06 - Bijlage 03 - Eindrapport Technische analyse - Brolsma Advies.pdf
Tekst van het document
Technische analyse ongemotoriseerd varen eindrapport
Brolsma Advies 1 maart 2023
Brolsma Advies
Colofon
Titel:
Technische analyse ongemotoriseerd varen eindrapport
Opdrachtgever:
Gemeente Amsterdam Programma Varen W.E. Meijburg tel. 06-3816 3663 w.e.meijburg@amsterdam.nl
Opsteller:
Brolsma Advies J.U. Brolsma tel. 0343-533224 j.u.brolsma@gmail.com
Versie:
1 maart 2023
Eindrapport maart 2023
2
Brolsma Advies
Inhoud 1.
Samenvatting 4
2.
Inleiding 6
3.
Gevolgde methodiek 8
4.
Vaartuigen en hun eigenschappen 9
5.
Karakteristieken vaarwegen 19
6.
Beoordelingscriteria 25
7.
Toetsing vaartuigen 35
8.
Toetsing vaarwegen 39
9.
Synthese 43
10.
Begripsbepaling 45
11.
Geraadpleegde documenten 46
12. Verantwoording afbeeldingen 47 --
Bijlagen: 1. Gebied waar de vignetplicht geldt 2. Binnenstad met doorvaartprofielen 3. Lijst van de in 2008 vastgestelde doorvaartprofielen 4. Inrichtingsplan waterrecreatie IJburg-Zeeburgereiland 2019
Afb. 1 (foto voorzijde): peddelborden op de Amstel
Eindrapport maart 2023
3
Brolsma Advies
1.
Samenvatting
Het College van B&W van de gemeente Amsterdam wil beleid ontwikkelen voor onbemande ongemotoriseerde vaartuigen. Op dit moment bestaat alleen een vergunningenstelsel voor waterfietsen, maar in afwachting van het nieuwe beleid worden geen nieuwe vergunningen uitgegeven voor de verhuur van ongemotoriseerde vaartuigen. De toename van het aantal aanvragen dwingt tot de ontwikkeling van beleid. Hier wordt in de Nota’s Varen uit 2018 en 2019 al over gesproken. Ter onderbouwing wordt een aantal onderzoeken uitgevoerd. De voorliggende technische analyse moet uitwijzen wat de mogelijkheden dan wel beperkingen van ongemotoriseerde vaart zijn. De onderzoeksvraag is als volgt geformuleerd: ongemotoriseerde recreatievaartuigen hebben andere eigenschappen dan gemotoriseerde vaartuigen. Welke effecten hebben deze eigenschappen op vlot en veilig doorvaartverkeer en andere gebruikers? Het onderzoeksgebied is in principe het gehele gebied waar de Amsterdamse vignetplicht geldt, behoudens het gebied dat in beheer is bij het Havenbedrijf of Rijkswaterstaat en het grondgebied van de voormalige gemeente Weesp. In het onderzoek is geen kwantitatieve beschrijving van de diverse vaartuigen opgenomen, maar een kwalitatieve. Eigenschappen als stabiliteit, snelheid, wendbaarheid, zichtbaarheid en zicht op het overige verkeer zijn in beschouwing genomen.
Elke eigenschap krijgt beredeneerd een oordeel: goed, matig of slecht. De vaarwegen in Amsterdam zijn vervolgens gedefinieerd aan het hand van een doorvaartprofiel. Een doorvaartprofiel geeft de minimummaten een bepaald vaarwater in lengte, breedte en diepte waaraan voldaan moet worden om de vlotte en veilige vaart te waarborgen. In het daaropvolgende hoofdstuk zijn twee criteria nader uitgewerkt: veiligheid en vlotheid. Voor de veiligheid en de veiligheidsbeleving is vooral de drukte op de betreffende vaarweg van belang. Grote drukte met gemotoriseerde vaart is bedreigend voor de veiligheid van de ongemotoriseerde vaart. Op drukke punten kan de ongemotoriseerde vaart beter wegblijven. Zeer drukke vaarwegen met meer dan 45 passerende vaartuigen per dag per meter breedte van het rak, gemeten op de drukste dag van 2021, zijn volgens vignettellingen de Prinsengracht tussen de Leidsegracht en de Reguliersgracht, de Herengracht tussen Reguliersgracht en Amstel, de Leidsegracht en de smalle Blauwburgwal, de Grimburgwal, Oudezijdskolk, Recht- en Kromboomsloot. Concentratiepunten met zeer veel verkeer zijn de Haarlemmersluis, de St. Anthoniesluis en de aantakking Brouwersgracht-Singel. Het zijn stuk voor stuk plaatsen waar zich frequent incidenten voordoen en interactie tussen gemotoriseerde vaart en trage, vaak slecht manoeuvreerbare ongemotoriseerde vaart ongewenst is.
Daarbij gaat het met name om de roeivlet en roeisloep, de waterfiets, peddelbord, zeilboot en opblaasboot. Om de vlotte en veilige vaart op de Amsterdamse binnenwateren te waarborgen, is een stelsel van zogeheten doorvaartprofielen ontwikkeld. Te noemen zijn: • • • • •
meren en plassen ruim profiel (profiel A) standaard grachtenprofiel (profiel B) beperkt grachtenprofiel (profiel C + D) recreatieprofiel (profiel E)
Eindrapport maart 2023
4
Brolsma Advies Een doorvaartprofiel geeft minimale maten in lengte, breedte en diepte waaraan een vaarwater moet voldoen voor de vlotte en veilige vaart van een bijpassend type motorschip. Niet elk vaarwater voldoet aan de maatvoering van het doorvaartprofiel, waartoe het bestempeld is. Bovendien kunnen permanent afgemeerde schepen de beschikbare breedte aanzienlijk verminderen. Met gebruikmaking van de rekenwijze van de Richtlijnen Vaarwegen (RVW) is nagegaan welke ongemotoriseerde vaart vlot en veilig kan passeren. Voor peddelborden (SUP’s) geven de RVW geen aanbevelingen. Uitgangspunt voor de berekening in dit rapport is twee peddelborden naast elkaar met 1½ maal de breedte van een bord als tussenruimte In het laatste hoofdstuk, synthese, komen de resultaten bij elkaar en zijn maatregelen opgesomd voor de veilige en vlotte vaart van zowel gemotoriseerde als ongemotoriseerde vaartuigen. Te noemen zijn: • • • • • • • • • • •
vermijden drukste vaarwegen door trage en slecht wendbare vaartuigen vermijden interactie tussen grote en kleine schepen op met name de Kostverlorenvaartroute eenrichtingverkeer voor enkele nauwe grachten: de Rechtboomsloot, Kromboomsloot en Snoekjesgracht verbod ongemotoriseerde vaart in enkele zeer drukke, krappe grachten met name de Lauriergracht, Bloemgracht, Grimburgwal, Oudezijds Voorburgwal en Oudezijds Kolk toewijzing van een tijdslot voor bepaalde categoriën in het centrumgebied verbod voor ongemotoriseerde opblaasboten in de gehele binnenstad stringente handhaving op vaarsnelheid, zo mogelijk met gebruikmaking van elektronische middelen evenementenvergunningen verplichten voor groepen vaartuigen verhuurlocaties ongemotoriseerde vaartuigen alleen buiten het centrumgebied kitesurfzone aanwijzen in het IJmeer routes ontwikkelen en propageren voor kano’s, waterfietsen en peddelborden
Eindrapport maart 2023
5
Brolsma Advies
2.
Inleiding
2.1 Opdracht Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam is voornemens beleid te ontwikkelen voor ongemotoriseerde vaartuigen, zoals roeiboten, waterfietsen en peddelborden (SUPs). Zo nodig ook voor gemotoriseerde pleziervaart. Op dit moment bestaat alleen een vergunningenstelsel voor waterfietsen. In afwachting van het nieuwe beleid worden geen nieuwe vergunningen uitgegeven, niet voor waterfietsen, ook niet voor andere ongemotoriseerde vaartuigen. Vooral de toename van het aantal vergunningaanvragen dwingt tot de ontwikkeling van beleid terzake. Ter onderbouwing van het nieuwe beleid wordt een aantal onderzoeken uitgevoerd, waarvan het onderhavige deel uitmaakt. Deze technische analyse moet uitwijzen wat de mogelijkheden dan wel beperkingen van ongemotoriseerde vaart en gemotoriseerde pleziervaart zijn en waar op de wateren binnen de gemeente Amsterdam de veiligheid van zowel de eigen opvarenden als van opvarenden van andere verkeerdeelnemers en de vlotheid van het scheepvaartverkeer in het geding is De onderzoeksvraag is door de opdrachtgever als volgt geformuleerd: “Ongemotoriseerde recreatievaartuigen hebben andere eigenschappen dan gemotoriseerde vaartuigen.
Welke effecten hebben deze eigenschappen op vlot en veilig doorvaartverkeer en andere gebruikers?” Het gaat in het onderzoek en in het te formuleren beleid om recreatievaart1, pleziervaart met en zonder motor en verhuur van ongemotoriseerde vaartuigen. Ongemotoriseerd zijn vaartuigen als roeiboten, kano’s, waterfietsen, peddelborden, zeilboten en dergelijke. Onbemand betekent dat er geen bemanning, dat wil zeggen dat er geen professionele schipper aan boord is. De particuliere eigenaar of huurder staat zelf aan het roer.
2.2 Juridisch kader De vaart op de Amsterdamse binnenwateren is geregeld in de Verordening op het Binnenwater 2010 (VOB) en de Regeling op het Binnenwater 2020 (ROB). De VOB zegt dat het anders als om niet beschikbaar stellen van een vaartuig vergunningsplichtig is. Ergo, er moet een vergunningstelsel geformuleerd worden. VOB en ROB, te vinden op de website overheid.nl, regelen vooral de condities waaronder een exploitatievergunning of een vergunning voor een ligplaats te verkrijgen zijn. Over ongemotoriseerde onbemande vaart is nagenoeg niets vermeld omdat deze sector, afgezien van waterfietsen, tot nu toe geen vergunningstelsel is. De ROB geeft voorts in artikel 6.2.1 aan dat geen vergunning nodig is voor het varen met een ongemotoriseerd vaartuig als dat gebeurt “in het kader van het beoefenen van de roei-, zeil-, kajak- en/of kanosport en dat vaartuig eigendom is van een vereniging of stichting, die als doelstelling heeft het beoefenen van een of meer van deze watersporten”. Vergunningen voor de verhuur van ongemotoriseerde vaartuigen maken in de uitgifteronde 2021, welke ingaat in 2024, geen deel uit van de ROB in afwachting van nader te stellen regels. De scheepvaart op de Nederlandse binnenwateren is onderworpen aan het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Deze regeling betreft alle vaartuigen die geschikt zijn voor vervoer over water, simpel gezegd: alles wat drijft.
Ongemotoriseerde schepen, zowel roeiboten, waterfietsen, zeilboten als peddelborden (SUP’s) worden door het BPR beschouwd als een klein, door spierkracht voortbewogen schip. In bijlage 7 van het BPR zijn verkeerstekens opgenomen. Deze zijn
1
Voor een verklaring van de diverse begrippen zie hoofdstuk 10
Eindrapport maart 2023
6
Brolsma Advies
A15
A16
A17
Afb. 2: Enkele verkeerstekens uit het BPR bijlage 7
gebaseerd op het zogeheten CEVNI2. Een drietal is van belang voor de ongemotoriseerde vaart, te weten A15, A16 en A17, die een vaarverbod geven voor respectievelijk zeilschepen, door spierkracht voortbewogen schepen en zeilplanken. Nadere uitleg over de toepassing van deze verkeerstekens is te vinden in de Richtlijnen Scheepvaarttekens 20183. Er zijn ook borden die aangeven, dat de genoemde categorieën wel zijn toegestaan, te weten de tekens E18, E19 en E20. In dit rapport is gebruik gemaakt van de Richtlijnen Vaarwegen4. De Richtlijnen Vaarwegen voorzien in het verkeerskundig ontwerp van vaarwegen voor beroeps- en recreatievaart. De vlotte en veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer is gediend bij uniforme toepassing door alle vaarwegbeheerders. De RVW voorziet niet in richtlijnen voor wateren zoals de Amsterdamse grachten. Het is echter wel mogelijk de systematiek van het vaarwegontwerp er op toe te passen en dat is dan ook gebeurd bij het vaststellen van de doorvaartprofielen, die in bijlage 3 beschreven zijn. De Richtlijnen zijn wat het woord zegt, ontwerprichtlijnen. Geen norm of wet, er is geen sanctie op het niet toepassen van de Richtlijnen. Anderzijds is het een unieke verzameling van kennis, ervaring en onderzoek waar een ontwerper of beheerder moeilijk omheen kan.
Geografische afbakening Het onderzoeksgebied is in principe het gehele gebied waar de Amsterdamse vignetplicht geldt, zoals weergegeven in bijlage 1, behoudens het gearceerde gebied dat in beheer is bij het Havenbedrijf. Voor de volledigheid vermelden we dat de vaargeul in het Buiten-IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal in beheer zijn bij Rijkswaterstaat. Het Noord-Hollandsch Kanaal valt onder beheer van de provincie Noord-Holland. Het gaat dus niet alleen om de binnenstad (zie bijlage 2), hoewel daar de nadruk ligt, maar ook om Amsterdam-Noord inclusief Zunderdorp, Ransdorp en Holysloot, Amsterdam-Zuidoost inclusief Driemond, Osdorp, Sloten, IJburg en het deel van het IJmeer dat binnen de gemeentegrens van Amsterdam valt. Weesp, sinds maart 2022 deel van de gemeente Amsterdam, valt vooralsnog buiten het onderzoeksgebied.
2 3
4
UN Economic Commission for Europe: European Code for Inland Waterways, 6th revision, Geneve 2021 Rijkswaterstaat: Richtlijnen Scheepvaarttekens, Delft 2008 Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving: Richtlijnen Vaarwegen 2020, Den Haag 2020
Eindrapport maart 2023
7
Brolsma Advies
3.
Gevolgde methodiek
De rode draad in dit onderzoek is de vraag: kunnen recreatieve vaartuigen en met name ongemotoriseerde vaartuigen vlot en veilig varen op bepaalde vaarwegen? Het gaat daarbij zowel om de veiligheid voor de opvarenden als de veiligheid van andere verkeersdeelnemers. Er zijn weinig incidenten en voor zover bekend geen dodelijke slachtoffers van het scheepvaartverkeer in de Amsterdamse binnenwateren5. Dit is een situatie, die de gemeente graag zo wil houden, ook als het nog drukker gaat worden. Van de onbemande vaartuigen, zoals daar zijn roeiboten, kano’s, waterfietsen, SUP’s6 en dergelijke, zijn geen manoeuvreercoëfficiënten bekend. Het zou ook weinig zinvol zijn deze te willen bepalen. Immers, juist bij ongemotoriseerde vaartuigen is de invloed van de bestuurder allesoverheersend. Daarom is het onderzoek geen kwantitatieve beschrijving van de diverse vaartuigen opgenomen, maar een kwalitatieve. Van de vaartuigen zijn eigenschappen als stabiliteit, snelheid, wendbaarheid, zichtbaarheid en zicht op het overige verkeer in beschouwing genomen. Elke eigenschap krijgt beredeneerd een oordeel: goed, matig of slecht. Een peddelbord bijvoorbeeld heeft een slechte stabiliteit. Geoefende gebruikers weten dat te compenseren, maar het merendeel van de gebruikers, vaak incidentele huurders, heeft weinig ervaring en kan de slechte stabiliteit niet compenseren.
Snelheid en wendbaarheid bepalen samen of het ongemotoriseerde vaartuig snel uit kan wijken voor een groter en sneller (gemotoriseerd) schip. Een waterfiets bijvoorbeeld kan weliswaar betrekkelijk vlot om zijn as draaien, maar de voorwaartse snelheid is zo gering dat het niet mogelijk is snel uit een gevaarlijke positie te geraken. Daarenboven geeft zo een langzaam vaartuig opstoppingen als in een smalle vaarweg oplopen door een sneller vaartuig niet mogelijk is. In het volgende hoofdstuk komen de eigenschappen van de vaartuigen aan de orde. De vaarwegen in Amsterdam zijn gedefinieerd aan de hand van een doorvaartprofiel7. Een doorvaartprofiel geeft minimale maten in lengte, breedte en diepte waaraan een bepaald vaarwater moet voldoen voor de vlotte en veilige vaart van een bepaald type (motor)schip, een soort profiel van vrije ruimte. Bijlage 2 toont een kaart met de doorvaartprofielen in het centrum van Amsterdam. Een belangrijke factor, de verkeersdrukte op het betreffende vaarwater, speelt niet mee bij de vaststelling van het doorvaartprofiel. In het daaropvolgende hoofdstuk zijn twee criteria nader uitgewerkt: veiligheid en vlotheid. Voor de veiligheid en de veiligheidsbeleving is vooral de drukte op de betreffende vaarweg van belang. Grote drukte met gemotoriseerde vaart is bedreigend voor de veiligheid van de ongemotoriseerde vaart.
Derhalve kan deze beter wegblijven op concentratiepunten. Bij vlotheid gaat het er om dat de ongemotoriseerde vaart voldoende ruimte heeft een tegemoetkomend gemotoriseerd schip vlot te (laten) passeren, dat wil zeggen met geringe vaartvermindering. Bij de beoordeling van dit aspect wordt de methodiek van de Richtlijnen Vaarwegen toegepast. Tot slot van het rapport volgt een synthese van de resultaten van de twee beoordelingscriteria. Waar is bijvoorbeeld een vaarverbod of eenrichtingsverkeer aan te bevelen, voor welke vaartuigen, moet dit verbod op bepaalde tijden gelden, zijn aanvullende voorwaarden nodig bijvoorbeeld een veiligheidsinstructie bij verhuur, enzovoorts. Het is aan beleid en beheer welke aanbevelingen uiteindelijk worden overgenomen. 5
mededeling opdrachtgever SUP is een afkorting van Stand-Up Paddle (Boarding). Wij geven de voorkeur aan de Nederlandse uitspraak van paddleboard, dus peddelbord. De afkorting SUP staat ook voor Single Use Plastics en kan dus verwarrend zijn. 7 Gemeente Amsterdam: Doorvaartprofielen, een voorwaarde voor vlot en veilig varen in Amsterdam, 2004 6
Eindrapport maart 2023
8
Brolsma Advies
4.
Vaartuigen en hun eigenschappen
4.1 Roeiboten Roeivlet Er zijn veel verschillende soorten roeiboten, maar alle hebben gemeen dat de roeier achteruit kijkt en dus zijn hoofd moet omdraaien om in vaarrichting te zien. De roeivlet vaart niet erg snel en is meestal in gebruik als bijboot of werkboot van een vrachtschip of woonboot. De afmetingen bedragen globaal 1,5 x 4,0 m met variaties in de lengte8. De vlet kan ook voortbewogen worden door te wrikken met een persoon achterop staande, die één riem hanteert. De roeier kijkt dan wèl vooruit. De modieuze versie met de naam grachtenboot is doorgaans gemotoriseerd. Roeivletten hebben een vrij grote stabiliteit. Meestal zijn ze in particulier bezit.
8
Afb. 3: Roeivlet als bijboot
Afb. 4: Roeisloep in de St. Anthoniesluis
Afb. 5: Skiff
Afb. 6: Wherry, twee roeiers met stuurman
Afb. 7: Twee zonder stuurman
Afb. 8: Vier met stuurman
Gegevens diverse aanbieders op internet
Eindrapport maart 2023
9
Brolsma Advies Wedstrijdsloepen Bijzondere roeiboten zijn de roeisloepen met 8 of 10 roeiers. Oorspronkelijk waren dit afgedankte reddingboten van zeeschepen, maar tegenwoordig worden ze nieuw gebouwd, vaak speciaal voor wedstrijden. Dergelijke sloepen meten globaal 8,0 x 2,5 m. Dat is smaller dan de gemotoriseerde sloepen voor passagiersvervoer. Er is elk jaar een wedstrijd door de grachten met geroeide sloepen met maximaal 145 deelnemende boten9. Normaal gesproken vermijden roeisloepen het liefst de drukte en ze blijven doorgaans op de Amstel of andere ruim water. Wedstrijdboten Er zijn verschillende typen wedstrijdboten. De skiff heeft één roeier, andere boten twee, vier of acht roeiers die elk één (boordroeien) of twee riemen (scullen) hanteren. Wedstrijdboten hebben al dan niet een stuurman, die in tegenstelling tot de roeiers zicht naar voren heeft. Wedstrijdboot zijn snel. Door hun lage vrijboord zijn ze kwetsbaar bij golfslag. De twee, vier, acht en de skiff zijn circa 0,75 m breed, voor de wherry is 1,5 m te rekenen. Roeiboten nemen door hun riemen naar verhouding tot de scheepsbreedte veel plaats in. De riemen kunnen binnengehaald worden in passeersituaties of bij het doorvaren van een smalle brug of sluis. Op dat moment valt de snelheid en daarmee de bestuurbaarheid terug, dus lange passages zijn ongewenst.
Roeisloepen en roeiboten zijn zelden in particulier bezit, noch zijn ze te huur. Men moet lid zijn van een roeivereniging om er mee te mogen varen. Er zijn er een zevental in Amsterdam plus twee studentenverenigingen. De vereniging zorgt er voor dat de roeiers instructie krijgen en kennis hebben van de vaarregels. Stuurlui krijgen extra trainingen. Vrijwel alle verenigingen zijn aan of nabij de Amstel gevestigd en wedstrijdboten zoeken bij voorkeur het ruime water van de Amstel en mijden de drukke stadsgrachten. De eigenschappen van de diverse typen roeiboten zijn als in de onderstaande tabel te karakteriseren. Wendbaarheid, of met een ander woord manoeuvreerbaarheid, is het vermogen van koers te veranderen, belangrijk als er een incident dreigt. Uitzicht heeft betrekking op het uitzicht op het verkeer in vaarrichting en op het gezien kunnen worden door andere vaarweggebruikers. Ruimte slaat op ruimtegebruik in de vaarweg. Een min betekent veel ruimtegebruik. Roeiboten scoren allemaal slecht door hun ver naar buiten stekende riemen. De kolom gebruiker geeft aan in hoeverre de eerder genoemde eigenschappen te beïnvloeden zijn door de kundigheid van de gebruiker. Bijvoorbeeld: de skiff, 2, 4 en 8 compenseren hun geringe stabiliteit door kundigheid van de bemanning. Een plus betekent dat een kundig gebruiker een gunstige invloed kan hebben op de eigenschappen. roeiboten
stabiliteit
snelheid
wendbaar -heid
uitzicht / zichtbaar
ruimtegebruik
invloed gebruiker
roeivlet
+ + -+ ---
-o + o + +
--o o o o
o + -+ -+
-------
o
roeisloep skiff wherry 2 of 4 zonder stuurman 2, 4 of 8 met stuurman
o + + + +
+ = goed o = matig tot redelijk -- = slecht Tabel 1: Karakjteristieken roeiboten
9
grachtenrace.com/inschrijven
Eindrapport maart 2023
10
Brolsma Advies 4.2 Kano’s In een kano, in het Engels kayak genaamd, zit de roeier met zijn of haar gezicht naar voren. Een kano is in principe open, een kajak heeft een gesloten dek. Er zijn kano’s voor één of meer roeiers. Men gebruikt in praktijk de termen kano en kayak/kajak door elkaar. Er zijn zowel kano’s in particulier eigendom als huurkano’s. Een bijzonder model is de Canadese kano, die breder dus stabieler dan de toerkano is en meer laadvermogen heeft. De roeiers hebben in dit geval een peddel met één blad, een zogeheten steekpeddel, terwijl een normale kano/kajak een peddel met twee bladen heeft. Een kano/ kajak is doorgaans 0,60 m breed, een Canadese kano 0,85 m. Een recente ontwikkeling is de surfski, langer en smaller (0,40 á 0,50 m) dan de kajak en daardoor sneller. De roeier zit niet in, maar op de ski. Met de voeten is een roertje te bedienen. De surfski werd aanvankelijk gebruikt door reddingsbrigades in Australië en Zuid-Afrika, maar is inmiddels ontdekt als wedstrijdboot. Het gebruik van de surfski in de branding vraagt de nodige vaardigheid van de roeier. De kanovereniging IJburg verhuurt enkele en geeft instructies. De surfski is geschikt voor tochten op open water zoals over het IJmeer naar Pampus of Marken. Golfslag is geen bezwaar. Op de binnenwateren zullen surfski’s niet snel te zien zijn. Kano’s toerkano/kajak Canadese kano surfski
stabiliteit
snelheid
wendbaar -heid
uitzicht / zichtbaar
ruimtegebruik
invloed gebruiker
-o --
+ o +
o o o
+ + +
o + o
+ + +
+ = goed o = matig tot redelijk -- = slecht Tabel 2: Karakteristieken kano’s
Afb. 9: Open kano
Afb. 10: Canadese kano
Afb. 11: Kajakkers
Afb. 12: Surfski
Eindrapport maart 2023
11
Brolsma Advies Er zijn verhuurlocaties voor kano’s aan de Amstel nabij de Berlagebrug, in het Amsterdamse Bos, in de Sloterplas, IJburg en Zeeburg. Er worden diverse gemarkeerde routes gepropageerd, zoals het onderstaande kaartje toont. Voor een deel lopen de routes over grachten met druk verkeer. De bordjes die de routes aanduiden worden al jaren niet meer bijgehouden10. Naar schatting varen er op een drukke dag circa 20 kano’s of kajaks gelijktijdig door de stad11.
Afb. 13
Afb. 14: Voorbeeld van kanoroutes
4.3 Waterfietsen
Afb. 15: Klassiek model waterfiets
Afb. 16: Waterfiets met twee drijvers
Het aantrekkelijke van een waterfiets is, dat men zijn eigen route kan bepalen en als het ware een privé-rondvaartboot heeft. Het gebruik van deze vaartuigen vraagt geen speciale vaardigheden. Waterfietsen zijn in Amsterdam maximaal 3,65 m lang en 1,55 m breed en kunnen ten hoogste 4 personen meenemen. Ze liggen dankzij de relatief grote breedte stabiel in het water. 10 11
Mededeling afd. Nautisch Beheer Royal HaskoningDHV: Recreatievaart Amsterdam, 2022, p. 39
Eindrapport maart 2023
12
Brolsma Advies Tezelfdertijd zijn ze door hun inefficiënte voortstuwing traag en door het kleine roer niet vlot wendbaar. Het fietsen vraagt fysieke inspanning, daardoor komen waterfietsen meestal niet ver van het vertrekpunt. Huurders wordt niet gevraagd naar enige nautische kennis. Op de middenconsole is een sticker geplakt met rudimentair aangegeven de vaarregels. Het gebrek aan inzicht kan nog wel eens tot vervelende verkeerssituaties leiden12. Naast de standaard waterfiets bestaan ook fantasierijke modellen, maar die zijn (nog) te weinig voorkomend in Amsterdam om als aparte categorie te vermelden. De eigenschappen van de waterfiets zijn als volgt te waarderen: waterfiets
stabiliteit
snelheid
wendbaar -heid
uitzicht / zichtbaar
ruimtegebruik
invloed gebruiker
waterfiets
+
--
--
o
--
--
+ = goed o = matig tot redelijk -- = slecht Tabel 3: Karakteristieken waterfietsen
Sinds kort is er een nieuwe variant op de markt, een kruising tussen een waterfiets en een peddelbord, die men aan kan duiden als fietsbord. Tijdens de Amsterdam Waterweek 2022 stonden races met dergelijke vaartuigen bij het Marineterrein op het programma. Maar tot nu toe zijn ze zelden te zien in de Amsterdamse binnenwateren. Klassieke waterfietsen zijn te huur in de PrinsenAfb. 17: Fietsbord gracht bij het Anne Frankhuis, de Keizersgracht ter hoogte van de Leidsestraat, de Singelgracht nabij het Leidseplein en bij het Rijksmuseum. Deze verhuurlocaties zijn aangegeven op bijlage 2. Bovendien is er een verhuurbedrijf bij de Sloterplas.
4.4 Peddelborden Peddelborden, de Nederlandse vertaling van SUP oftewel Stand-Up Paddle (Boarding), is omstreeks 1940 in Hawaii ontstaan uit het brandingsurfen. Pas na de eeuwwiseling verspreidde de sport zich naar vlak water en naar Europa. Onder auspiciën van de International Surfing Association (ISA) vond in 2012 het eerste wereldkampioenschap plaats13. Het peddelborden is relatief nieuw in Nederland en op de Amsterdamse wateren. Het heeft snel een grote populariteit verworven, niet in het minst omdat de borden vrij goedkoop zijn. Voor enkele honderden euro’s kan men al een (opblaasbaar) peddelbord aanschaffen. De borden zijn licht en makkelijk draagbaar. Particuliere eigenaars kunnen vrijwel overal opstappen Ze zijn op een aantal plaatsen in de stad, de Nieuwe Meer, Sloterplas en IJburg te huur. Een exploitatievergunning is ingevolge de VOB verplicht, maar in afwachting van nieuw beleid zijn geen vergunningen afgegeven. Er is zeker vraag naar. Bij verhuur wordt een korte veiligheidsinstructie gegeven, maar het vaargedrag van peddelaars leidt nogal eens tot irritatie bij andere vaarweggebruikers14, temeer omdat peddelaars vaak slecht zichtbaar en onvoorspelbaar zijn.
12
Royal HaskoningDHV: Recreatievaart Amsterdam, 2022, p. 42 www.isasurf.org 14 Royal HaskoningDHV: Recreatievaart Amsterdam, 2022, p. 34 13
Eindrapport maart 2023
13
Brolsma Advies
Afb. 18: Peddelborden in de gracht
Afb. 19: Peddelbord met zitje Tabel 4: Karakteristieken peddelborden
Er zijn diverse varianten in omloop, waaronder opblaasbare SUP’s en borden met een zeil of een zitje. Er zijn borden voor zes of meer personen, speciaal voor vissers en zelfs voor yogabeoefening. Met een breedte van gemiddeld 0,75 m zijn de peddelborden weinig stabiel, zeker voor nieuwelingen. De eigenschappen van peddelborden zijn als volgt te karakteriseren: peddelbord
stabiliteit
snelheid
wendbaar -heid
uitzicht / zichtbaar
ruimtegebruik
invloed gebruiker
peddelbord
--
--
o
o
+
+
+ = goed o = matig tot redelijk -- = slecht Tabel 5: Karakteristieken peddelborden
4.5 Zeilboten Zeilboten met vaste mast en hoge transporten maken om van zuidwest naar noordoost Nederland te varen gebruik van de zogeheten staande-mast-route. Deze loopt door Amstedam en wel vanaf de Nieuwe Meer via het tracé Schinkel-Kostverlorenvaart-Kattensloot-SingelgrachtWesterkanaal. Over deze staande-mast-route liggen uitsluitend beweegbare bruggen. Het gaat hierbij om grote zeilboten, die op het genoemde traject doorgaans op de motor varen. Kleine zeilboten komen op de Kostverlorenvaartroute vrijwel niet voor.
Afb. 20: Zeilkano
Eindrapport maart 2023
Afb. 21: Zeilplank
14
Brolsma Advies Er zijn mogelijkheden om kano’s om te bouwen naar zeilkano, er is zelfs een aparte wedstrijdklasse voor dit type boot. De mast is vrijwel altijd hoger dan 2,5 meter. Veel vaste bruggen over de grachten in Amsterdam hebben een doorvaarthoogte die minder is15. De zeilkano kan dus niet met staande mast onder de bruggen door en daarmee zijn de grachten geen aantrekkelijk vaargebied. Hetzelfde geldt voor andere typen kleine zeilboten, bijvoorbeeld Optimist, Valk of Vrijbuiter, die vaak gebruikt worden voor zeillessen. Deze blijven meestal op de meren en plassen, waar de zeilscholen of verhuurbedrijven gevestigd zijn. Voor de populaire zeil- of surfplank geldt hetzelfde: grachten zijn niet aantrekkelijk vanwege de bruggen, meren en plassen, bijvoorbeeld de IJburgbaai, des te meer. De eigenschappen van zeilboten zijn als volgt: zeilboten
stabiliteit
snelheid
wendbaar -heid
uitzicht / zichtbaar
ruimtegebruik
invloed gebruiker
+ --
o +
o +
+ +
+ +
+ +
zeilboot/-kano zeilplank + = goed o = matig tot redelijk -- = slecht
Tabel 6: Karakteristieken zeilboten
4.6 Opblaasboten Naast de hiervoor genoemde typen ongemotoriseerde vaart komt ook andere ongemotoriseerde vaart voor. Bijvoorbeeld rubberen opblaasboten, langzaam en slecht manoeuvreerbaar, in feite alleen geschikt voor spelevaren. De grotere opblaasboten zijn meestal gemotoriseerd. Opblaasboten zijn als onderstaand te karakteriseren. Afb. 22: Opblaasboot
opblaasboot
stabiliteit
snelheid
wendbaar -heid
uitzicht / zichtbaar
ruimtegebruik
invloed gebruiker
opblaasboot
o
--
--
--
+
o
+ = goed o = matig tot redelijk -- = slecht Tabel 7: Karakteristieken opblaasboot
4.7 Kitesurfen Kitesurfen is een vorm van watersport, waarbij de persoon op een kleine zeilplank staat en zich voort laat trekken door een kite, een soort vlieger, meestal in de vorm van een parapente. Kitesurfen is te beschouwen als een variant op windsurfen en is vooral populair bij jongeren.
15
Brolsma Advies: Toetsing doorvaartprofielen Amsterdam, 2018, p. 23; op andere wateren dan de grachtengordel kunnen andere peilen heersen en geldt derhalve een andere aanbeveling voor brughoogte
Eindrapport maart 2023
15
Brolsma Advies Kitesurfers kunnen grote snelheden ontwikkelen en door het lifteffect van de vlieger hoog en ver springen. Om die reden hebben ze ruim water nodig, bijvoorbeeld het IJmeer of Markermeer, en is het voor andere watersporters en vooral voor zwemmers geraden uit de buurt te blijven. Vaak is onder de plank een foil of draagvleugel aangebracht. Kitesurfen is niet zonder gevaar. Regelmatig komt het voor dat de kiter na een sprong hard op het water of op de grond terecht komt en gewond raakt. Niet zelden botsen kitesurfers. En als de lijnen van de vlieger in het water komen te liggen, lopen anderen het risico erin verward te raken. Regelmatig komt het voor dat reddingboten moeten uitvaren voor kitesurfers, die het niet meer lukt vaste wal te bereiken. Tot nu toe is er in het Amsterdamse beheersgebied officieel geen zone voor kitesurfen aangewezen. In de inrichtingsplannen voor het IJmeer (bijlage 4) is dit wel voorzien16. Afb. 23: Kitesurfer
4.8
Gemotoriseerde pleziervaart
In de onderzoeksvraag is eveneens de gemotoriseerde pleziervaart opgenomen. Pleziervaart omvat per definitie alle vaartuigen van particulieren, zowel gemotoriseerd als ongemotoriseerd, zonder beroepsmatige schipper. De ongemotoriseerde vaartuigen zijn hiervoor beschreven, gemotoriseerde vaartuigen van particuliere eigenaren zijn nog niet aan de orde gekomen. Het gaat in het centrum van Amsterdam voornamelijk om drie typen vaartuigen: vletten, sloepen en kleine motorboten. Kajuitjachten, dat wil zeggen boten die geschikt zijn om aan boord te overnachten, blijven weg omdat ze een te hoge opbouw hebben voor het merendeel van de Amsterdamse bruggen. De eenvoudigste vorm van gemotoriseerde pleziervaart zijn met een afneembare buitenboordmotor uitgeruste vletten van het type dat in § 4.1 beschreven is, met de aldaar vermelde afmetingen van circa 4,0 x 1,5 m. Zolang ze zich aan de limiet van 6 km/uur houden, wekken ze geen hinderlijke golfsystemen op. Sloepen, zowel open als met een huif, zijn kleiner dan de bemande sloepen voor rondvaarten om de eenvoudige reden dat ze op minder personen berekend zijn. De afmetingen van een sloep voor acht volwassenen zijn circa 6,0 à 8,0 x2,5 m. De particuliere eigenaar is doorgaans voorzichtig met zijn boot, is een ervaren varensman, weet goed te manoeuvreren en is op hoogte van de vaarregels17.
Afb. 24: Particuliere sloep
16 17
Afb. 25: Snelle kleine motorboot
Gemeente Amsterdam: Programma waterrecreatie en ecologie IJburg Zeeburgereiland, 2019 Royal HaskoningDHV: Recreatievaart Amsterdam, 2022, p. 25
Eindrapport maart 2023
16
Brolsma Advies De afgebeelde motorboot komt op een maat van circa 2,0 x 5,5 m uit18. Dergelijke boten zijn gebouwd op snel varen, veel sneller dan de limiet van 6 km/uur, maar wekken in dat geval hinderlijk haalgolven op. De verleiding is groot té snel te varen, zeker op ruim water zoals de Amstel, waar overigens 7,5 km/uur is toegestaan. Ook bij lage snelheden zijn dit juist de vaartuigen die tot klachten van woonbootbewoners leiden omdat ze ook dan, meer dan sloepen en rondvaartboten, hinderlijke golfslag veroorzaken19. De eigenschappen van gemotoriseerde pleziervaart zijn als volgt: gemotoriseerde pleziervaart
stabiliteit
snelheid
wendbaar -heid
uitzicht / zichtbaar
ruimtegebruik
invloed gebruiker
vlet met b.b.motor
+ + +
+ + +
+ + +
o + +
+ + +
+ o +
motorsloep snelle motorboot + = goed o = matig tot redelijk -- = slecht
Tabel 8: Karakteristieken gemotoriseerde pleziervaart
Er zijn meer typen gemotoriseerde pleziervaart. Bijvoorbeeld grote, gemotoriseerde rubberboten met stijve romp, zogenaamde Rigid Inflatable Boats (RIB’s), die onder meer de politie gebruikt. Voor deze typen geldt dat ze gering in aantal en niet bepalend voor de categorie gemotoriseerde pleziervaart zijn.
4.9
Aantallen
In een recent verschenen rapportvan Royal HaskoningDHV is een schatting gegeven van het totaal aantal ongemotoriseerde vaartuigen, dat zich gelijktijdig op de Amsterdamse wateren begeeft. De cijfers zijn tot stand gekomen door middel van bureaustudies en interviews met gebruikers, waar mogelijk gecomplementeerd met informatie van vergunningen/vignetten20. Gebruikersgroep
geschatte omvang
roeisloepen
15 roeisloepen, max. 10 gelijktijdig op het water tijdens de sloepenrace max. 145 deelnemers
wedstrijdroeiboten
750, max. 200 gelijktijdig op het water, voornamelijk buiten het centrum
kano’s en kajaks
omvang onbekend, ca. 20 gelijktijdig op het water soms groepen tot 30 à 40 boten
waterfietsen
85 in bedrijf, vergunningen max. 100
peddelborden
omvang onbekend, ca. 30 gelijktijdig op het water groepen tot 50 peddelborden mogelijk
kitesurfen
niet toegestaan
gemotoriseerde pleziervaart
globale schatting: 12.000 tot 15.000 Tabel 9: Aantallen vaartuigen
18
Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving: Richtlijnen Vaarwegen 2020, 2020, tabel 10 Royal HaskoningDHV: Recreatievaart Amsterdam, 2022, p. 26 20 Ibidem, p. 14 19
Eindrapport maart 2023
17
Brolsma Advies 4.10 Samenvatting karakteristieken De onderstaande tabel geeft een samenvatting van de karakteristieken van de vaartuigen. type
stabiliteit
snelheid
wendbaar -heid
uitzicht / zichtbaar
ruimtegebruik
invloed gebruiker
roeivlet
+
--
--
o
--
o
roeisloep
+
o
--
+
--
o
skiff
--
+
o
--
--
+
wherry
+
o
o
+
--
+
2 of 4 zonder stuurman
--
+
o
--
--
+
2, 4 of 8 met stuurman
--
+
o
o
--
+
toerkano/kajak
--
+
o
+
o
+
Canadese kano
o
o
o
+
+
+
surfski
--
+
o
+
o
+
waterfiets
+
--
--
o
--
--
peddelbord
--
--
o
o
+
+
zeilboot/-kano
+
o
o
+
+
+
zeilplank
--
+
+
+
+
+
opblaasboot
o
--
--
--
+
o
vlet met b.b. motor
+
+
+
o
+
+
motorsloep
+
+
+
+
+
o
snelle motorboot
+
+
+
+
+
+
+ = goed o = matig tot redelijk -- = slecht Tabel 10: Samenvatting karakteristieken
Ter verduidelijking het volgende. Er zijn geen objectieve normen om de kwalificaties toe te kennen. De bovenstaande invulling is te beschouwen als een expert opinion, een oordeel van experts, dat dient als hulpmiddel voor de uiteindelijke toetsing in hoofdstuk 7. Een negatieve karakterisering bij ruimtegebruik betekent bijvoorbeeld dat het vaartuig veel ruimte inneemt door ver naar buiten stekende roeiriemen, dan wel een zwalkend koersverloop. Met uitzicht is aangegeven in hoeverre degene die het vaartuig bestuurt uitzicht op de overige vaart heeft en tegelijk in hoeverre zijn vaartuig goed en tijdig door de andere vaart waargenomen kan worden. Een positieve score bij snelheid kan ook negatief uitpakken, met name in de categorië gemoto-riseerde pleziervaart, wanneer men zich niet aan de snelheidslimieten houdt. De kolom invloed gebruiker geeft aan in hoeverre negatief gewaardeerde eigenschappen te compenseren zijn door de kundigheid van de gebruiker. Bijvoorbeeld: de waterfiets is traag en slecht wendbaar; dit is niet afhankelijk van de kundigheid van de gebruiker. De slechte stabiliteit van de meeste roeiboten is daarentegen wel degelijk te compenseren door een kundig roeier.
Eindrapport maart 2023
18
Brolsma Advies
5.
Karakteristieken vaarwegen
5.1 Doorvaartprofielen Om de vlotte en veilige vaart op de Amsterdamse binnenwateren te waarborgen, is een stelsel van zogeheten doorvaartprofielen ontwikkeld21. Een doorvaartprofiel geeft minimale maten in lengte, breedte en diepte waaraan een bepaald vaarwater moet voldoen voor de vlotte en veilige vaart van een bijpassend type motorschip. De doorvaartprofielen zijn nader uitgewerkt in het Uitwerkingsbesluit doorvaartprofielen uit 2008 en zijn conform vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam met afmetingen van lengte, breedte en diepgang conform bijlage 322. Hoogte is overigens niet opgenomen in deze regeling, wèl in de tabel aangezien hoogte sterk bepalend is voor de toegankelijkheid. profiel
maatgevend schip
lengte vaartuig
breedte vaartuig
diepgang - NAP
doorvaartbreedte
A1
vrachtschip CEMT-klasse IV (1500 à 2000 ton laadvermogen)
80,0
9,50
3,00
30,00
A1+
vrachtschip CEMT-klasse IV op de Schinkel
80,0
9,50
3,00
50,00
A2
vrachtschip CEMT-klasse III (1000 à 1250 ton laadvermogen)
67,0
7,20
2,75
24,00
A2+
vrachtschip CEMT-klasse III op de Amstel
67,0
7,20
2,75
50,00
B
klassieke rondvaartboot (bemand groot)
20,0
4,25
2,20
13,00
C
compacte rondvaart-/salonboot (bemand gesloten)
18,0
4,00
2,20
12,00
D
grote sloep (bemand open)
14,0
3,75
1,90
11,00
E
kleine sloep (onbemand)
14,0
3,75
1,80
10,00 (min. 6,50 m)
E®
kleine sloep (onbemand)
14,0
3,75
1,80
10,00 (uitzondering maatwerk)
Tabel 11: Maatvoering doorvaartprofielen
In de verdere uitwerking van de karakteristieken van de vaarwegen zal de bovenstaande als leidraad dienen. Van elk type vaarweg zijn drie kenmerken van belang: vaarwegbreedte, verkeersdrukte en golfklimaat. Vaarwegbreedte is te zien in relatie tot ander verkeer: blijft er voldoende ruimte over naast het maatgevende schip voor een vlotte en veilige passage van tegemoetkomers. Verkeersdrukte bepaalt of kritische situaties veel of weinig voorkomen. Het golfklimaat is in dit verband vooral gerelateerd aan overige vaart.
21 22
Gemeente Amsterdam: Doorvaartprofielen, een voorwaarde voor vlot en veilig varen in Amsterdam, 2004 Burgemeester en Wethouders: Regeling doorvaartprofielen binnenwateren Amsterdam, besluit 11 april 2008
Eindrapport maart 2023
19
Brolsma Advies 5.2 Meren en plassen Er is geen doorvaartprofiel vastgesteld voor meren en plassen behoudens de Nieuwe Meer en de Sloterplas, maar deze zijn wel relevant in het onderhavige onderzoek. Meren en plassen in het vignetplichtige gebied zijn: de Nieuwe Meer, Gaasperplas, Sloterplas, Noorder IJplas, IJburgbaai, IJmeer, Kinselmeer, Ransdorper Die en Holysloter Die. De laatste twee meertjes en de Noorder IJplas liggen geïsoleerd voor doorgaande vaart. Het Kinselmeer is evenmin verbonden is met andere wateren en wacht op een inrichtingsplan. Er vindt hooguit kleine watersport met kano’s, roeiboten en dergelijke plaats. Hetzelfde geldt voor de Gaasperplas in Amsterdam Zuid-Oost. De Noorder IJplas is de zandwinput, die gebruikt is voor de aanleg van de A10. De plas zal in de komende jaren ontwikkeld worden tot stadspark op de grens van Amsterdam en Zaandam. Momenteel zijn dus relevant voor het beleid ongemotoriseerde vaart: • Nieuwe Meer • Sloterplas in Nieuw-West • IJburgbaai, in het IJmeer, omarmd door IJburg en het Centrumeiland • IJmeer, dat wil zeggen het Amsterdamse deel van het IJmeer Door de Nieuwe Meer loopt een vaargeul voor de beroepsvaart, die de verbinding vormt tussen de Schinkel en de Ringvaart van de Haarlemmermeer. Deze vaargeul maakt deel uit van de eerder genoemde staande-mast-route.
De Sloterplas is verbonden met enerzijds de Kostverlorenvaart, anderzijds de Ringvaart van de Haarlemmermeer. Er vindt lokale, kleinschalige watersport plaats. De IJburgbaai is onderdeel uit van het IJmeer, maar is door een dam afgesloten van de vaargeul voor de beroepsvaart. De gemeente werkt aan een programma om het gebied in te richten voor zowel waterrecreatie als ecologie23. Bijlage 4 geeft een impressie van zo een inrichtingsplan24, waarin een grote rol is weggelegd voor kano’s, peddelborden, zeilplanken en zeilboten. Ook is een areaal voor kitesurfers voorzien. Op het IJmeer kunnen pittige golven voorkomen als gevolg van opwaaiing. Het is daardoor minder geschikt voor kleine watersport25. Meren en plassen zijn breed en ruim. De verkeersdrukte is gering en het golfklimaat als gevolg van gemotoriseerde vaart levert weinig problemen op, windgolven kunnen echter wel problemen geven.
5.3 Ruim profiel (profielen A) De profielen A, op bijlage 2 aangegeven in oker en groen, betreft ruim vaarwater dat toegelaten is voor beroepsmatige binnenschepen. De Kostverlorenroute tussen de Westerkeersluis en de Nieuwe Meer is toegankelijk voor schepen van CEMT-klasse IV26, dat wil zeggen 9,5 x 80 m. Dit is tevens de staande-mast-route. Op de Amstel ten zuiden van de Blauwbrug is CEMTklasse IIa toegestaan met afmetingen van 7,2 x 67 m. Op de Amstelroute tussen de Amstel en het Oosterdok via Zwanenburgerwal en Oude Schans is eveneens CEMT-klasse II toegestaan27. Dergelijke binnenschepen veroorzaken retourstroom en golfslag, die een bedreiging kunnen vormen voor onstabiele vaartuigen. In het centrumgebied geldt een maximum vaarsnelheid 23
Gemeente Amsterdam: Programma waterrecreatie en ecologie IJburg Zeeburgereiland, 2019 Witteveen + Bos: Uitbreiding waterrecreatie IJburg, natuurtoets, 2018, p. 23 25 Ibidem, p. 26-27 26 De Conférence Européenne des Ministres de Transport stelde in 1954 standaardafmetingen voor binnenschepen vast 27 Rijkswaterstaat: Vaarwegen in Nederland, 2021 24
Eindrapport maart 2023
20
Brolsma Advies van 6 km/uur en speelt golfslag en retourstroom een geringe rol. Op doorgaande vaarwegen zoals de Amstelroute, de Kostverlorenvaartroute en in de IJ-haven, Ertshaven, Entrepothaven en het Spoorwegbassin geldt maximaal 7,5 km/u en is de kans groter op door binnenvaart veroorzaakte hinderlijke waterbeweging. Vaarwegen met profiel A zijn onder meer (zie bijlage 2): • • • • • • • • • • • •
Kostverlorenvaart inclusief Schinkel, Riekerhaven en Nieuwe Meer Kattensloot Singelgracht Westerkanaal plus Wqestelijk Marktkanaal Amstel Zwanenburgerwal Oude Schans Nieuwe Herengracht plus Schippersgracht Nieuwevaart Dijksgracht Oosterdok Westerdok plus Zijkanaal I en Johan van Haseltkanaal West
5.4 Standaard grachtenprofiel (profiel B) Het merendeel van de Amsterdamse grachten heeft een doorvaartprofiel van tenminste 13,0 meter breed. Ze zijn in helder blauw aangegeven op bijlage 2. Profiel B geldt als het standaard grachtenprofiel, de kern van het stadsgebied, de drukste grachten waar rondvaart- en salonboten van maximaal 4,25 m breed elkaar zonder problemen kunnen ontmoeten. De drukte op de grachten hangt vooral samen met de routering van rondvaartboten. Het onderstaande kaartje betreft het aanbod van één van de aanbieders. Hij en zijn collega’s varen min of meer langs dezelfde routes langs dezelfde toeristische attracties, met name het Anne Frank Huis, het Rijksmuseum en de Hermitage en dergelijke. Men vaart in optocht achter elkaar en vooral dát veroorzaakt locaal drukke situaties. Profiel B geldt voor ruim veertig grachten, waaronder de grachtengordel met Singel, Herengracht, Keizersgracht, Prinsengracht en Brouwersgracht, Lijnbaansgracht, Singelgracht, Leidsegracht, Rokin, Oudezijds Voorburgwal, Kloverniersburgwal, Waalseilandgracht, enzovoorts. Niet alle grachten die doorvaartprofiel B toegekend hebben gekregen, voldoen aan de norm van minimaal 13,0 m breedte. Als kritische doorvaartprofielen zijn te noemen: • • • • • • •
Prinsengracht, beperking van het doorvaartprofiel door aan weerszijden afgemeerde woonboten Leidsegracht, zeer druk bevaren, aan één zijde afgemeerde boten Lauriergracht, aan twee zijden afgemeerde boten Leliegracht, versmalling door de kademuren van een voormalige sluis Reguliersgracht, ter weerszijden afgemeerde booten Grimburgwal + Oudezijds Voorburgwal + Oudezijdskolk heeft de status van doorvaartprofiel B gekregen, maar is aan beide uiteinden feitelijk te smal Nieuwe Achtergracht, tussen Weesperstraat en Roeterstraat aan twee zijden afgemeerde boten waaronder woonboten
Behoudens de hiervoor opgesomde grachten zijn de grachten met profiel B voldoende ruim voor een ontmoeting van twee maatgevende schepen oftewel de klassieke rondvaartboot. Als
Eindrapport maart 2023
21
Brolsma Advies deze schepen zich aan de snelheidslimiet houden, is er geen sprake van hinderlijke waterbeweging. Een aantal grachten of gedeelten van grachten is buitengewoon druk met gemotoriseerde vaart. De consequenties hiervan voor de ongemotoriseerde vaart komen in het volgende hoofdstuk aan de orde.
Afb. 26: Routekaart van een van de rondvaartrederijen
5.5 Beperkt grachtenprofiel (profiel C + D) Profiel C is door zijn afmetingen het meest geschikt voor kleine rondvaartboten en salonbootjes. Volgens de verordening is de maatgevende scheepsafmetingen voor profiel C op 18,0 x 4,0 m. Dan is met een vaarwegbreedte van 12,0 m te volstaan. Profiel C is op bijlage 2 in rood weergegeven. Er zijn betrekkelijk weinig wateren met profiel C: • • • • • • • •
Kostverlorenvaart ten noorden van de aantakking van de Kattensloot Brouwersgracht tussen Prinsengracht en Singelgracht Nieuwe Prinsengracht tussen de Binnen-Amstel en de Plantage Muidergracht Da Costagracht Bloemgracht Rechtboomsloot Raamgracht Oostenburgerdwarsvaart
Zoals gezegd bedraagt bij profiel C de minimale vaarwegbreedte 12,0 m. Hieraan wordt niet in alle gevallen voldaan. Het Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen uit 2008 geeft aan: als vaarwegbreedte van de: •
Bloemgracht, het eerste gedeelte vanaf de Prinsengracht 8,60 m door twee gemeerde brede woonboten, te zien op afbeelding 27
Eindrapport maart 2023
22
Brolsma Advies • •
Rechtboomsloot 9,0 m verminderd met aan één zijde gemeerde schepen Raamgracht gemiddeld 7,5 m, maar op zijn smalst 6,4 m28
Wateren van categorie D komen momenteel niet voor.
Afb. 27: Voorbeeld van profiel C: de Bloemgracht. Het salonbootje is 2,5 m breed
5.6 Recreatieprofiel (profielen E) Een aantal grachten zijn smaller en/of ondieper dan de hiervoor genoemde wateren, veelal in combinatie met lage bruggen. Hun betekenis is in praktijk beperkt tot recreatievaart, waartoe de ongemotoriseerde vaart nu juist behoort. Wateren van categoriën E en E® maken het voor kleine schepen mogelijk drukke routes te vermijden als waren het sluip(vaar)wegen. Dus in het kader van deze nota is categorie E dus wel degelijk van belang. Categoriën E en E®, op bijlage 2 te zien in geel en paars, zijn vooral te vinden in het gebied van de Wallen en de Jordaan. Te noemen zijn: • • • • • • • • • • • • 28
Lijnbaansgracht tussen Egelantier- en Brouwersgracht Reguliersgracht tussen de Lijnbaans- en Prinsengracht Oudezijds Achterburgwal Groenburgwal Blauwburgwal Beulingsloot Kromboomsloot en in het verlengde de Snoekjesgracht Egelantiergracht Passeerdersgracht Spiegelgracht Looiersgracht IJburg, zie volgende paragraaf
Afb. 28: Beulingsloot: verboden voor gemotoriseerde vaart (verkeersteken A.12)
Brolsma Advies: Toetsing doorvaartprofielen Amsterdam, 2018, p. 67
Eindrapport maart 2023
23
Brolsma Advies De Oudezijds Achterburgwal is al jaren gesloten voor alle vaart vanwege de slechte toestand van een van de bruggen. Er zijn noodmaatregelen getroffen, maar de doorvaart is vooralsnog niet toegestaan. In de Beulingsloot, de verbinding van de Herengracht met het Singel, ongeveer in het verlengde van de Leidsegracht zijn door plaatsing van verkeersteken A.12 motorschepen verboden. Alleen ongemotoriseerde vaart is toegestaan in de richting van het Singel.
5.7 IJburg IJburg is een nieuwe woonwijk, gevestigd op een archipel van kunstmatige eilanden. Gereed zijn het Steigereiland, het Haveneiland en de Rieteilanden. Bij het ontwerp en de ontwikkeling van IJburg (bijlage 4) speelden water en groen een grote rol. Met name het Haveneiland, dat doorsneden is door enkele waterlopen: de 35 m brede Groene Tunnel, de Polygoongracht, de de Profiltigracht, de Dwarsgracht en de Hollandiagracht. Een deel van de nieuwe bewoners heeft daardoor de mogelijkheid een bootje achter het huis te leggen.
Afb. 29: Kajakkers in de Betonsluis
Afb. 30: Hollandiagracht
De wateren van het Haveneiland zijn met drie sluizen op het IJmeer aangesloten: de Haveneiland- of Hoofdsluis (6 x 40 m) aan de noordzijde, de Nijlpaardsluis (6 x 20 m) aan de westzijde en de Betonsluis (6 x 20 m) aan de oostzijde29. Daarenboven is er een jachthaven op het Haveneiland. De woonboothaven van het naastgelegen Steigereiland is eveneens met een sluis (8 x 20 m) verbonden met het Buiten-IJ. De bruggen hebben een doorvaartwijdte van 8,0 dan wel 10,0 m. De grachten en vaarten op IJburg zijn na onderhoudsbaggerwerk in 201330 merendeels op een diepte van 1,50 m gebracht. Op het moment van schrijven zijn echter géén doorvaartprofielen voor IJburg vastgesteld. Voor ongemotoriseerde vaart ligt IJburg enigszins geïsoleerd van het centrum van Amsterdam. Men moet immers komend vanuit de IJburgbaai de vaargeul voor de beroepsvaart oversteken en door de Oranjesluizen schutten om op het IJ te komen. Het is niet onmogelijk, maar niet aantrekkelijk. Bovendien zijn rond IJburg en het aansluitende IJmeer voldoende recreatiemogelijkheden. Het IJmeer is echt buitenwater, waar het flink tekeer kan gaan. Regelmatig komen watersporters in de problemen en moeten hulp van een reddingboot inroepen31. De Koninklijke Nederlandse Reddingmaatschappij (KNRM) heeft daartoe boten gestationeerd in Blaricum/ Huizen en op Marken. 29
Afmetingen volgens informatie van de opdrachtgever Debrugkrant.nl, 26 april 2013 31 bijvoorbeeld: www.knrm.nl/nieuws/knrm-reddingstation-huizen/onderkoelde-kajakker-gered-uit-ijmeer 30
Eindrapport maart 2023
24
Brolsma Advies
6.
Beoordelingscriteria
De in § 2.1 geformuleerde onderzoeksvraag stelt dat ongemotoriseerde vaartuigen andere eigenschappen hebben dan gemotoriseerde vaartuigen. Welke effecten hebben deze eigenschappen op vlot en veilig doorvaartverkeer en op andere gebruikers? Oftewel, waar brengt de ongemotoriseerde vaart de veiligheid op de Amsterdamse vaarwegen in het geding of belemmert het de vlotte doorvaart.
6.1 Veiligheid In de voorgaande hoofdstukken is herhaaldelijk sprake geweest van drukke vaarwegen en van hot spots, concentratiepunten waar veel verkeer samenkomt en vaak onoverzichtelijke situaties ontstaan, plaatsen die de ongemotoriseerde vaart ter wille van de eigen veiligheid moet vermijden. Want ongemotoriseerde vaartuigen zijn over het algemeen klein en langzaam en daarmee kwetsbaar in het geval van aanvaringen. Bovendien is de ‘schipper’ vaak onervaren, hij/zij manoeuvreert onhandig en kent de regels nauwelijks of is niet genegen zich aan de regels te houden32. Het is belangrijk dat ongemotoriseerde vaartuigen snel uit de weg kunnen indien een incident dreigt. Voor gemotoriseerde pleziervaart geldt dit in mindere mate. Een goede indicatie van de drukte op de vaarwegen is te vinden in de Grachtenmonitor. Zogeheten vignetlezers hebben in de periode 13 augustus tot en met 18 september 2021 het aantal passages geregistreerd van passagiersvaart en pleziervaart, te zien in de onderstaande figuur33. Niet alle vaartuigen zijn van een vignet voorzien, het beeld is dus niet volledig. De drukste dag van de week is doorgaans zaterdag. De pleziervaart, dat wil zeggen alle nietberoepsvaart, speelt zich vooral af tussen 10 uur en 18 uur af met de piek tussen 13 en 16 uur34. Het vaarseizoen loopt van medio april tot eind september. Extreem druk is het maar op circa 20 dagen per jaar35.
Afb. 31: Steekproef van het aantal passages op de drukste dag in het vaarseizoen, 14 augustus 2021 32 33 34 35
Gemeente Amsterdam: Bekendheid met de Amsterdamse vaarregels, 2022 Gemeente Amsterdam: Grachtenmonitor 2021, p. 8-9; dit was in coronatijd! Gemeente Amsterdam: Grachtenmonitor 2020, figuur 4 Royal HaskoningDHV: Recreatievaart Amsterdam, 2022, p. 48
Eindrapport maart 2023
25
Brolsma Advies
Afb. 32: Steekproef van de drukte op de drukste dag in het vaarseizoen, zijnde 14 augustus 2021 * drukte is berekend als het aantal vaartuigen per dag per meter breedte van het rak
Door aantal passages te delen door de vaarwegbreedte is een indicatie te krijgen van de relatieve drukte en daarmee van potentiële conflictsituaties. Als maat voor de breedte is het midden van het rak genomen, niet persé het smalste deel. De kleur in bovenstaande figuur geeft aan hoe relatief dicht de boten op elkaar zitten. De breedte van de boten is echter niet in de figuur verwerkt en het maakt natuurlijk uit of het om grote rondvaartboten of kleine sloepen gaat. De grootste drukte is te zien op de Binnen-Amstel (donkerrood op de vorige bladzijde), maar omdat het vaarwater hier breed is, kleurt de grafiek naar groen. De Kromboomsloot is op deze bladzijde donkergroen, omdat zij zo smal is. Zeer drukke vaarwegen met meer dan 45 passerende vaartuigen per dag per meter breedte van het rak zijn volgens de bovenstaande figuur de Prinsengracht tussen de Leidsegracht en de Reguliersgracht, de Herengracht tussen Reguliersgracht en Amstel, Leidsegracht, Leliegracht en de smalle Blauwburgwal, de Grimburgwal, Oudezijdskolk, Recht- en Kromboomsloot. Sommige concentratiepunten met zeer veel verkeer, komen niet naar voren uit de figuur omdat de breedte in het midden van het rak is gekozen en niet de kleinste breedte. Te noemen zijn de Haarlemmersluis, de St. Anthoniesluis en de aantakking Brouwersgracht-Singel.
Het zijn stuk voor stuk plaatsen waar interactie tussen gemotoriseerde vaart en trage, vaak slecht manoeuvreerbare ongemotoriseerde vaart ongewenst is. Ongemotoriseerde vaartuigen, die in hoofdstuk 4 zijn aangemerkt als traag en slecht wendbaar zijn met name de (geroeide) roeivlet en roeisloep, de waterfiets, peddelbord, zeilboot en opblaasboot. De vaardigheid van de gebruiker is van grote invloed, maar bij een generieke maatregel is de onhandigste gebruiker nu eenmaal bepalend. Het is aan te raden op deze punten trage en slecht wendbare vaartuigen weg te houden. Helaas doen de verouderde gemarkeerde kanoroutes, zie § 4.2, juist een aantal van deze drukke punten aan. Verhuurlokaties in de nabijheid van de genoemde hot spots werken contraproductief wat veiligheid betreft. De verhuur van waterfietsen bij de Westerkerk en het Rijksmuseum is wat dat betreft ongelukkig gesitueerd (zie bijlage 2). De wateren zijn niet altijd even druk, maar de piekdrukte valt doorgaans samen met die van de ongemotoriseerde vaart.
Eindrapport maart 2023
26
Brolsma Advies
Afb. 33: Grachtenrace, de sloep is slecht wendbaar en ziet geen kans weg te komen
Roeiboten (met uitzondering van de vlet en de sloep), kano’s, peddelborden en zeilplanken zijn instabiel. Bij hevige golfslag en een niet ervaren gebruiker kunnen ze makkelijk kapseizen. De gemotoriseerde vaart is in de grachten echter gehouden aan een maximumsnelheid van 6 km/ uur en deze schepen geven dan weinig golven af. Kleine, snelle boten wekken meer golven op, hoewel ze in het centrumgebied eveneens beperkt zijn tot 6 km/uur. Wel zijn er klachten over te snelle, hinderlijke golven veroorzakende boten op de Amstel, waar 7,5 km/uur geldt36. Een ander aspect van veiligheid is de hydraulische interactie tussen grote binnenvaartschepen en ongemotoriseerde vaart op wat in § 5.3 een ruim profiel is genoemd. Het gaat in vooral om de Kostverlorenvaartroute en de Amstel ten zuiden van de Blauwbrug. Hier zijn binnenschepen met afmetingen 80 x 9,5 m respectievelijk 67 x 7,2 m toegestaan. Dergelijke verhoudingsgewijs grote schepen veroorzaken retourstroom en golfslag, die een bedreiging vormen voor kleine, onstabiele vaartuigen. Slecht zichtbare vaartuigen lopen het risico overvaren te worden als ze zich in de dode hoek van het vrachtschip bevinden. In deze categorie vallen roeiboten, kano’s, waterfietsen en peddelborden.
Op de brede Amstel hoeven grote en kleine schepen niet in elkaars vaarwater terecht te komen, op de veel smallere Kostverlorenvaartroute is de hydraulische interactie wel degelijk risicovol in combinatie met slechte zichtbaarheid en slechte manoeuvreerbaarheid. Het gaat dan vooral om waterfietsen en peddelborden. Op de Kostverlorenvaartroute gelden thans geen restricties voor ongemotoriseerde vaart. Afb. 34: Principe van de dode hoek Er zijn weinig statistische gegevens over incidenten op de grachten, hoewel in een recent onderzoek naar het gebruik van de grachten zijn incidenten ‘meegenomen’37. Het onderzoek vond plaats gedurende drie dagen in augustus 2022 op 11 locaties, doch mag als niet meer dan een steekproef gelden. Geregistreerd zijn gevaarlijke situaties, slecht vaargedrag en mogelijk aanstootgevend gedrag. In totaal zijn op de drie onderzoeksdagen 209 incidenten geregistreerd, waarbij 223 vaartuigen betrokken waren. In 53 gevallen was sprake van gevaarlijke situaties: (bijna) aanvaringen. Te hard varen en hinderlijke golven veroorzaken valt onder het hoofd slecht vaargedrag. Hier was 32 maal sprake van, 15% van alle incidenten. Opmerkelijk is 36 37
Royal HaskoningDHV: Recreatievaart Amsterdam, 2022, p. 28 Mobycon: Herhalingsonderzoek gebruik Amsterdamse binnenwateren, 2022
Eindrapport maart 2023
27
Brolsma Advies dat de betrokken vaartuigen in 106 van de 223 gevallen (47%) als gemotoriseerde pleziervaart te boek stonden. In 65 gevallen (29%) was er sprake van bemande vaart, in 45 (20%) gevallen van een onbemande huurboot. De categorie ongemotoriseerde vaart (waterfietsen, kano’s, peddelborden) wordt in slechts 6 gevallen (3%) genoemd en dan gaat het om (bijna) aanvaringen, harde muziek en om spookvaren, dat wil zeggen tegen de verplichte vaarrichting in varen. De ongemotoriseerde vaart kan natuurlijk wel slachtoffer worden van te hard varen en daardoor opgewekte golven. In het rapport is geen sprake van slachtoffers, maar omdat het om een steekproef gaat, zegt dat niet alles.
Afb. 35: Voorbeeld van een gevaarlijke situatie
De onderstaande tabel 12, gebaseerd op gegevens van hetzelfde onderzoek38, laat zien waar verhoudingsgewijs de meeste incidenten voorkomen. Het aantal boten en aantal incidenten heeft betrekking op de driedaagse steekproef in augustus 2022. Alleen de top-5 locaties zijn vermeld, niet toevallig locaties die herhaaldelijk terug komen in dit rapport. Bij bijvoorbeeld de aantakking Prinsengracht-Brouwersgracht kwam gemiddeld één incident voor per 124 passerende boten. Hoe hoger het quotiënt, hoe hoger de incidentgevoeligheid van de locatie. Op het punt Prinsengracht-Brouwersgracht gaat het veelal om (bijna-)aanvaringen. Bij de Oudezijds Voorburgwal ter hoogte van de Korte Niezel vallen bijna alle incidenten in de categorie aanstootgevend gedrag, vooral harde muziek. locatie waarnemingen gedurende 3 dagen in augustus 2022
passerende boten
aantal incidenten
boten/ incidenten
Prinsengracht - Brouwersgracht
3608
29
124
Herengracht - Reguliersgracht
3405
26
131
St. Anthoniesluis + Snoekjesgracht
3907
26
150
Prinsengracht - Leidsegracht
6427
38
169
Oudezijds Voorburgwal
2324
11
211
Tabel 12: Waarnemingen incidenten 38
Mobycon: Herhalingsonderzoek gebruik Amsterdamse binnenwateren, 2022, p. 21
Eindrapport maart 2023
28
Brolsma Advies 6.3 Vlotheid De Amsterdamse doorvaartprofielen zijn gebaseerd op de systematiek van de Richtlijnen Vaarwegen (RVW). De Richtlijnen Vaarwegen voorzien in het verkeerskundig ontwerp van vaarwegen voor beroeps- en recreatievaart. De RVW voorziet niet in richtlijnen voor wateren zoals de Amsterdamse grachten. Het is echter wel mogelijk de systematiek van het vaarwegontwerp er op toe te passen. Dat is wat in deze paragraaf gebeurt wat het aspect vlotheid betreft. De bepaling van de vaarwegbreedte is gebaseerd op de strokentheorie. Een schip vaart nooit in een rechte lijn, maar in een zogenaamde vetergang waardoor het een zekere padbreedte in beslag neemt. Hierin verschilt een schip niet van auto of trein. Daarenboven kan het schip onder invloed van dwarswind of dwarsstroom driften. Het ligt ogenschijnlijk scheef op de koerslijn, zoals de figuur toont. Derhalve is de vaarstrook altijd breder dan het schip zelf. Tussen de schepen en het schip en de wal zijn een veiligheidsstrook resp. een bermstrook aanwezig, ook bij een verticale wallenkant. Obstakels zoals afgemeerde schepen dienen buiten het vaarwegprofiel te blijven. Een normaal profiel is geschikt voor tweestrooksverkeer, waarbinnen ontmoetingen van twee maatgevende schepen zonder vaartvermindering kunnen plaatsvinden. Dan is er ook een krap profiel, te beschouwen als nautisch minimum voor tweestrooksverkeer