CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

06 - Bijlage 03 - Eindrapport Technische analyse - Brolsma Advies.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 18 oktober 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Ontwikkelen beleid recreatievaart en bijbehorende onderzoeken (VN2023-021328)14.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Afb. 36: Principe van de strokentheorie volgens de Richtlijnen Vaarwegen

waarbij enige vaartvermindering nodig is bij ontmoeting van twee maatgevende schepen. Bij een enkelstrooksprofiel is geen tegemoetkomende vaart mogelijk. In Amsterdam is standaard voor een krap profiel gekozen, dat wil zeggen een breedte op de waterspiegel van 3 maal de breedte van het maatgevende schip39 bij een ontmoeting van twee maatgevende schepen, bermstroken en veiligheidsstrook inbegrepen. De wenselijke breedte van de vaarweg is door waarnemingen in het veld en laboratoriumonderzoek vastgesteld.

6.3 Rekenvoorbeeld Als rekenvoorbeeld om duidelijk te maken welke passages al dan niet mogelijk zijn, is de Rechtboomsloot gekozen, de verbinding tussen de Oude Schans en de Geldersekade, die als profiel C te boek staat. Volgens de RVW is de normbreedte voor een ontmoeting van twee maatgevende schepen in een krap profiel 3 x de breedte van een maatgevend schip categorie C, dat wil zeggen 3 x 4,0 m. In formulevorm:

39

Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving: Richtlijnen Vaarwegen 2020, 2020, p. 49

Eindrapport maart 2023

29

Brolsma Advies BG = 3.BS + BA oftewel BG = 3.4,00 + 1,50 = 13,50 m BG = de benodigde breedte van de gracht voor een krap profiel BS = de breedte van het maatgevende schip behorende bij het doorvaartprofiel BA = de breedte van eventueel in de gracht afgemeerde schepen; vletten zijn doorgaans ca. 1,5 m breed; voor woonboten moet tot 5,0 m worden gerekend In werkelijkheid is slechts een breedte van 9,0 m tussen de kademuren aanwezig40 en nemen de aan één zijde afgemeerde sloepjes ook nog eens 1,5 m van de beschikbare breedte af, zodat en er maar 7,5 m voor de doorgaande vaart overblijft. De riemen van de gefotografeerde vier met stuurman steken aan weerszijden ca. 2,5 m uit. Een wedstrijdboot met ingehaalde riemen is ca. 0,75 m breed. Als de riemen op riggers (uithouders) bevestigd zijn, is een veel grotere breedte nodig. Voor een ontmoeting van een maatgevend schip en een roeiboot is het uitgangspunt dat de roeiboot de riemen inhaalt tijdens de ontmoeting. Verondersteld is dat de stuurman/-vrouw voldoende kundig is om de wedstrijdboot op koers te houden tijdens de ontmoeting. Een roeivlet is uit zichzelf goed koersstabiel. Voor een roeiboot resp. roeivlet is de benodigde breedte van de gracht alsdan: BG = 1½. BS + 1½.BR + BA oftewel BG = 1½.4,00 + 1½.0,75 + 1,50 = 8,65 m dan wel BG = 1½.

BS + 1½.BR + BA oftewel BG = 1½.4,00 + 1½.1,50 + 1,50 = 9,75 m BR = de breedte van de roeiboot resp. roeivlet, resp. 0,75 en 1,50 m De conclusie is dat tegemoetkomend gemotoriseerd verkeer categorie C niet mogelijk is wanneer zich een roeivlet in de Rechtboomsloot bevindt, zelfs met binnengehaalde riemen.

Afb. 37: Roeiboten in de Rechtboomsloot

De roeisloepen, waarmee de grachtenrace wordt gevaren, hebben in de regel 8 roeiers, soms 10. Een gangbare bootmaat is 8,0 x 2,5 m. In de Rechtboomsloot zouden deze boten afgezien van de uitstekende roeispanen een breedte nodig hebben van: BG = 1½. BS + 1½.BR + BA oftewel BG = 1½.4,00 + 1½.2,50 + 1,50 = 11,25 m 40

Gemeente Amsterdam, Dienst Binnenwaterbeheer: Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen, 2008, p. 13

Eindrapport maart 2023

30

Brolsma Advies Voor een gemotoriseerde sloep voor de pleziervaart geldt eenzelfde breedtemaat, een snelle motorboot is 0,5 m smaller en heeft dus 0,25 m doorvaartbreedte minder nodig. Een kano en kajak zijn iets slanker dan de roeiboot, te rekenen is met gemiddeld 0,60 m. Een Canadese kano is juist weer breder, circa 0,85 m. Voor de gewone kano luidt de formule: BG = 1½. BS + 1½.BR + BA oftewel BG = 1½.4,00 + 1½.0,60 + 1,50 = 8,40 m De Amsterdamse waterfietsen zijn circa 1,50 m breed. Volgens de RVW is drie maal de breedte van het maatgevende schip vereist voor de breedte van de vaarweg met inbegrip van berm- en veiligheidsstroken. Het maatgevende schip is in dit voorbeeld een een rondvaartboot van 4,0 m in combinatie met een waterfiets van 1,5 m breed. Bijzondere typen waterfiets kunnen breder zijn, maar komen te weinig voor om als maatgevend te stellen. Elk van de vaartuigen krijgt een padbreedte van ½ x 3 = 1½ maal de scheepsbreedte toegewezen. Maar omdat de waterfiets zo slecht manoeuvreert is voor dit vaartuig een padbreedte van zeker 2 maal de scheepsbreedte aan te raden. Dan luidt op formule: BG = 1½. BS + 2.BW + BA oftewel BG = 1½.4,00 + 2.1,50 + 1,50 = 10,50 m Deze ruimte is niet aanwezig.

Met andere woorden: een rondvaartboot en een tegemoetkomende waterfiets kunnen elkaar niet vlot passeren in de Rechtboomsloot, alleen als een van de twee stijf tegen de wal gaat liggen. Van oplopen van de langzame waterfiets door de veel snellere rondvaartboot kan helemaal geen sprake zijn. Bij oplopen zuigen schepen door versterking van elkaars retourstroom naar elkaar, dus is het nodig om meer onderlinge afstand te houden of achter elkaar te blijven.

Afb. 38: Waterfiets in de knel

Voor peddelborden geeft de RVW geen aanbevelingen. Op afbeelding 39 is te zien hoe de peddelaars het salonbootje aan weerszijden passeren, dus geen stuurboordswal houden. Het beeld doet vrij chaotisch aan en past niet in het concept van vaarstroken, noch in het idee van een veilige en vlotte vaart. Zelfs als de peddelaars zich wel aan hun vaarstrook houden en aan de stuurboordwal varen, varen ze vaak met meerdere borden naast elkaar zoals afbeelding 39 toont. Uitgangspunt voor de berekening is daarom twee peddelborden naast elkaar met 1½ maal de breedte van een bord als tussenruimte. Dit ‘virtuele peddelbord’ heeft alsdan de breedte van 3½ maal een enkel bord, dus BV = 3½ x 0,75 = 2,65 m. Omdat peddelborden weinig

Eindrapport maart 2023

31

Brolsma Advies koersstabiel zijn, is voor het samenstel een vaarstrookbreedte van twee maal de virtuele scheepsbreedte BV gesteld, dus 2 x 2,65 = 5,30 m. De benodigde doorvaartbreedte voor een vlotte ontmoeting is: padbreedte rondvaartboot = 1½.BS padbreedte virtueel peddelbord = 2.BV breedte afgemeerde vletten = BA benodigde vaarwegbreedte

6,00 m 5,30 m 1,50 m 12,80 m

Afb. 39: Interactie tussen peddelborden en een salonbootje, foto gemaakt vanaf brug 73

De vaarwegbreedte van de Rechtboomsloot is 9,0 m en schiet dus te kort voor de vlotte en veilige vaart van elkaar ontmoetende peddelborden en een salonbootje. Dit is ook al geconstateerd met roeiboten en waterfietsen. In feite is de enige oplossing het instellen van een ontmoetingsverbod. Dit is in het uitwerkingsbesluit uit 2008 reeds voorgesteld, maar uiteindelijk niet gerealiseerd. De afbeelding 40 laat zien hoe peddelborden als een zwerm over de volle breedte van een gracht uitwaaieren, hetgeen natuurlijk funest is voor een vlotte doorvaart van het overige verkeer.

Afb. 40: Grachtentocht met een twintigtal breeduit varende peddelborden

Eindrapport maart 2023

32

Brolsma Advies Recapitulerend, voor een ontmoeting met een maatgevend motorschip in de Rechtboomsloot zou volgens de methodiek van de Richtlijnen Vaarwegen een breedte nodig zijn van in deze tabel inclusief een rij afgemeerde schepen van 1,5 m breed: Rechtboomsloot, een ontmoeting van een maatgevend motorschip met: maatgevend motorschip categorie C wedstrijdroeiboot roeivlet roeisloep kano waterfiets twee peddelborden naast elkaar snelle motorboot

benodigde breedte (m) 12,00 8,65 9,75 11,25 8,40 10,50 12,80 11,00

Tabel 13: Benodigde doorvaartbreedte

De becijferingen maken duidelijk dat de waterfiets, roeisloep en de peddelborden significant meer ruimte vragen dan roeiboten en kano’s. Verbreding van de gracht tot de maat van de vastgestelde doorvaartprofielen, in dit geval 12,0 meter, is gezien het historische karakter van de gracht en de bebouwing zo goed als uitgesloten.

doorvaartprofiel

Afb. 41: Principe van het doorvaartprofiel: binnen het profiel mogen zich geen vaste objecten bevinden

Uiteraard zijn dergelijke becijferingen ook mogelijk voor andere doorvaartprofielen. In tabel 14 op de volgende pagina is de breedte van het doorvaartprofiel gemeld exclusief afgemeerde schepen. Dat ruimtebeslag varieert van 1,5 m voor een vlet tot 5,0 m voor een woonboot. Meren, plassen en ruim water (categorie A) zijn niet opgenomen in de tabel, omdat daar geen ruimtelijke problemen spelen. Categorie D komt (momenteel) niet voor.

Eindrapport maart 2023

33

Brolsma Advies Het doorvaartprofiel moet vrij zijn van vaste objecten zoals afgemeerde schepen. Voor korte vakken, bijvoorbeeld de doorvaartopening van een brug of een sluiskolk, is een enkelstrooks profiel met een breedte van twee maal het maatgevende schip acceptabel. Passeren van een tegenliggend maatgevend schip is alsdan uitgesloten.41

benodigd doorvaartprofiel (m) bij een ontmoeting met:

categorie van het vaarwater B

C

E

maatgevend motorschip

13,00

12,00

10,00

wedstrijdroeiboot

7,55

7,15

6,75

roeivlet

8,65

8,25

7,85

roeisloep

10,15

9,75

9,35

kano

7,30

6,90

6,50

waterfiets

9,40

9,00

8,60

peddelborden naast elkaar

11,70

11,30

10,90

snelle motorboot

9,90

9,50

9,10

enkelstrooks verkeer

8,50

8,00

7,50

Tabel 14: Benodigde doorvaartbreedte

41

Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving: Richtlijnen Vaarwegen 2020, tabel 16

Eindrapport maart 2023

34

Brolsma Advies

7.

Toetsing vaartuigen

De toetsing op veilige en vlotte vaart zal in dit hoofdstuk per scheepstype plaatsvinden. De invulling van de eigenschappen in hoofdstuk 4 is te beschouwen als een expert opinion, een oordeel van experts, dat dient als hulpmiddel voor de toetsing in dit hoofdstuk. Algemeen gesproken geldt dat vaartuigen met een geringe stabiliteit zich niet moeten begeven op wateren waar veel golfslag te verwachten is. Vaartuigen met een geringe snelheid, wendbaarheid, beperkt uitzicht en/of slechte zichtbaarheid dienen de drukste vaarwegen te vermijden.

7.1 Roeiboten Roeivlet De roeivlet is langzaam, weinig wendbaar, maar stabiel. De roeier heeft geen zicht op tegemoetkomende vaart. Dit maakt de roeivlet tot een weinig populaire verkeersdeelnemer, zeker op locaties waar veel drukte is. Overigens wordt de vlet weinig als roeivlet gebruikt, meestal is een buitenboordmotor aangebracht, waardoor de boot in de categorie gemotoriseerde vaart terecht komt, sneller is en redelijk manoeuvreerbaar. Geroeide vletten worden als visboot gebruikt op plassen en meren. Daar is natuurlijk geen enkel bezwaar tegen hun aanwezigheid mits ze buiten de vaargeul voor de beroepsvaart blijven. Roeisloep De roeisloep kent de bezwaren van de vlet in mindere mate. De meeste sloepen zijn overigens in gebruik als gemotoriseerde rondvaartboot en vallen buiten de context van dit rapport. Geroeide sloepen zijn voornamelijk in het centrum te zien als ze oefenen voor of deelnemen aan de grachtenrace. Normaal gesproken zijn ze net als de vlet niet gewenst op drukke locaties, maar voor een evenement als de grachtenrace is er geen bezwaar ze gedurende een beperkte periode door de grachten varen, al wordt de gewone vaart niet gestremd. Op ruim of open water is geen bezwaar tegen roeisloepen.

Afb. 42: Grachtenrace, roeisloepen zijn matig manoeuvreerbaar

Eindrapport maart 2023

35

Brolsma Advies Skiff De skiff is weinig stabiel en vraagt een bekwame roeier. De roeiverenigingen laten iemand pas toe in de skiff, nadat hij/zij heeft bewezen de vereiste techniek onder de knie te hebben. De ver uitstekende riemen op uithouders maken dat een skiff veel ruimte inneemt. Dit type roeiboot is niet geschikt voor smalle wateren en kan beter ruim, open water opzoeken zoals het zuidelijk gedeelte van de Amstel of de in Amstelveen gelegen Bosbaan. Jaarlijks is er een 7,5 km lange race, de Skiffhead, van Ouderkerk aan de Amstel naar het boothuis van roeivereniging De Hoop aan de Amstel met honderden deelnemers. Wherry De wherry is een roeiboot voor voornamelijk recreatief gebruik. Jaarlijks is er de 12 km lange wedstrijd Abcoude-Amsterdam, eindigend bij het boothuis van Willem III aan de Amstel. De romp van de wherry is breder en dus stabieler dan die van wedstrijdboten, ze zijn minder snel. Wherry’s kunnen varen waar het niet zeer druk is of hinderlijke golfslag te verwachten is, dus in een groot deel van de Amsterdamse wateren. Er zijn wherry’s die een (klein) zeil voeren, doch vanwege de staande mast niet onder de Amsterdamse bruggen door kunnen. Wedstrijdboten Wedstrijdboten met 2, 4 of 8 roeiers met of zonder stuurman/-vrouw zijn lang en slank en daardoor snel, maar weinig stabiel.

Ze komen het beste tot hun recht op ruim water en passen slecht in smalle grachten, zoals § 6.2 laat zien. Wedstrijdboten worden niet gevaren door toeristen, maar door leden van roeiverenigingen. Ze kunnen voor tochten door de stad piekdrukte vermijden door in de zomermaanden voor 10 uur of na 18 uur te varen.

42

Afb. 43: Dagritme bemande passagiersvaart met de piek tussen 10 en 18 uur

7.2 Kano’s Kano’s en kajaks zijn eveneens slank en snel en niet heel stabiel. Door hun betrekkelijk geringe lengte is hun aanwezigheid in de grachten niet bezwaarlijk, mits de drukste punten vermeden worden. De met bordjes aangegeven kanoroutes lopen nu juist langs een aantal drukke locaties. Het zou beter zijn nieuwe, verkeersluwe routes te ontwikkelen en te beborden. De huidige bordjes kunnen alsdan verwijderd worden. Kano’s en kajaks kunnen zonder bezwaar op open en ruim water, meren en plassen varen mits ze buiten de vaargeul voor de beroepsvaart blijven.

42

Gemeente Amsterdam: Grachtenmonitor 2020, figuur 4

Eindrapport maart 2023

36

Brolsma Advies 7.3 Waterfietsen Waterfietsen zijn slecht wendbaar, traag en bemand door onervaren huurders. Alleen de grote stabiliteit spreekt in hun voordeel. Ze zouden weg moeten blijven van concentratiepunten met veel gemotoriseerd verkeer en uit de smalle grachten. De huidige verhuurlocaties (bijlage 2) liggen wat dat betreft ongelukkig en maken dat het vaargebied van de waterfietsen juist in het drukke centrum ligt43, waar conflictsituaties met enige regelmaat voorkomen. Nieuwe verhuurlocaties dienen buiten de in § 6.1 aangegeven drukke vaarroutes te liggen. Verplaatsing van de huidige locaties is aan te bevelen plus een verbod van waterfietsen geldend voor de meest drukke locaties en/of tijden. Mogelijk zijn speciale routes voor waterfietsen te ontwikkelen.

Afb. 44: Huidige vaargebied van waterfietsen

7.4 Peddelborden De laagdrempeligheid van peddelborden maakt dat velen er een huren. De borden kunnen makkelijk en op allerlei plaatsen tewater gelaten worden. Doordat ze weinig stabiel zijn en de peddelaars in de regel niet of nauwelijks geïnstrueerd, vormen ze een potentieel risico voor de eigen opvarenden en hebben ze een negatieve invloed op de vlotte vaart van het overige verkeer. Het is overigens mogelijk lessen te volgen, zowel lijfelijk als op internet. Groepen worden vaak begeleid door een instructeur. Op dit moment zijn er geen op peddelborden toegesneden verkeersregels, anders dan de algemene regel van stuurboordwal houden en de voorrangsregels voor ongemotoriseerde vaart. Het Binnenvaartpolitiereglement beschouwt een peddelbord als een klein, door spierkracht voortbewogen vaartuig. Wat de Amsterdamse situatie betreft, is het wenselijk regels op te stellen om peddelborden weg te houden van drukke vaarwegen, met name in het centrumgebied, bijvoorbeeld met een verbodsbord zoals hiernaast afgebeeld44, althans als hierdoor niet logische vaarroutes geblokeerd worden. Op de grachten zou een regel nuttig zijn, die het meer dan twee borden breed varen verbiedt. Afb. 45

43 44

Royal HaskoningDHV: Recreatievaart Amsterdam, 2022, p.45 Dit is vooralsnog een impressie, geen officieel verkeersteken

Eindrapport maart 2023

37

Brolsma Advies 7.5 Zeilboten Zeilboten kunnen vanwege de beperkingen die hun mast geeft, alleen terecht op meren en plassen, zoals Nieuwe Meer, Sloterplas, Gaasperplas, IJburgbaai en het IJmeer en een enkele gracht. IJburgbaai en IJmeer hebben regelmatig te kampen met een sterke golfslag, die het zeilen op zo’n moment onaantrekkelijk maakt. Er zijn diverse verhuurbedrijven en zeilscholen gevestigd bij de Sloterplas en Nieuwe Meer. In de aanwezige jachthavens liggen ook particuliere boten. De zeilvaart op deze plassen levert geen problemen.

7.6 Kitesurfers De IJburgbaai is een van de weinige, zo niet het enige water in de gemeente Amsterdam waar kitesurfen mogelijk zou zijn. Ter wille van de veiligheid van andere watersporters is het nodig door middel van betonning een scheiding aan te brengen tussen hen en de kitesurfers. Bij de verdere ontwikkeling van IJburg wordt gezocht naar een geschikte locatie voor kitesurfen45.

7.7 Opblaasboten Ongemotoriseerde kleine opblaasboten zijn slecht bestuurbaar. Een verbod om er mee in het centrumgebied te varen, is sterk aan te raden.

7.8 Gemotoriseerde pleziervaart De gemotoriseerde pleziervaart geeft weinig problemen. Een gemotoriseerde sloep van 6,0 x 2,5 m is niet groter dan het maatgevende schip van categorie E recreatievaart en past moeiteloos in de profielen A tot en met D. De vlet met buitenboordmotor en de kleine motorboot vallen binnen categorie E. Alleen bij snel varen is er sprake van overlast voor andere vaarweggebruikers, vooral woonboten. Bij 6 km/uur geven sommige boten al hinderlijke golven af. Een stringent handhavingsbeleid op snelheid is aan te bevelen. In de recente enquête naar bekendheid met de vaarregels46 noemt men het gebrek aan handhaving en de daardoor geringe pakkans herhaaldelijk als reden dat de maximum snelheid van 6 km/uur zo vaak overtreden wordt. Wellicht is voor handhaving gebruik te maken van trajectcontrole met electronische waarneming of op basis van gegevens van de vignettellers of andere digitale technieken. Het vignet, voor zover aanwezig, toont immers de identiteit van de snelvaarder. De afbeeldingen 46 en 47 tonen enkele buitennissige vormen van gemotoriseerde pleziervaart.

Afb. 46: Vlot met buitenboordmotor 45 46

Afb. 47: Peddelbord met vleugel en schroef

Gemeente Amsterdam: Programma waterrecreatie en ecologie IJburg Zeeburgereiland, 2019, p. 18 Gemeente Amsterdam: Bekendheid met de Amsterdamse vaarregels, p. 21-22

Eindrapport maart 2023

38

Brolsma Advies

8.

Toetsing vaarwegen

In de voorgaande hoofdstukken is enkele malen aan de orde gekomen, dat een aantal vaarwegen niet voldoet aan de maten van het gemeentelijke doorvaartprofiel. In de volgende paragrafen zullen die vaarwegen nader beschouwd worden in relatie tot de ongemotoriseerde vaart. Meren en plassen kunnen vanwege ondiepten problemen opleveren voor de beroepsvaart, maar dit is niet of nauwelijks van toepassing voor ongemotoriseerde vaart. Windgolven kunnen wel tot problemen leiden. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de ‘schipper’ om dergelijke moeilijkheden uit de weg te gaan. Vaarwegen met profiel A, met name de Kostverlorenvaartroute en de Amstelroute, leveren geen problemen op wat betreft de maatvoering. De hierna genoemde vaarwegen zijn te vinden op bijlage 2.

8.1 Standaard grachtenprofiel (profiel B) Niet alle grachten die doorvaartprofiel B toegekend hebben gekregen, voldoen aan de norm van minimaal 13,0 m breedte en kunnen problemen opleveren wat betreft de vlotte vaart. Dit is veelal te wijten aan afgemeerde boten. Te noemen zijn: Prinsengracht De gracht is tussen de kademuren circa 25 m breed, maar aan weerszijden afgemeerde woonboten beperken het doorvaartprofiel tot circa 13 m. Daarom is eenrichtingsverkeer in zuidelijke richting ingesteld47. Er blijft, gezien de verkeersintensiteit, onvoldoende ruimte over voor ander verkeer of het nu mee- of tegenliggers zijn. De langzaamste meeligger, een waterfiets bijvoorbeeld, bepaalt de snelheid van de overige vaart.

24,8 m 13,2 m

Afb. 48: Versmalling van de Prinsengracht door afgemeerde schepen

47

Gemeenteblad nr. 82178, 19 april 2018

Eindrapport maart 2023

39

Brolsma Advies Leidsegracht De Leidsegracht heeft weliswaar doorvaartprofiel B toegekend gekregen, maar is tussen de kademuren slechts 15,0 m breed. Bovendien liggen aan één zijde boten afgemeerd, die nog eens 1,5 m van de beschikbare breedte afnemen. Desondanks blijft 13,5 m beschikbaar, hetgeen juist voldoende is voor doorvaartprofiel B. Uit oogpunt van vlotheid is het niet nodig beperkingen aan de ongemotoriseerde vaart op te leggen, ware het niet dat het kruispunt Prinsengracht-Leidsegracht een hot spot is wat veiligheid betreft. Om te voorkomen dat ongemotoriseerde vaart zich op dit kruispunt ophoudt, is het beter ongemotoriseerde vaart in de Leidsegracht te verbieden. Lauriergracht Rondvaartboten maken gebruik van de Lauriergracht om passagiers af te zetten bij de parkeergarage Marnixstraat. Aan twee zijden van de Lauriergracht liggen afgemeerde bootjes, die ruim 3,0 m van het doorvaartprofiel afnemen. Wat overblijft is minder dan 10,0 m, te weinig voor tweerichtingsverkeer met maatgevende schepen. Zelfs bij eenrichtingverkeer blijft maar 1,5 m over, net genoeg voor een kano of wedstrijdboot maar te weinig voor andere vormen van ongemotoriseerde vaart. Voor de eenduidigheid is het beter om alle ongemotoriseerde vaart in de Lauriergracht te verbieden. Leliegracht De Leliegracht bestaat uit twee rakken en kruist de Prinsengracht.

Het westelijke rak is in de breedte beperkt tot circa 6,5 m door de hoofden van de voormalige Leliesluis. Na de sluishoofden verwijdt de gracht zich. Omdat de engte slechts over een korte afstand aanwezig bestaat, is zij niet bepalend voor de breedte van de gracht zelf, die circa 13,0 m bedraagt. De Leliegracht is druk bevaren door de nabijheid van het Anne Frank Huis. Reguliersgracht Over het noordelijke rak van de Reguliersgracht, tussen Prinsen- en Keizersgracht, liggen zeven bruggen. Daarmee is de gracht een trekpleister voor rondvaartboten. De gracht is 15 m breed met aan één zijde afgemeerde bootjes, die 1,5 m van de breedte afnemen. Dus blijft 13,5 m beschikbaar, hetgeen voldoende is voor doorvaartprofiel B. Uit oogpunt van vlotheid is het niet nodig de ongemotoriseerde vaart te beperken, mits in staat voldoende vaart te lopen. Grimburgwal/Oudezijds Voorburgwal/Oudezijdskolk De Grimburgwal is een smalle passage tussen het Rokin en de Oudezijds Voorburgwal. Na een proef in 2017 is per 1 april 2018 besloten permanent éénrichtingsverkeer in te voeren, dat wil zeggen dat er alleen vaart vanaf het Rokin naar de Oudezijds Voorburgwal is toegestaan48. Men kan de Voorburgwal uitsluitend verlaten via de eveneens smalle Oudezijds Kolksluis en Kolk. Op het smalste gedeelte is de Grimburgwal iets meer dan 6,5 meter breed.

De Oudezijdskolk is circa 10,0 m breed, de Kolksluis slechts 4,7 m. Momenteel staan het tracé als profiel B op de kaart en worden dus rondvaartboten van 4,25 m breed gedoogd teneinde de Oudezijds Voorburgwal bereikbaar te houden. Maar in feite is het parcours te smal voor dergelijke schepen. Voor ook nog eens ongemotoriseerde vaart is in feite geen ruimte. Afb. 49: Oudezijdskolk en Kolkksluis 48

Gemeenteblad nr. 82176, 19 april 2018

Eindrapport maart 2023

40

Brolsma Advies 8.3 Beperkt grachtenprofiel (profiel C) Profiel C is door zijn afmetingen het meest geschikt voor kleine rondvaartboten en salonboten. Volgens de tabel 11 in § 5.1 bedraagt bij profiel C de minimale vaarwegbreedte dus 12,0 m. Hieraan wordt niet in alle gevallen voldaan. Te noemen zijn: Rechtboomsloot De Rechtboomsloot is als rekenvoorbeeld uitgewerkt in § 6.2. Bloemgracht Het eerste gedeelte van de Bloemgracht vanaf de Prinsengracht heeft door twee gemeerde woonboten een doorvaartbreedte van 8,60 m, te zien op afbeelding 27. Dit is voldoende voor een maatgevend schip plus een roeiboot of -vlet, maar ontoereikend voor een vlot verlopende ontmoeting met een roeisloep, waterfiets of peddelborden, laat staan een ander maatgevend schip. Raamgracht In de Raamgracht liggen enkele verhoudingsgewijs grote woonboten. De doorvaartbreedte is op de smalste plaats beperkt tot 6,4 m, hoewel de gracht gemiddeld 7,5 m breed is. Voor een ontmoeting van de getoonde maatgevende rondvaartboot en ongemotoriseerde vaart is geen ruimte. Er geldt eenrichtingverkeer voor alle vaart vanaf de Kloveniersburgwal49.

Afb. 50: Raamgracht met een rondvaartboot categorie C

Kostverlorenvaart-noord De Kostverlorenvaart ten noorden van de aantakking van de Kattensloot maakt geen deel uit van de staande-mast-route en heeft een kleiner doorvaartprofiel. Tussen de kademuren is omstreeks 20 m aanwezig, maar door aan twee zijden gemeerde woonboten blijft er maar de helft van over, minder dan de normbreedte voor profiel C. Strikt genomen is dit te weinig voor een ontmoeting van een maatgevend profiel C schip en een roeisloep of peddelborden, maar gezien de lage verkeersintensiteit zijn geen problemen van belang te verwachten. Da Costagracht Voor de Da Costagracht geldt min of meer hetzelfde. Tussen de kademuren is het ongeveer 14 m breed, maar door ter weerszijden gemeerde schepen is het beschikbaar doorvaartprofiel plaatselijk krap 12 m. Dit is geen aantrekkelijke route voor gemotoriseerde vaart en gezien de lage verkeersintensiteit zijn geen problemen voor de ongemotoriseerde vaart te verwachten. 49

Gemeente Amsterdam: Verkeersbesluit no. 42, 11 april 2008

Eindrapport maart 2023

41

Brolsma Advies 8.4 Recreatievaart (profiel E en E®) Profiel D komt momenteel niet voor in het centrumgebied. Het eerstvolgende doorvaartprofiel is E, het kleinste profiel, vooral bedoeld voor recreatievaart. Volgens de tabel van bijlage 3 is minimaal doorvaartprofiel van 10,0 m benodigd. Enkele van de in § 5.6 opgesomde grachten voldoen niet aan deze maat. Blauwburgwal De Blauwburgwal is een korte verbindingsgracht tussen de Herengracht en het Singel. Gemeten met Google Earth is de breedte tussen de kademuren 11,0 m, te verminderen met aan één zijde afgemeerde boten. Al geruime tijd ligt daar een sloep, die naar schatting 2,5 m breed is. Er is geen voorschrift dat de breedte van afgemeerde boten limiteert, dus zo’n extra breed vaartuig kan voorkomen. De overblijvende breedte is dus 8,5 m, dus onvoldoende voor de normbreedte. De Blauwburg-wal is volgens § 6.1 een drukke vaarweg. Naar alle waarschijnlijkheid gaat het om kleine vaartuigen, waardoor voldoende ruimte voor ongemotoriseerde vaart en kleine gemotoriseerde pleziervaart over blijft.

Afb. 51: Blauwburgwal

Afb. 52: Passeerdersgracht

Passeerdersgracht Met een breedte van 7,0 m, verminderd met aan één zijde gemeerde schepen, lijkt de Passeerdersgracht op de Blauwburgwal, zij het nog iets smaller. Elkaar tegemoetkomende ongemotoriseerde vaart zal met somtijds enige moeite wel kunnen passeren. Snoekjesgracht en Kromboomsloot De Snoekjesgracht verbindt de Oude Schans met de Kromboomsloot, die op zijn beurt aansluiting geeft met de Rechtboomsloot. Op de hoek van de Oude Schans ligt een woonboot, die een doorvaart van slechts 6,0 m breedte overlaat, minder dan in de aansluitende Kromboomsloot, die 7,0 tot 9,0 m breed is. De aansluiting van Snoekjesgracht en Kromboomsloot is een scherpe, haakse bocht. Ontmoetingen verlopen hier moeizaam. Eenrichtingverkeer te overwegen. Afb. 53: Hoek Kromboomsloot - Snoekjesgracht

Eindrapport maart 2023

42

Brolsma Advies

9.

Synthese

In de voorgaande hoofdstukken zijn criteria geformuleerd om te kunnen beoordelen waar de ongemotoriseerde vaart de veiligheid op de Amsterdamse vaarwegen in het geding brengt, dan wel de vlotte doorvaart belemmert en zijn vaartuigen en vaarwegen getoetst op deze criteria. In dit hoofdstuk komen de twee samen tot een verzameling aanbevelingen ten faveure van de veilige en vlotte vaart. Het gaat om een handreiking, het Programma Varen kan besluiten de maatregelen al dan niet over te nemen in het toekomstige beleid van de gemeente. De voorstellen zijn in het kader van dit rapport niet getoetst op juridische, financiële of beleidsmatige haalbaarheid. De aanbevelingen luiden in willekeurige volgorde: Vermijden drukte Ongemotoriseerde vaartuigen, die in dit rapport zijn aangemerkt als traag en slecht wendbaar zijn met name de roeivlet en roeisloep, de waterfiets en peddelborden. Deze vaartuigen zouden geweerd moeten worden op de drukste punten in de Amsterdamse binnenwateren waar verhoudingsgewijs de meeste incidenten voorkomen: de Prinsengracht tussen de Leidsegracht en de Reguliersgracht, de Herengracht tussen de Reguliersgracht en de Amstel, de Leidsegracht. Voorts de aansluiting Brouwersgracht-Singel inclusief de Haarlemmersluis en de St. Anthoniesluis.

Het gaat bij benadering om het gebied van het 16de eeuwse Amsterdam, het centrumgebied van voor de aanleg van de grachtengordel50. In wezen doen zich vooral problemen voor op de extreem drukke tijden, dat wil zeggen tussen 10 uur en 18 uur in de weekeinden in de drukke zomermaanden april tot en met september. Vermijden interactie Interactie tussen grote binnenvaartschepen en ongemotoriseerde vaart kan tot gevaarlijke situaties leiden ten gevolge van retourstroom en/of haalgolven. Slecht zichtbare ongemotoriseerde vaartuigen lopen bovendien de kans ongewild in de dode hoek van een vrachtschip terecht te komen en overvaren te worden. Deze problemen spelen vooral op de Kostverlorenvaartroute. Een locaal verbod voor waterfietsen en peddelaars neemt de grootste risico’s weg. Eenrichtingsverkeer De Rechtboomsloot, Kromboomsloot en Snoekjesgracht zijn te krap voor een vlot verloop van ontmoetingen. Op deze grachten is eenrichtingsverkeer aan te bevelen, zowel voor gemotoriseerde als ongemotoriseerde vaart. Verbod ongemotoriseerde vaart De Lauriergracht, Bloemgracht, Grimburgwal, Oudezijds Voorburgwal en Oudezijds Kolk zijn te krap voor een combinatie van gemotoriseerd en ongemotoriseerd verkeer. Een verbod voor ongemotoriseerd verkeer biedt hier een oplossing. Afmeerverbod Als grachten te krap zijn, is dat vaak doordat langs één of twee zijden boten zijn afgemeerd.

Een afmeerverbod schept letterlijk ruimte voor de scheepvaart, hoewel waarschijnlijk lastig te realiseren op korte termijn. Het komt er veelal op neer, dat er te kiezen is tusssen een vlotte vaart en het mogen afmeren van boten. Verbod opblaasboten Een verbod van ongemotoriseerde opblaasboten in de gehele binnenstad zoals aangegeven op bijlage 2 is sterk aan te bevelen. 50

Geert Mak: Een kleine geschiedenis van Amsterdam, 2019 (46ste druk), p. 67

Eindrapport maart 2023

43

Brolsma Advies Handhaving Een stringente handhaving van de maximum vaarsnelheid is noodzakelijk, met name op de Amstel. Te hard varen van zowel beroeps- als pleziervaartuigen kan hinderlijke golfslag veroorzaken is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de ergernissen en incidenten. Op een enkele plaats wordt snelheid gemeten en aan de vaart gepresenteerd, bijvoorbeeld de Bijvoetbrug over de Zwanenburgwal. Mogelijk zijn elektronische middelen bij de handhaving in te zetten en is gebruik te maken van reeds aanwezige vignetlezers.

Afb. 54: Snelheidsmeting Bijvoetbrug: < 6 km/uur levert een groene smiley op

Tijdslot Roeiboten en roeisloepen vermijden in het algemeen drukke situaties. Zulks is te formaliseren door een tijdslot voor het centrumgebied in te stellen voor deze categorieën. Varen in de binnenstad wordt beperkt tot voor 10 uur en na 18 uur in de zomermaanden april tot en met september. Evenementenvergunning Georganiseerde tochten en groepslessen van bijvoorbeeld meer dan 10 ongemotoriseerde vaartuigen zijn in het centrumgebied als vergunningplichtig evenement aan te merken. In de vergunningvoorwaarden kan opgenomen zijn dat bepaalde drukke locaties en/of tijden niet toegestaan zijn. Verhuurlocaties De huidige verhuurlocaties voor waterfietsen liggen ongelukkig op plaatsen met veel andere vaart. Nieuwe verhuurlocaties voor waterfietsen, peddelborden en soortgelijke dienen gesitueerd te zijn op locaties waar geen sprake is van druk verkeer. De huidige locaties moeten bij voorkeur verplaatst worden naar buiten het centrumgebied. Kitesurflocatie Momenteel is er in en om Amsterdam geen plek voor kitesurfers. Beter dan deze onder jongeren populaire tak van watersport te moeten gedogen op een niet aangewezen plaats, is het een zone voor kitesurfers aan te wijzen. Er zijn in het kader van het Programma Waterrecreatie en Ecologie IJburg Zeeburgereiland voornemens om dit bij IJburg te doen.

Routes ontwikkelen Het is aan te bevelen routes voor kano’s, waterfietsen en peddelborden te ontwerpen, die verkeersconcentraties vermijden en deze routes te beborden. De bordjes van de huidige kanoroutes kunnen alsdan verdwijnen.

Eindrapport maart 2023

44

Brolsma Advies

10. Begripsbepaling De onderstaande begrippen zijn voor een deel ontleend aan het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) artikel 1.011 en voor een deel aan de Richtlijnen Vaarwegen 2020 (RVW)2.

51

beroepsvaart

= beroeps- of bedrijfsmatige vaart, zowel passagiersvaart als goederenvervoer

centrum

= het grondgebied van Stadsdeel Centrum met daarbij de Singelgracht inclusief de wallenkant in Zuid en West

doorvaartbreedte

= kleinste breedte die volledig door het maatgevende schip kan worden 2 benut, gemeten loodrecht op de vaarwegas

doorvaartprofiel

= minimale maten in lengte, breedte en diepte waaraan een bepaald vaarwater moet voldoen voor de vlotte en veilige vaart

kleine watersport

= watersport waarbij gebruik wordt gemaakt van een vaartuig korter 2 dan ca. 5 meter

maatgevende schip

= grootste schip dat de betreffende vaarweg vlot en veilig kan beva2 ren, als zodanig vastgesteld door de vaarwegbeheerder

onbemand varen

= geen beroepsschipper aan het roer, maar de particuliere eigenaar of huurder

ongemotoriseerd varen

= geen (hulp)motor aanwezig, uitsluitend voortbewogen op spier- of windkracht

passagiersvaart

= gemotoriseerde vaartuigen voor het vervoer van passagiers, zowel beroepsmatig gebruikt als onbemand verhuurd

pleziervaart

= vaartuigen van particulieren, zowel gemotoriseerd als ongemotoriseerd, niet beroepsmatig gebruikt of verhuurd

recreatievaart

= combinatie van pleziervaart en niet-gemotoriseerde, onbemande vaart 51 (zoals waterfietsen, kano’s. etc.)

schip

= elk vaartuig gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel 1 van vervoer te water

snelle motorboot

= klein schip dat, bij gebruikmaking van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, sneller dan 20 km per uur ten opzichte van het water 1 kan varen

vaarstrook

= gedeelte van de vaarweg dat voor in één richting varende schepen 2 bestemd is

vaarweg

= elk voor het openbaar verkeer met schepen openstaand water

vaarwater

= gedeelte van een vaarweg dat feitelijk door de scheepvaart kan worden 1 gebruikt

1

Gemeente Amsterdam: Nota Varen - Deel 2, 2020, p. 36

Eindrapport maart 2023

45

Brolsma Advies

11. Geraadpleegde documenten

Gemeente Amsterdam: Doorvaartprofielen, een voorwaarde voor vlot en veilig varen in Amsterdam, Amsterdam 2004 Gemeente Amsterdam, Dienst Binnenwaterbeheer: Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen, Amsterdam 2008 Burgemeester en Wethouders: Regeling doorvaartprofielen binnenwateren Amsterdam, besluit 11 april 2008 Rijkswaterstaat: Richtlijnen Scheepvaarttekens, Delft 2008 Gemeente Amsterdam: Verordening op het Binnenwater (VOB), Amsterdam 2010 Gemeente Amsterdam: Regeling Passagiersvaart Amsterdam (RPA), 2013, versie februari 2017 Ministerie van Verkeer en Waterstaat: Binnenvaartpolitiereglement, Den Haag 2017 Gemeente Amsterdam: Nota Varen - Deel 1, Amsterdam 2018 Brolsma Advies: Toetsing doorvaartprofielen Amsterdam, Driebergen 2018 Witteveen + Bos: Uitbreiding waterrecreatie IJburg, natuurtoets, Deventer 2018 Gemeente Amsterdam: Programma waterrecreatie en ecologie IJburg Zeeburgereiland, Amsterdam 2019 Geert Mak: Een kleine geschiedenis van Amsterdam, 46ste druk, Amsterdam 2019 Gemeente Amsterdam: Nota van beantwoording van Nota Varen - Deel 1, Amsterdam 2019 Gemeente Amsterdam: Nota Varen - Deel 2, Amsterdam 2020 Gemeente Amsterdam: Regeling op het Binnenwater, Amsterdam 2020 Gemeente Amsterdam: Grachtenmonitor 2021, Amsterdam 2020 Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving: Richtlijnen Vaarwegen 2020, Den Haag 2020 UN Economic Commission for Europe: European Code for

Inland Waterways, 6th revision, Geneva 2021 RoyalHaskoningDHV: Recreatievaart Amsterdam, een verkennend onderzoek naar de recreatieVaart op het binnenwater van Amsterdam, Amersfoort 2022 Gemeente Amsterdam: Bekendheid met de Amsterdamse vaarregels, Amsterdam 2022 Mobycon: Herhalingsonderzoek gebruik Amsterdamse binnenwateren, Delft 2022

Eindrapport maart 2023

46

Brolsma Advies

12. Verantwoording afbeeldingen J.U. Brolsma 1, 3, 4, 6, 8, 13, 15, 18, 24, 25, 28, 41, 45, 46, 49, 50, 51, 52, 53, 54 Canal Bus 26 Eurosport 7 Freshgadgets.nl 16 Frits van Dongen 30 Getyourguide 39 Google Earth 48 Grachtenmonitor 43 Icecat 20 Ishootpeople 35 Kano.nl 9 Kano op IJburg 29 Kanoroutes.nl 14 Kanovereniging Zeeburg 11 Kanozeilen.nl 19 Kijkopnoord-holland.nl 17 Leerwindsurfen.nl 21 Richtlijnen Vaarwegen 36 RoyalhaskoningDHV 31, 32, 44 Surfsports.com 12 The Foil Shop 47 Toprow 5 Tripadvisor 40 Watersportvoordeel 22 Wikipedia 23, 42 Wild Atlantic 10 YouTube 33, 37, 38 Zeilboekje Zeeverkenners 34

Eindrapport maart 2023

47

Brolsma Advies

Bijlage 1: Gebied waar de vignetplicht geldt

Eindrapport maart 2023

48

Brolsma Advies

Bijlage 2: Binnenstad met doorvaartprofielen

W

W W W

W = verhuur waterfietsen Eindrapport maart 2023

49

Brolsma Advies

Bijlage 3: Lijst van de in 2008 vastgestelde doorvaartprofielen

Eindrapport maart 2023

50

Brolsma Advies

Bijlage 4: Inrichtingsplan waterrecreatie IJburg-Zeeburgereiland 2019

ORANJESLUIZEN

← beroepsvaart → roeien/kano/peddelbord

IJBURGBAAI

kitesurf

zeiboot

zeilplank

roeien/kano/peddelbord

Eindrapport maart 2023

51

Brolsma Advies

Eindrapport maart 2023

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13283741/1