuigen waarvoor de vergunning afloopt in 2024 is opnieuw een aanvraag ingediend. Vier hiervan hebben opnieuw een vergunning gekregen. In totaal zijn er van de 21 beoordeelde aanvragen 6 nieuwe en 4 reeds vergunde salonboten in dit segment gekomen. Conclusie is dat er 12 vergunningen voor historische salonvaartuigen in 2024 aflopen waarvoor opnieuw een vergunning wordt aangevraagd en er in deze ronde voor 10 historische salonvaartuigen een vergunning is verleend. Er zijn deze ronde in dit segment 3 sloepen vergund. Door de eigenaren van historische (salon)vaartuigen en ook de Welstandscommissie is aandacht gevraagd voor het aantal historische vaartuigen van hoge kwaliteit dat niet is vergund in deze uitgifteronde.
Zoals hiervoor is gesteld is de doelstelling van het beleid dat het aantal historische vaartuigen behouden blijft. Dit betekent dat bestaande vaartuigen moeten concurreren met nog niet vergunde vaartuigen van buiten Amsterdam om de schaarse vergunningen. Hierbij kan ook gaan om vaartuigen die van origine wel uit Amsterdam afkomstig zijn. Door de welstandscommissie is verzocht het aantal vergunningen voor historische vergunningen verder te vergroten. Beeldbepalend groot
26
27
In dit segment zijn allerlei typen vaartuigen aangevraagd. Van de 10 beoordelingen waren er 3 negatief. Twee van de drie negatieve beoordelingen hebben betrekking op een vaartuig waarvan meerdere exemplaren in serie zijn ingediend. Dit type is ook in het reguliere segment Groot aangevraagd. Het betreft hier een nieuw vaartuig waarbij geprobeerd is een rondvaartboot het uiterlijk van een salonboot te geven. Het resultaat is een vaartuig dat niet meer past in 1 van beide segmenten en onvoldoende kwaliteit heeft als een nieuw type. Beeldbepalend Klein en middelgroot Bij dit segment zijn relatief veel vaartuigen doorgeschoven, namelijk 16 van de 27 aanvragen. Dit betekent dat in dit segment vaak vaartuigen worden aangevraagd die weliswaar kunnen voldoen aan de basiseisen van welstand maar niet kunnen voldoen aan de criteria om beeldbepalend te zijn. In dit segment zijn geen aanvragen direct positief beoordeeld. De verleende vergunningen hebben allen voorschriften gekregen over hoogwaardige toevoegingen, kleur en belettering. Er zijn 2 negatieve adviezen uitgebracht. Deze hebben betrekking op hetzelfde type vaartuig wat in serie is aangevraagd en 2 keer was ingeloot. Het betrof hier een open sloep, een grotere uitvoering van een reeds vergund vaartuig. Door de uitvergroting raakten de verhoudingen in het ontwerp uit balans.
De 5 positief (met voorschriften) beoordeelde vaartuigen in dit segment zijn een tjalk, een salonboot, twee kleinere houten sloepen en een grotere sloep. Groot In het segment groot zijn, op 1 uitzondering na, alleen maar rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype beoordeeld. De uitzondering betrof een kruising tussen een rondvaartboot en een salonboot. Dit vaartuig is meerdere malen aangevraagd, waaronder ook in het segment Beeldbepalend groot, en heeft een negatief welstandsadvies gekregen op dezelfde gronden In dit segment was het minder vaak noodzakelijk aanvullende voorschriften te stellen dan in de andere segmenten. De afgegeven voorschriften zien op kleur, belettering en in één enkel geval op hoogwaardige toevoegingen. Klein en middelgroot In het segment Klein en middelgroot zijn, op een paar uitzonderingen na, alleen maar open sloepen aangevraagd. Van de 57 beoordeelde vaartuigen hebben er 21 een negatieve beoordeling gekregen. Dit hoge aantal negatieve beoordelingen is afgegeven omdat de vaartuigen hoogwaardige toevoegingen missen en daarmee te weinig aantrekkingskracht hebben. Het betrof doorgaans vaartuigen die rechtstreeks vanaf de productielijn werden ingediend zonder aandacht voor de basis welstandscriteria behorende bij het varen in een historische stad zoals geformuleerd in het welstandsbeleid.
Tevens is opvallend dat alle uiteindelijk positief beoordeelde aanvragen voorschriften meegekregen met betrekking op kleur, belettering en het toevoegen van hoogwaardige elementen. Hieruit kan worden opgemaakt dat de aanvragen (bijna) allemaal tekort schieten op de eis dat er hoogwaardige elementen voor dit type vaartuigen aanwezig moeten zijn. verbeterpunten: Het valt op dat er in het segment Klein en middelgroot en Beeldbepalend klein en middelgroot met name sloepen worden aangevraagd, vaak in een serie van vaartuigen. Het 27
28
niveau van deze vaartuigen wordt door de welstandscommissie vaak als onvoldoende beoordeeld door een gebrek aan hoogwaardige toevoegingen. Er moet derhalve worden bekeken of de eisen die gesteld worden aan vaartuigen moeten worden verhoogd. Een verbeterpunt kan ook zijn het segment beeldbepalend zo te wijzigen dat naast vaartuigen met een historische romp of replica’s van historische vaartuigen ook moderne vaartuigen kunnen deelnemen die hoogwaardige en luxe uitstraling hebben. Luxere vaartuigen die niet aan bod komen in segment Klein en middelgroot kunnen zodoende in het segment Beeldbepalend een plaats vinden. Om voldoende plek te bieden kan overwogen worden een aantal vergunningen uit segment Klein en middelgroot naar segment Beeldbepalend klein en middelgroot over te hevelen. Bij het segment Historisch klein en middelgroot is in deze uitgifteronde een gevarieerd beeld aan vaartuigen vergund die alle een hoge beeldkwaliteit hebben. Uit analyse van de uitgifteronde is gebleken dat er ook een aantal open vaartuigen hebben ingeschreven in segment Historisch klein en middelgroot. Deze vaartuigen zijn eveneens hoogwaardig en historisch, maar er dient gemonitord te worden of dit type vaartuigen de overkapte (salon)vaartuigen zal verdringen. Op dit moment kan niet worden geconcludeerd dat dit het geval is en de diversiteit in dit segment onder druk staat.
5.6.6 Aanpassing welstandsnota Bij de beoordeling zijn een aantal aspecten van de welstandnota naar voren gekomen die voor de volgende uitgifteronde kunnen worden aangepast. De belangrijkste zijn hieronder opgesomd. Op de eerste plaats bleek dat een aantal aanvragen voor open sloepen in het segment Klein en middelgroot vrijwel geen hoogwaardige toevoegingen en/of nautische onderdelen kende, waardoor de aantrekkelijkheid van het vaartuig door simpelheid verloren gaat11. In paragraaf 6.2 van de Welstandsnota is echter opgenomen dat aan een aanvraag voorschriften worden verbonden indien een aanvraag niet voldoet aan één van de in 6.7 g t/m j genoemde onderdelen. In de praktijk heeft dit tot gevolg gehad dat aan een aantal vergunningen een groot aantal voorschriften zijn verbonden om de aantrekkelijkheid van het vaartuig te vergroten. Het doel van de mogelijkheid om voorschriften te geven was om vaartuigen met kleine en eenvoudig te corrigeren tekortkomingen niet zonder meer te hoeven afwijzen. De omvang van de in deze ronde noodzakelijke voorschriften telde echter op tot wat eigenlijk ontwerpaanpassingen dreigen te worden. De welstandsnota zou aangepast kunnen worden om te voorkomen dat het college vaartuigen zonder enige hoogwaardige toevoegingen of nautische onderdelen moet voorzien van al die toevoegingen en onderdelen.
In de welstandsnota is opgenomen dat ongecoat metaal, behalve kleine onderdelen, niet is toegestaan12. Op grond van de welstandsnota is het echter wel mogelijk om een bepaalde kleur voor te schrijven. Het lijkt wenselijk de regels zo aan te passen dat bij vaartuigen van ongecoat materiaal kan worden voorgeschreven dat het metaal alsnog wordt gecoat, zodat de aanvraag op dat punt niet hoeft te worden afgewezen.
11 12
paragraaf 6.7 i van de Welstandsnota paragraaf 6.7e van de Welstandsnota
28
29
Op grond van artikel 3.1.3 Rob, kan een aanvraag worden gedaan voor een vaartuig in meerdere verschijningsvormen (bijvoorbeeld met en zonder wegneembare overkapping). Op grond van paragraaf 3.2 Rob wordt een aanvraag voor een historisch vaartuig dat niet aan de criteria voor een historisch vaartuig voldoet, verleend als beeldbepalend vaartuig, mits het vaartuig wel aan die eisen voldoet. Indien het vaartuig ook niet voldoet aan de eisen voor een beeldbepalend vaartuig, maar wel aan de basiswelstand wordt de vergunning verleend voor het segment waartoe het behoort op grond van het aantal zitplaatsen. De situatie kan zich voordoen dat een aanvraag in twee verschijningsvormen is aangevraagd, maar slechts in één verschijningsvorm voldoet aan het segment waarin het is aangevraagd. In de Rob is nu niet geregeld of de aanvraag dan voor één verschijningsvorm moet worden verleend voor het aangevraagde segment of voor twee verschijningsvormen in een ander segment dan het aangevraagde segment indien beide verschijningsvormen daar wel acceptabel zijn. De Rob zou op dit punt moeten worden aangepast, zodat een vaartuig in dat geval wordt verleend voor één verschijningsvorm in het aangevraagde segment. Dit zal in de regel zo veel mogelijk tegemoet komen aan de wens van de aanvrager.
Mogelijk kan de tweede verschijningsvorm vervolgens nog worden vergund als die verschijningsvorm (in de regel de overkapping) zodanig wordt aangepast dat het passend is bij het vaartuig in het desbetreffende segment. Ook dit vraagt echter een aanpassing van de regelgeving. Door verschillende aanvragers is opgemerkt dat er bij de welstandsbeoordeling onterecht is ingegaan op het interieur van vaartuigen. Dit aspect is bij de beoordeling betrokken bij (voornamelijk) open vaartuigen waarbij het interieur van het vaartuig volledig zichtbaar was voor publiek. In de welstandsnota wordt uitgegaan van het gehele vaartuig en worden geen aparte regels gesteld ten aanzien van het interieur van een vaartuig. Er wordt voorgesteld te onderzoeken of de omvang van de toetsing van het interieur beperkt dient te worden bij volgende rondes. Er ontbreken scheepsbouwkundige omschrijvingen van enkele vaartuigtypen in de bijlage 4 bij de welstandsnota zoals de sloep, salonboot, jol etc. Dit komt omdat het hier niet zozeer om een type vaartuig gaat maar om verzamelnamen van meerdere typen vaartuigen. Gekeken kan worden of er ten behoeve van de compleetheid toch een aantal algemene zaken over deze indelingen gezegd kan worden. In het segment Klein en middelgroot is vooral met sloepen ingeschreven.
Vaak betrof het grotere aantallen van hetzelfde vaartuig dat min of meer rechtstreeks van de productielijn kwam, terwijl ook de verschillen tussen leveranciers relatief beperkt waren. Door deze aantallen kan dit ten koste gaan van (meer unieke) vaartuigen van andere typen. Bekeken moet worden of het wenselijk is het uitgifte systeem hierop aan te passen. verbeterpunt: onderzoeken hoe de welstandsnota op bovenstaande punten aangepast kan worden. 5.6 Besluitvorming Onderdeel van evaluatie is ook het proces en de communicatie rondom de besluiten op de aanvragen voor exploitatievergunningen. De besluiten zijn uiteindelijke op 16 maart 2021 verzonden. Dit betekent dat voor een aantal aanvragers het besluit na de in de Verordening op 29
30
het binnenwater gestelde termijn voor beoordeling is ontvangen. Er zijn 3 ingebrekestellingen ingediend en één dwangsom verbeurt. Dit dient in de volgende uitgifteronde te worden voorkomen. Voor de beoordeling van de aanvragen geldt op grond van de Verordening op het binnenwater (VOB) en periode van 13 weken13. Deze periode kan eenmalig met 8 weken worden verlengd. De periode start nadat een aanvraag is ontvangen. Voor de efficiënte behandeling van de aanvragen is het wenselijk in de VOB op te nemen dat de termijn voor behandeling start nadat de laatste dag van indieningsperiode is verstreken. Op deze wijze kan worden verzekerd dat op alle aanvragen gelijktijdig en binnen de termijn wordt beslist. In de enquête heeft 39% van de respondenten aangegeven dat de (onderbouwing) van het besluit voor hen onvoldoende duidelijk was. Dit gold met name voor die respondenten die geen vergunningen hebben bemachtigd bij deze uitgifteronde. Uit de toelichting op de antwoorden blijkt dat het met name gaat om aanvragers die het niet eens zijn met de reden voor de afwijzing, niet om de begrijpelijkheid van de tekst zelf. verbeterpunt: Behandeltermijn voor alle aanvragen gelijktijdig laten beginnen na afloop van de aanvraagperiode 6
Hoofdstuk 6 - Beoordeling criteria vergunningensysteem In de inleiding zijn op basis van de daar omschreven kaders een aantal criteria geformuleerd waaraan het systeem dient te voldoen. Hieronder wordt gekeken of het systeem aan deze criteria heeft voldaan. De criteria zijn
Toegang voor nieuwkomers Behouden diversiteit op de grachten Gelijke behandeling van alle aanvragers Juridisch houdbaar
Toegang voor nieuwkomers In totaal zijn er 7 vergunningen van de 155 naar vier nieuwe reders gegaan. Dit betreft een beperkt aantal, aangezien in totaal 51 nieuwe ondernemingen 138 aanvragen hebben ingediend. In verschillende schriftelijke reacties van reders is naar voren gebracht dat het relatief kleine aantal vergunningen dat verleend is aan nieuwkomers betekent dat de beleidsdoelen op dit punt niet zouden zijn gehaald. Het vergroten van het aantal nieuwe toetreders op de markt is echter geen doel op zich geweest. Zoals in hoofdstuk 2 is toegelicht, vereist de Dienstenrichtlijn dat vergunningenstelsels die onder haar werking valt toegankelijk zijn voor nieuwkomers. Of en hoeveel toetreding er daadwerkelijk plaatsvindt is hierbij niet van belang mits de regels voor toetreders gelijk zijn aan die van de overige aanvragers en zij door de regels niet worden benadeeld. De Dienstenrichtlijn heeft tot doel een interne markt voor diensten te creëren. Daarvoor is het nodig dat de markten eerst worden opengesteld. In de procedure wordt op geen enkele manier onderscheid gemaakt tussen nieuwkomers of bestaande vergunninghouders. De markt is daarmee feitelijk opengesteld voor nieuwkomers. De reden dat nieuwkomers relatief minder vergunningen hebben gekregen, kan worden verklaard doordat deze groep vaker heeft ingeschreven in segment Klein en middelgroot, waar de kansen lager waren.
Verder zijn de aanvragen van deze groep meer dan gemiddeld buiten behandeling gesteld. Dit kan in de 13
Artikel 1.2.4 van de Verordening op het binnenwater (VOB).
30
31
toekomst wellicht worden beperkt door aanvragers nog uitvoeriger te informeren . Het aantal nieuwkomers kan beïnvloed zijn door de gevolgen van de huidige coronacrisis. Hiernaast kan naast het vergunningenbeleid de beschikbaarheid van faciliteiten als ligplaatsen en op- en afstapplekken een rol hebben gespeeld. Hiervoor wordt op dit moment verder beleid ontwikkeld. Naast nieuwe toetreders is het voor bestaande reders tevens mogelijk geworden om uit te breiden naar nieuwe segmenten. Conclusie: aan het criterium is voldaan. Behouden diversiteit op de grachten Om de diversiteit van het aanbod aan verschillende typen vaartuigen te behouden, zijn verschillende segmenten gecreëerd en is aan die segmenten een aantal vergunningen toegekend. Alle vergunningen in de verschillende segmenten zijn verleend waarmee de van te voren vastgestelde aantallen grote, kleine, historische en beeldbepalende en onbemande vaartuigen een vergunning hebben gekregen. Het is belangrijk hier nogmaals te wijzen op de verplichting het stelsel non-discriminatoir in te richten. In een stelsel mag dwingend worden voorgeschreven hoe een vaartuig eruit moet zien of van welk type het is. Er mag echter niet worden voorgeschreven dat reeds vergunde vaartuigen voordeel hebben.
Dit betekent dat het stelsel er voor zorgt dat er bijvoorbeeld voldoende historische vaartuigen op het Amsterdamse water varen, maar niet dat dit de vaartuigen zijn die nu op de Amsterdamse grachten varen. Er zijn immers ook historische vaartuigen van gelijke of betere kwaliteit buiten Amsterdam. Er is door de branche en de Welstandscommissie gewezen op het aantal hoogwaardige reeds vergunde vaartuigen dat niet opnieuw een vergunning heeft gekregen. Het behouden van de bestaande historische vaartuigen is geen doel in Nota Varen Deel 1. Het is onvermijdelijk bij een systeem van schaarse vergunningen dat niet iedereen die dit wenst een vergunning krijgt. Hoe ingrijpend dit ook is voor de individuele reder heeft dit echter geen nadelige gevolgen voor de diversiteit aan aanbod op het water. Er blijft als gevolg van de segmenten immers een zelfde aantal hoogwaardige historische vaartuigen op de Amsterdamse grachten. Daarnaast dient, zoals in het begin van deze evaluatie is aangegeven, te worden afgewacht hoe de markt zal reageren op de verdeling van de nieuw uit te geven vergunningen. Niet vergunde vaartuigen kunnen immers ten alle tijden worden overgeschreven op andere vergunningen. Dit kan er zelfs toe leiden dat het aantal historische vaartuigen uiteindelijk hoger zal uitvallen toenemen. Conclusie: de diversiteit is in deze uitgifteronde gewaarborgd.
Dit aspect moet vanaf 2024 worden gemonitord. Gelijke behandeling alle aanvragers Bij de behandeling van het nieuwe beleid zijn door de branche en de politiek zorgen geuit over de vraag of het systeem geen voordeel zou opleveren voor grote kapitaalkrachtige reders. Uit de analyse van de uitgifteronde blijkt niet dat reders die voor de uitgifteronde veel vergunningen hadden, voordelen hebben gehad. Als grote reder wordt hier verstaan een reder met meer dan 15 vergunningen. Het blijkt dat grote reders als groep niet meer vergunningen 31
32
hebben aangevraagd dan de groep kleine reders. Ook blijkt de groep grote reders niet meer vergunningen te hebben verkregen, als je dit afzet tegen het aantal vergunningen dat afloopt. De groep grotere reders verliezen als enige groep enkele vergunningen. In de overige groepen reders neemt het aantal vergunningen toe. Dit is waarschijnlijk toe te schrijven aan het maximum aantal aanvragen die voor alle aanvragers gelijk is. Van grote reders lopen verhoudingsgewijs meer vergunningen af per ronde zodat zij verhoudingsgewijs minder aanvragen per verlopen vergunning kunnen indienen. Overzicht 5: verloop eerste tranche naar grootte van de reders Verloop eerste tranche naar grootte van de reders Indeling reders obv huidige vloot
Huidige vloot
166
meer dan 15 51
6 t/m 15 3 t/m 5 1 1 of 2
# aanvragen/ # aflopend
69
4
Tranche 1 aflopend | uitgifte -40
4
77
8
-15
nieuw onbemand
175
1 176
37
163
-6 9
8 70
Vloot na tranche 1
-58
3
54
10 11 -22 22
11
7
7
-1 40
65
76 77
19
157
19 176
bemand onbemand
Er is in de schriftelijke bijdrage van een van de reders gewezen op gewezen dat overinschrijven afbreuk zou doen aan de eerlijke kans van iedere aanvrager in de uitgifteronde. Het college deelt deze zienswijze niet, omdat dezelfde regels voor alle aanvragers gelijk zijn en in de praktijk blijkt dat grote reders niet meer aanvragen doen dan kleinere reders. Het college is wel van mening dat overschrijving leidt tot onnodige kosten bij aanvragers en daarom zoveel als mogelijk moet worden beperkt. Het is niet mogelijk dit 100% te bereiken omdat het doen van een aanvraag niet onnodig mag worden beperkt. Een belangrijke maatregel die nu al geldt betreft het maximum aantal aanvragen. In de volgende uitgifteronde kan daarnaast eventueel worden geëxperimenteerd met een systeem van voorinschrijving. Conclusie: Met het toepassen van het huidige systeem worden geen groepen aanvragers benadeeld. Hiermee wordt aan deze doelstelling voldaan. Wel zorgt het huidige systeem voor onnodige kosten voor aanvragers. Daarom kan in de volgende uitgifteronde eventueel worden geëxperimenteerd met een systeem van voorinschrijving. Hoofdstuk 7 - Conclusie In de voorgaande hoofstukken is het proces van de uitgifteronde systematisch afgelopen. Het stelsel vormt een belangrijke wijziging voor de houders van exploitatievergunningen.
De vergunningen worden nu enkel voor bepaalde tijd uitgegeven en aanvragers zijn in concurrentie met elkaar om een beperkt aantal vergunningen te bemachtigen. Vanwege de belangen van de (toekomstige) reders is er gekozen voor een intensief systeem van tweejaarlijkse uitgifterondes. 32
33
Achter de statistieken zitten echter individuele ondernemers, waarvan sommige een gunstige uitslag hebben ontvangen en andere een ongunstige. Het beeld dat al deze individuele situaties samen laten zien is dat de uitslag geen grote veranderingen teweeg heeft gebracht in de markt als geheel. Er is een beperkt aantal nieuwkomers, terwijl het aantal vergunning bij de groter reders en de kleinere reders redelijk in stand blijft. Er is vanuit de branche aandacht gevraagd voor het overinschrijven. Uit de evaluatie blijkt niet dat overinschrijven tot oneerlijke concurrentie leidt, grote en kleine partijen schrijven met ongeveer hetzelfde aantal aanvragen in. Wel zorgt het voor onnodige kosten. Er zal daarom worden onderzocht of er in de volgende uitgifteronde kan worden geëxperimenteerd met een systeem van voorschrijving. Wat betreft het proces moet worden geconstateerd dat er de nodige punten zijn waarop het systeem beter kan worden gemaakt. De punten zien op het beter informeren van aanvragers door bijvoorbeeld het updaten van handleidingen, gebruiksvriendelijkere aanvraagmodule, betere communicatie tussen aanvragers en gemeente, minder administratieve lasten en op punten een aanpassing van de regels, met name in de welstandsnota. Een opsomming van alle verbeterpunten vindt u in de bijlage bij deze evaluatie.
Daarnaast kan worden verwacht dat de opgedane ervaringen uit de eerste uitgifteronde ertoe zullen leiden dat een tweede uitgifteronde voor zowel gemeente als aanvragers soepeler zal verlopen.
33
34
Bijlage Verbeterpunten evaluatie uitgifteronde exploitatievergunningen 2024 1. De handleiding updaten, met name op het gebied van aan te leveren documenten bij onder andere de Bibob toets. (par. 4.1 en 5.1.2) 2. Duidelijker communiceren over de regels omtrent het stellen van vragen voor en tijdens de aanvraagperiode. (par 4.2) 3. Onderzoek of de verschillende termijnen van betalen van leges en behandelen van aanvragen beter op elkaar kunnen worden aangesloten. Indien dit niet mogelijk blijkt moet de Verordening zo worden aangepast dat betaling van leges geen vereiste meer is voor het in behandeling nemen van een aanvraag. (par. 5.1.1) 4. Bij een volgende uitgifteronde voor de aanvrager (nog) beter inzichtelijk te maken welke documenten er ontbreken. Ook wordt een gespecificeerd uploadveld toe gevoegd voor de aanvulling van onvolledige aanvragen. 5. De loting, indien mogelijk, door en notaris per computer laten uitvoeren. (par 5.5) 6. In geval van opname: bij opdrachtgeving aan de notaris aangeven dat de opname van de loting volledig openbaar gemaakt moet worden. (par. 5.5) 7. Stel vast wat als bewijs van financiering zal worden geaccepteerd. 8. Op te nemen dat voortaan enkel offertes toegelaten worden als aanduiding van de kosten van een vaartuig. (5.6.1) 9.
Onderzoek aan de hand van de bevindingen uit deze uitgifteronde of de Bibob toets ook volgend rondes moet worden toegepast. Indien dit het geval is, richt het systeem zo in dat de Bibob toets na verlening van vergunningen plaatsvindt. (par 5.6.2). 10. Onderzoek of voer de ingebruikname verplichting verder ingevuld dient te worden met een controle op het feitelijk gebruik van de vergunning. (par 5.6.4) 11. Onderzoek of de eisen van welstand die gesteld worden aan open vaartuigen moeten worden verhoogd (par 5.6.5) 12. Het segment beeldbepalend Groot en klein en middelgroot zo te wijzigen dat naast vaartuigen met een historische romp of replica’s van historische vaartuigen ook moderne vaartuigen kunnen deelnemen die hoogwaardige en luxe uitstraling hebben. (par 5.6.5) 13. Onderzoek of wenselijk is vergunningen uit segment Klein en middelgroot naar segment beeldbepalend Klein en middelgroot over te hevelen. (par 5.6.5) 14. Blijven monitoren of de diversiteit in Historisch klein en middelgroot in stand blijft. (par 5.6.5) 15. De welstandsnota aanpassen om te voorkomen dat het college vaartuigen zonder enige hoogwaardige toevoegingen of nautische onderdelen deze onderdelen allemaal moet voorschrijven. (par 5.6.6.) 16.
Aanpassen welstandsnota zodat bij vaartuigen van ongecoat materiaal kan worden voorgeschreven dat het metaal alsnog wordt gecoat, zodat de aanvraag op dat punt niet hoeft te worden afgewezen. (par 5.6.6) 17. De Regeling op het binnenwater aanpassen zodat aanvragen in de segmenten historisch en beeldbepalend wordt verleend in het segment waarvoor is aangevraagd en niet doorschuift naar een ‘lager’ segment in geval de aanvraag daar in meerdere verschijningsvormen kan worden goedgekeurd. (par 5.6.6) 34
35
18. Onderzoeken of de omvang van de toetsing van het materiaalgebruik aan de binnenzijde van vaartuigen beperkt moet worden bij volgende rondes. (par 5.6.6). 19. In de bijlage 4 bij de welstandsnota toevoegen van scheepsbouwkundige omschrijvingen van veelvoorkomende verzameltypen van vaartuigen zoals de sloep, salonboot, jol etc. 20. Regelgeving dusdanig aanpassen dat de behandeltermijn voor alle aanvragen gelijktijdig begint na afloop van de aanvraagperiode. 21. Een vorm van voorinschrijving toevoegen aan het systeem voor de loting. (Hfst 6)
35