CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1.2- Rapport onderzoek dakloze gezinnen.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 2 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de reactie op motie 532 inzake Kinderrechtentoets in de Versterkte Aanpak Dakloosheid (VN2025-008595)10.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de behoefte daaraan bestaat, in programma's voor materiële bijstand en ondersteuning, met name wat betreft voeding, kleding en huisvesting. De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om het verhaal te waarborgen van uitkeringen tot onderhoud van het kind door de ouders of andere personen die de financiële verantwoordelijkheid voor het kind dragen, zowel binnen de Staat die partij is als vanuit het buitenland. Met name voor gevallen waarin degene die de financiële verantwoordelijkheid voor het kind draagt, in een andere Staat woont dan die van het kind, bevorderen de Staten die partij zijn de toetreding tot internationale overeenkomsten of het sluiten van dergelijke overeenkomsten, alsmede het tre en van andere passende regelingen.”

Kijkend naar deze relevante artikelen valt op dat de huidige praktijksituatie in Amsterdam nog niet altijd aansluit op de overeenkomsten uit dit VN-Verdrag. Het is helder dat beide ouders de primaire verantwoordelijkheid dragen voor het waarborgen van de levensomstandigheden die nodig zijn voor de ontwikkeling van hun kind. De overheid (de staat) draagt de verantwoordelijkheid om passende maatregelen te nemen om ouders zo nodig hierin te helpen, ook t.a.v. huisvesting, maar in overeenstemming met de omstandigheden en de middelen die de overheid ten dienste staan. Bij alle maatregelen die kinderen direct raken zouden de belangen van het kind de eerste overweging moeten zijn. Wanneer met name deze overeenkomst (artikel 3.1) politiek prioritair zou zijn, zou dit tot verschuiving in de inzet van middelen en een andere verdeling van schaarste kunnen leiden.

24

5. Voorlopige conclusies en aanbevolen uitwerkingsmogelijkheden Dakloosheid van gezinnen is een wicked problem. Deze zijn bij uitstek multi-actor en multifactor. De hier genoemde uitwerkingsrichtingen zijn geen recept voor het oplossen van het probleem. Wel toont het de rijkheid in aanknopingspunten waar mogelijk beweging in zit. Nu hier zowel bestuurlijk als in het veld een gedeeld beeld op is, hebben we grond om uit te zoeken welke van al die mogelijkheden we het beste kunnen selecteren en uitwerken om het meeste verschil te maken. Een cijfermatig beeld van de omvang van het probleem draagt hieraan bij. Zo ontstaat ruimte voor de volgende fase: strategievorming. De voorlopige conclusies uit dit onderzoek geven richting hierbij. Het kindperspectief en de rechten van het kind zullen hierin steeds een cruciale rol spelen. We adviseren daarom om de Kinderombudsman stevig te betrekken bij de volgende fase om scherpte hierin te houden. We bevelen aan om in te zetten op het uitwerken van de volgende mogelijkheden:

1. Formuleer een opdracht om gestructureerd data te verzamelen Data over dit onderwerp zijn schaars en wat we wel voor dit onderzoek hebben verzameld is moeilijk vergelijkbaar. Veel registratie wordt gedaan in open velden (dossiers in Trajectus, bij de Buurtteams, OKT’s, jeugdzorgorganisaties), waardoor je niet zo makkelijk gestructureerde gegevens eruit kunt trekken. Daarnaast is er in de hele keten sprake van versnipperende vastlegging van data. Op dit moment liggen er geen afspraken om data te delen tussen organisaties (bestuurlijke besluiten missen en de concrete uitwerking in DPIA’s20). Deze data kan dus niet ontdubbeld worden en ook niet als geheel worden geanalyseerd. Voor structurele monitoring zou je dit anders in moeten richten. Wat dan wel?  

Er komt in april 2025 een telling (ETHOS21) aan die naar verwachting meer inzicht geeft. Voor de middellange termijn verdient het aanbeveling om een aparte (integrale) opdracht te formuleren om vanuit de verschillende betrokken partijen de komende jaren gestructureerd data te gaan verzamelen en er ook voor te zorgen dat deze bij kunnen dragen aan een gezamenlijk beeld over de omvang van het probleem.

2. Zet in op vroegsignalering: preventie voordat de situatie acuut wordt Op verschillende plekken in de stad (o.a. IND, WPI, sociaal loket etc.) kunnen we dreigend dakloze gezinnen eerder in beeld krijgen. Bij dreigende dakloosheid is er kansrijker handelingsperspectief mogelijk om feitelijke dakloosheid te voorkomen. Hier valt nog veel te winnen. Er lijkt in het verleden al eens een checklist te zijn ontwikkeld voor loketten waar gezinnen zich voor het eerst melden. Op basis van de uitkomst van die checklist moet het mogelijk zijn om de risicogezinnen vroegtijdig te signaleren, opdat deze meteen passende Een DPIA ('data protection impact assessment') is een instrument om vooraf de privacy risico’s van een gegevensverwerking in kaart te brengen. Zodat maatregelen kunnen worden genomen om deze risico's te verkleinen. Zie ook Praktisch AVG | Autoriteit Persoonsgegevens 21 ETHOS-light 20

25

begeleiding kunnen krijgen. Daarnaast verdient het aanbeveling om te verkennen hoe we (nog) meer in kunnen zetten op realistische beeldvorming bij gezinnen over huisvestingsmogelijkheden. In Amsterdam én Nederland. Tot slot verwachten we dat het loont om het verspreiden van misinformatie actief aan te pakken.

3. Maak van de gebruikelijke route door het systeem een echte integrale ketenaanpak (Dreigend) dakloze mensen leggen een soortgelijke route af langs verschillende loketten. Maar het gevoel dat deze partijen samen een keten vormen, ontbreekt nog. De huidige opdracht aan afzonderlijke uitvoeringsonderdelen is nauw. Uitvraag wordt nu per voorziening gedaan, dat maakt dat relevante informatie buiten beeld kan blijven en (voorliggende/alternatieve) oplossingen worden gemist. Bij escalatie van casuïstiek moet daarom soms terug worden gekomen op eerder genomen besluiten, omdat pas dan het volle verhaal boven tafel komt.   

Vorm een integraal team (via de Amsterdamse Maatwerk Methode) dat samen met gezin een plan maakt en uitvoert. Er moet één regiehouder zijn die gezinnen door alle fases volgt en ondersteunt met een geïntegreerd en consistent plan, van eerste opvang tot duurzame oplossing. Het ouder- en kinddossier, wordt momenteel afzonderlijk beheerd door de Centrale Toegang (ouder) en OKT (kind). Het is essentieel dat alle relevante informatie over het gezin binnen één plan van aanpak beschikbaar is voor betere besluitvorming en gerichte ondersteuning.

4. Ontwikkel een uitgebreid(er) instrumentarium voor tijdelijke woonoplossingen: a) Inwonen laten lonen Inwonende gezinnen is een voorspeller van dakloosheid maar hoeft niet altijd problematisch te zijn. Wat nu belemmerend werkt: 

Vaak is er geen inschrijving en/of briefadres mogelijk op het inwoonadres onder meer door wantrouwen jegens de overheid door degenen bij wie ingewoond wordt. Dit heeft immers consequenties voor de toeslagen en/of het inkomen van de hoofdbewoner, maar komt vooral doordat de hoofbewoner vaak niet kan overzien of en welke consequenties het inwonen voor het eigen huishouden heeft. Dit heeft bijvoorbeeld invloed op de hoogte van de huur- en zorgtoeslag door het worden van toeslagpartners bij inwoning. Een uitzondering hiervoor vragen is moeilijk. Inwoning heeft invloed op de hoogte van de uitkering / de toeslagen mede door het principe van onweerlegbaar rechtsvermoeden, waarbij automatisch een gezamenlijke huishouding wordt verondersteld en hiernaar direct, zonder checks, wordt gehandeld. Hantering van de kostendelersnorm en onwetendheid bij Amsterdammer en professionals over de mogelijkheid hier een uitzondering voor te vragen. Ook wantrouwen jegens de overheid, waardoor hier niet om wordt gevraagd. Daarnaast zijn toeslagen vaak een groter deel van inkomstendaling bij inwoning dat het toepassen van de kostendelersnorm, hierop zijn ook nog steeds geen uitzonderingen mogelijk. Te weinig of geen woonperspectief op langere termijn waardoor netwerk niet weet waar ze aan toe zijn. 26

 .

Gezinnen met kinderen zijn te druk om te laten inwonen. Dit leidt tot stress voor inwoners en netwerk.

Daarom is nodig: 

Beleid om inwonen te laten lonen. Kennis beter verspreiden over wat al mogelijk is aan (lokale) uitzonderingen. Lobby naar het Rijk voor landelijke facilitering. Met name op het punt van de toeslagen. Inzetten op preventie en voorlichting: wat betekent inwonen met een kind (op komst) voor de hoofdbewoner(s) en de inwoners? Nabij organiseren in gebieden waar inwonen veel voorkomt. Mogelijkheden uitbreiden om mediation in te zetten, wanneer de inwoonsituatie op spanning staat. Inwonen faciliteren: financieel, toestaan door woningcorporaties, dagopvang organiseren voor de inwonende gezinnen om druk op de hoofdbewoner(s) te verminderen.

b) Uitbreiding van aantal tijdelijke woonvoorzieningen voor gezinnen Het leeuwendeel van de tijdelijke woonvoorzieningen die we hebben in de stad is niet toegankelijk voor gezinnen. Deze beperking is veelal bedoeld ter bescherming van het kind of uit zorg dat een gezin de tijdelijke woning niet zal verlaten: 

Onder de Pannen: onderdak bij privé persoon die kamer over heeft. Verhuurder behoudt recht op toeslagen en uitkering. Huurder betaalt huur. Niet mogelijk met kinderen.  Tijdelijk onder dak: woning die op nominatielijst staat voor sloop en/of renovatie wordt door twee personen gedeeld. Ieder een eigen slaapkamer. Duur maximaal een jaar. Niet toegankelijk voor kinderen.  Flexwoningen: vaak niet geschikt voor kinderen omdat ze kleiner zijn dan 60m2 en er volgens de huisvestingsverordening gezinnen niet op woningen mogen wonen kleiner dan 60m2.  Anti-kraak: niet toegestaan voor gezinnen.  Jongerenwoningen: niet toegestaan voor gezinnen. Zodra jongere een kind krijgt, moet deze de jongerenwoning verlaten (zonder perspectief op een andere woning). Het zou interessant zijn om nader te verkennen wat ervoor nodig is om bovenstaande woonvoorzieningen toegankelijk te maken voor gezinnen. Want nu werken deze beschermende (wettelijke) regels, die gemaakt zijn om kinderen te beschermen, in het nadeel van kinderen en gezinnen die daardoor bankslapers worden of vastzitten in éénkamer-noodopvang-plekken. Daarnaast weten we vanuit het Programma ‘huisvesting voor kwetsbare groepen’ (PHKG) dat de woningen die vanuit urgentie worden gekoppeld nagenoeg allemaal naar alleenstaanden gaan.

Met name in de categorieën ‘sociaal-medische urgentie’ en ‘maatschappelijke opvang gezinnen’ gaan er woningen naar gezinnen. In 2023 zijn met urgentie 1969 woningen toegekend aan huishoudens PHKG , waarvan 370 naar gezinnen met 1 kind of meer. Dat is slechts 19%.

27

5. (Dreigend) dakloze gezinnen hebben bovenal een huisvestingsvraag: koppel dit los van het zorgaanbod (Dreigend) dakloze gezinnen met een woonwens in Amsterdam worden nu bediend vanuit zorgaanbod. In de opvang is de woonvraag gekoppeld aan zorgoplossingen. De GGD screent/voert regie, zorgaanbieders draaien de noodopvang. Economisch dakloze gezinnen (geen perspectief op woning in Amsterdam) verblijven er met gezinnen met een intensieve zorgvraag die wachten op Begeleid Thuis/Beschermd Wonen (wel perspectief op woning in Amsterdam). Daarmee is er een prikkel richting kwetsbaarheid. Ook gezinnen die zelfstandig kunnen wonen proberen via (juridische) procedures een Maatschappelijke Opvang-indicatie te krijgen, omdat dat toegang geeft tot een woning.

Mogelijke uitwerkingsrichtingen: •

• •

Zorg en wonen radicaal uit elkaar halen en inzetten op het opzetten van een makelaarsachtige functie gericht op hulp bij onderdaksvragen van gezinnen, puur vanuit Wonen. Organiseer regie op de noodopvang voor wachtenden Wmo op en andere plek dan regie op tijdelijk wonen/ opvang voor gezinnen zonder Wmo-indicatie. Pas de opdracht aan woonbegeleiding (voor niet Wmo) aan: meer inzet op stabiliseren, aanleren van essentiële vaardigheden, woonmakelaars toevoegen en aandacht voor versterking van de sociale basis.

6. Werk met partners uit de keten (i.o.) maatregelen uit om beweging te krijgen in de huidige overbezetting van en stokkende doorstroming in de noodopvang 50% van bewoners verblijft langer dan één jaar in de noodopvang: de verblijfstermijn van 3 maanden is te kort om huisvesting te vinden in of buiten Amsterdam. We overschatten de mogelijkheden om deze zelfstandig te organiseren. Mogelijke uitwerkingsrichting: •

•

• •

Er is eerder, intensievere begeleiding nodig om huisvesting te vinden. Deze begeleiding moet niet als zorg worden ingericht. De noodopvang is een overbruggingsplek naar een vastere verblijfsplek. Daarom zijn er andere partners (meer gericht op woonoplossingen) dan nu nodig. Werk een opdracht uit voor en met jeugdpartners (VT, OKT, GI’s) om in een eerder stadium in de noodopvang in te stappen en sámen met zorgaanbieders een plan met mandaat te maken met de gezinnen waarvan opvang beëindigd dreigt te worden. om daarbij als uiterst pressiemiddel een ontruiming in te zetten. Pilot uitstroom noodopvang.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15701041/1