1 20210609_ SMP UK_ v2020-web-DEF.pdf
Tekst van het document
31
PAM 1 2008
4
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie Een bouwhistorische waardenkaart voor de stadskern van Amsterdam
Cultuurhistorische context Kaart II Groeikaart van de stadskern
Wat is de cultuurhistorische context waarbinnen het Universiteitskwartier wordt ontwikkeld?
Een diepgaande analyse van de cultuurhistorie van het gebied is nodig om de wordingsgeschiedenis goed te begrijpen, en van belang bij het onderbouwen van de volgende stappen. Hiertoe is een Cultuurhistorische Onderbouwingsrapportage opgesteld1. De voorgestelde aanpassingen in de bebouwde omgeving zijn gestoeld op de analyse en conclusies uit deze rapportage, waarvan de hoofdlijn is weergegeven in dit hoofdstuk.
vormt straks bovendien het hart van het Universiteitskwartier en is daarmee heel bepalend voor de sfeer in het gebied. In dit hoofdstuk wordt dan ook gefocust op het zuidelijk deel van het Universiteitskwartier.
4.1 Inleiding
4.2.1 Binnengasthuisterrein
Ruim zes eeuwen geleden streken de eerste bewoners neer in het gebied dat wij in dit Strategisch Masterplan aanduiden als Universiteitskwartier. Het lag toen nog net buiten de stadsveste (Afb. 1-2).
Fase 1: Kloosters
In het noordelijke deel van het gebied is sinds het ontstaan relatief weinig veranderd. Het zuidelijk deel daarentegen, het huidige Binnengasthuisterrein en het Oudemanhuispoortcomplex, heeft door de eeuwen heen volop transformaties doorstaan. Dit deelgebied
4.2 S tedenbouwkundige en architectonische ontwikkeling
De moerassige grond in het zuiden van de middeleeuwse stad weerhield twee zustergemeenschappen er niet van om in de 14e eeuw een stuk grond aan te kopen en er hun nieuwe kloosters op te richten. (Afb. 3). De kloosters waren van elkaar gescheiden door de Nonnensloot (grofweg ter hoogte van het huidige BG3, de Gasthuisstraat).
Afbeelding 1 (links): 1664 - Kloverniersburgwal 2
6
;t/m1 8;;A;
2;;B
14
kaart II groeikaart stadskern
Afbeelding 2 (rechts): Groeikaart van de stadskern (Gemeente Amsterdam - Bureau Monumenten & Archeologie)
KER K
vermoedelijke ligging stadswallen; stadsmuur bebouwd voor 1350 bebouwd voor 1380
1 Te downloaden op de projectpagina op www.amsterdam.nl/universiteitskwartier
bebouwd en omwald voor 1425
32 18
Meer richting het zuiden verkochten de zusters grond voor de stadstimmerwerf en een brouwerij. Daardoor werd de buitengrens niet meer alleen gedefinieerd door kloosterbebouwing, maar ook door bedrijvigheid en bewoners uit de stad.
Afbeelding 3 (links): Oude (2) & Nieuwe (1) Nonnenklooster van ca. 1389 tot 1578 (bron West8)
De Alteratie in 1578 maakte een einde aan deze besloten, religieuze leefgemeenschappen. De nonnen van beide kloosters mochten nog gedeeltelijk op het complex blijven wonen. Verder werd het voortaan gebruikt als gasthuis (= voorloper en vroegere benaming voor een ziekenhuis of medisch centrum). De boomgaard werd deels bebouwd ten behoeve van het oudemannenhuis.
Het Oude en het Nieuwe Nonnenklooster weken qua ruimtelijke opzet af van de andere delen van de stad. Het was een van de buitenwereld afgesloten gebied en nagenoeg zelfvoorzienend. Niet alleen bakenden waterwegen het gebied af, maar ook werden muren en gebouwen op de kavelgrens geplaatst. Zo ontstond een in zichzelf gekeerde wereld, enkel te betreden via poorten. De inrichting van het kloostercomplex bestond uit smalle gebouwen en een kapel en daar tussenin veelal groene buitenruimten (hof, boomgaard, bleekveld, siertuin, moestuin, kerkhof) (Afb. 4). In de twee eeuwen dat beide kloosters op deze locatie floreerden, veranderde de structuur niet wezenlijk. De ophoging en het bouwrijp maken van grond, vooral bij de Amstel, zorgde voor een vergroting van de besloten kloostergemeenschappen.
Afbeelding 4: Gravure van Oude en Nieuwe Nonnenklooster uit 1729 geeft de situatie uit 1544 weer. Onder in beeld de (Oudemanhuispoort) met daarboven de kapel van het Oude Nonnenklooster. Boven in beeld het Nieuwe Nonnenklooster
Aan de randen van het kloostercomplex werden woningen gebouwd voor de verhuur. Naast de boomgaard (Oudemanhuispoort) aan de Oudezijds Achterburgwal stond bijvoorbeeld een rij woonhuizen. 33
Fase 2: Gasthuis 16e – 19e eeuw Het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis en het Sint Pietersgasthuis werden hier samengevoegd tot het Sint Pietersgasthuis, dat vanaf 1635 het Binnengasthuis werd genoemd. In de eerste drie eeuwen van haar bestaan was het gasthuis gehuisvest in de voormalige kloosterbebouwing. Doordat de grenzen van het complex niet verlegd konden worden, was het gasthuis genoodzaakt tot inbreiding en verbouwing van de kloosters. De middeleeuwse kloosterstructuur met haar smalle, lage bebouwing die bereikbaar was via poorten, interne verbindingen (stegen) en hoven werd stap voor stap verlaten (Afb. 5)
Afbeelding 5 (links): Leupenius 1680
Afbeelding 6 (rechts): 1782 - Oranje: Gasthuis gebouwen (bron West8)
34
Het organisch gegroeide gasthuis behield wel een bepaalde georganiseerde openheid door de aanwezige hoven en binnenplaatsen. Het belang van deze buitenruimten was groot: zij gaven licht en lucht aan de gebouwen en vormden samen met de drooglopen en corridors de verbindingen van het complex. Daarnaast vergemakkelijkten zij de oriëntatie en hadden een functie als bleekveld, boomgaard, of apothekerstuin. De veranderingen die zich aan de randen van het gebied voltrokken waren ingrijpender dan die aan het gasthuis zelf. Aan de Oude Turfmarkt, Kloveniersburgwal en Oudezijds Achterburgwal transformeerde de bebouwing in de loop der eeuwen tot statige huizen (Afb. 6). Het complex zelf hield een besloten karakter, maar de randbebouwing was meer en meer richting de stad georiënteerd.
Eind 18e, begin 19e eeuw werd de roep om renovatie en uitbreiding van het Binnengasthuis steeds sterker. Men had behoefte aan een geheel, een modern complex. In de periode tussen de 16e en de 19e eeuw waren de buitenruimten over het algemeen duidelijk gekaderd door middel van panden, kades, muren en colonnades. Binnen deze structuur werden de verschillende hoven soms formeel, maar vaker productief ingericht als bleekveld, boomgaard of moestuin (Afb. 8-9). Het gebied werd verder gestructureerd door de grachten en waterlopen (Afb. 7).
Afbeelding 7: 1665 - Oude Mannen huis hof, met boomgaard, beelden en bleekveld
Afbeelding 8: 1680 - Afgebakende buitenruimten met bleekveld, begraafplaats, boomgaard etc.
Afbeelding 9: Binnengebied 1782: Hoven & Verbindingen (bron West8)
35
Afbeelding 10 (links): ca.1870 - BG1 & BG2, Transformatie van kleinschalige naar grootschalige typologïen
Afbeelding 11 (rechts): Binnengebied 1913: Hoven & Verbindingen & Institutionele gebouwen (oranje) (bron West8)
Afbeelding 12 (links): BG5 in de jaren 70: het binnenhof in gebruik als parkeerplaats
Afbeelding 13 (rechts): 1981 - goede auto bereikbaarheid, ook voor de ambulances is gewaarborgd
36
19e eeuw De complexe inrichting van het Binnengasthuis leek meer en meer uit de tijd. Met een gefaseerde nieuwbouw tussen 1868 en 1913 (Afb. 10) kwam een einde aan alle bestaande historische bebouwing op het terrein, met uitzondering van de Gasthuispoort. De smalle, lage kloosterbebouwing maakte plaats voor hoge, statig vormgegeven bouwblokken die, door hun symmetrische opzet, vrijstonden in de ruimte, of ruimtelijk die indruk wekten. Het gesloten karakter van het gasthuisgebied bleef behouden. Maar daar waar de kloosterbebouwing architectonisch gezien naar binnen gericht was, kregen de nieuwe gasthuisgebouwen een duidelijke voorgevel, waarbij de hoofdgevel naar de stad, dan wel naar een hof was gericht. De nieuwbouw werd vormgegeven volgens de heersende architectuurstijlen met een indeling volgens het corridor- en paviljoensysteem, waarbij licht, lucht en openheid centraal stonden. Met de overgang naar een vroegmodern ziekenhuis in de loop van de 19e eeuw verdwenen de grachten, colonnades en drooglopen en werd aan de noordzijde de buitenring van het gasthuisterrein wat geopend: er kwam een nieuwe hoofdentree tot het gebied in het verlengde van de Oudezijds Achterburgwal. (Afb. 11) De groei van het ziekenhuis en de daarmee samenhangende intensivering van het gebruik van gebouwen en buitenruimte, deed het gebied geen goed.
Het werd steeds verder volgebouwd met allerhande aan- en bijgebouwen. Met de komst van een bredere brug en de sloop van enkele gebouwen aan de rand, werd het gebied ook voor de auto goed bereikbaar. En zo veranderde het langzaam maar zeker tot een grote parkeerplaats zonder groen (Afb. 12-13).
Fase 3: Universiteit en stad Na het vertrek van het Binnengasthuis ziekenhuis naar het AMC en het vertrek van de Nederlandse Bank werd het Binnengasthuisgebied in de jaren tachtig van de 20ste eeuw grotendeels in gebruik genomen door de Universiteit van Amsterdam. Dit vormde de start van een nieuwe ontwerp, verbouwings- en herinrichtings- campagne. Sinds de jaren ‘70 speelde de gemeente met de gedachte om een deel van het Binnengasthuisterrein ‘terug te geven aan de stad’. Er deed zich nu een kans voor om gehoor te geven aan deze wens en het gebied meer openbaar te maken. De UvA maakte ook een afspraak met de gemeente over een maximum percentage eigenaarschap in dit gebied. Met deze twee uitgangspunten (stedenbouwkundige en programmatische wensen) en na een uitgebreide analyse van de bestaande gebouwen werden er voor de herinrichting van het BG-terrein verschillende stedenbouwkundige modellen opgesteld. (Afb. 14)
Afbeelding 14: Één van de stedenbouwkundige modellen uit de jaren 80
Zo werd een concept gepresenteerd dat doormiddel van de sloop van BG1, BG2, BG3, het anatomiegebouw, gasthuishofwoningen, het Hotel Pays Bas en twee woningen aan Kloveniersbrugwal een grote doorgaande publieke ruimte met een viersprong in alle windrichtingen realiseerde. Het uitgevoerde plan is een stuk soberder en wijkt op cruciale punten af: BG1 blijft ongewijzigd; i.p.v. een oostwest 37
verbinding wordt de noordzuid verbinding gemaakt; maar BG3 blijft wel behouden. Door de introductie van het woonprogramma, de doorbraken en de introductie van doorgaande fietsroutes is de buitenring wel doorbroken en het binnengebied openbaar gemaakt en zoals voorzien, in drie stukken geknipt.
De sociale woningbouw aan de westzijde van de Binnengasthuisstraat is in 1982 opgetrokken naar ontwerp van Paul de Ley. (Afb. 15) Het plein voor de bebouwing van De Ley hield rekening met de bestaande bebouwing van zowel de Tweede Chirurgische Kliniek als de Kinderkliniek. (Afb. 16)
Afbeelding 16: 1990 Introductie van de woningbouw (bron West8)
Afbeelding 15: Woningen Binenngasthuisterrein naar ontwerp van Paul de Ley.
38
In het kader van de tweede belangrijke wens; een gevarieerd stedelijk programma, werd in 1983 op het terrein een crèche gevestigd in de Gasthuiskerk. In hetzelfde kader werd het cultuurcentrum voor Amsterdamse studenten (Crea) gehuisvest in BG 2. (Afb. 17) De 2e Chirurgische kliniek huisvestte onder andere een theaterschool.
BG3 is de laatste grote ingreep die invloed heeft op de stedenbouwkundige setting van het zuidelijke gebied. De vleugel van de kinderkliniek naar ontwerp van Van der Meij werd begin jaren ’90 gesloopt en vervangen door een ovaal paviljoen van Theo Bosch. Het paviljoen is bijna evenwijdig ten opzichte van het Administratiegebouw, eveneens naar ontwerp van Van der Meij, geplaatst en door middel van een tussenlid met trappenhuis (deels nog aanwezig) onder een hoekverdraaiing verbonden met het Administratiegebouw. (Afb. 18)
Afbeelding 17: Crea Cafe
Samen met de faculteiten voor Geesteswetenschappen en Rechten, de Mensa in het Atrium en het Studenten café in gebouw BG5 maakte dit het Oudemanhuis- Binnengasthuisgebied tot dé binnenstad locatie van de UvA.
Afbeelding 18: Verdwenen Kinderkliniek 1989
Met de transformatie van BG5 naar UvA onderwijsgebouw met mensa wordt het gehalveerde hof, zoals ontstaan bij een eerste inbreiding in 1964, verder dichtgebouwd. De oost-westvleugels worden met een dwarsvolume verbonden en daarna verder dichtgebouwd en overkapt. Door het dichtzetten van de hof is de stedelijke eenheid verdwenen en is de directe relatie van de collegezaal in het klinisch ziekenhuis (BG5) en de snijzaal in de Tweede Chirurgische Kliniek (Universiteitsbibliotheek) verloren gegaan.
39
De zuidelijke gevel van de Kinderkliniek liep evenwijdig met de Tweede Chirurgische kliniek, waardoor er een gedefinieerde ruimte ontstond in de vorm van een rechthoekig plein. Bosch heeft in zijn paviljoen de as verschoven, waardoor deze zo goed als evenwijdig aan het Administratiegebouw kwam te staan. (Afb. 19) De doorbraken door het Binnengasthuiscomplex hebben ervoor gezorgd dat de ruimtelijke structuren minder goed omsloten worden en minder duidelijk worden gedefinieerd. Met name de sloop van de Kinderkliniek van Van der Meij heeft een negatieve invloed gehad op de stedenbouwkundige waarde van het Binnengasthuisterrein, vooral ook omdat de bebouwing van De Ley een stedenbouwkundig antwoord was op de Kinderkliniek. De positionering en de vorm van de nieuwbouw van Bosch hebben dit verlies niet opgevuld. (Afb. 20)
Afbeelding 20: Situatie in 1992 (bron West8)
Afbeelding 19: Nieuwbouw paviljoen door Theo Bosch
Verschillende oorzaken legden een zekere druk op het gebruik van de openbare ruimte. Een groot deel van de wensbeelden en idealen uit de jaren ’80 en ’90 die tot openbreken van het Binnengasthuisterrein leidden, bleken niet uitvoerbaar vanuit veiligheidsoverwegingen. Langzaam maar zeker werd de openheid van de Gasthuishoven ook overdag weer teruggedraaid en delen met dode hoeken en verborgen nissen werden met extra hekken steeds meer ingericht op het beheersen van overlast in de stille uren.
40
Afbeelding 21: Ontwerp nieuwe Bibliotheek van MvSA & van Stigt
Na eerdere sloop-nieuwbouw varianten is na fel verzet en beroep op het behoud van de monumenten in 2017 besloten de Tweede Chirurgische kliniek om te bouwen tot Universiteitsbibliotheek (UB) (Afb. 21-22). Hierbij wordt het binnenhof getransformeerd tot atrium. De conversie van het hof tot atrium en de entree aan de binnengebiedszijde zijn de grootste ingrepen geworden. Ook wordt een nieuwbouwdeel gebouwd aan het voormalige Zusterhuis. Hiermee wordt de lege kavel die overbleef na de sloop van Hotel Pays-Bas eindelijk bebouwd.
Afbeelding 22: Ontwerp nieuwe Bibliotheek van MvSA & van Stigt sfeerimpressie binnenhof
41
4.2.2 Oudemanhuispoortcomplex Fase 1: Oudemannenhuis In 1600 verkocht het gasthuis de boomgaard aan het Oudemannenhuis en werd een carrévormig gebouw met binnentuin gemaakt voor oude mannen en vrouwen. Het gebouw was bereikbaar via een oostwest gang en poorten aan de Kloveniersburgwal en Oudezijds Achterburgwal. In de buitenring van het complex stonden zowel huurhuizen van het Oudemannenhuis, als van het Binnengasthuis. De huurhuizen aan de Oudezijds Achterburgwal kregen met de komst van het Oudemannenhuis achtertuinen waardoor het terrein een besloten karakter kreeg.
Afbeelding 23: Oudemannenhuispoort 1754
42
Het Oudemannenhuis werd eind 18e eeuw vernieuwd. Op hetzelfde grondvlak werden vier vleugels rond een binnenplaats gepositioneerd (Afb. 23). De gevels aan de binnenplaats kregen een statig en symmetrisch uiterlijk, geïnspireerd door Franse voorbeelden uit die tijd. Het binnenhof werd ingericht als siertuin en bleekveld (Afb. 24).
Afbeelding 24: Oudemannenhuispoort 1731
Fase 2: Gasthuis, museum en kunstacademie
Fase 3: Universiteit
Vanaf de 19e eeuw liep het aantal oude bewoners terug en werd het complex voor het eerst gedeeltelijk door het Binnengasthuis gebruikt. Tevens huurde de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) een deel en ook het museum Van der Hoop werd in het gebouw gevestigd. De oost- en noordvleugel boven de galerij werden ingericht tot ziekenzalen. De fijnmazige verdeling van kamertjes maakte plaats voor grotere ruimten. De noord- en westvleugel werden verbouwd voor de KABK. Er werden studie- en expositiezalen opgetrokken, waarvan er twee doorliepen tot aan de Slijkstraat. Het museum voegde een aantal grote zalen toe aan de noordkant. De ingrepen aan het gebouw waren voor het overgrote deel interne verbouwingen en inbreiding tussen de buitenring en het carrégebouw. Aan de gezamenlijke bewoning kwam in 1879 een einde toen de Gemeente Universiteit (later de Universiteit van Amsterdam) introk in het gehele Oudemanhuispoortcomplex (Afb. 25). Vanaf dat moment is de universiteit de eigenaar van dit complex.
In de eerste universiteitsjaren bleef de stedenbouwkundige opzet redelijk gelijk. De noordzijde van het complex, tussen de oude poldersloot en de Slijkstraat, werd veelvuldig aangepast, waarvoor woningen aan de Slijkstraat sneuvelden. Tussen 1889-1891 werd aan de noordzijde een groot volume toegevoegd: een ceremoniële aula naar ontwerp van Springer met een entree aan de Slijkstraat (Afb. 26). Vanaf dat moment had het complex niet alleen voorname entrees via de poorten aan de zuidzijde, maar ook aan de noordzijde.
Afbeelding 26: De aula van J.Springer 1910
Afbeelding 25: Modern Ziekenhuis (1) & Academie/Museum/Universiteit (2)- van 1870 tot 1981 (bron: West8)
In de buitenring rondom het voormalige Oudemannenhuis maakten de kleine huurwoningen langzaam maar zeker plaats voor grotere gebouwen, eerst in eigendom van het gasthuis, later aangekocht door de gemeente en zodoende overgedaan en gekoppeld aan de universiteit. Hierdoor is een amorfe samensmelting van volumen ontstaan.
43
Vooral aan de Slijkstraat en Kloveniersburgwal vond in de 20e eeuw schaalvergroting plaats. Toen de gemeente, en later de UvA, eigenaar werd van de grachtenhuizen aan de Oudezijds Achterburgwal werden deze in de jaren ‘60 intern met elkaar en het Oudemanhuispoortcomplex verbonden. De huizen met 18e-eeuws voorkomen kregen daarmee een 20e-eeuwse laag toegevoegd en werden onderdeel van het grotere conglomeraat en interne routing. (Afb. 27) Vanaf 1955, toen de bebouwing rondom de Oudemanhuispoort in bezit van de universiteit kwam, werd er gewerkt aan de uitbreidingsplannen. Jan Leupen ontwierp in 1960 een uitbreidingsplan aan de Slijkstraat tussen de Oudezijds Achterburgwal en Kloveniersburgwal, dat in twee fasen in werd uitgevoerd. De eerste fase betrof het deel tussen de aula aan de Slijkstraat en de ziekenvleugel van het oudemannenhuis aan de Achterburgwal. (Afb. 28) Zo kon de bestaande aula zo lang mogelijk voor onderwijs in gebruik blijven. De steeg op de plaats van de gedempte sloot, verdween. De kleinschalige hoekbebouwing, georiënteerd op de gracht en op de dwarsstraat, maakte plaats voor één hoekpand, dat nadrukkelijk één voorgevel had, aan de gracht. De zijgevels zijn soberder van ontwerp. Het bouwdeel is ontworpen als uitbreiding van het Oudemanhuispoortcomplex en ontsloten vanuit het binnengebied. Daarom is aan de buitenzijde geen entree ontworpen.
Afbeelding 27: Kleinschalige bebouwing aan de Slijkstraat 1942
De tweede fase van de nieuwbouw aan de Slijkstraat begint in 1964, als de mortel van fase 1 nog nauwelijks is opgedroogd. Het ontwerp omvat de sloop van de aula van Springer en loopt door tot de achtergevels van de bebouwing aan de Kloveniersburgwal. Het ontwerp van deze fase, de gevel aan de Slijkstraat, sluit naadloos aan op fase 1. De doorlopende gevel aan de Slijkstraat is in schaal terughoudend en aangepast aan de smalle breedtemaat van de straat. terughoudend en aangepast aan de smalle breedtemaat van de straat. Afbeelding 28: 1959 Plan Leupen voor fase 1, uitbreiding hoofdgebouw Gemeente Universiteit
44
De laatste fase in de vernieuwing van de buitenschil rond de Oudemanhuispoort startte in 1975. In dat jaar werd de sloop van de hoek Slijkstraat/Kloveniersburgwal ingezet. De hoekkavel zelf was onbebouwd, maar de twee naastgelegen historische woonhuizen werden rücksichtslos gesloopt. Ook de naastgelegen bebouwing, minder oud en product van schaalvergroting en samenvoeging uit de 19de eeuw verdwenen. Deze twee grotere panden kwamen in de nieuwe gevelgeleding terug. De onbebouwde hoek en de kavels daarnaast kregen een historiserende, respectievelijk gereconstrueerde voorgevel (met herplaatste geveltoppen), maar vormden in wezen het decor voor een nieuw gebouw erachter. De Slijkstraat had in de geschiedenis van dit gebied een straatfunctie: een openbare en toegankelijke buitenruimte vanuit de huizen in de straat en vanuit de omgeving. (Afb. 29) De Slijkstraat veranderde van karakter in de afgelopen eeuw door het verlies van adressen: er werden woningen sloopt, kwamen traforuimten en expeditie-entrees en ook de UvA bebouwing en het Radisson Hotel veranderen het aanzicht (Afb. 30).
Afbeelding 30: Universiteitskwartier vanaf 1992 (bron: West8)
Afbeelding 29: Slijkstraat rond 1900
45
4.3 Kernwaarden: Poorten, hoven, stegen Uit het voorgaande kan de conclusie getrokken worden dat het gebied door de eeuwen heen voortdurend transformaties heeft ondergaan, maar ook dat werd voortgeborduurd op blijvende thema’s. Het complex is organisch gegroeid en blijft zich tot op de dag van vandaag ontwikkelen, aanpassen aan de eisen van de tijd. Dit in tegenstelling tot het grachtengebied, dat sinds de oprichting juist nauwelijks veranderd is. Deze voortdurende transformatie is een interessante, overkoepelende constante in de geschiedenis en vormt een van de
Poorten
46
Hoven
basiskenmerken van dit gebied. Daarnaast zijn er monumentale kernwaarden als blijvende thema’s toe te kennen aan het Universiteitskwartier. Deze kunnen samengevat worden als ‘Poorten, hoven, stegen’. Hiermee wordt de unieke structuur van het oorspronkelijke, middeleeuwse gebied getypeerd, waarbij een duidelijke begrenzing gepaard gaat met een interne circulatie en binnenhoven. Deze structuur is bepalend geweest voor de contemplatieve sfeer die hier vanaf het allereerste begin, tot de dag van vandaag, nagestreefd wordt.
Stegen
Afbeelding 31 (links): Buitenring 1782: Poorten & Contour van naar buiten gerichte gebouwen Zwart: Gasthuis gebouwen Afbeelding 32 (midden): Buitenring 1913: Buitenring, Poorten & Contour van naar buiten gerichte gebouwen. Zwart: Gasthuis gebouwen Afbeelding 33 (rechts): Buitenring 1992: Buitenring, Poorten & Contour van naar buiten gerichte gebouwen. Zwart: Universiteitsgebouwen
De monumentale kernwaarden ‘Poorten, hoven, stegen’ zijn herkenbaar in twee ruimtelijke eenheden:
(bron: West8)
1. De Buitenring Deze buitenring zorgt in de gehele geschiedenis van het gebied voor herkenbaarheid, toegankelijkheid en aanhechting met de stad (Afb. 31-32-33). De kenmerken zijn: Een duidelijke en zichtbare contour van kleinere gebouwen met een eigen adres. Daartussen, op geregelde afstanden, poorten: nadrukkelijk vormgegeven ontsluitingen naar het binnengebied. 2. Het Binnengebied; Een rustige, naar binnen gerichte wereld, met een contemplatief karakter (Afb. 34-35-36). De kenmerken zijn: Grotere institutionele gebouwen met een eigen karakter en eigen entrees. Een superblok, daar waar de institutionele gebouwen zijn samengebracht. Monumentale, bestraatte of groene, hoven die onderling verbonden zijn door routes, stegen en (onder-) doorgangen. Afbeelding 34 (links): Binnengebied 1782: Hoven & Verbindingen Afbeelding 35 (midden): Binnengebied 1913: Hoven & Verbindingen & Institutionele gebouwen (oranje) Afbeelding 36 (rechts): Binnengebied 1992/Nu: Hoven & Verbindingen & Institutionele gebouwen (oranje) (bron: West8)
47
5 In dit hoofdstuk wordt een toelichting en probleemanalyse gegeven van de stedenbouwkundige structuur en inrichting van de openbare ruimte.
Randen - BG2 aan de Grimburgwal
Stedenbouw en openbare ruimte
Voortdurende transformatie In het vorige hoofdstuk is de wordingsgeschiedenis van het gebied beschreven. De voortdurende transformatie van het gebied kan worden omschreven als een spel tussen de bouwvolumes en de ruimtes daartussen. Door alle transformaties heen is een aantal constanten te benoemen, zaken die min of meer gelijk zijn gebleven, en die het startpunt vormen van de stedenbouwkundige analyse van het gebied: Een verfijnde wisselwerking tussen gebouwen en open ruimtes. De rooilijnen van het superblok. Contemplatieve, beschouwende functies in het binnengebied worden omringd door meer seculiere, wereldlijke functies in de buitenring/buitenschil, daardoor ook resulterend in verschillende sferen van buitenruimte. Afwisseling tussen rust en dynamiek. Grote korrel in het binnengebied en kleinschalige parcellering aan de randen. Ontsluitingen gekenmerkt door poorten en stegen. Veel binnenstedelijk groen en water.
Stedenbouwkundige structuur De hoofdstructuur van de middeleeuwse stad bestaat uit het stelsel van dijkstraten en burgwallen aan weerszijden van de Amstel, met dwars daarop een fijnmazig systeem van straten en stegen. Tussen de noord-zuid gerichte hoofdroutes die parallel aan de Amstel lopen, liggen smalle en bredere bouwstroken. Deze structuur is kenmerkend voor het noordelijke deel van het Universiteitskwartier. In het noordelijk deel van de Universiteitskwartier zijn o.a. het Spinhuis, het Bushuis en het Oost-Indisch Huis van de universiteit gesitueerd. Het gebruik of beter de toegankelijkheid van deze complexen zal in de komende jaren stedenbouwkundig niet wijzigen. De binnenhof van het Bushuis is vanaf de Oude Hoogstraat publiek toegankelijk, de binnenhoven van het Spinhuis en11 het Oost-Indisch Huis zijn niet publiek toegankelijk. Het Walenpleintje voor de Waalse kerk vormt een onderbreking in het gesloten straatgevel en is vanaf de Oudezijds Achterburgwal toegankelijk. Ook hotel The Grand heeft twee grote binnenhoven, die alleen voor bezoekers van het hotel toegankelijk zijn. Beide complexen voegen zich in de structuur van grachten, straten en stegen.
Binnengebied woningbouwcomplex aan het Binnengasthuisplein
48
Analyses Op deze schema’s is een aantal aspecten uit de stedenbouwkundige analyse van het ‘superblok’ uitgelicht (zwarte contour). Oriëntatie gebouwen op de openbare ruimte: Veel gebouwen zijn met hun achterzijde naar de belangrijke verbindende openbare ruimte georiënteerd (blauwe gestippelde lijn). De zwarte doorgetrokken lijn geeft de gebouwen(delen) weer die met de voorkant op de openbare ruimte (roze gearceerd) georiënteerd zijn.
Oriëntatie gebouwen op de openbare ruimte
Poorten - hoven - stegen
Poorten - hoven - stegen In het superblok is de organisch ontstane sequentie van poorten (symbool poort), hoven (groen en blauw) en stegen (gestippelde pijlen) nog deels waarneembaar. De latere toevoeging van de piramidevormige mensa was een inbreuk op de open hovenstructuur. In de centrale openbare ruimte (roze gearceerd) is de beslotenheid verloren gegaan. Randen Gebouwen langs de Kloveniersburgwal, Oude Turfmarkt/Amstel en de Nieuwe Doelenstraat vormen de harde randen van het gebied. Ze hebben een verkaveling haaks op de straten. De 19e-eeuwse bebouwing langs de Grimburgwal bestaat uit losse, grote gebouwen.
?
Routing Binnen het conglomeraat van gebouwen en buitenruimtes is er geen duidelijke routing en ontbeert de Universiteit een entree aan de Slijkstraat.
? ?
? ?
Randen
Routing
49
Een van de poorten naar het Binnengasthuisterrein
De ruimtelijke opbouw van het zuidelijk deel van het Universiteitskwartier wijkt af van de hoofdstructuur in het noordelijk deel van het gebied. De bebouwing in het zuidelijk deel en ook de ruimtes daartussen heeft in de loop der tijd diverse transformaties ondergaan. Dit heeft geresulteerd in een onregelmatig ‘superblok’ met als hoofdbestanddelen het Binnengasthuisterrein en de Oudemanhuispoort. Het ‘superblok’ van aaneengesloten woningen, bedrijven, de universiteit en de openbare ruimte is organisch ontstaan zonder integrale gebiedsvisie. De ontsluitingen (de toegangen tot het gebied alsook de toegang tot de afzonderlijke gebouwen in het gebied) zijn even divers als de typologie van de gebouwen. Het binnenhof tussen het Allard Pierson en de Gasthuiskerk
In het gebied bestaat al eeuwenlang een onderscheid tussen de bebouwing aan de randen van het terrein en de bebouwing op het Binnengasthuisterrein zelf. De gebouwen langs de Kloveniersburgwal, Oude Turfmarkt/ Amstel en de Nieuwe Doelenstraat vormen de harde randen van het gebied. Ze hebben een verkaveling haaks op de straten. De 19e -eeuwse bebouwing langs de Grimburgwal bestaat uit losse, grote gebouwen, die worden ontsloten vanaf het binnengebied.
stedenbouwkundige ruimte mist enerzijds een duidelijke afbakening en broodnodige duiding en mist anderzijds, op verschillende punten, een bepaalde verfijning en nuancering waardoor eenheid in de verscheidenheid nu ontbreekt.
Probleemanalyse Meerdere ‘poorten‘ bieden toegang tot het binnengebied. Het binnengebied kent een minder geordende bebouwing, waarin de organisch ontstane sequentie van poorten, hoven en stegen nog deels waarneembaar is. Door opeenvolgende veranderingen in de bebouwing komen deze kernkwaliteiten echter niet goed tot hun recht. De resulterende
Glazen pyramide bij BG5
50
Oriëntatie Veel gebouwen zijn met hun achterzijde naar de belangrijke, verbindende openbare ruimte georiënteerd. Entrees van gebouwen missen oriëntatie op de aanwezige routes of ontbreken zelfs volledig. Wie bekend is in het gebied weet de hoofdentree te vinden. Maar het gebied heeft veel verscholen elementen: de hoven, de entrees maar ook de routes (doorwaadbaarheid) zijn alleen voor kenners vindbaar. Het gebied kent een aantal binnenhoven, maar die zijn nauwelijks toegankelijk. Verder is er geen duidelijke routing door het conglomeraat van gebouwen en buitenruimtes en ontbeert de universiteit een entree aan de Slijkstraat. Transformatieproces De huidige configuratie is ontstaan uit een voortdurend transformatieproces, waarbij gebouwen in de loop der tijd zijn neergezet als reactie op de dan aanwezige situatie. Door de toevoegingen en wijzigingen is de structuur van het gebied niet meer goed leesbaar. Zo reageert de cilindervormige collegezaal van de anatomische les van het voormalig Klinisch Ziekenhuis (BG5) ruimtelijk op de uitgebouwde snijzaal van de Tweede Chirurgische kliniek (toekomstige UB) aan de Vendelstraat ertegenover. Maar door de latere toevoeging aan het voormalig Klinisch Ziekenhuis van het glazen atrium en de piramidevormige mensa is die relatie niet meer zichtbaar. Ook was de toevoeging een inbreuk op de open hovenstructuur.
Middenin het gebied waar de Vendelstraat, de Binnengasthuisstraat en het Turfdraagsterspad samenkomen, ligt BG3, het ovale paviljoen dat verbonden is met de monumentale hoofdbebouwing aan de Grimburgwal. Het gebouw trekt door de vorm en zijn situering de aandacht, maar geeft bewust geen duiding aan routing en oriëntatie. De bolle vorm definieert de openbare ruimte niet. Doordat het gebouw afstoot fungeert het niet als kader voor activiteiten in deze ruimte. Dit wordt bovendien versterkt door de naar buiten plooiende betonnen plint. De vorm heeft geen voorkant, geen zijkant of achterkant, en heeft ook geen duidelijke entree.
Het ovale paviljoen als onderdeel van BG3
Door zijn positie ontstaat een ruimte tussen BG3 en BG5 die lastig bruikbaar is. Stedenbouwkundig roept het gebouw daarom op het niveau van bruikbaarheid van buitenruimten, routing, oriëntatie en beheersbaarheid vragen op.
Zicht op het Binnengasthuisplein vanuit de Vendelstraat
51
Achter het woningbouwblok ligt de voormalige Gasthuiskerk verscholen, een van de oudste gebouwen in het gebied. De zijbeuk van dit gebouw begeleidt een zijde van het Turfdraagsterspad. Dit past bij de achterzijde en het gesloten karakter van dit voormalige kloostergebouw, maar zorgt er in de tegenwoordige tijd voor dat het Turfdraagsterspad geen fijne ruimte is. Allard Pierson verbouwing (bron: Atelier Pro, Eva Bloem)
Het Allard Pierson is recent verbouwd en aan het Turfdraagsterspad uitgebreid met een transparante aanbouw over meerdere verdiepingen. De oorspronkelijke entree uit de tijd van de Nederlandsche Bank aan de Oude Turfmarkt is in ere hersteld. Inpassing nieuwe Universiteitsbibliotheek De Tweede Chirurgische kliniek en het zusterhuis worden verbouwd tot de nieuwe Universiteitsbibliotheek. Door boven het open hof tussen de gebouwen een glazen overkapping aan te brengen worden de omringende gebouwen tot één Universiteitsbibliotheek gesmeed. Het atrium gaat als centrale ontmoetingsruimte voor de bibliotheek fungeren. De groene binnentuin als onderdeel van de hovenstructuur is daarmee komen te vervallen. In het ontwerp van de Universiteitsbibliotheek is al rekening gehouden om entrees van gebouwen beter op het binnengebied te oriënteren. De hoofdingang van de UB is gesitueerd aan de zijde van de Vendelstraat. Op de open hoek van de Nieuwe Doelenstraat en de Binnengasthuisstraat vormt de nieuwbouw van de UB de schakel tussen de twee bestaande gebouwen. Door de positie, op de hoek van de Nieuwe Doelenstraat en de Binnengasthuisstraat, is deze nieuwbouw tevens het gezicht van de Universiteitsbibliotheek komend vanaf het Rokin.
Hoek Nieuwe Doelenstraat/Binnengasthuisstraat - bouw van de Universiteitsbibliotheek
52
Probleemanalyse van de openbare ruimte De openbare ruimte bestaat uit de grachten en waterwegen rondom het gebied en uit een verzameling van verkeers-, verblijfsen restruimtes die op een aantal plekken door poorten met de openbare ruimte buiten het gebied verbonden zijn. Weinig samenhangend De buitenruimte in het Universiteitskwartier is op dit moment weinig samenhangend. De sequentie van ‘poorten, hoven, stegen’ is een essentieel onderdeel van het karakter van het gebied en draagt al eeuwen bij aan de herkenbaarheid, de doorstroom, de bereikbaarheid van de gebouwen en de beheersbaarheid van de ruimte. De laatste stedenbouwkundige ingrepen en de verloren beheersbaarheid rond de Binnengasthuisstraat heeft er bij het Binnengasthuishof toe geleid dat deze sequentie met metalen hekken is afgesloten. Hierdoor is de coherentie in het gebied verloren gegaan. De Slijkstraat heeft op dit moment nauwelijks betekenis. Noch als dwarsverbinding tussen de grachten, noch als schakel in het stelsel van poorten, hoven en stegen. Dit heeft maar ten dele te maken met de inrichting van de straat, want de UvA-gebouwen aan de steeg staan met hun achterkant naar deze steeg.
Ruimte onderbenut De ruimte aan de Binnengasthuisstraat die is ontstaan na het toevoegen van de woningbouw in de jaren ’80 en na het vervangen van Kinderkliniek door het Bosch-paviljoen, functioneert niet goed. Het gedeelte gelegen voor de woningen is een stenige ruimte die in loop van de tijd is ingericht met een jeu-de-boule baan en bloembakken, die door de bewoners worden beheerd, om de ruimte enige intimiteit te geven. Bankjes of andere faciliteiten zijn bewust niet neergezet omdat deze ‘s avonds en ‘s nachts overlastgevende individuen aantrekken. Er is volop ruimte, maar het geheel wordt kwalitatief onderbenut. Noch besloten, noch open De straten begeleiden de fietsers die zich over het terrein begeven, maar komen niet overeen met de looplijnen die het merendeel van de gebruikers van het gebied nemen. De straten doorsnijden het plein-karakter van deze ruimte, met veel aangelegen adressen en bestemmingen. Het zorgt ervoor dat het gebied noch besloten noch open is, wat bijdraagt aan de onduidelijkheid van deze plek. Boven: Afsluiting middels metalen hekwerk Links: Restruimte tussen BG3 en BG5 Rechts: Groene ruimte tussen BG5 en woningen Kloveniersburgwal
53
Links: Oudezijds Achterburgwal
Rechts: Buitenruimte naast de Oudemannenhuispoort
Afgesloten ruimte Delen van de buitenruimte liggen verscholen achter hekken en poorten. Deze zijn permanent afgesloten, functioneren als privé buitenruimte of zijn moeilijk vindbaar. Het gaat om de kade aan de Grimburgwal achter BG2 en om de ruimtes tussen het Allard Pierson, de Bijzondere Collecties en het woningbouwcomplex van de Key. De ruimte tussen het voormalig Klinisch Ziekenhuis (BG5) en de woningen aan de Kloveniersburgwal is overdag open en wordt in de avond- en nachturen afgesloten voor doorgaand voetgangersverkeer. Verborgen parels In het gebied liggen verscholen parels, zoals het binnenhof bij de Oudemanhuispoort en de overdekte gang met de boekenkramen, maar ook het hof tussen het Allard Pierson museum en het complex van de Key. Ook de ruimte tussen BG5 en de woningen aan de Kloveniersburgwal zijn van een bijzondere verblijfskwaliteit. Het is groen, rustig en heeft karakter, mede door zelfbeheer.
54
Niet toegankelijk voor auto’s Het Binnengasthuisterrein is een autoluw gebied, met twee privé parkeerterreintjes aan de randen. De grachten aan de randen van het gebied zijn ingericht om voornamelijk de auto te faciliteren en kennen veelal weinig voetgangersruimte. Sleetste uitstraling De inrichting van de buitenruimte versterkt op geen enkele manier bestaande bijzondere gebouwen en plekken. Het is voor buitenstaanders soms niet duidelijk waar de ruimtes bij horen en wie de regie heeft over het gebruik en onderhoud. Ook worden de bestaande hoogteverschillen tussen BG3 en BG5 onvoldoende benut. Er worden veel verschillende materialen toegepast en het geheel heeft, op enkele uitzonderingen na, een sleetse uitstraling. Alleen de Oudezijdsvoorburgwal (westzijde), de Kloveniersburgwal (westzijde), de Nieuwe Doelenstraat en het Rokin zijn conform de Amsterdamse standaard, Puccini, ingericht. Het weinige zichtbare groen dat er is, wordt voornamelijk beheerd door de omringende bewoners of ligt verstopt in niet of slecht toegankelijke binnentuinen.
Openbare ruimte en groen Een analysekaart van de huidige situatie van de openbare ruimte en het groen
Legenda Openbaar toegankelijke ruimte in huidige situatie Openbare doorsteek in huidige situatie Ingericht volgens Puccini Groen Huidige bomen
55
6 Alle plannen, kennis en inzichten komen samen in een inspirerend toekomstbeeld: de Visie Universiteitskwartier. De visie is de opmaat tot de opgaven voor het gebied.
Visie Universiteitskwartier: Toekomstbeeld
Band met de binnenstad, stevig fundament voor de toekomst Met het besluit om een van de vier wetenschappelijke clusters te concentreren in het Universiteitskwartier herbevestigt de UvA de eeuwenoude en diepgewortelde band met de binnenstad. Voor de Universiteit is deze historische locatie het visitekaartje en kloppend hart van de Universiteit van Amsterdam. Voor Amsterdam is die keuze van betekenis omdat hiermee de voor de verblijfskwaliteit en economische vitaliteit belangrijke functiemenging in de binnenstad voor de komende decennia wordt geborgd. De keuze om hier de Faculteit der Geesteswetenschappen te huisvesten, geeft samen met de nieuwe Universiteitsbibliotheek, de Agnietenkapel, het Allard Pierson en andere wetenschappelijke instituten invulling aan de wens van de UvA en de gemeente voor een prominente rol voor de universiteit bij de transformatie en verdere ontwikkeling van het gebied. De officieuze naamgeving ‘Universiteitskwartier’ geeft symbolisch uitdrukking aan die rol. Kleurrijke toevoeging aan een gemengd gebied Net zomin als in het Museumkwartier de musea de enig aanwezige functies zijn, zo is ook in het Universiteitskwartier de UvA niet de enige gebruiker. Het Universiteitskwartier bestaat uit een mix van wonen, werken, studeren, onderzoeken, detailhandel, horecavoorzieningen.
Binnen die mix is de UvA een functie die nadrukkelijk aanwezig is en vanuit die positie een constructieve bijdrage levert aan het aanzien, het gebruik en daarmee de sfeer en karakter van het gebied. Na de herpositionering van onderwijsactiviteiten binnen de UvA en het vertrek van CREA was het de laatste jaren rustig op het Binnengasthuisterrein en in de Oudemanhuispoort. De leeggekomen panden hebben gewacht op nieuwe gebruikers.
56
Nieuw hoofdstuk Met het huisvesten van de complete Faculteit der Geesteswetenschappen en de komst van de Universiteitsbibliotheek is een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de lange rijke historie van het gebied en de aanwezigheid van de UvA daarbinnen. Het gebied vormt weer een kwalitatief en dynamisch onderdeel van de binnenstad, maar wel een met een eigen karakter. Het gebied wordt weer geassocieerd met studie, debat, kennisuitwisseling, zingeving, contemplatie, inspiratie, ontmoeting, ontspanning, rust en reuring. Bijzondere sfeer, eigen identiteit Studenten, medewerkers, bewoners, ondernemers en bezoekers begeven zich kriskras door het gebied. Ze stromen in en uit faculteitsgebouwen, bezoeken de Universiteitsbibliotheek, komen terug van werk of winkel, ontmoeten elkaar op een van de centrale plekken of zoeken even rust in een van de groene binnenhoven. In hun voetstappen weergalmen die van priesters, monniken, broeders, zusters, chirurgijns en verpleegsters uit lang vervlogen tijden. Bezoekers die spanning en vertier zoeken laten het gebied ongeïnteresseerd links liggen, maar bezoekers die aangetrokken worden door de ingetogenheid en nieuwsgierig zijn naar wat dit deel van de binnenstad nog meer te bieden heeft, zullen op ontdekkingstocht gaan. Ze komen er dan al snel achter dat het Universiteitskwartier een andere sfeer ademt dan het gebied daaromheen.
Dat is al enigszins merkbaar aan de randen van het gebied, wanneer men de drukte van Dam- en Oude Doelenstraat achter zich laat en geleidelijk aan het andere ritme voelt van het zuidelijk deel van Oudezijds Achter- en Voorburgwal. Sinds uitvoering is gegeven aan het programma Agenda Amsterdam Autoluw is het aanmerkelijk rustiger, schoner en veiliger toeven langs groene kades.
Visiekaart In deze kaart wordt de conceptuele stedenbouwkundige vertaling weergegeven van de hoofdelementen uit het ruimtelijke toekomstbeeld: een aaneenschakeling van hoven, atria, nieuwe routes en poorten.
Legenda Nieuwe en bestaande groene hoven Nieuwe hof Atria Mogelijke toekomstige begrenzing nieuwe hoven Nieuwe en bestaande routes Nieuwe en bestaande poorten Nieuwe verbinding gebouwendelen Nieuwe zichtlocatie Buitenrand van het superblok
57
De kades en bruggen zijn inmiddels ook gerestaureerd en kunnen weer jaren mee. In het hart van het Universiteitskwartier gaat wonen hand in hand met studeren. Je stuit er op buurtbewoners die een zelfbeheertuin onderhouden, waarna je met wat geluk op professoren en decanen stuit die zich in processie richting Aula of Agnietenkapel begeven. Hier zijn de ceremoniële ruimtes en vinden de promoties en benoemingen plaats. Je vindt hier ook het centrale plein waar studenten, medewerkers en bewoners elkaar ontmoeten. Voorrang voor voetgangers en fietsers in een groene omgeving Via poorten betreedt men het hart van het Universiteitskwartier. De poorten bieden toegang, leggen verbinding met de buitenwereld, maar markeren tevens op symbolische wijze dat men een gebied in loopt waar een andere sfeer heerst. De monumentale gebouwen, de inrichting van pleinen, straten, stegen en hoven zorgen ervoor dat wie hier via echte of denkbeeldige poorten binnentreedt zich gevoelsmatig bewust is van die andere wereld en zich als vanzelfsprekend aanpast. De academische sfeer is haast tastbaar. Dat betekent overigens niet dat je een speld kunt horen vallen. Integendeel, tussen colleges door worden pleinen en stegen bevolkt met studenten, spelen kinderen op straat en maken ouders een praatje met hun buren. Het zorgt voor een aangename levendigheid.
Mensen houden rekening met elkaar, men voelt zich er veilig. Het gebied is per fiets toegankelijk, maar geparkeerde fietsen zijn niet prominent aanwezig in het gebied. Mede daardoor is er voldoende ruimte om studenten, bewoners, werkenden en bezoekers in harmonie naast en met elkaar in het gebied te laten verblijven. Het gebied kent een variatie aan open ruime pleinen en groene hoven. Die ruimtes zijn kwalitatief hoogwaardig en opvallend groen ingericht passend bij het beoogde gebruik. Maatregelen op het gebied van klimaatbeheersing en duurzaamheid zijn daarbij tevens onderzocht en waar mogelijk toegepast. De zo ontstane
58
buitenruimtes nodigen uit tot ontmoeting en stimuleren het gebruik van logische en aangename routes tussen de verschillende plekken in het gebied of van en naar een van de poorten. Historie en monumentaliteit, wisselwerking gebouwen en hovenstructuur Bij ingrepen aan gebouwen en buitenruimtes is rekening gehouden met de historisch gegroeide structuur van het gebied waardoor de band met het verleden op plekken nog voelbaar is en beleefd kan worden. Dit geeft een extra dimensie aan het wonen en werken op deze historische locatie. Halverwege de Slijkstraat is in de zuidelijke straatwand een poort gecreëerd en direct daarachter een bescheiden hof die vervolgens toegang geeft tot het complex van de Oudemanshuispoort. Met deze ingreep is er voor studenten en medewerkers van de Universiteit en van andere bedrijven en instellingen niet alleen een noord-zuid looproute bijgekomen, maar heeft ook de Slijkstraat als voetgangersroute weer betekenis gekregen. Andere gebouwen hebben nieuwe entrees gekregen die logischer aansluiten op de belangrijkste looproutes. De piramidezaal heeft plaats gemaakt voor een duidelijke en ruime entree tot BG5 vanaf de Vendelstraat. Aan de andere kant van de Vendelstraat ligt de drukbezochte nieuwe universiteitsbibliotheek. Boven het oorspronkelijke hof is een glazen overkapping aangebracht.
De hoofdingang van de Universiteitsbibliotheek is op de hoek van de Vendelstraat/Binnengasthuisstraat gesitueerd. Het gebouw is daarmee logisch georiënteerd op het centrale middengebied. De vorm en de plek van het ovale paviljoen was een bijzonder aspect in de opgave om tot een goede indeling en inrichting te komen van het middengebied, waar de belangrijkste stromen samenkomen. Uiteindelijk heeft men een oplossing gevonden waarbij zowel bewoners, studenten en bezoekers, als medewerkers van de Universiteit en andere bedrijven en instellingen op die plek in harmonie met en naast elkaar kunnen verblijven.
Duurzaam de toekomst tegemoet Ondanks de beperkingen die dit deel van de binnenstad met zijn vele monumenten nu eenmaal met zich brengt zijn een aantal ingrijpende duurzaamheidsmaatregelen toegepast in de openbare ruimte en in de gebouwen. Hierbij zijn universiteit, gemeente en andere belanghebbenden in het gebied samen opgetrokken. Dit heeft geresulteerd in slimme en schaalbare toepassingen. Het succes van de transformatie van het Universiteitskwartier heeft een positief effect op andere delen van het centrum. Niet alleen zorgt de aanwezigheid van de universiteit en haar samenwerkingspartners voor een inspirerende omgeving, ze levert ook draagvlak voor tal van winkels, horeca en voorzieningen in de omgeving en zorgt voor een kwalitatieve verbetering van die functies. Daarnaast is het gebied een aansprekend succesvol voorbeeld van de toepassing van duurzaamheidsmaatregelen in een monumentale en historische omgeving. Daarmee zijn de gemeente en de universiteit op haar geboortegrond de tijd ver vooruit en voorbereid op de toekomst.
Afbeeldingenreeks Serial Vision door Gordon Cullen (Townscape, 1961) In zijn beroemd geworden boek Townscape (1961) introduceert stedenbouwkundige Gordon Cullen het begrip ‘Serial Vision’. Dit begrip hoort bij de conceptuele basis voor de ruimtelijke visie op het Universiteitskwartier. Cullen stelt dat steden moeten worden ontworpen vanuit het idee van verplaatsing, wat betekent dat mensen telkens een ander beeld van de stad ervaren wanneer ze daar doorheen lopen. ‘Gaande van de ene naar de andere plek van het plan levert dat een reeks beelden/ indrukken op die worden weergegeven in de serie afbeeldingen hiernaast, te bekijken van links naar rechts. Elke pijl op de plattegrond staat voor een afbeelding. De wandeling wordt opgeluisterd/ gevisualiseerd door een reeks verrassende contrasten en biedt daarmee een beleving van de ruimte, waardoor het plan tot leven komt’.
59
7 In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten van de participatie, de analyse van het gebied en de visie vertaald in de opgave: Welke ingrepen zijn nodig om de beoogde situatie te bereiken?
Opgave
7.1 Identiteit In het Universiteitskwartier komt de synergie tussen stad en universiteit tot leven. Hier is ruimte om te denken en te doen. Te beschouwen en te ondernemen. Van elkaar te leren. Uitgangspunten voor de uitwerking: In het Universiteitskwartier… 1. ….is er balans tussen functies 2. ….zijn rustige, serene plekken en plekken waar het levendig is 3. ….vinden ontmoetingen plaats 4. ….zijn voorzieningen die passen bij het kennis- en woonmilieu 5. ….wordt eigenaarschap gefaciliteerd
Het Universiteitskwartier kent meerdere mooie binnenhoven, maar door de slechte vindbaarheid en bereikbaarheid worden deze niet optimaal gebruikt. De inrichting van de buitenruimte is op enkele uitzonderingen na versleten en onsamenhangend. De pleinen hebben een onduidelijke inrichting waardoor ze nauwelijks fungeren als ontmoetingsplek. Het versterkt de bijzondere aard van de plekken en de gebouwen die eraan liggen niet. Voor een buitenstaander is niet duidelijk welke panden in gebruik zijn bij de UvA en welke functies daarin gehuisvest zijn. Het is onduidelijk wat de belangrijkste panden van de UvA zijn in het gebied. Het ontbreekt aan een duidelijk adres of brandpunt dat bij iedereen direct in beeld komt en waarnaar verwezen wordt als het gaat om de aanwezigheid van de UvA in het gebied.
Analyse van de huidige situatie: Het gebied wordt gekenmerkt door een grote variatie aan functies en is redelijk verschoond gebleven van massatoerisme. De grachten in dit deel van de stad zijn van een ongekende schoonheid, waterwegen van verschillend formaat vloeien hier samen. Verrassende doorkijkjes geven het gebied een eigen identiteit. Fraaie architectuur van uiteenlopend schaal en uit verschillende stijlperiodes geven de grachten een gevarieerde omkadering. De monumentaliteit van het gebied, samen met de morfologische structuur, is een van de belangrijkste dragers van de identiteit. Binnen dit geheel zijn een paar bijzondere parels te onderscheiden zoals de Agnietenkapel, het Bos cluster en de geornamenteerde ingangen van de Oudemanhuispoort.
Referentie: Stad en Universiteit op het Roeterseiland
60
Identiteit De opgaven voor het gebied zijn op de bestaande situatie weergegeven. De weergegeven functies binnen de UvA gebouwen vormen een combinatie van de bestaande en de beoogde functies.
Legenda Levendige groene buitenruimte
Ingetogen groene buitenruimte
Levendige buitenruimte
Ingetogen buitenruimte
Atrium
Museum Horeca Onderwijs omgeving Universiteitsbibliotheek Aula Agnietenkapel Onderwijs ruimtes Theater Eetgelegenheid Metro halte
61
GROENE OASE
Opgave: Bovenstaande analyse leidt tot de volgende opgave: De aanwezigheid van de UvA met meerdere bijzondere functies en voorzieningen verspreid binnen het gebied zijn een sterke drager voor de identiteit van het Universiteitskwartier. De opgave is om de identiteit van het gebied te versterken als gebied van studie, kennis, contemplatie, debat, cultuur en ontmoeting. De universitaire functies in het gebied een herkenbaar en vindbaar gezicht geven. Op de begane grond van gebouwen van de UvA waar mogelijk universitaire functies situeren die openstaan voor de omgeving en een bijdrage leveren aan de universitaire identiteit van het gebied. De kwalitatieve mix aan functies waarborgen en versterken door op massatoerisme gerichte functies tegen te gaan en waar mogelijk te verminderen. De woonfunctie en de andere functies zijn eveneens kenmerkend voor het gebied en dragen evenzeer bij aan de identiteit daarvan en dien daarom behouden te worden. Het rijke verleden beter tot uitdrukking laten komen. In het gebied het concept van ‘poorten, hoven, stegen’ toepassen. De inrichting van de openbare ruimte onderstreept de identiteit van contemplatie en historie met duidelijke en herkenbare inrichtingsprincipes. De identiteit van het gebied versterken als groene oase waar je prettig kunt wonen, werken en studeren.
Verschillende soorten buitenruimten creëren met diverse sferen, van ingetogen tot levendig, voor contemplatie en ontmoeting. Groene binnenhoven en rustige pleintjes worden afgewisseld met levendige ontmoetingsruimtes.
Verrassende doorkijkjes geven het gebied een eigen identiteit
Het Universiteitskwartier kent meerdere mooie binnenhoven
62
Beleidskader inrichting openbare ruimte: Puccini De Puccinimethode is de standaard voor het Amsterdamse straatbeeld. Het wordt gebruikt bij de inrichting van straten, pleinen en plantsoenen. Deze standaard staat voor een kwalitatief goede, fysieke inrichting van de openbare ruimte. Een inrichting die gebruiksvriendelijk, toegankelijk, veilig, beheersbaar, duurzaam, betaalbaar, samenhangend én mooi is. Door de buitenruimte vorm te geven volgens het handboek inrichting openbare ruimte wordt al gekozen voor het toepassen van duurzame materialen met een lange levensduur. Onze standaard voor het Amsterdamse straatbeeld bestaat uit een beleidskader en twee technische handboeken. Het Beleidskader Puccinimethode is gebaseerd op 5 overtuigingen:
De gebruiker is gebaat bij een eenvoud en vanzelfsprekendheid Ambacht op elk schaalniveau Duurzaamheid ‘Best practices’ én innovatie Samenwerken
Referentie: Voorbeeld Puccinimethode, ventweg President Kennedylaan
06 Kade / Gracht
07 Erf / steeg 8 Kruisingen
Referentie: Spui 25
05 Straten 50
04 Straten 30
03 Basisprincipes
02 Vloerkaart
Puccinimethode Rood
01 Doel
Puccinimethode
Referentie: Amsterdam museum
63
7.2. Historie en monumentaliteit De historische structuur van het Universiteitskwartier is het fundament onder de bijzondere sfeer in het gebied. Uitgangspunten voor de uitwerking: In het Universiteitskwartier… 1. ….is de hovenstructuur herkenbaar en versterkt 2. ….is de samenhang tussen gebouwen verbeterd (ensembles) 3. ….zijn de gebouwen goed aangesloten op de openbare ruimte 4. ….kunnen gebouwen en de openbare ruimte worden aangepast aan de eisen van morgen
Analyse van de huidige situatie: De kernkwaliteiten van het gebied (poorten, hoven, stegen) komen vooral op het Binnengasthuisterrein niet goed tot hun recht. De ruimtes op het Binnengasthuisterrein missen een duidelijke begrenzing. Door deze te kort schietende stedenbouwkundige structuur is ook de betekenis van en oriëntatie in de ruimtes onvoldoende. Entrees van gebouwen sluiten niet logisch aan op de aanwezige routes. Door latere toevoegingen is de monumentaliteit van de gebouwen niet overal goed zichtbaar. Een aantal gebouwen kunnen door geactualiseerde eisen en wensen rond duurzaamheid en onderwijs en onderzoek in de huidige vorm niet goed worden benut. De woningbouw uit de jaren ‘’90 past niet goed bij de historische kernkwaliteiten van het gebied, nl de scheiding tussen de wereldse buitenring en het in zichzelf gekeerde binnengebied.
64
Opgave: Bovenstaande analyse leidt tot de volgende opgave: De al aanwezige structuur van ‘poorten, hoven, stegen’ en pleinen versterken en aanvullen met nieuwe poorten als herkenbare gebiedsentrees; zodoende komt de organisch ontstane kernkwaliteit van het gebied weer tot zijn recht en draagt bij aan de identiteit van het gebied. Het onderscheid tussen de harde buitenrand en het geborgen binnengebied duidelijk beleefbaar maken. Monumenten en de monumentale waarden in het gebied goed zichtbaar maken. De bebouwing voor een duidelijke en herkenbare definiëring en omkadering van de buitenruimtes laten zorgen. De entrees van de gebouwen logisch oriënteren op routes en verblijfsplekken. De historische gebouwen goed laten functioneren als moderne onderwijsgebouwen binnen een monumentale context.
Administratiegebouw BG3 vanaf de Grimburgwal 1887
Historie en monumentaliteit De opgaven voor het gebied zijn op de bestaande situatie weergegeven. Op de kaart zijn monumentale gebouwendelen aangegeven waarvoor een duidelijke transfromatieopgave beschreven is.
Legenda Gebouwen waarvan monumentale waarden beleefbaar worden gemaakt Poort bestaand Poort nieuw
65
7.3 Toegankelijkheid en gebruik Het Universiteitskwartier wordt intensief gebruikt, maar er is ook ruimte voor rust en privacy.
BETER TOEGANKELIJK, MET DUIDELIJKE ROUTES
MANAGEN VAN HET GEBRUIK VAN DE BUITENRUIMTES
66
Uitgangspunten voor de uitwerking: In het Universiteitskwartier… 1. ….zijn er goed vindbare verbindingen met de omgeving 2. ….zorgen de entrees/poorten voor een gepast gedrag 3. ….is duidelijk welke openbare ruimte publiek, semipubliek of privé is 4. ….wordt zelfbeheer actief ondersteund
Analyse van de huidige situatie: Op het gebied van Toegankelijkheid/route: De buitenruimte in het Binnengasthuisgebied is te weinig samenhangend en bestaat uit een verzameling van verkeers-, verblijfs- en restruimtes die op verschillende manieren met de openbare ruimtes buiten het gebied verbonden zijn. Het gebied wordt doorsneden door een fietspad. Bij een aantal deelgebieden zijn hekken geplaatst ten behoeve van de beheersituatie en veiligheid. Doordat entrees slecht vindbaar zijn of zelfs afgesloten met hekken, zijn niet alle deelgebieden toegankelijk en bruikbaar. Het gaat om een deel van de kade aan de Grimburgwal, de ruimtes tussen het Allard Pierson en het woningbouwcomplex van de Key (Gasthuishof). De overige buitenruimtes van de UvA die grenzen aan de openbare ruimte, zijn wel openbaar toegankelijk. De Slijkstraat wordt weinig gebruikt doordat niet-woonfuncties (universiteit en hotel) met de rug naar de straat gekeerd zijn. Deze straat functioneert daardoor niet als dwarsverbinding tussen de grachten.
Dit gebied was ooit bruisend en druk. Er was Crea met een nachtvergunning, een studentencafé in BG5, een kinderdagverblijf met een speeltuin in het Gasthuishof. Opgave: Bovenstaande analyse leidt tot de volgende opgave: Qua toegankelijkheid/route: Het gebied met name overdag beter toegankelijk en doorwaadbaar te maken door optimaal gebruik te maken van de beschikbare buitenruimtes. Duidelijke routes creëren in het gebied. Stromen studenten en bezoekers actief begeleiden in relatie tot de bewegingen van de bewoners door het gebied. De dwarsverbindingen tussen de grachten versterken, zoals de Slijkstraat en de Spinhuissteeg. De beschikbare buitenruimtes verbeteren door bestaande toegangen te herstellen en nieuwe toegangen te openen en hekken verwijderen waar dat qua veiligheid kan. Auto’s aan de randen van het gebied houden. Qua gebruik: Entrees van gebouwen waartussen studenten en medewerkers zich bewegen, zoveel mogelijk naar elkaar toe richten. Het gebruik van de gebouwen is volgens de huidige prognoses van de UvA ongeveer gelijk aan de periode dat de gebouwen nog volledig in gebruik waren. Het aantal studenten en medewerkers neemt af, de bezettingscapaciteit van de UvA-gebouwen wordt her en der vergroot en er komen meer centrale functies naar het gebied (zoals de aula en UB). Naar verwachting zullen de bewegingen op andere plekken plaats vinden.
Daarom is er extra aandacht en inzet nodig voor het managen van het gebruik van de buitenruimtes. Wonen is en blijft een essentieel onderdeel van het plangebied en zorgt voor de functiemenging en ogen-op-straat die de gemeente en UvA graag zien in dit deel van de binnenstad.
Toegankelijkheid en gebruik De opgaven voor het gebied zijn op de bestaande situatie weergegeven. Op de kaart is de bestaande eigendomssituatie aangegeven met de opgave voor de openbare toegankelijkheid. Daarnaast is er bestaande en gewenste routing door het gebied weergegeven.
Legenda Eigendomssituatie Gemeente bezit (’s Avonds afgesloten) ?
?
Gemeente bezit (Openbaar toegankelijk) Gemeente bezit (Onderhouden door bewoners) Eigenaar de Key (Prive tuinen) Eigenaar de Key (Openbaar toegankelijk) Eigenaar de Key (Niet toegankelijk) Eigenaar UVA (’s Avonds afgesloten) Eigenaar UVA (Openbaar toegankelijk) Eigenaar UVA (Niet toegankelijk) Toegankelijkheid verbeteren Toegankelijk maken/afsluitbaar ?
In onderzoek openstelling Fijnmazige structuur van routes binnen het gebied Entrees Universiteitskwartier
67
7.4 Bereikbaarheid en logistiek In het Universiteitskwartier is alles goed bereikbaar, maar wel met oog voor de kwetsbaarheid van het eeuwenoude gebied en de rust die er heerst. Uitgangspunten voor de uitwerking: In het Universiteitskwartier…. 1. ….heeft de voetganger voorrang, maar is niet te dominant aanwezig 2. ….zijn er doorgaande fietsroutes, onder voorwaarden 3. ….worden fietsen op eigen terrein geparkeerd 4. ….vindt bevoorrading en afvoer van afval plaats aan de randen 5. ….worden de waterwegen benut voor logistiek en bevoorrading en afvoer van afval 6. ….is de verkeersveiligheid geborgd