05 Nota van beantwoording en wijzigingen projectnota Schinkelkwartier.pdf
Tekst van het document
In de volgende fase (investeringsnota) worden de locaties voor productieve bedrijvigheid in Schinkelhaven nader uitgewerkt. We delen de constatering dat het een uitdaging is om voor betaalbare bedrijfsruimte te zorgen. Hierover zullen met initiatiefnemers van bouwplannen nadere afspraken over moeten worden gemaakt. Dit wordt een belangrijk onderdeel van de ontwikkelstrategie, die in de investeringsnota wordt uitgewerkt.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 4.2.7 is verduidelijkt dat de maximale milieucategorie 3.1 betrekking heeft op nieuw te vestigen bedrijven. In Bijlage 2 is de regel over kleinschalige ruimte voor (creatieve) bedrijven geschrapt.
3.1.9
Schoollocatie Generaal Vetterstraat (4, 25, 89, 117, 125, 135, 140 en 143)
Inspraakreacties In het stedenbouwkundig kader zijn twee permanente locaties voor basisonderwijs opgenomen, terwijl in de tekst wordt gesproken over één of twee scholen. Ook is niet duidelijk of de basisschool is voorzien in de periode 2020-2025 of 2025-2030. Gesteld wordt dat de school niet haalbaar is, omdat de randvoorwaarden niet gerealiseerd worden voordat de school er in 2025 komt. Insprekers hebben zorgen over de komst van een permanente basisschool op de locatie van de huidige gemeentewerf en de gevolgen daarvan op de leefomgeving. Daarbij gaat het om gevolgen voor bestaande infrastructuur en overlast in de omgeving. Gevraagd wordt om de speeltuin, die door bewoners met behulp van de gemeente op de hoek van de Generaal Vetterstraat en de Spijtellaan is gerealiseerd, te behouden en er geen fietspad doorheen te leggen. Door de speeltuin op te waarderen en duidelijk met groen ingepaste hekken af te scheiden van de schoollocaties ontstaat een duidelijke groene speeltuin-buffer.
21
Ook zijn er zorgen over de (roulerende) wissellocatie voor drie middelbare scholen. In de projectnota wordt gerefereerd aan de VO wissellocatie, terwijl het projectteam heeft aangegeven dat deze hier geen onderdeel van uit zou maken. Een tijdelijke VO is met oog op infrastructuur en normeringen niet mogelijk. Er wordt gevreesd voor routes met zwerfafval richting Hoofddorpplein. Gevraagd wordt welke alternatieven zijn overwogen. Insprekers worden graag betrokken bij de verdere planvorming rondom de schoollocatie(s). Een inspreker kan niet instemmen met de aanduiding ‘naschools gebruik gymzaal primair onderwijs’ en de aanduiding ‘buitenruimte waarvan 950 m2 in de openbare ruimte voor bovenbouw’ op zijn perceel Generaal Vetterstraat 51-55. De inspreker denkt aan het voorbestaan van de huidige bedrijfsfunctie of een transformatie naar wonen. Een andere inspreker stelt dat veel Amsterdamse schoolpleinen te klein blijken, omdat scholen in de praktijk meer leerlingen tellen dan het gehanteerde maximum. Het voorstel is om in hoofdstuk 5 van de projectnota per school niet alleen het aantal vierkante meters schoolplein aan te geven maar ook het beoogd maximum aantal leerlingen.
Antwoord Nadere verkenningen hebben geleid tot een verfijning van het plan voor de accommodatie van primair en voortgezet onderwijs in Schinkelhaven. Ter plaatse van de huidige gemeentewerf aan de Generaal Vetterstraat is op korte termijn ruimte voor één tijdelijke basisschool en een VOwissellocatie. Op termijn kan de VO-wissellocatie desgewenst plaatsmaken voor een tweede basisschool. De schoollocatie(s) in Schinkelhaven is (zijn) voorzien ter plaatse van de werflocatie en niet ter plaatse van Generaal Vetterstraat 51-55. De aanduidingen in het stedenbouwkundig kader moeten als zodanig worden beschouwd. Een tijdelijke basisschool en een VO-wissellocatie vallen in principe buiten de scope van de projectnota, omdat deze vooruitlopen op de gebiedsontwikkeling. Indien nodig kunnen er voor de tijdelijke scholen verkeers- en parkeeraanpassingen plaatsvinden. Dit is onderzocht en hierover is de gemeente met omwonenden en andere belanghebbenden in gesprek. Ten aanzien van de VOwissellocatie geldt dat er is gezocht voor tijdelijk vervangende huisvesting voor vier VO-scholen uit stadsdeel Zuid. Na beoordeling van diverse locaties is uiteindelijk de werflocatie in Schinkelhaven als voorkeurslocatie gekozen. Op basis van een haalbaarheidsonderzoek is gestart met het voorbereiden van de besluitvorming.
Bij de locatiekeuze voor scholen in Schinkelkwartier is rekening gehouden met de beperkingen vanwege geluid en luchtkwaliteit door deze niet nabij snelwegen en drukke stedelijke wegen te projecteren. Het realiseren van schoollocatie(s) vraagt om een zorgvuldige inpassing en afstemming met omwonenden, waarbij we overlast in de omgeving zo veel mogelijk willen voorkomen. In de volgende fase (investeringsnota) worden de locatie en fasering van de schoollocatie(s) nader uitgewerkt. Daarbij is ruimte voor participatie van omwonenden en andere belanghebbenden. De wens om rekening te houden met de huidige speelgelegenheid bij de Generaal Vetterstraat wordt daarbij betrokken. In de projectnota houden we rekening met de Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen. Het toekomstige aanbod van voorzieningen moet in de pas lopen met de realisatie van woningen in het gebied. Op die manier verkleinen we de kans dat het aantal leerlingen op een school het gehanteerde maximum overschrijdt. De scholen in Schinkelkwartier 22
worden zoveel mogelijk gesitueerd naast of in de nabijheid van buurtpleinen en parken. Naast de genormeerde oppervlakte van een schoolplein hebben bijvoorbeeld leerlingen van de bovenbouw dan mogelijkheden tot gebruik van de aangrenzende openbare ruimte.
Wijzigingen Deze inspraakreacties geven geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.1.10 Ruimte voor kunstenaars, broedplaatsen en kleine bedrijven (16/17, 78 en 93) Inspraakreacties Een inspreker verzoekt om in de plint van gebouwen niet alleen ruimte te creëren voor commerciële voorzieningen maar ook voor kleine ondernemers en kunstenaars. Een andere inspreker vraagt om ruimte te geven aan kleinschalig ondernemerschap en kunstenaars en om rekening te houden door lage huurprijzen in te rekenen in de grondprijzen en voorwaarden op te nemen naar de markt. Verder wordt gemeld dat het ter vervanging van opslagplaatsen wenselijk is dat er ruimtes/garageboxen beschikbaar komen voor kleine bedrijven. In een inspraakreactie wordt aangegeven dat zich op Helicopterstraat 8 een broedplaats met ruimte voor muziek, dans, theater en beeldende kunst. In de ontwikkeling van de plannen voor Schinkelhaven wil de inspreker een fundamentele en duurzame rol spelen als culturele voorziening. De inspreker gaat graag in gesprek met de gemeente over een mogelijke samenwerking.
Antwoord We hebben de ambitie om alle hoofdroutes en bijzondere plekken van Schinkelkwartier te begeleiden met een rijk en gedifferentieerd aanbod van voorzieningen. Denk aan scholen, winkels, horecavoorzieningen, kleinschalige bedrijfsruimten en ateliers. We zien de noodzaak voor voldoende opslagmogelijkheden. Ook broedplaatsen vinden we goed passen binnen Schinkelkwartier, en Schinkelhaven in het bijzonder. Het is een uitdaging om voor betaalbare bedrijfsruimte te zorgen. In de volgende planfase onderzoeken we op welke manier we ‘kwetsbare’ voorzieningen op een zorgvuldige manier kunnen integreren en vasthouden in de gebiedsontwikkeling op lange termijn. Over de feitelijke inpassing van ruimte voor kunstenaars, broedplaatsen en bedrijfsruimte zullen met initiatiefnemers van bouwplannen nadere afspraken moeten worden gemaakt.
Wijzigingen Deze inspraakreacties geven geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.1.11 Functiemenging (92, 122, 130, 141 en 159) Inspraakreacties Er wordt door meerdere insprekers aangegeven dat in de projectnota niet duidelijk wordt omschreven hoe ontwikkelende partijen moeten omgaan met functiemenging per kavel. Als werkruimte en woonprogramma moet worden gestapeld leidt dit tot onevenredig dure constructies. Diverse insprekers hebben vragen gesteld over de programmatische verhouding per deelgebied. Een inspreker verzoekt om de verhouding 1:1 voor wonen en werken voor Sloterstrip te wijzigen in 23
80% wonen en 20% kantoren/voorzieningen. Voor de locatie Valschermkade 19 wordt gemeld dat een multifunctioneel gebouw wordt beoogd waar studenten en starters op de arbeidsmarkt kunnen wonen en werken. Voor de hoek van de Valschermkade-Pilotenstraat-Anthony Fokkerweg gaat, met oog op het creëren van een goed woon- en leefklimaat, de voorkeur uit naar een verdeling met circa 70% wonen en 30% werken in plaats van de 50/50 verdeling in de projectnota. CVZ stelt dat om een toekomstbestendig woon-werkgebied te maken het aandeel (zorg)wonen in deelgebied De Plantijn tenminste 50% in plaats van 25% moet zijn. Verder houdt CVZ graag de mogelijkheid om grootschalige zorgvoorzieningen aan te bieden en een verdeling te maken voor functies voor voorzieningen in het kruisgebouw en wonen-werken in de nieuwbouw. Een supermarkt met aan zorggerelateerde horeca van circa 1.000 m2 bvo is een gewenste toevoeging. Het AVL geeft aan dat het percentage van 25% voor werken in De Plantijn niet goed is te duiden ten opzichte van het huidige en toekomstige gebruik.
Antwoord Functiemenging is een effectief middel om de stedelijkheid en levendigheid in Schinkelkwartier te waarborgen. Die functiemenging is niet alle gevallen per kavel mogelijk, zeker waar het om relatief kleine kavels gaat, zoals in deelgebied Schinkelhaven. De gewenste verdeling voor bijvoorbeeld Schinkelhaven van 40% woningen, 50% bedrijven en kantoren en 10% voorzieningen vindt bij voorkeur plaats per kavel en, als dat niet mogelijk is, per bouwveld. Een bouwveld bestaat uit verschillende, aaneengesloten kavels. De in de projectnota opgenomen programmatische verhouding per deelgebied is richtinggevend en wordt in de volgende fase (investeringsnota per deelgebied) nader uitgewerkt. Het is niet uitgesloten dat dit op onderdelen tot een aangepaste verhouding per deelgebied leidt. Daarnaast geldt voor specifieke ontwikkelingen dat er aanleiding kan zijn om van de richtinggevende percentages in de projectnota af te wijken. Daarover worden dan projectspecifieke afspraken over vastgelegd. Dergelijke projectspecifieke afspraken over programma prevaleren boven de projectnota.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In hoofdstuk 6 is per deelgebied opgenomen dat de verdeling van het programma bij voorkeur plaatsvindt per kavel en, als dat niet mogelijk is, per bouwveld.
3.1.12 Commerciële voorzieningen (10, 15 en 136) Inspraakreacties Een inspreker vindt het positief dat er nadrukkelijk wordt gekeken naar ruimte voor retail en horeca en wijst op de afstand tot huidige commerciële voorzieningen bij Delflandplein, Sierplein, Hoofddorpplein en Amstelveenseweg. Een andere inspreker stelt dat het gebied ruimte zo moeten bieden aan een groot winkelcentrum en ruimte voor uitgaansleven waar mensen uit de hele stad naartoe gaan. Ook moeten er voor hotelgasten meer voorzieningen komen, zoals markten, winkels, horeca, zorgvoorzieningen en sportscholen. Een inspreker geeft aan dat voor Pilotenstraat 35-45 een intentieovereenkomst is gesloten waarin een gemakssupermarkt en sport- en evenementenruimte is opgenomen. Verzoek is om de 24
projectnota daarmee in overeenstemming te brengen.
Antwoord Uitgangspunt van de projectnota is dat Schinkelkwartier een complete stadswijk wordt, waar ook ruimte is voor commerciële voorzieningen. De ruimte voor winkels voor Schinkelkwartier is verkend in het kader van het distributieplanologisch onderzoek (DPO) Nieuw-West. In combinatie met het Detailhandelsbeleid heeft dit geleid tot uitspraken over de omvang, locatie en samenstelling van het winkelbestand. Het risico bestaat dat nieuwe vestigingen in Schinkelkwartier afbreuk doen aan bestaande centra in de omgeving, zoals Sierplein en Delflandplein. Daarom volgt uit het DPO dan ook het advies om geen grootschalige winkelconcentratie in Schinkelkwartier op te nemen. Wel is ruimte voor circa 6.000 m2 bvo aan kleinschalige winkelvoorzieningen, waarvan de meeste in een buurtverzorgend winkelcentrum in deelgebied Riekerpark zijn voorzien.. Verder biedt Schinkelkwartier ruimte voor alle voorzieningen die bij een complete stadswijk horen, zoals horeca, zorg, sport en leisure. Voor zorg- en sportvoorzieningen wordt aangesloten bij de Amsterdamse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen. De exacte omvang en locatie van commerciële voorzieningen wordt in de volgende fase nader uitgewerkt. Ten aanzien van de locatie Pilotenstraat 35-45 geldt dat er wordt gekeken naar mogelijkheden om hier commerciële voorzieningen te realiseren.
De projectnota is richtinggevend voor het uiteindelijke programma. Dit wordt in de volgende fase (investeringsnota) verder uitgewerkt. Ook hier geldt dat projectspecifieke afspraken over initiatieven prevaleren boven de projectnota.
Wijzigingen Deze inspraakreacties geven geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.1.13 Voorzieningen Nieuwe Meer Oost (157) Inspraakreactie Een inspreker geeft aan dat het merendeel van beoogde voorzieningen in deelgebied Nieuwe Meer Oost zich bevinden op het middelste kavel. Verzoek is om te komen tot een evenredige en eerlijke verdeling over het deelgebied. De inspreker gaat ervan uit dat de programmatische bandbreedte voor de ontwikkeling van het perceel leidend zijn en niet de percentages zoals opgenomen in projectnota en verzoeken dit zo nodig in projectnota mee te nemen.
Antwoord Uitgangspunt is dat in Schinkelkwartier sprake is van een evenwichtige spreiding van voorzieningen, maar er zijn meerdere factoren die van invloed zijn op die spreiding. In deelgebied Nieuwe Meer Oost zijn de meeste voorzieningen voorzien in het middelste deel. Dat heeft te maken met de ligging van de Nieuwe Sloterweg. De Nieuwe Sloterweg is immers een belangrijke drager voor voorzieningen. Voor onderwijs- en zorgvoorzieningen geldt dat rekening is gehouden met de beperkingen vanwege geluid en luchtkwaliteit, zodat dergelijke functies niet in het zuidelijk deel van Nieuwe Meer Oost maar juist op afstand van de snelweg zijn geprojecteerd. Voor het noordelijk deel van Nieuwe Meer Oost geldt dat de geambieerde transformatie van het Global Switch terrein pas op lange termijn aan de orde is, zodat hier voorlopig geen ruimte is voor voorzieningen. Het is echter van belang dat het aanbod van voorzieningen in de pas loopt met de 25
realisatie van woningen. Dit gaan we dit gedurende de gebiedsontwikkeling dan ook goed monitoren. Voor specifieke ontwikkelingen geldt dat er aanleiding kan zijn om van de richtinggevende percentages in de projectnota af te wijken. Daarover worden dan projectspecifieke afspraken vastgelegd. Dergelijke projectspecifieke afspraken over programma prevaleren boven de projectnota.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.1.14 Voorzieningen De Plantijn (159) Inspraakreactie CVZ geeft aan dat niet duidelijk is wat wordt bedoeld met kleinschalige zorgvoorzieningen als toekomstige invulling van het voormalig Slotervaart ziekenhuis. CVZ behoudt graag de mogelijkheid om te kiezen voor een grootschalige(re) zorgvoorzieningen en verzoekt om deze optie in de projectnota open te houden. Verder geeft CVZ aan geen ruimte te zien voor een sporthal van 1.500 m2 bvo. Ten aanzien van commerciële voorzieningen is voor de locatie Slotervaart ziekenhuis in de projectnota uitsluitend ruimte voor zorggerelateerde detailhandel. CVZ verzoekt om ook ruimte te bieden voor zorggerelateerde en zelfstandige horeca en detailhandel voor dagelijkse boodschappen van circa 1.000 m2 bvo. Daarbij wordt aangegeven dat de vraag naar dergelijke voorzieningen groot is en er ter plaatse voldoende ruimte is om in die vraag te voorzien.
Antwoord De aanduiding kleinschalige zorgvoorzieningen kan inderdaad de indruk wekken dat er in het voormalige Slotervaart ziekenhuis geen ruimte is voor grootschalige(re) zorgvoorzieningen. In de projectnota houden we rekening met de Amsterdamse referentienorm voor voorzieningen. In het stedenbouwkundig kader is de beoogde spreiding van deze voorzieningen weergegeven. Deze spreiding is dus niet vastgelegd, maar richtinggevend. De omvang en locatie van voorzieningen worden in de volgende fase (investeringsnota per deelgebied) nader uitgewerkt. Daarbij kijken we ook in overleg met belanghebbenden in hoeverre er in De Plantijn ruimte is voor grootschalige(re) zorgvoorzieningen en zorggerelateerde horeca en detailhandel. We houden daarbij de gemeentelijke beleidsuitgangspunten aan, bijvoorbeeld bij detailhandel.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 7.2 is de aanduiding kleinschalige in relatie tot zorgvoorzieningen geschrapt.
26
3.2
Sport- en speelvoorzieningen (ingediend door 77, 105, 119, 126 en 153)
Het onderwerp sport- en speelvoorzieningen komen in meerder inspraakreacties aan de orde. Er zijn zorgen geuit over de hoeveelheid sportvoorzieningen, het beschrijven van bestaande voorzieningen en de komst van nieuwe voorzieningen. Het gaat daarbij niet alleen om sportvoorzieningen op een sportpark maar ook voorzieningen in de buurt en rondom scholen. Diverse sportbonden en de Sportraad hebben met een uitvoerige reactie een grote bijdrage geleverd aan de discussie. In paragraaf 3.2.3 van de projectnota zijn de ambities voor sport en spel in Schinkelkwartier opgenomen. De ruimtelijke vertaling van deze ambities zijn verwerkt in het stedenbouwkundig kader in hoofdstuk 5. In paragraaf 5.5.1 wordt specifiek ingegaan op de inpassing van sport en spel in het plangebied en mogelijke oplossingen buiten het plangebied.
3.2.1 Bestaande sportvoorzieningen (77, 119, 126 en 153) Inspraakreacties In meerdere inspraakreactie wordt gepleit voor behoud van het sportpark Riekerhaven. De Sportraad, handbalvereniging Westsite en Tennis en Padel promotie achten het onverstandig om het sportpark te sluiten, dat midden in een sterk verdichtende stad ligt. Het sportpark is juist ideaal gesitueerd, kent een goede ontsluiting en biedt daarmee de mogelijkheid om de toenemende sportbehoefte van Schinkelkwartier, Slotervaart, Centrum en Zuid op te vangen. De Sportraad geeft aan dat het opheffen van de sportfunctie in sportpark Riekerhaven in strijd is met het staand beleid dat inzet op het realiseren van sport in de wijk (maximaal 1.500 meter hemelsbreed) en het behoud van bestaande sportaccommodaties. De Sportraad deelt niet de visie dat het behoud van het sportpark zorgt voor afname van het programma en ruimtelijke versnippering van de wijk en het gebrek aan beschutting. Voor (toekomstige) bewoners zijn sportvoorzieningen een essentieel onderdeel van het programma en de voorzieningen dragen bij aan een sociale samenhang in nieuwe wijken. Tennis en Padel Promotie geeft aan dat op basis van het bestemmingsplan en eerdere verleende toestemmingen voor het oprichten van een tennispark en fitnesscentrum aan de Overschiestraat ook mag worden verwacht dat de sportfunctie gehandhaafd blijft.
Tennis en Padel Promotie ziet kansen voor een tennis- en padelvereniging in het deelgebied Riekerpark. Ook wordt een voorstel gedaan dat voortborduurt op het sportplan “Pelikaan” dat al eens voor Riekerhaven is gepresenteerd. Dit idee wordt ondersteund door de KNLTB. De KNLTB vraagt om een optie open te houden voor een binnen/buitentennispark. Handbalvereniging Westsite krijgt graag een plek in het plan. In de concept projectnota is de handbalvereniging niet benoemd terwijl die nog wel binnen het sportpark actief is.
Antwoord We volgen het vigerend gemeentelijk beleid. In de Structuurvisie Amsterdam 2040 (uit 2011) en op de bijbehorende visiekaart is immers al transformatie van Schinkelkwartier op termijn aangewezen. Deze lijn is ook voortgezet in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Het sportpark Riekerhaven is 27
onderdeel van de opgave om Schinkelkwartier te transformeren en te verdichten met woningen, bedrijven en voorzieningen. Eerder is al besloten om de sportfunctie op het sportpark Riekerhaven te beëindigen, waarna de meeste sportverenigingen zijn vertrokken. In de volgende fase wordt gekeken naar inpassing van sport binnen en buiten het plangebied. Een aantal sportparken rondom Schinkelkwartier kampt met onderbezetting. Het optimaliseren van deze sportparken door inwoners van Schinkelkwartier er een plek te geven om te sporten, versterkt deze sportparken. De projectnota borduurt voort op de ingestoken ontwikkeling door aan dit gebied nu een andere invulling te geven. De expertise en capaciteit van Sport en Bos is bij de totstandkoming van de projectnota betrokken. We hebben inmiddels Tennis en Padel Promotie gesproken over haar inspraakreactie over de behoefte, haar plan en timing. We hebben aangegeven dat er geen ruimte is in Schinkelkwartier, in het bijzonder Riekerpark, om haar voorgestelde binnen- en buitentennispark, mogelijk met padelbanen, te realiseren. De wens om dit op korte termijn ergens in de stad te realiseren ligt inmiddels als onderwerp van overleg op stedelijk niveau. De handbalvereniging Westsite staat wel vermeld op de kaart in de projectnota, maar nog niet in de tekst.
Met de beoogde planontwikkeling vanaf 2027 zal de handbalvereniging op de huidige locatie verdwijnen. Er is geen ruimte om een binnen- en buitentennispark op de huidige locatie te realiseren. In deze planfase verkennen we voorts niet of en hoe Westsite een plek kan krijgen in dit plan. Deze verkenning doen we in de volgende fase als er meer duidelijk is over de georganiseerde buitensport en de sporthallen in het plan.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 2.4 en 7.2 is de bestaande handbalvereniging toegevoegd. In paragraaf 5.5.1 is opgenomen dat het uitgangspunt is om de handbalvereniging tot 2027 te handhaven, waarbij we zoeken naar een passende oplossing bij voorkeur in Schinkelkwartier en anders in de nabije omgeving.
3.2.2 Nieuwe sportvoorzieningen (77, 105, 119, 126 en 153) Inspraakreacties Er wordt gevraagd om de georganiseerde sport niet naar de buitenranden van het plangebied of zelfs buiten het plangebied te schuiven. Het gebied is te groot om te kiezen voor buitenplanse oplossingen. Gevraagd wordt om in de projectnota een concrete invulling te geven voor het gebied voor de grote buitensporten (atletiek, voetbal, tennis, hockey, handbal). Er zijn zorgen dat als voor de grote buitensporten geen ruimte gereserveerd wordt, dat deze functies niet of buiten het gebied gerealiseerd worden met als gevolg een sportarm gebied en een toename van verkeersbewegingen. Het gaat ook ten koste van de sociale structuur in het plangebied en sportparticipatie. Compacte sportparken zijn een welkome aanvulling op het sportaanbod maar is geen vervanging van de basis sportinfrastructuur. Juist voor de jeugd waarvan 75% in de leeftijd tot 12 jaar van deze sportinfrastructuur gebruik maakt is het van belang deze voorzieningen op korte afstand beschikbaar te hebben. De sportverenigingen hebben meer dan alleen sport te bieden, zoals een ontmoetingsplek in een sociale veilige omgeving. Er wordt door de sportbonden gewezen op een tekort aan sportvoorzieningen in Amsterdam, zoals tennisbanen en hockeyvelden. Veel sporters beoefenen deze sport nu buiten Amsterdam. Er is 28
momenteel ook geen ruimte in Amsterdam voor een padelvereniging terwijl dit de snelst groeiende sport in Europa is. Juist een combinatie van urban, padel en verenigingsport kan Schinkelkwartier het gewenste unieke karakter geven. Diverse sportbonden willen daarom de mogelijkheden verkennen om binnen Schinkelkwartier nieuwe verenigingen op te richten. In de projectnota staan volgens de Sportraad geen realistische alternatieven. Het sportpark Sloten voorziet al in de behoefte van het eigen verzorgingsgebied. Bovendien is er onvoldoende ruimte beschikbaar om de sporten volgens de sportnorm daar te vestigen. Recent is Hockeyvereniging Xenios naar dit park verhuisd. Met vijf nieuwe hockeyvelden heeft een groot deel van het park al een bestemming gekregen. Ten slotte wordt opgemerkt dat de afstand tot het sportpark te groot en de veilige bereikbaarheid van het sportpark onvoldoende is.
Antwoord We staan zeker voor een uitdaging om alle opgaven ruimtelijk te ordenen in Schinkelkwartier, dus ook sport. Zeker als het gaat over de inpassing van grote buitensportvelden. De gemeentelijke referentienorm voor sport is uitgangspunt voor de plannen van het Schinkelkwartier (zie ook de beantwoording onder 3.2.3). In de projectnota wordt aangegeven dat er 4,8 ha aan ruimte voor buitensport gerealiseerd wordt, deels binnen en deels direct buiten het plangebied. Dat is conform het beleid en de sportnorm. Binnen het plangebied realiseren we minimaal 1 hectare in de vorm van compacte, intensief bruikbare kleinere en openbaar toegankelijke sportterreinen. Het sporten om de hoek is onmisbaar als buurtfunctie, waar bewegen, ontspannen en ontmoeten samenkomen in de eigen woonomgeving. Ingericht als intensief te gebruiken sporterrein, breed te programmeren van ochtend tot avond, met de focus op urban sports en/of veldsporten. Programmering van deze plekken kan voor zowel traditionele sporten met een kleiner veldoppervlak als (opkomende) urban sporten (tennis, korfbal, skaten, BMX, boulderen, basketbal 3x3). De daadwerkelijke invulling zal bottom-up met de sportsector (bonden, sportaanbieders, urban communities) worden bepaald. De omvang van de sportterreinen moet zo zijn, dat deze goed te exploiteren en beheren zijn.
Voor de overige 3,8 ha wordt voorzien in een groeimodel waarbij vooral de grote buitensporten gefaseerd binnen en buiten het plangebied gerealiseerd wordt. Het uitgangspunt is dat de sport meegroeit met de nieuwe stadswijk. We kijken in de volgende planfase waar daarvoor (tijdelijk) ruimte is binnen het plangebied. De sportparken Sloten en Sloten-West grenzen aan het plangebied en liggen hemelsbreed binnen 1.500 meter van Schinkelkwartier. Daar is vanwege ondercapaciteit van verenigingen en hun sportvelden nog ruimte om de bestaande sportvoorzieningen beter te benutten. De fietsbereikbaarheid van deze sportparken vanuit Schinkelkwartier wordt gewaarborgd door een directe verbinding via de Nieuwe Sloterweg. Het beter benutten van de bestaande voorzieningen, die in de directe omgeving liggen van Schinkelkwartier, is in lijn met het beleid. Het intensiveren zoals het omzetten naar kunstgras en fysiek uitbreiden van de sportruimte op deze parken biedt ook mogelijkheden: er wordt voortgebouwd op de al bestaande sportinfrastructuur, het maatschappelijk netwerk en het draagt bij aan het versterken van de bestaande sporten en sportaanbieders. We willen juist dat de bewoners van Schinkelkwartier verbonden worden met en deel uitmaken van het sociaal maatschappelijk netwerk in Nieuw West. Daarnaast wordt ook onderzocht of kleinschalige 29
buitensport in De Oeverlanden mogelijk is, mits dat past bij de uitgangspunten en opgaven van de Ontwikkelstrategie Landschapspark De Oeverlanden. Om te zorgen dat de eerste inwoners straks kunnen sporten in het Schinkelkwartier, wordt voor de korte termijn ruimte geboden aan (tijdelijke) sportinitiatieven met innovatief karakter. Dat geeft de tijd en ruimte om voor de lange termijn de mogelijke oplossingen, zowel binnen als buiten het plangebied, verder te verkennen en uit te werken. Met als uiteindelijk doel een sterke, duurzame en samenhangende sport- en beweeginfrastructuur voor het gebied.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 5.5.1 is een nadere toelichting opgenomen over de realisatie van de sportvoorzieningen volgens het voor Schinkelkwartier beoogde groeimodel.
3.2.3 Referentienorm sport (77, 105, 119 en 153) Inspraakreacties Er zijn grote zorgen over het behalen van de sportnorm in Schinkelkwartier. Volgens de spelregels voor het toepassen van de sportnorm zou in de haalbaarheids- en ontwerpfase al moeten worden gerekend met 1 m2 sport om de hoek binnen het plangebied per woning (dus 11.000 m2). De opgave voor (anders-) georganiseerde buitensport van 4,8 ha wordt volgens de spelregels in het plangebied of indien niet mogelijk binnen een hemelsbrede afstand van 1.500 meter rond het plangebied gerealiseerd of opgelost. De vrees is dat de norm niet wordt gehaald als niet al in de fase van de projectnota ruimte wordt gereserveerd om in voldoende sport en spel te voorzien. Daarbij wordt gewezen op om beperkte omvang en late realisatie van sportvoorzieningen in IJburg. Vooralsnog is slechts 1 ha van de benodigde 4,8 ha in het gebied zelf voorzien. Het verplaatsen van 3,8 ha voor georganiseerde buitensport buiten het plangebied is niet in lijn met de afspraken over de sportnorm en de intenties daarvan. Ook wordt opgemerkt dat een deel van de beoogde locaties voor sportvoorzieningen op 2,2 km buiten het plangebied is gelegen. De uitspraken in de concept projectnota over het behalen van de norm zijn bovendien boterzacht en bieden geen garanties.
De locaties buiten het plangebied zijn onrealistisch en veelal afhankelijk van toekomstige planvorming. Zonder een concrete invulling van de sportvoorzieningen, zal die onduidelijkheid en onzekerheid ook gevolgen hebben voor de bereidwilligheid van de omgeving om daarin te voorzien. Voor het behalen van de sportnorm is dat een risico. Er is geen financiële en ruimtelijke zekerheid dat de sportvoorzieningen volgens de sportnorm worden gehaald. Er wordt gesteld dat de sportieve opgave wordt doorgeschoven naar de toekomst, naar andere locaties en losgekoppeld van de besluitvorming over het plangebied. Gevraagd wordt of Sport en Bos wel voldoende betrokken is bij de totstandkoming van de projectnota. Sport en Bos had ten aanzien van de referentienormen voor sport en maatschappelijke voorzieningen kunnen en moeten adviseren.
Antwoord We begrijpen de zorgen over het behalen van de referentienorm voor sport. De les van IJburg is precies waarom we nu een sportnorm hebben en toepassen. We beginnen vroegtijdig met deze 30
norm om te voorkomen dat we achteraf moeten constateren dat er te weinig ruimte voor sport is. Met de referentienorm voor sport borgen we dat er voldoende ruimte is voor sport en bewegen voor de nieuwe inwoners. In een vroeg stadium van planvorming wordt aan de hand van de sportnorm de sportopgave geformuleerd en vastgelegd in de projectnota en daarmee als uitgangspunt meegenomen in de plannen voor de volgende fase. Hierbij is ook gebruik gemaakt van de kennis en capaciteit van Sport en Bos. In deze fase vullen we verder nog niet in welke sportbehoeften er zijn, evenmin op welke locaties die gerealiseerd kunnen worden. Dat doen we in de volgende fase waarin we stedenbouwkundige plannen per deelgebied gaan maken. Wat wel vaststaat is dat ten minste 1 ha aan sport wordt gerealiseerd binnen het plangebied. Daar kan iedereen in de toekomst om de hoek sporten. Voor de overige 3,8 ha wordt voorzien in een groeimodel zoals opgenomen in de projectnota waarbij vooral de grote buitensporten gefaseerd binnen en buiten het plangebied gerealiseerd worden. De gebieden hiervoor zijn al wel in beeld en op haalbaarheid onderzocht. Het uitgangspunt is dat de sport meegroeit met de nieuwe woonwijk. Om te zorgen dat de eerste inwoners straks kunnen sporten in Schinkelkwartier, wordt voor de korte termijn ruimte geboden aan (tijdelijke) sportinitiatieven met innovatief karakter.
Dat geeft de tijd en ruimte om voor de lange termijn de mogelijke oplossingen, zowel binnen als buiten het plangebied, verder te verkennen en uit te werken. Daar waar mogelijk worden al reserveringen geborgd voor de verkende sportmogelijkheden buiten het plangebied. De sportparken Sloten en Sloten-West grenzen aan het plangebied. Naast sporten in georganiseerd verband wordt op veel plekken in de openbare ruimte ongeorganiseerd gesport. Ook hier volgen we de referentienorm. Deze norm is er vooral op gericht dat de gerealiseerde openbare ruimte (stenig en groen) ook geschikt is voor sportief gebruik en bewegen. In de openbare ruimte van Schinkelkwartier is voldoende ruimte voor ongeorganiseerd sporten en ook spelen. Sport- en speelaanleidingen maken integraal onderdeel uit van de ontwerpen voor de openbare ruimte. In Schinkelkwartier worden dertig kleine speelplekken en tien grote speelvelden ingepast, die onderdeel zijn van openbare groengebieden in de wijk. Met daarnaast sportieve aanleidingen zoals trapveldjes, een skatebaan en urban gym. Deze beweegplekken worden in pocket- en nieuwe parken ingepast en zijn onderdeel van het gebruiksgroen (onderdeel van de referentienorm groen).
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 5.5.1 is de gefaseerde realisatie van sportvoorzieningen volgens de referentienorm voor sport nader toegelicht.
3.2.4 Sport in openbare ruimte (119) Inspraakreacties Volgens de Sportraad is het wenselijk om in lijn met het gemeentelijke programma ‘de Bewegende Stad’ sport en beweging in de openbare ruimte integraal op te nemen in het ontwerp van nieuwe stadswijken zoals Schinkelkwartier. Volgens de Sportraad ontbreekt in de projectnota een visie op de beweeginfrastructuur en –aanleidingen in de openbare ruimte van Schinkelkwartier. Om de sport te integreren is met voorrang alsnog een visie voor het gebied nodig
31
Antwoord We vinden een leefomgeving belangrijk die beweging, spel en gezondheid stimuleert. We hebben sport en spel in het stedenbouwkundig kader van de projectnota opgenomen. In de uitwerking per deelgebied maken we plannen voor de openbare ruimte waarin beweeginfrastructuur en aanleidingen voor sport en spel in de openbare ruimte een plek zullen krijgen, zoals ook beschreven in de beantwoording onder 3.2.3. We gaan graag met de Sportraad in gesprek over de invulling.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.2.5 Speelruimte op schoolpleinen (119) Inspraakreacties Er wordt onvoldoende rekening gehouden met de situatie in Amsterdam, waar de meeste basisscholen flink meer leerlingen tellen dan het gehanteerde maximum. Dit heeft op nieuwe scholen geleid tot een gebrek aan speel- en beweegmogelijkheden voor kinderen in de pauzes. Aangezien de projectnota en de onderwijskaart hierover onvoldoende duidelijkheid verschaffen, ziet de Sportraad graag dat per school het direct aan de school grenzende aantal vierkante meters schoolplein wordt aangegeven, inclusief het beoogd maximum aantal leerlingen.
Antwoord We hebben het aantal scholen en vierkante meters schoolpleinen in het stedenbouwkundige kader bepaald op basis van de gemeentelijke normen voor maatschappelijke voorzieningen. Het is in dit stadium van planvorming nog niet concreet aan te geven wat het maximum aantal leerlingen per school zullen worden. Dat hangt af van verschillende factoren zoals fasering, woningtypologie en beleid van de toekomstige scholen zelf. Het toekomstige aanbod van voorzieningen moet in de pas lopen met de realisatie van woningen in het gebied. Op die manier verkleinen we de kans dat het aantal leerlingen op een school het gehanteerde maximum overschrijdt. De scholen in Schinkelkwartier worden zoveel mogelijk gesitueerd naast of in de nabijheid van buurtpleinen en parken. Naast de genormeerde oppervlakte van een schoolplein voor de onderbouw heeft de bovenbouw dan mogelijkheden tot uitloop in de aangrenzende, openbare ruimte.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
32
3.3
Stedenbouw (ingediend door 6, 10, 16/17, 20, 92, 98, 100, 101, 103, 108, 112, 113/114, 115, 120, 122, 124, 125, 127, 129, 130, 133, 134, 136, 141, 143, 144, 148, 150 154, 156, 157, 159, 160 en 161)
Veel inspraakreacties hebben betrekking op het stedenbouwkundig kader in de projectnota. Erfpachters en grondeigenaren in Schinkelkwartier zijn veelal positief over het in de projectnota geschetste ontwikkelperspectief. Wel hebben zij vragen en opmerkingen over de exacte ontwikkelmogelijkheden voor hun kavels en de gevolgen daarvan. Daarbij gaat het veelal over flexibiliteit in het stedenbouwkundig kader, de toegestane bebouwingsdichtheid en bouwhoogte en de gewenste verdiepingshoogte. Deze paragraaf gaat specifiek in op de inspraakreacties over bebouwingsmogelijkheden. Andere onderwerpen uit de inspraak hebben ook betrekking op stedenbouw, maar komen in aparte paragrafen aan de orde. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om programma (3.1), cultuurhistorie (3.4), infrastructuur (3.5 en 3.6) en groen (3.7, 3.8 en 3.9). In hoofdstuk 5 van de projectnota is het stedenbouwkundig kader voor Schinkelkwartier beschreven. In het kader van de projectnota en het concept Omgevingseffectrapport (OER) is onderzoek gedaan en zijn hoofdkeuzes geformuleerd. De uitkomsten daarvan zijn verwerkt in het stedenbouwkundig kader. Dit heeft ook geleid tot bouwregels voor de gebiedsontwikkeling. In de volgende fase wordt per deelgebied een investeringsnota opgesteld. In dat kader wordt een stedenbouwkundig plan wordt gemaakt en zal het effect van de bebouwing op de omgeving nader worden onderzocht.
Belanghebbenden krijgen dan opnieuw de gelegenheid om invloed op de plannen uit te oefenen en inspraak te hebben over de ontwikkelmogelijkheden. Verdichting binnen de stad is nodig om de grote woningbouwbehoefte te vangen. Door de geplande verdichting van Schinkelkwartier komen er steeds meer mensen samen en daarmee ontstaat draagvlak voor openbaar vervoer en publieke functies, zoals sport, groen en maatschappelijke voorzieningen. Functies die lopend of met de fiets makkelijk bereikbaar zijn, en dat is weer goed voor het milieu en de volksgezondheid. De realisatie van nieuwe bebouwing in het algemeen en hoogbouw in het bijzonder vraagt om een zorgvuldige afweging. De verdichting van Schinkelkwartier is weliswaar gewenst, maar niet onbegrensd. De taart, ofwel het totale bouwvolume, moet eerlijk en verantwoord worden verdeeld. Een overschrijding van het beoogde bouwvolume leidt niet alleen tot extra belasting van het stedelijk wegennet, maar betekent ook dat er op deze locatie meer sport- en groenvoorzieningen nodig zijn, en daar is in de meeste gevallen geen ruimte voor. De ambitie is om Schinkelkwartier te transformeren naar een gemengde stadswijk met hoge dichtheid. De maximale bouwhoogte en realisatie van hoogbouw worden voor een belangrijk deel beïnvloed door de aanwezigheid van vliegverkeer.
Dat laatste vraagt om een concept waarin met relatieve laagbouw toch een hoge dichtheid wordt bereikt. We maken geen stadswijk met hoge torens maar met royaal bemeten bouwblokken. Verdichting met relatieve laagbouw betekent minder schaduwwerking in de openbare ruimte, meer ogen op straat en een lagere drempel om naar buiten te gaan voor ontmoeting en verblijf. We staan slechts op enkele plekken hoogteaccenten toe, in het bijzonder op locaties waar ze de oriëntatie in het gebied en de ruimtelijke samenhang versterken. Denk hierbij aan een belangrijke kruising of een bijzondere plek in de wijk.
33
De kaart met mogelijke posities voor hoogbouw in hoofdstuk 5 van de concept projectnota was indicatief en heeft tot veel vragen geleid. Bij nader inzien moeten we constateren dat deze kaart de indruk kan wekken dat de posities voor hoogbouw al in deze fase worden vastgelegd. Dat is niet het uitgangspunt. In de volgende fase (stedenbouwkundig plan per deelgebied) worden de mogelijke locaties voor hoogteaccenten nader uitgewerkt. Hoogbouw moet in alle gevallen een significante bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit en het verblijfsklimaat op straat. Bovendien is op grond van het huidige beleid bij bebouwing hoger dan 30 meter een hoogbouweffectrapportage (HER) verplicht, waarmee de impact op de omgeving wordt onderzocht.
3.3.1
Bouwhoogte Nieuwe Meer Oost (6 en 157)
Inspraakreacties Als de locatie van Global Switch wordt ontwikkeld, verzoekt de inspreker om de bouwhoogte van het gedeelte aan de Johan Huizingalaan (tegenover de woningen Duke Ellingtonstraat in Park Haagseweg) te verlagen. Daarmee wordt voorkomen dat de lichtinval en uitzicht voor deze woningen negatief worden beïnvloed. Onder verwijzing naar de gesprekken met ILT over de toegestane bouwhoogte op grond van het LIB verzoekt een andere inspreker om de bouwhoogte niet vast te klikken op 55, 41 en 25 meter. De inspreker gaat ervan uit dat tenminste 62 meter haalbaar is. Verzocht wordt om toe te voegen dat de hoogtes en hoogtelocaties indicatief zijn en pas later in afstemming met initiatiefnemers definitief worden bepaald. Het opnemen van zoekgebieden voor hoogteaccenten is wenselijk zodat in een later stadium kan onderzocht wat de meest wenselijke plekken zijn. Tot slot wordt opgemerkt dat de bouwregels in de projectnota op sommige punten niet (meer) overeenkomen met de afspraken die insprekers met gemeente heeft gemaakt over de ontwikkeling.
Antwoord Uitgangspunt voor de bebouwing langs de Johan Huizingalaan is een basishoogte van 7 lagen. Daarboven zijn losse opbouwen mogelijk van 1 tot 2 terugliggende lagen. In de volgende fase, de investeringsnota voor Nieuwe Meer Oost, wordt dit verder uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan, waarbij ruimte is voor participatie en inspraak. De realisatie van bebouwing hoger dan de (maatgevende en radar) toetshoogte in het Luchthavenindelingbesluit (LIB) is onder voorbehoud van een verklaring van geen bezwaar (vvgb) door Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Voor het LIB toetsvlak tot 41 meter geldt dat een vvgb voor hogere bebouwing alleen wordt afgegeven als sprake is van afscherming door een bestaand gebouw of als met een luchtvaartstudie is aangetoond dat er geen gevaar is voor de vliegveiligheid. Ten aanzien van de kaart met posities voor hoogbouw wordt verwezen naar de algemene inleiding over hoogbouw. Voor specifieke ontwikkelingen geldt dat projectspecifieke afspraken prevaleren boven de bouwregels in de projectnota. De spelregels in Bijlage 2 van de projectnota zijn richtinggevend en worden bovendien in de fase van het stedenbouwkundig plan nader uitgewerkt.
34
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. Mede naar aanleiding van deze reactie(s) is in hoofdstuk 5 de kaart met mogelijke posities voor hoogbouw geschrapt.
3.3.2
Bouwhoogte Riekerpark (10)
Inspraakreactie Er zijn zorgen dat de geplande hoogbouw in met name het gebied Riekerhaven het zicht op de horizon via het Amsterdamse bos gaat ontnemen voor de bestaande woningen rondom Westlandgracht, Delflandplein, Maassluisstraat en Overschiestraat. Voor bestaande bewoners biedt het huidige uitzicht een ruimtelijk gevoel doordat de stad uitgekeken kan worden. Het zou zonde en daarnaast hinderlijk zijn voor deze bewoners wanneer dat verdwijnt.
Antwoord Wij veronderstellen dat met Riekerhaven wordt gedoeld op deelgebied Riekerpark. In Riekerpark maken we geen stad met hoge torens maar een stad met royaal bemeten bouwblokken. De bouwblokken hebben een basishoogte van 5 tot 7 lagen met losse opbouwen van 1 tot 2 terugliggende lagen. Voor twee bouwblokken tussen de Henk Sneevlietweg en Overschiestraat in Sloterstrip worden nu bouwplannen uitgewerkt. Deze plannen lopen in die zin vooruit op de gebiedsontwikkeling van Riekerpark. Zoals aangegeven in de inleiding over hoogbouw is bij bebouwing hoger dan 30 meter een HER verplicht, waarin de gevolgen voor de omgeving worden onderzocht.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.3.3
Bouwhoogte en ontwikkelruimte Schinkelhaven (92, 98, 101, 103, 108, 112, 113/114, 115, 122, 125, 136, 143, 144, 148 en 150)
Inspraakreacties Een aantal insprekers verzoekt meer vrijheid te geven voor de invulling van de bouwhoogte tot 21 meter in Schinkelhaven, zodat 6 lagen gerealiseerd kunnen worden en toe te staan dat de bouwhoogte van 21 meter wordt overschreden als gebouwd wordt met een kap. Er wordt aangegeven dat de projectnota niet eenduidig is over de te hanteren bouwhoogte voor Schinkelhaven. Zo wordt gemeld dat er een discrepantie is in de tekst (21 meter) en de bouwregels (25 respectievelijk 35 meter). Over de kaart met hoogteaccenten zijn diverse inspraakreacties binnengekomen. Zo wordt gevraagd om duidelijker aan te geven dat de kaart een zoekgebied voor hoogteaccenten betreft en dat de aangegeven accenten daarop slechts indicatief zijn. Sommige insprekers stellen dat de hoogteaccenten stedenbouwkundig willekeurig zijn getekend en pleit ervoor om pas na het proces van dialoog en inspraak de accenten vast te leggen. Meerdere insprekers vinden om diverse redenen dat op hun kavel een hoogteaccent wenselijk is en verzoeken dit in de projectnota op te nemen:
35
-
-
Een inspreker verzoekt om voor de locatie Pilotenstraat 6/Anthony Fokkerweg 43-50 een bouwhoogte van 41 meter op te nemen, die als geluidafscherming kan dienen. Een inspreker verzoekt om voor de locatie Anthony Fokkerweg 21/Valschermkade 3 een hoogteaccent van 41 meter op te nemen met daarbij de melding dat hiervoor geen ontheffing van het LIB nodig is. Een inspreker stelt dat op locatie Valschermkader 16/Pilotenstraat 1-15 een bouwhoogte van 38-45 meter gezien de toegestane bouwhoogte in het LIB geen probleem is. Een inspreker verzoekt om te bekijken of een hoogteaccent van 55 meter ter plaatse van Generaal Vetterstraat 51-55 van toegevoegde waarde kan zijn. Een inspreker meldt dat op locatie Generaal Vetterstraat 57-65 een markant volume kan bijdragen aan een goede entree van Schinkelkwartier. Een inspreker ziet kansen voor een entree voor Schinkelhaven door realisatie van een getrapt aflopende hoogteaccent van 41 meter op locatie Valschermkader 19. Een inspreker geeft aan dat op de kaart met mogelijke posities voor hoogbouw het plan voor hoogbouw op locatie Anthony Fokkerweg 3 ontbreekt. Een inspreker verzoekt om op de locatie Pilotenstraat 36-74 een hoogteaccent op te nemen.
Een inspreker vraagt juist om de bouwhoogte van de nieuwe school in Schinkelhaven te beperken tot 3 bouwlagen, overeenkomstig de woningen van het Spijtellaantje en de Generaal Vetterstraat. Een inspreker heeft zorgen over de discrepantie tussen de stedenbouwkundige ambities en de beperkte omvang van de kavels binnen Schinkelhaven, waardoor het niet mogelijk is om tot een financieel reële herontwikkeling te komen. Wens is om te onderzoeken of een collectieve ontwikkeling beter uitkomt dan een ontwikkeling per kavel. Een andere inspreker geeft ambitie mee om eigentijdse pakhuizen rondom de haven te ontwikkelen, die in bouwmassa en maat variëren. Een inspreker meldt dat met de gemeente een intentieovereenkomst is gesloten voor de ontwikkeling van locatie Pilotenstraat 35-45 en verzoekt om de projectnota in overeenstemming te brengen met de uitgangspunten uit die overeenkomst door de bouwregels aan te passen naar de overeengekomen volumes. Ook voor de locatie Valschermkade 16/Pilotenstraat 1-15 wordt gemeld dat het plan voor deze locatie niet past in de projectnota. Een andere inspreker vraagt zich af waarom de locatie Pilotenstraat 36-74 ongewijzigd in de projectnota is opgenomen, terwijl de wens is om het bestaande gebouw te herontwikkelen.
Antwoord Voor Schinkelhaven is de maximale bouwhoogte in het huidige bestemmingsplan vastgesteld op 20 meter. In de projectnota is het voornemen om deze basishoogte te verruimen naar 21 meter. In de basis is hierdoor ruimte voor 5 lagen met een eventuele kap. De bouwhoogte is tot deze hoogte beperkt om goed aan te sluiten bij de maat en schaal van al aanwezige bebouwing en openbare ruimten. In paragraaf 5.4 van de projectnota was abusievelijk een maximum bouwhoogte van 25 meter voor Schinkelhaven opgenomen. Langs de A10 is een continue wand van eerstelijnsbebouwing met een minimumhoogte voorzien om het verkeersgeluid af te schermen. De hoogte in deze strook bedraagt 5 tot 7 lagen. Voor een zorgvuldige bepaling van de exacte bouwhoogte en posities van hoogbouw in Schinkelhaven is nader onderzoek nodig. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de impact op de omgeving, beperkingen vanuit het LIB, bezonning en geluid. Dit onderzoek zal plaatsvinden in de volgende planfase tijdens het opstellen van een investeringsnota voor dit 36
deelgebied. We maken in deze fase een stedenbouwkundig plan met bouwregels waarbij we inspraakreacties en ontwerpsuggesties voor specifieke locaties als input meenemen om tot een nadere verfijning van het plan te komen. In goed overleg met belanghebbenden zal dan bepaald worden of en, zo ja, onder welke condities er verbijzonderingen en/of aanpassingen mogelijk zijn. In de volgende fase nemen we ook de suggestie mee om te kijken of in sommige gevallen collectieve in plaats van kavelgewijze ontwikkeling mogelijk is. Het LIB stelt beperkingen aan de bouwhoogte in Schinkelhaven. Daarbij moet rekening worden gehouden met een maatgevende toetshoogte en een toetshoogte radar. Van de maatgevende toetshoogte kan uitsluitend worden afgeweken na een verklaring van geen bezwaar van Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Om af te kunnen wijken van de toetshoogte radar (deze is ter plaatse van Schinkelhaven lager dan de maatgevende toetshoogte) is een positief radaradvies van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) nodig. Voor de schoollocatie geldt dat de bouwhoogte in de volgende fase nader wordt uitgewerkt. Ten aanzien van de ontwikkelingen Pilotenstraat 35-45 en Valschermkader 16/Pilotenstraat 1-15 geldt dat de spelregels in Bijlage 2 van de projectnota richtinggevend zijn en worden bovendien in de fase van het stedenbouwkundig plan nader worden uitgewerkt.
Uiteindelijk prevaleren projectspecifieke afspraken boven de algemene spelregels in de projectnota. Aangezien we reeds in gesprek zijn met deze partijen en al reactie hebben gegeven op de ontwikkelinitiatieven zien we niet de noodzaak om de reactie op deze plek te herhalen.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 5.4 is de tekst over de bouwhoogte voor Schinkelhaven aangepast. Mede naar aanleiding van deze reactie(s) is in hoofdstuk 5 de kaart met mogelijke posities voor hoogbouw geschrapt.
3.3.4
Bouwhoogte en ontwikkelruimte Sloterstrip (10, 20 en 141)
Inspraakreacties Een inspreker stelt voor om ter plaatse van Vlaardingenlaan 1 een bouwhoogte van 55 meter op te nemen. Hiermee wordt een hoogteaccent aan het gebied toegevoegd en wordt de entree van het nieuwe Schinkelkwartier vanuit de stad op deze manier beeldbepalend. Er wordt aangegeven dat het zelfs goed mogelijk is om twee hoogteaccenten te maken die het bouwblok vanaf de Aalsmeerplein accentueren. Een andere inspreker vraagt of er plannen zijn om het aangezicht van de bestaande Gamma en Shurgard op te pakken en of er plannen zijn voor een andere invulling van de politiekavel. Antwoord Voor een zorgvuldige bepaling van de exacte bouwhoogte en posities van hoogbouw in Sloterstrip is nader onderzoek nodig. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de impact op de omgeving, beperkingen vanuit het LIB, bezonning en geluid. Dit onderzoek zal plaatsvinden in de volgende planfase tijdens het opstellen van een investeringsnota voor dit deelgebied. We maken in deze fase een stedenbouwkundig plan met bouwregels waarbij we de inspraakreactie als input meenemen. In goed overleg met belanghebbenden zal dan bepaald worden of en, zo ja, onder welke condities er verbijzonderingen en/of aanpassingen mogelijk zijn. 37
In de huidige situatie zijn in deelgebied Sloterstrip enkele ruimte-extensieve functies gevestigd, zoals politie, een bouwmarkt en een verhuisopslag. In het stedenbouwkundig kader van de projectnota hebben we richting gegeven en voorstelbaar gemaakt welke mogelijkheden er zijn voor transformatie en op deze kavels in de toekomst.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. Mede naar aanleiding van deze reactie(s) wordt in hoofdstuk 5 de kaart met mogelijke posities voor hoogbouw geschrapt.
3.3.5
Bouwhoogte en ontwikkelruimte De Plantijn (124, 130 en 159)
Inspraakreacties De instellingen in het deelgebied, zoals het NKI/AVL en Centrum voor Zorg (CVZ) Slotervaart hebben de ambitie om in het kader van de realisatie vaneen innovatief zorgdistrict een verdubbeling van het totale oppervlak te realiseren. Insprekers zien dat er bij de genoemde cijfers in de projectnota geen rekening is gehouden met deze ambities. AVL wijst er in dat kader op dat zij de ambitie heeft om de huidige uitbreidingsmogelijkheden tot 150.000 m2 te benutten en constateert dat als de ambities van de andere zorginstellingen hierbij worden opgeteld dit niet past in de projectnota. Ook wat betreft de bouwhoogte liggen de ambities hoger dan het in de projectnota opgenomen maximum van 32 meter, waarbij wordt verzocht om de mogelijkheden te bespreken voor hoogteaccenten op het Hid-terrein van Sanquin. Volgens CVZ strookt het vrijhouden van een te grote groenzone aan de zuidzijde, zoals opgenomen in de projectnota, niet met de wens van CVZ om groen naar binnen te brengen en bebouwing naar buiten. Concentratie van nieuwbouw in aaneengesloten bebouwing aan de oost- en westzijde van het kruisgebouw is, met oog op een goede visuele relatie van het kruisgebouw met de stad, ook niet wenselijk. Volgens CVZ is voor een succesvolle transformatie een netto FSI van 3.0 wenselijk. CVZ veronderstelt dat de kaart met de posities van hoogteaccenten indicatief is.
Gezien de ligging van de bebouwing als noordoostelijke entree/afsluiting van De Plantijn, is het vanuit stedenbouwkundig oogpunt juist wenselijk dat deze hoekbebouwing hoger komt te liggen. Een gemiddelde bouwhoogte van 41 meter, met hoogteaccenten aan de zuidzijde van 70 meter, is vanuit stedenbouwkundig oogpunt goed verdedigbaar. In dat kader is het verzoek om de maximale bouwhoogten niet op voorhand te beperken, maar voor het Slotervaartkavel juist ruimte te bieden aan verhogingen tot 70 meter.
Antwoord Het stedenbouwkundig kader voor De Plantijn heeft nog een verkennend karakter. Voor een zorgvuldige bepaling van de exacte ontwikkelruimte en bouwhoogte is nader onderzoek nodig. Nadere afstemming tussen de gemeente en ontwikkelende partijen kan leiden tot voortschrijdende inzichten en daarmee verbijzonderingen en/of aanpassingen van de plannen. Momenteel hebben de partijen in Plantijn een proces gestart om gezamenlijk een regieplan/visie voor het gebied op te stellen waarin de verschillende ambities zo veel mogelijk met elkaar worden verenigd. Uiteindelijk wordt dit als input meegenomen in de investeringsnota voor deelgebied De Plantijn, die in de volgende planfase wordt opgesteld.
38
Tijdens de volgende planfase zal in goed overleg met belanghebbenden onderzocht worden of en, zo ja, onder welke condities er aanpassingen mogelijk zijn met betrekking tot de exacte positie en hoogte van toekomstige bebouwing. In reactie op de voorgestelde hoogteaccenten van 70 meter geldt als uitgangspunt dat hoogbouw in alle gevallen een significante bijdrage moet leveren aan de ruimtelijke kwaliteit en het verblijfsklimaat op straat. Ook moet rekening worden gehouden met de maatgevende toetshoogte en toetshoogte radar op grond van het LIB. Hiervan kan uitsluitend na een verklaring van geen bezwaar van ILT en/of een positief radaradvies van LVNL worden afgeweken.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. Mede naar aanleiding van deze reactie(s) is in hoofdstuk 5 de kaart met mogelijke posities voor hoogbouw geschrapt.
3.3.6
Verdiepingshoogte (103, 108, 112, 113/114, 115, 120, 122, 129, 141, 160 en 161)
Inspraakreacties Volgens diverse insprekers leidt een bruto verdiepingshoogte van 3,4 meter op voorhand niet tot meer flexibiliteit in het toekomstige gebruik van een gebouw, te meer omdat deze hoogte ontoereikend zou zijn voor niet-woonfuncties. Een royale verdiepingshoogte leidt hoogstwaarschijnlijk tot een toename van de bouwkosten en/of het energieverbruik. Een inspreker stelt voor om de hogere bouwkosten direct te compenseren in de erfpacht om zo de betaalbaarheid van woningen te kunnen blijven garanderen. Gevraagd wordt om de hogere verdiepingshoogte niet als een dwingende eis voor te schrijven. Dat geldt in het bijzonder voor sociale huurwoningen en middeldure woningen. In het Bouwbesluit wordt een netto verdiepingshoogte van minimaal 2,6 meter voorgeschreven. Door aan te sluiten op die wettelijke eis zijn meer bouwlagen mogelijk en kan een grotere bijdrage worden geleverd aan het terugdringen van de voortschrijdende woningbehoefte. Bovendien wordt getwijfeld aan de wettelijke mogelijkheden om afwijkende verdiepingshoogten ten opzichte van het Bouwbesluit af te kunnen dwingen. De eisen in het Bouwbesluit zijn minimumeisen zodat in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning geen verdergaande eisen kunnen worden afgedwongen.
Antwoord In Schinkelkwartier ambiëren we een royale verdiepingshoogte en flexibele bouwsystemen. Adaptief en flexibel bouwen biedt uitkomst op korte en lange termijn. Een royale verdiepingshoogte biedt niet alleen extra kwaliteit en gebruiksmogelijkheden voor de eerste gebruikers, maar maakt op termijn ook transformatie en functieverandering mogelijk op gebouwniveau. Door het huidige woningtekort achten wij de kans gering dat woningen op korte termijn getransformeerd zullen worden naar kantoren. Maar dit laat onverlet dat het streven naar duurzame, flexibele gebouwen van kracht blijft voor de toekomst. Om in de toekomst transformatie en functieverandering mogelijk te maken, ambiëren we voor de lagen boven de plint tot de vijfde of zevende laag een bruto verdiepingshoogte van minimaal 3,4 meter. Deze verdiepingshoogte is richtinggevend, maar geen dwingende eis. Als er voor bepaalde functies meer hoogte is gewenst, dan is dat mogelijk. In de volgende planfase zal tijdens het 39
opstellen van investeringsnota’s per deelgebied worden onderzocht welke bouwhoogtes voldoende ontwerpvrijheid bieden om tot een passende maatvoering te komen van de begane grondverdieping, overige verdiepingen en eventuele kap. We realiseren ons dat de hieruit voortvloeiende netto verdiepingshoogte van circa 3 meter niet alleen afwijkt van het Bouwbesluit maar ook impact kan hebben op bouwkosten en/of energieverbruik. De verdichting van Schinkelkwartier is weliswaar gewenst, maar niet onbegrensd. Door een verlaging van de verdiepingshoogte kunnen binnen de maximale bouwhoogte in sommige gevallen extra bouwlagen worden gerealiseerd, maar dat heeft ook gevolgen voor andere ruimteclaims in het gebied. De taart, ofwel het totale bouwvolume, moet eerlijk en verantwoord worden verdeeld. Een overschrijding van het geplande bouwvolume leidt niet alleen tot een extra belasting van het stedelijk wegennet, maar betekent ook dat er meer sport- en groenvoorzieningen nodig zijn, en daar is in de meeste gevallen geen ruimte voor. Kortom: het is niet zonder meer mogelijk om extra bouwlagen toe te voegen bij hantering van een lagere verdiepingshoogte.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 5.4 en Bijlage 2 is opgenomen dat een bruto verdiepingshoogte van minimaal 3,4 meter een ambitie is in plaats van een uitgangspunt.
3.3.7
Verdiepingshoogte plint (125, 129, 160 en 161)
Inspraakreacties Een aantal insprekers kan zich niet vinden in een royale verdiepingshoogte voor de plint van 4,5 meter en in een dubbelhoge plint van 7,9 meter voor gebouwen langs hoofdroutes en bijzondere plekken. Daarnaast zijn er vraagtekens of een dubbelhoge plint consequent moet worden toegepast voor alle gebouwen die grenzen aan hoofdroutes en bijzondere plekken. Ook wordt afgevraagd of een plinthoogte van 4,5 meter wel echt noodzakelijk is vanuit de wens transformatie en functieverandering mogelijk te maken, aangezien het Bouwbesluit ook voor nagenoeg alle gebruiksfuncties een minimale plafondhoogte van 2,6 meter voorschrijft. De eisen voor een minimale plinthoogte zijn vanuit het perspectief van betaalbaarheid niet wenselijk en leiden tot beperkingen voor het aantal te realiseren vierkante meters.