05 Nota van beantwoording en wijzigingen projectnota Schinkelkwartier.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording en wijzigingen inspraak projectnota Schinkelkwartier
December 2021 Projectgroep Schinkelkwartier
Samenvatting Ondernemers en bewoners in het plangebied, omwonenden en andere belanghebbenden hebben volop gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op de concept projectnota Schinkelkwartier. De gemeente heeft 172 inspraakreacties ontvangen. In deze Nota van beantwoording en wijzigingen leest u een samenvatting van de inspraakreacties, gegroepeerd per thema en gevolgd door onze antwoorden. Ook leest u op welke onderdelen de projectnota is aangepast naar aanleiding van de inspraakreacties en welke ambtshalve wijzigingen in de projectnota zijn doorgevoerd. In het algemeen zijn de indieners van inspraakreacties positief over het feit dat de gemeente plannen maakt voor Schinkelkwartier. Insprekers zien kansen en mogelijkheden voor het gebied, blijken doordrongen van de noodzaak van woningbouw en zien ook het belang om de bereikbaarheid van het gebied te verbeteren. Tegelijkertijd zijn insprekers beducht voor de gevolgen van de gebiedsontwikkeling voor bestaande kwaliteiten zoals groen, ecologie en cultuurhistorie. Wij begrijpen dat de in de projectnota beschreven ontwikkeling ingrijpende gevolgen kan hebben voor de huidige gebruikers. Bij de uitwerking van de plannen per deelgebied gaan we zorgvuldig om met bestaande waardevolle groenstructuren, ecologische en cultuurhistorische waarden. Verreweg de meeste inspraakreacties hebben betrekking op begraafplaats Huis te Vraag.
Deze insprekers vinden dat de begraafplaats moet worden beschermd en maken bezwaar tegen mogelijke fietsverbindingen over de begraafplaats en het mogelijke gebruik van Huis te Vraag als onderdeel van een openbaar park. Dit is ook de strekking van de petitie die door ruim 4.100 mensen is ondertekend. De fietsverbindingen over de begraafplaats waren in de concept projectnota als indicatie voor mogelijke noord-zuid verbindingen opgenomen. Wij betreuren het dat met de projectnota onrust is veroorzaakt. Naar aanleiding van de inspraak zijn de verbindingen uit de projectnota geschrapt. De aangepaste voorkeursroute voor het fietsverkeer loopt vanaf de fietsbrug via de Generaal Vetterstraat in noordelijke richting naar het Aalsmeerplein en in westelijke richting naar de Nieuwe Sloterweg. Begraafplaats Huis te Vraag blijft binnen het toekomstige park Schinkeloever behouden als een groene plek voor rust, waarbij het unieke karakter en de huidige waarden worden gerespecteerd. Veel omwonenden hebben gereageerd op de fietsbrug over de Schinkel. Zij kunnen zich niet vinden in een fietsbrug op de beoogde locatie en zetten vraagtekens bij de noodzaak en inpasbaarheid van de fietsbrug. Tegen de fietsbrug is een petitie gestart die door ruim 1.200 mensen is ondertekend.
Omwonenden wijzen op de negatieve gevolgen voor hun directe woonomgeving, waaronder de noodzakelijke verplaatsing van enkele woonboten en pleiten voor een alternatieve locatie voor een brug ter hoogte van de Vlietstraat. Een aantal insprekers onderschrijft het belang van een fietsbrug op de voorgestelde plek. Naar aanleiding van de inspraak is de onderbouwing voor het voorkeurstracé van een fietsbrug tussen de Laan der Hesperiden en de Generaal Vetterstraat (ook is opgenomen in Omgevingsvisie Amsterdam 2050) uitgebreid. Diverse insprekers onderschrijven de noodzaak om de bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets te verbeteren. Er zijn vragen gesteld over de verkeersafwikkeling en ontsluiting per auto. Zorgen zijn er geuit over de strengere parkeereisen voor bestaande functies, parkeeroverlast in omliggende
2
buurten en de gevolgen van aanpassingen aan het bestaande OV systeem voor de bereikbaarheid. Deze inspraakreacties hebben geleid tot enkele aanpassingen in de projectnota. Meerdere inspraakreacties gaan over ontwikkelingen buiten het plangebied. Zo zijn er zorgen over de impact van de ontwikkeling van Schinkelkwartier op De Oeverlanden en is er kritiek op het projecteren van functies in dit gebied. Ook is er kritiek op bebouwing in de parkwal langs de Oude Haagseweg, terwijl diverse omwonenden juist graag zien dat de parkwal als geluidmaatregel ook buiten het plangebied wordt doorgetrokken. Naar aanleiding van de inspraak zijn functies buiten het plangebied uit de projectnota gehaald of slechts als suggestie opgenomen en wordt nadrukkelijk aangesloten op de inhoud van de Ontwikkelstrategie Landschapspark De Oeverlanden. Een aantal sportbonden is kritisch over de ruimteclaim voor sport buiten het plangebied en vrezen dat de referentienorm voor sport niet wordt gehaald. Er is verzocht om de georganiseerde buitensport niet naar de buitenranden of zelfs buiten het plangebied te schuiven. Naar aanleiding van de inspraak is in de projectnota toegevoegd dat voor sport een groeimodel is voorzien waarmee we voldoen aan de referentienorm en waarbij georganiseerde buitensport gefaseerd binnen en buiten het plangebied wordt gerealiseerd.
In de nabij gelegen sportparken Sloten en Sloten-West is vanwege ondercapaciteit nog ruimte om de bestaande sportvoorzieningen beter te benutten. Erfpachters en grondeigenaren in Schinkelkwartier zijn veelal positief over het in de projectnota geschetste ontwikkelperspectief. Wel hebben zij vragen en opmerkingen over de exacte ontwikkelmogelijkheden voor hun kavels en de gevolgen daarvan. Daarbij gaat het onder andere om het beoogde programma, de toegekende cultuurhistorische waarde, de toegestane bouwhoogte en de gewenste verdiepingshoogte. Het in de projectnota opgenomen programma en de spelregels voor bouwen zijn richtinggevend en worden in de volgende fase per deelgebied nader uitgewerkt. Insprekers wijzen op het belang van afschermende geluidmaatregelen om een aanvaardbaar woonen leefklimaat te realiseren. Bij voorkeur worden deze voorafgaand aan woningbouw gerealiseerd, maar vanuit financiële of andere strategische overwegingen is dit niet altijd mogelijk. In de projectnota is toegevoegd dat een strategisch geluidsplan wordt opgesteld, waarin de fasering van geluidmaatregelen verder wordt uitgewerkt. Een drietal bedrijven vreest dat woningbouw een belemmering gaat vormen voor hun (vergunde) geluidruimte en de toekomst van hun bedrijfsvoering. Met deze bedrijven wordt gesproken over hun toekomstplannen, geluidruimte en eventuele maatregelen.
Uitgangspunt daarbij is dat de huidige bedrijfsvoering van deze bedrijven niet onevenredig wordt belemmerd. Ondanks het ingestoken participatieproces met diverse reactiemogelijkheden en een (online) inloopbijeenkomst vinden sommige partijen dat zij onvoldoende zijn betrokken. De vraag naar participatiemogelijkheden toont de grote betrokkenheid bij de gebiedsontwikkeling Schinkelkwartier. Bij de projectnota (haalbaarheid) is gezien de strategische opgaven en keuzes bewust gekozen voor de participatieniveaus ‘informeren’ en ‘meedenken’. Vanwege de aandacht voor participatie is in deze nota apart ingegaan op de wijze waarop participatie over de projectnota heeft plaatsgevonden en hoe partijen in het vervolg betrokken kunnen blijven. De rijke opbrengst uit de inspraakprocedure is verwerkt in de projectnota. Naast aanpassingen naar aanleiding van inspraakreacties is de projectnota ook op diverse onderdelen ambtshalve gewijzigd. Daarbij gaat het vooral om het actualiseren, aanvullen of verduidelijken van teksten en kaarten.
3
Inhoud 1.
Inleiding ....................................................................... 8
2.
Participatieproces.........................................................11
2.1
Uitgangspunten participatie .......................................................................................... 11
2.2
Vrijgave concept projectnota voor inspraak .................................................................. 12
2.3
Participatie tijdens de inspraakprocedure ..................................................................... 12
3.
Beantwoording inspraakreacties................................... 14
3.1
Wonen, werken en voorzieningen ................................................................................. 14
3.1.1
Woningaantal .................................................................................................................. 14
3.1.2
Woningcategorieën en -segmenten ................................................................................. 15
3.1.3
Woninggrootte ................................................................................................................ 16
3.1.4
Flexibiliteit in functie en gebruik ...................................................................................... 17
3.1.5
Specifieke woonconcepten .............................................................................................. 17
3.1.6
Regionale afstemming werkprogramma .......................................................................... 18
3.1.7
Innovatiedistrict ............................................................................................................... 19
3.1.8
Kantoren en bedrijven Schinkelhaven .............................................................................. 20
3.1.9
Schoollocatie Generaal Vetterstraat ................................................................................ 21
3.1.10
Ruimte voor kunstenaars, broedplaatsen en kleine bedrijven .......................................... 23
3.1.11
Functiemenging ............................................................................................................... 23
3.1.12
Commerciële voorzieningen ............................................................................................ 24
3.1.13
Voorzieningen Nieuwe Meer Oost ................................................................................... 25
3.1.14
Voorzieningen De Plantijn................................................................................................ 26
3.2
Sport- en speelvoorzieningen ........................................................................................ 27
3.2.1
Bestaande sportvoorzieningen ........................................................................................ 27
3.2.2
Nieuwe sportvoorzieningen ............................................................................................. 28
3.2.3
Referentienorm sport....................................................................................................... 30
3.2.4
Sport in openbare ruimte ................................................................................................. 31
3.2.5
Speelruimte op schoolpleinen .......................................................................................... 32
3.3
Stedenbouw.................................................................................................................... 33
3.3.1
Bouwhoogte Nieuwe Meer Oost ...................................................................................... 34
3.3.3
Bouwhoogte en ontwikkelruimte Schinkelhaven ............................................................. 35
3.3.4
Bouwhoogte en ontwikkelruimte Sloterstrip ................................................................... 37
3.3.5
Bouwhoogte en ontwikkelruimte De Plantijn ................................................................... 38 4
3.3.6
Verdiepingshoogte .......................................................................................................... 39
3.3.7
Verdiepingshoogte plint................................................................................................... 40
3.3.8
Toegankelijkheid en beheer binnenterreinen ................................................................... 41
3.3.9
Kapvormen Schinkelhaven............................................................................................... 42
3.3.10
Bebouwingsvrije zone Generaal Vetterstraat ................................................................... 42
3.3.11
Afwaarderen en overkappen A4 ....................................................................................... 43
3.3.12
Flexibiliteit stedenbouwkundig kader .............................................................................. 43
3.3.13
Ontwikkeling ACTA-terrein.............................................................................................. 45
3.4
Cultuurhistorische waarden ........................................................................................... 46
3.4.1
Ordewaardering panden .................................................................................................. 46
3.4.2
Gebouwen (voormalig) IBM-terrein.................................................................................. 47
3.4.3
A-Factory en Honeywell Bull ............................................................................................ 48
3.4.4
Anthony Fokkerweg 51-59 ............................................................................................... 48
3.4.5
Bebouwing NLR-terrein ................................................................................................... 49
3.4.6
Kantoorpand Rijnsburgstraat 9-11 ................................................................................... 50
3.4.7
Voormalig Slotervaart ziekenhuis .................................................................................... 50
3.5
Mobiliteit en parkeren .................................................................................................... 52
3.5.1
Doorstroming A10-Zuid .................................................................................................. 52
3.5.2
Ontsluiting Schinkelhaven ............................................................................................... 53
3.5.3
Generaal Vetterstraat ...................................................................................................... 53
3.5.4
Gevolgen Hoofddorppleinbuurt ....................................................................................... 54
3.5.5
Bereikbaarheid en ontsluiting De Plantijn ........................................................................ 55
3.5.6
Bestelverkeer en buurtlogistiek........................................................................................ 55
3.5.7
Parkeernormering en ondergronds parkeren ................................................................... 56
3.5.8
Parkeeroverlast omliggende buurten ............................................................................... 57
3.5.9
Fietsenstallingen .............................................................................................................. 58
3.5.10
OV-verbindingen ............................................................................................................. 58
3.5.11
Fietsverbindingen algemeen ............................................................................................ 60
3.5.12
Verlegging tramlijn 2........................................................................................................ 61
3.5.13
Aanpassing metrostation Henk Sneevlietweg .................................................................. 61
3.6
Fietsbrug Schinkel .......................................................................................................... 63
3.6.1
Nut en noodzaak .............................................................................................................. 63
3.6.2
Alternatief via Vlietstraat ................................................................................................. 64
3.6.3
Onderbouwing alternatieven concept OER ...................................................................... 65
3.6.4
Inpassing fietsbrug .......................................................................................................... 67
3.6.5
Verplaatsing woonboten .................................................................................................. 68 5
3.6.6
Verkeersveiligheid ...........................................................................................................69
3.6.7
Combinatie met tramverbinding ...................................................................................... 70
3.7
Groen, natuur en water .................................................................................................. 71
3.7.1
Gebruiksgroen en ecosysteemgroen ................................................................................ 71
3.7.2
Bescherming natuurgebieden en stadsparken ................................................................. 72
3.7.3
Ecologische waarden ....................................................................................................... 73
3.7.4
Biodiversiteit en bescherming soorten ............................................................................. 74
3.7.5
Waterhuishouding ........................................................................................................... 75
3.7.6
Dempen watergang Generaal Vetterstraat ...................................................................... 76
3.7.7
Gevolgen doortrekken Westlandgracht ........................................................................... 76
3.8
Huis te Vraag................................................................................................................... 78
3.8.1
Behoud groen, natuur en rust........................................................................................... 78
3.8.2
Fietsverbindingen ............................................................................................................ 80
3.8.3
Cultuurhistorie ................................................................................................................. 82
3.9
De Oeverlanden .............................................................................................................. 84
3.9.1
Toenemende druk op de Oeverlanden ............................................................................. 84
3.9.2
Bereikbaarheid voor bestaande wijken ............................................................................ 85
3.9.3
Geprojecteerde functies ................................................................................................... 86
3.10
Geluid, luchtkwaliteit en lichthinder .............................................................................. 87
3.10.1
Geluidafschermende maatregelen plangebied................................................................. 87
3.10.2
Geluidswal en fasering ..................................................................................................... 88
3.10.3
Geluidmaatregelen specifieke locaties ............................................................................. 89
3.10.4
Geluidmetingen ............................................................................................................... 90
3.10.5
Toepassen geluidnormen ................................................................................................. 91
3.10.6
Geluidhinder Schiphol ...................................................................................................... 92
3.10.7
Geluid NLR ....................................................................................................................... 94
3.10.8
Geluid en trillingen Global Switch .................................................................................... 95
3.10.9
Geluid Olympisch Stadion ................................................................................................ 97
3.10.10
Luchtkwaliteit en locatie scholen ..................................................................................... 98
3.10.11
Lichthinder....................................................................................................................... 99
3.11
Sociale veiligheid .......................................................................................................... 100
3.12
Duurzaamheid, energie en afval .................................................................................. 101
3.12.1
Duurzaamheidsambities ................................................................................................ 101
3.12.2
Energietransitie ............................................................................................................. 101
3.12.3
Afvalplan ........................................................................................................................ 102
3.13
Participatie.................................................................................................................... 103 6
4.
Overzicht wijzigingen ................................................. 105
4.1
Wijzigingen naar aanleiding van inspraak ................................................................... 105
4.2
Ambtshalve wijzigingen ............................................................................................... 108
Bijlagen .............................................................................. 112 Bijlage 1: Overzicht inspraakreacties .......................................................................................... 112 Bijlage 2: Kennisgeving concept projectnota en ontwerpbesluit welstandskader .................... 119 Bijlage 3: Informatiebrief start inspraak en uitnodiging online informatiebijeenkomst ........... 120
7
1.
Inleiding
Deze Nota van beantwoording en wijzigingen geeft een overzicht van alle inspraakreacties op de concept projectnota Schinkelkwartier, de beantwoording van deze inspraakreacties en de wijzigingen van de concept projectnota. De concept projectnota heeft van 7 januari 2021 tot en met 17 februari 2021 ter inzage gelegen. De Nota van beantwoording en wijzigingen vormt een bijlage bij de vast te stellen projectnota. Op deze manier krijgt het college van burgemeester en wethouders (B en W) bij de besluitvorming een goed beeld van het draagvlak voor het project en wordt duidelijk welke inspraakreacties hebben geleid tot aanpassingen in de projectnota.
Van principenota naar projectnota In mei 2016 stelde het college van B en W het rapport ‘Koers 2025 Ruimte voor de Stad’ vast. Hierin is Schinkelkwartier als een transformatiegebied opgenomen ten behoeve van toekomstige woningbouw. Op basis daarvan is voor Schinkelkwartier gestart met het doorlopen van het Amsterdamse plan- en besluitvormingsproces ruimtelijke maatregelen (Plaberum). Het Plaberum bestaat uit vier onderzoeksfasen: 1. Verkenning -> principebesluit (principenota) 2. Haalbaarheid -> projectbesluit (projectnota) 3. Ontwerp -> investeringsbesluit (investeringsnota) 4. Uitvoering -> verschillende besluiten In 2019 is de principenota (fase 1) vastgesteld waarin een verkenning werd gedaan naar de gebiedsontwikkeling. In deze verkenningsfase is onderzocht of het wenselijk en mogelijk is om een project te starten. In deze fase staan de hoofdlijnen van het project beschreven. Schinkelkwartier bleek uit te kunnen groeien tot een stadswijk die bij uitstek kan voldoen aan de vraag naar wonen en werken in een aantrekkelijke, gemengde omgeving. In de projectnota (fase 2) zijn de ambities, uitgangspunten en kaders voor deze verandering geschetst. In deze haalbaarheidsfase is onderzocht of het project mogelijk gemaakt kan worden en welke voorwaardelijke maatregelen hiervoor nodig zijn.
In deze fase wordt de vraag beantwoord of het binnen kaders (zoals huidig beleid, bestaande wet- en regelgeving en financiële kaders) mogelijk is om een programma ruimtelijk in te passen.
Vaststelling projectnota Schinkelkwartier transformeert de komende 25 jaar naar een levendige, inclusieve en groene stadswijk waarin wonen, werken en voorzieningen worden gemengd. De projectnota voorziet voor de gebiedsontwikkeling Schinkelkwartier in een totaal programmavolume van circa 2.470.000 m2 bruto vloeroppervlak (bvo) in hoge dichtheden en gevarieerde functies. Er is ruimte voor 11.000 woningen, dit is circa 1.000.000 m² bvo. Daarnaast is er ruimte voor 1.020.000 m² bvo werken (bedrijven en kantoren) en 450.000 m² bvo voorzieningen (maatschappelijk en commercieel). Het gebied biedt daarmee over ongeveer 25 jaar ruimte aan circa 22.000 inwoners en 45.500 arbeidsplaatsen. Het college van B en W heeft de concept projectnota Schinkelkwartier vrijgegeven voor inspraak zodat alle betrokkenen zich kunnen uitspreken over de beoogde richting van de herontwikkeling. Het gaat immers om een omvangrijke en ingrijpende gebiedstransformatie met consequenties voor 8
de huidige woon- en werkomgeving van ondernemers, inwoners, andere gebruikers en omwonenden. In de huidige situatie zijn in Schinkelkwartier circa 700.000 m² bvo aan bedrijven en kantoren en ongeveer 500 woningen aanwezig. Het is belangrijk dat de huidige en toekomstige gebruikers van het gebied worden betrokken bij de planvorming. In de fase van de projectnota, bij het uitwerken van een stedenbouwkundig kader en de ontwikkelstrategie, bestond het participatietraject voornamelijk uit informeren, het voeren van gesprekken met belanghebbenden en het ophalen van (inspraak)reacties op de projectnota. Deze keuze komt voort uit de grote strategische opgaven en keuzes die gemaakt moeten worden in deze fase van de gebiedsontwikkeling waarbij ‘haalbaarheid’ het uitgangspunt is.
Investeringsnota’s per deelgebied Na vaststelling van de projectnota dient de projectnota als toetsings- en afwegingskader voor de gemeentelijke inzet en investeringen in de volgende fase: het opstellen van een investeringsnota per deelgebied, gevolgd door een investeringsbesluit (fase 3). In deze ontwerpfase worden een meer gedetailleerd stedenbouwkundig plan, het programma, een schetsontwerp voor de openbare ruimte en de kosten/opbrengsten uitgewerkt. Bewoners, omwonenden, ondernemers, eigenaren en andere belanghebbenden worden nauw betrokken. We gaan daarbij een stap verder dan bij de projectnota: we gaan in dialoog met belanghebbenden en maken nader inzichtelijk wat de belangen, de zorgen en de kansen voor het deelgebied zijn. De eerste deelgebieden waarvoor we dit gaan doen zijn Schinkelhaven, De Plantijn en Nieuwe Meer Oost.
Leeswijzer Deze Nota van beantwoording en wijzigingen is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op het participatieproces. In hoofdstuk 3 zijn de inspraakreacties gecategoriseerd in verschillende onderwerpen en vervolgens per subthema samengevat en beantwoord. Per inspraakreactie is ook aangegeven of er aanleiding is geweest om de projectnota te wijzigen. In hoofdstuk 4 zijn alle wijzigingen samengevat. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen wijzigingen naar aanleiding van inspraakreacties en ambtshalve wijzigingen. We hebben de samenvatting en beantwoording van de inspraakreacties ingedeeld in de volgende onderwerpen: 1. Wonen, werken en voorzieningen 2. Sport en speelvoorzieningen 3. Stedenbouw 4. Cultuurhistorische waarden 5. Mobiliteit en parkeren 6. Fietsbrug Schinkel 7. Groen, natuur en water 8. Huis te Vraag 9. De Oeverlanden 10. Geluid, luchtkwaliteit en lichthinder 11. Sociale veiligheid 12. Duurzaamheid, energie en afval 13. Participatie In Bijlage 1 is een overzichtstabel opgenomen met alle 172 inspraakreacties. We hebben elke inspraakreactie een nummer gegeven op basis van het moment van ontvangst van de 9
inspraakreactie. Dat nummer is gekoppeld aan een 8-cijferig correspondentienummer, dat de insprekers hebben ontvangen bij het indienen van hun inspraakreactie. Insprekers die via het online formulier (en eventueel aanvullend per mail) hun inspraakreactie hebben ingediend ontvangen de Nota van beantwoording en wijzigingen per mail. Insprekers die hun inspraakreactie via de post hebben ingediend ontvangen de nota met een verwijzing naar het nummer van hun reactie. De tussen haakjes vermelde nummers achter bij de onderwerpen en subthema’s verwijzen naar de indieners van de inspraakreacties. De namen van bewoners hebben we geanonimiseerd weergegeven. De namen van organisaties, groepen, ontwikkelaars, bedrijven en instanties, zijn niet geanonimiseerd. In de laatste kolom staat in welke paragrafen de reacties en beantwoording zijn terug te vinden.
10
2.
Participatieproces
Uit de inspraakprocedure over de projectnota blijkt een grote betrokkenheid van inwoners, ondernemers, andere gebruikers en omwonenden bij de ontwikkeling van Schinkelkwartier. Wij zijn blij met die betrokkenheid. Plannen worden rijker en de uiteindelijke kwaliteit van de uitvoering beter als er draagvlak voor is. Als gemeente zetten we daarom in op een zo hoog mogelijk participatieniveau (actieve betrokkenheid en mate van invloed) bij trajecten en keuzes waar dit kan. We geven een heldere uitleg waar een lager participatieniveau de algemene belangen beter reflecteert. Uit de inspraakreacties blijkt dat er ook bewoners en ondernemers zijn die graag meer bij de plannen betrokken hadden willen zijn. Die partijen melden wij dat ook in vervolgtraject ruimte is voor inspraak.
2.1 Uitgangspunten participatie Wij willen een projectbesluit voorbereiden dat breed gedragen en herkend wordt door de belanghebbenden. Er is lokaal veel kennis, de gemeente heeft een beperkte grondpositie en we willen de omliggende buurten mee laten profiteren van de ontwikkeling van Schinkelkwartier. We hebben het participatieproces daarom breed ingestoken. Aan de hand van de participatie maken we de belangen en wensen van alle belanghebbenden inzichtelijk en wegen deze mee in het proces van het opstellen van de plannen. Dat betekent dus niet per se dat alles één-op-één in de nota’s en planvorming een plek krijgt, maar bewust wel of niet is meegenomen. Los van bovenstaande aanpak trachten we met onze participatiestrategie waar mogelijk maatwerk te leveren. Dit betekent dat we indien nodig, op sommige momenten de contacten met bepaalde stakeholdergroepen intensiveren. We communiceren op basis van volledige transparantie, tijdigheid en gelijkwaardigheid voor alle belanghebbenden en koppelen terug wat we hebben opgehaald. Kaders en randvoorwaarden zijn voor alle betrokkenen duidelijk en gelden voor een ieder. Politieke belangen en afwegingen maken hier onderdeel vanuit. In de haalbaarheidsfase (projectnota) wordt gekeken naar de belangen voor de stad en de nieuwe stadswijk Schinkelkwartier als geheel.
De gemeente heeft in deze fase bewust gekozen voor de participatieniveaus ‘informeren’ en ‘meedenken’ en bijvoorbeeld nog niet voor het niveau cocreëren. Om die reden is vooral ingezet op (digitale) informatiebijeenkomsten, filmpjes en telefonische spreekuren om de inhoud toe te lichten en reacties op te halen. Daarnaast hebben gesprekken plaatsgevonden met ondernemers en bewoners. De keuze voor ‘informeren’ en ‘meedenken’ komt voort uit de grote strategische opgaven en keuzes die gemaakt moeten worden in deze fase van de gebiedsontwikkeling waarbij ‘haalbaarheid’ het uitgangspunt is. De kaders worden in deze fase opgesteld waarbij rekening gehouden moet worden met onder andere regelgeving, grote maatschappelijke belangen, bereikbaarheid en beleid vanuit de gemeente en overheid. Deze randvoorwaardelijke en vaak gebiedsoverstijgende opgaven en keuzes maken dat een hoger niveau van participatie niet wenselijk is. De ruimte voor invloed vanuit belanghebbenden is immers gering en we willen schijnparticipatie voorkomen.
11
2.2 Vrijgave concept projectnota voor inspraak Het college van B en W heeft op 22 december 2020 de concept projectnota vrijgegeven voor inspraak en deze heeft van 7 januari 2021 tot en met 17 februari 2021 ter inzage gelegen. De gemeente heeft de inspraakperiode en digitale informatiebijeenkomst bekend gemaakt via de gemeentelijke website, in het Gemeenteblad (2021, nummer 2534), in een persbericht, in advertenties in het Parool en Westerpost, de projectwebsite www.amsterdam.nl/schinkelkwartier, digitale nieuwsbrief van stadsdeel Nieuw-West en Zuid, social media en via diverse (lokale) media. Bovendien hebben bijna 15.000 adressen met bewoners, ondernemers en omwonenden van Schinkelkwartier een brief ontvangen. Daarnaast hebben diverse belanghebbenden, zoals grondeigenaren, ontwikkelaars, nutsbedrijven, andere (sociaal-maatschappelijke) organisaties per e-mail een uitnodiging voor de online bijeenkomst ontvangen. De kennisgeving en de informatiebrief zijn opgenomen als Bijlage 2 en Bijlage 3. De concept projectnota met bijlagen en publiekssamenvatting stonden en staan nog steeds op www.amsterdam.nl/schinkelkwartier en lagen in hard copy ter inzage bij de informatiebalie van de Stadsloketten Centrum (Stadhuis), Nieuw-West en Zuid. De inspraakperiode en de informatiemogelijkheden werden vooraf breed gecommuniceerd, via zowel off- als online kanalen.
De mogelijkheid is geboden om inspraakreacties in te dienen via een digitaal formulier op amsterdam.nl/schinkelkwartier, via een schriftelijke reactie per post en mondeling door via het algemene telefoonnummer 14020 van de gemeente een afspraak te maken. Omdat het niet mogelijk was om bijlagen via het digitale formulier in te laden, hebben veel indieners van een inspraakreactie dit via de mail (schinkelkwartier@amsterdam.nl) gedaan. De mails en bijlagen zijn gekoppeld aan de formele inspraakreactie vanuit het digitale formulier.
2.3 Participatie tijdens de inspraakprocedure Na vrijgave van de concept projectnota zijn direct een aantal video’s op de projectwebsite geüpload waarin de planvorming van Schinkelkwartier en de deelgebieden worden besproken. Zoals in de inleiding geschetst zijn belanghebbenden via diverse kanalen benaderd om deel te nemen aan een online informatiebijeenkomst op 26 januari 2021. Voorafgaand aan de bijeenkomst werden belanghebbenden in de gelegenheid gebracht zich aan te melden en vragen te stellen via het aanmeldformulier. Totaal 259 belanghebbenden hebben hier gebruik van gemaakt en er zijn 91 vragen gesteld. Hiervan zijn een aantal vragen gedurende de bijeenkomst behandeld. Twee thema’s kwamen nadrukkelijk naar voren. Belanghebbenden deden een beroep voor zoveel mogelijk behoud en bescherming van de natuur in en nabij het plangebied (zoals Huis te Vraag, De Oeverlanden en groen langs de Schinkel). Daarnaast vroegen belanghebbenden zich af wat de hoeveelheid extra verkeer gaat doen met de bereikbaarheid en drukte in de wijk (zoals de A10, het Aalsmeerplein, de brug over de Schinkel en parkeren). Belanghebbenden konden zich op de avond aan de hand van schetsen, impressies en korte teksten een beeld vormen van de deelgebieden en deelthema’s. De livestream bestaat uit 4 blokken:
12
-
Blok 1: Toelichting op Schinkelkwartier als geheel, het proces en Omgevingseffectrapport Blok 2: Deelgebieden Schinkelhaven, Riekerpark en Sloterstrip Blok 3: Deelgebieden De Plantijn en Nieuwe Meer West en Oost Blok 4: Afronding
De bijeenkomst was online en niet fysiek in verband met COVID-19. Helaas moesten wij door de invoer van de avondklok kort dag ook afzien van een live uitzending. De landelijke overheid nam namelijk op 23 januari 2021, drie dagen voor de digitale bijeenkomst, de beslissing om een avondklok in te stellen vanaf 21.00 uur. Inmiddels was het tijdstip (19.30 – 20.30 uur) waarop de informatiebijeenkomst zou plaatsvinden zeer breed gecommuniceerd. Voor alle sprekers tijdens de digitale bijeenkomst en mensen achter de schermen was het, alleen al om alle techniek die komt kijken bij een digitale bijeenkomst, niet haalbaar om binnen een half uur thuis te zijn. Om die reden hebben we een afweging moeten maken: 1. live uitzenden vanaf verschillende locaties bij mensen thuis met een groot risico op allerlei technische problemen. 2. de uitzending van te voren opnemen en uitzenden op het vooraf breed gecommuniceerde tijdstip (onder andere in circa 15.000 huis-aan-huis brieven). Het communiceren van een ander tijdstip was gezien het korte tijdsbestek en de kosten niet meer mogelijk. In verband met de afhankelijkheid van techniek hebben we gekozen voor het vooraf opnemen van de informatiebijeenkomst en later uitzenden. Het nadeel hiervan was dat live vragen stellen via de chat niet meer tot de mogelijkheden behoorde.
Door technische problemen liep het uploaden van de uitzending veel vertraging op, waardoor de uitzending pas 5 minuten van te voren door de webredactie van de gemeente Amsterdam klaargezet kon worden op de projectwebsite. Ook daarna ontstonden technische problemen waardoor de uitzending niet zichtbaar werd voor het publiek. Dit probleem was pas een uur later verholpen. Helaas kon de gemeente live contact met belanghebbenden niet mogelijk maken gedurende de bijeenkomst. Dit was een kwestie van overmacht. Het projectteam heeft dit vervolgens zoveel mogelijk ondervangen door laagdrempelige contactmomenten te creëren. Belanghebbenden konden voor en na de uitzending vragen insturen, contact opnemen via een telefonisch spreekuur en er zijn individuele gesprekken ingepland om vragen te beantwoorden en reacties op te halen. Op 26 januari 2021 heeft de pagina met de online uitzending met 309 unieke bezoekers gehad. Van 26 januari tot 1 april heeft de pagina 479 unieke bezoekers gehad. Aan de hand van zes themapagina’s op de projectwebsite (www.amsterdam.nl/schinkelkwartier) hebben wij de meest gestelde vragen beantwoord. De overgebleven persoonlijke of specifieke vragen beantwoordden we zo goed mogelijk individueel. Ook is op 27 januari 2021 de mogelijkheid geboden te bellen met een projectmedewerker. Hier is door 14 mensen gebruik van gemaakt.
Als laatste werd en wordt de optie geboden vragen via de mail (schinkelkwartier@amsterdam.nl) te stellen.
13
3.
Beantwoording inspraakreacties
3.1
Wonen, werken en voorzieningen (ingediend door 3, 4, 5, 7/8, 9, 10, 15, 16/17, 25, 78, 89, 92, 93, 101, 103, 104, 108, 111, 112, 113/114, 115, 117, 120, 122, 124, 125, 129, 130, 134, 135, 136, 140, 141, 142, 143, 148, 157 en 159)
Diverse insprekers hebben opmerkingen gemaakt over de onderwerpen wonen, werken en voorzieningen. Er zijn vragen gesteld over de woningcategorisering, woninggrootte en woonconcepten. Verder zijn er reacties gegeven over het innovatiedistrict en de ruimte voor kantoren, voorzieningen en functiemenging per deelgebied. Sommige insprekers vragen om ruimte voor specifieke functies in de plint. De inspraakreacties over sport- en speelvoorzieningen zijn apart behandeld in paragraaf 3.2. Inspraakreacties over groen komen in paragraaf 3.7 t/m 3.9 aan de orde. In hoofdstuk 3 van de projectnota zijn de ambities voor wonen, werken en voorzieningen beschreven. De haalbaarheid van het beoogde programma is in het kader van de projectnota en het concept Omgevingseffectrapport (OER) onderzocht. De uitkomsten daarvan zijn verwerkt in het stedenbouwkundig kader (hoofdstuk 5), waarbij de voorzieningen in paragraaf 5.5 aan bod komen. In hoofdstuk 6 is nader ingezoomd op het programma per deelgebied. In de volgende fase worden de programmatische uitgangspunten per deelgebied nader uitgewerkt in een investeringsnota.
3.1.1
Woningaantal (3 en 15)
Inspraakreacties Een inspreker pleit voor verdubbeling van het woningaantal naar 22.000 woningen om te voldoen aan het tekort. Daarbij wordt gesteld dat die ruimte waar nodig kan worden gecreëerd door de ambitie voor het aantal arbeidsplaatsen te verminderen. Een andere inspreker is juist van mening dat men vooral geneigd is om een maximaal aantal woningen te realiseren, wat tot veel hoogbouw zal leiden.
Antwoord De druk op de stad en de woningvraag zijn fors toegenomen en zijn blijvend. Dit is voor de gemeente reden geweest om de ontwikkeling van een aantal kansrijke gebieden in de stad extra te stimuleren. Deze gebieden zijn opgenomen in de ontwikkelstrategie Koers 2025 - Ruimte voor de Stad. Schinkelkwartier is een van deze stedelijke woon- en werkgebieden. De ambitie is om Schinkelkwartier te transformeren naar een gemengde stadswijk met hoge dichtheid. Met circa 11.000 woningen is Schinkelkwartier belangrijk voor het verminderen van het woningtekort in Amsterdam. Om te komen tot een gemengde stadswijk, is het van belang om voor wonen en werken een verhouding aan te houden van ongeveer 1:1. Een verdubbeling van het woningaantal zou ten koste gaan van de beoogde verhouding tussen wonen en werken. In een gemengde stadswijk is naast ruimte voor wonen ook ruimte nodig voor werken en voorzieningen. Een verdubbeling van het woningaantal, zonder het aandeel werken substantieel te verlagen, vraagt om een enorme verhoging van de bebouwingsdichtheid. Dat is niet wenselijk met oog op het woon- en leefklimaat en niet mogelijk met oog op de hoogtebeperkingen 14
vanwege vliegverkeer. Bovendien zou een verdubbeling leiden tot extra belasting van het stedelijk wegennet en zouden er meer sport- en groenvoorzieningen nodig zijn, waar in de meeste gevallen geen ruimte voor is in het plangebied.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.1.2
Woningcategorieën en -segmenten (5, 7/8, 10, 120, 148 en 159)
Inspraakreacties De AFWC is positief over de ambitie van een sociaal inclusieve wijk met 40% sociale woningbouw met zowel grote als kleine woningen. Een andere inspreker vraagt hoe de 40% sociale huur en 40% middelhuur wordt verdeeld over Schinkelkwartier en hoe wordt voorkomen dat de buurt niet het onterechte stempel ‘goedkoop’ krijgt. Er wordt ook aangegeven dat uit de projectnota niet duidelijk blijkt in hoeverre bij individuele projecten van de 40-40-20 regeling kan worden afgeweken en verzoekt om flexibiliteit in te bouwen om tot de gewenste programmering uit te komen. Daarbij wordt gesteld dat in eerste instantie vooral behoefte is aan kleine woningen en pas later aan grote koop- of huurwoningen voor gezinnen. CVZ wijst in dat verband op de ruimte voor afwijking op grond van de gemeentelijke beleidsregels van 9 juni 2020. Gevraagd wordt om een duidelijke uitleg in de projectnota op te nemen waarom voor de specifieke doelgroepen is gekozen en om kwantitatief te onderbouwen in hoeverre deze opzet aansluit op de kwalitatieve woningtekorten in Amsterdam. Er wordt gevreesd dat het woningbouwprogramma vooral toestroom van buitenlandse werknemers in de lagere inkomensgroepen en starters van buiten Amsterdam zal aantrekken.
Er zou daarom voldoende rekening moeten worden gehouden met doorstromers binnen Amsterdam, zoals gezinnen die ruimer willen wonen en starters die willen doorstromen naar een (kleine) gezinswoning. De AFWC wijst erop dat bij de sociale woningen ook twee persoonshuishoudens een substantieel onderdeel van de doelgroep is. Deze doelgroep wordt nu niet specifiek genoemd. Verder lijkt het aandeel van 33% van de voorraad sociale woningen voor gezinnen ruim, gezien de percentages doorstromers per doelgroep. De AFWC denkt via passend wonen in de bestaande bouw beter in de behoefte van doorstromende gezinnen te kunnen voorzien zodat het percentage van 33% lager kan. Een andere inspreker vraagt of het uitgangspunt van koopwoningen tot ongeveer € 500.000,- met een oppervlakte van meer dan 70 m2 voor starters en gezinnen realistisch is. De maximale prijs in het middensegment voor koopwoningen voor starters ligt, gezien de vrijstelling op overdrachtsbelasting tot dat bedrag, feitelijk op € 400.000,-. Het hogere segment zou daarmee uit (gezins-)woningen moeten bestaan die significant meer dan € 500.000,- kosten.
Antwoord We volgen in de projectnota de Woonagenda 2025 en de vastgestelde 40-40-20-regeling. We zetten in op een gedifferentieerd woonmilieu. De projectnota bevat gedetailleerde kaders om te zorgen dat er voor alle doelgroepen woningen komen. Dit betekent dat er genoeg ruimte is voor alle Amsterdammers, van starters tot gezinnen, van lage tot hoge inkomens en van alle leeftijden. Voor iedereen is plek. Daarbij zijn er wel verschillen tussen de deelgebieden. In de projectnota hebben we binnen elke categorie woninggrootte, de aantallen woningen verdeeld over sociale huur, middeldure huur en vrije sector. Deze aantallen gelden voor het hele Schinkelkwartier en werken we per 15
deelgebied in de volgende planfase nader uit zodat er een evenredige verdeling en spreiding van woninggroottes en-typen ontstaat. Dat betekent dat we per ontwikkeling en buurt het programma en de doelgroepen nader kunnen bepalen. Zolang de totale balans bewaakt blijft. Wij bouwen het merendeel van de woningen voor alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens en een derde deel van sociale huurwoningen en van middeldure huurwoningen voor (kleine) gezinnen en ‘empty nesters’. Zo kunnen ook 55-plussers uit Nieuw West een woning zoeken in Schinkelkwartier. Met dit aanbod is de verwachting dat zowel sociale huur als marktwoningen vrijkomen in Nieuw West voor doorstroming. De vrijkomende woningen zijn voornamelijk eengezinswoningen. De prijzen voor sociale huurwoningen en de middeldure huur en/of koopwoningen zijn gereguleerd. Grotere woningen in deze categorieën zijn in de regel duurder dan kleinere woningen. Door de gereguleerde huur- of koopprijs blijven deze woningen bereikbaar voor mensen met een laag en middeninkomen, waaronder starters. De constatering dat het hogere segment zou moeten bestaan uit woningen vanaf ongeveer € 500.000,- v.o.n. is terecht.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 3.2.1 is toegevoegd dat per bouwplan op basis van vigerend beleid van de vastgestelde 40-40-20 verdeling kan worden afgeweken en dat in de volgende fase de voorwaarden waaronder per deelgebied van de verdeling kan worden afgeweken nader worden uitgewerkt. Ook is in die paragraaf de prijsklasse voor het hogere segment koopwoningen geschrapt.
3.1.3
Woninggrootte (7/8, 9, 120 en 148)
Inspraakreacties De AFWC vraagt om sterker in te zetten op de differentiatie van gemiddelde woninggroottes waarbij de keuze voor lagere of hogere gemiddelde woninggrootte in relatie tot het beoogde woonmilieu en de identiteit van het deelgebied duidelijker wordt neergezet. Een andere inspreker vraagt of in de projectnota voldoende aandacht is besteed aan de veranderende woonbehoefte waarbij mensen eenvoudiger thuis moeten kunnen werken. Het thuiswerken vraagt een extra kamer van circa 8 à 10 m2. Tot slot wordt gesteld dat de eis voor Schinkelhaven dat alle woningen een minimale grootte moeten hebben van 100 m2 bvo/70 m2 gbo moeten hebben te rigide is.
Antwoord Belangrijke factoren die van invloed zijn op de gemiddelde woninggrootte is de ruimteclaim per persoon (wonen met kleinere huishoudens op meer m2) en de grondprijs (grond is steeds schaarser en duurder geworden). Dit zorgt voor een spanningsveld tussen woninggrootte en betaalbaarheid. Dit is een belangrijke uitdaging waar we voor staan in de verdere planvorming. Binnen de woningcategorisering van 40-40-20 streven we naar voldoende differentiatie in de woninggrootte per deelgebied. Daarbij voorkomen we dat er vooral veel kleine woningen worden gerealiseerd, zodat er ook ruimte is voor gezinswoningen. Er wordt in Schinkelkwartier een gemiddelde woninggrootte nagestreefd van 65 m2 gbo: dat is gemiddeld een 2,5 kamer woning. Voor de gemiddelde woninggrootte in deelgebied Schinkelhaven gaan we vooralsnog uit van 70 m2
16
gbo. Dit is geen minimum eis, maar een beoogd gemiddelde waarbij per ontwikkeling ruimte is voor maatwerk. In de volgende fase (investeringsnota) wordt de gemiddelde woninggrootte per deelgebied nader beoordeeld en waar nodig bijgesteld. Daarbij kijken we ook naar de mogelijke effecten van meer thuiswerken op het ruimtegebruik.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.1.4
Flexibiliteit in functie en gebruik (129)
Inspraakreactie Gesteld wordt dat toekomstige functiewijziging van wonen naar kantoren niet waarschijnlijk is, gezien de huidige woningtekorten en met oog op de benodigde splitsing van wooneigendommen (voor een transformatie dienen alle eigendommen omgezet te worden naar één eigenaar). In de concept-Projectnota wordt gerefereerd naar 42% wonen op de totale ontwikkeling van Schinkelkwartier. Amsterdam heeft vooralsnog een aanzienlijk woningtekort, wat het niet waarschijnlijk maakt dat een deel van de 42% wonen getransformeerd zal worden naar kantoren.
Antwoord We zijn ambitieus wat betreft duurzaam gebruik en flexibiliteit van gebouwen. We weten immers niet hoe de verre toekomst eruit ziet voor Schinkelkwartier. Met hoge verdiepingshoogten, samengestelde bouwblokken en circulaire materialen willen we in de toekomst andere functies en gebruik van gebouwen niet onmogelijk maken. Ons doel is dus niet om woningen weer te transformeren naar bijvoorbeeld kantoren maar flexibel te blijven naar behoefte.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.1.5
Specifieke woonconcepten (111, 120, 148, 157 en 159)
Inspraakreacties Een inspreker verzoekt om ruimte voor afwijkende woonvorm zoals co-living, campus,extended stay, serviced-appartementen, zorgwoningen waar eveneens een tekort aan bestaat. Ook wordt opgemerkt dat er voor corporaties mogelijkheden zijn om short stay in het sociale segment te ontwikkelen. Een andere inspreker vraagt om in een snel veranderende markt ruimte te geven voor innovatieve verblijfsconcepten en andere woonvormen, zoals mengvormen tussen hotel- en woonfunctie (‘serviced apartments’) en ‘shared apartments’ (friends-woningen). Een inspreker stelt dat er kansen liggen om in de toekomst in Schinkelkwartier een permanent startblock te realiseren of andere (nieuwe ) woonconcepten te ontwikkelen, bijvoorbeeld een concept waarbij jongeren met senioren samenwonen. Inschatting is dat er op gemeentegrond ruimte is voor 300 startblock woningen voor starters en 1 en 2 persoons huishoudens. Deze woningen, die snel, efficiënt en milieuvriendelijk kunnen worden geproduceerd, kunnen op korte termijn voorzien in de behoefte aan duurzame en betaalbare woningen en kunnen mogelijk zorgen voor geluidafscherming. 17
CVZ verzoekt om in deelgebied De Plantijn ruimte te bieden voor de ontwikkeling van andere woonconcepten dan alleen zorggerelateerd wonen en dat op te nemen in de projectnota. Daarbij merkt CVZ op dat zij zorggerelateerd wonen binnen de programmaverdeling beschouwt als voorziening en niet als wonen.
Antwoord In de volgende planfase per deelgebied werken we onder andere het woonprogramma en woonconcepten nader uit. We benutten daarbij de (innovatieve) expertise van marktpartijen en de woningcorporaties mits deze woonconcepten passen binnen de gemeentelijke beleidsuitgangspunten en een bijdrage leveren van de woningbouwambities voor Schinkelkwartier. Het huidige concept startblok betreft een tijdelijk en gemende woonfunctie. Tot juli 2027 blijft het startblok in gebruik. Voor wat betreft het concept van startblocks merken wij op dat de gemeente zelf geen (tijdelijke) woningen bouwt en daarvan dus ook geen opdrachtgever is. Dat bouwen doen woningcorporaties en marktpartijen, zoals bestaande erfpachters en projectontwikkelaars en soms particulieren al dan niet collectief. Momenteel hebben de erfpachters van De Plantijn een proces gestart om gezamenlijk een masterplan voor deelgebied De Plantijn op te stellen waarin de verschillende ambities zo veel mogelijk met elkaar worden verenigd. Uiteindelijk wordt dit als input meegenomen in de investeringsnota voor deelgebied De Plantijn, die in de volgende planfase wordt opgesteld. Overigens wordt in de projectnota aangegeven dat we ruimte zien voor zorggerelateerd wonen, waarmee andere woonconcepten niet worden uitgesloten.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.1.6
Regionale afstemming werkprogramma (104)
Inspraakreactie Inspreker constateert dat er fors volume aan m2 kantoren en bedrijfsruimte wordt geprogrammeerd, in relatie tot de regionale vraagramingen in Plabeka. Er wordt opgemerkt dat nergens in de projectnota wordt gerefereerd aan Plabeka-afspraken. Het is van groot belang dat er goede afstemming plaats vindt over het kwantitatieve een kwalitatieve aanbod van werkmilieus op de vijf Enter[NL] knooppunten. Overaanbod moet worden voorkomen, mede in relatie tot de alternatieve bekostiging van de Noord/Zuidlijn.
Antwoord In Schinkelkwartier is in de bestaande situatie ongeveer 700.000 m2 werkruimte aanwezig. In de projectnota is voor de eindsituatie voorzien in 1.020.000 m2 werkruimte (80% kantoor en 20% bedrijven), zodat sprake is van een toevoeging van circa 300.000 m2 werkruimte over een periode van 25 jaar. In het Kantorenplan Amsterdam 2019-2026 is de jaarlijkse uitbreidingsvraag in Amsterdam opgenomen, waarin ook Schinkelkwartier is meegenomen. Deze uitbreidingsvraag maakt deel uit van de behoefteraming in de regio die in opdracht van het Platform Bedrijven en Kantoren (PlaBeKa) is uitgevoerd. Naast formele kantoorlocaties is er een sterke vraag naar kleinere 18
kantoorruimtes in gemengde en informele milieus. In PlaBeKa 3.0 wordt op basis van de nieuwe vraagraming samen met andere deelregio’s gekeken waar geschikte vestigingsruimte voor kantoren en bedrijven in de regio mogelijk is. Ten aanzien van bedrijfsruimte sluit de projectnota aan op de Bedrijvenstrategie Amsterdam 20202030, waarover in PlaBeKa-verband afstemming heeft plaatsgevonden. Om de concurrentiepositie van de MRA te versterken is het belangrijk dat de beschikbare ruimte voor de juiste bedrijvigheid wordt ingezet. Daarbij geldt dat aanvullende afspraken nodig zijn met andere ruimteaanbieders over de positionering en inzet van regionale terreinen voor ruimtevraag vanuit onder andere transformatiegebieden zoals Schinkelkwartier. In PlaBeKa verband wordt gewerkt aan de opzet voor een regionale strategie voor ruimte voor bedrijven, waarin vervangings- en uitbreidingsvraag vanuit de deelregio’s wordt gekoppeld aan beschikbare locaties en ambities. Gedurende de transformatie van Schinkelkwartier zal de behoefte aan kantoren en bedrijven blijvend worden gemonitord, waarbij rekening wordt gehouden met eventuele aanvullende regionale afspraken die in PlaBeKa verband worden gemaakt.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 3.2.2 is opgenomen dat gedurende de transformatie de behoefte aan kantoren en bedrijven blijvend wordt gemonitord, waarbij rekening wordt gehouden met regionale afspraken die in het kader van PlaBeKa worden gemaakt.
3.1.7
Innovatiedistrict (16/17, 101, 124, 134 en 142)
Inspraakreacties Een inspreker stelt voor om het innovatiedistrict groter te maken dan Nieuwe Meer West en onderzoek te doen naar de mogelijkheid en wenselijkheid om de ontwikkeling van De Plantijn, Nieuwe Meer Oost, Riekerpark, Sloterstrip en Schinkelhaven bij het innovatiedistrict te betrekken. Er wordt aangegeven dat het belangrijk is om de traditionele zorg in De Plantijn te koppelen aan biotech- en farmaceutische innovatie. De aanwezigheid van de kennisinstituten Sanquin en NKI maken het mogelijk om De Plantijn te ontwikkelen tot een nieuwe Lifescience en Health cluster binnen Amsterdam. In een andere inspraakreactie wordt gepleit om ook in Riekerpark innovatie toe te staan. Het NLR stelt dat de begrenzing van het innovatiedistrict geen recht doet aan de situatie bij NLR en geeft aan dat het een innovatief bedrijf van significante omvang is. Een inspreker geeft aan dat het innovatiecluster al mooi aanwezig is in de B-gebouwen, maar dat te veel naar binnen zijn gekeerd. Verzoek is om dit opener en onderdeel van de openbare ruimte te maken. Een andere inspreker ziet het doortrekken van de Noord/Zuidlijn en verplaatsen van metrostation Henk Sneevlietweg als randvoorwaarden voor het innovatiedistrict. Advies is om de metrostations als stedelijk brandpunt en inclusieve ontmoetingsplaats te ontwikkelen en interactie te stimuleren.
In navolging van het idee van de proeftuin van raadslid Kat zou volgens een inspreker in het gebied meer sprake moeten zijn van testen in plaats van innoveren en zou de gemeente ruimte moeten geven op het gebied van het testen ten aanzien van een ‘duurzame stad’. Er worden tips gegeven 19
om te zorgen voor een goed platform voor uitwisseling van kennis in het innovatiedistrict waarin samenwerking kan gedijen en regie is op stedelijke innovatiethema’s. Daarbij pleit inspreker voor een actieve in plaats van reactieve positionering. Voorgesteld wordt om regelluwe experimenteerruimte, betaalbare ruimtes en belastingvoordelen voor startups en goede begeleiding aan te bieden. Voldoende doorstroming is van belang zodat het gebied ook over 20 jaar nog een innovatiedistrict is.
Antwoord De gemeente heeft de ambitie om in Nieuwe Meer Oost en West een innovatiedistrict te ontwikkelen. Daarvoor is in 2019 een co-creatie proces met bedrijven, instellingen en omwonenden gestart om ambities en kansen voor dit district in beeld te brengen. Dit heeft geresulteerd in een kansenkaart met statements van de belanghebbenden (waaronder B.Amsterdam, IBM en PWC). Deze kaart is al als bijlage bij de projectnota meegenomen. De focus op Nieuwe Meer Oost en West wil niet zeggen dat er in de overige deelgebieden geen sprake is van of ruimte kan zijn voor innovatie. Zeker in De Plantijn zien wij op basis van de Omgevingsvisie 2050 kansen voor een gebied om biotech- en farmaceutische innovatie te versterken. Wij onderschrijven dat omgevingen van metrostations als locaties voor ontmoeting en interactie van belang zijn voor innovatie. De goede tips en adviezen van insprekers over het ontwikkelen van een platform voor uitwisseling van kennis, een actieve positionering, regie op stedelijke innovatiethema’s en regelluwe experimenteerruimte zijn deels ook benoemd in de projectnota en worden meegenomen in de volgende planfase, waarin de plannen in overleg met de belanghebbenden verder worden uitgewerkt.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 6.6 is opgenomen dat we kansen zien voor het versterken van biotech- en farmaceutische innovatie en het ontwikkelen van een ‘life science and health cluster’.
3.1.8
Kantoren en bedrijven Schinkelhaven (101, 103, 108, 112, 113/114 en 115)
Inspraakreacties Een inspreker verzoekt om in Schinkelhaven de mogelijkheid open te houden voor de vestiging van zelfstandige kantoren, omdat het gebied zich daar goed voor leent en door een breder aanbod de herontwikkeling sneller tot een gewenst resultaat kan leiden. Een andere inspreker geeft aan tegen de strakke definitie van 70% bedrijfsruimte en 30% kantooroppervlak te zijn, die ook nog eens wordt beperkt tot een maximum van 500 m2 voor (creatieve) bedrijven. Voorstel is om de strikte definitie tussen bedrijf en kantoor los te laten om te zorgen dat innovatie niet wordt geremd. Het NLR geeft aan dat het NLR op de kaart over de functionele structuur volledig als kantoor is aangegeven, terwijl op grond van het bestemmingsplan de kantoorfunctie is beperkt tot 50% van het terrein. Verder wijst het NLR op de tekst dat bedrijven mengbaar moeten blijven met wonen en dus maximaal tot milieucategorie 3.1 behoren en vraagt hoe dit zich verhoudt tot de eerdere constatering dat NLR formeel nog steeds een milieucategorie 5.3 heeft. Een inspreker geeft aan dat de verplichte stapeling van werkruimte en woonprogramma tot onevenredig dure constructies leidt, waardoor de kans groot is dat ondernemers in de maakindustrie 20
hun werkruimten niet meer kunnen betalen.
Antwoord In Schinkelhaven is zowel ruimte voor kantoren als bedrijven. De van oorsprong kleine stedenbouwkundige korrelgrootte van Schinkelhaven maakt dat dit deelgebied met name geschikt is voor productieve bedrijven en kleinschalige kantoren. Voor bedrijven geldt standaard dat een deel gebruikt mag worden als ondersteunende kantoorruimte. In Bijlage 2 stond opgenomen dat minimaal 30% van het kantoor bestaat uit kleinschalige ruimte voor creatieve bedrijven en dat de maximum grootte 500 m2 bvo bedraagt. Dit wordt geschrapt. In de volgende fase wordt in de investeringsnota het (werk-)programma voor Schinkelhaven nader uitgewerkt. De kaart met niet-woonfuncties is afkomstig van een gemeentelijke database en staat los van de juridisch-planologische situatie. Op grond van het bestemmingsplan geldt voor het NLR terrein inderdaad dat 50% van het terrein als kantoor mag worden gebruikt. Ten aanzien van de maximale milieucategorie 3.1 voor bedrijven geldt dat deze betrekking heeft op nieuw te vestigen bedrijven en geen gevolgen heeft voor bestaande bedrijven met een hogere milieucategorie. Dit wordt in de projectnota verduidelijkt. In lijn met de Bedrijvenstrategie Amsterdam 2020-2030 reserveren we in Schinkelhaven ruimte voor minimaal 16.000 m2 bvo productieve bedrijvigheid. Deze bedrijvigheid heeft zowel een stadsverzorgende als een sociaal-economische functie.